<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR19699_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Uitvoeringsregeling subsidievoorwaarden Gemeentelijke Gezondheidsdienst 2004</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rotterdam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rotterdam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2003-195</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Uitvoeringsregeling subsidievoorwaarden Gemeentelijke Gezondheidsdienst 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening Algemene Subsidievoorwaarden 2001, art. 5, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening Algemene Subsidievoorwaarden 2001, art. 5, lid 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-11-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Voorstel van het hoofd van dienst van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst, 28 november 2003, GGD-80607</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>2003-195</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Uitvoeringsregeling subsidievoorwaarden Gemeentelijke Gezondheidsdienst
            2004</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Burgemeester en wethouders van Rotterdam,</al><al>Gelezen het voorstel van het hoofd van dienst van de Gemeentelijke
                        Gezondheidsdienst, 28 november 2003, GGD-80607;</al><al>overwegende dat er gronden zijn om de Uitvoeringsregeling
                        subsidievoorwaarden Gemeentelijk Gezondheidsdienst op te stellen;</al><al>gelet op artikel 5, eerste en tweede lid, Verordening algemene
                        subsidievoorwaarden 2001;</al><al>Besluiten:</al><al>vast te stellen de hierna volgende “Uitvoeringsregeling subsidievoorwaarden
                        Gemeentelijke Gezondheidsdienst 2004”, luidende:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><afdeling><kop><label>TITEL</label><nr>1</nr><titel>INLEIDENDE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><table><tgroup cols="4"><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>In deze uitvoeringsregeling wordt verstaan
                                                  onder:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>bestuursorgaan:</al></entry><entry colname="col4"><al>het College;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>GGD:</al></entry><entry colname="col4"><al>Gemeentelijke Gezondheidsdienst Rotterdam en
                                                  omstreken;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>subsidie:</al></entry><entry colname="col4"><al>de aanspraak op financiële middelen binnen het
                                                  kader van deze regeling;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry colname="col3"><al>bestemmingsreserve:</al></entry><entry colname="col4"><al>een afgezonderd deel van het vermogen van een
                                                  subsidieontvanger dat een beperkte
                                                  bestedingsmogelijkheid kent die door het bestuur
                                                  van de subsidieontvanger wordt bepaald;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>e.</al></entry><entry colname="col3"><al>hoofdfinancier:</al></entry><entry colname="col4"><al>de subsidieverstrekker die, in geval van
                                                  meerdere financieringsbronnen ten minste de helft
                                                  van het totale subsidiebedrag verleent voor
                                                  hetzelfde doel of dezelfde activiteit;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>f.</al></entry><entry colname="col3"><al>Awb:</al></entry><entry colname="col4"><al>Algemene wet bestuursrecht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>g.</al></entry><entry colname="col3"><al>VAS:</al></entry><entry colname="col4"><al>Verordening algemene subsidievoorwaarden
                                                  2001;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>h.</al></entry><entry colname="col3"><al>Uitvoeringsregeling:</al></entry><entry colname="col4"><al>Uitvoeringsregeling subsidievoorwaarden
                                                  Gemeentelijke Gezondheidsdienst 2004.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De begripsbepalingen uit de VAS en de Awb hebben
                                                  dezelfde inhoud en betekenis in deze
                                                  uitvoeringsregeling, voor zover deze verordening
                                                  niet anders heeft bepaald.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><al>Deze uitvoeringsregeling is van toepassing op alle subsidieaanvragen
                                die betrekking hebben op de beleidsterreinen van de GGD.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidie kan worden verleend aan een rechtspersoon die zich
                                    zonder winstoogmerk ten doel stelt activiteiten te ontplooien
                                    betrekking hebbend op de beleidsterreinen van de GGD. In
                                    uitzonderlijke gevallen, zulks ter beoordeling van het
                                    bestuursorgaan, kan subsidie worden verleend aan een
                                    rechtspersoon die met winstoogmerk werkzaam is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan, in bijzondere gevallen en indien de aard
                                    van de te ontplooien activiteiten daartoe aanleiding geeft,
                                    besluiten subsidie te verlenen aan een natuurlijk persoon, aan
                                    een groep van natuurlijke personen, dan wel aan een
                                    rechtspersoon in oprichting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Begrotingsvoorbehoud</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidie krachtens het bepaalde in artikel 2 van deze regeling
                                    wordt verleend onder de voorwaarde dat in de definitieve
                                    gemeentebegroting voldoende financiële middelen beschikbaar
                                    worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze voorwaarde vervalt, indien het bestuursorgaan daar niet
                                    binnen vier weken na de vaststelling of goedkeuring van de
                                    begroting een beroep op heeft gedaan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>TITEL</label><nr> 2</nr><titel>SUBSIDIEVERLENING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Verzoek eenmalige subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 7 VAS wordt, voor zover van
                                    toepassing, bij de aanvraag voor het verkrijgen van een
                                    eenmalige subsidie, het volgende overlegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een duidelijke omschrijving van de activiteit waarop de
                                            aanvraag betrekking heeft, waarbij in ieder geval tot
                                            uiting komt het maatschappelijk probleem en de
                                            doelstelling waarop de activiteit is gericht;</al></li><li nr="b."><al>een begroting per activiteit, inclusief toelichting,
                                            waarbij alle kosten en opbrengsten aan de activiteit
                                            zijn toegerekend, inclusief de kosten voor personeel en
                                            accommodatie;</al></li><li nr="c."><al>een overzicht van andere inkomstenbronnen of andere
                                            lopende of nog in te dienen subsidieaanvragen voor
