<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR19578_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reclameverordening gemeente Alkmaar 2003</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alkmaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alkmaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 25-04-2003</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reclameverordening gemeente Alkmaar 2003</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=149">Gemeentewet, art. 149 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-04-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-06-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-12-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reclameverordening gemeente Alkmaar 2003</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Begripsbepaling</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><structuurtekst><al>Voor de toepassing van deze voorschriften wordt onder reclames
                                verstaan: opschriften en/of afbeeldingen in welke vorm dan ook en
                                aankondigingen, die aard- en/of nagelvast aan enig onroerend goed
                                zijn verbonden of verbonden zijn aan goederen waarvoor een lig-
                                en/of standplaatsvergunning is verleend, alsmede het aanbrengen van
                                reclames op losse voertuigen.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Toepassingsgebied</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening is van toepassing op het grondgebied van de
                                        gemeente Alkmaar.</al></li><li nr="2."><al>Op het grondgebied gelegen buiten de bebouwde kom is de
                                        provinciale Verordening opschriften en opslag Noord-Holland
                                        van toepassing.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Algemene verbodsbepaling</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of de gebruiker van goederen als bedoeld
                                        in artikel 1, verboden dit goed geheel of ten dele te
                                        gebruiken, of het gebruik ervan te gedogen, voor het
                                        aanbrengen van reclames, met uitzondering van het aanbrengen
                                        van reclames op straatmeubilair als bedoeld in artikel 3 van
                                        het Besluit bouwvergunningsvrije en
                                        licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid geldt alleen voor zover deze
                                        reclames zichtbaar zijn vanaf de openbare weg, het openbaar
                                        water, vanaf de spoorbaan of enig ander voor het publiek
                                        toegankelijke plaats.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Uitzonderingen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><structuurtekst><al>Het bepaalde in artikel 3 is niet van toepassing ten aanzien
                                van:</al><lijst><li nr="1."><al>Naamborden en opschriften, die betrekking hebben op de
                                        dienst, het beroep of bedrijf, uitgeoefend in of op het
                                        onroerend goed, danwel op de bestemming daartoe, mits zij
                                        niet groter zijn dan 0,15 m² en geen grotere afmeting hebben
                                        dan 0,50 m.</al></li><li nr="2."><al>Aankondigingen ter voldoening aan een wettelijke
                                        verplichting, mits in het wettelijk voorschrift genoemde
                                        minimummaten niet worden overschreden. Zijn hiervoor geen
                                        maten vastgesteld, dan zal als maximum zijn toegelaten een
                                        oppervlakte van 0,15 m² en een afmeting van 0,50 m.</al></li><li nr="3."><al>Onverlichte aankondigingen van een verkoping en
                                        aankondigingen, waarbij een onroerend goed geheel of
                                        gedeeltelijk ter verkoop, verhuur of verpachting wordt
                                        aangeboden, voor zolang zij feitelijk betekenis hebben, mits
                                        zij worden aangebracht op, aan of in het onroerend goed dat
                                        te koop of te huur wordt aangeboden, danwel waarop of waarin
                                        de verkoping zal plaatsvinden en mits zij niet groter zijn
                                        dan 0,35 m² en geen grotere afmeting hebben dan 1 m. Het
                                        aantal mag voor elk onroerend goed niet groter zijn dan
                                        twee.</al></li><li nr="4."><al>Aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang
                                        zij feitelijk betekenis hebben, doch voor niet langer dan
                                        vier weken, mits zij niet groter zijn dan 0,75 m² en geen
                                        grotere afmeting hebben dan 1 m.</al></li><li nr="5."><al>Aankondigingen aan een bioscoop van de daarin te vertonen
                                        films.</al></li><li nr="6."><al>Opschriften op zuilen, borden en nissen, welke daarvoor van
                                        gemeentewege zijn aangewezen.</al></li><li nr="7."><al>Opschriften in het inwendige gedeelte van het onroerend
                                        goed.</al></li><li nr="8."><al>Reclame-objecten waarvoor op grond van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet">Woningwet</extref> een bouwvergunning is vereist.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Vergunningsprocedure</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen vergunning verlenen voor
                                        het aanbrengen van (een) reclame(s).</al></li><li nr="2."><al>Een aanvraag om vergunning dient vergezeld te gaan van een
