<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR192126_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvestingsverordening Roermond</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 17-06-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening Roermond</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005674&amp;artikel=2">Huisvestingswet, art. 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-06-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015/026/1</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Artikel 9 bevat een hardheidsclausule.</al><al>Artikel 11 bevat een overgangsbepaling.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Huisvestingsverordening Roermond</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                        onder;</al><lijst><li nr="a."><al>wet: de Huisvestingswet;</al></li><li nr="b."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                Roermond</al></li><li nr="c."><al>eigenaar: de eigenaar als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de
                                wet;</al></li><li nr="d."><al>huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een
                                gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren;</al></li><li nr="e."><al>woonruimte: de woonruimte als bedoelde in artikel 1, eerste lid
                                onder b, van de wet;</al></li><li nr="f."><al>zelfstandige woonruimte: woonruimte welke een eigen toegang heeft en
                                welke door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij
                                afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die
                                woonruimte;</al></li><li nr="g."><al>onzelfstandige woonruimte: de woonruimte welke geen eigen toegang
                                heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder
                                afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die
                                woonruimte;</al></li><li nr="h."><al>omgevingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 2.2, lid 2
                                van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), in samenhang
                                met artikel 30, eerste lid, onder c, van de wet, voor de activiteit
                                het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige
                                woonruimte; </al></li><li nr="i."><al>kamerverhuurpand: gebouw of een deel van een gebouw waarin
                                onzelfstandige woonruimte wordt verhuurd aan één of meer
                                huishoudens;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><al>Het bepaalde van deze verordening is van toepassing op alle gebouwen
                        bevattende woonruimte in de gemeente Roermond.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Vergunningsvereiste</titel></kop><al>Het is verboden een woonruimte, aangewezen in artikel 2, met het oog op het
                        behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad, zonder
                        omgevingsvergunning van het college van zelfstandige in onzelfstandige
                        woonruimte om te zetten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 4.2 van de Algemene wet
                            bestuursrecht, artikel 4.4, eerste lid van het Besluit omgevingsrecht en
                            artikel 1.3 van de Regeling omgevingsrecht gaat de aanvraag
                            omgevingsvergunning samen met:</al><lijst><li nr="a."><al>een plattegrond van de bestaande situatie voorzien van
                                    oppervlakte maten (schaal 1:100);</al></li><li nr="b."><al>een plattegrond van de beoogde situatie voorzien van oppervlakte
                                    maten (schaal 1:100), waarbij is aangegeven het aantal ruimten
                                    en tevens welke ruimten wel en niet als onzelfstandige
                                    woonruimte gebruikt gaan worden.</al></li><li nr="c."><al>bewijs van eigendom van de woonruimte en voor zover van
                                    toepassing, bewijs dat de aanvrager gerechtigd is tot de
                                    gevraagde omzetting van zelfstandige woonruimte in
                                    onzelfstandige woonruimte;</al></li><li nr="d."><al>namen van eventuele huidige bewoners van de woonruimte:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is bevoegd om in het belang van het nemen van een beslissing
                            op de aanvraag om een omgevingsvergunning aanvullende gegevens en
                            bescheiden te vragen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Gronden tot weigering van een omgevingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de omgevingsvergunning weigeren indien:</al><al>het belang dat de aanvrager bij de omzetting heeft niet opweegt tegen
                            het belang van het behoud van de woonruimtevoorraad. Bij de beoordeling
                            van het belang van het behoud van de woonruimtevoorraad worden mede de
                            ligging en de te verwachten vraag naar het type woonruimte waarop de
                            vergunningaanvraag betrekking heeft betrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de omgevingsvergunning eveneens weigeren indien:</al><lijst><li nr="a."><al>vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat verlening
                                    van de omgevingsvergunning ten behoeve van kamerverhuur zou
                                    leiden tot een ontoelaatbare inbreuk op een geordend woon- en
                                    leefklimaat, veiligheid of gezondheid, in de omgeving van het
                                    gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft. Een ontoelaatbare
                                    inbreuk op een geordend woon- en leefklimaat, veiligheid of
                                    gezondheid in de omgeving van het gebouw wordt in ieder geval
                                    aanwezig geacht indien meer dan 10% van de tot bewoning bestemde
                                    gebouwen in de betreffende straat met dezelfde postcode wordt
                                    gebruikt voor huisvesting als bedoeld in artikel 3;</al></li><li nr="b."><al>de aanvraag betrekking heeft op een pand, dat minder dan 8
                                    panden verwijderd is van een kamerverhuurpand waarvoor een
                                    omgevingsvergunning is verleend, dan wel een aanvraag om
                                    omgevingsvergunning is ingediend of in het register als bedoeld
                                    in artikel 8 is opgenomen. Voor de beoordeling hiervan wordt
                                    uitgegaan van panden gelegen aan dezelfde straatzijde;</al></li><li nr="c."><al>de aanvraag betrekking heeft op een straat in de wijk:</al><lijst><li nr="·"><al>Roermondse Veld</al></li><li nr="·"><al>Sterrenberg</al></li><li nr="·"><al>Vliegeniersbuurt</al></li><li nr="·"><al>Componistenbuurt</al></li><li nr="·"><al>Kastelenbuurt</al></li><li nr="·"><al>Kemp</al></li><li nr="·"><al>Tegelarijveld</al></li><li nr="·"><al>Hoogvonderen</al></li></lijst></li></lijst><al>als gebieden gelden de gebieden die op de bij deze verordening behorende
                            kaart als zodanig zijn aangegeven. Bij twijfel is deze kaart
                            bepalend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning</titel></kop><al>Het college kan aan de omgevingsvergunning onder meer voorschriften
                        verbinden ten aanzien van:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal onzelfstandige woonruimten dat gecreëerd mag worden;</al></li><li nr="b."><al>het belang van het geordend woon- en leefklimaat.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Registratie kamerverhuurpanden</titel></kop><al>Het college houdt een register bij van kamerverhuurpanden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Intrekken van de omgevingsvergunning</titel></kop><al>Het college kan de omgevingsvergunning intrekken indien:</al><lijst><li nr="1."><al>blijkt dat deze ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave
                                is verleend;</al></li><li nr="2."><al>blijkt dat vergunninghouder niet heeft voldaan aan een voorschrift
                                als bedoeld in artikel 6;</al></li><li nr="3."><al>vergunninghouder één jaar na het onherroepelijk worden van de
                                omgevingsvergunning daarvan nog geen gebruik heeft gemaakt;</al></li><li nr="4."><al>vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat handhaving
                                van de omgevingsvergunning zou leiden tot een verstoring van de
                                openbare orde, veiligheid of gezondheid, dan wel een verstoring van
                                een geordend woon- en leefklimaat in de omgeving van het gebouw
                                waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan van de bepalingen in deze verordening afwijken, voor zover
                        toepassing daarvan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Leges</titel></kop><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om omgevingsvergunning zijn
                        leges verschuldigd. De leges staan opgenomen in de op moment van indiening
                        geldende legesverordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Het verbod zoals opgenomen in artikel 3 van deze verordening heeft geen
                        betrekking op ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds
                        bestaand gebruik van een woonruimte als kamerverhuurpand. Als bijlage is de
                        lijst van kamerverhuurpanden aan deze verordening verbonden. Dit artikel is
                        niet van toepassing indien het genoemde bestaand gebruik na de
                        inwerkingtreding van deze verordening wordt gestaakt en daarna weer wordt
                        hervat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                        verordening zijn de door het college aan te wijzen personen belast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 augustus 2012;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Huisvestingsverordening
                            Roermond.</al></lid></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>