                                            dezelfde activiteit;</al></li><li nr="d."><al>een overzicht van de te heffen contributies en bijdragen
                                            of van de te hanteren tarieven of toegangsprijzen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan modellen vaststellen voor de bescheiden
                                    bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Verzoek structurele subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de artikel 8 VAS wordt, voor zover
                                    van toepassing, bij de aanvraag voor het verkrijgen van een
                                    structurele subsidie, het volgende overlegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een duidelijke omschrijving van de activiteit waarop de
                                            aanvraag betrekking heeft, waarbij in ieder geval tot
                                            uiting komt het maatschappelijk probleem en de
                                            doelstelling waarop de activiteit is gericht;</al></li><li nr="b."><al>een opgaaf van het aantal deelnemers, leden,
                                            contribuanten, donateurs, en dergelijke, waaruit kan
                                            worden opgemaakt voor welke groep subsidie wordt
                                            aangevraagd dan wel naar welke activiteit een indeling
                                            van deelnemers, leden, contribuanten, donateurs, en
                                            dergelijke, is op te maken;</al></li><li nr="c."><al>een totale begroting van baten en lasten, inclusief
                                            toelichting, van de subsidieontvanger voor het boekjaar
                                            waarin de activiteit wordt gepland waarvoor subsidie
                                            wordt aangevraagd;</al></li><li nr="d."><al>een werkplan en, indien in de afgelopen drie jaren
                                            dezelfde of in hoofdzaak dezelfde activiteit heeft
                                            plaatsgevonden, een verslag van de ontplooide
                                            activiteiten met een beschrijving van de gevolgde
                                            werkwijze en van het behaalde resultaat;</al></li><li nr="e."><al>een overzicht van de eventuele andere inkomstenbronnen
                                            of andere lopende of nog in te dienen subsidieaanvragen
                                            voor dezelfde activiteit;</al></li><li nr="f."><al>een overzicht van de te heffen contributies en bijdragen
                                            of van de te hanteren tarieven of toegangsprijzen;</al></li><li nr="g."><al>de jaarrekening met toelichting en de
                                            accountantsverklaring over het voorafgaande
                                            boekjaar;</al></li><li nr="h."><al>de statuten van de subsidieontvanger.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan modellen vaststellen voor de bescheiden
                                    bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Subsidiebeschikking</titel></kop><al>Een besluit tot verlening van subsidie bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een omschrijving van de activiteit waarvoor subsidie wordt
                                        verleend;</al></li><li nr="b."><al>de subsidievorm;</al></li><li nr="c."><al>de hoogte van het subsidiebedrag;</al></li><li nr="d."><al>indien er bevoorschot wordt, de wijze van
                                        bevoorschotting;</al></li><li nr="e."><al>de periode waarop de subsidieverlening betrekking
                                        heeft;</al></li><li nr="f."><al>de wijze waarop en de termijn waarbinnen een aanvraag tot
                                        subsidievaststelling moet worden ingediend.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>TITEL</label><nr> 3</nr><titel>VERPLICHTINGEN SUBSIDIEONTVANGER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht het bestuursorgaan in kennis
                                    te stellen van het voornemen tot statutenwijziging en de inhoud
                                    daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht het voornemen tot opheffing en
                                    ontbinding tenminste dertien weken voordat het definitieve
                                    besluit te dien aanzien wordt genomen ter kennis te brengen van
                                    het bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht de gesubsidieerde activiteit
                                    afdoende te verzekeren tegen wettelijke aansprakelijkheid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de financiële
                                    stukken gedurende een aaneengesloten periode van zeven
                                    kalenderjaren na afloop van het betreffende boekjaar beschikbaar
                                    blijven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De subsidieontvanger is, onverminderd het bepaalde in afdeling
                                    4.2.6 Awb, verplicht tot terugbetaling over te gaan indien:</al><lijst><li nr="a."><al>in strijd is gehandeld met een of meer van de in de
                                            subsidiebeschikking opgenomen voorwaarden of met de in
                                            de Awb, VAS of deze Uitvoeringsregeling opgenomen
                                            voorwaarden;</al></li><li nr="b."><al>de subsidieontvanger in staat van faillissement is
                                            verklaard;</al></li><li nr="c."><al>aan de subsidieontvanger surseance van betaling is
                                            verleend;</al></li><li nr="d."><al>conservatoir beslag is gelegd op het vermogen of een
                                            deel van het vermogen van de subsidieontvanger;</al></li><li nr="e."><al>de organisatie of de rechtspersoon van de
                                            subsidieontvanger wordt opgeheven;</al></li><li nr="f."><al>er sprake is van ernstige tekortkomingen in de wijze
                                            waarop de subsidieontvanger haar financiële middelen
                                            beheert;</al></li><li nr="g."><al>handelingen worden gedaan die strijdig zijn met de wet
                                            of die in strijd zijn met de in het maatschappelijk
                                            verkeer gangbare normen;</al></li><li nr="h."><al>de activiteiten of werkzaamheden van de
                                            subsidieontvanger worden beëindigt of de vestiging of
                                            werkzaamheden buiten de regio van de GGD
                                            verplaatst;</al></li><li nr="i."><al>de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens
                                            heeft verstrekt en kennis van de juiste gegevens tot een
                                            andere beslissing zou hebben geleid;</al></li><li nr="j."><al>er naar het oordeel van het bestuursorgaan andere
                                            dringende redenen zijn.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Vermogen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan een door de subsidieontvanger aangehouden
                                    bestemmingsreserve geheel of gedeeltelijk tot het vermogen van
                                    de subsidieontvanger rekenen, indien de hoogte of de aangegeven
                                    bestemming van de reserve naar het oordeel van het
