<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR1976_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en verlening van vergunningen voor het parkeren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hoogeveen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoogeveen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hgv.Crt. 20-06-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet 1994, art. 2a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-04-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-06-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>07.00064</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>openbare orde, zedelijkheid, gezondheid, veiligheid, volkshuisvesting en milieu</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>1) Overgangsbepalingen: artikel 12.</al><al>2) De regeling vervangt de Parkeerverordening 1998.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en verlening van vergunningen voor het parkeren</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Hoogeveen; gelezen het voorstel van Burgemeester en
                        Wethouders; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2a van de
                        Wegenverkeerswet 1994;</al><al>Besluit vast te stellen de</al><al><vet>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en verlening van
                            vergunningen voor het parkeren. </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I.</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26
                                    juli 1990, Staatsblad 459;</al></li><li nr="b."><al>Motorrijtuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in de
                                    Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al>Parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig
                                    is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen
                                    van personen danwel het onmiddellijk laden of lossen van zaken,
                                    op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer
                                    openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten
                                    staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden.
                                </al></li><li nr="d."><al>Houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                    voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                    motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de
                                    Wegenverkeerswet 1994, aangehouden register van opgegeven
                                    kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het
                                    voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het
                                    parkeren in het register was ingeschreven;</al></li><li nr="e."><al>Parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip
                                    van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke
                                    opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;
                                </al></li><li nr="f."><al>Parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij
                                    parkeerapparatuur;</al></li><li nr="g."><al>Belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die </al><lijst><li nr="1."><al>is aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990,
                                            of </al></li><li nr="2."><al>gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E10(E9)
                                            uit bijlage I van het RVV 1990 voorzover deze plaats
                                            niet is uitgezonderd; </al></li><li nr="3."><al>van gemeentewege is gemarkeerd voor het parkeren door
                                            vergunninghouders; </al></li></lijst></li><li nr="h."><al>Vergunning: een door Burgemeester en Wethouders verleende
                                    vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorrijtuig
                                    te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of
                                    belanghebbendenplaatsen; </al></li><li nr="i."><al>Vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een
                                    vergunning is verleend. </al></li><li nr="j."><al>Kort-parkeren: het parkeren op de daartoe aangewezen straten en
                                    pleinen met een maximale parkeerduur van ten hoogste drie uur;
                                </al></li><li nr="k."><al>Lang-parkeren: het parkeren op de daartoe aangewezen straten en
                                    pleinen met een parkeerduur van langer dan drie uur; </al></li><li nr="l."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling II. Vergunningen, vergunningbewijzen en plaatsen voor
                            vergunninghouders </label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2. </label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor
                                    parkeren door vergunninghouders.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren
                                    aan vergunninghouders is toegestaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college verleent op verzoek vergunning voor het parkeren op
                                    belanghebbendenplaatsen aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de eigenaar of houder van een motorrijtuig, indien deze
                                            woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen
                                            aanwezig zijn. Per adres wordt maximaal één
                                            bewonersvergunning verstrekt en wel op voorwaarde dat
                                            men niet de beschikking heeft over parkeergelegenheid op
                                            eigen terrein, en/of</al></li><li nr="b."><al>degene die woont in een gebied waar
                                            belanghebbendenparkeerplaatsen zijn, ten behoeve van het
                                            parkeren van het motorrijtuig van degene die de
                                            vergunninghouder bezoekt. Per adres wordt maximaal één
                                            bezoekersvergunning verstrekt.</al></li></lijst></li></lijst><al>Per adres worden derhalve maximaal twee parkeervergunningen
                            verstrekt.</al><lijst><li nr="2."><al>Het college verleent op verzoek vergunning voor het parkeren op
                                    pleinen waar betaald lang parkeren geldt, aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de eigenaar of houder van een motorrijtuig, indien deze
                                            woont in een gebied waar parkeerapparatuurplaatsen
                                            aanwezig zijn. Per adres wordt maximaal één
                                            bewonersvergunning verstrekt en wel op voorwaarde dat
                                            men niet de beschikking heeft over parkeergelegenheid op
                                            eigen terrein, en/of</al></li><li nr="b."><al>iedere eigenaar of houder van een motorrijtuig indien
                                            deze regelmatig in het centrum wil parkeren bij
                                            parkeerapparatuurplaatsen, te noemen een
                                            jaarvergunning.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan in bijzondere gevallen ook een vergunning
                                    verlenen aan eigenaren of houders van motorrijtuigen die niet
                                    voldoen aan de voorwaarden zoals genoemd onder 1a, 1b of
                                    2a.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen
                                    verbinden met betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>de te gebruiken parkeerplaatsen</al></li><li nr="b."><al>de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is</al></li><li nr="c."><al>de goede verdeling van de beschikbare
                                            parkeerruimte.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr></kop><al>Het college kan, met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden
                            van dit artikel, regels geven voor het aanvragen en verlenen van een
                            vergunning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning wordt voor ten hoogste vijf jaar verleend. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>het adres van de vergunninghouder of het kenteken van het
                                        motorrijtuig waarvoor de vergunning is verleend.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr></kop><al>Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen: </al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder; </al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder niet meer woont in het gebied
                                    waarvoor de vergunning is verleend, of het daar uitgeoefende
                                    beroep of bedrijf beëindigt; </al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                    omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                    vergunning; </al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen
                                    komt te vervallen; </al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                    vergunning verbonden voorschriften; </al></li><li nr="f."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
                                    gegevens zijn verstrekt; </al></li><li nr="g."><al>om redenen van openbaar belang. </al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III.</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>[vervallen]</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr></kop><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                            middelen, danwel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op
                            de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan
                                aldaar een motorrijtuig te parkeren of geparkeerd te houden:</al><al>a. zonder vergunning;</al><al>b. zonder dat het voertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de
                                vergunning;</al><al>c. in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel. </al><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III. van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van
                            de eerste categorie. </al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V.</nr><titel>Overgang- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr></kop><al>Met de opsporing van overtredingen van deze verordening zijn, behalve de
                            in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde
                            opsporingsambtenaren, de door het college aangewezen ambtenaren belast.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang
                                    wordt ingetrokken de Parkeerverordening 1998 met dien verstande
                                    dat zij van toepassing blijft op de feiten die zich voor die
                                    datum hebben voorgedaan. </al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na
                                    bekendmaking. </al></li><li nr="3."><al>Vergunningen die zijn verleend krachtens de Parkeerverordening
                                    1998, worden geacht te zijn verleend krachtens deze verordening.
                                </al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Parkeerverordening
                                    2007. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Hoogeveen, gehouden op 5 april 2007.</al></slotformulering><ondertekening>
          De griffier, de voorzitter,
        </ondertekening><ondertekening>
           J.P. Wind, W.P.M. Urlings
        </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>