<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR19558_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvestingsverordening Alkmaar 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alkmaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alkmaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Officiële Mededelingen, 19-01-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening Alkmaar 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Huisvestingswet%20/article=2">Huisvestingswet , art. 2 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-01-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-12-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>bijlage 1</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al><extref doc="http://alkmaar.regelingenbank.nl/regelingen/Huisvestingsverordening-Alkmaar-2007#bijlage-1-behorend-bij-huisvestingsverordening-alkmaar-2007-en-geldend-per-1-1-2011">Huisvestingsverordening Alkmaar 2007, Bijlage 1</extref></al><al><extref doc="http://alkmaar.regelingenbank.nl/regelingen/Huisvestingsverordening-Alkmaar-2007#bijlage-2-behorend-bij-huisvestingsverordening-alkmaar-2007-en-geldend-per-1-7-2009">Huisvestingsverordening Alkmaar 2007, Bijlage 2</extref></al><al><extref doc="http://alkmaar.regelingenbank.nl/regelingen/Huisvestingsverordening-Alkmaar-2007#bijlage-3-behorend-bij-huisvestingsverordening-alkmaar-2007">Huisvestingsverordening Alkmaar 2007, Bijlage 3</extref></al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Huisvestingsverordening Alkmaar 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1.1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Huisvestingswet">Huisvestingswet</extref>;</al></li><li nr="b."><al>besluit: het Huisvestingsbesluit;</al></li><li nr="c."><al>woonruimte: het daaromtrent in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Huisvestingswet/article=1">artikel 1, lid 1 sub b, van de wet</extref> bepaalde;</al></li><li nr="d."><al>huurprijs: de huurprijs als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Huisvestingswet/article=1">artikel 1, lid 1, sub j van de wet</extref>;</al></li><li nr="e."><al>rekenhuur: de rekenhuur zoals bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20Huurtoeslag/article=1">artikel 1, sub h van de Wet op de
                                    Huurtoeslag</extref>;</al></li><li nr="f."><al>koopprijs: het daaromtrent in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Huisvestingswet/article=1">artikel 1, lid 1 sub k, van de wet</extref> bepaalde;</al></li><li nr="g."><al>huurprijsgrens: de huurprijs waarboven, op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20Huurtoeslag/article=13">artikel 13, lid 1, sub. a. van de Wet op de
                                        Huurtoeslag</extref>, geen huurtoeslag wordt toegekend;</al></li><li nr="h."><al>koopprijsgrens: het daaromtrent in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Huisvestingswet/article=6">artikel 6, lid 3, van de wet</extref> bepaalde, dan wel het
                                    op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Huisvestingswet/article=6">artikel 6, lid 4, van de wet</extref> toegestane;</al></li><li nr="i."><al>regio Noord-Kennemerland: het grondgebied van de gemeenten
                                    Alkmaar, Bergen, Castricum, Graft-De Rijp, Heerhugowaard,
                                    Heiloo, Langedijk en Schermer;</al></li><li nr="j."><al>ingezetene: degene die in het bevolkingsregister van één of meer
                                    van de gemeenten in de regio Noord-Kennemerland is opgenomen en
                                    feitelijk in dat gebied hoofdverblijf heeft in een voor
                                    permanente bewoning aangewezen woonruimte;</al></li><li nr="k."><al>huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die
                                    een duurzame, gemeenschappelijke huishouding voeren;</al></li><li nr="l."><al>woningzoekende: het huishouden dat: </al><lijst><li nr="-"><al>(andere) woonruimte zoekt en;</al></li><li nr="-"><al>na toetsing aan paragraaf 2.3 is ingeschreven voor in de
                                            regio Noord-Kennemerland aangeboden woonruimte. Met dien
                                            verstande dat de status van woningzoekende bij
                                            woningtoewijzing vervalt op de datum van ondertekening
                                            van een nieuw huurcontract. Op dat moment wordt de
                                            inschrijving doorgehaald;</al></li></lijst></li><li nr="m."><al>economische binding: de binding van een persoon aan de regio
                                    Noord-Kennemerland, daarin gelegen dat die persoon, met het oog
                                    op de voorziening in het bestaan, een redelijk belang heeft zich
                                    in dat gebied te vestigen, waarbij een economische binding wordt
                                    aangenomen bij personen die: </al><lijst><li nr="1."><al>voor de voorziening in het bestaan zijn aangewezen op
                                            duurzaam verrichten van arbeid binnen of vanuit de regio
                                            Noord-Kennemerland gedurende minimaal 20 uur in de week
                                            en die minimaal een jaarcontract hebben;</al></li><li nr="2."><al>een voltijd dagopleiding volgen aan een erkende
                                            onderwijsinstelling binnen de regio
                                            Noord-Kennemerland;</al></li></lijst></li><li nr="n."><al>maatschappelijke binding: de binding van een persoon aan de
                                    regio Noord-Kennemerland, daarin gelegen dat die persoon een
                                    redelijk, met de plaatselijke samenleving verband houdend belang
                                    heeft zich in dat gebied te vestigen, waarbij een
                                    maatschappelijke binding wordt aangenomen bij personen die
                                    gedurende de afgelopen tien jaar tenminste zes jaar onafgebroken
                                    ingeschreven hebben gestaan in het bevolkingsregister van één of
                                    meer van de gemeenten in de regio Noord-Kennemerland;</al></li><li nr="o."><al>woningzoekende van de regio: hiertoe behoren de volgende
                                    groepen: </al><lijst><li nr="-"><al>woningzoekende ingezetenen;</al></li><li nr="-"><al>woningzoekenden met economische binding;</al></li><li nr="-"><al>woningzoekenden met maatschappelijke binding;</al></li><li nr="-"><al>woningzoekenden die in de positie verkeren als
                                            aangegeven in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Huisvestingswet/article=13">artikel 13c, lid 1 van de wet</extref>;</al></li></lijst></li><li nr="p."><al>vestiger: een huishouden niet zijnde woningzoekende van de
                                    regio;</al></li><li nr="q."><al>inkomen: als inkomen geldt het bruto jaarinkomen van het
                                    huishouden over het kalenderjaar voorafgaande aan de
                                    ondertekening van het huurcontract. Alleen in situaties van
                                    inkomensdaling van 20% of meer geldt het actueel bruto
                                    jaarinkomen.</al></li><li nr="r."><al>huisvestingsvergunning: de vergunning, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Huisvestingswet/article=7">artikel 7 van de wet</extref>;</al></li><li nr="s."><al>eigenaar: het daaromtrent in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Huisvestingswet/article=1">artikel 1, lid 2, van de wet</extref> bepaalde;</al></li><li nr="t."><al>onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte
                                    bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke
                                    niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit
                                    daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die
                                    woonruimte;</al></li><li nr="u."><al>inwoning: het bewonen van een woonruimte die onderdeel uitmaakt
                                    van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is
                                    genomen;</al></li><li nr="v."><al>standplaats: een standplaats als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=1">artikel 1, eerste lid, onderdeel h van de
                                        Woningwet</extref>;</al></li><li nr="w."><al>woonwagen: een woonwagen als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=1">artikel 1, eerste lid, onderdeel e van de
                                        Woningwet</extref>;</al></li><li nr="x."><al>onttrekkingsvergunning: de vergunning als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Huisvestingswet/article=30">artikel 30 van de wet</extref>;</al></li><li nr="y."><al>splitsingsvergunning: de vergunning als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Huisvestingswet/article=33">artikel 33 van de wet</extref>.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Verdeling van woonruimte</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2.1.1 Huur- en koopprijsgrens</titel></kop><al>Het bepaalde in dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>woonruimten met een huurprijs beneden de huurprijsgrens,
                                        en</al></li><li nr="b."><al>nieuw te bouwen woonruimten met een koopprijs beneden de
                                        koopprijsgrens.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.1.2 Nadere afperking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2.1.1 is het
                                        bepaalde in dit hoofdstuk niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>woonruimten, als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Huisvestingswet/article=6">artikel 6, lid 1, van de wet</extref> (inwoning,
                                                woonwagens, woonschepen en bejaardenoorden);</al></li><li nr="b."><al>onzelfstandige woonruimten;</al></li><li nr="c."><al>woonruimten waarvoor burgemeester en wethouders op
                                                grond van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Leegstandwet">Leegstandwet</extref> vergunning tot verhuur
                                                hebben verleend.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2.1.1 kunnen
                                        burgemeester en wethouders onderdelen van het bepaalde in de
                                        paragrafen 2.2 (huisvestingsvergunning), 2.5
                                        (volgordebepaling en urgentie) en 2.6 (leegmelding,
                                        voordracht en aanbieding van woonruimte) niet van toepassing
                                        verklaren op woonruimten, in eigendom van een eigenaar
                                        waarmee een overeenkomst is gesloten, als bedoeld in artikel
                                        2.7.1.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Huisvestingsvergunning</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2.2.1 Vergunningvereiste</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder een huisvestingsvergunning een
                                        woonruimte, aangewezen c.q. niet uitgezonderd in de
                                        artikelen 2.1.1 en 2.1.2, in gebruik te nemen voor
                                        bewoning.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden de in het vorige lid bedoelde woonruimte
                                        voor bewoning in gebruik te geven aan een huishouden dat
                                        niet beschikt over een huisvestingsvergunning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.2.2 Aanvragen van een
                                    huisvestingsvergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag van een huisvestingsvergunning wordt ingediend
                                        bij burgemeester en wethouders en gaat vergezeld van de door
                                        burgemeester en wethouders verlangde bescheiden benodigd
                                        voor de beoordeling van de aanvraag.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders besluiten de aanvraag niet verder
                                        te behandelen, indien de aanvrager niet aannemelijk kan
                                        maken dat hij, indien hij een huisvestingsvergunning voor de
                                        in de aanvraag aangegeven woonruimte krijgt, die woonruimte
                                        ook daadwerkelijk in gebruik zal kunnen nemen, één en ander
                                        echter met uitzondering van de gevallen, genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Huisvestingswet/article=23">artikel 23, lid 3, van de wet</extref>
                                        (medehuurderschap).</al></li><li nr="3."><al>Op of bij de huisvestingsvergunning vermelden burgemeester
                                        en wethouders de volgende informatie: </al><lijst><li nr="a."><al>de mededeling dat binnen 2 maanden van de
                                                huisvestingsvergunning gebruik gemaakt moet
                                                worden;</al></li><li nr="b."><al>de namen van de personen die als vergunninghouder
                                                worden aangemerkt;</al></li><li nr="c."><al>het aantal personen dat de woonruimte in gebruik
                                                neemt;</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.2.3 Criteria voor vergunningverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders verlenen de
                                        huisvestingsvergunning, indien aan de volgende voorwaarden
                                        wordt voldaan: </al><lijst><li nr="a."><al>het huishouden dat de huisvestingsvergunning
                                                aanvraagt behoort tot de ingevolge paragraaf 2.3
                                                (toelating tot de woningmarkt) aangewezen
                                                categorieën van woningzoekenden die voor het
                                                verkrijgen van een huisvestingsvergunning in
                                                aanmerking komen;</al></li><li nr="b."><al>de woonruimte wordt met toepassing van het bepaalde
                                                in paragraaf 2.4 (passendheid) passend geacht voor
                                                het huishouden dat de huisvestingsvergunning
                                                aanvraagt;</al></li><li nr="c."><al>het huishouden dat de huisvestingsvergunning
                                                aanvraagt komt na toepassing van het bepaalde in
                                                paragraaf 2.5 (volgordebepaling en urgentie) en/of
                                                2.6 (voordracht) voor de woning in aanmerking.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het in het vorige lid, sub c, bepaalde blijft buiten
                                        toepassing, indien zich een situatie voordoet: </al><lijst><li nr="a."><al>als aangegeven in artikel 9 van het besluit
                                                (medehuurderschap, voorgenomen woningruil en
                                                ESTEC-personeel) of;</al></li><li nr="b."><al>als een huishouden binnen een complex met
                                                huurwoningen verhuist naar een woning die in type en
                                                grootte gelijkwaardig is aan de huidige woning. De
                                                huidige woning dient dan wel voor verhuur ter
                                                beschikking te worden gesteld conform paragraaf
                                                2.6.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.2.4 Intrekking</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning
                                intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergunninghouder de daarin vermelde woonruimte niet
                                        binnen de door burgemeester en wethouders bij de verlening
                                        van de vergunning gestelde termijn in gebruik heeft
                                        genomen;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van door de
                                        vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of
                                        redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
                                        waren.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Toelating tot de regionale woningmarkt</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2.3.1 Leeftijd</titel></kop><al>Ten minste één van de leden van het huishouden moet de leeftijd van
                                18 jaar hebben bereikt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.3.2 Verblijfsstatus</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De leden van het huishouden moeten: </al><lijst><li nr="a."><al>de Nederlandse nationaliteit bezitten of op grond
                                                van een wettelijke bepaling als Nederlander worden
                                                behandeld, of</al></li><li nr="b."><al>vreemdeling zijn en rechtmatig verblijf houden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder rechtmatig verblijf wordt verstaan rechtmatig verblijf
                                        zoals bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Vreemdelingenwet%202000/article=8">artikel 8, onder a. tot en met e. en l., van de
                                            Vreemdelingenwet 2000</extref>.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.4</nr><titel>Passendheid</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2.4.1 Verhouding inkomen -
                                    huurprijs/koopprijs</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het inkomen van het huishouden moet in een redelijke
                                        verhouding staan tot de huurprijs of de koopprijs van de
