<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR193263_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening stedelijke vernieuwing Gouda 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-07-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Goudse Post, 6 juli
                2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening stedelijke vernieuwing 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-06-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-07-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-02-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>680125</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de subsidieverordening stedelijke vernieuwing 2005</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieverordening stedelijke vernieuwing Gouda 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>de raad van de gemeente gouda</vet></al><al/><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 17 mei 2011;</al><al>Gelet op de artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de volgende <vet>Subsidieverordening stedelijke vernieuwing
                            Gouda 2011</vet>.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>algemene bepalingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>paragraaf</label><nr>1.1</nr><titel>- begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>1</nr><titel>begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Awb:</cursief> Algemene wet bestuursrecht.</al></li><li nr="b."><al><cursief>beeldbepalend pand</cursief>: een object, complex
                                        of ensemble, niet zijnde beschermd monument, dat als zodanig
                                        is aangewezen omdat het een kenmerkend onderdeel vormt van
                                        het stadsbeeld van Gouda en als zodanig is vermeld op een
                                        door het college vastgestelde lijst en de daarbij behorende
                                        kaarten, waarvan overeenkomstig de bepalingen van de
                                        Verordening inzake monumenten en archeologie alleen de
                                        buitenzijde is beschermd.</al></li><li nr="c."><al><cursief>blok woningen</cursief>: een aantal van minimaal
                                        twee aan elkaar grenzende woningen die gezamenlijk een
                                        bouwkundige eenheid vormen.</al></li><li nr="d."><al><cursief>budget</cursief>: een bedrag aan subsidie dat
                                        volgens artikel 2 voor een bepaalde subsidiabele activiteit
                                        als in die bepaling omschreven is, is gereserveerd.</al></li><li nr="e."><al><cursief>college:</cursief> het college van burgemeester en
                                        wethouders van de gemeente Gouda.</al></li><li nr="f."><al><cursief>eigenaar</cursief>: onder eigenaar wordt mede
                                        verstaan:</al><lijst><li nr="1."><al>degene die het recht van erfpacht heeft;</al></li><li nr="2."><al>de houder van een recht van opstal;</al></li><li nr="3."><al>de gerechtigde tot een appartementsrecht;</al></li><li nr="4."><al>de toekomstige eigenaar, erfpachter, houder van een
                                                recht van opstal of gerechtigde tot een
                                                appartementsrecht.</al></li></lijst></li><li nr="g."><al><cursief>gemeentelijk monument</cursief>: monument dat
                                        overeenkomstig de bepalingen van de Verordening inzake
                                        monumenten en archeologie als beschermd gemeentelijk
                                        monument is beschermd.</al></li><li nr="h."><al><cursief>gereedmeldingsdatum</cursief>: de dag waarop de
                                        activiteit of de werkzaamheden die onder het besluit tot
                                        subsidieverlening vallen, is/zijn gereedgekomen.</al></li><li nr="i."><al><cursief>kernwinkelgebied</cursief>: het gebied in Gouda dat
                                        bestaat uit de percelen/panden die direct grenzen aan de
                                        straten Sint Antoniestraat, Kleiweg, Hoogstraat, Markt,
                                        Wijdstraat, Korte en Lange Groenendaal, Korte en Lange
                                        Tiendeweg, Zeugstraat en Kleiwegstraat.</al></li><li nr="j."><al><cursief>ontwikkelingsprogramma</cursief>: het geldende
                                        ontwikkelingsprogramma stedelijke vernieuwing van de
                                        gemeente Gouda.</al></li><li nr="k."><al><cursief>raad:</cursief> de gemeenteraad van de gemeente
                                        Gouda.</al></li><li nr="k."><al><cursief>verdeelbesluit:</cursief></al></li><li nr="l."><al>het besluit ter vaststelling van de subsidieplafonds voor de
                                        verschillende subsidiabele activiteiten als omschreven in
                                        artikel 2.</al></li><li nr="m."><al><cursief>de wet</cursief>: de Wet stedelijke vernieuwing
                                        (Stb. 2000, 504).</al></li><li nr="n."><al><cursief>woning</cursief>: een gebouw of gedeelte daarvan
                                        dat vanuit bouwtechnisch oogpunt blijvend bestemd en
                                        geschikt is om gedurende het gehele jaar door één
                                        particulier huishouden te worden bewoond.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>paragraaf</label><nr>1.2</nr><titel>- subsidietoepassingsgebied</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2</nr><titel>subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op grond van hoofdstuk 2 van deze verordening kan subsidie
                                    worden verleend voor de volgende activiteiten:</al><lijst><li nr="a."><al>het restaureren van gemeentelijke monumenten (paragraaf
                                            2.1);</al></li><li nr="b."><al>het creëren van woningen boven winkels (paragraaf
                                            2.2);</al></li><li nr="c."><al>het verbeteren van de esthetische kwaliteit van
                                            winkelpuien (paragraaf 2.3);</al></li><li nr="d."><al>het gebruiken van kwaliteitsinstrumenten toekomstgericht
                                            bouwen (paragraaf 2.4).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor alle subsidies als bedoeld in het eerste lid geldt dat ze
                                    slechts worden verstrekt indien de activiteit waarvoor de
                                    subsidie wordt aangevraagd, voldoet aan de doelstellingen van
                                    stedelijke vernieuwing zoals opgenomen in de wet en het
                                    ontwikkelingsprogramma. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de beschikking tot subsidieverlening kan het college
                                    voorwaarden stellen en verplichtingen opleggen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>paragraaf</label><nr>1.3</nr><titel>- subsidieplafonds</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>3</nr><titel>vaststelling subsidieplafonds</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt jaarlijks de subsidieplafonds vast voor de
                                    verstrekking van subsidies voor de in het eerste lid van artikel
                                    2 genoemde activiteiten. Bij de bekendmaking van de
                                    subsidieplafonds vermeldt het college de wijze van
                                    verdeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan besluiten de subsidieplafonds te wijzigen als de
                                    minister of Gedeputeerde Staten voor enig jaar het budget voor
                                    de stedelijke vernieuwing voor de gemeente Gouda
                                    wijzigt/wijzigen en/of als de gemeenteraad de budgettoedeling
                                    van het ontwikkelingsprogramma tussentijds wijzigt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Middelen die vrijvallen als gevolg van het op grond van deze
                                    verordening geheel of gedeeltelijk intrekken van een besluit tot
                                    verlening of vaststelling van subsidie voor de subsidiabele
                                    activiteiten als bedoeld in artikel 1, eerste lid vallen terug
                                    in het budget waaruit ze kwamen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>paragraaf</label><nr>1.4</nr><titel>- algemene procedure voor het aanvragen,
                                verlenen, vaststellen, intrekken, wijzigen, betalen en terugvorderen
                                van subsidies</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>4</nr><titel>toepassingsbereik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De algemene bepalingen uit deze paragraaf zijn van toepassing,
                                    tenzij in hoofdstuk 2 hiervan uitdrukkelijk wordt afgeweken.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvullende bepalingen op de algemene bepalingen uit het eerste
                                    lid zijn, indien van toepassing, opgenomen bij de afzonderlijke
                                    subsidies in hoofdstuk 2.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>5</nr><titel>subsidieaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvrager vraagt subsidie aan bij het college door indiening
                                    van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier dat
                                    het college heeft vastgesteld en beschikbaar gesteld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen om subsidie kunnen het hele jaar worden ingediend en
                                    worden op volgorde van binnenkomst in behandeling genomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvraag om subsidie gaat vergezeld van de op grond van
                                    hoofdstuk 2per subsidiabele activiteit vereiste gegevens
                                    en bescheiden die op het aanvraagformulier worden genoemd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op een daartoe strekkend en gemotiveerd verzoek van de
                                    subsidieaanvrager kan het college vrijstelling verlenen van het
                                    verstrekken van een of meer van de in het derde lid bedoelde
                                    gegevens, tenzij het gegevens betreft die de gemeente op grond
                                    van of krachtens wettelijke regeling aan de minister van
                                    Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer dient te
                                    verschaffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>6</nr><titel>doorschuiven aanvraag</titel></kop><al>Het college kan een aanvraag die na het bereiken van het
                                subsidieplafond voor het betreffende jaar wordt ontvangen, aanmerken
                                als een aanvraag per 1 januari van het jaar daarop. Het
                                subsidieplafond en de wijze van verdeling van dat jaar gelden
                                dan.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>7</nr><titel>subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college bevestigt binnen twee weken de ontvangst van de
                                    aanvraag als bedoeld in artikel 5, eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist binnen dertien weken na ontvangst van de
                                    aanvraag. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de in het tweede lid genoemde termijn met
                                    redenen omkleed eenmalig met acht weken verlengen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de verlenging als bedoeld in het derde lid doet het college
                                    daarvan melding aan de subsidieaanvrager. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan naast de in artikel 4:35 van de Awb genoemde
                                    weigeringsgronden de subsidieverlening weigeren indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de noodzaak van de activiteit niet is aangetoond;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de voorgenomen uitvoering van de activiteit onvoldoende
                                    doelmatig is;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>reeds een begin is gemaakt met de werkzaamheden voordat de
