<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR195163_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Boxtel</dcterms:creator><dcterms:modified>2006-07-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Boxtel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Brabants Centrum, 29-06-2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening Boxtel 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-06-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-07-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-03-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>inspraak</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Onbekend</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de regeling "Inspraakverordening Boxtel", zoals vastgesteld op 25 januari 1996</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij
                        de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken
                        (Inspraakverordening Boxtel 2006)</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing voor deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Inspraak: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij
                                    de voorbereiding van gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="b."><al>Inspraakprocedure: de wijze waarop aan de inspraak gestalte
                                    wordt gegeven;</al></li><li nr="c."><al>Beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot
                                    vaststellen of wijzigen van beleid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>onderwerp van inspraak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden
                                of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk
                                beleid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen inspraak wordt verleend: </al><lijst><li nr="a."><al>Ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder
                                        vastgesteld beleidsvoornemen;</al></li><li nr="b."><al>Indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is
                                        uitgesloten;</al></li><li nr="c."><al>Indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving
                                        waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks
                                        beleidsvrijheid heeft;</al></li><li nr="d."><al>Inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke
                                        dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van
                                        de Gemeentewet;</al></li><li nr="e."><al>Indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate
                                        spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht;</al></li><li nr="f."><al>Indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang
                                        van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare
                                        groepen in de samenleving.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>inspraakgerechtigden</titel></kop><al>Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Inspraakprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet
                                bestuursrecht van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere
                                inspraakprocedure vaststellen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Eindverslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een
                                eindverslag op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eindverslag bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>Een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure;</al></li><li nr="b."><al>Een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak
                                        mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;</al></li><li nr="c."><al>Een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen wordt
                                        omgeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het
                                        beleidsvoornemen wordt overgegaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze
                                openbaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De inspraakverordening Boxtel, vastgesteld bij raadsbesluit van 25
                            januari 1996, wordt ingetrokken op de dag van inwerkingtreding van deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Inwerkingtreding en overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Inspraakprocedures die voor deze datum in gang zijn gezet worden
                                voortgezet met inachtneming van de 'Inspraakverordening Boxtel',
                                vastgesteld bij raadsbesluit van 25 januari 1996.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Inspraakverordening Boxtel
                            2006.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 22-06-06.</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label></kop><al><vet>Artikelgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet><cursief>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al>Inspraak: Er zijn veel omschrijvingen van het begrip inspraak. Bij de in
                            dit artikel opgenomen formulering is aangesloten bij de tekst van
                            artikel 150 van de Gemeentewet. Inspraak is een onderdeel van de
                            voorbereiding en uitvoering van het gemeentelijk beleid en heeft een
                            tweeledig doel. Enerzijds wordt aan belanghebbenden de mogelijkheid
                            geboden om hun mening over beleidsvoornemens kenbaar te maken.
