<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR195156_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Subsidieverordening Boxtel 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Boxtel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Boxtel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Subsidieverordening Boxtel 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-07-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2000-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Subsidieverordening Boxtel 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Algemene subsidieverordening Boxtel (ASV)2010</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al>wet: de Algemene wet bestuursrecht;</al><al>natuurlijke persoon: Mens (individu) als rechtssubject;</al><al>instelling: een organisatie met rechtsbevoegdheid, die zich ten doel
                            stelt activiteiten te verrichten voor de inwoners van de gemeente
                            Boxtel, passend binnen het gemeentelijk beleid;</al><al>subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan
                            verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders
                            dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen en
                            diensten (art. 4:21 lid 1 Awb);</al><al>budgetsubsidie: een per boekjaar verstrekte structurele subsidie aan een
                            rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid (art. 4:58 lid 1 en art
                            4:66 Awb), groter dan € 50.000 per jaar;</al><al>activiteitensubsidie: een per boekjaar verstrekte structurele subsidie
                            op basis van een vooraf vastgestelde norm, tot maximaal € 50.000 per
                            jaar, gericht op het stimuleren en ondersteunen van binnen het
                            gemeentelijk beleid passende activiteiten;</al><al>waarderingssubsidie: een structurele subsidie tot maximaal € 2.500 per
                            jaar, die een waardering voor een activiteit uitdrukt; het college
                            benoemt de waarderingssubsidie in de subsidieregeling. Een
                            waarderingssubsidie kan voor maximaal 4 jaren in één keer verstrekt
                            worden;</al><al>projectsubsidie: een incidentele subsidie, gericht op een nieuwe,
                            vernieuwende danwel anderszins wenselijke in tijd afgebakende (voor een
                            bepaalde periode) activiteit of op het ontwikkelen ervan. De looptijd
                            van het project kan zich over één of meerdere boekjaren
                            uitstrekken;</al><al>ambtshalve: in verband met het ambt;</al><al>activiteitenplan: een overzicht dat de activiteiten weergeeft waarvoor
                            subsidie wordt aangevraagd;</al><al>jaarverslag: een verslag van de activiteiten van het voorafgaand
                            subsidiejaar;</al><al>subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten
                            hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een
                            bepaald wettelijk voorschrift (art. 4:22 Awb);</al><al>subsidieverstrekking: het proces van subsidieverlening tot
                            subsidievaststelling;</al><al>subsidieverlening het voorlopig toekennen van subsidie</al><al>subsidievaststelling het definitief vaststellen van de subsidie</al><al>boekjaar: het kalenderjaar, tenzij bij de subsidieverlening anders is
                            bepaald;</al><al>bedrijfsplan: een plan waarin de subsidieontvanger de bedrijfsvoering en
                            uit te voeren activiteiten voor een vooraf overeengekomen aantal jaren
                            vastlegt en dient als basis voor de bepaling van het budgetniveau voor
                            de betreffende periode;</al><al>prestaties de schriftelijk vastgelegde afspraken tussen de
                            subsidieontvanger en de subsidieverstrekker over de resultaten die met
                            de gesubsidieerde activiteiten moeten worden behaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Reikwijdte verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verordening ondersteunt gemeentelijk beleid op het gebied
                                van:</al><lijst><li nr="·"><al>Algemeen bestuur en communicatie</al></li><li nr="·"><al>Openbare orde en veiligheid</al></li><li nr="·"><al>Openbare ruimte en wijkbeheer</al></li><li nr="·"><al>Economische zaken en toerisme</al></li><li nr="·"><al>Onderwijs</al></li><li nr="·"><al>Sport</al></li><li nr="·"><al>Welzijn</al></li><li nr="·"><al>Zorg, sociale zekerheid en arbeidsmarktbeleid</al></li><li nr="·"><al>Milieu en duurzaamheid</al></li><li nr="·"><al>Ruimtelijk beleid</al></li><li nr="·"><al>Volkshuisvesting en monumenten</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanspraak op subsidie op basis van deze verordening hebben Boxtelse
                                instellingen, in Boxtel wonende natuurlijke personen en eigenaren
                                van in Boxtel gelegen objecten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aanspraak op subsidie op basis van deze verordening bestaat, tevens
                                voor activiteiten door natuurlijke personen en instellingen van
                                buiten Boxtel, die aantoonbaar gericht zijn op inwoners van Boxtel,
                                danwel bedoeld voor Boxtelse objecten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Met regionale subsidieaanvragers die met een bedrijfsplan werken,
                                kunnen in regionaal verband afspraken worden gemaakt, die kunnen
                                afwijken van hetgeen in deze verordening is neergelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Delegatie van bevoegdheden</titel></kop><al>Het college beslist op aanvragen bij of krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan jaarlijks bij de vaststelling van de begroting besluiten
                                tot het instellen van (een) subsidieplafond(s).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt - met inachtneming van de ingevolge artikel 2,
                                door de raad vastgestelde beleidsterreinen en regels- nadere regels
                                omtrent de verdeling van het beschikbare bedrag. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds wordt gewezen op de
                                mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds
                                ingediende aanvragen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is
                                vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende
                                middelen op de begroting beschikbaar worden gesteld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Algemene weigeringsgronden</titel></kop><al>Subsidieverlening kan, naast de in artikel 4:25 en artikel 4:35 van de
                            Awb geregelde gevallen, worden geweigerd indien:</al><lijst><li nr="1."><al>de activiteiten van de aanvrager niet gericht zijn op of niet
                                    aanwijsbaar ten goede komen aan inwoners van of objecten in de
                                    gemeente Boxtel;</al></li><li nr="2."><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal
                                    ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of
                                    de openbare orde;</al></li><li nr="3."><al>de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende
                                    middelen beschikt, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit
                                    middelen van derden, om de kosten van de activiteiten te
                                    dekken;</al></li><li nr="4."><al>verwacht mag worden dat de met de subsidiëring beoogde
                                    doeleinden niet zullen worden bereikt;</al></li><li nr="5."><al>de financiële middelen, met inbegrip van de subsidie onvoldoende
                                    zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Budgetsubsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Budgetsubsidies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan budgetsubsidies aan rechtspersonen verstrekken voor
                                het uitvoeren van door het college overeengekomen activiteiten op
