<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR189319_38</dcterms:identifier><dcterms:title>Uitvoeringsbesluit Subsidies Overijssel 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Overijssel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Overijssel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad 2016 nr. 5613</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Uitvoeringsbesluit Subsidies Overijssel 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-10-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-10-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging artikel(en)</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2016/0394329</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Gedeputeerde Staten hebben het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel gewijzigd. Er zijn vijf nieuwe paragrafen toegevoegd.</al><al>- Gemeenten kunnen een subsidie van maximaal € 5.000 aanvragen voor de voorbereiding en uitvoering van de Week van de Amateurkunst.</al><al>- Voor het opstellen of uitvoeren van een retailagenda is per gemeente een subsidie van maximaal € 10.000 aan te vragen.</al><al>- ZP-ers kunnen hun ondernemerskwaliteiten en -vaardigheden versterken door van elkaar te leren onder professionele begeleiding door middel van een ‘Leren van elkaar kring'. Voor het faciliteren van een dergelijke kring is maximaal € 5000 subsidie per kring beschikbaar.</al><al>- Ondernemersverenigingen en samenwerkende brancheverenigingen kunnen een subsidie van maximaal € 20.000 aanvragen voor samenwerkings- en kennisuitwisselingsactiviteiten die bijdragen aan de versterking van het ondernemerschap van hun leden.</al><al>- Voor activiteiten die bijdragen aan de ontwikkeling en uitbreiding van de kennisinfrastructuur sociale kwaliteit is een bedrag van in totaal € 1.054.402 beschikbaar voor Arcon, Stimuland, Sportservice Overijssel en de Overijsselse Vereniging van Kleine Kernen.</al><al>Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit: 10-10-2016</al><al>Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: Provinciaal Blad 2016 nr. 5613</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-43377</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-43378</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-43379</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-43380</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-43381</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Uitvoeringsbesluit Subsidies Overijssel 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 1.1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1.1.1. Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e83"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In dit artikel wordt een
                                            aantal begrippen verduidelijkt, die in het
                                            Uitvoeringsbesluit worden gehanteerd.</noot.al><noot.al>Subsidie: In artikel 4:21, eerste lid Algemene wet
                                            bestuursrecht (Awb) wordt een definitie van subsidie
                                            gegeven. Er is sprake van een subsidie als het gaat om
                                            geldverstrekkingen, die aan de volgende kenmerken
                                            voldoen:a. het betreft een aanspraak op financiële
                                            middelen;b. die door een bestuursorgaan worden
                                            verstrekt;c. met het oog op bepaalde activiteiten van de
                                            aanvrager;d. anders dan als betaling voor het
                                            bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.De
                                            provincie maakt een onderscheid tussen eenmalige en
                                            jaarlijkse subsidies.</noot.al><noot.al>Eenmalige subsidie: Dit zijn subsidies die
                                            Gedeputeerde Staten voor een eenmalige activiteit wil
                                            verlenen.</noot.al><noot.al>Jaarlijkse subsidie: De jaarlijkse subsidie wordt
                                            bij voorkeur voor meerdere jaren verleend en heeft
                                            veelal op voortdurende activiteiten van een instelling
                                            betrekking. Hierbij kan worden gedacht aan
                                            exploitatiesubsidies. In het Ubs is bepaald dat deze
                                            jaarlijkse subsidie voor een periode van ten hoogste
                                            vier jaren worden verstrekt. Na het verstrijken van die
                                            periode kan uiteraard opnieuw worden besloten een
                                            jaarlijkse subsidie te verstrekken. Voor de periode van
                                            4 jaar is gekozen, omdat deze termijn én aansluit bij de
                                            zittingstermijn van Provinciale Staten (hoewel die
                                            termijnen uiteraard niet gelijk hoeven te lopen) én het
                                            een goede termijn lijkt om te bezien of eerder
                                            vastgestelde beleidsdoelen nog gelden en, zo ja, die met
                                            de verstrekte subsidies worden gediend. Als deze
                                            subsidie voor langer dan drie jaar aan een instelling
                                            wordt verstrekt voor de uitvoering van dezelfde
                                            activiteit(en), ontstaat er een subsidierelatie, zoals
                                            beschreven in artikel 4:51 van de Awb en dient bij
                                            weigering van de subsidie voor een nieuw tijdvak een
                                            redelijke termijn in acht te worden genomen. </noot.al><noot.al>Er is bewust niet voor gekozen het regime van
                                            afdeling 4.2.8 van de Awb in zijn geheel van toepassing
                                            te verklaren op de jaarlijkse subsidie. In de
                                            subsidieverleningsbeschikking bij jaarlijkse subsidies
                                            zal expliciet worden aangegeven welke bepalingen van
                                            afdeling 4.2.8 Awb van toepassing zijn.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57682_0_1_1_1_">Voor de toepassing van dit besluit
                                    wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_1_2_"> de verordening: de algemene
                                    subsidieverordening Overijssel 2005;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_1_3_"> Awb: Algemene wet
                                    bestuursrecht;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_1_4_"> cofinanciering: ten minste een
                                    andere partij dan de aanvrager en de provincie draagt bij in de
                                    kosten van de gesubsidieerde activiteit;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_1_5_"> eenmalige subsidie: de subsidievorm,
                                    waarbij de subsidieontvanger ten aanzien van de te subsidiëren
                                    activiteiten óf wordt gestuurd op verrichte resultaten óf op een
                                    combinatie van resultaten, bedrijfsvoering of middelen en
                                    waartegen geen rechtstreekse baat staat voor de provincie;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_1_6_"> subsidietijdvak: een aaneengesloten
                                    periode waarvoor een subsidieplafond of deelplafond is
                                    vastgesteld;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_1_7_"> bovengemeentelijk: de
                                    subsidieactiviteiten vinden plaats in ten minste twee
                                    Overijsselse gemeenten;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_1_8_"> regionaal: de subsidieactiviteiten
                                    vinden plaats in ten minste drie Overijsselse gemeenten;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_1_9_"> provinciaal: de subsidieactiviteiten
                                    vinden plaats in ten minste zestien Overijsselse gemeenten;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_1_10_"> jaarlijkse subsidie: subsidie die
                                    per boekjaar of voor een bepaald aantal boekjaren aan
                                    subsidieontvanger voor een periode van maximaal vier boekjaren
                                    worden verstrekt; </al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_1_11_"> Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde
                                    Staten van Overijssel;</al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_1_12_"> projectperiode: de periode vanaf
                                    datum van de ontvangst van de aanvraag tot en met de in de
                                    beschikking tot verlening of vaststelling van de subsidie
                                    opgenomen datum waarop de subsidiabele activiteit moet zijn
                                    afgerond;</al></lid><lid><lidnr>l.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_1_13_"> de -minimisverordening: Verordening
                                    (EU) 1407/2013 van de commissie van 24 december 2013,
                                    betreffende de artikelen 107 en 108 Verdrag betreffende de
                                    werking van de Europese Unie (VWEU) op de-minimissteun;</al></lid><lid><lidnr>m.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_1_14_"> vervallen</al></lid><lid><lidnr>n.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_1_15_"> medeoverheden: gemeenten,
                                    waterschappen en provincies;</al></lid><lid><lidnr>o.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_1_16_"> Vrijstellingsverordening Landbouw:
                                    Verordening (EU) Nr. 702/2014 van de Europese Commissie van 25
                                    juni 2014, Pb L 193/1, waarbij bepaalde categorieën steun in de
                                    landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond
                                    van de artikelen 107 en 108 van het verdrag betreffende de
                                    werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar
                                    worden verklaard. </al></lid><lid><lidnr>p.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_1_17_"> de-minimisverordening landbouw:
                                    Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december
                                    2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het
                                    Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op
                                    de-minimissteun in de landbouwsector;</al></lid><lid><lidnr>q.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_1_18_"> Algemene
                                    Groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EG) nr. 651/2014,
                                    Pb L187/1 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde
                                    categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 Verdrag
                                    betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) met de
                                    gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.1.2. Toepassingsbereik</titel></kop><al><noot id="d11e194"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 4:23, eerste lid van
                                        de Algemene wet bestuursrecht (Awb), bevat de kern van de
                                        subsidietitel in de Awb, te weten de eis dat er voor het
                                        verstrekken van subsidie een wettelijke grondslag moet
                                        bestaan. Hierbij heeft de wens van de wetgever om een
                                        weloverwogen gebruik van het subsidie-instrument te
                                        bevorderen een rol gespeeld. Omdat het vereiste van een
                                        wettelijke grondslag niet in alle gevallen kan worden
                                        gesteld, maakt het derde lid van artikel 4:23 Awb enkele
                                        belangrijke uitzonderingen; de zogenaamde buitenwettelijke
                                        subsidies. Hier wordt volstaan met het noemen van de
                                        subsidie die rechtstreeks op grond van Europese
                                        subsidieprogramma's (artikel 4:23, derde lid, aanhef en
                                        onder b Awb) of de provinciale begroting worden verstrekt
                                        (artikel 4:23, derde lid, aanhef en onder c Awb). </noot.al><noot.al>Ook op buitenwettelijke subsidies zijn de bepalingen
                                        van titel 4.2 Awb over de verplichtingen van de
                                        subsidieontvanger, de betaling en terugvordering van
                                        subsidies en de subsidieverlening en -vaststelling van
                                        toepassing. Om ervoor te zorgen dat daarnaast ook de
                                        bepalingen van deze verordening gelden voor het verstrekken
                                        van deze subsidies is de reikwijdte hiervan uitdrukkelijk
                                        benoemt.</noot.al><noot.al>De bijdragen die OV-ondernemingen ontvangen voor het
                                        verrichten van personenvervoer zijn in de Wet
                                        personenvervoer 2000 aangewezen als subsidie. Het is echter
                                        niet wenselijk dat daarop de regels uit dit
                                        uitvoeringsbesluit van toepassing zijn. De relatie tussen de
                                        provincie en de vervoersbedrijven is ‘tailor made' en wordt
                                        beheerst door het bestek waarop door de concessiehouder en
                                        diens concurrenten is ingeschreven in een openbare
                                        aanbestedingsprocedure. Daarin liggen ook de regels vast
                                        voor de hoogte van de subsidie, bevoorschotting, de
                                        vaststelling etc. </noot.al><noot.al>In artikel 6 van de Algemene subsidieverordening zijn
                                        afwijkingsmogelijkheden van bepalingen gesteld bij of
                                        krachtens deze verordening opgenomen. Wanneer naast de
                                        provincie ook andere overheden of derden subsidiëren, kan
                                        een subsidieontvanger te maken krijgen met niet op elkaar
                                        afgestemde subsidiebepalingen. Elke subsidiënt heeft immers
                                        vaak zijn eigen specifieke bepalingen. </noot.al><noot.al>Bij de afhandeling van Europese subsidies (EFRO
                                        (regionale ontwikkeling), ESF (sociaal fonds) en het EOGFL
                                        (landbouw)) (inclusief provinciale cofinanciering) wordt de
                                        Europese regelgeving gevolgd. De regelingen en programma's
                                        met betrekking tot bijdragen uit de Europese fondsen kennen
                                        hun eigen criteria en procedureregels. Het
                                        uitvoeringsbesluit kent eigen procedureregels. </noot.al><noot.al>Gedeputeerde Staten kunnen door maatwerk één of
                                        meerdere bepalingen van de verordening of het
                                        uitvoeringsbesluit buiten toepassing te laten. Voor het deel
                                        provinciale cofinanciering kan maatwerk worden
                                        toegepast.</noot.al><noot.al>Daarnaast zijn subsidiebesluiten op grond van de
                                        Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer uitgezonderd
                                        van de werking van het Ubs. De Subsidieverordening Natuur-
                                        en Landschapsbeheer is in interprovinciaal verband tot stand
                                        gekomen (uniformiteit in 12 provincies). De uitvoering ligt
                                        in handen van een externe uitvoeringsorganisatie (de Dienst
                                        Regelingen). ]</noot.al></noot></al><al>Dit besluit is van toepassing op alle door Gedeputeerde Staten te
                                verstrekken subsidies met uitzondering van de subsidies voor de
                                exploitatie van het openbaar vervoer en op grond van de
                                Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.1.3. Subsidieplafond en volgorde van behandeling
                                </titel></kop><al><noot id="d11e221"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 5 van de Algemene
                                        subsidieverordening bepaalt dat Gedeputeerde Staten een
                                        subsidieplafond kunnen vaststellen en dat dit kan worden
                                        onderverdeeld in deelplafonds per subsidietijdvak of per
                                        onderdeel van provinciaal beleid. Genoemd artikel is de
                                        wettelijke grondslag als bedoeld in artikel 4:25 Awb. In de
                                        meeste gevallen zullen Gedeputeerde Staten voor de in dit
                                        uitvoeringsbesluit geregelde subsidies een subsidieplafond
                                        vaststellen dat een heel kalenderjaar geldt. Omdat de
                                        artikelen over het subsidieplafond, de indieningstermijn en
                                        de wijze van behandelen van aanvragen een drie-eenheid
                                        moeten vormen, vloeit uit deze keuze automatisch voort dat
                                        (volledige) aanvragen worden behandeld in volgorde van
                                        ontvangst. </noot.al><noot.al>De Awb eist dat het subsidieplafond bekend wordt
                                        gemaakt, vóórdat de periode waarop het betrekking heeft,
                                        ingaat. Zo kunnen potentiële aanvragers weten hoeveel geld
                                        er beschikbaar is. Als een subsidieplafond niet tijdig is
                                        gepubliceerd, kan een aanvraag niet worden afgewezen wegens
                                        overschrijding van dat plafond. ]</noot.al></noot></al><al>Indien Gedeputeerde Staten een subsidieplafond vaststellen, worden
                                subsidieaanvragen behandeld in volgorde van ontvangst. Hierbij geldt
                                dat wanneer de aanvrager op grond van artikel 4:5 Awb de gelegenheid
                                heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is
                                aangevuld als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.1.4. Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_4_19_"> [vervallen] </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_4_20_"> De maximale subsidie die verstrekt
                                    wordt op basis van een paragraaf van dit uitvoeringsbesluit,
                                    wordt genoemd in de betreffende paragraaf.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_4_21_"> De subsidie voor het verkrijgen van
                                    een door de provincie verplichte controleverklaring bedraagt
                                    100% van de kosten derden, overeenkomstig artikel 1.1.5 vierde
                                    lid. Deze kosten zijn altijd subsidiabel, ook indien in de
                                    betreffende paragraaf ‘kosten derden' is uitgesloten. </al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57682_0_1_4_22_"><noot id="d11e255"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Een controleverklaring is
                                            een verklaring die afgegeven wordt door een accountant
                                            waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie
                                            is verstrekt zijn uitgevoerd en de kosten zijn
                                            gemaakt.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.1.5. Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e270"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit artikel is de kapstok
                                            om in de subsidiegrondslag alleen de volgende
                                            rechtstreeks aan de activiteit toe te rekenen kosten mee
                                            te nemen:</noot.al><noot.al>1 loonkosten; </noot.al><noot.al>2 kosten voor gebruik van apparatuur,
                                                  waaronder afschrijvingskosten; </noot.al><noot.al>3 kosten voor gebruik van materiaal;
                                                </noot.al><noot.al>4 kosten voor derden. </noot.al><noot.al>Deze kosten zijn subsidiabel voor zover de
                                            activiteit overeenkomstig het bepaalde in artikel 1.1.6
                                            sub c binnen de projectperiode uitgevoerd wordt.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_5_23_"> Interne loonkosten zijn subsidiabel
                                    indien deze rechtstreeks aan de subsidiabele activiteit toe te
                                    rekenen zijn, een getrouw beeld geven, verifieerbaar zijn én de
                                    berekening ervan gebaseerd is op één van de volgende
                                    systematieken:</al><al><noot id="d11e294"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Voor de berekening van de
                                            loonkosten wordt aangesloten bij de praktijk en
                                            administratie van de subsidieontvanger en is de keuze
                                            aan de subsidieaanvrager welk van de in het eerste lid
                                            onder sub a of b genoemde systematieken gehanteerd
                                            wordt. Wanneer sub a en b niet van toepassing zijn dan
                                            kan op basis van sub c een vast uurtarief van € 35
                                            gehanteerd worden.</noot.al><noot.al>Loonkosten zijn subsidiabel, indien de
                                            urenadministratie en de toerekening van kosten een
                                            getrouw beeld geven. Dat wil zeggen dat uren zorgvuldig
                                            worden bijgehouden in een, zo mogelijk, gesloten
                                            urenadministratie, welke verifieerbaar is en dat kosten
                                            navolgbaar worden toegerekend.]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57682_0_1_5_23_1_"> berekening van de
                                            loonkosten op basis van het Integraal kostprijstarief
                                            (IKT). Het IKT mag worden gehanteerd indien aan de
                                            vereisten zoals genoemd in ‘Toepassing Integraal
                                            kostprijstarief provincie Overijssel' is voldaan;</al><al><noot id="d11e309"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het document
                                                  ‘Toepassing Integraal kostprijstarief provincie
                                                  Overijssel' is te vinden op
                                                  www.overijssel.nl/subsidie. In dit document zijn
                                                  de vereisten opgenomen waaraan de
                                                  subsidieaanvrager of ontvanger moet voldoen om
                                                  voor de berekening van de loonkosten het Integraal
                                                  kostprijstarief (IKT) te mogen
                                                  toepassen.</noot.al><noot.al>Het gaat om de volgende
                                                  vereisten:</noot.al><noot.al>1 het IKT is gebruikelijk en stelselmatig
                                                  in gebruik door de subsidieaanvrager. Van
                                                  stelselmatigheid is sprake indien de
                                                  subsidieaanvrager of -ontvanger een IKT al
                                                  minimaal twee jaar toepast. Wanneer de
                                                  subsidieaanvrager of -ontvanger pas 1 jaar met het
                                                  IKT werkt kan stelselmatigheid worden vastgesteld
                                                  indien deze kan aantonen wat de IKT's zouden zijn
                                                  geweest in de voorgaande twee jaren; </noot.al><noot.al>2 het IKT is vooraf bepaald. Dat wil zeggen
                                                  dat uiterlijk bij de subsidieverstrekking het
                                                  tarief bepaald dient te zijn; </noot.al><noot.al>3 het IKT wordt jaarlijks
                                                  voorcalculatorisch bepaald; </noot.al><noot.al>4 de werkelijke kosten dienen
                                                  nacalculatorisch te worden vastgesteld; </noot.al><noot.al>5 de subsidieaanvrager of ontvanger
                                                  hanteert een kostentoerekeningsmodel gebaseerd op
                                                  bedrijfseconomisch en maatschappelijk aanvaardbare
                                                  grondslagen; </noot.al><noot.al>6 het IKT bestaat enkel uit directe
                                                  personeelskosten en algemene indirecte kosten
                                                  (overhead); </noot.al><noot.al>7 het IKT bevat geen debetrente, boetes,
                                                  financiële sancties en gerechtskosten; </noot.al><noot.al>8 het IKT is goedgekeurd door een
                                                  accountant en gebaseerd op het voorgaande
                                                  boekjaar. ]</noot.al></noot></al></li><li nr="b."><al id="anker-H57682_0_1_5_23_2_"> volgens de loonkosten
                                            plus vaste opslag. Voor de berekening van de loonkosten
                                            wordt de volgende formule gehanteerd: ((brutoloon op
                                            jaarbasis + sociale lasten) /(1600 * deeltijdfactor)) +
                                            20%, waarbij het brutoloon inclusief vakantiegeld en
                                            eventuele eindejaarsuitkering is;</al></li></lijst><al><noot id="d11e339"><noot.nr>8</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Hierbij vormen de
                                            loonstaten per medewerker die deelneemt aan het project
                                            de basis voor de berekening van de subsidiabele kosten.
                                            Het aantal productieve uren en percentage overhead
                                            waarmee het uurtarief mag worden berekend is een vast
                                            getal. Met deze gegevens levert de subsidieaanvrager een
                                            berekening conform de volgende formule: ((brutoloon op
                                            jaarbasis + sociale lasten) /(1600 * deeltijdfactor )) +
                                            20%. ]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="c."><al id="anker-H57682_0_1_5_23_3_"> het hanteren van een
                                            forfaitair vastgesteld uurtarief van € 35.</al></li></lijst><al><noot id="d11e352"><noot.nr>9</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De subsidieaanvrager kan
                                            een vast uurtarief van € 35 hanteren voor loonkosten van
                                            personen waarvan het loon niet eenduidig bepaald kan
                                            worden. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_5_24_"> Kosten voor gebruik van apparatuur,
                                    waaronder de afschrijvingskosten daarvan, zijn naar rato van het
                                    gebruik subsidiabel indien deze rechtstreeks aan de subsidiabele
                                    activiteit toe te rekenen zijn.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e368"><noot.nr>10</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit lid bepaalt dat kosten
                                            die gemaakt worden voor gebruik van apparatuur ten
                                            behoeve van de subsidiabele activiteit subsidiabel zijn.
                                            Onder apparatuur vallen apparaten en machines, maar
                                            bijvoorbeeld ook licenties voor software. De kosten voor
                                            het gebruik van de apparatuur zijn naar rato van gebruik
                                            subsidiabel. Dit betekent dat de kosten niet volledig
                                            opgevoerd mogen worden indien de apparatuur breder
                                            ingezet wordt dan alleen voor de subsidiabele
                                            activiteit. Ook de eventuele afschrijvingskosten worden
                                            naar rato van gebruik opgenomen als kosten. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_5_25_"> Kosten voor gebruik van materiaal
                                    zijn subsidiabel indien het verbruik ervan geadministreerd wordt
                                    én deze kosten rechtstreeks aan de subsidiabele activiteit toe
                                    te rekenen zijn. Indien sprake is van gebruik van materiaal uit
                                    voorraad wordt uitgegaan van historische aanschafprijzen. Voor
                                    materiaal dat speciaal voor de activiteit wordt aangeschaft is
                                    het vierde lid van toepassing.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e384"><noot.nr>11</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit lid bepaalt dat kosten
                                            die gemaakt worden voor gebruik van materiaal ten
                                            behoeve van de subsidiabele activiteit subsidiabel zijn
                                            als het verbruik word geadministreerd. Onder materialen
                                            vallen o.a. verbruiksgoederen zoals grondstoffen en
                                            onderdelen. Onder kosten voor materiaal uit voorraad
                                            kunnen de kosten van het verbruik van materialen, die al
                                            eerder zijn aangeschaft, worden opgevoerd. Hierbij moet
                                            worden uitgegaan van historische aanschafprijzen. Als er
                                            geen administratie van het verbruik van materialen uit
                                            voorraad is, dan kunnen de kosten niet rechtstreeks aan
                                            het project worden toegerekend. Onder kosten voor
                                            speciaal aangeschafte materialen kunnen de kosten van
                                            materialen die speciaal voor een project worden gekocht,
                                            bij begroting en bij vaststelling opgevoerd worden onder
                                            de post ‘kosten derden'. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_5_26_"> Kosten derden zijn subsidiabel
                                    indien deze kosten op factuur aantoonbaar aan derden
                                    verschuldigd zijn, rechtstreeks aan de subsidiabele activiteit
                                    zijn toe te rekenen, binnen de projectperiode gemaakt en betaald
                                    zijn en door een onafhankelijke derde worden geleverd. Indien
                                    sprake is van de kosten voor het verkrijgen van de
                                    controleverklaring van de accountant zijn deze kosten, in
                                    afwijking van artikel 1.1.6 sub c, wel subsidiabel wanneer ze
                                    buiten de projectperiode zijn gemaakt. </al><al><noot id="d11e398"><noot.nr>12</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit zijn de op factuur
                                            aantoonbare aan derden verschuldigde kosten die direct
                                            voor de subsidiabele activiteit worden gemaakt en
                                            doelmatig zijn, bijvoorbeeld door uitbesteding van een
                                            deel van de subsidiabele activiteit of in de vorm van
                                            kosten van voor de subsidiabele activiteit geleverde
                                            materialen en diensten. Het kan hier bijvoorbeeld ook
                                            gaan om materiaal en inhuur van personeel.</noot.al><noot.al>Doelmatig betekent onder andere dat het resultaat
                                            geleverd wordt tegen zo minimaal mogelijke kosten.
                                            Daarnaast moeten de kosten worden gemaakt en de dienst
                                            of producten worden geleverd door een onafhankelijke
                                            derde. Er is bijvoorbeeld sprake van onafhankelijkheid
                                            als er:</noot.al><noot.al>- geen onderlinge band is tussen de aanvrager en de
                                            derde. De derde kan zelfstandige besluiten nemen zonder
                                            dat er sprake is van een gezagsverhouding tussen de
                                            derde en de subsidieaanvrager;</noot.al><noot.al>- geen sprake is van een
                                            dochter-/zuster-/moederonderneming die als derde wordt
                                            betrokken.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_5_27_"> [vervallen]</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.1.6 Niet subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr/><al>De volgende kosten zijn niet subsidiabel:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_6_28_"> boetes, gerechtskosten, kosten voor
                                    financieringen, debetrente, leges, kosten voor het inhuren van
                                    een subsidieadviesbureau of andere subsidiebemiddelaar,
                                    vergoedingen voor de inzet van vrijwilligers, kostenpost
                                    onvoorzien én andere kosten die niet rechtstreeks aan de
                                    subsidiabele activiteit toe te rekenen zijn;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e433"><noot.nr>13</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit artikel is de kapstok
                                            om in de subsidiegrondslag de in dit artikel genoemde
                                            kosten niet mee te nemen. Deze kosten worden niet
                                            aangemerkt als kosten die direct aan de subsidiabele
                                            activiteiten toe te rekenen zijn. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_6_29_"> BTW, tenzij door de
                                    subsidieaanvrager kan worden aangetoond dat de BTW over de
                                    subsidiabele activiteiten niet met de fiscus of via het BTW
                                    compensatiefonds kan worden verrekend. Indien de gevraagde
                                    subsidie € 125.000 of meer bedraagt dient het aantonen te
                                    gebeuren door middel van een verklaring van de belastingdienst
                                    of door een verklaring van een accountant. Indien de gevraagde
                                    subsidie minder dan € 125.000 bedraagt, dient het aantonen te
                                    gebeuren door middel een getekende verklaring van de
                                    aanvrager;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_6_30_"> kosten die betrekking hebben op de
                                    activiteiten die buiten de projectperiode zijn uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e454"><noot.nr>14</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De projectperiode is de
                                            periode vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag tot
                                            en met de in de beschikking tot verlening van de
                                            subsidie opgenomen datum waarop de subsidiabel
                                            activiteit moet zijn afgerond. De kosten van de
                                            activiteiten die in de periode worden uitgevoerd kunnen
                                            subsidiabel zijn. Voor zover sprake is van kosten derden
                                            moet de betaling ook binnen de projectperiode plaats
                                            hebben gevonden. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57682_0_1_6_31_"> gangbare apparaatkosten van
                                    medeoverheden, tenzij de aanvrager kan aantonen dat deze kosten
                                    specifiek worden gemaakt ten behoeve van de subsidiabele
                                    activiteit en anders niet zouden zijn gemaakt.</al><al><noot id="d11e468"><noot.nr>15</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In dit artikel is geregeld
                                            dat gangbare apparaatskosten van medeoverheden niet
                                            subsidiabel zijn. Conform artikel 1.1.1 sub n worden
                                            onder medeoverheden gemeenten, waterschappen en
                                            provincies verstaan.</noot.al><noot.al>Gangbare apparaatskosten zijn over het algemeen de
                                            overheadkosten. Ook inzet van ambtelijke capaciteit is
                                            hiermee beperkt subsidiabel. Indien sprake is van inzet
                                            van vast personeel wat gedekt is in de gemeentelijke
                                            begroting en tot de reguliere formatie behoort, is dit
                                            niet subsidiabel. Ook worden geen capaciteitstekorten
                                            bij de gemeenten gesubsidieerd, omdat de gemeenten hier
                                            zelf verantwoordelijk voor zijn.</noot.al><noot.al>Dat betekent dus dat inzet van ambtelijke
                                            capaciteit alleen subsidiabel is als:</noot.al><noot.al>1 er sprake is van inhuur voor het project
                                                  (dan zijn de kosten subsidiabel conform artikel
                                                  1.1.5 vierde lid, kosten derden die rechtstreeks
                                                  op het project drukken); of </noot.al><noot.al>2 er sprake is van inzet vaste formatie
                                                  waarbij die vaste formatie aantoonbaar door
                                                  tijdelijke inhuur of tijdelijke
                                                  werktijduitbreiding gedurende de looptijd van het
                                                  project wordt gerealiseerd; of </noot.al><noot.al>3 er sprake is van vast personeel dat
                                                  ongedekt in de (gemeentelijke) begroting staat en
                                                  zichzelf als het ware moeten terugverdienen.
                                                </noot.al><noot.al>Uit de aanvraag moet blijken dat van een of meer
                                            van deze uitzonderingen sprake is.]</noot.al></noot></al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 1.2 De aanvraag</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1.2.1. Bij aanvraag in te dienen gegevens</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e499"><noot.nr>16</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit artikel geeft
                                            voorschriften voor een aanvraag voor subsidie.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57682_0_2_7_32_"> De aanvraag voor een subsidie wordt
                                    schriftelijk bij Gedeputeerde Staten ingediend. Als daarvoor een
                                    aanvraagformulier is vastgesteld, wordt van dat formulier
                                    gebruik gemaakt. Gedeputeerde Staten kunnen besluiten dat
                                    aanvragen elektronisch kunnen of moeten worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e515"><noot.nr>17</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Een aanvraag voor subsidie
                                            moet schriftelijk worden gedaan. Dit kan door een
                                            schriftelijke brief. Soms is het invullen van een door
                                            Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier
                                            vereist. Doel van een aanvraagformulier is om aan de
                                            aanvrager te verduidelijken wat voor informatie hij bij
                                            de aanvraag moet geven. Een aanvraag kan ook
                                            elektronisch worden gedaan, mits Gedeputeerde Staten
                                            deze digitale vorm open heeft gesteld. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57682_0_2_7_33_"> Bij een aanvraag om subsidie
                                    overlegt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens:</al><al><noot id="d11e529"><noot.nr>18</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Ingevolge artikel 4:29 Awb
                                            begint het subsidieproces met een aanvraag. Wat een
                                            aanvraag is en aan welke eisen deze moet voldoen staat
                                            in afdeling 4.1.1. van de Awb. In het tweede lid is
                                            bepaald welke gegevens de aanvrager dient te overleggen
                                            bij zijn aanvraag voor subsidie. In dit artikellid zijn
                                            de minimale vereisten van de aanvraag voor subsidie
                                            geregeld. Het kan echter ook voorkomen dat voor bepaalde
                                            subsidies ten behoeve van de beoordeling van een
                                            aanvraag aanvullende documenten worden gevraagd.
                                            ]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57682_0_2_7_33_4_"> een beschrijving van de
                                            activiteiten waar subsidie voor wordt aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57682_0_2_7_33_5_"> de doelstellingen en
                                            resultaten die daarmee worden nagestreefd en hoe de
                                            activiteiten aan het provinciale doel van beleid
                                            bijdragen; </al></li><li nr="c."><al id="anker-H57682_0_2_7_33_6_"> een begroting en
                                            dekkingsplan van de kosten van de activiteiten, waar de
                                            subsidie voor wordt aangevraagd. Het dekkingsplan bevat
                                            een opgave van bij andere bestuursorganen of private
                                            organisaties of personen aangevraagde subsidies of
                                            vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten,
                                            onder vermelding van de stand van zaken daarvan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57682_0_2_7_34_"> De aanvrager maakt op verzoek bij
                                    de aanvraag melding van subsidies of andere vormen van
                                    staatssteun die de subsidieontvanger, alsmede het eventuele
                                    moederconcern danwel dochters van de onderneming of het
                                    eventuele moederconcern hebben ontvangen in de drie jaren
                                    voorafgaand aan de aanvraag voor subsidie. Tevens wordt melding
                                    gemaakt van eventuele andere aanvragen die in behandeling zijn
                                    op het moment van de aanvraag voor subsidie op grond van dit
                                    besluit.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e555"><noot.nr>19</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Gelet op het maximaal te
                                            verstrekken subsidiebedrag is er de mogelijkheid gebruik
                                            te maken van een vrijstellingsverordening van de EG nr.
                                            1998/2006, betreffende de toepassing van de artikelen 87
                                            en 88 EG op de-minimissteun. Dit betekent dat de
                                            subsidieontvanger (dus per onderneming, alsmede het
                                            eventuele gehele moederconcern waartoe de onderneming
                                            behoort) niet meer dan € 200.000,-- aan subsidie over
                                            een periode van drie belastingjaren (dus inclusief
                                            eerdere ontvangen subsidies overheidsinstanties) aan
                                            steun mag ontvangen. De aanvrager moet daarom aangeven
                                            hoeveel de-minimussteun door de aanvrager in het lopende
                                            en de twee daar aan voorafgaande belastingjaren
                                            ontvangen is en verklaren dat de totale steun niet meer
                                            dan € 200.000,-- bedraagt. De vrijstelling is ook van
                                            toepassing op de afzet en verwerking van
                                            landbouwproducten en op de sector vervoer. Ten aanzien
                                            van het laatste geldt een specifieke beperking:
                                            de-minimissteun voor ondernemingen actief in de sector
                                            wegvervoer wordt beperkt tot € 100.000,--. Aankoop van
                                            vervoermiddelen voor vrachtvervoer over de weg
                                            (vrachtwagens) blijft uitgesloten. De de-minimisegel is
                                            onder andere niet van toepassing op de primaire
                                            productie van landbouwproducten en de visserijsector
                                            (voor deze twee sectoren gelden eigen
                                            de-minimisdrempels, zie hieronder), exportsteun en steun
                                            waardoor binnenlandse producten ten opzichte van
                                            ingevoerde producten worden bevoordeeld.</noot.al><noot.al>Voor landbouwbedrijven (een primaire producent van
                                            landbouwproducten in de zin van Bijlage I EG-Verdrag)
                                            bedraagt de maximale steun € 7.500,--. Een
                                            vissersbedrijf kan tot € 30.000,-- steun binnen een
                                            periode van drie belastingjaren ontvangen, zonder dat de
                                            overheid dat vooraf aan de Europese Commissie moet
                                            melden. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.2.2. Indieningstermijn aanvraag </titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e572"><noot.nr>20</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit artikel dient in
                                            samenhang met artikel 1.1.5 en artikel 1.2.3 te worden
                                            gelezen. Na ontvangst van de aanvraag hebben
                                            Gedeputeerde Staten op basis van artikel 1.2.3 13 weken
                                            de tijd om te beslissen over de aanvraag voor
                                            subsidie.</noot.al><noot.al>Het tweede lid geeft de aanvraagtermijn voor de
                                            jaarlijkse subsidie: op uiterlijk 1 oktober vóór het
                                            jaar of de jaren waarop de subsidie betrekking heeft.
                                            Deze termijn maakt een tijdige beslissing mogelijk. </noot.al><noot.al>Als het project start op 1 januari 2011, dan wordt
                                            geadviseerd om de aanvraag voor 1 oktober 2010 in te
                                            dienen. Stel dat de aanvraag voor dit project wordt
                                            ingediend op 1 december 2010, dan beslissen Gedeputeerde
                                            Staten voor 1 maart 2011. Als het project reeds is
                                            begonnen op 1 januari 2011 en de aanvraag wordt
                                            afgewezen door Gedeputeerde Staten, dan loopt de
                                            subsidieontvanger een financieel risico. Dit risico is
                                            voor eigen rekening van de aanvrager. Stel dat de
                                            aanvraag voor dit project wordt ingediend na 1 januari
                                            2011, dan zijn de kosten die reeds gemaakt zijn niet
                                            subsidiabel, op basis van artikel 1.1.5. lid 3.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57682_0_2_8_35_"> Tenzij in enig ander hoofdstuk van
                                    dit besluit anders bepaald, kan een aanvraag voor een subsidie
                                    het hele kalenderjaar worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57682_0_2_8_36_"> Een aanvraag voor een jaarlijkse
                                    subsidie wordt ingediend uiterlijk op 1 oktober in het jaar
                                    voorafgaand aan het jaar, of de jaren waarop de aanvraag voor
                                    subsidie betrekking heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.2.3. Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e601"><noot.nr>21</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De in dit artikellid
                                            genoemde termijnen zijn maximum termijnen. Indien
                                            mogelijk zullen Gedeputeerde Staten eerder beslissen. </noot.al><noot.al>In dit artikel zijn geen weigeringsgronden
                                            opgenomen. Artikel 4:35 Awb bevat een aantal
                                            niet-limitatieve algemeen geldende gronden om
                                            subsidieverlening te weigeren. Deze kunnen in de
                                            hoofdstukken 2 t/m 12 worden aangevuld met specifieke op
                                            de betreffende subsidie betrekking hebbende
                                            weigeringsgronden. </noot.al><noot.al>Artikel 4:36 Awb maakt het sluiten van een
                                            uitvoeringsovereenkomst (eerste lid) of
                                            afdwingovereenkomst (tweede lid) mogelijk. De
                                            afdwingovereenkomst verschaft Gedeputeerde Staten de
                                            mogelijkheid om in rechte nakoming te vorderen van het
                                            verrichten van de gesubsidieerde activiteit c.q.
                                            prestatie. Het geeft zekerheid over het daadwerkelijk
                                            verrichten van de activiteit/prestatie door de
                                            subsidieontvanger. Op grond van artikel 4:33, aanhef en
                                            onder a Awb, mag in de beschikking tot subsidieverlening
                                            als voorwaarde worden opgenomen dat de subsidieontvanger
                                            verplicht is mee te werken aan het sluiten van een
                                            uitvoerings- of afdwingovereenkomst. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57682_0_2_9_37_"> Gedeputeerde Staten beslissen op
                                    een aanvraag om een eenmalige subsidie binnen 13 weken na
                                    ontvangst van de volledige aanvraag, dan wel, 13 weken na
                                    aanvang van het subsidietijdvak.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e621"><noot.nr>22</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Als uitgangspunt geldt een
                                            beslistermijn van maximaal dertien weken, die begint op
                                            het moment van ontvangst van een aanvraag. Voor een
                                            niet-volledige aanvraag geldt artikel 4:5 Awb. Op grond
                                            van dat artikel kunnen Gedeputeerde Staten de aanvrager
                                            een termijn geven waarbinnen hij zijn aanvraag alsnog
                                            kan aanvullen. Doet hij dat niet, dan kan de aanvraag na
                                            die termijn buiten behandeling worden gelaten. Worden de
                                            ontbrekende gegevens wel tijdig ingezonden, dan volgt
                                            behandeling van de aanvraag volgens de normale
                                            procedure. Gedurende de termijn dat de aanvrager in de
                                            gelegenheid is gesteld de aanvraag aan te vullen, wordt
                                            de beslistermijn opgeschort (artikel 4:15 Awb).
                                            ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57682_0_2_9_38_"> De in het eerste lid bedoelde
                                    termijn van 13 weken bedraagt 22 weken indien:</al><al><noot id="d11e635"><noot.nr>23</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In geval van
                                            EU-cofinanciering, inschakeling van een commissie en
                                            nadere controle hebben Gedeputeerde Staten meer tijd
                                            nodig om een verleningsbeschikking af te kunnen geven en
                                            kan de termijn van maximaal 22 weken worden toegepast.
                                            ]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57682_0_2_9_38_7_"> sprake is van
                                            cofinanciering van een door de Raad van de Europese
                                            Unie, het Europees parlement en de Raad gezamenlijk of
                                            de Commissie van de Europese Gemeenschappen goedgekeurd
                                            programma;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57682_0_2_9_38_8_"> over de aanvraag advies
                                            wordt ingewonnen; </al></li><li nr="c."><al id="anker-H57682_0_2_9_38_9_"> een nader onderzoek is
                                            ingesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57682_0_2_9_39_"> Gedeputeerde Staten beslissen op
                                    een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie uiterlijk vóór 31
                                    december van het jaar waarop de aanvraag is ingediend.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e661"><noot.nr>24</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Op een aanvraag voor een
                                            jaarlijkse subsidie moet uiterlijk zijn beslist op 31
                                            december voor het jaar of de jaren waarop de subsidie
                                            betrekking heeft. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 1.3 Verlening van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1.3.1. Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e680"><noot.nr>25</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In artikel 4:35 Awb zijn
                                            een aantal weigeringsgronden opgenomen. Zo kan een
                                            subsidie bijvoorbeeld geweigerd worden als er duidelijke
                                            aanwijzingen zijn dat het gesubsidieerde project niet
                                            wordt uitgevoerd of als de aanvrager failliet is
                                            verklaard. Met artikel 1.3.1 worden die gronden
                                            aangevuld. In lid 1 blijkt uit het gebruik van het woord
                                            "kan" dat het een facultatieve weigeringsgrond is.
                                            Gedeputeerde Staten zullen hierbij een belangenafweging
                                            maken en kunnen de subsidie weigeren als de activiteiten
                                            ook zonder de subsidie gerealiseerd kunnen worden. Met
                                            lid 2 wordt een minimumbedrag gegeven voor subsidie:
                                            subsidie beneden de € 1.000,-- wordt niet verstrekt.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57682_0_3_10_40_"> Gedeputeerde Staten kunnen
                                    besluiten de subsidie geheel of gedeeltelijk te weigeren indien
                                    de kosten van de subsidiabele activiteit redelijkerwijs anders
                                    kunnen worden gedekt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57682_0_3_10_41_"> Gedeputeerde Staten weigeren de
                                    subsidie in ieder geval als minder dan € 1.000,-- aan subsidie
                                    zal worden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57682_0_3_10_42_"> Gedeputeerde Staten weigeren de
                                    subsidie aan een publieke instelling indien deze een jaarlijkse
                                    subsidie ontvangt en loon in welke vorm dan ook verstrekt aan
                                    een persoon die voor hem werkzaam is, dat uitgaat boven 100
                                    procent van de bezoldiging van de minister, inclusief sociale
                                    verzekeringspremies, belastbare vaste en variabele
                                    onkostenvergoedingen en voorzieningen ten behoeve van beloningen
                                    betaalbaar op termijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57682_0_3_10_43_"> Gedeputeerde staten weigeren de
                                    subsidie indien ten aanzien van de aanvrager een bevel tot
                                    terugvordering is opgelegd, ingevolge een beschikking van de
                                    Europese Commissie, waarin de steun onrechtmatig en
                                    onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H57682_0_3_10_44_"> Gedeputeerde Staten weigeren de
                                    subsidie als voor de activiteiten al subsidie is verstrekt op
                                    grond van dit uitvoeringsbesluit of op grond van de verordening,
                                    met uitzondering van het verstrekken van subsidie uit Europese
                                    Fondsen en indien het verstrekken van subsidie een subsidie in
                                    de vorm van een geldlening betreft.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.3.2. Verlening subsidie</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e720"><noot.nr>26</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Ingevolge het eerste lid
                                            geven Gedeputeerde Staten al in het besluit tot
                                            verlening van de subsidie aan op welke wijze de
                                            verantwoording van de ontvangen subsidies dient plaats
                                            te vinden. Hiermee wordt bereikt dat degene, aan wie de
                                            subsidie is toegekend, van meet af aan duidelijk is aan
                                            welke voorwaarden en administratieve eisen hij dient te
                                            voldoen. In het tweede lid is geregeld dat Gedeputeerde
                                            Staten de ontvanger verplichtingen kan opleggen.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57682_0_3_11_45_"> Tenzij een subsidie door
                                    Gedeputeerde Staten direct wordt vastgesteld, wordt een
                                    beschikking tot subsidieverlening gegeven met vermelding van de
                                    datum waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn
                                    verricht.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e736"><noot.nr>27</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Uit artikel 4:29 Awb volgt
                                            dat tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald,
                                            kan voorafgaande een beschikking tot
                                            subsidievaststelling een beschikking omtrent
                                            subsidieverlening worden gegeven. </noot.al><noot.al>Gedeputeerde Staten hebben besloten dat voor te
                                            verstrekken subsidie tot € 25.000,- de subsidie direct
                                            na de aanvraag wordt vastgesteld. Er volgt dus geen
                                            voorafgaande beschikking tot subsidieverlening. In alle
                                            andere gevallen zal de subsidievaststelling worden
                                            voorafgegaan door een beschikking tot
                                            subsidieverlening.</noot.al><noot.al>In een beschikking tot subsidieverlening zal de
                                            datum worden vermeld waarop de gesubsidieerde
                                            activiteit(en) uiterlijk moet(en) zijn verricht.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57682_0_3_11_46_"> Bij het besluit tot verlenen van
                                    subsidie geven Gedeputeerde Staten aan op welke wijze de
                                    verantwoording van de te ontvangen subsidie plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e756"><noot.nr>28</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het subsidiesysteem gaat
                                            uit van drietal arrangementen: </noot.al><noot.al>- kleine subsidies tot € 25.000,</noot.al><noot.al>- middelgrote subsidies van € 25.000 tot € 125.000,
                                            en </noot.al><noot.al>- grote subsidies vanaf € 125.000. </noot.al><noot.al>Bij deze arrangementen hangt de zwaarte van de
                                            verantwoordingseisen voornamelijk af van het
                                            subsidiebedrag.</noot.al><noot.al>Gedeputeerde Staten moeten bij het besluit tot
                                            subsidieverlening bepalen hoe de verantwoording
                                            plaatsvindt. Uitgangspunt is het subsidiebedrag. Hogere
                                            regelgeving kan een zwaardere verantwoording eisen. Dit
                                            komt bijvoorbeeld voor op het beleidsveld inrichting
                                            landelijk gebied waar Europees recht soms tot zwaardere
                                            verantwoording verplicht. Doordat bij de verlening wordt
                                            aangegeven welke verantwoordingsregime van toepassing
                                            is, weet de subsidieontvanger tijdig wat van hem wordt
                                            verwacht. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.3.3. Betaling en bevoorschotting</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e781"><noot.nr>29</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De betaling van het
                                            subsidiebedrag en de verleende voorschotten en de
                                            terugvordering daarvan zijn geregeld in afdeling 4.2.7
                                            Awb. De bevoegdheid tot voorschotverlening, waarmee
                                            vooruit wordt gelopen op de betaling van het
                                            subsidiebedrag zelf, moet een wettelijke grondslag
                                            hebben. Hiertoe strekt artikel 1.3.3. </noot.al><noot.al>De bevoorschottingsbeschikking wordt ambtshalve
                                            gegeven op het moment van de verleningsbeschikking. De
                                            subsidieaanvrager hoeft geen aanvra(a)g(en) voor
                                            bevoorschotting in te dienen of tussentijdse overzichten
                                            van prestaties of uitgaven te overleggen. </noot.al><noot.al>Na vaststelling van de subsidie wordt het
                                            resterende bedrag (het vastgestelde bedrag verminderd
                                            met de verleende voorschotten) uitgekeerd aan de
                                            subsidieontvanger.</noot.al><noot.al>De wijze van betaling en bevoorschotting verschilt
                                            per arrangement. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57682_0_3_12_47_"> Indien een beschikking tot
                                    subsidievaststelling als bedoeld in artikel 1.5.1 wordt gegeven,
                                    vindt de betaling van de gehele subsidie in één bedrag plaats.
                                </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e803"><noot.nr>30</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Als subsidie wordt
                                            verstrekt die valt in arrangement 1, dan vindt na
                                            vaststelling van de subsidie betaling van de subsidie in
                                            één bedrag plaats. Hierdoor is bevoorschotting niet aan
                                            de orde. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57682_0_3_12_48_"> Indien een beschikking tot
                                    subsidieverlening als bedoeld in artikel 1.5.2 of artikel 1.5.3
                                    wordt gegeven, verlenen Gedeputeerde Staten aan de
                                    subsidieontvanger een voorschot van maximaal 90% van het
                                    verleende subsidiebedrag.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e819"><noot.nr>31</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Als subsidie wordt
                                            verstrekt die in arrangement 2 of 3 valt, dan verlenen
                                            Gedeputeerde Staten aan de subsidieontvanger een
                                            voorschot van maximaal 90 %. Dat kan in één of meerdere
                                            termijnen zijn. Dit zal vaak afhangen van de looptijd
                                            van de activiteiten. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57682_0_3_12_49_"> Bij jaarlijkse subsidie kunnen
                                    Gedeputeerde Staten de subsidieontvanger voorschotten verlenen
                                    tot maximaal 100% van het verleende subsidiebedrag. De
                                    voorschotten worden, in termijnen, beschikbaar gesteld.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e835"><noot.nr>32</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Bij jaarlijkse subsidie
                                            zal in de verleningsbeschikking het
                                            bevoorschottingsritme en de hoogte van de voorschotten
                                            worden vermeld. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 1.4 Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1.4.1. Informatieplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57682_0_4_13_50_"> De subsidieontvanger doet binnen
                                    twee weken melding aan Gedeputeerde Staten, zodra aannemelijk is
                                    dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, niet of
                                    niet geheel vóór de in de beschikking vermelde datum waarop deze
                                    uiterlijk moeten zijn verricht, zullen worden verricht of dat
                                    vóór die datum niet of niet geheel aan de aan de subsidie
                                    verbonden verplichtingen zal worden voldaan.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e859"><noot.nr>33</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De informatieplicht is
                                            bedoeld als tegenhanger van het geven van meer
                                            vertrouwen in de vorm van onder andere: het niet
                                            standaard verantwoording afleggen bij subsidies tot €
                                            25.000, het vragen van minder tussenrapportages en
                                            automatische bevoorschotting. </noot.al><noot.al>De subsidieontvanger is verplicht tijdig (zonder
                                            nodeloos tijdsverloop) te melden als het aannemelijk is
                                            dat de gesubsidieerde activiteit niet, niet tijdig, niet
                                            geheel of niet volgens alle daaraan verbonden
                                            verplichtingen zal worden verricht. In dat geval zal de
                                            subsidie lager of op nihil worden vastgesteld of zullen
                                            nadere afspraken worden gemaakt over het aanpassen van
                                            de verplichtingen, bijvoorbeeld het geven van meer tijd
                                            voor de uitvoering van de activiteiten. Bij het niet
                                            voldoen aan deze informatieplicht kan, indien dat
                                            achteraf mocht blijken, met toepassing van artikel 4:49
                                            Awb alsnog de subsidievaststelling worden ingetrokken,
                                            omdat de ontvanger wist en behoorde te weten dat de
                                            vaststelling onjuist was. Terugvordering van de
                                            subsidie, inclusief wettelijke rente van het hele
                                            subsidiebedrag, kan in zo'n geval proportioneel worden
                                            geacht, omdat de ontvanger dan misbruik maakte van het
                                            gegeven vertrouwen, dat ten grondslag ligt aan de
                                            onderhavige subsidieverordening.</noot.al><noot.al>Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de
                                            informatieplicht niet geldt na vaststelling van de
                                            subsidie of voor zover er (op verzoek van de
                                            belanghebbende) door de subsidieverlener een ontheffing
                                            is verleend van de verplichting om een prestatie
                                            overeenkomstig de subsidietoekenning uit te
                                            voeren.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57682_0_4_13_51_"> De subsidieontvanger informeert
                                    Gedeputeerde Staten binnen twee weken schriftelijk over:</al><al><noot id="d11e877"><noot.nr>34</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Hierin zijn een aantal
                                            belangrijke wijzigingen opgenomen waarover de ontvanger
                                            de provincie verplicht moet informeren. ]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57682_0_4_13_51_10_"> besluiten of procedures
                                            die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten
                                            van de subsidieontvanger dan wel ontbinding van de
                                            rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57682_0_4_13_51_11_"> relevante wijzigingen
                                            in de financiële en organisatorische verhouding met
                                            derden;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57682_0_4_13_51_12_"> wijziging van de
                                            statuten voor zover het betreft de vorm van de
                                            rechtspersoon, wijzigingen van de bestuurder(s) en het
                                            doel van de rechtspersoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57682_0_4_13_52_"> Indien het verleende
                                    subsidiebedrag hoger is dan € 25.000 en de verlening betrekking
                                    heeft op activiteiten met een looptijd langer dan een jaar,
                                    kunnen Gedeputeerde Staten de verplichting opleggen tot het
                                    tussentijds afleggen van rekening en verantwoording omtrent de
                                    verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en
                                    inkomsten. Een dergelijke tussentijdse verantwoording wordt niet
                                    vaker dan één keer per jaar gevraagd.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e903"><noot.nr>35</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In het kader van het
                                            terugdringen van de administratieve lasten is ervoor
                                            gekozen aan meerjarig verstrekte subsidies hoger dan €
                                            25.000 slechts een keer per jaar tussentijdse
                                            verantwoording te vragen. Op basis van deze gegevens kan
                                            de provincie zich verantwoorden over de realisatie van
                                            beleid naar PS en derden. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.4.2. Overige verplichtingen van de
                                    subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e918"><noot.nr>36</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In afdeling 4.2.4 Awb
                                            staan bepalingen over verplichtingen van de
                                            subsidieontvanger. De categorieën van verplichtingen
                                            genoemd in artikel 4:37, eerste lid Awb, kunnen
                                            Gedeputeerde Staten in ieder geval verbinden aan de
                                            subsidieverlening. Deze standaardverplichtingen behoeven
                                            in verband met het voorkomen van herhaalde normstelling
                                            geen herhaling in dit uitvoeringsbesluit. Daarnaast
                                            kunnen ook andere verplichtingen aan subsidieontvangers
                                            worden opgelegd. Het betreft andere doelgebonden
                                            verplichtingen (artikel 4:38 Awb) en oneigenlijke
                                            verplichtingen (artikel 4:39 Awb). Voor beide geldt dat
                                            als de subsidie berust op een wettelijke grondslag die
                                            verplichtingen ook op een wettelijke grondslag moeten
                                            berusten. De in artikel 1.2.2 opgenomen verplichting is
                                            aan te merken als een oneigenlijke verplichting. Vanuit
                                            Europese regelgeving geldt voor subsidieontvangers
                                            eveneens de soortgelijke verplichting om bij projecten
                                            die met subsidie vanuit Europa mogelijk worden gemaakt
                                            hiervan ter plaatse van het project melding te
                                            maken.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57682_0_4_14_53_"> Gedeputeerde Staten kunnen de
                                    subsidieontvanger verplichtingen opleggen met betrekking tot de
                                    wijze waarop bij de uitvoering van gesubsidieerde activiteiten
                                    bekend wordt gemaakt dat de provincie Overijssel daarvoor
                                    subsidie heeft verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57682_0_4_14_54_"> [Vervallen]</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57682_0_4_14_55_"> Gedeputeerde Staten kunnen een
                                    termijn bepalen waarbinnen een activiteit of project moet zijn
                                    gestart of afgerond. Gedeputeerde Staten kunnen op verzoek van
                                    de subsidieontvanger die termijn verlengen indien sprake is van
                                    feiten en omstandigheden waarvan de subsidieaanvrager op het
                                    moment van de aanvraag niet op de hoogte kon zijn. Gedeputeerde
                                    Staten verlenen geen uitstel indien de verlenging in strijd is
                                    met het beoogde beleidsdoel van de provincie. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 1.5 Vaststelling van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1.5.1. Subsidies tot € 25.000 </titel></kop><al><noot id="d11e950"><noot.nr>37</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De omvang van de
                                        verantwoordingsverplichting is gekoppeld aan de hoogte van
                                        het subsidiebedrag.</noot.al><noot.al>Gedeputeerde Staten hebben ervoor gekozen om te
                                        verstrekken subsidies tot aan een bedrag tot € 25.000 direct
                                        vast te stellen. Dit betekent dat de subsidie niet eerst
                                        wordt verleend (meer voorlopige toekenning) maar dat deze
                                        meteen wordt vastgesteld (waarbij de definitieve hoogte
                                        wordt bepaald en betaling volgt). Bevoorschotting is niet
                                        van toepassing zie artikel 1.3.3. </noot.al><noot.al>Kenmerkend voor subsidies van minder dan € 25.000 is,
                                        dat een vast bedrag (lump sum) wordt verstrekt en dat de
                                        subsidieontvanger achteraf niet standaard verantwoording
                                        hoeft af te leggen aan de subsidieverstrekker. De
                                        subsidieontvanger hoeft geen aanvraag voor
                                        subsidievaststelling (verantwoording) in te dienen. Hierdoor
                                        kunnen de lasten voor zowel de subsidieaanvrager als de
                                        subsidieverstrekker worden bespaard. </noot.al><noot.al>Als de subsidie direct wordt vastgesteld blijft de
                                        subsidieontvanger verplicht tijdig (zonder nodeloos
                                        tijdsverloop) te melden als het aannemelijk is dat de
                                        gesubsidieerde activiteit niet, niet tijdig, niet geheel of
                                        niet volgens alle daaraan verbonden verplichtingen zal
                                        worden verricht. ]</noot.al></noot></al><al>Indien de te verstrekken subsidie minder bedraagt dan € 25.000 wordt
                                de subsidie door Gedeputeerde Staten direct verleend en vastgesteld.