                                    aanvraag als bedoeld in artikel 5, eerste lid bij het college is
                                    ingediend en de bijbehorende bescheiden zijn goedgekeurd;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de aanvraag in strijd is met deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>8</nr><titel>gereedmelding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger meldt de activiteit direct na voltooiing
                                    van de werkzaamheden, doch uiterlijk binnen drie jaar na het
                                    verlenen van de subsidie, bij het college gereed door indiening
                                    van een volledig ingevuld en ondertekend gereedmeldingsformulier
                                    dat het college heeft vastgesteld en beschikbaar gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gereedmelding als bedoeld in het eerste lid is tevens een
                                    aanvraag om vaststelling en uitbetaling van de subsidie. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gereedmelding als bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld
                                    van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een verklaring van de subsidieontvanger dat de activiteit is
                                    uitgevoerd overeenkomst de subsidieverlening;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een gespecificeerde opgave van de kosten van de activiteit met
                                    daarop betrekking hebbende rekeningen en betaalbewijzen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een opgave van de dag waarop de activiteit is
                                    gereedgekomen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de overige op het gereedmeldingsformulier gevraagde gegevens en
                                    bescheiden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college bevestigt binnen twee weken de ontvangst van de
                                    gereedmelding als bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De subsidieontvanger dient gedurende een periode van vijf jaar
                                    na de gereedmeldingsdatum informatie beschikbaar te houden die
                                    het college noodzakelijk acht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>9</nr><titel>subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen dertien weken na ontvangst van de gereedmelding als
                                    bedoeld in artikel 9, eerste lid stelt het college de subsidie
                                    vast. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn eenmalig
                                    met vier weken verlengen voor zover de controle op de juistheid
                                    van de gegevens daartoe aanleiding geeft. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de verlenging als bedoeld in het tweede lid doet het college
                                    daarvan melding aan de subsidieontvanger. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Subsidievaststelling vindt plaats op basis van de door het
                                    college goedgekeurde subsidiabele kosten met als maximum het bij
                                    de subsidieverlening toegekende bedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>10</nr><titel>subsidie-uitbetaling</titel></kop><al>Het college betaalt de subsidieontvanger de subsidie uit als bedrag
                                ineens binnen vier weken na het besluit als bedoeld in artikel 9,
                                eerste lid.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>11</nr><titel>intrekking of wijziging subsidievaststelling en
                                    terugvordering</titel></kop><al>Het college is bevoegd, wanneer de subsidieverlening of
                                subsidievaststelling wordt of is ingetrokken of gewijzigd, ten
                                onrechte uitbetaalde subsidie geheel of gedeeltelijk met vergoeding
                                van de wettelijke rente terug te vorderen.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>12</nr><titel>ontheffing van termijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op een daartoe strekkend en gemotiveerd verzoek
                                    van de subsidieontvanger ontheffing verlenen van de termijnen
                                    genoemd in de artikelen 8, 19, 25 en 31.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college een verzoek als bedoeld in het eerste lid
                                    honoreert, geeft het een nieuwe termijn aan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>13</nr><titel>toezichthouders</titel></kop><al>1.Het college kan toezichthouders als bedoeld in artikel 5:11 van de
                                Awb aanwijzen die zijn belast met het toezicht op de naleving van de
                                verplichtingen die aan een subsidieontvanger zijn opgelegd. Een
                                toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden in de artikelen
                                5:18 en 5:19 van de Awb.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>14</nr><titel>geen apart verslag</titel></kop><al>De werking van artikel 4:24 van de Awb wordt uitgesloten.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>– subsidies</titel></kop><paragraaf><kop><label>paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>– restaureren van gemeentelijke
                                monumenten</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>15</nr><titel>subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan een eigenaar van een gemeentelijk monument
                                    subsidie verlenen voor het treffen van voorzieningen die leiden
                                    tot:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het opheffen van de gebreken aan monumentale onderdelen van het
                                    gemeentelijk monument;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het opheffen van bouwtechnische gebreken aan het casco van het
                                    gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan een eigenaar van een beeldbepalend pand
                                    subsidie verlenen voor het treffen van voorzieningen die leiden
                                    tot het opheffen van gebreken aan de in het gemeentelijk
                                    register van beeldbepalende panden beschreven waardevolle
                                    bouwonderdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan aan een eigenaar van een gemeentelijk monument
                                    subsidie verlenen voor het verrichten van bouwhistorisch
                                    onderzoek voor het gemeentelijk monument.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>16</nr><titel>subsidiebedragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidie op grond van artikel 15, eerste lid sub a, wordt
                                    verleend voor 50% van de door het college goedgekeurde
                                    subsidiabele kosten, met een maximale subsidie van € 16.000,--
                                    per gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Subsidie op grond van artikel 15, eerste lid sub b, wordt
                                    verleend voor 25% van de door het college goedgekeurde
                                    subsidiabele kosten, met een maximale subsidie van € 4.000,--
                                    per gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Subsidie op grond van artikel 15, tweede lid, wordt verleend
                                    voor 25% van de door het college goedgekeurde subsidiabele
                                    kosten, met een maximale subsidie van € 2.000,--. per
                                    beeldbepalend pand.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Subsidie op grond van artikel 15, derde lid, wordt verleend voor
                                    50% van de door het college goedgekeurde subsidiabele kosten,
                                    met een maximale subsidie van € 1.250,-- per bouwhistorisch
                                    onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aanvragen om subsidie komen niet in aanmerking voor subsidie als
                                    de subsidiabele kosten als bedoeld in het eerste, tweede en
                                    derde lid minder bedragen dan € 2.000,--. Tevens komen aanvragen
                                    om subsidie niet in aanmerking voor subsidie als de
                                    subsidieabele kosten als bedoeld in het eerste en tweede lid
                                    gezamenlijk meer bedragen dan € 50.000,--, tenzij het Prins
                                    Bernhardfonds of een daarmee vergelijkbare instelling geen
                                    financiering kan verstrekken aan de subsidieaanvrager vanwege
                                    uitputting van het fonds.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Aanvragen om subsidie komen verder niet in aanmerking voor
                                    subsidie als binnen een periode van vijf jaar het maximale
                                    subsidiebedrag als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid is
                                    verleend voor het betreffende gemeentelijk monument of
                                    beeldbepalend pand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>17</nr><titel>subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de in artikel 16 eerste, tweede en derde lid genoemde
                                    subsidiabele kosten behoren:</al><al>► de kosten in verband met het restaureren van monumentale
                                    onderdelen;</al><al>► de kosten van het bouwtechnisch herstellen van het casco,
                                    gemaakt van historische materialen;</al><al>► de kosten in verband met het opheffen van gebreken aan
                                    beeldbepalende onderdelen van de in het gemeentelijk
                                    monumentenregister beschreven waardevolle bouwonderdelen.</al><al>► de risicoverrekening van loon- en
                                    materiaalprijsstijgingen;</al><al>► het honorarium van de architect, de kosten van het dagelijks
                                    toezicht, de aanbestedingskosten en de kosten van de
                                    constructeur volgens geldend adviseurstarief, met een maximum
                                    van 10% van de goedgekeurde subsidiabele kosten;</al><al>► de kosten in verband met onvoorziene werkzaamheden tot een
                                    maximum van 5% van de bouwkosten;</al><al>► de legeskosten voor de omgevingsvergunning en de kosten voor
                                    eventuele andere vereiste vergunningen;</al><al>► de verschuldigde omzetbelasting;</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Niet voor subsidie komen in aanmerking de kosten van
                                    voorzieningen genoemd in het eerste lid die worden gerekend tot
                                    regulier onderhoud.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvrager kan, met een door het college daartoe beschikbaar
                                    te stellen formulier, verzoeken tot de subsidiabele kosten
                                    genoemd in het eerste lid te rekenen de voorafgaand aan de
                                    uitvoering door het college goedgekeurde kosten wegens
                                    onvermijdelijk meerwerk of de kosten ten gevolge van onvoorziene
                                    maar noodzakelijke wijzigingen in het treffen van de
                                    voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Tot de in artikel 16 vierde lid genoemde subsidiabele kosten
                                    behoren:</al><al>► de onderzoekskosten;</al><al>► de verschuldigde omzetbelasting.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al/><al>Indien werkzaamheden waarvan de kosten vallen onder de het
                                    eerste lid genoemde subsidiabele kosten, in zelfwerkzaamheid
                                    worden verricht dan behoren bij de berekening van de in artikel
                                    17 eerste, tweede en derde lid genoemde subsidiabele kosten in
