<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR19232_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening Hof van Twente 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.hofvantwente.nl">Hofnieuws, 17-02-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening Hof van Twente 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-02-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening Hof van Twente 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Vergadering d.d. : 9 februari 2010</al><al>Agendapunt :</al><al>Onderwerp : Algemene Plaatselijke Verordening Hof van Twente 2010 </al><al/><al>De raad van de gemeente Hof van Twente;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; </al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de navolgende <vet>ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2010
                        </vet>onder gelijktijdige intrekking van de Algemene Plaatselijke
                        Verordening 2010, vastgesteld bij raadsbesluit van 24 november 2009.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats,
                                    waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b;</al></li><li nr="b."><al>weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                                    staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27,
                                    tweede lid, van de Wegenwet;</al></li><li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening;</al></li><li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet;</al></li><li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li><li nr="i."><al>growshop: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin
                                    bedrijfsmatig, in een omvangalsof zij bedrijfsmatig was of
                                    anders dan om niet, handelingen en werkzaamheden worden verricht
                                    die verband houden met dan wel inherent zijn aan het exploiteren
                                    van hetgeen in het maatschappelijk verkeer wordt aangeduid als
                                    een smartshop, headshop of growshop;</al></li><li nr="j."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 eerste
                                    lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 en 2:12 van
                                deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan zes weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager
                                de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan
                                besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste dertien weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich
                            daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden
                            geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9</nr><titel>Toepassing Lex Silencio Positivo</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht, positieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen, is van toepassing voor de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al><lijst><li nr="a."><al>artikel 2:9: Ontheffing van het verbod optreden als
                                    straatartiest;</al></li><li nr="b."><al>artikel 5:20: Vergunning voor de organisatie van een
                                    snuffelmarkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:10</nr><titel>Uitsluiting werking Lex Silencio Positivo</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht, positieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen, is niet van toepasiing op de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al><lijst><li nr="a."><al>Artikel 2:25: Vergunning voor evenmenten;</al></li><li nr="b."><al>Artikel 2:39: Exploitatievergunning speelgelegenheid:</al></li><li nr="c."><al>Artikel 3:4: Vergunning seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="d."><al>Artikel 4:18: Ontheffing van het verbod tot recreatief
                                    nachtverblijf buiten kampeerterreinen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij
                                    een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan
                                    wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegd gezag in het belang van
                                    de openbare veiligheid of ter voorkoming van wanordelijkheden
                                    zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging
                                    te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten
                                    minste één week voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk
                                    kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                    het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het
                                    aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                    afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of op te treden op door
                                    de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare
                                    veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen openbare
                                    plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd
                                met de publieke functie ervan</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het
                                        college de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan
                                        overeenkomstig de publieke functie daarvan.</al></li><li nr="2."><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                        geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de
                                                weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de
                                                weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                                dan wel een belemmering kan vormen voor het
                                                doelmatig beheer en onderhoud van de weg; </al></li><li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf,
                                                hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan
                                                redelijke eisen van welstand; </al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                                overlast voor gebruikers van de in de nabijheid
                                                gelegen onroerende zaak.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare
                                        orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten
                                        aanzien van terrassen en uitstallingen.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen
                                        waarvoor het verbod in het eerste lid niet geldt.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:19.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>a. Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet
                                        voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement;</al><lijst><li nr="b."><al>de weigeringsgrond van het tweede lid, onder a,
                                                geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                                onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                                Wegenverkeerswet;</al></li><li nr="c."><al>de weigeringsgrond van het tweede lid, onder b,
                                                geldt niet voor bouwwerken;</al></li><li nr="d."><al>de weigeringsgrond van het tweede lid, onder c,
                                                geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp
                                                wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een weg
                                    aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te
                                    graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te
                                    veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van
                                    aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                    uitvoeren van hun publieke taak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement,
                                    de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                    gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;
                                </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                    wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 APV kan de vergunning
                                    worden geweigerd in het belang van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voorzover de Wet
                                    beheer Rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement van
                                    toepassing is.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op de weg te
                                    werpen, uit te storten of te laten lopen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder 4e,
                                    van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                    beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                    winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de naam
                                    van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en de in de
                                    omgeving van dat bedrijf door het publiek op een openbare plaats
                                    achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen
                                    betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de
                                    veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427,
                                    aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan
                                    wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter
                                    daarvan gedurende een door het college aangewezen periode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan,
                                    voorzover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                    voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                    liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet
                                    voorzover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende
                                    erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                    (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze
                                    prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                    voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2
                                    meter boven dat gedeelte van de weg. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad
                                    of andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m
                                    uit de uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte
                                    delen van een afscheiding zijn aangebracht. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan wat
                                    artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                    Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden
                                    van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
                                    hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere
                                    objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan
                                    twee meter te plaatsen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de
                                    bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor objecten
                                    die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te
                                    verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige
                                    andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid
                                    geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg
                                    te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik
                                    daarvan te verijdelen of te belemmeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de
                                    Provinciale vaarwegenverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bioscoopvoorstellingen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de
                                    Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>activiteiten binnen een inrichting in de zin van de Drank en
                                    Horecawet;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet
                                    openbare manifestaties;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze
                                    verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een braderie;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3
                                    van deze verordening, op de weg;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                    weg;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>een klein evenement.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder klein evenement wordt verstaan een straatfeest of
                                    buurtbarbecue op een dag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement,
                                    indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 50 personen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het evenement tot 0.30 uur plaats vindt;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 24.00
                                    uur;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of
                                    parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het
                                    verkeer en de hulpdiensten;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van
                                    minder dan 10 m2 per object en niet meer dan 3 objecten per
                                    straat;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>er een organisator is;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>de organisator binnen 6 weken voorafgaand aan het evenement
                                    daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester door middel van
                                    een vastgesteld meldingsformulier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan binnen 2 weken na ontvangst van de melding
                                    besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het
                                    tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan activiteiten aanwijzen waarvoor de
                                    vergunningplicht niet geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op horecabedrijven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden
                                        geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie
                                        worden bereid of verstrekt. Onder een horecabedrijf wordt in
                                        ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café,
                                        cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, jeugdsociëteit
                                        of clubhuis. Onder horecabedrijf wordt tevens verstaan een
                                        bij dit bedrijf behorend terras en andere
                                        aanhorigheden;</al></li><li nr="2."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting
                                        liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of
                                        zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding
                                        dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe
                                        consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatievergunning horecabedrijf</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de houder van een horecabedrijf, die:</al></li><li nr="a."><al>uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij een
                                        sportorganisatie of -instelling, dan weldie direct of
                                        indirect in verbinding staat met een zodanige inrichting of
                                        de daarbij behorende terreinen;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>geheel of ten dele in gebruik is bij een jeugdorganisatie of
                                        -instelling dan wel een organisatie of instelling welke niet
                                        primair het uitoefenen van een horecabedrijf ten doel
                                        heeft;</al></li><li nr="c."><al>is gelegen op een kampeer- of caravanterrein;</al></li></lijst><al>verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers
                                toe te laten of te laten verblijven tussen 24.00 uur en 06.00 uur. </al><lijst><li nr="2."><al>Voor een horecabedrijf in een winkel als bedoeld in artikel
                                        1 van de Winkeltijdenwet, voorzover de horeca een
                                        nevenactiviteit is van de winkelactiviteit, gelden dezelfde
                                        sluitingstijden als voor de winkel. </al></li><li nr="3."><al> Het is de houder van een horecabedrijf, anders dan bedoeld
                                        in de voorgaande leden van dit artikel, verboden dit voor
                                        bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten
                                        of te laten verblijven tussen 02.00 uur en 06.00 uur. </al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in de voorgaande leden van dit
                                        artikel is het de houder van een horecabedrijf niet
                                        toegestaan een bij dit bedrijf behorend terras of andere
                                        aanhorigheden na 01.00 uur voor bezoekers geopend te hebben
                                        en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven.
                                    </al></li><li nr="5."><al>De burgemeester kan van de krachtens dit artikel geldende
                                        verboden voor één of meer horecabedrijven, als bedoeld in
                                        lid 3, doorlopende ontheffing (voor maximaal 3
                                        kalenderjaren) verlenen, voor zover dit ziet op de zaterdag
                                        of zondag na 02.00 uur tot maximaal 04.00 uur. </al></li><li nr="6."><al>De burgemeester kan van de krachtens dit artikel geldende
                                        verboden voor één of meer horecabedrijven, als bedoeld in
                                        lid 1, doorlopende ontheffing (voor maximaal 3
                                        kalenderjaren) verlenen, voor zover dit ziet op óf de
                                        zaterdag óf zondag na 00.00 uur tot maximaal 02.00 uur.
                                    </al></li><li nr="7."><al>De burgemeester kan van de krachtens dit artikel geldende
                                        verboden voor één of meer horecabedrijven als bedoeld in de
                                        leden 1 en 3 incidentele ontheffing verlenen. </al></li><li nr="8."><al>De sluitingstijden van horecabedrijven worden in de nacht
                                        van oud &amp; nieuw vastgesteld op 06.00 uur. </al></li><li nr="9."><al>De burgemeester kan de sluitingstijd beperken in het belang
                                        van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of
                                        gezondheid. </al></li><li nr="10."><al>Het in de voorgaande leden bepaalde geldt niet voorzover in
                                        het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet
                                        milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de woon-
                                    en leefsituatie, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in
                                    geval van bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor
                                    een of meer horecabedrijven, tijdelijk andere dan de krachtens
                                    artikel 2:29 geldende sluitingsuren vaststellen of tijdelijk
                                    sluiting bevelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is de houder van een horecabedrijf verboden deze voor het
                                    publiek geopend te hebben of daarin of aldaar publiek toe te
                                    laten of te laten verblijven op een tijdstip waarop het
                                    horecabedrijf, ingevolge een op grond van het voorgaande lid
                                    genomen besluit, gesloten dient te zijn. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b
                                    Opiumwet.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</titel></kop><al>Het is bezoekers verboden zich in een horecabedrijf te bevinden
                                gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens artikel 2:29 of
                                ingevolgde een op grond van artikel 2:30 genomen besluit gesloten
                                dient te zijn</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een horecabedrijf geen inrichting is in de zin van artikel
                                174 van de Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd
                                bestuursorgaan voor de toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:31.
