<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR19560_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Inspraakverordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alkmaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alkmaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Officiële Mededelingen, 15-11-2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=150">Gemeentewet, artikel 150 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-10-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-11-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt per 16-11-2006 de Kaderregeling Inspraak en Participatien.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Inspraakverordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>De verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>inspraak: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de
                                voorbereiding van gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="b."><al>inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt
                                gegeven;</al></li><li nr="c."><al>beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het
                                vaststellen of wijzigen van beleid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderwerp van inspraak</titel></kop><al>Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of
                        inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid.</al><lijst><li nr="1."><al>Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht.</al></li><li nr="2."><al>Geen inspraak wordt verleend: </al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder
                                        vastgesteld beleidsvoornemen;</al></li><li nr="b."><al>indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is
                                        uitgesloten;</al></li><li nr="c."><al>indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving
                                        waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks
                                        beleidsvrijheid heeft;</al></li><li nr="d."><al>inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke
                                        dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van
                                        de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">Gemeentewet</extref>;</al></li><li nr="e."><al>indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate
                                        spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht;</al></li><li nr="f."><al>indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang
                                        van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare
                                        groepen in de samenleving.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inspraakgerechtigden</titel></kop><al>Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inspraakprocedure</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20">Algemene wet bestuursrecht</extref> van toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan kan voor één of meer beleidsvoornemens een andere
                                inspraakprocedure vaststellen.</al></li><li nr="3."><al>Indien in de loop van een procedure een ontwerpplan naar aard en
                                omvang zodanig is gewijzigd dat een geheel ander plan is ontstaan,
                                kan het betreffende bestuursorgaan het gewijzigde ontwerp opnieuw in
                                de inspraak brengen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Eindverslag</titel></kop><al>Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een eindverslag
                        op.</al><lijst><li nr="1."><al>Het eindverslag bevat in elk geval: </al><lijst><li nr="a."><al>een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure;</al></li><li nr="b."><al>een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak
                                        mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;</al></li><li nr="c."><al>een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed
                                        wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing
                                        van het beleidsvoornemen wordt overgegaan.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze
                                openbaar.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester maakt melding van het eindverslag in zijn
                                burgerjaarverslag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Kaderregeling Inspraak en Participatie wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt één dag na de dag van bekendmaking in werking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Inspraakverordening.</al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><al><vet>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Inspraak. Er zijn veel omschrijvingen van het begrip inspraak. Bij de in
                            dit artikel opgenomen formulering is aangesloten bij de tekst van
                            artikel 150 van de Gemeentewet. Inspraak is een onderdeel van de
                            voorbereiding en uitvoering van het gemeentelijk beleid en heeft een
                            tweeledig doel. Enerzijds wordt aan belanghebbenden de mogelijkheid
                            geboden om hun mening over beleidsvoornemens kenbaar te maken.
                            Anderzijds biedt inspraak aan bestuursorganen een belangrijk hulpmiddel
                            in het kader van de voor de beleidsvoorbereiding noodzakelijke
                            belangenafweging. Inspraak is overeenkomstig artikel 150 van de
                            Gemeentewet 'eenzijdig' gedefinieerd, dat wil zeggen dat geen
                            gedachtewisseling met het bestuursorgaan is inbegrepen. Het tweezijdige
                            element van gedachtewisseling komt aan bod in het
                            Participatiebeleid.</al></li><li nr="b."><al>Inspraakprocedure. De verantwoordelijkheid voor het maken van een
                            regeling over inspraak ligt ingevolge artikel 150 van de Gemeentewet bij
                            de raad. Zoals in de algemene toelichting is vermeld, is in de
                            verordening afdeling 3.4 Awb van toepassing verklaard. Artikel 4, tweede
                            lid, van de verordening geeft het bestuursorgaan ruimte om een andere
                            procedure te volgen. Het bestuursorgaan is immers verantwoordelijk voor
                            uitvoering, de nadere regeling en organisatie van de inspraak.</al></li><li nr="c."><al>Beleidsvoornemen. Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd als het
                            voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van
                            beleid. Het zal duidelijk zijn dat het hierbij niet gaat om de
                            vaststelling van concrete besluiten of maatregelen, maar om de vorming
                            van het beleid waarop deze kunnen worden gebaseerd.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2 Onderwerp van inspraak</vet></al><al>In het eerste lid is bepaald dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen
                    bevoegdheden besluit of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van
                    gemeentelijk beleid. Het begrip bestuursorgaan is gedefinieerd in artikel 1:1,
                    eerste lid, van de Awb. Het omvat in elk geval raad, college en burgemeester.