                                    ieder geval de volgende kosten:</al><al>► het honorarium van de architect, de kosten van het dagelijks
                                    toezicht, de aanbestedingskosten en de kosten van de
                                    constructeur, met een maximum van 10% van de goedgekeurde
                                    subsidiabele kosten;</al><al>► de legeskosten voor de omgevingsvergunning en de kosten voor
                                    eventuele andere vereiste vergunningen;</al><al>► de materiaalkosten;</al><al>► de verschuldigde omzetbelasting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>18</nr><titel>subsidieaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag om subsidie voor een activiteit genoemd in artikel
                                    15 eerste lid dient te bevatten of gaat vergezeld van:</al><al>► een gespecificeerde begroting van de kosten uitgesplitst in
                                    lonen, materiaal, materieel en onderaannemer per
                                    begrotingsonderdeel;</al><al>► een bestek of technische omschrijving;</al><al>► een werkomschrijving;</al><al>► bestektekeningen waarop aangegeven de bestaande en de te
                                    realiseren toestand van het pand of object, beide op een schaal
                                    van 1:100, met een duidelijke tekening van de situaties;</al><al>► indien van toepassing: de voor de restauratie benodigde
                                    geveltekeningen (schaal 1:20) en tekeningen van details (schaal
                                    1:1);</al><al>► de naam en het adres van de aannemer(s);</al><al>► de overige op het aanvraagformulier vermelde gegevens.</al><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De aanvraag om subsidie voor een activiteit genoemd in artikel
                                    15 tweede lid dient te bevatten of gaat vergezeld van:</al><al>► een gespecificeerde begroting van de kosten uitgesplitst naar
                                    lonen, materiaal, materieel en onderaannemer per
                                    begrotingsonderdeel;</al><al>► een werkomschrijving;</al><al>► de voor de restauratie benodigde geveltekening (schaal 1:20)
                                    en tekeningen van details (1:1) waarop aangegeven de bestaande
                                    en de te realiseren toestand;</al><al>► de naam en het adres van de aannemer(s);</al><al>► de overige op het aanvraagformulier vermelde gegevens.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvraag om subsidie voor een activiteit genoemd in artikel
                                    15 derde lid dient te bevatten of gaat vergezeld van:</al><al>► een gespecificeerde begroting van de kosten;</al><al>► een door het college goedgekeurd onderzoeksvoorstel;</al><al>► de naam en het adres van het onderzoeksbureau;</al><al>► de overige op het aanvraagformulier vermelde gegevens.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>19</nr><titel>subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verbindt aan de subsidieverlening de verplichtingen
                                    dat:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de werkzaamheden binnen twaalf weken na de bij het besluit tot
                                    verlening van subsidie bepaalde termijn zijn gestart, onder
                                    schriftelijke mededeling hiervan aan het college;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de werkzaamheden, buiten de werkzaamheden in zelfwerkzaamheid,
                                    worden uitgevoerd door een erkende aannemer en erkende eventuele
                                    onderaannemers;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de eigenaar na afloop van de werkzaamheden waarvoor subsidie is
                                    verleend, het gemeentelijk monument bewaart en onderhoudt in de
                                    staat waarin het door de werkzaamheden waarvoor subsidie is
                                    verleend, is gebracht;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de subsidieaanvrager een schriftelijke verklaring ondertekent
                                    waarin hij verklaart dat hij:</al><lijst><li nr="1."><al>in geval van verkoop van het gemeentelijk monument
                                            binnen vijf jaar na de dagtekening van het besluit tot
                                            vaststelling van de subsidie de uitbetaalde subsidie aan
                                            de gemeente zal restitueren, met dien verstande dat op
                                            het te restitueren bedrag in mindering zal worden
                                            gebracht een bedrag gelijk aan 20% van de verleende
                                            subsidie voor elk vol jaar dat de aanvrager, te rekenen
                                            vanaf de dagtekening van het besluit tot vaststelling en
                                            uitbetaling van de subsidie, eigenaar van het
                                            gemeentelijk monument is geweest;</al></li><li nr="2."><al>het gemeentelijk monument na het gereed melden van de
                                            werkzaamheden zal bewaren en onderhouden in de staat
                                            waarin het door de werkzaamheden waarvoor subsidie is
                                            verleend, is gebracht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid sub d.1. is niet van toepassing
                                    als de verleende subsidie minder bedraagt dan € 2.500,--
                                    euro.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op een daartoe strekkend en gemotiveerd verzoek van de
                                    subsidieaanvrager kan het college tijdens de uitvoering van de
                                    werkzaamheden de subsidieaanvrager, na opgave per
                                    kalenderkwartaal van de werkelijk gemaakte kosten, tot ten
                                    hoogste 85% van de verleende subsidie bevoorschotten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>20</nr><titel>intrekking of wijziging
                                    subsidievaststelling en terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd tot het intrekken of wijzigen van de
                                    vaststellingsbeschikking en het geheel of gedeeltelijk
                                    terugvorderen van reeds uitbetaalde bedragen indien de eigenaar
                                    van een gemeentelijk monument of beeldbepalend pand waarvoor op
                                    basis van artikel 15 subsidie is verleend, nalaat de door het
                                    college opgelegde, na de vaststelling voortdurende,
                                    verplichtingen na te komen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger aan wie, op grond van enig artikel in deze
                                    paragraaf, subsidie is uitbetaald en het in artikel 15 bedoelde
                                    gemeentelijk monument of beeldbepalend pand verkoopt binnen een
                                    periode van vijf jaar na de dagtekening van het besluit tot
                                    vaststelling van de subsidie is gehouden om - binnen één week na
                                    de datum waarop de akte passeert – het college van deze verkoop
                                    schriftelijk op de hoogte te stellen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de verkoop, als bedoeld in het vorige lid, stelt het college
                                    het subsidiebedrag gewijzigd vast, te weten op het
                                    oorspronkelijke subsidiebedrag minus 20% van dit bedrag voor elk
                                    vol jaar dat de subsidieontvanger binnen vijf jaar na de
                                    dagtekening van het besluit tot vaststelling, gerekend vanaf de
                                    datum waarop de akte passeert, geen eigenaar van de woning meer
                                    is, en vorderen het verschil tussen het oorspronkelijke en het
                                    gewijzigde subsidiebedrag zo nodig terug.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De terugbetaling in het tweede lid is niet van toepassing als
                                    het ontvangen subsidiebedrag minder dan € 2.500,--
                                    bedraagt.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>- creëren van woningen boven winkels</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>21</nr><titel>subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Het college kan aan een eigenaar van een pand in het
                                kernwinkelgebied subsidie verlenen voor het treffen van
                                voorzieningen die leiden tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het veranderen van een onzelfstandige woonruimte tot
                                        woning;</al></li><li nr="b."><al>het veranderen van een kantoorruimte in woning;</al></li><li nr="c."><al>het veranderen van een bedrijfsruimte of pakhuis in een
                                        woning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>22</nr><titel>subsidiebedrag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie bedraagt 50% van de door het college goedgekeurde
                                    subsidiabele kosten, met een maximale subsidie van 11.345 per te
                                    realiseren woning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen om subsidie komen niet in aanmerking voor subsidie als
                                    de subsidiabele kosten als bedoeld in het eerste lid minder
                                    bedragen dan € 2.000,--.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>23</nr><titel>subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de in artikel 22 genoemde subsidiabele kosten behoren in
                                    ieder geval:</al><al>► de bouwkosten;</al><al>► de risicoverrekening van loon- en
                                    materiaalprijsstijgingen;</al><al>► het honorarium van de architect, de kosten van het dagelijks
                                    toezicht, de aanbestedingskosten en de kosten van de
                                    constructeur volgens geldend adviseurstarief, met een maximum
                                    van 10% van de goedgekeurde subsidiabele kosten;</al><al>► de legeskosten voor de omgevingsvergunning en de kosten voor
                                    eventuele andere vereiste vergunningen;</al><al>► de verschuldigde omzetbelasting.</al><lijst><li nr="2."><al>Niet voor subsidie komen in aanmerking d kosten van
                                            voorzieningen genoemd in in het eerste lid die worden
                                            gerekend tot regulier onderhoud.</al></li><li nr="3."><al>De subsidieaanvrager kan, met een door het college
                                            daartoe beschikbaar te stellen formulier, verzoeken tot
                                            de subsidiabele kosten genoemd in het eerste lid te
                                            rekenen de kosten wegens onvermijdelijk en onvoorzien
                                            meerwerk of de kosten ten gevolge van onvermijdelijke en
                                            onvoorziene wijzigingen in het treffen van de
                                            voorzieningen. </al></li><li nr="4."><al>Indien werkzaamheden waarvan de kosten vallen onder de
                                            het eerste lid genoemde subsidiabele kosten, in
                                            zelfwerkzaamheid worden verricht dan behoren bij de
                                            berekening van de in artikel 22 genoemde subsidiabele
                                            kosten in ieder geval de volgende kosten:</al></li></lijst><al>► het honorarium van de architect, de kosten van het dagelijks
                                    toezicht, de aanbestedingskosten en de kosten van de
                                    constructeur, met een maximum van 10% van de goedgekeurde
                                    subsidiabele kosten;</al><al>► de legeskosten voor de bouwvergunning en de kosten voor
                                    eventuele andere vereiste vergunningen;</al><al>► de materiaalkosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>24</nr><titel>subsidieaanvraag</titel></kop><al>De aanvraag om subsidie voor een activiteit genoemd in artikel 21