                            </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>speelgelegenheden: een voor het publiek toegankelijke
                                        inrichting, waar bedrijfsmatig of in omvang alsof deze
                                        bedrijfsmatig is, de mogelijkheid wordt geboden enig spel te
                                        beoefenen waarbij premies, geld of in geld inwisselbare
                                        goederen kunnen worden gewonnen en verloren;</al></li><li nr="2."><al>exploitant: degene die krachtens een zakelijk of persoonlijk
                                        recht een speelgelegenheid exploiteert of, indien de
                                        exploitatie geschiedt door een rechtspersoon, de natuurlijke
                                        persoon die bestuurder is van die rechtspersoon;</al></li><li nr="3."><al>beheerder: de natuurlijke persoon die de dagelijkse en
                                        onmiddellijke leiding geeft aan de exploitatie van een
                                        speelgelegenheid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39a</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college van burgemeester en wethouders of, voor zover het betreft
                                voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als
                                bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39b</nr><titel>Exploitatie van een speelgelegenheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde
                                    bestuursorgaan een speelgelegenheid te exploiteren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>speelcasino's waarvoor op grond van artikel 27 h van de
                                            Wet op de kansspelen een vergunning is vereist;</al></li><li nr="b."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30 c,
                                            eerste lid onder c van de Wet op de kansspelen een
                                            vergunning is vereist;</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden het
                                            kleine kansspel als bedoeld in artikel 7 c van de Wet op
                                            de kansspelen te beoefenen, waar gelegenheid wordt
                                            geboden te spelen op speelautomaten als bedoeld in
                                            artikel 30 van de Wet op de kansspelen of waar
                                            gelegenheid wordt gegeven tot het beoefenen van enig
                                            ander kansspel waarvoor de Wet op de kansspelen een
                                            regeling kent;</al></li><li nr="d."><al>de door het bevoegde bestuursorgaan aangewezen soorten
                                            speelgelegenheden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39c</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het indienen van een aanvraag om een vergunning maakt de
                                    exploitant gebruik van een door het bevoegde bestuursorgaan
                                    vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een aanvraag wordt een bedrijfsplan overgelegd, waarin in
                                    ieder geval staat:</al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijke beschrijving van de spelen die in de
                                            speelgelegenheid zullen worden beoefend, en voor elk de
                                            wijze waarop premies, geld of in geld inwisselbare
                                            goederen kunnen worden gewonnen of verloren;</al></li><li nr="b."><al>op welke wijze de bedrijfsactiviteiten zullen worden
                                            gefinancierd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een wijziging in de gegevens van het bedrijfsplan als bedoeld in
                                    het tweede lid, deelt de exploitant vooraf schriftelijk mee aan
                                    het bevoegde bestuursorgaan; de mededeling wordt als aanvulling
                                    op het bedrijfsplan aangemerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39d</nr><titel>Overdraagbaarheid vergunning</titel></kop><al>De vergunning is niet overdraagbaar, en gebonden aan de
                                speelgelegenheid waarvoor zij is verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39e</nr><titel>Eisen aan de exploitant en de beheerder</titel></kop><al>De exploitant en de beheerder van een speelgelegenheid:</al><lijst><li nr="a."><al>staan niet onder curatele of bewind en zijn niet uit de
                                        ouderlijke macht of voogdij ontzet;</al></li><li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;</al></li><li nr="c."><al>zijn niet binnen de laatste vijf jaar exploitant of
                                        beheerder geweest van een inrichting die voor een periode
                                        van ten minste vijf weken door het bevoegde bestuursorgaan
                                        is gesloten of waarvan de vergunning als bedoeld in artikel
                                        2:39b, eerste lid is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                        geworden dat hen terzake geen verwijt treft;</al></li><li nr="d."><al>zijn niet binnen de laatste vijf jaar ten minste twee maal
                                        onherroepelijk veroordeeld wegens overtreding van het
                                        bepaalde in de Drank- en Horecawet, de Wet op de kansspelen,
                                        de Opiumwet of de Wet wapens en munitie;</al></li><li nr="e."><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39f</nr><titel>Gronden voor weigering van de vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan weigert een vergunning als bedoeld
                                    in artikel 2:39b, eerste lid indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de vestiging of de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd
                                    is met een geldend of in procedure zijnde bestemmingsplan in de
                                    zin van de Wet op de ruimtelijke ordening;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de speelgelegenheid niet in een gebouw is gevestigd;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel
                                    2:39e gestelde eisen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan een vergunning als bedoeld in
                                    artikel 2:39b, eerste lid weigeren indien;</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een eerdere vergunning voor de exploitatie van de
                                    speelgelegenheden is ingetrokken of de speelgelegenheden met
                                    toepassing van artikel 13 b van de Opiumwet is gesloten;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het woon- en leefklimaat in de omgeving van de speelgelegenheid
                                    en/of de openbare orde of veiligheid nadelig wordt beïnvloed
                                    door de aanwezigheid van de speelgelegenheidveiligheid;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het bedrijfsplan als bedoeld in artikel 2:39c onvoldoende
                                    garanties geeft dat het in deze verordening en in de Wet op de
                                    kanspelen bepaalde niet zal worden overtreden;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>het op grond van andere feiten en omstandigheden onvoldoende
                                    vaststaat dat het bepaalde in de Wet op de kansspelen niet zal
                                    worden overtreden;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand
                                    niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal
                                    zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39g</nr><titel>Verplichtingen van de exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant van een speelgelegenheid is verplicht voldoende
                                    toezicht uit te oefenen op de gang van zaken gedurende de
                                    openingstijden van de speelgelegenheden, dan wel er zorg voor te
                                    dragen dat voldoende toezicht wordt uitgeoefend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant is verplicht als beheerder van de speelgelegenheid
                                    op te laten treden degene die als zodanig in de vergunning staat
                                    vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder dienen ervoor zorg te dragen dat
                                    de vergunning in de speelgelegenheid aanwezig is en deze op
                                    eerste vordering van een ambtenaar belast met het toezicht op
                                    deze regelgeving of op eerste vordering van een
                                    opsporingsambtenaar, ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39h</nr><titel>Exploitatietijden</titel></kop><al>De artikelen 2:29 en 2:39zijn van overeenkomstige toepassing op
                                speelgelegenheden die geen horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel
                                2:27.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39i</nr><titel>Gronden voor intrekking van de vergunning</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 van deze verordening, kan
                                het bevoegde gezag de vergunning voor een speelgelegenheid
                                intrekken, indien;</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant in strijd handelt met hetgeen hij in het
                                        bedrijfsplan als bedoeld in artikel 2:39c heeft
                                        opgenomen;</al></li><li nr="b."><al>het aanvullende bedrijfsplan als bedoeld in artikel 2:39c,
                                        derde lid, onvoldoende garanties geeft dat de Wet op de
                                        kansspelen wordt overtreden;</al></li><li nr="c."><al>het bepaalde in de Wet op de kansspelen wordt
                                        overtreden;</al></li><li nr="d."><al>in de speelgelegenheid strafbare feiten plaatsvinden die een
                                        bedreiging vormen voor de veiligheid of orde in de
                                        speelgelegenheid;</al></li><li nr="e."><al>de openbare orde, de veiligheid, of het woon - en
                                        leefklimaat door de aanwezigheid van de speelgelegenheid
                                        wordt verstoord of benadeeld;</al></li><li nr="f."><al>de exploitant niet langer voldoet aan de in artikel 2:39e
                                        gestelde eisen;</al></li><li nr="g."><al>de exploitant of beheerder de in artikel 2:39g neergelegde
                                        verplichtingen niet of onvoldoende nakomt;</al></li><li nr="h."><al>de exploitant of beheerder het toezicht op de naleving van
                                        het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39j</nr><titel>Sluiting speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het belang van de openbare orde of de veiligheid dat naar
                                    zijn oordeel vereist, kan het bevoegde bestuursorgaan de
                                    sluiting van een speelgelegenheid bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de in het eerste lid genoemde belangen de sluiting naar
                                    zijn oordeel niet langer vereisen, heft het bevoegde
                                    bestuursorgaan de sluiting op.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39k</nr><titel>Beëindiging exploitatie speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant is verplicht, indien hij de exploitatie van de
                                    speelgelegenheden behoeve waarvan de vergunning is verleend
                                    beëindigt, hiervan binnen twee weken na de beëindiging
                                    schriftelijk mededeling te doen aan het bevoegde
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij ontvangst van deze mededeling vervalt de vergunning, tenzij
                                    daarbij is aangegeven dat de bedrijfsactiviteiten door een ander
                                    worden voortgezet en een aanvraag voor een nieuwe vergunning
                                    binnen vier weken na de mededeling is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Behoudens het geval dat zwaarwegende feiten of omstandigheden
                                    zich daartegen verzetten, blijft de vergunning in dat geval van
                                    kracht totdat op de aanvraag een besluit is genomen.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder
                                            a, van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c, van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d, van de Wet;</al></li><li nr="e."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten toegestaan,
                                    waarvan maximaal twee kansspelautomaten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten toegestaan,
                                    met dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn
                                    toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden een speelautomatenhal, als bedoeld in artikel 30
                                    c, eerste lid, onder c, van de Wet te vestigen of
                                    exploiteren.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding
                                    aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te
                                    brengen of te doen aanbrengen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een afbeelding,
                                    letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen
                                    aanbrengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij
                                    zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer,
                                    kleur of verfstof of verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                    gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of
                                    niet zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde
                                    handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente
                                in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen,
                                groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of
                                paden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs
                                    wordt vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op een
                                    beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                    toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere afsluiting,
                                    verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan
                                    weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen woningen
                                    onnodig overlast of hinder wordt veroorzaakt</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a,
                                    waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank
                                    en Horecawet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                    houden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een
                                    drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een
                                markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers
                                van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel een
                                    gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke
                                    bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit gebouw, deze
                                    woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te
                                    bespieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                    optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen of
                                    woonschip bevindende persoon te bespieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van personen bestemd en daartoe
                                aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor
                                dadelijk gebruik ongeschikt te maken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Aanstootgevend gedrag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich op een openbare plaats te bevinden met het
                                    kennelijke doel contact te zoeken tot het verrichten van
                                    handelingen van seksuele aard, die uit het oogpunt van openbare
                                    zedelijkheid kennelijk oneerbaar of aanstootgevend zijn of
                                    redelijkerwijs kan worden geacht te zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod gesteld in het eerste lid is niet van toepassing op
                                    de als zodanig aangewezen en aangeduide terreinen en onder door
                                    het college eventueel nader te stellen voorwaarden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond aangelijnd
                                    is;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig
                                    ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een
                                    andere door het college aangewezen plaats;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander
                                    identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet
                                    kennen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid onder a niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet
                                    voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn
                                    handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een
                                    eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd
                                    opleidt tot geleidehond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht, ervoor te
                                    zorgen dat die hond, indien deze zich op of aan de weg bevindt,
                                    zich niet van uitwerpselen ontdoet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht op eerste
                                    vordering van een ambtenaar, belast met de zorg voor de naleving
                                    van het in dit artikel bepaalde, aan te tonen dat hij bij het
                                    uitlaten van die hond een deugdelijk hulpmiddel bij zich heeft,
                                    dat gezien de vorm en constructie als zodanig geschikt is voor
                                    het verwijderen van uitwerpselen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college is bevoegd gedeelten van de gemeente of bepaalde
                                    plaatsen aan te wijzen waar het in het eerste en tweede lid
                                    gestelde niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod wordt opgeheven, indien de eigenaar of houder
                                    van een hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen
                                    onmiddellijk met een hulpmiddel, als bedoeld in het tweede lid,
                                    worden verwijderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Verontreiniging door pony’s en paarden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De eigenaar of houder van een pony of paard is verplicht
                                        ervoor te zorgen dat die</al><al> pony of dat paard zich niet van uitwerpselen ontdoet:</al></li><li nr="a."><al>op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede bestemd
                                        voor het verkeer van</al><al> voetgangers binnen de bebouwde kom;</al></li><li nr="b."><al>op een gedeelte van een weg dat (mede) bestemd is voor
                                        andere weggebruikers danvoetgangers en dat is gelegen voor
