<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR19250_4</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sittard-Geleen</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-06-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sittard-Geleen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">elektronisch gemeenteblad d.d. 5 juni 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 8 en art. 36 van de Wet werk en bijstand</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-05-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-06-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>gemeenteblad 2013, nummer 20</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>werk en inkomen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>incl toelichting</al><al>de regeling is op 1-1-2015 van rechtswege vervallen door inwerkingtreding van de Participatiewet</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Sittard-Geleen,</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28
                        oktober 2008,</al><al>gelet op de artikelen 8, eerste lid, onderdeel d en 36 van de Wet werk en
                        bijstand,</al><al>overwegende dat het noodzakelijk is het verstrekken van
                        langdurigheidstoeslag aan personen van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65
                        jaar bij verordening te regelen;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de volgende : Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en
                        bijstand </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="1" colnum="1" colwidth="1.00*"/><colspec colname="2" colnum="2" colwidth="1.77*"/><colspec colname="3" colnum="3" colwidth="6.25*"/><tbody><row><entry><al>a.</al></entry><entry><al>de wet:</al></entry><entry><al> de Wet werk en bijstand</al></entry></row><row><entry><al>b.</al></entry><entry><al>referteperiode:</al></entry><entry><al> een periode van 60 maanden voorafgaand aan de
                                            peildatum.</al></entry></row><row><entry><al>c.</al></entry><entry><al>peildatum:</al></entry><entry><al> de datum waartegen langdurigheidstoeslag wordt
                                            aangevraagd.</al></entry></row><row><entry><al>d.</al></entry><entry><al>gehuwdennorm:</al></entry><entry><al> de norm van artikel 21 onderdeel c van de wet.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de wet komt in aanmerking voor
                            de langdurigheidstoeslag de belanghebbende die gedurende de
                            referteperiode onafgebroken een inkomen heeft ontvangen dat niet hoger
                            is dan de voor hem geldende bijstandsnorm of de norm, bedoeld in
                            hoofdstuk 4 van de Wet investeren in jongeren .</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belanghebbende die in een tijdvak binnen de referteperiode jonger was
                            dan 18 jaar wordt geacht in dit tijdvak een inkomen te hebben ontvangen
                            dat niet hoger is dan de voor hem geldende inkomensgrens, bedoeld in het
                            eerste lid en geen in aanmerking te nemen vermogen te hebben gehad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Hoogte van de langdurigheidstoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:</al><lijst><li nr="a."><al>voor gehuwden: 38,56% van de gehuwdennorm </al></li><li nr="b."><al>voor een alleenstaande ouder 34,59% van de gehuwdennorm</al></li><li nr="c."><al>voor een alleenstaande 27,05% van de gehuwdennorm.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie van de
                            rechthebbende op de peildatum bepalend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht
                            op langdurigheidstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid van
                            de wet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een
                            langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of
                            alleenstaande ouder zou gelden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De hoogte van de gehuwdennorm onder lid 1 is het bedrag dat van
                            toepassing is op 1 januari van het kalenderjaar waarin de peildatum
                            valt, de procentuele berekening wordt naar boven afgerond op hele
                            euro’s.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                        langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad der gemeente Sittard-Geleen in zijn vergadering
                        van 18 december 2008</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. G.J.M.Cox</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>drs. F.T.H.A.Coenen</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al/><al>Het betreft hier een geconsolideerde versie van de op 18 december 2008
                    vastgestelde verordening.</al><al/><tussenkop>Wijzigingsbesluit d.d. 16 december 2009</tussenkop><al>Per 1-10-2009 zijn ten opzichte van de eerder geldende tekst de volgende
                    wijzigingen aangebracht.</al><al>In artikel 2, eerste lid, wordt na “de voor hem geldende bijstandsnorm”
                    toegevoegd “of de norm, bedoeld in hoofdstuk 4 van de Wet investeren in
                    jongeren”</al><al>In artikel 2, tweede lid, wordt “bijstandsnorm” vervangen door “inkomensgrens,
                    bedoeld in het eerste lid”</al><al>Het wijzigingsbesluit wordt als volgt toegelicht: </al><al>Voor de vaststelling van de aanspraak op langdurigheidstoeslag is thans de
                    hoogte van de toepasselijke bijstandsnorm in de Wet werk en bijstand van belang.
