<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR196961_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Subsidieverordeninge Vlagtwedde 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vlagtwedde</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-08-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlagtwedde</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">TAC</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Subsidieverordeninge Vlagtwedde 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Geen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-07-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-07-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-06-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>TAC</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Subsidieverordeninge Vlagtwedde 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING 2012;</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Activiteit: de activiteit die door de subsidieaanvrager zal
                                    worden uitgevoerd en die door het gemeentebestuur kan worden
                                    gesubsidieerd.</al></li><li nr="b."><al>Activiteitenplan: een overzicht van de activiteiten
                                    overeenkomstig <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=awb/article=4%3A62/date=2012-07-01">artikel 4:62 van de Wet</extref>.</al></li><li nr="c."><al>Beleidsterrein: een als zodanig aangemerkt geheel van
                                    samenhangende activiteiten.</al></li><li nr="d."><al>Beroepskracht: Een persoon waarmee een arbeidsovereenkomst is
                                    gesloten</al></li><li nr=""><al>e. College: het college van burgemeester en wethouders van
                                    Vlagtwedde.</al></li><li nr="f."><al>Egalisatiereserve:vermogensbestanddelen die worden gevormd om in
                                    de toekomst fluctuaties in de baten en de lasten op te kunnen
                                    vangen.</al></li><li nr="g."><al>Gemeente: de gemeente Vlagtwedde.</al></li><li nr="h."><al>Instelling: aanvrager van subsidie.</al></li><li nr="i."><al>Kalenderjaar: het jaar waarop de subsidie betrekking heeft,
                                    lopende van 1 januari tot en met 31 december.</al></li><li nr="j."><al>Professionele instelling: een instelling waarvan de activiteiten
                                    worden uitgevoerd door één of meer beroepskrachten en die als
                                    zodanig is aangewezen door het college.</al></li><li nr="k."><al>Niet-professionele instelling: een instelling wier taken
                                    voornamelijk worden uitgevoerd door één of meer
                                    vrijwilligers.</al></li><li nr="l."><al>Raad: de gemeenteraad van de gemeente Vlagtwedde.</al></li><li nr="m."><al>Subsidieprogramma: het door het college vastgestelde jaarlijks
                                    overzicht van de beleidsvoornemens en de te verlenen structurele
                                    subsidies en budgetsubsidies, onderverdeeld naar professionele
                                    en niet-professionele instellingen, een en ander in samenhang
                                    met de ingediende activiteitenplannen en begrotingen en de door
                                    de raad en het college beschikbaar gestelde budgetten.</al></li><li nr="n."><al>Uitvoeringsovereenkomst: een nadere uitwerking van de
                                    beschikking tot subsidieverleningals bedoeld in artikel 4:36 van
                                    de Wet</al></li><li nr="o."><al>Voorziening: vermogensbestanddelen die worden gevormd door
                                    toekomstige kosten die een periode van twee of meer jaren
                                    omvatten en die niet binnen de jaarlijkse exploitatie opgevangen
                                    kunnen worden, nu reeds te voorzien zijn, onvermijdelijk zijn,
                                    hun oorzaak in het verleden hebben en die kwantificeerbaar en /
                                    of berekenbaar zijn.</al></li><li nr="p."><al>Vrijwilliger: een persoon die niet op grond van een
                                    arbeidsovereenkomst en die anders dan beroepsmatig actief is ten
                                    behoeve van een instelling.</al></li><li nr="q."><al>Wet: de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Reikwijdte</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. Deze verordening is van toepassing op alle subsidieaanvragen
                                    aan en subsidiebesluiten van het college die betrekking hebben
                                    op professionele en niet-professionele instellingen, werkzaam op
                                    de in deze verordening genoemde beleidsterreinen.</al></li><li nr=""><al>2. Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover de raad de
                                    benodigde gelden beschikbaar heeft gesteld. Het
                                    begrotingsvoorbehoud als genoemd in artikel <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=awb/article=4%3A34/date=2012-07-01">4:34 van de wet</extref> is daarbij van toepassing.</al></li><li nr=""><al>3. Het college is belast met de uitvoering van deze
                                    verordening.</al></li><li nr=""><al>4. Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende in lid 1
                                    bedoelde beleidsterreinen:</al></li><li nr=""><al>a.De onder de Wet maatschappelijke ondersteuning ressorterende
                                    prestatievelden;</al></li><li nr=""><al>b. Zorg;</al></li><li nr=""><al>c. Kunst en cultuur</al></li><li nr=""><al>d. Sportstimulering</al></li><li nr=""><al>e. Vormings- en ontwikkelingswerk;</al></li><li nr=""><al>f. Overige door de raad dan wel het college nader aan te