                                        een inrit, een uitrit of een afrit binnen de bebouwde
                                        kom;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>op een andere door het college aangewezen plaats.</al></li><li nr="2."><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste
                                        lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of
                                        houder van de pony of het paard er zorg voor draagt dat de
                                        uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op
                                    het terrein van een ander:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de eigenaar of
                                    de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of
                                    hinderlijk acht en een aanlijngebod in verband met het gedrag
                                    van die hond noodzakelijk vindt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat
                                    het college aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat
                                    het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn en
                                    muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond
                                    noodzakelijk vindt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 2:57, eerste lid onder c, geldt voor
                                    het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien
                                    moet zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar
                                    identificatiekenmerk in het oor of de buikwand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>muilkorf: een muilkorf als bedoeld in artikel 1, onder d, van de
                                    Regeling agressieve dieren;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een
                                    lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet langer is dan
                                    1,50 meter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Regeling agressieve
                                    dieren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Houden van hinderlijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die de zorg heeft voor een dier, is verplicht te
                                    voorkomen dat dit voor de omgeving (geluid)hinder of overlast
                                    veroorzaakt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan gemeente ontheffing verlenen van de in het
                                    eerste lid gestelde verplichting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Nachtvissen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan openbare wateren aanwijzen waarvoor het verboden
                                    is tussen twee uur na zonsondergang en één uur voor zonsopgang
                                    te vissen in de binnen de bebouwde kom gelegen openbare wateren.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij regels stellen in het belang van het
                                    voorkomen en beperken van overlast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                                weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een
                                deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                                maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                                bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Duiven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die
                                    duiven niet kunnen uitvliegen tussen 8.00 uur en 18.00 uur in
                                    een door het college te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1 maart
                                    en 1 juni.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gesteld gebod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale
                                    ophokverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bijen te houden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>binnen een afstand van dertig meter van woningen of andere
                                    gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen een afstand van dertig meter van de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een
                                    afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
                                    afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger
                                    als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen
                                    te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voorzover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen of
                                    gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt
                                    niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                    door het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de
                                weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om
                                geld of andere zaken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                    onverwijld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                    goed;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voorzover
                                    dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het
                                    goed; e. de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                    verkregen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                                    van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>1º dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding
                                        van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming
                                        behorende vestiging;</al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>2º van een verandering van de onder a, sub 1º , bedoelde
                                        adressen;</al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>3º als hij het beroep van handelaar niet langer
                                        uitoefent;</al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>4º dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van
                                        een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren
                                        is gegaan;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                                consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter
                                beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van
                                het college van de gemeente waar het bedrijf is of zal worden
                                gevestigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Carbidschieten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Carbidschieten in de openlucht is verboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod, gesteld in het eerste lid, geldt niet indien:</al><lijst><li nr="a."><al>carbidschieten plaatsvindt op 31 december tussen 10.00
                                            uur en 24.00 uur en op 1 januari tussen 00.00 uur en
                                            02.00 uur buiten de bebouwde kom waarbij gebruik wordt
                                            gemaakt van melkbussen en/of dergelijke voorwerpen met
                                            een maximale inhoud van 50 liter, met gebruikmaking van
                                            acetyleengas afkomstig van een reactie tussen
                                            calciumcarbid (carbid) en water of gasmengsels met
                                            vergelijkbare eigenschappen, mits daarbij geen
                                            handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene
                                            die het carbidschieten verricht of degene, onder wiens
                                            toezicht hij staat, weet of redelijkerwijs kan vermoeden
                                            dat daardoor gevaar, schade of hinder kan optreden voor
                                            personen of voor de omgeving;</al></li><li nr="b."><al>de plaats vanwaar geschoten wordt is gelegen:</al><lijst><li nr="-"><al>op een afstand van ten minste 75 meter van
                                                  woonbebouwing of scholen; </al></li><li nr="-"><al>op een afstand van ten minste 300 meter van
                                                  inrichtingen voor de intramurale zorg; </al></li><li nr="-"><al>op een afstand van ten minste 300 meter van in
                                                  gebruik zijnde voorzieningen voor het houden van
                                                  dieren; </al></li><li nr="-"><al>op een afstand van ten minste 500 meter van een
                                                  vogelbeschermingsgebied;</al></li><li nr="-"><al>zodat een vrijschootsveld van minimaal 75 meter
                                                  aanwezig is en hierin geen verharde openbare wegen
                                                  of paden liggen;</al></li><li nr="-"><al>- binnen een cirkel met een straal van 100 meter
                                                  rond de plaats waar het carbidschieten plaatsvindt
                                                  en in totaliteit niet meer dan tien bussen worden
                                                  aanwezig zijn;</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>er geen busdeksels of soortgelijke gevaarlijke projectielen
                                    worden gebruikt om met behulp van carbid te worden weggeschoten
                                    en</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>er wordt geschoten door een persoon van 16 jaar of ouder, niet
                                    onder invloed zijnde van alcohol of drugs, mits het schieten
                                    door een persoon van 16 of 17 jaar plaatsvindt onder toezicht
                                    van één of meerdere personen van 18 jaar of ouder.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan ter voorkoming van gevaar,
                                    schade of overlast of in het belang van de natuurbescherming,
                                    plaatsen aanwijzen waar het gestelde in het tweede lid niet van
                                    toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in
                                    het in het eerste lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de
                                    Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet
                                    vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Growshops begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin
                                        bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of
                                        anders dan om niet, handelingen en werkzaamheden worden
                                        verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan
                                        het exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk verkeer
                                        vaak wordt aangeduid als een smartshop, headshop of
                                        growshop;</al></li><li nr="2."><al>leidinggevende:</al></li><li nr="a."><al> de natuurlijke persoon of de bestuurders van een
                                        rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en
                                        risico de inrichting wordt geëxploiteerd;</al></li><li nr="b."><al> de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan de
                                        exploitatie van de inrichting;</al></li><li nr="c."><al> de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan
                                        de exploitatie van de inrichting;</al></li><li nr="3."><al>bezoeker: een ieder, die zich in een inrichting bevindt, met
                                        uitzondering van:</al></li><li nr="a."><al> de leidinggevende(n) en de levenspartner en kinderen van
                                        een leidinggevende van de inrichting;</al></li><li nr="b."><al> de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens
                                        dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76a</nr><titel>Vergunningplicht</titel></kop><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een inrichting
                                als bedoeld in artikel 2:76 te exploiteren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76b</nr><titel>Eisen leidinggevende</titel></kop><al>Een leidinggevende:</al><lijst><li nr="a."><al>staat niet onder curatele;</al></li><li nr="b."><al>is niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="c."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;</al></li><li nr="d."><al>heeft de leeftijd van 21 jaar bereikt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76c</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>De burgemeester kan nadere regels vast stellen voor wat betreft het
                                aantal inrichtingen waarvoor vergunning kan worden verleend alsmede
                                voor die inrichting geldende nadere voorwaarden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76d</nr><titel>Vergunningaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het verkrijgen van een vergunning moet een aanvraag bij de
                                    burgemeester worden ingediend aan de hand van een door de
                                    burgemeester vast te stellen formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag, bedoeld in het vorige lid, wordt tenminste:
                                </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>opgaaf gedaan van de personalia van de leidinggevende(n) voor
                                    wiens rekening en risico de inrichting wordt geëxploiteerd;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>opgaaf gedaan van de personalia en het adres van iedere overige
                                    leidinggevende;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>overgelegd een recente pasfoto van de leidinggevende(n);</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>opgaaf gedaan van het adres en de aard van de
                                    bedrijfsuitoefening;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>overgelegd een niet meer dan drie maanden tevoren ten behoeve
                                    van de leidinggevende afgegeven verklaring omtrent het
                                    gedrag;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>overgelegd een nauwkeurige beschrijving van de inrichting,
                                    waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan en een plattegrond
                                    van de inrichting (schaal 1: 100).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Per inrichting wordt niet meer dan één aanvraag gelijktijdig in
                                    behandeling genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76e</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester beslist binnen dertien weken na de datum waarop
                                    de aanvraag met bijbehorende bescheiden is ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken
                                    verdagen. De aanvrager van de vergunning wordt voor de afloop
                                    van de in het eerste lid bedoelde termijn schriftelijk in kennis
                                    gesteld van de verdaging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76f</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging en/of
                                    de exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend
                                    bestemmingsplan of met het bepaalde in of krachtens deze
                                    verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de vergunning weigeren indien naar zijn
                                    oordeel door de aanwezigheid van de inrichting de openbare orde
                                    wordt aangetast en/of het woon- of leefklimaat in de omgeving
                                    van de inrichting nadelig wordt beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde
                                    weigeringgrond houdt de burgemeester in ieder geval rekening
                                    met:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het karakter van de straat en van de wijk waarin de inrichting
                                    is gelegen of zal komen te liggen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al> de aard van de inrichting;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat
                                    of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de
                                    inrichting;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de concentratie van inrichtingen in een bepaald gebied;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de wijze van bedrijfsuitoefening door de leidinggevende(n) van
                                    de inrichting in deze of in andere inrichtingen;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de wijze van bedrijfsuitoefening van de inrichting in het
                                    verleden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76g</nr><titel>Vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In een vergunning worden vermeld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al> de natuurlijke of rechtspersoon of -personen aan wie de
                                    vergunning is verleend;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al> de leidinggevenden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al> tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al> de plaats waar de inrichting zich bevindt;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al> de situering en de oppervlakten van de lokaliteiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning of een afschrift daarvan is in de inrichting
                                    aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend voor een periode van ten hoogste 3
                                    jaar. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76h</nr><titel>Aanwezigheid leidinggevende</titel></kop><al>Het is verboden een inrichting voor het publiek geopend te houden
                                indien in de inrichting geen leidinggevende aanwezig is die vermeld
                                staat op een vergunning met betrekking tot die inrichting. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76i</nr><titel>Intrekkingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6. kan de burgemeester de
                                    vergunning intrekken, indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>aannemelijk is, dat een leidinggevende van de inrichting
                                    betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten
                                    bij activiteiten in of vanuit de inrichting, die een gevaar
                                    opleveren voor de openbare orde en/of een bedreiging vormen voor
                                    het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een leidinggevende van de inrichting toestaat danwel gedoogt,
                                    dat in zijn inrichting strafbare feiten worden gepleegd;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een leidinggevende van de inrichting zich schuldig maakt aan
                                    discriminatie naar ras, geslacht of seksuele geaardheid;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>zich in of vanuit de inrichting anderszins feiten hebben
                                    voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van
                                    de inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde en/of een
                                    bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving
                                    van de inrichting;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>is gehandeld in strijd met het bij of krachtens artikel 2.8.9.
