<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR191970_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening behandeling bezwaarschriften 2002</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening behandeling bezwaarschriften 2002</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-06-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-07-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-03-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 9, art. 10, art. 12</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012/054</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening behandeling bezwaarschriften 2002</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Geconsolideerde tekst van de regeling: </al><al><cursief>De raad van de gemeente Tilburg</cursief>;</al><lijst><li nr="-"><al>Gezien het voorstel van het presidium</al></li><li nr="-"><al>Gelet op de Gemeentewet;</al></li></lijst><al>Besluit:</al><al>Vast te stellen de Verordening behandeling bezwaarschriften 2002</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al>Paragraaf I. Algemene bepalingen.</al><al><vet>Artikel 1. Begripsbepalingen.</vet></al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="·"><al>bezwaarschrift: een bezwaarschrift als bedoeld in de Algemene wet
                                bestuursrecht tegen een besluit van de raad, een bestuurscommissie,
                                het college of de burgemeester.</al></li><li nr="·"><al>bestuurscommissie: een door de raad, het college of de burgemeester
                                op grond van artikel 82 van de Gemeenwet ingestelde commissie, die
                                bevoegdheden uitoefent die door de raad, het college,
                                respectievelijk de burgemeester aan haar zijn overgedragen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2. Commissie.</vet></al><al>Indien een bezwaarschrift wordt ingediend tegen een besluit van de raad, het
                        college, de burgemeester of een bestuurscommissie wordt de beslissing op het
                        bezwaarschrift, waaronder begrepen het horen van belanghebbenden, voorbereid
                        door de desbetreffende commissie voor de bezwaarschriften.</al><al><vet>Artikel 3. Persoonlijk belang.</vet></al><al>De leden van een commissie nemen niet deel aan de behandeling van een
                        bezwaarschrift waarbij zij persoonlijk direct of indirect betrokken
                        zijn.</al><al><vet>Artikel 4. Hoorzitting.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Binnen een redelijke termijn ná ontvangst van het bezwaarschrift
                                wordt een hoorzitting belegd.</al></li><li nr="2."><al>De indiener(s) van het bezwaarschrift en zonodig andere
                                belanghebbenden worden tijdig schriftelijk uitgenodigd voor de
                                hoorzitting.</al></li><li nr="3."><al>De hoorzittingen zijn openbaar tenzij er gewichtige redenen zijn,
                                die zich daartegen verzetten.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5. Quorum.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De hoorzitting vindt geen doorgang indien blijkt dat niet meer dan
                                de helft van het aantal zitting hebbende leden, de voorzitter
                                inbegrepen, aanwezig is.</al></li><li nr="2."><al>Indien blijkt dat het vereiste aantal leden niet aanwezig is wordt
                                een nieuwe hoorzitting belegd waarbij rekening wordt gehouden met de
                                agenda van de bezwaarmakers.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 6. Ondertekening.</vet></al><al>De van de commissie uitgaande brieven worden door de secretaris van de
                        commissie ondertekend.</al><al><vet>Artikel 7. Overdracht. </vet></al><al>De voorzitter kan de uitvoering van bepalingen van deze verordening, voor
                        zover die uitvoering tot zijn bevoegdheden behoort, opdragen aan de
                        secretaris.</al><al>Paragraaf II. Behandeling van bij de raad ingediende bezwaarschriften.</al><al><vet>Artikel 8. Procedure.</vet></al><al>Elk ingekomen bezwaarschrift dat zich richt tegen een besluit van de raad
                        wordt via de lijst van ingekomen stukken ter kennis van de raad gebracht met
                        het verzoek aan de commissie om daarover een advies aan de raad uit te
                        brengen.</al><al><vet>Artikel 9. Samenstelling commissie.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De commissie bestaat uit een onafhankelijke stemhebbend voorzitter
                                en ten minste 4 en ten hoogste 6 raadsleden.</al></li><li nr="2."><al>De benoeming van de voorzitter en de leden van de commissie
                                geschiedt voor de zittingsperiode van de zittende raad. Dit geldt
                                eveneens voor tussentijdse benoemingen.</al></li><li nr="3."><al>De commissie wijst uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter
                                aan.</al></li><li nr="4."><al>Ingeval van verhindering van de voorzitter of een lid, kan deze zich
                                laten vervangen door een plaatsvervangend lid.</al></li><li nr="5."><al>Een commissielid kan tussentijds door de raad worden ontslagen.</al></li><li nr="6."><al>Hij die ophoudt lid van de raad te zijn kan geen lid meer van de
                                commissie zijn.</al></li><li nr="7."><al>Een commissielid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij geeft daarvan
