<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR192386_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen Wmo Roermond 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Trompetter, 10-07-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen Wmo Roermond 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0020031&amp;artikel=5">Wet maatschappelijke ondersteuning, art. 5</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-06-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-07-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012/056/2</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Roermond 2010.</al><al>Artikel 39 bevat een hardheidsclausule.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voorzieningen Wmo Roermond 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt
                            verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Aanvraag: het verzoek van een belanghebbende om in aanmerking te
                                    komen voor één of meerdere voorzieningen om een resultaat te
                                    bereiken in het kader van deze verordening.</al></li><li nr="b."><al>Aanmelding: de mededeling van een belanghebbende aan het college
                                    dat hij beperkingen ondervindt op grond waarvan hij verzoekt een
                                    afspraak te maken voor een gesprek.</al></li><li nr="c."><al>Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening waarvan,
                                    gelet op de omstandigheden van belanghebbende, aannemelijk is te
                                    achten dat deze daarover ook als hij of zij geen beperkingen zou
                                    hebben zou (hebben kunnen) beschikken.</al></li><li nr="d."><al>Algemene voorziening: een voorziening, dienst of product die/dat
                                    weliswaar niet bestemd is voor, noch te gebruiken is door alle
                                    personen als bedoeld in artikel 4 lid 1 van de wet, maar die
                                    anderzijds door iedereen waarvoor de voorziening wel bedoeld is
                                    op eenvoudige wijze te verkrijgen of te gebruiken is, zonder
                                    ingewikkelde aanvraagprocedure.</al></li><li nr="e."><al>Belanghebbende: een persoon met een beperking als gevolg van
                                    ziekte en/of gebrek, een chronisch psychisch probleem of een
                                    psychosociaal probleem die behoefte heeft aan compensatie ten
                                    behoeve van het bevorderen van zijn deelname aan het
                                    maatschappelijke verkeer en het zelfstandig functioneren, die
                                    voor zichzelf of, met behulp van een machtiging, door een ander
                                    een aanmelding of een aanvraag doet of laat doen.</al></li><li nr="f."><al>Budgethouder: de belanghebbende aan wie op grond van deze
                                    verordening een persoonsgebonden budget is toegekend om zelf een
                                    voorziening te verwerven of in te kopen ter compensatie van de
                                    vastgestelde beperking en waarover deze belanghebbende aan het
                                    college verantwoording over de besteding van het
                                    persoonsgebonden budget verschuldigd is.</al></li><li nr="g."><al>Collectieve voorziening: een voorziening die individueel wordt
                                    verstrekt maar die door meerdere personen tegelijk wordt
                                    gebruikt, in casu het collectief vraagafhankelijk vervoer.</al></li><li nr="h."><al>College: College van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                    Roermond.</al></li><li nr="i."><al>Compensatieplicht: de plicht van het college om aan personen met
                                    een beperking, een chronisch psychisch of psychosociaal probleem
                                    voorzieningen te bieden ter compensatie van hun aantoonbare
                                    beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en
                                    maatschappelijke participatie teneinde hen in staat te stellen
                                    een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de
                                    woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en
                                    medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden
                                    aan te gaan.</al></li><li nr="j."><al>Financiële tegemoetkoming: een gehele of gedeeltelijke
                                    vergoeding die het college aan de belanghebbende verstrekt dan
                                    wel rechtstreeks namens de belanghebbende betaalt, voor de in
                                    het kader van de Wmo gemaakte kosten van een toegekende
                                    voorziening.</al></li><li nr="k."><al>Gebruikelijke zorg: de zorg die op het gebied van het voeren van
                                    het huishouden voor alle leden van een leefeenheid als algemeen
                                    aanvaardbaar wordt beschouwd.</al></li><li nr="l."><al>Gesprek: het eerste contact na een aanmelding waarin met degene
                                    die maatschappelijke ondersteuning zoekt zijn gehele situatie
                                    wordt geïnventariseerd ten aanzien van de beperkingen en de
                                    gevolgen daarvan, de te bereiken resultaten, de te kiezen
                                    oplossingen via eigen mogelijkheden of via mogelijkheden van het
                                    netwerk dan wel via algemene, algemeen gebruikelijke collectieve
                                    (wettelijke) voorliggende en individuele voorzieningen.</al></li><li nr="m."><al>Hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor
                                    permanente bewoning, waar de aanvrager zijn vaste woon- en
                                    verblijfplaats heeft en in de gemeentelijke basisadministratie
                                    staat ingeschreven, zal staan ingeschreven, dan wel het
                                    feitelijk woonadres waar een belanghebbende de meeste nachten
                                    per jaar doorbrengt.</al></li><li nr="n."><al>ICF classificatie: een uniform begrippenkader dat als grondslag
                                    kan dienen om de behoefte aan voorzieningen in individuele
                                    gevallen vast te stellen, voluit International Classification of
                                    Functioning, Disability and Health, opgesteld door de Wereld
                                    Gezondheidsorganisatie (WHO).</al></li><li nr="o."><al>Individuele voorziening: een voorziening die door het college
                                    ten behoeve van één persoon op basis van artikel 4 van de Wmo
                                    wordt verstrekt. </al></li><li nr="p."><al>Leefeenheid: een eenheid bestaande uit gehuwden die al dan niet
                                    tezamen met één of meer minderjarige ongehuwden duurzaam een
                                    huishouden voeren, dan wel een ongehuwde meerderjarige die met