                    Elk bestuursorgaan van de gemeente kan zijn eigen beleidsvoornemens aan inspraak
                    onderwerpen. In de MvT (TK 1999-2000, 27 023, nummer 3, blz. 20) is vermeld dat
                    het ter volledige beoordeling van de gemeenteraad blijft ten aanzien van welke
                    beleidsvoornemens inspraak wordt verleend. Omdat het in bepaalde gevallen
                    doelmatiger zal kunnen zijn als inspraak geschiedt door middel van bijvoorbeeld
                    spreekrecht bij raadsvergaderingen, blijft door de formulering van het eerste
                    lid de mogelijkheid bestaan dat voor bepaalde beleidsvoornemens een andere wijze
                    van inspraak wordt geregeld. Het besluit om al dan niet inspraak te verlenen is
                    een besluit in de zin van de Awb. Hiertegen kan dus bezwaar worden gemaakt.</al><al>In het tweede lid is bepaald dat inspraak altijd wordt verleend indien een
                    wettelijk voorschrift daartoe verplicht. Hieronder is opgesomd welke wettelijke
                    verplichtingen gelden. Er is van afgezien om dit op te nemen in de tekst van
                    artikel 2 zelf, omdat in de eerste plaats bij een nieuwe wettelijke verplichting
                    direct de verordening moet worden aangepast en in de tweede plaats het een
                    dermate uitgebreide opsomming is dat de verordening hiermee onoverzichtelijk
                    wordt.</al><al>Wettelijke verplichtingen tot het bieden van inspraak bestaan thans bij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorbereiding van ruimtelijke plannen of herziening daarvan danwel
                            bij de toepassing van artikel 19, eerste lid, van de Wet op de
                            Ruimtelijke Ordening (artikel 6a WRO);</al></li><li nr="b."><al>de voorbereiding van het beleid inzake stadsvernieuwing (artikel 8 Wet
                            op de stads- en dorpsvernieuwing);</al></li><li nr="c."><al>de voorbereiding van een ontwikkelingsprogramma stedelijke vernieuwing
                            (artikel 7a Wet stedelijke vernieuwing);</al></li><li nr="d."><al>de voorbereiding van het gemeentelijk milieubeleidsplan (artikel 4.17,
                            derde lid, Wet milieubeheer (WM));</al></li><li nr="e."><al>de voorbereiding van een besluit tot vaststelling van een
                            afvalstoffenverordening die afwijkt van artikel 10.21 WM (artikel 10.26,
                            tweede lid, WM);</al></li><li nr="f."><al>het integraal gemeentelijk gehandicaptenbeleid (artikel 1a Wet
                            voorzieningen gehandicapten);</al></li><li nr="g."><al>de plannen en beleidsverslagen gericht op de realisatie en de vormgeving
                            van cliëntenparticipatie bij de uitvoering van de Algemene bijstandswet
                            (artikel 118), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                            arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (artikel 42, eerste lid, onder
                            d) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                            arbeidsongeschikte werkloze werknemers (artikel 42, eerste lid, onder
                            d);</al></li><li nr="h."><al>de voorbereiding van besluiten tot uitsluiting van welstandstoetsing als
