<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR192041_1</dcterms:identifier><dcterms:title>14e wijziging van de Bouwverordening van de gemeente Albrandswaard</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Albrandswaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-04-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Albrandswaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.albrandswaard.nl/index.php?simaction=content&amp;mediumid=4&amp;pagid=796">De Schakel Albrandswaard d.d. 12 juli 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>14e wijziging van de Bouwverordening Albrandswaard</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005181&amp;artikel=8&amp;g=2012-07-03">Artikel 8 van de Woningwet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-07-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-07-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-04-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-04-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>113112</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>N.v.t.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>14e wijziging van de Bouwverordening van de gemeente Albrandswaard</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>RAADSBESLUIT</al><al/><al>Besluit nr.: 113112</al><al>Onderwerp:</al><al>14<sup>e</sup> wijziging Bouwverordening</al><al/><al>De raad van de gemeente Albrandswaard;</al><al/><al>Gezien de ledenbrief van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten kenmerk
                        ECGR/U201100606 d.d. 20 september 2011;</al><al/><al>Overwegende, dat het nodig is om de regels te wijzigen in verband met de
                        inwerkingtreding van het Bouwbesluit 2012 per 1 april 2012;</al><al/><al>Gelezen het advies van het college van de gemeente Albrandswaard d.d. 24
                        april 2012;</al><al/><al>Gelet op artikel 8 van de Woningwet en het Bouwbesluit 2012 (Stcrt. 2011,
                        416);</al><al/><al><vet>B E S L U I T :</vet></al><al>Vast te stellen de 14<sup>e</sup> wijziging van de Bouwverordening van de
                        gemeente Albrandswaard;</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel 1.1 Begripsbepaling</label></kop><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="5*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="86*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan, als bedoeld in de in de
                                            Woningwet, artikel 1, eerste lid, onderdeel e, dan wel,
                                            bij het ontbreken van een bestuursorgaan als bedoeld in
                                            dit artikellid, burgemeester en wethouders;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>bouwbesluit: de algemene maatregel van bestuur als
                                            bedoeld in artikel 2 van de Woningwet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>bouwtoezicht: degenen, die ingevolge artikel 92, tweede
                                            lid, Woningwet in samenhang met artikel 5.10 van de Wet
                                            algemene bepalingen omgevingsrecht belast is met het
                                            bouw- en woningtoezicht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout,
                                            steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van
                                            bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond
                                            verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in
                                            of op de grond, bedoeld om ter plaatse te
                                            functioneren;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>e.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>gebruiksoppervlakte: de gebruiksoppervlakte als bedoeld
                                            in het Bouwbesluit;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>f.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>hoogte van de weg: de hoogte van de weg zoals die door
                                            of namens burgemeester en wethouders is
                                            vastgesteld;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>g.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>NEN: een door de Stichting Nederlands
                                            Normalisatie-Instituut uitgegeven norm;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>h.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>NVN: een door de Stichting Nederlands
                                            Normalisatie-Instituut uitgegeven voornorm;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>i.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Omgevingsvergunning voor het bouwen: vergunning voor een
                                            bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid,
                                            onder a, van de Wet algemene bepalingen
                                            omgevingsrecht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>j.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>straatpeil:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>1. </al></entry><entry colname="col4"><al>voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de
                                            weg grenst de hoogte van de weg ter plaatse van die
                                            hoofdtoegang;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>2.</al></entry><entry colname="col4"><al>voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct
                                            aan de weg grenst de hoogte van het terrein ter plaatse
                                            van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>k.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>weg: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer
                                            openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin
                                            gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden
                                            behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen
                                            liggende en als zodanig aangeduide
                                            parkeerterreinen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al>In deze verordening wordt mede verstaan onder:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>bouwwerk: een gedeelte van een bouwwerk;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>gebouw: een gedeelte van een gebouw.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 1.3 Indeling van het gebied van de gemeente</label></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="91*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Voor de toepassing van deze verordening geldt als
                                            indeling van de gemeente:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>het gebied binnen de bebouwde kom;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>het gebied buiten de bebouwde kom.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Als gebied binnen de bebouwde kom geldt het gebied, dat
                                            op de bij deze verordening behorende kaart als zodanig
                                            is aangegeven.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>HOOFDSTUK 2</vet><vet> DE AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING VOOR HET BOUWEN</vet></al><al><cursief>Paragraaf 1 Gegevens en bescheiden</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.1.5 Bodemonderzoek</label></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="91*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als
                                            bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Woningwet
                                            bestaat uit:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>de resultaten van een recent milieuhygiënisch
                                            bodemonderzoek verricht volgens NEN 5740, uitgave 2009,
                                            in overeenstemming met het onderzoeksprotocol dat volgt
                                            uit figuur 1.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>indien op basis van het vooronderzoek aanleiding bestaat
                                            te veronderstellen dat asbest, daaronder mede begrepen
                                            asbestvezels, -deeltjes of -stof, in de bodem aanwezig
                                            is, vindt het onderzoek mede plaats op de wijze als
                                            voorzien in NEN 5707, uitgave 2003.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als
                                            bedoeld in artikel 2.4, onder d van de Regeling
                                            omgevingsrecht geldt niet indien het bouwen betrekking
                                            heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is
                                            aan een bouwwerk als genoemd in het Besluit
                                            omgevingsrecht, artikelen 2 en 3 van bijlage II. Deze
                                            verwijzing geldt niet voor de hoogtebepalingen in het
                                            Besluit omgevingsrecht, artikel 2 en 3 van bijlage
                                            II.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Het bevoegd gezag staat een geheel of gedeeltelijk
                                            afwijken van de plicht tot het indienen van een
                                            onderzoeksrapport bedoeld in artikel 2.4, onder d, van
                                            de Regeling omgevingsrecht toe, indien voor toepassing
                                            van artikel 2.4.1 bij het bevoegd gezag reeds bruibare
                                            recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Het bevoegd gezag kan een gedeeltelijk afwijken van de
                                            plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als
                                            bedoeld in artikel 2.4, onder d van de Regeling
                                            omgevingsrecht toestaan voor een bouwwerk met een
                                            beperkte instandhoudingstermijn, als bedoeld in artikel
                                            2.23 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel
                                            5.16 van het Besluit omgevingsrecht, indien uit het in
                                            NEN 5725, uitgave 2009, bedoelde vooronderzoek naar het
                                            historisch gebruik en naar de bodemgesteldheid blijkt,
                                            dat de locatie onverdacht is dan wel de gerezen
                                            verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN
                                            5740, uitgave 2009 niet rechtvaardigen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief>Paragraaf 4 Het tegengaan van bouwen op verontreinigde
                            grond</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.4.1 Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem</label></kop><al>Op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te
                        verwachten voor de gezondheid van de gebruikers, mag niet worden gebouwd
                        voorzover dat bouwen betrekking heeft op een bouwwerk: </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="91*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen
                                            verblijven;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning voor het
                                            bouwen is vereist; en</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>1.</al></entry><entry colname="col3"><al>dat de grond raakt, of</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>2.</al></entry><entry colname="col3"><al>waarvan het bestaande, niet-wederrechtelijke gebruik
                                            niet wordt gehandhaafd.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.4.2 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen</label></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2.4.1 en onverminderd het bepaalde
                        in artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht, kan het bevoegd
                        gezag voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen, in
                        het geval zij op grond van het in de Regeling omgevingsrecht bedoelde
                        onderzoeksrapport en/of andere bij hen bekende onderzoeksresultaten dan wel
                        op grond van het overeenkomstig het tweede lid van artikel 39 van de Wet
                        bodembescherming goedgekeurde saneringsplan bedoeld in artikel 39, eerste
                        lid, van die wet van oordeel zijn, dat de bodem niet geschikt is voor het
                        beoogde doel maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan
                        worden gemaakt.</al><al><cursief>Paragraaf 5 Voorschriften van stedenbouwkundige aard en
                            bereikbaarheidseisen</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5.2 Anti-cumulatiebepaling</label></kop><al>Terrein dat voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen in
                        aanmerking moet worden genomen mag niet nog eens bij de verlening van een
                        omgevingsvergunning voor het bouwen voor een ander bouwwerk in aanmerking
                        worden genomen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5.3 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5.4 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5.5 Ligging van de voorgevelrooilijn</label></kop><al>De voorgevelrooilijn is:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg
                                            regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande
                                            bebouwing:</al><al>de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke,
                                            zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de
                                            voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel
                                            mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn
                                            overeenkomstig de richting van de weg geeft;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a
                                            bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden
                                            gebouwd:</al><al>bij een wegbreedte van ten minste 10 meter, de lijn
                                            gelegen op 15 meter uit de as van de weg;</al><al>bij een wegbreedte geringer dan 10 meter, de lijn
                                            gelegen op 10 meter uit de as van de weg.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5.6 Verbod tot bouwen met overschrijding van de
                            voorgevelrooilijn</label></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.7 is het verboden een bouwwerk,
                        voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist, te bouwen met
                        overschrijding van de voorgevelrooilijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5.7 Toegelaten overschrijding van de
                            voorgevelrooilijn</label></kop><al>Het verbod tot bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn is niet
                        van toepassing op:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="91*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>onderdelen van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een
                                            omgevingsvergunning is vereist, die bij het afzonderlijk
                                            realiseren opgevat zouden moeten worden als het
                                            aanbrengen van veranderingen bedoeld in artikel 3,
                                            onderdeel 7, van bijlage II bij het Besluit
                                            omgevingsrecht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>andere onderdelen van een bouwwerk, voor het bouwen
                                            waarvan een omgevingsvergunning is vereist, die bij het
                                            afzonderlijk realiseren niet vallen onder de werking van
                                            de veranderingen bedoeld in artikel 3, onderdeel 7, van
                                            bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht, te
                                            weten:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1.</al></entry><entry colname="col3"><al>ondergrondse uitsteeksels, zoals funderingsonderdelen,
                                            rioolleidingen en rioolputten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>2.</al></entry><entry colname="col3"><al>stoepen, stoeptreden en toegangsbruggen, mits zij de
                                            grens van de weg met niet meer dan 0,3 m
                                            overschrijden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5.8 Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot
                            overschrijding van de voorgevelrooilijn</label></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="91*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>In afwijking van het verbod tot het bouwen met
                                            overschrijding van de voorgevelrooilijn kan het bevoegd
                                            gezag de omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen
                                            voor:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>ondergrondse bouwwerken zoals kelders, kelderkoekoeken
                                            en kelderingangen, mits de bovenzijde daarvan niet hoger
                                            gelegen is dan het straatpeil;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>bouwwerken, geen gebouw zijnde, anders dan bedoeld in
                                            artikel 2, onderdeel 9, 16 en 18 van bijlage II bij het
                                            Besluit omgevingsrecht, die naar hun aard en bestemming
                                            op een voor de voorgevelrooilijn gelegen erf toelaatbaar
                                            zijn;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>laadperrons, stoepen en stoeptreden, die de grens van de
                                            weg overschrijden;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry colname="col3"><al>erkers, serres en andere uitbouwen, alsmede balkons en
                                            galerijen, die de voorgevelrooilijn met niet meer dan
                                            1,50 m overschrijden;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>e.</al></entry><entry colname="col3"><al>trappenhuizen, buitentrappen en liftschachten,
                                            hijsinrichtingen en stortbuizen, alsmede andere luifels,
                                            dakoverstekken, uitspringende schoorsteenwanden,
                                            reclametoestellen en draagconstructies voor reclames dan
                                            bedoeld zijn in artikel 2.5.7;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>f.</al></entry><entry colname="col3"><al>overbouwingen ten dienste van de verbinding tussen twee
                                            bouwwerken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>g.</al></entry><entry colname="col3"><al>bouwwerken aan of bij een monument - als bedoeld in de
                                            Monumentenwet 1988 dan wel in de provinciale of
                                            gemeentelijke monumentenverordening - voor zover zulks
                                            niet bezwaarlijk is met het oog op de in historisch
                                            esthetisch opzicht gewenste aansluiting bij het karakter
                                            van de bestaande omgeving.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Voor het bouwen boven een weg kan alleen afwijking
                                            worden toegestaan, indien niet lager gebouwd wordt
                                            dan:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>4,20 m boven de hoogte van de rijweg, met inbegrip van
                                            een strook van 0,50 m breedte ter weerszijden van die
                                            rijweg;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>2,20 m boven de hoogte van een ander deel van de
                                            weg;</al><al>en dan nog voor zover de veiligheid van de gebruikers
                                            van de weg niet in gevaar komt.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5.9 Bouwen op de weg</label></kop><al>In afwijking van het verbod tot het bouwen op de weg kan het bevoegd gezag
                        de omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen voor: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>gebouwen ten behoeve van een op het openbaar net
                                            aangesloten nutsvoorziening, het </al><al>telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of het
                                            wegverkeer, anders dan bedoeld in artikel 2,onderdeel
                                            18, sub a van bijlage II het Besluit
                                            omgevingsrecht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten dienste van het
                                            verkeer, de waterhuishouding, de </al><al>energievoorziening of het telecommunicatieverkeer,
                                            alsmede straatmeubilair, anders dan bedoeld </al><al>in artikel 2, onderdeel 18, sub b,c en d, van bijlage II
                                            bij het Besluit omgevingsrecht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>vrijstaande winkel- of reclamevitrines;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>reclametoestellen en draagconstructies voor
                                            reclame;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>andere bouwwerken, voor het bouwen waarvan een
                                            omgevingsvergunning is vereist, die naar hun aard en
                                            bestemming op de weg toelaatbaar zijn.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.10</nr><titel>Plaatsing van de voorgevel ten opzichte van de voorgevelrooilijn.
                            Afschuining van straathoeken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een naar de weg gekeerd gevelvlak van een gebouw moet in de
                            voorgevelrooilijn zijn geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing in:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>a.</al></entry><entry><al>de gevallen genoemd in artikel 2.5.7 en in die
                                                waarin de afwijking genoemd in de artikelen 2.5.8 en
                                                2.5.9 is verleend;</al></entry></row><row><entry><al>b.</al></entry><entry><al>in de gevallen genoemd in artikel 2.5.13 en in die
                                                waarin de afwijking genoemd in artikel 2.5.14 is
                                                verleend, voor zover het bouwwerk geheel achter de
                                                achtergevelrooilijn is geplaatst;</al></entry></row><row><entry><al>c.</al></entry><entry><al>in de gevallen, bedoeld in het derde lid.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien van wegen die elkaar kruisen of van een weg die een knik maakt
                            van 90 graden of minder, de tegenover elkaar liggende
                            voorgevelrooilijnen zich in beide wegen of zich vóór en na de knik op
                            onderlinge tussenafstanden van minder dan 3 meter bevinden, moet de
                            bebouwing op de hoeken - over een hoogte op een dergelijke hoek van niet
                            meer dan 4,2 meter boven straatpeil - worden afgerond of afgeschuind,
                            met dien verstande dat de daardoor onbebouwd blijvende oppervlakte niet
                            groter dan 2 m<sup>2</sup> behoeft te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van
                            het bepaalde in het eerste lid voor:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>a.</al></entry><entry><al>gebouwen behorende tot een complex van
                                                gebouwen;</al></entry></row><row><entry><al>b.</al></entry><entry><al>gebouwen op handels- en industrieterreinen;</al></entry></row><row><entry><al>c.</al></entry><entry><al>vrijstaande enkele of dubbele eengezinshuizen;</al></entry></row><row><entry><al>d.</al></entry><entry><al>bijgebouwen, anders dan de in artikel 2, onderdeel
                                                3, of artikel 3, onderdeel 1, van bijlage II bij het
                                                Besluit omgevingsrecht bedoelde gebouwen.</al></entry></row><row><entry><al>e.</al></entry><entry><al>gebouwen ten dienste van bodemcultuur en veeteelt,
                                                pluimveeteelt daaronder begrepen, en de
                                                daarbijbehorende woningen;</al></entry></row><row><entry><al>f.</al></entry><entry><al>gedeelten van naar de weg gekeerde gevels;</al></entry></row><row><entry><al>g.</al></entry><entry><al>gevallen, waarin de welstand bij het toestaan van de
                                                afwijking is gebaat.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5.11 Ligging van de achtergevelrooilijn</label></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="91*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>De achtergevelrooilijn is evenwijdig aan de
                                            voorgevelrooilijn en bevindt zich:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>in een aan alle zijden bebouwd of te bebouwen
                                            driehoekig, vierhoekig of regelmatig veelhoekig bouwblok
                                            op een afstand van de voorgevelrooilijn gelijk aan de
                                            helft van de straal van de ingeschreven cirkel binnen de
                                            voorgevelrooilijnen, doch op geen grotere afstand van de
                                            voorgevelrooilijn dan 15 meter. Indien meer dan één
                                            ingeschreven cirkel binnen de voorgevelrooilijnen kan
                                            worden beschreven, geldt de grootste;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>in een aan alle zijden bebouwd of te bebouwen bouwblok
                                            van een andere dan onder a genoemde vorm op zodanige
                                            afstand van de voorgevelrooilijn, bepaald op de wijze
                                            als onder a bepaald, na herleiding van de vorm van het
                                            bouwblok tot een of meer der onder a genoemde vormen,
                                            voor zover zij op zich zelf of gezamenlijk de vorm van
                                            het bouwblok het meest nabijkomen, doch op geen grotere
                                            afstand van de voorgevelrooilijn dan 15 meter;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>in een slechts aan drie zijden bebouwd of te bebouwen
                                            rechthoekig bouwblok, langs deze drie zijden op een
                                            afstand van de voorgevelrooilijn gelijk aan 1/4 van de
                                            afstand tussen de voorgevelrooilijnen van de beide zich
                                            tegenover elkaar bevindende bebouwde of te bebouwen
                                            zijden van het bouwblok, doch op geen grotere afstand
                                            van de voorgevelrooilijn dan 15 meter;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry colname="col3"><al>in een slechts aan twee tegenover elkaar gelegen zijden
                                            bebouwd of te bebouwen rechthoekig bouwblok, langs deze
                                            twee zijden op een afstand van de voorgevelrooilijn
                                            gelijk aan 1/4 van de afstand tussen de
                                            voorgevelrooilijnen van de beide zich tegenover elkaar
                                            bevindende bebouwde of te bebouwen zijden van het