                            </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.5.2. Subsidies vanaf € 25.000 tot € 125.000
                                </titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e973"><noot.nr>38</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In dit artikel is
                                            aangegeven dat en wanneer de subsidieontvanger een
                                            aanvraag tot subsidievaststelling moet indienen.
                                            Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze de
                                            subsidieontvanger de aan hem verleende subsidie dient te
                                            verantwoorden. Ingevolge artikel 1.3.2 lid 2 wordt de
                                            wijze van verantwoording al bij het besluit tot
                                            verlening van de subsidie aan de ontvanger bekend
                                            gemaakt.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57682_0_5_16_56_"> Indien de subsidieverlening €
                                    25.000 of meer bedraagt, maar minder dan € 125.000, dient de
                                    subsidieontvanger uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de
                                    activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, of binnen een in
                                    de regeling of verleningsbeschikking op te nemen afwijkende
                                    termijn, een aanvraag tot vaststelling in bij Gedeputeerde
                                    Staten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57682_0_5_16_57_"> De aanvraag tot vaststelling bevat
                                    een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat:</al><al><noot id="d11e992"><noot.nr>39</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het tweede lid bepaalt,
                                            dat de subsidieontvanger moet aantonen dat de
                                            activiteiten (vb concert of minimaal aantal bezoekers),
                                            waarvoor de subsidie is verleend, zijn uitgevoerd. Dit
                                            gebeurt met een inhoudelijk verslag. ]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57682_0_5_16_57_13_"> de activiteiten,
                                            waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57682_0_5_16_57_14_"> dat aan de aan de
                                            subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57682_0_5_16_58_"> Indien de subsidieverlening €
                                    25.000 of meer bedraagt , maar minder dan € 125.000, en de
                                    kosten en opbrengsten van de te verrichten activiteiten in
                                    verband met de aard van die activiteiten zodanig ongewis zijn
                                    dat een realistische begroting niet vereist kan worden, kan
                                    worden bepaald dat de subsidieontvanger op basis van een
                                    verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten mag aantonen
                                    dat de activiteiten zijn verricht. De subsidieontvanger maakt
                                    hierbij gebruik van het beschikbaar gestelde format.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e1015"><noot.nr>40</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Soms blijkt het niet
                                            mogelijk om vooraf de kosten en opbrengsten van de
                                            prestatie realistisch te begroten. Dat kan bijvoorbeeld
                                            het geval zijn bij innovatieve activiteiten, als er nog
                                            geen standaard voor de daarmee samenhangende kosten en
                                            opbrengsten voorhanden is. In dergelijke gevallen is het
                                            mogelijk om af te rekenen op basis van een opgave van de
                                            totale werkelijke kosten en opbrengsten. De afrekening
                                            vindt plaats op basis van een verklaring van de
                                            subsidieontvanger over de totaal gerealiseerde kosten en
                                            opbrengsten. Bij toepassing van deze variant komt een
                                            afzonderlijke prestatieverantwoording te vervallen; een
                                            verklaring zoals omschreven in het tweede lid van
                                            artikel 1.5.2, volstaat. </noot.al><noot.al>De opgave van de gerealiseerde kosten en
                                            opbrengsten vormt de grondslag voor de berekening van
                                            het subsidiebedrag. Hierdoor worden detaildiscussies
                                            over onderliggende financiële posten voorkomen. Indien
                                            de subsidiabele kosten, na aftrek van de gerealiseerde
                                            opbrengsten (inclusief gerealiseerde bijdragen van
                                            derden) en de gerealiseerde eigen bijdrage, lager zijn
                                            dan begroot wordt de subsidie lager vastgesteld, tenzij
                                            rekening dient te worden gehouden met een in de van
                                            toepassing zijnde regelgeving geboden mogelijkheid tot
                                            het vormen van een egalisatiereserve. Indien de
                                            subsidiabele kosten hoger uitvallen dan begroot, wordt
                                            ten hoogste het verleende subsidiebedrag uitgekeerd.
                                            Steekproefsgewijs kan de subsidieverstrekker de
                                            opgegeven totalen controleren. In de verklaring geef de
                                            subsidieontvanger niet meer aan dan dat de activiteiten
                                            waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht, voorzien
                                            van een korte toelichting, dat aan de aan de subsidie
                                            verbonden verplichtingen is voldaan, wat het totale
                                            bedrag van de gerealiseerde subsidiabele kosten is, wat
                                            in voorkomend geval de stand van de egalisatiereserve
                                            is, wat het totale bedrag van de gerealiseerde
                                            opbrengsten, inclusief bijdragen van derden is, en wat
                                            het totale bedrag van de gerealiseerde eigen bijdrage
                                            is. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.5.3. Subsidies vanaf € 125.000 </titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e1032"><noot.nr>41</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In dit artikel is
                                            aangegeven dat en wanneer de subsidieontvanger een
                                            aanvraag tot subsidievaststelling moet indienen.
                                            Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze de
                                            subsidieontvanger de aan hem verleende subsidie dient te
                                            verantwoorden. Ingevolge artikel 1.3.2 lid 2 wordt de
                                            wijze van verantwoording al bij het besluit tot
                                            verlening van de subsidie aan de ontvanger bekend
                                            gemaakt.</noot.al><noot.al>Voor verleende subsidies van meer dan € 125.000,-
                                            geldt een verantwoording over prestaties en kosten. Het
                                            tweede lid bepaalt, dat de subsidieontvanger moet
                                            aantonen dat de activiteiten (vb concert of minimaal
                                            aantal bezoekers), waarvoor de subsidie is verleend,
                                            zijn uitgevoerd. Dit gebeurt met een inhoudelijk verslag
                                            (zie toelichting bij artikel 1.5.2). Daarnaast wordt
                                            over de kosten verantwoord, de wijze waarop dit
                                            plaatsvindt wordt per regeling bepaald. Er zijn
                                            standaard formats beschikbaar voor verantwoording over
                                            de kosten en verantwoording middels een
                                            controleverklaring.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57682_0_5_17_59_"> Indien de subsidieverlening €
                                    125.000 of meer bedraagt, dient de subsidieontvanger uiterlijk
                                    13 weken na het verricht zijn van de activiteiten waarvoor de
                                    subsidie is verleend, of binnen een in de regeling of
                                    verleningsbeschikking op te nemen afwijkende termijn, een
                                    aanvraag tot vaststelling in bij Gedeputeerde Staten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57682_0_5_17_60_"> De aanvraag tot vaststelling
                                    bevat:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57682_0_5_17_60_15_"> een inhoudelijk
                                            verslag;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57682_0_5_17_60_16_"> een
                                            kostenverantwoording, eventueel aangevuld met een
                                            accountantsverslag conform controleprotocol. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57682_0_5_17_61_"> Uit het in het tweede lid onder a
                                    genoemde inhoudelijke verslag blijkt dat:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57682_0_5_17_61_17_"> de activiteiten,
                                            waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57682_0_5_17_61_18_"> dat aan de aan de
                                            subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57682_0_5_17_62_"> Uit de kostenverantworoding als
                                    bedoeld in het tweede lid onder b, blijkt: </al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57682_0_5_17_62_19_"> wat het totale bedrag
                                            van de gerealiseerde subsidiabele kosten is;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57682_0_5_17_62_20_"> wat, in voorkomend
                                            geval, de stand van de egalisatiereserve is;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57682_0_5_17_62_21_"> wat het totale bedrag
                                            van de gerealiseerde opbrengsten, inclusief bijdragen
                                            van derden is; en</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57682_0_5_17_62_22_"> wat het totale bedrag
                                            van de gerealiseerde eigen bijdrage is. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H57682_0_5_17_63_"> Kostenverantwoording als bedoeld
                                    in het tweede lid onder b vindt plaats conform format.
                                    Gedeputeerde Staten kunnen per regeling aangeven of zij
                                    aanvullend een controleverklaring verwachten. Deze wordt dan
                                    aangeleverd conform het controleprotocol.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H57682_0_5_17_64_"> Bij subsidieverlening kunnen
                                    Gedeputeerde Staten, overeenkomstig artikel 4:79 Awb, bepalen
                                    dat de aanvrager, die geen publiekrechtelijk rechtspersoon is,
                                    bij de aanvraag tevens een controleverklaring overlegt over de
                                    naleving van aan de subsidie verbonden verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H57682_0_5_17_65_"> Overeenkomstig het vierde lid
                                    wordt de verleende subsidie vastgesteld op werkelijk gemaakte
                                    kosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.5.4. Verantwoordingssystematiek specifieke
                                    uitkeringen (Sisa)</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e1111"><noot.nr>42</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Single information, Single
                                            audit betekent eenmalige informatieverstrekking,
                                            eenmalige accountantscontrole. SiSa is de manier waarop
                                            medeoverheden (provincies, gemeenten en
                                            gemeenschappelijke regelingen) aan het Rijk of
                                            Provincies ieder jaar verantwoorden of en hoe ze
                                            specifieke uitkeringen hebben besteed. De indicatoren
                                            worden landelijk vastgesteld. Uitgangspunt is om per
                                            specifieke uitkering zo weinig mogelijk
                                            verantwoordingsinformatie en controle te vragen. Er
                                            wordt aangesloten bij het reguliere jaarrekeningproces
                                            van de gemeenten. Dit houdt in dat: de provincie
                                            Overijssel gebruik maakt van de reguliere jaarstukken
                                            van de gemeente: het jaarverslag, de jaarrekening,
                                            inclusief SISA-bijlage en het verslag van bevindingen
                                            van de accountant waarin de accountant specifiek
                                            rapporteert over haar controle op de specifieke
                                            uitkeringen. </noot.al><noot.al>Voor de specifieke uitkering worden geen bijzondere
                                            controleverklaringen meer gevraagd. In plaats daarvan
                                            wordt de noodzakelijke met name financiële
                                            beleidsinformatie per specifieke uitkering opgenomen in
                                            een bijlage bij de (reguliere) jaarrekening en tijdens
                                            de jaarrekening controle door de accountant
                                            gecontroleerd. </noot.al><noot.al>Met uitzondering van de eerder genoemde financiële
                                            verantwoordingsplicht blijven de voorwaarden die in de
                                            beschikking of overeenkomst hebben gestaan van kracht.
                                            Wat betreft het verantwoordingsmoment wordt aangesloten
                                            bij de procedure die voor de reguliere jaarstukken
                                            geldt: uiterlijk 15 juli van het jaar volgend op het
                                            jaar of tijdvak waar over verantwoording moet worden
                                            afgelegd aan de provincie worden de stukken via het CBS
                                            bij de provincie aangeleverd. </noot.al><noot.al>Na ontvangst van de verantwoordingsinformatie kan
                                            de provincie Overijssel de regeling financieel
                                            vaststellen. Hierbij kan worden vertrouwd op de van de
                                            gemeente ontvangen gecertificeerde jaarstukken, welke
                                            zijn getoetst aan de afgesproken controles. Daarbij
                                            wordt ook het rapport van de bevindingen van de
                                            accountant en in het bijzonder de hierin opgenomen tabel
                                            met fouten en onzekerheden bij de vaststelling van de
                                            specifieke uitkering betrokken. Op basis van de
                                            verkregen verantwoordingsinformatie vindt vervolgens de
                                            inhoudelijke toets bij de provincie plaats. Dit kan
                                            leiden tot nadere vragen of maatregelen vanuit de
                                            provincie. Zie hiervoor ook de nota procedure
                                            aanlevering verantwoordingsinformatie die jaarlijks op
                                            de website van de Rijksoverheid wordt gepubliceerd.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57682_0_5_18_66_"> In afwijking van de artikelen
                                    1.5.1 tot en met 1.5.3 verantwoorden gemeenten de regelingen die
                                    worden genoemd in de 'Kruisjeslijst ontvangende medeoverheden'
                                    jaarlijks volgens het Sisa-principe.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e1133"><noot.nr>43</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De Sisa-circulaire met
                                            daarin o.a. de ‘kruisjeslijst ontvangende medeoverheden'
                                            (kruisjeslijst sisa) en de SISA bijlage worden jaarlijks
                                            aangepast en gepubliceerd op de website van de
                                            Rijksoverheid. De Sisa systematiek wordt voor de
                                            regelingen uit de kruisjeslijst op alle openstaande
                                            beschikkingen en/of tweezijdige rechtshandelingen
                                            toegepast waaruit informatieverplichtingen voortvloeien.
                                            In uitzondering hierop wordt deze systematiek voor de
                                            regeling bodemsanering alleen toegepast voor alle na 1
                                            januari 2008 aangegane overeenkomsten. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57682_0_5_18_67_"> De Sisa-verantwoording geldt als
                                    aanvraag tot vaststelling van de subsidie.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e1149"><noot.nr>44</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In de Invulwijzer sisa
                                            medeoverheden Overijssel is per regeling aangegeven hoe
                                            het verzoek tot vaststelling dient te worden
                                            gedaan.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57682_0_5_18_68_"> In aanvulling op het tweede lid
                                    geldt voor meerjarige projecten de laatste Sisa verantwoording
                                    als de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.5.5. Vaststelling subsidie </titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e1169"><noot.nr>45</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In dit artikel is geregeld
                                            binnen welke termijn Gedeputeerde Staten besluiten ter
                                            zake van de vaststelling van de subsidie. De in dit
                                            artikel genoemde termijn is een maximum termijn. Indien
                                            mogelijk zullen Gedeputeerde Staten eerder
                                            beslissen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57682_0_5_19_69_">Gedeputeerde Staten stellen binnen
                                    22 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling
                                    de subsidie vast.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e1184"><noot.nr>46</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Als uitgangspunt geldt een
                                            beslistermijn van maximaal 22 weken, die begint op het
                                            moment van ontvangst van een aanvraag tot
                                            subsidievaststelling. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 1.6 Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1.6.1. Staatssteun</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten wijzigen of trekken de beschikking tot
                                subsidieverlening of subsidievaststelling in, als de subsidie is
                                aangemerkt als ontoelaatbare staatssteun.</al><al><noot id="d11e1203"><noot.nr>47</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Als een subsidie is aan te
                                        merken als ontoelaatbare staatssteun, moeten Gedeputeerde
                                        Staten het subsidiebesluit wijzigen of intrekken.]</noot.al></noot></al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Bijzondere bepalingen Familie, jeugd en gezin</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 2.1 Jeugdactiviteiten Eigen Kracht</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 2.2 Jeugdzorg</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 2.3 Senioren</titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 2.4 Transitie en transformatie jeugdzorg</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 2.5 Transitie Jeugdzorg Overijssel 2.0</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Bijzondere bepalingen Zorg en gezondheid</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 3.1 Zorg</titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 3.2 Ondersteuning uitvoering Wet maatschappelijke
                                ondersteuning</titel></kop><structuurtekst><al>De provincie heeft een wettelijke taak op het gebied van de Wmo.
                                Gedeputeerde Staten dragen zorg voor het voeren van beleid
                                betreffende steunfunctiewerk. Gedeputeerde Staten vullen deze taak
                                in door het laten uitvoeren van steunfunctietaken en door het
                                financieren van projecten van gemeenten in het kader van de Wmo.
                                Deze subsidieregeling bevat de criteria waaraan deze projecten
                                moeten voldoen.</al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 3.2.1. Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder Wmo: Wet maatschappelijke
                                ondersteuning, 29 juni 2006, Stb. 2006/351.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.2.2. Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor activiteiten
                                die gemeenten ondersteunen bij hun taken voor de uitvoering van de
                                Wmo.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.2.3. Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie voldoet aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57684_0_2_3_1_"> De aanvrager is een Overijsselse
                                    gemeente;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57684_0_2_3_2_"> De activiteit betreft de uitvoering
                                    ten minste één van de drie doelstellingen, zoals benoemd in de
                                    Wmo;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e1301"><noot.nr>48</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De drie doelstellingen
                                            zijn:</noot.al><noot.al>- bevorderen van de sociale samenhang, de
                                            mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van
                                            voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een
                                            beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente,
                                            alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk
                                            geweld,</noot.al><noot.al>- ondersteunen van de zelfredzaamheid en de
                                            participatie van personen met een beperking of met
                                            chronische psychische of psychosociale problemen zoveel
                                            mogelijk in de eigen leefomgeving,</noot.al><noot.al>- bieden van beschermd wonen en opvang.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57684_0_2_3_3_"> De activiteit is uiterlijk 31
                                    december 2019 afgerond.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.2.4. Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten met
                                een maximale subsidie van € 300.000 per aanvraag.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.2.4a Subsidiabele kosten</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.1.6 sub d zijn de gemeentelijke
                                apparaatskosten wel subsidiabel.</al><al><noot id="d11e1333"><noot.nr>49</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Deze afwijking is
                                        noodzakelijk, omdat de provincie een wettelijke taak heeft
                                        om de uitvoering van de WMO te ondersteunen. ]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.2.5. Aanvullende stukken bij de aanvraag tot
                                    subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57684_0_2_6_4_"> De aanvrager maakt bij de aanvraag
                                    gebruik van het aanvraagformulier Ondersteuning uitvoering Wet
                                    maatschappelijke ondersteuning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57684_0_2_6_5_"> De aanvrager overlegt in aanvulling
                                    op artikel 1.2.1. een projectplan waarin is uitgewerkt:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57684_0_2_6_5_1_"> de aanleiding voor het
                                            project;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57684_0_2_6_5_2_"> aan welke doelstellingen
                                            van de Wmo dit project bijdraagt;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57684_0_2_6_5_3_"> wat de beoogde concrete
                                            resultaten, doelen en effecten zijn;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57684_0_2_6_5_4_"> de looptijd en fasering
                                            van het project;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57684_0_2_6_5_5_"> wat de begrote kosten en
                                            inkomsten zijn;</al></li><li nr="f."><al id="anker-H57684_0_2_6_5_6_"> welke andere gemeenten en
                                            andere participanten aantoonbaar betrokken zijn bij het
                                            project;</al></li><li nr="g."><al id="anker-H57684_0_2_6_5_7_"> hoe de resultaten van het
                                            project beschikbaar worden gesteld aan andere
                                            gemeenten.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.2.6. Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.2.7. Indieningstermijn aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57684_0_2_8_6_"> In afwijking van artikel 1.2.2.
                                    geldt dat een aanvraag voor een subsidie ingediend kan worden
                                    vanaf 1 mei en ontvangen moet zijn uiterlijk op 1 juni van het
                                    betreffende kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57684_0_2_8_7_"> Een onvolledige aanvraag voor
                                    subsidie kan na sluitingsdatum alleen volledig worden gemaakt
                                    voor zover het geen inhoudelijke aanvulling of wijziging van de
                                    aanvraag betreft.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.2.8. Volgorde van behandeling</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e1404"><noot.nr>50</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De regeling is gebaseerd
                                            op een ‘tendersysteem'. Dat houdt in dat alle aanvragen
                                            vóór een bepaald tijdstip moeten worden ingediend en
                                            gelijktijdig worden beoordeeld in welke mate ze voldoen
                                            aan de criteria van de regeling. De hoogst gerangschikte
                                            aanvragen worden vervolgens toegewezen voor zover het
                                            subsidieplafond dat toelaat. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57684_0_2_9_8_"> In afwijking van artikel 1.1.3.
                                    plaatsen Gedeputeerde Staten de subsidieaanvragen in een
                                    prioriteitsvolgorde. Gedeputeerde Staten verstrekken subsidie in
                                    de volgorde van de vastgestelde prioriteit, voor zover het
                                    subsidieplafond dit toelaat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57684_0_2_9_9_"> Aanvullend op het eerste lid geldt
                                    voor de subsidieaanvragen dat de prioriteitsvolgorde wordt
                                    bepaald op basis van scoretabel 1. Aan de hand van scoretabel 1
                                    wordt berekend welke totale score het project behaalt voor de
                                    volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57684_0_2_9_9_8_"> het aantal daadwerkelijk
                                            deelnemende gemeenten;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57684_0_2_9_9_9_"> de mate waarin het project
                                            inhoudelijk bijdraagt aan de doelstellingen van de
                                            Wmo;</al></li></lijst><al><noot id="d11e1430"><noot.nr>51</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Gedeputeerde Staten kunnen
                                            een externe deskundige om advies vragen ter beoordeling
                                            van de mate waarin het project inhoudelijk bijdraagt aan
                                            de doelstellingen van de Wmo.]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="c."><al id="anker-H57684_0_2_9_9_10_"> de hoogte van de
                                            investeringen van de aanvragende gemeente en andere
                                            financiers dan de provincie Overijssel in verhouding tot
                                            de bijdrage van de provincie Overijssel;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57684_0_2_9_9_11_"> de mate waarin het
                                            ontwikkelde concept of de opgedane kennis aantoonbaar
                                            worden overgedragen aan andere Overijsselse
                                            gemeenten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57684_0_2_9_10_"> Bij een gelijke score bepaalt ten
                                    eerste het aantal daadwerkelijk deelnemende gemeenten de
                                    prioriteitsvolgorde, met dien verstande dat het project waar het
                                    aantal deelnemende gemeenten het hoogst is, een hogere
                                    prioriteit krijgt. Mocht dit resulteren in een gelijke score dan
                                    bepaalt de hoogte van de investeringen van de aanvragende
                                    gemeente en overige financiers, in verhouding tot de bijdrage
                                    van de provincie Overijssel, de prioriteitsvolgorde.</al><al><noot id="d11e1451"><noot.nr>52</noot.nr><noot.al>[Toelichting: Scoretabel 1</noot.al><noot.al><vet>Onderdeel</vet>; <vet>Cijfer</vet>;
                                                <vet>Weging</vet>; <vet>Score</vet>; </noot.al><noot.al>a. het aantal daadwerkelijk deelnemende gemeenten;
                                            matig (1), goed (3), uitstekend (4); 30%; Cijfer x 0,3 =
                                            score 1; </noot.al><noot.al>b. de mate waarin het project inhoudelijk bijdraagt
                                            aan de doelstellingen van de Wmo. Dit wordt bepaald op
                                            basis van de volgende factoren: impact van het project
                                            op de doelstellingen, geografische verdeling en de mate
                                            waarin het project innovatief is voor Overijssel'; matig
                                            (1), goed (3), uitstekend (4); 30%; Cijfer x 0,3 = score
                                            2; </noot.al><noot.al>c. de hoogte van de investeringen van de
                                            aanvragende gemeente en andere financiers dan de
                                            provincie Overijssel in verhouding tot de bijdrage van
                                            de provincie Overijssel; matig (1), goed (3), uitstekend
                                            (4); 20%; Cijfer x 0,2 = score 3; </noot.al><noot.al>d. de mate waarin het ontwikkelde concept of de
                                            opgedane kennis aantoonbaar worden overgedragen aan
                                            andere Overijsselse gemeenten.; matig (1), goed (3),
                                            uitstekend (4); 20%; Cijfer x 0,2 = score 4; </noot.al><noot.al>; ; ; Totale score = score 1 + score 2 + score 3 +
                                            score 4]; </noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.2.9. Verplichtingen van de
                                    subsidieontvanger</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.4.1. en 1.4.2. dient de subsidieontvanger
                                de opgedane kennis of het ontwikkelde concept beschikbaar te stellen
                                aan andere Overijsselse gemeenten.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Bijzondere bepalingen Cultuur, sport en vrije
                            tijd</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.1 Archeologie</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.2 Restauratieachterstanden Rijksmonumenten</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken] </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.3 Podiumplan</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken] </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.4 Cultuurdeelname</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.5 Productiefonds Overijssel</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e1526"><noot.nr>53</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De provincie Overijssel geeft
                                        in 2013-2015 een impuls aan de vergroting van de dynamiek,
                                        diversiteit en vitaliteit van de kunstensector in
                                        Overijssel. Hiervoor heeft zij de subsidieregeling
                                        Productiefonds Overijssel 2013-2015 in het leven
                                        geroepen.</noot.al><noot.al>Dit om aan de ene kant ter aanvulling op het reguliere
                                        aanbod bijzondere producties mogelijk te maken. En aan de
                                        andere kant een aantrekkelijker werkklimaat voor
                                        getalenteerde makers te stimuleren. Het gaat de provincie om
                                        professionele initiatieven met een bijzondere waarde voor
                                        Overijssel. Met deze impuls kan een nieuw en nog breder en
                                        groter publiek voor de kunsten in Overijssel bereikt
                                        worden.]</noot.al></noot></al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subparagraaf 4.5.1. Versterking productie aanbod
                                Overijssel</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.5.1.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_6_1_1_"> productie: het geheel van artistieke
                                    creatie, ontwikkeling en uitvoering van een nieuwe uiting op het
                                    terrein van ten minste één van de volgende kunstdisciplines:
                                    muziek, theater, beeldende kunst en vormgeving, film, nieuwe
                                    media, literaire cultuur, niet zijnde een festival, boek, cd- of
                                    dvd-uitgave of een tentoonstelling;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_6_1_2_"> artistiek inhoudelijke kwaliteit: de
                                    artistiek inhoudelijke kwaliteit van een productie blijkt uit
                                    het vakmanschap, de zeggingskracht en de oorspronkelijkheid van
                                    de productie;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e1561"><noot.nr>54</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Vakmanschap is een
                                            noodzakelijke randvoorwaarde om de beoogde artistieke
                                            kwaliteit ook daadwerkelijk te kunnen realiseren.
                                            Zeggingskracht en oorspronkelijkheid zijn uiteindelijk
                                            bepalend voor de artistieke kwaliteit. Het is dan ook
                                            van groot belang dat in de beschrijving van de productie
                                            voldoende inzichtelijk wordt gemaakt op welke wijze de
                                            aanvrager deze zeggingskracht en oorspronkelijkheid
                                            denkt te realiseren. Daarvoor is noodzakelijk dat in de
                                            aanvraag duidelijk wordt gemaakt vanuit welke
                                            inhoudelijke visie de productie gestalte
                                            krijgt.</noot.al><noot.al>Het vakmanschap van de kunstenaar bestaat niet
                                            alleen uit ambachtelijke vaardigheden. Vakmanschap van
                                            een kunstenaar is méér dan ambacht, namelijk door de
                                            specifieke greep van (een) specifieke kunstenaar(s) op
                                            materiaal. Dat materiaal kan bestaan uit verf, steen,
                                            muziek, taal of wat in de kunsten ook maar als grondstof
                                            gebruikt kan worden (ook oorspronkelijk werk van een
                                            ander). De specifieke greep van de kunstenaar is wat hij
                                            of zij met dat materiaal doet, te vertellen heeft, vorm
                                            wil geven, tot uitdrukking wil brengen, met een publiek
                                            wil delen: zijn artistieke visie. De combinatie van zijn
                                            ambachtelijke vaardigheden en visie vormen het
                                            vakmanschap van de kunstenaar. Sterker, dit is wat hem
                                            kunstenaar maakt en een kunstwerk doet creëren, in
                                            plaats van een producent die een product maakt. Zonder
                                            visie kan een werk ambachtelijk kwaliteit hebben, het is
                                            dan echter geen kunst. </noot.al><noot.al>Zeggingskracht ontstaat uit het vakmanschap plus
                                            wat wel de ‘noodzaak' of ‘urgentie' van een kunstwerk
                                            genoemd wordt. Terwijl vakmanschap een objectief te
                                            omschrijven fenomeen is, is noodzaak/urgentie
                                            subjectiever. Het is de overtuiging die een kunstwerk in
                                            zich draagt en vanuit zichzelf profileert. Het is een
                                            eigenschap die door iedere, zeker de geoefende,
                                            ontvanger ongeacht smaak, esthetische opvatting of
                                            persoonlijke mening, in een kunstwerk herkend wordt. Het
                                            vakmanschap van een kunstenaar is geen garantie voor
                                            deze zeggingskracht. Echter, wanneer het vakmanschap van
                                            de kunstenaar in essentie onvoldoende wordt benut, zal
                                            er zeker geen sprake zijn van zeggingskracht in het
                                            kunstwerk. Dat geldt niet alleen voor werken die af
                                            zijn, het geldt ook voor plannen. </noot.al><noot.al>Het vakmanschap en de zeggingskracht geven een
                                            kunstwerk zijn oorspronkelijkheid. </noot.al><noot.al>Oorspronkelijkheid is een combinatie van
                                            authenticiteit, originaliteit en zelfstandigheid in een
                                            kunstwerk. De specifieke greep van de kunstenaar op het
                                            materiaal maakt het werk oorspronkelijk. Een kunstwerk
                                            kan nooit oorspronkelijk zijn als het vakmanschap er
                                            niet ten volle in terugkomt. De visie van de kunstenaar
                                            is hierin een essentieel criterium, hij is per slot van
                                            rekening de geestesvader van het gecreëerde.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57685_0_6_1_3_"> festival: een feest of openbare
                                    gebeurtenis met verschillende activiteiten of evenementen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57685_0_6_1_4_"> tentoonstelling: een tijdelijke of
                                    permanente gelegenheid waarbij één of meer personen of
                                    organisaties objecten tonen voor een publiek van particulieren
                                    of bedrijven, die voor dit doel naar deze gelegenheid
                                    komen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57685_0_6_1_5_"> kunstenaar: degene die een
                                    artistieke bijdrage levert aan de productie;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57685_0_6_1_6_"> gevestigd in Overijssel: indien de
                                    maker of kunstenaar een bedrijf is dan is dit bedrijf statutair
                                    gevestigd in Overijssel tenzij het bedrijf geen
                                    rechtspersoonlijkheid heeft, dan moet het bedrijf een
                                    bedrijfspand bezitten of huren in Overijssel en vanuit daar ook
                                    zijn activiteiten of een deel van de activiteiten
                                    uitvoeren;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57685_0_6_1_7_"> woonachtig in Overijssel: de
                                    persoon, zijnde de maker of kunstenaar, staat ingeschreven bij
                                    een Overijsselse gemeente als inwoner en woont daar ook
                                    daadwerkelijk;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57685_0_6_1_8_"> maker: de artistiek leider of
                                    leiders van de productie of degene die een kunstwerk maakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.5.1.2. Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_6_2_9_"> professionele producties met een
                                    hoge artistieke inhoudelijke kwaliteit en ten minste een
                                    nationale uitstraling;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_6_2_10_"> professionele producties met ten
                                    minste een provinciale uitstraling.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e1628"><noot.nr>55</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Op basis van deze regeling
                                            kan subsidie aangevraagd worden voor de kosten van
                                            professionele producties in alle kunstdisciplines. Het
                                            gaat om producties waarvan een hoge artistieke kwaliteit
                                            verwacht wordt en ten minste een nationale uitstraling
                                            en om producties met ten minste een provinciale
                                            uitstraling. Rechtspersonen zoals culturele instellingen
                                            kunnen een aanvraag indienen, maar ook natuurlijke
                                            personen zoals individuele kunstenaars (beeldend
                                            kunstenaars, componisten, auteurs). De subsidiabele
                                            kosten zijn alle voor de productie noodzakelijke kosten
                                            die aantoonbaar rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de
                                            productie binnen de projectperiode. Dit betekent dat de
                                            kosten die gemaakt worden voor het voorbereiden,
                                            ontwikkelen en uitvoeren van de productie subsidiabel
                                            zijn. De aanvrager geeft met behulp van het
                                            aanvraagformulier aan of hij subsidie vraagt voor
                                            onderdeel a) of onderdeel b). </noot.al><noot.al>Aanvragen voor festivals, boekuitgaven,
                                            tentoonstellingen, cd-dvd uitgave en aanvragen ter
                                            aanvullende bekostiging van de reguliere activiteiten
                                            van door de provincie Overijssel gesubsidieerde
                                            instellingen komen niet in aanmerking. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.5.1.3. Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_6_3_11_"> De aanvraag voor subsidie moet
                                    voldoen aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57685_0_6_3_11_1_"> de productie wordt
                                            ontwikkeld in Overijssel;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57685_0_6_3_11_2_"> een deel van de
                                            uitvoeringen vindt plaats in Overijssel;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57685_0_6_3_11_3_"> de maker of een deel van
                                            de makers en een deel van de bij de productie betrokken
                                            kunstenaars is gevestigd of woonachtig in
                                            Overijssel;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57685_0_6_3_11_4_"> de productie maakt geen
                                            deel uit van regulier door Rijk of provincie Overijssel
                                            gesubsidieerde activiteiten van een instelling;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57685_0_6_3_11_5_"> de productie is geen
                                            festival, boekuitgave, tentoonstelling, cd of dvd
                                            uitgave;</al></li><li nr="f."><al id="anker-H57685_0_6_3_11_6_"> de productie staat onder
                                            leiding van personen die aantoonbaar beschikken over
                                            artistieke kwaliteiten als maker en ervaring hebben in
                                            het artistiek en productioneel leiden van projecten. Dit
                                            moet aangetoond worden aan de hand van CV's, met
                                            relevant arbeids- en opleidingsverleden;</al></li><li nr="g."><al id="anker-H57685_0_6_3_11_7_"> de productie onderscheidt
                                            zich vanwege haar toegevoegde waarde voor het kunst- en
                                            cultuuraanbod van de in artikel 4.5.1.1 genoemde
                                            kunstdisciplines in Overijssel;</al></li><li nr="h."><al id="anker-H57685_0_6_3_11_8_"> als de subsidie een
                                            steunmaatregel is dan moet het voldoen aan de
                                            de-minimisverordening.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.5.1.4. Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_6_4_12_"> De subsidie als bedoeld in 5.4.1.2.
                                    onder sub a bedraagt maximaal 40% van de subsidiabele kosten met
                                    een maximum van € 75.000 per aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_6_4_13_"> De subsidie als bedoeld in 5.4.1.2.
                                    onder sub b bedraagt maximaal 40% van de subsidiabele kosten met
                                    een maximum tot € 25.000 per aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.5.1.5. Aanvullende stukken bij de aanvraag tot
                                    subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_6_5_14_"> De aanvrager maakt bij de aanvraag
                                    gebruik van het aanvraagformulier Versterking productieaanbod
                                    Overijssel.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e1698"><noot.nr>56</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het aanvraagformulier
                                            Versterking productieaanbod Overijssel is te vinden op
                                            www.overijssel.nl/subsidie.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_6_5_15_"> De aanvrager overlegt, in afwijking
                                    van artikel 1.2.1. tweede lid, bij zijn aanvraag voor
                                    subsidie:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57685_0_6_5_15_9_"> een productieplan
                                            betreffende het doel en het artistieke concept van de
                                            productie, de wijze waarop de beoogde doelen worden
                                            bereikt, de personen en instellingen uit Overijssel die
                                            bij de productie zijn betrokken, een beschrijving van
                                            een marketingstrategie betreffende de publieksgroep of
                                            publieksgroepen die aanvrager met de productie wil
                                            bereiken en de marketinginstrumenten die worden
                                            ingezet;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57685_0_6_5_15_10_"> een gespecificeerde
                                            begroting, de geraamde kosten met dekkingsplan en de
                                            geraamde opbrengsten conform artikel 1.1.5;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57685_0_6_5_15_11_"> CV's van de maker en
                                            artistieke leiding van de productie;</al></li></lijst><al><noot id="d11e1722"><noot.nr>57</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Een CV is een zelfstandig
                                            document waarin een overzicht wordt gegeven van
                                            opleidingen, functies en andere relevante
                                            activiteiten.]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="d."><al id="anker-H57685_0_6_5_15_12_"> Een speellijst of een
                                            aantal intentieverklaringen waaruit een provinciale c.q.
                                            nationale uitstraling zichtbaar blijkt.</al></li></lijst><al><noot id="d11e1735"><noot.nr>58</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Een speellijst is een
                                            opsomming van alle locaties en speeldata waarvan
                                            enigszins zeker is dat de productie daar zal worden
                                            uitgevoerd dan wel het kunstwerk te bezichtigen zal
                                            zijn.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.5.1.6. Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.5.1.7 Adviescommissie</titel></kop><al>Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 4.5.1.2 sub a
                                wordt om advies voorgelegd aan de Adviescommissie Productiefonds
                                Overijssel 2013-2015 die advies geeft over:</al><al>a. De hoge artistieke inhoudelijke kwaliteit van de productie; </al><al><noot id="d11e1758"><noot.nr>59</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De artistiek inhoudelijke
                                        kwaliteit wordt beoordeeld aan de hand van de invulling van
                                        de begrippen vakmanschap, zeggingskracht en
                                        oorspronkelijkheid.]</noot.al></noot></al><al>b. De nationale uitstraling van de productie;</al><al>c. De artistieke kwaliteit van de maker(s);</al><al>d. De toegevoegde waarde voor het bestaande kunst- en cultuuraanbod
                                in Overijssel.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.5.1.8. Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.3.1 weigeren Gedeputeerde Staten de
                                    subsidie indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_6_8_16_"> de te verstrekken subsidie als
                                    bedoeld in artikel 4.5.1.2 sub a minder dan € 25.000
                                    bedraagt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_6_8_17_"> de te verstrekken subsidie als
                                    bedoeld in artikel 4.5.1.2 sub b minder dan € 10.000
                                    bedraagt.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subparagraaf 4.5.2 Nieuwe makers Overijssel</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e1796"><noot.nr>60</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Gedeputeerde Staten willen
                                        bijdragen aan de ontwikkeling van beginnende Overijsselse
                                        makers tot professionals, binnen de verschillende
                                        kunstdisciplines. Daartoe verstrekt zij subsidie voor
                                        ontwikkelingstrajecten, waarin een Overijsselse maker zich
                                        kan ontwikkelen door onder begeleiding van een professionele
                                        organisatie ten minste één artistieke productie te
                                        realiseren. Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend door
                                        een professionele organisatie.]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 4.5.2.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_7_9_18_"> nieuwe maker: Overijsselse maker of
                                    groep van nieuwe Overijsselse makers die zich nog niet of maar
                                    beperkt als professional heeft of hebben gemanifesteerd in de
                                    cultuursector;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e1820"><noot.nr>61</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Als indicatie geldt dat,
                                            op het moment dat de subsidieaanvraag wordt ingediend,
                                            de maker niet langer dan drie jaar als maker actief is.
                                            Een nieuwe maker kan wel al langere tijd als uitvoerder
                                            (bijv. acteur, danser, musicus) actief zijn
                                            geweest.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_7_9_19_"> professionele organisatie:
                                    organisatie die primair gericht is op het zelf ontwikkelen en
                                    produceren van artistieke producties of het uitvoeren
                                    daarvan;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57685_0_7_9_20_"> ontwikkelingstraject: een periode
                                    waarin een bijdrage wordt geleverd aan de ontwikkeling van de
                                    nieuwe maker. Centraal staan de leerdoelen persoonlijk,
                                    artistiek en zakelijk van de maker;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57685_0_7_9_21_"> productie: het geheel van
                                    artistieke creatie, ontwikkeling en uitvoering van een nieuwe
                                    uiting op het terrein van ten minste één kunstdiscipline zoals,
                                    muziek, theater, beeldende kunst en vormgeving, film, nieuwe
                                    media, literaire cultuur of fotografie;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57685_0_7_9_22_"> maker: de artistiek leider van de
                                    productie of degene die een kunstwerk maakt;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57685_0_7_9_23_"> artistieke verantwoordelijkheid: de
                                    verantwoordelijkheid voor alle artistieke keuzes die gemaakt
                                    worden binnen een productie en de keuzevrijheid om deze keuzes
                                    zelfstandig te maken. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.5.2.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen een subsidie verstrekken voor het
                                ontwikkelingstraject van een nieuwe maker of een groep van nieuwe
                                makers, waarin ten minste één productie wordt ontwikkeld en
                                uitgevoerd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.5.2.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie voldoet aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_7_11_24_"> de aanvrager is een professionele
                                    organisatie of een samenwerking van professionele organisaties,
                                    met elk een vestigingsadres in Overijssel;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_7_11_25_"> de nieuwe maker is woonachtig in
                                    Overijssel;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57685_0_7_11_26_"> er is sprake van een intensieve
                                    samenwerking tussen de aanvrager en de nieuwe maker, zowel ten
                                    aanzien van de artistieke en zakelijke doelen als ten aanzien
                                    van de coaching op persoonlijke leerdoelen van de nieuwe
                                    maker;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57685_0_7_11_27_"> er is aantoonbaar voorzien in
                                    deskundige begeleiding voor de duur van ten minste 12 maanden,
                                    zowel artistiek, zakelijk als coaching op persoonlijke
                                    leerdoelen van de nieuwe maker;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e1890"><noot.nr>62</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In de aanvraag moet op
                                            basis van een CV worden aangetoond dat sprake is van
                                            deskundigheid op het gebied van het begeleiden van een
                                            maker.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57685_0_7_11_28_"> er wordt ten minste één productie
                                    in Overijssel gemaakt en uitgevoerd;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57685_0_7_11_29_"> de artistieke verantwoordelijkheid
                                    voor de productie die tot stand komt, berust bij de nieuwe
                                    maker;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57685_0_7_11_30_"> het ontwikkelingstraject inclusief
                                    de voorgenomen productie maakt geen deel uit van regulier door
                                    Rijk of de provincie gesubsidieerde activiteiten van de
                                    aanvrager;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57685_0_7_11_31_"> als de subsidie een steunmaatregel
                                    is dan moet het voldoen aan de de-minimisverordening;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al id="anker-H57685_0_7_11_32_"> de aanvraag moet vooraf zijn
                                    afgestemd met de beleidsmedewerker van de provincie Overijssel
                                    die betrokken is bij paragraaf 4.5 Productiefonds
                                    Overijssel.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.5.2.4 Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt maximaal 80% van de subsidiabele kosten met een
                                maximum van € 50.000 per aanvraag.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.5.2.4a Subsidiabele kosten</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.1.5 eerste lid bedragen de loonkosten
                                maximaal € 11,55 per uur met een maximum van € 2.000 bruto per maand
                                of maximaal het geldende CAO-loon.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.5.2.5. Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.5.2.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag voor
                                    subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_7_15_33_"> De aanvrager maakt bij de aanvraag
                                    gebruik van het Aanvraagformulier Nieuwe makers Overijssel.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e1954"><noot.nr>63</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het aanvraagformulier
                                            Nieuwe makers Overijssel is te vinden op
                                            www.overijssel.nl/subsidie.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_7_15_34_"> De aanvrager overlegt, in
                                    aanvulling op artikel 1.2.1 tweede lid, bij zijn aanvraag voor
                                    subsidie tevens:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57685_0_7_15_34_13_"> een plan met daarin
                                            tenminste opgenomen het ontwikkelingstraject van de
                                            nieuwe maker zowel artistiek, zakelijk als coaching op
                                            persoonlijke leerdoelen en een omschrijving van de
                                            beoogde productie;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57685_0_7_15_34_14_"> CV van de betreffende
                                            nieuwe maker of nieuwe makers én de CV's van de
                                            deskundige begeleider of begeleiders.</al></li></lijst><al><noot id="d11e1975"><noot.nr>64</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Een CV is een zelfstandig
                                            document waarin een overzicht wordt gegeven van
                                            opleidingen, functies en andere relevante
                                            activiteiten.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.5.2.7 Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.3.1 weigeren Gedeputeerde Staten de
                                    subsidie indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_7_16_35_"> minder dan € 20.000 aan subsidie
                                    zal worden verstrekt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_7_16_36_"> voor de betreffende nieuwe maker
                                    al subsidie op basis van deze paragraaf is verstrekt;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57685_0_7_16_37_"> de aanvrager al drie keer subsidie
                                    op basis van deze paragraaf verstrekt heeft gekregen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57685_0_7_16_38_"> voor de nieuwe maker subsidie is
                                    verstrekt op grond van de Deelregeling projectsubsidies Fonds
                                    Podiumkunsten;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57685_0_7_16_39_"> de aanvrager een intermediair is
                                    tussen de professionele organisatie en de nieuwe maker;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57685_0_7_16_40_"> de productie niet bijdraagt aan de
                                    spreiding over de in artikel 4.5.2.1 sub d genoemde
                                    kunstdisciplines.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.5.2.8 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.4.1 en artikel 1.4.2 is de
                                subsidieontvanger verplicht de subsidiabele activiteit binnen 2 jaar
                                na subsidieverlening te hebben afgerond.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.5.2.9. Aanvullende stukken bij de aanvraag tot
                                    vaststelling van de subsidie</titel></kop><al>Een aanvraag voor vaststelling van een subsidie van € 25.000 of meer
                                bevat, in aanvulling op artikel 1.5.2 tweede lid, een door de nieuwe
                                maker ondertekend evaluatieformulier.</al><al><noot id="d11e2035"><noot.nr>65</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Een format van een
                                        evaluatieformulier wordt bij de verlening van de subsidie
                                        meegezonden.]</noot.al></noot></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.6 Beeldende Kunst en Vormgeving Art (E)motion</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.7 Cultureel erfgoed</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.8 Stimulering Re-animatie industrieel en agrarisch
                                erfgoed Overijssel</titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.9 Sportaccommodaties en jeugd</titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.10 Overijssel werkt! KwaliteitsImpuls Toerisme in
                                Overijssel </titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.11 Bedrijfsnatuurplannen recreatieondernemers (pMJP
                                3.2.5)</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.12 Routenetwerken (pMJP 3.2.1, 3.2.2, 3.2.3,
                                3.2.4)</titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.13 Vrijetijdseconomie Routebeleving 2014-2015</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Paragraaf 4.14 Vrijwilligers</titel></kop><al>[ingetrokken]</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.15 Evenementen en festivals</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken] </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.16 Cultuureducatie ‘Cultuur aan de basis'</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.16.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_17_20_41_"> cultuureducatie: het onderwijs
                                    gericht op het bereiken van de kerndoelen binnen het leergebied
                                    kunstzinnige oriëntatie van het primair onderwijs. De Kerndoelen
                                    zijn vastgesteld in het Besluit vernieuwde kerndoelen Wet
                                    Primair Onderwijs;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_17_20_42_"> doorgaande leerlijn: de
                                    uitwerking per leerjaar van wat een kind aan het eind van het
                                    primair onderwijs moet kennen en kunnen. Deze uitwerking is
                                    gebaseerd op de kerndoelen kunstzinnige oriëntatie en geeft
                                    daarnaast zicht op de plaats van cultuur binnen andere vakken,
                                    de aansluiting tussen primair en voortgezet onderwijs en de
                                    aansluiting tussen binnenschools en buitenschools leren;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57685_0_17_20_43_"> intentieverklaring: een
                                    schriftelijke verklaring waarin een schoolbestuur vastlegt dat
                                    ze deelneemt aan het gemeentelijke cultuureducatieplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.16.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_17_21_44_"> een aanbod van cultuureducatieve
                                    activiteiten voor het primair onderwijs;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_17_21_45_"> activiteiten gericht op de
                                    verdieping en implementatie van doorgaande leerlijnen
                                    cultuureducatie;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57685_0_17_21_46_"> activiteiten die bijdragen aan de
                                    vakinhoudelijke deskundigheid van leerkrachten inclusief
                                    vakdocenten en educatief medewerkers op het gebied van
                                    cultuureducatie;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e2166"><noot.nr>66</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het gaat hierbij zowel om
                                            pedagogisch-didactische vaardigheden als ook om
                                            vaardigheden in de verschillende kunstdisciplines en
                                            kennis over het cultureel erfgoed. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57685_0_17_21_47_"> activiteiten gericht op het
                                    versterken van de meerjarige samenwerking van de school met de
                                    lokale culturele omgeving ten behoeve van de kunstzinnige en
                                    culturele ontwikkeling van leerlingen.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e2182"><noot.nr>67</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Hierbij valt bijvoorbeeld
                                            te denken aan een meerjarige samenwerking tussen een
                                            culturele organisatie met een onderwijsinstelling.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.16.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_17_22_48_"> de aanvrager is een Overijsselse
                                    gemeente;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_17_22_49_"> de aanvraag moet betrekking
                                    hebben op ten minste drie van de vier in artikel 4.16.2 genoemde
                                    subsidiabele activiteiten voor de periode 2017, 2018, 2019 en
                                    2020;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57685_0_17_22_50_"> er is aantoonbaar gemaakt door de
                                    aanvrager dat het bedrag voor cultuureducatie op de
                                    gemeentelijke cultuurbegroting voor de jaren 2017, 2018, 2019 en
                                    2020 ten minste 75% bedraagt van het bedrag dat in 2016 op de
                                    gemeentelijke begroting was opgenomen voor cultuureducatie;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e2216"><noot.nr>68</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De aanvrager overlegt een
                                            collegevoorstel waarin B&amp;W of de gemeenteraad dit
                                            voornemen bevestigt. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57685_0_17_22_51_"> ten minste 50% van de scholen in
                                    een gemeente committeert zich inhoudelijk en financieel aan het
                                    gemeentelijke cultuureducatieplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.16.4 Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt per gemeente maximaal het bedrag zoals
                                opgenomen in tabel 1, waarbij de subsidie voor de activiteit als
                                bedoeld onder 4.16.2 sub a maximaal 60% van de totale subsidie
                                bedraagt.</al><al><noot id="d11e2236"><noot.nr>69</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De maximale subsidie is
                                        gebaseerd op het leerlingenaantal per gemeente, volgens de
                                        gegevens van DUO, peildatum 1 oktober 2014.</noot.al><noot.al>Maximum subsidie per gemeente</noot.al><noot.al><vet> Gemeente</vet>; <vet>Aantal leerlingen </vet>;
                                            <vet>Maximale subsidie </vet>; </noot.al><noot.al>Almelo; 6441; € 19.323; </noot.al><noot.al>Borne; 2002; € 6.006; </noot.al><noot.al>Dalfsen; 2702; € 8.106; </noot.al><noot.al>Deventer; 9208; € 27.624; </noot.al><noot.al>Dinkelland; 2525; € 7.575; </noot.al><noot.al>Enschede; 13109; € 39.327; </noot.al><noot.al>Haaksbergen; 2143; € 6.429; </noot.al><noot.al>Hardenberg; 5912; € 17.736; </noot.al><noot.al>Hellendoorn; 3356; € 10.068; </noot.al><noot.al>Hengelo; 7210; € 21.630; </noot.al><noot.al>Hof van Twente; 3162; € 9.486; </noot.al><noot.al>Kampen; 5364; € 16.092; </noot.al><noot.al>Losser; 1959; € 5.877; </noot.al><noot.al>Oldenzaal; 3151; € 9.453; </noot.al><noot.al>Olst-Wijhe; 1452; € 4.356; </noot.al><noot.al>Ommen; 1616; € 4.848; </noot.al><noot.al>Raalte; 3330; € 9.990; </noot.al><noot.al>Rijssen-Holten; 4182; € 12.546; </noot.al><noot.al>Staphorst; 2015; € 6.045; </noot.al><noot.al>Steenwijkerland; 3733; € 11.199; </noot.al><noot.al>Tubbergen; 2330; € 6.990; </noot.al><noot.al>Twenterand; 3530; € 10.590; </noot.al><noot.al>Wierden; 2351; € 7.053; </noot.al><noot.al>Zwartewaterland; 2619; € 7.857; </noot.al><noot.al>Zwolle; 11750; € 35.250; </noot.al><noot.al>; 107152; € 321.456]; </noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.16.5 Indieningstermijn aanvraag</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.2.2 kan een aanvraag worden ingediend
                                vanaf 2 januari 2017 en moet deze ontvangen zijn uiterlijk op 3
                                april 2017.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.16.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_17_48_52_"> De aanvrager maakt bij de
                                    aanvraag gebruik van het aanvraagformulier Cultuureducatie
                                    ‘Cultuur aan de basis'.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_17_48_53_"> In aanvulling op artikel 1.2.1.