                                schriftelijk kennis aan de voorzitter van de raad.</al></li><li nr="8."><al>In tussentijds in de commissie opengevallen plaatsen wordt binnen
                                acht weken voorzien.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 10. Voorzitter.</vet></al><al>&lt;&lt;VERVALLEN&gt;&gt;</al><al><vet>Artikel 11. Secretariaat.</vet></al><al>Het secretariaat van de commissie wordt verzorgd door het
                        organisatie-onderdeel dat is belast met centrale juridische zaken.</al><al><vet>Artikel 12. Werkwijze commissie.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De commissie stelt de indiener van een bezwaarschrift in de
                                gelegenheid om het bezwaarschrift ten overstaan van de commissie
                                mondeling toe te lichten.</al></li><li nr="2."><al>Voorts kan de commissie een medewerker van de het
                                eersteverantwoordelijke organisatie-onderdeel uitnodigen om het
                                bestreden besluit toe te lichten.</al></li><li nr="3."><al>Op grond van het besprokene tijdens de zitting van de commissie
                                neemt de commissie een standpunt in over het aan de raad uit te
                                brengen advies.</al></li><li nr="4."><al>Dit advies wordt door het organisatie-onderdeel, dat belast is met
                                centrale juridische zaken, in de vorm van een raadsvoorstel
                                opgesteld.</al></li><li nr="5."><al>Na akkoordverklaring van de commissie wordt het advies aan de raad
                                aangeboden.</al></li><li nr="6."><al>Het advies van de commissie wordt ondertekend door de voorzitter en
                                de secretaris.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 13. Behandeling in raad.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter van de commissie dan wel een door de commissie uit
                                zijn midden aangewezen lid wordt in de gelegenheid gesteld om in de
                                vergadering van de raad het advies van de commissie toe te
                                lichten.</al></li><li nr="2."><al>Indien de raad daartoe termen aanwezig acht, kan hij een zaak voor
                                nader advies of ter nadere voorbereiding naar de commissie
                                terugverwijzen.</al></li><li nr="3."><al>De raad neemt een besluit over het uitgebrachte advies.</al></li></lijst><al>Pararaaf III. Behandeling van bij het college ingediende
                        bezwaarschriften.</al><al><vet>Artikel 14. Commissie. </vet></al><al>Indien het bezwaarschrift zich richt tegen een besluit van het college heeft
                        de commissie voor de bezwaarschriften de volgende samenstelling:</al><lijst><li nr="a."><al>voorzitter van de commissie is het lid van het college tot wiens
                                portefeuille het onderwerp van het bezwaarschrift hoort dan wel, bij
                                ontstentenis van deze, een ander lid van het college;</al></li><li nr="b."><al>de directeur van de dienst, op het werkterrein waarvan het
                                bezwaarschrift betrekking heeft, of een door hem aan te wijzen
                                vertegenwoordiger;</al></li><li nr="c."><al>secretaris van de commissie is een medewerker van het
                                organisatie-onderdeel, dat belast is met centrale juridische
                                zaken.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 15. Werkwijze commissie.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De commissie stelt de indiener van een bezwaarschrift in de
                                gelegenheid om het bezwaarschrift ten overstaan van de commissie
                                mondeling toe te lichten.</al></li><li nr="2."><al>De commissie is bevoegd om de indiener van het bezwaarschrift om
                                nadere informatie over het aan de orde zijnde bezwaarschrift te
                                verzoeken.</al></li><li nr="3."><al>De commissie stelt de aanwezige belanghebbenden in de gelegenheid om
                                het woord te voeren.</al></li><li nr="4."><al>Op grond van het besprokene tijdens de zitting neemt de commissie
                                een standpunt in over het uit te brengen advies aan het
                                college.</al></li><li nr="5."><al>Het advies wordt uitgebracht in de vorm van een ontwerpbeslissing op
                                het bezwaarschrift.</al></li><li nr="6."><al>Het advies wordt opgesteld door het organisatie-onderdeel, dat met
                                centrale juridische zaken is belast en aangeboden aan het
                                college.</al></li><li nr="7."><al>Op basis van dit advies neemt het college een besluit.</al></li></lijst><al>Paragraaf IV. Behandeling van bij de burgemeester ingediende
                        bezwaarschriften.</al><al><vet>Artikel 16. Commissie.</vet></al><al>Indien het bezwaarschrift zich richt tegen een besluit van de burgemeester
                        heeft de commissie voor de bezwaarschriften de volgende samenstelling:</al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester is voorzitter van de commissie;</al></li><li nr="b."><al>de directeur van de dienst, op het werkterrein waarvan het
                                bezwaarschrift betrekking heeft, of een door hem aan te wijzen
