<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR1981_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Regeling voor de behandeling van bezwaarschriften voor de gemeente Arnhem 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Arnhem</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Arnhem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.Arnhem.nl">Arnhemse Koerier, 10-12-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>CS - Regeling voor de behandeling van bezwaarschriften voor de gemeente Arnhem 2006.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.cvdr.nl">Gemeentewet, art. 84</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.cvdr.nl">Algemene wet bestuursrecht, art. 7:13</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-11-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-06-26</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B&amp;W 09-09-2008, doc.nr 2008.0.076.261.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De regeling vervangt de Verordening op de behandeling van bezwaarschriften voor de gemeente Arnhem 2005.</al><al>Hoofdstuk 23 (bezwaarschriftenregeling personele aangelegenheden) van de Arbeidsvoorwaarden gemeente Arnhem is bij de vaststelling van deze regeling ingetrokken.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regeling voor de behandeling van bezwaarschriften voor de gemeente Arnhem 2006</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>REGELING VOOR DE BEHANDELING VAN BEZWAARSCHRIFTEN
                            VOOR DE GEMEENTE ARNHEM 2006</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 1</al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>bestuursorgaan: het gemeentelijke bestuursorgaan dat dient te
                                    beslissen op een bezwaarschrift;</al></li><li nr="b."><al>verwerend orgaan: het gemeentelijke bestuursorgaan dat het
                                    bestreden besluit heeft genomen;</al></li><li nr="c."><al>bezwaarschriftencommissie personele aangelegenheden: de
                                    commissie, als bedoeld in artikel 2, derde lid van deze
                                    verordening;</al></li><li nr="d."><al>bezwaarschriftencommissie sociale zekerheid: de commissie,
                                    belast met de voorbereiding van de beslissing op
                                    bezwaarschriften, als bedoeld in artikel 2, vierde lid van deze
                                    verordening;</al></li><li nr="e."><al>algemene bezwaarschriftencommissie: de commissie, belast met de
                                    voorbereiding van de beslissing op bezwaarschriften, als bedoeld
                                    in artikel 2, vijfde lid van deze verordening;</al></li><li nr="f."><al>wet: de Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="g."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Arnhem;</al></li><li nr="h."><al>commissie: de commissies, als bedoeld in artikel 2, derde,
                                    vierde en vijfde lid van deze verordening;</al></li><li nr="i."><al>raadscommissie VFAB: de raadscommissie Veiligheid, Financiën en
                                    Algemene en Bestuurlijke zaken<cursief>, </cursief>dan wel de
                                    raadscommissie waarin de algemene en bestuurlijke onderwerpen
                                    worden besproken.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Behandeling van de bezwaarschriften</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf 1 De commissies</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2 Inleidende bepaling</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Er zijn drie bezwaarschriftencommissies genaamd de
                                        bezwaarschriftencommissie personele aangelegenheden, de
                                        bezwaarschriftencommissie sociale zekerheid en de algemene
                                        bezwaarschriftencommissie belast met de voorbereiding van de
                                        beslissing op bezwaarschriften als bedoeld in artikel 1:5
                                        van de wet.</al></li><li nr="2."><al>Deze bezwaarschriftencommissies zijn niet bevoegd ten
                                        aanzien van bezwaarschriften die zijn gericht tegen
                                        besluiten genomen op grond van:de Algemene wet inzake
                                        rijksbelastingen en aanverwante regelgeving, de
                                        gemeentelijke belastingverordeningen en de Wet waardering
                                        onroerende zaken/ roerende woon- en bedrijfsruimten.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>De bezwaarschriftencommissie personele aangelegenheden is
                                        belast met de voorbereiding van beslissingen op gemaakte
                                        bezwaarschriften als bedoeld in artikel 1:5 van de wet die
                                        betrekking hebben op de Ambtenarenwet en aanverwante
                                        regelgeving, de arbeidsvoorwaarden gemeente Arnhem inzake
                                        medewerkers van de gemeente Arnhem, het Rechtspositiebesluit
                                        wethouders, het Rechtspositiebesluit raads- en
                                        commissieleden en de aan beide Koninklijke Besluiten
                                        aanverwante regelgeving.</al></li><li nr="4."><al>De bezwaarschriftencommissie sociale zekerheid is belast met
                                        de voorbereiding van beslissingen op gemaakte
                                        bezwaarschriften, als bedoeld in artikel 1:5 van de wet, die
                                        betrekking hebben op het gemeentelijke takenpakket gebaseerd
                                        op het sociale zekerheidsrecht, waartoe in dit verband ook
                                        worden gerekend de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) en
                                        de individuele verstrekkingen op basis van de Wet
                                        maatschappelijke ondersteuning (Wmo). </al></li><li nr="5."><al>De algemene bezwaarschriftencommissie is belast met de
                                        voorbereiding van beslissingen op gemaakte bezwaarschriften,
                                        als bedoeld in artikel 1:5 van de wet, inzake alle
                                        bezwaarschriften, voor zover deze niet vallen onder het
                                        derde en vierde lid van dit artikel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 Samenstelling van de commissie</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Behoudens de bezwaarschriftencommissie personele
                                        aangelegenheden bestaat iedere commissie uit een voorzitter,
                                        een vice-voorzitter en zes leden.</al></li><li nr="2."><al>De bezwaarschriftencommissie personele aangelegenheden
                                        bestaat uit een voorzitter, twee leden en twee plv. leden,
                                        waarbij bij ontstentenis of afwezigheid van de voorzitter
                                        één van de leden resp. plv. leden optreedt als
                                        voorzitter.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter, de vice-voorzitter en de leden worden
                                        benoemd, geschorst en ontslagen door het college.</al></li><li nr="4."><al>Tot voorzitter, vice-voorzitter en lid van de commissie zijn
                                        niet benoembaar personen die deel uitmaken van of werkzaam
                                        zijn onder verantwoordelijkheid van een gemeentelijk
                                        bestuursorgaan, alsmede personen die in dienst van de
                                        gemeente werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst
                                        naar burgerlijk recht.</al></li><li nr="5."><al>Tot voorzitter resp. vice-voorzitter van een commissie zijn
                                        bovendien niet benoembaar leden van een raadscommissie, als
                                        bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet en personen, wier
                                        naam voorkomt op de kandidatenlijst voor de laatstelijk
                                        gehouden raadsverkiezing.</al></li><li nr="6."><al>De benoeming van drie leden van de bezwaarschriftencommissie
                                        sociale zekerheid en drie leden van de algemene
                                        bezwaarschriftencommissie vindt plaats op basis van een
                                        voordracht van de raadscommissie VFAB.</al></li><li nr="7."><al>De benoeming van één lid en één plv. lid van de
                                        bezwaarschriftencommissie Personele aangelegenheden vindt
                                        plaats op voordracht van de Commissie voor het Georganiseerd
                                        Overleg.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Secretaris</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college wijst de secretaris van de commissie aan. De
                                        secretaris is voor zijn secretariaatswerkzaamheden slechts
                                        inhoudelijk verantwoording verschuldigd aan de
