<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR193312_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening cliëntenparticipatie Wet maatschappelijke ondersteuning en Wet Werk en Bijstand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oss</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-07-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oss</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Oss Actueel 27 juni 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening cliëntenparticipatie WMO en WWB</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 147, eerste lid Gemeentewet, artikel 47 Wet werk en bijstand en artikel 11 van de Wet maatschappelijke ondersteuning</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-06-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>SMO</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening cliëntenparticipatie Wet maatschappelijke ondersteuning en Wet Werk en Bijstand</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gemeenteraad</al><al/><al/><al/><al>Onderwerp: Volgnummer </al><al>Verordening cliëntenparticipatie Wet maatschappelijke ondersteuning en Wet
                        werk en bijstand Dienst/afdeling SMO</al><al/><al>De raad van de gemeente Oss;</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 mei 2012;</al><al>gelet op het advies van de raadsadviescommissie van 7 juni 2012;</al><al>Besluit: </al><al>vast te stellen de </al><al>Verordening cliëntenparticipatie Wet maatschappelijke ondersteuning en Wet
                        werk en bijstand.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>– Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit besluit wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>WMO-raad: vertegenwoordigers van cliëntgroepen van vragers op het
                                gebied van maatschappelijke ondersteuning -de zogenaamde
                                ervaringsdeskundigen- of overige deskundigen die vanuit een
                                professionele of vrijwilligersorganisatie voldoende affiniteit
                                hebben met de doelgroep die zij vertegenwoordigen, evenals personen
                                die bijstand ontvangen, personen met een nabestaanden- of
                                halfwezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet en niet-
                                uitkeringsgerechtigdenof hun vertegenwoordigers en
                                vertegenwoordigers van organisaties die de belangen behartigen van
                                deze personen. </al></li><li nr="2."><al>Cliëntenparticipatie: de wijze waarop de gemeente de WMO-raad
                                betrekt in de beleidsvorming, de uitvoering en de evaluatie van de
                                Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) en de Wet werk en bijstand
                                (WWB) of de Wet werken naar vermogen (WWNV) als deze wordt
                                ingevoerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>– Doelstelling en taken WMO-raad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bewerkstelligen dat de doelgroepen van de WMO en van de WWB vanuit
                            een onafhankelijke positie betrokken zijn bij en adviseren over de
                            totstandkoming, de uitvoering en de evaluatie van het gevoerde
                            gemeentelijke beleid op het terrein van de WMO en het terrein van de
                            WWB. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De WMO-raad wordt betrokken bij en adviseert over het gemeentelijke
                            beleid en de uitvoering van de WMO.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De WMO-raad wordt betrokken bij en adviseert over het gemeentelijke
                            beleid en de uitvoering van de WWB.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De WMO-raad houdt zich niet bezig met de behandeling van individuele
                            cliëntzaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 – Samenstelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De WMO-raad bestaat uit de voorzitters of andere afgevaardigden van
                                de verschillende werkgroepen met ervaringsdeskundigen en overige
                                deskundigen voor de prestatievelden als bedoeld in lid 6, een
                                onafhankelijke voorzitter die geen deel uitmaakt van de werkgroepen
                                en een secretaris/penningmeester die geen deel uitmaakt van de
                                werkgroepen.</al></li><li nr="2."><al>De WMO-raad wordt gevoed door 5 werkgroepen met
                                ervaringsdeskundigen. Als voor het realiseren van de doelstelling
                                van de WMO-raad en voor een doelmatige werkwijze meer of minder
                                werkgroepen noodzakelijk zijn, kunnen deze alleen opgericht of
                                afgeschaft worden na instemming van het college van burgemeester en
                                wethouders.</al></li><li nr="3."><al>Werkgroepen worden gevormd rondom: a. de prestatievelden 6 en 3
                                (individuele voorzieningen en informatie, advies en
                                cliëntondersteuning); b. prestatieveld 5, exclusief de doelgroep
                                mensen met een chronisch psychisch probleem of en psychosociaal
                                probleem (bevorderen van deelname aan het maatschappelijke verkeer
                                en het bevorderen van het zelfstandig functioneren van mensen met
                                een beperking); c. de prestatievelden 4 en 8 (ondersteunen van
                                vrijwilligers en mantelzorgers en het bevorderen van openbare
