<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR189824_1</dcterms:identifier><dcterms:title>beleidsregels proceskostenvergoeding bezwaarfase WOZ-beschikkingen en de daarop gebaseerde heffingen gemeente Zutphen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zutphen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zutphen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zutphense Koerier, 31-08-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>beleidsregels proceskostenvergoeding bezwaarfase WOZ-beschikkingen en de daarop gebaseerde heffingen gemeente Zutphen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0006358">Besluit proceskosten bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">geattribueerde functionaris</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-08-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-09-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidregels proceskostenvergoeding bezwaarfase WOZ-beschikkingen en de daarop
            gebaseerde heffingen gemeente Zutphen.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De aangewezen heffingsambtenaar, bedoeld in artikel 231, lid 2, onderdeel b
                        Gemeentewet, </al><al/><al>gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht, de Gemeentewet en
                        het Besluit proceskosten bestuursrecht,</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>vast te stellen de navolgende regeling:</al><al/><al><vet>beleidsregels proceskostenvergoeding bezwaarfase WOZ-beschikkingen en
                            de daarop gebaseerde</vet><vet>heffingen gemeente Zutphen</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Toepassing</titel></kop><al>Deze beleidsregels zijn van toepassing bij verzoeken om kostenvergoeding in
                        bezwaarprocedures op grond van artikel 7:15 van de Algemene wet
                        bestuursrecht aangaande besluiten genomen in de vorm van WOZ-beschikkingen
                        (in de zin van Wet Waardering Onroerende Zaken) en aanslagen gemeentelijke
                        heffingen die de bij de WOZ-beschikking vastgestelde waarden als grondslag
                        hanteren. De navolgende artikelen beschrijven de wijze waarop de gemeente in
                        het kader van WOZ-beschikkingen en de daarop gebaseerde heffingen, invulling
                        geeft aan de beleidsruimte die het Besluit proceskosten bestuursrecht
                        (hierna: BPB) biedt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Kosten derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand</titel></kop><al>Het bedrag van de kosten van door een derde beroepsmatig verleende
                        rechtsbijstand zoals vermeld in artikel 1 onderdeel a, BPB, wordt
                        vastgesteld door de in de bijlage van het BPB genoemde punten per
                        proceshandelingen als uitgangspunt te nemen waarbij een correctie wordt
                        toegepast als genoemd in artikel 3 voor zover belanghebbende de kosten voor
                        deze handelingen redelijkerwijs niet, of niet volledig heeft hoeven maken. </al><al>Deze punten worden vermenigvuldigd met de waarde per punt, vermeld in
                        artikel 4 van deze beleidsregels. Het aldus berekende bedrag wordt
                        vermenigvuldigd met een wegingsfactor, als berekend ingevolge artikel 5 van
                        deze beleidsregels. Indien er sprake is van samenhangende zaken wordt
                        ingevolge artikel 6 van deze beleidsregels de aldaar genoemde wegingsfactor
                        gehanteerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Punten proceshandelingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de hierna genoemde proceshandelingen worden de volgende punten
                            toegekend:</al><lijst><li nr="a."><al>indienen van een bezwaarschrift (artikel 6:4 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht): 1 punt</al></li><li nr="b."><al>verschijnen op een hoorzitting (artikel 7:2 en 7:16 van de
                                    Algemene wet bestuursrecht): 1 punt</al></li><li nr="c."><al> bijwonen nadere hoorzitting (artikel 7:9 en 7:23 van de
                                    Algemene wet bestuursrecht): 0,5 punt</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de onder b en c genoemde proceshandelingen plaatsvinden op
                            verzoek van de belanghebbende partij waarbij deze het horen geheel of
                            gedeeltelijk gebruikt als alternatief voor het schriftelijk bezwaar,
                            wordt het indienen van het bezwaar en de hoorzitting redelijkerwijs
                            tezamen beschouwt als één proceshandeling waarvoor tezamen 1 procespunt
                            wordt toegekend die vervolgens wordt gewogen conform artikel 5 van deze
                            beleidsregels.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op grond van artikel 2 lid 3 van BPB wordt geen punt voor de hoorzitting