                                    benoemen beleidsterreinen.</al></li><li nr=""><al>5. De activiteiten waarvoor een basissubsidie, een structurele
                                    activiteitensubsidie of een budgetsubsidie wordt verstrekt zijn
                                    opgenomen in het subsidieprogramma</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Algemene uitgangspunten voor het verstrekken van
                                subsidies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Subsidie wordt slechts verstrekt indien de activiteiten zijn
                                    gericht op dan wel ten goede komen aan de inwoners van de
                                    gemeente en die passend zijn binnen de door de raad
                                    geformuleerde beleidskaders.</al></li><li nr="2."><al>Subsidie wordt slechts verstrekt voor activiteiten die geen
                                    partijpolitieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke vorming
                                    beogen, behoudens in relatie tot onderwijs.</al></li><li nr="3."><al>Behoudens voor zover er sprake is van een op een specifieke
                                    doelgroep gerichte activiteit, wordt alleen subsidie verstrekt
                                    voor activiteiten die open staan voor alle groeperingen of
                                    personen, zonder onderscheid naar ras, godsdienst,
                                    levensovertuiging, sekse of seksuele geaardheid.</al></li><li nr="4."><al>Subsidie wordt niet verstrekt aan instellingen ten behoeve van
                                    activiteiten waarbij sprake is van een winstoogmerk.</al></li><li nr="5."><al>Subsidie wordt in beginsel alleen verstrekt aan rechtspersonen
                                    met een volledige rechtsbevoegdheid.</al></li><li nr="6."><al>In die gevallen dat het naar het oordeel van het college in het
                                    belang is van de uitvoering van het gemeentelijke beleid, kan
                                    het college besluiten subsidie te verstrekken aan rechtspersonen
                                    zonder een volledige rechtsbevoegdheid of aan (een groep van)
                                    natuurlijke personen, in welk geval deze verordening zoveel
                                    mogelijk van overeenkomstige toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Algemene verplichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De instelling dient zich te onthouden van handelingen die in
                                    strijd zijn met de wet of beleidsuitgangspunten van de gemeente,
                                    tenzij het gaat in de uitoefening van door de Grondwet
                                    beschermde rechten.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan nadere regels stellen inzake:</al></li><li nr="3."><al>Het werken met vrijwilligers.</al></li><li nr="4."><al>De toegankelijkheid van gesubsidieerde activiteiten.</al></li><li nr="5."><al>Het betrekken van deelnemers en gebruikers, alsmede
                                    vrijwilligers en beroepskrachten bij het beleid van de
                                    instelling.</al></li><li nr="6."><al>Het gebruik van gemeentelijke dan wel door de gemeente
                                    gesubsidieerde accommodaties ten behoeve van door de gemeente
                                    gesubsidieerde activiteiten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Subsidievormen</titel></kop><al>Bij het verstrekken van subsidies op grond van deze verordening, kunnen
                            de volgende subsidievormen met de hierna aangegeven betekenis worden
                            onderscheiden:</al><lijst><li nr="1."><al>Basissubsidie: een subsidie waarbij de hoogte geen relatie heeft
                                    met de baten en lasten die een relatie hebben met de binnen het
                                    gemeentelijke beleid passende activiteiten. De daaraan
                                    gekoppelde bedragen worden jaarlijks door het college
                                    vastgesteld bij het vaststellen van het subsidieprogramma.</al></li><li nr="2."><al>Incidentele activiteitensubsidie: een subsidie die wordt
                                    verstrekt voor het uitvoeren van een activiteit van eenmalige
                                    aard, in casu een activiteit die qua doel, aard en omvang niet
                                    vaker dan eenmaal in de vijf jaar wordt georganiseerd.</al></li><li nr="3."><al>Structurele activiteitensubsidie: een subsidie die van jaar tot
                                    jaar beschikbaar wordt gesteld ten behoeve van activiteiten die
                                    een continu karakter dragen.</al></li><li nr="4."><al>Budgetsubsidie: subsidie voor ten hoogste vier jaren waarbij een
                                    directe relatie bestaat tussen de subsidie en de met deze
                                    subsidie beoogde doelen, uitgedrukt in concrete activiteiten en
                                    meetbare prestaties, welke wordt verleend aan professionele
                                    instellingen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Vaststelling Subsidieplafond</titel></kop><al>De raad kan jaarlijks, bij de vaststelling van de gemeentebegroting,
                            voor het verlenen van subsidie met betrekking tot de in artikel 2.4
                            genoemde beleidsterreinen een of meer subsidieplafonds vaststellen zoals
                            bedoeld in afdeling 4.2.2. van de wet.</al><al>Bij het besluit waarbij de subsidieplafonds worden vastgesteld, wordt
                            tevens aangegeven hoe de beschikbare bedragen wordt verdeeld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Beleidsregels</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op basis van beleidsregels kunnen nadere omschrijvingen van de