                                    tweede lid overlegt de aanvrager bij zijn aanvraag voor
                                    subsidie:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57685_0_17_48_53_15_"> een vierjarig
                                            activiteitenplan, voor de jaren 2017, 2018, 2019 en 2020
                                            met daarin het aantal, de aard en de frequentie van de
                                            activiteiten die worden uitgevoerd op gebied van
                                            cultuureducatie, de samenwerkingsafspraken met het
                                            onderwijs en culturele instellingen;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57685_0_17_48_53_16_"> een intentieverklaring
                                            van het schoolbestuur voor deelname aan het
                                            gemeentelijke cultuureducatieplan; </al></li><li nr=""><al id="anker-H57685_0_17_48_53_17_"><noot id="d11e2363"><noot.nr>70</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In de
                                                  intentieverklaring geeft het schoolbestuur aan dat
                                                  zij voornemens is een inspanning te verrichten op
                                                  bijvoorbeeld samenwerking in ontwikkeling
                                                  doorlopende leerlijn, ontwikkeling van visie op
                                                  cultuureducatie, activiteiten die bijdragen aan de
                                                  deskundigheid van leerkrachten, vakdocenten en
                                                  educatief medewerkers op het gebied van
                                                  cultuureducatieactiviteiten die de relatie tussen
                                                  school en en de lokale culturele omgeving
                                                  versterken.]</noot.al></noot></al></li><li nr="c."><al id="anker-H57685_0_17_48_53_18_"> een overzicht van
                                            scholen die zich financieel en inhoudelijk committeren
                                            aan het gemeentelijk cultuureducatieplan;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57685_0_17_48_53_19_"> een collegevoorstel
                                            waarin B&amp;W of een raadsvoorstel waarin de
                                            gemeenteraad bevestigt dat een bedrag voor
                                            cultuureducatie op de gemeentelijke cultuurbegroting
                                            voor de jaren 2017, 2018, 2019 en 2020 ten minste 75%
                                            bedraagt van het bedrag dat in 2016 op de gemeentelijke
                                            begroting was opgenomen voor cultuureducatie.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.16.7 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.17 Cultuurmakelaars</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.17.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_18_50_54_"> cultuurmakelaar: een
                                    onafhankelijk adviseur, werkzaam voor de cultuursector die in
                                    opdracht van gemeenten werkt;</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57685_0_18_50_55_"><noot id="d11e2403"><noot.nr>71</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De cultuurmakelaar wordt
                                            onder andere ingezet om contacten tussen de culturele
                                            organisaties te intensiveren, de deskundigheid van
                                            culturele organisaties te verbeteren, vernieuwend aanbod
                                            te onderzoeken en hierin ondersteuning te
                                            bieden.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_18_50_56_"> [vervallen];</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57685_0_18_50_57_"> cultuurdisciplines: hieronder
                                    worden de volgende disciplines verstaan: muziek, theater,
                                    beeldende kunst en vormgeving, podiumkunsten, film, nieuwe media
                                    en literaire cultuur;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57685_0_18_50_58_"> samenwerkingsverband: de
                                    samenwerking tussen gemeenten, waarbij sprake is van financiële
                                    betrokkenheid bij de activiteit van alle betrokken
                                    partijen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57685_0_18_50_59_"> intentieverklaring: schriftelijke
                                    verklaring waarin een gemeente haar financiële bijdrage
                                    vastlegt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.17.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor een
                                cultuurmakelaar.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.17.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_18_52_60_"> Een aanvraag voor subsidie moet
                                    voldoen aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57685_0_18_52_60_20_"> de aanvrager maakt
                                            deel uit van een samenwerkingsverband van ten minste
                                            twee Overijsselse gemeenten, waarbij één van de
                                            gemeenten de aanvrager is; </al></li><li nr="b."><al id="anker-H57685_0_18_52_60_21_"> het werkterrein van de
                                            cultuurmakelaar bevindt zich binnen de provinciegrenzen
                                            van Overijssel;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57685_0_18_52_60_22_"> de activiteiten van de
                                            cultuurmakelaar hebben betrekking op ten minste drie
                                            cultuurdisciplines binnen het werkterrein van de
                                            cultuurmakelaar;</al></li><li nr=""><al id="anker-H57685_0_18_52_60_23_"><noot id="d11e2458"><noot.nr>72</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Hiermee wordt
                                                  beoogd dat de cultuurmakelaar als onafhankelijke
                                                  intermediair op een breed cultureel terrein wordt
                                                  ingezet met meerdere
                                                  cultuurdisciplines.]</noot.al></noot></al></li><li nr="d."><al id="anker-H57685_0_18_52_60_24_"> er is aantoonbaar voor
                                            ten minste 50% voorzien in de co-financiering van de
                                            totale subsidiabele kosten; </al></li><li nr=""><al id="anker-H57685_0_18_52_60_25_"><noot id="d11e2471"><noot.nr>73</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Hierbij wordt een
                                                  intentieverklaring van de partners die
                                                  co-financieren geleverd.]</noot.al></noot></al></li><li nr="e."><al id="anker-H57685_0_18_52_60_26_"> de cultuurmakelaar
                                            wordt ingezet voor ten minste vier uur per gemeente per
                                            week voor een periode van twee aaneensluitende jaren tot
                                            uiterlijk 1 juli 2021;</al></li><li nr="f."><al id="anker-H57685_0_18_52_60_27_"> de inzet van de
                                            cultuurmakelaar bedraagt maximaal 24 uur per week per
                                            aanvraag;</al></li><li nr="g."><al id="anker-H57685_0_18_52_60_28_"> de gevraagde en te
                                            verlenen subsidie per aanvraag bedraagt ten minste €
                                            25.000;</al></li><li nr="h."><al id="anker-H57685_0_18_52_60_29_"> als de subsidie een
                                            steunmaatregel is dan moet het voldoen aan artikel 2 van
                                            de de-minimisverordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_18_52_61_"> Aanvullend op het eerste lid moet
                                    een subsidie voor een activiteit die zich afspeelt in de
                                    gemeenten Deventer, Enschede, Hengelo of Zwolle aan het
                                    criterium voldoen dat de cultuurmakelaar in ten minste één
                                    andere Overijsselse gemeente dan de gemeenten Deventer,
                                    Enschede, Hengelo of Zwolle voor ten minste vier uur per week
                                    wordt ingezet.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.17.4 Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten, met
                                een maximum van € 55.000 per aanvraag.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.17.5 Subsidiabele kosten</titel></kop><al>Uitsluitend kosten van derden als bedoeld in artikel 1.1.5 vierde
                                lid zijn subsidiabel met een uurtarief van maximaal € 75.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.17.6 Indieningstermijn aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_18_55_62_"> In afwijking van artikel 1.2.2
                                    geldt dat een aanvraag kan worden ingediend:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57685_0_18_55_62_30_"> vanaf 1 november 2016
                                            en ontvangen moet zijn uiterlijk op 1 februari
                                            2017;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57685_0_18_55_62_31_"> vanaf 1 oktober 2018
                                            en ontvangen moet zijn uiterlijk op 3 december
                                            2018.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_18_55_63_"> [vervallen]</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.17.7 Aanvullende stukken bij aanvraag tot
                                    subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_18_56_64_"> De aanvrager maakt bij de
                                    aanvraag gebruik van het aanvraagformulier
                                    ‘Cultuurmakelaars'.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_18_56_65_"> In aanvulling op artikel 1.2.1,
                                    tweede lid overlegt de aanvrager bij zijn aanvraag voor
                                    subsidie:</al><lijst><li nr="a."><al> een projectplan waarin is opgenomen een functieprofiel
                                            van de gewenste cultuurmakelaar, het aantal benodigde
                                            uren, de duur van de projectperiode, en een </al><al> voorstel voor de regeling van het formeel
                                            werkgeverschap van de cultuurmakelaar</al></li><li nr="b."><al> een activiteitenplan met daarin het aantal, de aard en
                                            de frequentie van de activiteiten die worden uitgevoerd
                                            door de cultuurmakelaar, en de eventuele </al><al> samenwerkingsafspraken tussen de vragende partijen over
                                            de taken en de inhoudelijke aansturing van de
                                            cultuurmakelaar;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57685_0_18_56_65_34_"> het ‘format
                                            Intentieverklaring Samenwerking Cultuurmakelaars' waarin
                                            de samenwerkende partners verklaren financieel aan het
                                            project bij te dragen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.17.8 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.17.9 Weigeringsgrond</titel></kop><al>In aanvulling op 1.3.1 weigeren Gedeputeerde Staten een subsidie
                                indien de financiering als bedoeld onder artikel 4.17.3 eerste lid
                                onder sub d, een door de gemeente ontvangen provinciale subsidie
                                is.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.18 Cultuurparticipatie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.18.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_59_66_"> cultuurparticipatie: actief
                                    deelnemen aan kunst en cultuur op de volgende deelgebieden:
                                    beeldende kunst, volkscultuur, podiumkunsten, erfgoed, muziek en
                                    literatuur;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_59_67_"> amateurkunst: het actief
                                    beoefenen van kunst uit passie, liefhebberij of engagement,
                                    zonder daarmee primair in het levensonderhoud te willen
                                    voorzien;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_59_68_"> receptieve activiteit: activiteit
                                    waarbij de doelgroep passief kijkt of luistert naar kunst- of
                                    cultuuruitingen;</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57685_0_19_59_69_"><noot id="d11e2599"><noot.nr>74</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Hierbij gaat het
                                            bijvoorbeeld om een tentoonstelling in een museum, een
                                            concert, film, toneel- of dansvoorstelling.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_59_70_"> innovatieve activiteiten:
                                    activiteiten op het gebied van amateurkunst of
                                    cultuurparticipatie die nieuw zijn voor de aanvrager met als
                                    doel de inhoudelijke of organisatorische innovatie of innovatie
                                    op het gebied van talentontwikkeling te stimuleren;</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57685_0_19_59_71_"><noot id="d11e2615"><noot.nr>75</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Uit de aanvraag moet
                                            blijken dat de aanvrager een nieuw doel heeft, een
                                            nieuwe doelgroep aanboort of een nieuwe artistiek
                                            inhoudelijke keuze maakt, ten opzichte van eerdere
                                            projecten of zijn reguliere werkzaamheden.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_59_72_"> artistiek inhoudelijke kwaliteit:
                                    de artistiek inhoudelijke kwaliteit blijkt uit het vakmanschap,
                                    de zeggingskracht en de oorspronkelijkheid van de
                                    activiteiten;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_59_73_"> [vervallen];</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_59_74_"> culturele ontwikkeling
                                    deelnemers: het vergroten van de interesse in cultuur en de mate
                                    waarin actief wordt deelgenomen aan culturele activiteiten van
                                    en door deelnemers;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_59_75_"> deelnemers: personen die actief
                                    deelnemen aan een culturele activiteit;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_59_76_"> marketingplan: in een
                                    marketingplan staat beschreven hoe de aanvrager de doelgroep(en)
                                    gaat benaderen en waarom dit op die manier gebeurt;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_59_77_"> bedrijfsmiddel: zaak of object
                                    die in de onderneming wordt gebruikt en die niet is aangekocht
                                    om te verkopen, en waarover moet worden afgeschreven;</al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_59_78_"> talentontwikkeling: ontwikkelen
                                    en uitvoeren van een methodiek om talenten te begeleiden in hun
                                    culturele en artistieke ontwikkeling. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.18.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_60_79_"> Gedeputeerde Staten kunnen
                                    subsidie verstrekken voor activiteiten die aantoonbaar bijdragen
                                    aan de toename en ontwikkeling van cultuurparticipatie of
                                    amateurkunst en de culturele ontwikkeling van de deelnemers, in
                                    combinatie met ten minste twee van de volgende
                                    activiteiten:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57685_0_19_60_79_35_"> activiteiten die
                                            artistiek inhoudelijke innovatie beogen op het gebied
                                            van cultuurparticipatie, door samenwerkingen tussen
                                            verschillende amateurkunstdisciplines of samenwerkingen
                                            tussen de amateurkunstsector en professionele
                                            sector;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57685_0_19_60_79_36_"> innovatieve
                                            activiteiten ter verbetering van de deskundigheid van
                                            een culturele organisatie op het gebied van
                                            ledenwerving, vrijwilligersbeleid, publieksbereik,
                                            fondsenwerving, marketing en communicatie;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57685_0_19_60_80_"><noot id="d11e2678"><noot.nr>76</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het gaat hierbij om het
                                            borgen en verbreden van kennis en de know how van een
                                            organisatie op de genoemde gebieden.]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="c."><al id="anker-H57685_0_19_60_80_37_"> innovatieve
                                            activiteiten op het gebied van talentontwikkeling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_60_81_"> [vervallen].</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.18.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_61_82_"> Een aanvraag voor subsidie moet
                                    voldoen aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57685_0_19_61_82_38_"> de aanvrager is een
                                            rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57685_0_19_61_82_39_"> de activiteit vindt
                                            plaats binnen de provinciegrenzen van Overijssel;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57685_0_19_61_82_40_"> er is aantoonbaar voor
                                            ten minste 35% door de aanvrager of andere partijen dan
                                            de provincie Overijssel voorzien in de co-financiering
                                            van de totale subsidiabele kosten;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57685_0_19_61_82_41_"> indien sprake is van
                                            een subsidie als bedoeld in artikel 4.18.2 eerste lid
                                            dan bedraagt de gevraagde en de te verlenen subsidie ten
                                            minste € 5.000;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57685_0_19_61_82_42_"> [vervallen];</al></li><li nr="f."><al id="anker-H57685_0_19_61_82_43_"> als de subsidie een
                                            steunmaatregel is dan moet het voldoen aan artikel 2 van
                                            de de-minimisverordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_61_83_"> [vervallen].</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.18.4 Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_62_84_"> De subsidie als bedoeld in
                                    artikel 4.18.2 eerste lid bedraagt maximaal 40% van de
                                    subsidiabele kosten met een maximum van € 20.000.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_62_85_"> [vervallen]. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.18.4a Subsidiabele kosten</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.18.4b Niet subsidiabele kosten</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.18.5 Indieningstermijn aanvraag</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H57685_0_19_65_86_">In afwijking van artikel 1.2.2 kan
                                    een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 4.18.2 tweede
                                    lid worden ingediend vanaf 1 november 2015.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.18.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot
                                    subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_66_87_"> De aanvraag voor subsidie wordt
                                    ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier
                                    Cultuurparticipatie 2017 t/m 2020.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_66_88_"> De aanvrager overlegt, in
                                    afwijking van artikel 1.2.1. tweede lid, bij zijn aanvraag voor
                                    subsidie:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57685_0_19_66_88_44_"> een projectplan waarin
                                            is omschreven:</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57685_0_19_66_88_45_"> het doel van de
                                            activiteit;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57685_0_19_66_88_46_"> de artistiek
                                            inhoudelijke kwaliteit van de activiteit;</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57685_0_19_66_88_47_"> de wijze waarop de
                                            activiteiten als bedoeld in 4.18.2 sub a, b of c worden
                                            bereikt;</al></li><li nr="iv."><al id="anker-H57685_0_19_66_88_48_"> het aantal
                                            deelnemers;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57685_0_19_66_88_49_"> een gespecificeerde
                                            begroting, de geraamde kosten met dekkingsplan, geraamde
                                            opbrengsten inclusief een eventuele bijdrage van de
                                            deelnemers;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57685_0_19_66_88_50_"> een marketingplan
                                            betreffende de publieksgroep of -groepen die de
                                            aanvrager met het project wil bereiken en de
                                            marketinginstrumenten die worden ingezet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.18.7 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.18.8 Volgorde van behandeling</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H57685_0_19_68_89_">[vervallen]</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.18.9 Weigeringsgrond</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.3.1 weigeren Gedeputeerde Staten de
                                    subsidie:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_69_90_"> voor boekuitgaven, films of
                                    dvd's, aanschaf van audiovisuele middelen, muziekinstrumenten,
                                    kleding/uniformen, tentoonstellingen, congressen of
                                    beurzen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_69_91_"> activiteiten met een receptieve
                                    doelstelling;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_69_92_"> activiteiten gericht op het
                                    ontwikkelen van cultuureducatief aanbod in het primair
                                    onderwijs;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_69_93_"> activiteiten op het gebied van de
                                    media met een journalistieke en informatieve invulling;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_69_94_"> activiteiten die gericht zijn op
                                    het realiseren van een beeld of geluidregistratie van
                                    bijvoorbeeld concerten en voorstellingen;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_69_95_"> activiteiten die primair gericht
                                    zijn op of plaatsvinden binnen het kunstvakonderwijs met
                                    inbegrip van de mbo-kunstopleidingen en de particuliere
                                    opleidingen; </al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_69_96_"> vervallen</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_69_97_"> activiteiten die primair gericht
                                    zijn op het realiseren van reguliere scholingsactiviteiten voor
                                    professionals;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_69_98_"> activiteiten die behoren tot de
                                    reguliere bedrijfsvoering van de aanvrager;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al id="anker-H57685_0_19_69_99_"> [vervallen].</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.18.10 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><al>De subsidieontvanger is, in aanvulling op artikel 1.4.1 en artikel
                                1.4.2 verplicht om binnen 18 maanden na verlening van de subsidie de
                                activiteit te hebben afgerond.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.19 Erfgoed ‘Het verhaal van Overijssel'</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.19.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_20_71_100_"> archeologie: Overijsselse
                                    materiële overblijfselen van de menselijke geschiedenis die zich
                                    onder de grond bevinden. Ook grafheuvels, hunebedden, mottes en
                                    vergelijkbare overblijfselen van menselijk handelen in het
                                    verleden worden tot archeologie gerekend;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_20_71_101_"> cultureel erfgoed: Overijsselse
                                    gebouwen, bouwwerken en cultuurlandschappen die vanuit het
                                    verleden zijn overgebleven, die het waard zijn om behouden te
                                    blijven en die bijdragen aan de karakteristieke identiteit van
                                    het gebied;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57685_0_20_71_102_"> gebundelde aanpak: ten minste
                                    twee eigenaren nemen deel aan de activiteit. Voor
                                    terreinbeherende organisaties wordt hierop een uitzondering
                                    gemaakt als deze eigenaar zijn van een ensemble gebouwen,
                                    bouwwerken of cultuurhistorische elementen die bepalend zijn
                                    voor de karakteristieke identiteit van het gebied;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57685_0_20_71_103_"> restauratiewerkzaamheden:
                                    noodzakelijke renovatiewerkzaamheden aan gevels, daken of
                                    cultuurhistorische elementen; </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57685_0_20_71_104_"> streekcultuur: de Overijsselse
                                    gewoonten, gebruiken, tradities en rituelen uit het verleden,
                                    die voor mensen van nu betekenis hebben.</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57685_0_20_71_105_"><noot id="d11e2918"><noot.nr>77</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Hieronder wordt tevens
                                            immaterieel erfgoed verstaan.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57685_0_20_71_106_"> Betrokken partijen: partijen die
                                    financieel of in natura bijdragen aan de uitvoering van de
                                    activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.19.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor:</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e2942"><noot.nr>78</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het project waarvoor
                                            subsidie wordt aangevraagd richt zich op ten minste twee
                                            en bij voorkeur drie, van de thema's archeologie,
                                            cultureel erfgoed of streekcultuur/immaterieel erfgoed.
                                            Het verbinden van meerdere thema's versterkt het project
                                            en levert daarom ook een hogere score op bij het bepalen
                                            van de prioriteitsvolgorde van de aanvragen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_20_72_107_"> activiteiten ter verbetering van
                                    de zichtbaarheid en toegankelijkheid van de archeologie,
                                    inclusief aardkundige waarden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_20_72_108_"> de uitvoering van restauratie-
                                    en herstelwerkzaamheden, inclusief voorbereidende werkzaamheden,
                                    aan cultureel erfgoed binnen een gebundelde aanpak;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57685_0_20_72_109_"> activiteiten op het gebied van
                                    streekcultuur die: </al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57685_0_20_72_109_51_"> het verhaal en de
                                            geschiedenis achter een plek, karakteristiek gebouw of
                                            archeologische vondst uitdragen; of</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57685_0_20_72_109_52_"> bijdragen aan het
                                            uitdragen en behouden van streektaal en streekcultuur.
                                        </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.19.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_20_73_110_"> de aanvrager is een
                                    rechtspersoon;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_20_73_111_"> de activiteit richt zich op ten
                                    minste twee van de thema's archeologie, cultureel erfgoed,
                                    streekcultuur of immaterieel erfgoed;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57685_0_20_73_112_"> de gevraagde en te verlenen
                                    subsidie bedraagt ten minste € 7.500;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57685_0_20_73_113_"> de restauratie- en
                                    herstelwerkzaamheden als bedoeld in artikel 4.19.2 sub b dienen
                                    een substantiële bijdrage te leveren aan behoud, herstel of
                                    ontwikkeling van de karakteristieke identiteit van het
                                    gebied;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57685_0_20_73_114_"> de activiteit wordt uitgevoerd
                                    of begeleid door een deskundige uit het veld;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57685_0_20_73_115_"> als de subsidie een
                                    steunmaatregel is dan moet het voldoen aan artikel 2 van de
                                    de-minimisverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.19.4 Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt maximaal 40% van de subsidiabele kosten met
                                maximum van € 100.000 per aanvraag. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.19.5 Indieningstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_20_75_116_"> In afwijking van artikel 1.2.1
                                    geldt dat een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend: </al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57685_0_20_75_116_53_"> Vanaf 4 januari en
                                            ontvangen moet zijn uiterlijk op 1 februari voor 19.00
                                            uur van het betreffende kalenderjaar.</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57685_0_20_75_116_54_"> [vervallen]</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_20_75_117_"> Een onvolledige aanvraag voor
                                    subsidie kan na sluitingsdatum alleen volledig worden gemaakt
                                    voor zover het geen inhoudelijke aanvulling of wijziging van de
                                    aanvraag betreft.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.19.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag voor
                                    subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_20_76_118_"> De aanvrager maakt bij de
                                    aanvraag gebruik van het aanvraagformulier Erfgoed "Het Verhaal
                                    van Overijssel".</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_20_76_119_"> De aanvrager overlegt in
                                    aanvulling op artikel 1.2.1 bij de aanvraag tevens een
                                    projectplan en een communicatie- en marketingplan waarin is
                                    uitgewerkt: </al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57685_0_20_76_119_55_"> welke subsidiabele
                                            activiteiten in het project aan elkaar worden
                                            verbonden;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57685_0_20_76_119_56_"> hoe de gekozen
                                            publieksgroep of publieksgroepen van het project wordt
                                            of worden bereikt en welke communicatie- en
                                            marketinginstrumenten daarvoor worden ingezet;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57685_0_20_76_119_57_"> welke organisatie(s),
                                            met welke deskundigheid en ervaring, betrokken
                                            wordt/worden bij het project.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.19.7 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.19.8 Volgorde van behandeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_20_78_120_"> Gedeputeerde Staten plaatsen de
                                    subsidieaanvragen in prioriteitsvolgorde. Gedeputeerde Staten
                                    verstrekken de subsidie in volgorde van de vastgestelde
                                    prioriteit, voor zover het subsidieplafond dat toelaat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_20_78_121_"> De prioriteitsvolgorde als
                                    bedoeld onder het eerste lid wordt bepaald op basis van
                                    scoretabel 1. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57685_0_20_78_122_"> Bij een gelijke score bepaalt
                                    het aantal betrokken partijen de prioriteitsvolgorde. Mocht dit
                                    resulteren in een gelijkscore dan bepaalt de hoogte van de eigen
                                    bijdrage, zijnde het percentueel ten opzichte van de totale
                                    subsidiabele kosten de prioriteitsvolgorde.</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57685_0_20_78_123_"><noot id="d11e3089"><noot.nr>79</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De prioriteitsvolgorde
                                            wordt bepaald aan de hand van de totale score die het
                                            programma behaalt. Hierover adviseert de provinciale
                                            Monumentencommissie. Voor het berekenen van de score
                                            wordt Scoretabel 1 gebruikt.]</noot.al></noot></al><table><title>Scoretabel 1</title><tgroup cols="4"><colspec colname="C4" colnum="4"/><colspec colname="C3" colnum="3"/><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><thead><row><entry><al> Onderdeel</al></entry><entry><al>Cijfer</al></entry><entry><al>Weging</al></entry><entry><al>Score</al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al>Het aantal subsidiabele activiteiten dat het
                                                  project aan elkaar verbindt</al></entry><entry><al>2 of 3</al></entry><entry><al>40%</al></entry><entry><al>(Cijfer) x 0,4 = score 1</al></entry></row><row><entry><al>De mate van publieksbereik en de versterking
                                                  van de Overijsselse identiteit</al></entry><entry><al>matig (1), goed (3), uitstekend (4)</al></entry><entry><al>30%</al></entry><entry><al>(Cijfer) x 0,3 = score 2</al></entry></row><row><entry><al>De mate van verankering van de betrokken
                                                  deskundigheid bij het project</al></entry><entry><al>matig (1), goed (3), uitstekend (4)</al></entry><entry><al>30%</al></entry><entry><al>(Cijfer) x 0,3 = score 3</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al>Totale score = score 1 + score 2 + score
                                                  3</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.19.9 Adviescommissie</titel></kop><al>De aanvragen worden voorgelegd aan de provinciale
                                Monumentencommissie, die advies uitbrengt en de aanvragen in een
                                prioriteitsvolgorde plaatst.</al><al><noot id="d11e3177"><noot.nr>80</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De commissie kan op het
                                        terrein streekcultuur/immaterieel erfgoed aanvullend advies
                                        inwinnen bij het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en
                                        Immaterieel Erfgoed. De aanvragen voor het onderdeel
                                        publieksbereik kunnen ter beoordeling worden voorgelegd aan
                                        een onafhankelijke communicatiedeskundige.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.19.10 Weigeringsgrond</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.3.1 wordt de subsidie geweigerd
                                    indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_20_80_124_"> het een aanvraag betreft voor
                                    enkel het uitbrengen van een boek. </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_20_80_125_"> [vervallen]</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.19.11 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.4.1 en artikel 1.4.2 is de
                                subsidieontvanger verplicht de activiteiten binnen 18 maanden na
                                subsidieverlening te hebben afgerond.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.20 Restauratie Rijksmonumenten</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e3216"><noot.nr>81</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Met ingang van 2012 heeft het
                                        Rijk middelen voor de restauratie van rijksmonumenten
                                        overgedragen aan de provincies. Overijssel ontvangt hiervoor
                                        jaarlijks een bedrag van € 1.249.181. Met het Rijk is
                                        afgesproken dat deze middelen worden aangevuld. Deze
                                        regeling is staatssteunproof. De Nationale
                                        Monumentenregeling kan gebruikt worden voor steun
                                        monumenten. Steunmaatregelen op basis van deze regeling
                                        hoeven niet aangemeld te worden bij de Europese Commissie.
                                        ]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 4.20.1 Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_82_126_"> Brim: Besluit rijkssubsidiëring
                                    instandhouding monumenten; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_82_127_"> groen monument: een van
                                    rijkswege beschermd monument of zelfstandig onderdeel zijnde een
                                    aanleg die geheel of gedeeltelijk bestaat uit beplanting; </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e3245"><noot.nr>82</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Bijvoorbeeld een park- of
                                            tuinaanleg.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_82_128_"> energiebesparende maatregelen:
                                    het treffen van isolerend voorzieningen voor wanden, kappen,
                                    vloeren, glas en kozijnen, zoals naar voren gekomen in het
                                    betreffende energieonderzoek en met inachtneming van behoud van
                                    de monumentale waarden van het pand.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_82_129_"> energieonderzoek: een onderzoek
                                    naar energiebesparingsmogelijkheden in gebouwen. Het onderzoek
                                    richt zich zowel op bouwkundige en technische aspecten als ook
                                    op gedragsmaatregelen. De rapportage van het onderzoek bevat
                                    standaard de quick wins en bevat verder minimaal:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57685_0_21_82_129_58_"> het huidige
                                            energiegebruik;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57685_0_21_82_129_59_"> de energiebalans
                                            waarin minimaal 90% van het energiegebruik is toebedeeld
                                            aan de energiegebruikers;</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57685_0_21_82_129_60_"> de energiebesparende
                                            maatregelen inclusief de verwachte investering en
                                            energiereductie. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_82_130_"> herbestemmingsopgave: een
                                    project waarbij een nieuwe functie aan een rijksmonument of een
                                    belangrijk deel daarvan wordt gegeven.</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_82_131_"> herbouwwaarde: kosten om een
                                    rijksmonument of zelfstandig onderdeel in zijn geheel opnieuw te
                                    vervaardigen, met dezelfde constructie, materiaalsoorten en
                                    detaillering, zoals blijkt uit de voor het monument afgesloten
                                    verzekeringspolis of een door een verzekeraar geaccepteerde
                                    taxatie;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_82_132_"> inspectierapport: rapport dat de
                                    technische of fysieke staat van een beschermd monument of
                                    zelfstandig onderdeel beschrijft, en dat is opgesteld door een
                                    ter zake deskundige persoon of instantie;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_82_133_"> POM: een professionele
                                    organisatie voor monumentenbehoud zoals bedoeld in hoofdstuk 3
                                    van de Subsidieregeling instandhouding monumenten;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_82_134_"> Rijksmonument: een van rijkswege
                                    beschermd monument of zelfstandig onderdeel, voorzien van een
                                    monumentennummer en opgenomen in het landelijke
                                    Monumentenregister, niet zijnde een woonhuis;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e3302"><noot.nr>83</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Voor een orgel dat
                                            onderdeel is van een rijksmonument kan als zelfstandig
                                            onderdeel een aanvraag worden ingediend.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_82_135_"> Sim: de Subsidieregeling
                                    instandhouding monumenten; </al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_82_136_"> woonhuis: beschermd
                                    rijksmonument of zelfstandig onderdeel dat in oorsprong is
                                    vervaardigd voor bewoning of dat thans voor meer dan de helft
                                    van de oppervlakte voor bewoning in gebruik is, met dien
                                    verstande dat niet als woonhuizen worden aangemerkt: gebouwen
                                    die deel uitmaken van een geregistreerd museum, kerkgebouwen,
                                    kastelen, paleizen, het hoofdhuis van buitenplaatsen,
                                    landhuizen, gebouwen van liefdadigheid, molens, gemalen,
                                    agrarische gebouwen en watertorens.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.20.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_83_137_"> de restauratie van een
                                    rijksmonument;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_83_138_"> het uitvoeren van
                                    energiebesparende maatregelen in een rijksmonument.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.20.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_84_139_"> de aanvrager is de eigenaar van
                                    het rijksmonument;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_84_140_"> het rijksmonument bevindt zich
                                    binnen de Overijsselse provinciegrenzen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_84_141_"> de subsidiabele kosten voor
                                    restauratie van rijksmonumenten, met uitzondering van molens,
                                    groene monumenten en archeologische monumenten, bedragen ten
                                    minste 6% van de herbouwwaarde;</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57685_0_21_84_142_"><noot id="d11e3364"><noot.nr>84</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De Sim, de
                                            instandhoudingsregeling van het Rijk, richt zich op
                                            planmatig onderhoud. Daarbij wordt gebruik gemaakt van
                                            een rekenmodel dat stelt dat een investering voor sober
                                            onderhoud in beginsel gelijk is aan 0,5 % van de
                                            herbouwwaarde per jaar. Omdat de Sim subsidie verstrekt
                                            voor een zesjarig instandhoudingsplan komt dit neer op
                                            3% van de herbouwwaarde in zes jaar. De provinciale
                                            regeling richt zich op restauraties die het reguliere
                                            onderhoudswerk overstijgen. Hierbij wordt uitgegaan van
                                            restauratiewerkzaamheden die niet binnen twee
                                            onderhoudsperiodes kunnen worden gerealiseerd. Dat
                                            betekent dat de restauratieopgave voor de provinciale
                                            subsidieregeling groter moet zijn dan 6% van de
                                            herbouwwaarde.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_84_143_"> de subsidiabele kosten voor
                                    restauratie van rijksmonumentale molens bedragen ten minste €
                                    120.000;</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57685_0_21_84_144_"><noot id="d11e3380"><noot.nr>85</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De Sim, de
                                            instandhoudingsregeling van het Rijk, maakt voor het
                                            berekenen van de onderhoudskosten aan molens geen
                                            gebruik van de herbouwwaarde. Deze methode volstaat bij
                                            molens niet, omdat de bewegende onderdelen van molens
                                            harder slijten dan "gewone" monumenten. De subsidiabele
                                            kosten voor molens in de Sim zijn daarom voor zesjarig
                                            onderhoud vastgesteld op maximaal € 60.000. De
                                            provinciale regeling zich richt op
                                            restauratiewerkzaamheden die niet binnen twee
                                            onderhoudsperiodes kunnen worden gerealiseerd. Dat
                                            betekent dat de restauratieopgave voor molens voor de
                                            provinciale subsidie groter moet zijn dan € 120.000.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_84_145_"> de subsidiabele kosten voor de
                                    restauratie van archeologische rijksmonumenten en groene
                                    rijksmonumenten bedragen ten minste € 25.000.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e3396"><noot.nr>86</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het gaat hierbij om kosten
                                            die het reguliere onderhoud (zoals gesubsidieerd met de
                                            Sim) aantoonbaar overstijgen. Ook voor dit type
                                            rijksmonumenten geldt dat de provinciale regeling inzet
                                            op grote restauratieopgaven, omdat reguliere
                                            onderhoudswerkzaamheden gesubsidieerd kunnen worden met
                                            de Sim, de instandhoudingsregeling van het Rijk. Omdat
                                            hierbij niet gerekend kan worden met de herbouwwaarde,
                                            maar de provincie wel hecht aan het onderscheid tussen
                                            relatief kleinschalige werkzaamheden en grotere
                                            onderhoudsopgaven wordt een ondergrens van € 25.000
                                            gehanteerd.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_84_146_"> de restauratie wordt uitgevoerd
                                    door, of in samenwerking met, een aantoonbaar deskundig
                                    restauratiebedrijf;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_84_147_"> op de restauratieplaats wordt
                                    ten minste één leerlingplaats voor een leerling in de
                                    restauratiebouw gerealiseerd; </al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57685_0_21_84_148_"><noot id="d11e3418"><noot.nr>87</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Om ook in de toekomst
                                            vakkundig en kwalitatief hoogstaand restauratiewerk
                                            mogelijk te maken is het noodzakelijk dat
                                            restauratieleerlingen worden opgeleid voor dit
                                            specialistische vak. Zonder de benodigde
                                            praktijkervaring is het succesvol afronden van een
                                            leertraject niet mogelijk. De provincie hecht er daarom
                                            aan dat op projecten die subsidie ontvangen voor
                                            restauratie voor ten minste één leerling in de
                                            restauratiebouw een leerlingplaats wordt gerealiseerd.
                                            Indien de aard van de werkzaamheden de inzet van
                                            leerlingen uitsluit overlegt de aanvrager hierover een
                                            verklaring van het restauratiebedrijf. Gedeputeerde
                                            Staten kunnen deze verklaring ter beoordeling aan de
                                            provinciale Monumentencommissie voorleggen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_84_149_"> het gebruik van het
                                    rijksmonument is voor ten minste vijf jaar gegarandeerd;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_84_150_"> indien de aanvraag betrekking
                                    heeft op een subsidie als bedoeld in artikel 4.20.2 sub b dan
                                    geldt dat:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57685_0_21_84_150_61_"> de energiebesparende
                                            maatregelen worden uitgevoerd zoals genoemd in het
                                            energieonderzoek;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57685_0_21_84_150_62_"> het energieonderzoek
                                            is opgesteld door een gecertificeerd
                                            energieadviseur;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57685_0_21_84_150_63_"> indien de te
                                            verstrekken subsidie staatssteun oplevert in de zin van
                                            artikel 107 eerste lid van het VWEU, dan moet de
                                            subsidie voldoen aan de de-minimisverordening. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.20.4 Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_85_151_"> De subsidie als bedoeld in
                                    artikel 4.20.2 sub a bedraagt maximaal 70% van de subsidiabele
                                    kosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_85_152_"> De subsidie als bedoeld in
                                    artikel 4.20.2 sub b bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele
                                    kosten met een maximum van € 60.000 per aanvrager.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.20.5 Subsidiabele kosten</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.1.5.is voor de berekening van de
                                subsidiabele kosten voor activiteiten zoals bedoeld in artikel
                                4.20.2 sub a artikel 4 en de bijbehorende Leidraad subsidiabele
                                instandhoudingskosten 2013 van de Sim van toepassing. </al><al><noot id="d11e3467"><noot.nr>88</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Voor de subsidie als bedoeld
                                        in artikel 4.20.2 sub b zijn de artikelen 1.1.5 en 1.1.6 van
                                        toepassing. ]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.20.6 Indieningstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_87_153_"> In afwijking van artikel 1.2.2
                                    geldt dat een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend vanaf
                                    1 juni en ontvangen moet zijn uiterlijk op 1 juli voor 19:00 uur
                                    van het betreffende kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_87_154_"> Een onvolledige aanvraag voor
                                    subsidie kan na sluitingsdatum alleen volledig worden gemaakt
                                    voor zover het geen inhoudelijke aanvulling of wijziging van de
                                    aanvraag betreft. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.20.7 Aanvullende stukken bij de aanvraag voor
                                    subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_88_155_"> De aanvrager maakt bij de
                                    aanvraag gebruik van het aanvraagformulier ‘Restauratie
                                    Rijksmonumenten';</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_88_156_"> De aanvrager overlegt in
                                    aanvulling op artikel 1.2.1 bij de aanvraag tevens:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57685_0_21_88_156_64_"> een inspectierapport,
                                            niet ouder dan twee jaar;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57685_0_21_88_156_65_"> een restauratieplan
                                            waarin tevens is opgenomen: een actuele begroting die
                                            gespecificeerd is in hoeveelheden, manuren, materialen,
                                            stelposten en onderaannemers;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57685_0_21_88_156_66_"> een lijst van
                                            restauratiebedrijven die worden uitgenodigd om offerte
                                            uit te brengen voor de uitvoering van het
                                            restauratieplan;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57685_0_21_88_156_67_"> een document waarin
                                            aannemelijk wordt gemaakt dat de exploitatie van het
                                            rijksmonument voor een periode van ten minste vijf jaar
                                            is gegarandeerd;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57685_0_21_88_156_68_"> een verzekeringspolis
                                            waaruit de herbouwwaarde van het rijksmonument blijkt,
                                            of voor zover geen verzekering is afgesloten of de
                                            herbouwwaarde niet uit de verzekeringspolis blijkt, een
                                            door een verzekeraar geaccepteerde taxatie van de
                                            herbouwwaarde. Deze bepaling geldt niet voor molens,
                                            groene en archeologische monumenten.</al></li><li nr="f."><al id="anker-H57685_0_21_88_156_69_"> voor zover het een
                                            zelfstandig onderdeel betreft dat is aan te merken als
                                            een zelfstandige bouwkundige eenheid of als een toren
                                            van een kerkgebouw, een tekening waarop het zelfstandig
                                            onderdeel duidelijk is weergegeven ten opzichte van
                                            aangrenzende zelfstandige onderdelen;</al></li><li nr="g."><al id="anker-H57685_0_21_88_156_70_"> voor zover het een
                                            zelfstandig onderdeel van een beschermd archeologisch
                                            monument betreft, een overzichtskaart waarop de
                                            betrokken kadastrale percelen zijn aangegeven;</al></li><li nr="h."><al id="anker-H57685_0_21_88_156_71_"> voor zover het een
                                            groen monument betreft, een overzichtskaart van de
                                            groenaanleg met de plaats van de werkzaamheden en voor
                                            zover het een zelfstandig onderdeel betreft, de
                                            kadastrale percelen;</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57685_0_21_88_156_72_"> indien rijkssubsidie
                                            is ontvangen of is aangevraagd in het kader van de Brim
                                            of de Sim, een kopie van de subsidiebeschikking danwel
                                            de ontvangstbevestiging van de subsidieaanvraag;</al></li><li nr="j."><al id="anker-H57685_0_21_88_156_73_"> indien voor het
                                            monument een laagrentende lening via het Nationaal
                                            Restauratiefonds is afgesloten een kopie van de akte van
                                            lening;</al></li><li nr="k."><al id="anker-H57685_0_21_88_156_74_"> een vergunning van de
                                            gemeente voor de uit te voeren werkzaamheden, dan wel
                                            een verklaring van de gemeente waaruit blijkt dat de
                                            werkzaamheden niet vergunningplichtig zijn. Indien deze
                                            stukken bij het indienen van de aanvraag nog niet zijn
                                            verkregen, wordt de subsidie verleend onder de
                                            opschortende voorwaarde tot het verkrijgen van de
                                            betreffende vergunning dan wel verklaring van de
                                            gemeente waaruit blijkt dat de werkzaamheden niet
                                            vergunningplichtig zijn;</al></li><li nr="l."><al id="anker-H57685_0_21_88_156_75_"> indien subsidie wordt
                                            aangevraagd voor energiemaatregelen als bedoeld in
                                            artikel 4.20.2 sub b: het uitgevoerde
                                            energieonderzoek.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.20.8 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.20.9 Volgorde van behandeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_90_157_"> Gedeputeerde Staten plaatsen de
                                    subsidieaanvragen voor de restauratie van een rijksmonument als
                                    bedoeld in artikel 4.20.2 sub a in een prioriteitsvolgorde.
                                    Gedeputeerde Staten verstrekken de subsidie in volgorde van de
                                    vastgestelde prioriteit, voor zover het subsidieplafond dat
                                    toelaat.</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57685_0_21_90_158_"><noot id="d11e3559"><noot.nr>89</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Bij het bepalen van de
                                            volgorde van behandeling hanteren Gedeputeerde Staten
                                            een prioriteitsvolgorde waarbij punten kunnen worden
                                            toebedeeld op basis van een aantal kenmerken van de
                                            aanvraag. Investeren in een restauratie heeft pas zin
                                            als er planmatig onderhoud aan het rijksmonument wordt
                                            uitgevoerd. Aanvragers krijgen dan ook voorrang wanneer
                                            ze een aanvraag hebben ingediend bij een
                                            instandhoudingsregeling van het Rijk.</noot.al><noot.al>Een eigenaar die maximaal leent via het Nationaal
                                            Restauratiefonds toont de bereidheid te investeren in
                                            het onderhoud van het monument. Ook deze aanvragers
                                            krijgen voorrang.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_90_159_"> De prioriteitsvolgorde als
                                    bedoeld in het eerste lid wordt op basis van scoretabel 1
                                    bepaald.</al><al><noot id="d11e3575"><noot.nr>90</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Instandhouding van
                                            monumenten is een van de hoofdactiviteiten van de POM's.
                                            Met het rijk is afgesproken om zorg te dragen voor de
                                            POM's vanwege hun bijzondere rol bij het behoud van
                                            monumenten. In deze regeling vertaalt zich dat door per
                                            POM aan maximaal twee aanvragen een punt in de
                                            scoretabel toe te kennen. Voor groene en archeologische
                                            monumenten is het realiseren van een herbestemming geen
                                            optie. Ook zal het afsluiten van een lening via het NRF
                                            in veel gevallen geen mogelijkheid bieden voor deze
                                            categorie monumenten. Om deze monumenten een gelijke
                                            kans op subsidie te geven kent de regeling een aanvraag
                                            van dit type monument twee punten toe (indien toch
                                            sprake is van een lening via het NRF wordt hiervoor geen
                                            extra punt berekend, omdat deze hierbij reeds is
                                            toebedeeld). </noot.al><noot.al>Scoretabel 1</noot.al><noot.al><vet> Onderdeel</vet>; <vet>Cijfer </vet>; </noot.al><noot.al>Het rijksmonument is eigendom van een POM (per POM
                                            kunnen maximaal twee aanvragen aanspraak maken op een
                                            punt. Indien de POM meer aanvragen indient, dient zij
                                            zelf een onderlinge prioritering aan te geven); 1; </noot.al><noot.al>Het betreft een groen of archeologisch
                                            rijksmonument; 2; </noot.al><noot.al>Voor het rijksmonument is in het kader van de Brim
                                            of de Sim subsidie ontvangen, danwel aangevraagd; 1; </noot.al><noot.al>Voor het rijksmonument is een laagrentende lening
                                            via het Nationaal Restauratiefonds afgesloten; 1; </noot.al><noot.al>Het rijksmonument maakt onderdeel uit van een
                                            herbestemmingsopgave; 1; </noot.al><noot.al>De gevraagde subsidie bedraagt 70% van de
                                            subsidiabele kosten; 1; </noot.al><noot.al>De gevraagde subsidie ligt tussen de 69 en 50% van
                                            de subsidiabele kosten; 2; </noot.al><noot.al>De gevraagde subsidie ligt tussen de 49 en 30 % van
                                            de subsidiabele kosten; 3; </noot.al><noot.al>De gevraagde subsidie ligt tussen de 29 en 1 % van
                                            de subsidiabele kosten; 4; </noot.al><noot.al><vet>Totaalscore is de optelsom van toegekende
                                                punten</vet>; ]; </noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_90_160_"> Bij gelijke score bepaalt de
                                    hoogte van het eigen aandeel de rangorde, waarbij het hoogste
                                    eigen aandeel, percentueel ten opzichte van de totale
                                    subsidiabele kosten, voorrang krijgt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_90_161_"> De prioriteitsvolgorde die op
                                    basis van het eerste lid is bepaald voor de restauratie van
                                    rijksmonumenten geldt ook als prioriteitsvolgorde voor subsidie
                                    als bedoeld in artikel 4.20.2 sub b.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.20.10 Adviescommissie</titel></kop><al>De aanvragen worden voorgelegd aan de provinciale
                                Monumentencommissie, die advies uitbrengt en de aanvragen in een
                                prioriteitsvolgorde plaatst. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.20.11 Weigeringsgrond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_92_162_"> In aanvulling op artikel 1.3.1
                                    wordt de subsidie geweigerd indien de exploitatie van het
                                    rijksmonument voor een periode van ten minste vijf jaren niet
                                    aannemelijk kan worden gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_92_163_"> De subsidie wordt geweigerd
                                    indien het een aanvraag betreft voor een rijksmonument dat in
                                    oorsprong is vervaardigd voor bewoning of dat thans voor meer
                                    dan de helft van de oppervlakte voor bewoning in gebruik is, met
                                    dien verstande dat niet als woonhuizen worden aangemerkt
                                    gebouwen die deel uitmaken van een geregistreerd museum,
                                    kerkgebouwen, kastelen, het hoofdhuis van buitenplaatsen,
                                    landhuizen, gebouwen van liefdadigheid, molens, gemalen,
                                    agrarische gebouwen en watertorens.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57685_0_21_92_164_"> Het tweede lid is niet van
                                    toepassing op een aanvraag van een:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57685_0_21_92_164_76_"> gemeente, waterschap
                                            of openbaar lichaam dat is ingesteld met toepassing van
                                            de Wet gemeenschappelijke regelingen, of </al></li><li nr="b."><al id="anker-H57685_0_21_92_164_77_"> POM.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.21 Herbestemming cultureel erfgoed</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.21.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_22_93_165_"> cultureel erfgoed: Overijsselse
                                    gebouwen en bouwwerken met cultuurhistorische waarde, die het
                                    waard zijn om behouden te blijven en die bijdragen aan de
                                    karakteristieke identiteit van het gebied;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e3679"><noot.nr>91</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Te denken valt aan:
                                            religieus erfgoed (bv. kerken en kloosters), industrieel
                                            erfgoed (bv. fabrieken, fabriekscomplexen en molens) en
                                            agrarisch erfgoed (bv. boerderijen en schuren). Het kan
                                            daarbij gaan om een rijksmonument of een gemeentelijk
                                            monument of een gebouw/bouwwerk waar de gemeente een
                                            verklaring voor af heeft gegeven dat het van
                                            cultuurhistorische waarde is. Naast een rijksmonument of
                                            een gemeentelijk monument is er ook sprake van
                                            cultuurhistorische waarde wanneer het gaat om:</noot.al><noot.al>- een in het bestemmingsplan aangeduid
                                            karakteristiek gebouw of bouwwerk:</noot.al><noot.al>- een gebouw of bouwwerk dat in een nationale,
                                            provinciale of gemeentelijke inventarisatie is
                                            aangemerkt als van cultuurhistorische waarde.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_22_93_166_"> herbestemming: geven van een
                                    nieuwe functie aan cultureel erfgoed of een belangrijk deel
                                    daarvan;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57685_0_22_93_167_"> transformatieplan: een
                                    beschrijving van de voorgenomen herbestemming van cultureel
                                    erfgoed die voldoet aan de criteria als genoemd in artikel
                                    4.21.3 lid 1.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.21.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor het uitvoeren
                                van een herbestemming op basis van een transformatieplan. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.21.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>De aanvraag voor subsidie voldoet aan de volgende criteria:
                                </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_22_95_168_"> De uitvoering van de
                                    herbestemming is gebaseerd op een transformatieplan die aan de
                                    volgende eisen voldoet:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57685_0_22_95_168_78_"> het is opgesteld door
                                            deskundige en vakbekwame professionals;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57685_0_22_95_168_79_"> het brengt de
                                            bestaande situatie van het cultureel erfgoed alsmede de
                                            directe omgeving in beeld;</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57685_0_22_95_168_80_"> het benoemt de nieuwe
                                            functie van het cultureel erfgoed alsmede het
                                            maatschappelijk draagvlak voor de nieuwe functie voor
                                            het cultureel erfgoed;</al></li><li nr="iv."><al id="anker-H57685_0_22_95_168_81_"> het beschrijft de
                                            specifieke kwaliteiten van het cultureel erfgoed alsmede
                                            de directe omgeving en de wijze waarop deze kwaliteiten
                                            voor de herbestemming ingezet zijn;</al></li><li nr="v."><al id="anker-H57685_0_22_95_168_82_"> het omvat het ontwerp
                                            voor de herbestemming van het cultureel erfgoed, alsmede
                                            de nieuwe inrichting van de directe omgeving;</al></li><li nr="vi."><al id="anker-H57685_0_22_95_168_83_"> het geeft een
                                            beschrijving van de betrokkenheid van de gemeente bij de
                                            herbestemming van het cultureel erfgoed;</al></li><li nr="vii."><al id="anker-H57685_0_22_95_168_84_"> het onderbouwt hoe
                                            het cultureel erfgoed na de transformatie duurzaam
                                            geëxploiteerd kan worden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_22_95_169_"> Voor de uitvoering van het
                                    transformatieplan zijn de eventueel benodigde vergunningen
                                    verkregen. </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e3750"><noot.nr>92</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Voordat een aanvraag voor
                                            subsidie voor een project ter uitvoering van het
                                            transformatieplan wordt aangevraagd, dient uit het
                                            vooroverleg met de desbetreffende gemeente te blijken
                                            dat er naar verwachting geen planologische bezwaren
                                            tegen het project zullen zijn. De noodzakelijke
                                            vergunningen moeten zijn verkregen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57685_0_22_95_170_"> Als de subsidie een
                                    steunmaatregel is, dan moet het voldoen aan de
                                    de-minimisverordening.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57685_0_22_95_171_"> Bij de uitvoering van het
                                    transformatieplan wordt ten minste één leerlingwerkplaats
                                    gerealiseerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.21.4 Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt 40% van de subsidiabele kosten met een maximum
                                van € 75.000 per herbestemming.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.21.5 Indieningstermijn</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.2.2 kan een subsidieaanvraag ingediend
                                worden vanaf 2 februari 2016.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.21.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot
                                    subsidieverlening </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_22_98_172_"> De aanvrager maakt bij zijn
                                    aanvraag voor subsidie gebruik van het aanvraagformulier
                                    Herbestemming cultureel erfgoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_22_98_173_"> In aanvulling op artikel 1.2.1
                                    tweede lid overlegt de aanvrager bij de aanvraag voor subsidie
                                    tevens:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57685_0_22_98_173_85_"> het transformatieplan
                                            als bedoeld in artikel 4.21.3 sub a;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57685_0_22_98_173_86_"> een verklaring van de
                                            gemeente waaruit blijkt dat de gemeente instemt met de
                                            voorgestelde uitvoering van het transformatieplan;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57685_0_22_98_173_87_"> de benodigde
                                            vergunningen of een verklaring van de gemeente dat er
                                            geen vergunningen voor de transformatie nodig zijn;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57685_0_22_98_173_88_"> indien het geen
                                            Rijksmonument betreft een verklaring van de gemeente,
                                            waarin zij de cultuurhistorische waarde van het
                                            cultureel erfgoed erkent;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57685_0_22_98_173_89_"> een toelichting op de
                                            deskundigheid en vakbekwaamheid van de betrokken
                                            professionals, die de transformatie van het culturele
                                            erfgoed gaan uitvoeren.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.21.7 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.21.8 Volgorde van behandeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_22_100_174_"> Voor zover door verstrekking
                                    van subsidie voor volledige aanvragen die op dezelfde dag zijn
                                    ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden , wordt de
                                    onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld op basis
                                    van de procentuele hoogte van de eigen bijdrage en die van
                                    derden, waarbij een hogere percentage van de subsidiabele kosten
                                    voorgaat op een lagere bijdrage van de subsidiabele kosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_22_100_175_"> Indien van toepassing van het
                                    eerste lid ertoe leidt dat subsidieaanvragen op een gelijke
                                    plaats eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald
                                    op basis van de hoogte van de eigen bijdrage in absolute zin,
                                    waarbij een hogere bijdrage voorgaat op een lagere
                                    bijdrage.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.21.9 Adviescommissie</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen de subsidieaanvraag om advies voorleggen
                                aan de provinciale Monumentencommissie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.21.10 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.4.1 en 1.4.2 dient de subsidieontvanger
                                de activiteit uiterlijk binnen drie jaar na subsidieverlening te
                                hebben uitgevoerd. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.22 Renovatie buitenpodia</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.23 Product Markt Partner Combinaties (PMPC'S)
                                Toerisme Overijssel</titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken] </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.24 Initiatieven van Onderop ‘Sociaal Kapitaal
                                Overijssel'</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.25 Maatschappelijke initiatieven Overijssel
                                2014</titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken] </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.26 Festivals en evenementen 2016</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e3876"><noot.nr>93</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Festivals en evenementen
                                        leveren een belangrijke bijdrage aan het versterken van de
                                        regionale economie. In de periode 2013-2015 hebben 13
                                        organisaties voor de jaren 2013 t/m 2015 een subsidie
                                        ontvangen. Ze hebben daarmee een belangrijke bijdrage
                                        geleverd aan de promotie van Overijssel als gastvrije,
                                        culturele en sportieve provincie én aan het vergroten van
                                        regionaal economische spin-off, werkgelegenheid en
                                        naamsbekendheid van de provincie Overijssel. Onderhavige
                                        subsidieregeling is bedoeld als een overgangsregeling voor
                                        het jaar 2016. </noot.al><noot.al>Het doel van deze subsidieregeling is
                                        drieledig:</noot.al><noot.al>Ten eerste willen Gedeputeerde staten subsidie verlenen
                                        aan 13 festivals en evenementen zodat deze hun activiteiten
                                        in 2016 kunnen voortzetten. De subsidie wordt verleend voor
                                        dezelfde activiteiten waarvoor de festivals en evenementen
                                        een driejarig subsidie van de provincie hebben ontvangen
                                        voor 2013 t/m 2015. </noot.al><noot.al>Ten tweede willen Gedeputeerde Staten een bijdrage
                                        leveren aan 4 nieuwe festivals en evenementen omdat deze een
                                        bijdrage leveren aan de uitvoering van het Coalitieakkoord
                                        2015-2019 (werkgelegenheid, breedtesport en cultuur) én met
                                        hun (inter-)nationale uitstraling en verbindende elementen
                                        van bijzondere betekenis zijn voor Overijssel. Daarnaast
                                        passen deze festivals en evenementen goed binnen het profiel
                                        van Overijssel als fiets- en sportprovincie
                                        (topsport/breedtesport) én binnen het opbouwen van het
                                        internationale Hanzeprofiel, zoals het ministerie van EZ dit
                                        in de routekaart voor inkomend toerisme wil gaan gebruiken.