                                    bestuursorgaan niet past in het doel van de verlening van de
                                    betreffende subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval er sprake is van meerdere subsidiestromen voor
                                    hetzelfde doel of dezelfde activiteit, waarbij het
                                    bestuursorgaan niet de hoofdfinancier is, worden de mutaties in
                                    het vermogen, de bestemmingsreserves en de voorzieningen
                                    evenredig toegerekend aan de verschillende inkomstenbronnen,
                                    tenzij deze mutaties direct aan de verschillende
                                    inkomstenbronnen kunnen worden toegerekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Toevoeging van ontvangen subsidiegelden aan het vermogen van een
                                    subsidieontvanger bedragen, na eventuele correcties op grond van
                                    het eerste lid, in enig jaar niet meer dan tien procent van de
                                    over dat jaar toegekende subsidie of som van subsidies, verleend
                                    door de gemeente Rotterdam.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan een subsidie over jaar x lager
                                    vaststellen, als blijkt dat het vermogen en de
                                    bestemmingsreserves tezamen aan het einde van het jaar
                                    voorafgaand aan jaar x, meer bedragen dan dertig procent van de
                                    subsidie of som van subsidies die aan het bestuursorgaan werd
                                    aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien het vermogen van een subsidieontvanger in enig jaar meer
                                    bedraagt dan veertig procent van de in dat jaar ontvangen
                                    subsidie of som van subsidies, verleend door de gemeente
                                    Rotterdam, dan kan verrekening van het meerdere
                                    plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij overschrijding van het gestelde in het derde lid kan het
                                    bestuursorgaan het bedrag voortvloeiende uit de overschreden
                                    norm betrekken in de subsidievaststelling.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien het maximum vermogen conform het derde lid lager is dan
                                    tienduizend euro wordt het maximum vastgesteld op tienduizend
                                    euro.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>TITEL</label><nr>4</nr><titel>BETALING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig het besluit of de
                                    beschikking tot subsidieverlening betaald onder verrekening van
                                    de betaalde voorschotten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het subsidiebedrag wordt binnen vier weken na de
                                    subsidieverlening betaald, tenzij bij het besluit of de
                                    beschikking tot subsidieverlening anders is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Voorschotten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger een voorschot
                                    verlenen, voor zover dit bij de beschikking tot
                                    subsidieverlening is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beschikking vermeldt het bedrag van het voorschot, de wijze
                                    waarop dit bedrag wordt bepaald en de termijnen waarin dit
                                    bedrag wordt betaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beschikking vermeldt de verhouding tussen de omvang van het
                                    totale voorschot en de hoogte van de toegekende subsidie.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Bijzondere bepalingen</titel></kop><afdeling><kop><label>TITEL</label><nr>1</nr><titel>FINANCIËLE VERANTWOORDING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Tussentijdse verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht twee maal per jaar, op de
                                    momenten genoemd in de beschikking tot subsidieverlening, een
                                    tussenrapportage te overleggen met een overzicht van de
                                    ontplooide activiteiten, een financiële verantwoording en een
                                    prognose.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het voorgaande lid is niet van toepassing als de
                                    subsidie wordt verleend in de vorm van een
                                    waarderingssubsidie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidieontvanger stelt het bestuursorgaan onmiddellijk
                                    schriftelijk op de hoogte, indien de gesubsidieerde activiteit
                                    niet doorgaat en betaalt de te veel ontvangen subsidie binnen
                                    vier weken terug aan de GGD.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Prestatieverantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger overlegt, als onderdeel van het verzoek om
                                    subsidievaststelling, na afloop van het kalenderjaar of tijdvak
                                    waarvoor subsidie is verleend of na afloop van de activiteit,
                                    een inhoudelijk verslag, alsmede een prestatieverantwoording
                                    waarin de geleverde prestaties worden verantwoord.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de prestatieverantwoording wordt opgenomen de confrontatie
                                    tussen prestatieafspraken volgens de subsidiebeschikking en de
                                    gerealiseerde prestaties met een door of namens het bestuur van
                                    de subsidieontvanger opgestelde analyse van belangrijke
                                    verschillen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing als de
                                    subsidie wordt verstrekt in de vorm van een
                                    waarderingssubsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Financiële verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na afloop van de activiteit of het tijdvak waarvoor een
                                    eenmalige subsidie is verleend, overlegt de subsidieontvanger
                                    voorts bij het verzoek om vaststelling van de subsidie, aan het
                                    bestuursorgaan een financieel verslag waaruit voldoende blijkt
                                    dat de activiteit heeft plaatsgevonden en hoe het subsidiebedrag
                                    is aangewend. Het verslag wordt door de subsidieontvanger
                                    ondertekend en gaat vergezeld van de van belang zijnde
                                    noodzakelijke bescheiden, ter beoordeling van het
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien subsidie is verleend voor een kalenderjaar dan omvat het
                                    verzoek tot vaststelling van de subsidie in ieder geval de
                                    jaarrekening, waarin opgenomen een balans, een
                                    exploitatierekening met per gesubsidieerde werksoort een
                                    toelichting, en een inhoudelijk verslag, waarbij de begroting