                                        woonruimte.</al></li><li nr="2."><al>Bij de toepassing van het gestelde in lid 1 hanteren
                                        burgemeester en wethouders de in bijlage 1 opgenomen
                                        tabellen voor de bepaling van de verhouding tussen de
                                        huurprijs of de koopprijs en het inkomen.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in lid 2 bedoelde
                                        tabellen te wijzigen uitsluitend voor regionaal afgesproken
                                        aanpassingen. Zij zijn verplicht de raad dan wel de
                                        raadscommissie van deze wijzigingen in kennis te
                                        stellen.</al></li><li nr="4."><al>Voor de bepaling van het inkomen dat in de in lid 2 bedoelde
                                        tabellen wordt toegepast hanteren burgemeester en wethouders
                                        de volgende nadere uitvoeringsregels: </al><lijst><li nr="a."><al>als bewijs van het bruto jaarinkomen bedoeld in
                                                artikel 1.1 onder q. geldt een verklaring van de
                                                Belastingdienst (IB-60 formulier);</al></li><li nr="b."><al>als basis voor het actueel bruto jaarinkomen als
                                                bedoeld in artikel 1.1. onder q. gelden
                                                inkomensspecificaties van de eerste maand waarin de
                                                verlaging is opgetreden tot en met de maand
                                                voorafgaand aan de ondertekening van het
                                                huurcontract.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.4.2 Bezettingsnorm</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De omvang van het huishouden moet passen bij het aantal
                                        kamers van de woonruimte. Als kamer worden gerekend de
                                        woonkamer en slaapkamer(s).</al></li><li nr="2."><al>Bij de toepassing van het gestelde in lid 1 hanteren
                                        burgemeester en wethouders de in bijlage 1 onder
                                        “bezettingsnorm” opgenomen regels.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in lid 2 genoemde
                                        regels te wijzigen uitsluitend voor regionaal afgesproken
                                        aanpassingen. Zij zijn verplicht de raad dan wel de
                                        raadscommissie van deze wijzigingen in kennis te
                                        stellen.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking van het gestelde in lid 2 en lid 3 kan een
                                        huishouden waaraan een stadsvernieuwingsurgentie is
                                        toegekend en waarvan de samenstelling niet wijzigt,
                                        aanspraak maken op woonruimte die wat betreft type en aantal
                                        kamers vergelijkbaar is met de te slopen of te renoveren
                                        woning.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.5</nr><titel>Volgordebepaling en urgentie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2.5.1 Volgordebepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders stellen de volgorde waarin
                                        woningzoekenden voor woonruimte in aanmerking komen vast aan
                                        de hand van het in bijlage 2 opgenomen
                                        uitvoeringsvoorschrift volgordebepaling.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het in lid 1
                                        bedoelde voorschrift te wijzigen uitsluitend voor regionaal
                                        afgesproken aanpassingen. Zij zijn verplicht de raad dan wel
                                        de raadscommissie van deze wijzigingen in kennis te
                                        stellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.5.2 Urgentieverklaring</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een woningzoekende dringend behoefte heeft aan
                                        (andere) woonruimte, kan hij aan burgemeester en wethouders
                                        verzoeken hem een urgentieverklaring te verstrekken. In
                                        afwijking van het gestelde in de eerste volzin wordt de
                                        urgentieverklaring ambtshalve verstrekt, indien de dringende
                                        behoefte gebaseerd is op stadsvernieuwing. In dat geval zijn
                                        de artikelen 2.5.3., lid 1, 2.5.4., lid 1 en 2.5.5., lid 1
                                        niet van toepassing.</al></li><li nr="2."><al>De urgentieverklaring houdt het volgende in: </al><lijst><li nr="a."><al>de erkenning dat verhuizing van de woningzoekende
                                                noodzakelijk is;</al></li><li nr="b."><al>de toezegging dat de woningzoekende dientengevolge
                                                gedurende een periode van zes maanden na de datum
                                                van verstrekking van de urgentieverklaring voorrang
                                                krijgt bij de toewijzing van een bepaald soort
                                                woonruimte (voor wat betreft woningtype,
                                                woninggrootte en huurprijs) in de regio;</al></li><li nr="c."><al>de mededeling dat de woningzoekende gedurende drie
                                                maanden na de datum van verstrekking van de
                                                urgentieverklaring zelfstandig dient te reageren op
                                                krachtens artikel 2.6.4 aangeboden woonruimte die
                                                voldoet aan de in sub b. bedoelde omschrijving;</al></li><li nr="d."><al>de toezegging dat, indien – als gevolg van het
                                                ontbreken van passend aanbod in de regionale
                                                woningkrant - na drie maanden geen (andere)
                                                woonruimte is verkregen, burgemeester en wethouders
                                                overeenkomstig artikel 2.5.5 bemiddeling zullen
                                                verlenen;</al></li><li nr="e."><al>de mededeling dat de in artikel 2.5.6 lid 2
                                                omschreven gevallen leiden tot intrekking van de
                                                urgentieverklaring.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In afwijking van het in lid 2, onder sub b. tot en met e.
                                        gestelde geldt voor een urgentieverklaring die wordt
                                        verstrekt op grond van stadsvernieuwing: </al><lijst><li nr="a."><al>de urgentie wordt verstrekt tenminste 18 maanden
                                                voor de verwachte sloopdatum en geeft de
                                                woningzoekende voorrang bij de toewijzing van een
                                                bepaald soort woonruimte (voor wat betreft
                                                woningtype, woninggrootte en huurprijs);</al></li><li nr="b."><al>zolang nog geen andere woonruimte is verkregen,
                                                blijft de urgentie van kracht tot de sloop van de
                                                woning;</al></li><li nr="c."><al>de voorrang geldt uitsluitend voor woonruimte in de
                                                gemeente waar de te slopen woning zich bevindt;</al></li><li nr="d."><al>de woningzoekende dient zelfstandig te reageren op
                                                krachtens artikel 2.6.4. aangeboden woonruimte, met
                                                uitzondering van de woningzoekende die een nieuwbouw
                                                huur- of koopwoning in de eigen wijk wil betrekken.
                                                Deze categorie woningzoekenden wordt bemiddeld.</al></li><li nr="e."><al>de mededeling dat de in artikel 2.5.6., lid 2 sub a.
                                                en b. omschreven situaties leiden tot intrekking van
                                                de urgentieverklaring.</al></li><li nr="f."><al>De in lid 3 sub a. tot en met e. genoemde bepalingen
                                                zijn ook van kracht indien de
                                                stadsvernieuwingsurgentie in verband met renovatie
                                                wordt verstrekt. Van de in lid 3 sub a. vermelde
                                                minimale termijn van 18 maanden kan worden
                                                afgeweken.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.5.3 Aanvraag en registratie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag voor een urgentieverklaring wordt ingediend bij
                                        burgemeester en wethouders en gaat vergezeld van de door
                                        burgemeester en wethouders verlangde bescheiden benodigd
                                        voor de beoordeling van de aanvraag.</al></li><li nr="2."><al>Op of bij de urgentieverklaring vermelden burgemeester en
                                        wethouders ten minste de inhoud van de urgentieverklaring,
                                        zoals bedoeld in artikel 2.5.2.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders dragen zorg voor het aanleggen en
                                        bijhouden van een register van woningzoekenden die
                                        beschikken over een urgentieverklaring.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders halen een inschrijving in dit
                                        register door, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de woningzoekende (andere) zelfstandige woonruimte
                                                heeft verkregen;</al></li><li nr="b."><al>de urgentieverklaring op grond van artikel 2.5.6.
                                                lid 2 wordt ingetrokken.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.5.4 Criteria voor verlening van een
                                    urgentieverklaring</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders verlenen een urgentieverklaring
                                        slechts aan woningzoekenden met een binding aan de regio die
                                        buiten eigen schuld in een zodanige noodsituatie verkeren
                                        dat verhuizen op zeer korte termijn noodzakelijk is en die
                                        aannemelijk kunnen maken niet in staat te zijn binnen deze
                                        termijn andere, gezien het probleem, geschikte woonruimte te
                                        vinden.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het gestelde in lid 1 verlenen burgemeester
                                        en wethouders bovendien een urgentie-verklaring aan
                                        woningzoekenden op grond van stadsvernieuwing zonder dat de
                                        woningzoekende aannemelijk moet maken niet in staat te zijn
                                        geschikte woonruimte te vinden.</al></li><li nr="3."><al>Om te bepalen of sprake is van een situatie zoals omschreven
                                        in lid 1 en lid 2 hanteren burgemeester en wethouders het in
                                        bijlage 3 opgenomen uitvoeringsvoorschrift
                                        urgentiebepaling.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het in lid 3
                                        bedoelde voorschrift te wijzigen uitsluitend voor regionaal
                                        afgesproken aanpassingen. Zij zijn verplicht de raad dan wel
                                        de raadscommissie van deze wijzigingen in kennis te
                                        stellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.5.5 Bemiddeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor woningzoekenden die beschikken over een
                                        urgentieverklaring bemiddelen burgemeester en wethouders, na
                                        afloop van de in artikel 2.5.2, lid 2 sub c., bedoelde
                                        termijn, bij eigenaren van woonruimte, opdat aan hen een
                                        overeenkomstig paragraaf 2.4 passende en overeenkomstig
                                        artikel 2.5.2, lid 2 sub b., nader omschreven woonruimte
                                        wordt aangeboden.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking op het gestelde in lid 1 bemiddelen
                                        burgemeester en wethouders ook voor huishoudens die als
                                        gevolg van een calamiteit onvrijwillig dakloos zijn
                                        geworden, zonder de termijn als bedoeld in artikel 2.5.2,
                                        lid 2 sub c. af te wachten.</al></li><li nr="3."><al>Het gestelde in lid 1 geldt niet voor woningzoekenden die op
                                        grond van stadsvernieuwing over een urgentieverklaring
                                        beschikken. Deze woningzoekenden worden uitsluitend
                                        bemiddeld indien men een nieuwbouw huur- of koopwoning in de
                                        eigen wijk wil betrekken. Deze bemiddeling treedt in werking
                                        zonder dat de woningzoekende zelfstandig dient te reageren
                                        op krachtens artikel 2.6.4. aangeboden woonruimte.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders geven deze bemiddeling nader vorm
                                        in het in paragraaf 2.6 beschreven voordrachtstelsel en/of
                                        in de in artikel 2.7.1 bedoelde overeenkomsten met
                                        eigenaren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.5.6 Wijziging en intrekking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij gewijzigde omstandigheden kunnen burgemeester en
                                        wethouders, al dan niet op verzoek van de woningzoekende,
                                        besluiten de inhoud van de afgegeven urgentieverklaring te
                                        wijzigen. Dit wordt schriftelijk en gemotiveerd ter kennis
                                        van de woningzoekende gebracht door middel van de
                                        verstrekking van een gewijzigde urgentieverklaring, waarbij
                                        tevens wordt meegedeeld dat de voordien verstrekte
                                        urgentieverklaring is vervallen.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders trekken een urgentieverklaring
                                        in, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>aan de vereisten voor het verkrijgen van een
                                                urgentieverklaring niet meer wordt voldaan;</al></li><li nr="b."><al>de urgentieverklaring is verstrekt op grond van
                                                gegevens waarvan de woningzoekende wist of
                                                redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of
                                                onvolledig waren;</al></li><li nr="c."><al>de woningzoekende een naar het oordeel van
                                                burgemeester en wethouders passende woonruimte
                                                weigert;</al></li><li nr="d."><al>de woningzoekende daarom verzoekt.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De intrekkingsgronden genoemd in lid 2, sub c en sub d zijn
                                        niet van toepassing op de categorie urgenten op grond van
                                        stadsvernieuwing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.6</nr><titel>Leegmelding, voordracht en aanbieding van
                                woonruimte</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2.6.1 Melding van ter beschikking komen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De eigenaar van een woonruimte, aangewezen in de artikelen
                                        2.1.1 en 2.1.2 is verplicht het ter beschikking komen van
                                        die woonruimte onverwijld aan burgemeester en wethouders te
                                        melden. Het daaromtrent in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Huisvestingswet/article=18">artikel 18 van de wet</extref> bepaalde is van
                                        overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Een woonruimte wordt geacht ter beschikking te zijn gekomen,
                                        wanneer: </al><lijst><li nr="a."><al>degene die de woonruimte in gebruik heeft aan de
                                                eigenaar het gebruik daarvan heeft opgezegd;</al></li><li nr="b."><al>de woonruimte is ontruimd;</al></li><li nr="c."><al>de woonruimte als zodanig niet langer in gebruik is,
                                                tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat dit slechts
                                                korte tijd het geval is;</al></li><li nr="d."><al>op enigerlei andere wijze is gebleken dat de
                                                woonruimte te huur of vrij van huur te koop is.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De eigenaar dient de burgemeester of door de burgemeester
                                        aan te wijzen gemeenteambtenaren in de gelegenheid te
                                        stellen de woonruimte te inspecteren ter vaststelling van de