                                het gebied van de in artikel 2 genoemde beleidsterreinen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast voor de wijze van berekening
                                van subsidies of hij legt dit samen met regiogemeenten vast in een
                                subsidiecontract. Hierbij geeft hij tevens aan welk bedrag maximaal
                                verstekt kan worden aan natuurlijke personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6a:</nr><titel>Bij aanvraag in te dienen gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het
                                college met behulp van een door het college vastgesteld
                                aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende
                                gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de activiteiten waar subsidie voor
                                        wordt aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al>de doelstellingen en resultaten, die daarmee worden
                                        nagestreefd, en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen.
                                        In bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn
                                        op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente
                                        vastgestelde doelen of beleidsterreinen;</al></li><li nr="c."><al>een begroting van de baten en lasten van de activiteiten,
                                        waar de subsidie voor wordt aangevraagd. De begroting bevat
                                        een opgave van bij andere bestuursorganen of private
                                        organisaties of personen aangevraagde subsidies of
                                        vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder
                                        vermelding van de stand van zaken daarvan;</al></li><li nr="d."><al>indien van toepassing, de stand van de reserves op het
                                        moment van de aanvraag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvrager voor de eerste maal een budgetsubsidie
                                aanvraagt, voegt hij een exemplaar van de oprichtingsakte, de
                                statuten, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het
                                voorgaande jaar als bijlagen toe aan het aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in
                                het tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen, indien die
                                voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk,
                                respectievelijk voldoende, zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6b:</nr><titel>Aanvraag- en beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor budgetsubsidie wordt gedaan vóór 1 april, in het
                                jaar voorafgaand aan het jaar, waarop de subsidieaanvraag betrekking
                                heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een
                                aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag voor budgetsubsidie uiterlijk
                                vóór 31 december van het jaar waarop de aanvraag is ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6c:</nr><titel>Subsidie verlening en betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan
                                op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaats
                                vindt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is bevoegd om verplichtingen aan de beschikking tot
                                subsidieverlening te verbinden met betrekking tot het beheer en
                                gebruik van de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een beschikking tot verlening van budgetsubsidie wordt 100%
                                bevoorschot, waarbij in de beschikking de hoogte en het aantal
                                termijnen van de voorschotten wordt bepaald.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan in de regeling een ander bevoorschottings-percentage
                                opnemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6d:</nr><titel>Aanvraag tot vaststelling budgetsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger dient uiterlijk vóór 1 april in het jaar na
                                afloop van het kalenderjaar waarvoor subsidie is verleend een
                                aanvraag tot vaststelling in bij het college:</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag tot vaststelling bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten,
                                        waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht; waaruit
                                        blijkt welke van de gestelde doelstellingen zijn
                                        gerealiseerd en hoe dit bij heeft gedragen tot het
                                        gemeentelijk beleid; </al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden
                                        baten en lasten (financieel verslag of jaarrekening);</al></li><li nr="c."><al>een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een
                                        toelichting daarop;</al></li><li nr="d."><al>een goedkeurende accountantsverklaring.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit
                                artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van
                                belang zijn, worden overlegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6e:</nr><titel>Vaststelling budgetsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt binnen 13 weken na de termijn van artikel 7d lid 1
                                de subsidie vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording
                                daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de
                                subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid
                                genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger
                                daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot
                                subsidievaststelling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers
                                aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat
                                de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in
                                te dienen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in het
                                eerste lid genoemd tijdstip is ontvangen, gaat het college zes weken
                                na een eenmalige rappel over tot ambtshalve vaststelling.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>Activiteitensubsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Activiteitensubsidies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan activiteitensubsidies verstrekken voor het uitvoeren
                                van door het college overeengekomen activiteiten op het gebied van
                                de in artikel 2 genoemde beleidsterreinen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Jaarlijks wordt in de begroting bepaald met welk percentage de
                                activiteitensubsidies worden geïndexeerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast voor de wijze van berekening
                                van de subsidies. Hierbij geeft hij tevens aan welk bedrag maximaal
                                verstekt kan worden aan natuurlijke personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7a:</nr><titel>Bij aanvraag in te dienen gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het
                                college met behulp van een door het college vastgesteld
                                aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende
                                gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de activiteiten waar subsidie voor
                                        wordt aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al>de doelstellingen en resultaten, die daarmee worden
                                        nagestreefd, en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen.