                                            bouwblok, doch op geen grotere afstand van de
                                            voorgevelrooilijn dan 15 meter;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>e.</al></entry><entry colname="col3"><al>in alle niet onder a tot en met d genoemde gevallen op
                                            een afstand die wordt bepaald met inachtneming van de
                                            beginselen, welke zijn neergelegd in a tot en met d van
                                            dit lid, doch op geen grotere afstand van de
                                            voorgevelrooilijn dan 15 meter.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Indien in een hoekbebouwing de elkaar snijdende
                                            achtergevelrooilijnen een scherpe hoek vormen moeten de
                                            achterzijden van die bebouwing - in het belang van de
                                            toetreding van daglicht - over een afstand van ten
                                            minste 5 meter ter weerszijden van bedoeld snijpunt ten
                                            minste 2 meter terugliggen ten opzichte van beide
                                            achtergevelrooilijnen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in
                                            afwijking van het bepaalde in het tweede lid, voor zover
                                            de aard, de indeling en het gebruik van de gebouwen in
                                            de hoekbebouwing dit toelaten.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5.12 Verbod tot bouwen met overschrijding van de
                            achtergevelrooilijn</label></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.13 is het verboden bouwwerken, voor
                        het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist, te bouwen met
                        overschrijding van de achtergevelrooilijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5.13 Toegelaten overschrijding van de
                            achtergevelrooilijn</label></kop><al>Het verbod tot bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn is niet
                        van toepassing op:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="91*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>buiten de bebouwde kom gelegen kassen en bouwwerken,
                                            geen gebouwen zijnde, voor doeleinden van bodemcultuur
                                            en veeteelt, pluimveeteelt daaronder begrepen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>buiten de bebouwde kom gelegen gebouwen, geen kassen
                                            zijnde, voor doeleinden van bodemcultuur en veeteelt,
                                            pluimveeteelt daaronder begrepen, indien de afstand tot
                                            de zijdelingse grens van het erf ten minste 20 meter
                                            bedraagt;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>onderdelen van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een
                                            omgevingsvergunning is vereist, die bij het afzonderlijk
                                            realiseren opgevat zouden moeten worden als een aan- of
                                            uitbouw, voor het </al><al>bouwen waarvan op grond van artikel 2, onderdeel 3, of
                                            artikel 3, onderdeel 1 van bijlage II bij het </al><al>Besluit omgevingsrecht geen vergunning is vereist;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>onderdelen van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een
                                            omgevingsvergunning is vereist, die bij het afzonderlijk
                                            realiseren opgevat zouden moeten worden als het
                                            aanbrengen van veranderingen, als bedoeld in de artikel
                                            3, onderdeel 7 van bijlage II bij het Besluit
                                            omgevingsrecht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>andere onderdelen van een bouwwerk, voor het bouwen
                                            waarvan een omgevingsvergunning is vereist, die bij het
                                            afzonderlijk realiseren niet vallen onder de werking van
                                            artikel 3, onderdeel 7 van bijlage II bij het Besluit
                                            omgevingsrecht, te weten:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1.</al></entry><entry colname="col3"><al>ondergrondse uitsteeksels, zoals funderingsonderdelen,
                                            rioolleidingen en rioolputten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>2.</al></entry><entry colname="col3"><al>terrassen, bordessen en bordestreden;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>antennes, anders dan bedoeld in artikel 2, onderdeel 15
                                            en 17 van bijlage II bij het Besluit </al><al>omgevingsrecht.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5.14 Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot
                            overschrijding van de achtergevelrooilijn</label></kop><al>In afwijking van het verbod tot het bouwen met overschrijding van de
                        achtergevelrooilijn kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning voor het
                        bouwen verlenen voor: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>buiten de bebouwde kom gelegen gebouwen, geen kassen
                                            zijnde, voor doeleinden van bodemcultuur en veeteelt,
                                            pluimveeteelt daaronder begrepen, waarvan de afstand tot
                                            de zijdelingse grens van het erf minder dan 20 meter
                                            bedraagt;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>binnen de bebouwde kom gelegen kassen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>vrijstaande enkele of dubbele eengezinshuizen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>gebouwen op een terrein waarvan twee tegenover elkaar
                                            liggende zijden grenzen aan wegen, aan een weg en een
                                            openbaar water, aan een weg en een spoorweg of aan een
                                            weg en een plantsoen en welk terrein slechts aan één van
                                            die zijden mag worden bebouwd;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>gebouwen op binnenterreinen, mits hiervan de
                                            bereikbaarheid, als bedoeld in de artikelen 6.37, 6.38
                                            en 6.49 van het Bouwbesluit 2012, is verzekerd;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>bijgebouwen, die niet vallen onder artikel 2, onderdeel
                                            3, of artikel 3, onderdeel 1, van bijlage II van het
                                            Besluit omgevingsrecht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al>gebouwen in een bouwstrook of bouwblok, geheel of
                                            overwegend handels- of industrieterrein omvattend;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2"><al>bouwwerken, geen gebouw zijnde, voor het bouwen waarvan
                                            een omgevingsvergunning is vereist;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.</al></entry><entry colname="col2"><al>ondergrondse bouwwerken, zoals kelders, kelderkoekoeken
                                            en kelderingangen, mits de bovenzijde daarvan niet hoger
                                            is gelegen dan de hoogte van het terrein ter plaatse bij
                                            voltooiing van de bouw;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j.</al></entry><entry colname="col2"><al>erkers en overige uitbouwen, anders dan de uitbouwen die
                                            vallen onder artikel 2, onderdeel 3, of artikel 3,
                                            onderdeel 1, van bijlage II bij het Besluit
                                            omgevingsrecht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>k.</al></entry><entry colname="col2"><al>trappenhuizen, buitentrappen en liftschachten,
                                            hijsinrichtingen en stortbuizen, balkons en veranda's,
                                            alsmede andere luifels, afdaken, dakoverstekken,
                                            uitspringende schoorsteenwanden, terrassen en bordessen
                                            dan bedoeld zijn in artikel 2.5.13;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>l.</al></entry><entry colname="col2"><al>bouwwerken aan of bij een monument - als bedoeld in de
                                            Monumentenwet 1988 dan wel in de provinciale of
                                            gemeentelijke monumentenverordening - voor zover zulks
                                            niet bezwaarlijk is om de in historisch esthetisch
                                            opzicht gewenste aansluiting te verkrijgen bij het
                                            karakter van de bestaande omgeving.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5.15 Erf bij woningen en woongebouwen</label></kop><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="5*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="86*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al>Bij een woning of woongebouw moet een erf aanwezig zijn
                                            dat ten minste een strook grond omvat die:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>over de volle breedte van het gebouw aansluit aan de
                                            achtergevel, en</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor wat betreft het achter het gebouw gelegen deel dat
                                            is begrepen tussen het verlengde van de zijgevels, een
                                            diepte heeft van ten minste 5 meter.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al>De maat genoemd in het eerste lid, moet worden gemeten
                                            haaks op de achtergevelrooilijn en vanuit het verst
                                            achterwaarts gelegen deel van het gebouw. Daarbij moeten
                                            de onderdelen van dat gebouw, bedoeld in artikel 2.5.13,
                                            en de balkons en veranda's buiten beschouwing
                                            blijven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in
                                            afwijking van het bepaalde in:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>het eerste lid, wat de aanwezigheid van het erf betreft,
                                            indien de gelijkstraats gelegen bouwlaag niet tot
                                            bewoning bestemd is;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>het eerste lid, indien aan één van de volgende
                                            voorwaarden wordt voldaan:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>1.</al></entry><entry colname="col4"><al>een gunstige, andere indeling van het erf is
                                            aanwezig;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>2.</al></entry><entry colname="col4"><al>het gebouw zal zijn gelegen op een terrein waarvan twee
                                            tegenover elkaar liggende zijden grenzen aan wegen, aan
                                            een weg en een openbaar water, aan een weg en een
                                            spoorweg of aan een weg en een plantsoen, mits dat
                                            terrein slechts aan één van die zijden mag worden
                                            bebouwd en tevens een erf van redelijke afmetingen tot
                                            stand wordt gebracht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>3.</al></entry><entry colname="col4"><al>bij het vergroten van een gebouw dat niet aan de
                                            bepalingen voor te bouwen woningen en woongebouwen van
                                            het Bouwbesluit voldoet, wordt de bestaande toestand
                                            verbeterd.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5.16 Erf bij overige gebouwen</label></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="91*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Achter een gebouw, waarvan geen deel tot woning, anders
                                            dan als dienstwoning is bestemd, moet een bij het gebouw
                                            behorend erf aanwezig zijn ter diepte van ten minste 2
                                            meter achter het verst achterwaarts gelegen deel van het
                                            gebouw en over de volle breedte daarvan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in
                                            afwijking van het bepaalde in het eerste lid:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>indien ligging en bestemming van het gebouw hiervoor
                                            geen beletsel vormen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>indien, voor zover nodig, afwijking is toegestaan van
                                            het verbod tot overschrijding van de
                                            achtergevelrooilijn.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5.17 Ruimte tussen bouwwerken</label></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="91*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>De zijdelingse begrenzing van een bouwwerk moet ten
                                            opzichte van de zijdelingse grens van het erf zodanig
                                            zijn gelegen dat tussen dat bouwwerk en de op het
                                            aangrenzende erf aanwezige bebouwing geen tussenruimten
                                            ontstaan die:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>vanaf de hoogte van het erf tot 2,2 meter daarboven
