<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR191648_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de vertrouwenscommissie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Grave</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-07-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Grave</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Graafsche Courant, 10 juli 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>verordening op de Vertrouwenscommissie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=61">Gemeentewet, art. 61</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-06-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-07-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-02-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Griffie</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Griffie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Verordening is vastgesteld op 28 juni 2012. Betreft geschorste vergadering van 26 juni die op 28 juni is voortgezet.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de vertrouwenscommissie</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRAVE; </al><al/><al>gelezen het voorstel van de fractievoorzitters van 11 juni 2012; </al><al>gelet op artikel 61 van de Gemeentewet; </al><al/><al> b e s l u i t </al><al/><al> vast te stellen de </al><al/><al>VERORDENING OP DE VERTROUWENSCOMMISSIE </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Taak van de commissie</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 1</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie heeft tot taak het uitbrengen van een
                                conceptaanbeveling van twee personen die naar het oordeel van de
                                commissie in aanmerking komen voor benoeming tot burgemeester van de
                                gemeente Grave. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie brengt haar conceptaanbeveling uit aan de raad van de
                                gemeente Grave en de Commissaris van de Koningin in de provincie
                                Noord-Brabant.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie brengt een schriftelijk verslag uit aan de gemeenteraad
                                en de Commissaris van de Koningin van haar bevindingen waarop haar
                                conceptaanbeveling is gebaseerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie vermeldt in haar aanbeveling de motieven die tot haar
                                oordeel hebben geleid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De commissie geeft een beredeneerde volgorde van aanbeveling aan.
                            </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label> Werkwijze van de commissie</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie baseert haar bevindingen, als bedoeld in artikel l, op
                                de informatie over de sollicitanten die haar door de Commissaris van
                                de Koningin is verstrekt, alsmede op de informatie die de commissie
                                ontleent aan de gesprekken die zij voert met de kandidaten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie voert de in het eerste lid van dit artikel bedoelde
                                gesprekken met de door de Commissaris van de Koningin geselecteerde
                                kandidaten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de commissie besluit een door de Commissaris van de Koningin
                                geselecteerde kandidaat niet te ontvangen, worden de Commissaris van
                                de Koningin en de kandidaat door de commissie schriftelijk van haar
                                beslissing op de hoogte gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie is bevoegd ook niet door de Commissaris van de Koningin
                                geselecteerde kandidaten die gesolliciteerd hebben, bij haar
                                beoordeling te betrekken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een niet door de Commissaris van de Koningin geselecteerde
                                kandidaat zich rechtstreeks wendt tot de commissie met het verzoek
                                om door haar te worden uitgenodigd, dan beslist de commissie zo
                                spoedig mogelijk op het verzoek en stelt de verzoeker schriftelijk
                                op de hoogte van haar beslissing.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de commissie besluit de onder het vierde en/of vijfde lid
                                bedoelde kandidaat bij haar beoordeling te betrekken, meldt zij dit
                                direct aan de Commissaris van de Koningin.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Inlichtingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 3</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie verschaft zich door tussenkomst van de Commissaris van
                                de Koningin door haar nodig geachte informatie over de
                                kandidaten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie wint noch mondeling noch schriftelijk inlichtingen in
                                omtrent kandidaten bij derden.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Samenstelling van de commissie</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 4</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bestaat uit gemeenteraadsleden, waarbij geldt dat per
                                fractie één lid door de gemeenteraad wordt benoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Plaatsvervangende leden worden niet benoemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een lid van de commissie langdurig niet beschikbaar is, kan
                                hij of zij zich laten vervangen door een ander gemeenteraadslid uit
                                zijn of haar fractie. De vervanging geldt voor de resterende
                                zittingsperiode van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie kiest uit haar midden een voorzitter en een
                                vice-voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De gemeenteraad benoemt op voordracht van het college van
                                burgemeester en wethouders één afgevaardigde van het college als
                                adviseur van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De gemeenteraad benoemt de griffier als secretaris van de
                                vertrouwenscommissie en de gemeentesecretaris als ondersteuner van
                                de commissie.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De commissie wordt in haar werkzaamheden bijgestaan door de
                                griffier.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Wijze van vergaderen van de commissie</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 5</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter of twee leden
                                dit noodzakelijk achten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van elke vergadering wordt door de voorzitter ten minste vier dagen
                                tevoren aankondiging gedaan aan de leden van de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie vergadert niet, indien niet tenminste de helft van de
                                leden aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie vergadert niet, indien niet tenminste de helft van de
                                leden aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het gevoelen van de minderheid wordt desgewenst in de schriftelijke
                                rapportage aan de Commissaris van de Koningin vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij staking van stemming over de uit te brengen bevindingen wordt
                                het nemen van een beslissing uitgesteld tot de volgende vergadering.