                                        In bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn
                                        op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente
                                        vastgestelde doelen of beleidsterreinen; alsmede de
                                        gerealiseerde doelstellingen van het voorgaand
                                        boekjaar.</al></li><li nr="c."><al>een begroting van de baten en lasten van de activiteiten,
                                        waar de subsidie voor wordt aangevraagd. De begroting bevat
                                        een opgave van bij andere bestuursorganen of private
                                        organisaties of personen aangevraagde subsidies of
                                        vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder
                                        vermelding van de stand van zaken daarvan;</al></li><li nr="d."><al>een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een
                                        toelichting daarop.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvrager voor de eerste maal een activiteitensubsidie
                                aanvraagt, voegt hij een exemplaar van de oprichtingsakte, de
                                statuten, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het
                                voorgaande jaar als bijlagen toe aan het aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in
                                het tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen, indien die
                                voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk,
                                respectievelijk voldoende, zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7b:</nr><titel>Aanvraag- en beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor activiteitensubsidie wordt gedaan vóór 1 april, in
                                het jaar voorafgaand aan de periode waarop de subsidieaanvraag
                                betrekking heeft..</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een
                                aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag voor activiteitensubsidie vóór
                                31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7c:</nr><titel>Subsidie verlening, vaststelling, betaling en
                                verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een activiteitensubsidie wordt door het college verleend en direct
                                vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het besluit tot verstrekking van activiteitensubsidie wordt de
                                hoogte en het aantal termijnen van de subsidie betaling bepaald</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan een verantwoording vragen met betrekking tot de
                                besteding van de activiteiten subsidie. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>Waarderingssubsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>Waarderingssubsidies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan waarderingssubsidies verstrekken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Jaarlijks wordt in de begroting bepaald met welk percentage de
                                waarderingssubsidies worden geïndexeerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast voor de wijze van berekening
                                van de subsidies. Hierbij geeft hij tevens aan welk bedrag maximaal
                                verstekt kan worden aan natuurlijke personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8a:</nr><titel>Bij aanvraag in te dienen gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het
                                college met behulp van een door het college vastgesteld
                                aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een aanvrager voor de eerste maal een waarderingsubsidie
                                aanvraagt, voegt hij een exemplaar van de oprichtingsakte, de
                                statuten, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het
                                voorgaande jaar als bijlagen toe aan het aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in
                                het tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen, indien die
                                voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk,
                                respectievelijk voldoende, zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8b:</nr><titel>Aanvraag- en beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor waarderingssubsidie wordt gedaan vóór 1 april, in
                                het jaar voorafgaand aan de periode waarop de subsidieaanvraag
                                betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een waarderingssubsidie kan voor maximaal vier jaren in één keer
                                aangevraagd worden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een
                                aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag voor waarderingssubsidie
                                uiterlijk vóór 31 december van het jaar waarop de aanvraag is
                                ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8c:</nr><titel>Subsidie verlening, vaststelling, betaling en
                                verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een waarderingssubsidie wordt door het college verleend en direct
                                vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een waarderingssubsidie kan maximaal voor vier jaren in een keer
                                verstrekt worden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij een waarderingssubsidie vindt de betaling in jaarlijkse gelijke
                                termijnen plaats. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan een verantwoording vragen met betrekking tot de
                                besteding van de waarderingssubsidie. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5:</nr><titel>Projectsubsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr><titel>Projectsubsidies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan projectsubsidies verstrekken voor het uitvoeren van
                                door het college overeengekomen activiteiten op het gebied van de in
                                artikel 2 genoemde beleidsterreinen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover het subsidie bedrag hoger is dan € 1.500 wordt de
                                subsidie slechts verstrekt aan instellingen, tenzij het college in
                                de subsidieregeling een ander bedrag heeft opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast voor de verstrekking van