                                        in de vorige leden genoemde gegevens.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.6.2 Melding van leegstand</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Zodra de leegstand van een woonruimte langer duurt dan 3
                                        maanden, is de eigenaar verplicht daarvan melding te doen
                                        aan burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders noteren de ingevolge het eerste
                                        lid aangemelde woonruimten, dan wel de langer dan 3 maanden
                                        leegstaande woonruimten in een leegstandsregister.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.6.3 Voordracht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 19, 20 en
                                        21 van de wet</al></li><li nr="kunnen"><al>burgemeester en wethouders aan de eigenaar van een ter
                                        beschikking gekomen woonruimte die behoort tot de in artikel
                                        2.6.1, eerste lid, aangewezen categorieën een voordracht tot
                                        verhuring van de woonruimte aan een door burgemeester en
                                        wethouders aangegeven woningzoekende doen.</al></li><li nr="2."><al>Voor plaatsing op de in het vorige lid bedoelde voordracht
                                        komen in aanmerking de woningzoekenden die: </al><lijst><li nr="a."><al>beschikken over een urgentieverklaring, (nog) geen
                                                passende woonruimte hebben verkregen ingevolge het
                                                bepaalde in artikel 2.5.2 lid 2 en derhalve zijn
                                                aangewezen op bemiddeling ingevolge artikel 2.5.5
                                                lid 1, òf</al></li><li nr="b."><al>aangewezen zijn op bemiddeling ingevolge artikel
                                                2.5.5. lid 2 in geval van onvrijwillige dakloosheid
                                                als gevolg van een calamiteit, òf</al></li><li nr="c."><al>behoren tot de navolgende categorieën: </al><lijst><li nr="1."><al>statushouders;</al></li><li nr="2."><al>gehandicapten aangewezen op een ingrijpend
                                                  aangepaste woning (aanpassingskosten meer dan €
                                                  5.000,--);</al></li><li nr="3."><al>woongroepen;</al></li><li nr="4."><al>personen die verblijven in een
                                                  blijf-van-mijn-lijf-huis;</al></li><li nr="5."><al>personen die in aanmerking komen voor
                                                  bijzondere woonvormen, zoals begeleid wonen voor
                                                  geestelijk- en lichamelijk gehandicapten, voor
                                                  ex-gedetineerden, voor (ex-) psychiatrisch
                                                  patiënten en dergelijke.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="3."><al>a. Binnen 2 weken nadat de eigenaar het ter beschikking
                                        komen van de woonruimte heeft gemeld of anderszins is
                                        gebleken dat de woonruimte ter beschikking is gekomen,
                                        zenden burgemeester en wethouders een voordracht van ten
                                        hoogste 3 woningzoekenden, of berichten zij aan de eigenaar
                                        dat geen voordracht zal worden gedaan. Van de voordracht
                                        worden de desbetreffende woningzoekenden door burgemeester
                                        en wethouders schriftelijk in kennis gesteld. </al><lijst><li nr="b."><al>Binnen 2 weken na ontvangst van de voordracht dient
                                                de eigenaar de woningzoekende(n) te benaderen en
                                                burgemeester en wethouders schriftelijk te berichten
                                                of met (één van) de voorgedragen woningzoekende(n)
                                                een huurovereenkomst afgesloten zal worden. Indien
                                                de eigenaar de voorgedragen woningzoekende(n)
                                                weigert, dient hij de reden daarvan aan burgemeester
                                                en wethouders te berichten. Burgemeester en
                                                wethouders stellen de voorgedragen woningzoekende(n)
                                                hiervan in kennis en geven daarbij aan wat het
                                                vervolg van de procedure zal zijn. Indien de
                                                voorgedragen woningzoekende(n) de woonruimte weigert
                                                (weigeren), dient (dienen) hij (zij) de reden
                                                daarvan schriftelijk aan burgemeester en wethouders
                                                te berichten.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Indien de voorgedragen woningzoekende(n) de woonruimte
                                        weigert (weigeren), of de eigenaar de voorgedragen
                                        woningzoekende(n) om naar het oordeel van burgemeester en
                                        wethouders gegronde redenen weigert, kan een tweede
                                        voordracht worden gedaan binnen 2 weken nadat burgemeester
                                        en wethouders van de weigering in kennis zijn gesteld.</al></li><li nr="5."><al>Voorgedragen woningzoekenden worden geacht geweigerd te
                                        hebben, indien zij niet binnen 2 weken nadat zij van de
                                        voordracht in kennis zijn gesteld aan de eigenaar of aan
                                        burgemeester en wethouders hebben laten weten dat zij de
                                        aangeboden woonruimte accepteren.</al></li><li nr="6."><al>Indien de eigenaar niet binnen de gestelde termijn een
                                        bericht als bedoeld in lid 3, sub b. heeft gezonden of als
                                        hij de voorgedragen woningzoekende(n) zonder naar het
                                        oordeel van burgemeester en wethouders gegronde reden
                                        weigert, kunnen burgemeester en wethouders overeenkomstig
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Huisvestingswet">hoofdstuk IV van de wet</extref> tot vordering van de
                                        woonruimte overgaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.6.4 Aanbieding van woonruimte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders bieden de voor verhuur ter
                                        beschikking gekomen woonruimte per advertentie aan in, in de
                                        gehele regio Noord-Kennemerland toegankelijke, media.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het in het eerste lid bepaalde vindt geen
                                        aanbieding plaats van woonruimte waarvoor door burgemeester
                                        en wethouders op grond van artikel 2.6.3 een voordracht is
                                        gedaan en die dientengevolge is of zal worden toegewezen aan
                                        een door burgemeester en wethouders aangegeven
                                        woningzoekende.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste lid bedoelde advertentie vermeldt in ieder
                                        geval de normen die op grond van paragraaf 2.4 (passendheid)
                                        op de ter beschikking gekomen woonruimte betrekking
                                        hebben.</al></li><li nr="4."><al>Woningzoekenden maken hun belangstelling voor aangeboden
                                        woonruimte kenbaar aan burgemeester en wethouders op de
                                        wijze zoals vermeld in de in het eerste lid bedoelde
                                        media.</al></li><li nr="5."><al>Indien meerdere gegadigden zich naar aanleiding van het in
                                        lid 1 en lid 4 genoemde bij de gemeente melden, hanteren
                                        burgemeester en wethouders bij de keuze uit gegadigden het
                                        uitvoeringsvoorschrift volgordebepaling als bedoeld in
                                        artikel 2.5.1, lid 1.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.7</nr><titel>Organisatie en bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2.7.1 Overeenkomsten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen met eigenaren
                                        overeenkomsten sluiten over het in gebruik geven van
                                        woonruimte, welke overeenkomsten voor het bezit van deze
                                        eigenaren in de plaats treden van delen van hoofdstuk 2 van
                                        deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>De overeenkomsten dienen een evenwichtige en rechtvaardige
                                        verdeling van woonruimte te bevorderen.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders zijn verplicht de raad dan wel de
                                        raadscommissie van de overeenkomsten in kennis te
                                        stellen.</al></li><li nr="4."><al>De inhoud van de overeenkomsten wordt in ruime mate bekend
                                        gemaakt aan de inwoners van de gemeente en aan andere
                                        belanghebbenden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.7.2 Mandatering</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de uitoefening van
                                bevoegdheden krachtens dit hoofdstuk, voorzover deze de uitvoering
                                van de woonruimteverdeling betreffen, te mandateren aan eigenaren
                                van woonruimte.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Toewijzing standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3.1 Toepassingsbereik</titel></kop><al>Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op huurstandplaatsen van
                            woonwagens, waarbij de huurstandplaats een huurprijs heeft beneden de
                            huurprijsgrens.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.2 Verbodsbepaling</titel></kop><al>Het is verboden zonder huisvestingsvergunning van het college van
                            burgemeester en wethouders een standplaats in gebruik te nemen of te
                            geven voor bewoning.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.3 Aanvragen van een vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Degene die in de gemeente een standplaats wil innemen met een
                                    woonwagen, dient hiervoor een schriftelijke aanvraag in op een
                                    door het college van burgemeester en wethouders beschikbaar
                                    gesteld aanvraagformulier.</al></li><li nr="2."><al>De aanvrager verstrekt bij het indienen van de aanvraag aan
                                    burgemeester en wethouders de volgende gegevens: </al><lijst><li nr="a."><al>de naam, burgerlijke staat en personalia van de
                                            aanvrager en van de eventueel tot het huishouden
                                            behorende personen;</al></li><li nr="b."><al>het adres van herkomst;</al></li><li nr="c."><al>het adres, met aanduiding van huisnummer, van de locatie
                                            waar de aanvrager standplaats wenst in te nemen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verlenen van een huisvestingsvergunning kan ook ambtshalve
                                    plaatsvinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.4 Voorwaarden voor inschrijving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders gaat over tot
                                    inschrijving op de in artikel 3.5 of 3.6 genoemde lijst indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de aanvrager 18 jaar of ouder en een verblijfstatus
                                            heeft zoals bedoeld in artikel 2.3.2, en</al></li><li nr="b."><al>een aanvraagformulier volledig is ingevuld.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Als datum van inschrijving geldt de datum van ontvangst van het
                                    aanvraagformulier.</al></li><li nr="3."><al>Aan de aanvrager wordt zo spoedig mogelijk een
                                    inschrijvingsbewijs verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.5 Wachtlijst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders stelt een wachtlijst
                                    vast van kandidaten die voor een standplaats in aanmerking
                                    wensen te komen.</al></li><li nr="2."><al>Kandidaten kunnen zich laten inschrijven op de wachtlijst indien
                                    is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 3.4.</al></li><li nr="3."><al>Inschrijving als standplaatszoekende op de wachtlijst kan ook
                                    ambtshalve plaatsvinden.</al></li><li nr="4."><al>De wachtlijst vermeldt de namen van de kandidaten in volgorde
                                    van inschrijving.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.6 Voorrangslijst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als kandidaten die in aanmerking komen voor de in artikel 3.5
                                    genoemde wachtlijst kunnen aantonen dat zij tevens voor 1 maart
                                    1999 legaal in een woonwagen op een standplaats woonden of
                                    hebben gewoond, wordt hun naam vermeld op een
                                    voorrangslijst.</al></li><li nr="2."><al>De voorrangslijst vermeldt de namen van de kandidaten in de
                                    volgorde van de inschrijving.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.7 Vervallen van de inschrijving</titel></kop><al>De inschrijving als gegadigde voor een standplaats van een woonwagen
                            vervalt:</al><lijst><li nr="a."><al>Indien de ingeschrevene andere woonruimte – zoals een andere
                                    standplaats, een woning of een ligplaats – wordt toegewezen en
                                    hij deze woonruimte heeft geaccepteerd;</al></li><li nr="b."><al>bij overlijden van de ingeschrevene.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.8 Toewijzing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders wijst alleen dan een
                                    standplaats toe indien de aanvrager staat ingeschreven op de in
                                    artikel 3.5 of 3.6 genoemde lijst.</al></li><li nr="2."><al>De standplaats wordt toegewezen aan een aanvrager wiens naam
                                    bovenaan de lijst staat, met dien verstande dat gegadigden op de
                                    in artikel 3.6 bedoelde voorrangslijst voorgaan boven de
                                    gegadigden op de in artikel 3.5 genoemde wachtlijst.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, wordt bij de
                                    toewijzing van de standplaats voorrang verleend aan aanvragers
                                    die voor 1 maart 1999 in een woonwagen wonen of hebben gewoond
                                    in de regio Noord-Kennemerland.</al></li><li nr="4."><al>Bij de toepassing van het gestelde in lid 3 bepaalt het college
                                    van burgemeester en wethouders de onderlinge
                                    prioriteitsvolgorde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.9 Verlenen van de vergunning</titel></kop><al>Een huisvestingsvergunning wordt verleend voor een onbepaalde periode,
                            is persoonsgebonden en niet overdraagbaar.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.10 Intrekken van de vergunning</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan de huisvestingsvergunning
                            intrekken indien:</al><lijst><li nr="1."><al>de standplaats niet binnen een termijn van vier weken na de
                                    bekendmaking van het besluit tot verlening van de vergunning
                                    wordt ingenomen. Indien de termijn is verlengd en de standplaats
                                    nog niet is ingenomen, kan de vergunning na afloop van de
                                    termijn van de verlenging worden ingetrokken of</al></li><li nr="2."><al>de vergunninghouder binnen twee weken na de bekendmaking
                                    schriftelijk te kennen heeft gegeven hiervan geen gebruik te
                                    maken of</al></li><li nr="3."><al>gebleken is van onjuistheid van de door de aanvrager bij de
                                    inschrijving verstrekte gegevens of</al></li><li nr="4."><al>de vergunninghouder in strijd handelt met de bepalingen van deze
                                    verordening.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>Wijziging van de samenstelling van de
                            woonruimtevoorraad</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.1</nr><titel>Onttrekking, samenvoeging en omzetting</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.1.1 Werkingsgebied</titel></kop><al>Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op alle woonruimte
                                ongeacht de huur- of koopprijs.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.1.2 Vergunningvereiste</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder onttrekkingsvergunning een
                                        woonruimte, aangewezen in artikel 4.1.1: </al><lijst><li nr="a."><al>geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot
                                                bewoning te onttrekken. Onder het onttrekken aan de
