<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR192901_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Gemeentelijke Rekenkamer Zandvoort 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zandvoort</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zandvoort</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://zandvoortsecourant.nl">Zandvoortse Courant dd 12 juli 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening gemeentelijke Rekenkamer Zandvoort 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=147, lid 1&amp;g=2012-01-01">Gemeentewet, art. 147, lid 1 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=81&amp;g=2012-01-01">Gemeentewet, art. 81 k</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-07-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-07-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>doc.nr. 2012/03/000937 Z2012-001283</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Bestuur en Gemeentelijke Dienstverlening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervangt Verordening op de Gemeentelijke Rekenkamer Zandvoort 2010</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING GEMEENTELIJKE REKENKAMER ZANDVOORT 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Zandvoort:</al><al/><al>gelet op het voorstel van het presidium d.d. 8 mei 2012, nr.
                        2012/03/000937;</al><al/><al>overwegende dat de verordening op de Rekenkamer is vastgesteld op 7
                        september 2010 en de wens bestaat om de Verordening aan te passen;</al><al/><al>gelet op de artikelen 147 lid 1 en 81k van de Gemeentewet;</al><al> besluit de volgende verordening, inclusief toelichting, vast te
                        stellen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>1 DE VERORDENING</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 1 Begripsbepalingen</label></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al> Wet: Gemeentewet; </al></li><li nr="b."><al>voorzitter: voorzitter tevens lid van de rekenkamer;</al></li><li nr="c."><al>raad: gemeenteraad van Zandvoort;</al></li><li nr="d."><al>college: college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="e."><al> rekenkamer: de rekenkamer van de gemeente Zandvoort</al></li><li nr="f."><al> Informatiebijeenkomst: bijeenkomst van de raadsleden en/of
                                    buitengewone raadsleden, zoals omschreven in artikel 1 van het
                                    Reglement van Orde van de gemeenteraad Zandvoort.</al></li><li nr="g."><al> Debat: bijeenkomst van de raadsleden, zoals omschreven in
                                    artikel 1 van het Reglement van Orde van de gemeenteraad
                                    Zandvoort.</al></li><li nr="h."><al> Besluitvorming: bijeenkomst van de raadsleden, zoals omschreven
                                    in artikel 1 van Reglement van Orde van de gemeenteraad
                                    Zandvoort.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2 Rekenkamer</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een rekenkamer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamer bestaat uit vier leden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de Rekenkamer wijzen jaarlijks uit hun midden een
                                voorzitter aan en melden dit aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Benoembaar als leden van de rekenkamer zijn inwoners van buiten de
                                gemeente Zandvoort, die het actieve kiesrecht genieten. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> De werving van de leden geschiedt door openbare kennisgeving van de
                                vacatures van leden van de kamer.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 Selectiecommissie</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het werven van de leden wordt uit de raad en rekenkamer
                                tijdelijk een selectiecommissie samengesteld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter van de raad kan deel uitmaken van de
                                selectiecommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De selectiecommissie wordt ondersteund door de griffie.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Agendering in raadsvergadering</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De onderzoeksrapporten van de rekenkamer worden geagendeerd voor de
                                vergaderingen Informatie, Debat en Besluit. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergaderingen Informatie en Debat zijn bedoeld voor: </al><al>a. het bespreken van de onderzoeksrapporten van de rekenkamer als
                                genoemd in artikel 10;</al><al>b. het bespreken van alle aangelegenheden aangaande de inrichting en
                                het functioneren van de rekenkamer;</al><al>c. het onderhouden van de contacten van de raad met de
                                rekenkamer.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Benoeming leden</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad benoemt de leden van de rekenkamer op aanbeveling van de
                                selectiecommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De selectiecommissie doet de aanbeveling vergezeld gaan van een
                                verklaring van elke kandidaat bevattende:</al><al>a. de mededeling dat hij een benoeming als lid of voorzitter zal
                                aanvaarden, en</al><al>b. een overzicht van de openbare betrekkingen die hij bekleedt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het langstzittende lid op
                                als voorzitter dan wel, als de overige leden een gelijke periode
                                zitting hebben gehad, het oudste lid in jaren. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voorafgaand aan de benoeming van de voorzitter en de overige leden
                                van de rekenkamer pleegt de selectiecommissie overleg met de
                                rekenkamer.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Ontslag en non-activiteit</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier bericht de raad als een van de ontslaggronden zich
                                voordoet, bedoeld in artikel 81c, zesde of zevende lid, of van
                                artikel 81d, eerste of tweede lid, van de wet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de gevallen, bedoeld in artikel 81c, zevende lid, en in artikel
                                81d, tweede lid, van de wet adviseert de griffier de raad over de