                                    bepaalde;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>een niet daarin vermelde persoon leidinggevende is geworden met
                                    betrekking tot de inrichting, waarop de vergunning betrekking
                                    heeft;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>indien de bedrijfsuitoefening van de inrichting voor een periode
                                    van langer dan 3 maanden is of wordt onderbroken;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>indien niet langer wordt voldaan aan het bepaalde in of
                                    krachtens deze afdeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76j</nr><titel>Vervallen vergunning</titel></kop><al>De vergunning vervalt indien een vergunning, strekkende ter
                                vervanging van een eerdere vergunning voor dezelfde inrichting, is
                                verleend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76k</nr><titel>Sluiting van inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan een inrichting - al dan niet voor een
                                    bepaalde duur - gesloten verklaren:</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>indien die inrichting wordt geëxploiteerd zonder geldige
                                    vergunning;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>indien die inrichting wordt geëxploiteerd in strijd met het
                                    bepaalde in deze verordening of met de aan de vergunning
                                    verbonden voorschriften;</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te zijn gemaakt
                                    zodra een besluit tot sluiting op, in of nabij de toegang of
                                    toegangen van de inrichting is aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Een sluiting kan op aanvraag van belanghebbende(n) door de
                                    burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden
                                    feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn
                                    oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling
                                    van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal
                                    plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Het is verboden, na het van kracht worden van de sluiting als
                                    bedoeld in het eerste lid, bezoekers tot de inrichting toe te
                                    laten of daarin te laten verblijven.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Het is een ieder verboden in een bij besluit van de burgemeester
                                    gesloten inrichting als bezoeker te verblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76l</nr><titel>Toegang opsporingsambtenaren</titel></kop><al>De leidinggevende van een inrichting is verplicht ervoor te zorgen
                                dat opsporingsambtenaren, als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek
                                van Strafvordering alsmede de ambtenaren die door burgemeester en
                                wethouders of de burgemeester met de zorg voor de naleving van deze
                                verordening zijn belast, vanaf de weg onmiddellijk en onbelemmerd
                                toegang hebben tot zijn bedrijf:</al><lijst><li nr="1."><al>gedurende de tijd dat de inrichting voor bezoekers geopend
                                        is; dan wel</al></li><li nr="2."><al>gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn
                                        en indien die opsporingsambtenaren hun vermoeden uiten dat
                                        daarin of aldaar bezoekers aanwezig zijn.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50 2:73 en
                                2:74 van de Algemene plaatselijke verordening groepsgewijs niet
                                naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:78</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:79</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de
                                        Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor
                                        een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een
                                        openbare plaats.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het
                                        eerste lid eveneens ten aanzien van andere – door de
                                        gemeenteraad aan te wijzen - openbare plaatsen.</al></li></lijst><al/></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d. </titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al> In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen voor het
                                        verrichten van seksuele handelingen met of voor een ander
                                        tegen vergoeding; </al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt voor het
                                        verrichten van seksuele handelingen met of voor een ander
                                        tegen vergoeding; </al></li><li nr="c."><al>seksuele handeling: in ieder geval een aanraking van de
                                        geslachtsorganen welke niet medisch is, en lust- of
                                        gemoedstoestand opwekkend is;</al></li><li nr="d."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een inrichting
                                        voorzien van een darkroom, een seksclub, een parenclub, een
                                        erotisch café, een prostitutiehotel, een privé-huis of een
                                        prostitutiebedrijf waaronder een erotische-massagesalon, al
                                        dan niet in combinatie; </al></li><li nr="e."><al>escortbedrijf: een bedrijf waarin bedrijfsmatig, of in een
                                        omvang alsof het bedrijfsmatig is, bemiddeld wordt in
                                        prostitutie, die op een andere plaats wordt uitgeoefend dan
                                        waar de bemiddeling plaatsvindt;</al></li><li nr="f."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk zaken van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd; </al></li><li nr="g."><al>exploitant: de natuurlijke persoon, of de natuurlijke
                                        persoon die bestuurder is van een rechtspersoon, voor wiens
                                        rekening en risico een seksinrichting of escortbedrijf wordt
                                        geëxploiteerd; </al></li><li nr="h."><al>beheerder: de door de exploitant aangestelde natuurlijke
                                        persoon die de algemene en onmiddellijke leiding geeft aan
                                        een seksinrichting, escortbedrijf of sekswinkel;</al></li><li nr="i."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van: </al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant; </al></li><li nr="2."><al>de beheerder; </al></li><li nr="3."><al>de prostituee; </al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;
                                            </al></li><li nr="5."><al>de toezichthouder aangewezen krachtens artikel 6.2
                                                van deze verordening; </al></li><li nr="6."><al>een andere persoon wiens aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                is.</al></li></lijst></li><li nr="j."><al>geschiktheidsverklaring: besluit van het college waaruit
                                        blijkt dat het pand waarin de seksinrichting wordt gevestigd
                                        voldoet aan de op grond van artikel 3.1.3 vastgestelde
                                        nadere regels. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al> In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3.3.2 genoemde belangen, kan het
                                college over de uitoefening van de bevoegdheden in dit hoofdstuk
                                nadere regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Vergunningplicht seksinrichting of escortbedrijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting respectievelijk escortbedrijf
                                    te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van de
                                    burgemeester respectievelijk het college. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan het aantal te verlenen vergunningen aan een
                                    maximum binden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de aanvraag om een vergunning wordt in ieder geval vermeld,
                                    dan wel bij de aanvraag wordt in ieder geval gevoegd: </al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant; </al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; </al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf;
                                        </al></li><li nr="d."><al>een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd
                                            is tot het gebruik van de ruimte bestemd voor de
                                            seksinrichting of het escortbedrijf;</al></li><li nr="e."><al>een plattegrond van de inrichting met een schaal van
                                            tenminste 1:100 waarop duidelijk het aantal werkruimten
                                            is aangegeven;</al></li><li nr="f."><al>de plaatselijke en kadastrale ligging van de inrichting
                                            door middel van een situatietekening met een schaal van
                                            tenminste 1:1000;</al></li><li nr="g."><al>een lijst met telefoonnummers en/of websites waarmee cq.
                                            waarop de exploitatie zal plaatsvinden;</al></li><li nr="h."><al>het aantal werkzame prostituees;</al></li><li nr="i."><al>een bedrijfsplan, waarin in ieder geval beschreven de
                                            maatregelen die waarborgen dat tegen de prostituees geen
                                            enkele dwang wordt uitgeoefend en die tevens de
                                            veiligheid van de prostituees waarborgen. Het
                                            bedrijfsplan beschrijft tevens de geneeskundige zorg en
                                            voorlichting op het gebied van beroepsgerelateerde
                                            ziektes ten behoeve van bij het bedrijf werkzame
                                            prostituees.</al></li><li nr="j."><al>in geval van een seksinrichting, de door het college
                                            afgegeven geschiktheidsverklaring;</al></li><li nr="k."><al>indien van toepassing een kopie van de Drank- en
                                            Horecavergunning;</al></li><li nr="l."><al>indien van toepassing, een origineel bewijs van
                                            inschrijving in het handelsregister van de Kamer van
                                            Koophandel alsmede ingeval van een rechtspersoon de
                                            statuten van de betreffende rechtspersoon;</al></li><li nr="m."><al>indien van toepassing een bewijs van inschrijving bij de
                                            belastingdienst ten aanzien van loon-, inkomsten- en/of
                                            omzetbelastingen, met bijbehorende BTW-nummer(s).</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Eisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder: </al><lijst><li nr="a."><al>staat niet onder curatele;</al></li><li nr="b."><al>is niet ontzet uit de ouderlijke macht of voogdij; </al></li><li nr="c."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag, en
                                        </al></li><li nr="d."><al>heeft de leeftijd van éénentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en
                                    de beheerder niet: </al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld; </al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse
                                            Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter
                                            wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een
                                            bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                            eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                            toegelaten; </al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van 453 euro of meer of
                                            tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9,
                                            eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht,
                                            wegens dan wel mede wegens, overtreding van: </al><lijst><li nr="1."><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                                  Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de
                                                  Wet arbeid vreemdelingen;</al></li><li nr="2."><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b,
                                                  242 tot en met 249, 252, 250, 273f, 300 tot en met
                                                  303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater of 453 van
                                                  het Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="3."><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede
                                                  artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163
                                                  van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="4."><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en
                                                  30b van de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="5."><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                                  weerkorpsen;</al></li><li nr="6."><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                                  munitie.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt
                                    gelijkgesteld: </al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                            minder dan 340 euro bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: </al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning; </al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van de intrekking van deze vergunning. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor tenminste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning genoemd in
                                    artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem ter zake geen verwijt treft. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                    tussen 00.00 en 11.00 uur. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan door middel van een voorschrift als bedoeld
                                    in artikel 1.4 voor een afzonderlijke seksinrichting andere
                                    sluitingstijden vaststellen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich als bezoeker in een seksinrichting te
                                    bevinden op tijden waarop de seksinrichting voor het publiek
                                    gesloten dient te zijn. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voor
                                    zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op
                                    de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk
                                    kan de burgemeester, te zijner beoordeling: </al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of
                                            tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen; </al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt de burgemeester het in het eerste lid
                                    bedoelde besluit bekend overeenkomstig artikel 3:42 Algemene wet
                                    bestuursrecht. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Verplichtingen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben zonder dat de in de vergunning vermelde exploitant of
                                    beheerder in de seksinrichting aanwezig is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een escortbedrijf in bedrijf te hebben zonder
                                    dat de in de vergunning vermelde exploitant of beheerder op de
                                    plaats waar de bemiddeling plaatsvindt, aanwezig is. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf, dienen er voortdurend op toe te zien dat tijdens
                                    of in verband met de exploitatie waarvoor de vergunning is
                                    verleend er: </al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke
                                            vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                                            (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie, en </al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde; </al></li><li nr="c."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door een minderjarige
                                            prostituee;</al></li><li nr="d."><al>geen personen jonger dan 18 jaar toegang tot de
                                            seksinrichting wordt verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder treffen maatregelen ter voorkoming
                                    voorkoming van feiten genoemd in het derde lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder dienen er zorg voor te dragen dat
                                    dagelijks een actuele bedrijfsadministratie bij wordt gehouden,
                                    dat deze administratie in het bedrijf aanwezig is en op eerste
                                    vordering van een ambtenaar belast met toezicht op het bepaalde
                                    in dit hoofdstuk of op eerste vordering van een
                                    opsporingsambtenaar ter inzage wordt afgegeven. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het bevoegde orgaan kan nadere regels stellen ten aanzien van
                                    wat in de bedrijfsadministratie wordt opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Raam- en straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere
                                            wijze, op of aan de weg, op of in voor het publieke
                                            toegankelijke plaatsen (winkels daaronder begrepen), in
                                            deuropeningen, dan wel zich binnenshuis bevindende
                                            zichtbaar voor het publiek, iemand tot prostitutie uit
                                            te nodigen of aan te lokken, dan wel op deze uitnodiging
                                            of uitlokking in te gaan; </al></li><li nr="b."><al>op of zichtbaar vanaf de weg ontuchtige handelingen te
                                            verrichten, indien dit kennelijk geschiedt in het kader
                                            van prostitutie. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden, zonder vergunning van de burgemeester,
                                            een sekswinkel te exploiteren of te wijzigen, in door
                                            het college, in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen van
                                            de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Indien door door het college gebruik is gemaakt van de
                                            bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid, dan zijn
                                            artikel 3:4 lid 3 sub a tot en met e, sub h, artikel
                                            3:5, artikel 3:8 lid 1 en lid 2, en de afdelingen 3.3,
                                            3.4, en 3.5 van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Indien door het college gebruik is gemaakt van de
                                            bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid, dan is het
                                            verbod op een reeds bestaande sekswinkel niet van
                                            toepassing:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>gedurende 12 weken nadat het college gebruik heeft gemaakt van
                                    die bevoegdheid;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de exploitant
                                    binnen deze termijn een aanvraag om vergunning als bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, heeft ingediend, totdat op die aanvraag
                                    door de burgemeester een besluit is genomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Gedurende de periode genoemd in het derde lid, kan de
                                    burgemeester met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid,
                                    genoemde belangen de exploitant aanschrijven tot het treffen van
                                    in die aanschrijving vermelde voorziening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien door het college gebruik is gemaakt van de bevoegdheid
                                    als bedoeld in het eerste lid, dan is de weigeringsgrond genoemd
                                    in artikel 3:13, eerste lid, onder b, op een reeds bestaande
                                    sekswinkel niet van toepassing, voor zover de perso(o)n(en) die
                                    deze sekswinkel exploiteerde(n), de exploitatie daarvan
                                    sindsdien onafgebroken heeft of hebben voortgezet en de bruto
                                    vloeroppervlakte van deze sekswinkel sindsdien ongewijzigd is
                                    gebleven. Deze bepaling is niet van toepassing indien ná
                                    voormelde dag tevens een andere persoon of andere personen de
                                    exploitatie van een in dit lid bedoelde sekswinkel op zich heeft
                                    of hebben genomen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is de exploitant van een sekswinkel verboden, toe te laten,
                                    dat in de winkel aanwezige of werkzame personen aan bezoekers
                                    aanbieden om met hen tegen vergoeding seksuele handelingen te
                                    verrichten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop zaken, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen: </al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegde bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt; </al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegde
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.