                                    beleidsterreinen worden gegeven alsmede van de activiteiten
                                    waarvoor subsidie kan worden verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>Bij een beleidsregel kunnen de activiteiten waarvoor subsidie
                                    kan worden verstrekt nader worden bepaald, alsmede andere
                                    criteria die voor de verstrekking gelden.</al></li><li nr="3."><al>Beleidsregels worden vastgesteld door het college en zijn van
                                    toepassing indien daartoe naar het oordeel van het college
                                    aanleiding is, jaarlijks nader door de raad dan wel het college
                                    te benoemen beleidsterreinen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Subsidiabele kosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel is niet van toepassing op de subsidies als bedoeld
                                    in §2.1, de subsidies lager dan EUR 3.000,-.</al></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot de in artikel 5 lid 2 tot en met 4 genoemde
                                    subsidievormen, worden de volgende subsidiabele kosten
                                    onderscheiden: </al><lijst><li nr="a."><al>Personeelskosten;</al></li><li nr="b."><al>Huisvestingskosten;</al></li><li nr="c."><al>Bestuurs-, organisatie- en materiële kosten;</al></li><li nr="d."><al>Activiteitenkosten;</al></li><li nr="e."><al>Afschrijvingskosten;</al></li><li nr="f."><al>Gemeentelijke belastingen, heffingen en
                                            verzekeringen;</al></li><li nr="g."><al>Accountantskosten.</al></li></lijst></li><li nr="2.Op"><al>de subsidiabele kosten als bedoeld in het eerste lid worden, per
                                    activiteit, de volgende baten in mindering gebracht: </al><lijst><li nr="a."><al>Contributiebijdragen van leden;</al></li><li nr="b."><al>Eigen bijdragen van deelnemers aan activiteite</al></li><li nr=""><al>C. opbrengsten van renten van beleggingen;</al></li><li nr="d."><al>Ontvangsten van voor derden verrichte diensten;</al></li><li nr="e."><al>Uitkeringen van verzekeringen;</al></li><li nr="f."><al>Andere inkomsten waaronder sponsoring en donaties van
                                            gelieerde organisaties en instellingen;</al></li><li nr="g."><al>Niet in mindering gebracht worden de inkomsten,
                                            verkregen vanuit door middel van vrijwilligersinzet
                                            opgezette acties die zijn gericht op het verkrijgen van
                                            inkomsten</al></li></lijst></li></lijst><al>De baten worden in mindering gebracht op de kostensoorten waarop ze
                            betrekking hebben.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 2 DE SUBSIDIEVERLENING</titel></kop><paragraaf><kop><titel>§ 2.1 subsidies lager dan EUR 3.000,-</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9 De aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag tot verlening van een incidentele subsidie
                                        dient uiterlijk acht weken voor aanvang van de te
                                        subsidiëren activiteit te worden ingediend .</al></li><li nr="2."><al>Een aanvraag tot verlening van een subsidie lager dan EUR
                                        3.000,- wordt ingediend voor 1 oktober voorafgaand aan het
                                        kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan een afwijkende termijn vaststellen of
                                        ontheffing verlenen van de verplichting om een aanvraag voor
                                        de in lid 1 en lid 2 bedoelde termijn in te dienen, met dien
                                        verstande dat de subsidieaanvraag altijd moet worden
                                        ingediend voordat de te subsidiëren activiteiten een aanvang
                                        nemen.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan besluiten een aanvraag die niet tijdig
                                        compleet is ingediend niet in behandeling te nemen.</al></li><li nr="5."><al>Wanneer de aanvraag niet voldoet aan de vereisten zoals die
                                        opgesteld zijn in deze verordening wordt een hersteltermijn
                                        gehanteerd van vier weken na dagtekening van het verzoek om
                                        de aanvraag aan te vullen.</al></li><li nr="6."><al>Wanneer niet wordt voldaan aan het bepaalde in de leden 1, 2
                                        en 5, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Vereisten van de aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag om subsidie bevat </al><lijst><li nr="a."><al>Naam en adres van de instelling;</al></li><li nr="b."><al>Het activiteitenplan;</al></li><li nr="c."><al>Dagtekening;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>Een opgave van bij andere bestuursorganen of organen van
                                        nationale of internationale organisaties gevraagde subsidies
                                        voor dezelfde activiteiten, met daarbij de stand van zaken
                                        met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of
                                        aanvragen.</al></li><li nr="2."><al>Bij de aanvraag om subsidieverlening dient gebruik te worden
                                        gemaakt van de daarvoor bestemde aanvraagformulieren.</al></li><li nr="3."><al>Bij een eerste aanvraag tot subsidieverlening legt de
                                        instelling tevens over: </al><lijst><li nr="a."><al>Een afschrift van de oprichtingsakte dan wel de
                                                statuten;</al></li><li nr="b."><al>Een afschrift van de inschrijving bij de Kamer van