                                        commissie.</al></li><li nr="2."><al>Het college zorgt voor een adequate ambtelijke ondersteuning
                                        van de secretaris van de commissie, als bedoeld in het
                                        vorige lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Kamers</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De bezwaarschriftencommissie sociale zekerheid en de
                                        algemene bezwaarschriftencommissie kunnen kamers instellen
                                        die belast worden met de afhandeling van
                                        bezwaarschriften.</al></li><li nr="2."><al>Elke kamer bestaat uit drie personen, te weten:</al><lijst><li nr="a."><al>een voorzitter, zijnde de voorzitter of de
                                                vice-voorzitter van de commissie;</al></li><li nr="b."><al>twee leden, waarbij het uitgangspunt is dat altijd
                                                een commissielid dat is benoemd op voordracht van de
                                                raadscommissie VFAB en een ander lid aanwezig
                                                zijn.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De voorzitter bepaalt, na overleg met de commissie, aan de
                                        hand van een vergaderschema wanneer hijzelf, respectievelijk
                                        de vice-voorzitter en de leden zitting hebben.</al></li><li nr="4."><al>In bijzondere gevallen kan de voorzitter worden vervangen
                                        door een commissielid dat niet is benoemd op voordracht van
                                        de raadscommissie VFAB.</al></li><li nr="5."><al>Elke kamer kan beslissen dat de behandeling van een
                                        bezwaarschrift door de commissie zal plaatsvinden.</al></li><li nr="6."><al>Met betrekking tot de werkwijze van de kamers is het
                                        bepaalde in deze verordening zoveel mogelijk van
                                        toepassing.</al></li><li nr="7."><al>De voorzitter draagt er zorg voor dat iedere commissie
                                        jaarlijks minimaal één keer gezamenlijk vergadert.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Zittingsduur</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en de vice-voorzitter worden benoemd voor een
                                        periode van zes jaar. Zij kunnen één maal worden herbenoemd
                                        voor een periode van drie jaar. Het college stelt hiertoe,
                                        gehoord de commissie, een rooster van aftreden op.</al></li><li nr="2."><al>De leden van de commissie worden benoemd voor een periode
                                        van drie jaar. Zij kunnen één maal worden herbenoemd voor
                                        een periode van 3 jaar. Het college stelt hiertoe, gehoord
                                        de commissie, een rooster van aftreden op.</al></li><li nr="3."><al> De voorzitter, de vice-voorzitter en de overige leden van
                                        de commissie kunnen op ieder moment ontslag nemen.</al></li><li nr="4."><al>De aftredende voorzitter, de vice-voorzitter en de
                                        aftredende leden van de commissie blijven hun functie
                                        vervullen totdat in de opvolging is voorzien.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 Vergoedingen</label></kop><al>Vervallen bij raadsbesluit van 24-11-2008.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf 2 Procedure</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 8 Ingediende bezwaarschriften</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van
                                        ontvangst aangetekend.</al></li><li nr="2."><al>Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken,
                                        alsmede alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken,
                                        worden zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 4 weken na
                                        ontvangst van het bezwaarschrift, in handen van de commissie
                                        gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Het verwerende orgaan zorgt zo spoedig mogelijk na ontvangst
                                        van het bezwaarschrift dat zijn schriftelijke commentaar in
                                        handen van de commissie wordt gesteld.</al></li><li nr="4."><al>Bij het bericht van ontvangst als bedoeld in artikel 6:14
                                        van de wet wordt vermeld welke commissie over het
                                        bezwaarschrift zal adviseren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9 Overdracht bevoegdheden</label></kop><al>De bevoegdheden ingevolge de artikelen:</al><lijst><li nr="-"><al>2:1, tweede lid;</al></li><li nr="-"><al>6:6, voor wat betreft het de indiener stellen van een
                                        termijn waarbinnen het verzuim in de zin van niet voldoen
                                        aan de vereisten als gesteld in artikel 6:5 van de wet, kan
                                        worden hersteld;</al></li><li nr="-"><al>6:17, voor zover het betreft de verzending van stukken
                                        tijdens de behandeling door de commissie;</al></li><li nr="-"><al>7:4, tweede lid;</al></li><li nr="-"><al>7:6, vierde lid, van de wet worden voor de toepassing van
                                        deze verordening namens het betreffende bestuursorgaan
                                        uitgeoefend door of namens de voorzitter van de
                                        commissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label> Artikel 10 Vooronderzoek</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter van de commissie kan in verband met de
                                        voorbereiding van de behandeling van het bezwaarschrift alle
                                        gewenste inlichtingen inwinnen of doen inwinnen.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de
                                        commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en
                                        dezen zo nodig uitnodigen daartoe in de zitting te
                                        verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf
                                        machtiging van het college vereist.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11 Hoorzitting</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip
                                        van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerende
                                        orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de
                                        commissie te doen horen.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van
                                        de wet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12 Uitnodiging zitting</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter deelt de belanghebbenden en het verwerende
                                        orgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk
                                        mee dat zij in de gelegenheid worden gesteld te worden
                                        gehoord tijdens de zitting.</al></li><li nr="2."><al>Binnen drie dagen na de in het eerste lid bedoelde
                                        mededeling kunnen de belanghebbenden of het verwerende
                                        orgaan, onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het
                                        tijdstip van de zitting te wijzigen.</al></li><li nr="3."><al>De beslissing van de voorzitter op een verzoek als bedoeld
                                        in het tweede lid wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder
                                        geval een week voor het tijdstip van de zitting aan de
                                        belanghebbenden en het verwerende orgaan meegedeeld.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te
                                        wijken of afwijking toe te staan van de termijnen als
                                        genoemd in het eerste, tweede en derde lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 13 Niet deelneming aan de behandeling</label></kop><al>De voorzitter, de vice-voorzitter en de overige leden van de
                                commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift,
                                indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 14 Openbaarheid zitting</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De zitting van de commissie is openbaar.</al></li><li nr="2."><al>De deuren worden gesloten indien de voorzitter van de
                                        commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt
                                        of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.</al></li><li nr="3."><al>Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige
                                        redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de
                                        zitting verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten
                                        deuren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 15 Schriftelijke verslaglegging</label></kop><al>1.Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de wet vermeldt de
                                namen van de aanwezigen, uitgezonderd het publiek en de
                                vertegenwoordigers van de pers, met daarbij een vermelding van hun
                                hoedanigheid.</al><al>Het bevat verder een beknopte weergave van het ter zitting
                                verhandelde.</al><lijst><li nr="2."><al>Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren
                                        plaatsvond, of indien belanghebbenden respectievelijk hun
                                        gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord,
                                        maakt het verslag hiervan melding.</al></li><li nr="3."><al>Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde
                                        bescheiden die aan het verslag worden gehecht.</al></li><li nr="4."><al>Het verslag wordt opgemaakt onder verantwoordelijkheid van
                                        de commissie en ondertekend door de voorzitter en de
                                        secretaris van de commissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 16 Nader onderzoek</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien na afloop van de zitting, maar voordat het advies is
                                        uitgebracht, naar het oordeel van de commissie een nader
                                        onderzoek wenselijk is, geschiedt dit door of onder leiding
                                        van de voorzitter van de commissie.</al></li><li nr="2."><al>De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in
                                        afschrift aan de leden van de commissie, het verwerende
                                        orgaan en de belanghebbenden toegezonden.</al></li><li nr="3."><al>De leden van de commissie, het verwerende orgaan en de
                                        belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de
                                        in het tweede lid bedoelde nadere informatie aan de
                                        voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het
                                        beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist
                                        omtrent een dergelijk verzoek.</al></li><li nr="4."><al>Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid,
                                        zijn de bepalingen in deze verordening, die betrekking
                                        hebben op de hoorzitting zoveel mogelijk van overeenkomstige
                                        toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 17 Raadkamer en advies</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren
                                        over het door haar uit te brengen advies.</al></li><li nr="2."><al>a. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het
                                        uit te brengen advies.</al><lijst><li nr="b."><al>Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies
                                                melding gemaakt, indien die minderheid dat
                                                verlangt.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te
                                        nemen beslissing op het bezwaarschrift.</al></li><li nr="4."><al>Het advies wordt ondertekend door de voorzitter en de
                                        secretaris van de commissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 18 Uitbrengen advies</label></kop><al>Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in
                                artikel 15 en eventueel door de commissie ontvangen nadere
                                informatie, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het
                                bezwaar- of beroepschrift dient te beslissen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 19 Jaarverslag</label></kop><al>De commissie brengt jaarlijks verslag uit aan de raad, het college
                                en aan de burgemeester over de door haar behandelde zaken en haar
                                bevindingen daarover. Zij brengt tevens verslag uit aan de
                                burgemeester voor wat betreft die onderdelen, die in het kader van
                                het burgerjaarverslag relevant zijn.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 20 Intrekking </label></kop><lijst><li nr="1."><al>Hoofdstuk 23 (bezwaarschriftenregeling personele
                                    aangelegenheden) van de “Arbeidsvoorwaarden gemeente Arnhem”
                                    wordt ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>De verordening op de behandeling van bezwaarschriften voor de
                                    gemeente Arnhem 2005 wordt ingetrokken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 21 Overgangsbepalingen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Op bezwaarschriften ingediend vóór de inwerkingtreding van deze
                                    verordening, is deze verordening van toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Voorzitter en leden van de bezwaarschriftencommissie personele
                                    aangelegenheden blijven in functie tot het moment, waarop op
                                    grond van artikel 6 van deze verordening in hun opvolging is
                                    voorzien.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 22 Inwerkingtreding</label></kop><al>Deze regeling treedt in werking op de 1<sup>e</sup> dag, volgende op die
                            van haar afkondiging. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 23 Citeertitel</label></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling voor de behandeling van
                            bezwaarschriften voor de gemeente Arnhem 2006.</al><al/><al>Vastgesteld in de vergadering van 24november 2008, afgekondigd 10
                            december 2008, in werking getreden op 01 januari 2009.</al><al>Vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en
                            wethouders op 09 september 2008.</al><al>Vastgesteld door de burgemeester van Arnhem op 09 september 2008.</al><al/><al/><al><vet>Toelichting op de regeling voor de behandeling van bezwaarschriften
                                voor de gemeente Arnhem 2006 </vet></al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Functie bezwaarschriftenprocedure.</al><al>In het besluitvormingsproces van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
                            neemt de verplichte bezwaarschriftprocedure een belangrijke plaats in.
                            In deze fase van het rechtsbeschermingproces kan en moet een primair
                            besluit nog worden gerepareerd indien daartoe aanleiding bestaat.</al><al>Het algemene beginsel is dat een beroepschrift pas kan worden ingediend,
                            nadat het bestuursorgaan de gelegenheid heeft gehad in een
                            bezwaarschriftenprocedure een heroverweging te maken.</al><al>Deze bestuurlijke “voorprocedure” heeft de volgende functies.</al><al>·Bestuurlijke heroverweging.</al><al>Hetzelfde bestuursorgaan kijkt nogmaals naar het genomen besluit.
                            Heroverwegen betekent dat zowel de juridische als
                            bestuurlijk-beleidsmatige kant van de zaak opnieuw in ogenschouw wordt
                            genomen.</al><al>·Rechtsbescherming.</al><al>Een relatief snelle, laagdrempelige en voor de burger goedkope vorm van
                            rechtsbescherming.</al><al>·Zeefwerking.</al><al>De bestuurlijke voorprocedure is bedoeld om een veelvuldig beroep op de
                            rechter te voorkomen. Tijdens de bezwaarschriftenprocedure kunnen
                            oplossingen voor gerezen geschillen worden gevonden, die in beroep bij
                            de rechter vaak niet meer mogelijk zijn vanwege verharding van de
                            wederzijdse standpunten.</al><al>·Signaalfunctie/kwaliteitscontrole.</al><al>Hiervan kan de organisatie leren.</al><al>·Dossierfunctie.</al><al>De procedure draagt ertoe bij, dat voor het beroep op de rechter wordt
                            gedaan het geschil punt betere is uitgekristalliseerd.</al><al>·Bemiddelingsfunctie.</al><al>De mogelijkheid van conflictoplossing buiten rechte (mediation), maar
                            ook ambtshalve herziening of intrekken na een toelichting achteraf op
                            het bestreden besluit.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Recente besluitvorming</titel></kop><structuurtekst><al>Op 4 mei 2004 is door het college de nota professionalisering afdoening
                            bezwaarschriften vastgesteld. De raadscommissie Veiligheid openbare orde
                            en algemene en bestuurlijke zaken heeft de inhoud van deze nota op 16
                            juni 2004 onderschreven.</al><al>Ter uitvoering daarvan is het nodig om de uitgangspunten in een formele
                            bezwaarschriftenregeling vast te leggen. Daartoe hebben het college van
                            burgemeester en wethouders, de burgemeester en de gemeenteraad op resp.
