<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR195155_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Het vaststellen van de gewijzigde Algemene Subsidieverordening (ASV)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerlen</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-07-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerlen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Parkstad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Subsidie Verordening Heerlen 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, Awb en artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-06-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-07-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling (tevens intrekking van de Algemene Subsidieverordening Heerlen 2009)</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012/13883</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Beschrijven van de gemeentelijke regels omtrent subsidieverlening.</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      “ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING HEERLEN 2012”
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>verordening</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>INLEIDENDE EN ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <al>a.<vet>Accountantsverklaring</vet></al>
            <al>Een verklaring omtrent het onderzoek van een registeraccountant of een
                            accountant-administratieconsulent naar de juistheid, tijdigheid,
                            volledigheid en getrouwheid van de verstrekte informatie over de
                            verleende subsidie; alsmede naar de rechtmatige besteding van de
                            toegekende subsidie.</al>
            <al>b.<vet>Accres</vet></al>
            <al>Bij de vaststelling van het subsidiebedrag bij de beschikking tot
                            subsidieverlening en subsidievaststelling wordt een rekenfactor
                            gehanteerd, het accres, ter compensatie van loon en prijsstijgingen ten
                            opzichte van het vorige boekjaar. De beleidsregels, neergelegd in het
                            Accresbeleid van de Gemeente Heerlen zijn daarbij van toepassing.</al>
            <al>c.<vet>Activiteit</vet></al>
            <al>Een samenhangend geheel van werkzaamheden dat door de aanvrager zal
                            worden uitgevoerd en dat naar het oordeel van het bestuur, gezien het
                            maatschappelijk effect, in aanmerking komt voor subsidie. </al>
            <al>d.<vet>Activiteitenplan</vet></al>
            <al>Naast het genoemde in art.4:62 Awb bevat het plan tevens een overzicht
                            van voorgenomen prestaties, zo mogelijk vertaald naar meetbare producten
                            en de relatie van de voorgenomen prestaties met het gemeentelijk
                            beleid.</al>
            <al>e.<vet>Activiteitenverslag</vet></al>
            <al>Zoals bedoeld in art. 4:80 Awb.</al>
            <lijst>
              <li nr="f."><al>
                  <vet>Awb</vet>
                </al><al>Algemene wet bestuursrecht.</al></li>
              <li nr="g."><al>
                  <vet>Begroting</vet> Een raming van baten en lasten.</al></li>
              <li nr="h."><al>
                  <vet>Beleidsregel</vet> Zoals bedoeld in art. 1:3 lid 4
                                    Awb.</al></li>
              <li nr="i."><al>
                  <vet>Bestuursorgaan</vet> De raad dan wel het college van
                                    burgemeester en wethouders van de Gemeente Heerlen.</al></li>
              <li nr="j."><al>
                  <vet>Boekjaar</vet> Een boekjaar is gelijk aan een
                                    kalenderjaar.</al></li>
              <li nr="k."><al>
                  <vet>College</vet> Het College van burgemeester en wethouders
                                    van de Gemeente Heerlen.</al></li>
              <li nr="l."><al>
                  <vet>Eigen vermogen</vet> Het verschil tussen bezittingen en
                                    schulden.</al></li>
              <li nr="m."><al>
                  <vet>Prestatie</vet> In meetbare eenheden omschreven
                                    resultaten.</al></li>
              <li nr="n."><al>
                  <vet>Raad</vet> De raad van de Gemeente Heerlen.</al></li>
              <li nr="o."><al>
                  <vet>Rechtspersoon</vet>
                </al></li>
            </lijst>
            <al>Een rechtspersoon als bedoeld in het Burgerlijk Wetboek, Boek 2; titel 2
                            (verenigingen) en titel 6 (stichtingen), die zich de behartiging van de
                            belangen van ideële en/of materiële aard van (of een deel van) de
                            inwoners van Heerlen ten doel stelt.</al>
            <lijst>
              <li nr="p."><al>
                  <vet>Rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid</vet> Een
                                    rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid conform art. 2:27
                                    BW en art. 2:289 BW.</al></li>
              <li nr="q."><al>
                  <vet>Reserve </vet>
                </al></li>
            </lijst>
            <al>Deel van het eigen vermogen dat valt binnen de egalisatiereserve ofwel
                            de bestemmingsreserve. Onder de egalisatiereserve wordt verstaan:
                            bedrijfseconomisch gezien vrij besteedbaar bestanddeel van het eigen
                            vermogen dat bedoeld is om in de toekomst schommelingen in de kosten op
                            te kunnen vangen. </al>
            <al>Onder de bestemmingsreserve wordt verstaan: bestanddeel van het eigen
                            vermogen dat bestemd is om in een bepaald jaar uitgaven die zijn
                            verbonden aan beoogde specifieke doelen te kunnen bekostigen, waarbij
                            aannemelijk moet zijn dat toekomstige middelen daarvoor tekort schieten. </al>
            <lijst>
              <li nr="r."><al>
                  <vet>Subsidie</vet> Aanspraak op financiële middelen zoals
                                    bedoeld in art.4:21 Awb, eerste lid.</al></li>
              <li nr="s."><al>
                  <vet>Subsidiebeschikking</vet> Een door het college genomen
                                    besluit tot:</al><lijst>
                  <li nr="-"><al>het verlenen van een subsidie;</al></li>
                  <li nr="-"><al>het afwijzen van een verzoek om subsidie;</al></li>
                  <li nr="-"><al>het definitief vaststellen van een subsidie;</al></li>
                  <li nr="-"><al>het intrekken of wijzigen van een besluit tot
                                            subsidieverlening of subsidievaststelling;</al></li>
                  <li nr="-"><al>het verlenen van voorschotten.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="t."><al>
                  <vet>Subsidieperiode</vet>
                </al></li>
            </lijst>
            <al>Het in de beschikking tot subsidieverlening en/of
                            uitvoeringsovereenkomst bepaalde respectievelijk overeengekomen tijdvak
                            waarvoor de subsidie is verstrekt. De subsidies van structurele aard
                            worden voor een boekjaar of voor een aantal boekjaren verstrekt. </al>
            <lijst>
              <li nr="u."><al>
                  <vet>Subsidieplafond</vet> Het ten hoogste beschikbare bedrag
                                    zoals bedoeld in art. 4:22 Awb.</al></li>
              <li nr="v."><al>
                  <vet>Subsidievaststelling</vet>
                </al></li>
            </lijst>
            <al>De beschikking waarbij het bedrag van de subsidie wordt vastgesteld en
                            dat een onvoorwaardelijke aanspraak geeft op betaling van dat bedrag.