                                                Koophandel.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Meerjarige subsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan voor een periode van meer jaren subsidie
                                        verlenen.</al></li><li nr="2."><al>Deze verlening geschiedt met toepassing van het
                                        begrotingsvoorbehoud.</al></li><li nr="3."><al>Indien het college gebruik maakt van de in het eerste lid
                                        bedoelde vorm van subsidieverstrekking kan, dit ter
                                        uitvoering van hetgeen in de subsidiebeschikking is
                                        opgenomen, jaarlijks een uitvoeringsovereenkomst worden
                                        afgesloten met de subsidieontvanger.</al></li><li nr="Van"><al>een uitvoeringsovereenkomst kan slechts sprake zijn bij een
                                        budgetsubsidie. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Subsidie wordt slechts verstrekt indien: </al><lijst><li nr="a."><al>De Europese, rijks- en/of provinciale gelden die op
                                                het moment van de vaststelling van de
                                                gemeentebegroting als bijdrage in de kosten van
                                                uitvoering van het beleid verwacht mochten worden,
                                                ook daadwerkelijk worden verkregen;</al></li><li nr="b."><al>De instelling kan aantonen dat er behoefte is aan
                                                door de instelling georganiseerde dan wel
                                                voorgenomen activiteiten. Met betrekking tot deze
                                                voorwaarden kan door het college ontheffing worden
                                                verleend ten aanzien van incidentele subsidies.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De subsidie kan naast de in artikel <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=awb/article=4%3A25/date=2012-07-01">4:25</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=awb/article=4%3A35/date=2012-07-01">4:35</extref> van de wet en artikel 3 van deze
                                        verordening genoemde gevallen worden geweigerd indien
                                        gegronde redenen bestaan aan te nemen dat: </al><lijst><li nr="a."><al>De activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen
                                                zijn op de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede
                                                komen aan ingezetenen van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>De gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen
                                                worden voor het doel waarvoor de subsidie
                                                beschikbaar wordt gesteld;</al></li><li nr="c."><al>De aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten
                                                zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het
                                                algemeen belang of de openbare orde;</al></li><li nr="d."><al>De te subsidiëren activiteiten niet passend zijn
                                                binnen het beleid van de gemeente.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van de
                                        complete aanvraag voor subsidieverlening betreffende een
                                        incidentele activiteitensubsidie.</al></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot basissubsidies, structurele
                                        activiteitensubsidies en budgetsubsidies beslist het college
                                        binnen acht weken na de vaststelling van de begroting door
                                        de raad doch in ieder geval voor 1 januari van het jaar
                                        waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>§ 2.2 overige subsidies (hoger dan EUR 3.000,-)</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 14 De aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag tot verlening van een incidentele subsidie
                                        dient uiterlijk acht weken voor aanvang van de te
                                        subsidiëren activiteit te worden ingediend .</al></li><li nr="2."><al>Een aanvraag tot verlening van zowel een structurele
                                        activiteitensubsidie als een budgetsubsidie wordt ingediend
                                        voor 1 mei voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de
                                        subsidie wordt aangevraagd.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan een afwijkende termijn vaststellen of
                                        ontheffing verlenen van de verplichting om een aanvraag voor
                                        de in lid 1 en lid 2 bedoelde termijn in te dienen, met dien
                                        verstande dat de subsidieaanvraag altijd moet worden
                                        ingediend voordat de te subsidiëren activiteiten een aanvang
                                        nemen.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan besluiten een aanvraag die niet tijdig
                                        compleet is ingediend niet in behandeling te nemen.</al></li><li nr="5."><al>Wanneer de aanvraag niet voldoet aan de vereisten zoals die
                                        opgesteld zijn in deze verordening wordt een hersteltermijn
                                        gehanteerd van vier weken na dagtekening van het verzoek om
                                        de aanvraag aan te vullen.</al></li><li nr="6."><al>Wanneer niet wordt voldaan aan het bepaalde in de leden 1, 2