                                            minder dan 1 meter breed zijn;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>niet toegankelijk zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Bebouwing van ondergeschikte aard op het erf of op het
                                            aangrenzende erf wordt hierbij buiten beschouwing
                                            gelaten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in
                                            afwijking van het bepaalde in het eerste lid, indien
                                            voldoende mogelijkheid aanwezig is voor reiniging en
                                            onderhoud van de vrij te laten ruimte.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5.18 Erf- en terreinafscheidingen</label></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Erf- en terreinafscheidingen, anders dan bedoeld in
                                            artikel 2, onderdeel 12 van bijlage II van het Besluit
                                            omgevingsrecht, zijn niet toegelaten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in
                                            afwijking van het bepaalde in het eerste lid in het
                                            belang van het af te scheiden erf of terrein.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5.19 Bouwen nabij bovengrondse hoogspanningslijnen en
                            ondergrondse hoofdtransportleidingen </label></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="91*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Binnen een strook van 6 meter ter weerszijden van voor
                                            stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
                                            hoogspanningslijnen mogen zich geen delen bevinden van
                                            andere bouwwerken, voor het bouwen waarvan een
                                            omgevingsvergunning is vereist dan die welke deel
                                            uitmaken van de hoogspanningslijn. Bij het bepalen van
                                            deze afstand moet rekening worden gehouden met het
                                            uitzwaaien van de draden ten gevolge van de wind. Onder
                                            hoogspanningslijn wordt in dit artikel verstaan een lijn
                                            met een nominale elektrische spanning van 1000 volt of
                                            meer.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Binnen een strook van 6 meter ter weerszijden van een
                                            ondergrondse hoofdtransportleiding mogen geen
                                            bouwwerken, voor het bouwen waarvan een
                                            omgevingsvergunning is vereist, worden gebouwd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Het bevoegdgezag kan de omgevingsvergunning verlenen in
                                            afwijking van:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>het bepaalde in het eerste lid voor wat betreft de
                                            afstand van 6 meter, indien de elektrische spanning van
                                            de hoogspanningslijn daarvoor geen bezwaar
                                            oplevert;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>het bepaalde in het tweede lid voor wat betreft de
                                            afstand van 6 meter, indien daartegen met het oog op de
                                            veilige en ongestoorde ligging van de leiding geen
                                            bezwaar bestaat.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5.20 Toegelaten hoogte in de voorgevelrooilijn</label></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="91*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.24 bedraagt de
                                            maximale hoogte van een bouwwerk, voor het bouwen
                                            waarvan een omgevingsvergunning is vereist in het vlak
                                            door de voorgevelrooilijn 1 meter, vermeerderd met:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>in de bebouwde kom éénmaal de afstand tussen de
                                            voorgevelrooilijnen langs de desbetreffende weg;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>buiten de bebouwde kom 0,75 maal de afstand tussen de
                                            voorgevelrooilijnen langs de desbetreffende weg.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op
                                            hoekbebouwing aan wegen, waarvan de afstand tussen de
                                            voorgevelrooilijnen onderling verschilt, in welk geval
                                            aan de zijde van de smalle weg tot de hoogte welke aan
                                            de brede weg is toegelaten, mag worden gebouwd over een
                                            lengte van de hoek af gelijk aan de afstand tussen de
                                            voorgevelrooilijn van de smalle weg, doch over geen
                                            grotere lengte dan 15 meter.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>De in het eerste lid bedoelde afstand wordt gemeten
                                            haaks op de desbetreffende voorgevelrooilijn in het
                                            midden van de breedte van het bouwwerk of de projectie
                                            daarvan op de voorgevelrooilijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Indien aan de overzijde van de weg een voorgevelrooilijn
                                            ontbreekt geldt ter bepaling van de grootste toegelaten
                                            hoogte, bedoeld in het eerste lid, de dichtst bij
                                            gelegen tegenoverliggende rooilijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Indien de tegenoverliggende rooilijn plaatselijk is
                                            onderbroken geldt ter plaatse van die onderbreking de
                                            verst verwijderde van de beide ter weerszijden van de
                                            onderbreking voorkomende rooilijnen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5.21 Toegelaten hoogte in de achtergevelrooilijn</label></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="91*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.24 bedraagt de
                                            maximale hoogte van een bouwwerk, voor het bouwen
                                            waarvan een omgevingsvergunning is vereist in het vlak
                                            door de achtergevelrooilijn 1 meter, vermeerderd
                                            met:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>in de bebouwde kom éénmaal de afstand tot de
                                            tegenoverliggende achtergevelrooilijn in hetzelfde
                                            bouwblok;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>buiten de bebouwde kom 0,75 maal de afstand tot de
                                            tegenoverliggende achtergevelrooilijn in hetzelfde
                                            bouwblok.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>De in het eerste lid bedoelde afstand wordt gemeten
                                            haaks op de achtergevelrooilijn ter plaatse van het
                                            bouwwerk.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Indien de te beschouwen achtergevelrooilijnen niet
                                            evenwijdig lopen, wordt voor elke 5 meter breedte van de
                                            achterzijde van het bouwwerk uitgegaan van de gemiddelde
                                            afstand tussen de achtergevelrooilijnen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Indien een tegenoverliggende achtergevelrooilijn
                                            ontbreekt, wordt gemeten tot de dichtstbijzijnde
                                            tegenover de achtergevelrooilijn gelegen
                                            voorgevelrooilijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid mag de
                                            maximale hoogte van een bouwwerk in het vlak door de
                                            achtergevelrooilijn niet meer bedragen dan de maximale
                                            hoogte in de aangrenzende 5 meter van een aanliggende
                                            achtergevelrooilijn in hetzelfde bouwblok.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Indien het terrein achter de achtergevelrooilijn lager
                                            dan straatpeil ligt, moet de in het eerste lid bedoelde
                                            hoogte worden verminderd met een maat, gelijk aan het
                                            verschil tussen het straatpeil en het peil van het
                                            onderhavige terrein ter plaatse van de achtertoegang bij
                                            voltooiing van de bouw.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5.22 Toegelaten hoogte van zijgevels tegenover een
                            achtergevelrooilijn </label></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien op een kruising van wegen de achtergevels van de
                                            bebouwing, gelegen aan de ene weg, doorgebouwd zijn tot
                                            aan de voorgevelrooilijn van de andere weg en bovendien
                                            in die achtergevels ramen aanwezig zijn, dan bedraagt -
                                            onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.24 - de
                                            maximale hoogte van de zijgevel van het eerste bouwwerk
                                            aan laatstgenoemde weg nabij de hoek ten hoogste 1,5
                                            maal de afstand van deze zijgevel tot de
                                            achtergevelrooilijn die bij de eerstgenoemde weg
                                            behoort. Deze afstand moet op dezelfde wijze worden
                                            bepaald als beschreven is in artikel 2.5.21, tweede lid,
                                            voor de bepaling van de afstand tussen twee
                                            achtergevelrooilijnen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in
                                            afwijking van het bepaalde in het eerste lid, mits de
                                            zijgevel niet hoger is dan de voorgevel.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5.23 Toegelaten hoogte tussen voor- en
                            achtergevelrooilijnen</label></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="91*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.24 mag een
                                            bouwwerk, voor het bouwen waarvan een
                                            omgevingsvergunning is vereist tussen de voor- en de
                                            achtergevelrooilijn niet hoger reiken dan tot de vlakken
                                            die de verticale vlakken door de voorgevelrooilijn en
                                            door de achtergevelrooilijn snijden op de - krachtens de
                                            artikelen 2.5.20 en 2.5.21 - maximale bouwhoogte en die
                                            met het horizontale vlak een hoek vormen van:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>45 graden in de bebouwde kom;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>37 graden buiten de bebouwde kom.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Indien een bouwwerk nabij een kruising van wegen een
                                            zijgevel heeft die gelegen is tegenover een
                                            achtergevelrooilijn in hetzelfde bouwblok, mag dit
                                            bouwwerk bovendien niet hoger reiken dan tot het vlak
                                            dat het verticale vlak door die zijgevel snijdt ter
                                            hoogte van de - krachtens artikel 2.5.22 -maximale
                                            bouwhoogte en dat met het horizontale vlak een hoek
                                            vormt van 56 graden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5.24 Grootste toegelaten hoogte van bouwwerken</label></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De hoogte van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een
                                            omgevingsvergunning is vereist mag niet meer bedragen
                                            dan 15 meter.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien het bouwwerk aan meer dan een weg grenst en deze
                                            wegen op verschillende hoogten liggen, geldt de hoogte
                                            ten opzichte van de laagst gelegen weg.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5.25 Hoogte van bouwwerken op niet aan een weg grenzende
                            terreinen</label></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De hoogte van een bouwwerk dat met een ingevolge artikel
                                            2.5.14 toegestane afwijking wordt opgericht op een niet
                                            aan een weg grenzend terrein, mag niet meer bedragen dan
                                            2,70 meter met dien verstande dat - uitgaande van een
                                            goothoogte van genoemde maat - daarboven een zadeldak
                                            met hellingen van ten hoogste 45 graden toegelaten
                                            is.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in
                                            afwijking van het bepaalde in het eerste lid, indien de
                                            aard en de ligging van de omringende bebouwing hiervoor
                                            geen beletsel vormen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5.26 Wijze van meten van de hoogte van bouwwerken</label></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De hoogte van een bouwwerk of van een gevel of van een