                                    vergelijkend cijfermateriaal wordt opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het tweede lid bedoelde jaarrekening geeft volgens de
                                    algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaglegging
                                    een getrouw, duidelijk en stelselmatig inzicht zodat een
                                    verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent:</al><lijst><li nr="a."><al>het vermogen en het exploitatiesaldo;</al></li><li nr="b."><al>de solvabiliteit en de liquiditeit van de
                                            subsidieontvanger.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing als
                                    de subsidie wordt verstrekt in de vorm van een
                                    waarderingssubsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Accountantscontrole</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een of meerdere subsidies zijn verstrekt aan een
                                    subsidieontvanger, die per subsidie of in totaal, verstrekt door
                                    de gemeente Rotterdam, meer bedragen dan vijfhonderdduizend
                                    euro, dan is de subsidieontvanger verplicht om een rapport van
                                    bevindingen en een accountantsverklaring als bedoeld in het
                                    tweede lid te overleggen aan het bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een of meerdere subsidies zijn verstrekt aan een
                                    subsidieontvanger, die per subsidie of in totaal, verstrekt door
                                    de gemeente Rotterdam, meer bedragen dan vijftigduizend euro,
                                    dan is de subsidieontvanger verplicht om een
                                    accountantsverklaring, als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Verordening Gedrags- en Beroepsregels Registeraccountants 1994,
                                    te overleggen aan het bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een of meerdere subsidies zijn verstrekt aan een
                                    subsidieontvanger, die per subsidie of in totaal, verstrekt door
                                    de gemeente Rotterdam, meer bedragen dan twintigduizend euro,
                                    dan is de subsidieontvanger verplicht om een
                                    beoordelingsverklaring, als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Verordening Gedrags- en Beroepsregels Registeraccountants 1994,
                                    te overleggen aan het bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een of meerdere subsidies zijn verstrekt aan een
                                    subsidieontvanger, die per subsidie of in totaal, verstrekt door
                                    de gemeente Rotterdam, minder bedragen dan twintigduizend euro,
                                    dan is de subsidieontvanger verplicht om een verklaring van de
                                    kascontrolecommissie of een door de voorzitter en penningmeester
                                    ondertekende declaratie te overleggen aan het
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van
                                    de in het eerste, tweede, derde of vierde lid bedoelde
                                    verklaring, mits er geen nadere voorwaarden zijn gesteld door de
                                    geldverstrekker.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>TITEL</label><nr>2</nr><titel>WAARDERINGSSUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Hoogte waarderingssubsidie</titel></kop><al>Een door het bestuursorgaan verleende waarderingssubsidie bedraagt
                                nooit meer dan vijfduizend euro. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>TITEL</label><nr>3</nr><titel>NIET NAKOMEN VERPLICHTINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Niet tijdig indienen aanvraag structurele subsidie</titel></kop><al>Indien de subsidieontvanger waarmee het bestuursorgaan een
                                structurele subsidierelatie onderhoudt, niet vóór 15 mei voorafgaand
                                aan het nieuwe subsidietijdvak haar verzoek om verlening van de
                                subsidie, dat voldoet aan de in deze regeling gestelde eisen, heeft
                                ingediend, kan het bestuursorgaan besluiten een korting van
                                tenminste vijf procent op het in dat jaar te verlenen subsidiebedrag
                                toe te passen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Niet tijdig indienen verzoek subsidievaststelling</titel></kop><al>Indien het verzoek om vaststelling van de subsidie niet tijdig is
                                ingediend, kan de subsidie ambtshalve worden vastgesteld, waarbij
                                een schatting wordt gemaakt van de kosten van de gesubsidieerde
                                activiteiten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Niet voldoen aan verplichtingen</titel></kop><al>In het besluit tot subsidieverlening wordt de subsidieontvanger erop
                                gewezen dat de subsidie lager kan worden vastgesteld, indien de
                                subsidieontvanger niet voldoet aan de aan de subsidie verbonden
                                verplichtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Beëindiging voortbestaan organisatie
                                    subsidieontvanger</titel></kop><al>Indien de rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie van de
                                subsidieontvanger waarmee de GGD een subsidierelatie heeft, van
                                rechtswege ophoudt te bestaan, hetzij door opheffing, door staking,
                                door faillissement, door fusie, of door welke andere oorzaak dan
                                ook, dan is de subsidieontvanger verplicht om naar rato van het
                                tijdvak waarvoor subsidie is verleend, de te veel ontvangen subsidie
                                per direct terug te betalen aan de GGD. </al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze uitvoeringsregeling is niet van toepassing op subsidies die
                                voor de inwerkingtreding zijn verleend of vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Vaststelling van voor inwerkingtreding van deze regeling toegekende
                                subsidies vindt plaats overeenkomstig de voor inwerkingtreding van
                                deze verordening geldende bepalingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2004.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze regeling kan worden aangehaald als: “Uitvoeringsregeling
                                subsidievoorwaarden Gemeentelijke Gezondheidsdienst 2004”.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van 28 november 2003.</al></slotformulering><ondertekening><functie>De Secretaris, </functie><naam><voornaam>N.</voornaam><achternaam>van Eck</achternaam></naam></ondertekening><ondertekening><functie>De Burgemeester, </functie><naam><voornaam> R.M. </voornaam><achternaam>de Faria, l.b.</achternaam></naam></ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Uitvoeringsregeling subsidievoorwaarden Gemeentelijke
                        Gezondheidsdienst 2004</titel></kop><al>De Uitvoeringsregeling subsidievoorwaarden Gemeentelijke Gezondheidsdienst 2004
                    (hierna: Uitvoeringsregeling GGD) omvat nadere regels gebaseerd op de
                    Verordening Algemene Subsidievoorwaarden 2001 (VAS 2001, Gemeenteblad 2001-96).