                                vertegenwoordiger;</al></li><li nr="c."><al>secretaris van de commissie is een medewerker van het
                                organisatie-onderdeel, dat belast is met centrale juridische
                                zaken.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 17. Werkwijze commissie.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De commissie stelt de indiener van een bezwaarschrift in de
                                gelegenheid om het bezwaarschrift ten overstaan van de commissie
                                mondeling toe te lichten.</al></li><li nr="2."><al>De commissie is bevoegd om de indiener van het bezwaarschrift om
                                nadere informatie over het aan de orde zijnde bezwaarschrift te
                                verzoeken.</al></li><li nr="3."><al>De commissie stelt de aanwezige belanghebbenden in de gelegenheid om
                                het woord te voeren.</al></li><li nr="4."><al>Op grond van het besprokene tijdens de zitting neemt de commissie
                                een standpunt in over het uit te brengen advies aan de
                                burgemeester.</al></li><li nr="5."><al>Het advies wordt uitgebracht in de vorm van een ontwerpbeslissing op
                                het bezwaarschrift.</al></li><li nr="6."><al>Het advies wordt opgesteld door het organisatie-onderdeel, dat met
                                centrale juridische zaken is belast en aangeboden aan de
                                burgemeester.</al></li><li nr="7."><al>Op basis van dit advies neemt de burgemeester een besluit.</al></li></lijst><al>Paragraaf V. Behandeling van bij bestuurscommissie ingediende
                        bezwaarschriften.</al><al><vet>Artikel 18. Commissie.</vet></al><al>Indien het bezwaarschrift zich richt tegen een besluit van een
                        bestuurscommissie heeft de commissie voor de bezwaarschriften de volgende
                        samenstelling:</al><lijst><li nr="a."><al>voorzitter van de commissie is de voorzitter van de
                                bestuurscommissie of een ander lid van de bestuurscommissie;</al></li><li nr="b."><al>de directeur van de dienst, op het werkterrein waarvan het
                                bezwaarschrift betrekking heeft, of een door hem aan te wijzen
                                vertegenwoordiger;</al></li><li nr="c."><al>secretaris van de commissie is een medewerker van het
                                organisatie-onderdeel, dat belast is met centrale juridische
                                zaken.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 19. Werkwijze commissie.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De commissie stelt de indiener van een bezwaarschrift in de
                                gelegenheid om het bezwaarschrift ten overstaan van de commissie
                                mondeling toe te lichten.</al></li><li nr="2."><al>De commissie is bevoegd om de indiener van het bezwaarschrift om
                                nadere informatie over het aan de orde zijnde bezwaarschrift te
                                verzoeken.</al></li><li nr="3."><al>De commissie stelt de aanwezige belanghebbenden in de gelegenheid om
                                het woord te voeren.</al></li><li nr="4."><al>Op grond van het besprokene tijdens de zitting neemt de commissie
                                een standpunt in over het uit te brengen advies aan de
                                bestuurscommissie.</al></li><li nr="5."><al>Het advies wordt uitgebracht in de vorm van een ontwerpbeslissing op
                                het bezwaarschrift.</al></li><li nr="6."><al>Het advies wordt opgesteld door het organisatie-onderdeel dat met
                                centrale juridische zaken is belast en aangeboden aan de
                                bestuurscommissie.</al></li><li nr="7."><al>Op basis van dit advies neemt de bestuurscommissie een besluit.</al></li></lijst><al>Paragraaf VI. Slotbepalingen.</al><al><vet>Artikel 20. Andere samenstelling commissie.</vet></al><al>Het college, de burgemeester respectievelijk een bestuurscommissie zijn
                        bevoegd om, in afwijking van het bepaalde in de voorgaande paragrafen de
                        commissie anders samen te stellen ten aanzien van hen aan te geven
                        categorieën van besluiten, in welk geval tevens een van deze verordening
                        afwijkende werkwijze kan worden vastgesteld.</al><al><vet>Artikel 21. </vet></al><al><vet>Uitleg verordening.</vet></al><al>Bij twijfel over de betekenis of de toepassing van deze verordening en in
                        gevallen, waarin niet in deze verordening is voorzien, beslist de voorzitter
                        van de commissie.</al><al><vet>Artikel 22. </vet></al><al><vet>Tijdstip inwerkingtreding en citeertitel.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt onmiddellijk na de bekendmaking ervan in
                                werking.</al></li><li nr="2."><al>Op het tijdstip als bedoeld in het eerste lid vervalt de
                                "Verordening behandeling bezwaar- en beroepschriften" zoals
                                vastgesteld in de raadsvergadering van 2 januari 1997.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: "Verordening behandeling
                                bezwaarschriften 2002".</al></li></lijst></tekst></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>