                                        en 5, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Vereisten van de aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag tot subsidieverlening moet voldoen aan artikel
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=awb/article=4%3A62/date=2012-07-01">4:62 van de wet</extref>.</al></li><li nr="2."><al>Een aanvraag om subsidie bevat naast de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=awb/article=4%3A2/date=2012-07-01">artikel 4:2,</extref> eerste lid van de wet en – indien
                                        van toepassing – <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=awb/article=4%3A61/date=2012-07-01">artikel 4:61 van de wet</extref> genoemde gegevens, ter
                                        uitwerking van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=awb/article=4%3A2/date=2012-07-01">artikel 4:2</extref>, tweede lid van de wet: </al><lijst><li nr="a."><al>Naam en adres van de instelling;</al></li><li nr="b."><al>De samenstelling van het bestuur;</al></li><li nr="c."><al>Het activiteitenplan;</al></li><li nr="d."><al>De raming van de met de in het activiteitenplan
                                                opgenomen activiteiten samenhangende inkomsten en
                                                uitgaven;</al></li><li nr="e."><al>Het jaarverslag en een door het bestuur van de
                                                instelling gewaarmerkte jaarrekening, bestaande uit
                                                een balans, een staat van baten en lasten en een
                                                toelichting daarop van het kalenderjaar voorafgaand
                                                aan het jaar waarin de aanvraag wordt
                                                ingediend;</al></li><li nr="f."><al>Een opgave van bij andere bestuursorganen of organen
                                                van nationale of internationale organisaties
                                                gevraagde subsidies voor dezelfde activiteiten, met
                                                daarbij de stand van zaken met betrekking tot de
                                                beoordeling van die aanvraag of aanvragen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Instellingen die een aanvraag tot een basissubsidie indienen
                                        kunnen volstaan met een globale omschrijving van de
                                        activiteiten en een eenvoudig ingerichte begroting,
                                        exploitatierekening en balans.</al></li><li nr="4."><al>Bij de aanvraag om subsidieverlening dient gebruik te worden
                                        gemaakt van de daarvoor bestemde aanvraagformulieren.</al></li><li nr="5."><al>Bij een eerste aanvraag tot subsidieverlening legt de
                                        instelling tevens over: </al><lijst><li nr="a."><al>Een afschrift van de oprichtingsakte dan wel de
                                                statuten;</al></li><li nr="b."><al>Een afschrift van de inschrijving bij de Kamer van
                                                Koophandel.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Meerjarige subsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan voor een periode van meer jaren subsidie
                                        verlenen.</al></li><li nr="2."><al>Deze verlening geschiedt met toepassing van het
                                        begrotingsvoorbehoud.</al></li><li nr="3."><al>Indien het college gebruik maakt van de in het eerste lid
                                        bedoelde vorm van subsidieverstrekking kan, dit ter
                                        uitvoering van hetgeen in de subsidiebeschikking is
                                        opgenomen, jaarlijks een uitvoeringsovereenkomst worden
                                        afgesloten met de subsidieontvanger. Van een
                                        uitvoeringsovereenkomst kan slechts sprake zijn bij een
                                        budgetsubsidie. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Subsidie wordt slechts verstrekt indien: </al><lijst><li nr="a."><al>De Europese, rijks- en/of provinciale gelden die op
                                                het moment van de vaststelling van de
                                                gemeentebegroting als bijdrage in de kosten van
                                                uitvoering van het beleid verwacht mochten worden,
                                                ook daadwerkelijk worden verkregen;</al></li><li nr="b."><al>De instelling kan aantonen dat er behoefte is aan
                                                door de instelling georganiseerde dan wel
                                                voorgenomen activiteiten. Met betrekking tot deze
                                                voorwaarden kan door het college ontheffing worden
                                                verleend ten aanzien van incidentele subsidies.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De subsidie kan naast de in artikel <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=awb/article=4%3A25/date=2012-07-01">4:25</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=awb/article=4%3A35/date=2012-07-01">4:35 van de wet</extref> en artikel 3 van deze
                                        verordening genoemde gevallen worden geweigerd indien
                                        gegronde redenen bestaan aan te nemen dat: </al><lijst><li nr="a."><al>De activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen
                                                zijn op de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede
                                                komen aan ingezetenen van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>De gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen
                                                worden voor het doel waarvoor de subsidie
                                                beschikbaar wordt gesteld;</al></li><li nr="c."><al>De aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over
                                                voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij
                                                uit middelen van derden kan beschikken om de kosten
                                                van de activiteiten te dekken;</al></li><li nr="d."><al>De aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten
                                                zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het
                                                algemeen belang of de openbare orde;</al></li><li nr="e."><al>De te subsidiëren activiteiten niet passend zijn
                                                binnen het beleid van de gemeente.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van de
                                        complete aanvraag voor subsidieverlening betreffende een
                                        incidentele activiteitensubsidie.</al></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot basissubsidies, structurele
                                        activiteitensubsidies en budgetsubsidies beslist het college
                                        binnen acht weken na de vaststelling van de begroting door
                                        de raad doch in ieder geval voor 1 januari van het jaar
                                        waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Verstrekken van voorschotten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Vooruitlopend op de vaststelling van de subsidie kan het
                                        college een voorschot uitbetalen. Dit voorschot bedraagt
                                        maximaal 100% van het verleende bedrag.</al></li><li nr="2."><al>In de beschikking tot subsidieverlening zullen worden
                                        vermeld het aantal termijnen, de termijnbedragen en de data
                                        waarop deze uitbetaald zullen worden.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>HOOFDSTUK 3 VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 20 Van toepassing verklaren van afdeling 4.2.8 van de
                                    wet</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor zover bij de subsidieverlening niet anders is bepaald,
                                        is afdeling 4.2.8 van de wet van toepassing op
                                        budgetsubsidies.</al></li><li nr="2."><al>De instelling op wiens subsidieaanvraag afdeling 4.2.8 van
                                        de wet van toepassing is, behoeft de toestemming van het
                                        college voor de handelingen als bedoeld in artikel <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=awb/article=4%3A71/date=2012-07-01">4:71 van de wet</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21 Meldingsplicht</titel></kop><al>Een subsidieontvanger dient het college onverwijld te informeren
                                over:</al><lijst><li nr="1."><al>Dreigende of al ontstane verschillen van meer dan 10% tussen
                                        werkelijke lasten en baten en de begrote lasten en
                                        baten;</al></li><li nr="2."><al>Ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de activiteiten
                                        niet of in onvoldoende mate kunnen worden gerealiseerd;</al></li><li nr="3."><al>Gerealiseerde wijzigingen in de rechtsvorm, de
                                        organisatiestructuur alsmede wijzigingen in de
                                        bestuurssamenstelling.</al></li><li nr="4."><al>Het eerste lid van dit artikel is uitsluitend van toepassing
                                        op subsidies hoger dan EUR 3.000,-</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 Vergoeding wegens vermogensvorming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Artikel <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=awb/article=4%3A41/date=2012-07-01">4:41 van de wet</extref> is van toepassing. De hoogte
                                        van de vergoeding als bedoeld in artikel 4:41 lid 1 sub b
                                        wordt met toepassing van de artikelen 3:2 en 3:4 van de wet
                                        door het college vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>Dit artikel is uitsluitend van toepassing op subsidies hoger
                                        dan EUR 3.000,-</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23 Vermogensvorming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de subsidieverlening en de daarbij behorende
                                        uitvoeringsovereenkomst kan worden bepaald of en zo ja in
                                        welke mate het de subsidieontvanger is toegestaan met
                                        gemeentesubsidie reserves als bedoeld in art. <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=bw/article=2%3A373/date=2012-07-01">373 van boek 2</extref> Burgerlijk Wetboek en
                                        voorzieningen als bedoeld in artikel <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=bw/article=2%3A374/date=2012-07-01">374 van boek 2</extref> Burgerlijk Wetboek te
                                        vormen.</al></li><li nr="2."><al>Reserves die met gemeentesubsidie zijn opgebouwd mogen
                                        alleen worden besteed aan kosten die direct verband houden
                                        met de uitvoering van door de gemeente gesubsidieerde
                                        activiteiten, voor zover deze niet bestreden kunnen worden