                                </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn; weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslistermijn/tenaamstelling en geldigheidsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het besluit op de aanvraag om een vergunning wordt genomen
                                    binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het besluit kan voor ten hoogste twaalf weken worden verdaagd,
                                    hiervan wordt mededeling gedaan aan de aanvrager. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning wordt uitsluitend verleend aan de exploitant, is
                                    gebonden aan het bedrijf en aan het adres waarvoor zij is
                                    verleend en is niet overdraagbaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergunning wordt op naam gezet van de exploitant en de
                                    beheerder.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend voor een periode van ten hoogste 3
                                    jaar. Uiterlijk 12 weken voor het verstrijken van de termijn
                                    dient de exploitant een nieuwe aanvraag te hebben ingediend.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning wordt geweigerd indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3:5 gestelde eisen; </al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie in strijd is met een
                                            geldend bestemmingsplan; </al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat er personen werkzaam zijn of
                                            zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek
                                            van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde. </al></li><li nr="d."><al>het verlenen van de vergunning zou leiden tot
                                            overschrijding van het met toepassing van artikel 3:4,
                                            tweede lid, vastgestelde maximum;</al></li><li nr="e."><al>de vergunning is aangevraagd voor de exploitatie van een
                                            raamprostitutiebedrijf;</al></li><li nr="f."><al>naar oordeel van het bevoegde orgaan, redelijkerwijs
                                            moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet
                                            met het in of bij de aanvraag vermelde in
                                            overeenstemming zal zijn. </al></li><li nr="g."><al>de exploitant met betrekking tot seksinrichting niet
                                            beschikt over een door het college afgegeven
                                            geschiktheidsverklaring als bedoeld in artikel 3:4,
                                            derde lid onder j. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde; </al></li><li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast; </al></li><li nr="c."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            aantasting van de woon- winkel-, werk- of leefklimaat;
                                        </al></li><li nr="d."><al>in het belang van de veiligheid van personen of zaken;
                                        </al></li><li nr="e."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid;
                                        </al></li><li nr="f."><al>in het belang van de gezondheid; </al></li><li nr="g."><al>in het belang van de zedelijkheid; </al></li><li nr="h."><al>in het belang van de arbeidsomstandigheden van de
                                            prostituee</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het elders in de APV of in deze verordening
                                    bepaalde, kan de vergunning worden geweigerd indien de aanvrager
                                    bij een eerdere verlening van een vergunning de aan de
                                    vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet of ten
                                    dele niet is nagekomen en het vermoeden gerechtvaardigd is dat
                                    indien de vergunning wordt verleend, de aanvrager ook de aan
                                    deze vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet zal
                                    naleven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergunning voor een escortbedrijf wordt geweigerd indien dat
                                    bedrijf, naar het oordeel van het college, niet voldoende aan
                                    een pand is gebonden. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning voor een escortbedrijf wordt geweigerd indien het
                                    bedrijf gevestigd is of wordt in een voor het publiek
                                    toegankelijk gebouw, behalve wanneer het een seksinrichting
                                    betreft waarvoor een vergunning is verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Intrekkingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6, kan de vergunning
                                    tijdelijk of voor onbepaalde tijd, gedeeltelijk of geheel worden
                                    ingetrokken indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de in de vergunning vermelde exploitant of beheerder niet
                                    feitelijk de exploitatie en het beheer voert; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de exploitant of beheerder de nadere regels bedoeld in artikel
                                    3:3 overtreedt, dan wel niet of niet langer voldoet aan het
                                    gestelde in afdeling 3.2;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de exploitant of beheerder de voorschriften, behorende bij de
                                    vergunning, overtreedt;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>er door de exploitant of beheerder onvoldoende maatregelen zijn
                                    getroffen in het belang van de veiligheid, de hygiëne en de
                                    bescherming van de gezondheid van de voor hem, namens hem, onder
                                    zijn leiding, of door zijn bemiddeling, werkzame personen,
                                    alsmede ter bescherming van de volksgezondheid; </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>aannemelijk is dat de exploitant of beheerder betrokken is of
                                    hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in
                                    of vanuit de seksinrichting of het escortbedrijf, die een gevaar
                                    opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor
                                    het woon- of leefklimaat; </al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>zich anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen,
                                    dat de exploitatie gevaar oplevert voor de openbare orde of een
                                    bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving;
                                </al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>aan een exploitant meerdere vergunningen zijn verleend en een
                                    van deze vergunningen op grond van lid 1 sub a tot en met f,
                                    wordt ingetrokken. Datzelfde kan indien een in een andere
                                    gemeente verleende vergunning is ingetrokken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan een seksinrichting, al dan niet voor een
                                    bepaalde duur, gesloten verklaren, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de seksinrichting wordt geëxploiteerd zonder geldige
                                            vergunning; </al></li><li nr="b."><al>de seksinrichting wordt geëxploiteerd in strijd met de
                                            aan de vergunning verbonden voorschriften; </al></li><li nr="c."><al>naar zijn oordeel, een van de in artikel 3:14 genoemde
                                            situaties waarin intrekking van de vergunning mogelijk
                                            is, zich voordoet. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De sluiting wordt bekendgemaakt door het aanbrengen van een
                                    afschrift van het bevel op of nabij de toegang of toegangen van
                                    de seksinrichting. De sluiting treedt in werking op het moment
                                    dat bedoeld afschrift is aangebracht. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een ieder is verplicht toe te laten dat het in het tweede lid
                                    bedoelde afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft,
                                    zolang de sluiting van kracht is. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is de exploitant of beheerder van een seksinrichting,
                                    verboden daarin bezoekers toe te laten of daarin te laten
                                    verblijven, zolang de sluiting van kracht is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is een ieder verboden een overeenkomstig het eerste lid
                                    gesloten seksinrichting te bezoeken of als bezoeker daarin te
                                    verblijven. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een sluiting voor onbepaalde duur kan op aanvraag van
                                    belanghebbenden(n) worden opgeheven, wanneer later bekend
                                    geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en
                                    naar het oordeel van het bevoegde orgaan, voldoende garanties
                                    aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot de
                                    sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college kan op de gronden zoals vermeld in lid 1 een
                                    escortbedrijf, al dan niet voor een bepaalde duur, gesloten
                                    verklaren tenzij het bedrijf gevestigd is in een woning. Het
                                    bepaalde in lid 2 tot en met 6 is van overeenkomstige
                                    toepassing. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Wijziging of beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke wijziging in de bedrijfsvoering of van de exploitatievorm
                                    dient schriftelijk en direct te worden medegedeeld aan het
                                    bevoegde orgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de op de vergunning vermelde
                                    exploitant de exploitatie feitelijk beëindigt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Uiterlijk binnen een week na de feitelijke beëindiging van de
                                    exploitatie, meldt de exploitant dat schriftelijk. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in lid 2 en 3 vervalt, behoudens
                                    zwaarwegende omstandigheden en feiten, de vergunning verleend
                                    voor een sekswinkel niet indien, bij de wijziging bedoeld in lid
                                    1, aangegeven is dat de bedrijfsactiviteiten door een ander
                                    worden voortgezet en een aanvraag voor een nieuwe vergunning
                                    binnen 2 weken na de mededeling is ingediend totdat op de
                                    aanvraag een besluit is genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:17</nr><titel>Wijziging of beëindiging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder het beheer feitelijk beëindigt, meldt de
                                    exploitant dat uiterlijk binnen een week na de feitelijke
                                    beëindiging schriftelijk aan het bevoegde orgaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien op aanvraag van de exploitant is besloten de verleende
                                    vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te
                                    wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:13, eerste lid, aanhef en
                                    onder a, is van overeenkomstige toepassing. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer reeds voorlopig worden uitgeoefend door een nieuwe
                                    beheerder zodra de exploitant een aanvraag als bedoeld in het
                                    tweede lid heeft ingediend en, met betrekking tot de nieuwe
                                    beheerder, door de politie een positief advies is uitgebracht.
                                </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:18</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt een lijst van seksbioscopen,
                                    seksautomatenhallen en sekswinkels vast die, voor zover bij het
                                    college bekend, op 1 januari 2008 werden geëxploiteerd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op het exploiteren van een bestaande seksautomatenhal of
                                    seksbioscoop is het gestelde in artikel 3:4, eerste lid, niet
                                    van toepassing: </al><lijst><li nr="a."><al>gedurende 12 weken na het in werking treden daarvan;
                                        </al></li><li nr="b."><al>na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de
                                            exploitant binnen deze termijn een aanvraag om
                                            vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, heeft
                                            ingediend, totdat op die aanvraag door de burgemeester
                                            een besluit is genomen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Gedurende de periode genoemd in het tweede lid, kan de
                                    burgemeester met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid,
                                    bedoelde belangen de exploitant aanschrijven tot het treffen van
                                    in die aanschrijving vermelde voorzieningen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De weigeringsgrond genoemd in artikel 3:13, eerste lid, onder b
                                    geldt niet voor de seksbioscoop of de seksautomatenhal die
                                    voorkomt op de lijst als genoemd in het eerste lid, indien en
                                    voor zover de perso(o)n(en) die deze seksinrichting
                                    exploiteerde(n) op 1 januari 2008, de exploitatie daarvan
                                    sindsdien onafgebroken heeft of hebben voortgezet en de bruto
                                    vloeroppervlakte van deze seksinrichting sindsdien ongewijzigd
                                    is gebleven. Deze bepaling is niet van toepassing indien ná 1
                                    januari 2008 tevens een andere persoon of andere personen de
                                    exploitatie van een in dit lid bedoelde seksinrichting op zich
                                    heeft c.q. hebben genomen.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer (Activiteitenbesluit);</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit gelden niet voor door het college per
                                    kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende
                                    de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in bepaalde
                                    delen van de gemeente;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 8 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de
                                    inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de
                                    festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 8
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    4.113 , eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden, buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of het Besluit, toestellen of geluidsapparaten in
                                    werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige
                                    wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder
                                    wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                    Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit
                                    of de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te
                                doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten
                                    een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de
                                    openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te
                                    plaatsen of aanwezig te hebben:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
                                    voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:22 of onderdelen
                                        daarvan<cursief>.</cursief></al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een
                                    verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                    landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een
                                    bepaald voorwerp of bepaalde stof op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en
                                    tweede lid nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke
                                    ordening of de Provinciale Verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Ontsierende, hinderlijke of gevaarlijke reclames e.d.