                                vraag of al dan niet moet worden overgegaan tot ontslag,
                                respectievelijk het op non-activiteit stellen van het desbetreffende
                                lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De griffier adviseert de raad tevens met betrekking tot een
                                beslissing tot verlenging of beëindiging van een maatregel als
                                bedoeld in artikel 81d, eerste of tweede lid.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 Budget</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamer is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting
                                beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de
                                uitvoering van haar taken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamer verantwoordt de baten en lasten van het vorig
                                begrotingsjaar in het jaarverslag aan de raad, als bedoeld in
                                artikel 185, derde lid van de wet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter doet jaarlijks vóór 1 juni een voorstel aan de raad
                                voor de nodige middelen voor een goede uitoefening van de
                                taken.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8 Vergoeding voor de werkzaamheden van de leden van de rekenkamer</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de rekenkamer ontvangen als vergoeding voor hun
                                werkzaamheden een bedrag van € 210,13 per maand, alsmede de door de
                                Gemeente Zandvoort gehanteerde tegemoetkoming in de reis- en
                                verblijfskosten, zoals geregeld in artikel 27 van de Verordening
                                rechtspositie wethouder, raads- en commissieleden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter van de rekenkamer ontvangt als vergoeding voor zijn
                                werkzaamheden een bedrag van € 262,67 per maand en de door de
                                Gemeente Zandvoort gehanteerde tegemoetkoming in de reis- en
                                verblijfskosten, zoals geregeld in artikel 27 van de Verordening
                                rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in lid 1 en 2 genoemde bedragen worden jaarlijks geïndexeerd
                                volgens het indexcijfer dat in de begroting voor het betreffende
                                jaar is opgenomen.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9 Verzoek</label></kop><al>De raad kan de rekenkamer een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen
                            van een onderzoek. De rekenkamer bericht de raad binnen een maand of en
                            in hoeverre aan dat verzoek zal worden voldaan. Indien de rekenkamer
                            niet aan het verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor goede gronden
                            aanvoeren. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 Rapportage en terugkoppeling</label></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De rekenkamer stelt de onderzochte partij schriftelijk op de hoogte
                                van het (nog niet gepubliceerde) ontwerponderzoeksrapport. Indien de
                                bevindingen daartoe aanleiding geven kan de rekenkamer ter zake
                                conceptaanbevelingen aan de betrokken partij opnemen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamer stelt de betrokken partij in de gelegenheid om binnen
                                zes weken schriftelijk te reageren op het conceptonderzoeksrapport
                                en, indien van toepassing, de conceptaanbevelingen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na ontvangst van de reactie(s) sluit de rekenkamer haar onderzoek af
                                en stelt een definitief rapport op waarin de bevindingen, conclusies
                                en, indien van toepassing, aanbevelingen, alsmede de reacties hierop
                                zijn opgenomen.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11 Citeertitel</label></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening gemeentelijke
                            Rekenkamer Zandvoort 2012”.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12 Inwerkingtreding</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met terugwerkende kracht tot
                                1-1-2012. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De “Verordening gemeentelijke rekenkamer Zandvoort 2010” wordt
                                ingetrokken vanaf de dag van inwerkingtreding van deze
                                Verordening.</al><al/><al/></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Zandvoort, 4 juli 2012,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>2 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</label></kop><al><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></al><al>Dit artikel bevat enkele definities om te voorkomen dat bepaalde begrippen
                    telkens in hun geheel moeten worden uitgeschreven. In deze verordening is er
                    voor gekozen om de begrippen doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid
                    (die in artikel 182 van de Gemeentewet zijn genoemd) niet in artikel 1 op te
                    nemen. Hiermee wordt voorkomen dat gemeenten in de verordening een eigen
                    definitie hanteren. Wel wordt ter nadere verklaring in deze toelichting
                    uiteengezet wat onder deze termen wordt verstaan. </al><al>Doelmatigheid is de mate waarin de nagestreefde beleidsdoelen tegen zo gering
                    mogelijke kosten worden bereikt. </al><al>Bij doeltreffendheid gaat het er om of het resultaat van het beleid beantwoordt
                    aan wat er met het beleid werd beoogd en de gestelde beleidsdoelen worden
                    verwezenlijkt. </al><al>Bij rechtmatigheid gaat het om het voldoen aan de wettelijke kaders en
                    regelgeving. Het gaat dan vooral om wet- en regelgeving die direct van belang is
                    voor de rechtmatigheid van de totstandkoming van de gemeentelijke baten en
                    lasten. </al><al/><al><vet>Artikel 2 Rekenkamer</vet></al><al>De raad kan op grond van de Gemeentewet een gemeentelijke rekenkamer instellen.
