<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR194260_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening Heerhugowaard 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws d.d. 28-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening Heerhugowaard 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB2010151</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Verordeningen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening Heerhugowaard 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet><cursief>Geconsolideerde tekst van de regeling</cursief></vet></al><al>Nr. RB2010151</al><al/><al/><al> de Raad van de gemeente Heerhugowaard;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 november
                        2010</al><al/><al>b e s l u i t</al><al/><lijst><li nr="1."><al>De algemene subsidieverordening 2011 per 1 januari 2011 vast te
                                stellen;</al></li><li nr="2."><al>De subsidieverordening Welzijn Heerhugowaard per 1 januari 2011 in
                                te trekken;</al></li><li nr="3."><al>De Subsidieverordening gemeentelijke monumenten 2008 per 1 januari
                                2011 in te trekken;</al></li><li nr="4."><al>De verordening subsidiëring godsdienst- en humanistisch
                                vormingsonderwijs per 1 januari 2011 in te trekken;</al></li><li nr="5."><al>De subsidieverordening Woonconsumenten per 1 januari 2011 in te
                                trekken;</al></li><li nr="6."><al>De TEMPO regeling in te trekken;</al></li><li nr="7."><al>De verordening Remedial Teaching d.d. 12 juli 1994 in te
                                trekken.</al></li></lijst><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al><cursief><vet>Algemene subsidieverordening Heerhugowaard
                            2011</vet></cursief></al><al/><al><cursief><vet>HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN</vet></cursief></al><al><vet>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</vet></al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                Heerhugowaard;</al></li><li nr="b."><al>subsidie: subsidie als bedoeld in artikel 4:21 AWB, inhoudende de
                                aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt
                                met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan
                                als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of
                                diensten;</al></li><li nr="c."><al>eenmalige subsidie: subsidie ten behoeve van bijzondere incidentele
                                projecten of activiteiten die niet behoren tot de reguliere
                                bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college slechts voor een
                                van tevoren bepaalde tijd van maximaal vier jaar subsidie wil
                                verstrekken; </al></li><li nr="d."><al>raad: raad van de gemeente Heerhugowaard;</al></li><li nr="e."><al>reguliere subsidie: subsidie ten behoeve van reguliere bezigheden
                                van de aanvrager die per (boek)jaar of voor een bepaald aantal
                                (boek)jaren aan een instelling voor een periode van maximaal vier
                                jaar wordt verstrekt;</al></li><li nr="f."><al>subsidieplafond: subsidieplafond als bedoeld in artikel 4:22 Awb,
                                inhoudende het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste
                                beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een
                                bepaald wettelijk voorschrift;</al></li><li nr="g."><al>Deelverordening: algemeen verbindende voorschriften die door het
                                college worden vastgesteld;</al></li><li nr="h."><al>Regionale instellingen: instellingen die in de regio actief zijn en
                                van meerdere regiogemeenten subsidie ontvangen.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 2. Reikwijdte verordening </vet></al><al>1. De Raad stelt vast dat subsidie voor alle beleidsvelden kan worden
                        verstrekt. </al><al/><al>2. Het college kan deelverordeningen vaststellen, waarin de te subsidiëren
                        activiteiten, de doelgroepen en de verdeling van de subsidie per beleidsveld
                        worden omschreven.</al><al/><al><vet>Artikel 3. Bevoegdheid college</vet></al><al>1. Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies
                        met in achtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële
                        middelen of het subsidieplafond en - indien de begroting nog niet is
                        vastgesteld, dan wel goedgekeurd - onder de voorwaarde dat voldoende gelden
                        ter beschikking worden gesteld.</al><al>2. Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot
                        subsidie­verlening te verbinden. </al><al/><al><cursief><vet>HOOFDSTUK 2. SUBSIDIEPLAFOND EN
                            BEGROTINGSVOORBEHOUD</vet></cursief><vet>Artikel 4. Subsidieplafond en
                            begrotingsvoorbehoud</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad kan jaarlijks bij de vaststelling van de begroting besluiten
                                tot het instellen van subsidie­plafonds voor de verschillende
                                deelverordeningen. </al></li><li nr="2."><al>Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op
                                welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.</al></li></lijst><al>3. Het college kan - met inachtneming van het in artikel 2 bepaalde - in de
                        deelverordeningen nadere regels stellen omtrent de verdeling van het
                        beschikbare bedrag. </al><al>4. Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds wordt gewezen op de
                        mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende
                        aanvragen.</al><al>5. Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is vastgesteld,
                        wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting
                        beschikbaar zullen worden gesteld.</al><al/><al><cursief><vet>HOOFDSTUK 3. AANVRAAG VAN DE
                            SUBSIDIE</vet></cursief><vet>Artikel 5. Bij aanvraag in te dienen
                            gegevens</vet></al><al>1. De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het