                                dient te bevatten of gaat vergezeld van:</al><al>► een gespecificeerde begroting van de kosten;</al><al>► een door het college goedgekeurd bestek;</al><al>► een werkomschrijving;</al><al>► bestektekeningen waarop aangegeven de bestaande en de te
                                realiseren toestand van het gehele pand en van de te creëren
                                woning(en), alle op een schaal van 1:100, met een duidelijke
                                tekening van de situaties;</al><al>► de naam en het adres van de aannemer(s);</al><al>► de overige op het aanvraagformulier vermelde gegevens.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>25</nr><titel>subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verbindt aan de subsidieverlening de verplichtingen
                                    dat:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de werkzaamheden binnen twaalf weken na de bij het besluit tot
                                    verlening van subsidie bepaalde termijn zijn gestart, onder
                                    schriftelijke mededeling hiervan aan het college;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de werkzaamheden, buiten de werkzaamheden in zelfwerkzaamheid,
                                    worden uitgevoerd door een erkende aannemer en erkende eventuele
                                    onderaannemers;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de eigenaar na afloop van de werkzaamheden waarvoor subsidie is
                                    verleend, de woning bewaart en onderhoudt in de staat waarin het
                                    door de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, is
                                    gebracht;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de subsidieaanvrager een schriftelijke verklaring ondertekent,
                                    waarin hij verklaart dat hij in geval van verkoop van de
                                    gecreëerde woning(en) of onttrekking van de gecreëerde
                                    woning(en) aan de woningvoorraad binnen vijf jaar na de
                                    dagtekening van de vaststelling van de subsidie de uitbetaalde
                                    subsidie aan de gemeente zal restitueren, met dien verstande dat
                                    op het te restitueren bedrag in mindering zal worden gebracht
                                    een bedrag gelijk aan 20% van de verleende subsidie voor elk vol
                                    jaar dat de aanvrager, te rekenen vanaf de dagtekening van het
                                    besluit tot vaststelling en uitbetaling van de subsidie tot de
                                    datum van overdracht van eigendom of onttrekking aan de
                                    woningvoorraad, eigenaar van de woning(en) is geweest.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid onder d is niet van toepassing
                                    als de verleende subsidie minder bedraagt dan € 2.500,--.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op een daartoe strekkend en gemotiveerd verzoek van de
                                    subsidieaanvrager kan het college tijdens de uitvoering van de
                                    werkzaamheden de subsidieaanvrager, na opgave per
                                    kalenderkwartaal van de werkelijk gemaakte kosten, tot ten
                                    hoogste 85% van de verleende subsidie bevoorschotten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>intrekking of wijziging subsidievaststelling en
                                    terugvordering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college is bevoegd tot het intrekken of wijzigen van de
                                        vaststellingsbeschikking en het geheel of gedeeltelijk
                                        terugvorderen van reeds uitbetaalde bedragen indien de
                                        eigenaar van het pand waarvoor op basis van artikel 21
                                        subsidie is verleend, nalaat de door het college opgelegde,
                                        na de vaststelling voortdurende, verplichtingen na te
                                        komen.</al></li><li nr="2."><al>De subsidieontvanger aan wie, op grond van enig artikel in
                                        deze paragraaf, subsidie is uitbetaald en de in artikel 21
                                        bedoelde woning(en) verkoopt of onttrekt aan de
                                        woningvoorraad binnen een periode van vijf jaar na de
                                        dagtekening van het besluit tot vaststelling van de subsidie
                                        is gehouden om - binnen één week na de datum waarop de akte
                                        passeert of de onttrekking plaatsvindt – het college van
                                        deze verkoop of onttrekking schriftelijk op de hoogte te
                                        stellen. </al></li><li nr="3."><al>Bij de verkoop of onttrekking, als bedoeld in het vorige
                                        lid, stelt het college het subsidiebedrag gewijzigd vast, te
                                        weten op het oorspronkelijke subsidiebedrag minus 20% van
                                        dit bedrag voor elk vol jaar dat de subsidieontvanger binnen
                                        vijf jaar na de dagtekening van het besluit tot
                                        vaststelling, gerekend vanaf de datum waarop de akte
                                        passeert of de woning is onttrokken, geen eigenaar van de
                                        woning meer is, en vorderen het verschil tussen het
                                        oorspronkelijke en het gewijzigde subsidiebedrag zo nodig
                                        terug.</al></li><li nr="4."><al>De terugbetaling in het tweede lid is niet van toepassing
                                        als het ontvangen subsidiebedrag minder dan € 2.500,--
                                        euro.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>verbeteren esthetische kwaliteit
                                winkelpuien</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>subsidiabele activiteit</titel></kop><al>Het college kan aan een eigenaar of huurder van een pand in het
                                kernwinkelgebied dat geheel of gedeeltelijk een
                                detailhandelbestemming heeft, subsidie verlenen voor het treffen van
                                voorzieningen die leiden tot het verbeteren van de esthetische
                                kwaliteit van de winkelpui. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>subsidiebedrag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie bedraagt 25% van de door het college goedgekeurde
                                    subsidiabele kosten, met een maximale subsidie van € 5.000,--
                                    per pand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Aanvragen om subsidie komen niet in aanmerking voor subsidie
                                    als de subsidiabele kosten als bedoeld in het eerste lid minder
                                    bedragen dan € 2.000,--.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Tot de in artikel 28 genoemde subsidiabele kosten behoren:</al><al>► de bouwkosten;</al><al>► de risicoverrekening van loon- en
                                    materiaalprijsstijgingen;</al><al>► het honorarium van de architect, de kosten van het dagelijks
                                    toezicht, de aanbestedingskosten en de kosten van de
                                    constructeur volgens geldend adviseurstarief, met een maximum
                                    van 10% van de goedgekeurde subsidiabele kosten;</al><al>► de legeskosten voor de omgevingsvergunning en de kosten voor
                                    eventuele andere vereiste vergunningen;</al><al>► de verschuldigde omzetbelasting. </al><al/><al/><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Niet voor subsidie komen in aanmerking de kosten van
                                    voorzieningen genoemd in het eerste lid die worden gerekend tot
                                    regulier onderhoud.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De subsidieaanvrager kan, met een door het college daartoe
                                    beschikbaar te stellen formulier, verzoeken tot de subsidiabele
                                    kosten genoemd in het eerste lid te rekenen de kosten wegens
                                    onvermijdelijk en onvoorzien meerwerk of de kosten ten gevolge
                                    van onvermijdelijke en onvoorziene wijzigingen in het treffen
                                    van de voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Indien werkzaamheden waarvan de kosten vallen onder de het
                                    eerste lid genoemde subsidiabele kosten, in zelfwerkzaamheid
                                    worden verricht dan behoren bij de berekening van de in artikel
                                    29 genoemde subsidiabele kosten in ieder geval de volgende
                                    kosten:</al><al>► het honorarium van de architect, de kosten van het dagelijks
                                    toezicht, de aanbestedingskosten en de kosten van de
                                    constructeur, met een maximum van 10% van de goedgekeurde
                                    subsidiabele kosten;</al><al>► de legeskosten voor de bouwvergunning en de kosten voor
                                    eventuele andere vereiste vergunningen;</al><al>► de materiaalkosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>subsidieaanvraag</titel></kop><al>De aanvraag om subsidie voor een activiteit genoemd in artikel 27
                                dient te bevatten of gaat vergezeld van:</al><al/><al>► een gespecificeerde begroting van de kosten;</al><al>► een werkomschrijving;</al><al>► tekeningen waarop aangegeven de bestaande en de te realiseren
                                voorgevel, alle op een schaal van 1:100, met een duidelijke tekening
                                van de situaties;</al><al>► de naam en het adres van de aannemer(s);</al><al>► de overige op het aanvraagformulier vermelde gegevens.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>subsidieverlening</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college verbindt aan de subsidieverlening de
                                        verplichtingen dat:</al></li><li nr="a."><al>de werkzaamheden binnen twaalf weken na de bij het besluit
                                        tot verlening van subsidie bepaalde termijn zijn gestart,
                                        onder schriftelijke mededeling hiervan aan het college;</al></li><li nr="b."><al>de werkzaamheden, buiten de werkzaamheden in
                                        zelfwerkzaamheid, worden uitgevoerd door een erkende
                                        aannemer en erkende eventuele onderaannemers;</al></li><li nr="c."><al>de eigenaar na afloop van de werkzaamheden waarvoor subsidie
                                        is verleend, de winkelpui bewaart en onderhoudt in de staat
                                        waarin het door de werkzaamheden waarvoor subsidie is
                                        verleend, is gebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>intrekking of wijziging subsidievaststelling en
                                    terugvordering</titel></kop><al>Het college is bevoegd tot het intrekken of wijzigen van de
                                vaststellingsbeschikking en het geheel of gedeeltelijk terugvorderen
                                van reeds uitbetaalde bedragen indien de eigenaar of huurder van het
                                pand met de winkelpui waarvoor op basis van artikel 27 subsidie is
                                verleend, nalaat de door het college opgelegde, na de vaststelling
                                voortdurende, verplichtingen na te komen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.4</nr><titel>gebruiken kwaliteitsinstrumenten toekomstgericht bouwen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Het college kan een projectontwikkelaar, bouwer of woningcorporatie