                                </titel></kop><al/><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>Voor de rechthebbende van een onroerende zaak en
                                                voor de hoofdgebruiker van die zaak is het verboden
                                                deze zaak of een daarop aanwezige zaak te gebruiken
                                                of het gebruik daarvan toe te laten voor het maken
                                                van handelsreclame van een opschrift, aankondiging
                                                of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de
                                                weg of vanaf een andere voor het publiek
                                                toegankelijke plaats zichtbaar is. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in
                                                  het inwendig gedeelte van een onroerende zaak,
                                                  mits niet aan de ramen van de buitengevel;</al></li><li nr="b."><al>opschriften en aankondigingen op zuilen,
                                                  borden, muren of andere constructies, aangewezen
                                                  door de overheid;</al></li><li nr="c."><al>opschriften en aankondigingen die betrekking
                                                  hebben op:</al><lijst><li nr="-"><al>openbare verkoop, aanbiedingen voor verkoop,
                                                  verhuur of verpachting van een onroerende zaak
                                                  voor zolang zij feitelijke betekenis hebben en
                                                  geplaatst zijn op het betreffende perceel;</al></li><li nr="-"><al>het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in
                                                  of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of
                                                  waarvoor die zaak is bestemd, en op
                                                  naamborden;</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><al>mits deze opschriften en aankondigingen passen
                                                  binnen de regels van het reclamebeleid zoals
                                                  verwoord in de Welstandsnota Hof van Twente, de
                                                  verkeersveiligheid ter plaatse niet in gevaar komt
                                                  en geen overlast veroorzaakt voor de gebruikers
                                                  van de in de nabijheid gelegen onroerende
                                                  zaak.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><lijst><li nr="d."><al>opschriften die betrekking hebben op de naam
                                                  of aard van in uitvoering zijnde werken of op de
                                                  namen van degenen die bij het ontwerp of de
                                                  uitvoering van het werk betrokken zijn en die
                                                  functioneel zijn voor een bouw- of sloopactiviteit
                                                  of een andere tijdelijke werkzaamheid in de
                                                  grond-, weg- of waterbouw, mits geplaatst op of in
                                                  de onmiddellijke nabijheid van het terrein waarop
                                                  die activiteit of werkzaamheid wordt uitgevoerd,
                                                  niet verlicht zijn, de verkeersveiligheid ter
                                                  plaatse niet in gevaar komt en geen overlast
                                                  veroorzaakt voor de gebruikers van de in de
                                                  nabijheid gelegen onroerende zaak, dit voor zolang
                                                  zij feitelijke betekenis hebben; </al></li><li nr=""><al>opschriften en aankondigingen aan gebouwen en
                                                  inrichtingen van openbaar vervoer, als deze zijn
                                                  aangebracht voor dat vervoer.</al><al/><al>3.Het in het eerste lid gesteld verbod geldt
                                                  ook niet voor zover de Woningwet, op de Wet
                                                  Milieubeheer gebaseerde voorschriften, de
                                                  Monumentenwet, de Provinciale
                                                  landschapsverordening, de gemeentelijke
                                                  monumentenverordening of artikel 2:10 van de APV
                                                  van toepassing is.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van flora en fauna</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Plukverbod paddenstoelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd plaatsen aan te wijzen waar ter
                                    bescherming van het natuur-, landschaps- of dorps-/stadsschoon
                                    verboden is daarbij aangeduide paddestoelen te plukken of bij
                                    zich te hebben;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een, door het college, krachtens het eerste
                                    lid, aangewezen plaats de daarbij aangeduide paddestoelen te
                                    plukken of bij zich te hebben;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet:</al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van door of met toestemming van de
                                            rechthebbende ter plaatse verkregen dan wel van elders
                                            afkomstige paddestoelen;</al></li><li nr="b."><al>indien de in dit artikel bedoelde handelingen worden
                                            verricht in het kader van normale
                                            onderhoudswerkzaamheden;</al></li><li nr="c."><al>voorzover de Natuurbeschermingswet van toepassing
                                            is;</al></li><li nr="d."><al>voorzover het plukken van paddestoelen gebeurd voor
                                            educatieve doeleinden, voor inventarisatie en voor
                                            beheerswerk.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Bomen</titel></kop><al>Het is verboden te handelen in strijd met de “Bomenverordening
                                gemeente Hof van Twente”. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Kamperen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40
                                van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel
                                gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunning of ontheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende verboden om zonder vergunning van
                                    burgemeester en wethouders een kampeerterrein te houden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden gelegenheid te geven tot het buiten een
                                    kampeerterrein plaatsen of geplaatst houden van een of meer
                                    kampeermiddelen voor recreatief nachtverblijf. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van het verbod in het tweede lid kunnen burgemeester en
                                    wethouders in verband met een gelegenheid van zeer tijdelijke
                                    aard, tot maximaal 2 weken, ontheffing verlenen aan of ten
                                    behoeve van groepen, organisaties of verenigingen. In bijzondere
                                    gevallen kan worden afgeweken van de tijdslimiet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Weigeringsgronden en voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning of ontheffing als bedoeld in artikel 2 van deze
                                    verordening kan in ieder geval worden geweigerd of onder
                                    voorschriften worden verleend in het belang van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>landschaps- en natuurwaarden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de zedelijkheid, gezondheid of hygiëne;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de openbare orde;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>het voorkomen of beperken van overlast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere voorschriften verbinden
                                    aan de vergunning of ontheffing als bedoeld in artikel 2 van
                                    deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van
                                        artikel 4:17, eerste lid niet geldt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang
                                        van de gronden, genoemd in artikel 4:17, vierde lid.</al></li></lijst><al/></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="2."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen
                                    tegen betaling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden
                                    verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
                                    gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze
                                    werkzaamheden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                    bedoelde persoon.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd,
                                    op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 100
                                    meter met als middelpunt een van deze voertuigen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te
                                    hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar
                                    zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                    beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit
                                    naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                    aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen
                                    of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                    gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of
                                    vanwege de overheid;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                    terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het
                                belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare
                                gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de
                                daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Venten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college in de
                                    uitoefening van handel op of aan de weg of aan een openbaar
                                    water, aan een huis dan wel op een andere - al dan niet met
                                    enige beperking - voor het publiek toegankelijke en in de
                                    openlucht gelegen plaats goederen te koop aan te bieden, te
                                    verkopen of af te geven dan wel diensten aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet:</al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van het te koop aanbieden, verkopen of
                                            afleveren van gedrukte of geschreven stukken waarin
                                            gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
                                            artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.</al></li><li nr="b."><al>voor het aan de huizen van vaste afnemers afleveren van
                                            goederen door - of door huisgenoten of personeel van -
                                            hem die dit mede doet ter exploitatie van zijn winkel,
                                            bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="c."><al>voor het te koop aanbieden of verkopen van goederen op
                                            de plaats die is aangewezen voor het houden van een
                                            markt, zulks gedurende de tijden waarop die markt
                                            gehouden wordt;</al></li><li nr="d."><al>voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen op een standplaats bedoeld in artikel
                                            5.2.3.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van de openbare orde;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente
                                    of in een deel der gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat
                                    door het verlenen van de vergunning een redelijk
                                    verzorgingsniveau voor de consumenten ter plaatse in gevaar
                                    komt.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten aan te bieden,, gebruikmakend van fysieke middelen,
                                    zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in
                                    artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                    Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                    2:24.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met
                                    de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;</al><lijst><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs
                                            te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            voor een standplaats voor het verkopen van goederen een
                                            redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse
                                            in gevaar komt;</al></li><li nr="c."><al>vanwege strijd met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                    aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een
                                    aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens
                                    van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                    voorwerp.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in de daarin
                                    geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van
                                    Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening, de
                                    Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de
                                    gemeente;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of
                                    de Provinciale landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                    de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of
                                    de Provinciale landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                    bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd
                                    dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of
                                    proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te
                                    nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
                                    kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                    toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik
                                    van deze terreinen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van
                                    de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het
                                    eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het
                                    publiek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                    verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement
                                    verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld
                                    in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens 1990 of met een fiets of een paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij
                                    regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                    terreinen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                    milieuwaarden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                    motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                    paarden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                    hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid,
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de minister
                                    van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                    hulpverleningsdiensten;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                    exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                    wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen
                                    die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid
                                    bedoeld;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van
                                    de onder d bedoelde personen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                    'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van
                                    motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                    aangewezen als 'toestel'.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover het betreft:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                    afvalstoffen worden verbrand;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>vuur voor koken, bakken en braden, voorzover dat geen gevaar,
                                    overlast of hinder voor de omgeving oplevert.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al><lijst><li nr="-"><al>verharde delen van de weg; </al></li><li nr="-"><al>gemeentelijke begraafplaatsen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde
                                en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
                                beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie
                                maanden of geldboete van de tweede categorie: artikel 2:1, 2:6,
                                2:10, 2:11, 2:12, 2:13, 2:14, 2:16, 2:17, 2:18, 2:19, 2:21, 2:22,
                                2:23, 2:25, 2:26, 2:29, 2:31, 2:32, 2:33, 2:36, 2:38, 2:39b, 2:39d,
                                2:39g, 2:39k, 2:40, 2:41, 2:42, 2:46, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:54,
                                2:55, 2:58, 2:60, 2:62, 2:63, 2:65, 2:68, 2:72, 2:73, 2:74, 2:75,
                                2:76a, 2:76b, 2:76h, 2:76l, 3:4, 3:5, 3:6, 3:8, 3:9, 3:10, 3:11,
                                4:6, 4:7, 4:8, 4:9, 4:10, 4:12, 4:13, 4:14, 4:16, 4:18, 5:2, 5:3,
                                5:4, 5:5, 5:6, 5:7, 5:8, 5:9, 5:13, 5:14, 5:15, 5:16, 5:17, 5:20,
                                5:22, 5:23, 5:24, 5:25, 5:29, 5:30, 5:31, 5:33.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde
                                en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
                                beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste
                                categorie: artikel 2:43, 2:44, 2:45, 2:46, 2:51, 2:52, 2:53, 2:57,
                                2:59, 2:64, 2:66, 3:16, 3:17, 5:11, 5:12, 5:21, 5:26, 5:27,
                                5:28.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast: de handhavers van de afdeling
                                Vergunningen en handhaving;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening met</al><al>betrekking tot prostitutie zijn belast: opsporingsambtenaren van de
                                politie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan
                                wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Hof van Twente
                                2009 d.d. 24 november 2009 wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2010.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste en tweede lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding
                            van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige
                            besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            Hof van Twente 2010.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hof
                        van Twente d.d. 9 februari 2010.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad van de gemeente Hof van Twente,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>A.W. Averink, H. Kok</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING:</titel></kop><al/><al><vet>A. Lex Silencio Positivo </vet></al><al/><al><vet>Artikel 2:9: Ontheffing van het verbod optreden als
                    straatartiest:</vet></al><al>Lex Silencio Positivo:</al><al>Het aanwijzen van een gebied waar het verboden is als straatartiest op te treden
                    zal doorgaans op initiatief van het college zelf gebeuren en niet op aanvraag.