                                projectsubsidies.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6:</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Meldingsplicht</titel></kop><al>De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college, zodra
                            aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend,
                            niet of geheel niet zullen worden verricht of dat niet of geheel niet
                            aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen
                            zal worden voldaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Overige verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie
                                is verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk
                                schriftelijk over:</al><lijst><li nr="a."><al>besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging
                                        van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel
                                        ontbinding van de rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische
                                        verhouding met derden;</al></li><li nr="c."><al>ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de
                                        beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden
                                        geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van
                                        de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het
                                        doel van de rechtspersoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor
                                handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene wet
                                bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van hetgeen bij of
                            krachtens deze verordening is bepaald, indien strikte toepassing daarvan
                            tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13:</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2012, waarbij
                            subsidieaanvragen ontvangen voor of op 1 april 2011 ten behoeve van
                            boekjaar 2012 worden beoordeeld op basis van deze verordening.</al><al>Op dat tijdstip vervallen de algemene en specifieke
                            subsidieverordeningen, nl.</al><lijst><li nr="-"><al>Algemene subsidieverordening Boxtel 2004</al></li><li nr="-"><al>Subsidieverordening Gemeentelijke Monumenten Boxtel 2003</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14:</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Beschikkingen -hoe dan ook genaamd- verleend krachtens de Algemene
                            subsidieverordening Boxtel 2004 blijven –indien zij niet eerder zijn
                            vervallen of ingetrokken- van kracht tot de termijn waarvoor zij werden
                            verleend is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15:</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de titel Algemene
                            subsidieverordening (ASV) Boxtel 2010.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Algemene subsidieverordening Boxtel 2010</titel></kop><tussenkop>Algemeen:</tussenkop><al>De Algemene wet bestuursrecht (Awb) stelt eisen aan de procedure van
                    subsidieverlening en geeft tevens een deel van de basisbepalingen die nodig zijn
                    bij de subsidieverlening (zoals weigering en intrekking van subsidie). De Awb
                    bepaalt verder wanneer er sprake is van subsidie en wanneer een wettelijk
                    voorschrift (zoals een subsidie verordening) is vereist. (4:23, eerste
                    lid).</al><al><vet>Samenhang tussen de Awb en deze verordening</vet> in het
                    subsidieproces:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><cursief>Stap in het
                                            subsidietr</cursief><cursief>a</cursief><cursief>ject</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>Belangrijkste
                                            bepali</cursief><cursief>n</cursief><cursief>gen
                                            Awb</cursief></al></entry><entry colname="col3"><al><cursief>Belangrijkste
                                            bepali</cursief><cursief>n</cursief><cursief>gen in deze
                                            verord</cursief><cursief>e</cursief><cursief>ning</cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vaststelling subsidieplafonds</al></entry><entry colname="col2"><al>4:22 / 4:28 en verder</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Inname subsidieaanvraag</al></entry><entry colname="col2"><al>4:5 en verder</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 6a; 7a; 8a</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Behandeling aanvraag</al></entry><entry colname="col2"><al>4:7 en verder</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 6b; 7b; 8b</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Beslissing op aanvraag</al></entry><entry colname="col2"><al>4:29 en verder</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 6c; 7c; 8c</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Opleggen van verplichtingen bij subsidieverlening</al></entry><entry colname="col2"><al>4:33 / 4:37 en verder</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 10; 11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Intrekking en wijziging subsidieverlening</al></entry><entry colname="col2"><al>4:48 en verder</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aanvraag tot vaststelling subsidie</al></entry><entry colname="col2"><al>4:42 en verder</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 6d;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Beslissing op aanvraag tot subsidie vaststelling</al></entry><entry colname="col2"><al>4:42 en verder</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 6e;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Opleggen verplichtingen bij subsidievaststelling</al></entry><entry colname="col2"><al>4:37 en verder</al></entry><entry colname="col3"><al>Art.b10; 11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Lagere vaststelling</al></entry><entry colname="col2"><al>4:46 en verder</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.Intrekken en wijziging na subsidievaststelling</al></entry><entry colname="col2"><al>4:48 en verder</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.Uitbetaling</al></entry><entry colname="col2"><al>4:52 en verder</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De subsidieverordening gaat uit van proportionaliteit, sturing op prestaties en
                    hoofdlijnen, uniformering en vereenvoudiging en verantwoord vertrouwen met
                    risicoacceptatie. Om dit te bereiken wordt gewerkt met subsidieregimes:</al><tussenkop>Indeling subsidieregime</tussenkop><tussenkop>N.a.v. het geluidsverslag bij de vaststelling van de ASV in de