                            30 november 2004 en 31 januari 2005 besloten. </al><al>Primair uitgangspunt blijft (ook in de wijziging uit 2006) dat in de
                            gemeente Arnhem voor de behandeling van bezwaarschriften, met
                            uitzondering van bezwaarschriften die worden ingediend in het kader van
                            de gemeentelijke belastingen, de Wet onroerende zaken (WOZ) en wet
                            roerende woon- en bedrijfsruimten, hoorzittingen en advisering door een
                            onafhankelijke bezwaarschriftencommissie plaatsvindt.</al><al>Een ander uitgangspunt is de onafhankelijke positie die de
                            bezwaarschriftencommissies innemen. Daarnaast geldt in de bezetting van
                            de (kamers van) commissies een standaard bezetting van een voorzitter en
                            twee leden. De wijziging uit 2006 beoogt om de benoeming en bezetting
                            van de commissie die over bezwaarschriften in de personele zaken gaat
                            (ambtenarenrecht) in de bezwaarschriftenregeling te integreren tot één
                            algemene bezwaarschriftenregeling. Daarmee verdwijnt in het kader van de
                            deregulering een aparte regeling. Bovendien wordt daarmee de
                            transparantie bevorderd.</al><al>Voor de juridische vormgeving van beslissing van 31 januari 2005 is
                            gekozen voor een opzet, waarin alle drie de bestuursorganen (raad,
                            college en burgemeester) ieder voor zover het zijn resp. haar
                            bevoegdheid betreft, een besluit nemen. Dit alles in aansluiting op het
                            duale systeem en de gewijzigde Gemeentewet. Ieder bestuursorgaan heeft
                            mede op grond van artikel 84 van de Gemeentewet de bevoegdheid om
                            adviescommissies in het leven te roepen. </al><al>Uit een oogpunt van helderheid en uniformiteit verdient deze werkwijze
                            de voorkeur boven drie aparte regelingen (voor ieder bestuursorgaan één)
                            met vrijwel de zelfde inhoud.</al><al>Aanvankelijk is in de regeling uit 2005, zoals hierboven is aangegeven,
                            de bezwaarschriftbehandeling voor personele bezwaarschriften niet in de
                            algemene regeling opgenomen. De bezwaarschriftenregeling voor personele
                            aangelegenheden is tot nu toe opgenomen in een afzonderlijk hoofdstuk in
                            de arbeidsvoorwaarden gemeente Arnhem. Het is wenselijk om alsnog ook
                            deze bezwaarschriftenregeling voor personele zaken te brengen onder de
                            regeling voor de afdoening van bezwaarschriften. Daarvoor gelden de
                            volgende argumenten:</al><lijst><li nr="-"><al>ook voor bezwaar- en beroepschriften in de personele sfeer
                                    gelden de reguliere regels van de Awb. Het ambtenarenrecht is
                                    een bijzondere vorm van bestuursrecht, maar wijkt ten aanzien
                                    van de bezwarentermijnen, het horen en de heroverweging niet af
                                    van de overige zeer uiteenlopende vormen van besluiten binnen
                                    het bestuursrecht;</al></li><li nr="-"><al>kenmerkend is ook in het ambtenarenrecht dat bij het toepassen
                                    van een bezwaarschriftencommissie het element onafhankelijkheid
                                    een gelijke waarde heeft als bij bijvoorbeeld de sociale
                                    zekerheidsbezwaarschriften of zaken die worden voorgelegd aan de
                                    onafhankelijke bezwaarschriftencommissie;</al></li><li nr="-"><al>de benoeming van commissieleden en voorzitter vinden nu op een
                                    andere wijze plaats (hier is o.a. een rol voor het Georganiseerd
                                    Overleg weggelegd), maar dat hoeft geen belemmering te zijn om
                                    aan te sluiten bij de werkwijze die nu wordt gehanteerd voor de
                                    andere twee bezwaarschriftencommissies (voordracht door de
                                    raadscommissie VFAB);</al></li><li nr="-"><al>het betreft hier twee bestuursorganen (raad en college) die
                                    bevoegd zijn besluiten in de personele sfeer te nemen;</al></li><li nr="-"><al>voor de ambtelijke ondersteuning van de
                                    bezwaarschriftencommissie personele aangelegenheden (de
                                    secretarisfunctie) is al in 2001 gekozen voor een personele unie
                                    met de secretarisfunctie voor de twee andere
                                    bezwaarschriftencommissies, inclusief de concentratie op een
                                    onafhankelijke plaats inde ambtelijke organisatie;</al></li><li nr="-"><al>de bezwaarschriftenregeling personele aangelegenheden is nu
                                    ondergebracht als apart hoofdstuk in de rechtspositionele
                                    aangelegenheden; uit oogpunt van uniformering, vindbaarheid en
                                    deregulering is het beter deze regeling te incorporeren in een
                                    (de) bezwaarschriftenregeling voor de gemeente Arnhem.</al></li></lijst><al>De bezwaarschriftenverordening uit 2005 vervangt de verordening op de
                            beroep- en bezwaarschriften en de verordening op de bezwaarschriften in
                            het kader van de Algemene bijstandswet en andere wet - en regelgeving op
                            het beleidsterrein sociale zekerheid. De wijziging uit 2006 is bedoeld
                            als implementatie van de bezwaarschriftenregeling voor personele
                            aangelegenheden in de regeling uit 2005 en vloeit voort uit het
                            dereguleringsaspect: minder regelingen in de gemeente Arnhem.</al><al/><al/><al><onderstreept>Artikelsgewijze toelichting</onderstreept></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In dit artikel wordt nader omschreven wat wordt verstaan onder de
                            begrippen, die in de verordening worden gehanteerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Hierin wordt tot uitdrukking gebracht dat alle bezwaarschriften, via een
                            bezwaarschriftencommissie worden afgedaan. Hiervan zijn uitgezonderd de
                            bezwaarschriften die betrekking hebben op de lokale belastingheffing, de
                            (periodieke) waardevaststelling op grond van de Wet waardering
                            Onroerende zaken (WOZ) en de waardebepaling voor roerende woon- en
                            bedrijfsruimten. De reden voor deze uitzondering is dat het hier gaat om
                            een heel specifiek (belastingtechnisch) werkterrein. Voor deze
                            belastingcategorie geldt dat horen slechts op verzoek van bezwaarde
                            plaatsvindt. Voor alle andere bezwaarschriften geldt dat het gelegenheid
                            geven om te worden gehoord in beginsel verplicht is. </al><al>Niet gekozen is voor een uitputtende opsomming van taakvelden, die door
                            de bezwaarschriftencommissie sociale zekerheid worden behandeld. In de
                            verordening van voor 2004 is dit wel het geval. Een limitatieve
                            opsomming heeft tot gevolg dat bij wijziging van wetgeving (bijvoorbeeld
                            recent de Algemene bijstandswet in de Wet werk en inkomen) de
                            verordening moet worden aangepast. In de nieuwe verordening is daarom
                            gekozen voor het verzamelbegrip sociaal zekerheidsrecht en de toevoeging
                            daaraan van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) en de Wet
                            Maatschappelijke opvang (Wmo). </al><al>In deze commissie komen uitsluitend bezwaarschriften, gericht op
                            besluiten inzake individuele natuurlijke personen, aan de orde.