                    De VAS geldt als basisverordening voor het hele concern Rotterdam. Een van de
                    juridische uitgangspunten van de VAS is dat het gebruik van uitvoeringsregels
                    betekent dat maatwerk beschikbaar komt. In artikel 5 VAS is de ruimte gecreëerd
                    voor het bestuursorgaan om per beleidsonderdeel nadere regels vast te stellen in
                    de vorm van een zogenoemde uitvoeringsregeling.</al><al/><tussenkop>1. Algemene toelichting</tussenkop><al>De Uitvoeringsregeling GGD bevat de uitvoeringsregels die gelden voor de
                    subsidies die de Gemeentelijke Gezondheidsdienst Rotterdam en omstreken namens
                    Burgemeester en wethouders verstrekt op het terrein van Jeugd en Opvoeding en
                    Volksgezondheid. De beleidsvelden omvatten:</al><lijst><li nr="·"><al>Onderwijs en Jeugd;</al></li><li nr="·"><al>Volksgezondheid.</al></li></lijst><al>De Uitvoeringsregeling GGD vormt, samen met de Awb en de VAS het formele
                    wettelijk kader waarbinnen subsidieverlening binnen de GGD geschiedt. De
                    Uitvoeringsregeling GGD kan dan ook nooit op zichzelf worden gelezen, maar dient
                    altijd in samenhang met andere, formele regelgeving te worden bezien.</al><al>Samengevat vormen de volgende regelingen voor de GGD de basis bij de behandeling
                    van subsidieaanvragen:</al><lijst><li nr="·"><al>Algemene wet bestuursrecht (Awb);</al></li><li nr="·"><al>Verordening Algemene Subsidievoorwaarden 2001 (VAS);</al></li><li nr="·"><al>Uitvoeringsregeling subsidievoorwaarden Gemeentelijke Gezondheidsdienst
                            2004 (Uitvoeringsregeling Subsidies GGD).</al></li></lijst><al>Het gaat hierbij niet alleen om de beoordeling van aanvragen omtrent
                    subsidieverlening of subsidievaststelling, maar ook om betalingen,
                    terugvorderingen en mogelijkheden van bezwaar en beroep.</al><al>De Uitvoeringsregeling subsidievoorwaarden Gemeentelijke Gezondheidsdienst 2004
                    volgt de opbouw van de Verordening Algemene Subsidievoorwaarden 2001:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="17*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="37*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="46*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Inleidende bepalingen</al></entry><entry colname="col3"><al>Begripsbepalingen, subsidieverlening, verplichtingen
                                        subsidieontvanger en betaling</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 2</al></entry><entry colname="col2"><al>Bijzondere bepalingen</al></entry><entry colname="col3"><al>Financiële verantwoording, waarderingssubsidie en niet
                                        nakomen verplichtingen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 3</al></entry><entry colname="col2"><al>Overgangs- en slotbepalingen</al></entry><entry colname="col3"><al>Dit hoofdstuk voorziet in de slotbepalingen, waaronder de
                                        overgangsbepalingen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>2. Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepaling</tussenkop><al-groep><al>De in dit artikel opgenomen begripsbepalingen beogen de belangrijkste
                        begrippen van een omschrijving te voorzien. Aangezien de Uitvoeringsregeling
                        GGD alleen van toepassing is op subsidieaanvragen, is het begrip subsidie
                        nader gedefinieerd.</al><al>Uit het tweede lid blijkt de samenhang tussen de Uitvoeringsregeling GGD en
                        de VAS en de Awb. Indien binnen het kader van deze regeling begrippen worden
                        gebruikt die niet als zodanig in deze regeling zijn gedefinieerd, dan geldt
                        de definitie zoals gebruikt in de VAS of in de Awb.</al><al/></al-groep><tussenkop>Artikel 2. Reikwijdte</tussenkop><al>In het kader van rechtszekerheid en duidelijkheid regelt dit artikel wanneer de
                    Uitvoeringsregeling GGD van toepassing is. Onverminderd hetgeen is bepaald in de
                    VAS en in de Awb, is deze regeling van toepassing op alle subsidieaanvragen die
                    binnen een beleidsvelden van de GGD vallen. Subsidieaanvragen die dus niet tot
                    de beleidsvelden van de GGD behoren, vallen daarmee buiten deze regeling.</al><al/><tussenkop>Artikel 3. Subsidieontvanger</tussenkop><al>In het eerste lid van dit artikel wordt geregeld dat de GGD in principe alleen
                    subsidie verstrekt aan rechtspersonen die zonder winstoogmerk werkzaam zijn. Dit
                    betekent niet dat de GGD geen zaken kan doen met commerciële instellingen. In
                    dat geval prevaleert een inkooprelatie echter boven een subsidierelatie. Mocht
                    de GGD van mening zijn dat er in een uitzonderlijk geval toch subsidie moet
                    worden verleend aan een commerciële instelling, dan kan bij wijze van hoge
                    uitzondering, door het bevoegde bestuursorgaan van de regel worden
                    afgeweken.</al><al>In het tweede lid van dit artikel wordt melding gemaakt van de mogelijkheid dat
                    het bevoegde bestuursorgaan in bijzondere gevallen subsidie kan verlenen aan
                    niet-rechtspersonen. Zowel ter bescherming van het algemeen gemeentelijk belang,
                    als ter bescherming van de organisatoren van activiteiten blijft, overeenkomstig
                    het eerste lid, een rechtspersoon in beginsel een vereiste.</al><al/><tussenkop>Artikel 4. Begrotingsvoorbehoud</tussenkop><al>Met dit artikel wordt geregeld dat een begrotingsvoorbehoud kan worden gemaakt
                    ten aanzien van een subsidie die wordt verleend ten laste van een nog niet
                    goedgekeurde of nog niet vastgestelde begroting. Het begrotingsvoorbehoud kan
                    worden geformuleerd als een opschortende of ontbindende voorwaarde.</al><al>Indien de begroting, eenmaal vastgesteld of goedgekeurd, onvoldoende gelden ter
                    beschikking stelt voor de betrokken subsidie(s), kan het begrotingsvoorbehoud
                    worden ingeroepen. Ingevolge artikel 4.2.3.6 Awb, derde lid, moet binnen vier
                    weken na vaststelling dan wel goedkeuring van de begroting op het voorbehoud een
                    beroep zijn gedaan op straffe van het vervallen ervan.</al><al/><tussenkop>Artikel 5. Verzoek eenmalige subsidie</tussenkop><al-groep><al>In dit artikel wordt geregeld aan welke eisen en voorwaarden een aanvraag
                        tot eenmalige subsidieverlening moet voldoen. Elk structureel aspect van een
                        subsidieaanvraag valt dus buiten de strekking van dit artikel. Met name als
                        het gaat om kosten voor personeel of kosten voor accommodatie is het