                                                bestemming tot bewoning wordt in deze verordening
                                                verstaan het slopen of het gebruiken voor een ander
                                                doel dan permanente bewoning door een
                                                huishouden;</al></li><li nr="b."><al>met andere woonruimte samen te voegen;</al></li><li nr="c."><al>van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te
                                                zetten.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In afwijking van lid 1 sub a is in geval van sloop geen
                                        vergunning vereist indien de onttrekking plaatsvindt conform
                                        door de gemeenteraad vastgestelde afspraken met toegelaten
                                        instellingen over de herontwikkeling van een bepaald gebied
                                        in het kader van herstructurering, waarbij naar de mening
                                        van het college de te onttrekken woonruimte door middel van
                                        toekomstige nieuwbouw in voldoende mate wordt
                                        gecompenseerd.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van lid 1 is eveneens geen vergunning vereist
                                        indien de onttrekking plaatsvindt conform door de
                                        gemeenteraad vastgestelde afspraken in het kader van de
                                        wijziging van de bestemming van een bepaald gebied.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning verlenen
                                        voor tijdelijke onttrekking, indien de onttrekking voorziet
                                        in een tijdelijke behoefte. Tijdelijk betekent maximaal een
                                        periode van vijf jaar.</al></li><li nr="5."><al>In afwijking van lid 4 wordt, bij tijdelijke onttrekking van
                                        woonruimte door toegelaten instellingen waarbij de
                                        woonruimte onzelfstandig verhuurd wordt ten behoeve van de
                                        huisvesting van specifieke doelgroepen als hierover in
                                        algemene zin tussen gemeente en toegelaten instellingen dan
                                        wel zorginstellingen overeenstemming is bereikt, de
                                        tijdelijkheid bepaald door de feitelijke duur van de
                                        huurovereenkomst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.1.3 Aanvragen van een
                                    onttrekkingsvergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag van een onttrekkingsvergunning wordt ingediend
                                        bij burgemeester en wethouders op een daarvoor opgesteld
                                        formulier en gaat vergezeld van de volgende informatie en
                                        bewijsstukken: </al><lijst><li nr="a."><al>De straat, het huisnummer en de kadastrale ligging
                                                van het gebouw waarop de aanvraag betrekking
                                                heeft;</al></li><li nr="b."><al>De reden van het verzoek;</al></li><li nr="c."><al>De namen en adressen van de eigenaar en de bewoners
                                                van de woonruimte(n) waarop de aanvraag betrekking
                                                heeft;</al></li><li nr="d."><al>Gegevens over de huidige situatie, zoals huur- of
                                                koopprijs, aantal kamers, woonoppervlak, woonlaag en
                                                staat van onderhoud;</al></li><li nr="e."><al>Gegevens over de beoogde situatie, zoals bestemming
                                                en bouwplan;</al></li><li nr="f."><al>Compensatievoorstel als bedoeld in artikel 4.1.6 lid
                                                1;</al></li><li nr="g."><al>Gegevens bij voorgenomen samenvoeging, zoals
                                                verwachte huur- of koopprijs, verwachte omvang van
                                                het huishouden van de toekomstige bewoner en
                                                schriftelijke verklaring van toestemming van de
                                                zittende huurder.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij de beoordeling van
                                        aanvragen tot onttrekking ten behoeve van de uitoefening van
                                        een bedrijf advies inwinnen bij de Kamer van
                                        Koophandel.</al></li><li nr="3."><al>Op of bij de onttrekkingsvergunning vermelden burgemeester
                                        en wethouders de volgende informatie: </al><lijst><li nr="a."><al>de woonruimte waarop de vergunning betrekking
                                                heeft;</al></li><li nr="b."><al>de mededeling dat binnen één jaar van de
                                                onttrekkingsvergunning gebruik gemaakt kan
                                                worden;</al></li><li nr="c."><al>de werkingsduur in geval van een tijdelijke
                                                vergunning;</al></li><li nr="d."><al>de opgelegde compensatie;</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.1.4 Termijn van beslissing</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om vergunning
                                binnen 8 weken na de dag waarop de volledige aanvraag is ontvangen.
                                Zij kunnen hun beslissing eenmaal met ten hoogste zes weken
                                verdagen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.1.5 Criteria voor vergunningverlening</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders verlenen de onttrekkingsvergunning,
                                tenzij naar hun oordeel het belang van het behoud of de
                                samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met het
                                onttrekken aan de bestemming tot bewoning gediende belang en het
                                belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad
                                niet door het stellen van voorwaarden en voorschriften als bedoeld
                                in art. 4.1.6 voldoende kan worden gediend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.1.6 Voorwaarden en voorschriften</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de
                                        onttrekkingsvergunning de voorwaarde verbinden dat door de
                                        aanvrager: </al><lijst><li nr="a."><al>nieuwe woonruimte aan de woningvoorraad van Alkmaar
                                                wordt toegevoegd, zijnde reële compensatie, die naar
                                                het oordeel van burgemeester en wethouders
                                                gelijkwaardig is aan de te onttrekken woonruimte,
                                                of</al></li><li nr="b."><al>financiële compensatie wordt betaald. Daarbij gelden
                                                de volgende bedragen: </al><lijst><li nr="-"><al>zelfstandige woonruimte en samenvoeging: €
                                                  275,- per m2</al></li><li nr="-"><al>onzelfstandige woonruimte: € 165,- per m2</al></li><li nr="-"><al>omzetten van zelfstandige in onzelfstandige
                                                  woonruimte: € 110,- per m2</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>een bouwvergunning wordt aangevraagd, indien
                                                bouwkundige maatregelen nodig zijn. De
                                                onttrekkingsvergunning wordt in deze situatie pas
                                                van kracht nadat het pand volgens de eisen uit het
                                                Bouwbesluit is verbouwd en de verbouwing door de
                                                gemeente is afgeschouwd.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In afwijking van lid 1 wordt geen financiële of reële
                                        compensatie opgelegd als een situatie voldoet aan het
                                        gestelde in artikel 4.1.2 lid 5.</al></li><li nr="3."><al>Het bedrag van de financiële compensatie wordt berekend naar
                                        het aantal vierkante meters vloeroppervlak voor de te
                                        onttrekken woonruimte. Het oppervlak wordt gemeten volgens
                                        de normen waarmee de kwaliteit van de huurwoningen wordt
                                        bepaald, zoals die voor de berekening van de oppervlakten
                                        van vertrekken en overige ruimten zijn vastgelegd in het
                                        Besluit Huurprijzen Woonruimte.</al></li><li nr="4."><al>Het fonds of de reserve dat door deze compensatiegelden
                                        wordt gevormd, kan uitsluitend binnen het kader van de
                                        volkshuisvesting worden aangewend.</al></li><li nr="5."><al>Bij het als compensatie toevoegen van woonruimte, zoals
                                        bedoeld in lid 1, sub a, dient door de aanvrager binnen vier
                                        weken na de verzenddatum van het desbetreffende besluit van
                                        burgemeester en wethouders, een waarborgsom te worden
                                        betaald, die gelijk is aan het bedrag dat had moeten worden
                                        betaald indien hij voor de in dat besluit gestelde
                                        financiële compensatievoorwaarde zou hebben gekozen.</al></li><li nr="6."><al>Burgemeester en wethouders kunnen beslissen tot gehele of
                                        gedeeltelijke vrijstelling van compensatie bij samenvoeging,
                                        indien de eigenaar-bewoner een naar beoordeling van
                                        burgemeester en wethouders wezenlijke investering doet ten
                                        behoeve van noodzakelijk bouwkundig herstel van de
                                        woning.</al></li><li nr="7."><al>Aan een tijdelijke vergunning kunnen burgemeester en
                                        wethouders de voorwaarde verbinden van financiële
                                        compensatie van 1/30e deel van de bedragen zoals bedoeld in
                                        lid 1, sub b, per te onttrekken jaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.1.7 Intrekking</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een onttrekkingsvergunning
                                intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet binnen één jaar, nadat de beschikking onherroepelijk is
                                        geworden, is overgegaan tot onttrekking, samenvoeging of
                                        omzetting;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van door de
                                        vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of
                                        redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
                                        waren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.1.8 Verzegeling</titel></kop><al>Indien sprake is van het gebruik van woonruimte zonder
                                onttrekkingsvergunning anders dan voor permanente bewoning, kunnen
                                burgemeester en wethouders de woonruimte verzegelen. Deze
                                verzegeling wordt opgeheven op het moment dat de woonruimte in
                                gebruik genomen wordt voor bewoning, of dat de woonruimte door
                                verhuur of verkoop opnieuw voor bewoning wordt bestemd, of indien
                                alsnog een onttrekkingsvergunning wordt verleend.</al><al>Paragraaf 4.2 Splitsing in appartementsrechten</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.2.1 Werkingsgebied</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bepaalde in dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing
                                        op bestaande gebouwen, zoals bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet">hoofdstuk 2 van de Woningwet</extref>, bevattende
                                        woonruimte ongeacht de huur- of koopprijs.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid is het bepaalde in dit
                                        hoofdstuk niet van toepassing op gebouwen die naar oordeel
                                        van Burgemeester en Wethouders door ingrijpende vernieuwbouw
                                        afdoende voldoen aan nieuwbouweisen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.2.2 Vergunningvereiste</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om zonder splitsingsvergunning een recht op
                                        een gebouw, aangewezen in artikel 4.2.1, te splitsen in
                                        appartementsrechten als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Burgerlijk%20Wetboek%20Boek%205/article=106">artikel 106, eerste en derde lid, van boek 5 van het
                                            Burgerlijk Wetboek</extref>, indien een of meer
                                        appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het gebruik
                                        van een of meer gedeelten van het gebouw als
                                        woonruimte.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het
                                        verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten of het
                                        aangaan van een verbintenis daartoe door een rechtspersoon
                                        met betrekking tot een gebouw als bedoeld in het eerste
                                        lid.</al></li><li nr="3."><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20">Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet
                                            bestuursrecht</extref>(positieve fictieve beschikking
                                        bij niet tijdig beslissen) is van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.2.3 Aanvragen van een splitsingsvergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag van een splitsingsvergunning wordt ingediend bij
                                        burgemeester en wethouders op een daarvoor opgesteld
                                        formulier en gaat vergezeld van de volgende stukken: </al><lijst><li nr="a."><al>een splitsingsplan (in tweevoud) dat voldoet aan de
                                                vereisten als neergelegd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=%20Burgerlijk%20Wetboek%20Boek%205/article=109">artikel 109 van Boek 5 van het Burgerlijk
                                                  Wetboek</extref> en het krachtens dat artikel
                                                vastgestelde Besluit betreffende splitsing in
                                                appartementsrechten, en</al></li><li nr="b."><al>een rapportage over de bouwkundige staat van het
                                                gebouw en de tot afzonderlijke woonruimte bestemde
                                                gedeelten van het gebouw. De rapportage kan gebeuren
                                                op basis van een door de gemeente verstrekte
                                                checklist.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Op of bij de splitsingsvergunning vermelden burgemeester en
                                        wethouders de volgende informatie: </al><lijst><li nr="a."><al>de mededeling dat binnen een jaar van de
                                                splitsingsvergunning gebruik gemaakt kan
                                                worden;</al></li><li nr="b."><al>het gebouwd onroerend goed waarop de splitsing
                                                betrekking heeft.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.2.4 Termijn van beslissing</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om vergunning
                                binnen acht weken na de dag waarop de volledige aanvraag is
                                ontvangen. Zij kunnen hun beslissing eenmaal met ten hoogste zes
                                weken verdagen, behoudens toepassing van artikel 4.2.6.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.2.5 Gronden tot weigering van een
                                    splitsingsvergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een splitsingsvergunning
                                        weigeren, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>het gebouw of het gedeelte van een gebouw waarop de
                                                vergunningaanvraag betrekking heeft, één of meer
                                                woonruimten bevat die verhuurd worden of die
                                                laatstelijk verhuurd zijn geweest,</al></li><li nr="b."><al>de huurprijs van één of meer van die woonruimten de
                                                grens, vermeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20huurtoeslag/article=13">artikel 13 eerste lid onder a van de Wet op de
                                                  huurtoeslag</extref>, niet te boven gaat,</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager niet kan waarborgen, dat de woonruimte
                                                of woonruimten na de voorgenomen splitsing bestemd
                                                blijft of blijven voor verhuur ter bewoning, en</al></li><li nr="d."><al>het belang dat de vergunningaanvrager bij splitsing
                                                heeft niet opweegt tegen het belang van het behoud