                            Anderzijds biedt inspraak aan bestuursorganen een belangrijk hulpmiddel
                            in het kader van de voor de beleidsvoorbereiding noodzakelijke
                            belangenafweging. Inspraak is overeenkomstig artikel 150 van de
                            Gemeentewet ‘eenzijdig’ gedefinieerd, dat wil zeggen dat geen
                            gedachtewisseling met het bestuursorgaan is inbegrepen. Met deze
                            verordening wordt geprobeerd het tweezijdige element van
                            gedachtewisseling zo mogelijk wel onder de inspraakprocedure te brengen,
                            omdat hiermee een derde doel kan worden gediend, te weten het creëren
                            van draagvlak voor beleidsvoornemens (zie ook de algemene toelichting,
                            onder Alternatieven voor inspraak, over interactieve beleidsvorming en
                            communicatiebeleid).</al></li><li nr="b."><al>Inspraakprocedure: De verantwoordelijkheid voor het maken van een
                            regeling over inspraak ligt ingevolge artikel 150 van de Gemeentewet bij
                            de raad. Zoals in de algemene toelichting is vermeld, is in de
                            inspraakverordening afdeling 3.4 Awb van toepassing verklaard (artikel 4
                            eerste lid). Artikel 4, tweede lid, geeft het bestuursorgaan de ruimte
                            om een andere procedure te volgen. Het bestuursorgaan is immers
                            verantwoordelijk voor uitvoering, de nadere regeling en organisatie van
                            de inspraak.</al></li><li nr="c."><al>Beleidsvoornemen: Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd als het
                            voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van
                            beleid. Het zal duidelijk zijn dat het hierbij niet gaat om de
                            vaststelling van concrete besluiten of maatregelen, maar om de vorming
                            van het beleid waarop deze kunnen worden gebaseerd.</al></li></lijst><al/><al>Het streven is erop gericht om het communicatiebeleid vast te stellen naar
                    gradatie van betrokkenheid van burgers in de schaal van meeweten tot en met
                    meebeslissen (hieronder worden de verschillende niveaus beschreven) en waarin
                    het niveau van de inspraak wordt betrokken. Naarmate een beleidsvoornemen het
                    niveau/ schaal “inspraak” nadert of raakt wordt overwogen om de
                    inspraakverordening toe te passen. </al><al/><al>De diverse niveaus van betrokkenheid ingezetenen en belanghebbenden:</al><lijst><li nr="1."><al><vet>meeweten</vet></al><al>Het bevoegd bestuursorgaan bepaalt de agenda voor besluitvorming en
                            houdt de betrokkenen op de hoogte. Belanghebbenden worden geïnformeerd
                            maar hebben geen actieve inbreng in de totstandkoming van de plannen. De
                            communicatie is tweerichtingsverkeer en het staat de geadresseerde vrij
                            om te reageren. De informatie zal vaak op instructieniveau zijn.</al></li><li nr="2."><al><vet>meedenken</vet></al><al>Bij de totstandkoming van plannen worden de partijen in de gelegenheid
                            gesteld hun mening kenbaar te maken. Het bevoegd bestuursorgaan gaat
                            hier naar eigen bevindingen mee om.</al></li><li nr="3."><al><vet>meepraten</vet></al><al>Dit is het niveau van de inspraakverordening. Het bevoegd bestuursorgaan
                            stelt in eerste instantie de agenda vast. Betrokkenen krijgen de
                            gelegenheid vragen te stellen, problemen (zorgen) aan te dragen en
                            oplossingen/ideeën/kansen te formuleren. Deze input speelt een
                            volwaardige rol in de ontwikkeling van beleid/plannen. Het bevoegd
                            bestuursorgaan geeft vooraf aan deze bijdragen van betrokkenen serieus
                            te behandelen en alleen beargumenteerd ervan af te wijken. De regeling
                            van de inspraakverordening moet nageleefd worden. </al></li><li nr="4."><al><vet>meewerken</vet></al><al>Na formulering van het algemene beleid (kaders en randvoorwaarden) en
                            een agenda zoeken het bevoegd bestuursorgaan en betrokken partijen