                        college met behulp van een door het college vastgesteld aanvraagformulier. </al><al>2. Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende
                        gegevens:</al><al>a. een beschrijving van de activiteiten waar subsidie voor wordt
                        aangevraagd;</al><al>b. de doelstellingen en resultaten, die daarmee worden nagestreefd, en hoe
                        de activiteiten aan dat doel bijdragen. In bijzonder ook in welke mate de
                        activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de
                        gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen;</al><al>c. een begroting en toelichting op de begroting;</al><al>d. de balans inclusief toelichting op de balans. </al><al>3. Indien een aanvrager voor de eerste maal een jaarlijkse subsidie
                        aanvraagt, voegt hij een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, het
                        jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar als
                        bijlagen toe aan het aanvraagformulier.</al><al>4. Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in het
                        eerste, tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen, indien die voor
                        het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk, respectievelijk
                        voldoende, zijn.</al><al/><al><vet>Artikel 6. Aanvraagtermijn</vet></al><al>1. Een aanvraag voor een subsidie wordt gedaan in het jaar voorafgaand aan
                        het jaar, of de jaren waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.</al><al>2. Het college kan in de deelverordeningen andere termijnen stellen voor het
                        indienen van een aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies.</al><al/><al><vet>Artikel 7. Beslistermijn</vet></al><al>Het college beslist op een aanvraag om een subsidie binnen 13 weken na
                        ontvangst van de volledige aanvraag, dan wel, indien het college hiertoe
                        regels heeft opgesteld, 13 weken gerekend vanaf de uiterste indieningtermijn
                        voor het aanvragen van de subsidie.</al><al/><al><cursief><vet>HOOFDSTUK 4. WEIGERING VAN DE
                        SUBSIDIE</vet></cursief></al><al><vet>Artikel 8. Weigeringgronden</vet></al><al>Het college kan een aanvraag voor subsidie weigeren indien de activiteiten
                        van de aanvrager niet of niet in overwegende mate, zoals aangegeven in de
                        deelverordeningen, gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of niet
                        of nauwelijks ten goede komen aan de gemeente of haar
                            ingezetenen.</al><al/><al><vet>Artikel 9. Wet BIBOB</vet></al><al>Het college kan voor subsidies binnen door de raad vast te stellen
                        beleidsterreinen of onderdelen daarvan bepalen dat de gevraagde subsidie kan
                        worden geweigerd of de verleende subsidie kan worden ingetrokken in het
                        geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering
                        integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur.</al><al/><al><cursief><vet>HOOFDSTUK 5. VERLENING VAN DE
                        SUBSIDIE</vet></cursief></al><al><vet>Artikel 10. Verlening subsidie</vet></al><al>1. Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan op
                        welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaats
                        vindt.</al><al>2. Het college is bevoegd om verplichtingen aan de beschikking tot
                        subsidieverlening te verbinden met betrekking tot het beheer en gebruik van
                        de subsidie.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 11. Betaling en bevoorschotting</vet></al><al>1. Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel
                        15, eerste lid, onderdeel a, wordt gegeven, vindt de betaling van de gehele
                        subsidie in één bedrag plaats.</al><al>2. Indien een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 15,
                        eerste lid, onderdeel b, wordt gegeven, wordt 100% bevoorschot.</al><al>3. Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, worden in de
                        deelverordeningen, de hoogte en de termijnen van de voorschotten per
                        deelgebied bepaald.</al><al/><al><cursief><vet>HOOFDSTUK 6. VERPLICHTINGEN VAN DE
                            SUBSIDIEONTVANGER</vet></cursief><vet>Artikel 12. Tussentijdse
                            rapportage </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij subsidies, hoger dan 50.000 euro, welke verleend worden voor
                                activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het college
                                de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening
                                en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan
                                verbonden uitgaven en inkomsten. Een dergelijke tussentijdse
                                verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar gevraagd.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan voor de regionale instellingen in de
                                deelverordeningen aanvullende verplichtingen opnemen.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 13. Meldingsplicht</vet></al><al>De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college, zodra
                        aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, niet
                        of geheel niet zullen worden verricht of dat niet of geheel niet aan de aan
                        de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden
                        voldaan.</al><al/><al><vet>Artikel 14. Overige verplichtingen van de subsidieontvanger</vet></al><al>1. De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie is
                        verleend.</al><al>2. De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk
                        schriftelijk over:</al><al>a. besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de
                        activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de
                        rechtspersoon;</al><al>b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met