                                                van de woonruimtevoorraad, voor zover die voor de
                                                verhuur is bestemd.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De splitsingsvergunning kan tevens worden geweigerd indien: </al><lijst><li nr="a."><al>het gebouw of het gedeelte van een gebouw waarop de
                                                vergunningaanvraag betrekking heeft, voor zover het
                                                geheel of gedeeltelijk verhuurd is geweest voor
                                                bewoning, in strijd is met de voorschriften van een
                                                bestemmingsplan als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20Ruimtelijke%20Ordening%20/article=10">artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke
                                                  Ordening</extref> of met enig wettelijk
                                                voorschrift, geheel of gedeeltelijk voor een ander
                                                doel dan voor bewoning in gebruik genomen,</al></li><li nr="b."><al>de huurprijs van één of meer der voormalige
                                                woonruimten lager is dan het krachtens het eerste
                                                lid, onder b, vastgestelde bedrag,</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager niet kan waarborgen, dat de woonruimte
                                                of woonruimten na de voorgenomen splitsing bestemd
                                                blijft of blijven, c.q. de voormalige woonruimte of
                                                woonruimten na de voorgenomen splitsing opnieuw
                                                bestemd zullen worden voor verhuur ter bewoning,
                                                en</al></li><li nr="d."><al>het belang dat de vergunningaanvrager bij splitsing
                                                heeft niet op weegt tegen het belang van het behoud
                                                van de woonruimtevoorraad, voor zover die voor de
                                                verhuur is bestemd. Hierbij wordt mede de ligging en
                                                de te verwachten vraag naar de in het betreffende
                                                gebouw of een gedeelte van het gebouw opgenomen
                                                woonruimten betrokken.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen eveneens een
                                        splitsingsvergunning weigeren, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>voor het gebied waarin het gebouw is gelegen waarop
                                                de vergunningaanvraag betrekking heeft, een
                                                stadsvernieuwingsplan als bedoeld in artikel 31 van
                                                de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing of een
                                                leefmilieuverordening als bedoeld in artikel 9 van
                                                die wet van kracht is, dan wel een ontwerp voor
                                                zodanig plan of een zodanige verordening of voor een
                                                herziening daarvan in procedure is,</al></li><li nr="b."><al>het ontwerp voor dat plan of voor die verordening,
                                                dan wel voor de herziening daarvan ter inzage is
                                                gelegd voordat de aanvraag om vergunning is
                                                ingediend, dan wel, indien de aanvraag krachtens het
                                                tweede lid is aangehouden, voordat die aanhouding is
                                                geëindigd,</al></li><li nr="c."><al>de voorgenomen splitsing nadelige gevolgen kan
                                                hebben voor de met het plan of de verordening
                                                nagestreefde of na te streven doeleinden, en</al></li><li nr="d."><al>het belang dat de vergunningaanvrager bij splitsing
                                                heeft, niet opweegt tegen het belang van het voor
                                                komen van belemmering van de stadsvernieuwing.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een splitsingsvergunning
                                        weigeren, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de toestand van het gebouw waarop de
                                                vergunningaanvraag betrekking heeft zich uit een
                                                oogpunt van indeling of staat van onderhoud geheel
                                                of ten dele tegen splitsing verzet en</al></li><li nr="b."><al>de desbetreffende gebreken niet door het treffen van
                                                voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen
                                                kunnen worden opgeheven, dan wel onvoldoende is
                                                verzekerd dat die gebreken zullen worden
                                                opgeheven.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Van gebreken als bedoeld in het vorige lid is in ieder geval
                                        sprake indien: </al><lijst><li nr="a."><al>burgemeester en wethouders ingevolge de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet%20/article=14">artikelen 14 tot en met 25 van de
                                                  Woningwet</extref> een aanschrijving hebben gedaan
                                                en deze aanschrijving nog niet is uitgevoerd;</al></li><li nr="b."><al>het gebouw, waarop de aanvraag om een
                                                splitsingsvergunning betrekking heeft, één of meer
                                                woonruimten bevat, die ingevolge de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet%20/article=29">artikelen 29 tot en met 38 van de
                                                  Woningwet</extref> onbewoonbaar zijn
                                                verklaard.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.2.6 Aanhouding van de splitsingsaanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders houden de beslissing op de
                                        aanvraag van een splitsingsvergunning aan, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>voor het gebied waarin het gebouw is gelegen waarop
                                                de vergunningaanvraag betrekking heeft een
                                                voorbereidingsbesluit als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20Ruimtelijke%20Ordening%20">artikel 21 van de Wet op de Ruimtelijke
                                                  Ordening</extref>v an kracht is met het oog op de
                                                voorbereiding van een stadsvernieuwingsplan of van
                                                een herziening daarvan,</al></li><li nr="b."><al>dat besluit in werking is getreden voordat de
                                                aanvraag om vergunning werd ingediend en</al></li><li nr="c."><al>redelijkerwijs verwacht mag worden dat de in het
                                                stadsvernieuwingsplan op te nemen maatregelen
                                                nadelig kunnen worden beïnvloed door de voorgenomen
                                                splitsing, en</al></li><li nr="d."><al>redelijkerwijs verwacht mag worden dat het belang
                                                dat de vergunningaanvrager bij splitsing heeft, niet
                                                opweegt tegen het belang van het voorkomen van
                                                belemmeringen van de stadsvernieuwing.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De aanhouding als bedoeld in het vorige lid duurt tot het
                                        moment dat het voorbereidingsbesluit ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20Ruimtelijke%20Ordening%20">artikel 21 van de Wet op de Ruimtelijke
                                            Ordening</extref>is vervallen.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing op een
                                        aanvraag om een splitsingsvergunning aanhouden, indien de
                                        aanvrager aannemelijk kan maken dat hij binnen een daarvoor
                                        redelijke termijn de gebreken, als bedoeld in artikel 4.2.5,
                                        lid 4 en 5 met het oog op de voorgenomen splitsing zal
                                        opheffen.</al></li><li nr="4."><al>Indien burgemeester en wethouders de beslissing op een
                                        aanvraag om een splitsingsvergunning overeenkomstig het
                                        bepaalde in het vorige lid aanhouden, vermelden zij in het
                                        besluit tot aanhouding welke gebreken met het oog op de
                                        voorgenomen splitsing moeten worden hersteld en binnen welke
                                        termijn zij dit redelijk achten. Indien de in het besluit
                                        tot aanhouding vermelde gebreken zijn hersteld binnen de in
                                        datzelfde besluit aangegeven termijn, wordt de vergunning
                                        verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.2.7 Intrekking</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een splitsingsvergunning
                                intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk is
                                        geworden, is overgegaan tot overschrijving in de openbare
                                        registers van de akte van splitsing in appartementsrechten,
                                        bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Burgerlijk%20WetboekBoek%205/article=109">artikel 109 van Boek 5 van het Burgerlijk
                                            Wetboek</extref>, of tot het verlenen van deelnemings-
                                        of lidmaatschapsrechten;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van door de
                                        vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of
                                        redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
                                        waren.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>Verdere bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.1 Hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin de toepassing
                            van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt
                            ten gunste van de aanvrager af te wijken van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.2 Strafbepaling</titel></kop><al>Hij die handelt in strijd met het bepaalde in artikel 2.2.1, 2.6.1,
                            2.6.2, 4.1.2 of 4.2.2 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste vier
                            maanden of geldboete van de derde categorie. De genoemde strafbaar
                            gestelde feiten zijn overtredingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.3 Handhaving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                                    verordening bepaalde zijn belast de daartoe door burgemeester en
                                    wethouders aangewezen ambtenaren.</al></li><li nr="2."><al>Met de opsporing van de bij artikel 5.2 strafbaar gestelde
                                    feiten zijn, behalve de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafvordering%20/article=141">artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering</extref> en
                                    de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=huisvestingswet/article=75">artikel 75 van de wet</extref> aangewezen ambtenaren belast
                                    de in het eerste lid genoemde ambtenaren, voor zover zij door de
                                    minister van justitie daartoe zijn aangewezen.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste lid genoemde ambtenaren hebben de bevoegdheden
                                    als genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=huisvestingswet/article=76">artikel 76</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=huisvestingswet/article=77">77</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=huisvestingswet/article=78">78 van de wet</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.4 Restbepaling</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslissen
                            burgemeester en wethouders, waarbij zij zich uitsluitend zullen laten
                            leiden door overwegingen betrekking hebbende op de evenwichtige en
                            rechtvaardige verdeling van schaarse woonruimte.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.5 Overleg bij wijziging</titel></kop><al>Bij de voorbereiding van een besluit tot wijziging van deze verordening
                            plegen burgemeester en wethouders overleg met de in de gemeente
                            werkzame, ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=70">artikel 70, eerste lid</extref>, of <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=72">artikel 72, eerste lid, van de Woningwet (Stbl. 1991, 439)</extref>
                            toegelaten instellingen en met andere daarvoor naar hun oordeel in
                            aanmerking komende organisaties die binnen de gemeente op het gebied van
                            de woonruimteverdeling werkzaam zijn.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6.1 Overgangsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor woningzoekenden die vóór de inwerkingtreding van deze
                                    verordening in de regio Noord-Kennemerland werden aangemerkt als
                                    doorstromer geldt een overgangsregeling.</al></li><li nr="2."><al>Voor woningzoekenden die vóór de inwerkingtreding van deze
                                    verordening in de regio Noord-Kennemerland werden aangemerkt als
                                    starter en als woningzoekende geregistreerd stonden in de regio
                                    Noord-Kennemerland geldt een overgangsregeling.</al></li><li nr="3."><al>Voor woningzoekenden die vóór de inwerkingtreding van deze
                                    verordening bij een gemeente in de regio Noord-Kennemerland op
                                    een wachtlijst stonden voor een aanleunwoning geldt een
                                    overgangsregeling.</al></li><li nr="4."><al>De inhoud van de in lid 1, 2 en 3 bedoelde overgangsregeling
                                    wordt omschreven in het in bijlage 2 opgenomen
                                    uitvoeringsvoorschrift volgordebepaling.</al></li><li nr="5."><al>Aanvragen om verlening van een met een vergunning volgens deze
                                    verordening gelijkgestelde vergunning welke zijn ingediend </al><lijst><li nr="a."><al>vóór of op de dag van inwerkingtreding van deze
                                            verordening of</al></li><li nr="b."><al>vóór of op de dag van inwerkingtreding van wijzigingen
                                            in deze verordening worden behandeld volgens het
                                            voordien geldende recht, indien dit voor de betrokkene
                                            gunstiger is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.2 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Huisvestingsverordening
                            Alkmaar 2007.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.3 Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Huisvestingsverordening Alkmaar 2005 wordt ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>De Huisvestingsverordening Alkmaar 2007 treedt in werking op 15
                                    november 2007.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld bij raadsbesluit van 1 november 2007.</ondertekening><ondertekening>Laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 10 januari 2008.</ondertekening><ondertekening>Bijlagen laatstelijk gewijzigd bij b. en w.-besluiten van 24 juni 2008
                        en 16 juni 2009 en 11 januari 2011.</ondertekening><ondertekening>Bekend gemaakt in de Officiële Mededelingen van het Alkmaars Nieuwsblad
                        op 19 januari 2011.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Bijlage 1 behorend bij Huisvestingsverordening Alkmaar 2007 en geldend per
                        1-1-2011</vet></al><al><vet>PASSENDHEIDSREGELS</vet></al><al><vet>I. Verhouding inkomen – huur</vet></al><al>Om te bepalen of het inkomen van het huishouden in een redelijke verhouding
                    staat tot de huurprijs of koopprijs van de woonruimte (art. 2.4.1, lid 1)
                    hanteren burgemeester en wethouders de volgende tabellen:</al><al>Voor huurwoningen:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Rekenhuur</al></entry><entry colname="col2" thscope="row"><al>Bruto jaarinkomen voor huishoudens</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Tot € 652,52</al></entry><entry colname="col2"><al>Tot € 33.614,-</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Jaarlijks geldt voor maximaal 10% van de vrijgekomen sociale huurwoningen de
                    volgende tabel:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Rekenhuur</al></entry><entry colname="col2" thscope="row"><al>Bruto jaarinkomen voor huishoudens</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Tot € 652,52</al></entry><entry colname="col2"><al>Tot € 38.500,- [1]</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Toelichting:</vet></al><al>Zoals bekend heeft de Europese Commissie op 15 december 2009 een beschikking
                    afgegeven onder welke voorwaarden woningcorporaties staatssteun mogen ontvangen.