                                geestelijke gezondheidszorg) en prestatieveld 5 voor wat betreft de
                                doelgroep mensen met een chronisch psychisch probleem of een
                                psychosociaal probleem; d. ouderenparticipatie; e. de WWB.</al></li><li nr="4."><al>De werkgroepen bestaan uit vertegenwoordigers van cliëntgroepen van
                                vragers op het gebied van maatschappelijke ondersteuning en uit
                                ingezetenen die voortkomen uit of een aantoonbare affiniteit hebben
                                met de doelgroep.</al></li><li nr="5."><al>Een werkgroep bestaat uit minimaal 6 leden, exclusief de
                                voorzitter.</al></li><li nr="6."><al>Overige deskundigen maken deel uit van de WMO-raad voor de
                                prestatievelden 1, 2, 7 en 9 (sociale samenhang en leefbaarheid, op
                                preventie gerichte ondersteuning van jeugd, maatschappelijke opvang
                                en verslavingsbeleid).</al></li><li nr="7."><al>De werkgroep voor de WWB bestaat uit cliënten of voormalige cliënten
                                van de afdeling Werk en Inkomen van de dienst Publiekszaken en uit
                                vertegenwoordigers van organisaties die de belangen van deze
                                personen behartigen.</al></li><li nr="8."><al>Een lid van de WMO-raad kan niet tevens zijn: - niet kiesgerechtigd;
                                - lid van het college van burgemeester en wethouders; - lid van de
                                gemeenteraad; - ambtenaar van de gemeente Oss.</al></li><li nr="9."><al>Benoeming en ontslag van de leden van de WMO-raad geschiedt door het
                                college van burgemeester en wethouders. Hiertoe wordt een profiel
                                opgesteld op basis waarvan belangstellenden kunnen solliciteren. De
                                werkgroepen worden in de gelegenheid gesteld een voordracht te doen
                                vanuit de betreffende werkgroep.</al></li><li nr="10."><al>Het bestuur van de WMO-raad bestaat uit de voorzitter en de
                                secretaris/penningmeester.</al></li><li nr="11."><al>De zittingstermijn van de leden van de WMO-raad bedraagt maximaal
                                vier jaar. Na deze vier jaar is herbenoeming voor maximaal nog een
                                periode van vier jaar mogelijk.</al></li><li nr="12."><al>Bij tussentijds aftreden van leden van de WMO-raad wordt op dezelfde
                                wijze in de opvolging voorzien voor de resterende
                                zittingstermijn.</al></li><li nr="13."><al>Het lidmaatschap van de WMO-raad eindigt door: - overlijden; -
                                aftreden op eigen schriftelijk verzoek of op verzoek van de
                                vertegenwoordigende organisatie; - onder curatele stelling.</al></li><li nr="14."><al>Ten dienste van zijn functioneren, stelt de WMO-raad in
                                overeenstemming met deze verordening een huishoudelijk reglement op
                                waarin in ieder geval wordt geregeld de wijze waarop: - de
                                taakverdeling tussen de WMO-raad en de werkgroepen, de
                                besluitvorming over een advies en het jaarverslag, de begroting en
                                jaarrekening tot stand komt en - de onkosten vergoed worden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 – Werkwijze</titel></kop><al><vet>4.a. advies</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De gemeente betrekt de WMO-raad bij de ontwikkeling van beleid als
                                bedoeld in artikel 2.</al></li><li nr="2."><al>Bij de start van elk beleidstraject worden er afspraken gemaakt
                                tussen de gemeente en de WMO-raad over de momenten waarop de
                                WMO-raad bij de ontwikkeling van het beleid betrokken wordt.</al></li><li nr="3."><al>De WMO-raad krijgt in de regel minimaal 4 weken de tijd om gevraagd
                                advies uit te brengen over een beleidsvoornemen.</al></li><li nr="4."><al>In het geval burgemeester en wethouders in een voorstel aan de
                                gemeenteraad afwijken van het advies van de WMO-raad als bedoeld in
                                het vorige lid, wordt dit bij het voorstel vermeld, waarbij tevens
                                is aangegeven op welke gronden van het advies van de WMO-raad is
                                afgeweken.</al></li><li nr="5."><al>De WMO-raad is ook gerechtigd uit eigen beweging advies uit te
                                brengen aan burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="6."><al>Burgemeester en wethouders voorzien de WMO-raad van de nodige
                                toegankelijke informatie ten behoeve van het naar behoren
                                functioneren van de WMO-raad. Het betreft hier alle informatie die
                                noodzakelijk is om beleid en uitvoering van het beleid te begrijpen
                                en om ontwikkelingen en wijzigingen te kunnen volgen.</al></li></lijst><al><vet>4.b. overleg</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders bevorderen actief de instandhouding en
                                het volwaardig functioneren van de WMO-raad.</al></li><li nr="2."><al>De verantwoordelijke wethouder vergadert op bestuurlijk niveau 4
                                keer per jaar met (een afvaardiging van) de WMO-raad. Jaarlijks
                                wordt een vergaderschema vastgesteld.</al></li><li nr="3."><al>De gemeente wijst een vaste contactambtenaar aan voor de WMO-raad.