                                    één of meer minderjarige ongehuwden duurzaam een huishouden
                                    voert, waarbij onder gehuwden ook wordt verstaan ongehuwd
                                    samenwonenden en andere volwassenen die met elkaar en/of met
                                    kinderen samenwonen, anders dan in een commerciële huurders- of
                                    kostgangersrelatie.</al></li><li nr="q."><al>Maatschappelijke participatie: normale deelname aan het
                                    maatschappelijk verkeer, op die terreinen waarvoor het college
                                    een compensatieplicht heeft.</al></li><li nr="r."><al>Mantelzorger: een persoon die mantelzorg in de zin van artikel
                                    1, lid 1 onder b van de Wmo biedt.</al></li><li nr="s."><al>Persoonsgebonden budget: een geldbedrag dat de belanghebbende
                                    onder door het college bepaalde voorwaarden, zelf kan besteden
                                    aan een voorziening die het vooraf bepaalde resultaat bereikt,
                                    als alternatief voor een voorziening in natura.</al></li><li nr="t."><al>Psychosociaal probleem: een situatie van verlies van
                                    zelfstandigheid en, met name, een gebrek aan deelname aan het
                                    maatschappelijk verkeer, veroorzaakt door belemmeringen die
                                    iemand heeft in zijn relatie met anderen of met zijn sociale
                                    omgeving.</al></li><li nr="u."><al>Wettelijk voorliggende voorziening: een voorziening op grond van
                                    een wettelijke bepaling anders dan ingevolge de Wmo, waarmee het
                                    resultaat geheel of gedeeltelijk bereikt kan worden.</al></li><li nr="v."><al>Voorziening in natura: een voorziening die bestaat uit door het
                                    college rechtstreeks beschikbaar gestelde goederen of diensten,
                                    al dan niet in bruikleen, om het vooraf bepaalde resultaat te
                                    bereiken.</al></li><li nr="w."><al>Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning.</al></li><li nr="x."><al>Zelfredzaamheid: het lichamelijk, verstandelijk, geestelijk,
                                    zintuiglijk en financiële vermogen van belanghebbende om zelf
                                    voorzieningen te treffen die deelname aan het normale
                                    maatschappelijke verkeer mogelijk maken.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Resultaatgerichte compensatie.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>De te bereiken resultaten</titel></kop><al>De op basis van artikel 4 lid 1 van de wet via compenserende maatregelen
                            te bereiken resultaten zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>een schoon en leefbaar huis;</al></li><li nr="b."><al>wonen in een geschikt huis;</al></li><li nr="c."><al>beschikken over dagelijks benodigde middelen voor primaire
                                    levensbehoeften;</al></li><li nr="d."><al>beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding;</al></li><li nr="e."><al>het kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren;</al></li><li nr="f."><al>zich verplaatsen in en om de woning;</al></li><li nr="g."><al>zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel;</al></li><li nr="h."><al>de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te
                                    nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                                    activiteiten.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Hoe te komen tot de te bereiken resultaten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Scheiding aanmelding en aanvraag</titel></kop><al>Aan een aanvraag voor een individuele voorziening ex. artikel 1 lid 1
                            aanhef en onder g sub 6 van de wet gaat een aanmelding vooraf. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Aanmelding voor een gesprek</titel></kop><al>Een aanmelding voor een gesprek kan schriftelijk, elektronisch,
                            mondeling of telefonisch worden gedaan bij het Wmo-loket door of namens
                            een belanghebbende die behoefte heeft aan compensatie ten behoeve van
                            het bevorderen van zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer en het
                            zelfstandig functioneren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Het gesprek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Naar aanleiding van een aanmelding zal een gesprek worden gevoerd
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die nog niet
                                        eerder een aanvraag in het kader van de wet heeft
                                        gedaan;</al></li><li nr="b."><al>de aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die al
                                        eerder een gesprek heeft gevoerd maar waarbij sprake is van
                                        gewijzigde omstandigheden of gewijzigde te bereiken
                                        resultaten;</al></li><li nr="c."><al>belanghebbende of het college daarom verzoekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tijdens dit gesprek zal het functioneren van belanghebbende worden
                                geïnventariseerd op basis van het ICF en wordt de hulpvraag
                                geformuleerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Het verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gesprek kan worden afgesloten met een verslag. Opmerkingen van
                                belanghebbende over dit verslag kunnen als bijlage aan het verslag
                                worden toegevoegd. Uitsluitend een door belanghebbende ondertekend
                                verslag kan als aanvraagformulier als bedoeld in artikel 7, lid 2
                                van deze verordening dienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na het voeren van een gesprek kan een belanghebbende, gebruik makend
                                van het ondertekende verslag van het gesprek, dat in die situatie
                                als aanvraagformulier dient, een aanvraag indienen voor een
                                individuele voorziening ex. artikel 1, lid 1 aanhef en onder g sub 6
                                van de wet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de vraag niet onder de werking van de wet valt wordt deze
                                doorgeleid naar de bevoegde instantie, voor zover een instantie
                                hiervoor kan worden aangewezen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag van een individuele voorziening moet schriftelijk
                                plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag wordt, als er een ondertekend verslag van het
                                gesprek aanwezig is, dit ondertekende verslag als aanvraagformulier
                                beschouwd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Beoordeling van de te bereiken resultaten</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Algemene regels</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Het maken van een afweging</titel></kop><al>Bij het beoordelen welke voorzieningen noodzakelijk zijn, neemt het