                    De rekenkamer bestaat echter niet ex lege; de raad moet haar uitdrukkelijk
                    instellen (artikel 81a). Daarin voorziet het eerste lid. Verder moet de raad
                    bepalen hoeveel leden de kamer zal hebben (artikel 81b). Voor een extra
                    onderstreping van de onafhankelijkheid en ter vermijding van
                    belangenverstrengeling dienen de leden van buiten Zandvoort te komen (dit geeft
                    wel wat meer kosten op het vlak van de reiskostenvergoeding). Bij de werving kan
                    gezocht worden naar een combinatie van specifieke deskundigheden, benodigd voor
                    een rekenkamer.</al><al>Bij brief van 4 juni 2012 heeft de Rekenkamer voorgesteld te gaan werken met een
                    roulerend voorzitterschap. De wetgever heeft de benoeming van de voorzitter bij
                    de raad neergelegd (artikel 81c). Een roulerend voorzitterschap wordt door de
                    raad in deze verordening mogelijk gemaakt, door op te nemen dat de leden
                    jaarlijks uit hun midden een voorzitter kiezen.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Selectiecommissie</vet></al><al>De selectiecommissie wordt ad hoc ingesteld als sprake is van een vacature voor
                    de rekenkamer. De selectiecommissie kan alleen bestaan uit de voorzitter van de
                    raad, raadsleden en/of leden van de rekenkamer en wordt ondersteund door de
                    griffier of een griffiemedewerker. Zij doen het voorbereidende werk, dat leidt
                    tot een voorstel aan de raad tot benoeming van de voorzitter en leden van de
                    rekenkamer. </al><al/><al><vet>Artikel 4 Agendering in raadsvergadering</vet></al><al>De onderzoeksrapporten van de Rekenkamer zullen worden besproken in een
                    raadsvergadering. Het is de bedoeling dat de raad een beslissing neemt over de
                    aanbevelingen die de Rekenkamer geeft.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Benoeming leden</vet></al><al>Het eerste lid bevat, naast een herhaling van artikel 81c, eerste lid, van de
                    wet, de bepaling dat de leden van de rekenkamer worden benoemd op de voordracht
                    van een selectiecommissie. Gezien het belang van de rekenkamer is het zaak dat
                    dergelijke belangrijke beslissingen door de raad zelf worden genomen.</al><al>Op grond van artikel 81e zullen de leden van de rekenkamer openbaar moeten maken
                    welke andere functies dan het lidmaatschap van de rekenkamer zij vervullen.
                    Artikel 81f noemt de functies die onverenigbaar zijn met het lidmaatschap van de
                    rekenkamer. Alvorens tot benoeming van een lid over te gaan, zal de raad dus
                    zeker moeten stellen dat artikel 81f aan de benoeming niet in de weg staat. Het
                    tweede lid van artikel 3 houdt in dat de selectiecommissie de hiervoor benodigde
                    informatie moet verschaffen. De kandidaat-leden zullen dus via de
                    selectiecommissie de informatie moeten verschaffen die zij op grond van artikel
                    81e van de wet na benoeming openbaar zullen moeten maken. Ook zal duidelijk
                    moeten zijn dat een beoogd lid zijn kandidatuur aanvaardt.</al><al>Volgens artikel 81c, tweede lid, van de wet benoemt de raad de voorzitter van de
                    rekenkamer in functie. Door artikel 2 van de verordening maakt de raad het
                    roulerend voorzitterschap mogelijk en heeft daarbij bepaald dat de leden
                    jaarlijks uit hun midden een voorzitter aanwijzen. Hiermee komt de raad tegemoet
                    aan de wens van de Rekenkamer voor een roulerend voorzitterschap.</al><al>Het derde lid geeft in aanvulling daarop een regeling voor de vervulling van het
                    voorzitterschap als de voorzitter zelf tijdelijk niet in de gelegenheid is zijn
                    functie te vervullen. </al><al>Artikel 81c, vijfde lid, van de wet bevat het voorschrift dat voorafgaand aan
                    benoemingen overleg wordt gevoerd met de rekenkamer. De wet bepaalt niets over
                    de vorm die dat overleg moet hebben. Er zal wel vastgesteld moeten worden dat
                    bij de te benoemen leden van de rekenkamer is voldaan aan artikel 81f van de
                    wet, waarin de “incompatabiliteiten” worden geregeld: de “geloofsbrieven” van de
                    kandidaten.</al><al/><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Dit artikel handelt over het ontslag van de leden en over de mogelijkheid (of
                    soms verplichting) hen op non-activiteit te stellen in bepaalde situaties. De
                    artikelen 81c zesde en zevende lid alsmede 81d van de Gemeentewet luiden als
                    volgt:</al><al>Een lid van de rekenkamer wordt door de raad ontslagen:</al><al>op eigen verzoek;</al><al>bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het
                    lidmaatschap;</al><al>indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is
                    veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die