                            Het is de juridisch afronding van de subsidieverlening. </al>
            <al>w.<vet>Subsidieverlening</vet></al>
            <al>De beschikking die voorafgaand aan de subsidiabele activiteit wordt
                            gegeven, waarbij een omschrijving van te leveren prestaties, de maximale
                            hoogte van het subsidiebedrag en de aan de subsidie verbonden
                            verplichtingen worden meegedeeld.</al>
            <al>x.<vet>Subsidieverlening</vet></al>
            <al>De verzamelterm voor het toekennen van subsidie wat zowel
                            subsidieverlening als subsidievaststelling omvat.</al>
            <al>y.<vet>Uitvoeringsovereenkomst (subsidieovereenkomst)</vet></al>
            <al>De overeenkomst die in de zin van artikel 4:36 Awb tussen de
                            subsidieontvanger en de gemeente wordt gesloten ter nadere uitwerking
                            van de in de beschikking tot subsidieverlening genoemde elementen,
                            waarin de wederzijdse afspraken worden vastgelegd.</al>
            <al>z.<vet>Voorziening</vet></al>
            <al>Een voorziening als bedoeld in artikel 374, eerste lid van Boek 2
                            BW.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Reikwijdte verordening</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Deze algemene verordening is van toepassing op het verstrekken
                                    van subsidie voor het verrichten van activiteiten op alle
                                    gemeentelijke beleidsterreinen waaronder:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>welzijn</al></li>
                  <li nr="b."><al>jeugdbeleid</al></li>
                  <li nr="c."><al>maatschappelijke zorg</al></li>
                  <li nr="d."><al>gezondheidszorg</al></li>
                  <li nr="e."><al>sport en recreatie</al></li>
                  <li nr="f."><al>cultuur</al></li>
                  <li nr="g."><al>evenementen</al></li>
                  <li nr="h."><al>media</al></li>
                  <li nr="i."><al>lokaal onderwijsbeleid</al></li>
                  <li nr="j."><al>werk en inkomen</al></li>
                  <li nr="k."><al>milieu- en technologiebeleid</al></li>
                  <li nr="l."><al>natuurbehoud</al></li>
                  <li nr="m."><al>wijkbeheer</al></li>
                  <li nr="n."><al>stadsontwikkeling en –vernieuwing</al></li>
                  <li nr="o."><al>woningverbetering en –aanpassing</al></li>
                  <li nr="p."><al>huisvesting</al></li>
                  <li nr="q."><al>toerisme</al></li>
                  <li nr="r."><al>economische zaken</al></li>
                  <li nr="s."><al>zorg voor dieren</al></li>
                  <li nr="t."><al>openbare orde en veiligheid</al></li>
                  <li nr="u."><al>internationaal beleid</al></li>
                  <li nr="v."><al>verkeersveiligheid</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan besluiten dat deze verordening buiten toepassing
                                    blijft, indien voor de te subsidiëren activiteiten subsidie
                                    wordt verstrekt door bestuursorganen van andere overheden of
                                    additionele financiers.</al></li>
              <li nr="3."><al>Voor zover een bijzondere subsidieverordening regels stelt met
                                    betrekking tot een onderwerp, dat eveneens in deze verordening
                                    is geregeld, blijft de betreffende bepaling van deze verordening
                                    buiten werking.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Bevoegdheidsverdeling</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Binnen door de raad vastgestelde begroting stelt het college de
                                    subsidieplafonds vast voor de beleids(deel)terreinen ten behoeve
                                    van de subsidieverlening.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college, belast met de uitvoering van deze verordening, is
                                    bevoegd te beschikken omtrent subsidies.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het college stelt beleidsregels vast voor bepaalde
                                    beleidsterreinen op basis waarvan gesubsidieerd wordt.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het college kan voor het indienen van aanvragen en het
                                    verstrekken van gegevens aanvraagformulieren vaststellen ten
                                    behoeve van de subsidieverlening en subsidievaststelling.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Subsidiesoorten/vormen</titel>
            </kop>
            <al>1.De volgende subsidiesoorten worden onderscheiden:</al>
            <al>
              <vet>I </vet>
              <vet> Budgetsubsidie</vet>
            </al>
            <al>Een per kalenderjaar te verstrekken subsidie waarbij de
                            subsidieverstrekker inhoudelijk wil sturen op de meetbare prestaties en
                            resultaten van de professionele subsidieontvanger.</al>
            <al>
              <vet>II </vet>
              <vet> Waarderingssubsidie</vet>
            </al>
            <al>Een van exploitatieresultaten onafhankelijke subsidie, bedoeld als
                            waardering om bepaalde activiteiten te ondersteunen of mogelijk te maken
                            die de subsidieverstrekker van belang acht, zonder deze naar aard en
                            omvang te willen beïnvloeden.</al>
            <al>
              <vet>III </vet>
              <vet> Doelsubsidie </vet>
            </al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>a</cursief>
              </vet>
              <vet>. Investeringssubsidie b. Evenementensubsidie c. Overige </vet>
            </al>
            <al>
              <vet>a. </vet>
              <vet> Investeringssubsidie</vet>
            </al>
            <al>Een subsidie die voorziet in de kosten van aanleg, nieuwbouw,
                            uitbreiding of verbouw (renovatie) van een accommodatie. Onder
                            accommodatie wordt verstaan een gebouw of een andersoortige voorziening,
                            inclusief de eerste, noodzakelijke inrichting voor het primaire gebruik
                            van de voorziening.</al>
            <al>
              <vet>b. </vet>
              <vet> Evenementensubsidie </vet>
            </al>
            <al>Een subsidie voor een cultureel of sportevenement.</al>
            <al>
              <vet>c. </vet>
              <vet> Overige doelsubsidies</vet>
            </al>
            <al>Een doelsubsidie die geen investeringssubsidie of evenementensubsidie
                            is.</al>
            <lijst>
              <li nr="2."><al>Subsidies worden structureel of incidenteel verstrekt.</al></li>
              <li nr="3."><al>Een <vet>incidentele subsidie </vet>wordt verstrekt voor
                                    activiteiten met een eenmalig of experimenteel karakter. Deze
                                    subsidie kan voor ten hoogste vier aaneensluitende kalenderjaren
                                    worden verstrekt. Een <vet>structurele subsidie</vet> wordt
                                    verstrekt voor jaarlijks terugkerende activiteiten.</al></li>
              <li nr="4."><al>Subsidies kunnen voor één kalenderjaar of voor meerdere jaren
                                    worden verstrekt.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Subsidiegerechtigden</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Subsidie wordt alleen verstrekt ten behoeve van activiteiten
                                    georganiseerd door een rechtspersoon met volledige
                                    rechtsbevoegdheid, die zich ten doel stelt activiteiten te
                                    verrichten in het kader van in deze verordening genoemde
                                    beleidsterreinen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college is bevoegd een subsidie te verstrekken, indien de
                                    aard van de te verrichten activiteiten daartoe aanleiding geeft,
                                    aan natuurlijke personen, aan een groep van natuurlijke
                                    personen, dan wel aan een rechtspersoon met volledige
                                    rechtsbevoegdheid in oprichting. De in deze verordening
                                    opgenomen bepalingen zijn, voor zover mogelijk, van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Maximale duur subsidieverlening</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Subsidie wordt in beginsel verleend voor een tijdvak van
                                    maximaal één jaar.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan een meerjarige subsidie verlenen, doch de
                                    maximale duur van een subsidieperiode is vier jaar.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien een meerjarige subsidie wordt verstrekt, wordt in de
                                    beschikking tot subsidieverlening aangegeven op welk bedrag de
                                    subsidieaanvrager ieder jaar recht heeft.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Criteria voor subsidieverlening</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Subsidie wordt slechts verleend indien de activiteiten waarvoor
                                    subsidie wordt gevraagd een gemeentelijk belang dienen en in
                                    voldoende mate overeenstemmen met de door de raad en het college
                                    geformuleerde beleidsdoelstellingen en prioriteiten.</al></li>
              <li nr="2."><al>De aanvrager dient te kunnen aantonen dat de verwachting
                                    gerechtvaardigd is, dat de doelstellingen kunnen worden
                                    gerealiseerd met de ter beschikking staande financiële middelen
                                    met inbegrip van de te verlenen subsidie en dat er een
                                    effectieve en doelmatige werkwijze wordt toegepast.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien de aanvrager zelf in de kosten van de activiteiten kan
                                    voorzien, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van
                                    derden of een combinatie daarvan, wordt dit meegewogen in het
                                    besluit tot subsidieverlening.</al></li>
              <li nr="4."><al>De activiteiten waarvoor subsidie gevraagd wordt, moeten open
                                    staan voor personen binnen de doelgroep, waarbij binnen de
                                    doelgroep door de aanvrager geen onderscheid gemaakt mag worden
                                    naar levensbeschouwing, ras of seksuele voorkeur, tenzij dit
                                    onderscheid een emancipatorisch doel dient.</al></li>
              <li nr="5."><al>Doelstelling en werkwijze van de subsidieontvanger mogen niet