                                        duidelijke tekening of foto voor het beoordelen van de
                                        aanvraag, aangevende de reclame die men wenst aan te
                                        brengen, alsmede een beschrijving daarvan, onder meer
                                        vermeldende de toe te passen materialen en kleuren. De hier
                                        bedoelde stukken dienen in tweevoud te worden
                                        overgelegd.</al></li><li nr="3."><al>De aanvraag als bedoeld in het tweede lid wordt door
                                        burgemeester en wethouders niet in behandeling genomen,
                                        indien de aanvraag niet voldoet aan de daaraan bij of
                                        krachtens dit artikel gestelde eisen. In dat geval stellen
                                        burgemeester en wethouders binnen 2 weken na ontvangst van
                                        de aanvraag de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag
                                        binnen 2 weken aan te vullen of te verbeteren.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders winnen over een aanvraag als
                                        bedoeld in het eerste lid, het advies in van de Stichting
                                        Welstandszorg Noord-Holland.</al></li><li nr="5."><al>Een beslissing op de aanvraag wordt genomen binnen 8 weken
                                        na de dag waarop deze is ingekomen.</al></li><li nr="6."><al>De beslissing als bedoeld in het vorige lid wordt zo spoedig
                                        mogelijk schriftelijk ter kennis van de aanvrager
                                        gebracht.</al></li><li nr="7."><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20/article=4%3A5">Artikel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht</extref>
                                        is van overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><structuurtekst><al>Burgemeester en wethouders kunnen richtlijnen opstellen voor de
                                beoordeling van aanvragen als in artikel 5 bedoeld.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><structuurtekst><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning voorschriften
                                verbinden.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Weigering</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning weigeren: </al><lijst><li nr="a."><al>wegens gevaar voor ontsiering van het onroerend goed
                                                en/of de omgeving daarvan, danwel wegens
                                                (licht)hinder voor de woonomgeving, en/of</al></li><li nr="b."><al>indien de aanvraag reclames betreft die geen
                                                betrekking hebben op een ter plaatse gevestigde
                                                zaak, inrichting of bedrijf, of op een ter plaatse
                                                uitgeoefend beroep, en/of</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de verkeersveiligheid, en/of</al></li><li nr="d."><al>ter voorkoming of beperking van overlast voor
                                                gebruikers van in de nabijheid gelegen onroerende
                                                zaken;</al></li><li nr="e."><al>wegens ontsiering van het landschap of disharmonie
                                                met de omgeving.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het besluit waarbij de vergunning wordt geweigerd, is met
                                        redenen omkleed en wordt de aanvrager schriftelijk
                                        meegedeeld.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Intrekking</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Een vergunning, afgegeven op grond van het bepaalde in
                                        artikel 5, kan door burgemeester en wethouders worden
                                        ingetrokken indien: </al><lijst><li nr="a."><al>het goed waaraan of waarop de zaak of de zaken
                                                betrekking hebben en waarvoor vergunning is
                                                verleend, een verandering ondergaat en door het
                                                handhaven van die zaak of zaken het betrokken goed
                                                en/of de omgeving daarvan naar het oordeel van
                                                burgemeester en wethouders wordt/worden ontsierd en
                                                aan dit bezwaar door het stellen van voorschriften
                                                niet kan worden tegemoet gekomen, en/of</al></li><li nr="b."><al>blijkt, dat de vergunning ten gevolge van een
                                                onjuiste of onvolledige opgave is verleend, terwijl
                                                vaststaat dat de vergunning zou zijn geweigerd
                                                indien de opgave juist en volledig zou zijn geweest,
                                                en/of</al></li><li nr="c."><al>de houder van de vergunning in strijd met die
                                                vergunning handelt of de aan de verleende vergunning
                                                verbonden voorschriften niet heeft nageleefd,
                                                en/of</al></li><li nr="d."><al>van de vergunning gedurende zes maanden na haar
                                                dagtekening geen gebruik is gemaakt, of wel indien -
                                                na aanvankelijk gebruik van de vergunning - hiervan
                                                gedurende een periode van tenminste zes
                                                achtereenvolgende maanden geen gebruik is gemaakt,
