<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR190226_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Harlingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-08-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Harlingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-11-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2012
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr/>
            <titel/>
          </kop>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</label>
          </kop>
          <al>Deze verordening verstaat onder:</al>
          <al>a. perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan;</al>
          <al>b. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor</al>
          <al>inzameling,verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of</al>
          <al>grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente;</al>
          <al>c. verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking</al>
          <al>heeft;</al>
          <al>d. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafval water, hemelwater of grondwater.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 2 Aard van de belasting</label>
          </kop>
          <al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de</al>
          <al>kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al>
          <al>a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafval water,</al>
          <al>alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en</al>
          <al>b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde</al>
          <al>hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige</al>
          <al>gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming</al>
          <al>zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht</label>
          </kop>
          <al>1. De belasting wordt geheven:</al>
          <al>a. van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens</al>
          <al>eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is</al>
          <al>aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen:</al>
          <al>eigenarendeel; en</al>
          <al>b. van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de</al>
          <al>gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel.</al>
          <al>2. Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een onroerende</al>
          <al>zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt</al>
          <al>degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale</al>
          <al>registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende</al>
          <al>krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al>
          <al>3. Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker aangemerkt:</al>
          <al>a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet</al>
          <al>krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;</al>
          <al>b. ingeval een gedeelte van een perceel -niet een gedeelte als bedoeld in</al>
          <al>artikel 4- voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik</al>
          <al>heeft afgestaan.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 4 Zelfstandige gedeelten</label>
          </kop>
          <al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn</al>
          <al>om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van</al>
          <al>elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die</al>
          <al>gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden</al>
          <al>aangemerkt.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 5 Maatstaf van heffing</label>
          </kop>
          <al>1. Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel.</al>
          <al>2. Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit</al>
          <al>het perceel wordt afgevoerd.</al>
          <al>3. Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal kubieke meters</al>
          <al>leidingwater en grondwater dat in het kalenderjaar dat twee jaar aan het</al>
          <al>belastingjaar voorafgaat naar het perceel is toegevoerd of opgepompt.</al>
          <al>4. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie</al>
          <al>zijn voorzien van een:</al>
          <al>a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden</al>
          <al>afgelezen, of</al>
          <al>b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met</al>
          <al>vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen.</al>
          <al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid</al>
          <al>opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.</al>
          <al>5. De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of gepompt</al>
          <al>water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is</al>
          <al>afgevoerd.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 6 Belastingtarieven</label>
          </kop>
          <al>1. Het eigenarendeel voor woningen bedraagt € 157,68;</al>
          <al>2. Het eigenarendeel voor niet-woningen met een bruto vloeroppervlakte van meer</al>
          <al>dan 60m2 bedraagt € 157,68;</al>
          <al>3. Het eigenarendeel voor niet-woningen met een bruto vloeroppervlakte van meer</al>
          <al>dan 25m2 tot en met 60m2 bedraagt € 78,84;</al>
          <al>4. Het gebruikersdeel bedraagt voor elke volle eenheid van 150 kubieke meters water,</al>
          <al>bij een hoeveelheid water:</al>
          <al>a. van 0 m3 tot en met 250 m3 nihil;</al>
          <al>b. van 250 m3 of meer € 28,80.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 7 Belastingjaar</label>
          </kop>
          <al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 8 Wijze van heffing</label>
          </kop>
          <al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</label>
          </kop>
          <al>1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor het</al>
          <al>gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al>
          <al>2. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in</al>
          <al>de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel</al>
          <al>twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat</al>
          <al>jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al>
          <al>3. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in</al>
          <al>de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel</al>
          <al>twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat</al>
          <al>jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al>
          <al>4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige</al>
          <al>binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 10 Vrijstellingen</label>
          </kop>
          <al>Het in artikel 3, eerste lid onder a. genoemde recht wordt niet geheven van percelen met</al>
          <al>een bruto vloeroppervlakte van 25m2 of minder, voor zover de bij die percelen behorende</al>
          <al>aansluitpunten uitsluitend dienen voor de afvoer van hemelwater.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 11 Termijnen van betaling</label>
          </kop>
          <al>1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de</al>
          <al>aanslagen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, worden betaald in zes</al>
          <al>gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand</al>
          <al>volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk</al>
          <al>van de volgende termijnen telkens een maand later.</al>
          <al>2. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval de gemeente is gemachtigd</al>
          <al>tot automatische incasso moeten de aanslagen worden betaald in acht gelijke</al>
          <al>termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand</al>
          <al>volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk</al>
          <al>van de volgende termijnen telkens een maand later.</al>
          <al>3. In afwijking van in zoverre van het eerste en tweede lid geldt ingeval het</al>
          <al>totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen rioolheffingen of</al>
          <al>andere heffingen of belastingen gelijk of minder is dan € 80,-, dat de aanslagen</al>
          <al>moeten worden betaald in één termijn welke vervalt twee maanden na de</al>
          <al>dagtekening van het aanslagbiljet.</al>
          <al>4. De aanslagen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, moeten worden</al>
          <al>betaald uiterlijk op de laatste dag van de twee maand volgend op die welke in de</al>
          <al>dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.</al>
          <al>5 De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden</al>
          <al>gestelde termijnen.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 12 Kwijtschelding</label>
          </kop>
          <al>Bij de invordering van rioolheffing wordt geen kwijtschelding verleend.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 13 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</label>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot</al>
          <al>de heffing en invordering van de rioolheffing.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 14 Inwerkingtreding en citeertitel</label>
          </kop>
          <al>De 'Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2011" van 10 november</al>
          <al>2010 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang</al>
          <al>van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die</al>
          <al>zich voor die datum hebben voorgedaan.</al>
          <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de</al>
          <al>bekendmaking.</al>
          <al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012.</al>
          <al>Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening rioolheffing 2012".</al>
          <al>Vastgesteld door de raad in zijn</al>
          <al>vergadering van 9 november 2011</al>
          <al>
            <vet> </vet>
          </al>
          <al>, de voorzitter</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief> </cursief>
            </vet>
          </al>
          <al>, de raadsgriffier</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>