                                    strijdig zijn met het recht, het algemeen belang en/of openbare
                                    orde.</al></li>
              <li nr="6."><al>Het college kan bepalen dat de subsidieaanvrager zich moet
                                    aansluiten bij een overkoepelende organisatie, om in aanmerking
                                    te komen voor subsidie.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Weigeringsgronden</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Een subsidie wordt, naast het in artikel 4:25 Awb genoemde
                                    geval, geweigerd indien de aanvrager doelstellingen beoogt of
                                    activiteiten ontplooit die in strijd zijn met het recht, het
                                    algemeen belang en/of openbare orde.</al></li>
              <li nr="2."><al>Een subsidieverlening kan worden geweigerd indien:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>De activiteiten reeds plaatsgevonden hebben alvorens een
                                            aanvraag om subsidie is ingediend</al></li>
                  <li nr="b."><al>De aanvrager niet staat ingeschreven bij de Kamer van
                                            Koophandel en Fabrieken gedurende een bepaalde periode,
                                            voor zover dat door het college is bepaald.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Een subsidieverlening kan, naast de in artikel 4:35 Awb genoemde
                                    gevallen, geweigerd worden indien gegronde redenen bestaan om
                                    aan te nemen dat:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>De activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen
                                            zijn op het gemeentelijk belang of niet aanwijsbaar ten
                                            goede komen aan ingezetenen van de Gemeente Heerlen</al></li>
                  <li nr="b."><al>De gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen
                                            worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar
                                            wordt gesteld;</al></li>
                  <li nr="c."><al>De aanvrager ook zonder subsidieverlening over voldoende
                                            gelden kan beschikken, hetzij uit eigen middelen, hetzij
                                            uit middelen van derden om de kosten van de activiteiten
                                            te dekken. Onder eigen middelen wordt verstaan:
                                            contributies, deelnemersbijdragen, donaties,
                                            erfstellingen, legaten en gelden in reserves en
                                            voorzieningen;</al></li>
                  <li nr="d."><al>Het subsidieverzoek niet past binnen het beleid van de
                                            Gemeente Heerlen.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Intrekking en wijziging subsidieverlening/vaststelling</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Conform het bepaalde in artikel 4:48 Awb kan het college zolang
                                    de subsidie niet is vastgesteld, een <cursief>beschikking tot
                                        subsidieverlening</cursief> intrekken of ten nadele van de
                                    ontvanger wijzigen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Conform het bepaalde in artikel 4:49 Awb kan het college een
                                        <cursief>beschikking tot subsidievaststelling</cursief>
                                    intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen.</al></li>
              <li nr="3."><al>Naast het bepaalde in artikel 4:50 Awb kan het college zolang de
                                    subsidie niet is vastgesteld, een<cursief> lopende
                                        subsidieverlening</cursief> tevens intrekken of ten nadele
                                    van de ontvanger wijzigen, indien de werkelijke kosten voor
                                    uitvoering van de activiteit(en) lager zijn uitgevallen dan de
                                    kosten die zijn opgenomen in de bij de subsidieaanvraag
                                    bijgevoegde begroting.</al></li>
              <li nr="4."><al>Conform het bepaalde in artikel 4:51 Awb kan het college de
                                        <cursief>voortzetting</cursief> van de subsidie
                                    weigeren.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Maatschappelijk acceptabel beloningsbeleid</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De subsidieaanvrager vermeldt in de begroting en de jaarrekening
                                    het begrote respectievelijk het daadwerkelijke brutosalaris,
                                    inclusief werkgeversdeel, van personen die een functie bij de
                                    subsidieontvanger bekleden, die niet onder de werking van een
                                    collectieve arbeidsovereenkomst valt. </al></li>
              <li nr="2."><al>De subsidieaanvrager verstrekt personen, die bij hem een functie
                                    bekleden, daarvoor:</al></li>
              <li nr="a."><al>geen hoger belastbaar loon dan het gemiddelde belastbare loon
                                    als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet Openbaarmaking
                                    uit publieke middelen gefinancierde topinkomens, dan wel</al></li>
              <li nr="b."><al>na inwerkingtreding van de Wet normering bezoldiging
                                    topfunctionarissen publieke en semi-publieke sector, geen hogere
                                    bezoldiging dan 77% van de bezoldiging zoals bedoeld in artikel
                                    2.3, eerste lid, van die wet.</al></li>
              <li nr="3."><al>In het kader van de toepassing van het tweede lid geldt als
                                    normbedrag het belastbaar loon dan wel de bezoldiging,
                                    betrekking hebbende op het jaar voorafgaande aan het jaar van
                                    indiening van de subsidieaanvraag.</al></li>
              <li nr="4."><al>Indien de subsidieontvanger een in het eerste of tweede lid
                                    genoemde verplichting niet nakomt, kan de subsidie worden
                                    verlaagd. In het geval van een of meer overschrijdingen van het
                                    in het tweede lid, onder a of b, genoemde normbedrag, is de
                                    verlaging gelijk aan de hoogte van de som van de
                                    overschrijdingen, vermenigvuldigd met het aandeel van de
                                    gemeentelijke budgetsubsidie in de totale inkomsten van de
                                    subsidieontvanger.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Betaling, bevoorschotting en terugvordering</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de subsidievaststelling
                                    betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het subsidiebedrag wordt binnen 6 weken na de
                                    subsidievaststelling betaald.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het college kan de subsidieontvanger voorschotten verlenen.</al></li>
              <li nr="4."><al>De beschikking vermeldt het bedrag van het voorschot, dan wel de
                                    wijze waarop dit bedrag wordt bepaald, alsmede de data waarop de
                                    voorschotten worden betaald.</al></li>
              <li nr="5."><al>Tenzij in de beschikking anders is bepaald, bedraagt het
                                    voorschot bij subsidies 90% van het verleende subsidiebedrag.
                                    Dit bedrag wordt betaald in 4 kwartalen.</al></li>
              <li nr="6."><al>Een onverschuldigd betaald subsidiebedrag of -voorschot kan
                                    worden teruggevorderd.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Verrekening bestuurlijke geldschulden</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan aan een rechtspersoon of natuurlijke persoon uit te
                            keren subsidiebedragen of voorschotten verrekenen met door dezelfde
                            rechtspersoon of natuurlijke persoon jegens de gemeente in te lossen
                            bestuursrechtelijke geldschulden.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Subsidieplafond</titel>
            </kop>
            <al>Het college is bevoegd een of meer subsidieplafonds vast te stellen en
                            te bepalen hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Begrotingsvoorwaarde</titel>
            </kop>
            <al>Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een
                            gemeentebegroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd door de
                            Raad, wordt de subsidie verleend onder het voorbehoud dat de Raad bij
                            goedkeuring van de begroting voldoende financiële middelen ervoor
                            beschikbaar stelt.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>SUBSIDIEPROCEDURE BUDGETSUBSIDIES</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Afdeling 4.2.8 Awb</titel>
            </kop>
            <al>Op de verlening van budgetsubsidies is afdeling 4.2.8 Awb van
                            toepassing. Het college kan bepalingen uit afdeling 4.2.8 Awb ook op
                            andere subsidiesoorten van toepassing verklaren.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
              <titel>Aanvraag tot subsidieverlening</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In afwijking van artikel 4:60 Awb wordt een schriftelijke
                                    aanvraag voor een budgetsubsidie ingediend bij het college in de
                                    periode van 1 juni tot en met 31 juli van het jaar voorafgaande
                                    aan dat, waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.</al></li>
              <li nr="2."><al>Een aanvraag die is ingediend buiten de in het eerste lid
                                    genoemde periode kan worden geweigerd.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
              <titel>Vereisten aanvraag</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Een aanvraag voor een budgetsubsidie bevat naast de formele
                                    vereisten conform artikel 4:2 Awb en gegevens conform de
                                    artikelen 4:61 tot en met 4:63 Awb en artikel 4:65 Awb de
                                    volgende gegevens:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>Een beschrijving van de doelgroep en het beoogde
                                            resultaat van de activiteiten in relatie tot de gestelde
                                            doelen, indien mogelijk, uitgedrukt in meetbare
