<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR18984_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening betreffende een Sociaal kader voor de operatie 'Afweging in Breder Kader'</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rotterdam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rotterdam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 1993-93</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening betreffende een Sociaal kader voor de operatie 'Afweging in Breder Kader'</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Ambtenarenwet 1929, art. 125, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Ambtenarenwet 1929, art. 125, lid 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>1993-10-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1994-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 12</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Voorstel van B&amp;W, 15 oktober 1993, verzameling gedrukte stukken 1993, volgnr. 199, P&amp;O nr. 93/4674</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening is geldig tot en met 31 december 1996. Na deze datum blijft de verordening van kracht ten aanzien van de ambtenaar wiens betrekking op die datum is of wordt opgeheven ten gevolge van een ABK-reorganisatie..</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening betreffende een Sociaal kader voor de operatie 'Afweging in Breder
            Kader'</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Rotterdam,</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 april 1992,
                        verzameling gedrukte stukken 1992, volgnr. 69, P&amp;Onr. 92/1071;</al><al>Gelet op het bepaalde in artikel 125, tweede jo. eerste lid, van de
                        Ambtenarenwet 1929;</al><al>Besluit:</al><al>vast te stellen de hierna volgende VERORDENING betreffende een Sociaal kader
                        voor de operatie 'Afweging in Breder Kader'.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit besluit wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>ABK-reorganisatie:</al><lijst><li nr="-"><al>een opheffing van tak van dienst;</al></li><li nr="-"><al>een vermindering van werkzaamheden bij een tak van dienst of
                                        onderdeel daarvan;</al></li><li nr="-"><al>een verandering in de inrichting van een tak van
                                        dienst;</al></li></lijst></li></lijst><al>voortvloeiend uit de brief van burgemeester en wethouders aan de
                        gemeenteraad d.d. 18 februari 1992, Zaaknr. PBV 92/000376 Volgnr. PBV
                        92/000974, en de daarbij behorende bestuursopdrachten;</al><lijst><li nr="b."><al>ambtenaar: de ambtenaar in de zin van het Ambtenarenreglement die in
                                vaste dienst of in tijdelijke dienst voor een proeftijd is
                                aangesteld;</al></li><li nr="c."><al>Leidraad: de Leidraad bij organisatieveranderingen (circulaire van
                                burgemeester en wethouders van 15 juli 1983, APOnr. 83/29).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Verhouding tot Leidraad bij organisatieveranderingen</titel></kop><al>Op een ABK-reorganisatie is de Leidraad van toepassing. Bij strijd tussen de
                        Leidraad en deze verordening prevaleert deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Sociaal plan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen ten behoeve van een ABK-reorganisatie
                            een sociaal plan op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een in het eerste lid bedoeld sociaal plan wordt uitgegaan van het
                            uitgangspunt, dat de ambtenaar zijn taak volgt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een in het eerste lid bedoelde sociaal plan vindt overleg met de
                            organisaties van overheidspersoneel plaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Herplaatsing; passende arbeid; garanties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders spannen zich in om aan de ambtenaar wiens
                            betrekking ten gevolge van een ABK-reorganisatie wordt opgeheven, een
                            passende betrekking aan te bieden, al dan niet binnen dezelfde tak van
                            dienst en al dan niet binnen de organisatie van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ambtenaar wiens betrekking ten gevolge van een ABK-reorganisatie
                            wordt opgeheven, is verplicht mede te werken aan het vinden van een
                            passende betrekking en daarbij, onder meer wat betreft de passendheid
                            van de betrekking, een positieve opstelling te tonen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het begrip 'passende betrekking' wordt ruim uitgelegd. Onverminderd het
                            gestelde in regel 2.2.1 van de Leidraad, geldt onder meer dat:</al><lijst><li nr="a."><al>een betrekking met een niveau dat twee niveau's lager is dan het
                                    niveau van opgeheven betrekking, op zichzelf passend is;</al></li><li nr="b."><al>een betrekking buiten de organisatie van de gemeente op zichzelf
                                    passend is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de ambtenaar ten gevolge van een ABK-reorganisatie een betrekking
                            buiten de gemeente aanvaardt, treedt dientengevolge geen achteruitgang
                            in netto-salaris, inclusief de doorloop in de salarisschaal waarin de
                            ambtenaar is ingedeeld, op. Daarbij wordt de ambtenaar een eventueel
                            verschil tussen het in de vorige volzin bedoelde netto-salaris,
                            inclusief de aldaar genoemde doorloop, en het netto-salaris dat hij in
                            de betrekking buiten de gemeente geniet, gegarandeerd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de
                            ambtenaar die in maart 1992 in een aanloopschaal is ingedeeld, voor wat
                            betreft de doorloop naar en in de functionele salarisschaal.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Als de ambtenaar ten gevolge van een ABK-reorganisatie een betrekking