                                        uit de voor dat jaar verleende subsidie.</al></li><li nr="3."><al>Voorzieningen die met gemeentelijke subsidie zijn opgebouwd
                                        mogen uitsluitend worden besteed aan kosten die een directe
                                        relatie hebben met de getroffen voorziening. Voor het
                                        toevoegen dan wel ontrekken van middelen aan voorzieningen
                                        moet voorafgaand schriftelijke toestemming aan het college
                                        worden gevraagd. Als deze niet binnen acht weken is verleend
                                        kan deze geacht worden te zijn verleend.</al></li><li nr="4."><al>Wanneer de gesubsidieerde activiteiten worden beëindigd, dan
                                        wel een voorziening wordt opgeheven, is de subsidieontvanger
                                        verplicht het met gemeentesubsidie opgebouwde vermogen dat
                                        daarmee verband houdt onmiddellijk aan de gemeente terug te
                                        betalen.</al></li><li nr="5."><al>Dit artikel is uitsluitend van toepassing op subsidies hoger
                                        dan EUR 3.000,-</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24 Egalisatiereserve</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel is niet van toepassing op de onder §2.1
                                        aangemerkte subsidies.</al></li><li nr="2."><al>Bij niet professionele instellingen mag de vanuit
                                        subsidieoverschotten opgebouwde egalisatiereserve ten
                                        hoogste 10% van het laatstelijk ontvangen structurele
                                        subsidiebedrag bedragen. Met betrekking tot niet
                                        professionele instellingen die alleen een basissubsidie
                                        ontvangen is geen maximumpercentage van kracht.</al></li><li nr="3."><al>Bij professionele instellingen mag de vanuit
                                        subsidieoverschotten opgebouwde egalisatiereserve ten
                                        hoogste 15% van het laatstelijk ontvangen structurele
                                        subsidiebedrag bedragen.</al></li><li nr="4."><al>De jaarlijkse toevoeging aan de egalisatiereserve bedraagt
                                        niet meer dan 5% van de in dat jaar verstrekte
                                        subsidie.</al></li><li nr="5."><al>Indien zich een situatie voordoet als bedoeld in artikel
                                        4:41, lid 2, sub c, d en e van de wet stort de
                                        subsidieontvanger de aanwezige egalisatiereserve, voor zover
                                        deze is ontstaan door gemeentelijke subsidies, terug in de
                                        gemeentekas.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25 Vermogensvorming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de subsidieverlening en de daarbij behorende
                                        uitvoeringsovereenkomst kan worden bepaald of en zo ja in
                                        welke mate het de subsidieontvanger is toegestaan met
                                        gemeentesubsidie reserves als bedoeld in art. 373 van boek 2
                                        Burgerlijk Wetboek en voorzieningen als bedoeld in artikel
                                        374 van boek 2 Burgerlijk Wetboek te vormen.</al></li><li nr="2."><al>Reserves die met gemeentesubsidie zijn opgebouwd mogen
                                        alleen worden besteed aan kosten die direct verband houden
                                        met de uitvoering van door de gemeente gesubsidieerde
                                        activiteiten, voor zover deze niet bestreden kunnen worden
                                        uit de voor dat jaar verleende subsidie.</al></li><li nr="3."><al>Voorzieningen die met gemeentelijke subsidie zijn opgebouwd
                                        mogen uitsluitend worden besteed aan kosten die een directe
                                        relatie hebben met de getroffen voorziening. Voor het
                                        toevoegen dan wel ontrekken van middelen aan voorzieningen
                                        moet voorafgaand schriftelijke toestemming aan het college
                                        worden gevraagd. Als deze niet binnen acht weken is verleend
                                        kan deze geacht worden te zijn verleend.</al></li><li nr="4."><al>Wanneer de gesubsidieerde activiteiten worden beëindigd, dan
                                        wel een voorziening wordt opgeheven, is de subsidieontvanger
                                        verplicht het met gemeentesubsidie opgebouwde vermogen dat
                                        daarmee verband houdt onmiddellijk aan de gemeente terug te
                                        betalen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 4 DE SUBSIDIEVASTSTELLING</titel></kop><paragraaf><kop><titel>§ 4.1 Vaststelling van subsidies als bedoeld in §2.1 van deze
                                verordening</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 26 De vaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>wanneer subsidies lager dan een totaalbedrag van EUR 3.000,-
                                        worden verleend dan is het besluit tot verlening tevens aan
                                        te merken als het besluit tot vaststellen van de
                                        subsidie.</al></li><li nr="2."><al>jaarlijks kan het college een steekproef uit de verleende
                                        subsidies trekken en na afloop van het boekjaar om het
                                        jaarverslag en de jaarrekening verzoeken;</al></li><li nr="3."><al>het college kan incidenteel en ongemotiveerd na afloop van