                                            resultaten;</al></li>
                  <li nr="b."><al>Voorgenomen en doorgevoerde wijzigingen van het
                                            bestuur;</al></li>
                  <li nr="c."><al>Voorgenomen en doorgevoerde wijzigingen van de
                                            statuten;</al></li>
                  <li nr="d."><al>Een opgave van de met de instelling gelieerde
                                            rechtspersonen en de aard van de van de betrekking met
                                            die rechtspersonen.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Bij een eerste aanvraag worden door de aanvrager, naast het
                                    bepaalde in het eerste lid en artikel 4:64 Awb de volgende
                                    gegevens verschaft:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>een bewijs van inschrijving bij de Kamer van
                                            Koophandel;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een opgave van de bestuurssamenstelling.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18</nr>
              <titel>Beschikking tot subsidieverlening</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college beslist op een aanvraag tot subsidieverlening binnen
                                    22 weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></li>
              <li nr="2."><al>De beschikking tot subsidieverlening bevat naast het bepaalde in
                                    de artikelen 4:30 tot en met 4:32 Awb:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de aanduiding van de subsidiesoort;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de subsidieverplichtingen.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>In de beschikking tot subsidieverlening kunnen de volgende zaken
                                    worden opgenomen:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>een begrotingsvoorwaarde conform artikel 4:34 Awb;</al></li>
                  <li nr="b."><al>dat ter uitvoering van de beschikking tot
                                            subsidieverlening een uitvoeringsovereenkomst wordt
                                            gesloten conform artikel 4:36 Awb;</al></li>
                  <li nr="c."><al>een vergoedingsplicht bij vermogensvorming conform
                                            artikel 4:41 Awb, waarin tevens wordt aangegeven hoe de
                                            hoogte van de vergoeding wordt bepaald;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de wijze van (tussentijdse) rapportage: de
                                            gegevensverstrekking over de voortgang van de
                                            realisering van de activiteiten, indien mogelijk,
                                            geformuleerd in prestatie-indicatoren;</al></li>
                  <li nr="e."><al>een termijn voor het indienen van de aanvraag tot
                                            subsidievaststelling;</al></li>
                  <li nr="f."><al> een termijn voor ambtshalve subsidievaststelling;</al></li>
                  <li nr="g."><al>de betalingstermijn;</al></li>
                  <li nr="h."><al>de berekeningswijze van de betalingstermijnen;</al></li>
                  <li nr="i."><al> de wijze van bevoorschotting;</al></li>
                  <li nr="j."><al> de vereiste reikwijdte en intensiteit van de
                                            accountantscontrole.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19</nr>
              <titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Onverminderd uit de wet voortvloeiende verplichtingen in artikel
                                    4:69 en artikel 4:70 Awb, kan het college de subsidieontvanger
                                    een toestemmingsvereiste opleggen voor de in artikel 4:71 lid 1
                                    Awb genoemde (rechts)handelingen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen
                                    opleggen conform artikel 4:38 lid 1 Awb die strekken tot
                                    verwezenlijking van het doel van de subsidie. Deze doelgebonden
                                    verplichtingen kunnen onder meer betrekking hebben op:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de kennis en ervaring van personeel voor zover dat
                                            personeel betrokken is bij de uitvoering van de
                                            gesubsidieerde activiteiten;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de wijze waarop gebruikers, vrijwilligers en
                                            beroepskrachten worden betrokken bij het ontwikkelen en
                                            het uitvoeren van beleid van de subsidieontvanger;</al></li>
                  <li nr="c."><al>aard, deugdelijkheid, inrichting, beheer en
                                            toegankelijkheid van voorzieningen.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Het college kan tevens niet doelgebonden verplichtingen opleggen
                                    conform artikel 4:39 lid 1 Awb met het oog onder meer op:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>milieubelangen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>bescherming van minderheden;</al></li>
                  <li nr="c."><al>emancipatorische aangelegenheden;</al></li>
                  <li nr="d."><al>publicatie van de door de gemeente Heerlen verstrekte
                                            subsidie.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="4."><al>De subsidieontvanger is verplicht alle medewerking te verlenen
                                    aan een toezichthouder, die belast wordt met het houden van
                                    toezicht op de naleving van de aan de subsidieontvanger
                                    opgelegde verplichtingen conform artikel 4:59 Awb.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>20</nr>
              <titel>Aanvraag tot subsidievaststelling</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In afwijking van artikel 4:74 van de Awb dient de
                                    subsidieontvanger jaarlijks vóór 1 juni volgend op het jaar
                                    waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot vaststelling van
                                    de subsidie in bij het college.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien de aanvraag na afloop van de genoemde termijn niet is
                                    ingediend, stelt het college de subsidieontvanger een termijn
                                    van vier weken binnen welke de aanvraag alsnog moet zijn
                                    ingediend.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien na afloop van de in het tweede lid genoemde termijn geen
                                    aanvraag tot vaststelling is ingediend, stelt het college de
                                    subsidie ambtshalve vast.</al></li>
              <li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 4:75 Awb bevat het
                                    financieel verslag (ingeval de subsidieaanvrager subsidie en/of
                                    financiële middelen ontvangt van respectievelijk bestuursorganen
                                    van andere overheden en/of additionele financiers) een
                                    specificatie ter verantwoording hoe de door het college
                                    verstrekte subsidiegelden specifiek zijn aangewend ter
                                    verwezenlijking van de gestelde doelen. Het college zal middels
                                    steekproeven controleren of de verstrekte financiële gegevens
                                    correct zijn en of de activiteiten zijn uitgevoerd. </al></li>
              <li nr="5."><al>Artikel 4:76 Awb is van overeenkomstige toepassing indien de
                                    subsidieontvanger zijn inkomsten in overwegende mate ontleent
                                    aan de subsidie.</al></li>
              <li nr="6."><al>Indien het jaarlijks in totaliteit verstrekte subsidiebedrag
                                    meer dan € 100.000,-- bedraagt, dient het financieel verslag in
                                    ieder geval te zijn voorzien van een accountantsverklaring.</al></li>
              <li nr="7."><al>Naast het bepaalde in artikel 4:78 van de Awb strekt de in
                                    artikel 4:78 lid 1 bedoelde opdracht aan de accountant tevens
                                    tot een onderzoek of de verstrekte gelden rechtmatig zijn
                                    besteed overeenkomstig het bepaalde in of krachtens deze
                                    verordening en of de aan de subsidieverlening verbonden
                                    verplichtingen zijn nageleefd.</al></li>
              <li nr="8."><al>Van de verplichting tot overlegging van de in de vorige leden
                                    genoemde bescheiden kan door het college ontheffing worden
                                    verleend.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>21</nr>
              <titel>Beschikking tot subsidievaststelling</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college beslist op een aanvraag tot subsidieverlening binnen
                                    12 weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is, tenzij in de
                                    beschikking tot subsidieverlening in artikel 18 anders is
                                    bepaald.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien de beschikking niet binnen 12 weken gegeven kan worden,
                                    deelt het college dit aan de aanvrager mede en noemt het college
                                    een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan
                                    worden gezien.</al></li>
              <li nr="3."><al>Bij de vaststelling van het subsidiebedrag bij de beschikking
                                    tot subsidieverlening en -vaststelling is met betrekking tot
                                    compensatie voor loon- en prijsstijgingen het Accresbeleid van
                                    de Gemeente Heerlen van toepassing.</al></li>
              <li nr="4."><al>Indien géén beschikking tot subsidieverlening is afgegeven, is
                                    op de beschikking tot vaststelling het bepaalde in artikel 18
                                    leden 2 en 3 van overeenkomstige toepassing.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>22</nr>
              <titel>Vergoeding bij vermogensvorming</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Een instelling dient het college onmiddellijk schriftelijk op de
                                    hoogte te stellen van het voornemen tot ontbinding, het staken
                                    van haar activiteiten en/of het niet meer functioneren
                                    overeenkomstig haar doelstellingen. Indien het verstrekken van