                            gezamenlijk naar oplossingen/mogelijkheden (poldermodel). Het bevoegd
                            bestuursorgaan verbindt zich aan deze gezamenlijke oplossing als het
                            past binnen de geformuleerde randvoorwaarden. Voorwaarde is dat het
                            bevoegd bestuursorgaan zowel kaders als de besluitvormingsprocedures
                            duidelijk heeft, zodat het bevoegd bestuursorgaan ‘meewerken’ kan
                            garanderen.</al></li><li nr="5."><al><vet>meebeslissen</vet></al><al>Het bevoegd bestuursorgaan laat de ontwikkeling van en de besluitvorming
                            over het beleid over aan betrokkenen. Het projectteam vervult een
                            adviserende rol. Het bevoegd bestuursorgaan neemt de resultaten over, na
                            toetsing aan vooraf gestelde randvoorwaarden. </al></li></lijst><al/><al>Bij elk beleidvoornemen moet door het bestuursorgaan besloten worden op welk
                    niveau het voornemen/besluit valt. Indien het bestuursorgaan besluit dat het
                    voornemen valt onder het derde niveau “meepraten” is het verplicht om de
                    inspraakverordening toe te passen. Wellicht wordt in de toekomst - in het
                    communicatiebeleid - een aantal concrete beleidvoornemens opgenomen waarop op
                    voorhand duidelijk is dat de inspraakverordening van toepassing is.</al><al/><al><cursief>Checklist</cursief></al><al>Om te bepalen of een onderwerp geschikt is voor inspraak, wordt gebruik gemaakt
                    van een checklist. (voor de uitgewerkte checklist zie bijlage 2) Belangrijk is
                    dat in de voorbereidingsfase van een onderwerp bepaald wordt welke keuzevrijheid
                    en keuzemogelijkheden de belanghebbenden hebben.</al><al/><al><vet><cursief>Artikel 2. Onderwerp van inspraak</cursief></vet></al><al>In het eerste lid is bepaald dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen
                    bevoegdheden besluit ofinspraak wordt verleend bij de voorbereiding van
                    gemeentelijk beleid. Het begrip bestuursorgaan isgedefinieerd in artikel 1:1,
                    eerste lid, van de Awb. Het omvat in elk geval raad, college enburgemeester. Elk
                    bestuursorgaan van de gemeente kan zijn eigen beleidsvoornemens aan inspraak
                    onderwerpen. Omdat het in bepaalde gevallen doelmatiger kan zijn als inspraak
                    geschiedt door middel van bijvoorbeeld spreekrecht bij raadsvergaderingen,
                    blijft door de formulering van het eerstelid de mogelijkheid bestaan dat voor
                    bepaalde beleidsvoornemens een andere wijze van inspraak wordt geregeld. </al><al/><al>In het tweede lid is bepaald dat inspraak altijd wordt verleend indien een
                    wettelijk voorschrift daartoe verplicht. Wij hebben ervan afgezien om dit op te
                    nemen in de tekst van artikel 2 zelf, omdat in de eerste plaats bij een nieuwe
                    wettelijke verplichting direct de verordening moet worden aangepast en in de
                    tweede plaats het een dermate uitgebreide opsomming is dat de verordening
                    hiermee onoverzichtelijk wordt.</al><al/><al>In het derde lid is opgenomen wanneer geen inspraak wordt verleend.</al><al/><al><vet><cursief>Artikel 3. Inspraakgerechtigden</cursief></vet></al><al>De omschrijving van inspraakgerechtigden vloeit rechtstreeks voort uit de tekst
                    van artikel 150 van de Gemeentewet. In de UOV zijn de woorden ‘in de gemeente
                    een belang hebbende natuurlijke en rechtspersonen’ vervangen door:
                    belanghebbenden. Het begrip ‘belanghebbende’ is in artikel 1:2 Awb gedefinieerd
                    en deze definitie heeft ook gelding voor wetgeving buiten de Awb.</al><al/><al><vet><cursief>Artikel 4. Inspraakprocedure</cursief></vet></al><al>Ter uniformering en deregulering is in het eerste lid afdeling 3.4 van de Awb
                    van toepassing verklaard op de inspraak. In artikel 3:11 tot en met 3:17 Awb is
                    de inspraakprocedure te vinden. Na terinzagelegging en bekendmaking van het
                    beleidsvoornemen kunnen belanghebbenden gedurende zes weken schriftelijk of
                    mondeling hun zienswijze naar voren brengen. In de meeste gevallen zal deze