                            toegekend indien en voor zover hetgeen daar naar voren wordt gebracht
                            niet leidt tot verandering van inzichten van de heffingsambtenaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Waarde per punt</titel></kop><al>De waarde per punt bedraagt het bedrag zoals genoemd onder B2 lid 1 van de
                        bijlage bij het BPB</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Wegingsfactor</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoedingen in het forfaitair stelsel van het BPB zijn gerelateerd
                            aan de gemiddelde werkbelasting in diverse zaaktypen. Bij een zaak van
                            gemiddeld gewicht als bedoeld in onderdeel C1 van het BPB wordt de
                            wegingsfactor gesteld op 1. Een WOZ-zaak is van gemiddeld gewicht als er
                            sprake is van een volledig onderbouwd waardebezwaar, ongeacht of de
                            informatie in één of meerdere onderdelen wordt aangeleverd en ongeacht
                            of de onderdelen door verschillende personen zijn ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de wegingsfactor
                            vastgesteld op</al><lijst><li nr="a)"><al> factor 0,25, indien er sprake is van een zeer lichte zaak.Er is
                                    sprake van een zeer lichte zaak indien:</al><lijst><li nr="1."><al> het bezwaarschrift kennelijk gegrond is;</al></li><li nr="2."><al> er sprake is van een onjuiste registratie van een
                                            bijgebouw;</al></li><li nr="3."><al> een kenbare schrijffout in de
                                            beschikking/belastingaanslag is gemaakt;</al></li><li nr="4."><al> het bezwaarschrift uitsluitend verwijst naar een
                                            bezwaar uit een eerder belastingjaar;</al></li><li nr="5."><al> het bezwaarschrift marginaal is onderbouwd;</al></li><li nr="6."><al> het bezwaarschrift slechts een verwijzing naar een
                                            eigen beroepsprocedure bevat;</al></li><li nr="7."><al> in het bezwaarschrift expliciet wordt aangegeven dat
                                            een onderbouwing later volgt;</al></li><li nr="8."><al> het bezwaarschrift is gericht tegen het niet tijdig
                                            nemen van een besluit.</al></li></lijst></li><li nr="b)"><al> factor 0,50, indien er sprake is van een lichte zaak. Er is
                                    sprake van een lichte zaak indien:</al><lijst><li nr="1."><al> er sprake is van een onjuiste objectafbakening;</al></li><li nr="2."><al> de WOZ-waarde wordt verlaagd vanwege een eigen
                                            transactiecijfer;</al></li><li nr="3."><al> een onjuist gestandaardiseerd voortgangspercentage bij
                                            een object in aanbouw is gehanteerd;</al></li><li nr="4."><al> de WOZ-waarde wordt verlaagd vanwege een buiten het
                                            bezwaarschrift gelegen grond;</al></li><li nr="5."><al> het bezwaarschrift zich uitsluitend richt op de
                                            volledigheid van het taxatieverslag of op het ontbreken
                                            van een deugdelijke motivering zonder nadere visie en
                                            onderbouwing van de waarde;</al></li><li nr="6."><al> in het reeds gemotiveerde bezwaarschrift wordt
                                            aangegeven dat relevante informatie op een later moment
                                            in een apart document zal worden toegezonden;</al></li><li nr="7."><al> Het bezwaar tekstueel in hoofdzaak overeenkomt met
                                            andere zaken van de betreffende gemachtigde.</al></li></lijst></li><li nr="c)"><al> factor 1,5, indien er sprake is van een zware zaak handelend
                                    over de waarde van een woning of niet-woning. Er is sprake van
                                    een zware zaak indien:</al><lijst><li nr="1."><al> deze inhoudelijk of juridisch als bijzonder ingewikkeld
                                            c.q. complex of omvangrijk moeten worden
                                            aangemerkt;</al></li><li nr="2."><al> meerdere rechtsgebieden/regelgevingen een relevante rol
                                            spelen;</al></li></lijst></li><li nr="d)"><al>factor 2, indien er sprake is van een zeer zware zaak ten
                                    aanzien van een object niet zijnde een woning. Er is sprake van
                                    een zeer zware zaak indien:</al><lijst><li nr="1."><al> deze inhoudelijk als zeer omvangrijk moeten worden
                                            aangemerkt;</al></li><li nr="2."><al> Het een zaak betreft met zeer complexe aspecten waarbij
                                            het zwaarschrift blijk geeft van relevante