                    raadsvergadering van 21-12-2010:</tussenkop><al>Bij meerdere subsidies per instelling bepaalt de som van de subsidies (per
                    boekjaar) het regime voor alle subsidies. Hiermee wordt voorkomen, dat een
                    instelling door verschillende subsidieaanvragen in te dienen in een lager regime
                    komt terwijl de som der subsidies een hoger regime vraagt.</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="22*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="21*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="36*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="21*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><cursief>Subsidie regime</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>structureel/ </cursief><cursief>
                                            incide</cursief><cursief>n</cursief><cursief>teel/
                                            duur</cursief></al></entry><entry colname="col3"><al><cursief>Aanvraag en
                                            veran</cursief><cursief>t</cursief><cursief>woordwoordings
                                            verei</cursief><cursief>s</cursief><cursief>ten</cursief></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>artikelen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Budgetsubsidie; ≥ € 50.000</al></entry><entry colname="col2"><al>structureel; jaarlijks aanvragen</al></entry><entry colname="col3"><al>(Complexe) aanvraag voorzien van beoogde doelstellingen; </al><al>Jaarverslag voorzien van gerealiseerde doelstellingen;</al><al>Jaarrekening voorzien van (goedkeurende)
                                        accountantsverklaring</al><al>Vaststelling achteraf.</al></entry><entry colname="col4"><al>Hoofdstuk 2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Activiteitensubsidie; &lt; € 50.0000</al></entry><entry colname="col2"><al>structureel; jaarlijks aanvragen</al></entry><entry colname="col3"><al>Aanvraag incl. beoogde doelstelligen en realisatie
                                        doelstellingen voorgaand boekjaar;</al><al>Verlening en vaststelling ineen.</al></entry><entry colname="col4"><al>Hoofdstuk 3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Waarderingssubsidie; ≤ € 2.500 p/jr</al></entry><entry colname="col2"><al>structureel; max 4 jaar (in één beschikking)</al></entry><entry colname="col3"><al>Aanvraag eenvroudig, geen (realisatie van) doelstellingen
                                        noodzakelijk;</al><al>College benoemd waarderingssubsidie in de
                                        subsidieregeling;</al><al>Verstrekking in één keer voor max. 4 jaar (max. €
                                        10.000);</al><al>Geen verantwoording, tenzij college expliciet verzoekt.</al></entry><entry colname="col4"><al>Hoofdstuk 4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> Projectsubsidie; onbeperkt</al></entry><entry colname="col2"><al> Incidenteel; </al><al>kan over meerdere boekjaren</al></entry><entry colname="col3"><al> Aanvraag cf. subsidieregeling (bijvoorbeeld: incidentele
                                        subsidie kunst &amp; cultuur; Sociale cohesie ed.)</al><al>Verantwoording cf. subsidieregeling</al><al>OF</al><al>Aanvraag middels projectbeschrijving (voorzien van
                                        doelstellingen)</al><al>Collegebesluit noodzakelijk</al><al>Verantwoording/ evaluatie cf. projectvoorstel (in
                                        collegebesluit)</al></entry><entry colname="col4"><al> Hoofdstuk 5</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 1: Begripsomschrijving</tussenkop><al>In dit artikel worden de begrippen uitgelegd die bij de toekenning van subsidies
                    een rol spelen. Bij de begrippen is zoveel mogelijk aangesloten bij de
                    wettelijke bepalingen. Ten aanzien van de begrippen subsidie en, subsidieplafond
                    is de wettelijke definitie opgenomen. Bij de overige definities is, voor zover
                    deze uit formele wetgeving voortvloeien, daarop zoveel mogelijk
                    aangesloten.</al><al>Het begrip subsidie; ‘de aanspraak op financiële middelen’ dient letterlijk te
                    worden opgevat. Dit houdt in dat verstrekkingen in natura en vormen van
                    indirecte bevoordeling, als bij verhuur van bijvoorbeeld accommodaties, buiten
                    beeld blijven.</al><tussenkop>Artikel 2: Reikwijdte verordening</tussenkop><al>De in het eerste lid van de verordening opgenomen beleidsterreinen vinden hun
                    grondslag in de paragrafen van de programmabegroting. Zowel natuurlijke personen
                    als rechtspersonen kunnen subsidie aanvragen, ten behoeve van activiteiten die
                    aantoonbaar gericht zijn op de Boxtelse gemeenschap. Is zeer wenselijk dat het
                    college in de regeling nadere regels stelt met betrekking tot de hoogte van de
                    subsidie die aan natuurlijke personen verstrekt worden. </al><tussenkop>Artikel 3: Delegatie van bevoegdheden</tussenkop><al>Het college is belast met de uitvoering van deze verordening. Echter wanneer in
                    de gemeentebegroting respectievelijk de daarvan afgeleide afdelingswerkplannen
                    geen post is opgenomen ten behoeve van de activiteiten waarvoor subsidie
                    gevraagd wordt, beslist de raad over de subsidieverstrekking. </al><tussenkop>Artikel 4: Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</tussenkop><al>In de Awb zijn in artikel 4:25 tot en met 4:28 de belangrijkste bepalingen
                    rondom het werken met een ‘subsidieplafond’ gegeven. Ingevolge het eerste lid
                    van artikel 5 kan de raad subsidieplafonds per beleidsterrein vaststellen. In de
                    regel valt dit qua tijdstip samen met de vaststelling van de begroting. De raad
                    stelt subsidieplafonds vast en maakt daarbij de wijze van verdeling van de
                    beschikbare middelen bekend. Eventueel kan het college nadere regels opstellen
                    omtrent de wijze van verdeling van de beschikbare middelen.</al><al>Met het oog op de rechtszekerheid verlangt de Awb, dat het subsidieplafond
                    bekend wordt gemaakt, voordat de periode waarop het betrekking heeft, ingaat. Zo
                    kunnen potentiële aanvragers tijdig weten hoeveel geld beschikbaar is. Maar
                    vooral van belang is, dat subsidieaanvragen zonder nadere motivering worden
                    afgewezen op het moment dat het subsidieplafond bereikt is. Indien het voor
                    subsidie beschikbare bedrag enkel op de begroting vermeldt staat en de gemeente
                    deze bedragen niet als zijnde subsidieplafonds heeft gepubliceerd, kan de
                    gemeente subsidieaanvragen niet ongemotiveerd weigeren wegens het bereiken van
                    het plafond. Vandaar dat de VNG het publiceren van subsidieplafonds aanbeveelt.