                            Bezwaarschriften die betrekking hebben op verstrekkingen aan
                            instellingen (bijvoorbeeld voor het begeleiden van personen) zullen door
                            de algemene bezwaarschriftencommissie worden behandeld. </al><al>Dit artikel geeft ook een heldere omschrijving welke taken zijn
                            weggelegd voor de bezwaarschriftencommissie personele aangelegenheden:
                            alle bezwaarschriften van gemeenteambtenaren, die voortvloeien uit het
                            toepassen van de ambtenarenwet resp. de arbeidsvoorwaarden gemeente
                            Arnhem. Qua bestuursorgaan moet hierbij primair worden gedacht aan het
                            college. Medewerkers van de griffie vallen onder de verantwoordelijkheid
                            van het bestuursorgaan raad. Voor hen gelden de arbeidsvoorwaarden
                            gemeente Arnhem en daarmee deze bezwaarschriftenregeling eveneens. </al><al>Tot nu toe is formele niet voorzien in het vastleggen van een procedure,
                            die wordt gevolgd als (gewezen) wethouders en raadsleden schriftelijk
                            bezwaar maken tegen de concrete besluiten, die op grond van het
                            Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden worden genomen. Het is
                            logisch om het horen en adviseren aan een onafhankelijke en deskundige
                            bezwaarschriftencommissie op te dragen. Gezien de te verwachten uiterst
                            geringe hoeveelheid bezwaarschriften is het niet efficiënt hiervoor een
                            speciale commissie in het leven te roepen. Die deskundigheid en
                            onafhankelijkheid is aanwezig in de bezwaarschriftencommissie personele
                            aangelegenheden. Het is voor de hand liggend om die commissie tevens te
                            belasten met bezwaarschriftenprocedures inzake de rechtspositie van
                            (voormalige) bestuurders. </al><al>Alle overige bezwaarschriften, voor zover deze niet zijn aan te merken
                            als behorend tot de personele sfeer, sociale zekerheid of tegen fiscale
                            maatregelen, vallen onder het regiem van de algemene
                            bezwaarschriftencommissie.</al><al>Onder voorbereiding van beslissingen wordt zowel het houden van de
                            hoorzitting, het nemen van verdagingbesluiten als het adviseren aan het
                            bestuursorgaan begrepen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>De verordening zelf noemt geen maximum leeftijdsgrens. Daarvan is zeer
                            bewust afgezien, omdat de wetgever als uitgangspunt hanteert dat dit een
                            discriminatoir karakter kan hebben. Bij een voorgenomen benoeming zal
                            voor het vaststellen van de benoemingstermijn het leeftijdscriterium wel
                            worden gewogen. </al><al>Lid 1</al><al>In deze verordening wordt voor de bezwaarschriftencommissie sociale
                            zekerheid en de algemene bezwaarschriftencommissie afgezien van de
                            mogelijkheid tot het benoemen van plaatsvervangende leden. In de vorige
                            verordeningen bestond die mogelijkheid wel. De achterliggende gedachte
                            is de volgende. Het regelmatig een bijdrage geven aan het commissiewerk
                            door de leden bevordert de ervaring, betrokkenheid bij het commissiewerk
                            en de deskundigheid. De praktijk leert dat plaatsvervangende leden in
                            sommige periodes heel weinig een zitting van de commissie bijwonen. Dat
                            heeft tot gevolg dat de aansluiting op wat er in de commissie omgaat, de
                            ervaring met het werken in een commissie en de ontwikkeling van algemene
                            basiskennis niet optimaal tot bloei kan komen. Gekozen is daarom voor 2
                            extra leden per commissie (minimaal zijn, op grond van de wet naast de
                            (vice-)voorzitter twee leden - per kamer - nodig). Door gebruik te maken
                            van een vergaderrooster kunnen alle leden in beginsel evenveel
                            vergaderingen bijwonen. Bij onvoorziene omstandigheden en bij ziekte van
                            één van de leden kan op deze wijze adequaat en snel worden voorzien een
                            optimale vervanging. </al><al>Lid 2</al><al>Voor de bezwaarschriftencommissie personele aangelegenheden wordt die
                            regeling niet gehanteerd. De achterliggende gedachte hiervoor is de
                            volgende. De bezwaarschriftencommissie personele aangelegenheden
                            vergadert als regel 10 maal per jaar. Het criterium van roulerende leden
                            die met enige regelmaat het commissiewerk gestalte geven kan hier niet
                            voldoende tot wasdom komen. De leden zouden op deze wijze redelijkerwijs
                            slechts 5 maal per jaar een vergadering bijwonen. Dat is te weinig om te
                            kunnen spreken van ervaring. Om die reden blijft bij deze commissie het
                            systeem van plaatsvervangers voor de leden overeind. De kans dat een
                            beroep wordt gedaan op deze plaatsvervangers is in de praktijk vrij
                            gering. Het komt veel voor dat leden van een bezwaarschriftencommissie
                            personele aangelegenheden in meerdere gemeenten of bij andere overheden
                            in een dergelijke commissie participeren. Er zal bij de selectie van
                            plaatsvervangende leden, voor zover mogelijk, daarom vooral ook worden
                            gelet op hun ervaring als lid van een andere personele
                            bezwaarschriftencommissie.</al><al>Voor het benoemen van een vice-voorzitter is bij de
                            bezwaarschriftencommissie personele aangelegenheden evenmin gekozen. De
                            belangrijkste reden is dat deze commissie vanwege de relatief weinige
                            zaken die jaarlijks op de agenda komen, geen noodzaak heeft om zich in
                            Kamers op te splitsen. De kans dat de voorzitter niet tijdens een