                                college het verslag van het gesprek, indien aanwezig, als
                                uitgangspunt. Het college gaat uit van de behoeften en
                                persoonskenmerken van de belanghebbende. Daarbij zal onderzoek
                                gedaan worden naar alle voorliggende, algemene, algemeen
                                gebruikelijke en collectieve voorzieningen die beschikbaar en
                                bruikbaar zijn en naar de noodzaak en mogelijkheid tot het leveren
                                van maatwerk ten aanzien van het te bereiken resultaat.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>De te bereiken resultaten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Een schoon en leefbaar huis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het eerste te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van
                                    een huishouden bestaat uit het kunnen wonen in een huis dat
                                    schoon en leefbaar is. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer,
                                    de in gebruik zijnde slaapvertrekken, keuken en sanitaire
                                    ruimten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op een schoon en leefbaar huis kan een individuele
                                    voorziening getroffen worden voor het lichte en/of het zware
                                    huishoudelijke werk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belanghebbende deel uitmaakt van een leefeenheid en er
                                    één of meerdere leden beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden
                                    over te nemen wordt dit eerst in het kader van gebruikelijke
                                    zorg beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden van
                                    toepassing zijn, worden ten aanzien van die onderdelen geen
                                    individuele voorzieningen verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Wonen in een geschikt huis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het tweede te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van
                                    een huishouden bestaat uit het normaal gebruik kunnen maken van
                                    de woning waar men over beschikt. Dit geldt ten aanzien van de
                                    woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimten, berging,
                                    tuin of balkon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een
                                    individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van de
                                    bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de
                                    woning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover de belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte
                                    woning of een gemakkelijker en/of goedkoper geschikt te maken
                                    woning welke verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat
                                    zal deze mogelijkheid eerst beoordeeld worden. Deze beoordeling
                                    vindt alleen plaats indien de aanpassing van de woning een
                                    bedrag van € 6.806,- te boven gaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden van
                                    toepassing zijn, worden ten aanzien van die onderdelen geen
                                    individuele voorzieningen verstrekt met uitzondering van een
                                    verhuiskostenvergoeding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Beschikken over dagelijks benodigde middelen voor primaire
                                    levensbehoeften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het derde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van
                                    een huishouden bestaat uit het voorzien zijn van de dagelijkse
                                    benodigde hoeveelheid levensmiddelen, alsmede toiletartikelen en
                                    schoonmaakmiddelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de middelen genoemd in lid 1 kan een individuele
                                    voorziening worden getroffen ten aanzien van het doen van
                                    boodschappen, voor wat betreft levensmiddelen, toiletartikelen
                                    en schoonmaakmiddelen, alsmede het bereiden van de
                                    broodmaaltijden en het opwarmen van de warme maaltijd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belanghebbende deel uitmaakt van een leefeenheid en er
                                    één of meerdere leden beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden
                                    over te nemen of voor zover de belanghebbende gebruik kan maken
                                    van een aanwezige en bruikbare boodschappenservice of
                                    maaltijdvoorziening die in de individuele situatie van de
                                    belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat wordt
                                    deze mogelijkheid eerst beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden van
                                    toepassing zijn, worden ten aanzien van die onderdelen geen
                                    individuele voorzieningen verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                                    kleding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het vierde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van
                                    een huishouden bestaat uit in bezit zijnde kleding in gewassen
                                    en zonodig gestreken, opgevouwen of opgehangen staat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op het beschikken over schone, draagbare en
                                    doelmatige kleding kan een individuele voorziening worden
                                    getroffen ten aanzien van het wassen, drogen en strijken en
                                    opruimen van de was.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belanghebbende deel uitmaakt van een leefeenheid en er
                                    één of meerdere leden beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden
                                    over te nemen, wordt dit eerst in het kader van gebruikelijke
                                    zorg beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden van
                                    toepassing zijn, worden ten aanzien van die onderdelen geen
                                    individuele voorzieningen verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Het kunnen zorgen voor kinderen die tot een gezin
                                    behoren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het vijfde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van