                    Mocht er wel een aanvraag aan de orde zijn, dan bestaan er geen duidelijke
                    bezwaren tegen een Lex Silencio Positivo. Een ontheffing van het verbod zal
                    vaker op aanvraag gebeuren, maar ook een ambtshalve ontheffing kan voorkomen,
                    bijvoorbeeld bij bepaalde festiviteiten. Ook bij een ontheffing op aanvraag is
                    geen reden om van een Lex silencio positivo af te zien. Paragraaf 4.1.3.3 van de
                    Awb wordt op het gehele artikel van toepassing verklaard.</al><al/><al><vet>Artikel 5:23: Vergunning organisatie snuffelmarkt:</vet></al><al>Lex Silencio Positivo: </al><al>Een snuffelmarkt is een markt (niet in de openlucht) waarbij hoofdzakelijk
                    tweedehands of incourante goederen worden verhandeld of diensten worden
                    aangeboden vanaf een standplaats. De vergunningsplicht is in het model APV
                    gehandhaafd, met name omdat een snuffelmarkt voor veel overlast kan zorgen in de
                    omgeving (bijvoorbeeld door extra verkeer en parkeerdrukte). Nu aan de verlening
                    of weigering van de vergunning relatief eenvoudige afweging aan ten grondslag
                    ligt en de gevolgen van een snuffelmarkt doorgaans beperkt zullen zijn, zijn er
                    geen dwingende redenen van algemeen belang aanwezig om van een lex silencio
                    positivo af te zien. Paragraaf 4.1.3.3 van de Awb wordt op het artikel van
                    toepassing verklaard.</al><al/><al><vet>Artikel 2:25: Vergunning evenementen:</vet></al><al>Lex Silencio Positivo: </al><al>Kleinere evenementen zijn al vergunningsvrij. Deze vergunning ziet derhalve op
                    grotere evenementen. Daarbij is een lex silencio positivo niet wenselijk, gezien
                    de impact die een groot evenement kan hebben met name op de openbare orde. Ook
                    vragen vele aspecten van een groot evenement - zoals brandveiligheid, geluid,
                    aanvoer en afvoer van verkeer en het parkeren van bezoekers – om maatwerk dat
                    alleen een inhoudelijke vergunningsbeschikking kan bieden. Er zijn derhalve
                    verschillende dwingende redenen van algemeen belang, met name de openbare orde,
                    openbare veiligheid en milieu om van een lex silencio positivo af te zien.
                    Paragraaf 4.1.3.3 van de Awb wordt niet van toepassing verklaard.</al><al/><al><vet>Artikel 2:39: Exploitatievergunning speelgelegenheid:</vet></al><al>Lex Silencio Positivo: </al><al>Deze vergunning beoogt de bescherming van met name de openbare orde. Daarnaast
                    speelt het bestrijden van gokverslaving een rol. Het is hoogst onwenselijk als
                    deze vergunning van rechtswege wordt verleend, voordat er een inhoudelijke toets
                    van de aanvraag heeft plaatsgevonden en is voltooid. Een lex silencio is hier
                    dan ook niet wenselijk om dwingende redenen van algemeen belang, zoals de
                    openbare orde en volksgezondheid. Paragraaf 4.1.3.3 van de Awb wordt niet van
                    toepassing verklaard.</al><al/><al><vet>Artikel 3:4: Vergunning seksinrichting:</vet></al><al>Lex Silencio Positivo: </al><al>Deze vergunning beschermt wezenlijke belangen, met name de openbare orde en de
                    volksgezondheid. Het is hoogst onwenselijk als deze vergunning van rechtswege
                    wordt verleend voordat er een inhoudelijke toets van de aanvraag heeft
                    plaatsgevonden en is voltooid. Een lex silencio positivo is hier dan ook niet
                    wenselijk om dwingende redenen van algemeen belang zoals de openbare orde en de
                    volksgezondheid. Paragraaf 4.1.3.3 van de Awb wordt hier niet van toepassing
                    verklaard.</al><al/><al><vet>Artikel 4:18: Ontheffing van het verbod tot recreatief nachtverblijf buiten
                        kampeerterreinen:</vet></al><al>Lex Silencio Positivo: </al><al>Dit artikel dient met name de bescherming van natuur en milieu. Het zou hoogst
                    onwaarschijnlijk zijn als er een vergunning van rechtswege zou ontstaan die
                    toestaat dat in een kwetsbaar natuurgebied gekampeerd wordt. Paragraaf 4.1.3.3
                    van de Awb wordt niet van toepassing verklaard. </al><al/><al>veranderen van een weg (artikel 2:11) en het maken of veranderen van een uitweg
                    (artikel 2:12) vervallen van rechtswege bij inwerkingtreding van de Wabo. Zie
                    resp. artikel 2.2, eerste lid onder d. en onder e. van de Wabo. Artikel 2.3 van
                    de Wabo verbiedt het handelen in strijd met een voorschrift van een
                    omgevingsvergunning op grond van artikel 2:11 en 2:12 van het model-APV.Via
                    artikel 5.4 van de Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is de
                    Wet economische delicten van toepassing op handelen zonder of in strijd met
                    beide vergunningen. De strafbepalingen van de APV zijn er dus niet op van
                    toepassing. </al><al/><al><vet>B. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht! </vet></al><al/><al>! Aanvragen om een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, die zijn ingediend
                    vóór de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening, worden afgehandeld
                    volgens het recht zoals dat gold vóór het tijdstip waarop artikel 2.2 van de Wet
                    algemene bepalingen omgevingsrecht in werking is getreden.</al><al>! Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2.2 van de
                    Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking treedt.</al><al/><al><vet>Artikel 1:1</vet></al><al>In dit artikel is met de term “bevoegd gezag” aangehaakt bij de Wet algemene
                    bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Die is van toepassing op de vergunning voor
                    aanleg of veranderen van een weg (artikel 2:11). De vergunning voor het
                    aanleggen of veranderen van een weg is aangewezen in artikel 2.2, eerste lid
                    onder d. van de Wabo.</al><al/><al>De omgevingsvergunning wordt door één bevoegd gezag beoordeeld en doorloopt één
                    procedure. De beslissing op de aanvraag kent ook één procedure van
                    rechtsbescherming. Het bevoegd gezag is in de meeste gevallen het college van
                    burgemeester en wethouders van de gemeente waar het project zal worden verricht.
                    In een beperkt aantal gevallen berust de bevoegdheid tot toestemmingsverlening
                    niet bij het college van burgemeester en wethouders, maar bij het college van
                    gedeputeerde staten en in enkele gevallen bij een Minister. Het bevoegd gezag is
                    integraal verantwoordelijk voor het te nemen besluit en is tevens belast met de
                    bestuursrechtelijke handhaving. Zie verder ook de toelichting bij artikel 2:11
                    van deze verordening.</al><al/><al>Daarnaast komt in de APV op verschillende plaatsen de term “bevoegd
                    bestuursorgaan” voor. Daarmee wordt dan gedoeld op ofwel het college van
                    burgemeester en wethouders, ofwel de burgemeester. De Wabo brengt hierin geen
                    verandering.</al><al/><al><vet>Artikel 1:2</vet></al><al>Wabo</al><al>De tekst van het eerste lid is in overeenstemming gebracht met die van artikel
                    3.9, eerste lid van de Wabo. Inhoudelijk is er niets veranderd.</al><al/><al>Het derde lid is toegevoegd omdat artikel 3.9, tweede lid van de Wabo bepaalt
                    dat de beslistermijn niet met acht, maar slechts met zes weken kan worden
                    verlengd. De wegaanlegvergunning (art 2:11) valt onder de Wabo. De vergunning
                    voor het aanleggen of veranderen van een weg is aangewezen in artikel 2.2,
                    eerste lid onder d. van de Wabo.</al><al/><al>De indieningsvereisten voor een aanvraag om een vergunning of ontheffing die
                    onder de Wabo valt, staan in de Ministeriele regeling omgevingsrecht (Mor). De
                    algemene indieningsvereisten staan in artikel 1.3 Mor, dat luidt als volgt:</al><al>Artikel 1.3 Indieningsvereisten bij iedere aanvraag</al><al>1. In de aanvraag vermeldt de aanvrager:</al><lijst><li nr="a."><al>De naam, het adres en de woonplaats van de aanvrager, alsmede het
                            elektronisch adres van de aanvrager, indien de aanvraag met een
                            elektronisch formulier wordt ingediend;</al></li><li nr="b."><al>Het adres, de kadastrale aanduiding dan wel de ligging van het
                            project;</al></li><li nr="c."><al>Een omschrijving van de aard en omvang van het project;</al></li><li nr="d."><al>Een omschrijving van de aard en omvang van de gevolgen van het project
                            voor de fysieke leefomgeving, voor zover die gevolgen relevant zijn voor
                            de beoordeling van de aanvraag;</al></li><li nr="e."><al>Indien de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde: zijn naam,
                            adres en woonplaats, alsmede het elektronisch adres van de gemachtigde,
                            indien de aanvraag met een elektronisch formulier wordt ingediend; </al></li><li nr="f."><al>Indien het project wordt uitgevoerd door een ander dan de aanvrager:
                            zijn naam, adres en woonplaats.</al></li></lijst><al>2. De aanvrager voorziet de aanvraag van een aanduiding van de locatie van de
                    aangevraagde activiteit of activiteiten. Deze aanduiding geschiedt met behulp
                    van een situatietekening, kaart, foto’s of andere geschikte middelen.</al><al>3. De aanvrager doet bij de aanvraag een gespecificeerde opgave van de kosten
                    van de te verrichten werkzaamheden. </al><al/><al><vet>Artikel 2:6</vet></al><al>Wabo</al><al>Het verspreiden van gedrukte stukken valt niet onder de Wabo, ook niet als daar
                    een element van handelsreclame in zit.</al><al/><al><vet>Artikel 2:11</vet></al><al>De vergunning voor het aanleggen of veranderen van een weg is aangewezen in
                    artikel 2.2, eerste lid onder d. van de Wabo. Dat betekent dat de termijnen
                    genoemd in artikel 3.9 van de Wabo van toepassing zijn op deze vergunning. De
                    beslistermijn is 8 weken, de verdagingstermijn zes weken. De indieningsvereisten
                    voor een aanvraag om een vergunning die onder de Wabo valt, staan in de
                    Ministeriele regeling omgevingsrecht (Mor). Het gaat dan om de algemene
                    indieningsvereisten uit artikel 1.3 van de Mor. Zie daarvoor de toelichting bij
                    artikel 1.2 model-APV. Voor het aanleggen of veranderen van een weg zijn in de
                    Mor geen aanvullende indieningsvereisten opgenomen.</al><al/><al>In artikel 2:18 van de Wabo is bepaald dat de vergunning alleen kan worden
                    verleend of geweigerd op de gronden vermeld in deze verordening. De
                    weigeringsgronden staan in artikel 1.8 van deze verordening. </al><al/><al><vet>Artikel 2:12</vet></al><al>De vergunning voor het aanleggen of veranderen van een weg is aangewezen in
                    artikel 2.2, eerste lid onder e van de Wabo. Dat betekent dat de termijnen
                    genoemd in artikel 3.9 van de Wabo van toepassing zijn op deze vergunning. De
                    beslistermijn is 8 weken, de verdagingstermijn zes weken. De indieningsvereisten
                    voor een aanvraag om een vergunning die onder de Wabo valt, staan in de
                    Ministeriele regeling omgevingsrecht (Mor). Het gaat dan om de algemene
                    indieningsvereisten uit artikel 1.3 van de Mor. Zie daarvoor de VNG-toelichting
                    bij artikel 1.2 model-APV. Voor het aanleggen of veranderen van een weg zijn in
                    de Mor geen aanvullende indieningsvereisten opgenomen.</al><al/><al><vet>Artikel 6:1</vet></al><al>Wabo </al><al>De vergunningen voor het aanleggen of veranderen van een weg (artikel 2:11) en
                    het maken of veranderen van een uitweg (artikel 2:12) vervallen van rechtswege
                    bij inwerkingtreding van de Wabo. Zie resp. artikel 2.2, eerste lid onder d. en
                    onder e. van de Wabo. Artikel 2.3 van de Wabo verbiedt het handelen in strijd
                    met een voorschrift van een omgevingsvergunning op grond van artikel 2:11 en
                    2:12 van het model-APV.Via artikel 5.4 van de Invoeringswet Wet algemene
                    bepalingen omgevingsrecht is de Wet economische delicten van toepassing op
                    handelen zonder of in strijd met beide vergunningen. De strafbepalingen van de