                            buiten de gemeente aanvaardt, treedt dientengevolge geen achteruitgang
                            in het vooruitzicht op ouderdomspensioen op.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Gedwongen ontslagen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de ambtenaar wiens betrekking ten gevolge van een ABK-reorganisatie
                            wordt opgeheven, wordt dientengevolge gedurende de looptijd van deze
                            verordening geen ontslag op grond van artikel 89 van het
                            Ambtenarenreglement verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet of niet meer, als:</al><lijst><li nr="a."><al>de ambtenaar een aangeboden passende betrekking heeft afgewezen
                                    of anderszins naar het oordeel van burgemeester en wethouders
                                    onvoldoende medewerking toont bij het vinden van een andere
                                    passende betrekking, als bedoeld in artikel 4;</al></li><li nr="b."><al>de ambtenaar naar het oordeel van burgemeester en wethouders
                                    onvoldoende medewerking verleent aan om-, her- of bijscholing,
                                    als bedoeld in artikel 6;</al></li><li nr="c."><al>het ontslag noodzakelijk is om de ambtenaar te laten overgaan
                                    naar een door hem aanvaarde andere passende betrekking;</al></li><li nr="d."><al>de ambtenaar in het ontslag bewilligt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Artikel 89, eerste lid, tweede volzin, tweede lid en vierde lid, van het
                            Ambtenarenreglement zijn op een ABK-reorganisatie niet van
                            toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Om-, her- en bijscholing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ambtenaar wiens betrekking ten gevolge van een ABK-reorganisatie
                            wordt opgeheven en die slechts in een passende betrekking kan worden
                            herplaatst na om-, her- of bijscholing, kan worden verplicht zich te
                            om-, her- of bijscholen, mits dit hem in verband met zijn
                            persoonlijkheid en zijn omstandigheden en met name ook zijn leeftijd
                            redelijkerwijs kan worden opgedragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aan de om-, her- of bijscholing verbonden kosten komen ten laste van
                            de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Remplaçantenregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Eervol ontslag kan worden verleend aan de ambtenaar die zulks wenst,
                            indien in diens betrekking een andere ambtenaar wordt geplaatst wiens
                            betrekking ten gevolge van een ABK-reorganisatie is of naar verwachting
                            op korte termijn zal worden opgeheven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde ambtenaar aan wie eervol ontslag wordt
                            verleend, heeft recht op wachtgeld ingevolge de Wachtgeldverordening
                            1980, indien overigens is voldaan aan de in die verordening gestelde
                            voorwaarden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wachtgeldgarantie</titel></kop><al>De ambtenaar aan wie in verband met een ABK-reorganisatie ontslag is
                        verleend met recht op wachtgeld, heeft recht op wachtgeld ingevolge de
                        Wachtgeldverordening 1980 zoals die luidde op 1 januari 1992, voor zover van
                        die verordening in deze verordening niet wordt afgeweken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Afwijking van de Wachtgeldverordening 1980</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 7, eerste lid, van de
                        Wachtgeldverordening 1980 is het bedrag van het aldaar bedoelde wachtgeld
                        ten gevolge van een ontslag in verband met een ABK-reorganisatie, met
                        inbegrip van de toeslag bedoeld in artikel 9 van de Wet van 20 december
                        1984, Staatsblad 657, gelijk aan 80% van de bezoldiging.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Aanvulling op de Wachtgeldverordening 1980</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel is alleen van toepassing op de ambtenaar die ten gevolge van
                            een ABK-reorganisatie is ontslagen en onmiddellijk aansluitend aan dat
                            ontslag in dienst is getreden van een andere organisatie dan de gemeente
                            Rotterdam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als binnen twee jaar na het ontslag in verband met de ABK-reorganisatie
                            blijkt, dat de betrekking die de ambtenaar bij de andere organisatie
                            vervult, niet passend is en hij in verband daarmee al dan niet op eigen
                            verzoek is ontslagen, heeft de ambtenaar recht op wachtgeld ingevolge de
                            Wachtgeldverordening 1980 uit hoofde van zijn ontslag bij die andere
                            organisatie met ingang van de dag van dat ontslag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de ambtenaar binnen drie jaar na het ontslag in verband met de
                            ABK-reorganisatie bij de andere organisatie is ontslagen ten gevolge van
                            opheffing van zijn betrekking bij die organisatie of ten gevolge van
                            overtolligheid van personeel door verandering of inkrimping van die
                            organisatie, heeft hij recht op wachtgeld ingevolge de
                            Wachtgeld-verordening 1980 uit hoofde van zijn ontslag bij die andere
                            organisatie met ingang van de dag van dat ontslag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ambtenaar die bij de andere organisatie is ontslagen en op wie het
                            tweede en derde lid niet van toepassing zijn, heeft uit hoofde van zijn
                            ontslag bij die andere organisatie recht op wachtgeld ingevolge de