                                            ander buitenvlak van een bouwwerk moet worden gemeten
                                            ten opzichte van straatpeil.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De hoogte van gevels die geen horizontale beëindiging
                                            hebben, moet worden bepaald door de oppervlakte te delen
                                            door de breedte. Plaatselijke verhogingen, als bedoeld
                                            in artikel 2.5.27, onder d, en artikel 2.5.28, onder h,
                                            i, j en k, moeten -voor zover zij de maximale hoogte
                                            overschrijden- buiten beschouwing worden gelaten.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5.27 Toegelaten afwijkingen van de toegelaten
                            bouwhoogte</label></kop><al>Het bepaalde in artikel 2.5.20, eerste lid, artikel 2.5.21, eerste en derde
                        lid, artikel 2.5.22, eerste lid, artikel 2.5.23 en artikel 2.5.24 is niet
                        van toepassing op:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>onderdelen van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een
                                            omgevingsvergunning is vereist die bij het afzonderlijk
                                            realiseren opgevat zouden moeten worden als het
                                            aanbrengen van veranderingen van niet-ingrijpende aard,
                                            als bedoeld in artikel 3, onderdeel 7 van bijlage II bij
                                            het Besluit omgevingsrecht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen van
                                            bouwwerken, anders dan het aanbrengen van veranderingen
                                            van niet-ingrijpende aard, als bedoeld in artikel 3,
                                            onderdeel 7 van bijlage II bij het Besluit
                                            omgevingsrecht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>topgevels in het verticale vlak, gaande door de
                                            voorgevelrooilijn of de achtergevelrooilijn, mits zij
                                            niet breder zijn dan 6 meter en mits de
                                            geveloppervlakte, over de breedte van de topgevel
                                            gemeten, niet groter is dan het product van de breedte
                                            van de topgevel en de maximale bouwhoogte ter
                                            plaatse;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>plaatselijke verhogingen met geen grotere breedte dan
                                            0,60 meter.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5.28 Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot
                            overschrijding van de toegelaten bouwhoogte.</label></kop><al/><al>In afwijking van het verbod tot het bouwen met overschrijding van de
                        toegelaten bouwhoogte als bedoeld in de artikelen 2.5.20, eerste lid,
                        2.5.21, eerste en derde lid, 2.5.22, eerste lid, 2.5.23 en 2.5.24 kan het
                        bevoegd gezag de omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen voor:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="91*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>gebouwen voor openbaar nut, scholen, kerken,
                                            schouwburgen en andere gebouwen bestemd voor het houden
                                            van bijeenkomsten en vergaderingen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>gebouwen bestemd voor woon-, kantoor- of
                                            winkeldoeleinden, indien de welstand bij het toestaan
                                            van de afwijking is gebaat;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>gebouwen bestemd voor het uitoefenen van een bedrijf op
                                            een handels- en industrieterrein;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>agrarische bedrijfsgebouwen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>het geheel of gedeeltelijk veranderen of vergroten van
                                            een bouwwerk, anders dan bedoeld in artikel 3, onderdeel
                                            7 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht, en
                                            indien:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1.</al></entry><entry colname="col3"><al>de bestaande belendende gebouwen de maximale bouwhoogte
                                            overschrijden en de welstand bij het toestaan van de
                                            afwijking is gebaat;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>2.</al></entry><entry colname="col3"><al>bij het overschrijden van bestaande uitwendige
                                            hoogteafmetingen andere hoogteafmetingen kleiner worden
                                            dan de bestaande;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f. </al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van het
                                            verkeer, de waterhuishouding, de energievoorziening of
                                            het telecommunicatieverkeer, anders dan bedoeld in
                                            artikel 2, onderdeel 16 en 18 van bijlage II bij het
                                            Besluit omgevingsrecht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>topgevels, breder dan 6 meter en gevelverhogingen van
                                            soortgelijke aard;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>plaatselijke verhogingen met een grotere breedte dan
                                            0,60 meter;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>dakvensters, mits buitenwerks gemeten de breedte niet
                                            meer dan 1,75 meter, de hoogte niet meer dan 1,5 meter,
                                            de onderlinge afstand niet minder dan 3 meter en de
                                            afstand tot de erfscheiding niet minder dan 1,5 meter
                                            bedraagt. Deze laatste voorwaarde geldt niet voor
                                            gekoppelde dakvensters, die tot verschillende gebouwen
                                            behoren;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>draagconstructies voor een reclame;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>k.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>vrijstaande schoorstenen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>l.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>bouwwerken op een monument - als bedoeld in de
                                            Monumentenwet 1988 dan wel in de provinciale of
                                            gemeentelijke monumentenverordening - voor zover zulks
                                            niet bezwaarlijk is om de in historisch esthetisch
                                            opzicht gewenste aansluiting te verkrijgen bij het
                                            karakter van de bestaande omgeving.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5.29 Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot
                            overschrijding van de rooilijnen en van de toegelaten bouwhoogte in
                            geval van voorbereiding van nieuw ruimtelijk beleid</label></kop><al>In andere gevallen dan bedoeld in de artikelen 2.5.8, 2.5.14 en 2.5.28, kan
                        het bevoegd gezag afwijken van de verboden tot bouwen met overschrijding van
                        de voor- en van de achtergevelrooilijn, en van hetverbod tot bouwen met
                        overschrijding van de maximale bouwhoogte, indien: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>er voor het betreffende gebied geen bestemmingsplan of
                                            beheersverordening of projectbesluit van </al><al>kracht is;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>geen van de aanhoudingsgronden zoals genoemd in artikel
                                            3.3 van de Wet algemene bepalingen </al><al>omgevingsrecht van toepassing is;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>de activiteit in overeenstemming is met in voorbereiding
                                            zijnd toekomstig ruimtelijk beleid;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>de activiteit niet in strijd is met een goede
                                            ruimtelijke ordening, en</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>de motivering van het besluit een goede ruimtelijke
                                            onderbouwing bevat.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.5.30 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of
                            in gebouwen</label></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="91*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe
                                            aanleiding geeft, moet ten behoeve van het parkeren of
                                            stallen van auto's in voldoende mate ruimte zijn
                                            aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of
                                            onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. </al><al>Deze ruimte mag niet overbemeten zijn, gelet op het
                                            gebruik of de bewoning van het gebouw, waarbij rekening
                                            moet worden gehouden met de eventuele bereikbaarheid per
                                            openbaar vervoer.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>De in het eerste lid bedoelde ruimte voor het parkeren
                                            van auto's moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op
                                            gangbare personenauto's.</al><al>Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>indien de afmetingen van bedoelde parkeerruimten ten
                                            minste 1,80 m bij 5,00 m en ten hoogste 3,25 m bij 6,00
                                            m bedragen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>indien de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte
                                            voor een gehandicapte - voorzover die ruimte niet in de
                                            lengterichting aan een trottoir grenst - ten minste 3,50
                                            m bij 5,00 m bedragen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot
                                            een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of
                                            lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende
                                            mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel
                                            op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw
                                            behoort.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in
                                            afwijking van het bepaalde in het eerste en het derde
                                            lid:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere
                                            omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of
                                            stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt
                                            voorzien.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><onderstreept>Paragraaf 6 Voorschriften inzake brandveiligheidinstallaties
                            en vluchtrouteaanduidingen (vervallen).</onderstreept></al><al/><al><onderstreept>Paragraaf 7 Aansluitplicht op de
                            nutsvoorzieningen</onderstreept></al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.7.1 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.7.2 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.7.3 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.7.4 vervallen </label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.7.5 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.7.6 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.7.7 vervallen</label></kop><al/><al><vet>HOOFDSTUK 4</vet><vet> PLICHTEN TIJDENS EN BIJ VOLTOOIING VAN DE BOUW EN BIJ</vet><vet> INGEBRUIKNEMING VAN EEN BOUWWERK</vet></al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4.2 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4.4 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4.5vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4.6 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4.7 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4.8 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4.9 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4.10 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4.11 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4.12 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4.13 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4.14 vervallen</label></kop><al/><al><vet>HOOFDSTUK 5</vet><vet> STAAT VAN OPEN ERVEN EN TERREINEN, AANSLUITING OP DE</vet><vet> NUTSVOORZIENINGEN EN WEREN VAN SCHADELIJK EN HINDERLIJK</vet><vet> GEDIERTE </vet></al><al/><al><onderstreept>Paragraaf 1</onderstreept><onderstreept> Staat van open erven en terreinen</onderstreept></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5.1.1 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5.1.2 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5.1.3 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Paragraaf 3 Aansluiting op de nutsvoorzieningen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5.3.1 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5.3.2 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5.3.3 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5.3.4 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5.3.5 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5.3.6 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5.3.7 vervallen</label></kop><al/><al><onderstreept>Paragraaf 4</onderstreept><onderstreept> Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte.