                    Het is aan te bevelen om enige tijd te nemen tussen het vaststellen van de
                    begroting en het publiceren van subsidieplafonds en de wijze van verdeling van
                    de beschikbare middelen.</al><al>Belangrijk is de verplichting om nadere regels te stellen over de verdeling van
                    de beschikbare bedragen. </al><al><cursief>Lid 5.</cursief> Indien wordt gewerkt met een begrotingsvoorbehoud moet
                    er rekening worden gehouden met het feit gemeenten moeten hun begroting
                    voorleggen aan de provincie ter goedkeuring; pas daarna is er sprake van een
                    definitieve begroting en treedt het vierde lid van dit artikel pas in werking. </al><tussenkop>Artikel 5: Algemene weigeringgrondslagen</tussenkop><al>De algemeen geldende weigeringsgronden, opgenomen in artikel 4:25 en 4:35 Awb,
                    worden hier aangevuld met het niet of niet in overwegende mate gericht zijn van
                    de activiteiten van de aanvrager op de gemeente, dan wel haar ingezetenen of
                    daaraan niet of nauwelijks ten goede komen.</al><tussenkop>Hoofdstuk 2 t/m 4: Budgetsubsidie; Activiteitensubsidie;
                    Waarderingssubsidie en Projectsubsidie</tussenkop><al>De regels rondom budgetsubsidie staan in Hoofdstuk 2, in de artikelen 7 t/m
                    7e</al><al>De regels rondom activiteitensubsidie staan in Hoofdstuk 3, in de artikelen 8
                    t/m 8c</al><al>De regels rondom waarderingssubsidie staan in Hoofdstuk 4, in de artikelen 9 t/m
                    9c</al><al>De regels rondom projectsubsidie staan in Hoofdstuk 5, in artikel 10</al><tussenkop>Artikel 6a; 7a en 8a: Bij aanvraag in te dienen gegevens</tussenkop><al>In het eerste lid is bepaald dat een aanvraag voor subsidie schriftelijk dient
                    te worden gedaan. Met ‘schriftelijk’ is meer bedoeld dan ‘op papier geschreven’.
                    Zo kan een aanvraag ook digitaal worden gedaan, mits het college het door hem
                    vastgestelde formulier ook in digitale vorm beschikbaar heeft gesteld. Door het
                    gebruik van standaardformulieren wordt in de rechtszekerheid bevorderd. Voor de
                    aanvrager is meteen duidelijk welke documenten hij dient te overleggen. Het is
                    van belang dat het aanvraagformulier slechts die vragen bevat, die strikt
                    noodzakelijk zijn voor de behandeling van een aanvraag, dus zo eenvoudig
                    mogelijk. Tevens kan met een aanvraagformulier de uniformiteit van behandeling
                    van subsidieaanvragen in de verschillende beleidsterreinen van de gemeente
                    worden bevorderd.</al><al>Voor een aanvrager moet duidelijk zijn, waarvoor hij subsidie kan aanvragen en
                    op welke manier dit in zijn werk gaat. Van een burger kan niet worden verwacht
                    dat hij een ingewikkelde subsidieverordening volledig zal begrijpen. Daarom is
                    het van belang om als gemeente duidelijk te communiceren.</al><al>Ingevolge artikel 4:29 Awb begint het subsidieproces met een aanvraag. Wat een
                    aanvraag is en aan welke eisen deze moet voldoen staat in afdeling 4.1.1. van de
                    Awb. In het tweede lid is bepaald welke gegevens de aanvrager dient te
                    overleggen bij zijn subsidieaanvraag. De bevoegdheid van het college ter zake
                    nadere regels te stellen, is geregeld in lid 4. Het college kan zo desnoods per
                    geval regelen welke gegevens dienen te worden verstrekt. </al><al>In artikel 7a, lid 2, sub d, wordt verwezen naar de systematiek van
                    subsidieverlening en verrekening bij jaarlijks (per boekjaar) verstrekte
                    subsidies conform artikel 4:72 Awb. Een dergelijke verplichting dient in de
                    beschikking tot subsidieverlening te worden opgenomen. Inzage in de financiële
                    reserve van een instelling is slechts aan de orde voor de beoordeling van een
                    jaarlijkse subsidieaanvraag van een grote instelling met overeenkomstige
                    subsidiebehoefte.</al><al>In artikel 7a, lid 3, worden meer formele eisen gesteld aan instellingen, die
                    voor de eerste maal subsidie aanvragen.</al><tussenkop>Artikel 6b; 7b en 8b: Aanvraag- en beslistermijn</tussenkop><al><cursief>Lid 1 en 2:</cursief> Hier worden de termijnen genoemd, waarbinnen
                    aanvragen voor subsidie dienen te zijn ingediend bij het college. In dit artikel
                    wordt slechts een uiterste indiendatum genoemd voor jaarlijkse budgetsubsidies.
                    Een budgetsubsidie wordt voorafgaand aan de subsidiabele activiteiten verstrekt.