                    vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;</al><al>indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is
                    gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft
                    verkregen of wegens schulden is gegijzeld;</al><al>indien hij naar het oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt aan het in hem
                    gestelde vertrouwen.</al><al>Een lid van de rekenkamer kan door de raad worden ontslagen:</al><al>indien hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn functie te
                    vervullen;</al><al>indien hij handelt in strijd met artikel 81h.</al><al>Artikel 81d</al><al>De raad stelt een lid van de rekenkamer op non-activiteit indien:</al><al>hij zich in voorlopige hechtenis bevindt;</al><al>hij bij een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens
                    misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is
                    opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;</al><al>hij onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard,
                    surséance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld ingevolge
                    een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak.</al><al>De raad kan een lid van de rekenkamer op non-activiteit stellen, indien tegen
                    hem een gerechtelijk onderzoek ter zake van een misdrijf wordt ingesteld of
                    indien er een ander ernstig vermoeden is van het bestaan van feiten en
                    omstandigheden die tot ontslag, anders dan op gronden vermeld in artikel 81c,
                    zesde lid, onder a, en zevende lid, onder a, zouden kunnen leiden.</al><al>De raad beëindigt de non-activiteit zodra de grond voor de maatregel is
                    vervallen, met dien verstande dat in een geval als bedoeld in het tweede lid de
                    non-activiteit in ieder geval eindigt na zes maanden. In dat geval kan de raad
                    de maatregel telkens voor ten hoogste drie maanden verlengen.</al><al/><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>De rekenkamer is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding van het aan haar
                    ter beschikking gestelde budget dat noodzakelijk is voor de uitvoering van haar
                    taak. Deze zelfstandigheid van de rekenkamer ten opzichte van de raad is een
                    borg voor een behoorlijke uitvoering van haar taak. De rekenkamer is voor de
                    besteding van het budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad. </al><al/><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>De raad dient voor de leden de vergoeding voor de werkzaamheden en een
                    tegemoetkoming in de kosten vast te stellen (artikel 81k Gemeentewet). Gekozen
                    is om per lid een vaste maandvergoeding te verstrekken. Deze maandvergoeding
                    ligt op het niveau van de bezwaarschriftencommissie, waarbij rekening is
                    gehouden met het feit dat de bezwaarschriftencommissie wel over secretariële
                    ondersteuning beschikt en de rekenkamer niet. Alle secretariaatswerk wordt dan
                    ook door de leden van de rekenkamer zelf gedaan. De voorzitter krijgt een extra
                    vergoeding, gelet op de extra taken die hij vervult.</al><al><vet>Artikel 9</vet></al><al>De onafhankelijkheid van de rekenkamer blijkt onder andere uit het feit dat zij
                    zelfstandig bepaalt welke onderzoeken zullen worden ingesteld. De rekenkamer kan
                    op verzoek van de raad een onderzoek instellen maar is niet verplicht het
                    verzoek van de raad in te willigen. Dit verzoek van de raad wordt in artikel
                    182, tweede lid van de wet expliciet genoemd. Doordat deze mogelijkheid
                    uitdrukkelijk in de wet is genoemd, wordt een bepaald gewicht toegekend aan het
                    verzoek van de raad. Indien de rekenkamer niet voldoet aan een goed gemotiveerd
                    verzoek van de raad zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren. </al><al/><al><vet>Artikel 10 Rapportage </vet></al><al>Uit oogpunt van zorgvuldigheid is het van groot belang dat de onderzochte partij
                    de kans krijgt om te reageren op het (nog niet gepubliceerde)
                    ontwerponderzoeksrapport. Er vindt dan wederhoor plaats waarbij de feitelijke
                    bevindingen die uit het onderzoek voortvloeien aan de betreffende ambtenaren
                    worden voorgelegd met de vraag eventuele onjuistheden uit te halen en te
                    corrigeren. Indien van toepassing wordt de verantwoordelijke wethouder of het
                    college de gelegenheid geboden om te reageren op de conceptaanbevelingen die de
                    rekenkamer verbindt aan de (gecorrigeerde) bevindingen. Tot slot brengt de
                    rekenkamer een definitief rapport naar buiten met bevindingen, conclusies en
                    eventueel aanbevelingen. </al><al/><al><vet>Artikelen 11 en 12</vet></al><al>Deze bepalingen behoeven geen toelichting.</al><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 4 juli 2012, .</al><al>De griffier, De voorzitter,</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>