                                    subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, is de
                                    subsidieontvanger in de in artikel 4:41 lid 2 van de Algemene
                                    wet bestuursrecht genoemde gevallen daarvoor een vergoeding
                                    verschuldigd aan het bestuursorgaan. </al></li>
              <li nr="2."><al>De hoogte van de vergoeding wordt bepaald aan de hand van de
                                    waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het
                                    tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien
                                    verstande dat in geval van ontvangst van een schadevergoeding
                                    voor verlies of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het
                                    bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt
                                    ontvangen.</al></li>
            </lijst>
            <al>3.Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door
                            een onafhankelijke deskundige, aangewezen door het college.</al>
            <al>4.Dit artikel is niet van toepassing in die gevallen, waarin de
                            activiteiten door een derde worden voortgezet en activa en passiva met
                            toestemming van het college aan die derde worden overgedragen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>23</nr>
              <titel>Andere financiële bepalingen</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Reserves en voorzieningen kunnen alleen gevormd worden in
                                    opdracht of met instemming van het college. </al></li>
              <li nr="2."><al>Indien een bestemmingsreserve niet gebruikt wordt voor het doel
                                    waarvoor ze gecreëerd is, wordt de bestemmingsreserve opgeheven
                                    en aan de egalisatiereserve toegevoegd.</al></li>
              <li nr="3."><al>Bij een positief exploitatieresultaat bedragen de
                                    egalisatiereserve en eventuele zonder toestemming van het
                                    college gevormde bestemmingsreserves tezamen, vermenigvuldigd
                                    met het aandeel van de gemeentelijke budgetsubsidie in de totale
                                    inkomsten van de subsidieontvanger, maximaal 30% van de laatst
                                    vastgestelde budgetsubsidie.</al></li>
              <li nr="4."><al>Voor zover het in het derde lid bedoelde maximum in een boekjaar
                                    wordt overschreden, stelt het college de op dat boekjaar
                                    betrekking hebbende subsidie lager vast dan het verleende
                                    subsidiebedrag. </al></li>
              <li nr="5."><al>Bij een negatief exploitatieresultaat komen alle tekorten ten
                                    laste van de subsidieontvanger.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>SUBSIDIEPROCEDURE WAARDERINGSSUBSIDIES</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>24</nr>
              <titel>Aanvraag tot subsidieverlening</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Een aanvraag voor een waarderingssubsidie wordt middels een
                                    daartoe verstrekt aanvraagformulier bij het college ingediend
                                    binnen een door het college te bepalen termijn.</al></li>
              <li nr="2."><al>Een aanvraag die is ingediend buiten de in het eerste lid
                                    genoemde periode kan worden geweigerd.</al></li>
              <li nr="3."><al>De opgenomen bepalingen met betrekking tot de vereisten van de
                                    aanvraag tot subsidieverlening in artikel 17 zijn, voor zover
                                    mogelijk, van overeenkomstige toepassing.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>25</nr>
              <titel>Aanvraag tot subsidievaststelling</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Ingeval de waarderingssubsidie plaats vindt door middel van een
                                    directe vaststelling kan het college bepalen dat het
                                    aanvraagformulier voor de verlening tevens wordt gebruikt voor
                                    de vaststelling van de waarderingssubsidie.</al></li>
              <li nr="2."><al>De subsidieontvanger van een waarderingssubsidie dient voor
                                    sportactiviteiten de aanvraag tot subsidievaststelling vóór 1
                                    april volgend op het jaar waarvoor subsidie is verleend in. Een
                                    subsidie voor jeugdleden en minder valide leden wordt direct,
                                    zonder voorafgaande subsidieverlening, vastgesteld.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het college kan bij de subsidieverlening beslissen dat
                                    bepalingen met betrekking tot de vereisten van de aanvraag tot
                                    subsidievaststelling opgenomen in artikel 20, leden 4 tot en met
                                    8 van overeenkomstige toepassing zijn.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>26</nr>
              <titel>Beschikking tot subsidieverlening en subsidievaststelling</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De subsidieverlening vindt plaats middels directe vaststelling
                                    conform artikel 4:43 Awb (zonder voorafgaande verlening) of in
                                    twee fases (eerst verlening en vervolgens vaststelling). </al></li>
              <li nr="2."><al>Het college beslist op een aanvraag tot subsidieverlening of
                                    subsidievaststelling binnen 12 weken na de dag waarop de
                                    aanvraag ontvangen is.</al></li>
              <li nr="3."><al>De opgenomen bepalingen met betrekking tot de beschikking tot
                                    subsidieverlening en subsidievaststelling in artikel 18 leden 2
                                    en 3 en artikel 21, leden 2 tot en met 4 zijn, voor zover
                                    mogelijk, van overeenkomstige toepassing.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>27</nr>
              <titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Onverminderd uit de wet voortvloeiende verplichtingen in artikel
                                    4:37 Awb is het bepaalde in artikel 19, de leden 1 tot en met 4
                                    van overeenkomstige toepassing.</al></li>
              <li nr="2."><al>De subsidieontvanger is verplicht alle medewerking te verlenen
                                    aan een toezichthouder in de zin van artikel 5:11 Awb, die deze
                                    redelijkerwijze kan vorderen bij de uitoefening van toezicht op
                                    de naleving van de aan de subsidieverlening verbonden
                                    verplichtingen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>SUBSIDIEPROCEDURE DOELSUBSIDIES</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>28</nr>
              <titel>Aanvraag tot subsidieverlening</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Een aanvraag voor een investerings- en een evenementensubsidie
                                    wordt bij het college tenminste 12 weken vóór de aanvang van de
                                    activiteit ingediend.</al></li>
              <li nr="2."><al>Voor het indienen van de aanvraag voor overige doelsubsidies kan
                                    het college een afwijkende termijn vaststellen;</al></li>
              <li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 4:5 Awb kan het college,
                                    indien de aanvraag minder dan 12 weken vóór het tijdstip van de
                                    aanvang van de activiteit, dan wel niet binnen de termijn
                                    krachtens lid 2 bepaald, is ingediend, besluiten de aanvraag te
                                    weigeren.</al></li>
              <li nr="4."><al>De opgenomen bepalingen met betrekking tot de vereisten van de
                                    aanvraag subsidieverlening in artikel 17 van deze verordening
                                    zijn, voor zover mogelijk, van overeenkomstige toepassing.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>29</nr>
              <titel>Aanvraag tot subsidievaststelling</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Binnen 12 weken na afloop van de activiteit legt de
                                    subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling
                                    rekening en verantwoording af door middel van een verslag
                                    bestaande uit een financiële verantwoording en een beknopt
                                    inhoudelijk verslag. </al></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan bij de subsidieverlening beslissen dat
                                    bepalingen met betrekking tot de vereisten van de aanvraag tot
                                    subsidievaststelling opgenomen in artikel 20, de leden 4 t/m 8
                                    van overeenkomstige toepassing zijn.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>30</nr>
              <titel>Beschikking tot subsidieverlening en subsidievaststelling</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college beslist op een aanvraag tot subsidieverlening of
                                    subsidievaststelling binnen 12 weken na de dag waarop de
                                    aanvraag ontvangen is.</al></li>
              <li nr="2."><al>De hoogte van de vast te stellen subsidie wordt bepaald aan de
                                    hand van de daadwerkelijke subsidiabele kosten, met een maximum
                                    van het verleende subsidie.</al></li>
              <li nr="3."><al>De opgenomen bepalingen met betrekking tot de beschikking tot
                                    subsidieverlening en voor subsidievaststelling in artikel 18 lid
                                    2 en lid 3, artikel 20, de leden 2 t/m 4 en artikel 23 zijn,
                                    zover mogelijk, van overeenkomstige toepassing.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>31</nr>
              <titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Onverminderd uit de wet voortvloeiende verplichtingen in artikel
                                    4:37 Awb is het bepaalde in artikel 19, de leden 1 tot en met 4
                                    van overeenkomstige toepassing.</al></li>
              <li nr="2."><al>De subsidieontvanger is verplicht alle medewerking te verlenen
                                    aan een toezichthouder in de zin van artikel 5:11 Awb, die deze
                                    redelijkerwijze kan vorderen bij de uitoefening van toezicht op
                                    de naleving van de aan de subsidieverlening verbonden