                                                en/of</al></li><li nr="e."><al>de zaak waarvoor vergunning is verleend geen
                                                betrekking meer heeft op het bedrijf of beroep dat
                                                in het goed wordt uitgeoefend, en/of</al></li><li nr="f."><al>de houder van de vergunning dit verzoekt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>a. Een besluit als in het eerste lid bedoeld, met
                                        uitzondering van het gestelde onder f. van voorgenoemd lid,
                                        wordt niet eerder genomen dan nadat de houder van de
                                        vergunning schriftelijk van het voornemen hiertoe in kennis
                                        is gesteld en hij in de gelegenheid is gesteld zijn
                                        zienswijze hieromtrent naar keuze schriftelijk of mondeling
                                        naar voren te brengen; </al><lijst><li nr="b."><al>de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20/article=4%3A8">artikelen 4.8 t/m 4.12 van de Algemene wet
                                                  bestuursrecht</extref> zijn van overeenkomstige
                                                toepassing. </al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Aanschrijving</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Indien reclames, als in deze verordening bedoeld, naar het
                                        oordeel van burgemeester en wethouders in een zodanige staat
                                        verkeren dat zij het goed waarop of waaraan zij zijn
                                        aangebracht ontsieren of de verkeersveiligheid in gevaar
                                        brengen, zijn zij bevoegd de eigenaar of gebruiker van dat
                                        goed aan te schrijven om de reclame binnen een bij de
                                        aanschrijving te bepalen termijn op de daarbij aan te geven
                                        wijze te verbeteren, te wijzigen, danwel te
                                        verwijderen.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het voorgaande artikel, onder 2a. en b. is
                                        van overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><structuurtekst><al>Hij die een aanschrijving als bedoeld in artikel 10 lid 1 heeft
                                ontvangen, is gehouden daaraan binnen de daarin bepaalde termijn te
                                voldoen.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Beroep</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><structuurtekst><al>Tegen besluiten genomen krachtens deze verordening kan de
                                belanghebbende overeenkomstig de bepalingen in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">hoofdstukken 6 en 7 van de Algemene wet bestuursrecht</extref>
                                een bezwaarschrift indienen bij burgemeester en wethouders.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Opsporing</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 13</titel></kop><structuurtekst><al>De in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafvordering%20/article=141">artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering</extref>
                                genoemde opsporingsambtenaren zijn met het opsporen van de in deze
                                verordening strafbaar gestelde feiten belast.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Strafbepaling</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 14</titel></kop><structuurtekst><al>Overtreding van het bepaalde in of krachtens deze verordening wordt
                                gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van
                                de tweede categorie.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Slotbepaling</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De Reclameverordening gemeente Alkmaar 1996 wordt
                                    ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking zes weken na de dag waarop
                                    zij is afgekondigd.</al></li><li nr="3."><al>Een vergunning verleend op grond van de in lid 1 bedoelde
                                    verordening wordt geacht te zijn verleend op grond van deze
                                    verordening.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Reclameverordening
                                    gemeente Alkmaar 2003".</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld bij raadsbesluit van 24 april 2003.</ondertekening><ondertekening>Gepubliceerd in het gemeenteblad op 25 april 2003.</ondertekening><ondertekening>Bekend gemaakt in de Officiële Mededelingen van het Alkmaars Nieuwsblad op
                        30 april 2003.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Behoort bij Reclameverordening gemeente Alkmaar 2003;</vet></al><al>Richtlijnen voor de beoordeling van aanvragen als bedoeld in artikel 5 van de "Reclameverordening Gemeente Alkmaar
                        2003".</al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>Voor de toepassing van deze richtlijnen wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>weg: weg als bedoeld in artikel 1.1 onder a. van de Algemene plaatselijke
                                verordening;</al></li><li nr="b."><al>reclames: de in de "Reclameverordening Gemeente Alkmaar 2003" onder
                            artikel 1 omschreven reclames.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Reclames dienen technisch, reclametechnisch en visueel optimaal te
                            worden aangepast aan het gebouw en/of ingepast in de omgeving en mogen
                            niet ontsierend zijn zowel ten opzichte van het goed waaraan de reclame
                            is bevestigd als ten opzichte van de omgeving.</al></li><li nr="2."><al>Als ontsierende reclames worden in ieder geval aangemerkt: </al><lijst><li nr="a."><al>reclames, die niet voldoende in harmonie zijn met de