                    procedure passend zijn voor de inspraak.</al><al/><al>Indien bovenstaande procedure niet passend is voor de inspraak kan op grond van
                    het tweede lid de inspraakprocedure worden aangepast. Het kan voorkomen dat
                    bijvoorbeeld de genoemde zeswekentermijn door het bestuursorgaan te lang wordt
                    bevonden. Deze termijn zou in de verordening kunnen worden aangepast of bij
                    besluit van het bestuursorgaan op grond van het tweede lid. </al><al/><al>In dit kader wordt voor twee punten aandacht gevraagd.</al><lijst><li nr="1."><al>Een inspraakprocedure kan ook het houden van een facultatief referendum
                            omvatten (uitvoering van de wijze waarop men zijn zienswijze naar voren
                            kan brengen). Dit middel zal echter, gezien de daaraan verbonden kosten,
                            op beperkte schaal worden toegepast. Daarnaast zijn wij ook van mening
                            dat dit in een afzonderlijke verordening moet worden vormgegeven.</al></li><li nr="2."><al>Het is uiteraard mogelijk een (of meer) standaardprocedure(s) te
                            ontwikkelen die wanneer nodig kan (kunnen) worden ingezet. Zo zou voor
                            artikel 19 WRO-procedures een aparte procedure kunnen worden ontwikkeld
                            met bijvoorbeeld een standaardtermijn van twee in plaats van zes
                            weken.</al></li></lijst><al/><al><vet><cursief>Artikel 5 Eindverslag</cursief></vet></al><al>In dit geval is niet gekozen voor verwijzing naar afdeling 3.4 Awb. In artikel
                    3:17 Awb wordt namelijk slechts bepaald dat een verslag wordt gemaakt van
                    hetgeen tijdens de inspraakprocedure mondeling naar voren is gebracht. </al><al/><al>Onder het in het tweede lid, onderdeel a, genoemde verslag van de gevolgde
                    inspraakprocedure wordt verstaan: Hoe is de procedure feitelijk verlopen? Is
                    afdeling 3.4 Awb onverkort toegepast? Wanneer is het beleidsvoornemen ter inzage
                    gelegd enz.? </al><al/><al>Onderdeel b betekent dat de eindrapportage een volledig overzicht dient te
                    bevatten van zowel de mondelinge als de schriftelijke inspraakreacties. De
                    schriftelijke inspraakreacties kunnen aan het verslag worden gehecht. In de MvT
                    bij de Awb wordt opgemerkt dat in het verslag kan worden volstaan met een korte
                    zakelijke weergave van de naar voren gebrachte opvattingen en vermelding van de
                    personen die hun opvatting naar voren hebben gebracht.</al><al/><al>Onder c wordt als het sluitstuk van inspraak voorgeschreven dat het
                    bestuursorgaan aangeeft wat met de zienswijzen wordt gedaan.</al><al/><al>In het derde lid is bepaald dat het bestuursorgaan het eindverslag op de
                    gebruikelijke wijze openbaar maakt. Conform de werkwijze tot nu toe ligt het
                    voor de hand om degenen die hebben ingesproken een exemplaar van het eindverslag
                    te sturen. Daarnaast kan het eindverslag algemeen worden gepubliceerd in de
                    krant (bijvoorbeeld het Brabants Centrum) en op de gemeentelijke website. Als
                    het aantal insprekers omvangrijk is, kan worden gekozen voor het volstaan met
                    een algemene bekendmaking. Het is aan te bevelen om tijdens de inspraakavond al
                    duidelijkheid omtrent de communicatie te verschaffen. Bekendmaking van de
                    resultaten van de inspraak is uitermate belangrijk.</al><al/><al><vet><cursief>Artikel 6 Intrekking oude verordening</cursief></vet></al><al>Met deze bepaling wordt de bestaande inspraakverordening ingetrokken.</al><al/><al><vet><cursief>Artikel 7 Inwerkingtreding</cursief></vet></al><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de
                    bekendmaking (art. 142 Gemeentewet). In het tweede lid wordt als overgangsrecht
                    bepaald dat de inspraakprocedures die vóór de inwerkingtreding van de
                    inspraakverordening Boxtel 2006 in gang zijn gezet worden voortgezet met in
                    achtneming van de Inspraakverordening Boxtel die is vastgesteld bij raadsbesluit
                    van 25 januari 1996.</al><al/><al><vet><cursief>Artikel 8 Citeertitel</cursief></vet></al><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Inspraakverordening Boxtel 2006.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>