                                    verplichtingen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>32</nr>
              <titel>Hardheidsclausule</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan van de bepalingen in deze verordening afwijken, voor
                            zover toepassing ervan zou leiden tot onbillijkheden van overwegende
                            aard.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>33</nr>
              <titel>Onvoorziene omstandigheden</titel>
            </kop>
            <al>In gevallen waarin deze verordening niet of niet voldoende voorziet,
                            beslist het college.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>34</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking.</al></li>
              <li nr="2."><al>De Algemene Subsidieverordening Heerlen, vastgesteld bij
                                    raadsbesluit van 3 november 2009 (kenmerk 2009/23943), wordt
                                    ingetrokken.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>35</nr>
              <titel>Overgangsbepalingen</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor de
                                    inwerkingtreding van deze verordening is van toepassing de
                                    Algemene Subsidieverordening Heerlen, vastgesteld bij
                                    raadsbesluit van 3 november 2009.</al></li>
              <li nr="2."><al>De intrekking van de bij raadsbesluit van 3 november 2009
                                    vastgestelde Algemene Subsidieverordening Heerlen, heeft geen
                                    gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening
                                    vastgestelde beleidsregels.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>36</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als “Algemene Subsidieverordening
                            Heerlen 2012”.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de Gemeente
                        Heerlen van 8 mei 2012</al></slotformulering></regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>TOELICHTING ALGEMENE SUBSIDIE VERORDENING</titel>
        </kop>
        <tussenkop>ALGEMEEN</tussenkop>
        <al>Grondslag voor de aanpassing van de Algemene Subsidieverordening (ASV)
                    is de actualisering van de integrale subsidieverordening.</al>
        <al>De ASV fungeert als een “kapstokverordening”, waarop alle
                    subsidieregelingen in de Gemeente Heerlen worden gebaseerd. De ASV bevat
                    naast de inleidende en algemene bepalingen een beschrijving van de
                    procedure van de budget-, de waarderings- en de doelsubsidie.</al>
        <al>Voor de concrete subsidieverlening stelt het college beleidsregels vast
                    op basis waarvan gesubsidieerd wordt. In de beleidsregels staan de
                    inhoudelijke en financiële criteria per doelgroep/beleids(deel)terrein
                    gepreciseerd. Met deze werkwijze wordt beoogd structuur en helderheid te
                    creëren in het gehele subsidieproces.</al>
        <al>Om de vier jaar wordt de subsidieverordening en het subsidiebeleid
                    geëvalueerd en zo nodig bijgesteld indien (nieuwe) regelgeving en
                    uitvoeringspraktijk niet meer met elkaar stroken.</al>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al>Gebruikelijk is dat begrippen, die in een hogere regel al zijn
                            gedefinieerd, niet nogmaals worden herhaald in een verordening. Voor de
                            gebruiksvriendelijkheid zijn titel 4.1 en 4.2 van de Algemene wet
                            bestuursrecht (Awb) als bijlage bij de toelichting gevoegd.</al>
          <al>
            <vet>rechtspersoon</vet>
          </al>
          <al>Verenigingen en stichtingen zijn privaatrechtelijke rechtspersonen en
                            staan wat het vermogensrecht betreft, met een natuurlijk persoon gelijk,
                            tenzij uit de wet het tegendeel voortvloeit. Een rechtspersoon is
                            rechts- en handelingsbevoegd.</al>
          <al>
            <vet>rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid</vet>
          </al>
          <al>Ter verkrijging van <cursief>volledige rechtsbevoegdheid</cursief> zijn
                            de bestuurders van een <vet>vereniging </vet>waarvan de statuten zijn
                            opgenomen in een notariële akte, verplicht haar te doen inschrijven in
                            het handelsregister en een authentiek afschrift van de akte, dan wel een
                            authentiek uittreksel van de akte bevattende de statuten, ten kantore
                            van dat register neer te leggen. Zolang de opgave ter eerste
                            inschrijving en nederlegging niet zijn geschied, heeft de vereniging
                                <cursief>beperkte rechtsbevoegdheid</cursief> en is iedere
                            bestuurder voor een rechtshandeling waardoor hij de vereniging verbindt,
                            naast de vereniging <cursief>hoofdelijk aansprakelijk</cursief>. Zie
                            artikel 2:27 Burgerlijk wetboek (BW).</al>
          <al>De bestuurders van een <vet>stichting</vet> zijn verplicht de stichting
                            benevens de naam, de voornamen en de woonplaats of laatste woonplaats
                            van de oprichter of oprichters te doen inschrijven in het
                            handelsregister en een authentiek afschrift dan wel een authentiek
                            uittreksel van de akte van oprichting bevattende de statuten, ten
                            kantore van dat register neer te leggen. Zolang de opgave ter eerste
                            inschrijving en nederlegging niet zijn geschied, is iedere bestuurder
                            voor een rechtshandeling, waardoor hij de stichting verbindt, naast de
                            stichting <cursief>hoofdelijk aansprakelijk</cursief>. Zie art. 2:289
                            BW.</al>
          <al>
            <vet>subsidie</vet>
          </al>
          <al>Bij de definitie van subsidie in de zin van de Awb moet voldaan zijn aan
                            de volgende in artikel 4:21 Awb genoemde kenmerken:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>een aanspraak op financiële middelen;</al></li>
            <li nr="2."><al>verstrekt door een bestuursorgaan;</al></li>
            <li nr="3."><al>met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager;</al></li>
            <li nr="4."><al>anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde
                                    goederen en diensten.</al></li>
          </lijst>
          <al>Art. 4:21 Awb hanteert een materieel subsidiebegrip. Wordt aan deze
                            begripsomschrijving voldaan dan is sprake van subsidie en is de
                            subsidietitel 4.2 Awb van toepassing, ook indien een andere benaming
                            wordt gebruikt, zoals bijvoorbeeld bijdrage, tegemoetkoming, vergoeding
                            uitkering etc. Het vierde genoemde kenmerk ‘anders dan als betaling voor
                            aan het bestuursorgaan geleverde goederen en diensten’ duidt op het
                            onderscheid met commerciële transacties, dus met privaatrechtelijke
                            rechtshandelingen.</al>
          <al>Anderzijds vallen financiële verleningen, die niet voldoen aan de in
                            art. 4:21 Awb vier genoemde criteria, ook al worden ze aangeduid als
                            subsidie, buiten de reikwijdte van titel 4.2 Awb.</al>
          <al>
            <vet>subsidieverlening </vet>
          </al>
          <al>Doorgaans gaat de beschikking tot subsidieverlening vooraf aan de
                            (voltooiing van) te subsidiëren activiteiten. Bij de verlening wordt
                            beslist of de activiteit en de aanvrager voorsubsidie in aanmerking
                            komen en worden verder het (maximale) bedrag en de verplichtingen van de
                            ontvanger vastgelegd. De subsidieontvanger heeft een voorwaardelijke
                            aanspraak op financiële middelen namelijk onder de voorwaarde dat hij de
                            overeengekomen activiteiten daadwerkelijk verricht en zich aan de
                            opgelegde verplichtingen houdt.</al>
          <al>De subsidieverlening heeft bindende werking. De subsidieverstrekker is
                            verplicht de subsidie in beginsel overeenkomstig de verlening vast te
                            stellen en uit te betalen.</al>
          <al>Voor de subsidieontvanger heeft de subsidieverlening formele
                            rechtskracht. Als de subsidieontvanger het niet eens is met de
                            beslissing van het college, kan hij hiertegen binnen 6 weken een
                            bezwaarschrift indienen. In de beschikking staat aangegeven op welke
                            wijze de subsidiegerechtigde dat dient te doen. Als tegen de
                            subsidieverlening geen bezwaar of beroep is ingesteld, kunnen tegen de
                            subsidievaststelling geen bezwaren meer worden ingebracht, die tegen de
                            subsidieverlening hadden kunnen worden ingebracht.</al>
          <al>
            <vet>uitvoeringsovereenkomst (subsidieovereenkomst)</vet>
          </al>
          <al>Het is niet toegestaan de beschikking te laten vervangen door een
                            overeenkomst. De essentiële elementen van de subsidieverhouding staan in
                            de beschikking. In een uitvoeringsovereenkomst kan een nadere uitwerking
                            over de uitvoering worden vastgelegd. De uitvoeringsovereenkomst dient
                            geen doublure te worden van de beschikking.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Reikwijdte verordening</titel>
          </kop>
          <al>Per 1 januari 2002 mogen subsidies nog slechts verstrekt worden op grond
                            van een wettelijk voorschrift. Het wettelijk voorschrift op gemeentelijk
                            niveau is de verordening.</al>
          <al>Er zijn vier uitzonderingen waarvoor geen eis van wettelijke grondslag
                            is vereist:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>spoedeisende subsidies;</al></li>
            <li nr="2."><al>subsidies die verstrekt worden op grond van Europese
                                    regelgeving;</al></li>
            <li nr="3."><al>subsidies die vermeld zijn in de begroting of de toelichting
                                    daarop;</al></li>
            <li nr="4."><al>incidentele subsidies voor maximaal 4 jaar;</al></li>
          </lijst>
          <al>Zie art. 4:23 lid 3 a t/m d Awb.</al>
          <al>De regeling beoogt een bewuster gebruik van het subsidie-instrument.
                            Bovendien draagt het bij aan de rechtszekerheid van subsidieontvangers.