                                        De subsidie wordt verleend voor de activiteiten van het
                                        evenement of festival. Dit betekent dat het kan gaan om de
                                        voorbereiding en uitvoering van het festival of evenement. </noot.al><noot.al>Tenslotte willen Gedeputeerde Staten kleinschalige
                                        festivals en evenementen ondersteunen door ze een subsidie
                                        van maximaal € 10.000 te verlenen.]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 4.26.1. Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_27_103_176_"> de activiteiten van de volgende
                                    festivals en evenementen: Military Boekelo-Enschede, Deventer op
                                    Stelten, Dickens Festijn, Deventer Boekenmarkt,
                                    Bevrijdingsfestival Zwolle, IJsbeeldenfestival Zwolle, Zwolle
                                    Unlimited, Topsportevents Twente, Stoppelhaene Raalte, Ribs
                                    &amp; Blues Raalte/Dauwpop Hellendoorn, Ronde van Overijssel,
                                    Kunsten op Straat (KOS), CSI Geesteren;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_27_103_177_"> de activiteiten van het EK
                                    vrouwenvoetbal in Overijssel 2017, NK Veldrijden 2016 in
                                    Hellendoorn, Internationale Hanzedagen 2017 in Kampen en het NK
                                    Wielrennen 2017 in Ootmarsum/Denekamp;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57685_0_27_103_178_"> de activiteiten van een
                                    kleinschalig festival of evenement.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.26.2. Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_27_104_179_"> Een aanvraag voor subsidie als
                                    bedoeld in artikel 4.26.1 onder sub a voldoet aan de volgende
                                    criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57685_0_27_104_179_90_"> de aanvrager van de
                                            subsidie is dezelfde aanvrager die subsidie heeft
                                            ontvangen van de provincie, of de rechtsopvolger van de
                                            aanvrager;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57685_0_27_104_179_91_"> de activiteit is een
                                            herhaling danwel voortzetting van dezelfde activiteit
                                            waarvoor een driejarige subsidie is ontvangen van de
                                            provincie voor de periode 2013 t/m 2015; </al></li><li nr="c."><al id="anker-H57685_0_27_104_179_92_"> de activiteiten
                                            worden in 2016 uitgevoerd of zijn in 2016 gestart.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_27_104_180_"> Een aanvraag voor subsidie als
                                    bedoeld in artikel 4.26.1 onder sub b voldoet aan de volgende
                                    criteria: </al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57685_0_27_104_180_93_"> de aanvrager is een
                                            rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57685_0_27_104_180_94_"> de activiteiten
                                            worden in 2016 of 2017 uitgevoerd;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57685_0_27_104_181_"> Een aanvraag voor subsidie als
                                    bedoeld in artikel 4.26.1 onder sub c voldoet aan de volgende
                                    criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57685_0_27_104_181_95_"> de aanvrager is een
                                            rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57685_0_27_104_181_96_"> de aanvraag heeft
                                            betrekking op een kleinschalig festival of evenement
                                            dat:</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57685_0_27_104_181_97_"> openbaar is en voor
                                            een ieder toegankelijk;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57685_0_27_104_181_98_"> door en voor
                                            inwoners van Overijssel is opgezet;</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57685_0_27_104_181_99_"> in 2016 wordt
                                            uitgevoerd;</al></li><li nr="iv."><al id="anker-H57685_0_27_104_181_100_"> nieuw is voor de
                                            eigen leefomgeving van de inwoners;</al></li><li nr="v."><al id="anker-H57685_0_27_104_181_101_"> zicht richt op
                                            cultuur, noaberschap, sport of bewegen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.26.3. Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_27_105_182_"> De subsidie als bedoeld in
                                    artikel 4.26.1 onder sub a bedraagt maximaal 100% van de
                                    subsidiabele kosten met de volgende maximale subsidies per
                                    evenement of festival:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57685_0_27_105_182_102_"> Military
                                            Boekelo-Enschede: €100.000</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57685_0_27_105_182_103_"> Deventer op
                                            Stelten: €98.660</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57685_0_27_105_182_104_"> Dickens Festijn:
                                            €58.476</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57685_0_27_105_182_105_"> Deventer
                                            Boekenmarkt: €49.250</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57685_0_27_105_182_106_"> Bevrijdingsfestival
                                            Zwolle: €99.660</al></li><li nr="f."><al id="anker-H57685_0_27_105_182_107_"> IJsbeeldenfestival
                                            Zwolle: €50.000</al></li><li nr="g."><al id="anker-H57685_0_27_105_182_108_"> Zwolle Unlimited:
                                            €82.000</al></li><li nr="h."><al id="anker-H57685_0_27_105_182_109_"> Topsportevents
                                            Twente, bestaande uit FBK Games Hengelo, Enschede
                                            Marathon, Triathlon Holten, Military Boekelo en CSI
                                            Geesteren: €100.000</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57685_0_27_105_182_110_"> Stoppelhaene
                                            Raalte: €97.330</al></li><li nr="j."><al id="anker-H57685_0_27_105_182_111_"> Ribs &amp; Blues
                                            Raalte/Dauwpop Hellendoorn: €70.600</al></li><li nr="k."><al id="anker-H57685_0_27_105_182_112_"> Ronde van
                                            Overijssel: €55.500</al></li><li nr="l."><al id="anker-H57685_0_27_105_182_113_"> Kunsten op Straat
                                            (KOS) €90.000</al></li><li nr="m."><al id="anker-H57685_0_27_105_182_114_"> CSI Geesteren:
                                            €30.000</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_27_105_183_"> De subsidie als bedoeld in
                                    artikel 4.26.1 onder sub b bedraagt maximaal 100% van de
                                    subsidiabele kosten met de volgende maximale subsidies per
                                    evenement of festival: </al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57685_0_27_105_183_115_"> EK vrouwenvoetbal
                                            Overijssel 2017: €100.000</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57685_0_27_105_183_116_"> NK Veldrijden 2016
                                            Hellendoorn: €10.000</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57685_0_27_105_183_117_"> Internationale
                                            Hanzedagen 2017 Kampen: €500.000</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57685_0_27_105_183_118_"> NK Wielrennen 2017
                                            Ootmarsum/Denekamp: €40.000</al></li></lijst><al><noot id="d11e4042"><noot.nr>94</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De subsidie bedraagt 100%
                                            van de subsidiabele kosten. De subsidiabele en niet
                                            subsidiabele kosten zijn opgenomen in artikel 1.1.5 en
                                            artikel 1.1.6. Rekening houdend met artikel 1.1.6 sub c
                                            zijn de voorbereidingskosten subsidiabel vanaf het
                                            moment dat de aanvraag is ontvangen door de provincie.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57685_0_27_105_184_"> De subsidie als bedoeld in
                                    artikel 4.26.1 onder sub c bedraagt maximaal 50% van de
                                    subsidiabele kosten met een maximale subsidie van € 10.000 per
                                    festival of evenement.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.26.4. Aanvullende stukken bij de aanvraag voor
                                    subsidie</titel></kop><al>De aanvrager maakt bij de aanvraag gebruik van het aanvraagformulier
                                Festivals en evenementen 2016.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.26.5. Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen eenmalig voor het jaar 2016 een
                                subsidieplafond vast.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.27 Product Markt Partner Combinaties (PMPC's)
                                Toerisme Overijssel 2016</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.27.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_108_185_"> businesscase: een document met
                                    de informatie die benodigd is om een gemotiveerde beslissing te
                                    nemen over het wel of niet realiseren van een PMPC. Een
                                    businesscase bevat in ieder geval een beschrijving van de
                                    doelstellingen van een PMPC inclusief een onderbouwing van de
                                    innovatie zoals bedoeld in de scoretabel bij artikel 4.27.9
                                    eerste lid, een onderbouwing van de gerealiseerde samenwerking,
                                    een markt- en concurrentieanalyse, de benodigde investeringen,
                                    een kosten-batenanalyse en een overzicht van de risico's;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_108_186_"> Product Markt Partner
                                    Combinatie (PMPC): een nieuwe vrijetijdseconomische product dat
                                    door samenwerkende ondernemers of organisaties uit Overijssel
                                    ontwikkeld is en die bijdraagt aan het aantrekkelijker en
                                    sterker maken van de vrijetijdssector in Overijssel met dien
                                    verstande dat ten minste één samenwerkingspartner een
                                    onderneming is; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_108_187_"> onderneming: een natuurlijk of
                                    rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens
                                    publiekrecht is ingesteld, die tegen betaling een product of
                                    dienst op de markt brengt, ongeacht de rechtsvorm of wijze van
                                    financiering; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_108_188_"> organisatie: het geheel van
                                    productiefactoren, procedures en mensen die samenwerken om
                                    bepaalde doelstellingen te bereiken;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_108_189_"> samenwerkingspartner: een
                                    partner van de PMPC, die aantoonbaar verantwoordelijkheid heeft
                                    in de ontwikkeling en uitvoering van de PMPC, blijkend uit een
                                    samenwerkingverklaring.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.27.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_109_190_"> het opstellen van een
                                    businesscase ten behoeve van een PMPC;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_109_191_"> het uitvoeren van een
                                    businesscase ten behoeve van een PMPC.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.27.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_110_192_"> Een aanvraag voor subsidie
                                    voldoet aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57685_0_28_110_192_119_"> de aanvrager is een
                                            onderneming of organisatie met de volgende SBI
                                            codes:</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57685_0_28_110_192_120_"> 50.3 Binnenvaart
                                            (passagiersvaart en veerdiensten)</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57685_0_28_110_192_121_"> 55
                                            Logiesverstrekking</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57685_0_28_110_192_122_"> 56 Eet- en
                                            drinkgelegenheden</al></li><li nr="iv."><al id="anker-H57685_0_28_110_192_123_"> 85.51 Sport- en
                                            recreatieonderwijs</al></li><li nr="v."><al id="anker-H57685_0_28_110_192_124_"> 85.52 Cultureel
                                            onderwijs</al></li><li nr="vi."><al id="anker-H57685_0_28_110_192_125_"> 90 Kunst</al></li><li nr="vii."><al id="anker-H57685_0_28_110_192_126_"> 91 Culturele
                                            uitleencentra, openbare archieven, musea, dieren- en
                                            plantentuinen, natuurbehoud</al></li><li nr="viii."><al id="anker-H57685_0_28_110_192_127_"> 93 Sport en
                                            Recreatie</al></li><li nr="ix."><al id="anker-H57685_0_28_110_192_128_"> 96.04 Sauna's,
                                            solaria, baden e.d;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57685_0_28_110_192_129_"> het
                                            vrijetijdseconomische product dat de
                                            samenwerkingspartners hebben ontwikkeld, wordt jaarlijks
                                            ten minste twee keer aangeboden of verstrekt;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57685_0_28_110_192_130_"> er is sprake van
                                            sectoroverstijgende samenwerking. Dit betekent dat de
                                            PMPC bestaat uit ten minste twee samenwerkingspartners
                                            uit verschillende sectoren. De eerste twee cijfers van
                                            de SBI codes, op basis van de Standaard Bedrijfsindeling
                                            2008 Versie 2016 CBS/KVK, dienen verschillend te
                                            zijn;</al></li></lijst><al><noot id="d11e4170"><noot.nr>95</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Sectoroverstijgende
                                            samenwerking is niet gelimiteerd tot de SBI-codes als
                                            bedoeld onder 4.27.3. lid eerste lid onder sub a. Er is
                                            sprake van een samenwerking als een onderneming of
                                            organisatie inspanning levert in de PMPC, welke
                                            aantoonbaar is door een omschrijving van de geleverde
                                            bijdrage en een samenwerkingsverklaring.]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="d."><al id="anker-H57685_0_28_110_192_131_"> ten minste twee van
                                            de samenwerkingspartners dragen elk ten minste 10% van
                                            de begrote kosten bij;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57685_0_28_110_192_132_"> indien de te
                                            verstrekken subsidie staatssteun oplevert in de zin van
                                            artikel 107, lid 1 van het VWEU, dan moet voldaan worden
                                            aan de de-minimisverordening. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_110_193_"> De businesscase als bedoeld in
                                    artikel 4.27.2 sub a, is alleen subsidiabel als:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57685_0_28_110_193_133_"> deze op het moment
                                            van de aanvraag niet ouder is dan 12 maanden; én </al></li><li nr="b."><al id="anker-H57685_0_28_110_193_134_"> het opgesteld is
                                            door een deskundige met relevante ervaring, aangetoond
                                            aan de hand van minstens twee referenties. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.27.4 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.27.5 Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_112_194_"> Loonkosten van de aanvrager en
                                    de samenwerkingspartners zijn subsidiabel als deze voldoen aan
                                    artikel 1.1.5 eerste lid sub c, met een maximum van 20% van de
                                    begrote kosten en met een maximum van € 30.000. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_112_195_"> Externe advieskosten zijn
                                    subsidiabel als deze voldoen aan artikel 1.1.5 vierde lid, met
                                    een maximum van 20% van de begrote kosten en met een maximum van
                                    € 30.000. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_112_196_"> Kosten van bouwactiviteiten,
                                    zijnde nieuwbouw, aanbouw, verbouw inclusief sloop, zijn
                                    subsidiabel als deze voldoen aan artikel 1.1.5 met een maximum
                                    van 20% van de begrote kosten en met een maximum van € 30.000.
                                </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_112_197_"> Indien sprake is van aanschaf
                                    van apparatuur, worden deze kosten in afwijking van artikel
                                    1.1.5 tweede lid aangemerkt als kosten derden zoals bedoeld in
                                    artikel 1.1.5 vierde lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_112_198_"> In afwijking van artikel 1.1.6
                                    sub c, zijn de kosten van het opstellen van een businesscase
                                    subsidiabel, voordat de aanvraag is ontvangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.27.6 Niet subsidiabele kosten </titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.1.6 zijn de volgende kosten niet
                                    subsidiabel:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_113_199_"> kosten van aankoop van grond en
                                    aankoop van gebouwen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_113_200_"> boekingsmodules.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.27.7 Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_114_201_"> De subsidie als bedoeld in
                                    artikel 4.27.2 sub a bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele
                                    kosten met een maximum van € 2.500 per aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_114_202_"> De subsidie als bedoeld in
                                    artikel 4.27.2 sub b bedraagt maximaal 35% van de subsidiabele
                                    kosten met een maximum van € 50.000 per aanvraag. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_114_203_"> De subsidie als bedoeld in
                                    artikel 4.27.2 sub a en b samen bedraagt maximaal € 50.000 per
                                    aanvraag. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.27.8 Indieningstermijn aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_115_204_"> In afwijking van artikel 1.2.2.
                                    geldt dat een aanvraag voor een subsidie ingediend kan worden: </al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57685_0_28_115_204_135_"> vanaf 1 februari en
                                            ontvangen moet zijn uiterlijk 31 maart om 19.00 uur van
                                            het betreffende kalenderjaar;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57685_0_28_115_204_136_"> vanaf 1 september
                                            en ontvangen moet zijn uiterlijk 3 oktober om 19.00 uur
                                            van het betreffende kalenderjaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_115_205_"> Een onvolledige aanvraag voor
                                    subsidie kan na sluitingsdatum alleen aangevuld worden voor
                                    zover het geen inhoudelijke aanvulling of wijziging van de
                                    aanvraag betreft.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e4293"><noot.nr>96</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het in de beoordeling van
                                            de aanvraag meenemen van informatie die dateert van na
                                            de sluiting van de aanvraagtermijn verdraagt zich niet
                                            met de gelijktijdige onderlinge beoordeling en
                                            rangschikking van de ingediende aanvragen die in het
                                            tendersysteem centraal staat. Uit de aard van het
                                            tendersysteem volgt dat vóór de sluiting van de
                                            aanvraagtermijn alle voor die beoordeling en
                                            rangschikking relevante gegevens moeten zijn overlegd en
                                            dat daarna geen rekening kan worden gehouden met
                                            informatie dat neerkomt op een wijziging of aanvulling
                                            van de aanvraag. </noot.al><noot.al>Bij onvolledigheid van de aanvraag na de
                                            sluitingsdatum is er alleen ruimte voor het herstel van
                                            kleinigheden zoals een handtekening, een
                                            bankrekeningnummer, kamer van koophandel gegevens e.d.,
                                            het moet gaan om informatie die niet inhoudelijk
                                            betrekking heeft op de beoordelingscriteria zoals
                                            opgenomen in deze subsidieparagraaf. De tijdige
                                            volledigheid/juistheid van de aanvraag is de
                                            verantwoordelijkheid van de aanvrager. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.27.9. Volgorde van behandeling</titel></kop><lid><lidnr/><al>In afwijking van artikel 1.1.3. plaatsen Gedeputeerde Staten de
                                    subsidieaanvragen in een prioriteitsvolgorde. De
                                    prioriteitsvolgorde wordt bepaald op basis van scoretabel 1,
                                    waarbij geldt dat de subsidieaanvragen die een hogere score
                                    krijgen ook een hogere prioriteit krijgen. Aan de hand van
                                    scoretabel 1 wordt berekend welke totale score de PMPC behaalt
                                    voor de volgende onderdelen: </al></lid><lid><lidnr/><al>Toelichting: Scoretabel 1</al></lid><lid><lidnr/><al>Scoretabel 1</al></lid><lid><lidnr/><al>Criterium</al></lid><lid><lidnr/><al>Resultaat</al></lid><lid><lidnr/><al>Score</al></lid><lid><lidnr/><al>Innovatie, het product:</al></lid><lid><lidnr/><al>a. is nieuw voor Overijssel</al></lid><lid><lidnr/><al>Ja</al></lid><lid><lidnr/><al>3</al></lid><lid><lidnr/><al>b. is gebaseerd op trends/ontwikkelingen of best practice van
                                    elders</al></lid><lid><lidnr/><al>Ja</al></lid><lid><lidnr/><al>2</al></lid><lid><lidnr/><al>c. maakt gebruik van duurzame energie of leidt tot
                                    energiereductie</al></lid><lid><lidnr/><al>Ja</al></lid><lid><lidnr/><al>2</al></lid><lid><lidnr/><al>d. houdt rekening met specifieke doelgroepen</al></lid><lid><lidnr/><al>Ja</al></lid><lid><lidnr/><al>2</al></lid><lid><lidnr/><al>e. past in marketingstrategie van een of meer toeristische
                                    A-merken (Waterreijk, IJsseldelta, Vechtdal, Salland, Twente) of
                                    de Hanzesteden</al></lid><lid><lidnr/><al>Ja</al></lid><lid><lidnr/><al>3</al></lid><lid><lidnr/><al>Aantal investerende samenwerkingspartners</al></lid><lid><lidnr/><al>3</al></lid><lid><lidnr/><al>4 of meer</al></lid><lid><lidnr/><al>2</al></lid><lid><lidnr/><al>4</al></lid><lid><lidnr/><al>Aantal samenwerkingspartners</al></lid><lid><lidnr/><al>3</al></lid><lid><lidnr/><al>4 of meer</al></lid><lid><lidnr/><al>1</al></lid><lid><lidnr/><al>2</al></lid><lid><lidnr/><al>Verbinding met cultuur, SBI-categorieën 90 en 91</al></lid><lid><lidnr/><al>Ja</al></lid><lid><lidnr/><al>4</al></lid><lid><lidnr/><al>Verschillende sectoren, op basis van SBI-categorieën</al></lid><lid><lidnr/><al>3</al></lid><lid><lidnr/><al>4 of meer</al></lid><lid><lidnr/><al>2</al></lid><lid><lidnr/><al>4</al></lid><lid><lidnr/><al>Verhouding tussen te verlenen subsidie en begrote kosten</al></lid><lid><lidnr/><al>35% of minder</al></lid><lid><lidnr/><al>30% of minder</al></lid><lid><lidnr/><al>20% of minder</al></lid><lid><lidnr/><al>1</al></lid><lid><lidnr/><al>3</al></lid><lid><lidnr/><al>4</al></lid><lid><lidnr/><al>Maximaal</al></lid><lid><lidnr/><al>30</al></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_116_213_"> Gedeputeerde Staten verstrekken
                                    subsidie in de volgorde van de vastgestelde prioriteit, voor
                                    zover het subsidieplafond dit toelaat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_116_214_"> Bij een gelijke score wordt
                                    prioriteit gegeven aan een aanvraag die het beste scoort op de
                                    volgende onderdelen in deze volgorde;</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57685_0_28_116_214_137_"> het aantal
                                            investerende samenwerkingspartners;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57685_0_28_116_214_138_"> de verhouding
                                            tussen de te verlenen subsidie en de begrote
                                            kosten.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.27.10 Stukken bij de aanvraag voor subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_117_215_"> De aanvrager maakt bij de
                                    aanvraag gebruik van het aanvraagformulier 'Product Markt
                                    Partner Combinaties (PMPC's) toerisme Overijssel 2016;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_117_216_"> De aanvrager overlegt in
                                    afwijking van artikel 1.1.2 tweede lid bij de aanvraag voor
                                    subsidie de volgende stukken:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57685_0_28_117_216_139_"> begroting op basis
                                            van het beschikbaar gestelde format;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57685_0_28_117_216_140_"> indien sprake is
                                            van kosten van derden een getekende offerte of een
                                            opdrachtbevestiging waaruit de subsidiabele kosten
                                            blijken;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57685_0_28_117_216_141_"> een businesscase
                                            als bedoeld in artikel 4.27.1 onder sub a;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57685_0_28_117_216_142_"> een door de
                                            samenwerkingspartners ondertekende
                                            samenwerkingsverklaring; </al></li><li nr="e."><al id="anker-H57685_0_28_117_216_143_"> een
                                            de-minimisverklaring van de samenwerkingspartners die
                                            een onderneming zijn;</al></li><li nr="f."><al id="anker-H57685_0_28_117_216_144_"> indien subsidie
                                            wordt gevraagd voor het opstellen van de businesscase
                                            een factuur en betaalbewijs van de subsidiabele kosten.
                                        </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.27.11 Weigeringsgrond</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.3.1 wordt de subsidie geweigerd
                                    als:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_118_217_"> de subsidie minder dan € 7.500
                                    bedraagt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_118_218_"> de aanvraag betrekking heeft op
                                    uitsluitend het opstellen van een businesscase.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.27.12 Voorschot</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.3.3 tweede lid wordt bij de verlening van
                                de subsidie een voorschot van maximaal 25% van de verleende subsidie
                                verstrekt. Op verzoek van de subsidieontvanger kan een tweede
                                voorschot van 50% van de verleende subsidie worden verstrekt, indien
                                de subsidieontvanger kan aantonen dat ten minste 50% van de
                                verleende subsidie besteed en betaald is aan de activiteiten
                                waarvoor subsidie verkregen is. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.27.13 Verplichtingen van de
                                    subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.4.1. en 1.4.2. dient de
                                    subsidieontvanger:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_120_219_"> de PMPC uiterlijk binnen 18
                                    maanden na subsidieverlening te hebben gerealiseerd;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_28_120_220_"> de PMPC ten minste twee jaar na
                                    subsidievaststelling in stand te houden .</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.27.14 Vaststelling </titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.5.1 wordt de subsidie, ongeacht het
                                verleende bedrag, vastgesteld op werkelijk gemaakte kosten, op basis
                                van artikel 1.5.2 en een verklaring werkelijk gemaakte kosten en
                                opbrengsten als bedoeld in artikel 1.5.2 derde lid.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.28 Week van de Amateurkunst</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.28.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_29_122_221_"> amateurkunstenaar: degene die
                                    kunst of cultuur actief beoefent uit passie, liefhebberij of
                                    engagement, zonder daarmee primair in het levensonderhoud te
                                    voorzien;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_29_122_222_"> talentontwikkeling: ontwikkelen
                                    en uitvoeren van een methodiek om talenten te begeleiden in hun
                                    culturele en artistieke ontwikkeling; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57685_0_29_122_223_"> Week van de Amateurkunst: één
                                    week waarin amateurkunstenaars en culturele verenigingen zich
                                    presenteren aan een publiek. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.28.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor de
                                voorbereiding en uitvoering van de Week van de Amateurkunst.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.28.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_29_124_224_"> de aanvrager is een gemeente in
                                    de provincie Overijssel;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_29_124_225_"> de Week van de Amateurkunst
                                    vindt plaats binnen de provinciegrenzen van Overijssel;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57685_0_29_124_226_"> de Week van de Amateurkunst
                                    vindt plaats gedurende een week, waarbinnen op minimaal 5 dagen
                                    culturele activiteiten zijn geprogrammeerd;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57685_0_29_124_227_"> professionele kunstenaars of
                                    andere professionals zijn inhoudelijk betrokken om:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57685_0_29_124_227_145_"> de kennis en
                                            expertise van een amateurkunstenaar of culturele
                                            organisatie te vergroten of te verbeteren;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57685_0_29_124_227_146_"> talentontwikkeling
                                            te bevorderen. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.28.4 Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten, met
                                een maximum van € 5.000 per gemeente.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.28.5 Subsidiabele kosten</titel></kop><al>Uitsluitend kosten van derden zoals bedoeld in artikel 1.1.5 vierde
                                lid zijn subsidiabel. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.28.6 Indieningstermijn aanvraag</titel></kop><lid><lidnr/><al>In afwijking van artikel 1.2.2 geldt dat een aanvraag kan worden
                                    ingediend:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57685_0_29_127_228_"> vanaf 1 november 2016 en
                                    ontvangen moet zijn uiterlijk op 1 maart 2017;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57685_0_29_127_229_"> vanaf 1 november 2017 en
                                    ontvangen moet zijn uiterlijk op 1 maart 2018;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57685_0_29_127_230_"> vanaf 1 november 2018 en
                                    ontvangen moet zijn uiterlijk op 1 maart 2019;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57685_0_29_127_231_"> vanaf 1 november 2019 en
                                    ontvangen moet zijn uiterlijk op 2 maart 2020.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.28.7 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot
                                    subsidieverlening </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57685_0_29_128_232_"> De aanvrager maakt bij de
                                    aanvraag gebruik van het aanvraagformulier Week van de
                                    Amateurkunst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57685_0_29_128_233_"> In aanvulling op artikel 1.2.1
                                    tweede lid overlegt de aanvrager bij zijn aanvraag voor subsidie
                                    een projectplan waarin is omschreven:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57685_0_29_128_233_147_"> een
                                            activiteitenplan met daarin het aantal en de aard van de
                                            activiteiten die worden uitgevoerd tijdens de Week van
                                            de Amateurkunst;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57685_0_29_128_233_148_"> met welke partijen
                                            wordt samengewerkt om de Week van de Amateurkunst te
                                            organiseren en een omschrijving van die
                                            samenwerking;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57685_0_29_128_233_149_"> hoe professionele
                                            kunstenaars of andere professionals worden betrokken
                                            om:</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57685_0_29_128_233_150_"> de kennis en
                                            expertise van een amateurkunstenaars of culturele
                                            organisatie te vergroten of te verbeteren;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57685_0_29_128_233_151_"> talentontwikkeling
                                            te bevorderen. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.28.8 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.28.9 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><al>In aanvulling op de artikelen 1.4.1 en 1.4.2 is de subsidieontvanger
                                verplicht om voor 31 december van het jaar waarin de Week van de
                                Amateurkunst plaatsvindt de activiteit te hebben afgerond.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 Bijzondere bepalingen Wonen en leefomgeving</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.1 Effectuering Ruimtelijk Beleid</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e4788"><noot.nr>97</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Gedeputeerde staten kunnen
                                        subsidie verstrekken voor projecten die bijdragen aan de
                                        hoofdpunten van het provinciaal ruimtelijk beleid zoals dit
                                        is vastgelegd in de Omgevingsvisie Overijssel. Het
                                        provinciaal belang bij het project is maatgevend voor het al
                                        dan niet verstrekken van een subsidie. Subsidie kan worden
                                        verleend ten behoeve van de kosten van uitbesteding van
                                        voorbereidend onderzoek, visievorming en/of planontwikkeling
                                        met betrekking tot concrete ruimtelijke projecten of
                                        ruimtelijke voorzieningen. Uitvoering van het project is
                                        niet subsidiabel. Daarom zijn de kosten voor bouw- en sloop,
                                        evenals investeringen, exploitatiekosten en overhead niet
                                        subsidiabel.]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 5.1.1. Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder Omgevingsvisie: de op 1 juli
                                2009 door Provinciale Staten vastgestelde visie en het
                                uitvoeringsprogramma voor de ontwikkeling van de fysieke
                                leefomgeving van de provincie Overijssel, inclusief de actualisatie
                                door Provinciale Staten vastgesteld op 3 juli 2013.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.1.2. Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor onderzoek,
                                visie- en planontwikkeling van ruimtelijke projecten die van
                                provinciaal belang zijn op het gebied van ruimtelijke ordening en
                                wonen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.1.3. Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_1_3_1_"> de aanvrager is een Overijsselse
                                    gemeente, een Overijssels gemeentelijk samenwerkingsverband, of
                                    een Overijssels rechtspersoon die zich inzet voor ruimtelijke
                                    activiteiten in Overijssel.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e4824"><noot.nr>98</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit betekent dat
                                            particulieren geen aanvraag in kunnen dienen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_1_3_2_"> het ruimtelijk project past binnen
                                    de centrale beleidsambities en onderwerpen van provinciaal
                                    belang zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie Overijssel;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_1_3_3_"> het ruimtelijk project heeft een
                                    regionale schaal, uitstraling of werking of vervult een
                                    voorbeeldwerking.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e4845"><noot.nr>99</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Regionaal betekent dat de
                                            resultaten van het ruimtelijk project neerslaan in ten
                                            minste twee Overijsselse gemeenten.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57686_0_1_3_4_"> als de subsidie een steunmaatregel
                                    is dan moet het voldoen aan artikel 2 van de
                                    de-minimisverordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.1.4. Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.1.5. Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_1_5_5_"> Uitsluitend kosten derden als
                                    bedoeld in artikel 1.1.5 vierde lid zijn subsidiabel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_1_5_6_"> In afwijking van artikel 1.1.6 sub c
                                    zijn kosten die gemaakt zijn voordat de aanvraag is ontvangen
                                    wel subsidiabel.</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57686_0_1_5_7_"><noot id="d11e4881"><noot.nr>100</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De start van het project
                                            kan eerder hebben plaatsgevonden dan de
                                            subsidieaanvraag. Dit betekent dat de kosten tussen de
                                            start van het project en de daadwerkelijke indiening van
                                            de subsidieaanvraag wel subsidiabel zijn.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.1.6 Niet subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Aanvullend op artikel 1.1.6 zijn de volgende kosten niet
                                    subsidiabel:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_1_6_8_"> kosten voor bouw- en sloop;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_1_6_9_"> kosten voor investeringen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_1_6_10_"> exploitatiekosten;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57686_0_1_6_11_"> overheadkosten. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.1.7. Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.2 Samen bouwen aan de toekomst van Overijssel</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e4929"><noot.nr>101</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Ter uitwerking van de
                                        Provinciale Omgevingsvisie 2010-2019 hebben Gedeputeerde
                                        Staten en Burgemeester en Wethouders van de Overijsselse
                                        gemeenten prestatieafspraken gemaakt over een breed pakket
                                        van onderwerpen op het gebied van bouwen en wonen. De
                                        prestatieafspraken zijn in samenwerking met gemeenten
                                        opgesteld en zijn in de eerste helft van 2010 ondertekend.
                                        Gedeputeerde Staten en de Burgemeester en Wethouders hebben
                                        afspraken gemaakt over de volgende beleidsthema's:</noot.al><noot.al>1 Ruimtelijke kwaliteit: stimulansen voor
                                                ruimtelijke kwaliteit (cultureel erfgoed,
                                                stedenbouwkundige en architectonische ontwerpen,
                                                overgang stad en platteland en verruiming van de
                                                openbare ruimte), </noot.al><noot.al>2 Energie &amp; duurzaamheid (energiebesparing
                                                bij de sociale sector, stimuleringsregeling
                                                particuliere sector, loket voor begeleiding
                                                particulieren, pilotprojecten), </noot.al><noot.al>3 Woningbouwprogramma (minimaal en maximaal
                                                aantal woningen, maximale
                                                bestemmingsplancapaciteit), </noot.al><noot.al>4 Binnenstedelijke vernieuwing (percentage
                                                binnenstedelijk en uitleg, herstructurering, bodem,
                                                geluid), </noot.al><noot.al>5 Wonen, zorg en welzijn (realisatie van
                                                woonservicegebieden en huisvesting bijzondere
                                                doelgroepen), </noot.al><noot.al>6 Geluid, </noot.al><noot.al>7 Bodem en </noot.al><noot.al>8 Collectief Particulier Opdrachtgeverschap
                                                (CPO). </noot.al><noot.al>Met deze subsidieregeling wordt uitvoering gegeven aan
                                        de afspraken die gemaakt zijn op het gebied van:</noot.al><noot.al>1 binnenstedelijke vernieuwing, </noot.al><noot.al>2 wonen, zorg en welzijn, </noot.al><noot.al>3 geluid. </noot.al><noot.al>Voor de prestatieafspraken onderdeel Energie &amp;
                                        duurzaamheid is paragraaf 8.2 Energiebesparingsfonds
                                        woningen Overijssel, van toepassing.]</noot.al></noot></al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subparagraaf 5.2.1 Algemeen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.2.1.1. Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder prestatieovereenkomst:
                                prestatieafspraken Wonen 2010-2015, waarin Gedeputeerde Staten en
                                Burgemeester en Wethouders van een gemeente in de provincie
                                Overijssel afspraken hebben gemaakt met betrekking tot de
                                beleidsthema's; ruimtelijke kwaliteit, energie &amp; duurzaamheid,
                                binnenstedelijke vernieuwing, wonen zorg en welzijn, geluid, bodem
                                en Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO).</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.2.1.2. Bijzondere bepalingen over aanvraag van
                                    gemeenten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_3_9_12_"> Een ondertekende
                                    prestatieovereenkomst geldt als aanvraag voor een subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_3_9_13_"> De indieningstermijn uit artikel
                                    1.2.2 is niet van toepassing indien de aanvraag bij ondertekende
                                    prestatieovereenkomst wordt ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.2.1.3. Jaarlijkse voortgangsrapportage</titel></kop><al>De gemeente overlegt jaarlijks vóór 1 mei een schriftelijke
                                voortgangsrapportage met betrekking tot de uitvoering van de
                                gesubsidieerde activiteiten, aan de hand van de verplichte
                                rapportage indicatoren zoals genoemd in bijlage 1 van de
                                prestatieovereenkomst. </al><al>Ingeval van subsidieverlening ex artikel 5.2.2.3 doet de gemeente
                                hierbij tenminste een opgave van het aantal gereed gemelde woningen
                                bij het Centraal bureau voor de Statistiek (CBS).</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.2.1.4. Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond voor de
                                subparagrafen vast.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subparagraaf 5.2.2 Binnenstedelijk vernieuwing</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.2.2.1. Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze subparagraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_4_12_14_"> feitelijk bebouwd gebied: een
                                    gebied dat per 1 januari 2010 in de provincie Overijssel geheel
                                    is omsloten door binnenstedelijke bebouwing(sranden);</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_4_12_15_"> transformatie: aanpassen- of
                                    vervangen van bestaande bebouwing met/door een andere functie
                                    dan een woonfunctie naar een woonfunctie;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_4_12_16_"> ISV I: Investeringsbudget
                                    Stedelijke Vernieuwing I, periode 2000 t/m 2004;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57686_0_4_12_17_"> ISV II: Investeringsbudget
                                    Stedelijke Vernieuwing II, periode 2005 t/m 2009;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57686_0_4_12_18_"> Bouwimpuls: de subsidieregeling
                                    Bouwimpuls Overijssel vastgesteld bij besluit van Gedeputeerde
                                    Staten van 1 november 2006, kenmerk RWB/2005/3061 en ingetrokken
                                    bij besluit van Gedeputeerde Staten van 15 december 2009,
                                    kenmerk 2009/0123586;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57686_0_4_12_19_"> Tijdelijke stimuleringsregeling
                                    woningbouw: subsidieregeling Tijdelijke stimuleringsregeling
                                    woningbouwprojecten vastgesteld bij besluit van Gedeputeerde
                                    Staten van 22 september 2009, kenmerk 2009/0123586;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57686_0_4_12_20_"> woning: een binnen feitelijk
                                    bebouwd gebied tot bewoning bestemd gebouw dat, vanuit
                                    bouwtechnisch oogpunt gezien, is bestemd voor permanente
                                    bewoning door één particulier huishouden;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57686_0_4_12_21_"> Primos: Prognose-, Informatie- en
                                    Monitoringssysteem 2007, bevolkingsprognose opgesteld door ABF
                                    research in opdracht van het ministerie van VROM.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.2.2.2. Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor het realiseren
                                van woningen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.2.2.3. Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e5067"><noot.nr>102</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De gemeente kan subsidie
                                            ontvangen voor de realisatie van binnenstedelijke
                                            nieuwbouwwoningen. Binnenstedelijk betekent dat de
                                            woningen worden gerealiseerd op locaties binnen de
                                            contouren van feitelijk bebouwd gebied per 1 januari
                                            2010. Locaties aan de rand van de kern, Vinex-locaties
                                            en uitleggebieden vallen hier niet onder. Vinex locaties
                                            zijn locaties die zijn aangewezen om op korte termijn
                                            een groot aantal woningen te realiseren (Vierde Nota
                                            Ruimtelijke Ordening Extra). Deze locaties bevinden zich
                                            buiten de bestaande bebouwde omgeving. Uitleggebieden
                                            zijn gebieden waar de functie verandert in een woon-
                                            en/of werkfunctie en daarmee een nieuw stuk stad of dorp
                                            wordt ontwikkeld buiten diens bestaande
                                            bebouwingscontouren. Meestal heeft het gebied vóór de
                                            ontwikkeling een agrarische- of een natuur bestemming. </noot.al><noot.al>Niet subsidiabel zijn woningen die gerealiseerd
                                            worden als onderdeel van een project waarvoor
                                            Gedeputeerde Staten een subsidie hebben verstrekt in het
                                            kader van ISV I of II, de Bouwimpuls en/of de Tijdelijke
                                            stimuleringsregeling woningbouw. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie voor het realiseren van woningen
                                    voldoet aan de volgende criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_4_14_22_"> de woningen worden gerealiseerd
                                    binnen feitelijk bebouwd gebied;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_4_14_23_"> voor de woning is geen subsidie
                                    verleend op grond van ISV I, ISV II de Bouwimpuls of Tijdelijke
                                    stimuleringsregeling woningbouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.2.2.4. Grondslag subsidie</titel></kop><al><noot id="d11e5096"><noot.nr>103</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Gedeputeerde Staten
                                        verstrekken een subsidie van maximaal € 5.000,-- per
                                        gerealiseerde en gereed gemelde woning. De gemeente moet de
                                        woningen gereed moet melden vóór 31 december 2014.</noot.al><noot.al>De subsidie voor de activiteit zoals genoemd in artikel
                                        5.2.2.2 bedraagt maximaal € 5.000,-- per bij het CBS gereed
                                        gemelde woning. ]</noot.al></noot></al><al>De subsidie bedraagt € 5.000,-- per gerealiseerde en per bij het CBS
                                gereed gemelde woning.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.2.2.5. Voorschotverlening</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e5115"><noot.nr>104</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Voorschot bij verlening
                                            bedraagt 20% van de verleende subsidie. Dit wordt als
                                            volgt berekend: </noot.al><noot.al>In de prestatieafspraken staat vermeld wat het
                                            aantal binnenstedelijk te realiseren woningen zijn. Stel
                                            dat dit 200 woningen zijn, dan bedraagt de subsidie 200
                                            x €5.000,-- = € 1000.000,--. Het eerste voorschot is dan
                                            20% van € 1.000.000,-- is € 200.000,--. Jaarlijks dient
                                            de gemeente voor 31 december een voortgangsrapportage
                                            in, waarin de gemeente onder andere rapporteert over het
                                            aantal gereed gemelde woningen bij het CBS. Naar
                                            aanleiding van deze opgave kunnen Gedeputeerde Staten
                                            een aanvullend voorschot verstrekken. Stel dat uit de
                                            voortgangsrapportage over 2010 blijkt dat de gemeente 20
                                            woningen heeft gereed gemeld in 2010, dan bedraagt het
                                            tweede voorschot 20 x 5.000,-- is € 100.000,--.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_4_16_24_"> In afwijking van artikel 1.3.3
                                    derde lid verstrekken Gedeputeerde Staten de aanvrager in het
                                    jaar 2010 een voorschot van 20% van de verleende subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_4_16_25_"> Jaarlijks ontvangt de gemeente,
                                    nadat de voortgangsrapportage als bedoeld in artikel 5.2.1.3 is
                                    ontvangen, een aanvullend voorschot. Het aanvullend voorschot is
                                    gelijk aan de gereed gemelde woningen in het jaar waarover wordt
                                    gerapporteerd, maal € 5.000,--.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57686_0_4_16_26_"> Het totaal van het eerste
                                    voorschot ex artikel 5.2.2.5 eerste lid en de aanvullende
                                    voorschotten ex artikel 5.2.2.5 tweede lid bedraagt maximaal het
                                    verleende subsidiebedrag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57686_0_4_16_27_"> Het aanvullend voorschot wordt
                                    uitbetaald binnen dertien weken nadat de jaarlijkse
                                    voortgangsrapportage is ontvangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.2.2.6. Verplichtingen van de
                                    subsidieontvanger</titel></kop><al>In aanvulling op de artikelen 1.4.1 en 1.4.2 heeft de gemeente de
                                woningen gereed gemeld bij het CBS vóór 31 december 2014.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subparagraaf 5.2.3 Wonen, zorg en welzijn</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.2.3.1. Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze subparagraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_5_18_28_"> realisatiekosten: kosten die
                                    worden gemaakt voor de uitvoering van de projecten van het
                                    uitvoeringsplan;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_5_18_29_"> uitvoeringsplan: een door de
                                    gemeente vastgesteld projectplan met projecten ten behoeve van
                                    de realisatie van de ambitie met betrekking tot een
                                    woonservicegebied, zoals vermeld in paragraaf ‘wonen zorg en
                                    welzijn' van de prestatieovereenkomst;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_5_18_30_"> beleidsvisie: een door de gemeente
                                    vastgesteld document waarin de gemeente een definitie formuleert
                                    van een woonservicegebied en formuleert op welke wijze de
                                    woonservicegebieden vorm zullen worden gegeven;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57686_0_5_18_31_"> woonservicegebied: een door de
                                    gemeente in haar beleidsvisie over wonen en zorg vastgestelde
                                    definitie voor een gebied, waarin optimale condities worden
                                    geschapen langer zelfstandig wonen mogelijk maken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.2.3.2. Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_5_19_32_"> het opstellen van een visie,
                                    inclusief definitie woonservicegebied en een
                                    uitvoeringsplan;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_5_19_33_"> de realisatiekosten van de
                                    uitvoering van de projecten van het uitvoeringsplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.2.3.3. Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor de realisatiekosten van de uitvoering van
                                    projecten in het uitvoeringsplan moet voldoen aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_5_20_34_"> de gemeente heeft een beleidsvisie
                                    en een uitvoeringsplan vastgesteld door Burgemeester &amp;
                                    Wethouders;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_5_20_35_"> het uitvoeringsplan bevat een
                                    planning met een opleverdatum vóór 31 december 2014.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.2.3.4. Grondslag subsidie</titel></kop><al><noot id="d11e5224"><noot.nr>105</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De subsidie voor de activiteit
                                        zoals genoemd in artikel 5.2.3.2 is bepaald aan de hand van
                                        de verdeelsleutel op basis van het percentage 65 plussers
                                        binnen de gemeente op 1 januari 2015 conform PRIMOS 2007.
                                        ]</noot.al></noot></al><al>De subsidie bedraagt maximaal het bedrag dat genoemd is in de
                                prestatieovereenkomst, onder paragraaf Wonen, zorg en welzijn, voor
                                het opstellen van de visie, inclusief definitie woonservicegebied en
                                de realisatie van de projecten uit het uitvoeringsplan tezamen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.2.3.5. Voorschotverlening</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e5241"><noot.nr>106</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Voorschot bij verlening
                                            bedraagt 10% van de verleende subsidie. Dit wordt als
                                            volgt berekend: </noot.al><noot.al>In de prestatieafspraken staat vermeld wat het
                                            maximale subsidie voor het onderdeel ‘Wonen, zorg en
                                            welzijn bedraagt. Stel dat dit € 100.000,-- is, dan
                                            bedraagt het eerste voorschot bij subsidieverlening €
                                            10.000,--, te gebruiken voor het opstellen van het
                                            uitvoeringsplan. </noot.al><noot.al>Het aanvullende voorschot wordt bepaald aan de
                                            behaalde resultaten blijkend uit de jaarlijkse
                                            voortgangsrapportage. Gedeputeerde Staten bepalen zelf
                                            wat het aanvullende voorschot zal zijn. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_5_22_36_"> In afwijking van artikel 1.3.3
                                    derde lid verstrekken Gedeputeerde Staten de aanvrager in het
                                    jaar 2010 een voorschot van 10% van de verleende subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_5_22_37_"> Jaarlijks ontvangt de gemeente, op
                                    basis van de voortgangsrapportage als bedoelt in artikel
                                    5.2.1.3, een aanvullend voorschot te bepalen door Gedeputeerde
                                    Staten. Het totaal van het eerste voorschot en de aanvullende
                                    voorschotten bedraagt maximaal het verleende
                                    subsidiebedrag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57686_0_5_22_38_"> Het aanvullende voorschot wordt
                                    uitbetaald binnen dertien weken nadat de jaarlijkse
                                    voortgangsrapportage is ontvangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.2.3.6. Aanvullende stukken bij aanvraag tot
                                    subsidieverlening</titel></kop><al><noot id="d11e5273"><noot.nr>107</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De gemeente moet de
                                        prestatieafspraken aanvullen met een beleidvisie en
                                        uitvoeringsplan ten aanzien van realisatie van
                                        woonservicegebieden. Naar aanleiding van dit uitvoeringsplan
                                        kunnen Gedeputeerde Staten een subsidie verstrekken aan
                                        realisatiekosten van het uitvoeringsplan, die het langer
                                        zelfstandig wonen mogelijk maken in enigerlei vorm van een
                                        woonservicegebied. Een woonservicegebied biedt allerlei
                                        voorzieningen en of aanpasbare woningen die geschikt zijn
                                        voor zorgbehoevenden bijvoorbeeld: levensloopbestendige of
                                        0-trede woningen. Het budget mag voor maximaal 10% worden
                                        ingezet voor het opstellen van de visie en het
                                        uitvoeringsplan. Van de overige 90 % mag de subsidie voor
                                        maximaal 25% worden ingezet voor het nemen van sociale
                                        maatregelen. Het resterende budget dient te worden ingezet
                                        voor fysieke maatregelen</noot.al><noot.al>. </noot.al><noot.al>Gedeputeerde Staten hebben een format opgesteld dat per
                                        project ingevuld dient te worden en als bijlage met het
                                        uitvoeringsplan wonen en zorg meegestuurd dient te worden.
                                        Dit kan gedownload worden van de website van de provincie
                                        Overijssel: www.overijssel.nl/subsidie. ]</noot.al></noot></al><al>De aanvrager overlegt in aanvulling op artikel 5.2.1.2 een
                                beleidvisie en een uitvoeringsplan.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.2.3.7. Verplichtingen van de
                                    subsidieontvanger</titel></kop><al>In aanvulling op de artikelen 1.4.1 en 1.4.2 dient het
                                uitvoeringsplan gerealiseerd te zijn vóór 31 december 2014.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subparagraaf 5.2.4 Geluid</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subparagraaf 5.2.5 Bodem</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subparagraaf 5.2.6 Collectief Particulier Opdrachtgeverschap
                                (CPO)</titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken] </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.3 Ruimtelijke kwaliteit</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.4 Ontwikkelen van woonzorgzones (pMJP 4.1.2)</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.5. Kulturhusen</titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.6 Dorpsplanplus (DOP+) </titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.7 Herstructurering van bedrijventerreinen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.7.1. Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_25_39_"> Bedrijventerrein: een terrein van
                                    minimaal één hectare, dat in gebruik is door twee of meer
                                    bedrijven uit de sectoren industrie, nijverheid en/of
                                    commerciële en niet-commerciële dienstverlening. Daaronder niet
                                    begrepen een terrein dat in overwegende mate bestemd is voor
                                    kantoren, detailhandel of horeca. </al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57686_0_13_25_40_"><noot id="d11e5363"><noot.nr>108</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het moet gaan over een
                                            terrein ouder dan tien jaar gerekend vanaf het moment
                                            van eerste bedrijfsvestiging. Het betreffende
                                            bedrijventerreinen moet voorts opgenomen zijn in het
                                            Meerjarenprogramma Vitale Bedrijvigheid
                                            2009-2015.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_25_41_"> Kwaliteitsscan: een systematische
                                    beoordeling van de aanwezige kwaliteit op een bedrijventerrein,
                                    als onderdeel van het kwaliteitsscoresysteem. </al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57686_0_13_25_42_"><noot id="d11e5379"><noot.nr>109</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Een kwaliteitsscan vindt
                                            plaats door middel van een systematische beoordeling van
                                            de aanwezige kwaliteit op een bedrijventerrein. De scan
                                            is een onderdeel van het kwaliteitsscoresysteem. Dit
                                            systeem wordt door Gedeputeerde Staten als een
                                            gekwalificeerd systeem beschouwd. Deze moet zijn geborgd
                                            in een onafhankelijke stichting. De scan vindt plaats in
                                            opdracht van het gemeentebestuur. Door middel van
                                            objectieve en toetsbare criteria volgen vanuit de
                                            toepassing van dit systeem, de scores met betrekking tot
                                            de kwaliteit op de diverse relevante aspecten. Dit leidt
                                            tot het geven van één of meer sterren, naar analogie van
                                            het hotel-classificatiesysteem. Vervolgens worden door
                                            middel van een kansenkaart aanbevelingen gedaan en de
                                            concrete activiteiten benoemd, die moeten worden
                                            getroffen om een hogere en duurzamere kwaliteit van het
                                            bedrijventerrein te bereiken. Dit instrument scherpt de
                                            discussies aan tussen de gemeente en de ondernemers over
                                            het te bereiken kwaliteitsniveau van een
                                            bedrijventerrein. Voorafgaand aan de opstelling van een
                                            herstructureringsplan, vindt de scan plaats als
                                            nul-meting. Na uitvoering van het
                                            herstructureringsproject wordt de kwaliteit als gevolg
                                            van de genomen maatregelen, opnieuw met een scan
                                            bepaald. Hiermee vindt monitoring van de kwaliteit
                                            plaats.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_25_43_"> Herstructureringsplan: het plan
                                    bevat de visie(s) met betrekking tot de herstructurering van het
                                    betreffende bedrijventerrein. Het is de nadere uitwerking op
                                    uitvoeringsniveau, van de te nemen concrete activiteiten in de
                                    publieke ruimte en het daarbij behorende financieringsplan en de
                                    planning. </al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57686_0_13_25_44_"><noot id="d11e5395"><noot.nr>110</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Een herstructureringsplan
                                            komt tot stand in overleg tussen het gemeentebestuur en
                                            de ondernemers of de ondernemersvereniging. Het plan
                                            wordt door het gemeentebestuur vastgesteld. Het plan is
                                            (mede) gebaseerd op de daaraan voorafgaande
                                            kwaliteitsscan. Het plan bevat de visie(s) met
                                            betrekking tot de herstructurering van het betreffende
                                            bedrijventerrein. Het aspect duurzaamheid, waaronder
                                            ruimtewinst, maar ook het aspect ruimtelijke kwaliteit,
                                            wordt in het plan zichtbaar gemaakt. Het
                                            herstructureringsplan is de nadere uitwerking op
                                            uitvoeringsniveau, van de te nemen concrete activiteiten
                                            en het daarbij behorende financieringsplan (inclusief
                                            kosten, c.q. exploitatiebegroting). Als het
                                            herstructureringsplan zowel werkzaamheden in de publieke
                                            ruimte als in de private sector omvat, dan worden deze
                                            in samenhang in het plan beschreven en in samenhang
                                            uitgevoerd. Het plan bevat voorts een overzicht van
                                            subsidieabel geachte kosten, waarover - via vooroverleg
                                            tussen gemeente en provincie - overeenstemming bestaat.
