<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR194768_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de ambtelijke bijstand 2002</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Enschede</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-10-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Enschede</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de ambtelijke bijstand 2002</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">gelet op de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>gemeentebladnr. 357</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Raad</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>- wijziging art.1 en art. 3 d.d. 13 december 2010</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      
      Verordening op de ambtelijke bijstand 2002
    
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>Nr. 357</al>
          <al>
            <vet>
              <onderstreept>Verordening op de ambtelijke bijstand 2002</onderstreept>
            </vet> (art. 1 en 3 gewijzigd bij raadsbesluit d.d. 13 december 2010)</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label>Paragraaf</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Ambtelijke bijstand van de ambtelijke organisatie</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>(gewijzigd bij raadsbesluit op 13 december 2010)</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Een raadslid wendt zich tot de betreffende <onderstreept>ambtenaar
                                </onderstreept>met een verzoek om:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>feitelijke informatie van geringe omvang;</al></li>
                  <li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die openbaar
                                        zijn.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Een ambtenaar verleent ambtelijke bijstand als bedoeld in het eerste
                                lid tenzij:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand
                                        betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;</al></li>
                  <li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden;</al></li>
                  <li nr="c."><al>het andere bijstand dan omschreven in het eerste lid
                                        betreft;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de taakuitoefening van de betreffende ambtenaar hierdoor
                                        aanmerkelijk zou worden belemmerd en het schriftelijke
                                        advies en/of de ambtelijke bijstand niet tot geringere, meer
                                        aanvaardbare proporties kan worden teruggebracht.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Indien de ambtenaar van oordeel is, dat een van de uitzonderingen,
                                genoemd in het tweede lid, van toepassing is, meldt hij dit aan de
                                directeur van <onderstreept>het programma</onderstreept>. Indien de
                                directeur van oordeel is dat het verzoek geweigerd moet worden,
                                richt hij zich tot de secretaris. De secretaris beoordeelt of
                                ambtelijke bijstand op grond van het tweede lid geweigerd wordt.
                            </al></li>
              <li nr="4."><al>Indien de bijstand op grond van het tweede lid wordt geweigerd deelt
                                de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de raadsgriffier en
                                aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
            </kop>
            <al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris wordt
                        geweigerd, kan de raadsgriffier of het betrokken raadslid het verzoek
                        voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk
                        over het verzoek.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>(gewijzigd bij raadsbesluit op 13 december
                                2010)</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Wanneer de raad of een raadslid niet tevreden is over de behandeling
                                van de verzoeken om informatie, advies en/of ambtelijke bijstand
                                door een van de aangewezen ambtenaren uit de ambtelijke organisatie
                                kan hij de zaak voorleggen aan de raadsgriffier, die hierover in
                                overleg treedt met de gemeentesecretaris.</al></li>
              <li nr="2."><al>De gemeentesecretaris bespreekt de in het eerste lid bedoelde zaak,
                                in samenspraak met de directeur van <onderstreept>het
                                    programma</onderstreept>, met de betrokken ambtenaar en deelt de
                                raad of het raadslid de uitkomst van die bespreking mede. Mocht de
                                raad of het raadslid zich niet kunnen vinden in deze uitkomst, dan
                                kan hij de zaak voorleggen aan de burgemeester.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </paragraaf>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label>Paragraaf</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Ambtelijke bijstand van de griffie</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Een raadslid wendt zich tot de raadsgriffier met een verzoek
                                        om bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen
                                        en moties of andere bijstand.</al></li>
              <li nr="2."><al>De bijstand, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend door
                                        de raadsgriffier of een medewerker van de raadsgriffie.
                                        Indien de gevraagde bijstand niet door de raadsgriffier of
                                        een medewerker van de raadsgriffie kan worden verleend kan
                                        de raadsgriffier de secretaris verzoeken, één of meer
                                        ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo
                                        spoedig mogelijk verlenen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Wanneer de raad of een raadslid niet tevreden is over de behandeling
                                van de verzoeken om ambtelijke bijstand door een van de medewerkers
                                van de griffie kan hij de zaak voorleggen aan de raadsgriffier.</al></li>
              <li nr="2."><al>De raadsgriffier bespreekt de in het eerste lid bedoelde zaak met de
                                betrokken medewerker en deelt de raad of het raadslid de uitkomst
                                van die bespreking mede. Mocht de raad of het raadslid zich niet
                                kunnen vinden in deze uitkomst, dan kan hij de zaak voorleggen aan
                                het raadspresidium.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
            </kop>
            <al>Het raadspresidium kan ten aanzien van het recht op ambtelijke bijstand, als
                        bedoeld in artikel 4, een maximum aantal uren per raadslid vaststellen.</al>
          </artikel>
        </paragraaf>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label>Paragraaf</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Nadere bepalingen over ambtelijke bijstand</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Bij het vragen van ambtelijke bijstand mag degene die deze bijstand
                                verleent, niet tot geheimhouding verplicht worden.</al></li>
              <li nr="2."><al>Voor het raadslid dat vertrouwelijke informatie ontvangt, geldt
                                artikel 25 van de Gemeentewet.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien het college of leden van het college informatie wensen over
                                een verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven
                                advies wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken
                                raadslid.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </paragraaf>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label>Paragraaf</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Slotbepaling</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Deze treedt in werking op de dag na die van de vaststelling.</al></li>
              <li nr="2."><al>Tegelijkertijd vervalt de Regeling informatie en bijstand
                                raad(sleden) Enschede 1979, vastgesteld op 29 oktober 1979.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </paragraaf>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>