                    Door de invoering van de Wet investeren in jongeren kunnen personen jonger dan
                    27 jaar per 1 oktober 2009 niet meer instromen in de algemene bijstand en zullen
                    na het verstrijken van het overgangsrecht voor het zittend bestand de
                    bijstandsnormen voor jongeren van 18-27 jaar komen te vervallen. Op hen zijn
                    tijdens ( een gedeelte van) de referteperiode de normen , inclusief
                    verlagingen/toeslagen, van de inkomensvoorziening van de WIJ van toepassing. De
                    formulering van de inkomensgrens in de verordening is om die reden aangepast. </al><al/><al><cursief>Wijzigingsbesluit d.d. 13 december 2011</cursief></al><al>De wijziging ingevolge het Raadsbesluit tijdelijke regels aanscherping Wet Werk
                    en Bijstand d.d. 14 december 2011 houdt verband met de intrekking van de Wet
                    investeren in jongeren en de wijzigingen van de Wet werk en bijstand per 1
                    januari 2012.</al><al/><al><cursief>Wijzigingsbesluit d.d. 23 mei 2013</cursief></al><al>Artikel 3, derde lid is gewijzigd en artikel 3 a is komen te vervallen.</al><al>Toelichting:</al><al>Na het invoeren van de huishoudinkomenstoets zijn via het Raadsbesluit
                    tijdelijke regels aanscherping Wet werk en bijstand d.d. 14 december 2011 enkele
                    begripsomschrijvingen gewijzigd. Met de Wet afschaffing huishoudinkomenstoets is
                    het gezinsbegrip zoals dit voorheen gold weer hersteld en is dit in de
                    verordening verwerkt. Het betreft hier uitsluitend een technische aanpassing,
                    waarmee geen beleidswijziging wordt beoogd. </al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de d.d. 18 december 2008 vastgestelde verordening</titel></kop><al/><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al-groep><al>Op grond van artikel 8 lid 1 onderdeel d WWB dient de gemeenteraad bij
                        verordening regels vast te leggen met betrekking tot het verlenen van een
                        langdurigheidstoeslag.</al><al>Deze regels dienen in ieder geval betrekking te hebben op de hoogte van de
                        langdurigheidstoeslag en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het
                        begrip langdurig, laag inkomen, zoals dat in artikel 36 lid 1 WWB wordt
                        gebruikt.</al></al-groep><tussenkop>Artikelsgewijs</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>De begrippen die in de WWB voorkomen hebben in deze verordening dezelfde
                    betekenis als in de WWB en zijn dan ook niet nader omschreven. Aan de overige
                    begrippen is in dit artikel wel een definitie gegeven. </al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al-groep><al>Het begrip ‘langdurig, laag inkomen’ wordt ingevuld als een inkomen dat
                        tijdens de gehele referteperiode niet hoger was dan de bijstandsnorm. De
                        vaststelling van de hoogte van het inkomen vindt plaats aan de hand van
                        artikel 32, waarbij op grond van het tweede lid van artikel 36 een eerder
                        verstrekte langdurigheidstoeslag niet meetelt bij de vaststelling van dat
                        inkomen. </al><al>Voor de periode en de maximale hoogte is aangesloten bij artikel 36 WWB
                        zoals dit thans nog geldt. Er is bewust niet voor gekozen om het recht op
                        langdurigheidstoeslag ook toe kennen bij een inkomen boven bijstandsniveau
                        en/of bij een kortere referteperiode. Dit zou ongewenste armoede-effecten in
                        zich hebben. Bovendien zou dit de financiële ruimte beperken om meer
                        specifieke maatregelen voor personen met een inkomen rond het sociaal
                        minimum, zoals andere vormen van bijzondere bijstand, te blijven
                        inzetten.</al><al>De wetgever heeft de minimumleeftijd voor aanspraak op een
                        langdurigheidstoeslag verlaagd van 23 naar 21 jaar. Omdat voor jongeren tot
                        18 jaar geen wettelijke bijstandsnorm en geen vermogensgrens van toepassing
                        is, maar de jongere voor zijn levensonderhoud is aangewezen op zijn
                        ouder(s), houdt dit in dat regels moeten worden vastgesteld over de maximale
                        middelengrenzen in een tijdens de referteperiode gelegen tijdvak waarin een
                        persoon de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt. In deze verordening
                        wordt geregeld dat de minderjarige wordt geacht de inkomens- en de
                        vermogensgrens niet te hebben overschreden. </al></al-groep><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al-groep><al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag is gehandhaafd op het huidig niveau.
                        Om niet jaarlijks de verordening wegens een indexering aan te hoeven passen
                        is gekozen om het bedrag vast te stellen op basis van een percentage van de
                        gehuwdennorm. De hoogte van de toeslag volgt jaarlijks de wijziging van de
                        gehuwdennorm per 1 januari van het betreffend kalenderjaar. Een persoon kan
                        slechts eenmaal binnen een periode van 12 maanden in aanmerking komen voor
                        een langdurigheidstoeslag. Indien deze periode de jaarwisseling overschrijdt
                        vindt tussentijds geen aanpassing plaats, maar geldt bij eventuele aanspraak
                        voor een volgende periode van 12 maanden het nieuwe bedrag.</al><al>In het derde lid wordt een regeling overeenkomstig artikel 24 WWB gegeven
                        voor situaties waarin bij gehuwden één van beide partners is uitgesloten van
                        het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1
                        WWB. De WWB voorziet immers niet in een afwijzingsgrond voor de
                        rechthebbende echtgenoot, terwijl daarentegen het toekennen van het bedrag
                        voor gehuwden in dergelijke situaties ook niet opportuun is.</al><al>Dit derde lid ziet enkel op de situatie dat er bij een echtgenoot sprake is
                        van een uitsluitingsgrond op grond van artikel 11 of artikel 13 lid 1 WWB.
                        Indien één van beide gehuwden niet in aanmerking komt voor het recht op
                        langdurigheidstoeslag wegens het niet voldoen aan de voorwaarden als genoemd
                        in artikel 36 WWB of in deze verordening, hebben beide echtgenoten geen
                        recht op langdurigheidstoeslag. Het recht op langdurigheidstoeslag komt
                        gehuwden immers gezamenlijk toe. Zij moeten daarom ook allebei, zowel
                        afzonderlijk als gezamenlijk aan de voorwaarden voldoen.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>De citeertitel van de verordening sluit aan bij de citeertitels van de overige
                    op grond van artikel 8 WWB vastgestelde verordeningen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>