                                    architectuur van het gebouw en/of met het karakter van de
                                    omgeving;</al></li><li nr="b."><al>reclames, waarvan de bevestigingsconstructie in verhouding tot
                                    de aan te brengen reclame en het gebouw te ver uit het gevelvlak
                                    steekt, danwel reclames die niet loodrecht op of niet evenwijdig
                                    aan en vlak tegen de gevel zijn geplaatst;</al></li><li nr="c."><al>reclames, die boven het bestaande bouwsilhouet uitgaan;</al></li><li nr="d."><al>knipperende lichtreclames;</al></li><li nr="e."><al>reclames, waarvan de opschriften niet zijn samengesteld uit
                                    esthetisch verantwoorde letters en/of tekens, alsmede die
                                    waarvan de tekst, eventueel in combinatie met een afbeelding,
                                    grafisch niet goed verzorgd is;</al></li><li nr="f."><al>reclames, waarvan de kleurstelling in disharmonie is met het
                                    pand en/of de omgeving;</al></li><li nr="g."><al>reclames in de vorm van lichtreflexborden;</al></li><li nr="h."><al>reclames, aangebracht op borden, welke vervaardigd zijn van niet
                                    deugdelijk of niet weerbestendig materiaal;</al></li><li nr="i."><al>reclames op displays (sandwichborden e.d.) en spandoeken;</al></li><li nr="j."><al>enkelzijdige lichtbakken in het beschermd stadsgezicht.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 3</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het aantal, de grootte en de soort van de per gebouw toelaatbare
                            reclames zijn afhankelijk van de afmeting, de schaal, de structuur en de
                            aard van het gebouw, alsmede van het reclameobject op zich en in zijn
                            omgeving.</al></li><li nr="2."><al>Uitgaande van de afmeting, de schaal, de structuur en de aard van het
                            gebouw, het profiel en de breedte van de straat wordt van geval tot
                            geval bepaald hoe ver een reclame-object uit het gevelvlak mag steken,
                            met dien verstande, dat in het algemeen de reclame-objecten ten hoogste
                            70 cm (inclusief bevestiging) buiten het gevelvlak mogen steken.</al></li><li nr="3."><al>Met betrekking tot verlichte reclames kan in verband met de bestaande
                            woonomgeving per geval worden bepaald dat de lichtsterkte, gemeten aan
                            de gevel(s) van de tegenover dan wel terzijde van de reclame(s)
                            aanwezige (boven)woningen, niet meer mag bedragen dan 2,5 lux en/of kan
                            worden bepaald dat tussen 23.00 uur en 07.00 uur de lampen in deze
                            reclame uitgeschakeld dienen te zijn.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In het algemeen mogen reclames aan gevels niet hoger worden aangebracht
                            dan de benedenkant van de raamdorpels van de eerste verdieping. In
                            incidentele gevallen kan van deze algemene regel worden afgeweken indien
                            het gaat om panden waarin op meerdere verdiepingen bedrijfsactiviteiten
                            plaatsvinden, opslag van goederen uitgesloten.</al></li><li nr="2."><al>Uit het gevelvlak stekende reclame-objecten dienen als regel niet hoger
                            te worden aangebracht dan de scheiding van de begane grond en de eerste
                            verdieping.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Op en langs de Randweg zal het aantal aan te brengen reclame-objecten
                            gebundeld worden, waarbij onderscheid wordt gemaakt in weggebonden
                            bedrijven, bedrijvenpark-promotie en sponsorreclame.</al></li><li nr="2."><al>Weggebonden bedrijven zijn die bedrijven die voor het voortbestaan
                            afhankelijk zijn van de weg. Onder die categorie kunnen worden
                            gerangschikt wegrestaurants, hotels/motels en benzinestations. Het
                            plaatsen van een reclame-object op eigen terrein c.q. op het gebouw
                            behoort dan tot de mogelijkheden. De hoogte ervan is afhankelijk van de
                            afmeting, de schaal, de structuur en de aard van het gebouw, alsmede van
                            het reclame-object op zich en in zijn omgeving.</al></li><li nr="3."><al>Bij bedrijventerrein-promotie is het plaatsen van één grootschalig
                            reclame-object toegestaan met een hoogte tussen de 15.00 en 25.00 meter.
                            In dat geval gaat het dan wel om de vermelding van bedrijven die ook
                            daadwerkelijk op dat bedrijventerrein gevestigd zijn.</al></li><li nr="4."><al>Bij sponsorreclame is er sprake van het plaatsen van één reclame-object
                            met een hoogte van maximaal 15.00 meter en waarvan de opbrengst mede
                            strekt ten behoeve van sociale en maatschappelijke activiteiten.</al></li><li nr="5."><al>Het totaal aantal te plaatsen reclame-objecten langs de Randweg mag niet
                            meer bedragen dan het aantal dat op aangehechte en tot deze richtlijnen
                            behorende tekening is aangegeven.</al></li><li nr="6."><al>De reclame-objecten die in vorengenoemd kader nabij kruisingen van wegen
                            worden geplaatst, moeten minimaal 50.00 meter vanuit het hart van die
                            kruising worden geplaatst.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Reclames die op enigerlei wijze mechanisch worden bewogen, zullen mede
                    beoordeeld worden aan de hand van hun bewegende elementen, vormgeving, kleur en
                    verlichting in verband met de omgeving.</al><al>Vastgesteld bij besluit van 18 februari 2003.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>