                                van een binnenstedelijk woningbouwproject met het oog op
                                toekomstbestendige nieuwbouw subsidie verlenen voor </al><lijst><li nr="a."><al>het verkrijgen van een licentie DuurzaamheidsProfiel van een
                                        Locatie (DPL), GPR-Stedenbouw of een vergelijkbaar
                                        kwaliteitsinstrument om het stedenbouwkundige ontwerp binnen
                                        dat project te beoordelen op zijn
                                        duurzaamheidsprestaties;</al></li><li nr="b."><al>het verkrijgen van een licentie GPR-Gebouw of een
                                        vergelijkbaar kwaliteitsinstrument om ontwerpen voor
                                        woongebouwen en woningen binnen dat project te beoordelen op
                                        hun duurzaamheidsprestaties;</al></li><li nr="c."><al>het verkrijgen van de Voorlopige Akkoordverklaring Woonkeur
                                        met pluspakket veiligheid voor de woongebouwen en woningen
                                        binnen dat project.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>subsidiebedragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidie als bedoeld in artikel 33 onder a bedraagt 50% van de
                                    door het college goedgekeurde subsidiabele kosten, met een
                                    maximale subsidie van € 500,-- per woningbouwproject.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Subsidie als bedoeld in artikel 33 onder b bedraagt 50% van de
                                    door het college goedgekeurde subsidiabele kosten, met een
                                    maximale subsidie van € 250,-- per woningbouwproject.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Subsidie als bedoeld in het artikel 33 onder c bedraagt 50% van
                                    de door het college goedgekeurde subsidiabele kosten, met een
                                    maximale subsidie van € 1.500,-- per woningbouwproject.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de in artikel 34 eerste en tweede lid genoemde subsidiabele
                                    kosten behoren alleen de licentiekosten van de
                                    programmatuur.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Tot de in artikel 34 derde lid genoemde subsidiabele kosten
                                    behoren alleen de kosten van de eerste keuring, te weten het
                                    toetsen van het definitieve bestek met bijbehorende tekeningen
                                    aan de eisen van het basispakket inclusief pluspakket
                                    veiligheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>subsidieaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De aanvraag om subsidie voor een activiteit genoemd in artikel
                                    33 onder a en b dient te bevatten of gaat vergezeld van:</al><al>► een kopie van de offerte voor de aanschaf van de
                                    programmatuur;</al><al>► de naam en het adres van de leverancier;</al><al>► de overige op het aanvraagformulier vermelde gegevens.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De aanvraag om subsidie voor een activiteit genoemd in artikel
                                    33 onder c dient te bevatten of gaat vergezeld van:</al><al>► een kopie van het volledig ingevulde en ondertekende
                                    aanmeldformulier project Woonkeur;</al><al>► een raming van de kosten voor de eerste keuring;</al><al>► de overige op het aanvraagformulier vermelde gegevens.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>subsidieverlening tevens subsidievaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt de subsidie voor een activiteit vermeld in
                                        artikel 33 onder a en b meteen vast en legt daarbij de
                                        verplichting op dat de subsidieontvanger het college
                                        schriftelijk de uitslag van de berekening(en) op basis van
                                        het definitieve ontwerp meedeelt binnen 4 weken na het
                                        bekend worden van de uitslag.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt de subsidie voor een activiteit vermeld in
                                        artikel 33 onder c de meteen vast en legt daarbij de
                                        verplichting op dat de subsidieontvanger het college een
                                        kopie van het keuringsrapport op basis van het definitieve
                                        bestek en tekeningen toestuurt binnen 4 weken na de
                                        oplevering van het rapport.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>- overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>38</nr><titel>overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op aanvragen, waarop vóór de inwerkingtreding van deze verordening
                                subsidie is verleend, blijven de bepalingen van de regelingen op
                                grond waarvan deze subsidie is verleend, van toepassing. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op aanvragen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze
                                verordening en waarop nog niet onherroepelijk is beslist, blijft de
                                verordening van toepassing onder de werking waarvan de aanvraag is
                                ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>39</nr><titel>hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van
                            deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met
                            uitzondering van artikelen 1, 2 en 3, voor zover toepassing gelet op het
                            belang van de subsidieaanvrager of subsidieontvanger leidt tot
                            onbillijkheid van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>40</nr><titel>citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Subsidieverordening stedelijke
                            vernieuwing 2011.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>41</nr><titel>inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend
                                    op haar bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De Subsidieverordening stedelijke vernieuwing 2005, vastgesteld
                                    door de gemeenteraad op 13 december 2004, wordt met de
                                    inwerkingtreding van de in lid 1 genoemde subsidieverordening
                                    ingetrokken.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Gouda in de openbare
                        vergadering van 22 juni 2011</al><al>De raad van de gemeente voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening>W.M. Cornelis , voorzitter</ondertekening><ondertekening>B.Lubbers , griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij de subsidieverordening stedelijke vernieuwing Gouda
                        2011</titel></kop><tussenkop>algemeen</tussenkop><al/><al>De Subsidieverordening stedelijke vernieuwing 2005 is ingetrokken en de
                    Subsidieverordening stedelijke vernieuwing Gouda 2011 is een geactualiseerde
                    versie. Aanleiding voor deze nieuwe verordening zijn het Ontwikkelingsprogramma
                    stedelijke vernieuwing 2010-2014 dat de gemeenteraad op 30 juni 2010 heeft
                    vastgesteld, en de Bestuursovereenkomst stedelijke vernieuwing 2010-2014 die het
                    college van burgemeester en wethouders in december 2010 met Gedeputeerde Staten
                    van Zuid-Holland heeft gesloten. In het ontwikkelingsprogramma is een aantal
                    programmaonderdelen opgenomen met een subsidieachtig karakter. Deze verordening
                    bevat de regels voor de subsidies die bij deze programmaonderdelen horen. Deze
                    regels sluiten aan op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht.</al><al>De grondslag voor deze verordening ligt in artikel 149 Gemeentewet. De Wet
                    stedelijke vernieuwing kent geen zelfstandige bevoegdheid tot het in leven
                    roepen van een subsidieverordening.</al><tussenkop>artikelsgewijs</tussenkop><al/><tussenkop>hoofdstuk 1 - algemene bepalingen</tussenkop><al>De Algemene bepalingen van hoofdstuk 1 gelden voor alle onderdelen. Specifieke
                    bepalingen of aanvullingen op deze algemene bepalingen staan in hoofdstuk 2. De
                    bepalingen van hoofdstuk 1 zijn daarom naast de bepalingen in hoofdstuk 2 van
                    toepassing. Specifieke bepalingen gaan voor algemene bepalingen.</al><al/><tussenkop>artikel 1 begripsomschrijvingen</tussenkop><al>In dit artikel worden de begrippen uitgelegd die bij de toekenning van de
                    verschillende subsidies een rol spelen. Veelal zijn dat nieuwe begrippen die te
                    maken hebben met stedelijke vernieuwing, zoals met name verwoord in het
                    ‘Ontwikkelingsprogramma stedelijke vernieuwing Gouda 2010-204’ (hierna: het
                    ontwikkelingsprogramma). Begrippen als ‘subsidie’, ‘subsidieontvanger’,
                    ‘subsidieaanvrager’, ‘subsidieontvanger’ en ‘subsidieplafond’ zijn niet
                    opgenomen, omdat deze al volgen uit het subsidiebegrip en de subsidietitel in
                    titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb). Ook niet
                    omschreven is een begrip als ‘stedelijke vernieuwing’, omdat dit al is verklaard
                    in de wet.</al><tussenkop>artikel 2</tussenkop><tussenkop>subsidiabele activiteiten</tussenkop><al/><al>Dit artikel geeft aan waarvoor op grond van deze verordening subsidie wordt
                    verleend. De opsomming in lid 1 is limitatief. Het zijn investerings- en
                    stimuleringssubsidies die een eenmalig karakter hebben. Lid 2 bepaalt dat alle
                    subsidieaanvragen zullen worden getoetst aan de doelstellingen van stedelijke
                    vernieuwing in de gemeente, zoals verwoord in de Wet stedelijke vernieuwing en
                    het ontwikkelingsprogramma. In lid 3 is opgenomen dat het college van
                    burgemeester en wethouders (hierna: het college) nadere eisen kunnen stellen aan
                    de subsidieontvanger.</al><al/><tussenkop>artikel 3 vaststelling subsidieplafonds</tussenkop><al>In lid 1 is het subsidieplafond opgenomen. Dit is volgens artikel 4:22 van de
                    Awb het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak maximaal beschikbaar is voor de
                    verstrekking van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift. Voor de
                    verschillende subsidiabele activiteiten (artikel 2 lid 1) worden
                    subsidieplafonds vastgesteld. In lid 3 is aangegeven dat vrijvallende middelen
                    worden ingezet voor de subsidiabele activiteiten waarvoor zij in eerste
                    instantie waren bestemd.</al><al/><tussenkop>artikel 4 toepassingsbereik</tussenkop><al>De systematiek van paragraaf 1.4 wordt voor de overzichtelijkheid ook gehanteerd
                    bij de subsidies in hoofdstuk 2, voor zover er geen sprake is van aanvullingen
                    op, of afwijkingen van de algemene procedure.</al><al/><tussenkop>artikel 5 subsidieaanvraag</tussenkop><al>Om de procedure te vergemakkelijken zijn door het college vastgestelde
                    aanvraagformulieren verkrijgbaar (per subsidiabele activiteit een daarop
                    afgestemd formulier). Er is afgezien van een uiterste indieningsdatum: het
                    tijdstip van ontvangst is bepalend voor het moment van behandeling van een
                    aanvraag (zie ook artikel 6). Het principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst
                    maalt’ geldt.</al><al>Gezien de diversiteit aan subsidies is er voor gekozen de vereiste gegevens op
                    te nemen bij de verschillende subsidiabele activiteiten zelf, en niet in het
                    algemene deel. De gevraagde gegevens zijn nodig om de aanvragen te toetsen aan
                    de criteria.</al><al/><tussenkop>artikel 6</tussenkop><tussenkop>doorschuiven aanvraag</tussenkop><al>In afdeling 4.2.2 Awb is geregeld dat een subsidie wordt geweigerd voor zover
                    door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden.