                                            specialistische kennis die op de juiste wijze is
                                            toegepast.</al></li><li nr="3."><al>Per individuele zaak wordt beoordeeld, welke
                                            wegingsfactor van toepassing is.</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Samenhangende zaken</titel></kop><al>In geval van samenhangende zaken, als bedoeld in artikel 3 BPB wordt naast
                        de van toepassing zijnde wegingsfactor, de factor 1 gehanteerd bij minder
                        dan vier samenhangende zaken en de factor 1,5 bij vier of meer samenhangende
                        zaken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Kostenvergoeding belanghebbende op hoorzitting</titel></kop><al>Indien belanghebbende in persoon verschijnt op een (nadere) hoorzitting en
                        deze hoorzitting draagt er toe bij dat het besluit (verder dan in de
                        concept-uitspraak) wordt herroepen, dan kan belanghebbende in aanmerking
                        komen voor verletkosten indien belanghebbende vrij heeft moeten nemen van
                        zijn werkzaamheden. De verletkosten waarvoor belanghebbende in aanmerking
                        komt is de daadwerkelijke tijd die belanghebbende heeft doorgebracht bij de
                        hoorzitting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Kostenvergoeding derde deskundige</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een derde deskundige verschijnt op een (nadere) hoorzitting en
                            zijn bijdrage aan deze hoorzitting draagt er toe bij dat het besluit
                            (verder dan in de concept-uitspraak) wordt herroepen, dan kan
                            belanghebbende in aanmerking komen voor kostenvergoeding van deze
                            deskundige op uurbasis van de daadwerkelijke tijd die de deskundige
                            heeft doorgebracht bij de hoorzitting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een taxatierapport is per definitie uitgesloten van
                            proceskosten-vergoeding. Toezending van, verwijzing naar of citeren uit
                            een taxatierapport wordt door de gemeente opgevat als onderdeel van het
                            bezwaarschrift en komt daarmee niet zelfstandig voor vergoeding in
                            aanmerking. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Gedeeltelijke in gelijkstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij een partij of een belanghebbende die gedeeltelijk in het gelijk is
                            gesteld, wordt het op grond van deze beleidsregel vastgestelde bedrag
                            aan kostenvergoeding verminderd. Het op grond van deze beleidsregel
                            vastgestelde bedrag wordt eveneens verminderd indien het beroep bij de
                            administratieve rechter is ingetrokken omdat gedeeltelijk aan de
                            indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vermindering van de op basis van artikel 3 tot en met 6 berekende
                            kostenvergoeding bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al> Bij een vermindering van de WOZ-waarde tussen 1% en 25%:
                                    75%</al></li><li nr="b."><al> Bij een vermindering van de WOZ-waarde tussen 26% en 75%:
                                    50%</al></li><li nr="c."><al>Bij een vermindering van de WOZ-waarde tussen 76% en 100%:
                                    nihil</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Gemotiveerd afwijken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsambtenaar heeft de bevoegdheid om, in afwijking van hetgeen
                            wordt gesteld in deze beleidsregels, een lagere of hogere wegingsfactor
                            toe te kennen. De afwijking van hetgeen gesteld in deze beleidsregels
                            wordt in de beslissing op bezwaar uitdrukkelijk gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De heffingsambtenaar oordeelt niet tot vergoeding van de proceskosten
                            voor zover belanghebbende niet kan aantonen dat de betreffende kosten
                            daadwerkelijk zijn gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit besluit wordt aangehaald als “Beleidsregels proceskostenvergoeding
                            bezwaarfase WOZbeschikkingen en de daarop gebaseerde heffingen gemeente
                            Zutphen”.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking van dit
                            besluit.</al><al/></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de heffingsambtenaar van de gemeente Zutphen op 23
                        augustus 2011.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De heffingsambtenaar van de gemeente Zutphen,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>