                                    een huishouden bestaat uit de dagelijkse zorg voor in het
                                    huishouden aanwezige kinderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op het kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                    behoren, kan een individuele voorziening worden getroffen ten
                                    aanzien van de – zo mogelijk tijdelijk ter overbrugging van een
                                    periode noodzakelijk voor het nemen van meer definitieve
                                    maatregelen – ondersteuning of vervanging van de ouder die in
                                    principe voor de kinderen zorgt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van voor- tussen-
                                    en naschoolse opvang, kinderopvang of andere opvangmogelijkheden
                                    die in de individuele situatie van de belanghebbende kunnen
                                    leiden tot het te bereiken resultaat worden deze mogelijkheden
                                    eerst beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden van
                                    toepassing zijn, worden ten aanzien van die onderdelen geen
                                    individuele voorzieningen verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Zich verplaatsen in en om de woning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich verplaatsen
                                    in en om de woning bestaat uit het in staat zijn de woonkamer,
                                    het slaapvertrek en/of de slaapvertrekken, sanitaire ruimten, de
                                    berging, de tuin of het balkon kunnen bereiken en hiervan
                                    gebruik te kunnen maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op het verplaatsen in en om de woning kan een
                                    individuele voorziening worden getroffen bestaande uit een
                                    rolstoel voor dagelijks zittend gebruik.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige
                                    en bruikbare rolstoelpool die in de individuele situatie van de
                                    belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat wordt
                                    deze mogelijkheid eerst beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden van
                                    toepassing zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen
                                    individuele voorzieningen verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich lokaal
                                    verplaatsen per vervoermiddel bestaat uit het kunnen doen van
                                    dagelijkse boodschappen, het kunnen bezoeken van familie,
                                    kennissen en het doen van activiteiten, binnen de directe woon-
                                    en leefomgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel,
                                    kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van
                                    het verplaatsen over de korte afstand rond de woning en het
                                    verplaatsen over de langere afstand binnen de directe woon en
                                    leefomgeving, welke vervoersvoorziening verplaatsingen naar een
                                    omvang van 1500 tot 2000 kilometer per jaar mogelijk moet
                                    maken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een eventueel
                                    aanwezige en bruikbare scootmobielpool of van collectief
                                    vraagafhankelijk vervoer van deur tot deur die in de individuele
                                    situatie van de belanghebbende kan leiden tot het te bereiken
                                    resultaat worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden van
                                    toepassing zijn, worden ten aanzien van die onderdelen geen
                                    individuele voorzieningen verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel
                                    te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                                    activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van de mogelijkheid om
                                    contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan
                                    recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten bestaat
                                    uit het zo mogelijk kunnen afleggen van bezoeken en het
                                    deelnemen aan activiteiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de mogelijkheid om contacten te hebben met
                                    medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of
                                    religieuze activiteiten kan een individuele voorziening worden
                                    getroffen ten aanzien van het vervoer naar bestemmingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een of meer
                                    (vrijwilligers)organisaties die in de individuele situatie van
                                    belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat worden
                                    deze mogelijkheden eerst beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden van
                                    toepassing zijn, worden ten aanzien van die onderdelen geen
                                    individuele voorzieningen verstrekt. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Nadere bepalingen ten aanzien van het te bereiken resultaat wonen
                                in een geschikt huis.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Overige woonvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college besluit tot verstrekking van een voorziening
                                    in de vorm van:</al><al>a. een vergoeding voor de kosten van onderhoud/keuring/reparatie
                                    van elektrische beweegbare woonvoorzieningen;</al><al>b. tijdelijke huisvesting;</al><al>c. het bezoekbaar maken van een woning;</al><al>d. een vergoeding voor huurderving;</al><al>dan gelden de nadere bepalingen zoals vastgelegd in de
                                    beleidsregels.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college krachtens deze of daaraan voorafgaande
                                    verordening een voorziening heeft verstrekt die leidt tot waarde
                                    stijging van de woning, dan gelden bij verkoop van deze woning
                                    de nadere bepalingen zoals vastgelegd in de beleidsregels.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Verstrekking in natura, als persoonsgebonden budget en als financiële
                            tegemoetkoming.</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Verstrekking van voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Mogelijke verstrekkingwijzen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De te treffen voorzieningen kunnen als voorziening in natura,
                                    als financiële tegemoetkoming en als persoonsgebonden budget