                    Dergelijke aanvragen kunnen echter wel worden doorgeschoven naar het volgende
                    jaar. Dit doorschuiven komt in de plaats van het oude aanhouden. Aanhouding is
                    namelijk niet geregeld in de Awb. Het doorschuiven geeft niet automatisch recht
                    op subsidie in het volgende jaar. Beoordeling van de aanvraag geschiedt op basis
                    van de in het jaar van subsidieverlening geldende criteria en dergelijke.</al><al/><tussenkop>artikel 7</tussenkop><tussenkop>subsidieverlening</tussenkop><al>Het college verleent alleen subsidie als het subsidieplafond niet wordt
                    overschreden. Dit staat niet expliciet vermeld in dit artikel, omdat dit is
                    bepaald in de Awb (artikel 4:25, lid 2). De leden 2 en 3 bepalen welke termijn
                    het college in acht neemt om de aanvraag te beoordelen.</al><al>In artikel 4:25, lid 2 van de Awb is bepaald in welk geval de subsidie in elk
                    geval dient te worden geweigerd. Daarnaast zijn in artikel 4:35 van de Awb
                    facultatieve weigeringsgronden genoemd. Lid 5 is een uitwerking van dit artikel
                    4:35. Onder c. wordt bepaald dat nog niet met de werkzaamheden mag worden
                    begonnen voordat de aanvraag is behandeld. Deze bepaling biedt de ruimte om,
                    vooruitlopend op het indienen van de aanvraag om subsidie, toestemming te
                    verkrijgen de activiteit of de werkzaamheden te starten, zonder het recht op
                    subsidie te verliezen. Het is echter niet de bedoeling dat een activiteit die
                    reeds is afgerond, alsnog voor subsidie in aanmerking komt. Wanneer het college
                    instemt met het begin van de werkzaamheden vóór de aanvraag, wordt de activiteit
                    wel zoveel mogelijk getoetst aan de overige vereisten op grond van deze
                    verordening.</al><al/><tussenkop>artikel 8</tussenkop><tussenkop>gereedmelding</tussenkop><al>Zodra een activiteit is voltooid, vindt de gereedmelding plaats door de
                    subsidieaanvrager (leden 1 en 2). De procedure is analoog aan de
                    aanvraagprocedure. Een gereedmeldingstermijn is gewenst om de voortgang van de
                    activiteit te garanderen en om te voorkomen dat onnodig lang een verplichting
                    tot subsidie blijft bestaan. Lid 3, onder a bepaalt dat de subsidieontvanger een
                    verklaring indient dat de activiteit is uitgevoerd overeenkomstig de
                    verleningsbeschikking. Om te voorkomen dat iedere verplichting daadwerkelijk
                    moet worden gecontroleerd, is er voor gekozen om een verklaring te vragen.
                    Indien later blijkt dat de uitvoering van de activiteit niet overeenkomstig de
                    verleningsbeschikking heeft plaatsgevonden, kan de subsidievaststelling worden
                    ingetrokken en eventueel subsidie worden teruggevorderd. Met het oog op de
                    uitbetaling van de subsidie is het van belang te weten wanneer de activiteit is
                    voltooid (lid 3, sub c); zo ook bij eventuele terugvorderingsprocedures als
                    opgenomen in de paragraaf 2.1. Omdat de gemeente controle moet kunnen
                    uitoefenen, moeten de rekeningen en betalingsbewijzen beschikbaar worden
                    gehouden (lid 3, sub b).</al><al/><tussenkop>artikel 9</tussenkop><tussenkop>subsidievaststelling</tussenkop><al>De vaststelling dient om de hoogte van de subsidie definitief te bepalen op
                    basis van de uitvoering van de activiteit. Indien het college instemt met de
                    aanvraag tot vaststelling en uitbetaling, stellen ze de subsidie vast
                    overeenkomstig artikel 4:46 Awb. Artikel 4:46 van de Awb noemt in lid 2 de
                    gronden om de subsidie lager vast te stellen.</al><al/><tussenkop>artikel 10</tussenkop><tussenkop>subsidie-uitbetaling</tussenkop><al>De subsidie wordt in principe betaald als bijdrage ineens. Dit is geen
                    verplichting die uit de Wet stedelijke vernieuwing voortvloeit, maar daar wel
                    logisch uit volgt. In die wet is evenmin vastgelegd wanneer de betaling dient
                    plaats te vinden. De algemene termijn hiervoor is binnen zes weken na de
                    subsidievaststelling (zie artikel 4:87, lid 1 van de Awb). </al><al/><tussenkop>artikel 11 </tussenkop><tussenkop>intrekking of wijziging subsidievaststelling en
                    terugvordering</tussenkop><al>De intrekking of wijziging van een beschikking tot subsidievaststelling
                    geschiedt op basis van artikel 4:49 van de Awb.</al><al/><tussenkop>artikel 12</tussenkop><tussenkop>ontheffing van termijnen</tussenkop><al>Dit artikel strekt ertoe voor de gestelde termijnen een algemene
                    ontheffingsgrond te geven voor het college om indien nodig betrokkene meer tijd
                    te gunnen. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om het aanleveren van noodzakelijke
                    gegevens of het verlengen van de gereedmeldingstermijn.</al><al/><tussenkop>artikel 13</tussenkop><tussenkop>toezichthouders</tussenkop><al>Van toepassing is afdeling 5.2 Awb: toezicht op de naleving. De memorie van
                    toelichting op de Awb kenschetst toezicht op de naleving als de uitvoering van
                    controles zonder dat van de overtreding van een wettelijk voorschrift hoeft te
                    zijn gebleken. Hiervan zou een belangrijk preventief effect uitgaan. Het
                    wettelijk voorschrift is deze verordening en het toezicht omvat krachtens deze
                    verordening opgelegde verplichtingen. Verwezen wordt naar afdeling 5.2 Awb
                    waarin onder meer staat dat de toezichthouder bevoegd is om elke plaats te
                    betreden met uitzondering van een woningen zonder toestemming van de bewoner en
                    om inzage te vorderen in zakelijke bescheiden en zonodig kopieën te maken. De
                    bevoegdheden van de artikelen 5:18 en 5:19 zijn uitgezonderd, aangezien deze
                    bevoegdheden niet noodzakelijk zijn in het kader van deze verordening.</al><al/><tussenkop>artikel 14</tussenkop><tussenkop>geen apart verslag</tussenkop><al>Artikel 4:24 van de Awb bepaalt dat er ten minste eenmaal in de vijf jaar een
                    verslag moet worden gepubliceerd over de doeltreffendheid en de effecten van de
                    subsidie in de praktijk, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Het
                    college moet jaarlijks, in beginsel via de jaarrekening, verantwoording afleggen
                    aan de gemeenteraad over de afspraken die de gemeente Gouda, als
                    programmagemeente, op basis van de Wet stedelijke vernieuwing met de provincie
                    heeft gemaakt. Daarbij doet het college feitelijk verslag over de
                    doeltreffenheid en effecten van de subsidie in de praktijd. In de verordening is
                    de toepassing van dit artikel daarom uitgesloten. Dit betekent dat het
                    gemeentebestuur een dergelijk verslag niet hoeft op te stellen en te
                    publiceren.</al><tussenkop>hoofdstuk 2 - subsidies</tussenkop><al>Hoofdstuk 2 moet in samenhang met het eerste hoofdstuk worden gelezen. Daarin
                    zijn de algemene procedures van aanvragen, gereedmelden en dergelijke
                    vastgelegd. Het tweede hoofdstuk geeft aanvullende of afwijkende
                    bepalingen.</al><al/><tussenkop>artikel 15</tussenkop><tussenkop>subsidiabele activiteiten</tussenkop><al>Dit artikel geeft aan voor welke voorzieningen bij restauratie van panden en
                    andere objecten met een gemeentelijk monumentaal of beeldbepalend karakter
                    subsidie wordt verleend.</al><al/><tussenkop>artikel 16</tussenkop><tussenkop>subsidiebedragen</tussenkop><al>In dit artikel wordt bepaald welke subsidiebedragen maximaal worden verstrekt
                    voor de in de leden 1, 2 en 3 van artikel 15 beschreven subsidiabele
                    activiteiten. In de leden 5 en 6 staat wanneer aanvragen niet in aanmerking
                    komen voor subsidie. Op grond van lid 6 is het mogelijk om binnen vijf jaar
                    meerdere keren voor een en het zelfde gemeentelijke monument of beeldbepalende
                    pand subsidie aan te vragen zolang nog niet het maximale subsidiebedrag is
                    verleend binnen die periode.</al><al/><tussenkop>artikel 17</tussenkop><tussenkop>subsidiabele kosten</tussenkop><al>In lid 1 en lid 4 wordt gedefinieerd wat behoort tot de in artikel 16 genoemde