                    De aanvraagtermijnen is uiteraard afhankelijk van de voor opstelling van de
                    begroting en de vaststelling daarvan gehanteerde termijnen.</al><al><cursief>Lid 3:</cursief> Hier worden de termijnen gegeven, waarbinnen het
                    college gehouden is te beslissen op een aanvraag voor subsidie. In de Awb staan
                    geen strikte beslistermijnen op een aanvraag om subsidie. In de regel wordt een
                    termijn van acht tot dertien weken redelijk geacht. Indien deskundigen of een
                    commissie moet worden geraadpleegd over de kwaliteit van de subsidieaanvragen,
                    wordt deze beslistermijn tot tweeëntwintig weken verlengd. </al><al>Nu de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen per 1 oktober 2009 in
                    werking is getreden, bestaat het risico dat bestuursorganen, die zich niet aan
                    de door zichzelf gestelde termijnen houden, met een dwangsom kunnen worden
                    geconfronteerd. In gevallen, waarin de behandeling van aanvragen (denk aan
                    complexe, omvangrijke subsidies, zoals voor het bouwen van een gebouw en
                    dergelijke) zeker meer tijd zal vergen dan de hiervoor genoemde termijnen, ligt
                    het voor de hand in nadere regels te bepalen hoe en onder welke voorwaarden het
                    risico van de overschrijding van termijnen kan worden beperkt. Onder
                    omstandigheden kan het college zich een termijn van een half jaar gunnen om tot
                    een beslissing te komen. Gezien de complexiteit van bepaalde subsidieaanvragen
                    en de daarmee gemoeide gelden en nagestreefde beleidsdoelen is deze termijn
                    verdedigbaar. Gelet op de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen
                    verdient het echter aanbeveling een voorzienbare lange beslistermijn in nadere
                    regels vast te leggen.</al><al>De termijnen lijken redelijk royaal. Uitgangspunt moet zijn, dat afhandelen
                    binnen 13 weken de maximale termijn is, in principe wordt de aanvraag zo
                    servicegericht dus zo snel mogelijk afgehandeld.</al><al>Voor de jaarlijks terugkerende subsidies wordt de beslistermijn gesteld op 31
                    december, zodat de begroting door de raad is goedgekeurd en vastgesteld.</al><tussenkop>Artikel 6c: Subsidie verlening en betaling</tussenkop><al>Ingevolge het eerste lid geeft het college al in het besluit tot verlening van
                    de subsidie aan op welke wijze de verantwoording van de ontvangen subsidies
                    dient plaats te vinden. Hiermee wordt bereikt dat degene, aan wie de subsidie is
                    toegekend, van meet af aan duidelijk is aan welke voorwaarden en administratieve
                    eisen hij dient te voldoen. </al><al><cursief>Lid 2:</cursief> is geregeld dat het college de ontvanger
                    verplichtingen kan opleggen.</al><al>Bij veel, veelal kleinere subsidies zal het stellen van verplichtingen bij de
                    toekenning niet noodzakelijk zijn. In die gevallen kan het college daarvan
                    eenvoudig afzien. In gevallen, dat het college van oordeel is dat redelijkerwijs
                    nadere verplichtingen dienen te worden gesteld, zal dit veelal op de
                    subsidieontvanger en de door hem te ondernemen activiteiten toegesneden
                    verplichtingen zijn. Een uitputtende opsomming in de verordening van alle
                    mogelijke aan een subsidiënt op te leggen verplichtingen komt de
                    overzichtelijkheid, noch de doelmatigheid van de verordening ten goede. Een bij
                    de beschikking verstrekte bijlage, waarin de verplichtingen zijn opgenomen, is
                    overzichtelijk en klantvriendelijk. In artikel 4:37 Awb staan de
                    standaardverplichtingen vermeld welke het college bij de beschikking tot
                    subsidieverlening aan de subsidieontvanger kan opleggen. Er kan maatwerk worden
                    gevonden door een differentiatie te maken tussen verplichtingen, die worden
                    gesteld aan eenmalige subsidies, en jaarlijkse (boekjaar)subsidies. Voor een
                    selectie uit de verplichtingen, die te stellen zijn bij het verlenen van de
                    jaarlijkse subsidies; zie ook titel 4.2.8 Awb. </al><al>Bij de in het tweede lid te stellen verplichtingen kan worden gedacht aan
                    bijvoorbeeld het verzekeren van de zaken, die voor de uitvoering van de
                    gesubsidieerde activiteit noodzakelijk zijn, de arbeidsvoorwaarden voor het
                    personeel van de subsidieontvanger, reservevorming, het bestuur, het aanstellen
                    van toezichthouders, de inrichting van de administratie en de benodigde
                    toestemming van het college voor het aangaan van rechtshandelingen als bedoeld
                    in artikel 4:71 Awb.</al><al>Het is van belang voor de verantwoording, dat op een heldere manier wordt
                    aangegeven wat met de verlening van de subsidie wordt verlangd. Oftewel: welke
                    indicatoren leiden tot beantwoording van de vraag of de prestatie is geleverd.