                    APV zijn er dus niet op van toepassing. </al></nota-toelichting><bijlage><kop><titel>Inhoudsopgave</titel></kop><al/><al><vet>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen </vet></al><al>Artikel 1:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 1:2 Beslistermijn</al><al>Artikel 1:3 Indiening aanvraag </al><al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen</al><al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1:7 Termijnen</al><al>Artikel 1:8 Weigeringsgronden</al><al>Artikel 1:9 Toepassing Lex Silencio Positivo</al><al>Artikel 1:10 Uitsluiting werking Lex Silencio Positivo </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 2 Openbare orde </vet></al><al/><al><vet>Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden </vet></al><al>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden</al><al/><al><vet>Afdeling 2 Betoging </vet></al><al>Artikel 2:2 Optochten (vervallen) </al><al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2:4 Afwijking termijn (vervallen)</al><al>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens (vervallen)</al><al/><al><vet>Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken </vet></al><al>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of
                    afbeeldingen</al><al/><al><vet>Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de weg </vet></al><al>Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. (vervallen)</al><al>Artikel 2:8 Dienstverlening (vervallen)</al><al>Artikel 2:9 Straatartiest</al><al/><al><vet>Afdeling 5 Bruikbaarheid van de weg </vet></al><al>Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                    publieke functie ervan</al><al>Artikel 2:11 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</al><al>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg</al><al/><al><vet>Afdeling 6 Veiligheid op de weg </vet></al><al>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid</al><al>Artikel 2:14 Winkelwagentjes</al><al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of voorwerp</al><al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.</al><al>Artikel 2:17 Kelderingangen e.d.</al><al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen</al><al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</al><al>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen (vervallen)</al><al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting</al><al>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn</al><al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs</al><al/><al><vet>Afdeling 7 Evenementen </vet></al><al>Artikel 2:24 Begripsomschrijving</al><al>Artikel 2:25 Evenement</al><al>Artikel 2:26 Ordeverstoring</al><al/><al><vet>Afdeling 8 Toezicht op horecabedrijven </vet></al><al>Artikel 2:27 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf (vervallen)</al><al>Artikel 2:29 Sluitingstijd</al><al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingtijd; tijdelijke sluiting</al><al>Artikel 2:31 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</al><al>Artikel 2:32 Handel in horecabedrijven</al><al>Artikel 2:33 Ordeverstoring</al><al>Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan</al><al/><al><vet>Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
                    </vet></al><al>Artikel 2:35 Begripbepaling</al><al>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie</al><al>Artikel 2:37 Nachtregister (vervallen)</al><al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister</al><al/><al><vet>Afdeling 10 Toezicht op speelgelegenheden </vet></al><al>Artikel 2:39 Speelgelegenheden</al><al>Artikel 2:39a Bevoegd bestuursorgaan</al><al>Artikel 2:39b Exploitatie van een speelgelegenheid</al><al>Artikel 2:39c Aanvraag</al><al>Artikel 2:39d Overdraagbaarheid vergunning</al><al>Artikel 2:39e Eisen aan de exploitant en de beheerder</al><al>Artikel 2:39f Gronden voor weigering van de vergunning</al><al>Artikel.2:39g Verplichtingen van de exploitant en beheerder</al><al>Artikel 2:39h Exploitatietijden</al><al>Artikel 2:39i Gronden voor intrekking van de vergunning</al><al>Artikel 2:39j Sluiting speelgelegenheden</al><al>Artikel.2:39k Beëindiging van exploitatie speelgelegenheden</al><al>Artikel 2:40 Speelautomaten</al><al/><al><vet>Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid </vet></al><al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal</al><al>Artikel 2:42 Plakken kladden</al><al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d.</al><al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuig</al><al>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d.</al><al>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d.</al><al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag openbare plaatsen</al><al>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik</al><al>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen</al><al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten</al><al>Artikel 2:51 Neerzetten fietsen e.d.</al><al>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterreinen
                    e.d.</al><al>Artikel 2:53 Bespieden van personen</al><al>Artikel 2:54 Reddingsmiddelen</al><al>Artikel 2:55 Aanstootgevend gedrag</al><al>Artikel 2:56 Alarminstallaties (vervallen)</al><al>Artikel 2:57 Loslopende honden</al><al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden </al><al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden</al><al>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</al><al>Artikel 2:61 Wilde dieren (vervallen)</al><al>Artikel 2:62 Nachtvissen</al><al>Artikel 2:63 Loslopend vee</al><al>Artikel 2:64 Duiven</al><al>Artikel 2:65 Bijen</al><al>Artikel 2:66 Bedelarij</al><al/><al><vet>Afdeling 12 Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen </vet></al><al>Artikel 2:67 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 2:68 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</al><al>Artikel 2:69 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van WvSr</al><al>Artikel 2:70 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen (vervallen)</al><al/><al><vet>Afdeling 13 Vuurwerk </vet></al><al>Artikel 2:71 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen consumentenvuurwerk tijdens de
                    verkoopdagen</al><al>Artikel 2:73 Bezigen consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling</al><al>Artikel 2:74 Carbidschieten</al><al/><al><vet>Afdeling 14 Drugsoverlast </vet></al><al>Artikel 2:75 Drugshandel op straat</al><al>Artikel 2:76 Growshops begripsbepalingen</al><al>Artikel 2:76a Vergunningplicht</al><al>Artikel 2:76b Eisen leidinggevende</al><al>Artikel 2:76c Nadere regels</al><al>Artikel 2:76d Vergunningaanvraag</al><al>Artikel 2:76e Beslistermijn</al><al>Artikel 2:76f Weigeringsgronden</al><al>Artikel 2:76g Vergunning </al><al>Artikel 2:76h Aanwezigheid leidinggevende</al><al>Artikel 2:76i Intrekkingsgronden</al><al>Artikel 2:76j Vervallen vergunning</al><al>Artikel 2:76k Sluiting van inrichtingen</al><al>Artikel 2:76l Toegang opsporingsambtenaren</al><al/><al><vet>Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                        cameratoezicht op openbare plaatsen </vet></al><al>Artikel 2:77 Bestuurlijke ophouding</al><al>Artikel 2:78 Veiligheidsrisicogebieden</al><al>Artikel 2:79 Cameratoezicht op openbare plaatsen</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
                    </vet></al><al/><al><vet>Afdeling 1 Begripsbepalingen </vet></al><al>Artikel 3:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan</al><al>Artikel 3:3 Nadere regels</al><al/><al><vet>Afdeling 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d.
                    </vet></al><al>Artikel 3:4 Vergunningsplicht seksinrichting of escortbedrijf</al><al>Artikel 3:5 Eisen exploitant en beheerder</al><al>Artikel 3:6 Sluitingstijden</al><al>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden, tijdelijke sluiting</al><al>Artikel 3:8 Verplichtingen exploitant en beheerder</al><al>Artikel 3:9 Raam- en straatprostitutie</al><al>Artikel 3:10 Sekswinkels</al><al>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische
                    goederen, afbeeldingen e.d.</al><al/><al><vet>Afdeling 3 Beslistermijn, weigeringsgronden </vet></al><al>Artikel 3:12 Beslistermijn/tenaamstelling en geldigheidsduur</al><al>Artikel 3:13 Weigeringsgronden</al><al>Artikel 3:14 Intrekkingsgronden</al><al>Artikel 3:15 Sluiting</al><al/><al><vet>Afdeling 4 Beëindiging exploitatie, wijziging beheer </vet></al><al>Artikel 3:16 Wijziging of beëindiging exploitatie</al><al>Artikel 3:17 Wijziging of beëindiging beheer</al><al/><al><vet>Afdeling 5 Overgangsbepalingen </vet></al><al>Artikel 3:18 Overgangsbepalingen</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                        uiterlijk aanzien van de gemeente </vet></al><al/><al><vet>Afdeling 1 Geluidhinder en verlichting </vet></al><al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten</al><al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten</al><al>Artikel 4:4 Verboden incidentele activiteiten (vervallen)</al><al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek (vervallen)</al><al>Artikel 4:6 Overige geluidshinder</al><al/><al><vet>Afdeling 2 Bodem-, weg-, en milieuverontreiniging </vet></al><al>Artikel 4:7 Straatvegen</al><al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen</al><al>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en
                    putten buiten gebouwen </al><al/><al><vet>Afdeling 3 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast </vet></al><al>Artikel 4:10 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen e.d.</al><al>Artikel 4:11 Stankoverlast door gebruik meststoffen (vervallen)</al><al>Artikel 4:12 Ontsierende, hinderlijke of gevaarlijke reclames e.d.</al><al/><al><vet>Afdeling 4 Bescherming van flora en fauna </vet></al><al>Artikel 4:13 Plukverbod paddenstoelen</al><al>Artikel 4:14 Bomen</al><al/><al><vet>Afdeling 5 Kamperen </vet></al><al>Artikel 4:15 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 4:16 Vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 4:17 Weigeringsgronden en voorschriften</al><al>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</al><al>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
                    </vet></al><al/><al><vet>Afdeling 1 Parkeerexcessen </vet></al><al>Artikel 5:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</al><al>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen</al><al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen</al><al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken</al><al>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.d.</al><al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen</al><al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen</al><al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</al><al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
                    (vervallen)</al><al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</al><al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets</al><al/><al><vet>Afdeling 2 Collecteren </vet></al><al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen</al><al/><al><vet>Afdeling 3 Venten </vet></al><al>Artikel 5:14 Venten</al><al/><al><vet>Afdeling 4 Standplaatsen </vet></al><al>Artikel 5:15 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 5:16 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</al><al>Artikel 5:17 Toestemming rechthebbende</al><al>Artikel 5:18 Afbakeningsbepalingen </al><al/><al><vet>Afdeling 5 Snuffelmarkten </vet></al><al>Artikel 5:19 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 5:20 Organiseren van een snuffelmarkt</al><al/><al><vet>Afdeling 6 Openbaar water </vet></al><al>Artikel 5:21 Voorwerpen op, in of boven het water</al><al>Artikel 5:22 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</al><al>Artikel 5:23 Aanwijzen ligplaats</al><al>Artikel 5:24 Verbod innemen ligplaats</al><al>Artikel 5:25 Beschadigen van waterstaatswerken</al><al>Artikel 5:26 Reddingsmiddelen (vervallen)</al><al>Artikel 5:27 Veiligheid op het water</al><al>Artikel 5:28 Overlast aan vaartuigen</al><al/><al><vet>Afdeling 7 Crosstereinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                        natuurgebieden </vet></al><al>Artikel 5:29 Crossterreinen</al><al>Artikel 5:30 Beperkingen verkeer in natuurgebieden</al><al/><al><vet>Afdeling 8 Verbod vuur te stoken </vet></al><al>Artikel 5:31 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins
                    vuur te stoken</al><al/><al><vet>Afdeling 9 Verstrooiing van as </vet></al><al>Artikel 5:32 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 5:33 Verboden plaatsen</al><al>Artikel 5:34 Hinder of overlast</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 6 Straf-, overgangs-, en slotbepalingen </vet></al><al>Artikel 6:1 Strafbepalingen</al><al>Artikel 6:2 Toezichthouders</al><al>Artikel 6:3 Binnentreden woningen</al><al>Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</al><al>Artikel 6:5 Overgangsbepaling</al><al>Artikel 6:6 Citeertitel</al></bijlage></regeling></body></cvdr>