                                Deze is tevens coördinerend ambtenaar binnen het gemeentelijke
                                apparaat ten behoeve van de cliëntenparticipatie voor de WMO en voor
                                de WWB.</al></li><li nr="4."><al>Op verzoek van de voorzitters van de werkgroepen kan ten behoeve van
                                de vergaderingen van de werkgroepen via de vaste contactambtenaar
                                een beroep worden gedaan op kennis van het ambtelijke apparaat.</al></li><li nr="5."><al>Voor de werkgroep voor de WWB wordt een vaste contactambtenaar
                                aangewezen.</al></li><li nr="6."><al>Minimaal 4 maal per jaar vindt structureel overleg plaats tussen de
                                contactambtenaar van de WMO-raad en (een afvaardiging van) de
                                WMO-raad .</al></li><li nr="7."><al>Van het bestuurlijke overleg met de WMO-raad stuurt de gemeente
                                binnen 4 weken een schriftelijk verslag op aan de WMO-raad. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 - Faciliteiten </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders stellen aan de WMO-raad zodanige
                                financiële middelen ter beschikking dat de WMO-raad redelijkerwijze
                                in staat kan worden geacht om in het kader van de uitvoering van
                                deze verordening de belangen te behartigen van de in de in deze
                                verordening genoemde personen en groeperingen en het college en raad
                                op dat gebied te adviseren.</al></li><li nr="2."><al>De financiële middelen als bedoeld in het eerste lid worden
                                jaarlijks voor de bekostiging van de taken als bedoeld in artikel 2
                                aan de WMO-raad verleend.</al></li><li nr="3."><al>Het bestuur van de WMO-raad dient jaarlijks een begroting in; de
                                vaststelling van de bekostiging gebeurt op basis van een
                                jaarrekening. Niet bestede middelen worden door het bestuur van de
                                WMO-raad toegevoegd aan de reserve.</al></li><li nr="4."><al>Het ter bekostiging te verlenen bedrag kan worden verlaagd indien de
                                vermogenspositie zodanig is dat er geen noodzaak is tot het
                                verstrekken van het (gehele) bedrag, rekening houdend met
                                toekomstige uitgaven, die niet ongebruikelijk zijn met het oog op de
                                activiteiten van de WMO-raad.</al></li><li nr="5."><al>De gemeente stelt vergaderruimte beschikbaar ten behoeve van het
                                naar behoren kunnen functioneren van de WMO-raad en de
                                werkgroepen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 - Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen met betrekking tot de uitvoering
                                van deze verordening nadere regels stellen.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening
                                cliëntenparticipatie WMO en WWB.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2012.</al></li><li nr="4."><al>De Verordening cliëntenparticipatie WWB en WIJ gemeente Oss,
                                vastgesteld in de vergadering van 20 mei 2010 en de Verordening
                                cliëntenparticipatie WMO en WWB, vastgesteld op 3 januari 2008,
                                worden ingetrokken op de dag van inwerkingtreding als bedoeld in het
                                vorige lid.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 21 juni 2012.</ondertekening><ondertekening>De gemeenteraad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. P.H.A. van den Akker drs. W.J.L. Buijs-Glaudemans</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>Coll:</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij ‘Verordening cliëntenparticipatie Wet maatschappelijke
                        ondersteuning en Wet werk en bijstand’</titel></kop><al><onderstreept>Algemene toelichting:</onderstreept></al><al>Binnen de WMO-raad werken cliëntgroepen samen met als doel om het
                    gemeenschappelijke belang van deze doelgroepen te behartigen. De WMO-raad
                    adviseert het college en raad over het sociale beleid van de gemeente.