                            zitting aanwezig kan zijn, is in de staande praktijk vrijwel te
                            verwaarlozen. Om die reden wordt ervoor gekozen dat bij afwezigheid van
                            de voorzitter één van de twee leden hem vervangt. Vanzelfsprekend wordt
                            er in die situatie naar gestreefd dat het plaatsvervangende lid in die
                            vergadering wel aanwezig kan zijn, waardoor de commissie dan ook weer
                            uit drie personen bestaat. Het wordt aan de commissie zelf overgelaten
                            om bij afwezigheid van de voorzitter zelf een vice-voorzitter aan te
                            wijzen. </al><al>Lid 3/4/5</al><al>Doelstelling is om een van de raad, de raadscommissies, het college en
                            het ambtelijke apparaat onafhankelijke voorzitter en vice-voorzitter te
                            benoemen. Deze regeling is niet nieuw. De huidige twee commissies kennen
                            al enige tijd een onafhankelijke voorzitter. De wet schrijft namelijk
                            een van het bestuursorgaan onafhankelijke voorzitter voor. Uitdrukkelijk
                            zijn ook leden van een “bestuurscommissie” als bedoeld in artikel 83 van
                            de Gemeentewet (bijvoorbeeld de commissie primair openbaar onderwijs de
                            Basis en voorheen de indicatiecommissie ingevolge de AWBZ) uitgesloten
                            van het voorzitterschap. </al><al>Raads- en collegeleden, leden van een bestuurscommissie en ambtenaren
                            worden in deze verordening eveneens uitgesloten van het lidmaatschap van
                            een bezwaarschriftencommissie. Dit alles tegen de achtergrond van de wet
                            en om de onafhankelijkheid van het advieswerk zo goed mogelijk te
                            waarborgen. De wetgever verbiedt overigens niet dat raadsleden in een
                            bezwaarschriftencommissie participeren. In de eerder aangehaalde nota
                            professionalisering afdoening bezwaarschriften is de keus gemaakt geen
                            raadsleden in bezwaarschriftencommissies zitting te laten nemen.</al><al>Lid 6</al><al>Uitgangspunt is dat een deel van de commissieleden wordt gevormd door
                            personen, die op de verkiezingslijst staan en daarmee een binding hebben
                            met een politieke partij. De hierboven genoemde nota professionalisering
                            afdoening bezwaarschriften heeft onder meer als uitgangspunt dat
                            bestuurlijke kennis en affiniteit één van de dragers van het
                            commissiewerk is. Personen die als raadscommissielid, geen raadslid
                            zijnde, in functie zijn en personen die op de verkiezingslijst staan,
                            kunnen op basis van die benoeming en/of plaatsing lid van een
                            bezwaarschriftencommissie worden. Het is de bedoeling dat hiervoor bij
                            benoeming in vacatures (drie per commissie) een functieprofiel wordt
                            opgesteld, aan de hand waarvan de raadscommissie VFAB met een voordracht
                            tot benoeming komt aan het college voor dit deel van de commissieleden. </al><al>De selectie van deze kandidaten voor deze voordracht wordt hiermee
                            indirect in handen van de raad gelegd. </al><al>De andere leden van de commissie, per commissie eveneens drie, worden
                            ook benoemd op basis van een functieprofiel. In principe zullen deze
                            leden worden geworven door middel van een advertentie, waarin naast de
                            eisen in het functieprofiel ook eisen over vakinhoudelijke kennis worden
                            gesteld.</al><al>Een zelfde procedure zal overigens ook voor de selectie van de
                            (vice-)voorzitters worden toegepast. </al><al>In de situatie dat vanuit de raadscommissie (geen raadslid zijnde) of de
                            kieslijst onvoldoende kandidaten door de raadscommissie VFAB kunnen
                            worden voorgedragen, kan op grond van het criterium ”bijzondere
                            situatie” worden voorzien in het benoemen van één of enkele “extra
                            onafhankelijke leden”. Uiteraard zullen hierbij zeker de eisen
                            “bestuurlijke kennis en affiniteit” worden gehanteerd naast de voor deze
                            leden geldende criteria van deskundigheid.</al><al>Lid 7</al><al>In de huidige structuur wordt één (plv.) lid van de
                            bezwaarschriftencommissie aangewezen door de Commissie voor
                            Georganiseerd overleg (GO) en één (plv.) lid door het college. Beide
                            (plv.) leden wijzen een (plv.) voorzitter aan. Het is niet meer van deze
                            tijd om leden van een adviescommissie aan een bestuursorgaan door derden
                            te laten aanwijzen. Bovendien kan het allerlei juridische complicaties
                            oproepen. Het stelsel van de Gemeentewet gaat er van uit dat elk
                            bestuursorgaan zelf voorziet in de benoeming van de leden van een
                            adviescommissie. In dat systeem past overigens wel een voordracht. Lid 6
                            van dit artikel van deze regeling is daarvan een voorbeeld. </al><al>In ons rechtsbestel is ten aanzien van de ambtelijke rechtspositie voor
                            vakbonden een taak weggelegd, die onder meer in het georganiseerde
                            overleg tot uitdrukking komt. Met erkenning van die rol en rekening
                            houdend met de Gemeentewet en de Awb is in deze bezwaarschriftenregeling
                            gekozen voor een procedure voor de bemensing van de commissie, die
                            aansluit bij de andere twee bezwaarschriftencommissies. Een
                            onafhankelijke voorzitter, een (plv.) lid op voordracht van het GO en
                            een onafhankelijk (plv.) lid. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Deze bepaling wijkt niet af van de huidige regelingen: het college wijst
                            de secretaris aan. Voor de inhoudelijke verantwoording voor het
                            commissiewerk zijn betrokkenen verantwoording verschuldigd aan de