                            Wachtgeldverordening 1980, met dien verstande dat dit recht ingaat op de
                            dag van het ontslag in verband met de ABK-reorganisatie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het recht op het in het vierde lid bedoelde wachtgeld vervalt wanneer
                            het ontslag bij de andere organisatie niet binnen een termijn van 7 jaar
                            na het ontslag in verband met de ABK-reorganisatie heeft plaatsgehad en
                            de aanvraag om toekenning van het wachtgeld niet binnen een maand na
                            afloop van die termijn bij burgemeester en wethouders is ingekomen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het bepaalde in artikel 5, tweede lid, van de Wachtgeldverordening 1980
                            blijft van toepassing in de in dit artikel bedoelde situaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Afkoop van het recht op wachtgeld</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder door burgemeester en wethouders te stellen voorwaarden kan op
                            verzoek van de ambtenaar aan wie tengevolge van een ABK-reorganisatie
                            ontslag is verleend, het recht op wachtgeld krachtens de
                            Wachtgeldverordening 1980 worden afgekocht ten bedrage van 30% van de
                            nominale waarde van diens recht op wachtgeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ambtenaar kan worden verplicht om, als hij binnen vijf jaren nadat
                            het recht op wachtgeld krachtens het eerste lid is afgekocht, in
                            burgerlijke overheidsdienst treedt, van het krachtens het eerste lid
                            ontvangen bedrag terug te betalen, indien de indiensttreding
                            geschiedt:</al><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>binnen één jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>: 90%;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>na één jaar maar binnen twee jaren</al></entry><entry colname="col3"><al>: 80%;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>na twee jaren maar binnen drie jaren</al></entry><entry colname="col3"><al>: 60%;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>na drie jaren maar binnen vier jaren</al></entry><entry colname="col3"><al>: 40%;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>na vier jaren maar binnen vijf jaren</al></entry><entry colname="col3"><al>: 20%.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien in bijzondere gevallen door de toepassing van het tweede lid de
                            gewezen ambtenaar in ernstige liquiditeitsproblemen geraakt of zich bij
                            de toepassing onbillijkheden van overwegende aard mochten voordoen,
                            kunnen burgemeester en wethouders voor de gewezen ambtenaar een andere
                            terugbetalingsregeling treffen dan in dat lid is voorzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Reiskostenvergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de ambtenaar die in verband met een ABK-reorganisatie wordt
                            herplaatst en voor wie de reiskosten voor het verkeer tussen de woning
                            en het werk toenemen, zonder dat hij behoeft te verhuizen, wordt voor
                            een termijn van ten hoogste zes jaren een tegemoetkoming in die
                            reiskosten toegekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming is gedurende de eerste drie
                            jaren gelijk aan de vergoeding volgens artikel 106, eerste lid, van het
                            Ambtenarenreglement en wordt gedurende het vierde, vijfde en zesde jaar
                            verminderd met respectievelijk 25, 50 en 75% van het verschil tussen de
                            vergoeding volgens artikel 106, eerste lid, van het Ambtenarenreglement
                            en de vergoeding volgens artikel 106, vijfde lid, van het
                            Ambtenarenreglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Facultatieve voorzieningen</titel></kop><al>In een sociaal plan ten behoeve van een ABK-reorganisatie kan worden
                        bepaald, dat:</al><lijst><li nr="a."><al>het gestelde in deze verordening geheel of ten dele van
                                overeenkomstige toepassing is op de ambtenaar die anders dan voor
                                een proeftijd in tijdelijke dienst is aangesteld, of de
                                arbeidscontractant;</al></li><li nr="b."><al>al dan niet onder nader te stellen voorwaarden aan de ambtenaar die
                                de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt, op zijn verzoek ontslag wordt
                                verleend onder toekenning van wachtgeld krachtens de
                                Wachtgeldverordening 1980, als zodanig ontslag naar het oordeel van
                                burgemeester en wethouders in het belang is van de afwikkeling van
                                het personele aspect van de ABK-operatie;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening sociaal kader
                        operatie 'Afweging in Breder Kader', afgekort: SK-ABK.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Werkingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag van haar
                            vaststelling en geldt tot en met 31 december 1996.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na 31 december 1996 blijft deze verordening van kracht ten aanzien van
                            de ambtenaar wiens betrekking op die datum is of wordt opgeheven ten
                            gevolge van een ABK-reorganisatie.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 16 april 1992.</al></slotformulering><ondertekening><functie>De Secretaris, </functie><naam><voornaam>N.</voornaam><achternaam>van Eck</achternaam></naam></ondertekening><ondertekening><functie>De Voorzitter,</functie><naam><voornaam> A.</voornaam><achternaam> Peper</achternaam></naam></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>