                            Reinheid</onderstreept></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5.4.1 vervallen</label></kop><al/><al><vet>HOOFDSTUK 7</vet><vet> OVERIGE GEBRUIKSBEPALINGEN</vet></al><al><onderstreept>Paragraaf 1</onderstreept><onderstreept> Overbevolking </onderstreept></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7.1.1 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7.1.2 vervallen</label></kop><al/><al><onderstreept>Paragraaf 2</onderstreept><onderstreept> Staken van het gebruik</onderstreept></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7.2.1 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7.2.2 vervallen</label></kop><al/><al><onderstreept>Paragraaf 3</onderstreept><onderstreept> Gebruik van bouwwerken, open erven en
                            terreinen</onderstreept></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7.3.2 vervallen</label></kop><al/><al><onderstreept>Paragraaf 4</onderstreept><onderstreept> Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte.
                            Reinheid</onderstreept></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7.4.1 vervallen</label></kop><al/><al><onderstreept>Paragraaf 5</onderstreept><onderstreept> Watergebruik</onderstreept></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7.5.1 vervallen</label></kop><al/><al><onderstreept>Paragraaf 6</onderstreept><onderstreept> Installaties</onderstreept></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7.6.1 vervallen</label></kop><al/><al><vet>HOOFDSTUK 8</vet><vet> OMGEVINGSVERGUNNING VOOR HET SLOPEN</vet></al><al/><al><onderstreept>Paragraaf 1</onderstreept><onderstreept> Omgevingsvergunning voor het slopen</onderstreept></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8.1.1 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8.1.6 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8.1.7 vervallen</label></kop><al/><al><onderstreept>Paragraaf 2</onderstreept><onderstreept> Uitzonderingen op het vereiste van omgevingsvergunning voor
                            het slopen</onderstreept></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8.2.1 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8.2.2 vervallen</label></kop><al/><al><onderstreept>Paragraaf 3</onderstreept><onderstreept> Verplichtingen tijdens het slopen</onderstreept></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8.3.1 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8.3.2 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8.3.3 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8.3.4 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8.3.5 vervallen</label></kop><al/><al><onderstreept>Paragraaf 4</onderstreept><onderstreept> Vrij slopen</onderstreept></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8.4.1 vervallen</label></kop><al/><al><vet>HOOFDSTUK 9 </vet><vet> WELSTAND</vet></al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9.1 De advisering door de Commissie Ruimtelijke
                            Kwaliteit</label></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De advisering over redelijke eisen van welstand is
                                            opgedragen aan de Stichting Dorp, Stad &amp; Land,
                                            Adviseurs Ruimtelijke Kwaliteit (hierna te noemen Dorp,
                                            Stad &amp; Land), die uit haar midden personen
                                            voordraagt als lid van de welstandscommissie, hierna te
                                            noemen: Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseert over de
                                            welstandsaspecten van aanvragen voor een
                                            omgevingsvergunning voor het bouwen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit baseert haar advies
                                            op de in de welstandsnota genoemde
                                            welstandscriteria.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9.2 Samenstelling van de Commissie Ruimtelijke
                            Kwaliteit</label></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit bestaat ten minste
                                            uit drie leden, waaronder een voorzitter en een
                                            secretaris, die deskundig zijn op het gebied van
                                            architectuur, ruimtelijk kwaliteit dan wel
                                            cultuurhistorie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien een lid van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit
                                            verhinderd is, draagt Dorp, Stad &amp; Land zorg voor
                                            een plaatsvervanger met vergelijkbare deskundigheid op
                                            het gebied van architectuur, ruimtelijke kwaliteit of
                                            cultuurhistorie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit kan slechts adviezen
                                            uitbrengen indien ten minste twee leden aanwezig zijn,
                                            welke beschikken over deskundigheid op het gebied van
                                            welstand.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>De leden van de commissie ruimtelijke kwaliteit zijn
                                            onafhankelijk van het gemeentebestuur.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9.3 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9.4 Jaarlijkse verantwoording</label></kop><al>De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit stelt jaarlijks een verslag op van haar
                        werkzaamheden voor het college, waarin ten minste aan de orde komt:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>op welke wijze toepassing is gegeven aan de
                                            welstandcriteria uit de welstandsnota;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>de werkwijze van de Commissie Ruimtelijke
                                            Kwaliteit;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>op elke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid
                                            van vergaderen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>de aard van de beoordeelde plannen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>de bijzondere projecten.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit kan in haar jaarverslag aanbevelingen
                        doen ten aanzien van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het
                        algemeen en de aanpassing van de gemeentelijke welstandsnota in het
                        bijzonder.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9.5 Termijn van advisering</label></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit brengt het advies
                                            over de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het
                                            bouwen uit binnen drie weken nadat door of namens
                                            burgemeester en wethouders daarom is verzocht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit brengt het advies
                                            over de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het
                                            bouwen, indien deze vergunning betrekking heeft op een
                                            deel van een project of een gefaseerde aanvraag betreft,
                                            uit binnen twee weken nadat door of namens burgemeester
                                            en wethouders daarom is verzocht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Burgemeester en wethouders kunnen in hun verzoek om
                                            advies de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit een langere
                                            termijn dan genoemd in de bovengenoemde leden van dit
                                            artikel geven voor het uitbrengen van het
                                            welstandsadvies. Een langere termijn kan door
                                            burgemeester en wethouders worden gegeven indien de
                                            termijn van afdoening van de aanvraag is verlengd met
                                            toepassing van artikel 3.9, tweede lid van de Wet
                                            algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9.6 Openbaarheid van vergaderen en mondeling
                            toelichting</label></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De behandeling van bouwplannen door of onder
                                            verantwoordelijkheid van de Commissie Ruimtelijke
                                            Kwaliteit is openbaar. De agenda voor de vergadering van
                                            de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit wordt tijdig
                                            bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad,
                                            een dagblad, nieuwsblad of huis-aan-huisblad, dan wel op
                                            een andere geschikte wijze. De agenda voor de
                                            vergadering kan op het gemeentehuis worden ingezien.
                                            Indien het bevoegd gezag – al dan niet op verzoek van de
                                            aanvrager – een verzoek doet tot niet-openbare
                                            behandeling, dan dient het bevoegd gezag daaraan
                                            klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet
                                            openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De
                                            openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de
                                            beoordeling als de adviezen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het
                                            bouwen hierom bij het indienen van de aanvraag om
                                            omgevingsvergunning voor het bouwen heeft verzocht,
                                            wordt deze door of namens de Commissie Ruimtelijke
                                            Kwaliteit in staat gesteld tot het geven van een
                                            toelichting op het bouwplan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>In het geval dat het bouwplan in de vergadering van de
                                            commissie wordt behandeld en een verzoek tot het geven
                                            van een toelichting is gedaan, dient de aanvrager van de
                                            omgevingsvergunning voor het bouwen een uitnodiging te
                                            ontvangen voor de vergadering van de commissie, waarin
                                            de aanvraag wordt behandeld.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Belanghebbenden hebben in toelichtende zin spreekrecht.