                    subsidiabele uitvoeringskosten. </al><al>Tot de kosten in verband met het restaureren van monumentale onderdelen worden
                    in ieder geval gerekend kozijnen en ramen (met roedenverdeling, schuiframen met
                    contragewichten en dergelijke); geornamenteerde deuren met lijstwerk;
                    versieringen en deuromlijstingen; opgeklampte deuren en luiken; puien met
                    lijstwerk en/of ornamenten; bijzondere metselverbanden in gevels en voegwerk
                    (knip- of snijvoeg); geprofileerde kroonlijsten, daklijsten en gootlijsten;
                    gecompliceerde versieringen in baksteen, natuursteen en stucwerk; stucwerk in
                    blokverband; rieten daken, leien daken en koperen daken en bijzondere pannen;
                    historische kapconstructie; en historische interieuronderdelen.</al><al>Tot de kosten van het bouwtechnisch herstellen van onderdelen van het casco,
                    gemaakt van historische materialen, worden in ieder geval gerekend</al><lijst><li nr="·"><al>het herstel van dragende gevels en dragende muren waaronder wordt
                            verstaan het vervangen van steens of halfsteens metselwerk of spouwmuren
                            en in samenhang hiermee het vervangen van buitenkozijnen met vulling en
                            het vervangen van lateien;</al></li><li nr="·"><al>het herstel van vloerconstructies, waaronder wordt verstaan het slopen
                            van plint en verrotte vloerdelen; het slopen van verrotte balken of het
                            waterpas stellen van bestaande balken; en in samenhang hiermee het
                            aanpassen oplegging en nis voor balken; het aanbrengen van (nieuwe)
                            balken en/of (nieuwe) vloeren of vloerdelen; het aanbrengen van een
                            nieuwe vloerconstructie met ander volgens geldende voorschriften
                            toegestaan bouwmateriaal;het aanbrengen van nieuwe plinten; het
                            noodzakelijk aanbrengen van een constructieve betonvloer op isolatie en
                            waterkerende folie; het vervangen van balkons; en het vervangen van
                            trappen;</al></li><li nr="·"><al>het herstel van kapconstructies, waaronder wordt verstaan het repareren
                            en/of vernieuwen van de kapconstructie, gordingen, muurplaten, spant(en)
                            en in samenhang hiermee het afhalen en aanbrengen van pannen of
                            bitumineuze dakbedekking; het afhalen van panlatten, tengels en
                            dakbeschot en aanbrengen (zonodig vernieuwen); het vernieuwen van goten;
                            het vernieuwen van schoorstenen per m kanaal;</al></li><li nr="·"><al>het herstel van binnen de woning aanwezige riolering;</al></li><li nr="·"><al>het herstel van dakbedekking, waaronder wordt verstaan het afhalen en
                            aanbrengen van pannen of bitumineuze dakbedekking; het afhalen en
                            aanbrengen (zonodig vernieuwen) van panlatten, tengels en dakbeschot;
                            het vernieuwen van goten; en het vernieuwen van schoorstenen per 1m
                            kanaal.</al></li></lijst><al>Tot de kosten in verband met het restaureren van monumentale onderdelen van de
                    in het gemeentelijke monumentenregister beschreven bouwonderdelen worden in
                    ieder geval gerekend kozijnen en ramen (met roedenverdeling, schuiframen met
                    contragewichten en dergelijke); geornamenteerde deuren met lijstwerk,
                    versieringen en deuromlijstingen; opgeklampte deuren en luiken; puien met
                    lijstwerk en/of ornamenten; bijzondere metselverbanden in gevels en bijzonder
                    voegwerk; geprofileerde kroonlijsten, daklijsten en gootlijsten; gecompliceerde
                    versieringen in baksteen, natuursteen en stucwerk; stucwerk in blokverband;
                    rieten daken, leien daken en koperen daken en bijzondere pannen; kapconstructies
                    inclusief goten.</al><al>Lid 2 geeft aan dat de kosten van regulier onderhoud niet subsidiabel zijn. In
                    lid 3 wordt ingegaan op de kosten van onvermijdelijk en onvoorzien meerwerk of
                    kosten die het gevolg zijn van onvermijdelijke en onvoorziene wijzigingen in
                    voorzieningen die worden getroffen. In lid 5 wordt aangegeven welke kosten in
                    geval van zelfwerkzaamheid bij de bepaling van de subsidie worden meegerekend. </al><al/><tussenkop>artikel 18</tussenkop><tussenkop>subsidieaanvraag</tussenkop><al>In dit artikel is bepaald welke gegevens bij de aanvraag van subsidie moeten
                    worden overlegd.</al><al/><tussenkop>artikel 19</tussenkop><tussenkop>subsidieverlening</tussenkop><al>Dit artikel bevat de verplichtingen die het college van burgemeester en
                    wethouders aan de subsidieverlening verbindt. In lid 3 wordt aangegeven wanneer
                    een subsidieaanvraag in aanvulling op artikel 7 lid 5 wordt geweigerd. In lid 4
                    wordt aangegeven onder welke voorwaarden tijdens de uitvoering van het werk
                    desgewenst een voorschot kan worden verleend.</al><al/><tussenkop>artikel 20</tussenkop><tussenkop>intrekking of wijziging subsidievaststelling en
                    terugvordering</tussenkop><al>In dit artikel wordt bepaald dat de subsidieontvanger bij verkoop van het
                    gerestaureerde gemeentelijk monument of beeldbepalende pand binnen vijf jaar na
                    de dagtekening van het besluit tot vaststelling van de subsidie het college
                    hiervan op de hoogte moet stellen. Het college zal vervolgens het subsidiebedrag
                    opnieuw vaststellen en het ontvangen bedrag geheel of gedeeltelijk
                    terugvorderen.</al><tussenkop>artikel 21subsidiabele activiteiten</tussenkop><al>Dit artikel geeft aan waarvoor een eigenaar van een pand in het kernwinkelgebied
                    bij het creëren van nieuwe woonruimte in een bestaand pand subsidie kan
                    krijgen.</al><al/><tussenkop>artikel 22</tussenkop><tussenkop>subsidiebedrag</tussenkop><al>In dit artikel wordt bepaald welk subsidiebedrag maximaal wordt verstrekt.</al><al/><tussenkop>artikel 23</tussenkop><tussenkop>subsidiabele kosten</tussenkop><al>In lid 1 wordt gedefinieerd wat behoort tot de in artikel 22 genoemde
                    subsidiabele uitvoeringskosten. Lid 2 geeft aan dat de kosten van regulier
                    onderhoud niet subsidiabel zijn. In lid 3 wordt ingegaan op de kosten van
                    onvermijdelijk en onvoorzien meerwerk of kosten die het gevolg zijn van
                    onvermijdelijke en onvoorziene wijzigingen in voorzieningen die worden
                    getroffen. In lid 4 wordt aangegeven welke kosten in geval van zelfwerkzaamheid
                    bij de bepaling van de subsidie worden meegerekend.</al><tussenkop>artikel 24subsidieaanvraag</tussenkop><al>In dit artikel is bepaald welke gegevens bij de aanvraag van subsidie moeten
                    worden overlegd.</al><al/><tussenkop>artikel 25</tussenkop><tussenkop>subsidieverlening</tussenkop><al>Dit artikel bevat de verplichtingen die het college van burgemeester en
                    wethouders aan de subsidieverlening verbindt. In lid 3 wordt aangegeven onder
                    welke voorwaarden tijdens de uitvoering van het werk desgewenst een voorschot
                    kan worden verleend.</al><al/><al><cursief>artikel 26</cursief></al><tussenkop>intrekking of wijziging subsidievaststelling en
                    terugvordering</tussenkop><al>In dit artikel wordt bepaald dat bij verkoop van de nieuw gecreëerde woning
                    binnen het kernwinkelgebied binnen vijf jaar na de dagtekening van het besluit
                    tot vaststelling van de subsidie de subsidieontvanger het college hiervan op de
                    hoogte moet stellen. Het college zal vervolgens het subsidiebedrag opnieuw
                    vaststellen en het ontvangen bedrag geheel of gedeeltelijk terugvorderen.</al><al/><al>artikel 27 </al><tussenkop>subsidiabele activiteiten</tussenkop><al>In dit artikel wordt aangegeven dat de eigenaar of huurder van een pand in het
                    kernwinkelgebied, waarvan de begane grond of het gehele pand een
                    detailhandelsbestemming (winkel) heeft, subsidie kan krijgen voor maatregelen
                    ter verbetering van de esthetische kwaliteit van de voorgevel van een pand. Voor
                    hoekpanden geldt dat in principe ook voor aan de openbare weg grenzende