                                    worden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een individuele voorziening in natura of in de vorm van een
                                    persoongebonden budget kan een eigen bijdrage worden gevraagd
                                    van de belanghebbende, te betalen aan de daartoe door de
                                    minister aangewezen instelling, en bij een financiële
                                    tegemoetkoming kan sprake zijn van een door de belanghebbende
                                    zelf te betalen eigen aandeel.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Verstrekking in natura</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het treffen van een voorziening in natura wordt onder meer
                                    in de beschikking vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welk te bereiken resultaat de voorziening is
                                            bedoeld;</al></li><li nr="b."><al>wat de duur is van de verstrekking;</al></li><li nr="c."><al>hoe de voorziening verstrekt wordt en;</al></li><li nr="d."><al>of er sprake is van een overeenkomst waarin deze
                                            verstrekking is geregeld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit in
                                    de beschikking opgenomen, evenals de instelling die door de
                                    minister is aangewezen voor de vaststelling en inning van deze
                                    eigen bijdrage.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Verstrekking als financiële tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een
                                    financiële tegemoetkoming wordt onder meer in de beschikking
                                    vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welk te bereiken resultaat de financiële
                                            tegemoetkoming bestemd is, eventueel aangevuld met een
                                            programma van eisen waaraan bij de besteding voldaan
                                            moet worden;</al></li><li nr="b."><al>wat de duur van de verstrekking is;</al></li><li nr="c."><al>of er sprake is van een overeenkomst waarin deze
                                            verstrekking is geregeld en;</al></li><li nr="d."><al>wat de hoogte van de financiële tegemoetkoming is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als er sprake is van een te betalen eigen aandeel wordt dit in
                                    de beschikking opgenomen, evenals de instelling die voor de
                                    vaststelling en inning van dit eigen aandeel zal
                                    zorgdragen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.</nr><titel>Verstrekking als persoonsgebonden budget</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een
                                    persoonsgebonden budget wordt onder meer in de beschikking
                                    vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welk te bereiken resultaat het persoonsgebonden
                                            budget gebruikt moet worden, eventueel aangevuld met een
                                            programma van eisen waaraan bij de besteding voldaan
                                            moet worden;</al></li><li nr="b."><al>wat de omvang van het persoonsgebonden budget is en hoe
                                            deze omvang tot stand is gekomen;</al></li><li nr="c."><al>wat de duur is van de verstrekking waarvoor het
                                            persoonsgebonden budget bedoeld is en;</al></li><li nr="d."><al>welke regels gelden ten aanzien van verantwoording van
                                            het persoonsgebonden budget.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit in
                                    de beschikking opgenomen, evenals de instelling die door de
                                    minister is aangewezen voor de vaststelling en inning van deze
                                    eigen bijdrage.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.</nr><titel>Voorwaarden, weigeringsgronden en verplichtingen bij een
                                persoonsgebonden budget en/of financiële tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Algemene voorwaarden persoonsgebonden budget en/of financiële
                                    tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het persoonsgebonden budget zoals genoemd in artikel 6 lid 1
                                    en 6a. van de wet, zijn de volgende algemene voorwaarden van
                                    toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt ten
                                            aanzien van individuele voorzieningen;</al></li><li nr="b."><al>de omvang van het persoonsgebonden budget wordt, met
                                            uitzondering van het persoonsgebonden budget voor
                                            vergoeding van een arbeidsverhouding als bedoeld in
                                            artikel 5 lid 2 van de Wet op de loonbelasting 1964,
                                            gebaseerd op de waarde van de voorziening die het
                                            college doelmatig acht, waarmee een persoon de
                                            mogelijkheid wordt geboden zelf een voorziening in te
                                            kopen;</al></li><li nr="c."><al>het persoonsgebonden budget wordt verleend voor een
                                            periode die aanvangt op de dag waarop het recht op een
                                            persoonsgebonden budget is vastgesteld, in ieder geval
                                            niet vóór de datum van aanvraag en wordt geacht
                                            toereikend te zijn voor een periode overeenkomend met de
                                            normale afschrijvingstermijn van de
                                            referentievoorziening die, voor zover van toepassing,
                                            geldt voor de met het persoonsgebonden budget te
                                            verwerven voorziening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als het persoonsgebonden budget is toegekend, wordt dit
                                    overgemaakt op een door de aanvrager opgegeven rekeningnummer,
                                    tenzij hiertegen overwegende bezwaren bestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij een persoonsgebonden budget of een financiële tegemoetkoming
                                    zijn de verplichtingen zoals genoemd in de beleidsregels
                                    individuele voorzieningen gemeente Roermond 2012 van
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Afwijzingsgronden persoonsgebonden budget en/of financiële
                                    tegemoetkoming</titel></kop><al>Verstrekking als persoonsgebonden budget en/of financiële
                                tegemoetkoming vindt niet plaats indien:</al><lijst><li nr="a."><al>op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek zijn
                                        verkregen, het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager
                                        problemen zal hebben met het omgaan van een persoonsgebonden
                                        budget of financiële tegemoetkoming;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager eerder een persoonsgebonden budget of
                                        financiële tegemoetkoming is verleend op grond van de
                                        Verordening of een van de daaraan voorafgaande verordeningen
                                        en de aanvrager zich niet gehouden heeft aan de daarbij
                                        opgelegde verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>de voorzienbare duur van de noodzakelijkheid van de
                                        voorziening korter is dan de normale afschrijvingstermijn
                                        van de geïndiceerde voorziening;</al></li><li nr="d."><al>er sprake is van bezwaren van overwegende aard.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Eigen bijdrage en eigen aandeel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Eigen bijdrage en eigen aandeel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een voorziening is een eigen bijdrage of een
                                eigen aandeel verschuldigd ten aanzien van de volgende
                                resultaten:</al><lijst><li nr="a."><al>een schoon en leefbaar huis;</al></li><li nr="b."><al>wonen in een geschikt huis;</al></li><li nr="c."><al>beschikken over dagelijks benodigde middelen voor primaire
                                        levensbehoeften;</al></li><li nr="d."><al>beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                                        kleding;</al></li><li nr="e."><al>het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                        behoren;</al></li><li nr="f."><al>zich verplaatsen in, om en nabij de woning voor zover het
                                        geen rolstoel betreft;</al></li><li nr="g."><al>zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel;</al></li><li nr="h."><al>de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en
                                        deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of
                                        religieuze activiteiten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bedragen en het percentage die gelden voor een eigen bijdrage of
                                eigen aandeel zijn gelijk aan de bedragen zoals opgenomen in artikel
                                4.1, lid 1 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning, zoals
                                jaarlijks aangepast door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en
                                Sport.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan besluiten geen eigen bijdrage of eigen aandeel op te
                                leggen indien zij daarvoor een belangrijke reden aanwezig acht of
                                indien het gaat om een van de uitzonderingen zoals vermeld in de
                                beleidsregels individuele voorzieningen gemeente Roermond 2012.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Personen die tot en met 14 juli 2012 een voorziening in de vorm van een
                            hulpmiddel in bruikleen hebben aangevraagd en welke voorziening is
                            toegekend, zijn in afwijking van artikel 24 van de verordening, geen
                            eigen bijdrage verschuldigd tot en met 14 januari 2013. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Duur van het overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Uiterlijk met ingang van 15 januari 2013 vervalt het in artikel 25
                                bedoelde overgangsrecht en zijn de bepalingen van de verordening
                                onverkort en in alle gevallen van toepassing, met uitzondering van
                                de voor 15 juli 2012 aangevraagde en in bruikleen verstrekte
                                traplift.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien in de periode voorafgaand aan de einddatum, genoemd in het
                                eerste lid, het recht op de voorziening tussentijds wordt beëindigd
                                of ingetrokken, vervalt het overgangsrecht zoals bedoeld in artikel
                                25.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Beperkingen of weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover:</al><lijst><li nr="a."><al>de noodzaak voor het te bereiken resultaat langdurig is,
                                        tenzij kortdurende hulp bij het huishouden leidt tot het te
                                        bereiken resultaat;</al></li><li nr="b."><al>de te verstrekken voorziening als de
                                        goedkoopst-compenserende voorziening aan te merken is;</al></li><li nr="c."><al>deze op de belanghebbende zelf is gericht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen voorziening wordt toegekend:</al><lijst><li nr="a."><al>indien er voorliggende, algemene en/of algemeen
                                        gebruikelijke voorzieningen beschikbaar en bruikbaar zijn
                                        voor de belanghebbende;</al></li><li nr="b."><al>indien de belanghebbende niet zijn hoofdverblijf heeft in de
                                        gemeente Roermond.</al></li><li nr="c."><al>voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de
                                        belanghebbende voorafgaand aan het moment van aanvragen of
                                        het moment van beschikken heeft gemaakt en niet meer na is
                                        te gaan of deze voorziening noodzakelijk was en als
                                        goedkoopst-compenserend aan te merken valt;</al></li><li nr="d."><al>voor zover een voorziening als die waarop de aanvraag
                                        betrekking heeft reeds eerder in het kader van enige
                                        wettelijke bepaling of regeling is verstrekt en de normale
                                        afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken
                                        is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening
                                        verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet
                                        aan belanghebbende zijn toe te rekenen, of tenzij
                                        belanghebbende geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de
                                        veroorzaakte kosten;</al></li><li nr="e."><al>voor zover aan de zijde van de aanvrager geen sprake is van
                                        aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie
                                        voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de
                                        voorziening wordt aangevraagd.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Aanvullende weigeringsgronden ten aanzien van het te bereiken
                                resultaat: wonen in een geschikt huis.</titel></kop><al>Een woonvoorziening wordt afgewezen indien:</al><lijst><li nr="1."><al>er sprake is van het treffen van voorzieningen aan
                                    hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen,