                            commissie. Rechtspositioneel en qua ambtelijke leiding vallen ze onder
                            de reguliere gemeentelijke regelingen. </al><al>De secretarisfunctie is ondergebracht bij de Concernstaf. De logistieke
                            ondersteuning vindt plaats door de concernstaf (algemene
                            bezwaarschriftencommissie) en de dienst Inwonerszaken
                            (bezwaarschriftencommissie soc. zekerheid). De verantwoordelijkheid voor
                            een goede logistieke en administratieve ondersteuningzorg van de
                            secretarisfunctie wordt in dit artikellid tot uitdrukking gebracht door
                            deze niet bij de secretaris van de commissie neer te leggen, maar bij
                            het college. Het college zal deze verantwoordelijkheid op haar beurt bij
                            de hoogste ambtenaar, de gemeentesecretaris, neerleggen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>Dit artikel heeft betrekking op twee van de drie commissies: n.l. de
                            bezwaarschriftencommissie sociale zekerheid en de algemene
                            bezwaarschriftencommissie.</al><al>Leden 1 en 2 </al><al>In Arnhem wordt in beide bezwaarschriftencommissies al enige jaren
                            gewerkt met twee kamers. Deze praktijk wordt in de nieuwe verordening
                            gecontinueerd door de commissie de mogelijkheid te geven zich op te
                            splitsen. </al><al>De wet schrijft voor dat een bezwaarschriftenadviescommissie en dus ook
                            een kamer, bestaat uit minimaal een voorzitter en twee leden. Een
                            grotere omvang kan, maar is niet noodzakelijk. In de nota
                            professionalisering bezwaarschriftencommissies is nadrukkelijk gekozen
                            voor de wettelijk minimale omvang. De reden hiervoor is naast de
                            praktische (als het met minder even goed kan) ook dat de bezwaarde niet
                            wordt geconfronteerd met een “overmacht aan personen” achter de
                            tafel.</al><al>Lid 3</al><al>Het is de bedoeling dat alle leden van de commissie met dezelfde
                            frequentie aan het commissiewerk gaan deelnemen. Om die reden is
                            afgezien van het benoemen van plaatsvervangende leden. Leden worden
                            daarom in de commissie en niet in een kamer benoemd. Dat schept de
                            mogelijkheid dat in het vergaderschema leden wisselend in beide kamers
                            kunnen worden ingeroosterd. </al><al>De indeling respectievelijk inroostering zelf wordt aan de commissie
                            overgelaten.</al><al>Lid 4</al><al>In de praktijk kan het een enkele keer voorkomen, dat een
                            (vice-)voorzitter niet aan de vergadering kan deelnemen (bv. plotselinge
                            ziekte). Dit artikel voorziet erin dat in die situatie het
                            onafhankelijke lid de vergadering voorzit.</al><al>Lid 5</al><al>Dit artikellid geeft, net als in de bestaande verordening, de
                            mogelijkheid dat een kamer in bijvoorbeeld zeer complexe zaken de
                            advisering in handen kan leggen van de volledige
                            bezwaarschriftencommissie. Het zal duidelijk zijn dat hiervan bij grote
                            uitzondering gebruik zal worden gemaakt.</al><al>Lid 7</al><al>Dit artikellid is bedoeld om minimaal één keer per jaar gezamenlijk te
                            vergaderen. Daarbij wordt in eerste instantie gedacht aan de
                            vaststelling van het jaarverslag van de commissies. Vanzelfsprekend
                            kunnen daarin ook zaken als vergaderschema, rooster van aftreden en
                            dergelijke aan de orde komen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Lid 1 en 2</al><al>Ervaring is een goede zaak. Er moet voor gewaakt worden dat de positieve
                            effecten van veel ervaring in een functie omslaan in het te lang op de
                            zelfde stoel zitten en mogelijk daardoor verlies aan scherpte.</al><al>Daarom is een bepaling opgenomen dat voorzitters maximaal 6 en 3 jaar in
                            functie kunnen zijn. Voor leden geldt de termijn van maximaal 2 maal 3
                            jaar. </al><al>Om te voorkomen dat gelijktijdig vrijwel en hele commissie aftreedt, zal
                            een rooster van aftreden worden opgesteld door het college, gehoord de
                            commissie. De bedoeling is dat hierdoor periodiek (eens in de drie jaar)
                            de helft van de commissieleden aftredend is. Eenmalige herbenoeming kan
                            plaatsvinden. Om tot een goed schema te kunnen komen, kan het wellicht
                            noodzakelijk zijn dat een kortere benoemingstermijn wordt
                            gehanteerd.</al><al>Ditzelfde zal gelden voor het rooster van aftreden van de voorzitters en
                            alle plaatsvervangers.</al><al>Lid 3</al><al>De bepaling voorziet in het tussentijdse ontslag van de
                            (vice-)voorzitters en de leden op eigen verzoek.</al><al>Het indien noodzakelijk ongevraagd ontslag krijgen of schorsing is
                            geregeld in artikel 3, lid 1.</al><al>Lid 4</al><al>Om te voorkomen dat het commissiewerk door gebrek aan quorum niet
                            mogelijk is, is hier de bepaling uit de oude verordening overgenomen dat
                            betrokkenen in functie blijven tot het moment, dat in de opvolging is
                            voorzien. Dit schept wel de verplichting voor het college om tijdig in
                            de (her) benoeming bij vacatures te voorzien en de
                            “demissionaire”periode zoveel mogelijk te beperken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Dit artikel is vervallen bij raadsbesluit van 24 november 2008, doc.nr
                            2008.0.076.261, inwerking getreden op 01 januari 2009. Bij dit besluit
                            is de verordening vergoeding adviescommissies college en burgemeester,
                            vastgesteld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Lid 1</al><al>Alle bezwaarschriften worden in het postinschrijfsysteem geregistreerd.