                            bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder a en b, van de Woningwet
                            (artikel 12, vierde lid).</al></li><li nr="In"><al>het derde lid is opgenomen wanneer geen inspraak wordt verleend.</al></li></lijst><al>Jurisprudentie</al><lijst><li nr="•"><al>Er zijn geen wettelijke beletselen om bij het in procedure brengen van
                            het ontwerpplan af te wijken van het voorontwerp dat aan inspraak
                            onderworpen is geweest. Dit neemt niet weg dat, indien de afwijkingen
                            ten opzichte van het voorontwerp naar aard en omvang zodanig zijn dat
                            een geheel ander plan is ontstaan, dit aanleiding kan zijn de inspraak
                            opnieuw een aanvang te laten nemen. In dit geval oordeelde de Afdeling
                            bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS) dat terecht geen nieuwe
                            inspraak is opengesteld (ABRS 22 januari 2003, inzake nummer
                            200001851/1, LJN-nummer AF3164).</al></li><li nr="•"><al>Uitwerkingsplan ex artikel 11 WRO is een ruimtelijk plan waarop artikel
                            6a WRO ziet en is dus inspraakplichtig. De goedkeuring van een deel van
                            een uitwerkingsplan dat de bouw van woningen mogelijk maakt, is in
                            strijd met artikel 6a WRO en de inspraakverordening nu aan omwonenden
                            geen inspraak is verleend met betrekking tot dit plandeel (ABRS 2 maart
                            2000, GS, 151 (2001) 7133, 7).</al></li><li nr="•"><al>Het is niet in strijd met de inspraakverordening noch met artikel 6a WRO
                            noch met artikel 2:4 Awb dat de raad eerst zelf de aanvaardbaarheid van
                            de voorgestane ruimtelijke ontwikkeling heeft onderzocht en in het
                            voorontwerp van het plan de voorkeur voor een bepaalde ontwikkeling
                            heeft laten blijken, alvorens in het kader van de inspraakprocedure de
                            bevolking daarover te raadplegen. De afdeling concludeert dat de
                            gevolgde inspraakprocedure correct is (ABRS 31 januari 2000, inzake
                            nummer E01.98.0409, LJN-nummer AA5106).</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3 Inspraakgerechtigden</vet></al><al>De omschrijving van inspraakgerechtigden vloeit rechtstreeks voort uit de tekst
                    van artikel 150 van de Gemeentewet. In de Wet uniforme openbare
                    voorbereidingsprocedure Awb zijn de woorden 'in de gemeente een belang hebbende
                    natuurlijke en rechtspersonen' vervangen door: belanghebbenden. Het begrip
                    'belanghebbende' is in artikel 1:2 Awb gedefinieerd en deze definitie heeft ook
                    gelding voor wetgeving buiten de Awb.</al><al>Jurisprudentie: In dit geval is het projectdocument uitsluitend aan het
                    wijkoverlegorgaan voorgelegd. De kring van personen die ingevolge artikel 6a WRO
                    moeten worden betrokken bij de voorbereiding van ruimtelijke plannen is ruimer.