                    Als de prestatieverlening te gedetailleerd is geformuleerd, kunnen er onbedoeld
                    problemen ontstaan bij de verantwoording, bijvoorbeeld als er subsidie wordt
                    gegeven voor een natuurlijke erfafscheiding. De subsidieontvanger heeft in zijn
                    plan aangegeven daartoe 50 bomen te willen planten. De erfafscheiding is
                    gerealiseerd; alleen zijn er twee bomen overleden. Afhankelijk van de
                    formulering van de prestatie kan er discussie ontstaan of dit gevolgen heeft
                    voor de subsidievaststelling.</al><al>Lid 3: is geregeld dat voorschotten automatisch (ambtshalve) worden verstrekt
                    volgens het in de subsidieregeling of de verleningbeschikking opgenomen
                    bevoorschottingsritme. De bevoorschottingsbeschikking wordt ambtshalve gegeven
                    op het moment van de verleningbeschikking. De subsidieaanvrager hoeft geen
                    aanvra(a)g(en) voor bevoorschotting in te dienen of tussentijdse overzichten van
                    prestaties of uitgaven te overleggen. </al><tussenkop>Artikel 6d: Aanvraag tot subsidievaststelling</tussenkop><al>Bij subsidies van 50.000 euro of meer wordt de vaststelling van de subsidie
                    plaats op basis van uitgevoerde activiteiten en gerealiseerde baten en lasten.
                    Bij de financiële verantwoording dient een (goedkeurende) accountantsverklaring
                    gevoegd te zijn. </al><al>Het is van belang dat de gemeente en de subsidieontvanger voorafgoede
                    afspraken maken over de wijze van verantwoorden en over de aspecten, die in de
                    controle worden betrokken. Hierbij kan het raadzaam zijn om ook de accountant te
                    consulteren. In de regel worden drie niveaus van controle onderscheiden: </al><lijst><li nr="1."><al>een getrouwheidsverklaring bij een financiële verantwoording;</al></li><li nr="2."><al>een rechtmatigheidverklaring bij een financiële verantwoording;</al></li><li nr="3."><al>een rechtmatigheidverklaring bij een financiële verantwoording plus een
                            Assurance-rapport bij het activiteitenverslag.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 6e:</tussenkop><al>In dit artikel is geregeld binnen welke termijn het college besluit ter zake van
                    de vaststelling van de subsidie.</al><al>Ingevolge het derde lid kan het college, naast deze Algemene subsidieregeling,
                    categorieën van subsidies of subsidieontvangers aanwijzen voor wie de subsidie
                    wordt vastgesteld zonder dat hiervoor door de subsidieontvanger een aanvraag
                    moet worden ingediend. Hierdoor kunnen de lasten voor zowel de subsidieaanvrager
                    als de subsidieverstrekker worden bespaard.</al><tussenkop>Artikel 7c en 8c: Subsidie verlening, vaststelling, betaling en
                    verantwoording</tussenkop><al>Zowel de activiteiten subsidie als de waarderingssubsidie worden vastgesteld
                    zonder voorafgaande verlening. De betaling vindt plaats volgens het in de
                    vaststellingsbeschikking opgenomen betalingsritme. Verantwoording kan
                    gelijktijdig plaatsvinden met de nieuwe aanvraag, tenzij het college anders
                    bepaald.</al><tussenkop>Artikel 9: Projectsubsidie</tussenkop><al>Onder de projectsubsidie worden alle niet periodiek terugkerende
                    subsidieaanvragen gevangen. De niet periodiek terugkerende aard van de aanvraag
                    kan zowel betrekking hebben op de aanvrager als op de activiteit. Om
                    flexibiliteit te bevorderen is ervoor gekozen om inhoudelijke regels voor een
                    projectsubsidie in de regelingen op te nemen.</al><tussenkop>Artikel 10: Meldingsplicht</tussenkop><al>De subsidieontvanger is volgens artikel 11 verplicht te melden, indien er
                    omstandigheden zijn die van invloed zijn op de hoogte van het verleende bedrag.
                    De subsidieverstrekker kan vervolgens, indien nodig, door een wijziging van de
                    verlengingsbeschikking het bevoorschottingsritme en de hoogte van de
                    voorschotten aanpassen. Na vaststelling van de subsidie wordt het resterende
                    bedrag (het vastgestelde bedrag verminderd met de verleende voorschotten)
                    uitgekeerd aan de subsidieontvanger.</al><tussenkop>Artikel 11: Overige verplichtingen van de subsidieontvanger</tussenkop><al>In artikel 12 zijn de overige verplichtingen van de ontvanger van de subsidie
                    opgenomen, als ook de plicht belangrijke wijzigingen te melden aan het college.
                    Overigens moet “schriftelijk” hier niet al te letterlijk worden opgevat; een
                    melding per e-mail kan ook voldoende zijn. Niets belet de gemeente om bij
                    twijfel direct contact op te nemen met de subsidieontvanger en om nadere stukken
                    te vragen.</al><tussenkop>Artikel 12: Hardheidsclausule</tussenkop><al>In de hardheidsclausule is aangegeven op welke onderdelen van de regeling deze
                    clausule van toepassing is. De te treffen voorziening, die niet in de
                    verordening is voorzien, dient altijd binnen de doelstellingen van de subsidie
                    te passen. De toepassing van de hardheidsclausule dient beperkt te blijven tot
                    individuele gevallen. Zodra de toepassing van een hardheidsclausule voor
                    bepaalde gevallen voldoende is uitgekristalliseerd en daardoor en bestendig
                    karakter heeft gekregen, dient dit beleid in de Algemene subsidieverordening of
                    deelverordening te worden neergelegd.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>