                                            Dit overzicht dient ter bepaling van de prestaties in de
                                            beschikking tot subsidieverlening. Het overzicht is
                                            tevens basis voor de beoordeling van geleverde
                                            prestaties ten behoeve van de vaststelling van de
                                            subsidie. </noot.al><noot.al>Uit het plan blijkt dat alle bij het
                                            herstructureringsproject betrokken partijen de
                                            uitvoering ervan onderschrijven. Het
                                            herstructureringsplan bevat voorts een plan van aanpak
                                            om het met de herstructurering bereikte kwaliteitsniveau
                                            te borgen. Dat kan zijn door middel van afspraken tussen
                                            gemeente en bedrijven over beheer en onderhoud, het
                                            structureel beheer. Ook kan dat plaatsvinden door middel
                                            van parkmanagement. Als het herstructureringsplan ook
                                            werkzaamheden bevat in de private sector, dan worden de
                                            werkzaamheden in de publieke ruimte en die in de private
                                            sector in samenhang in het herstructureringsplan
                                            beschreven en in samenhang uitgevoerd. </noot.al><noot.al>Voor zover (de) initiatiefnemer(s) bij het project
                                            een betrokkenheid wensen van de HMO, bevat het
                                            herstructureringsplan de gemotiveerde reden(en)
                                            hiertoe.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_25_45_"> Publieke ruimte: de fysieke
                                    ruimte die het domein is van de overheid en door haar wordt
                                    beheerd.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_25_46_"> Structuurvisie: een gemeentelijke
                                    structuurvisie op basis van de nieuwe Wet op de ruimtelijke
                                    ordening (nWro). De paragraaf Bedrijventerreinen bevat een
                                    samenhangende en zorgvuldige beleidsvisie voor de lange termijn
                                    voor bedrijventerreinen.</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_25_47_"> Herstructurering: alle eenmalige
                                    ingrepen op een bedrijventerrein waarvan de economische functie
                                    behouden blijft, die tot doel hebben veroudering van het terrein
                                    als geheel te bestrijden, en die niet tot het reguliere
                                    onderhoud gerekend worden.</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_25_48_"> Monitoring Kwaliteitsscan: na
                                    uitvoering van het herstructureringsproject wordt de kwaliteit
                                    als gevolg van de genomen maatregelen opnieuw met een scan
                                    bepaald. Deze monitoringscan heeft een vergelijkbare systematiek
                                    als de kwaliteitscan. Hiermee vindt monitoring van de kwaliteit
                                    plaats.</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57686_0_13_25_49_"><noot id="d11e5431"><noot.nr>111</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Voor deze scan geldt ook
                                            dat deze volgens de door de provincie Overijssel
                                            gehanteerde kwaliteitsscoresystematiek wordt uitgevoerd.
                                            De Monitoring Kwaliteitscan is gekoppeld aan de aanvraag
                                            voor vaststelling van de subsidie voor het uitvoeren van
                                            het herstructureringsplan. De monitor maakt inzichtelijk
                                            welke maatregelen zijn genomen inzake de
                                            herstructurering ten aanzien van de sterrenkwalificatie
                                            zoals vastgesteld in de nul-meting. Met de uitkomst van
                                            de monitor is het voor alle stake-holders (gemeente,
                                            ondernemers, provincie etc.) inzichtelijk wat de
                                            herstructurering heeft opgeleverd. Voor deze scan
                                            vervalt de subsidiemogelijkheid, omdat de kosten ervan
                                            geheel voor rekening van de provincie komen. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.7.2. Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor de
                                    kwaliteitsverbetering van bestaande bedrijventerreinen,
                                    opgenomen in het meerjarenprogramma Vitale Bedrijvigheid
                                    2009-2015, betreffende de volgende activiteiten:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_26_50_"> het uitvoeren van een
                                    kwaliteitsscan; </al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57686_0_13_26_51_"><noot id="d11e5455"><noot.nr>112</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De uitvoering van de
                                            kwaliteitsscan komt voor subsidiëring in aanmerking als
                                            deze op grond van de regeling vereist is. Vereist in die
                                            zin dat deze vooraf moet gaan aan een
                                            herstructureringsplan waarvoor subsidie wordt gevraagd.
                                            De scan wordt uitgevoerd conform de systematiek van het
                                            kwaliteitsscoresysteem. Het gaat hier om de eerste
                                            nul-meting, ter voorbereiding van de opstelling van het
                                            herstructureringsplan. Voor die scan kan subsidie worden
                                            aangevraagd. Ook moet er een (monitoring)scan worden
                                            uitgevoerd, nadat het herstructureringsproject is
                                            afgerond. Voor deze scan geldt ook dat deze volgens de
                                            door de provincie Overijssel gehanteerde
                                            kwaliteitsscoresystematiek wordt uitgevoerd. De
                                            monitoringsscan is gekoppeld aan de aanvraag voor
                                            vaststelling van de subsidie voor het uitvoeren van het
                                            herstructureringsplan. Voor deze scan vervalt de
                                            subsidiemogelijkheid, omdat de kosten ervan geheel voor
                                            rekening van de provincie komen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_26_52_"> het opstellen van een
                                    herstructureringsplan;</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57686_0_13_26_53_"><noot id="d11e5471"><noot.nr>113</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het herstructureringsplan
                                            is (mede) gebaseerd op de kwaliteitscan. In de
                                            toelichting op het begrip herstructureringsplan wordt op
                                            de bedoeling en inhoud van het plan ingegaan.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_26_54_"> het uitvoeren van een
                                    herstructureringsplan; </al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57686_0_13_26_55_"><noot id="d11e5487"><noot.nr>114</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Een
                                            herstructureringsproject mag geen eindeloos aantal jaren
                                            doorlooptijd hebben. De termijnen vereisen van
                                            initiatiefnemers een voortdurende actieve opstelling met
                                            betrekking tot de doorlooptijd van het proces. Om die
                                            reden is ook subsidie voor procesmanagement mogelijk
                                            gemaakt. De maximale termijn voor de uitvoering van een
                                            herstructureringsproject is vastgesteld op 6 jaar.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_26_56_"> project- en
                                    procesmanagement.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e5503"><noot.nr>115</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het onderdeel project- en
                                            procesmanagement vormt in de praktijk nogal eens een
                                            zwakke schakel. Hierdoor komen
                                            herstructureringsprojecten niet van de grond, of hebben
                                            een erg lange doorlooptijd. Om ook hierin verbetering te
                                            brengen bieden Gedeputeerde Staten de mogelijkheid om
                                            hiervoor een subsidie te verkrijgen. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.7.3. Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_27_57_"> Een aanvraag voor subsidie als
                                    bedoeld in artikel 5.7.2 sub a moet voldoen aan het criterium
                                    dat het alleen de door de provincie Overijssel gehanteerde
                                    kwaliteitsscoresystematiek betreft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_27_58_"> Een aanvraag voor subsidie als
                                    bedoeld in artikel 5.7.2 sub b moet voldoen aan de volgende
                                    criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_13_27_58_1_"> Het
                                            herstructureringsplan moet gebaseerd zijn op een actuele
                                            kwaliteitsscan;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_13_27_58_2_"> De opstelling van de
                                            kwaliteitsscan en de opstelling, respectievelijk de
                                            uitvoering van het herstructureringsplan lopen niet
                                            teveel in tijd uiteen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_27_59_"> Een aanvraag voor subsidie als
                                    bedoeld in artikel 5.7.2 sub c, moeten voldoen aan de volgende
                                    criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_13_27_59_3_"> er moet een door het
                                            gemeentebestuur vastgesteld herstructureringsplan aan de
                                            uitvoering van de herstructurering van het
                                            bedrijventerrein ten grondslag liggen. Het
                                            herstructureringsplan is in overeenstemming met de
                                            provincie opgesteld;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_13_27_59_4_"> de kosten voor
                                            werkzaamheden, als vermeld in het herstructureringsplan,
                                            hebben uitsluitend betrekking op werkzaamheden in de
                                            publieke ruimte;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57686_0_13_27_59_5_"> de begroting van de
                                            werkzaamheden van de uitvoering van het
                                            herstructureringsplan is na de verlening van de
                                            provinciale subsidie sluitend;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57686_0_13_27_59_6_"> met de
                                            uitvoeringswerkzaamheden van het herstructureringsplan
                                            moet zijn begonnen binnen 9 maanden na de vaststelling
                                            van het herstructureringsplan;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57686_0_13_27_59_7_"> over de voortgang van
                                            de uitvoering van de werkzaamheden van het
                                            herstructureringsplan rapporteert het gemeentebestuur
                                            eenmaal per jaar aan Gedeputeerde Staten;</al></li><li nr="f."><al id="anker-H57686_0_13_27_59_8_"> de uitvoering van de
                                            werkzaamheden van het herstructureringsplan zijn
                                            afgerond binnen 6 jaar na verlening van de subsidie. Na
                                            afronding moet een (monitoring)scan worden
                                            uitgevoerd.</al></li><li nr=""><al id="anker-H57686_0_13_27_59_9_"><noot id="d11e5558"><noot.nr>116</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Onder "met de
                                                  uitvoeringswerkzaamheden moet zijn begonnen",
                                                  wordt het volgende verstaan. De werkzaamheden
                                                  moeten niet alleen zijn aanbesteed en gegund, maar
                                                  ook daadwerkelijk zijn gestart. Die start mag geen
                                                  pro forma karakter hebben, maar moet werkzaamheden
                                                  betreffen, die een fysieke betekenis hebben en een
                                                  continu karakter. Bodemonderzoek valt daar bij
                                                  voorbeeld niet onder.]</noot.al></noot></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_27_60_"> Een aanvraag voor subsidie als
                                    bedoeld in artikel 5.7.2 sub d is gericht op de activiteiten als
                                    bedoeld in artikel 5.7.2 eerste lid, sub b en c.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_27_61_"> Een aanvraag voor subsidie als
                                    bedoeld in artikel 5.7.2 sub b, c en d kan worden ingediend door
                                    gemeenten die een paragraaf Bedrijventerreinen in de
                                    gemeentelijke structuurvisie hebben opgenomen, dan wel een ander
                                    document met een gelijkwaardige status.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.7.4. Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_28_62_"> De subsidie voor het uitvoeren
                                    van een kwaliteitsscan als bedoeld in artikel 5.7.2 sub a
                                    bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum van €
                                    5.000,-- per kwaliteitsscan per bedrijventerrein.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_28_63_"> De subsidie voor het opstellen
                                    van het herstructureringsplan als bedoeld in artikel 5.7.2 sub b
                                    bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een
                                    maximum van € 50.000,--.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_28_64_"> De subsidie voor het uitvoeren
                                    van het herstructureringsplan als bedoeld in artikel 5.7.2 sub c
                                    bedraagt € 50.000,-- per ha van het totale
                                    herstructureringsproject, als opgenomen in het
                                    herstructureringsplan. De subsidie bedraagt in totaal ten
                                    hoogste 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum van €
                                    500.000,-- per bedrijventerrein.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_28_65_"> De subsidie voor project- en
                                    procesmanagement als bedoeld in artikel 5.7.2 sub d bedraagt 50%
                                    van de kosten met een maximum van € 50.000,--. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.7.4a. Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.7.5. Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.1.6 zijn de volgende kosten niet
                                    subsidiabel:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_30_66_"> interne kosten;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_30_67_"> verrekenbare belastingen, BTW,
                                    heffingen of lasten, waaronder kosten van
                                    aanleg/herstel/vervanging van riolering;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_30_68_"> rente, bank, financierings- en
                                    gerechtskosten, geldboetes en sanctiekosten;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_30_69_"> afschrijvingskosten;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_30_70_"> kosten van planschade;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_30_71_"> kosten van werkzaamheden die
                                    verband houden met bodemsanering;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_30_72_"> kosten van werkzaamheden die tot
                                    het reguliere onderhoud worden gerekend;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_30_73_"> de aanleg of verbetering van
                                    bovenwijkse infrastructuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.7.6. Aanvullende stukken bij de aanvraag tot
                                    subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr/><al>De aanvrager overlegt in aanvulling op artikel 1.2.1 tweede lid
                                    bij de aanvraag voor subsidie voor het opstellen en uitvoeren
                                    van het herstructureringsplan als bedoeld in artikel 5.7.2 sub b
                                    en sub c tevens:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_31_74_"> de uitgevoerde kwaliteitsscan die
                                    ten grondslag ligt aan de opstelling van het
                                    herstructureringsplan, respectievelijk de uitvoering van dat
                                    plan;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_31_75_"> de door het gemeentebestuur in de
                                    vastgestelde structuurvisie opgenomen paragraaf
                                    Bedrijventerreinen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.7.7. Voorschotverlening</titel></kop><lid><lidnr/><al>In afwijking van artikel 1.3.3 tweede lid verstrekken
                                    Gedeputeerde Staten bij subsidieverlening:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_32_76_"> voor het opstellen van het
                                    herstructureringsplan een voorschot van 50% van het verleende
                                    subsidiebedrag;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_32_77_"> voor het uitvoeren van het
                                    herstructureringsplan een voorschot van 50% van het verleende
                                    subsidiebedrag, als met de uitvoeringswerkzaamheden van het
                                    herstructureringsplan is begonnen en de gemeente daarvan de
                                    provincie schriftelijk mededeling heeft gedaan;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_13_32_78_"> voor project- en procesmanagement
                                    een voorschot van 50% van het verleende subsidiebedrag, als de
                                    projectmanager met de feitelijke werkzaamheden is gestart en de
                                    gemeente daarvan de provincie schriftelijk mededeling heeft
                                    gedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.7.8. Vergoedingsplicht bij vermogensvorming</titel></kop><al>In de gevallen bedoeld in artikel 4:41 tweede lid Awb is de
                                subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft
                                geleid tot vermogensvorming, daarvoor een vergoeding verschuldigd
                                aan de provincie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.7.9. Aanvullende stukken bij aanvraag tot
                                    subsidievaststelling</titel></kop><al>De aanvrager overlegt in aanvulling op artikel 1.5.2 tweede lid of
                                artikel 1.5.3 tweede lid bij de aanvraag voor vaststelling voor het
                                uitvoeren van het herstructureringsplan tevens de resultaten van de
                                achteraf uitgevoerde "Monitoring Kwaliteitsscan".</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.8 Vitaliteit en ruimtelijke identiteit Steden en
                                Dorpen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.8.1. Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_14_35_79_"> centrum: centrale deel van een
                                    stad of dorp dat een concentratie van diensten kent;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_14_35_80_"> fysieke maatregelen: maatregelen
                                    die zichtbaar en tastbaar zijn;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_14_35_81_"> kwaliteit van de leefomgeving:
                                    het vergroten van de belevings- en gebruikswaarde of het
                                    verhogen van de sociale veiligheid of het versterken van
                                    identiteit en imago of het verbeteren van de beschikbaarheid van
                                    voorzieningen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57686_0_14_35_82_"> ruimtelijke identiteiten:
                                    objecten of locaties die beeldbepalend zijn en het eigen
                                    karakter van een stad of dorp bepalen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57686_0_14_35_83_"> ruimtelijke kwaliteit: het
                                    resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen dat de
                                    ruimte geschikt maakt en houdt voor wat mens, plant en dier
                                    belangrijk is;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57686_0_14_35_84_"> uitvoeringsplan: beschrijving van
                                    de werkwijze en de maatregelen om tot uitvoering van een opgave
                                    te komen. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.8.2. Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor fysieke
                                maatregelen die de kwaliteit van een centrum of de ruimtelijke
                                identiteiten van een stad of dorp verhogen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.8.3. Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_14_37_85_"> de aanvrager is een Overijsselse
                                    gemeente;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_14_37_86_"> de activiteit draagt bij aan het
                                    verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en de kwaliteit van de
                                    leefomgeving;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_14_37_87_"> er is ten minste één partij die
                                    gezamenlijk met de gemeente financieel bijdraagt voor ten minste
                                    50% van de subsidiabele kosten;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57686_0_14_37_88_"> de aanvraag heeft betrekking op
                                    een project welke door B&amp;W van de gemeente is
                                    goedgekeurd;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57686_0_14_37_89_"> de financiële dekking van de
                                    activiteit is rond; </al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57686_0_14_37_90_"> de uitvoering van de maatregel
                                    geschiedt op basis van het uitvoeringsplan en past binnen een
                                    door de gemeenteraad vastgestelde integrale visie of plan, waar
                                    de locatie onderdeel van uitmaakt; </al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57686_0_14_37_91_"> de aanvraag is vooraf afgestemd
                                    met de adviseur Stedelijke Ontwikkeling van de provincie.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.8.4. Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een
                                maximum van € 500.000 per aanvraag.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.8.5. Subsidiabele kosten</titel></kop><al>Overeenkomstig artikel 1.1.5 vierde lid, zijn uitsluitend kosten van
                                derden subsidiabel. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.8.6. Aanvullende stukken bij de aanvraag voor
                                    subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_14_40_92_"> De aanvrager maakt bij de
                                    aanvraag gebruik van het aanvraagformulier Kwaliteit stad-of
                                    dorpcentrum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_14_40_93_"> In aanvulling op artikel 1.2.1
                                    tweede lid overlegt de aanvrager:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_14_40_93_10_"> een schriftelijk en
                                            getekende verklaring van de cofinancier waaruit blijkt
                                            dat de cofinancier gezamenlijk met de gemeente voor ten
                                            minste 50% financieel bijdraagt;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_14_40_93_11_"> het uitvoeringsplan.
                                        </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.8.7. Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.8.8. Weigeringsgrond</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.3.1 wordt de subsidie geweigerd indien de
                                te verlenen subsidie minder dan € 125.000 bedraagt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.8.9. Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><al>In aanvulling op de artikelen 1.4.1. en 1.4.2. moet de
                                subsidieontvanger uiterlijk binnen 12 maanden nadat de aanvraag is
                                ingediend gestart zijn met de uitvoering van de activiteit en deze
                                binnen drie jaar na de datum van subsidieverlening hebben
                                afgerond.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.9 Gebiedsontwikkeling Noordoost Twente</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.10 Leefbare kleine kernen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.10.1. Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_16_44_94_"> fysieke maatregelen: maatregelen
                                    die zichtbaar en tastbaar zijn;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_16_44_95_"> ruimtelijke kwaliteit: het
                                    resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen dat de
                                    ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier
                                    belangrijk is;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_16_44_96_"> kleine kern: een aaneengesloten
                                    bebouwd gebied met maximaal 8000 inwoners; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57686_0_16_44_97_"> uitvoeringsplan: beschrijving van
                                    de werkwijze en de maatregelen om tot uitvoering van een opgave
                                    te komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.10.2. Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor fysieke
                                maatregelen, die de ruimtelijke kwaliteit, identiteit en
                                leefbaarheid versterken van de kleine kernen.</al><al><noot id="d11e5895"><noot.nr>117</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Gedeputeerde Staten kunnen
                                        subsidie verstrekken voor fysieke maatregelen, zoals
                                        omschreven in artikel 5.10.1. sub a, die zichtbaar en
                                        tastbaar zijn in kleine kernen. Dit betekent dat de kosten
                                        die gemaakt worden ten behoeve van deze fysieke maatregel
                                        subsidiabel zijn. Planvormingsactiviteiten en onderzoek
                                        worden niet gezien als fysieke maatregel en komen daarom
                                        niet in aanmerking voor subsidie.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.10.3. Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>De aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_16_46_98_"> de aanvrager is een Overijsselse
                                    gemeente of Overijssels waterschap;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_16_46_99_"> de uitvoering van de maatregel
                                    geschiedt op basis van het uitvoeringsplan, waar de locatie
                                    onderdeel van uitmaakt;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_16_46_100_"> de aanvraag is, voordat deze
                                    wordt ingediend, afgestemd met de provinciale beleidsmedewerker
                                    voor ruimtelijke ontwikkeling;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57686_0_16_46_101_"> er is ten minste één derde
                                    partij die gezamenlijk met de gemeente of het waterschap
                                    financieel bijdraagt voor ten minste 50% van de subsidiabele
                                    kosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.10.4. Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een
                                maximum van € 50.000 per aanvrager en maximaal twee
                                subsidieverleningen per aanvrager.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.10.5. Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.10.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot
                                    subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_16_49_102_"> De aanvrager maakt bij de
                                    aanvraag voor subsidie gebruik van het aanvraagformulier
                                    Leefbare kleine kernen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_16_49_103_"> De aanvrager overlegt in
                                    afwijking van artikel 1.2.1 tweede lid bij de aanvraag voor
                                    subsidie het uitvoeringsplan. Een uitvoeringsplan bevat onder
                                    andere de volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57686_0_16_49_103_12_"> beschrijving van de
                                            opgave: de aanleiding, probleemstelling en het beoogde
                                            resultaat;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57686_0_16_49_103_13_"> een beknopte
                                            beschrijving van de locatie en de situatie;</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57686_0_16_49_103_14_"> beschrijving van de
                                            bijdrage van de fysieke ingreep aan de ruimtelijke
                                            kwaliteit, in samenhang met het versterken van de
                                            identiteit en leefbaarheid ter plaatse;</al></li><li nr="iv."><al id="anker-H57686_0_16_49_103_15_"> alle voorgestelde
                                            maatregelen, ook die waarvoor geen subsidie wordt
                                            aangevraagd;</al></li><li nr="v."><al id="anker-H57686_0_16_49_103_16_"> een beschrijving van
                                            het resultaat;</al></li><li nr="vi."><al id="anker-H57686_0_16_49_103_17_"> een beschrijving van
                                            draagvlak en participatie door derden;</al></li><li nr="vii."><al id="anker-H57686_0_16_49_103_18_"> een begroting van de
                                            kosten en financiering van de afzonderlijke maatregelen
                                            met daarbij het dekkingsvoorstel per maatregel;</al></li><li nr="viii."><al id="anker-H57686_0_16_49_103_19_"> de verwachte planning
                                            van de uitvoering.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.10.7. Weigeringsgrond</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.3.1 wordt de subsidie geweigerd
                                    indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_16_50_104_"> voor de activiteit subsidie is
                                    verstrekt op basis van paragraaf 5.8 van dit
                                    uitvoeringsbesluit;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_16_50_105_"> de te verlenen subsidie minder
                                    dan € 25.000 bedraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.10.8. Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><al>In aanvulling op de artikelen 1.4.1 en 1.4.2 moet de
                                subsidieontvanger binnen 12 maanden na datum van subsidieverlening
                                starten met de uitvoering en deze activiteit binnen drie jaar na
                                datum van subsidieverlening hebben afgerond.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.10.9 Voorschot</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.3.3 tweede lid wordt bij de verlening van
                                de subsidie geen voorschot verstrekt. Het eerste voorschot wordt
                                verleend na de start van de subsidiabele activiteit.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.11 Duurzaam Ontwikkelen Overijssel</titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken] </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.12 Aanpak leegstand kantoorpanden Overijssel</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e6025"><noot.nr>118</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Gedeputeerde Staten willen
                                        leegstand van kantoorpanden in Overijssel aanpakken. Hierbij
                                        zoeken zij naar instrumenten die op regionaal niveau de
                                        betrokken partijen in beweging brengen en houden om de
                                        leegstand aan te pakken. Enerzijds door partijen met elkaar
                                        om tafel te krijgen en anderzijds door experimenten te
                                        ondersteunen door middel van deze subsidieregeling.
                                        ]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 5.12.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_18_53_106_"> goed functionerende
                                    kantorenmarkt: een kantorenvoorraad in Overijssel die
                                    toegesneden is op de diverse gebruikersvragen qua kwaliteit,
                                    locaties, gebouwfunctionaliteit en omvang;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_18_53_107_"> [vervallen] </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_18_53_108_"> kantoorpand: bedrijfspand of
                                    bedrijfsruimte waar allerlei administratieve handelingen worden
                                    uitgevoerd of diensten worden verleend en dat binnen het
                                    vigerende bestemmingsplan is bestemd als kantoor;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57686_0_18_53_109_"> leegstand of leegstaand
                                    kantoorpand: ruimte in een opgeleverd kantoorpand die
                                    beschikbaar is voor verhuur of verkoop en die nu niet in gebruik
                                    is als kantoor;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57686_0_18_53_110_"> [vervallen]</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57686_0_18_53_111_"> [vervallen]</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57686_0_18_53_112_"> [vervallen</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.12.2. Subsidiabele activiteit</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor een project
                                    om de leegstand van kantoren in Overijssel te reduceren dat
                                    leidt tot:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_18_54_113_"> een uitgewerkte businesscase
                                    voor het betreffende pand of de betreffende panden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_18_54_114_"> een voor Overijssel nieuwe
                                    aanpak voor het terugdringen van leegstand; </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e6097"><noot.nr>119</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Een voor Overijssel nieuwe
                                            werkwijze of methodiek om leegstand op te lossen.
                                            Aanpakken die alleen beogen om de leegstand in beeld te
                                            brengen komen niet voor subsidie in
                                            aanmerking.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_18_54_115_"> een reductie van het aantal
                                    leegstaande meters verhuurbare kantoorruimte van minimaal 500 m2
                                    volgens NEN2580 door transformatie van het pand zodat het pand
                                    daarmee geschikt wordt voor een andere functie; of</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57686_0_18_54_116_"> een reductie van het aantal
                                    leegstaande meters verhuurbare kantoorruimte van minimaal 500 m2
                                    volgens NEN2580 door verbouw van een pand zonder dat dat leidt
                                    tot een andere functie.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.12.3. Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_18_55_117_"> De activiteit is:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57686_0_18_55_117_20_"> erop gericht om de
                                            leegstand in kantoren in Overijssel terug te dringen;
                                            óf</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57686_0_18_55_117_21_"> draagt bij aan een
                                            goed functionerende kantorenmarkt;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_18_55_118_"> de aanvrager is een
                                    rechtspersoon, een vennootschap, maatschap of eenmanszaak;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_18_55_119_"> er is ten minste één
                                    kantooreigenaar betrokken bij het project;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57686_0_18_55_120_"> de activiteit draagt ertoe bij
                                    om de negatieve effecten van leegstand op ruimtelijke kwaliteit,
                                    duurzaamheid en sociale kwaliteit te voorkomen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57686_0_18_55_121_"> de uitkomsten en resultaten van
                                    de activiteit dragen bij aan kennisontwikkeling op het gebied
                                    van aanpak van leegstand kantoorpanden in Overijssel die
                                    overgedragen wordt aan andere partijen in Overijssel;</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57686_0_18_55_122_"><noot id="d11e6158"><noot.nr>120</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De adviescommissie
                                            Leegstand kantoorpanden Overijssel adviseert over of de
                                            uitkomsten en resultaten van de activiteit bijdragen aan
                                            kennisontwikkeling op het gebied van aanpak leegstand
                                            van kantoorpanden in Overijssel. Het criterium
                                            kennisontwikkeling is een belangrijke opbrengst:
                                            enerzijds voor de verschillende partners om hiervan te
                                            leren, anderzijds om als provincie daarnaast input te
                                            ontvangen over het beter afstemmen en zo mogelijk samen
                                            aanvliegen van de verschillende domeinen van het
                                            vestigingsklimaat (werklocaties). ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57686_0_18_55_123_"> voor aanvragen op grond van
                                    artikel 5.12.2 sub c en d geldt dat de te reduceren aantal m2
                                    leegstand aangetoond moet worden en dat de ruimte(n) binnen zes
                                    maanden na verbouwen aantoonbaar in gebruik genomen wordt;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57686_0_18_55_124_"> de activiteit past binnen de
                                    Kaderstelling Leegstand Kantoren en het Investeringsvoorstel
                                    Leegstand Kantoren die door Provinciale Staten op
                                    respectievelijk 14 november 2012 en 29 mei 2013 zijn
                                    vastgesteld; </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e6179"><noot.nr>121</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Zowel het kaderstellend
                                            voorstel (PS/2012/875) als het investeringsvoorstel
                                            (PS/2013/335) is te vinden op http://www.overijssel.nl/.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57686_0_18_55_125_"> als de subsidie een
                                    steunmaatregel is dan moet de subsidie voldoen aan artikel 2 van
                                    de de-minimisverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.12.4. Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_18_56_126_"> De subsidie als bedoeld in
                                    artikel 5.12.2 sub a en b bedraagt maximaal 50% van de
                                    subsidiabele kosten met een maximum van € 50.000 per
                                    aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_18_56_127_"> De subsidie als bedoeld in
                                    artikel 5.12.2 sub c bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele
                                    kosten met een maximum van € 200.000 waarvan maximaal 25%
                                    besteed mag worden aan loonkosten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57686_0_18_56_128_"> De subsidie als bedoeld in
                                    artikel 5.12.2 sub d bedraagt maximaal 20% van de subsidiabele
                                    kosten met een maximum van € 100.000 waarvan maximaal 25%
                                    besteed mag worden aan loonkosten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57686_0_18_56_129_"> De totale subsidie voor
                                    activiteiten als bedoeld in artikel 5.12.2 samen bedraagt
                                    maximaal € 200.000.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.12.5 Niet subsidiabele kosten</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.1.6 zijn de kosten die verband houden met
                                het daadwerkelijk slopen van kantoorpanden en afschrijvingskosten op
                                een kantoorgebouw niet subsidiabel.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.12.6 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.12.7 Volgorde van behandeling</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.1.3 geldt dat indien op de dag dat het
                                subsidieplafond wordt bereikt en er meer dan één aanvraag is
                                ontvangen, Gedeputeerde Staten de onderlinge rangschikking van die
                                aanvragen vaststelt door middel van de volgende werkwijze: aanvragen
                                voor artikel 5.12.2 sub c komen eerst in aanmerking voor subsidie,
                                aanvragen voor artikel 5.12.2 sub d daarna en vervolgens aanvragen
                                voor artikel 5.12.2. sub a en tenslotte sub b.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.12.8 Adviescommissie Leegstand kantoorpanden
                                    Overijssel</titel></kop><al>Een subsidieaanvraag wordt om advies voorgelegd aan de
                                adviescommissie Leegstand kantoorpanden Overijssel. De
                                adviescommissie adviseert over of de aanvraag voldoet aan de
                                subsidiabele activiteit zoals genoemd in artikel 5.12.2 en artikel
                                5.12.3 sub d en e.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.12.9 Weigeringsgrond</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.3.1 tweede lid weigeren Gedeputeerde
                                Staten de subsidie als minder dan € 5.000,-- aan subsidie zal worden
                                verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.12.10 Stukken bij de aanvraag voor subsidie</titel></kop><al>De aanvrager maakt bij de aanvraag gebruik van het aanvraagformulier
                                ‘Aanpak leegstand kantoorpanden Overijssel'.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.12.11 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.4.1 en 1.4.2 is de aanvrager
                                    verplicht:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_18_63_130_"> binnen maximaal 12 maanden na
                                    verlening van de subsidie resultaten te boeken die deelbaar zijn
                                    in het kader van kennisdeling als bedoeld in artikel 5.12.3 sub
                                    d;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_18_63_131_"> de resultaten en de
                                    kennisontwikkeling kostenloos te delen met andere partijen die
                                    er om vragen of belang bij hebben.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.13 Aanpak winkelleegstand Overijssel</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.14 Overijssel-Stedendriehoek-Deventer</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.14.1 begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_20_64_132_"> investeringsbesluit: de op 17
                                    april 2013 door Provinciale Staten van Overijssel (PS/2013/182)
                                    vastgestelde selectie van prioritaire projecten van provinciaal
                                    belang;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_20_64_133_"> ontwikkelagenda: de door
                                    Gedeputeerde Staten van Overijssel en Burgemeester en Wethouders
                                    van Deventer op 27 november 2012 vastgestelde Ontwikkelagenda
                                    Overijssel-Stedendriehoek-Deventer;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_20_64_134_"> werkprogramma: het op 5 maart
                                    2013 door Gedeputeerde Staten van Overijssel en Burgemeester en
                                    wethouders van de gemeente Deventer vastgestelde Werkprogramma
                                    Overijssel-Stedendriehoek-Deventer 2013-2015.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.14.2. Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_20_65_135_"> Gedeputeerde Staten kunnen
                                    subsidie verstrekken voor de uitvoering van de volgende
                                    projecten, die in het investeringsbesluit zijn opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_20_65_135_22_"> Stadsaszone:
                                            Opwaarderen Stadsas Hanzetracé (tot aan de
                                            Snipperlingsdijk);</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_20_65_135_23_"> Stad aan de IJssel:
                                            versterken van de relatie met de IJssel: "beleef de
                                            Welle" en Stadsrandentree: Stad aan de IJssel meer
                                            etaleren, versterken relatie met de
                                            IJssel/Schipbeek;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57686_0_20_65_135_24_"> Waardevast
                                            werklandschap: Doorontwikkelen Technicampus;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_20_65_136_"> Gedeputeerde Staten kunnen
                                    subsidie verstrekken voor overige in het werkprogramma opgenomen
                                    projecten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.14.3. Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_20_66_137_"> Een aanvraag voor subsidie
                                    voldoet aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_20_66_137_25_"> de aanvrager is de
                                            gemeente Deventer;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_20_66_137_26_"> de aanvrager voert de
                                            activiteit uit zoals opgenomen in het
                                            werkprogramma;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_20_66_138_"> De uitvoering van het Hanzetracé
                                    in 2015-2017, loopt parallel aan de herprofilering van de Mr.
                                    H.F. de Boerlaan, eveneens opgenomen in het werkprogramma;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57686_0_20_66_139_"> Een aanvraag voor subsidie als
                                    bedoeld in artikel 5.14.2 eerste lid onder b voldoet aanvullend
                                    op het eerste lid, aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_20_66_139_27_"> de activiteit heeft
                                            betrekking op het binnenstadsgebied aan de IJssel en het
                                            Sluiskwartier en draagt naast het versterken van de
                                            relatie met de IJssel bij aan de leefbaarheid en
                                            gebruiksmogelijkheden van het gebied; of</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_20_66_139_28_"> de activiteit of het
                                            project draagt bij aan het versterken van de relatie
                                            tussen de IJssel, de Schipbeekzone en de Stadsrand en
                                            etaleert daarmee de kwaliteiten van Stad aan de IJssel
                                            in de stadsrand-entree.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57686_0_20_66_140_"> Een aanvraag voor subsidie als
                                    bedoeld in artikel 5.14.2 eerste lid onder c betreffende de
                                    Technicampus voldoet, aanvullend op het eerste lid, aan het
                                    volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_20_66_140_29_"> het bedrijfsleven is
                                            aantoonbaar betrokken bij de doorontwikkeling van de
                                            Technicampus;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_20_66_140_30_"> het nieuwe
                                            opleidingsaanbod moet aantoonbaar na 2015 zonder deze
                                            subsidie kunnen worden voortgezet, aangetoond door
                                            middel van een businesscase.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H57686_0_20_66_141_"> Een aanvraag voor subsidie als
                                    bedoeld in artikel 5.14.2 tweede lid komt slechts in aanmerking
                                    voor subsidie als daarbij wordt aangetoond dat de aanvraag niet
                                    ten koste gaat van de realisering van projecten als bedoeld in
                                    artikel 5.14.2 eerste lid, dit doordat aangetoond wordt dat de
                                    kosten daarvan minder bedragen dan geraamd, of doordat de
                                    gemeente aanvullende financiering voor die projecten heeft
                                    bewerkstelligd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.14.4 Grondslag</titel></kop><al>De subsidie is een forfaitair vastgesteld bedrag van maximaal €
                                11.850.000,-- voor alle projecten als bedoeld in artikel 5.14.2
                                samen. Hierbij geldt dat de provinciale subsidie gelijk is aan de
                                financiële bijdrage van de gemeente, de provinciale subsidie niet
                                meer dan 50% van de totale kosten van de uitvoering van het
                                werkprogramma bedraagt met een maximum subsidie van €
                                11.850.000.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.14.5 Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_20_68_142_"> In afwijking van de artikelen
                                    1.1.5 en 1.1.6 sub d zijn alle kosten die direct aan de
                                    subsidiabele activiteit zijn toe te rekenen subsidiabel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_20_68_143_"> In afwijking van artikel 1.1.6
                                    sub c zijn de kosten die gemaakt zijn vanaf 17 april 2013
                                    subsidiabel. Daarnaast zijn de planvoorbereidingskosten en
                                    kosten voor aankoop van gronden die gemaakt zijn buiten de
                                    projectperiode wel subsidiabel.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.14.6 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.14.7 Aanvullende stukken bij de aanvraag voor
                                    subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_20_70_144_"> De aanvrager maakt gebruik van
                                    het aanvraagformulier Overijssel-Stedendriehoek-Deventer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_20_70_145_"> Indien sprake is van een
                                    aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 5.14.2 eerste
                                    lid onder c, overlegt de aanvrager, in aanvulling op artikel
                                    1.2.1 een businesscase, waaruit blijkt dat het nieuwe
                                    opleidingsaanbod na 2015 zonder deze subsidie kan worden
                                    voortgezet.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.14.8 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr/><al>De subsidieontvanger voldoet, aanvullend op artikel 1.4.1 aan de
                                    volgende verplichtingen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_20_71_146_"> het Hanzetracé, als bedoel onder
                                    artikel 5.14.2 lid 1 sub a, is uiterlijk op 31 december 2017
                                    gerealiseerd.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e6436"><noot.nr>122</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit betekent dat het
                                            streven is dat in 2014 de gronden zijn aangekocht en de
                                            planontwikkeling is afgerond, in 2015 de uitvoering is
                                            gestart en in 2016, 2017 de oplevering heeft plaats
                                            gevonden en de waterkavels uitgeefbaar zijn.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_20_71_147_"> de activiteiten als bedoeld in
                                    artikel 5.14.2 lid 1 b en c en in lid 2 zijn uiterlijk op 31
                                    december 2015 afgerond dan wel onomkeerbaar in uitvoering.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.14.9 Voorschotverlening</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten verstrekken, in afwijking van artikel 1.3.3, de
                                subsidieontvanger een voorschot van maximaal 100% van de verleende
                                subsidie.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.15 Breedbandinfrastructuur Overijssel</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e6461"><noot.nr>123</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Doel van deze regeling is
                                        subsidie te verlenen (in de vorm van een garantie of een
                                        geldbedrag) teneinde NGA-projecten (Next Generation Access)
                                        te realiseren in buitengebieden en op bedrijventerreinen. De
                                        regeling is beperkt tot zogenaamde "witte gebieden" (waar de
                                        markt niet bereid is breedband aan te leggen) die
                                        geografisch gelegen zijn in Overijssel. Op deze wijze beoogt
                                        de provincie bij te dragen aan de aansluiting van
                                        huishoudens, instellingen en bedrijven op snel
                                        breedband.]</noot.al></noot></al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subparagraaf 5.15.1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.15.1.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_22_73_148_"> adviescommissie: de door
                                    Gedeputeerde Staten ingestelde Adviescommissie Breedband
                                    Overijssel, die adviseert over subsidieaanvragen op basis van
                                    deze paragraaf;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_22_73_149_"> ACM: Autoriteit Consument en
                                    Markt;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_22_73_150_"> business case: document met
                                    onder meer de informatie die benodigd is om een gemotiveerde
                                    beslissing te nemen over de uitvoering van een voorgesteld plan,
                                    waarin in elk geval is opgenomen de informatie uit bijlage 2 bij
                                    deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57686_0_22_73_151_"> eigen bijdrage eindgebruikers:
                                    eigen bijdrage die eindgebruikers dienen af te dragen om
                                    aansluiting van hun verblijfseenheid op het NGA-netwerk te
                                    ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57686_0_22_73_152_"> Garantie: aan subsidieaanvrager
                                    te verstrekken subsidie waarbij de provincie garant staat voor
                                    de gehele dan wel gedeeltelijke nakoming van de
                                    betalingsverplichtingen uit hoofde van een tussen kredietnemer
                                    en kredietgever gesloten overeenkomst;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57686_0_22_73_153_"> homes activated : op het
                                    NGA-netwerk aangesloten verblijfseenheden met een actieve
                                    verbinding (door het afnemen van ten minste één dienst);</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57686_0_22_73_154_"> homes passed: verblijfseenheden
                                    die aangesloten kunnen worden op het NGA-netwerk, waarbij geldt
                                    dat het NGA-netwerk is aangelegd tot minimaal de
                                    straatkast;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57686_0_22_73_155_"> NGA-netwerk: aansluitnetwerk dat
                                    volledig of gedeeltelijk gebruikmaakt van optische elementen en
                                    dat breedbandtoegangsdiensten kan leveren met aanzienlijk betere
                                    kenmerken [‘step change'] dan bestaande basisbreedbandnetwerken,
                                    zoals gedefinieerd in de Algemene
                                    Groepsvrijstellingsverordening.</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al id="anker-H57686_0_22_73_156_"> NGA-project: het realiseren van
                                    NGA-netwerken in een buitengebied of op een bedrijventerrein
                                    behorende tot een wit gebied, geografisch gelegen in de
                                    provincie Overijssel; </al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al id="anker-H57686_0_22_73_157_"> passief NGA-netwerk: het
                                    passieve deel van een NGA-netwerk, te weten het deel zonder
                                    enige actieve component dat gewoonlijk civieltechnische
                                    infrastructuur, buizen, dark fibre en straatkasten omvat;</al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al id="anker-H57686_0_22_73_158_"> Subsidie: subsidie in de vorm
                                    van een geldbedrag dat, voor het bedrag waarvoor het is
                                    vastgesteld, niet behoeft te worden terugbetaald;</al></lid><lid><lidnr>l.</lidnr><al id="anker-H57686_0_22_73_159_"> totale uitstaande bedrag: het
                                    totale bedrag aan hoofdsom en rente dat de aanvrager op enig
                                    moment verschuldigd is uit hoofde van een geldlening aan een
                                    kredietgever, met uitzondering van nog niet opeisbare
                                    rente;</al></lid><lid><lidnr>m.</lidnr><al id="anker-H57686_0_22_73_160_"> uitvoeringsovereenkomst: de
                                    overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Awb die de
                                    provincie Overijssel met de subsidieontvanger sluit ter
                                    uitwerking van de beschikking tot subsidieverlening;</al></lid><lid><lidnr>n.</lidnr><al id="anker-H57686_0_22_73_161_"> verblijfseenheden: woonhuizen,
                                    instellingen of bedrijven;</al></lid><lid><lidnr>o.</lidnr><al id="anker-H57686_0_22_73_162_"> [vervallen)</al></lid><lid><lidnr>p.</lidnr><al id="anker-H57686_0_22_73_163_"> wit gebied: een buitengebied of
                                    bedrijventerrein waar geen NGA-netwerk aanwezig is en waar deze
                                    infrastructuur in de komende drie jaar niet wordt ontwikkeld,
                                    als gedefinieerd in de Algemene
                                    Groepsvrijstellingsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.15.1.2 Subsidiabele kosten </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_22_74_164_"> Uitsluitend kosten derden als
                                    bedoeld in artikel 1.1.5 lid 4 voor de aanleg en installatie van
                                    passieve NGA-netwerken worden betrokken in de berekening van de
                                    grondslag van de Subsidie.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e6575"><noot.nr>124</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Hiermee wordt gedoeld op
                                            de aanleg- en installatiekosten van een gecertificeerde
                                            kabel- en leidingwerkaannemer.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_22_74_165_"> In afwijking van artikel 1.1.5
                                    en artikel 1.1.6 worden voor de Garantie als subsidiabele kosten
                                    beschouwd alle investeringskosten van de aanvrager die
                                    noodzakelijk zijn om de businesscase uit te voeren en die zijn
                                    toe te rekenen aan deze activiteit. Alleen kosten van
                                    activiteiten die zijn gestart en uitgevoerd na het indienen van
                                    de aanvraag zijn subsidiabel.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.15.1.3 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.
                            </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.15.1.4 Voorwaarden subsidieverlening</titel></kop><al>De Garantie wordt verstrekt onder de opschortende voorwaarde dat ter
                                uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening een
                                uitvoeringsovereenkomst is gesloten waarin de rechten en
                                verplichtingen zijn neergelegd die de provincie, kredietgever en
                                subsidieaanvrager over en weer ten opzichte van elkaar hebben.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.15.1.5 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_22_77_166_"> In aanvulling op artikel 1.4.1
                                    en artikel 1.4.2 is de subsidieontvanger verplicht: </al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_22_77_166_31_"> met de provincie
                                            Overijssel uiterlijk acht weken na het verlenen van de
                                            Garantie een uitvoeringsovereenkomst te sluiten;</al></li></lijst><al><noot id="d11e6614"><noot.nr>125</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De voorwaarden waaronder
                                            de uitvoeringsovereenkomst zal worden gesloten zullen
                                            worden gepubliceerd op
                                            www.overijssel.nl/subsidies.]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_22_77_166_32_"> binnen een jaar na
                                            subsidieverlening te starten met de realisatie van het
                                            NGA-project;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57686_0_22_77_166_33_"> binnen drie jaar na
                                            subsidieverlening de activiteiten waarvoor de Garantie
                                            of Subsidie wordt verstrekt te hebben uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57686_0_22_77_166_34_"> het netwerk voldoende
                                            te onderhouden volgens de in de betreffende industrie
                                            geldende standaarden en mutaties te registreren in een
                                            netwerkadministratie;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57686_0_22_77_166_35_"> het netwerk niet te
                                            vervreemden dan wel met rechten te bezwaren zonder
                                            toestemming van Gedeputeerde Staten;</al></li><li nr="f."><al id="anker-H57686_0_22_77_166_36_"> toegang te verlenen
                                            aan alle actieve operators tot buizen, masten, dark
                                            fibre en straatkasten en ontbundelde toegang tot local
                                            loop dan wel subloopontbundeling en bitstroomtoegang te
                                            verlenen tegen marktconforme voorwaarden, zoals
                                            gedefinieerd in de Algemene
                                            Groepsvrijstellingsverordening;</al></li><li nr="g."><al id="anker-H57686_0_22_77_166_37_"> wholesaletoegang tot
                                            het gesubsidieerde netwerk te verlenen voor een periode
                                            van tenminste zeven jaar tegen eerlijke en
                                            niet-discriminerende voorwaarden en indien van
                                            toepassing, volgens de door de ACM vastgestelde
                                            beginselen inzake tarifering en toegang tot buizen en
                                            masten niet in tijd te beperken, zoals gedefinieerd in
                                            de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_22_77_167_"> Gedeputeerde Staten kunnen de
                                    verplichting opleggen om ter zake van de te verlenen Garantie
                                    zekerheden te verstrekken. Ter uitvoering van deze verplichting
                                    kunnen bepalingen worden opgenomen in de
                                    uitvoeringsovereenkomst.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.15.1.6 Voorschotverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_22_78_168_"> In afwijking van artikel 1.3.3
                                    tweede lid kunnen Gedeputeerde Staten de aanvrager een voorschot
                                    verstrekken tot een maximum van 100% van de verleende
                                    Subsidie.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e6658"><noot.nr>126</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De hoogte en het tempo van
                                            bevoorschotting worden bepaald op basis van prestaties,
                                            besteding, liquiditeitsbehoefte en het risicoprofiel van
                                            de subsidieontvanger.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_22_78_169_"> Gedeputeerde Staten verlenen
                                    geen voorschot op een Garantie.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.15.1.7 Indieningstermijn aanvraag tot
                                    subsidievaststelling</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.5.2 eerste lid en artikel 1.5.3 eerste
                                lid, wordt de aanvraag tot vaststelling van de Garantie ingediend
                                uiterlijk 13 weken nadat de Garantietermijn is verstreken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.15.1.8 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot
                                    subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr/><al>De aanvrager overlegt in aanvulling op artikel 1.5.2 tweede lid
                                    of artikel 1.5.3 tweede lid:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_22_80_170_"> bij de aanvraag tot vaststelling
                                    van de Garantie: een overzicht van de gerealiseerde contracten
                                    (homes activated) en een financieel verslag en een
                                    verantwoording van de werkelijk gemaakte kosten.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_22_80_171_"> bij de aanvraag tot vaststelling
                                    van de Subsidie: een protocol oplevering van de aannemer waaruit
                                    de conformiteit met het bij de subsidieaanvraag ingediende
                                    businesscase blijkt en een verantwoording van de werkelijk
                                    gemaakte kosten.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subparagraaf 5.15.2 Grote NGA-projecten in het
                                buitengebied</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.15.2.1 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_23_81_172_"> Gedeputeerde Staten kunnen een
                                    Garantie verstrekken voor de aanleg en installatie van een
                                    NGA-netwerk in het buitengebied van Overijssel in de vorm van
                                    homes activated. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_23_81_173_"> Gedeputeerde Staten kunnen een
                                    Subsidie verstrekken voor de aanleg en installatie van een
                                    NGA-netwerk in het buitengebied van Overijssel in de vorm van
                                    homes passed.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.15.2.2 Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_23_82_174_"> Een aanvraag voor een Garantie
                                    of een Subsidie moet voldoen aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_23_82_174_38_"> de aanvrager is:</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57686_0_23_82_174_39_"> een rechtspersoon die
                                            in het NGA-project investeert door het aanleggen of
                                            laten aanleggen van een NGA-netwerk ten behoeve van de
                                            gebruikers van dat netwerk; dan wel</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57686_0_23_82_174_40_"> een rechtspersoon die
                                            ten behoeve van de gebruikers van het te realiseren
                                            NGA-netwerk financiering faciliteert voor de aanleg van
                                            dat NGA-netwerk;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_23_82_174_41_"> het NGA-project
                                            voorziet in het realiseren van een passief
                                            NGA-netwerk;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57686_0_23_82_174_42_"> het NGA-project wordt
                                            uitgevoerd in een wit gebied;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57686_0_23_82_174_43_"> het NGA-project
                                            voorziet in minimaal 2000 homes passed;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57686_0_23_82_174_44_"> het NGA-project
                                            voorziet in minimaal 60% homes activated, blijkend uit
                                            een aanbetaling van de eigen bijdrage eindgebruikers van
                                            minimaal €100 per home activated.</al></li><li nr="f."><al id="anker-H57686_0_23_82_174_45_"> het NGA-netwerk heeft
                                            een minimale technische levensduur van 20 jaar;</al></li><li nr="g."><al id="anker-H57686_0_23_82_174_46_"> het NGA-netwerk moet
                                            de distributie van het gebruikelijke
                                            breedbanddienstenportfolio, te weten internet, telefonie
                                            en tv mogelijk maken;</al></li><li nr="h."><al id="anker-H57686_0_23_82_174_47_"> de gemiddelde aanleg-
                                            en aansluitkosten per gerealiseerde home activated zijn
                                            hoger dan € 2.500.</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57686_0_23_82_174_48_"> de aanvraag bevat een
                                            sluitende business case die voldoende haalbaar en
                                            uitvoerbaar is en die voldoet aan de criteria die zijn
                                            opgenomen in bijlage 2 bij deze paragraaf;</al></li></lijst><al><noot id="d11e6757"><noot.nr>127</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Bijlage 2 is te vinden in
                                            de rechterkolom op deze webpagina, onder het kopje
                                            bijlagen.]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="j."><al id="anker-H57686_0_23_82_174_49_"> de debt service
                                            coverage ratio van het project is groter dan 1,2.</al></li></lijst><al><noot id="d11e6770"><noot.nr>128</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Deze ratio geeft aan in
                                            hoeverre de operationele kasstroom voldoende is om de
                                            aflossingen en rentebetalingen op het vreemd vermogen te
                                            dekken.]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="k."><al id="anker-H57686_0_23_82_174_50_"> de Garantie en
                                            Subsidie dienen te voldoen aan de staatssteunregels en
                                            in het bijzonder artikel 52 van de Algemene
                                            Groepsvrijstellingsverordening. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_23_82_175_"> Gedeputeerde Staten kunnen
                                    afwijken van:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_23_82_175_51_"> de criteria genoemd
                                            onder lid 1 sub e, sub h en sub j van dit artikel mits
                                            dit geen invloed heeft op de haalbaarheid en
                                            uitvoerbaarheid van de business case;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_23_82_175_52_"> van het criterium
                                            genoemd onder lid 1 sub d van dit artikel indien de
                                            ligging van het gebied de realisatie van een groter
                                            project onmogelijk maakt en mits het project minimaal
                                            gemeentedekkend is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.15.2.3 Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_23_83_176_"> De Garantie als bedoeld in
                                    artikel 5.15.2.1 eerste lid bevat een passende risicoverdeling
                                    tussen de kredietgever en de provincie, waarbij de provincie
                                    maximaal 80% garandeert van de investeringskosten minus
                                    eventuele door de provincie verstrekte subsidies. </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e6806"><noot.nr>129</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De risicoverdeling wordt
                                            bepaald aan de hand van de bij de subsidieaanvraag
                                            ingediende business case.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_23_83_177_"> De looptijd van de Garantie is
                                    gelimiteerd tot aan het moment waarop het NGA-project
                                    zelfstandig financierbaar is, te bepalen aan de hand van de bij
                                    aanvraag ingediende business case, met een maximum van 20
                                    jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57686_0_23_83_178_"> De lening waarvoor de Garantie
                                    wordt verstrekt bedraagt niet meer dan €4000 per home
                                    activated.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57686_0_23_83_179_"> De Subsidie als bedoeld in
                                    artikel 5.15.2.1. tweede lid bedraagt een forfaitair tarief van
                                    maximaal €400 per gerealiseerde home passed.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H57686_0_23_83_180_"> De hoogte van het forfaitair
                                    tarief wordt bepaald aan de hand van de hoogte van de gemiddelde
                                    aansluitingskosten per home activated.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e6837"><noot.nr>130</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Alleen voor zover de
                                            gemiddelde aansluitingskosten een rendabele exploitatie
                                            van het NGA-netwerk in de weg staan, is
                                            subsidieverlening gerechtvaardigd.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.15.2.4 Weigerings- en intrekkingsgrond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_23_84_181_"> Gedeputeerde Staten weigeren de
                                    Garantie of Subsidie indien:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_23_84_181_53_"> de aanvrager in
                                            financiële moeilijkheden verkeert;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_23_84_181_54_"> de aanvrager over
                                            onvoldoende financiële middelen kan beschikken om de
                                            business case uit te voeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_23_84_182_"> In afwijking van artikel 1.3.1
                                    tweede lid, weigeren Gedeputeerde Staten de Garantie of Subsidie
                                    indien de hoogte van de te verstrekken Garantie en Subsidie
                                    tezamen minder dan € 200.000 bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57686_0_23_84_183_">(vervallen)</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.15.2.5 Procedure vooraanvraag </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_23_85_184_"> Alvorens een subsidieaanvraag te
                                    doen voor het realiseren van een NGA-project, dient de aanvrager
                                    een vooraanvraag in aan de hand van het formulier
                                    "Breedbandinfrastructuur - vooraanvraag".</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_23_85_185_"> Na publicatie van de
                                    vooraanvraag op de provinciale website kan een ieder binnen een
                                    periode van 4 weken aantonen dat er een reeds gefinancierd
                                    investerings- en realisatieplan ligt, dat voorzien is van voor
                                    de uitvoering benodigde goedkeuringen en dat binnen 3 jaar leidt
                                    tot tenminste een vergelijkbaar NGA aanbod. Dit plan wordt
                                    ingediend aan de hand van een door de rechtsgeldig
                                    vertegenwoordiger van de indiener geaccordeerd voorstel voorzien
                                    van een investeringplanning, een plan voor de vraagbundeling en
                                    een projectplanning. De indiener zal contractueel gehouden
                                    worden aan de uitvoering van de plannen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57686_0_23_85_186_"> Indien een plan in de zin van
                                    het voorgaand lid niet wordt ingediend, zullen Gedeputeerde
                                    Staten een ieder (inclusief de vooraanvrager) in staat stellen
                                    binnen een periode van 8 weken na openstelling van de
                                    aanvraagperiode een subsidieaanvraag in te dienen voor een
                                    NGA-project in het gebied waarop de vooraanvraag betrekking
                                    heeft.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57686_0_23_85_187_"> Een vooraanvraag kan het gehele
                                    jaar worden ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.15.2.6 Volgorde van behandeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_23_86_188_"> In afwijking van artikel 1.1.3
                                    wordt, als er sprake is van meerdere aanvragen voor een
                                    NGA-project in hetzelfde gebied die elk voldoen aan de gestelde
                                    criteria, de onderlinge rangschikking van die aanvragen
                                    vastgesteld aan de hand van de prioriteringcriteria die in
                                    bijlage 1 bij deze paragraaf zijn opgenomen.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e6907"><noot.nr>131</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Bijlage 1 is te vinden in
                                            de rechterkolom op deze webpagina, onder het kopje
                                            bijlagen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_23_86_189_"> De subsidie zal worden verleend
                                    aan de subsidieaanvrager aan wie de meeste punten aan de hand
                                    van de prioriteringscriteria zijn toegekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57686_0_23_86_190_"> Indien op enige dag meerdere
                                    aanvragen voor verschillende gebieden worden ingediend waarbij
                                    het subsidieplafond dreigt te worden overschreden en die elk
                                    voldoen aan de gestelde subsidiecriteria, vindt rangschikking
                                    van de op die dag binnengekomen subsidieaanvragen plaats door
                                    middel van loting.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57686_0_23_86_191_"> Een subsidieaanvraag kan
                                    uitsluitend worden ingediend binnen de periode van 8 weken die
                                    daarvoor is opengesteld overeenkomstig artikel 5.15.2.5 lid
                                    3.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.15.2.7 Bij de aanvraag in te dienen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_23_87_192_"> De subsidieaanvraag wordt
                                    ingediend aan de hand van het aanvraagformulier
                                    "Breedbandinfrastructuur- grote NGA-projecten
                                    buitengebied".</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_23_87_193_"> Aanvullend op artikel 1.2.1
                                    overlegt de aanvrager alle in het aanvraagformulier genoemde
                                    stukken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57686_0_23_87_194_"> Een onvolledige aanvraag voor
                                    subsidie kan na sluitingsdatum alleen volledig worden gemaakt
                                    voor zover het geen inhoudelijke aanvulling of wijziging van de
                                    aanvraag betreft.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e6952"><noot.nr>132</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het in de beoordeling van
                                            de aanvraag meenemen van informatie die dateert van na
                                            de sluiting van de aanvraagtermijn verdraagt zich niet
                                            met de gelijktijdige onderlinge beoordeling en
                                            rangschikking van de ingediende aanvragen die in het
                                            tendersysteem centraal staat. Uit de aard van het
                                            tendersysteem vloeit derhalve voort dat vóór de sluiting
                                            van de aanvraagtermijn alle voor die beoordeling en
                                            rangschikking relevante gegevens moeten zijn overlegd en
                                            dat daarna geen rekening kan worden gehouden met
                                            informatie die neerkomt op een wijziging of aanvulling
                                            van de aanvraag.</noot.al><noot.al>Bij onvolledigheid van de aanvraag na de
                                            sluitingsdatum is er alleen ruimte voor het herstel van
                                            kleinigheden zoals een handtekening, een
                                            bankrekeningnummer, kamer van koophandel gegevens e.d.,
                                            het moet gaan om informatie die niet inhoudelijk
                                            betrekking heeft op de beoordelingscriteria zoals
                                            opgenomen in deze subsidieparagraaf. De
                                            volledigheid/juistheid van de aanvraag is de
                                            verantwoordelijkheid van de aanvrager.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.15.2.8 Adviescommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_23_88_195_"> De subsidieaanvraag voor het
                                    realiseren van een NGA-project wordt zodra deze volledig is,
                                    voor een niet-bindend advies voorgelegd aan de
                                    adviescommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_23_88_196_"> De adviescommissie brengt advies
                                    uit ten aanzien van de subsidieaanvraag en in het bijzonder ten
                                    aanzien van:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_23_88_196_55_"> de haalbaarheid en
                                            uitvoerbaarheid van de business case;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_23_88_196_56_"> de onderlinge
                                            rangschikking van aanvragers in de zin van artikel
                                            5.15.2.6 lid 3;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57686_0_23_88_196_57_"> de hoogte en
                                            voorwaarden waaronder de Garantie en Subsidie worden
                                            verstrekt;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57686_0_23_88_196_58_"> de hoogte en het
                                            tempo van bevoorschotting.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.15.2.9 Vermogensvorming en terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_23_89_197_"> Bij verkoop of vervreemding van
                                    het NGA-netwerk aan een derde, niet-zijnde een aan de
                                    subsidieontvanger verbonden persoon, binnen de looptijd van de
                                    Garantie en voor zover het bedrag waarvoor de Garantie wordt
                                    verstrekt en de Subsidie tezamen meer dan € 500.000 bedragen,
                                    wordt de door vervreemding verkregen bovenmatige winst naar rato
                                    van het aandeel van de beschikbaar gestelde Garantie en Subsidie
                                    in de totale financiering, tussen de subsidieontvanger en
                                    Gedeputeerde Staten verrekend. Onder bovenmatige winst wordt
                                    verstaan het positief verschil tussen de kosten van het netwerk
                                    bij aanleg inclusief een redelijk rendement en de
                                    transactiewaarde op het moment van vervreemding.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e7001"><noot.nr>133</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Deze bepaling beoogt te
                                            voorkomen dat een marktpartij door verkoop van het door
                                            de provincie gesubsidieerde netwerk, onevenredig hoge
                                            winsten maakt. In de beschikking tot subsidieverlening
                                            of uitvoeringsovereenkomst wordt daartoe een bepaling
                                            opgenomen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_23_89_198_"> Indien de Garantie en Subsidie
                                    tezamen tot staatssteun leiden van meer dan € 10.000.000, geldt
                                    een terugvorderingsmechanisme in de zin van de Algemene
                                    Groepsvrijstellingsverordening. Deze dient te voorkomen dat er
                                    winst wordt gemaakt die een redelijk rendement te boven gaat.