                        essentieel dat deze een incidenteel karakter hebben bij een verzoek om
                        eenmalige subsidie.</al><al>Daarnaast moet de aanvraag dusdanige informatie leveren, dat een goed beeld
                        kan worden gevormd van de subsidiebehoefte. Dat betekent dat er in ieder
                        geval helderheid moet bestaan over de activiteit waarvoor subsidie wordt
                        aangevraagd, alsmede de financiële situatie die gekoppeld is aan die
                        activiteit. Kortom: wat wil de subsidieontvanger doen, hoe wil de
                        subsidieontvanger dat doen en hoe wordt de eenmalige activiteit
                        gefinancierd.</al></al-groep><al>In het eerste lid onder sub c wordt aangegeven dat een overzicht moet worden
                    gegeven van andere inkomstenbronnen of subsidieaanvragen. Deze formulering is
                    opgenomen om het eventueel dubbel ontvangen van subsidiegelden voor een zelfde
                    activiteit tegen te gaan. </al><al>Het spreekt voor zich dat bij een aanvraag tot een waarderingssubsidie minder
                    eisen worden gesteld.</al><al/><tussenkop>Artikel 6. Verzoek structurele subsidie</tussenkop><al>De in dit artikel geformuleerde voorwaarden die gesteld worden aan een aanvraag
                    tot structurele subsidie gelden als verdieping van artikel 8 VAS. Ten eerste
                    moet uit de aanvraag duidelijk blijken wat het doel is dat een subsidieontvanger
                    nastreeft. Daarnaast moet uit de aanvraag blijken voor welke groep mensen
                    subsidie wordt aangevraagd en hoe die groep in verband kan worden gebracht met
                    de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd. </al><al>Verder worden extra voorwaarden verbonden aan de te verschaffen informatie
                    omtrent de financiële situatie waarin de subsidieontvanger zich bevindt. Uit het
                    werkplan moet bijvoorbeeld duidelijk worden wat de subsidieontvanger wil gaan
                    doen, hoe de subsidieontvanger haar doelen denkt te realiseren en welke
                    financiële consequenties dat met zich meebrengt. Ook een begroting van de
                    subsidieontvanger, alsmede een jaarrekening met toelichting en de statuten
                    behoren tot de bescheiden die moeten worden overlegd bij een verzoek om
                    structurele subsidie. Daarnaast moet een overzicht worden gegeven van andere
                    inkomstenbronnen of subsidieaanvragen bij de subsidieontvanger. Deze formulering
                    is opgenomen om het eventueel dubbel ontvangen van subsidiegelden voor een
                    zelfde activiteit tegen te gaan.</al><al/><tussenkop>Artikel 7. Subsidiebeschikking</tussenkop><al>Naast de algemene eisen die de Awb en de VAS stellen aan een
                    subsidiebeschikking, zoals een goede motivering en een bezwaar- of
                    beroepsclausule, wordt er in dit artikel nog een aantal eisen aan de inhoud van
                    de beschikking gesteld. Naast een heldere omschrijving waarvoor subsidie wordt
                    verleend, wordt ook de subsidievorm (budgetsubsidie, exploitatiesubsidie,
                    prestatiesubsidie, waarderingssubsidie, et cetera) in de beschikking genoemd. De
                    overige voorwaarden spreken voor zich.</al><al/><tussenkop>Artikel 8. Verplichtingen</tussenkop><al>In de Awb en de VAS wordt een opsomming gegeven van de verplichtingen die aan de
                    subsidieontvanger worden verbonden. In dit artikel wordt een aantal expliciete
                    verplichtingen aan de subsidieontvanger verbonden met als doel om de risico’s
                    voor de GGD te minimaliseren en oneigenlijk gebruik van gemeenschapsgelden tegen
                    te gaan.</al><al>Als er sprake is van belangrijke wijzigingen bij de subsidieontvanger, dan wordt
                    de subsidieontvanger verplicht om de GGD daarvan onverwijld op de hoogte te
                    stellen. Zulks geldt voor statutenwijziging, faillissement, fusie, overname,
                    opheffing, ontbinding, et cetera, van de organisatie of de rechtspersoon van de
                    subsidieontvanger. Daarnaast is de subsidieontvanger verplicht om activiteiten
                    afdoende te verzekeren en de financiële stukken volgens de wettelijke
                    bewaartermijn van zeven jaren te archiveren. Om oneigenlijk gebruik van
                    gemeenschapsgelden tegen te gaan, is bepaald dat de subsidieontvanger verplicht
                    is om het ontvangen subsidiegeld terug te betalen aan de GGD als er sprake is
                    van een situatie als benoemd in lid 5 onder sub a tot en met sub j.</al><al/><tussenkop>Artikel 9. Vermogen</tussenkop><al>Het is niet de bedoeling dat de GGD instellingen financiert die reeds over
                    voldoende middelen beschikken, noch dat middels subsidiegelden het vermogen van
                    een instelling toeneemt. In dit artikel is geregeld dat bij de subsidieverlening
                    en subsidievaststelling grenzen kunnen worden gesteld aan het vermogen van een
                    subsidieontvanger. </al><al>Uit het eerste lid vloeit voort dat de GGD een eigen oordeel kan vormen over de
                    juistheid van de toewijzing van middelen aan de bestemmingsreserve. Het tweede
                    lid regelt de evenredige toerekening van subsidiegelden aan meerdere financiers,
                    waarbij de GGD niet altijd als hoofdfinancier kan worden aangemerkt. De GGD is
                    pas hoofdfinancier als zij minimaal de helft van de totaal verleende subsidie
                    voor haar rekening neemt. In het derde lid is bepaald dat de vermogensaanwas van
                    een subsidieontvanger in principe nooit meer mag zijn dan tien procent van de in
                    dat jaar verleende subsidie. </al><al/><tussenkop>Artikel 10. Betaling</tussenkop><al>Betaling van subsidiegeld vindt in de regel plaats volgens de beschikking tot
                    subsidieverlening. In de beschikking kan worden opgenomen dat de GGD op vooraf
                    bepaalde momenten voorschotten betaald. Deze voorschotten worden verrekend met
                    de betaling van het subsidiebedrag.</al><al/><tussenkop>Artikel 11. Voorschotten</tussenkop><al>Het is mogelijk om voorschotten te verlenen op een subsidie. In de beschikking
                    staat dan vermeld hoe de subsidie wordt uitbetaald, wat de hoogte van de
                    voorschotten bedraagt en op welke momenten betaling plaatsvindt. Zodra de
                    subsidie is vastgesteld, moet het restant waarop de subsidieontvanger nog recht
                    heeft, worden uitgekeerd, uiterlijk binnen vier weken na verzending van de