                                            Het reglement van orde van de Commissie Ruimtelijke
                                            Kwaliteit dat als bijlage 9 bij deze verordening is
                                            vastgesteld, voorziet in een procedurele opzet, waarbij
                                            er een onderscheid wordt aangebracht in de toelichtende
                                            fase en de beraadslagingen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9.7 Afdoening onder verantwoordelijkheid</label></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit kan de advisering
                                            over een aanvraag om advies, in afwijking van artikel
                                            9.2, onder verantwoordelijkheid van de commissie
                                            overlaten aan een of meerdere daartoe aangewezen leden.
                                            Het aangewezen lid of de aangewezen leden adviseren over
                                            bouwplannen waarvan volgens hen het oordeel van de
                                            Commissie Ruimtelijke Kwaliteit als bekend mag worden
                                            verondersteld.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>In geval van twijfel wordt het bouwplan alsnog
                                            voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9.8 Vorm waarin het advies wordt uitgebracht</label></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseert
                                            schriftelijk. Negatieve adviezen worden gemotiveerd,
                                            positieve adviezen alleen als daarom verzocht
                                            wordt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Zodra het advies wordt uitgebracht, wordt het door of
                                            namens burgemeester en wethouders gevoegd bij de
                                            aanvraag om een omgevingsvergunning voor het
                                            bouwen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9.9 vervallen</label></kop><al/><al><vet>HOOFDSTUK 10 OVERIGE ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN</vet></al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10.6 Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere
                            voorschriften</label></kop><al>Het bevoegd gezag is bevoegd om rekening te houden met de herziening en
                        vervanging van de NEN-normen, voornormen, praktijkrichtlijnen en andere
                        voorschriften waarnaar in deze verordening - of in de bij deze verordening
                        behorende bijlagen - wordt verwezen, indien de bevoegde instantie de
                        betrokken norm, voornorm, praktijkrichtlijn of het voorschrift heeft herzien
                        of vervangen en die herziening of vervanging heeft gepubliceerd.</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 12</vet><vet> STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</vet></al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12.3 vervallen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12.6 Slotbepaling</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop
                                zij is bekendgemaakt en werkt terug tot aan 1 april 2012.</al></li><li nr="2."><al>Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervalt: de
                                bouwverordening, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 31 oktober 2011
                                met besluitnummer 99403 en alle daarin aangebrachte
                                wijzigingen.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: 14<sup>e</sup> wijziging
                                Bouwverordening Albrandswaard.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><bijlage><kop><titel>BIJLAGEN</titel></kop><al/><al><vet>Bijlage 7 vervallen</vet></al><al/><al><vet>Bijlage 9 Reglement van Orde Commissie Ruimtelijke Kwaliteit in de gemeente
                        Albrandswaard</vet></al><al/><al><vet>Inhoud </vet></al><al/><al><vet>9.0</vet><vet> Begripsbepalingen</vet></al><al/><al><vet>9.1</vet><vet> De advisering door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit</vet></al><al> 9.1.1 Werkwijze </al><al> 9.1.2 Taakomschrijving </al><al> 9.1.3 Niet wettelijk verplichte taken </al><al/><al><vet>9.2</vet><vet> Samenstelling van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit</vet></al><al> 9.2.1 Samenstelling en besluitvorming </al><al> 9.2.2 Niet betrokken zijn bij een aanvraag om een Omgevingsvergunning </al><al/><al><vet>9.4</vet><vet> Jaarlijkse verantwoording</vet></al><al> 9.4.1 Jaarlijkse verantwoording </al><al/><al><vet>9.5</vet><vet> Termijn van advisering</vet></al><al> 9.5.1 Termijn van advisering </al><al/><al><vet>9.6</vet><vet> Openbaarheid van vergaderen en mondelinge toelichting</vet></al><al> 9.6.1 Openbaarheid van vergaderen en mondelinge toelichting </al><al> 9.6.2 Openbaarheid van de adviezen </al><al/><al><vet>9.7</vet><vet> Afdoening onder verantwoordelijkheid</vet></al><al> 9.7.1 Afdoening onder verantwoordelijkheid </al><al/><al><vet>9.8</vet><vet> Vorm waarin het advies wordt uitgebracht</vet></al><al> 9.8.1 Vorm waarin het advies alsmede de motivering daarvan </al><al> wordt uitgebracht </al><al/><al><vet>9.10</vet><vet> Citeertitel</vet> 9.0 Begripsbepalingen</al><al>9.0.1 Begripsbepalingen</al><al>Advies:</al><al>Het advies dat betrekking heeft op de welstandsaspecten van een aanvraag om
                    een</al><al>omgevingsvergunning voor het bouwen of voor een reclame-activiteit.</al><al>De commissie:</al><al>De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (voorheen: de welstandscommissie), in casu
                    Stichting Dorp, Stad &amp; Land.</al><al>Reglement:</al><al>Dit Reglement van Orde Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. </al><al>Als de commissie advies uitbrengt als bedoeld in dit Reglement, fungeert de
                    commissie als welstandscommissie. </al><al>Dit Reglement behoort bij en maakt onderdeel uit van de bouwverordening van de
                    gemeente uitsluitend indien en voor zover hierin de samenstelling, inrichting en
                    werkwijze van de welstandscommissie is geregeld. </al><al/><al>9.1 De advisering door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit</al><al>9. 9.1.1 Werkwijze </al><al>De commissie regelt zelf haar wijze van werken, zulks met inachtneming van de
                    bepalingen in dit Reglement.</al><al/><al><vet>9.1.2</vet><vet> Taakomschrijving </vet></al><al>De commissie heeft tot taak op verzoek van burgemeester en wethouders of uit
                    eigen beweging: advies uit te brengen aan burgemeester en wethouders over
                    aanvragen voor een omgevingsvergunning.</al><al>Voorts heeft de commissie tot taak op verzoek van burgemeester en wethouders of
                    uit eigen beweging: advies uit te brengen aan burgemeester en wethouders over
                    aanvragen voor een omgevingsvergunning activiteit reclame, tenzij burgemeester
                    en wethouders van oordeel zijn dat voor reclame-activiteiten geen advies van de
                    commissie noodzakelijk is.</al><al>De commissie baseert haar advies op de in de gemeentelijke welstandsnota
                    genoemde welstandscriteria, of op criteria in andere – als aanvulling op de
                    welstandsnota vastgestelde – beleidsdocumenten, zoals bijvoorbeeld een
                    beeldkwaliteitplan.</al><al> De commissie is ook de monumentencommissie van de gemeente, conform de
                    Monumentenwet 1988 art. 15, en heeft tot taak op verzoek van burgemeester en
                    wethouders of uit eigen beweging: advies uit te brengen aan burgemeester en
                    wethouders over de monumentale aspecten van aanvragen voor een
                    omgevingsvergunning. </al><al/><al><vet>9.1.3</vet><vet> Niet wettelijk verplichte taken</vet></al><al>De commissie krijgt de opdracht om – op verzoek van burgemeester en wethouders -
                    naast de reguliere taken de volgende (niet wettelijk verplichte) taken uit te
                    voeren:</al><al>Onder de regie van de gemeente - en op verzoek van de commissie, de gemeente of
                    de aanvrager - noodzakelijk geacht vooroverleg voeren met betrokkenen bij de
                    voorbereiding van bouwplannen.</al><al>Advies uitbrengen aan burgemeester en wethouders over de ruimtelijke kwaliteits
                    aspecten van in voorbereiding zijnde structuurvisies, bestemmingsplannen,
                    ontheffingen / projectbesluiten, beheersverordeningen, beeldkwaliteitplannen,
                    stedenbouwkundige plannen, landschappelijke plannen, en andere relevante
                    gemeentelijke beleidsstukken waaronder de welstandsnota. De commissie krijgt
                    deze stukken reeds in het ontwerpstadium voorgelegd ter advisering en brengt
                    hier desgevraagd schriftelijk advies over uit.</al><al>Advies uitbrengen over stedenbouwkundige en architectonische ontwikkelingen die
                    van belang zijn voor de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente.</al><al>Adviseren in het geval van excessen: buitensporigheden in het uiterlijk van
                    bouwwerken die ook voor niet-deskundigen evident zijn.</al><al>Voorlichting inzake ruimtelijke kwaliteit aan de gemeenteraad, burgemeester en
                    wethouders, ambtenaren en burgers. </al><al/><al>9.2 Samenstelling van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit</al><al/><al>9.<vet> 9.2.1</vet><vet> Samenstelling en besluitvorming</vet></al><al>De commissie bestaat ten minste uit drie leden, waaronder een voorzitter en een
                    secretaris, die deskundig zijn op het gebied van architectuur, ruimtelijke
                    kwaliteit, stedebouw dan wel cultuurhistorie. </al><al>De commissie kan zich naar eigen inzicht laten bijstaan door extra adviseurs.