                                    Onder winst die het redelijk rendement te boven gaat wordt
                                    verstaan het positief verschil tussen de kosten van het netwerk
                                    bij aanleg inclusief een redelijk rendement en de actuele waarde
                                    op het moment van subsidievaststelling van de Geldlening.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e7017"><noot.nr>134</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het
                                            terugvorderingsmechanisme moet voorkomen dat met
                                            subsidiegeld van de provincie onevenredig hoge winsten
                                            worden gemaakt. In de uitvoeringsovereenkomst wordt
                                            daartoe een bepaling opgenomen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57686_0_23_89_199_"> Bij het bepalen van de hoogte
                                    van een vergoeding op grond van dit artikel wordt de waarde van
                                    het NGA-netwerk en het redelijk rendement vastgesteld door een
                                    college van deskundigen. Gedeputeerde Staten en de
                                    subsidieontvanger wijzen elk een deskundige aan, die in
                                    onderling overleg een derde deskundige aanwijzen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subparagraaf 5.15.3 NGA-projecten van beperkte omvang</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.15.3.1 Subsidiabele activiteiten </titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen een Subsidie verstrekken voor het
                                realiseren van een NGA-project van beperkte omvang. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.15.3.2 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor een Subsidie moet voldoen aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_24_91_200_"> de aanvrager is:</al><lijst><li nr="-"><al id="anker-H57686_0_24_91_200_59_"> een rechtspersoon die
                                            in het NGA-project investeert door het aanleggen of
                                            laten aanleggen van een NGA-netwerk ten behoeve van de
                                            gebruikers van dat netwerk; dan wel</al></li><li nr="-"><al id="anker-H57686_0_24_91_200_60_"> een rechtspersoon die
                                            ten behoeve van de gebruikers van het te realiseren
                                            NGA-netwerk financiering faciliteert voor de aanleg van
                                            dat NGA-netwerk;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_24_91_201_"> Het NGA-project voorziet in het
                                    realiseren van een passief NGA-netwerk;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_24_91_202_"> Het NGA-project wordt uitgevoerd
                                    in een wit gebied;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57686_0_24_91_203_"> Het NGA-netwerk heeft een
                                    minimale technische levensduur van 20 jaar; </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57686_0_24_91_204_"> De aanvraag bevat een
                                    projectplan dat voldoet aan de criteria opgenomen in bijlage 3
                                    bij deze paragraaf;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e7083"><noot.nr>135</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Bijlage 3 is te vinden in
                                            de rechterkolom op deze webpagina, onder het kopje
                                            bijlagen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57686_0_24_91_205_"> Rendabele exploitatie van het
                                    NGA-netwerk zonder Subsidie is niet mogelijk;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57686_0_24_91_206_"> Het NGA-project kan geen deel
                                    uitmaken van een groter NGA-project in de zin van subparagraaf
                                    5.15.2 van dit Uitvoeringsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57686_0_24_91_207_"> De Subsidie wordt verstrekt met
                                    inachtneming van de staatssteunregels en in het bijzonder de
                                    de-minimis verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.15.3.3 Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_24_92_208_"> De Subsidie als bedoeld in
                                    artikel 5.15.3.1 bedraagt een forfaitair tarief van maximaal €
                                    400 per gerealiseerde home passed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_24_92_209_"> De hoogte van het forfaitair
                                    tarief wordt bepaald aan de hand van de hoogte van de gemiddelde
                                    aanleg- en aansluitingskosten per home activated.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e7123"><noot.nr>136</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Alleen voor zover de
                                            gemiddelde aansluitingskosten een rendabele exploitatie
                                            van het NGA-netwerk in de weg staan, is
                                            subsidieverlening gerechtvaardigd.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57686_0_24_92_210_"> De Subsidie bedraagt niet meer
                                    dan 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van
                                    €200.000.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.15.3.4 Weigerings- en intrekkingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_24_93_211_"> In afwijking van artikel 1.3.1
                                    tweede lid, weigeren Gedeputeerde Staten de Subsidie indien deze
                                    minder dan € 5.000 bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_24_93_212_"> (vervallen)</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.15.3.5 Bij de aanvraag in te dienen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_24_94_213_"> De aanvrager maakt bij de
                                    aanvraag gebruik van het aanvraagformulier
                                    "Breedbandinfrastructuur - NGA-projecten van beperkte
                                    omvang".</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_24_94_214_"> De aanvrager overlegt in
                                    aanvulling op artikel 1.2.1. een projectplan dat tenminste de
                                    informatie bevat opgenomen in bijlage 3 bij deze paragraaf en de
                                    stukken die gevraagd worden in het aanvraagformulier.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.16 Energielandschappen Overijssel</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.16.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_25_95_215_"> bio-energie: energieopwekking
                                    door benutting van biomassa, zijnde de biologisch afbreekbare
                                    fractie van producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw,
                                    met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw
                                    en aanverwante bedrijfstakken, alsmede de biologisch afbreekbare
                                    fractie van industrieel en huishoudelijk afval, (conform
                                    Richtlijn 2001/77/EG;); bodemenergie: energieopwekking door
                                    benutting van warmte die in de bodem is opgeslagen. Tot een
                                    diepte van 500 meter wordt gesproken over warmte- en
                                    koudeopslag; op grotere dieptes, vanaf 500 meter, is sprake van
                                    geothermie;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_25_95_216_"> duurzame ontwikkeling:
                                    toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord
                                    beslag op de beschikbare natuurlijke voorraden. Dit betekent dat
                                    er harmonie is tussen de leefbaarheid en het welbevinden van
                                    mensen (people), de kwaliteit van natuur en milieu (planet) en
                                    werkgelegenheid en bereikbaarheid (profit);</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_25_95_217_"> hernieuwbare energieopwekking:
                                    energieopwekkingvoorzieningen die geheel of gedeeltelijk gebruik
                                    maken van energie uit hernieuwbare energiebronnen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57686_0_25_95_218_"> integrale omgevingskwaliteit:
                                    balans tussen ruimtelijke kwaliteit, duurzame ontwikkeling en
                                    sociale kwaliteit;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57686_0_25_95_219_"> Omgevingsvisie: op 1 juli 2009
                                    door Provinciale Staten vastgestelde visie en
                                    uitvoeringsprogramma voor de ontwikkeling van de fysieke
                                    leefomgeving van de provincie Overijssel, inclusief de
                                    actualisatie door provinciale Staten vastgesteld op 3 juli
                                    2013;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57686_0_25_95_220_">
                                    Omgevingsverordening:Omgevingsverordening Overijssel 2009, zoals
                                    vastgesteld door Provinciale Staten van Overijssel op 1 juli
                                    2009 en nadien gewijzigd;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57686_0_25_95_221_"> ruimtelijke kwaliteit: het
                                    resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen dat de
                                    ruimte geschikt maakt en houdt voor wat belangrijk is voor mens,
                                    plant en dier;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57686_0_25_95_222_"> sociale kwaliteit: het begrip
                                    sociale kwaliteit bevat vier componenten die in samenhang
                                    aanwezig zijn, te weten:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57686_0_25_95_222_61_"> sociale cohesie: het
                                            geheel van sociale relaties en de kwaliteit van deze
                                            relaties tussen mensen in de samenleving, gebaseerd op
                                            gedeelde normen en waarden, sociale verbanden en
                                            identiteiten;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57686_0_25_95_222_62_"> sociaal- economische
                                            zekerheid: de mate waarin mensen kunnen beschikken over
                                            materiële en immateriële bronnen om zo optimaal mogelijk
                                            te kunnen participeren;</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57686_0_25_95_222_63_"> eigen kracht: het
                                            versterken en ontwikkelen van eigen capaciteiten en het
                                            versterken van zelfredzaamheid;</al></li><li nr="iv."><al id="anker-H57686_0_25_95_222_64_"> maatschappelijke
                                            participatie: de mate waarin mensen toegang hebben tot
                                            of deel uit maken van sociale relaties in het
                                            economische, sociale en culturele leven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al id="anker-H57686_0_25_95_223_"> Werkatelier Energielandschappen:
                                    een multidisciplinair ontwerpatelier dat zich richt op het
                                    benutten van de kansen van hernieuwbare energieopwekking voor
                                    ruimtelijke ontwikkelingen;</al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al id="anker-H57686_0_25_95_224_"> zonne-energie: energieopwekking
                                    door middel van Photo-voltaïsche panelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.16.2. Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_25_96_225_"> procesondersteuning bij de
                                    voorbereiding van een plan voor hernieuwbare energieopwekking in
                                    de vorm van een werkatelier energielandschappen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_25_96_226_"> extra maatregelen of
                                    activiteiten rondom de realisatie van de inrichting hernieuwbare
                                    energieopwekking, die de integrale omgevingskwaliteit
                                    versterken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.16.3. Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_25_97_227_"> Een aanvraag voor subsidie
                                    voldoet aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_25_97_227_65_"> de hernieuwbare
                                            energieopwekking vindt plaats in Overijssel;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_25_97_227_66_"> de hernieuwbare
                                            energieopwekking betreft bio-energie, bodemenergie,
                                            waterenergie of zonne-energie;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57686_0_25_97_227_67_"> windenergie komt niet
                                            in aanmerking tenzij:</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57686_0_25_97_227_68_"> het een onderdeel is
                                            van integrale gebiedsprojecten waarbij meerdere vormen
                                            van duurzame energie gecombineerd worden; en</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57686_0_25_97_227_69_"> het past binnen de
                                            bestaande provinciale verplichtingen voor
                                            windenergie;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57686_0_25_97_227_70_"> er is sprake van een
                                            ontwerpgericht planproces waarbij aantoonbaar:</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57686_0_25_97_227_71_"> aandacht is voor
                                            ruimtelijke kwaliteit en kenmerken van het plangebied en
                                            haar omgeving;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57686_0_25_97_227_72_"> aandacht is voor de
                                            integrale omgevingskwaliteit;</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57686_0_25_97_227_73_"> rekening is gehouden
                                            met de belangen van bewoners, bedrijven, de gemeente en
                                            waterschap in het betreffende plangebied;</al></li><li nr="iv."><al id="anker-H57686_0_25_97_227_74_"> ontwerpers,
                                            stedenbouwkundigen, landschapsarchitecten of
                                            architecten, worden ingezet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_25_97_228_"> Een aanvraag voor subsidie als
                                    bedoeld in artikel 5.16.2 sub a voldoet, in aanvulling op het
                                    eerste lid, aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_25_97_228_75_"> bewoners, bedrijven,
                                            gemeente en waterschap in het betreffende plangebied
                                            zijn betrokken bij het werkatelier;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_25_97_228_76_"> het werkatelier wordt
                                            begeleid door een team met relevante expertise op het
                                            gebied van multidisciplinaire ontwerpateliers;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57686_0_25_97_228_77_"> tijdens het
                                            werkatelier is kennis en kunde beschikbaar op het gebied
                                            van ontwerp, ruimtelijke kwaliteit, sociale kwaliteit,
                                            duurzame energie en provinciaal ruimtelijk beleid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57686_0_25_97_229_"> Een aanvraag voor subsidie als
                                    bedoeld in artikel 5.16.2 sub b, voldoet, in aanvulling op het
                                    eerste lid, aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_25_97_229_78_"> er is sprake van een
                                            ruimtelijk relevant hernieuwbare energieopwekking. Dit
                                            betekent dat de hernieuwbare energieopwekking zichtbare
                                            effecten of resultaten heeft in het plangebied en haar
                                            omgeving én</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57686_0_25_97_229_79_"> het plangebied 0,5
                                            hectare of meer bedraagt; of</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57686_0_25_97_229_80_"> de totale investering
                                            in de hernieuwbare energieopwekking € 50.000,-- of meer
                                            bedraagt;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_25_97_229_81_"> de activiteit past
                                            binnen de beleidsdoelstellingen zoals omschreven in de
                                            Omgevingsvisie;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57686_0_25_97_229_82_"> indien de subsidie
                                            een steunmaatregel is voldoet de aanvraag aan artikel 2
                                            van de-minimisverordening.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.16.4. Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_25_98_230_"> De subsidie als bedoeld onder
                                    artikel 5.16.2 sub a bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele
                                    kosten met een maximum van € 15.000,-- per aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_25_98_231_"> De subsidie als bedoeld onder
                                    artikel 5.16.2 sub b bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele
                                    kosten met een maximum van € 100.000,-- per aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.16.5. Subsidiabele kosten</titel></kop><al>Voor de subsidie als bedoeld in artikel 5.16.2 sub a geldt dat
                                uitsluitend kosten van derden, als bedoeld in artikel 1.1.5 vierde
                                lid subsidiabel zijn.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.16.6 niet subsidiabele kosten</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.1.6 zijn de kosten die voortvloeien uit
                                verplichtingen op basis van de Omgevingsverordening niet
                                subsidiabel.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.16.7 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.16.8 Aanvullende stukken bij de aanvraag voor
                                    subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_25_102_232_"> De aanvrager maakt gebruikt van
                                    het aanvraagformulier Energielandschappen Overijssel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_25_102_233_"> De aanvrager voor de subsidie
                                    als bedoeld in artikel 5.16.2 sub a overlegt in aanvulling op
                                    artikel 1.2.1 tweede lid, een offerte waaruit de projectperiode
                                    en de subsidiabele kosten blijken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.16.9 Weigeringsgrond</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie wordt, in aanvulling op artikel
                                    1.4.1, geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_25_103_234_"> indien de aanvraag betrekking
                                    heeft op uitsluitend de investering in hernieuwbare
                                    energieopwekking;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_25_103_235_"> voor de activiteit is geen
                                    subsidie verstrekt op basis van paragraaf 5.10 Ruimtelijke
                                    Kwaliteit stads- en dorpsranden of paragraaf 5.11 Duurzaam
                                    Ontwikkelen Overijssel.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.16.10 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.4.1 en 1.4.2 moet de subsidieontvanger de
                                activiteit voor 31 december 2015 hebben afgerond.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.17 Verbeteren van de haveninfrastructuur en
                                -faciliteiten</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.17.1 begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_26_105_236_"> bedrijf: een privaatrechtelijke
                                    rechtspersoon, een vennootschap, een maatschap of een
                                    eenmanszaak;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_26_105_237_"> kade: verharde oever waarlangs
                                    schepen kunnen afmeren en aanleggen voor het laden en lossen van
                                    goederen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_26_105_238_"> Omgevingsvisie:de op 1 juli
                                    2009 door Provinciale Staten vastgestelde visie en het
                                    uitvoeringsprogramma voor de ontwikkeling van de fysieke
                                    leefomgeving van de provincie Overijssel, inclusief de
                                    actualisatie door Provinciale Staten vastgesteld op 3 juli
                                    2013.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.17.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_26_106_239_"> het oplossen van knelpunten op
                                    het gebied van ondiepten bij bruggen en sluizen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_26_106_240_"> [vervallen];</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_26_106_241_"> aanleggen, uitbreiden of
                                    verbeteren van een kade;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e7457"><noot.nr>137</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Voor het afwikkelen van
                                            vervoersstromen via water is het op orde hebben van
                                            voldoende kades van groot belang. Gedeputeerde Staten
                                            stellen daarom subsidie beschikbaar voor het aanleggen,
                                            uitbereiden of verbeteren van een kade.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57686_0_26_106_242_"> het verbeteren van de wacht- of
                                    ligplaatsfaciliteiten ten behoeve van de binnenvaart.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.17.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_26_107_243_"> de aanvrager is:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57686_0_26_107_243_83_"> een Overijsselse
                                            gemeente; of</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57686_0_26_107_243_84_"> een bedrijf met
                                            kadefaciliteiten bestemd voor goederenvervoer indien de
                                            subsidieaanvraag wordt ingediend voor de subsidie als
                                            bedoeld onder artikel 5.17.2 sub c of d;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_26_107_244_"> de activiteit vindt plaats in
                                    Overijssel;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_26_107_245_"> de activiteit past binnen de
                                    beleidsdoelstellingen zoals omschreven in de
                                    Omgevingsvisie;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57686_0_26_107_246_"> de activiteit als bedoeld in
                                    artikel 5.17.2 sub a is gericht op het verbeteren van de
                                    haveninfrastructuur ter bevordering van het gebruik van een
                                    rivier of een kanaal voor goederenvervoer, met uitsluiting van
                                    de opwaardering van de Twentekanalen of de zijtak daarvan;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e7508"><noot.nr>138</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Opwaardering Twentekanalen
                                            of de zijtak daarvan is uitgesloten, omdat hiervoor
                                            reeds subsidie is verstrekt door het Rijk.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57686_0_26_107_247_"> [vervallen];</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57686_0_26_107_248_"> de activiteit als bedoeld in
                                    artikel 5.17.2. sub c en sub d zijn uitsluitend bedoeld voor
                                    openbare voorzieningen;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57686_0_26_107_249_"> een activiteit als bedoeld
                                    onder artikel 5.17.2 sub d, betreft een maatregel die
                                    gerealiseerd wordt in of nabij een binnenhaven ten behoeve van
                                    wachtende of tijdelijk afgemeerde binnenvaartschepen;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57686_0_26_107_250_"> indien de subsidie een
                                    steunmaatregel is moet de subsidie voldoen aan artikel 2 van de
                                    de-minimisverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.17.4. Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_26_108_251_"> De subsidie als bedoeld in
                                    artikel 5.17.2 sub a bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele
                                    kosten met een maximum van € 250.000 per aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_26_108_252_"> [vervallen</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57686_0_26_108_253_"> De subsidie als bedoeld in
                                    artikel 5.17.2 sub c bedraagt maximaal 25% van de subsidiabele
                                    kosten met een maximum van € 150.000 per aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57686_0_26_108_254_"> De subsidie als bedoeld in
                                    artikel 5.17.2 sub d bedraagt maximaal 25% van de subsidiabele
                                    kosten met een maximum van € 50.000 per aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.17.5 Subsidiabele kosten</titel></kop><al>Uitsluitend kosten derden als bedoeld in artikel 1.1.5 vierde lid
                                zijn subsidiabel.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.17.6 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.17.7 Weigeringsgrond</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.3.1 weigeren Gedeputeerde Staten de
                                subsidie als bedoeld in artikel 5.17.2 sub a, c of d, indien minder
                                dan € 25.000 aan subsidie zal worden verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.17.8 Aanvullende stukken bij de aanvraag voor
                                    subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_26_112_255_"> De aanvrager maakt gebruik van
                                    het aanvraagformulier Goederenvervoer over water, Verbeteren van
                                    de haveninfrastructuur en -faciliteiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_26_112_256_"> De aanvrager overlegt in
                                    aanvulling op artikel 1.2.1 bij de aanvraag tevens een offerte
                                    waaruit de subsidiabele kosten blijken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.17.9 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.4.1 en artikel 1.4.2 moet de
                                    subsidieontvanger:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_26_113_257_"> de activiteit waarvoor subsidie
                                    is verstrekt op basis van artikel 5.17.2 sub a,c of d, uiterlijk
                                    op 31 december 2018 hebben afgerond;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_26_113_258_"> [vervallen]</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.18. Investeringsimpuls verduurzaming goederenvervoer
                                over water</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.18.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_27_114_259_"> afmeerlocatie: kade waarlangs
                                    binnenvaartschepen voor langere duur kunnen afmeren;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_27_114_260_"> LNG: vloeibaar aardgas, bestemd
                                    als brandstof voor binnenvaartschepen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_27_114_261_"> LNG vulpunt: installatie op een
                                    bunkerstation of kade waarmee LNG wordt afgeleverd in de
                                    brandstoftanks van vaartuigen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57686_0_27_114_262_"> Omgevingsvisie: de op 1 juli
                                    2009 door Provinciale Staten vastgestelde visie en het
                                    uitvoeringsprogramma voor de ontwikkeling van de fysieke
                                    leefomgeving van de provincie Overijssel, inclusief de
                                    actualisatie door Provinciale Staten vastgesteld op 3 juli
                                    2013;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57686_0_27_114_263_"> walstroomfaciliteit: een
                                    stroomaansluiting aan de wal die binnenvaartschepen voorziet van
                                    stroom aan boord en die stroomlevering door generatoren of
                                    aggregaten van het schip vervangt, zolang het schip afgemeerd
                                    ligt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.18.2 Subsidieabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_27_115_264_"> de aanschaf en aanleg van een
                                    walstroom faciliteit;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_27_115_265_"> de aanschaf en aanleg van een
                                    LNG vulpunt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.18.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_27_116_266_"> Een aanvraag voor subsidie moet
                                    voldoen aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_27_116_266_85_"> de aanvrager
                                            is:</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57686_0_27_116_266_86_"> een Overijsselse
                                            gemeente; of</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57686_0_27_116_266_87_"> een bedrijf met een
                                            afmeerlocatie bestemd voor goederenvervoer;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_27_116_266_88_"> de activiteit past
                                            binnen de beleidsdoelstellingen zoals omschreven in de
                                            Omgevingsvisie;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57686_0_27_116_266_89_"> de activiteit is
                                            bestemd voor de scheepvaart in Overijssel;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57686_0_27_116_266_90_"> indien de subsidie
                                            een steunmaatregel is moet de subsidie voldoen aan
                                            artikel 2 van de de-minimisverordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_27_116_267_"> Aanvullend op het eerste lid
                                    voldoet een aanraag voor een walstroomfaciliteit aan de volgende
                                    criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_27_116_267_91_"> de
                                            walstroomfaciliteit:</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57686_0_27_116_267_92_"> voldoet aan de
                                            richtlijn Walstroom Binnenvaart 2009; en</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57686_0_27_116_267_93_"> wordt gerealiseerd
                                            op een afmeerlocatie;</al></li></lijst><al><noot id="d11e7709"><noot.nr>139</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Richtlijn walstroom
                                            binnenvaart 2009 is te vinden op
                                            https://www.walstroom.nl]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_27_116_267_94_"> er worden maximaal
                                            drie walstroomfaciliteiten per gemeente
                                            gesubsidieerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57686_0_27_116_268_"> Aanvullend op het eerste lid
                                    voldoet een aanraag voor een LNG vulpunt aan de volgende
                                    criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_27_116_268_95_"> het LNG vulpunt</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57686_0_27_116_268_96_"> wordt gerealiseerd
                                            op een kade of in de nabijheid van een kade;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57686_0_27_116_268_97_"> is openbaar
                                            toegankelijk voor binnenvaartschepen;</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57686_0_27_116_268_98_"> stoot geen
                                            onverbrand methaan uit;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_27_116_268_99_"> er wordt maximaal
                                            één LNG vulpunt in de provincie Overijssel
                                            gesubsidieerd.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.18.4. Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_27_117_269_"> De subsidie voor een activiteit
                                    als bedoeld in artikel 5.18.2 sub a bedraagt maximaal 50% van de
                                    subsidiabele kosten met een maximum € 15.000 per
                                    activiteit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_27_117_270_"> De subsidie voor een activiteit
                                    als bedoeld in artikel 5.18.2 sub b bedraagt maximaal 50% van de
                                    subsidiabele kosten met een maximum € 450.000 per aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.18.5 Subsidiabele kosten</titel></kop><al>Uitsluitend kosten derden, als bedoeld in artikel 1.1.5 vierde lid,
                                zijn subsidiabel.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.18.6 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.18.7 Aanvullende stukken bij de aanvraag voor
                                    subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_27_120_271_"> De aanvrager maakt gebruik van
                                    het aanvraagformulier Investeringsimpuls verduurzaming
                                    goederenvervoer over water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_27_120_272_"> Aanvrager overlegt in
                                    aanvulling op artikel 1.2.1 bij de aanvraag tevens een offerte
                                    waaruit de subsidiabele kosten blijken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.18.8 Weigeringsgrond</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.3.1 weigeren Gedeputeerde Staten de
                                subsidie, indien voor de activiteit subsidie is verstrekt op basis
                                van paragraaf 8.1 van dit Uitvoeringsbesluit.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.18.9 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.4.1 en artikel 1.4.2 moet de
                                subsidieontvanger de activiteit uiterlijk op 31 december 2018 hebben
                                afgerond.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.18.10 Verbod vervreemding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_27_123_273_"> Gedurende vijf jaar na
                                    realisatie, behoudt de subsidieontvanger, de walstroomfaciliteit
                                    of het LNG vulpunt in eigendom.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_27_123_274_"> Gedurende deze in het eerste
                                    lid genoemde termijn van vijf jaar blijft de walstroomfaciliteit
                                    of het LNG vulpunt operationeel op de bij de aanvraag vermelde
                                    locatie.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.19 Blue Road platform Overijssel goederenvervoer over
                                water</titel></kop><artikel><kop><titel> [Ingetrokken]</titel></kop><al/><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.20 Kennisondersteuning goederenvervoer over
                                water</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.21 Gebiedsontwikkeling Noordoost-Twente 2.0</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e7831"><noot.nr>140</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het doel van deze
                                        subsidieparagraaf is om initiatiefnemers te stimuleren om
                                        bij de projecten die zij voornemens zijn uit te voeren in
                                        Noordoost-Twente tevens activiteiten of investeringen te
                                        realiseren die bijdragen aan de speerpunten van Noordoost
                                        -Twente.]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 5.21.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_30_125_275_"> bedrijfsverbreding: het
                                    toevoegen van een nieuwe functie die overgenomen is in tabel 1
                                    Verbreding bedrijfsactiviteit, uit een andere categorie dan de
                                    op de locatie aanwezige functies.</al><al><noot id="d11e7853"><noot.nr>141</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Tabel 1 is gebaseerd op
                                            SVBP2008, waarin functies van gebouwen en locaties
                                            gekoppeld worden aan functiecategorieën. Indien een
                                            functie niet in de lijst voorkomt, wordt de
                                            initiatiefnemer gevraagd aannemelijk te maken in welke
                                            categorie de functie zou moeten vallen. Voorbeeld: er is
                                            geen sprake van bedrijfsverbreding als een varkenshouder
                                            (categorie agrarisch) meer varkens gaat houden of
                                            overstapt op koeien omdat dit nog steeds onder categorie
                                            agrarisch valt. Gaat hij echter een restaurant beginnen
                                            (categorie horeca), dan is er wel sprake van
                                            bedrijfsverbreding.</noot.al><noot.al>Tabel 1: Verbreding bedrijfsactiviteiten</noot.al><noot.al><vet>Categorieën van functies</vet>;
                                                <vet>Functies</vet>; </noot.al><noot.al>Agrarisch; agrarisch agrarisch bedrijf akkerbouw
                                            ambachtelijke be- en verwerking agrarische producten
                                            aquacultuur bollenteelt bomenteelt bosbouw fruitteelt
                                            glastuinbouw grondgebonden veehouderij houtwal
                                            houtsingel intensieve veehouderij intensieve kwekerij
                                            kas paardenfokkerij paardenhouderij sierteelt silo
                                            tuinbouw viskwekerij ; </noot.al><noot.al>Bedrijf; agrarisch loonbedrijf baggerspeciedepot
                                            bedrijf brandweerkazerne caravanstalling gronddepot
                                            groothandel hovenier munitiedepot nutsbedrijf
                                            nutsvoorziening opslag (veer)haven verkooppunt
                                            motorbrandstoffen (met of zonder vulpunt lpg)
                                            waterzuiveringsinstallatie windturbine windturbinepark
                                            zend-/ontvangstinstallatie ; </noot.al><noot.al>Cultuur en ontspanning; attractiepark bioscoop
                                            bowlingbaan casino creativiteitscentrum dansschool
                                            dierentuin evenemententerrein kinderboerderij museum
                                            muziekschool muziektheater sauna speeltuin theater
                                            wellness ; </noot.al><noot.al>Detailhandel; het bedrijfsmatig te koop aanbieden
                                            (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen,
                                            verhuren en leveren van goederen aan personen die die
                                            goederen kopen of huren voor gebruik, verbruikof
                                            aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps-
                                            of bedrijfsactiviteit, waaronder grootschalige
                                            detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en
                                            supermarkt.; </noot.al><noot.al>Dienstverlening; het bedrijfsmatig verlenen van
                                            diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet
                                            via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen,
                                            waaronder belwinkel en internetcafé; </noot.al><noot.al>Horeca; het bedrijfsmatig verstrekken van ter
                                            plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het
                                            bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het
                                            bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf, waaronder
                                            bed &amp; breakfast, discotheek, feestzaal en
                                            partyboerderij; </noot.al><noot.al>Kantoor; het bedrijfsmatig verlenen van diensten
                                            waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte
                                            mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen,
                                            waaronder congres- en vergaderaccommodatie; </noot.al><noot.al>Maatschappelijk; asielzoekerscentrum begraafplaats
                                            bibliotheek crematorium dierenasiel dierenpension
                                            drugsopvang gezondheidszorg jeugdopvang justitiële
                                            inrichting kazerne militair oefenterrein militaire zaken
                                            naschoolse opvang onderwijs openbare dienstverlening
                                            praktijkruimte religie uitvaartcentrum verenigingsleven
                                            welzijnsinstelling zorgboerderij zorginstelling ; </noot.al><noot.al>Natuur; ecologische verbindingszone natuurgebied ; </noot.al><noot.al>Recreatie; dagrecreatie jachthaven kampeerboerderij
                                            kampeerterrein modelvliegtuigbaan passantenhaven
                                            recreatie recreatiewoning strand verblijfsrecreatie
                                            volkstuin ; </noot.al><noot.al>Sport; autocircuit drafbaan fitnesscentrum golfbaan
                                            ijsbaan kartbaan kunstijsbaan manege modelvliegtuigbaan
                                            motorcrossterrein pitch &amp; putt skeelerbaan skibaan
                                            speelterrein sport sportcentrum sporthal sportschool
                                            sportveld sportzaal stadion squashcentrum tennisbaan
                                            wielerbaan zwembad ; </noot.al><noot.al>Water; aanlegsteiger aquaduct ligplaats oever sluis
                                            steiger stuw tunnel vaarweg vijver water waterberging
                                            waterkering waterstaat waterweg woonschepenligplaats ];
                                        </noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_30_125_315_"> gebiedsvisie: door Gedeputeerde
                                    Staten vastgestelde visie, waarin de ontwikkelingsrichting van
                                    Noordoost Twente verwoord is.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e8023"><noot.nr>142</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De gebiedsvisie is te
                                            vinden op www.mijnnoordoosttwente.nl.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_30_125_316_"> speerpunten Noordoost-Twente:
                                    de volgende thema's die in de gebiedsvisie te onderscheiden
                                    zijn: Demografie, Economische kracht en Natuur en
                                    Landschap.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.21.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_30_126_317_"> het opstellen van een
                                    businesscase;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_30_126_318_"> een investering in fysieke
                                    ruimtelijke maatregelen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_30_126_319_"> incidentele activiteiten, niet
                                    zijnde een investering als bedoel onder sub b, gericht op
                                    structurele kennisoverdracht of informatievoorziening over de
                                    kernkwaliteiten van het gebied.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.21.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_30_127_320_"> Een aanvraag voor subsidie
                                    voldoet aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_30_127_320_100_"> De locatie van de
                                            activiteit bevindt zich in Noordoost-Twente, behalve als
                                            het gaat om het beleefbaar maken en het verbeteren van
                                            de routestructuren tussen Noordoost-Twente en Duitsland
                                            of het verbeteren van de economische potentie van de
                                            grensovergangen; dan mag de activiteit zich voor 50% in
                                            de hiervoor bedoelde locatie bevinden;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_30_127_320_101_"> De activiteit of de
                                            investering levert een bijdrage aan ten minste één van
                                            de volgende speerpunten Noordoost-Twente:</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57686_0_30_127_320_102_"> De demografie, in
                                            die zin dat de activiteit of investering is gericht
                                            op:</al></li><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_30_127_320_103_"> het herontwikkelen
                                            van vrijkomende en leegstaande gebouwen,</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_30_127_320_104_"> Het mobiliseren of
                                            organiseren van de samenleving om het mogelijk te maken
                                            dat zorgbehoevenden langer kunnen blijven participeren
                                            in de samenleving in Noordoost-Twente.</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57686_0_30_127_320_105_"> De economische
                                            kracht, in die zin dat de activiteit of investering is
                                            gericht op:</al></li><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_30_127_320_106_"> Bedrijfsverbreding,
                                            als bedoeld in artikel 5.21.1. onder sub a;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_30_127_320_107_"> Het verbeteren van
                                            bestaande of toevoegen van nieuwe recreatieve
                                            accommodaties die bruikbaar zijn voor toeristen en
                                            recreanten. Waarbij aanvullend geldt day de toegang tot
                                            een recreatieve accommodatie toegankelijk moet zijn voor
                                            toersiten en recreanten zonder dat daarvoor een
                                            lidmaatschap of contributie wordt vereist én de
                                            recreatieve accommodatie wordt ten minste één dag per
                                            week opengesteld voor toeristen en recreanten;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57686_0_30_127_320_108_"> Samen promoten van
                                            diensten, goederen of arrangementen;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57686_0_30_127_320_109_"> Het beleefbaar
                                            maken en het verbeteren van de routestructuren tussen
                                            Noordoost-Twente en Duitsland of het verbeteren van de
                                            economische potentie van de grensovergangen;</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57686_0_30_127_320_110_"> Natuur en
                                            landschap, in die zin dat de activiteit bijdraagt
                                            aan:</al></li><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_30_127_320_111_"> Verduurzaming
                                            agrarische sector;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_30_127_320_112_"> Vermindering
                                            stikstofdepositie;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57686_0_30_127_320_113_"> Versterking van het
                                            Groen-Blauwe netwerk, zoals aangeduid in de
                                            gebiedsvisie;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57686_0_30_127_320_114_"> Zichtbaar en
                                            beleefbaar maken van het watersysteem.</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57686_0_30_127_320_115_"> Als de subsidie een
                                            steunmaatregel is dan moet:</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57686_0_30_127_320_116_"> De subsidie als
                                            bedoeld in artikel 5.21.2 sub a en c voldoen aan de
                                            de-minimisverordening dan wel de de-minimisverordening
                                            landbouw indien de aanvrager een landbouwonderneming
                                            is;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57686_0_30_127_320_117_"> De subsidie als
                                            bedoeld in artikel 5.21.1 sub b ten behoeve van
                                            landbouwondernemingen die actief zijn in de primaire
                                            productie van landbouwproducten moet voldoen aan artikel
                                            14 van de Vrijstellingsverordening Landbouw danwel de
                                            de-minimisverordening landbouw en de subsidie aan andere
                                            ondernemingen moet voldoen aan de de-minimisverordening
                                            dan wel de de-minimisverordening landbouw.</al></li><li nr=""><al id="anker-H57686_0_30_127_320_118_"><noot id="d11e8127"><noot.nr>143</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Een aanvraag van
                                                  een landbouwonderneming die actief is in de
                                                  primaire productie van landbouwproducten, kan
                                                  alleen een subsidie van € 100.000 ontvangen als de
                                                  subsidie voldoet aan artikel 14 van de
                                                  Vrijstellingsverordening landbouw. </noot.al><noot.al>Dit betekent onder andere dat de aanvraag
                                                  moet bijdragen aan doelstellingen zoals opgenomen
                                                  in de Vrijstellingsverordening landbouw.</noot.al><noot.al>Als de aanvraag niet onder artikel 14 van
                                                  de Vrijstellingsverordening landbouw verstrekt kan
                                                  worden, dan wordt gekeken of de subsidie onder de
                                                  de-minimisverordening landbouw kan worden
                                                  verstrekt. De subsidie bedraagt dan maximaal €
                                                  15.000. ]</noot.al></noot></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_30_127_321_"> Aanvullend op het eerste lid
                                    moet de aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 5.21.2 onder
                                    sub a voldoen aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_30_127_321_119_"> De aanvrager is
                                            geen gemeente of een waterschap;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_30_127_321_120_"> Het eindresultaat
                                            betreft een businesscase welke in ieder geval
                                            bevat:</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57686_0_30_127_321_121_"> De doelstellingen
                                            van het project;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57686_0_30_127_321_122_"> De resultaten en
                                            daarvoor uit te voeren activiteiten;</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57686_0_30_127_321_123_"> De mate waarop het
                                            initiatief inspeelt op een vraag uit de
                                            samenleving;</al></li><li nr="iv."><al id="anker-H57686_0_30_127_321_124_"> Een markt- en
                                            concurrentieanalyse;</al></li><li nr="v."><al id="anker-H57686_0_30_127_321_125_"> De benodigde
                                            investeringen;</al></li><li nr="vi."><al id="anker-H57686_0_30_127_321_126_"> Een
                                            kosten-batenanalyse en een verdienmodel;</al></li><li nr="vii."><al id="anker-H57686_0_30_127_321_127_"> Een risicoanalyse,
                                            inclusief verkenning ruimtelijk spoor;</al></li><li nr="viii."><al id="anker-H57686_0_30_127_321_128_"> Een beschrijving
                                            van het structurele effect op de werkgelegenheid voor
                                            Noordoost-Twente;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57686_0_30_127_321_129_"> De activiteit of
                                            het concept is nieuw in Noordoost-Twente. Dit betekent
                                            dat de activiteit of investering niet eerder is
                                            gerealiseerd in Noordoost Twente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57686_0_30_127_322_"> Aanvullend op het eerste lid
                                    moet de aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 5.21.2 onder
                                    sub b en sub c voldoen aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_30_127_322_130_"> De activiteit past
                                            binnen het bestemmingsplan en beleid van de gemeente of
                                            de provincie of de betreffende gemeente is bereid
                                            medewerking te verlenen aan de benodigde planologische
                                            procedure en ziet daarvoor op voorhand geen
                                            belemmeringen;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_30_127_322_131_"> De activiteit of
                                            investering draagt voldoende bij aan de speerpunten
                                            Noordoost-Twente. Of de activiteit voldoende bijdraagt
                                            wordt aan de hand van tabel 1 beoordeeld. Hierbij geldt
                                            de volgende kwalificatie:</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57686_0_30_127_322_132_"> Indien de
                                            activiteit of investering minder dan 10 punten scoort
                                            draagt het onvoldoende bij aan de doelstellingen van
                                            deze subsidieparagraaf;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57686_0_30_127_322_133_"> Indien de
                                            activiteit of investering 10 tot 13 punten scoort draagt
                                            het voldoende bij aan de doelstellingen van deze
                                            subsidieparagraaf;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57686_0_30_127_322_134_"> Indien de
                                            activiteit of investering 14 of meer punten scoort
                                            draagt goed bij aan de doelstellingen van deze
                                            subsidieparagraaf.</al><table><title>Scoretabel 1</title><tgroup cols="3"><colspec colname="C3" colnum="3"/><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><thead><row><entry><al>Criterium</al></entry><entry><al>Beoordeling</al></entry><entry><al>Toelichting</al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al>a. Aantal speerpunten waaraan wordt
                                                  bijgedragen.</al></entry><entry><al>1 = 1 pt</al><al>2 of 3 = 2 pt</al></entry><entry><al>Het verbinden van speerpunten in 1 initiatief
                                                  levert meer punten op.</al></entry></row><row><entry><al>b. Mate waarin de aanvraag inspeelt op een
                                                  vraag vanuit de samenleving.</al></entry><entry><al>Niet = 0 pt</al><al>Matig = 1 pt</al><al>Goed = 3 pt</al><al>Uitstekend = 4 pt</al></entry><entry><al>De gebiedsvisie beoogt dat de samenleving aan
                                                  zet is in Noordoost-Twente. De mate waarin de
                                                  samenleving ‘zit te wachten' op uitvoering van het
                                                  initiatief is daarvoor een indicator.</al></entry></row><row><entry><al>c. Mate waarin wordt bijgedragen aan de
                                                  directe structurele werkgelegenheid. Onder directe
                                                  structurele werkgelegenheid word verstaan
                                                  aantoonbaar aantal arbeidsplaatsen dat gecreëerd
                                                  wordt als direct meetbaar resultaat van het
                                                  initiatief en continu aanwezig blijft. Het gaat
                                                  hier dus niet om tijdelijke werkgelegenheid als
                                                  gevolg van een eenmalige investering en ook niet
                                                  om meer arbeidsplaatsen in aan het initiatief
                                                  rakende ondernemingen.</al></entry><entry><al>Niet = 0 pt</al><al>Matig = 1 pt</al><al>Goed = 3 pt</al><al>Uitstekend = 4 pt </al></entry><entry><al>De bijdrage wordt voor de score beoordeeld
                                                  i.r.t. de totale investering en de gevraagde
                                                  subsidie. Bijv.: een toename van 3 FTE bij een
                                                  gevraagde subsidie van €30.000, zal hoger scoren
                                                  dan een toename van 3 FTE bij een gevraagde
                                                  subsidie van €100.000. Andere economische
                                                  stimulansen als gevolg van het initiatief kunnen
                                                  worden opgevoerd onder criterium e.</al></entry></row><row><entry><al>d. Mate waarin wordt samengewerkt met andere
                                                  partijen.</al></entry><entry><al>Niet = 0 pt</al><al>Matig = 1 pt</al><al>Goed = 3 pt</al><al>Uitstekend = 4 pt</al></entry><entry><al>De gebiedsvisie streeft naar een
                                                  sociaal-economische impuls van Noordoost-Twente
                                                  als geheel. Samenwerking wordt daarom beloond met
                                                  punten, om te stimuleren dat initiatieven
                                                  individuele belangen gaan overstijgen. Uitstekend
                                                  kan alleen worden gescoord indien er sprake is van
                                                  samenwerking met partijen uit alle
                                                  NOT-gemeenten.</al></entry></row><row><entry><al>e. Mate waarin een bijdrage wordt geleverd aan
                                                  de volgende aspecten:</al><al>Realisatie van Natura 2000/EHS/PAS/KRW </al><al>Gevolgen van de demografische ontwikkelingen
                                                  vergrijzing en krimp </al><al>Economische impuls (anders dan beschreven bij
                                                  criterium c)</al></entry><entry><al>Geen = 0 pt</al><al>Matig, 1 aspect = 1 pt</al><al>Matig, 2 aspecten = 2 pt</al><al>Goed, 1 aspect = 3 pt</al><al>Goed, 2 aspecten = 4 pt</al><al>Uitstekend, 1 aspect = 5 pt</al><al>Uitstekend, 2 aspecten = 6 pt</al></entry><entry><al>In Noordoost-Twente spelen een aantal
                                                  problemen die om een oplossing vragen en opgaven
                                                  die moeten worden gerealiseerd. Deze zijn benoemd
                                                  in dit criterium. De aanvrager wordt gevraagd te
                                                  beschrijven of en hoe zijn initiatief bijdraagt
                                                  aan deze gestapelde problematiek.</al></entry></row><row><entry><al>f. Mate van innovativiteit van het concept en
                                                  mogelijkheid tot herhaalbaarheid in
                                                  Noordoost-Twente.</al></entry><entry><al>Niet nieuw = 0 pt</al><al>Nieuw, concept niet of beperkt herhaalbaar = 2
                                                  pt</al><al>Nieuw, concept herhaalbaar = 4 pt</al></entry><entry><al>Nieuwe concepten zijn risicodragend en komen
                                                  daarom eerder voor ondersteuning in aanmerking. De
                                                  gebiedsvisie streeft naar een sociaal-economische
                                                  impuls van Noordoost-Twente als geheel. Daarom
                                                  worden initiatieven die breder toepasbaar zijn dan
                                                  in één specifieke context of situatie als
                                                  waardevoller gezien.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.21.4 Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_30_128_323_"> De subsidie als bedoeld in
                                    5.21.2 onder sub a bedraagt maximaal 80% van de subsidiabele
                                    kosten met een maximum van € 8.000 per aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_30_128_324_"> De subsidie als bedoeld in
                                    5.21.2 onder sub b bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_30_128_324_135_"> bij een score
                                            voldoende 25% van de subsidiabele kosten tot een maximum
                                            van € 100.000 per aanvraag;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_30_128_324_136_"> bij een score goed
                                            40% van de subsidiabele kosten tot een maximum van €
                                            100.000 per aanvraag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57686_0_30_128_325_"> De subsidie als bedoeld in
                                    artikel 5.15.2 sub c bedraagt maximaal 50% van de subsidiabel
                                    kosten met een maximale subsidie van € 15.000 per aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.21.5 Niet subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.1.6 geldt dat voor de subsidie als
                                    bedoeld in artikel 5.21.2 sub b de volgende kosten niet
                                    subsidiabel zijn:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_30_129_326_"> kosten die gemaakt moeten
                                    worden om aan wettelijke kaders en beleid te voldoen;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e8363"><noot.nr>144</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>KGO is bijvoorbeeld niet
                                            subsidiabel omdat het gaat om vigerend
                                            beleid.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_30_129_327_"> vervangingsinvesteringen;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e8379"><noot.nr>145</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Hieronder wordt verstaan:
                                            kosten bedoeld voor vervanging van versleten materieel
                                            en andere zaken om een bestaande functie te kunnen
                                            behouden of op een nieuwe locatie opnieuw mogelijk te
                                            maken of te laten voldoen aan nieuwe
                                            regelgeving.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_30_129_328_"> kosten voor planvorming;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57686_0_30_129_329_"> kosten voor grondaankopen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57686_0_30_129_330_"> kosten voor sloop;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57686_0_30_129_331_"> kosten voor nieuwbouw, tenzij
                                    afdoende wordt aangetoond dat herbouw niet wenselijk is vanuit
                                    vigerend beleid;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57686_0_30_129_332_"> vervallen;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57686_0_30_129_333_"> kosten voor functies die niet
                                    vallen onder bedrijfsverbreding.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.21.6 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.21.7 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot
                                    subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_30_131_334_"> De aanvrager maakt bij de
                                    aanvraag gebruik van het aanvraagformulier Gebiedsontwikkeling
                                    Noordoost-Twente 2.0.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_30_131_335_"> De aanvrager overlegt in
                                    aanvulling op artikel 1.2.1:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_30_131_335_137_"> een projectplan
                                            waarin de totale project is omschreven, met inbegrip van
                                            de niet subsidieabele activiteiten en de niet
                                            subsidiabele kosten;</al></li><li nr=""><al id="anker-H57686_0_30_131_335_138_"><noot id="d11e8444"><noot.nr>146</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Op het
                                                  aanvraagformulier Gebiedsontwikkeling Noordoost-
                                                  Twente 2.0 is per subsidiabele activiteit
                                                  aangegeven aan welke vereisten het projectplan
                                                  voor die betreffende activiteit dient te
                                                  voldoen.]</noot.al></noot></al></li><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_30_131_335_139_"> een
                                            de-minimisverklaring.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.21.8 Weigeringsgrond</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.3.1 wordt de subsidie geweigerd
                                    indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_30_132_336_"> de aanvraag voor een subsidie
                                    als bedoeld in artikel 5.21.2 sub b betreft en de subsidie
                                    minder dan € 15.000 bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_30_132_337_"> de activiteit een Product Markt
                                    Partner Combinatie (PMPC) als bedoeld in artikel 4.23.1.1 sub a
                                    betreft;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_30_132_338_"> voor de activiteit eerder al
                                    subsidie is verstrekt door Gedeputeerde Staten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.21.9 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.4.1 en 1.4.2 moet de
                                    subsidieontvanger:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_30_133_339_"> de activiteit uiterlijk op 31
                                    december 2015 zijn gestart, bij fysieke projecten betekent dit
                                    dat de bouw- of sloopwerkzaamheden zijn begonnen, bij
                                    niet-fysieke projecten: benodigde contracten zijn afgesloten en
                                    er is een datum voor afronding;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_30_133_340_"> indien de subsidie voor een
                                    businesscase als bedoeld in artikel 5.21.2 sub a betreft, wordt
                                    de businesscase opgestuurd naar de gebiedsontwikkeling
                                    Noordoost-Twente ter publicatie op de website
                                    http://www.mijnnoordoosttwente.nl/.</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57686_0_30_133_341_"><noot id="d11e8499"><noot.nr>147</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het insturen wordt
                                            verplicht gesteld vanuit het oogpunt van kennisdeling.
