<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR192899_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van rechten voor het gebruik maken van het door de gemeente Harlingen beschikbaar stellen van vervoer ten behoeve van het schoolzwemmen en van zwemaccommodaties 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Harlingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-08-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Harlingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-11-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-08-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en de invordering van rechten voor het gebruik maken van het door de gemeente Harlingen beschikbaar stellen van vervoer ten behoeve van het schoolzwemmen en van zwemaccommodaties 2012
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Belastbaar feit</titel>
          </kop>
          <al>Ter zake van het gebruik van:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>door de gemeente beschikbaar gesteld busvervoer door leerlingen van
                        scholen voor gewoon basisonderwijs in de gemeente van en naar
                        zwemgelegenheden voor zwemonderwijs;</al></li>
            <li nr="b."><al>door de gemeente beschikbaar te stellen zwemaccommodaties wordt een recht
                        geheven overeenkomstig de navolgende bepalingen.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Belastingplicht</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het recht wordt geheven van:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>De vader van een leerling, staande onder de ouderlijke macht;</al></li>
              <li nr="b."><al>De moeder van een leerling, waarvan de ouderlijke macht alleen wordt uitgeoefend door de moeder;</al></li>
              <li nr="c."><al>degene, die de voogdij uitoefent van een leerling, staande onder de
                        voogdij.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Degene, die pleegouderlijke zorg vervult in plaats van de ouderlijke
                        macht of de voogdij van de vader of moeder. Onder pleegouderlijke zorg wordt
                        verstaan de zorg voor onderhoud en opvoeding van het kind van anderen, als
                        ware het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van
                        het genieten van een vergoeding daarvoor.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Belastingjaar</titel>
          </kop>
          <al>Het belastingjaar is gelijk aan het schooljaar en loopt van 1 augustus 2012
                        tot en met 31 juli 2013.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <al>Het recht wordt bij wijze van aanslag geheven.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Heffingsgrondslag/tarief</titel>
          </kop>
          <al>Voor het gebruik maken van de in artikel 1 omschreven faciliteiten bedraagt
                        het recht per jaar:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>voor busvervoer € 21,36</al></li>
            <li nr="-"><al>voor de zwemaccommodaties € 20,04</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Aangifte</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Jaarlijks wordt aan het begin van het schooljaar aan iedere
                        belastingplichtige, die geacht wordt daarvoor in aanmerking te komen, een
                        aangiftebiljet uitgereikt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De belastingplichtige, als bedoeld in artikel 2, is verplicht aangifte te
                        doen zodra van de in artikel 1 omschreven faciliteit gebruik wordt
                        gemaakt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>de belastingplichtige aan wie niet binnen één maand na afloop van
                        het belastingjaar een aanslag is opgelegd dan wel geen aangiftebiljet is
                        uitgereikt, is gehouden binnen 14 dagen van die maand bij het college van
                        Burgemeester en wethouders een schriftelijk verzoek in te dienen om
                        uitreiking van een aangiftebiljet.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet
                        het recht worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand
                        volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                        vermeld.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande
                        lid gestelde termijn.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het recht is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit
                        later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
                        het recht verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar
                        verschuldigde recht als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht,
                        nog volle kalendermaanden overblijven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                        bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar
                        verschuldigde recht als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht,
                        nog volle kalendermaanden overblijven.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Machtiging tot overdracht van bevoegdheden</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het verlenen
                        van schriftelijke toestemming met betrekking tot het verdagen van de
                        uitspraak op het bezwaarschrift voor ten hoogste één jaar.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het college van burgemeester en wethouders kan één of meer gemeenteambtenaren aanwijzen die in zijn plaats treden met betrekking tot de
                        uitvoering van enig wettelijke bepaling betreffende de heffing en
                        invordering van het recht.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Verzending van de aanslagen</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan bepalen dat voor de
                        toezending of uitreiking van aanslagbiljetten, ingevolge artikel 8, eerste
                        lid, van de Invorderingswet 1990 (Stb. 221) voor de betrokken in artikel
                        212, tweede lid, van de Gemeentewet (Stb. 1994, 762) bedoelde
                        gemeenteambtenaar een andere gemeenteambtenaar in plaats treedt.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Nakoming van verplichtingen</titel>
          </kop>
          <al>De verplichtingen bedoeld in de artikelen 47,49 en 50 van de Algemene wet
                        inzake rijksbelastingen (Stb. 1959,301) en in de artikelen 58 en 60 van de
                        Invorderingswet 1990, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de
                        algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet,
                        gelden mede jegens de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren van de gemeentelijke
                        belastingen.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Kwijtschelding</titel>
          </kop>
          <al>Bij de invordering van de rechten voor het gebruik maken van het door de
                        gemeente Harlingen beschikbaar stellen van vervoer ten behoeve van het
                        schoolzwemmen en van zwemaccomodaties wordt kwijtschelding verleend.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Toepasselijkverklaring renteregels Invorderingswet 1990</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het bepaalde in hoofdstuk 5 van de Invorderingswet 1990 inzake
                        invorderingsrente vindt toepassing op de invordering van het recht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De ministeriële regeling bedoeld in artikel 31 van de Invorderingswet
                        1990 vindt daarbij overeenkomstige toepassing.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14</nr>
            <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De "Verordening op de heffing en invordering van rechten voor het gebruik
                        maken van het door de gemeente Harlingen beschikbaar stellen van vervoer ten
                        behoeve van het schoolzwemmen en van zwemaccommodaties 2011" van 10 november
                        2010 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                        ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op
                        de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die
                        van bekendmaking.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De datum van ingang van de heffing is 1 augustus 2012.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening schoolzwemmen 2012".</al>
          </lid>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 9 november,</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>
          , de voorzitter
        </ondertekening>
        <ondertekening>
          , de raadsgriffier
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>