                    vaststellingsbeschikking.</al><al/><tussenkop>Artikel 12. Tussentijdse verantwoording</tussenkop><al>Niet alleen na afloop van het tijdvak waarvoor subsidie is verleend, maar ook
                    tussentijds is de subsidieontvanger verplicht om verantwoording af te leggen
                    over de besteding van subsidiegelden. Het tijdstip waarop de tussentijdse
                    rapportage dient te worden overlegd, is bepaald in de beschikking tot
                    subsidieverlening. Ook kan de GGD de wijze bepalen waarop tussentijdse
                    verantwoording dient plaats te vinden. Als een subsidieontvanger om wat voor
                    reden dan ook niet in staat is om de activiteit waarvoor subsidie is verleend
                    uit te voeren, dan is de subsidieontvanger verplicht om het geld dat daarvoor is
                    ontvangen, binnen vier weken terug te betalen aan de GGD.</al><al/><tussenkop>Artikel 13. Prestatieverantwoording</tussenkop><al>In dit artikel wordt geregeld dat bij de prestatieverantwoording wordt bezien of
                    de prestatie die bij de subsidieverlening is afgesproken ook daadwerkelijk is
                    behaald. Daartoe is de subsidieontvanger niet alleen verplicht om een
                    prestatieverantwoording toe te zenden, maar tevens gehouden een inhoudelijk
                    verslag van de ontplooide activiteiten aan de GGD te doen toekomen.</al><al>Onder de geleverde prestatie wordt verstaan het geleverde product of de
                    uitgevoerde activiteit. Indien de prestatie afwijkt van wat bij de
                    subsidieverlening is bepaald, dan zal de subsidieontvanger dit in zijn
                    verantwoording dienen te verklaren middels een sluitende verschillenanalyse. De
                    prestatieverantwoording vindt gelijktijdig met de aanvraag tot vaststelling van
                    de subsidie plaats. Bij subsidieverlening wordt bepaald voor welke datum dit
                    moet geschieden. Deze datum is, ingevolge artikel 16 VAS, tweede lid, bij het
                    ontbreken van een wettelijke termijn, vastgesteld op uiterlijk op 1 april na
                    afloop van het kalenderjaar waarin of waarvoor de subsidie is verleend.</al><al/><tussenkop>Artikel 14. Financiële verantwoording</tussenkop><al>In dit artikel wordt geregeld dat de subsidieontvanger verplicht is om een
                    financiële verantwoording te overleggen aan het bestuursorgaan. Dit geldt zowel
                    voor eenmalige als voor structurele subsidies en dient te worden overlegd bij
                    het verzoek om vaststelling van de subsidie volgens artikel 16 tot en met 19
                    VAS. Uit de financiële verantwoording moet voldoende blijken of de
                    gesubsidieerde activiteit heeft plaatsgevonden en of het subsidiebedrag
                    doelmatig en doelgericht is besteed, zulks ter beoordeling van het
                    bestuursorgaan.</al><al>In het geval een subsidie is verleend over een heel kalenderjaar, dan is de
                    subsidieontvanger verplicht om het financiële verslag te vergezellen van een
                    jaarrekening met toelichting en een inhoudelijk verslag van de uitgevoerde
                    activiteit waarvoor subsidie is verleend. Ook een begroting dient door de
                    subsidieontvanger te worden meegestuurd.</al><al>De jaarrekening dient te worden opgesteld volgens de algemeen geldende
                    Richtlijnen van de Jaarverslaggeving en dient een getrouw, duidelijk en
                    stelselmatig inzicht te geven zodat een verantwoord oordeel kan worden gevormd
                    omtrent de opbouw van het resultaat en vermogen inclusief reserves van de
                    subsidieontvanger. Inzicht in de inkomsten en uitgaven, kosten en opbrengsten,
                    solvabiliteit en liquiditeit van de subsidieontvanger moet tevens uit de
                    jaarrekening blijken.</al><al>In verband met de aard, het doel en de omvang van een waarderingssubsidie, wordt
                    dit artikel buitenwerking gesteld voor alle waarderingssubsidies.</al><al/><tussenkop>Artikel 15. Accountantscontrole</tussenkop><al>De GGD gaat uit van een holistische benadering als het gaat om de
                    accountantscontrole bij subsidieverlening. Daarmee wordt bedoeld dat het voor de
                    bepaling van de vorm van de verklaring van een accountant noodzakelijk is om te
                    kijken naar het totaal verkregen bedrag aan subsidies. Dus niet alleen van de
                    GGD, maar van alle gemeentelijke diensten ressorterend onder de
                    verantwoordelijkheid van het college van Burgemeester en wethouders van de
                    gemeente Rotterdam.</al><al>Mocht de gemeente Rotterdam als concern meer subsidie aan een subsidieontvanger
                    verlenen dan vijfhonderdduizend euro, dan is de subsidieontvanger verplicht om
                    een rapport van bevindingen en een accountantsverklaring te overleggen aan de
                    GGD. Onder een rapport van bevindingen wordt verstaan het verslag van de
                    accountant dat op een constructieve wijze de voornaamste bevindingen en
                    aanbevelingen schetst die het resultaat zijn van de accountantscontrole. Tevens
                    wordt er ingegaan op de minimaal noodzakelijk geachte verbeteringen in de
                    interne organisatie, mede met het oog op de controle van het volgend
                    boekjaar.</al><al>In het tweede lid is geregeld dat bij subsidies van vijftigduizend euro of hoger
                    een accountantsverklaring is vereist. Hierbij is het begrip
                    accountantsverklaring in de Verordening Gedrags- en Beroepsregels
                    Registeraccountants 1994 omschreven als een schriftelijke mededeling van een
                    accountant inhoudende de uitkomst van de controle van een verantwoording. Een
                    controle is gedefinieerd als het geheel van werkzaamheden dat erop gericht is
                    een (relatief) hoge maar niet absolute mate van zekerheid te verkrijgen omtrent
                    de getrouwheid van een verantwoording, die in de accountantsverklaring in
                    positief geformuleerde bewoordingen als “redelijke mate van zekerheid” wordt
                    weergegeven.</al><al-groep><al>Het derde lid regelt dat een subsidieontvanger een beoordelingsverklaring
                        moet overleggen aan de GGD bij verleende subsidies lager dan vijftigduizend
                        euro, maar hoger dan twintigduizend euro. Hierbij is het begrip
                        beoordelingsverklaring in de Verordening Gedrags- en Beroepsregels
                        Registeraccountants 1994 omschreven als een schriftelijke mededeling van een
                        accountant inhoudende de uitkomst van de beoordeling van een verantwoording.