                                            Het ingestuurde stuk zal niet worden gebruikt voor
                                            controle op naleving van de
                                            subsidievoorschiften.]</noot.al></noot></al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.22 Gebiedsontwikkeling Noordoost-Twente 3.0</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e8513"><noot.nr>148</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Deze subsidieparagraaf heeft
                                        tot doel de samenleving aan zet te krijgen in
                                        Noordoost-Twente. In aansluiting bij de
                                        participatiesamenleving willen de partners van de
                                        gebiedsontwikkeling (waterschap Vechtstromen, de gemeenten
                                        Losser, Dinkelland, Tubbergen en Oldenzaal en de provincie
                                        Overijssel) op een nieuwe manier invulling geven aan hun rol
                                        in de samenleving. Deze subsidieregeling is dan ook vooral
                                        bedoeld als instrument om cocreatie tussen overheid en
                                        samenleving mogelijk te maken.]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 5.22.1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al><al>a. Collectief van initiatieven: tenminste vijf individuele aanvragen
                                die gelijktijdig of in ieder geval binnen twee weken nadat de eerste
                                aanvraag is ontvangen door de provincie, worden ingediend, voor
                                activiteiten die op ten minste drie thema's uit de gebiedsvisie
                                elkaar versterken;</al><al><noot id="d11e8530"><noot.nr>149</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het gaat om de volgende
                                        thema's uit de gebiedsvisie: Het nieuwe ondernemen, Het
                                        nieuwe boeren, Het nieuwe recreëren, Informatiepunten,
                                        Unique Selling Points, Ongekende grenzen, Mobiliteit, Anders
                                        wonen en werken, Zorg en onderwijs als motor,
                                        Ontwikkelingsmogelijkheden natuur- en landschap of Het
                                        stromende water.]</noot.al></noot></al><al>b. Gebiedsvisie Noordoost-Twente: door Gedeputeerde Staten
                                vastgestelde visie, waarin de ontwikkelingsrichting van Noordoost
                                Twente verwoord is.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.22.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor activiteiten
                                die bijdragen aan de Gebiedsontwikkeling Noordoost Twente.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.22.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_31_136_342_"> Een aanvraag voor subsidie moet
                                    voldoen aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_31_136_342_140_"> de aanvrager is
                                            geen gemeente of waterschap;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_31_136_342_141_"> de aanvrager is
                                            woonachtig of gevestigd in Noordoost-Twente;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57686_0_31_136_342_142_"> er is sprake van
                                            een collectief van initiatieven;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57686_0_31_136_342_143_"> de activiteit
                                            draagt bij aan de ontwikkeling van Noordoost-Twente en
                                            past binnen de Gebiedsvisie Noordoost-Twente;</al></li></lijst><al><noot id="d11e8569"><noot.nr>150</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De gebiedsvisie is te
                                            vinden op:
                                            http://www.mijnnoordoosttwente.nl/gebiedsontwikkeling).]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="e."><al id="anker-H57686_0_31_136_342_144_"> de activiteit
                                            overstijgt het belang van een individuele ondernemer,
                                            burger of organisatie;</al></li><li nr="f."><al id="anker-H57686_0_31_136_342_145_"> de aanvraag is
                                            vooraf afgestemd met het programmabureau
                                            Gebiedsontwikkeling Noordoost-Twente;</al></li></lijst><al><noot id="d11e8585"><noot.nr>151</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Via
                                            http://www.mijnnoordoosttwente.nl/contactformulier kunt
                                            u contact opnemen met het programmabureau
                                            gebiedsontwikkeling Noordoost-Twente).]</noot.al></noot></al><al>g. de stuurgroep Gebiedsontwikkeling Noordoost-Twente heeft
                                    vooraf ingestemd met de aanvraag;</al><al><noot id="d11e8596"><noot.nr>152</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Een collectief van
                                            initiatieven kan worden geagendeerd voor een vergadering
                                            van de stuurgroep door contact op te nemen met het
                                            programmabureau van de gebiedsontwikkeling.
                                            Contactgegevens vindt u hier:
                                            http://www.mijnnoordoosttwente.nl/contactformulier).]</noot.al></noot></al><al>h. indien sprake is van een steunmaatregel moet de subsidie
                                    voldoen aan de-minimisverordening, de de-minimisverordening
                                    landbouw, de Algemene groepsvrijstellingsverordening of de
                                    Vrijstellingsverordening Landbouw.</al><al><noot id="d11e8607"><noot.nr>153</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Alle individuele aanvragen
                                            worden getoetst op staatssteun. Gedeputeerde Staten
                                            kunnen, in voorkomend geval, de subsidie die niet onder
                                            de de-minimisverordening verstrekt kunnen worden, onder
                                            de Algemene groepsvrijstellingsverordening of de
                                            vrijstellingsverordening landbouw brengen. Dit betekent
                                            dat de aanvraag voor subsidie dan ter kennisgeving
                                            gemeld moet worden bij de Europese Commissie.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.22.4 Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt maximaal 80% van de subsidiabele kosten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.22.5 Aanvullende stukken bij de aanvraag voor
                                    subsidie</titel></kop><al>1. De aanvrager maakt bij de aanvraag gebruik van het
                                aanvraagformulier Gebiedsontwikkeling Noordoost-Twente 3.0.</al><al>2. De aanvrager overlegt in aanvulling op artikel 1.2.1 tweede lid
                                een de-minimisverklaring.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.22.6 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.22.7 Weigeringsgrond</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.3.1 weigeren Gedeputeerde Staten de
                                subsidie, indien voor de activiteit of initiatief reeds subsidie is
                                verstrekt door Gedeputeerde Staten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.22.8 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.4.1 en 1.4.2 is de subsidieontvanger
                                verplicht samen te werken met andere aanvragers binnen het
                                collectief van initiatieven om elkaars activiteiten te
                                versterken.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.23 Waterveiligheid en klimaatbestendigheid
                                IJssel-Vechtdelta</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.23.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_32_142_343_"> IJssel- Vechtdelta: gebied
                                    welke ligt binnen de gemeentegrenzen van de gemeentes Zwolle,
                                    Zwartewaterland en Kampen.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_32_142_344_"> Klimaatbestendigheid: zodanig
                                    inrichten van een gebied, dat de effecten van klimaatverandering
                                    opgevangen kunnen worden.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_32_142_345_"> Waterveiligheid: het beperken
                                    van de kansen op en effecten van overstromingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.23.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor activiteiten
                                die bijdragen aan waterveiligheid danwel klimaatbestendigheid van de
                                IJssel-Vechtdelta.</al><al><noot id="d11e8681"><noot.nr>154</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Uit de definitie van
                                        klimaatbestendigheid en waterveiligheid en de criteria onder
                                        artikel 5.23.3 sub c en d valt af te leiden dat niet alle
                                        activiteiten die bijdragen aan klimaatbestendigheid en
                                        waterveiligheid in aanmerking komen voor de subsidie. Bij
                                        klimaatbestendigheid gaat het uitsluitend om maatregelen ter
                                        voorkoming van wateroverlast, droogte of hittestress.
                                        Energiemaatregelen vallen hier dus niet onder. Bij
                                        waterveiligheid moet het gaan om het treffen van maatregelen
                                        die zich richten op preventie, waterrobuuste inrichting of
                                        crisisbeheersing.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.23.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_32_144_346_"> er is sprake van samenwerking
                                    met ten minste één andere partij;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e8705"><noot.nr>155</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Een aanvraag voor subsidie
                                            kan door iedereen ingediend worden. Wel moet de
                                            aanvrager aantonen dat sprake is van samenwerking. Er is
                                            sprake van samenwerking als ten minste één andere partij
                                            betrokken is bij de activiteit. Bij samenwerking valt te
                                            denken aan samenwerking met burgers,
                                            (overheids-)organisaties, ondernemingen en onderwijs
                                            etc. De vorm is vrij. Het kan een samenwerking zijn
                                            waarbij partijen afspraken met elkaar maken over de
                                            uitvoering van de activiteiten. Ook is sprake van
                                            samenwerking als er meerdere partijen financieel
                                            bijdragen aan de kosten. De aanvrager van de subsidie
                                            hoeft niet een samenwerkingsverband te zijn. Eén van de
                                            partijen kan als aanvrager of als penvoerder de subsidie
                                            aanvragen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_32_144_347_"> de activiteit is innovatief in
                                    de IJssel-Vechtdelta;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e8721"><noot.nr>156</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De aanvrager moet aantonen
                                            waarom de activiteit innovatief is. Bij innovatie is
                                            vaak sprake van een nieuw(e) product, techniek of proces
                                            welke toegepast wordt. Ook een reeds eerder uitgevoerde
                                            activiteit welke wel nieuw is in de IJssel-Vechtdelta
                                            wordt aangemerkt als innovatief.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_32_144_348_"> activiteiten die bijdragen aan
                                    waterveiligheid zijn gebaseerd op het principe van
                                    meerlaagsveiligheid, dit betekent dat de activiteiten zich
                                    richten op preventie, waterrobuuste inrichting of
                                    crisisbeheersing;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e8737"><noot.nr>157</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In het rapport ‘Leven met
                                            water' staat dat waterveiligheid gebaseerd is op het
                                            principe van meerlaagsveiligheid: </noot.al><noot.al>1.Preventie; het betreft de preventie van primaire
                                            en regionale keringen. De veiligheid wordt bepaald door
                                            overstromingskansen gebaseerd op de risicobenadering.
                                            Ook het concept van overstroombare dijken past binnen
                                            deze laag. </noot.al><noot.al>2.Duurzame ruimtelijke inrichting; dit is een
                                            ruimtelijke inrichting door bijvoorbeeld
                                            compartimentering waarbij bestaande hoogten in het
                                            landschap worden opgehoogd of verbonden door nieuwe
                                            dijken/wallen aan te leggen. Ook het bouwen op terpen of
                                            aanleg van waterrobuuste bouwwerken/infrastructuur valt
                                            onder deze laag. Ook bij deze tweede laag voor de
                                            waterveiligheid wordt de inrichting gebaseerd op
                                            overstromingsrisico's. 3.Crisisbeheersing;
                                            Crisisbeheersing bestaat uit een flexibele
                                            evacuatiestrategie, effectieve risico- en
                                            crisiscommunicatie en het voorkomen van grootschalige
                                            keteneffecten bij uitval van vitale en kwetsbare
                                            infrastructuur.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57686_0_32_144_349_"> activiteiten die bijdragen aan
                                    klimaatbestendigheid betreffen uitsluitend maatregelen ter
                                    voorkoming of beperking van wateroverlast, droogte of
                                    hittestress;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57686_0_32_144_350_"> de activiteiten dragen bij aan
                                    de ambities en kaders zoals verwoord in het rapport ‘Leven met
                                    water, Strategie waterveiligheid en klimaatbestendigheid in de
                                    IJssel-Vechtdelta';</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e8762"><noot.nr>158</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In het rapport ‘Leven met
                                            water' staat wat nodig is om een robuuste, waterveilige
                                            en klimaatbestendige IJssel-Vechtdelta te krijgen. Dit
                                            is verwoord aan de hand van een panorama, een
                                            realisatiestrategie en een uitvoeringsprogramma. Bj de
                                            realisatie van de opgave en hoofdambitie dienen de acht
                                            leidende principes als handvatten. Het gaat om de
                                            volgende principes:</noot.al><noot.al>- waterveiligheid en klimaatbestendigheid als
                                            basis</noot.al><noot.al>- waardevolle omgeving</noot.al><noot.al>- toekomstvast investeringsperspectief</noot.al><noot.al>- innovatie als motor en uithangbord</noot.al><noot.al>- leefbaar en betrokken vanuit het gebied</noot.al><noot.al>- bestuurlijk robuust</noot.al><noot.al>- volhoudbaarheid door veerkracht</noot.al><noot.al>- gebiedsontwikkeling als instrument]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57686_0_32_144_351_"> voordat een aanvraag wordt
                                    ingediend is de aanvraag besproken met een beleidsmedewerker of
                                    de programmaleider van het programma IJssel-Vechtdelta van de
                                    provincie;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57686_0_32_144_352_"> indien de te verstrekken
                                    subsidie staatssteun oplevert in de zin van artikel 107, lid 1
                                    van het VWEU, dan voldoet de subsidie aan de-minimisverordening
                                    of de de-minimisverordening landbouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.23.4 Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_32_145_353_"> De subsidie bedraagt maximaal
                                    70% van de subsidiabele kosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_32_145_354_"> De subsidie bedraagt maximaal
                                    100% van de subsidiabele kosten indien de activiteit nieuw is in
                                    Nederland.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.23.5 Aanvullende stukken bij de aanvraag voor
                                    subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_32_146_355_"> De aanvrager maakt bij zijn
                                    aanvraag gebruik van het aanvraagformulier Waterveiligheid en
                                    Klimaatbestendigheid IJssel-Vechtdelta.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_32_146_356_"> De aanvrager overlegt in
                                    aanvulling op artikel 1.2.1 bij de aanvraag tevens een plan van
                                    aanpak waarin in ieder geval is omschreven hoe de activiteiten
                                    bijdragen aan de ambities en kaders zoals verwoord in het
                                    rapport ‘Leven met water, Strategie waterveiligheid en
                                    klimaatbestendigheid in de IJssel-Vechtdelta' uitgewerkt aan de
                                    hand van de acht leidende principes als genoemd in dit rapport.
                                    Daarnaast bevat het plan van aanpak in ieder geval een planning,
                                    een risicoparagraaf, een resultaatbeschrijving, een begroting en
                                    een financieel plan.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.23.6 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.23.7 Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.3.1 wordt de subsidie geweigerd
                                    indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_32_148_357_"> de te verlenen subsidie minder
                                    dan € 25.000 bedraagt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_32_148_358_"> de aanvraag betrekking heeft op
                                    activiteiten die wettelijk verplicht zijn;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_32_148_359_"> de aanvraag betrekking heeft op
                                    waterveiligheid of klimaatbestendigheid welke tot de reguliere
                                    taak van de aanvrager of van de deelnemende partijen
                                    behoort.</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57686_0_32_148_360_">Indien de aanvraag betrekking
                                    heeft op reguliere taken van bijvoorbeeld een waterschap of een
                                    gemeente, dan wordt de subsidie voor die activiteiten
                                    geweigerd.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.24 Ruimte voor de Vecht</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e8865"><noot.nr>159</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In het provinciale
                                        coalitieakkoord is het programma ‘Ruimte voor de Vecht' als
                                        een van de speerpunten benoemd in het provinciaal beleid.
                                        Voor de uitvoering van Ruimte voor de Vecht heeft de
                                        provincie Overijssel een vitale coalitie gevormd met de
                                        gemeenten Hardenberg, Ommen, Dalfsen en Zwolle, de
                                        waterschappen Vechtstromen en Drents Overijsselse Delta,
                                        Staatsbosbeheer, LTO-Noord, Natuur en Milieu Overijssel, het
                                        Overijssels Particulier Grondbezit, Markering Oost en
                                        VNO/NCW. Ruimte voor de Vecht is daarmee een programma van
                                        en voor gebiedspartners. Gedeputeerde Staten kunnen op grond
                                        van paragraaf 5.24 subsidie verlenen aan projecten uit het
                                        Uitvoeringsprogramma Ruimte voor de Vecht. </noot.al><noot.al>Programmadoelen</noot.al><noot.al>Ruimte voor de Vecht is een ambitieus integraal
                                        gebiedsontwikkelingsprogramma gebaseerd op prioriteiten en
                                        ambities van de gebiedspartners en gericht op het
                                        verzilveren van kansen om de ruimtelijke kwaliteit van het
                                        Vechtdal te vergroten. De activiteiten vanuit dit programma
                                        leiden tot een gedeeld en wenkend perspectief voor de
                                        toekomst van het Vechtdal. </noot.al><noot.al>In het startdocument Masterplan Ruimte voor de Vecht
                                        zijn de doelen van de vitale coalitie vastgelegd. Deze
                                        doelen laten zich samenvatten tot: </noot.al><noot.al>1. Veiligheid; het zorgdragen voor de waterveiligheid
                                        voor mens en dier in het Vechtdal, het voorkomen van
                                        wateroverlast. </noot.al><noot.al>2. Sociaal-economische impuls; het versterken van de
                                        economische dragers landbouw en toerisme en het verbinden
                                        van bewoners en bebouwing met de Vecht </noot.al><noot.al>3. Natuuropgaven; het integraal realiseren van de
                                        natuuropgaven (zowel water- als landnatuur) die in het
                                        gebied liggen. Om dit te kunnen bereiken is afgesproken dat
                                        de partners uit de coalitie intensief samenwerken. </noot.al><noot.al>Vijf statements</noot.al><noot.al>In het startdocument Masterplan Ruimte voor de Vecht
                                        zijn vijf statements neergelegd die de inhoudelijke basis
                                        voor de visie op de Vecht en het Vechtdal in 2050 vormen.
                                        Deze statements bieden aanknopingspunten voor het verbinden
                                        van de plannen van verschillende partners en vormen zo de
                                        basis waarop de verantwoordelijke partners in het gebied
                                        verder willen werken. De vijf statements zijn hierna kort
                                        toegelicht. </noot.al><noot.al>1. Ga voor de volle winst van de levende
                                        rivier.</noot.al><noot.al>De Vecht moet meer ruimte krijgen, zodat de bewoners in
                                        het Vechtdal beschermd blijven tegen overstromingen. Dit
                                        biedt kansen om de meer natuurlijke loop van de rivier terug
                                        te brengen en natuur te ontwikkelen. De volle winst van de
                                        levende rivier vraagt om de Vecht te beschouwen als een
                                        samenhangend geheel. </noot.al><noot.al>2. Maak en behoud het winterbed als grote open ruimte
                                        voor landbouw, natuur, recreatie en landschap. </noot.al><noot.al>Het winterbed is een open landschap en biedt kansen
                                        voor landbouw, natuur èn voor toerisme en recreatie. We
                                        zoeken naar mogelijkheden om deze functies te verbinden.
                                        Hier is het streven om grotere gebieden als geheel te
                                        bekijken. Dat vergt innoverende technieken en goede
                                        inpassing van landbouw en natuur, zonder daarbij de
                                        verschillende belangen uit het oog te verliezen. </noot.al><noot.al>3. Maak de rivier de voorkant van het Vechtdal. De
                                        Vecht kan een verbindende schakel zijn voor wonen, werken en
                                        recreëren in het gebied. Op goed gekozen plekken kan de
                                        Vecht toegankelijker worden, waardoor bewoners en bezoekers
                                        de Vecht meer kunnen "beleven". De Vecht mag op sommige
                                        plekken wel nadrukkelijk zichtbaar worden en deel gaan
                                        uitmaken van het landschap. </noot.al><noot.al>4. Organiseer de bezoekersstromen.</noot.al><noot.al>Verschillende groepen hebben verschillende wensen.
                                        Grotere publiekstrekkers moeten de rust en natuur in andere
                                        gebieden niet verstoren. Het is denkbaar om zones voor
                                        verschillende functies te maken, waarbij zowel rust als
                                        drukte en vermaak een plek hebben. Het Vechtdal kan het
                                        decor zijn voor de verschillende activiteiten. Het aanbod is
                                        gericht op diverse doelgroepen. Daarnaast blijft de natuur
                                        rond de Vecht iets om zuinig op te zijn. </noot.al><noot.al>5. Maak de Vecht manifest. </noot.al><noot.al>De Vecht en het Vechtdal hebben een rijke geschiedenis.
                                        De Vecht verbindt plaatsen, mensen en verhalen. Zoveel moois
                                        mag bekend worden. Een stevige identiteit kan helpen om
                                        duidelijk te maken hoe mooi het Vechtdal is. Het is goed om
                                        dat bekend te maken aan bezoekers. Ook voor bewoners heeft
                                        de Vecht veel te bieden. </noot.al><noot.al>Uitvoeringsprogramma 2016-2018 Ruimte voor de
                                        Vecht</noot.al><noot.al>Om de programmadoelen verder te realiseren is er een
                                        Uitvoeringsprogramma 2016-2018 Ruimte voor de Vecht
                                        opgesteld. In het Uitvoeringsprogramma 2016-2018 zijn te
                                        realiseren projecten en projectclusters opgenomen, die
                                        bijdragen aan de doelstellingen en passen binnen de
                                        uitgangspunten van het programma Ruimte voor de Vecht. Het
                                        is de bedoeling om, op basis van de onderliggende
                                        projectplannen, die in nader uitgewerkte vorm worden
                                        ingediend bij de subsidieaanvragen, zichtbare resultaten te
                                        bereiken. </noot.al><noot.al>Alleen de partners van het programma Ruimte voor de
                                        Vecht, zijnde de gemeenten Hardenberg, Ommen, Dalfsen en
                                        Zwolle, de waterschappen Vechtstromen en Drents Overijsselse
                                        Delta, Staatsbosbeheer, het Overijssels Particulier
                                        Grondbezit, LTO-Noord, NMO, VNO/NCW en Marketing Oost kunnen
                                        subsidie aanvragen. Uitzondering op deze regel is een
                                        beperkt aantal ondernemers, dat door de partners van het
                                        programma wordt voorgedragen om een bepaald project uit te
                                        voeren. ]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 5.24.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_33_149_361_"> Samenwerkingsverband Ruimte
                                    voor de Vecht: het samenwerkingsverband van de gemeenten Zwolle,
                                    Dalfsen, Ommen en Hardenberg, de waterschappen Drents
                                    Overijsselse Delta en Vechtstromen, Overijssels Particulier
                                    Grondbezit, Staatsbosbeheer, Natuur en Milieu Overijssel,
                                    LTO-Noord, VNO/NCW en Marketing Oost, die zich gezamenlijk
                                    verbonden hebben aan de doelstellingen en uitgangspunten zoals
                                    verwoord in het Masterplan Ruimte voor de Vecht;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_33_149_362_"> Uitvoeringsprogramma 2016-2018
                                    Ruimte voor de Vecht: een programma, inclusief beschrijvingen
                                    van projecten en clusters van projecten, dat door het Breed
                                    bestuurlijk overleg Ruimte voor de Vecht is vastgesteld op 14
                                    oktober 2015 en door Provinciale Staten is vastgesteld op 20
                                    januari 2016, kenmerk PS/2015/917. In dit uitvoeringsprogramma
                                    is eveneens de afronding van projecten, zijnde de inrichting van
                                    95 hectare nieuwe natuur van de uitvoeringsperiode 2012-2015
                                    opgenomen. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.24.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor projecten die
                                zijn opgenomen in het Uitvoeringsprogramma 2016-2018 Ruimte voor de
                                Vecht.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.24.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie voldoet aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_33_151_363_"> de aanvrager is een partner van
                                    het samenwerkingsverband Ruimte voor de Vecht of een in het
                                    Clusterprojectplan behorende bij het Uitvoeringsprogramma
                                    2016-2018 genoemde onderneming;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_33_151_364_"> de gevraagde en de te verlenen
                                    subsidie bedraagt ten minste € 25.000;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_33_151_365_"> de aanvraag is, voordat deze
                                    wordt ingediend, afgestemd met de provinciale beleidsmedewerker
                                    Ruimte voor de Vecht;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57686_0_33_151_366_"> indien de te verstrekken
                                    subsidie staatssteun oplevert in de zin van artikel 107 eerste
                                    lid van het VWEU, dan moet de subsidie voldoen aan de
                                    de-minimisverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.24.4 Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_33_152_367_"> De subsidie bedraagt maximaal
                                    50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 500.000 per
                                    project. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_33_152_368_"> De subsidie aan Marketing Oost
                                    bedraagt 77% van de subsidiabele kosten met een maximum van €
                                    300.000.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57686_0_33_152_369_"> De subsidie aan LTO-Noord
                                    bedraagt 71% van de subsidiabele kosten met een maximum van €
                                    150.000.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.24.5 Subsidiabele kosten</titel></kop><al>In afwijking van de artikelen 1.1.5 en 1.1.6 bedraagt de subsidie
                                voor natuurinrichting een forfaitair vastgesteld tarief van € 12.500
                                per hectare.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.24.6 Niet subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.1.6 zijn de volgende kosten niet
                                    subsidiabel:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_33_154_370_"> kosten van planschade;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_33_154_371_"> [vervallen]</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.24.7 Weigeringsgronden</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.3.1 vijfde lid wordt de subsidie niet
                                geweigerd als de subsidie gestapeld wordt met subsidies verstrekt op
                                basis van hoofdstuk 1A Investeren met Gemeenten van het
                                Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2007.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.24.8 Indieningstermijn aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag om subsidie moet uiterlijk 1 juli 2018 zijn
                                ontvangen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.24.9 Aanvullende stukken bij de aanvraag om
                                    subsidie</titel></kop><al>1. De aanvrager maakt bij de aanvraag gebruik van het
                                aanvraagformulier Ruimte voor de Vecht. </al><al>2. In aanvulling op artikel 1.2.1 tweede lid overlegt de aanvrager
                                een plan van aanpak.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.24.10 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><al>In aanvulling op de artikelen 1.4.1 en 1.4.2 is de subsidieontvanger
                                verplicht binnen 12 maanden na subsidieverlening te starten met de
                                subsidiabele activiteit en deze te hebben afgerond uiterlijk op 31
                                december 2020. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.25 Ruimtelijke kwaliteit groene omgeving</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e9042"><noot.nr>160</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De provincie zet in op
                                        verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het landelijk
                                        gebied. Ruimtelijke ontwikkelingen zoals nieuwe functies en
                                        voorzieningen moeten daar aan bijdragen. Om dit samen met
                                        gemeenten te stimuleren is de werkwijze Kwaliteitsimpuls
                                        Groene Omgeving ontwikkeld. Deze is inmiddels breed in
                                        gebruik. Belangrijke drager is deelname vanuit de
                                        samenleving.</noot.al><noot.al>Gedeputeerde Staten willen bij nieuwe ruimtelijke
                                        ontwikkelingen de investeringen in ruimtelijke kwaliteit
                                        versterken met inbreng van ideeën van omwonenden en daarmee
                                        belangen bij elkaar brengen. Daarnaast streven Gedeputeerde
                                        Staten ernaar om afzonderlijke investeringen in ruimtelijke
                                        kwaliteit bij nieuwe functies en voorzieningen te bundelen.
                                        Met deze subsidieregeling worden beide aspecten
                                        gestimuleerd. Met als resultaat voor een groter gebied een
                                        groter effect op de ruimtelijke kwaliteit, die beter
                                        aansluit bij wensen uit de samenleving.]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 5.25.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_34_159_372_"> landelijk gebied: het
                                    grondgebied buiten het bestaande bebouwde gebied van steden en
                                    dorpen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_34_159_373_"> ruimtelijke kwaliteit: het
                                    resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen dat de
                                    ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier
                                    belangrijk is. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.25.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_34_160_374_"> participatie van een
                                    georganiseerde groep Overijsselse inwoners of omwonenden aan
                                    ruimtelijke ontwikkelingen met als doel verbetering van de
                                    ruimtelijke kwaliteit in het landelijk gebied van
                                    Overijssel;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_34_160_375_"> gebiedsgerichte bundeling van
                                    investeringen met als doel het verbeteren van de ruimtelijke
                                    kwaliteit in het landelijk gebied van Overijssel. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.25.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_34_161_376_"> Een aanvraag voor subsidie als
                                    bedoeld in artikel 5.25.2 sub a voldoet aan de volgende
                                    criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_34_161_376_146_"> de aanvrager is een
                                            rechtspersoon in de vorm van een stichting, vereniging
                                            of coöperatie van inwoners of omwonenden in Overijssel;
                                            Toelichting: particulieren kunnen geen aanvraag
                                            indienen.</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_34_161_376_147_"> de participatie is
                                            gericht op versterking van draagvlak en betrokkenheid
                                            bij concrete ruimtelijke initiatieven of concrete lokale
                                            ruimtelijke ontwikkelingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_34_161_377_"> Een aanvraag voor subsidie als
                                    bedoeld in artikel 5.25.2 sub b voldoet aan de volgende
                                    criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57686_0_34_161_377_148_"> de aanvrager is een
                                            Overijsselse gemeente;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57686_0_34_161_377_149_"> de aanvraag heeft
                                            betrekking op een concreet ruimtelijk plan, een
                                            procesaanpak of manier van werken die leidt tot
                                            verbinden van belangen;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57686_0_34_161_377_150_"> de bundeling van
                                            investeringen in de verbetering van de ruimtelijke
                                            kwaliteit levert aantoonbare meerwaarde op voor de
                                            ruimtelijke kwaliteit ten opzichte van de individuele
                                            initiatieven of plannen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57686_0_34_161_378_"> De aanvraag voor subsidie als
                                    bedoeld in artikel 5.25.2 is, voordat deze wordt ingediend,
                                    afgestemd met de provinciale beleidsmedewerker voor ruimtelijke
                                    ontwikkeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.25.4 Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57686_0_34_162_379_"> De subsidie als bedoeld in
                                    artikel 5.25.2 sub a bedraagt 50% van de subsidiabele kosten met
                                    een maximum van € 10.000 per aanvrager.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57686_0_34_162_380_"> De subsidie als bedoeld in
                                    artikel 5.25.2 sub b bedraagt 50% van de subsidiabele kosten met
                                    een maximum van € 20.000 per aanvrager.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.25.5 Subsidiabele kosten</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.1.6 sub a zijn kosten van vrijwilligers
                                wel subsidiabel tot een maximum tarief van € 15 per uur. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.25.6 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.
                            </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.25.7 Aanvullende stukken bij de aanvraag om
                                    subsidie</titel></kop><al>De aanvrager maakt bij de aanvraag gebruik van het aanvraagformulier
                                Ruimtelijke kwaliteit groene omgeving.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.25.8 Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.3.1 weigeren Gedeputeerde Staten de
                                    subsidie indien de aanvraag betrekking heeft op: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_34_166_381_"> reguliere activiteiten of de
                                    bedrijfsvoering van de aanvrager;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_34_166_382_"> ruimtelijke projecten van
                                    overheden; toelichting: een aanvraag wordt geweigerd indien de
                                    aanvraag betrekking heeft op bijvoorbeeld aanpassing van wegen
                                    of uitbreiding van bedrijventerreinen.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57686_0_34_166_383_"> de subsidie als bedoeld in
                                    artikel 5.25.2 sub a en de gevraagde en de te verlenen subsidie
                                    minder dan € 2.500 bedraagt;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57686_0_34_166_384_"> de subsidie als bedoeld in
                                    artikel 5.25.2 sub b en de gevraagde en de te verlenen subsidie
                                    minder dan € 5.000 bedraagt.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.26 Retailvouchers</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e9190"><noot.nr>161</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In de landelijke Retailagenda
                                        zijn de provincies gevraagd regie te voeren over het
                                        ruimtelijk-economisch detailhandelsbeleid, gericht op onder
                                        andere het terugbrengen van het overaanbod, voorkomen van
                                        leegstand en de samenwerking en afstemming tussen partijen
                                        te faciliteren. Het ministerie van Economische Zaken heeft
                                        in 2015 een Retailagenda opgesteld waarin 20 maatregelen
                                        staan beschreven die gericht zijn op het ontwikkelen van
                                        sterke winkelgebieden, investeren in mensen en kansen voor
                                        ondernemerschap. Eén van de maatregelen is het sluiten van
                                        RetailDeals tussen het Ministerie van EZ, mede gesloten
                                        namens partijen vertegenwoordigd in de landelijke
                                        Retailagenda, en gemeenten. Diverse Overijsselse gemeenten
                                        hebben inmiddels een gemeentelijke retaildeal afgesloten,
                                        andere zijn voornemens om in een volgende ronde te tekenen.
                                        Gemeenten hebben behoefte aan provinciaal procesgeld bij het
                                        opstellen en uitvoeren van de gemeentelijke
                                        retailagenda.</noot.al><noot.al>Gedeputeerde Staten willen bijdragen aan de versnelling
                                        van de uitvoering van de acties afgesproken in de
                                        gemeentelijke retaildeal en stellen een subsidie van
                                        maximaal € 10.000 per gemeente beschikbaar. ]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 5.26.1. Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_35_167_385_"> RetailDeal: gemeentelijke
                                    retaildeal met het Ministerie van Economische Zaken in het kader
                                    van de nationale Retailagenda; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_35_167_386_"> retail: de verzamelnaam voor
                                    bedrijven die goederen en diensten aan consumenten verkopen.
                                    Toelichting: Retail wordt vaak detailhandel genoemd. Toch is er
                                    een verschil. Retail omvat naast aanbieders van goederen in
                                    traditionele winkels ook aanbieders van diensten en online
                                    aanbieders. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.26.2. Subsidiabele activiteiten </titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor het opstellen
                                of uitvoeren van een gemeentelijke retailagenda ter uitvoering van
                                de RetailDeal. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.26.3. Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie voldoet aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57686_0_35_169_387_"> de aanvrager is een gemeente in
                                    de provincie Overijssel;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57686_0_35_169_388_"> de aanvrager heeft een
                                    RetailDeal gesloten met het Ministerie van Economische Zaken in
                                    het kader van de Nationale Retailagenda.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.26.4. Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten met
                                een maximum van € 10.000 per gemeente.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.26.5. Subsidiabele kosten</titel></kop><al>Uitsluitend kosten van derden zoals bedoeld in artikel 1.1.5 vierde
                                lid zijn subsidiabel. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.26.6. Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.
                            </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.26.7. Aanvullende stukken bij de aanvraag voor
                                    subsidie</titel></kop><al>De aanvrager maakt bij de aanvraag gebruik van het Aanvraagformulier
                                Retailvouchers.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.26.8 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><al>In aanvulling op de artikelen 1.4.1 en 1.4.2 is de subsidieontvanger
                                verplicht de activiteiten als bedoeld in artikel 5.26.2 uiterlijk 12
                                maanden na de datum van verlening van de subsidie te hebben
                                afgerond.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6 Bijzondere bepalingen Innovatie</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 6.1 Economische Innovatie</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken] </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 6.2 Operationeel Programma EFRO 2007-2013; GO-Oost
                                Nederland</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 6.3 Innovatievouchers</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 6.4 Innovatiefonds Overijssel</titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken] </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel> Paragraaf 6.5 Kennisondersteuning Agro en Food
                                Overijssel</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e9310"><noot.nr>162</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het doel van deze
                                        subsidieregeling is om innovaties in de agro&amp;foodsector
                                        te stimuleren door middel van de inzet van kennis. De
                                        innovaties dragen bij aan verduurzaming en versterking van
                                        de Overijsselse agro&amp;food sector zoals omschreven in het
                                        Uitvoeringsprogramma Agro&amp;food Overijssel 2013-2015.
                                        ]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 6.5.1. Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57687_0_5_1_1_"> agro&amp;food sector: alle bedrijven
                                    in de voedselketen, inclusief de voor de voedingsmiddelen
                                    bestemde logistiek, handel, financiële dienstverlening en
                                    onderzoek en ontwikkeling. De afbakening van de bedrijven in de
                                    agro&amp;foodsector is gebaseerd op de Monitor topsectoren,
                                    Methodebeschrijving en tabellenset van het CBS;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e9334"><noot.nr>163</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In de agro&amp;food draait
                                            het om de voedselketen. De kern van de agro&amp;food
                                            bestaat uit de primaire productie van (grondstoffen
                                            voor) levensmiddelen en de verwerking hiervan in de
                                            voedingsmiddelenindustrie. In de agro&amp;food sector
                                            staan de plantaardige en dierlijke economische ketens
                                            centraal. Deze ketes hebben verschillende schakels zoals
                                            de toeleverende industrie, uitgangsmateriaal, primaire
                                            productie, veterinaire dienstverlening, verwerkende
                                            (levensmiddelen)industrie, veilingen, handel en
                                            retail.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57687_0_5_1_2_"> gezamenlijke activiteit:
                                    samenwerking tussen ten minste twee onderling onafhankelijke
                                    ondernemingen en organisaties, waarvan ten minste één uit de
                                    Agro&amp;Food sector, met dezelfde kennisvraag.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e9350"><noot.nr>164</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Ondernemingen of
                                            organisaties die met elkaar in een concern zitten of een
                                            holding constructie hebben kunnen niet worden aangemerkt
                                            als zijnde onderling onafhankelijk.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57687_0_5_1_3_"> innovatie; een nieuw product,
                                    techniek, dienst of proces dat bijdraagt aan versterking en
                                    verduurzaming van de agro&amp;food sector;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57687_0_5_1_4_"> kennisvraag: vraag naar kennis of
                                    onderzoek gericht op een innovatie;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57687_0_5_1_5_"> onderneming: een natuurlijk persoon,
                                    een privaatrechtelijke persoon, vennootschap of eenmanszaak die
                                    gericht is op het maken van winst;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57687_0_5_1_6_"> organisatie: het geheel van
                                    productiefactoren, procedures en mensen die samenwerken om
                                    bepaalde doelstellingen te bereiken;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57687_0_5_1_7_"> Uitvoeringsprogramma Agro&amp;food
                                    Overijssel 2013 - 2015: uitvoeringsprogramma, zoals vastgesteld
                                    door Gedeputeerde Staten op 5 februari 2013 met kenmerk
                                    2013/0024142.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.5.2. Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken ten behoeve van een
                                kennisvraag gericht op versterking en verduurzaming van de
                                Overijsselse agro&amp;food sector.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.5.3. Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57687_0_5_3_8_"> de aanvrager is een organisatie of
                                    een onderneming uit de agro&amp;food sector, met een vestiging
                                    in Overijssel of de economische regio Zwolle;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e9405"><noot.nr>165</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De economische regio
                                            Zwolle is een samenwerkingsverband van de volgende 19
                                            gemeenten: Dalfsen, Ommen, Hardenberg, Raalte,
                                            Olst-Wijhe, Hattem, Oldebroek, Heerde, Kampen, Dronten,
                                            Noordoostpolder, Zwartewaterland, Steenwijkerland,
                                            Meppel, Staphorst, Urk, Westerveld, De Wolden en
                                            Zwolle.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57687_0_5_3_9_"> de activiteit is nieuw voor de
                                    agro&amp;food sector en risicodragend voor de aanvrager;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57687_0_5_3_10_"> de activiteit draagt bij aan de
                                    ambities voor verduurzaming en innovatie in de agro&amp;food
                                    sector zoals omschreven in het Uitvoeringsprogramma
                                    agro&amp;food Overijssel 2013 - 2015.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57687_0_5_3_11_"> als de verleende subsidie een
                                    steunmaatregel is, dan voldoet de subsidie aan artikel 2 van de
                                    de-minimisverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.5.4. Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten met een
                                maximum van € 6.500 per aanvrager en een maximum van € 19.500 per
                                gezamenlijke activiteit.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.5.5 Subsidiabele kosten</titel></kop><al>Overeenkomstig artikel 1.1.5 vierde lid zijn uitsluitend kosten
                                derden subsidiabel.</al><al><noot id="d11e9441"><noot.nr>166</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De subsidiabele kosten als
                                        bedoeld in artikel 1.1.5 eerste t/m derde lid zijn hiermee
                                        uitgesloten.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.5.6. Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks voor een subsidieplafond
                                vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.5.7. Aanvullende stukken bij de aanvraag tot
                                    subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57687_0_5_7_12_"> De aanvrager maakt bij de aanvraag
                                    voor subsidie gebruik van het aanvraagformulier
                                    Kennisondersteuning Agro&amp;food Overijssel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57687_0_5_7_13_"> De aanvrager overlegt in afwijking
                                    van artikel 1.2.1. tweede lid bij de aanvraag voor subsidie een
                                    door de aanvrager en een kennisinstelling getekende offerte
                                    waaruit de hoogte van de subsidiabele kosten blijkt.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e9472"><noot.nr>167</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Met een kennisinstelling
                                            wordt onder andere bedoeld een universiteit, hogeschool,
                                            ziekenhuis of adviesbureau.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.5.8 Adviescommissie agro&amp;food</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten van Overijssel leggen de subsidieaanvragen voor
                                aan de adviescommissie agro&amp;food die binnen 6 weken een advies
                                aan Gedeputeerde Staten uitbrengt. De adviescommissie adviseert
                                Gedeputeerde Staten over de innovatieve waarde en de kwaliteit van
                                het project en of het project bijdraagt aan de ambities voor
                                verduurzaming en innovatie in de agro&amp;food sector zoals
                                omschreven in het Uitvoeringsprogramma agro&amp;fooed Overijssel
                                2013-2015.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.5.9. Weigeringsgrond</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.3.1 wordt de subsidie geweigerd indien de
                                subsidiabele kosten minder dan € 2.500 bedraagt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.5.10. Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><al>In aanvulling op de artikelen 1.4.1. en 1.4.2 moet de
                                subsidieontvanger binnen drie maanden na datum van de
                                subsidieverlening zijn gestart met de uitvoering van de subsidiabele
                                activiteit en deze activiteit binnen twaalf maanden na datum van de
                                subsidieverlening hebben afgerond.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 6.6 Innovatie Agro&amp;food Overijssel</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6.6.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_11_14_"> Agro&amp;food sector: alle
                                    ondernemingen of organisaties in de voedselketen, inclusief de
                                    voor de voedingsmiddelen bestemde logistiek, handel, financiële
                                    dienstverlening en onderzoek en ontwikkeling. De afbakening van
                                    de bedrijven in de Agro&amp;foodsector is gebaseerd op de
                                    Monitor topsectoren, Methodebeschrijving en tabellenset van het
                                    CBS;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e9519"><noot.nr>168</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In de Agro&amp;food draait
                                            het om de voedselketen. De kern van de agro&amp;food
                                            bestaat uit de primaire productie van (grondstoffen
                                            voor) levensmiddelen en de verwerking hiervan in de
                                            voedingsmiddelenindustrie. In de Agro&amp;food sector
                                            staan de plantaardige en dierlijke economische ketens
                                            centraal. Deze ketens hebben verschillende schakels
                                            zoals de toeleverende industrie, uitgangsmateriaal,
                                            primaire productie, veterinaire dienstverlening,
                                            verwerkende (levensmiddelen)industrie, veilingen, handel
                                            en retail.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_11_15_"> geldbedrag: subsidie in de vorm
                                    van een geldbedrag dat, voor het bedrag waarvoor het is
                                    vastgesteld, niet behoeft te worden terugbetaald;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_11_16_"> geldlening: subsidie in de vorm
                                    van een lening van geld waarbij rente, tegen niet-marktconforme
                                    voorwaarden, over de af te lossen som moet worden betaald aan de
                                    Provincie;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_11_17_"> innovatieproject: een project
                                    waarin de ‘proof of concept' van een nieuw product, techniek,
                                    dienst of proces wordt uitgeprobeerd in de praktijk om te kijken
                                    of het haalbaar en effectief is. Het betreffende product,
                                    techniek, dienst of proces is reeds ontwikkeld en getest, maar
                                    moet nog worden bewezen op haalbaarheid en effectiviteit in de
                                    praktijk;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_11_18_"> Mededeling-rentepercentages:
                                    Mededeling van de Commissie over de herziening van de methode
                                    waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden
                                    vastgesteld (Pb. 2008, C14/6) of diens opvolger;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_11_19_"> MKB-onderneming: kleine,
                                    middelgrote of micro-onderneming als bedoeld in de Aanbeveling
                                    van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de
                                    definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (Pb.
                                    2003, L124/36) of diens opvolger;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_11_20_"> onderneming: iedere eenheid,
                                    ongeacht haar rechtsvorm, die een economische activiteit
                                    uitoefent;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_11_21_"> Programma Agro&amp;food Overijssel
                                    2013-2015: uitvoeringsprogramma, zoals vastgesteld door
                                    Gedeputeerde Staten op 5 februari 2013 met kenmerk
                                    2013/0024142;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_11_22_"> subsidie: geldbedrag of
                                    geldlening.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.6.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor een
                                    innovatieproject dat bijdraagt aan verduurzaming van de
                                    Agro&amp;food sector. De subsidie wordt verstrekt voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_12_23_"> onderzoek naar de haalbaarheid en
                                    effectiviteit het nieuw product, techniek, dienst of proces in
                                    de praktijk;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_12_24_"> inhuur deskundigen ten behoeve van
                                    de realisatie van een innovatieproject;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_12_25_"> investering ten behoeve van de
                                    realisatie van een innovatieproject.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.6.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_13_26_"> Een aanvraag voor subsidie moet
                                    voldoen aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57687_0_6_13_26_1_"> de aanvrager is een
                                            organisatie of een onderneming uit de Agro&amp;food
                                            sector, fysiek gevestigd in Overijssel;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57687_0_6_13_26_2_"> er is sprake van een
                                            samenwerking tussen ten minste twee onderling
                                            onafhankelijke ondernemingen of organisaties in de
                                            Agro&amp;food sector;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57687_0_6_13_26_3_"> het innovatieproject
                                            draagt bij aan de ambities voor verduurzaming en
                                            innovatie in de Agro&amp;food sector zoals omschreven in
                                            het Uitvoeringsprogramma Agro&amp;food Overijssel
                                            2013-2015;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57687_0_6_13_26_4_"> de haalbaarheid en
                                            slagingskans van het innovatieproject is aangetoond aan
                                            de hand van een businesscase;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57687_0_6_13_26_5_"> indien de te verstrekken
                                            subsidie staatssteun oplevert in de zin van artikel 107,
                                            lid 1 van het VWEU, dan moet:</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57687_0_6_13_26_6_"> in het geval de
                                            aanvrager een onderneming is die actief is in de
                                            primaire productie van landbouwproducten, de onderneming
                                            een MKB-onderneming zijn en moet worden voldaan aan de
                                            voorwaarden van artikel 5, 7, 8 en 14 van de
                                            Vrijstellingsverordening Landbouw;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57687_0_6_13_26_7_"> in het geval van andere
                                            ondernemingen moet worden voldaan aan de
                                            De-minimisverordening of De-minimisverordening Visserij.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_13_27_"> Een geldlening wordt verstrekt
                                    indien de terugverdientijd van het innovatieproject, naar het
                                    oordeel van de Agro&amp;food commissie, vijf jaar of minder
                                    bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_13_28_"> Een geldlening wordt verstrekt
                                    onder de opschortende voorwaarde dat ter uitvoering van de
                                    beschikking tot subsidieverlening een uitvoeringsovereenkomst is
                                    gesloten. Gedeputeerde Staten kunnen aan het verstrekken van de
                                    geldlening de voorwaarde verbinden dat de aanvrager zekerheden
                                    aan de Provincie Overijssel verschaft tot terugbetaling van de
                                    geldlening.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.6.4 Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt maximaal 40% van de subsidiabele kosten met een
                                maximum van € 400.000 per aanvraag.</al><al><noot id="d11e9639"><noot.nr>169</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Bij het berekenen van de
                                        maximale subsidie worden, ingeval van een
                                        landbouwonderneming die actief is in de primaire productie
                                        van landbouwproducten de artikelen 5, 7, 8 en 14 van de
                                        Vrijstellingsverordening Landbouw in acht genomen. Indien de
                                        aanvrager een andere onderneming is wordt de subsidie
                                        verstrekt met in achtneming van de De-minimisverordening of
                                        de De-minimisverordening Visserij (voor zover deze
                                        onderneming tot de visserij gerekend kan worden). Dit
                                        betekent o.a. dat de subsidie aan een onderneming in de
                                        visserij voor drie belastingjaren niet meer dan € 30.000 mag
                                        bedragen. De subsidie aan andere ondernemingen dan hiervoor
                                        genoemd niet meer dan € 200.000 mag bedragen. Indien sprake
                                        is van een samenwerkingverband met twee ondernemingen kan de
                                        subsidie van maximaal € 400.000 alleen verstrekt worden voor
                                        zover beide ondernemingen de toegestane limit van
                                        De-minimissteunverodening of De-minimisverordening visserij
                                        nog niet hebben bereikt.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.6.5 Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_15_29_"> Voor de subsidie als bedoeld in
                                    artikel 6.6.2 sub a geldt dat de kosten als bedoeld in artikel
                                    1.1.5 subsidiabel zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_15_30_"> Voor de subsidie als bedoeld in
                                    artikel 6.6.2 sub b geldt dat uitsluitend de kosten van derden,
                                    overeenkomstig artikel 1.1.5 vierde lid, subsidiabel zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_15_31_"> Voor de subsidie als bedoeld in
                                    artikel 6.6.2 sub c geldt dat uitsluitend de volgende kosten van
                                    derden, overeenkomstig artikel 1.1.5 vierde lid, subsidiabel
                                    zijn:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57687_0_6_15_31_8_"> kosten voor verwerving
                                            of verbetering van onroerende goederen;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57687_0_6_15_31_9_"> de koop of huurkoop van
                                            machines en materieel.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.6.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_16_32_"> De aanvrager maakt bij de aanvraag
                                    voor subsidie gebruik van het aanvraagformulier Innovatie
                                    Agro&amp;food Overijssel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_16_33_"> De aanvrager overlegt in afwijking
                                    van artikel 1.2.1 bij de aanvraag een businesscase die uit
                                    tenminste de volgende onderdelen bestaat:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57687_0_6_16_33_10_"> een projectplan en een
                                            begroting, inclusief onderbouwing van de subsidiabele
                                            kosten aan de hand van offertes;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57687_0_6_16_33_11_"> een investerings- en
                                            dekkingsplan, inclusief berekening van de
                                            terugverdientijd;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57687_0_6_16_33_12_"> een
                                            exploitatiebegroting voor de eerste vijf jaar;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57687_0_6_16_33_13_"> een cashflowoverzicht
                                            voor ten minste de duur van het project of looptijd van
                                            de geldlening;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_16_34_"> Indien de aanvrager een
                                    onderneming is overlegt de aanvrager in aanvulling op het eerste
                                    en tweede lid de volgende stukken:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57687_0_6_16_34_14_"> een
                                            de-minimisverklaring;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57687_0_6_16_34_15_"> een
                                            MKB-verklaring;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57687_0_6_16_34_16_"> een verklaring waaruit
                                            blijkt dat de aanvrager niet een onderneming in
                                            financiële moeilijkheden, als bedoeld in artikel 6.4.1
                                            onder sub o, betreft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_16_35_"> Indien de Adviescommissie als
                                    bedoeld in artikel 6.6.8 adviseert om een lening te verstrekken,
                                    overlegt de aanvrager, aanvullend op het eerste, tweede en derde
                                    lid, de volgende stukken :</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57687_0_6_16_35_17_"> een ratingverklaring
                                            indien aanvrager een kredietverleden heeft of stukken
                                            die nodig zijn om de ratingcategorie als bedoeld in de
                                            Mededeling rentepercentages te kunnen bepalen;</al></li></lijst><al><noot id="d11e9725"><noot.nr>170</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Aan de hand van de stukken
                                            die nodig zijn om de ratingcategorie zoals bedoeld in de
                                            Mededeling-rentepercentages te kunnen bepalen, kunnen
                                            Gedeputeerde Staten een ratingcategorie vaststellen.