                            Om te voldoen aan de eis van wettelijke grondslag stelt de Awb geen hoge
                            eisen; verplicht is om in de Algemene Subsidieverordening een
                            omschrijving van de gesubsidieerde activiteiten op te nemen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Subsidiesoorten</titel>
          </kop>
          <al>1.<vet>budgetsubsidie </vet></al>
          <al>De subsidiecriteria, de uitgangspunten, de overeengekomen productie- of
                            activiteitenafspraken en de wijze waarop eventuele bijstelling van het
                            budget plaatsvindt zijn bij een budgetsubsidie vooraf bepaald. Er is
                            sprake van een bestendige relatie tussen de subsidieverstrekker en de
                            subsidieontvanger.</al>
          <al>
            <vet>Doelsubsidie</vet>
          </al>
          <al>Deze subsidies worden meestal verleend voor activiteiten met een
                            eenmalig karakter of welke zich gedurende een beperkte tijdsspanne
                            afspelen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Subsidiegerechtigden</titel>
          </kop>
          <al>In principe worden subsidies alléén verstrekt aan rechtspersonen met
                            volledige rechtsbevoegdheid. Indien afdeling 4.2.8 van toepassing is
                            verklaard, zoals bij de subsidieprocedure van budgetsubsidies (hoofdstuk
                            2), is het alleen verstrekken aan rechtspersonen met volledige
                            rechtsbevoegdheid verplicht.</al>
          <al>Slechts in uitzonderingsgevallen kan het bestuur bij het verlenen van
                            doel- en waarderingssubsidies besluiten subsidie te verstrekken aan
                            natuurlijke personen, aan een groep van natuurlijke personen, dan wel
                            aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid in
                            oprichting.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Weigeringsgronden</titel>
          </kop>
          <al>Het college moet de subsidie weigeren, indien door toewijzing van de
                            aanvraag het subsidieplafond zou worden overschreden (art. 4:25, tweede
                            lid, Awb). Naast deze verplichte weigeringsgrond regelt art. 4:35 Awb
                            een aantal gronden waarop een subsidie kan worden geweigerd. Deze
                            gronden zijn niet limitatief.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Intrekking en wijziging subsidieverlening/vaststelling</titel>
          </kop>
          <al>Intrekking en wijziging van de subsidieverlening op grond van art. 4:48
                            Awb werkt terug tot en met het tijdstip van de subsidieverlening en is
                            mogelijk zolang de subsidie nog niet is vastgesteld (ex tunc). Artikel
                            4:48 Awb geeft een limitatieve opsomming van vijf intrekkings- of
                            wijzigingsgronden.</al>
          <al>De voornoemde gronden betreffen naast een beroep op de
                            begrotingsvoorwaarde een sanctie op (verwijtbaar) gedrag en een herstel
                            van onjuistheden, die niet uitsluitend voor rekening van het bestuur
                            behoren te komen.</al>
          <al>De gronden voor intrekking van een <vet>subsidievaststelling conform
                                art. 4:49 Awb</vet> zijn beperkter dan die voor intrekking. Dat
                            vloeit voort uit het feit dat de vaststelling gericht is op de afronding
                            van de subsidieverlening en een definitieve aanspraak vestigt op
                            financiële middelen. Omdat de vaststelling achteraf plaatsvindt, heeft
                            het college de gelegenheid gehad om te toetsten of alles in orde is.
                            Indien dat niet het geval is, geeft art. 4:49 Awb drie gronden waarin
                            zo’n intrekking met terugwerkende kracht mogelijk is. Ook hier gaat het
                            om een sanctie of om het herstellen van onjuistheden.</al>
          <al>Vijf jaar na de beschikking tot subsidievaststelling is intrekking of
                            wijziging niet meer mogelijk (art. 4:49 derde lid Awb).Intrekking van de
                            subsidieverlening na de vaststelling van de subsidie sorteert geen
                            effect.</al>
          <al>Indien het college gedurende het tijdvak een lopende subsidieverlening
                            wil intrekken of wijzigen, is art 4:50 Awb van toepassing. Intrekking en
                            wijziging op grond van art.4:50 Awb heeft alleen effect voor de toekomst
                            (ex nunc). Gelet op het vertrouwensbeginsel wordt in zo’n situatie eisen
                            gesteld. Het college moet een redelijk termijn in acht nemen. Wat wordt
                            aangemerkt als een redelijk termijn is afhankelijk van de aard van de
                            subsidie en de gesubsidieerde activiteiten. Van belang is dat de
                            subsidieontvanger de tijd wordt gegund om verplichtingen jegens derden
                            op zorgvuldige wijze af te wikkelen. De redelijke termijn vangt aan als
                            de intrekkings- of wijzigingsbeschikking is bekendgemaakt aan de
                            subsidieontvanger. De opsomming van de in art 4:50 Awb genoemde
                            intrekkings- of wijzigingsgronden zijn niet limitatief. Art 9 lid 3 van
                            deze verordening geeft nog een aanvullende grond tot intrekken of
                            wijzigen.</al>
          <al>De weigering van de voortzetting van de subsidie voor een nieuw tijdvak
                            op grond van art. 4:51 Awb betreft het niet geven van een nieuwe
                            beschikking voor een aansluitende periode wegens veranderde
                            omstandigheden of gewijzigde inzichten. Alleen subsidieontvangers aan
                            wie tenminste drie jaar achtereen subsidie is verstrekt worden beschermd
                            door art. 4:51 Awb. Beneden die grens acht de wetgever nog geen
                            beschermingswaardig vertrouwen aanwezig op voortzetting van de subsidie.
                            Het artikel moet het college aan sporen tot periodieke heroverweging van
                            opportuniteit en doelmatigheid van de subsidiëring. Uit het oogpunt van
                            rechtszekerheid is de termijn van drie of meer achtereenvolgende jaren
                            in de wet vastgelegd. Van deze termijn kan niet worden afgeweken.</al>
          <al>
            <vet>Hoorplicht</vet>
          </al>
          <al>In 4:12 Awb worden een aantal belastende subsidiebeschikkingen genoemd
                            waarbij de hoorplicht van artikel 4:7 en 4:8 Awb wel geldt. Het gaat om
                            de volgende beschikkingen:</al>
          <al>Het besluit om de beschikking te weigeren op één van de
                            weigeringsgronden die in de subsidietitel van de Awb zijn opgenomen
                            (art. 4:35 en art. 4:51 Awb).</al>
          <al>Het besluit om de subsidie lager dan overeenkomstig de subsidieverlening
                            vast te stellen.</al>
          <al>Het besluit om een beschikking tot verlening of vaststelling in te
                            trekken of ten nadele van de subsidieontvanger te wijzigen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Maatschappelijk acceptabel beloningsbeleid</titel>
          </kop>
          <al>Onder personen die een functie bij de subsidieontvanger bekleden, worden
                            zowel eigen werknemers als ingehuurde externen verstaan.</al>
          <al>In geval van een dienstverband met een kleinere omvang dan het voltijdse
                            dienstverband, komen partijen geen bezoldiging overeen die per
                            kalenderjaar meer bedraagt dan de maximale bezoldiging, </al>
          <al>vermenigvuldigd met het aantal uren waarop het dienstverband betrekking
                            heeft en gedeeld door het aantal uren van een voltijds
                            dienstverband.</al>
          <al>In geval van een dienstverband met een kortere duur dan een
                            kalenderjaar, komen partijen geen bezoldiging overeen die meer bedraagt
                            dan de maximale bezoldiging, vermenigvuldigd met het aantal dagen waarop
                            het dienstverband betrekking heeft en gedeeld door 365.</al>
          <al>Als een organisatie de inkomensgrens niet handhaaft, kan het college
                            besluiten tot het toepassen van een verlaging van de subsidie. Als een
                            organisatie, die subsidie van het college ontvangt, ook andere inkomsten
                            heeft - zoals bijvoorbeeld een subsidie van de provincie, financiering
                            vanuit de AWBZ, inkomsten van particulieren of uit commerciële
                            activiteiten, etc. - , vindt bij een verlaging van de subsidie alleen
                            verrekening plaats over het aandeel dat het gemeentelijk subsidie in de
                            totale inkomsten vertegenwoordigt. Is de overschrijding bijvoorbeeld €
                            40.000, terwijl de subsidie 10% van de inkomsten van de organisatie
                            vormt, dan wordt 10% van € 40.000 = € 4.000 op het subsidie in mindering
                            gebracht.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Betaling, bevoorschotting en terugvordering</titel>
          </kop>
          <al>Uitgangspunt is, dat het subsidiebedrag wordt betaald overeenkomstig de
                            subsidievaststelling en onder verrekening van eventuele voorschotten
                            binnen 6 weken na de subsidievaststelling.</al>
          <al>Indien de betalingstermijn verstreken is, wordt de verbintenis tot
                            betaling opeisbaar.</al>
          <al>De beschikking tot subsidieverlening en de beschikking tot het verlenen
                            van voorschotten kunnen in één beschikking worden gecombineerd.