                        derden;</al><al>c. ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de beschikking tot
                        subsidieverlening verbonden voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet kunnen
                        worden nagekomen;</al><al>d. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de
                        rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de
                        rechtspersoon.</al><al>3. De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor
                        handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene wet bestuursrecht.</al><al/><al><cursief><vet>HOOFDSTUK 7. VERANTWOORDING EN VASTSTELLING VAN DE
                                SUBSIDIE</vet></cursief></al><al><vet>Artikel 15. Verantwoording subsidies tot 5.000 euro</vet></al><al>1. Subsidies tot 5.000 euro worden door het college:</al><al>a. direct vastgesteld of;</al><al>b. ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, nadat de activiteiten uiterlijk
                        moeten zijn verricht.</al><al>2. Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel
                        b, kan het college de aanvrager verplichten om op de door haar aangegeven
                        wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt
                        verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden
                        verplichtingen.</al><al/><al><vet>Artikel 16. Verantwoording subsidies vanaf 5.000 tot 50.000
                        euro</vet></al><al>1. Indien de subsidieverlening 5.000 euro of meer bedraagt, maar minder dan
                        50.000 euro, dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken na het verricht
                        zijn van de activiteiten een aanvraag tot vaststelling in bij het
                        college.</al><al>2. De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag, waaruit
                        blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn
                        verricht.</al><al>3. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel
                        bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn,
                        worden overgelegd.</al><al/><al><vet>Artikel 17. Verantwoording subsidies vanaf 50.000 euro </vet></al><al>1. Indien de subsidieverlening 50.000 euro of meer bedraagt, dient de
                        subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:</al><al>a. bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van
                        de activiteiten;</al><al>b. bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar
                        na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 4 maanden na het
                        subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend.</al><al>2. De aanvraag tot vaststelling bevat:</al><al>a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de
                        subsidie is verleend, zijn verricht;</al><al>b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en
                        inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);</al><al>c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting
                        daarop;</al><al>d. een accountantsverklaring. </al><al/><al>3. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel
                        bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn,
                        worden overlegd.</al><al/><al><vet>Artikel 18. Vaststelling subsidie </vet></al><al>1. Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot
                        subsidievaststelling de subsidie vast.</al><al>2. Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording daarvan,
                        volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere
                        termijn nodig is dan de in het eerste lid genoemde termijn, dan bericht het
                        college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de
                        aanvraag tot subsidievaststelling.</al><al>3. Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers
                        aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat de
                        subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in te dienen. </al><al>4. Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in het eerste
                        lid van artikel 16 en artikel 17 genoemd tijdstip is ontvangen, gaat het
                        college zes weken na een eenmalige rappel over tot ambtshalve
                        vaststelling.</al><al/><al><cursief><vet>HOOFDSTUK 8. OVERIGE BEPALINGEN</vet></cursief><vet>Artikel
                            19. Hardheidsclausule</vet></al><al>Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze
                        verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering
                        van de artikelen 1, 2, 3 en 8 voor zover toepassing gelet op het belang van
                        de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende
                        aard. Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het
                        besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad. </al><al/><al><vet>Artikel 20. Intrekking </vet></al><al>De volgende subsidieverordeningen worden ingetrokken: </al><lijst><li nr=""><al>Subsidieverordening Welzijn Heerhugowaard</al></li><li nr=""><al>Subsidiebeleid Welzijn 2001</al></li><li nr=""><al>Subsidieverordening gemeentelijke monumenten 2008</al></li><li nr=""><al>Verordening subsidiëring godsdienst- en humanistisch
                                vormingsonderwijs</al></li><li nr=""><al>Subsidieverordening Woonconsumenten</al></li><li nr=""><al>TEMPO regeling</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 21. Overgangsbepalingen</vet></al><al>Aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor 1 januari 2011 worden afgedaan
                        volgens de bepalingen van de subsidieverordening waarop de aanvraag
                        betrekking heeft.</al><al/><al><vet>Artikel 22. Inwerkingtreding</vet></al><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2011.</al><al/><al><vet>Artikel 23. Citeertitel</vet></al><al>Deze verordening wordt aangehaald als Algemene subsidieverordening
                        Heerhugowaard 2011.</al><al/><al/><al/></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Heerhugowaard, 14 december 2010 </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>