                    Om in aanmerking te komen voor staatssteun moeten woningcorporaties vanaf 1
                    januari 2011 minimaal 90% van hun vrijgekomen sociale huurwoningen (d.w.z. met
                    een rekenhuur tot € 652,52 toewijzen aan huishoudens met een inkomen tot €
                    33.614 (prijspeil 2011). Corporaties kunnen, zonder gevolgen voor de
                    staatssteun, maximaal 10% van de vrijkomende sociale huurwoningen toewijzen aan
                    huishoudens met een inkomen boven de € 33.614 euro.</al><al>[1] Dit is het inkomen dat passend is voor een koopwoning van € 163.625
                    (prijspeil 01-01-2009).</al><al>Voor nieuw te bouwen koopwoningen:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Koopprijs</al></entry><entry colname="col2"><al>Bruto jaarinkomen voor huishoudens</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Tot € 163.625,-</al></entry><entry colname="col2"><al>Tot € 48.000,-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vanaf € 163.625,-</al></entry><entry colname="col2"><al>Geen inkomenseis</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Toelichting:</vet></al><al>Huishoudens met een bruto jaarinkomen boven de € 48.000,- komen alleen in
                    aanmerking voor koopwoningen boven de € 163.625,-[2].</al><al>Huishoudens met een bruto jaarinkomen onder de € 48.000,- komen in principe in
                    aanmerking voor alle koopwoningen.</al><al>[2] De koopprijsgrens is de maximale koopsom uit de Wet Bevordering Eigen
                    Woningbezit. Het Ministerie van VROM indexeerde deze grens jaarlijks op 1
                    januari. Per 1 januari 2010 is de koopprijsgrens echter voor het laatst verhoogd
                    naar € 167.300,-. In de tabel wordt vooralsnog uitgegaan van het bedrag van €
                    163.625 (de koopprijsgrens per 01-01-2009).</al><al><vet>II. Bezettingsnorm</vet></al><al>Om te bepalen of de omvang van het huishouden past bij het aantal kamers van de
                    woonruimte</al><al>(artikel 2.4.2) hanteren burgemeester en wethouders de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>Er is geen koppeling tussen de omvang van het huishouden en het aantal
                            kamers in een woning;</al></li><li nr="b."><al>In afwijking van het gestelde onder a. komen éénpersoonshuishoudens niet
                            in aanmerking voor eengezinswoningen met 4 kamers of meer;</al></li></lijst><al>In afwijking van het gestelde onder a. en b. kan een huishouden waaraan een
                    stadsvernieuwingsurgentie is toegekend en waarvan de samenstelling niet wijzigt,
                    aanspraak maken op woonruimte met eenzelfde aantal kamers als de te slopen of te
                    renoveren woning.</al></bijlage><bijlage><al><vet>Bijlage 2 behorend bij Huisvestingsverordening Alkmaar 2007 en geldend per
                        1-7-2009</vet></al><al><vet>UITVOERINGSVOORSCHRIFT VOLGORDEBEPALING</vet></al><al>Om te bepalen in welke volgorde woningzoekenden voor ter beschikking gekomen
                    woonruimte in aanmerking komen (art. 2.5.1) hanteren burgemeester en wethouders
                    de volgende regels:</al><al><vet>I. Het systeem van volgordebepaling</vet></al><al>Voor de volgordebepaling worden uitsluitend de woningzoekende huishoudens voor
                    huurwoningen in aanmerking genomen die hun belangstelling kenbaar hebben gemaakt
                    op grond van art. 2.6.4 en die voldoen aan de passendheidscriteria (paragraaf
                    2.4). De volgordebepaling vindt als volgt plaats:</al><al><vet>Bepaling toewijzingscategorie voor huurwoningen</vet></al><al>Allereerst wordt bepaald tot welke categorie de woningzoekende behoort:</al><lijst><li nr="a."><al>huishoudens die op grond van artikel 2.6.3 op bemiddeling zijn
                            aangewezen;</al></li><li nr="b."><al>huishoudens die op grond van artikel 2.5.2 voorrang krijgen bij de
                            toewijzing van een bepaald soort woonruimte;</al></li><li nr="c."><al>woningzoekenden van de regio;</al></li><li nr="d."><al>vestigers.</al></li></lijst><al><vet>Nadere volgordebepaling</vet></al><al>Huishoudens uit categorie a. gaan voor op huishoudens uit categorie b., die op
                    hun beurt weer voorgaan op woningzoekenden uit categorie c. en die gaan weer
                    voor op woningzoekenden uit categorie d. Voor de huishoudens uit categorie a.
                    bepalen burgemeester en wethouders wie voor de woning in aanmerking komt. Voor
                    huishoudens uit categorie b. is de datum van de urgentieverklaring van belang.
                    Degene met de oudste urgentieverklaring gaat voor. Als de urgentieverklaring op
                    dezelfde datum is afgegeven, dan gaat degene met de oudste aanvraagdatum voor.
                    Binnen de eigen gemeente gaan stads- of dorpsvernieuwingsurgenten voor op de
                    andere urgenten. Als van categorie c. en d. meerdere woningzoekenden uit
                    eenzelfde categorie reageren, bepaalt de tijd die men als woningzoekende staat
                    ingeschreven wie voor de woning in aanmerking komt. Degene met de langste
                    inschrijftijd gaat voor.</al><al>Als na toepassing van de volgordebepalingen er gelijkwaardige huishoudens
                    blijken te zijn, wordt de volgorde voor deze huishoudens bepaald door
                    loting.</al><al><vet>Bepaling toewijzingscategorie voor koopwoningen</vet></al><al>Allereerst wordt bepaald tot welke categorie de woningzoekende behoort:</al><lijst><li nr="a."><al>woningzoekenden van de regio met een inkomen tot € 38.500 (prijspeil
                            juli 2009);</al></li><li nr="b."><al>woningzoekenden van de regio met een inkomen tot € 48.000 (prijspeil
                            juli 2009);</al></li><li nr="c."><al>overige woningzoekenden met een inkomen tot € 48.000 (prijspeil juli
                            2009)</al></li></lijst><al><vet>Nadere volgordebepaling</vet></al><al>Woningzoekenden uit categorie a. gaan voor op woningzoekenden uit categorie b.,
                    die op hun beurt weer voorgaan op woningzoekenden uit categorie c.</al><al>Als na toepassing van de volgordebepalingen er gelijkwaardige woningzoekenden
                    blijken te zijn, wordt de volgorde voor deze woningzoekenden bepaald door
                    loting.</al><al><vet>II. Relatie type huishouden – type woning en de gevolgen voor de
                        volgordebepaling</vet></al><al>Bepaalde typen woningen zijn bijzonder geschikt voor bepaalde typen huishoudens.
                    Wanneer deze woningen voor verhuur ter beschikking komen, komt dat bepaalde type
                    huishouden het eerst voor die woning in aanmerking. Alleen als deze
                    woningzoekenden de woning weigeren of als er geen woningzoekenden reageren die
                    voldoen aan de gestelde regels, dan komen de overige woningzoekenden voor de
                    woning in aanmerking.</al><al><vet>Uitsluitend de hieronder vermelde regels mogen worden toegepast:</vet></al><lijst><li nr="a."><al>woningen in een complex met een zorgvoorziening kunnen met voorrang
                            worden toegewezen aan woningzoekenden met een geldige zorgindicatie van
                            een indicatieorgaan. Bij de woningaanbieding wordt de benodigde
                            zorgindicatie vermeld. Binnen deze groep gaat het huishouden met de
                            langste inschrijftijd voor;</al></li><li nr="b."><al>woningen in een complex dat door de bouwwijze gericht is op beschut of
                            beschermd wonen voor ouderen, kunnen met voorrang worden toegewezen aan
                            woningzoekenden met een geldige zorgindicatie van een indicatieorgaan,
                            ongeacht de soort of zwaarte van de indicatie. Binnen deze groep gaat
                            het huishouden met de langste inschrijftijd voor;</al></li><li nr="c."><al>woningen met 5 kamers of meer, waarbij de kleinste slaapkamer minimaal 6
                            m2 is, worden met voorrang toegewezen aan woningzoekende huishoudens van
                            5 personen of meer. Binnen deze groep gaat het huishouden met de langste
                            inschrijftijd voor.</al></li></lijst><al>Als na toepassing van de volgordebepalingen er gelijkwaardige huishoudens
                    blijken te zijn, wordt de volgorde voor deze huishoudens bepaald door
                    loting.</al><al><vet>III. Bepalingen voor de overgangsregeling</vet></al><al>Om te bepalen welke woningzoekenden voor een overgangsregeling (art. 6.1) in
                    aanmerking komen, hanteren burgemeester en wethouders de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>Voor woningzoekenden die vóór de inwerkingtreding van deze verordening
                            in de regio Noord- Kennemerland werden aangemerkt als doorstromer geldt
                            dat hun woonduurjaren en -maanden worden omgezet naar inschrijfmaanden
                            en -dagen, als ze zich binnen een half jaar na inwerkingtreding van deze
                            verordening inschrijven als woningzoekende in de regio Noord-
                            Kennemerland.</al></li><li nr="b."><al>Voor woningzoekenden die vóór de inwerkingtreding van deze verordening
                            in de regio Noord- Kennemerland werden aangemerkt als starter en
                            geregistreerd stonden als woningzoekende in de regio Noord-Kennemerland,
                            geldt dat hun registratiejaren en -maanden worden omgezet naar
                            inschrijfmaanden en -dagen als ze zich binnen een half jaar na
                            inwerkingtreding van deze verordening inschrijven als woningzoekende in
                            de regio Noord-Kennemerland;</al></li><li nr="c."><al>Voor woningzoekenden die vóór de inwerkingtreding van deze verordening
                            in de regio Noord- Kennemerland werden aangemerkt als starter,
                            geregistreerd stonden als woningzoekende in de regio Noord-Kennemerland
                            en op het moment van inwerkingtreding van deze verordening 22 of 29 jaar
                            zijn, geldt dat hun leeftijdsmaanden en -dagen tussen 22 en 23,
                            respectievelijk tussen 29 en 30 worden omgezet naar inschrijfmaanden en
                            -dagen, als ze zich binnen een half jaar na inwerkingtreding van deze
                            verordening inschrijven als woningzoekende in de regio Noord-
                            Kennemerland.</al></li><li nr="d."><al>Voor woningzoekenden die vóór de inwerkingtreding van deze verordening
                            bij een gemeente in de regio Noord-Kennemerland op een wachtlijst
                            stonden voor een aanleunwoning, geldt dat hun wachtlijstjaren en
                            -maanden worden omgezet naar inschrijfmaanden en -dagen, als ze zich
                            binnen een half jaar na inwerkingtreding van deze verordening
                            inschrijven als woningzoekende in de regio Noord-Kennemerland. Deze
                            woningzoekenden kunnen tevens ambtshalve een zorgindicatie krijgen als
                            bedoeld in deze bijlage onder II, sub b. als ze daar nog niet over
                            beschikken.</al></li><li nr="e."><al>De via a. tot en met d. berekende inschrijfmaanden en -dagen worden
                            gebruikt als bijtelling bij de inschrijfdatum. Voor alle woningzoekenden
                            die binnen een half jaar na inwerkingtreding van deze verordening
                            gebruikmaken van de overgangsregeling, geldt dat de datum van
                            inwerkingtreding van deze verordening als inschrijfdatum wordt
                            gezien.</al></li></lijst></bijlage><bijlage><al><vet>Bijlage 3 behorend bij Huisvestingsverordening Alkmaar 2007</vet></al><al><vet>UITVOERINGSVOORSCHRIFT URGENTIEBEPALING</vet></al><al><vet>1. Inleiding</vet></al><al>Op grond van artikel 2.5.4 lid 3 van de huisvestingsverordening is het college
                    van burgemeester en wethouders bevoegd om regels vast te stellen met betrekking
                    tot de uitvoering van de urgentieregeling. Deze regels zijn bedoeld om uiteen te
                    zetten op welke wijze de criteria zoals deze zijn geformuleerd in artikel 2.5.4
                    lid 1 van de huisvestingsverordening geïnterpreteerd moeten worden.</al><al><vet>2. Randvoorwaarden</vet></al><al>Randvoorwaarden zijn beoordelingscriteria waaraan een woningzoekende in ieder
                    geval moet voldoen om voor een urgentieverklaring in aanmerking te komen.</al><al><vet>Urgentie</vet></al><al>In artikel 2.5.4 lid 1 van de huisvestingsverordening wordt aangegeven wanneer
                    een woningzoekende urgent is.</al><al>“Burgemeester en wethouders verlenen een urgentieverklaring slechts aan
                    woningzoekenden met een binding aan de regio die buiten eigen schuld in een
                    zodanige noodsituatie verkeren dat verhuizen op zeer korte termijn noodzakelijk
                    is en die aannemelijk kunnen maken niet in staat te zijn binnen deze termijn
                    andere, gezien het probleem, geschikte woonruimte te vinden”.</al><al>In één zin wordt hier de definitie van een urgentie gegeven. Vier belangrijke
