<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR197527_1</dcterms:identifier><dcterms:title>2011-39 Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Maassluis</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Maassluis</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Schakel</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=229">Gemeentewet, art. 229</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging tarieven</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>ADV-11-00239</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>2011-39 Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Maassluis;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 29 november 2011
                        tot het vaststellen van de tarieven belastingen en heffingen 2012,
                        zaaknummer Z-11-01634, registratienummer ADV-11-00239</al><al/><al>gelet op het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a van
                        de Gemeentewet;</al><al/><al><vet><onderstreept>besluit:</onderstreept></vet></al><al/><al>vast te stellen de:</al><al>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2012.</al><al><cursief>(Verordening rioolheffing 2012)</cursief></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr=""><al>a. perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig
                                gedeelte daarvan;</al><al/></li><li nr=""><al>b. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente;</al><al/></li><li nr=""><al>c. verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                waterbedrijf betrekking heeft;</al><al/></li><li nr=""><al>d. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater
                                of grondwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr=""><al>a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater; en</al><al/></li><li nr=""><al>b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven:</al><lijst><li nr=""><al>a. van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot
                                    heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel
                                    dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke
                                    riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en</al><al/><al>b. van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of
                                    indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder
                                    te noemen: gebruikersdeel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een
                            onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar
                            als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat
                            hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker
                            aangemerkt:</al><lijst><li nr=""><al>a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al
                                    dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikt;</al></li><li nr=""><al>b. ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als
                                    bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat
                                    gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per
                                perceel.</al></li><li nr="2."><al>Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters
                                water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al></li><li nr="3."><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
                                meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het einde
                                van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel
                                is toegevoerd of opgepompt.</al></li><li nr="4."><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                pompinstallatie zijn voorzien van een:</al></li><li nr=""><al/><al>a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden
                                afgelezen, of</al></li><li nr=""><al>b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan
                                worden afgelezen.</al></li></lijst><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                        hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke
                        bepaling.</al><al/><lijst><li nr="5."><al>De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                                opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet
                                is afgevoerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het eigenarendeel bedraagt € 163,-</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gebruikersdeel bedraagt voor elke volle eenheid van één kubieke
                            meter afvalwater:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>€ 0,4209 per eenheid vanaf 1.000 m<sup>3</sup> tot 10.000
                            m<sup>3</sup>;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>€ 0,1166 per eenheid vanaf 10.000 m<sup>3</sup> tot 100.000
                            m<sup>3</sup>;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>€ 0,1432 per eenheid vanaf 100.000 m<sup>3</sup> tot 1.000.000
                            m<sup>3</sup>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor het
                        gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen met betrekking tot het eigenarendeel worden betaald
                            in drie gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag
                            van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                            aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een
                            maand later. Een uitzondering hierop vormt de aanslag met betrekking tot
                            het gebruikersdeel, die moet worden betaald in één termijn die vervalt
                            op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening
                            van het aanslagbiljet is vermeld</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, ingeval
                            machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaalbedrag van
                            de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen gemeentelijke heffingen
                            minimaal € 2,50 of maximaal € 6.000,00 bedraagt, de aanslagen moeten
                            worden betaald in 10 gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de
                            laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van
                            het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens
                            een maand later, dit met in achtneming van het bepaalde in artikel 11
                            lid 3 van de Regeling Automatische Incasso Gemeentelijk Belastingen.
                            Indien bovengenoemde aanslagen in maart of later in het belastingjaar
                            worden opgelegd, is het aantal betaaltermijnen gelijk aan de nog in het
                            desbetreffende belastingjaar overblijvende volle kalendermaanden, met
                            een minimum van drie termijnen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het tweede lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt
                            geacht niet te zijn verleend indien drie van de tien termijnen niet zijn
                            betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de
                            belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen één maand na
                            afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de betaaltermijnen als
                            bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene Termijnwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden
                            gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vrijstelling</titel></kop><al>De rioolheffing wordt niet geheven voor:</al><lijst><li nr="a."><al> gebouwde eigendommen, die uitsluitend zijn bestemd voor de openbare
                                eredienst of voor hethouden van openbare bezinningsbijeenkornsten,
                                uitgaande van rechtspersoonlijkheid bezittende genootschappen op
                                geestelijke grondslag;</al><al/></li><li nr="b."><al> de op begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria aanwezige
                                onroerende zaken met hun gebouwde aanhorigheden, met uitzondering
                                van woningen;</al><al/></li><li nr="c."><al> ongebouwde eigendommen;</al><al/></li><li nr="d."><al> openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per
                                rail, een en ander met inbegripvan kunstwerken;</al><al/></li><li nr="e."><al> waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd
                                door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                rechtspersonen;</al><al/></li><li nr="f."><al> rioleringswerken en onroerende zaken die zijn bestemd voor de
                                zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door
                                organen, instelling of diensten van publiekrechtelijke
                                rechtspersonen;</al><al/></li><li nr="g."><al> garageboxen en transformatorhuisjes;</al><al/></li><li nr="h."><al> eigendommen in aanbouw.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kwijtschelding.</titel></kop><al>Bij de invordering van rioolheffing wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ' Verordening op de heffing en invordering van rioolrechten 2011'
                                van 14 december 2010, wordt ingetrokken met ingang van de in het
                                derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
                                verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die
                                zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de derde dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening rioolheffing
                                2012'.</al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Maassluis, gehouden op 13 december 2011, de griffier, de voorzitter, mr. R.
                        van der Hoek drs. J.A. Karssen</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>