                        Een beoordeling is gedefinieerd als het geheel van werkzaamheden dat erop
                        gericht is een beperkte mate van zekerheid te verkrijgen omtrent de
                        getrouwheid van een verantwoording, welke mate van zekerheid lager is dan
                        bij een controle.</al><al>Het gestelde in dit artikel is niet van toepassing indien de verstrekker van
                        de subsidiegelden aan de GGD nadere of andere eisen stelt.</al><al/></al-groep><tussenkop>Artikel 16. Hoogte waarderingssubsidie</tussenkop><al>In dit artikel wordt geregeld dat de verlening van een waarderingssubsidie nooit
                    meer kan bedragen dan vijfduizend euro. Indien een waarderingssubsidie wordt
                    verleend, dan hoeft de subsidieontvanger in principe niet te voldoen aan het
                    gestelde in voorgaande artikelen.</al><al/><tussenkop>Artikel 17. Niet tijdig indienen aanvraag structurele
                    subsidie</tussenkop><al>In artikel 8 VAS is geregeld dat een aanvraag voor een structurele subsidie
                    schriftelijk voor 15 mei voorafgaande aan het jaar waarin de te subsidiëren
                    activiteit gerealiseerd wordt of een aanvang neemt, bij het bestuursorgaan
                    ingediend moet worden. Indien een aanvraag niet voor die datum door de GGD
                    ontvangen is of niet voldoet aan de gestelde eisen in deze regeling, de VAS of
                    de Awb, dan kan het bestuursorgaan besluiten om een korting van ten minste vijf
                    procent toe te passen op elke aanvraag die na 15 mei wordt ontvangen.</al><al/><tussenkop>Artikel 18. Niet tijdig indienen verzoek subsidievaststelling</tussenkop><al>In de artikelen 16 tot en met 19 VAS is geregeld wanneer een subsidieontvanger
                    een verzoek tot subsidievaststelling moet hebben gedaan. Indien een
                    subsidieontvanger zich niet aan het bepaalde in de artikelen 16 tot en met 19
                    VAS houdt, dan is de GGD gerechtigd om de subsidie ambtshalve vast te stellen,
                    waarbij de GGD een eenzijdig recht heeft om de daadwerkelijke hoogte van het
                    subsidiebedrag te schatten en te bepalen.</al><al/><tussenkop>Artikel 19. Niet voldoen aan verplichtingen</tussenkop><al>In dit artikel wordt geregeld dat bij het vaststellen van een subsidie
                    nadrukkelijk wordt gekeken of een subsidieontvanger aan de gestelde
                    verplichtingen in de beschikking tot subsidieverlening, deze regeling, de VAS en
                    de Awb heeft voldaan, op straffe van een mogelijk lagere vaststelling. </al><al/><tussenkop>Artikel 20. Beëindiging voortbestaan subsidieontvanger</tussenkop><al>Op het moment dat de rechtspersoon van de subsidieontvanger of de organisatie
                    waar de subsidieontvanger de activiteiten in heeft ondergebracht, op welke wijze
                    dan ook, ophoudt te bestaan, dan is de subsidieontvanger verplicht om de te veel
                    ontvangen subsidie terug te betalen aan de GGD. Bij het bepalen van het terug te
                    betalen bedrag wordt gekeken naar het reeds verstreken tijdvak waarvoor geen
                    terugbetaling geldt en het nog openstaande tijdvak, waarvoor wel terugbetaling
                    dient te geschieden.</al><al/><tussenkop>Artikel 21. Overgangsrecht</tussenkop><al>In dit artikel wordt melding gemaakt van het feit dat deze regeling niet van
                    toepassing is op subsidies die voor de inwerkingtreding van deze regeling zijn
                    verleend of vastgesteld. Ook wordt vaststelling van subsidie die voor
                    inwerkingtreding van deze regeling is verleend volgens de voor inwerkingtreding
                    geldende bepalingen afgehandeld.</al><al/><tussenkop>Artikel 22. Slotbepalingen</tussenkop><al>Dit artikel regelt de datum van inwerkingtreding en geeft aan hoe deze regeling
                    officieel kan worden aangehaald.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>