                                Is uitstel van de beslissing niet mogelijk of staken de stemmen ook
                                in die volgende vergadering dan worden er geen bevindingen van de
                                commissie, maar de verschillende meningen binnen de commissie ter
                                kennis aan de Commissaris van de Koningin gebracht.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Communicatie en correspondentie</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 7</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie treedt op als contactpersoon naar
                                buiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle stukken voor de commissie worden aan het huisadres van de
                                griffier gericht en door de griffier bewaard.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alle stukken die van de commissie uitgaan worden door de griffier
                                verzonden.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>De organisatie van de selectiegesprekken</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 8</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en de griffier nodigen de kandidaten uit voor een
                                gesprek met de commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De plaats en het tijdstip voor een gesprek worden zodanig gekozen,
                                dat voorkomen wordt dat kandidaten hierdoor bekend worden of tijdens
                                het bezoek aan de commissie met elkaar in contact komen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Geheimhouding</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 9</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de commissie hebben volstrekte geheimhoudingsplicht
                                omtrent hetgeen direct of indirect aan hen als lid van de commissie
                                ter kennis is gekomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze geheimhoudingsplicht geldt ook tegenover raadsleden die geen
                                lid zijn van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze geheimhoudingsplicht geldt zowel tijdens het bestaan van de
                                commissie als na ontbinding van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De geheimhoudingsplicht, zoals in de voorgaande leden is bedoeld,
                                geldt eveneens voor de afgevaardigde van het college van
                                burgemeester en wethouders, de gemeentesecretaris, de griffier en de
                                ambtelijk functionarissen die de griffier bij haar werkzaamheden
                                ondersteunen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de commissie vaststelt dat een van haar leden, adviseurs dan
                                wel de griffier de geheimhouding schendt, dan wordt de betreffende
                                persoon uit zijn functie als lid van de commissie danwel als
                                adviseur van de commissie, ontheven. Dit besluit wordt niet eerder
                                genomen dan nadat de betreffende persoon door de voltallige
                                commissie is gehoord. Het besluit tot ontheffing dient bij
                                afwezigheid van de betreffende persoon in unanimiteit en in een
                                overigens voltallige commissie te worden genomen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Beëindiging van de commissie</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 10</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie wordt geacht te zijn ontbonden met ingang van de dag
                                volgende op die waarop aan het gemeentebestuur is bekend gemaakt dat
                                er in de vacature is voorzien.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie en de griffier dragen er zorg voor,
                                dat op het in het eerste lid bedoelde tijdstip alle
                                archiefbescheiden die de commissie heeft opgemaakt op last van
                                burgemeester en wethouders onverwijld in verzegelde envelop en
                                gerubriceerd als "geheim" worden overgebracht naar de krachtens de
                                wet door de raad aangewezen archiefbewaarplaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De originele bescheiden die de commissie heeft ontvangen van de
                                Commissaris van de Koningin of van de kandidaten worden onmiddellijk
                                aan dezen geretourneerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter draagt er zorg voor dat alle overige stukken die de
                                commissie onder zich heeft en alle afschriften van de in dit artikel
                                bedoelde bescheiden onmiddellijk worden vernietigd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Van alle kopieën van de stukken die vallen onder lid 2 dragen de
                                voorzitter en de griffier de zorg dat deze eveneens worden
                                vernietigd.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Slotbepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 11</label></kop><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist de
                            meerderheid van de commissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de verordening op de
                                Vertrouwenscommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van
                                haar bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verordening vervalt op de dag volgend op die waarop aan het
                                gemeentebestuur bekend is gemaakt wie als burgemeester van de
                                gemeente Grave is benoemd.</al></lid></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 28 juni 2012. </ondertekening><ondertekening> De raad voornoemd, </ondertekening><ondertekening> J. Roelofs S. Haasjes-van den Berg, </ondertekening><ondertekening>griffier burgemeester </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>