                                        het boekjaar verzoeken om het jaarverslag en de jaarrekening
                                        verzoeken.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>§ 4.2 Vaststelling van de overige subsidies</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 27 Indienen van de aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag tot vaststelling van een incidentele subsidie
                                        dient binnen acht weken na afloop van de activiteit bij het
                                        college te worden ingediend. Deze aanvraag gaat vergezeld
                                        van in ieder geval een inhoudelijk en financieel verslag met
                                        betrekking tot de gesubsidieerde activiteit.</al></li><li nr="2."><al>Een aanvraag tot vaststelling van een structurele
                                        activiteitensubsidie of een budgetsubsidie dient voor 1 mei
                                        volgend op het kalenderjaar waarvoor subsidie is verleend,
                                        te worden ingediend bij het college. Deze aanvraag gaat
                                        vergezeld van: </al><lijst><li nr="a."><al>Een inhoudelijk verslag van de gesubsidieerde
                                                activiteiten;</al></li><li nr="b.Een"><al>financieel verslag bestaande uit exploitatierekening
                                                en balans die betrekking hebben op de gehele
                                                instelling;</al></li><li nr="c."><al>Bij subsidies van meer dan €40.000 een
                                                beoordelingsverklaring door een accountant als
                                                bedoeld in art. 4:78 van de wet.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De financiële verslaglegging c.q. de jaarrekening wordt op
                                        dezelfde wijze ingericht als de begroting.</al></li><li nr="4."><al>Bij de aanvraag om vaststelling van de subsidie dient
                                        gebruik te worden gemaakt van het de daarvoor bestemde
                                        subsidieaanvraagformulieren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 28 Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt de subsidie vast binnen acht weken na
                                        ontvangst van de complete aanvraag tot
                                        subsidievaststelling.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de in het eerste lid bedoelde termijn met
                                        ten hoogste acht weken verlengen.</al></li><li nr="3."><al>Wanneer de aanvraag tot subsidievaststelling qua
                                        verslaglegging niet voldoet aan de vereisten zoals die
                                        gesteld in de wet en het hierboven genoemde artikel 20,
                                        wordt een hersteltermijn gehanteerd van vier weken na
                                        dagtekening van het verzoek om de aanvraag aan te
                                        vullen.</al></li><li nr="4."><al>Indien na afloop van de in het voorgaande lid gestelde
                                        termijn de aanvraag tot subsidievaststelling nog steeds niet
                                        volledig is, stelt het college de subsidie ambtshalve
                                        vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 29 Betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien feiten om omstandigheden als bedoeld om artikel
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=awb/article=4%3A46/date=2012-07-01">4:46 lid 2</extref> van de wet aanleiding geven tot een
                                        lagere vaststelling van de subsidie over het betreffende
                                        jaar, vindt verrekening zo mogelijk plaats door inhouding op
                                        de voorschotbetalingen in het jaar waarin tot
                                        subsidievaststelling wordt genomen. In de beschikking tot
                                        voorschotbetaling wordt steeds een voorbehoud gemaakt dat
                                        een terugvorderingbesluit als bedoeld in dit artikellid kan
                                        worden genomen.</al></li><li nr="2."><al>Basissubsidies worden ineens betaald op een nader door het
                                        college te bepalen tijdstip.</al></li><li nr="3."><al>Incidentele activiteitensubsidies worden binnen vier weken
                                        na de subsidievaststelling betaald, tenzij in de beschikking
                                        tot verlening anders is bepaald.</al></li><li nr="4."><al>De subsidie wordt in gedeelten betaald indien dat door het
                                        college bij beschikking is bepaald.</al></li><li nr="5."><al>Verleende subsidiebedragen betreffende structurele
                                        activiteitensubsidies en budgetsubsidies die de € 10.000 te
                                        boven gaan worden in vier termijnen, één termijn in iedere
                                        eerste maand van ieder kwartaal, bevoorschot.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 30</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: "Algemene
                                        subsidieverordening gemeente Vlagtwedde 2012".</al></li><li nr="2."><al>Zij treedt in werking met ingang van 3 juli 2012.3. De
                                        "Algemene Subsidieverordening 2009 " vastgesteld bij
                                        raadsbesluit van 9 april 2009, no. Z.09-10/D.09-8,
                                        sedertdien gewijzigd, wordt ingetrokken</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>