                    zijgevels tot de voorgevel worden gerekend. </al><tussenkop>artikel 28</tussenkop><al>In dit artikel wordt bepaald welk subsidiebedrag maximaal wordt verstrekt.</al><al/><tussenkop>artikel 29</tussenkop><al>In lid 1 wordt gedefinieerd wat behoort tot de in artikel 28 genoemde
                    subsidiabele uitvoeringskosten. Lid 2 geeft aan dat de kosten van regulier
                    onderhoud niet subsidiabel zijn. In lid 3 wordt ingegaan op de kosten van
                    onvermijdelijk en onvoorzien meerwerk of kosten die het gevolg zijn van
                    onvermijdelijke en onvoorziene wijzigingen in voorzieningen die worden
                    getroffen. In lid 4 wordt aangegeven welke kosten in geval van zelfwerkzaamheid
                    bij de bepaling van de subsidie worden meegerekend.</al><al/><tussenkop>artikel 30 subsidieaanvraag</tussenkop><al>In dit artikel is bepaald welke gegevens bij de aanvraag van subsidie moeten
                    worden overlegd.</al><al/><al><cursief>artikel 31 subsidieverlening</cursief></al><tussenkop>D<cursief>it artikel bevat de verplichtingen die het
                        college van burgemeester en wethouders aan de subsidieverlening
                        verbindt.</cursief></tussenkop><al/><tussenkop>artikel 32</tussenkop><tussenkop>intrekking of wijziging subsidievaststelling en
                    terugvordering</tussenkop><al>In dit artikel wordt bepaald dat indien de eigenaar nalaat om na vaststelling
                    voortdurende verplichtingen na te komen, het college het subsidiebedrag opnieuw
                    zal vaststellen en geheel of gedeeltelijk zal terugvorderen.</al><al/><tussenkop>artikel 33 subsidiabele activiteiten</tussenkop><al>een projectontwikkelaar, bouwer of woningcorporaties als opdrachtgever van een
                    binnenstedelijk woningbouwproject subsidiebevordering toekomstbestendige
                    nieuwbouw.</al><al/><tussenkop>artikel 34</tussenkop><tussenkop>subsidiebedragen</tussenkop><al>In dit artikel wordt bepaald welke subsidiebedragen maximaal worden
                    verstrekt.</al><al/><tussenkop>artikel 35</tussenkop><tussenkop>subsidiabele kosten</tussenkop><al>In dit artikel wordt aangegeven wat tot de subsidiabele kosten wordt
                    gerekend.</al><al/><tussenkop>artikel 36</tussenkop><tussenkop>subsidieaanvraag</tussenkop><al>In dit artikel wordt bepaald welke gegevens bij de aanvraag van subsidie moeten
                    worden overlegd.</al><al/><tussenkop>artikel 37 </tussenkop><tussenkop>subsidieverlening tevens subsidievaststelling</tussenkop><al>Dit artikel bevat de verplichtingen die het college aan de subsidieverlening
                    verbindt. De subsidieverlening is tevens de subsidievaststelling.</al><al/><tussenkop>hoofdstuk 3 - overgangs- en slotbepalingen</tussenkop><al/><tussenkop>artikel 38</tussenkop><tussenkop>overgangsbepaling</tussenkop><al/><al>In lid 1 is geregeld dat de bepalingen van de regelingen op grond waarvan
                    subsidie is verleend, van toepassing blijven zoals deze luidden op het moment
                    van de verlening van de subsidie. Dit kan ook van belang zijn in verband met een
                    ingesteld beroep.</al><al/><al>Deze regelingen zijn:</al><al>1. De Subsidieverordening stadsvernieuwing 1994 (vastgesteld door de
                    gemeenteraad op 21 november 1994 en ingetrokken op 17 december 2001 wordt voor
                    zover er geen procedures meer lopen omet betrekking tot subsidie die op grond
                    van deze verordeningis isis verleend). </al><al>2. De Subsidieverordening stedelijke vernieuwing 2002 (vastgesteld door de
                    gemeenteraad op 17 december 2001 en ingetrokken op 9 december 2002 voor zover er
                    geen procedures meer lopen met betrekking tot subsidie die op grond van deze
                    verordening is verleend). </al><al>3. De Subsidieverordening stedelijke vernieuwing 2003 (vastgesteld door de
                    gemeenteraad op 9 december 2002 en ingetrokken op 13 december 2004 voor zover er
                    geen procedures meer lopen met betrekking tot subsidie die op grond van deze
                    verordening is verleend)</al><al/><al>4. De Subsidieverordening stedelijke vernieuwing 2005 (vastgesteld door de
                    gemeenteraad op 13 december 2004 en ingetrokken op 22 juni 2011 voor zover er
                    geen procedures meer lopen met betrekking tot subsidie die op grond van deze
                    verordening is verleend).</al><al/><al>In lid 2 wordt ingegaan op aanvragen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding
                    van de verordening, maar waarop nog niet onherroepelijk is beslist.</al><al/><tussenkop>artikel 39</tussenkop><tussenkop>hardheidsclausule</tussenkop><al>Voor de toepassing van de verordening geldt een algemene hardheidsclausule. Een
                    hardheidsclausule kan slechts in bijzondere omstandigheden worden toegepast.
                    Uiteraard blijft het college bij gebruikmaking van deze mogelijkheid gehouden
                    aan de regels van de Wet stedelijke vernieuwing (een regeling van hogere
                    aard).</al><al/><tussenkop>artikel 40</tussenkop><tussenkop>citeertitel</tussenkop><al>In dit artikel staat onder welke naam de verordening wordt aangehaald.</al><al/><tussenkop>artikel 41</tussenkop><tussenkop>inwerkingtreding</tussenkop><al>In dit artikel wordt aangegeven wanneer de verordening in werking treedt en
                    welke verordening wordt ingetrokken.</al><al/><al>De raad voornoemd,</al><al>Afgekondigd: 6 juli 2011</al><al>In werking getreden: 7 juli 2011</al></nota-toelichting><bijlage><al><vet>inhoudsopgave pagina</vet></al><al><vet>hoofdstuk 1 - algemene bepalingen</vet> 5</al><al><vet>paragraaf 1.1</vet><vet> begripsbepalingen</vet> 5</al><al>artikel 1 begripsomschrijvingen 5</al><al><vet>paragraaf 1.2</vet><vet> subsidietoepassingsgebied</vet> 6</al><al>artikel 2 subsidiabele activiteiten 6</al><al><vet>paragraaf 1.3</vet><vet> subsidieplafonds</vet> 6</al><al>artikel 3 vaststelling subsidieplafonds 6</al><al><vet>paragraaf1.4 algemene procedure voor het aanvragen, verlenen, vaststellen,
                        </vet><vet>intrekken, wijzigen, betalen en terugvorderen van subsidies</vet>
                    7</al><al>artikel 4 toepassingsbereik 7</al><al>artikel 5 subsidieaanvraag 7</al><al>artikel 6 doorschuiven aanvraag 7</al><al>artikel 7 subsidieverlening 8</al><al>artikel 8 gereedmelding 8</al><al>artikel 9 subsidievaststelling 9</al><al>artikel 10 subsidie-uitbetaling 9</al><al>artikel 11 intrekking of wijziging subsidievaststelling en terugvordering 9</al><al>artikel 12 ontheffing van termijnen 9</al><al>artikel 13 toezichthouders 9</al><al>artikel 14 geen apart verslag 10</al><al><vet>hoofdstuk 2 - subsidies</vet> 11</al><al><vet>paragraaf 2.1</vet><vet> restaureren gemeentelijke monumenten</vet> 11</al><al>artikel 15 subsidiabele activiteiten 11</al><al>artikel 16 subsidiebedragen 11</al><al>artikel 17 subsidiabele kosten 12</al><al>artikel 18 subsidieaanvraag 13</al><al>artikel 19 subsidieverlening 13</al><al>artikel 20 intrekking of wijziging subsidievaststelling en terugvordering
                    14</al><al><vet>paragraaf 2.3</vet><vet> creëren van woningen boven winkels</vet> 14</al><al>artikel 21 subsidiabele activiteiten 14</al><al>artikel 22 subsidiebedrag 15</al><al>artikel 23 subsidiabele kosten 15</al><al>artikel 24 subsidieaanvraag 15</al><al>artikel 25 subsidieverlening 16</al><al>artikel 26 intrekking of wijziging subsidievaststelling en terugvordering
                    16</al><al><vet>paragraaf 2.3</vet><vet> verbeteren esthetische kwaliteit winkelpuien</vet>
                    17</al><al>artikel 27 subsidiabele activiteit 17</al><al>artikel 28 subsidiebedrag 17</al><al>artikel 29 subsidiabele kosten 17</al><al>artikel 30 subsidieaanvraag 18</al><al>artikel 31 subsidieverlening 18</al><al>artikel 32 intrekking of wijziging subsidievaststelling en terugvordering
                    18</al><al><vet>paragraaf 2.4</vet><vet> gebruiken kwaliteitsinstrumenten toekomstgericht
                        bouwen</vet> 19</al><al>artikel 33 subsidiabele activiteiten 19</al><al>artikel 34 subsidiebedragen 19</al><al>artikel 35 subsidiabele kosten 19</al><al>artikel 36 subsidieaanvraag 19</al><al>artikel 37 subsidieverlening tevens subsidievaststelling 20</al><al><vet>hoofdstuk 3 - </vet><vet>overgangs</vet><vet>- en slotbepalingen</vet>
                    21</al><al>artikel 38 overgangsbepaling 21</al><al>artikel 39 hardheidsclausule 21</al><al>artikel 40 citeertitel 21</al><al>artikel 41 inwerkingtreding 21</al><al>toelichting bij de subsidieverordening stedelijke vernieuwing 2011 22</al></bijlage></regeling></body></cvdr>