                    Voorbeelden hiervan zijn thema’s waarmee ouderen te maken krijgen of het beleid
                    dat het Zorgplein uitvoert. Bij het uitbrengen van adviezen gelden de ervaringen
                    van de gezamenlijke cliëntgroepen als uitgangspunt. Ook wordt van de WMO-raad
                    verwacht dat zij de problemen waar cliëntgroepen mee te maken hebben voor het
                    voetlicht te brengen. Hierbij kan het gaan om gevraagd en ongevraagd advies.
                    Daarnaast zal de WMO-raad in de gaten houden hoe het beleid in de praktijk
                    uitpakt. </al><al>De adviezen zullen gegeven worden vanuit de ervaringen die mensen hebben en
                    zullen gaan over de wijze waarop de zorg en ondersteuning door de gemeente Oss
                    wordt vormgegeven. Het uitwisselen van ervaringen en mogelijkheden heeft als
                    doel een positieve bijdrage te leveren aan het beleid van de gemeente Oss.</al><al><onderstreept>Toelichting per artikel:</onderstreept></al><al><vet>Artikel 1 en 2</vet></al><al>Met het beleid en uitvoering van de WMO en de WWB wordt bedoeld het WMO-beleid
                    en het WWB-beleid in volle breedte. Met het WMO-beleid bedoelen we hier
                    bijvoorbeeld ook de regiefunctie op het gebied van wonen, welzijn en zorg en het
                    beleid gericht op ouderenparticipatie. De WMO gaat namelijk over de participatie
                    van alle burgers, incl. de ouderen. Met het WWB-beleid bedoelen we hier ook de
                    mogelijke opvolger de Wet werken naar vermogen (WWNV) en het armoedebeleid.</al><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>Van de overige deskundigen genoemd in lid 1 en lid 6 wordt verwacht dat zij hun
                    inbreng baseren op nauwe betrokkenheid bij de doelgroep die men
                    vertegenwoordigt.</al><al>In lid 5 wordt bedoeld dat het niet wenselijk is dat het aantal leden van een
                    werkgroep lager is dan 6. In een dergelijk geval wordt verwacht dat de WMO-raad
                    activiteiten onderneemt om dit aantal tot minimaal 6 aan te vullen.</al><al>Voor lid 9 geldt dat het college ook ontslag zal overwegen op voordracht van
                    betreffende werkgroep.</al><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>Bij de start van een beleidstraject worden er afspraken gemaakt tussen de
                    gemeente en de WMO-raad over de momenten waarop de WMO-raad bij de ontwikkeling
                    van het beleid betrokken wordt.</al><al>Bij complexe onderwerpen waarvoor tevens een raadsbesluit nodig is, zullen er in
                    de rede minimaal 3 momenten voor overleg en/of advies zijn: bij de start van het
                    beleidstraject, gaandeweg voor informeel advies en uiteindelijk voor formeel
                    advies.</al><al>Over het aantal weken dat de WMO-raad de tijd krijgt om formeel advies uit te
                    brengen ten behoeve van een definitief collegebesluit wordt in deze verordening
                    vastgelegd dat dit in de regel minimaal 4 weken is. </al><al>Met de omschrijving “in de regel minimaal 4 weken” wordt de mogelijkheid
                    opengehouden om indien het college bijvoorbeeld door landelijke wetswijzigingen
                    wordt gedwongen binnen korte termijn een collegebesluit te nemen of een
                    raadsbesluit voor te bereiden af te wijken van deze termijn. Indien dit aan de
                    orde is, zal dit zo spoedig mogelijk worden gecommuniceerd met het bestuur van
                    de WMO-raad. </al><al>In die gevallen dat een beleidsvoornemen volgens de inspraakverordening van de
                    gemeente Oss in een inspraakprocedure wordt gebracht, heeft de WMO-raad de
                    gelegenheid om tijdens deze procedure advies uit te brengen. Gebruikelijk is een
                    inspraaktermijn van 6 weken voor het naar voren brengen van een zienswijze.</al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>Bij financiële middelen zoals bedoeld in lid 1 gaat het om zaken als
                    inhoudelijke ondersteuning, deskundigheidsbevordering, secretariële
                    ondersteuning, overleg met achterban, landelijke en regionale contacten,
                    onkostenvergoedingen en public relations &amp; voorlichting.</al><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Nadere regels die het college van burgemeester en wethouders stelt, kunnen nooit
                    in tegenspraak zijn met de verordening.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>