                            Intrekking van de beschikking tot voorschotverlening is door de wetgever
                            niet uitdrukkelijk geregeld. Aangenomen wordt dat met de intrekking van
                            een beschikking tot subsidieverlening de grondslag voor de
                            voorschotverlening komt te vervallen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Verrekeningsbevoegdheid bestuurlijke geldschulden</titel>
          </kop>
          <al>In artikel 4:93 Algemene wet bestuursrecht, zoals dat artikel met ingang
                            van 1 juli 2009 luidt, is bepaald dat de verrekening van een geldschuld
                            met een bestaande vordering slechts geschiedt voor zover in de
                            bevoegdheid daartoe bij wettelijk voorschrift is voorzien. Met deze
                            bepaling wordt de vereiste wettelijke grondslag geschapen om aan een
                            (rechts)persoon verstrekte subsidie te verrekenen met vorderingen die de
                            gemeente op dezelfde (rechts)persoon heeft.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Subsidieplafond</titel>
          </kop>
          <al>Een subsidieplafond leidt automatisch tot weigering van een subsidie
                            voor wat betreft het gedeelte dat boven het subsidieplafond uitstijgt.
                            Overschrijding van het subsidieplafond is een verplichte grond tot
                            weigering. Daarbij is het subsidieplafond bepalen dat gold toen de
                            primaire beslissing tot toekenning van subsidie werd genomen of had
                            moeten worden genomen.</al>
          <al>In verband met de rechtszekerheid moet het subsidieplafond conform
                            artikel 3:42 Awb bekend worden gemaakt voorafgaande aan de periode
                            waarop het subsidieplafond betrekking heeft. Als het subsidieplafond of
                            de wijziging (lees: verlaging) niet tijdig zijn bekendgemaakt, geldt
                            voor de eerdere aanvragen niet meer de verplichte weigering.</al>
          <al>Het vaststellen van een subsidieplafond wordt aangemerkt als een besluit
                            van algemene strekking (niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift
                            of beleidsregel) en is dus vatbaar voor bezwaar en beroep. Het
                            subsidieplafond (het beschikbare bedrag) is geen zelfstandige
                            normstelling, maar slechts een nadere concretisering van art. 4:25 lid 2
                            Awb.</al>
          <al>De regels met betrekking tot de wijze van verdeling van het
                            subsidieplafond zijn wel aan te merken als hetzij algemeen verbindende
                            voorschriften, hetzij beleidsregels en bevatten een nieuwe, zelfstandige
                            normstelling. Ze zijn daarom niet vatbaar voor bezwaar en beroep.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14</nr>
            <titel>Begrotingsvoorwaarde</titel>
          </kop>
          <al>Bij de subsidieverlening kan een begrotingsvoorbehoud worden gemaakt. Om
                            rechtsverwerking te voorkomen moet binnen 4 weken na vaststelling of
                            goedkeuring van de begroting op dit voorbehoud een beroep worden
                            gedaan.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2,</nr>
            <titel>3 en 4 Subsidieprocedures</titel>
          </kop>
          <al>
            <vet>Het subsidieproces in de Gemeente Heerlen in het algemeen:</vet>
          </al>
          <al>Snelle wijzigingen in de maatschappelijke vraag noodzaken tot een
                            flexibele aanpak, waarbij een voortdurende afstemming moet plaatsvinden
                            tussen het college en de subsidieontvanger.</al>
          <al>Bij gesubsidieerde activiteiten dient het maatschappelijk belang steeds
                            voorop te staan. De subsidieontvanger wordt geacht bedrijfsmatig te
                            werken en is verantwoordelijk voor signalering, innovatie, kwaliteit en
                            continuïteit. Het college bemoeit zich zo min mogelijk met de interne
                            bedrijfsvoering.</al>
          <al>Bij langdurige subsidierelaties wordt de subsidieontvanger in staat
                            gesteld op basis van een meerjaren subsidie meerjarenplanningen te maken
                            en reserves op te bouwen. Jaarlijkse afrekeningen en tussentijdse
                            voortgangsrapportages zorgen voor een nauwe aansluiting bij de per
                            boekjaar verstrekte subsidies.</al>
          <al>De maatschappelijke problemen vragen om een integrale aanpak en vereisen
                            een nauwe samenwerking tussen het college, de subsidieontvanger en
                            andere partijen. Om een optimaal resultaat te krijgen zijn eenduidige
                            definiëringen van producten en activiteiten essentieel. Nadere afspraken
                            over de uitvoering van producten, activiteiten en verantwoordelijkheden
                            (kunnen) worden vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst.</al>
          <al>
            <vet>Indiening aanvraag tot subsidieverlening</vet>
          </al>
          <al>Aangezien er voldoende tijd moet zijn om de aanvraag te analyseren en
                            vervolgens met de subsidiegerechtigde te overleggen is het van belang
                            dat de aanvraag tijdig wordt ingediend.</al>
          <al>Het college kan bij een te late of onvolledige aanvraag besluiten om de
                            aanvraag niet in behandeling te nemen. Alvorens hiertoe over te gaan,
                            dient het bestuursorgaan de aanvrager in de gelegenheid te stellen
                            binnen een redelijk termijn het verzuim te herstellen. De hersteltermijn
                            begint te lopen één dag na dagtekening van het schriftelijk verzoek van
                            het college, om de aanvraag met ontbrekende gegevens aan te vullen.</al>
          <al>Zolang de Gemeente Heerlen nog niet de mogelijkheid biedt de aanvraag
                            elektronisch in te dienen, wordt de aanvrager, indien hij zijn aanvraag
                            elektronisch indient, verzocht om zo spoedig mogelijk een schriftelijke
                            aanvraag in te dienen.</al>
          <al>
            <vet>Vereisten aanvraag</vet>
          </al>
          <al>De wet geeft aan welke gegevens de aanvrager in het algemeen zal moeten
                            verstrekken. Daarnaast geeft de wet het college de mogelijkheid te
                            bepalen welke aanvullende gegevens bijgevoegd dienen te worden. Daarbij
                            dient het college een afweging te maken tussen de verplichting tot het
                            verstrekken van bepaalde gegevens en het belang van die stukken voor de
                            beoordeling van de subsidieaanvraag. </al>
          <al>Om eventuele cumulatie van subsidies te voorkomen is de aanvrager
                            verplicht te vermelden bij welke andere bestuursorganen tevens aanvragen
                            zijn ingediend voor dezelfde begrote uitgaven.</al>
          <al>
            <vet>Verplichtingen van de subsidieontvanger</vet>
          </al>
          <al>Het doel van het opleggen van verplichtingen is dat subsidiegelden
                            doelmatig en rechtmatig worden besteed. Bij sommige subsidies, zoals
                            waarderingssubsidies neemt het college er genoegen mee dat de
                            gesubsidieerde activiteiten worden uitgevoerd conform de
                            subsidiebeschikking. Bij andere subsidies wil het college in ruil voor
                            de verstrekte subsidie de activiteiten sturen. Het voornaamste
                            instrument daarvoor is het opleggen van verplichtingen.</al>
          <al>Sommige verplichtingen vloeien rechtstreeks voort uit de bepalingen van
                            de subsidietitel 4.2 Awb. Het college kan de subsidieontvanger ook
                            andere, doelgebonden en niet doelgebonden verplichtingen, opleggen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>22</nr>
            <titel>Vergoeding bij vermogensvorming</titel>
          </kop>
          <al>Indien de subsidie tot vermogensvorming leidt, is de subsidieontvanger
                            een vergoeding verschuldigd in de volgende gevallen:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De subsidieontvanger vervreemdt of bezwaart de voor de
                                    gesubsidieerde activiteiten gebruikte/bestemde goederen of
                                    wijzigt de bestemming van deze goederen.</al></li>
            <li nr="2."><al>De subsidieontvanger ontvangt een schadevergoeding voor verlies
                                    of beschadiging van goederen die voor de gesubsidieerde
                                    activiteiten gebruikt of bestemd zijn.</al></li>
            <li nr="3."><al>De gesubsidieerde activiteiten worden geheel of gedeeltelijk
                                    beëindigd.</al></li>
            <li nr="4."><al>De subsidieverlening of subsidievaststelling wordt ingetrokken
                                    of de subsidie wordt beëindigd.</al></li>
            <li nr="5."><al>De rechtspersoon die de subsidie ontving, wordt ontbonden.</al></li>
          </lijst>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>23</nr>
            <titel>Andere financiële bepalingen</titel>
          </kop>
          <al>Lid 4 dient als volgt uitgelegd te worden: als de budgetsubsidie van de
                            gemeente Heerlen 25% van de totale inkomsten bedraagt, mag 25% van de
                            totale reserves maximaal 30% van de laatst vastgestelde budgetsubsidie
                            bedragen.</al>
          <al>Aldus besloten tijdens de vergadering van de raad der gemeente Heerlen
                            van 6 juni 2012.</al>
          <al>griffier, voorzitter, </al>
        </divisie>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>