                                    vakantiewoningen, recreatiewoningen en bij kamerverhuur;</al></li><li nr="2."><al>deze betrekking heeft op een woongebouw, dat specifiek gericht
                                    is op mensen met beperkingen of dat in de praktijk bewoond wordt
                                    door een specifieke groep en waarvan vast staat dat de
                                    voorziening niet voldoet aan de voor een dergelijke woning op
                                    grond van wettelijke voorschriften, algemeen aanvaarde regels of
                                    contractuele bepalingen geldende vereisten en waarvan is
                                    aangetoond dat de aangevraagde voorziening bij wel voldoen aan
                                    die vereisten niet nodig is;</al></li><li nr="3."><al>de voorziening bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige
                                    meerkosten kan worden meegenomen;</al></li><li nr="4."><al>de noodzaak tot het treffen van een woonvoorziening het gevolg
                                    is van een verhuizing waar op grond van beperkingen bij het
                                    normale gebruik van de woning, een chronisch psychisch en/of
                                    psychosociaal probleem geen aanleiding voor bestond en er geen
                                    andere belangrijke reden aanwezig is;</al></li><li nr="5."><al>de belanghebbende niet is verhuisd naar de voor zijn of haar
                                    beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning,
                                    tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend
                                    door het college;</al></li><li nr="6."><al>deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke
                                    ruimten anders dan verbrede toegangsdeuren, automatische
                                    deuropeners, hellingbanen, extra trapleuningen, drempelhulpen en
                                    een opstelplaats voor een rolstoel of vervoersvoorziening;</al></li><li nr="7."><al>de belanghebbende voor het eerst zelfstandig gaat wonen, voor
                                    zover de aanvraag een verhuiskostenvergoeding betreft;</al></li><li nr="8."><al>de belanghebbende verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die
                                    niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden;</al></li><li nr="9."><al>de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning
                                    voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte
                                    materialen;</al></li><li nr="10."><al>de noodzaak tot het treffen van een voorziening het gevolg is
                                    van achterstallig onderhoud aan de woning;</al></li><li nr="11."><al>de voorziening slechts strekt ter renovatie of ter aanpassing
                                    aan de eisen van de tijd;</al></li><li nr="12."><al>de woonvoorziening aangevraagd wordt op een moment dat op basis
                                    van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat
                                    deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van
                                    een onverwacht optredende noodzaak;</al></li><li nr="13."><al>de aangevraagde voorzieningen het uitrustingsniveau voor sociale
                                    woningbouw, zoals omschreven in het Bouwbesluit, te boven gaan
                                    of betrekking hebben op een grotere oppervlakte dan krachtens de
                                    beleidsregels als adequaat geldt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8.</nr><titel>Advies, onderzoek, intrekking, herziening en terugvordering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Advisering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor
                                de beoordeling van het recht op de aangevraagde voorziening, degene
                                door wie een aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke zorg diens
                                relevante huisgenoten:</al><lijst><li nr="a."><al>op te roepen of op te laten roepen om persoonlijk te
                                        verschijnen op een door het college te bepalen plaats en
                                        tijdstip en deze te bevragen;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door
                                        een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen
                                        en/of onderzoeken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een daartoe aangewezen adviesinstantie om advies
                                vragen indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het handelt om een aanvraag van een persoon die niet eerder
                                        een voorziening heeft gehad of met wie niet eerder een
                                        gesprek als bedoeld in artikel 5 is gevoerd;</al></li><li nr="b."><al>het handelt om een aanvraag van een persoon die wel eerder
                                        een voorziening heeft gehad of een gesprek zoals bedoeld in
                                        artikel 5 heeft gevoerd, maar waarvan de medische
                                        omstandigheden zodanig zijn veranderd dat die gewijzigde
                                        omstandigheden de noodzaak van een voorziening of de soort
                                        van voorziening kunnen beïnvloeden;</al></li><li nr="c."><al>sprake is van een herbeoordeling van bestaande
                                        aanspraken;</al></li><li nr="d."><al>het college dat om andere redenen noodzakelijk of gewenst
                                        vindt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Wijziging situatie</titel></kop><al>Degene aan wie op grond van deze verordening een voorziening is
                            verstrekt, is verplicht zo spoedig mogelijk en schriftelijk aan het
                            college mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden, waarvan
                            redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op
                            het recht op een voorziening of de voortzetting daarvan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Heronderzoek</titel></kop><al>Het College kan een heronderzoek instellen naar het voortduren van het
                            recht op de volgens deze Verordening of daaraan voorafgaande
                            verordeningen toegekende voorzieningen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Intrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een toekenningsbeschikking, genomen op grond van
                                deze verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden
                                        gesteld bij of krachtens deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>die beschikking berust op gegevens waarvan nadien gebleken
                                        is dat die gegevens onjuist waren dat, waren de juiste
                                        gegevens wel bekend geweest, tot een andere beschikking zou
                                        zijn besloten.</al></li><li nr="c."><al>indien naar aanleiding van een heronderzoek blijkt dat de