                            Voor de bewijslast dat bezwaarschriften tijdig zijn ingediend is het
                            noodzakelijk dat de datum van ontvangst op het bezwaarschrift zelf door
                            middel van een stempel wordt aangegeven. </al><al>Lid 2 en 3</al><al>Deze artikelleden leggen vast dat de dienst die verantwoordelijk is voor
                            de inhoudelijke behandeling van de aangevallen beslissing het dossier
                            tijdig aan de commissie ter hand stelt. Daarbij hoort ook een
                            verweerschrift. De werkafspraak is gemaakt dat een verweerschrift als
                            regel binnen uiterlijk 4 weken na ontvangst van het bezwaarschrift aan
                            de bezwaarschriftencommissie wordt toegezonden.</al><al>Lid 4</al><al>Deze bepaling is opgenomen om bezwaarde tijdig te informeren welke
                            commissie de hoorzitting houdt en het bestuursorgaan adviseert over het
                            bezwaarschrift. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Het betreft hier een mandaatbesluit om namens het bestuursorgaan de
                            volgende handelingen te </al><al>verrichten:</al><lijst><li nr="-"><al>het verlangen van een schriftelijke machtiging als een bezwaarde
                                    zich laat vertegenwoordigen;</al></li><li nr="-"><al>het gelegenheid bieden tot herstel van verzuim inzake
                                    ontvankelijkheidaspecten (bijv. ontbreken van adres, niet
                                    aangeven tegen welk besluit het bezwaarschrift zich richt
                                    etc.);</al></li><li nr="-"><al>het toesturen van alle relevante bescheiden aan de
                                    gemachtigde;</al></li><li nr="-"><al>het minimaal één week voor de zitting voor bezwaarde ter inzage
                                    leggen van het dossier tenzij er gewichtige reden zijn dit niet
                                    te doen;</al></li><li nr="-"><al>bij het afzonderlijk horen van bezwaarden om gewichtige reden
                                    afzien van het toesturen van het verslag van de hoorzittingen
                                    aan beide partijen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Hier wordt de bevoegdheid aan de commissievoorzitter gegeven om
                            inlichtingen in te (laten) winnen en eventueel derden deskundigen in te
                            schakelen. Vanwege de daaraan verbonden budgettaire gevolgen is voor het
                            doen van uitgaven op dit punt de voorafgaande instemming van het college
                            noodzakelijk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>De wet biedt in een aantal concreet omschreven gevallen de mogelijkheid
                            om een hoorzitting achterwege te laten. Het betreft hier kennelijk niet
                            ontvankelijke en kennelijk ongegronde bezwaarschriften. Ook kan van het
                            horen worden afgezien als belanghebbenden hebben verklaard van de
                            mogelijkheid van een horzitting geen gebruik te willen maken. In dit
                            artikel wordt de voorzitter bevoegd verklaard te beslissen dat in die
                            gevallen geen hoorzitting wordt gehouden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>Dit artikel moet worden gezien als het integriteitgebod. Hierin is
                            vastgelegd dat commissieleden en voorzitters zich onthouden van het
                            deelnemen aan vergaderingen en advisering in zaken waarin ze partij
                            kunnen zijn. Dat kan zijn een bloed- of aanverwantschap, het onderhouden
                            van zakelijke contacten met bezwaarde, etc.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>Het uitgangspunt is dat de hoorzittingen in het openbaar plaatsvinden.
                            Dit is in de regeling voor alle bezwaarschriftencommissies het geval.
                            Dit is het uitgangspunt van de wet. Dat vindt ook toepassing bij de
                            behandeling van beroepschriften tegen gemeentelijke besluiten bij de
                            Rechtbank, de Centrale Raad van beroep en de Afdeling
                            Bestuursrechtspraak van de Raad van State. </al><al>Dit laatste betekent niet dat de vergaderstukken openbaar zijn. Deze
                            zijn volgens de bepalingen van de wet in beginsel beschikbaar voor
                            belanghebbende en diens vertegenwoordiger. Deze gedragslijn blijft voor
                            alle commissies in de toekomst gehandhaafd.</al><al>In zeer bijzondere gevallen heeft de commissie op grond van dit artikel
                            de bevoegdheid de behandeling van agendapunten achter gesloten deuren te
                            laten plaatsvinden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>Het artikel regelt de wijze van verslaglegging en is een nadere
                            uitwerking van de wettelijke bepalingen dienaangaande.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al>In de periode tussen de hoorzitting en het uitbrengen van advies kan
                            behoefte bestaan aan een nader onderzoek. Hierin voorziet dit
                            artikel.</al><al>De resultaten hiervan worden aan verweerder en bezwaarde en de
                            commissieleden voorgelegd. Elk van de drie instanties kan vervolgens
                            vragen opnieuw een hoorzitting te houden. De voorzitter beslist of een
                            dergelijke tweede hoorzitting wordt gehouden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al>Het commissieberaad en de opstelling van de advisering aan het
                            bestuursorgaan vindt altijd achter gesloten deuren plaats. Uit
                            praktische overwegingen is vastgelegd dat het advies steeds een concreet
                            voorstel moet bevatten voor de te nemen beslissing. </al><al>Ten teken dat het advies de juiste weergave is van de besluitvorming in
                            de commissie, wordt de ondertekening van voorzitter en secretaris
                            voorgeschreven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><al>Hier is vastgelegd dat het bestuursorgaan niet alleen het advies
                            ontvangt, maar ook het verslag van de hoorzitting en de eventueel andere
                            informatie die de commissie heeft gekregen of ingewonnen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al>De commissie rapporteert jaarlijks over haar bevindingen. Sinds de
                            invoering van het burgerjaarverslag heeft de burgemeester een taak in
                            het rapporteren over de zorgvuldige afdoening van bezwaarschriften. In
                            dit artikel is geregeld dat de relevante informatie door de commissie
                            aan de drie bestuursorganen wordt geleverd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>t/m 23</titel></kop><al>Deze artikelen spreken voor zich. De huidige personele
                            bezwaarschriftenregeling dient te worden ingetrokken om te voorkomen,
                            dat er twee regelingen gelden. Vanwege het hanteren van één nieuwe
                            regeling is het noodzakelijk dat ook de bestaande
                            bezwaarschriftenverordening voor de bezwaarschriftencommissie sociale
                            zekerheid en de algemene bezwaarschriftencommissie wordt ingetrokken. De
                            nieuwe regeling kan op basis van de wetgeving pas in werking treden
                            nadat deze behoorlijk is afgekondigd. Vandaar dat de inwerkingtreding 10
                            dagen na publicatie plaatsvindt.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>