                    criteria vormen de kern van deze bepaling. Ze worden als volgt uitgewerkt:</al><al><vet>a. Binding aan de regio</vet></al><al>De volgende personen of huishoudens komen in aanmerking voor het aanvragen van
                    een urgentie:</al><lijst><li nr="•"><al>Ingezetenen van de regio die langer dan 1 jaar in het GBA van één of
                            meer van de gemeenten in de regio Noord-Kennemerland staan ingeschreven,
                            en;</al></li><li nr="•"><al>Maatschappelijk gebondenen aan de regio, en;</al></li><li nr="•"><al>Woningzoekenden die in de positie verkeren als aangegeven in artikel
                            13c, lid 1 van de wet. D.w.z. woningzoekenden die het ontbreken van
                            binding niet mag worden tegengeworpen; hieronder vallen in ieder geval:
                            langdurig werklozen, arbeidsongeschikten, gepensioneerden, remigranten,
                            toegelaten vluchtelingen, woningzoekenden die niet beschikken over
                            woonruimte t.g.v. echtscheiding of een procedure tot echtscheiding.</al></li></lijst><al>Vestigers, economisch gebondenen en personen/huishoudens die nog geen jaar in
                    het GBA van één of meer van de gemeenten in de regio Noord-Kennemerland staan
                    ingeschreven kunnen wel reageren op het aanbod van woningen, maar kunnen niet
                    voor een urgentieverklaring in aanmerking komen.</al><al><vet>b. Buiten eigen schuld</vet></al><al>De noodsituatie moet buiten de schuld van betrokkene zijn ontstaan en deze kan
                    niet verantwoordelijk gesteld worden voor het ontstaan ervan. Eigen
                    verantwoordelijkheid voor het ontstaan van de noodsituatie kan zowel uit een
                    handelen als een nalaten voortvloeien. De noodsituatie was voor betrokkenen niet
                    te voorzien ofwel betrokkene was niet in staat tijdig maatregelen te nemen om de
                    noodsituatie te voorkomen. Verder was de woningzoekende niet in staat daarop te
                    anticiperen. In zeer bijzondere situaties kan de toepassing van de regel ‘buiten
                    eigen schuld’ niet gerechtvaardigd zijn.</al><al><vet>c. Zelfredzaamheid</vet></al><al>De woningzoekende wordt zelfredzaam geacht als men de mogelijkheden heeft om
                    binnen de termijn van een half jaar woonruimte te vinden in de regio
                    Noord-Kennemerland. De betrokkene heeft eerst zelf naar een oplossing van het
                    probleem gezocht, alvorens urgentie aan te vragen. Andere oplossingen kunnen
                    zijn: een kamer huren, inwoning bij derden, sociaal pension, crisisopvang, een
                    woning kopen, particuliere huur, etc.</al><al>De randvoorwaarde zelfredzaamheid is niet van toepassing op huishoudens die op
                    grond van het aanvullende beoordelingscriterium stadsvernieuwing voor urgentie
                    in aanmerking komen.</al><al><vet>d. Noodsituatie</vet></al><al>Er moet een absolute noodzaak zijn om binnen een half jaar te verhuizen en het
                    probleem kan niet op eigen kracht of binnen die periode opgelost worden. Er
                    dient een directe relatie te bestaan tussen probleem en woonsituatie. De huidige
                    woning is niet geschikt (te maken) om het probleem op te lossen. Een (andere)
                    woning in de regio Noord-Kennemerland is binnen een half jaar absoluut
                    vereist.</al><al><vet>3. Aanvullende beoordelingscriteria</vet></al><al>Naast de randvoorwaarden zijn er aanvullende beoordelingscriteria waar de
                    urgentieaanvragen op getoetst worden. Er moet namelijk aantoonbaar sprake zijn
                    van een medische of sociale noodzaak of er is sprake van dreigende onvrijwillige
                    dakloosheid door stads- of dorpsvernieuwing.</al><al><vet>3.1 Dreigende onvrijwillige dakloosheid door stads- of
                        dorpsvernieuwing</vet></al><al>Als huishoudens het dak boven hun hoofd kwijtraken als gevolg van sloop vanwege
                    stads- of dorpsvernieuwing kan er een urgentie worden verstrekt. Stads- of
                    dorpsvernieuwingsurgenten kunnen alleen reageren in de eigen gemeente en gaan
                    daarbij voor op de andere urgenten. De gemeente kan ervoor kiezen een apart
                    zoekprofiel voor deze urgenten op te stellen.</al><al><vet>3.2 Medische indicatie</vet></al><al>Een medische indicatie kan verstrekt worden, wanneer men te maken heeft met
                    woonomstandigheden die de medische situatie onhoudbaar maken. De situatie wordt
                    als onhoudbaar beschouwd in de volgende gevallen:</al><lijst><li nr="•"><al>als de bruikbaarheid of toegankelijkheid van de woning door ziekte of
                            door een lichamelijke of verstandelijke beperking ernstig wordt
                            belemmerd (ergonomische belemmeringen).</al></li><li nr="•"><al>als de huidige woonsituatie ernstige schade veroorzaakt aan de
                            gezondheid.</al></li></lijst><al>Voor een medische indicatie dient een advies gevraagd te worden van een
                    aangewezen medische deskundige. De passendheidseis inkomen uit bijlage 1 van
                    deze verordening geldt niet voor medisch urgenten. Daarnaast is het mogelijk om
                    aan medisch urgenten een zoekprofiel mee te geven waarin staat dat de medische
                    urgentie alleen geldt voor gelijkvloerse woningen.</al><al><vet>3.3 Sociale indicatie</vet></al><al>Alleen in zeer uitzonderlijke situaties waarbij sprake is van ernstige
                    psychische en/of sociale problematiek kan een beroep gedaan worden op een
                    sociale indicatie. Dit betekent bijvoorbeeld dat relatiebeëindiging met zorg
                    voor kinderen niet meer automatisch tot een urgentie leidt. De sociale
                    problematiek dient al geruime tijd bij een op dat gebied werkzame instantie
                    bekend te zijn en zij dienen de problematiek schriftelijk te ondersteunen.</al><al>Het is onmogelijk om alle omstandigheden, die tot een sociale indicatie kunnen
                    leiden, te formuleren. Het zijn vaak heel persoonlijke en unieke omstandigheden.
                    De aanvragen worden behandeld door een regionale urgentiecommissie, zodat een
                    consistente beoordeling van de aanvragen gewaarborgd is. In een aantal situaties
                    is het echter wel mogelijk om vooraf duidelijkheid te geven of een urgentie
                    verleend wordt. De volgende situaties zijn op zichzelf staand onvoldoende
                    ernstig om urgentie te rechtvaardigen. Een combinatie van deze situaties kan
                    echter wel tot een dusdanige uitzonderlijke situatie leiden dat deze toch voor
                    urgentie in aanmerking komt. Om een goede afweging te kunnen maken van de
                    individuele omstandigheden van de aanvrager, moet de aanvraag altijd getoetst
                    worden aan de randvoorwaarden en aanvullende criteria in dit
                    uitvoeringsvoorschrift.</al><al>De situaties waarin in beginsel geen urgentie wordt verstrekt, zijn:</al><al>Problemen met de woning:</al><lijst><li nr="•"><al>Ruimtegebrek, wonend in een te kleine woning;</al></li><li nr="•"><al>Slecht onderhouden woning.</al></li><li nr="•"><al>Problemen met tuinonderhoud, het huishouden, en het onderhoud van de
                            woning vanwege slechte gezondheid.</al></li><li nr="•"><al>Vrijwillige verkoop van de eigen woning.</al></li><li nr="•"><al>Huuropzegging door verhuurder.</al></li><li nr="•"><al>Onderhuur of een tijdelijk huurcontract.</al></li></lijst><al>Problemen met de woonomgeving:</al><lijst><li nr="•"><al>Conflict met de buren.</al></li><li nr="•"><al>Lawaaioverlast van de directe omgeving.</al></li><li nr="•"><al>Achteruitgang van de buurt.</al></li></lijst><al>Gezinsproblemen:</al><lijst><li nr="•"><al>Inwonend met of zonder kinderen.</al></li><li nr="•"><al>Zwangerschap.</al></li><li nr="•"><al>Echtscheiding/relatieverbreking met of zonder kinderen.</al></li><li nr="•"><al>Slechte ouder-kind relatie.</al></li><li nr="•"><al>Wanneer men de partner (eventueel met kinderen) vanuit het buitenland
                            wil laten overkomen.</al></li></lijst><al>Overige problemen:</al><lijst><li nr="•"><al>Geen eigen woning of dakloos.</al></li><li nr="•"><al>Werk in de regio aanvaard.</al></li><li nr="•"><al>Vanuit het buitenland teruggekeerd.</al></li><li nr="•"><al>Wanneer men reeds gedurende een lange periode op woonruimte wacht.</al></li><li nr="•"><al>Financiële problemen.</al></li><li nr="•"><al>Het verlenen of ontvangen van mantelzorg. Met mantelzorg wordt de hulp
                            van niet-professionele instanties bedoeld.</al></li></lijst><al>Bovenstaande situaties zijn niet limitatief omschreven. Het niet genoemd staan
                    van een situatie in bovenstaande lijst leidt niet automatische toekenning van
                    een urgentieverklaring.</al><al>De bovenstaande lijst is niet van toepassing op huishoudens die op grond van
                    stadsvernieuwing in aanmerking komen voor een urgentie.</al><al><vet>3.4 Stadsvernieuwing in Alkmaar</vet></al><al>Van stadsvernieuwing is sprake indien een huurder de woning moet verlaten wegens
                    sloop waarbij de eigenaar met de huurder overeenstemming heeft bereikt over een
                    tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten die tenminste
                    gelijkwaardig is aan de tegemoetkoming op grond van het Sociaal Plan dat ten
                    behoeve van de wijkontwikkelingsplannen in Alkmaar door corporaties,
                    huurders-organisaties en gemeente is overeengekomen.</al><al>Voorwaarde is dat de huurder van de te slopen woning op de datum waarop de
                    urgentie zal worden verstrekt met de verhuurder een huurcontract voor onbepaalde
                    tijd heeft en op het betreffende adres in de Gemeentelijke Basis Administratie
                    Persoonsgegevens staat ingeschreven.</al><al>Onder stadsvernieuwing is ook renovatie begrepen mits de betreffende woning
                    gelegen is in een wijk waarvoor een wijkontwikkelingsplan als bovengenoemd
                    overeen is gekomen. Renovatie is een bouwkundige ingreep om de levensduur van de
                    woning 25 jaar of meer te verlengen, waarbij de huurder in verband met de
                    werkzaamheden tenminste 4 weken aaneengesloten elders moet verblijven. Indien in
                    het uitvoeringsvoorschrift urgentiebepaling over sloop wordt gesproken, zijn de
                    betreffende bepalingen op overeenkomstige wijze op renovatie van toepassing. De
                    datum waarop de renovatie van het complex van start gaat, wordt bij de
                    volgordebepaling ten opzichte van de overige stadsvernieuwingsurgenten
                    gehanteerd als ware het een sloopdatum.</al><al>Bepaling onderlinge volgorde tussen woningzoekenden met verstrekte urgentie</al><al>Urgentie op grond van stadsvernieuwing gaan voor op alle andere urgenties. De
                    onderlinge volgorde tussen de verschillende stadsvernieuwingsurgenten is als
                    volgt:</al><lijst><li nr="a."><al>de fasering van de sloopcomplexen;</al></li><li nr="b."><al>bij gelijke fasering: de woonduur in de oorspronkelijke woning.</al></li></lijst><al>Onder woonduur in de oorspronkelijke woning wordt in dit verband verstaan de
                    tijdsduur gelegen tussen de ingangsdatum van de huurovereenkomst voor de woning
                    die zal worden gesloopt en de datum waarop de startbrief aan de betrokken
                    huurder is gedateerd. De startbrief is de brief van de verhuurder aan de
                    huurder, waarin wordt meegedeeld dat de verhuurder de huur van de woning in
                    verband met sloop zal gaan opzeggen, en dat het Sociaal Plan voor de huurder van
                    kracht is.</al><al>Ten behoeve van de toewijzing van nieuwbouwwoningen in de huur- en koopsector
                    worden de stadsvernieuwingsurgenten in een aantal categorieën onderverdeeld. De
                    toewijzingsvolgorde tussen de categorieën is als volgt:</al><lijst><li nr="a)"><al>een terugkeerurgenten (vanuit “tijdelijke” woning). Een
                            terugkeerurgentie is een stadsvernieuwingsurgente die vanuit de
                            oorspronkelijke woning wil verhuizen naar een nieuwbouwwoning die echter
                            nog niet beschikbaar is, waardoor men voor enige tijd in een
                            “tijdelijke” woning moet verblijven;</al></li><li nr="b)"><al>overige stadsvernieuwingsurgenten.</al></li></lijst><al>Voor de onderlinge volgordebepaling van de overige urgenten geldt de datum van
                    afgifte van de urgentieverklaring. Eerder afgegeven urgentieverklaringen gaan
                    voor op later verstrekte verklaringen.</al><al><vet>4. Samenstelling van de Regionale Urgentiecommissie</vet></al><al>Het hierna volgende onder punt 4 bepaalde is niet van toepassing op huishoudens
                    die op grond van stadsvernieuwing in aanmerking komen voor een urgentie.</al><al>De Regionale Urgentiecommissie bestaat tenminste uit vier leden: een
                    onafhankelijk voorzitter, een adviseur uit het maatschappelijke werk en
                    afgevaardigden op voordracht van gemeenten en corporaties in Noord-Kennemerland.