                    Dit betreft o.a. disciplines als cultuur- en bouwhistorie,
                    landschapsarchitectuur of beeldende kunst. Afhankelijk van de aanvraag om een
                    omgevingsvergunning die moet worden beoordeeld, nemen de extra adviseurs deel
                    aan de vergadering. Zij hebben geen stemrecht, tenzij ze als commissielid zijn
                    benoemd door de gemeenteraad.</al><al>Indien een lid van de commissie verhinderd is, draagt Dorp, Stad &amp; Land zorg
                    voor een plaatsvervanger met vergelijkbare deskundigheid op het gebied van
                    architectuur, ruimtelijke kwaliteit, stedenbouw of cultuurhistorie. </al><al>De commissie kan slechts adviezen uitbrengen indien ten minste twee leden
                    aanwezig zijn.</al><al> De leden van de commissie zijn onafhankelijk van het gemeentebestuur.</al><al/><al><vet>9.2.2</vet><vet> Niet betrokken zijn bij een aanvraag om een omgevingsvergunning</vet></al><al>De leden van de commissie en hun eventuele plaatsvervangers of extra adviseurs
                    die als opdrachtgever, ontwerper of anderszins bij een door de commissie te
                    beoordelen aanvraag om een omgevingsvergunning betrokken zijn, onthouden zich
                    van medewerking aan de beoordeling daarvan en zijn niet betrokken bij
                    beraadslaging, beoordeling en advisering over de aanvraag om een
                    omgevingsvergunning.</al><al/><al>9.4 Jaarlijkse verantwoording</al><al/><al><vet>9.4.1</vet><vet> Jaarlijkse verantwoording </vet></al><al>De commissie stelt jaarlijks een verslag op van haar werkzaamheden voor de
                    gemeenteraad, waarin ten minste aan de orde komt:</al><lijst><li nr="-"><al>op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria uit de
                            welstandsnota;</al></li><li nr="-"><al>de werkwijze van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit;</al></li><li nr="-"><al>op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van
                            vergaderen;</al></li><li nr="-"><al>de aard van de beoordeelde plannen;</al></li><li nr="-"><al>eventuele bijzondere projecten.</al></li></lijst><al>De commissie kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het
                    gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassing van de
                    gemeentelijke welstandsnota in het bijzonder.</al><al/><al>9.5 Termijn van advisering</al><al/><al><vet>9.5.1 Termijn van advisering </vet></al><al>De commissie brengt het advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning uit
                    binnen drie weken nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is
                    verzocht.</al><al>De commissie brengt het advies over de aanvraag om een omgevingsvergunning,
                    indien deze vergunning betrekking heeft op een deel van een project of wanneer
                    het een gefaseerde aanvraag betreft, uit binnen twee weken nadat door of namens
                    burgmeester en wethouders daarom is verzocht.</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen in hun verzoek om advies de commissie een
                    langere termijn dan genoemd in de bovengenoemde leden van dit artikel geven
                    indien de beslistermijn met toepassing van artikel 3.9, tweede lid van de Wet
                    algemene bepalingen omgevingsrecht is verlengd.</al><al/><al>9.6 Openbaarheid van vergaderen en mondelinge toelichting</al><al/><al><vet>9.6.1 Openbaarheid van vergaderen en mondelinge toelichting </vet></al><al>De vergaderingen van de commissie zijn openbaar. De openbaarheid geldt zowel
                    voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen.</al><al>Tijdstip en plaats van de vergadering van de commissie worden tijdig
                    bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad, dagblad, nieuwsblad of
                    huis-aan-huisblad, de gemeentelijke internetsite of op een andere geschikte
                    wijze. De agenda voor de vergadering kan op het gemeentehuis worden ingezien. </al><al>Indien burgemeester en wethouders - al dan niet op verzoek van de aanvrager -
                    een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dienen zij daaraan klemmende
                    redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten
                    grondslag te leggen.</al><al>Indien de aanvrager van een omgevingsvergunning hierom bij het indienen van de
                    aanvraag om omgevingsvergunning heeft verzocht, wordt hij door of namens de
                    commissie in staat gesteld tot het geven van een toelichting op de
                    aanvraag.</al><al>In het geval de aanvraag om een omgevingsvergunning in de vergadering van de
                    commissie wordt behandeld en een verzoek door de aanvrager tot het geven van een
                    toelichting is gedaan, dient de aanvrager van de omgevingsvergunning een
                    uitnodiging te ontvangen voor de vergadering van de commissie, waarin de
                    aanvraag wordt behandeld.</al><al>Belanghebbenden hebben <vet>in toelichtende zin</vet> spreekrecht. De voorzitter
                    stelt, afhankelijk van de agenda, de maximale spreektijd van eenieder vast.
                    Spreektijd kan slechts worden gebruikt voor het geven van een visie op de
                    welstandsaspecten van het plan. Een belangenafweging of beoordeling, anders dan
                    op basis van de vastgestelde welstandscriteria vindt niet plaats tijdens de
                    welstandsbeoordeling. </al><al/><al>9.6.2 Openbaarheid van de adviezen</al><al>De commissie adviseert aan burgemeester en wethouders. Burgemeester en
                    wethouders besluiten op welke wijze de adviezen van de commissie openbaar
                    gemaakt worden. </al><al/><al>9.7 Afdoening onder verantwoordelijkheid</al><al><vet>9.7.1</vet><vet> Afdoening onder verantwoordelijkheid </vet></al><al>De commissie kan de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning,
                    onder verantwoordelijkheid van de commissie, overlaten aan een of meerdere
                    daartoe aangewezen leden. Het aangewezen lid of de aangewezen leden kunnen,
                    zowel positief als negatief, adviseren over bouwplannen waarvan volgens hen het
                    oordeel van de commissie als bekend mag worden verondersteld. </al><al>De commissie is eindverantwoordelijk voor het advies.</al><al>In geval van twijfel wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in
                    het bovenstaande alsnog voorgelegd aan de commissie.</al><al>Behandeling onder verantwoordelijkheid van een aanvraag om een
                    omgevingsvergunning is openbaar. De openbaarheid geldt zowel voor de
                    beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. Indien burgemeester en
                    wethouders - al dan niet op verzoek van de aanvrager - een verzoek doen tot
                    niet-openbare behandeling, dienen zij daaraan klemmende redenen op grond van
                    artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. </al><al>Indien dit wettelijk mogelijk is kan de gemeente de advisering over een aanvraag
                    om een omgevingsvergunning, buiten verantwoordelijkheid van de commissie,
                    overlaten aan een of meerdere daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen
                    ambtenaren van de gemeente. </al><al/><al>9.8 Vorm waarin het advies wordt uitgebracht</al><al><vet>9.8.1 Vorm waarin het advies alsmede de motivering daarvan wordt
                        uitgebracht </vet></al><al>De gemeente regelt zelf haar wijze van ondertekenen en /of waarmerken van het
                    advies en de bijbehorende stukken, zulks met inachtneming van de daarvoor
                    geldende wettelijke bepalingen.</al><al>De commissie adviseert schriftelijk of digitaal. </al><al>Negatieve adviezen worden gemotiveerd; positieve adviezen alleen als daarom
                    verzocht wordt.</al><al>Zodra het advies wordt uitgebracht, wordt het door of namens burgemeester en
                    wethouders gevoegd bij de aanvraag om een omgevingsvergunning.</al><al/><al>9.10 Citeertitel</al><al><vet>9.10.1</vet><vet> Citeertitel </vet></al><al>Dit Reglement kan worden aangehaald als Reglement van Orde Commissie Ruimtelijke
                    Kwaliteit.</al><al/><al/><al><vet>Overgangsbepalingen bouwverordening</vet></al><table><tgroup cols="2" char="" charoff="50" align="left"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>Op een aanvraag om bouwvergunning, ontheffing,
                                        gebruiksvergunning of toestemming anderszins, die is
                                        ingediend vóór het tijdstip waarop deze
                                        wijzigingsverordening van kracht wordt en waarop op genoemd
                                        tijdstip nog niet is beschikt, zijn de bepalingen van de
                                        bouwverordening van toepassing, zoals die luidden vóór de
                                        onderhavige wijziging, tenzij de aanvrager de wens te kennen
                                        geeft dat de gewijzigde bepalingen worden toegepast.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>Voor de toelichting op de bouwverordening van de gemeente
                                        Albrandswaard de algemene toelichting van de
                                        Model-bouwverordening te hanteren.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente </al><al>Albrandswaard in zijn openbare vergadering van</al><al>3 juli 2012 </al><table><tgroup cols="2" char="" charoff="50" align="left"><colspec colname="col1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>De griffier,</al><al/><al/></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>De voorzitter,</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>mr. R. v.d. Tempel</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>mr. H.M. Bergmann</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage></regeling></body></cvdr>