                                        belanghebbende niet langer recht heeft op een voorziening
                                        volgens deze verordening, besluit het college de
                                        toekenningsbeschikking in te trekken en eindigt het recht op
                                        deze voorziening met ingang van de dag van de bekendmaking
                                        van dit besluit.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beschikking tot verlening van een voorziening in natura, een
                                financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget kan worden
                                ingetrokken indien blijkt dat de voorziening, tegemoetkoming of het
                                budget binnen zes maanden na beschikbaar stellen of uitbetaling niet
                                is aangewend voor de bekostiging van de voorziening die tot het
                                vooraf bepaalde resultaat moet leiden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>Intrekking, beëindiging of herziening van een persoonsgebonden
                                budget, financiële tegemoetkoming en/of voorziening</titel></kop><lid><lidnr/><al>Onverminderd de intrekkingsgronden genoemd in artikel 32 van de
                                verordening, wordt de toekenningsbeschikking hulp bij het
                                huishouden, persoonsgebonden budget of andere voorziening geheel of
                                gedeeltelijk ingetrokken, beëindigd of herzien waardoor de
                                voorziening wordt beëindigd dan wel gewijzigd:</al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>met ingang van de dag waarop de ontvanger van de hulp bij
                                        het huishouden, het persoonsgebonden budget of een
                                        voorziening, schriftelijk heeft aangegeven geen prijs meer
                                        te stellen op het budget, de financiële tegemoetkoming of de
                                        voorziening;</al></li><li nr="2."><al>met ingang van de dag waarop de ontvanger van de hulp bij
                                        het huishouden, het persoonsgebonden budget of een
                                        voorziening verhuist naar een andere gemeente, dan wel
                                        verhuist naar een ander type woning;</al></li><li nr="3."><al>met ingang van de dag waarop de ontvanger van de hulp bij
                                        het huishouden, het persoonsgebonden budget of een
                                        voorziening, langer dan twee maanden aaneengesloten
                                        verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 5 van de
                                        Wet toelating zorginstelling erkende instelling of de
                                        Zorgverzekeringswet;</al></li><li nr="4."><al>uiterlijk met ingang van de 14e dag gelegen ná de dag waarop
                                        de ontvanger van de hulp bij het huishouden of het
                                        persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden
                                        overlijdt;</al></li><li nr="5."><al>per de eerste van de maand volgend op de maand van
                                        verhuizing buiten de gemeente, dan wel overlijden van de
                                        ontvanger van de vergoeding voor de eigen auto of
                                        bruikleenauto;</al></li><li nr="6."><al>met ingang van de dag waarop de ontvanger van een vergoeding
                                        voor de kosten van een taxi of rolstoeltaxi verhuist of
                                        overlijdt. Declaraties betrekking hebbend op de periode voor
                                        datum van verhuizing of overlijden, kunnen worden ingediend
                                        tot maximaal 3 maanden na datum van verhuizing of
                                        overlijden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34.</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de beschikking tot toekenning van een voorziening is
                                ingetrokken op grond van artikel 32 of 33 van deze verordening, kan
                                op basis daarvan een reeds uitbetaalde financiële tegemoetkoming of
                                persoonsgebonden budget worden teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval de beschikking tot toekenning van een in eigendom verstrekte
                                voorziening is ingetrokken op grond van artikel 32 of 33 van deze
                                verordening, kan deze voorziening worden teruggevorderd indien de
                                voorziening is verleend op basis van onjuiste gegevens.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval de beschikking tot toekenning van een in bruikleen
                                verstrekte voorziening is ingetrokken op grond van artikel 32 of 33
                                van deze verordening, kan deze voorziening worden teruggehaald
                                indien de voorziening is verleend op basis van onjuiste
                                gegevens.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ingeval niet wordt voldaan aan de voorwaarden zoals vastgelegd in de
                                beschikking kan de financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden
                                budget geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35.</nr><titel>Hoogte vergoeding en mandaat</titel></kop><al>Het college stelt de hoogte van de vergoeding voor de te verstrekken
                            individuele voorzieningen vast in het Besluit maatschappelijke
                            ondersteuning gemeente Roermond;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                            afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37.</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze
                            verordening en het op deze verordening berustende Besluit
                            maatschappelijke ondersteuning gemeente Roermond geldende bedragen
                            verhogen of verlagen aan de hand van de prijsindex voor
                            gezinsconsumptie, zoals bepaald in artikel 4.5 lid 1 van het Besluit
                            maatschappelijke ondersteuning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38.</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt periodiek
                            geëvalueerd. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft wordt het
                            beleid vervolgens aangepast. Het college zendt hiertoe aan de
                            gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de
                            verordening in de praktijk. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 15 juli 2012.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente
                                Roermond 2010 wordt met ingang van 15 juli 2012 ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening voorzieningen Wmo
                            Roermond 2012”. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>