                    De administratieve ondersteuning van de Commissie wordt verzorgd door een
                    secretaris. Voor alle leden dienen plaatsvervangende leden te worden benoemd. De
                    leden mogen niet zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>medewerkers van gemeenten of corporaties die belast zijn met het
                            opstellen van pré-adviezen;</al></li><li nr="-"><al>wethouders of burgemeesters van de regiogemeenten;</al></li><li nr="-"><al>artsen of andere specialisten die beoordelingen uitbrengen over
                            urgentie-aanvragers.</al></li></lijst><al>Voor de benoeming van de leden wordt een voordracht gedaan door het regionaal
                    bestuurlijk overleg wonen in de regio Noord-Kennemerland. Om praktische redenen
                    vindt de daadwerkelijke benoeming plaats door burgemeester en wethouders van de
                    gemeente Alkmaar. De leden worden benoemd voor een periode van twee jaar en
                    kunnen nog twee keer herbenoemd worden. Het lidmaatschap van de Commissie
                    eindigt wanneer een lid van functie verandert of door schriftelijke opzegging
                    van een lid. Binnen drie maanden wordt de functie weer opgevuld. Gedurende die
                    periode wordt de vacante plaats vervuld door de plaatsvervanger.</al><al><vet>5. Werkwijze van de Regionale Urgentiecommissie</vet></al><al>De vergaderingen van de Commissie vinden conform een jaarlijks te plannen
                    vergaderschema plaats, waarbij uitgegaan wordt van de frequentie 1 keer per 2
                    weken. De vergaderstukken worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, tenminste
                    één week voor aanvang van de vergadering bij de leden bezorgd. De vergaderingen
                    zijn niet openbaar. De Commissie is bevoegd andere deskundigen voor de
                    vergadering uit te nodigen. Bij het staken van de stemmen is de stem van de
                    voorzitter doorslaggevend.</al><al>Voor het houden van vergaderingen van de Commissie is vereist dat in ieder geval
                    de voorzitter en 2 overige leden aanwezig zijn. De leden van de Commissie zijn
                    verplicht tot geheimhouding van hetgeen hun bij het verrichten van hun taak
                    bekend is geworden met betrekking tot de aanvrager. De gegevens die met
                    betrekking tot een verzoek om toekenning van een urgentie bekend zijn geworden,
                    worden geregistreerd.</al><al>De Regionale Urgentiecommissie:</al><lijst><li nr="•"><al>beoordeelt of de aanvrager voldoet aan de voorwaarden voor urgentie die
                            zijn vermeld in dit uitvoeringsvoorschrift urgentiebepaling, aan de hand
                            van de aanvraag en het pré-advies;</al></li><li nr="•"><al>beziet of er vergelijkbare aanvragen zijn geweest en hoe daarop is
                            beslist;</al></li><li nr="•"><al>geeft op basis van deze twee afwegingen advies aan het betreffende
                            college van burgemeester en wethouders over het wel of niet toekennen
                            van urgentie;</al></li><li nr="•"><al>rapporteert periodiek over haar werkzaamheden (onder andere over aantal
                            behandelde aanvragen, afwijzingen, redenen) en kan beleidsvoorstellen
                            doen op het gebied van de urgentietoekenning.</al></li></lijst><al><vet>6. Aanvraag van een urgentieverklaring</vet></al><al>Het hierna volgende onder punt 6 bepaalde is niet van toepassing voor
                    huishoudens die op grond van stadsvernieuwing in aanmerking komen voor urgentie.
                    Deze urgentie wordt door de gemeente verstrekt zonder dat deze behoeft te worden
                    aangevraagd.</al><al>Een woningzoekende kan urgentie aanvragen in de eigen woongemeente of in de
                    gemeente waarmee de woningzoekende maatschappelijke binding heeft.
                    Woningzoekenden die in de positie verkeren als aangegeven in artikel 13c, lid 1
                    van de wet kunnen zelf bepalen in welke gemeente ze urgentie aanvragen.</al><al>Ook wanneer op basis van de vastgestelde toetsingscriteria geen aanleiding is
                    voor het innemen van een urgentieaanvraag kan op uitdrukkelijk verzoek van de
                    woningzoekende een urgentieaanvraag ingediend worden. Urgentie dient aangevraagd
                    te worden op een daarvoor bestemd formulier. Gelet op de uniformiteit in de
                    behandeling van de urgentieaanvraag wordt een standaard aanvraagformulier voor
                    urgentie gebruikt. Een aanvraag wordt niet in behandeling genomen indien deze
                    niet compleet is, dat wil zeggen onvolledig ingevuld, niet ondertekend of niet
                    voorzien van de vereiste bijlagen.</al><al><vet>7. Beoordeling van een urgentieaanvraag</vet></al><al>Het hierna volgende onder punt 7 bepaalde is niet van toepassing voor
                    huishoudens die op grond van stadsvernieuwing in aanmerking komen voor
                    urgentie.</al><al>Naar aanleiding van de urgentieaanvraag kan de woningzoekende uitgenodigd worden
                    voor een intakegesprek. Het gesprek wordt vastgelegd in een standaard
                    rapportageformulier. Na het indienen van een volledige urgentieaanvraag stuurt
                    de intaker binnen een periode van 2 weken de aanvraag met de benodigde bijlagen
                    voorzien van een pré-advies door naar de secretaris van de Regionale
                    Urgentiecommissie. Hiervoor wordt een pré-adviesformulier gebruikt. Het
                    pré-adviesformulier bevat de volgende elementen:</al><al><vet>Persoonsgegevens van de aanvrager (en partner).</vet></al><al>Waaronder de grootte van het huishouden.</al><al><vet>Aanleiding</vet></al><al>Dit onderdeel bevat een weergave van:</al><lijst><li nr="•"><al>de woonproblemen zoals de aanvrager deze ziet en ervaart; (de reden van
                            zijn/haar aanvraag);</al></li><li nr="•"><al>hoe de woonproblemen zijn ontstaan;</al></li><li nr="•"><al>wat aanvrager gedaan heeft om ze op te lossen, wie hij/zij daarvoor
                            heeft ingeschakeld en met welke resultaten;</al></li><li nr="•"><al>hoe vaak en voor welke woningen door hem of haar woonbonnen zijn
                            ingestuurd sinds het ontstaan van de woonproblemen;</al></li><li nr="•"><al>de financiële mogelijkheden.</al></li></lijst><al><vet>Omschrijving van de probleemsituatie</vet></al><al>Naast een omschrijving van de probleemsituatie komt in ieder geval de eigen
                    indruk van de rapporteur aan de orde ten aanzien van hetgeen in het onderdeel
                    “aanleiding” is vermeld. Het is de taak van de rapporteur steeds een relatie te
                    leggen met andere zaken, die hij/zij onderzocht heeft teneinde een zekere
                    objectivering tot stand te brengen in zijn/haar oordeel.</al><al><vet>Conclusie/pré-advies</vet></al><al>De intaker rapporteert en brengt advies uit over de noodzaak tot verhuizen. Het
                    advies wordt getoetst aan het uitvoeringsvoorschrift urgentiebepaling. Iedere
                    rapportage wordt afgesloten met een conclusie en een pré-advies.</al><al><vet>Advisering en beoordeling door de Regionale Urgentiecommissie</vet></al><al>Binnen 3 weken na ontvangst van het intake rapportageformulier adviseert de
                    Regionale Urgentiecommissie burgemeester en wethouders of een woningzoekende al
                    dan niet als urgent dient te worden aangemerkt. Advisering en beoordeling vindt
                    plaats aan de hand van het uitvoeringsvoorschrift urgentiebepaling en op basis
                    van het voorgestelde pré-advies. Adviesbesluiten worden genomen bij meerderheid
                    van stemmen. Bij afwijzing van het pré-advies motiveert de regionale
                    urgentiecommissie de afwijzing. Na behandeling door de Urgentiecommissie sturen
                    burgemeester en wethouders binnen 3 weken een gemotiveerd besluit naar de
                    woningzoekende. Bij het gemotiveerd besluit delen burgemeester en wethouders
                    mede, dat de woningzoekende tegen het besluit binnen zes weken na bekendmaking
                    daarvan een bezwaarschrift kan indienen bij burgemeester en wethouders. Als de
                    woningzoekende besluit een aanvraag in te dienen terwijl een eerdere aanvraag al
                    is afgewezen en de omstandigheden niet gewijzigd zijn, zal de nieuwe aanvraag op
                    dezelfde gronden worden afgewezen.</al><al><vet>8. Inhoud van de urgentieverklaring</vet></al><al>Een urgentieverklaring is een verklaring waarin burgemeester en wethouders de
                    verplichtingen ten opzichte van de urgent woningzoekende vastleggen.
                    Burgemeester en wethouders verklaren dat:</al><lijst><li nr="•"><al>zij erkennen dat de woningzoekende urgent is;</al></li><li nr="•"><al>zij zich zullen inspannen de woningzoekende binnen zes maanden een
                            passende woning aan te bieden;</al></li><li nr="•"><al>de woningzoekende gedurende die periode van zes maanden in de regio
                            Noord-Kennemerland absolute voorrang krijgt bij de toewijzing van een
                            bepaald soort woonruimte (die voldoet aan de passendheidscriteria uit
                            bijlage 1 van de huisvestingsverordening omtrent woningtype,
                            woninggrootte en huurprijs, eventueel aangevuld met een zoekprofiel voor
                            gelijkvloerse woningen). De voorrang geldt niet voor het woningaanbod
                            dat uitgesloten is voor urgenten. Dit is maximaal 25% per gemeente.</al></li><li nr="•"><al>de woningzoekende geacht wordt gedurende drie maanden na dagtekening van
                            de urgentieverklaring zelfstandig te reageren op in de woningkrant
                            aangeboden passende woonruimte;</al></li><li nr="•"><al>zij bemiddeling verlenen tussen woningzoekende en eigenaren van
                            woonruimte in de gemeente waar de verklaring is afgegeven, indien na
                            drie maanden geen (andere) woonruimte is verkregen als gevolg van het
                            ontbreken van een passend aanbod in de woningkrant;</al></li><li nr="•"><al>zij een beroep doen op een gemeente in de regio als zij de
                            woningzoekende geen aanbieding kunnen doen in de eigen gemeente, zodat
                            de termijn van zes maanden niet in het geding komt.</al></li><li nr="•"><al>zij bij een weigering van een passende woning volgens de
                            passendheidseisen uit bijlage 1 de urgentie zullen intrekken.</al></li></lijst><al>Bij de urgentieverklaring delen burgemeester en wethouders mede, dat de
                    woningzoekende tegen het besluit binnen zes weken na bekendmaking daarvan een
                    bezwaarschrift kan indienen bij burgemeester en wethouders.</al><al>In afwijking van het hiervoor onder punt 8 bepaalde verklaren burgemeester en
                    wethouders in een urgentie die wordt verstrekt op grond van stadsvernieuwing
                    dat:</al><lijst><li nr="•"><al>zij erkennen dat de woningzoekende urgent is;</al></li><li nr="•"><al>zolang nog geen andere woonruime is verkregen, de urgentie van kracht
                            blijft tot de sloop van de woning;</al></li><li nr="•"><al>de woningzoekende die wil verhuizen naar een bestaande woning, zelf moet
                            reageren op de in de Woningkrant aangeboden woonruimte;</al></li><li nr="•"><al>de woningzoekende die een nieuwbouw huur- of koopwoning in de eigen wijk
                            wil betrekken direct wordt bemiddeld;</al></li><li nr="•"><al>de woningzoekende bij gelijkblijvende samenstelling van het huishouden
                            recht heeft op woonruimte die wat betreft het type en het aantal kamers
                            vergelijkbaar is met de huidige woning.</al></li></lijst><al>In afwijking van het hiervoor onder 8 bepaalde geldt de voorrang van
                    stadsvernieuwingsurgente woningzoekenden uitsluitend voor woonruimte in de
                    gemeente waarin de te slopen woning zich bevindt. Waar sprake is van bemiddeling
                    geldt een inspanningsverplichting van de gemeente gedurende de gehele periode
                    waarin de urgentie van kracht is.</al><al><vet>9. Intrekken van de urgentieverklaring</vet></al><al>Een urgentieverklaring op grond van stadsvernieuwing kan slechts worden
                    ingetrokken op de gronden genoemd in artikel 2.5.6., lid 2 sub a en b, hetgeen
                    inhoudt dat niet meer wordt voldaan aan de vereisten voor het verkrijgen van een
                    urgentieverklaring, of dat de urgentieverklaring is verstrekt op grond van
                    gegevens waarvan de woningzoekende wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij
                    onjuist of onvolledig waren.</al><al>Voor de op grond van de overige criteria verstrekte urgentieverklaringen geldt
                    het volgende.</al><al>Een urgentieverklaring kan worden ingetrokken indien:</al><lijst><li nr="•"><al>niet langer aan de vereisten voor het verkrijgen van een
                            urgentieverklaring wordt voldaan;</al></li><li nr="•"><al>de urgentie verklaring is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige
                            gegevens;</al></li><li nr="•"><al>aan de woningzoekende via bemiddeling passende woonruimte in de regio is
                            aangeboden en deze is geweigerd.</al></li></lijst></bijlage></regeling></body></cvdr>