                    Conclusie is dat de inspraak die niet overeenkomstig de inspraak-verordening is
                    verleend, in strijd is met artikel 6a WRO (ABRS 14 augustus 2002, inzake nummer
                    200102132/1, LJN-nummer AE6455).</al><al><vet>Artikel 4 Inspraakprocedure</vet></al><al>Ter uniformering en deregulering is in het eerste lid afdeling 3.4 van de Awb
                    van toepassing verklaard op de inspraak. In artikel 3:11 tot en met 3:17 (tot de
                    inwerkingtreding van de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb:
                    artikel 3:11 tot en met 3:13) Awb is de inspraakprocedure te vinden. Na
                    terinzagelegging en bekendmaking van het beleidsvoornemen kunnen belanghebbenden
                    gedurende zes weken (tot de inwerkingtreding van de Wet uniforme openbare
                    voorbereidingsprocedure Awb: vier weken) schriftelijk of mondeling hun
                    zienswijze naar voren brengen. In de meeste gevallen zal deze procedure passend
                    zijn voor de inspraak. Zo niet, dan kan op grond van het tweede lid de
                    inspraakprocedure worden aangepast.</al><al>Zo kan bijvoorbeeld de genoemde zes weken termijn door het bestuursorgaan in
                    bepaalde gevallen te lang worden bevonden. Deze termijn kan dan bij besluit van
                    het bestuursorgaan op grond van het tweede lid worden aangepast.</al><al><vet>Artikel 5 Eindverslag</vet></al><al>In dit geval is niet gekozen voor verwijzing naar afdeling 3.4 Awb. In artikel
                    3:17 (tot de inwerkingtreding van de Wet uniforme openbare
                    voorbereidingsprocedure: artikel 3:13, vijfde lid) Awb wordt namelijk slechts
                    bepaald dat een verslag wordt gemaakt van hetgeen tijdens de inspraakprocedure
                    mondeling naar voren is gebracht.</al><al>Onder het in het tweede lid, onderdeel a, genoemde verslag van de gevolgde
                    inspraakprocedure wordt verstaan: Hoe is de procedure feitelijk verlopen? Is
                    afdeling 3.4 Awb onverkort toegepast? Wanneer is het beleidsvoornemen ter inzage
                    gelegd enz.?</al><al>Onderdeel b betekent dat de eindrapportage een volledig overzicht dient te
                    bevatten van zowel de mondelinge als de schriftelijke inspraakreacties. De
                    schriftelijke inspraakreacties kunnen aan het verslag worden gehecht. In de MvT
                    bij de Awb wordt opgemerkt dat in het verslag kan worden volstaan met een korte
                    zakelijke weergave van de naar voren gebrachte opvattingen en vermelding van de
                    personen die hun opvatting naar voren hebben gebracht.</al><al>Onder c wordt als het sluitstuk van inspraak voorgeschreven dat het
                    bestuursorgaan aangeeft wat met de zienswijzen wordt gedaan.</al><al>In het derde lid is bepaald dat het bestuursorgaan het eindverslag op de
                    gebruikelijke wijze openbaar maakt. Wij hebben dit niet verder ingevuld, omdat
                    dit per gemeente kan verschillen. Wij willen hier wel benadrukken dat de
                    bekendmaking van de resultaten van de inspraak uitermate belangrijk is. Het ligt
                    voor de hand om degenen die hebben ingesproken een exemplaar van het eindverslag
                    te sturen. Daarnaast kan het eindverslag algemeen worden gepubliceerd in de
                    krant en op de gemeentelijke website. Als het aantal insprekers omvangrijk is,
                    kan worden gekozen voor het volstaan met een algemene bekendmaking. Het is aan
                    te bevelen om tijdens de inspraakavond al duidelijkheid omtrent de communicatie
                    te verschaffen.</al><al>In het vierde lid wordt de burgemeester verplicht om van het eindverslag melding
                    te maken in het burgerjaarverslag overeenkomstig artikel 170, tweede lid, aanhef
                    en onder b, van de Gemeentewet.</al><al><vet>Artikel 6 Intrekking oude verordening</vet></al><al>Met deze bepaling wordt de bestaande inspraakverordening ingetrokken. De datum
                    waarop de oude verordening vervalt, is de datum waarop de verordening in werking
                    treedt (zie artikel 7).</al><al><vet>Artikel 7 Inwerkingtreding</vet></al><al>Deze verordening treedt één dag na de dag van bekendmaking in werking.</al><al><vet>Artikel 8 Citeertitel</vet></al><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Inspraakverordening. In de citeertitel
                    wordt geen jaartal opgenomen om te voorkomen dat de schijn wordt gewekt dat de
                    verordening slechts voor één jaar geldt.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>