                                            Stukken die overgelegd moeten worden zijn onder meer een
                                            recente balans en een lijst met de zekerheden die
                                            gesteld worden ten behoeve van de door Gedeputeerde
                                            Staten te verstrekken subsidie. Wanneer de aanvrager een
                                            special-purpose-vehicle is, worden stukken overgelegd op
                                            basis waarvan de rating van de moederonderneming van de
                                            aanvrager kan worden vastgesteld. Wanneer een aanvrager
                                            zoals bedoeld in de vorige zin geen moedermaatschappij
                                            heeft, is het niet nodig deze stukken te
                                            overleggen.]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="b."><al id="anker-H57687_0_6_16_35_18_"> de laatste drie
                                            vastgestelde jaarrekeningen, tenzij de aanvrager minder
                                            dan drie jaar geleden is opgericht, in welk geval het
                                            aantal jaarrekeningen gelijk is aan het aantal boekjaren
                                            dat is verstreken sinds de oprichting van
                                            aanvrager;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57687_0_6_16_35_19_"> de laatste drie
                                            vastgestelde jaarrekeningen van de moedermaatschappij
                                            van de aanvrager, tenzij de moedermaatschappij minder
                                            dan drie jaar geleden is opgericht, in welk geval het
                                            aantal jaarrekeningen gelijk is aan het aantal boekjaren
                                            dat is verstreken sinds de oprichting van aanvrager, en
                                            tenzij de aanvrager geen moedermaatschappij heeft.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.6.7 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.6.8 Adviescommissie</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie wordt voorgelegd aan de
                                    adviescommissie Agro&amp;food die een advies uitbrengt
                                    over:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_18_36_"> de vraag of sprake is van
                                    innovatieproject;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_18_37_"> de haalbaarheid en de slagingskans
                                    van de businesscase;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_18_38_"> berekening van de
                                    terugverdientijd;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_18_39_"> de vraag welke vorm van subsidie:
                                    geldbedrag of geldlening geëigend is.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.6.9 Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.3.1 wordt de subsidie geweigerd
                                    indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_19_40_"> de te verstrekken subsidie minder
                                    dan € 75.000 bedraagt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_19_41_"> de aanvraag betrekking heeft op
                                    uitsluitend een onderzoek of inhuur deskundigheid;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_19_42_"> de aanvrager een onderneming in
                                    financiële moeilijkheden betreft, als bedoeld in artikel 6.4.1
                                    onder sub o;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_19_43_"> de subsidie betrekking heeft op
                                    een vervangingsinvestering;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_19_44_"> de subsidie betrekking heeft op
                                    financiering van de oprichting en exploitatie van een
                                    distributienet in een ander land;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_19_45_"> de totale subsidie voor de
                                    subsidiabele activiteit meer bedraagt dan 40% van de
                                    subsidiabele kosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.6.10 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.4.1 en 1.4.2 is de subsidieontvanger
                                    verplicht de activiteiten uiterlijk op 31 december 2017 te
                                    hebben afgerond. Ingeval van een geldlening:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_20_46_"> tekent de subsidieontvanger
                                    uiterlijk acht weken na het verlenen van de subsidie met de
                                    provincie een uitvoeringsovereenkomst;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_20_47_"> betaalt de subsidieontvanger in
                                    ieder geval jaarlijks het overeengekomen aflossingsbedrag en
                                    verschuldigde rente met ingang van achttien maanden volgend op
                                    de datum van verlening van de subsidie, aan Gedeputeerde Staten
                                    terug. De rente is verschuldigd vanaf aanvang van de geldlening
                                    over het totale uitstaande bedrag. Terzake van de aflossing en
                                    de verschuldigde rente wordt in de uitvoeringsovereenkomst een
                                    betalingsregime afgesproken en kunnen verplichtingen worden
                                    opgenomen ten aanzien van de kredietwaardigheid van de
                                    subsidieontvanger.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.6.11 Kenmerken van uitvoeringsovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_21_48_"> De hoogte van de geldlening per
                                    innovatieproject bedraagt maximaal de subsidiabele kosten;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_21_49_"> De looptijd van de geldlening
                                    bedraagt een bepaalde tijd doch maximaal 5 jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_21_50_"> Ingeval van een geldlening wordt
                                    een nominale rente van minimaal 3% per jaar verleend. De te
                                    verlenen rente is afhankelijk van de geldende marktrente conform
                                    Mededeling rentepercenta en de ratingcategorie van de
                                    subsidieaanvrager.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_21_51_"> De rente is gedurende de looptijd
                                    van de geldlening vast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_21_52_"> Gedeputeerde Staten kunnen
                                    boetevrije vervroegde aflossing van de geldlening toestaan.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H57687_0_6_21_53_"> De geldlening wordt onderhands
                                    verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.6.12 Voorschotverlening</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.3.3 tweede of derde lid verstrekken
                                Gedeputeerde Staten in geval van een geldlening de aanvrager een
                                voorschot van 100% van de verleende subsidie.</al><al><noot id="d11e9872"><noot.nr>171</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Gedeputeerde Staten betalen
                                        afhankelijk van de voortgang van het innovatieproject en
                                        liquiditeitsbehoefte van de subsidieontvanger de subsidie in
                                        tranches uit.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.6.13 Indieningstermijn aanvraag tot
                                    subsidievaststelling</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.5.2 eerste lid dan wel artikel 1.5.3
                                eerste lid wordt een aanvraag tot vaststelling van een subsidie in
                                geval van een geldlening ingediend uiterlijk 13 weken na de laatste
                                aflossing van de geldlening.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.6.14 Vaststelling subsidie</titel></kop><al>De subsidie wordt in afwijking van artikel 1.5.2 en overeenkomstig
                                artikel 1.5.3 vastgesteld op werkelijk gemaakte kosten.</al><al><noot id="d11e9893"><noot.nr>172</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De kosten dienen duidelijk
                                        gespecificeerd, onderbouwd en bewezen te worden. Alle
                                        bedragen betreffen de bedragen voor aftrek van belastingen
                                        en andere heffingen.]</noot.al></noot></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 6.7 Maatschappelijke ICT diensten Overijssel</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e9907"><noot.nr>173</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Deze paragraaf geeft
                                        uitvoering aan het investeringsvoorstel ICT diensten
                                        (PS/2014/249). Het doel van deze paragraaf is om
                                        publiek-private samenwerkingsprojecten te ondersteunen bij
                                        de ontwikkeling en toepassing van maatschappelijke ICT
                                        diensten die bijdragen aan het realiseren van de provinciale
                                        opgaven op het gebied van Economie (vestigingsklimaat,
                                        topsectoren en sectoren van regionaal belang), Platteland
                                        (leefbaarheid), Mobiliteit (verkeersveilighied en
                                        ketenmobiliteit) en Energie (decentrale energieopwekking en
                                        energiebesparing).]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 6.7.1 Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_25_54_"> behouden of gecreëerde
                                    arbeidsplaats: de permanent bezette en tot volledige dagtaak
                                    omgerekende arbeidsplaats op jaarbasis (1 fte), gebaseerd op een
                                    arbeidsovereenkomst voor een aaneengesloten periode van minimaal
                                    12 maanden welke met de businesscase wordt geschapen of in stand
                                    wordt gelaten na de realisatie van de businesscase;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_25_55_"> businesscase: een document waarin
                                    op basis van de informatie als genoemd in artikel 6.7.3 sub d,
                                    de zakelijke afweging om een maatschappelijke ICT dienst te
                                    ontwikkelen en te implementeren beschreven wordt;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_25_56_"> deskundige: een derde met voor het
                                    project relevante kennis en ervaring, aangetoond aan de hand van
                                    een cv, referentie of onderbouwing;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_25_57_"> experimentele ontwikkeling en
                                    toegepast onderzoek: het verwerven, combineren, vormgeven en
                                    gebruiken van bestaande wetenschappelijke, technische, zakelijke
                                    en andere relevante kennis en vaardigheden voor plannen,
                                    schema's of ontwerpen van nieuwe, gewijzigde of verbeterde
                                    producten, procedés of diensten. De ontwikkeling van commercieel
                                    bruikbare prototypes en proefprojecten valt eveneens onder
                                    experimentele ontwikkeling indien het prototype het commerciële
                                    eindproduct is en de productie ervan te duur is om alleen voor
                                    demonstratie- en validatiedoeleinden te worden gebruikt. Onder
                                    experimentele ontwikkeling wordt niet verstaan de routinematige
                                    of periodieke wijziging van bestaande producten,
                                    productielijnen, fabricageprocessen, diensten en andere courante
                                    activiteiten, zelfs indien deze wijzigingen verbeteringen kunnen
                                    inhouden;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_25_58_"> grootschalige uitrol: het
                                    beschikbaar krijgen van een maatschappelijke ICT dienst voor
                                    minimaal 10% van de potentiële gebruikers van de dienst in
                                    Overijssel;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_25_59_"> maatschappelijke ICT dienst: een
                                    samenhangend geheel van IT infrastructuur, toepassingen en
                                    ondersteunende diensten, die gezamenlijk concrete bedrijfs- en
                                    werkprocessen van publieke organisaties ondersteunen;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_25_60_"> maatschappelijk rendement:
                                    behouden of nieuw gecreëerde arbeidsplaatsen in Overijssel én de
                                    bijdrage aan duurzaamheid, veiligheid, leefbaarheid, gezondheid,
                                    welzijn, openbaar bestuur, uitgavenreductie of vermindering van
                                    de administratieve lastendruk; </al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_25_61_"> MKB onderneming: kleine,
                                    middelgrote of micro-onderneming als bedoeld in de Aanbeveling
                                    van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de
                                    definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (Pb.
                                    2003, L124/36), of diens opvolger;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_25_62_"> onderneming: een natuurlijke of
                                    rechtspersoon, ongeacht haar rechtsvorm, die een economische
                                    activiteit uitvoert;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_25_63_"> penvoerder: de onderneming of
                                    organisatie die namens het samenwerkingsverband is aangewezen
                                    als vertegenwoordiger;</al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_25_64_"> proeftuin: een fysieke of virtuele
                                    plek waar maatschappelijke ICT diensten worden getest op de
                                    beoogde effecten, gebruikersgemak, gebruikersacceptatie en
                                    acceptatie van aanpassing van het werkproces;</al></lid><lid><lidnr>l.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_25_65_"> publieke sector: overheid,
                                    semi-overheid en privaatrechtelijke organisaties die publieke
                                    taken uitvoeren;</al></lid><lid><lidnr>m.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_25_66_"> samenwerkingsverband: een verband
                                    van tenminste één onderneming én tenminste één organisatie uit
                                    de publieke sector, waarbij iedere partij voor eigen rekening en
                                    risico kosten maakt en betaalt ten behoeve van de uitvoering van
                                    de businesscase. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.7.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor de volgende
                                    activiteiten ter uitvoering van een businesscase:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_26_67_"> experimentele ontwikkeling en
                                    toegepast onderzoek;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_26_68_"> inhuur van deskundigen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_26_69_"> investeringen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_26_70_"> grootschalige uitrol van een
                                    maatschappelijke ICT dienst. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.7.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_27_71_"> de aanvrager is een
                                    samenwerkingverband; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_27_72_"> de penvoerder vraagt namens het
                                    samenwerkingsverband de subsidie aan;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_27_73_"> de businesscase richt zich op de
                                    ontwikkeling, het testen én de toepassing van een
                                    maatschappelijke ICT dienst;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_27_74_"> de haalbaarheid en slagingskans
                                    van de maatschappelijke ICT dienst is aangetoond aan de hand van
                                    een businesscase, waarin in het bijzonder is ingegaan op:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57687_0_7_27_74_20_"> aanwezige kennis bij de
                                            betrokken ondernemers of organisaties om de businesscase
                                            uit te voeren;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57687_0_7_27_74_21_"> een beschrijving van de
                                            organisatie die de businesscase gaat uitvoeren;</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57687_0_7_27_74_22_"> juridische aspecten;
                                        </al></li><li nr="iv."><al id="anker-H57687_0_7_27_74_23_"> het onderliggende
                                            businessmodel c.q. verdienmodel en voor organisaties uit
                                            de publieke sector het exploitatiemodel;</al></li><li nr="v."><al id="anker-H57687_0_7_27_74_24_"> onderscheidend vermogen
                                            van de te ontwikkelen dienst in vergelijking tot
                                            bestaande diensten;</al></li><li nr="vi."><al id="anker-H57687_0_7_27_74_25_"> getalsmatige
                                            onderbouwing van commercieel perspectief, marktomvang,
                                            concrete meerwaarde voor de eindgebruiker en beoogd
                                            marktaandeel;</al></li><li nr="vii."><al id="anker-H57687_0_7_27_74_26_"> wijze van
                                            vermarkten;</al></li><li nr="viii."><al id="anker-H57687_0_7_27_74_27_"> omzet- en resultaat
                                            prognose en voor organisaties uit de publieke sector een
                                            exploitatieprognose;</al></li><li nr="ix."><al id="anker-H57687_0_7_27_74_28_"> wie de maatschappelijke
                                            ICT dienst gaat betalen en of de kosten voor de
                                            eindgebruiker acceptabel zijn;</al></li><li nr="x."><al id="anker-H57687_0_7_27_74_29_"> wat nodig is om gebruik
                                            van de maatschappelijke ICT dienst te continueren of op
                                            te schalen, zowel bij ‘afnemer en gebruiker' als bij
                                            ‘aanbieder en ondernemer'.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_27_75_"> de businesscase draagt bij aan de
                                    realisatie van de provinciale opgaven op het gebied van
                                    Economie, Platteland, Mobiliteit en Energie, zoals omschreven in
                                    de vastgestelde provinciale beleidsnota's;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_27_76_"> de businesscase wordt uitgevoerd
                                    in Overijssel;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_27_77_"> de businesscase heeft
                                    maatschappelijk rendement in Overijssel;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_27_78_"> indien sprake is van een
                                    steunmaatregel, dan moet de subsidie voldoen aan artikel 25 van
                                    de Algemene groepsvrijstellingsverordening II of aan artikel 2
                                    van de De-minimisverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.7.4. Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een
                                maximum van € 300.000 per aanvraag.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.7.5 Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_29_79_"> Voor de subsidie als bedoeld in
                                    artikel 6.7.2 sub b geldt dat uitsluitend de kosten voor derden,
                                    als bedoeld in artikel 1.1.5 vierde lid, subsidiabel zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_29_80_"> Voor de subsidie als bedoeld in
                                    artikel 6.7.2 lid sub c geldt dat uitsluitend de volgende kosten
                                    subsidiabel zijn:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57687_0_7_29_80_30_"> de kosten voor
                                            aanpassingen van onroerende goederen; </al></li></lijst><al><noot id="d11e10121"><noot.nr>174</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Voorbeelden van kosten
                                            voor het aanpassen van onroerende goederen zijn
                                            aanpassingen in de ICT infrastructuur of de fysieke
                                            inrichting van een proeftuin. Voorbeelden van koop of
                                            huurkoop van materieel en apparatuur zijn hardware en
                                            testapparatuur.]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="b."><al id="anker-H57687_0_7_29_80_31_"> de koop en of huurkoop
                                            van materieel en apparatuur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_29_81_"> Voor de subsidie als bedoeld in
                                    artikel 6.7.2 sub d geldt dat uitsluitend de proceskosten die
                                    samenhangen met de grootschalige uitrol van een maatschappelijke
                                    ICT dienst subsidiabel zijn.</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57687_0_7_29_82_"><noot id="d11e10141"><noot.nr>175</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Voorbeelden van
                                            proceskosten zijn kosten die samenhangen met
                                            vraagbundeling en kosten die samenhangen met het managen
                                            van de grootschalige uitrol. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_29_83_"> Voor de subsidie als bedoeld in
                                    artikel 6.7.2 sub a tot en met sub d geldt dat de kosten
                                    diesamenhangen met het managen van de uitvoering van de
                                    businesscase subsidiabel zijn tot maximaal 15% van de totale
                                    projectkosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.7.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_30_84_"> De aanvrager maakt bij de aanvraag
                                    voor subsidie gebruik van het aanvraagformulier Maatschappelijke
                                    ICT diensten Overijssel. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_30_85_"> De aanvrager overlegt in
                                    aanvulling op van artikel 1.2.1 tweede lid, bij de aanvraag voor
                                    subsidie de volgende gegevens: </al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57687_0_7_30_85_32_"> een onderbouwing van
                                            het maatschappelijke rendement;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57687_0_7_30_85_33_"> de businesscase die
                                            voldoet aan de criteria zoals genoemd in artikel 6.7.3
                                            sub d;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57687_0_7_30_85_34_"> indien van toepassing
                                            een ingevulde en ondertekende MKB-verklaring;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57687_0_7_30_85_35_"> een
                                            samenwerkingsverklaring waaruit blijkt dat alle partijen
                                            in het samenwerkingsverband verantwoordelijkheid dragen
                                            voor de uitvoering van de businesscase én waarin de
                                            penvoerder door de samenwerkende partijen wordt
                                            gemachtigd om als vertegenwoordiger namens deze partijen
                                            op te treden;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57687_0_7_30_85_36_"> referenties of een cv
                                            van de in te huren deskundige(n), dan wel een
                                            omschrijving van de in te huren deskundigheid.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.7.7 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.
                            </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.7.8 Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten weigeren in aanvulling van artikel 1.3.1. de
                                    subsidie indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_32_86_"> de te verlenen subsidie minder
                                    bedraagt dan € 100.000;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_32_87_"> de kosten van de subsidiabele
                                    activiteit redelijkerwijs anders kunnen worden gedekt;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_32_88_"> de subsidieaanvraag een bijdrage
                                    in de exploitatie betreft;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_32_89_"> de subsidie voor meer dan 70%
                                    wordt aangewend door slechts één van de samenwerkende partijen;
                                </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_32_90_"> de subsidie betrekking heeft op
                                    een gewone vervangingsinvestering;</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57687_0_7_32_91_"><noot id="d11e10226"><noot.nr>176</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Onder
                                            vervangingsinvestering wordt onder anderen verstaan een
                                            nieuwe versie van software, een ander softwarepakket of
                                            vervanging van hardware.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_32_92_"> de werkelijke kosten naar het
                                    oordeel Gedeputeerde Staten niet in redelijke verhouding staan
                                    tot het te verkrijgen resultaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.7.9. Volgorde van behandeling </titel></kop><lid><lidnr/><al>Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen die op
                                    dezelfde dag zijn ontvangen het subsidieplafond wordt
                                    overschreden, wordt in afwijking van artikel 1.1.3. de
                                    onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door
                                    middel van prioritering op basis van de totale punten die de
                                    aanvraag behaalt. De prioritering vindt plaats op basis van het
                                    hoogst aantal behaalde punten voor de volgende onderdelen
                                    samen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_33_93_"> het maatschappelijk rendement,
                                    maximaal 30 punten;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_33_94_"> het perspectief voor opschaling
                                    van de dienst, maximaal 30 punten;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_33_95_"> de bijdrage aan de realisatie van
                                    de provinciale opgaven op het gebied van Economie, Platteland,
                                    Mobiliteit en Energie, maximaal 30 punten</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57687_0_7_33_96_"><noot id="d11e10265"><noot.nr>177</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Subsidieaanvragen worden
                                            behandeld in volgorde van ontvangst. Hierbij geldt dat
                                            wanneer de aanvrager op grond van artikel 4:5 Awb de
                                            gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de
                                            dag waarop de aanvraag is aangevuld als datum van
                                            ontvangst van de aanvraag geldt. Voor zover door
                                            verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op
                                            dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt
                                            overschreden wordt afgeweken van hetgeen wat in artikel
                                            1.1.3 is opgenomen en wordt voor deze aanvragen de
                                            volgorde bepaald op basis van de score die de aanvraag
                                            behaald voor de op de sub a, b en c behaalde
                                            punten:</noot.al><noot.al>Het aantal punten bij toepassing van sub a, b en c
                                            wordt als volgt bepaald.Bijdrage is uitstekend: 30
                                            punten, bijdrage is goed: 20 punten, bijdrage is
                                            voldoende: 10 punten en bijdrage is onvoldoende: 0
                                            punten.</noot.al><noot.al>De prioritering vindt plaats op basis van het
                                            hoogst aantal behaalde totale punten voor de onder sub
                                            a, b en c genoemde onderdelen.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.7.10 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr/><al>De subsidieontvanger is, in aanvulling op artikel 1.4.1 en
                                    1.4.2, verplicht:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_34_97_"> binnen een jaar na
                                    subsidieverlening te starten met de uitvoering van de
                                    businesscase en deze gerealiseerd te hebben binnen drie jaar na
                                    verlening van de subsidie;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57687_0_7_34_98_"> de resultaten te verspreiden via
                                    conferenties, publicaties, open access-repositories, gratis of
                                    opensource-software.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 6.8 Innovatiedriehoek</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e10302"><noot.nr>178</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Deze subsidieparagraaf is een
                                        uitwerking van het programma "Innovatie zichtbaar in
                                        gebiedsontwikkeling Innovatiedriehoek". Dit programma heeft
                                        een tweeledige doelstelling: enerzijds het vestigingsklimaat
                                        in de Innovatiedriehoek te verbeteren en anderzijds een
                                        succesvolle marktintroductie te bevorderen van innovaties
                                        die aansluiten bij de behoeften van de gebiedsontwikkeling
                                        Innovatiedriehoek Twente. ]</noot.al></noot></al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subparagraaf 6.8.1 Launching Customer</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e10316"><noot.nr>179</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het doel van deze subparagraaf
                                        is het stimuleren van de gemeenten Enschede en Hengelo, de
                                        regio Twente, ADT en de Universiteit Twente om
                                        innovatiegericht in te kopen. Gedeputeerde Staten kunnen
                                        deze partijen, die een rol als Launching Customer vervullen,
                                        een subsidie verstrekken ofwel in de vorm van een geldlening
                                        ofwel in de vorm van een voorwaardelijk te verstrekken
                                        geldbedrag dat bepaalde nader gespecificeerde risico's
                                        dekt.</noot.al><noot.al>De geldlening heeft betrekking op de aanschaf van een
                                        innovatief product dat zich vlak voor marktintroductie
                                        bevinden (TRL level 8-9: reeds ontwikkeld en getest,
                                        marktintroductie moet nog plaats vinden) en dat betrekking
                                        heeft op de thema's Mobiliteit, Veiligheid, Duurzaamheid en
                                        verblijfskwaliteit. Wanneer de kosten die nodig zijn om een
                                        innovatief product gebruiksklaar te maken
                                        (aanloop-/instelling- of aanschafkosten) hoger zijn ten
                                        opzichte van het conventionele alternatief, verstrekken
                                        Gedeputeerde Staten een geldlening van maximaal € 1.000.000. </noot.al><noot.al>De subsidie in de vorm van een geldbedrag dient ter
                                        dekking van risico's die voorkomen in de levenscyclus van
                                        een innovatief product en die niet of niet in die mate
                                        voorkomen in de levenscyclus van het conventionele
                                        alternatief. De subsidie is beperkt tot risico's die niet
                                        vermeden of voorkomen kunnen worden en die bovendien niet op
                                        een andere wijze kunnen worden beheerst. De
                                        subsidieaanvrager is verplicht de risico's te
                                        minimaliseren.Deze subsidie bedraagt maximaal € 350.000 en
                                        maximaal 33% van de subsidiabele kosten. Hij treedt alleen
                                        in werking als de risico's zich daadwerkelijk hebben
                                        voorgedaan. De financiële dekking van risico's wordt in de
                                        verhouding 1:1:1 verdeeld tussen subsidieaanvrager/launching
                                        customer, opdrachtnemer/leverancier en provincie. Risico's
                                        die zich in een fase van de levenscyclus niet hebben
                                        voorgedaan, worden aan het einde van die fase in mindering
                                        gebracht op de verstrekte subsidie. ]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 6.8.1.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze subparagraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_35_99_"> conventioneel alternatief: een
                                    product, dienst of werk dat vergelijkbare functies vervult als
                                    het gekozen innovatief product;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_35_100_"> Innovatiedriehoek: de projecten
                                    Hart van Zuid, Gebiedsontwikkeling Kennispark Twente, High Tech
                                    Campus Thales en Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_35_101_"> innovatief product: product,
                                    dienst of werk met innovatief karakter dat of die zich vlak voor
                                    marktintroductie bevindt (TRL 8-9); </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_35_102_"> launching customer: het optreden
                                    van de subsidieontvanger als opdrachtgever voor de levering van
                                    een innovatief product;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_35_103_"> levenscyclus: de aanschaf, het
                                    gebruik, het behoud en het eventueel weer afstoten van een
                                    innovatief product;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_35_104_"> opdrachtnemer: leverancier van
                                    het innovatief product;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_35_105_"> opdrachtgever: inkoper van het
                                    innovatief product;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_35_106_"> risicodekking: voorwaardelijke
                                    subsidie ter dekking van risico's die voorkomen in de
                                    levenscysclus van een innovatief product en die niet of niet in
                                    die mate voorkomen in de levenscyclus van het conventionele
                                    alternatief;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_35_107_"> Total Cost of Ownership (TCO):
                                    kostenbenaderingsmethode waarbij alle directe en indirecte
                                    kosten en baten gerelateerd aan de levenscyclus in ogenschouw
                                    worden genomen;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_35_108_"> TRL: Technological Readiness
                                    Level; internationale standaard om fase in technische
                                    ontwikkeling aan te duiden;</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.8.1.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen een subsidie verstrekken in de vorm van
                                een geldlening of in de vorm van een risicodekking voor de aanschaf
                                en in geval van een werk de realisatie van een innovatief product,
                                na het volgen van een proces van innovatiegericht inkopen waarbij de
                                subsidieaanvrager als launching customer optreedt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.8.1.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_37_109_"> Een aanvraag voor subsidie moet
                                    voldoen aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57687_0_9_37_109_37_"> de aanvrager is
                                            gemeente Enschede, gemeente Hengelo, regio Twente, ADT
                                            of de Universiteit Twente;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57687_0_9_37_109_38_"> er is een businesscase
                                            waaruit blijkt dat het innovatief product voldoet aan de
                                            volgende criteria:</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57687_0_9_37_109_39_"> het heeft een TCO die
                                            gelijk is aan of lager is dan de TCO van het
                                            conventionele alternatief;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57687_0_9_37_109_40_"> het draagt bij aan het
                                            oplossen van knelpunten binnen de thema's Mobiliteit,
                                            Veiligheid, Duurzaamheid of Verblijfskwaliteit;</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57687_0_9_37_109_41_"> het is kwalitatief
                                            hoogstaand conform de voor de betreffende industrie
                                            geldende standaarden;</al></li><li nr="iv."><al id="anker-H57687_0_9_37_109_42_"> het draagt bij aan het
                                            verbeteren van het vestigingsklimaat in de
                                            Innovatiedriehoek;</al></li><li nr="v."><al id="anker-H57687_0_9_37_109_43_"> het draagt bij aan de
                                            zichtbaarheid van het High Tech Systemen en Materialen
                                            profiel van de Innovatiedriehoek;</al></li><li nr="vi."><al id="anker-H57687_0_9_37_109_44_"> het product is
                                            geselecteerd op basis van een proces van
                                            innovatiegericht inkopen welk proces in de business case
                                            is beschreven.</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57687_0_9_37_109_45_"> de businesscase is
                                            financieel haalbaar en uitvoerbaar, hetgeen moet blijken
                                            uit de uitwerking van de volgende onderdelen:</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57687_0_9_37_109_46_"> een beschrijving van
                                            het bedrijf of consortium van bedrijven dat het
                                            betreffende innovatieve product levert;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57687_0_9_37_109_47_"> een beschrijving van
                                            de samenwerking tussen opdrachtnemer en
                                            subsidieaanvrager;</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57687_0_9_37_109_48_"> een beschrijving van
                                            het innovatieve product en de fases van ontwikkeling
                                            (TRL level);</al></li><li nr="iv."><al id="anker-H57687_0_9_37_109_49_"> een onderbouwing van
                                            de financiële positie van de opdrachtnemer op basis van
                                            huidige en verwachte kasstromen en de balans;</al></li><li nr="v."><al id="anker-H57687_0_9_37_109_50_"> onderbouwing van de
                                            potentie om opgeschaald te kunnen worden naar andere
                                            gebruikers onder andere door;</al></li><li nr="a."><al id="anker-H57687_0_9_37_109_51_"> een onderbouwing van
                                            de marktpotentie, beschrijving van de doelgroep,
                                            distributie-, productie-, of ketenpartners, doelmarkt
                                            binnen twee jaar, en een realisatieplan dat ingaat op de
                                            wijze waarop de opdrachtnemer deze verwacht te
                                            benutten;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57687_0_9_37_109_52_"> een beschrijving van
                                            het onderscheidend vermogen van het innovatief product
                                            ten opzichte van concurrerende producten, diensten of
                                            systeemoplossingen en markten;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57687_0_9_37_109_53_"> een onderbouwing van
                                            de wijze waarop de uitrol van het innovatieve product,
                                            wordt gefinancierd.</al></li><li nr="vi."><al id="anker-H57687_0_9_37_109_54_"> businessmodel,
                                            verdienmodel of exploitatiemodel;</al></li><li nr="vii."><al id="anker-H57687_0_9_37_109_55_"> getalsmatige
                                            onderbouwing van commercieel perspectief, marktomvang,
                                            concrete meerwaarde voor eindgebruiker, beoogd
                                            marktaandeel en kostprijsopbouw;</al></li><li nr="viii."><al id="anker-H57687_0_9_37_109_56_"> omzet-, resultaat- en
                                            liquiditeitsprognose;</al></li><li nr="ix."><al id="anker-H57687_0_9_37_109_57_"> financiële
                                            rendementsberekening voor de businesscase.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_37_110_"> In aanvulling op het eerste lid,
                                    voldoet een aanvraag voor een geldlening tevens aan de volgende
                                    criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57687_0_9_37_110_58_"> de kosten voor het
                                            gebruiksklaar maken, zijnde de aanschaf-, aanloop-, en
                                            instellingskosten, van het betreffende innovatief
                                            product zijn hoger ten opzichte van het conventioneel
                                            alternatief; </al></li><li nr="b."><al id="anker-H57687_0_9_37_110_59_"> de te verstrekken
                                            subsidie bedraagt ten minste € 50.000;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_37_111_"> In aanvulling op het eerste lid
                                    voldoet een aanvraag voor een risicodekking aan de volgende
                                    criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57687_0_9_37_111_60_"> de risicodekking
                                            betreft risico's:</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57687_0_9_37_111_61_"> die niet voorkómen of
                                            vermeden kunnen worden en niet op andere wijze kunnen
                                            worden beheerst;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57687_0_9_37_111_62_"> die zich niet voordoen
                                            tijdens gebruik, behoud of afstoten in de levensfase van
                                            een product; én</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57687_0_9_37_111_63_"> die zich voordoen
                                            binnen een termijn van 10 jaar na
                                            subsidieverlening.</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57687_0_9_37_111_64_"> de te verstrekken
                                            subsidie bedraagt ten minste € 25.000.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.8.1.4 Voorwaarden</titel></kop><al>Een risicodekking wordt verstrekt onder de opschortende voorwaarde
                                dat een risicio als bedoeld in artikel 6.8.1.3 derde lid sub a zich
                                aantoonbaar heeft verwezenlijkt binnen een fase in de levenscyclus
                                zoals beschreven in de business case.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.8.1.5 Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_39_112_"> Voor een geldlening geldt dat
                                    overeenkomstig de artikelen 1.1.5 en 1.1.6, uitsluitend het
                                    verschil tussen enerzijds de aanschaf, aanloop-, of
                                    instellingskosten van het innovatief product en anderzijds
                                    diezelfde of vergelijkbare kosten van het conventionele
                                    alternatief, subsidiabel is. </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e10518"><noot.nr>180</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit betekent dat de
                                            aanschaf, aanloop- of instellingskosten één of meerdere
                                            van de kostensoorten moeten zijn zoals opgenomen in
                                            artikel 1.1.5 en dat er geen kosten opgevoerd kunnen
                                            worden die opgenomen zijn in artikel 1.1.6. Een
                                            voorbeeld van aanschafkosten en instellingskosten kunnen
                                            kosten derden zijn zoals opgenomen in artikel 1.1.5
                                            vierde lid. Indien sprake is van inzet van gemeentelijke
                                            apparaatkosten voor bijvoorbeeld het instellen van het
                                            innovatief product, dan zijn deze kosten alleen
                                            subsidiabel als dit niet in strijd is met artikel 1.1.6.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_39_113_"> In aanvulling op artikel 1.1.6
                                    geldt voor de risicodekking dat de kosten voortvloeiend uit
                                    immateriële schade, schade veroorzaakt door eigen schuld of
                                    schuld van een derde, indirecte of gevolgschade en schade die
                                    reeds verzekerd of op andere wijze gedekt is, niet subsidiabel
                                    zijn. </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e10534"><noot.nr>181</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit betekent dat de raming
                                            van de risicodekking op basis van de kosten zoals
                                            opgenomen in artikel 1.1.5 moet gebeuren. Daarnaast
                                            kunnen er geen kosten in de raming opgenomen worden die
                                            in artikel 1.1.6 en in dit lid opgenomen zijn. In de
                                            risicoraming kunnen bijvoorbeeld wel kosten derden
                                            worden opgenomen zoals bedoeld in artikel 1.1.5 vierde
                                            lid. Indien sprake is van inzet van gemeentelijke
                                            apparaatkosten voor bijvoorbeeld het beheer en onderhoud
                                            dan zijn deze kosten echter alleen subsidiabel als dit
                                            niet in strijd is met artikel 1.1.6.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.8.1.6 Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_40_114_"> De subsidie in de vorm van een
                                    geldlening bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten met
                                    een maximum van € 1.000.000.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_40_115_"> De subsidie in de vorm van een
                                    risicodekking bedraagt maximaal 33,3 % van de subsidiabele
                                    kosten met een maximum van € 350.000.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.8.1.7 Aanvullende stukken bij de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_41_116_"> De subsidieaanvrager maakt
                                    gebruik van het aanvraagformulier Innovatiedriehoek - Launching
                                    Customer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_41_117_"> De aanvrager overlegt, in
                                    aanvulling op artikel 1.2.1 tweede lid, een businesscase als
                                    bedoeld in artikel 6.8.1.3 eerste lid sub b en c die naast de in
                                    artikel 6.8.1.3, eerste lid vermelde gegevens de volgende
                                    onderdelen bevat:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57687_0_9_41_117_65_"> het bedrag van de
                                            benodigde subsidie en een financiële onderbouwing van
                                            dat bedrag;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57687_0_9_41_117_66_"> een voorstel voor de
                                            duur van de geldlening en het tempo van bevoorschotting
                                            ;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57687_0_9_41_117_67_"> een voorstel voor het
                                            tempo van terugbetaling van de geldlening indien wordt
                                            afgeweken van aflossing na het eerste jaar na
                                            verstrekking eerste voorschot;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57687_0_9_41_117_68_"> een kwantitatieve en
                                            kwalitatieve beschrijving van de risico's ten opzichte
                                            van het conventionele alternatief;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57687_0_9_41_117_69_"> een beschrijving hoe
                                            de benoemde risico's voorkomen, vermeden, gereduceerd,
                                            overgedragen of geaccepteerd worden.</al></li><li nr="f."><al id="anker-H57687_0_9_41_117_70_"> het toedelen van de
                                            risico's naar fasen in de levenscyclus van het
                                            innovatief product </al></li><li nr="g."><al id="anker-H57687_0_9_41_117_71_"> een overzicht en
                                            onderbouwing van de kosten die met elk van de benoemde
                                            risico's samenhangen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.8.1.8 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al><al><noot id="d11e10599"><noot.nr>182</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Gedeputeerde Staten kunnen via
                                        publicatie van het subsidieplafond een deelplafond per
                                        project binnen de Innovatiedriehoek vaststellen.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.8.1.9 Adviescommissie</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een subsidieaanvraag wordt voor advies voorgelegd aan de
                                    adviescommissie Innovatiedriehoek die een advies aan
                                    Gedeputeerde Staten uitbrengt over:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_43_118_"> de mate waarin sprake is van een
                                    innovatief product en de mate waarin dat product kwalitatief
                                    hoogstaand is;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_43_119_"> de bijdrage aan een oplossing van
                                    een probleem binnen de thema's Mobiliteit, Veiligheid,
                                    Duurzaamheid of Verblijfskwaliteit;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_43_120_"> de vraag of de business case
                                    toereikend is om bij te dragen aan de doelstelling van het
                                    programma "Innovatie zichtbaar in de Innovatiedriehoek"; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_43_121_"> de vraag in hoeverre bijgedragen
                                    wordt aan zichtbaarheid in relatie tot HTSM profiel van de
                                    Innovatiedriehoek.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_43_122_"> de potentie om de afzet van het
                                    innovatieve product op te schalen naar andere gebruikers;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_43_123_"> de vraag of de businesscase voor
                                    het overige financieel haalbaar en uitvoerbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.8.1.10 Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten weigeren, in aanvulling op artikel 1.3.1, de
                                    subsidie als:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_44_124_"> voor dezelfde subsidiabele kosten
                                    reeds subsidies zijn verstrekt door de provincie of een andere
                                    overheidsinstantie;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_44_125_"> het inkoopproces niet voldoet aan
                                    de geldende regelgeving;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_44_126_"> subsidieverlening in strijd is
                                    met de staatssteunregels.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.8.1.11 Kenmerken van
                                    uitvoeringsovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_45_127_"> De kenmerken van de
                                    geldleningsovereenkomst zijn:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57687_0_9_45_127_72_"> de looptijd bedraagt
                                            een bepaalde tijd doch maximaal 10 jaar.</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57687_0_9_45_127_73_"> de rente van de
                                            geldlening staat gedurende de looptijd van de geldlening
                                            vast en bedraagt 1,5% per jaar;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57687_0_9_45_127_74_"> Gedeputeerde Staten
                                            kunnen boetevrije vervroegde aflossing van de geldlening
                                            toestaan;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57687_0_9_45_127_75_"> de geldlening wordt
                                            onderhands verstrekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_45_128_"> De kenmerken van de overeenkomst
                                    risicodekking zijn:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57687_0_9_45_128_76_"> de overeenkomst wordt
                                            afgesloten voor bepaalde tijd en maximaal 10 jaar.</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57687_0_9_45_128_77_"> de overeenkomst bevat
                                            een beschrijving van de risico's, van de termijn
                                            waarbinnen een risico zich kan verwezenlijken en van de
                                            wijze waarop en de termijn waarbinnen deze
                                            verwezenlijking moet worden aangetoond;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57687_0_9_45_128_78_"> de overeenkomst bevat
                                            een beschrijving van de wijze waarop de risico's worden
                                            gedekt door subsidieontvanger en opdrachtnemer;</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.8.1.12 Indieningstermijn aanvraag tot
                                    subsidievaststelling</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.5.2 eerste lid dan wel artikel 1.5.3
                                eerste lid wordt een aanvraag tot vaststelling ingediend uiterlijk
                                13 weken na aflossing van de geldlening dan wel 13 weken na het
                                einde van de risicodekking.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.8.1.13 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_47_129_"> De subsidieontvanger is, in
                                    aanvulling op artikel 1.4.1 en artikel 1.4.2 verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57687_0_9_47_129_79_"> uiterlijk 8 weken na
                                            het verlenen van de subsidie een uitvoeringsovereenkomst
                                            te sluiten;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57687_0_9_47_129_80_"> binnen een jaar na
                                            subsidieverlening te starten met de uitvoering van de
                                            businesscase.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_47_130_"> De subsidieontvanger betaalt in
                                    geval van een subsidieverlening in de vorm van een geldlening
                                    het overeengekomen aflossingsbedrag en de verschuldigde rente,
                                    met ingang van de in de uitvoeringsovereenkomst overeengekomen
                                    datum, aan Gedeputeerde Staten terug in de overeengekomen
                                    termijnen. Ter zake wordt in de uitvoeringsovereenkomst een
                                    betalingsregime afgesproken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_47_131_"> De subsidieontvanger is in geval
                                    van een subsidieverlening in de vorm van een risicodekking,
                                    verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57687_0_9_47_131_81_"> de risico's te
                                            minimaliseren;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57687_0_9_47_131_82_"> er zorg voor te dragen
                                            dat subsidieaanvrager en opdrachtnemer elk een derde
                                            deel van de risico's dragen;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57687_0_9_47_131_83_"> Gedeputeerde Staten na
                                            afloop van elke fase van de levenscyclus te informeren
                                            over de nog resterende risico's zoals beschreven in de
                                            business case.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen aan het verstrekken van de subsidie
                                    de verplichting verbinden dat de aanvrager zekerheden aan
                                    Gedeputeerde Staten verschaft ter nakoming van zijn
                                    verplichtingen. Ter uitvoering </al><al>van deze verplichting kunnen bepalingen worden opgenomen in de
                                    uitvoeringsovereenkomst.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.8.1.14 Voorschotverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_48_133_"> In afwijking van artikel 1.3.3
                                    tweede of derde lid verstrekken Gedeputeerde Staten in geval van
                                    een geldlening de aanvrager een voorschot van maximaal 100% van
                                    de verleende subsidie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_48_134_"> De hoogte en het tempo van
                                    bevoorschotting worden bepaald op basis van prestaties,
                                    besteding, liquiditeitsbehoefte en het risicoprofiel van de
                                    subsidieontvanger.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_48_135_"> Het voorschot wordt verstrekt in
                                    termijnen waarvan de hoogte en de tijdstippen nader worden
                                    uitgewerkt in de uitvoeringsovereenkomst.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57687_0_9_48_136_"> In afwijking van artikel 1.3.3
                                    tweede of derde lid verstrekken Gedeputeerde staten, in geval
                                    van een risicodekking, geen voorschotten.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subparagraaf 6.8.2 Small Business Innovatie Regeling
                                Twente</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e10785"><noot.nr>183</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het doel van deze subparagraaf
                                        is het ondersteunen van de gemeenten Enschede en Hengelo,
                                        regio Twente, Area Development Twente (ADT) en de
                                        Universiteit Twente in het proces van Innovatiegericht
                                        Inkopen om een rol als Launching Customer te vervullen zoals
                                        bedoeld in de vorige subparagraaf. Meer specifiek richt deze
                                        regeling zich op het ondersteunen van een uitvraag aan de
                                        markt door de gemeenten Enschede, Hengelo, regio Twente en
                                        de Universiteit Twente om zich te oriënteren op mogelijk
                                        innovatieve producten die kunnen aansluiten bij hun opgave.
                                        Deze marktoriëntatie maakt onderdeel uit van het proces van
                                        Innovatiegericht Inkopen. Gedeputeerde Staten kunnen deze
                                        partijen, die een rol als Launching Customer vervullen, een
                                        subsidie verlenen. ]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 6.8.2.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze subparagraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57687_0_10_49_137_"> Innovatiegerichte uitvraag: een
                                    marktoriëntatie van de subsidieaanvrager als inkoper naar één of
                                    meerdere innovatieve producten met als doel zicht te krijgen op
                                    innovatieve oplossingen voor een vraagstuk. Het uitvoeren van
                                    een haalbaarheidsonderzoek, het ontwikkelen en testen van
                                    prototypes als onderdeel van de marktoriëntatie valt hier ook
                                    onder. </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57687_0_10_49_138_"> innovatief product: product,
                                    dienst of werk met innovatief karakter dat/die zich vlak voor
                                    marktintroductie bevindt (TRL 8-9); </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.8.2.2 Subsidiabele activiteit </titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor een
                                innovatiegerichte uitvraag.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.8.2.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57687_0_10_51_139_"> de aanvrager is gemeente
                                    Enschede, gemeente Hengelo, regio Twente, Area Development
                                    Twente (ADT) of de Universiteit Twente;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57687_0_10_51_140_"> de innovatiegerichte aanvraag
                                    maakt onderdeel uit van een proces van innovatiegericht inkopen
                                    als bedoeld in subparagraaf 6.8.1 van dit besluit.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57687_0_10_51_141_"> het innovatieve product waar de
                                    innovatiegerichte uitvraag op betrekking heeft:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57687_0_10_51_141_84_"> is gericht op het
                                            oplossen van knelpunten binnen de thema's Mobiliteit,
                                            Veiligheid, Duurzaamheid en Verblijfskwaliteit;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57687_0_10_51_141_85_"> draagt bij aan het
                                            verbeteren van het vestigingsklimaat in de
                                            Innovatiedriehoek;</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57687_0_10_51_141_86_"> draagt bij aan de
                                            zichtbaarheid in relatie tot HTSM profiel van de
                                            Innovatiedriehoek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57687_0_10_51_142_"> Indien sprake is van een
                                    haalbaarheidsonderzoek als onderdeel van de marktoriëntatie dan
                                    moet deze zicht geven op de innovatie en de technische,
                                    economische en organisatorische haalbaarheid. De volgende
                                    aspecten moeten onderbouwd zijn:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57687_0_10_51_142_87_"> Beschrijving van de
                                            innovatie en de fase van ontwikkeling (TRI level);</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57687_0_10_51_142_88_"> Onderbouwing van het
                                            onderscheidend vermogen ten opzichte van
                                            alternatieven;</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57687_0_10_51_142_89_"> Beschrijving van
                                            detecnische risico's, onzekerheden,
                                            afhankelijkheden;</al></li><li nr="iv."><al id="anker-H57687_0_10_51_142_90_"> Getalsmatige
                                            onderbouwing van de marktpotentie van de oplossing;</al></li><li nr="v."><al id="anker-H57687_0_10_51_142_91_"> Beoogd marktaandeel
                                            en kostprijsopbouw;</al></li><li nr="vi."><al id="anker-H57687_0_10_51_142_92_"> Businessmodel,
                                            verdienmodel of exploitatiemodel;</al></li><li nr="vii."><al id="anker-H57687_0_10_51_142_93_"> Intellectueel
                                            eigendom;</al></li><li nr="viii."><al id="anker-H57687_0_10_51_142_94_"> Onderbouwing TCO van
                                            de oplossing en vergelijking met conventionele
                                            alternatieven;</al></li><li nr="ix."><al id="anker-H57687_0_10_51_142_95_"> Beschrijving van het
                                            bedrijf of consortium van bedrijven dat innovatie gaat
                                            leveren en verder vermarkten, inclusief distributie-,
                                            productie en ketenpartners;</al></li><li nr="x."><al id="anker-H57687_0_10_51_142_96_"> Beschrijving van de
                                            samenwerking tussen het bedrijf of consortium van
                                            bedrijven en de launching customer voor de eerste
                                            toepassing.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57687_0_10_51_143_"> Indien sprake is van de
                                    ontwikkel- en testfase dan moet de innovatie worden getest in
                                    een realistische omgeving, waarbij de eindgebruiker en de
                                    beoogde launching customer zijn betrokken. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.8.2.4 Grondslag</titel></kop><al>De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een
                                maximum van € 750.000.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.8.2.5 Subsidiabele kosten</titel></kop><al>Uitsluitend kosten derden als bedoeld in artikel 1.1.5 zijn
                                subsidiabel. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.8.2.6 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.8.2.7 Aanvullende stukken bij de aanvraag voor
                                    subsidie</titel></kop><al>De aanvraag wordt ingediend door gebruik te maken van het
                                aanvraagformulier Small Business Innovatie Regeling Twente.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.8.2.8 Adviescommissie</titel></kop><al>Een subsidieaanvraag wordt voor advies voorgelegd aan de
                                Adviescommissie Innovatiedriehoek die een advies aan Gedeputeerde
                                Staten uitbrengt over de mate waarin de subsidieaanvraag voldoet aan
                                de criteria van artikel 6.8.2.3 sub b en c.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subparagraaf 6.8.3 Living Lab</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e10928"><noot.nr>184</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het doel van deze subparagraaf
                                        is tweeledig. Enerzijds gaat het om het stimuleren van
                                        innovaties die zich bevinden in de demonstratiefase of fase
                                        van testen van systeemintegratie (TRL levels 6-8). En
                                        anderzijds gaat het om het zichtbaar maken van innovaties in
                                        de Innovatiedriehoek. Partijen met ervaring op het gebied
                                        van stimuleren van innovaties bij marktpartijen kunnen een
                                        subsidie aanvragen voor het openstellen van een
                                        proeftuinfaciliteit. Gedeputeerde Staten kunnen deze
                                        partijen, die een coördinerende en faciliterende rol
                                        vervullen, een subsidie verstrekken.]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 6.8.3.1 Begripsbepalingen </titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze subparagraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57687_0_11_57_144_"> Innovatiedriehoek: de projecten
                                    Hart van Zuid, Gebiedsontwikkeling Kennispark Twente, High Tech
                                    Campus Thales en Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57687_0_11_57_145_"> innovatief product: product,
                                    dienst of werk met innovatief karakter dat/die zich vlak voor
                                    marktintroductie bevindt (TRL levels 8-9);</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57687_0_11_57_146_"> proeftuinfaciliteit: een open
                                    innovatie-omgeving voor het testen van technologische of
                                    marktinnovatie van nieuwe of vernieuwde producten of diensten
                                    (TRL levels 6 tot en met 8) die zich in het ontwikkelstadium
                                    bevinden waarbij ten minste één eindgebruiker en één ondernemer
                                    betrokken zijn en die zich kenmerkt door een realistische
                                    omgeving ("living lab");</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57687_0_11_57_147_"> TRL: Technological Readiness
                                    Level; internationale standaard om fase in technische
                                    ontwikkeling aan te duiden;</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.8.3.2 Subsidiabele activiteit</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen een subsidie verstrekken voor het
                                realiseren van een proeftuinfaciliteit in de Innovatiedriehoek.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.8.3.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57687_0_11_59_148_"> de aanvrager is een
                                    rechtspersoon;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57687_0_11_59_149_"> de aanvrager heeft aantoonbare
                                    ervaring op het gebied van het stimuleren van innovatie bij
                                    bedrijven;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57687_0_11_59_150_"> er is sprake van samenwerking
                                    tussen publiek private partijen waarbij ten minste één
                                    organisatie uit de publieke sector, één ondernemer en één
                                    eindgebruiker betrokken zijn;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57687_0_11_59_151_"> de proeftuinfaciliteit:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57687_0_11_59_151_97_"> draagt bij aan het
                                            oplossen van knelpunten binnen de thema's Mobiliteit,
                                            Veiligheid, Duurzaamheid of Verblijfskwaliteit;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57687_0_11_59_151_98_"> vindt plaats in de
                                            Innovatiedriehoek en draagt bij aan de zichtbaarheid van
                                            innovatie in de Innovatiedriehoek;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57687_0_11_59_152_"> er is sprake van een sluitende
                                    begroting voor de duur van het project;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57687_0_11_59_153_"> de te verstrekken subsidie
                                    bedraagt ten minste € 100.000;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57687_0_11_59_154_"> er is sprake van een
                                    schriftelijke goedkeuring voor vestiging van de Proeftuin door
                                    de directeur van het project binnen de Innovatiedriehoek waar de
                                    proeftuin zal worden gevestigd; </al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57687_0_11_59_155_"> indien de te verstrekken
                                    subsidie staatssteun oplevert in de zin van artikel 107, lid 1
                                    van het VWEU: de subsidie voldoet aan artikel 27 van de Algemene
                                    groepsvrijstellingsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.8.3.4 Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een
                                maximum van € 750.000. </al></artikel><artikel><kop><titel>6.8.3.5 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</al><al><noot id="d11e11038"><noot.nr>185</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Gedeputeerde Staten kunnen via
                                        publicatie van het subsidieplafond een deelplafond per
                                        project binnen de Innovatiedriehoek vaststellen.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.8.3.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag voor
                                    subsidie</titel></kop><al>De aanvraag wordt ingediend door gebruik te maken van het
                                aanvraagformulier Living Lab.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.8.3.7 Weigeringsgronden</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten weigeren, in aanvulling op artikel 1.3.1, de
                                subsidie voor zover de totale subsidie die de subsidieontvanger van
                                de provincie en andere subsidieverstrekkers tezamen ontvangt meer
                                dan 50% bedraagt van de subsidiabele kosten.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 6.9 Cofinanciering Operationeel Programma EFRO
                                2014-2020 Oost Nederland </titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e11064"><noot.nr>186</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Gedeputeerde Staten kunnen op
                                        grond van deze paragraaf een aanvullende subsidie
                                        (provinciale middelen) verstrekken voor projecten
                                        die:</noot.al><noot.al>- op grond van Operationeel Programma EFRO subsidie
                                        verkrijgen; én</noot.al><noot.al>- een bijdrage leveren aan het Uitvoeringskader
                                        Kerntaak Regionale Economie 2012-2015 of het
                                        uitvoeringsprogramma Nieuwe Energie. </noot.al><noot.al>EFRO is het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling.
                                        Het operationeel programma (OP) EFRO Oost Nederland is een
                                        gezamenlijk subsidieprogramma van de provincies Overijssel
                                        en Gelderland en werkt aan structurele versterking van de
                                        economie in Gelderland en Overijssel.</noot.al><noot.al>Het doel van het OP is dat meer Oost-Nederlandse
                                        MKB-bedrijven meer omzet halen uit nieuwe producten. Daarom
                                        wordt het MKB direct ondersteund bij de productontwikkeling.
                                        Productvernieuwing is de basis voor behoud en vergroting van
                                        de concurrentiekracht en daarmee voor behoud van
                                        werkgelegenheid in Oost-Nederland. Oost Nederland zet de
                                        EFRO-middelen in op innovatiestimulering en koolstofarme
                                        economie.</noot.al><noot.al>Innovatiestimulering</noot.al><noot.al>Dit thema richt zich op innovatiestimulering in de
                                        sectoren Agro&amp;Food, Health, Hightech Systemen en
                                        Materialen (HTSM) en op crossovers tussen deze sectoren en
                                        ICT, water, creatieve industrie, chemie en maakindustrie.
                                        Oost Nederland wil onderzoek versterken en technologische
                                        ontwikkelingen en innovatie bevorderen. De focus ligt
                                        op:</noot.al><noot.al>1 clustervorming en netwerken die leiden tot meer
                                                innovatiegerichte samenwerking tussen onderwijs,
                                                overheid en ondernemers (met name tussen MKB'ers
                                                onderling en MKB en kennisinstellingen); </noot.al><noot.al>2 bevordering van experimentele ontwikkeling van
                                                nieuwe producten, diensten, processen of
                                                toepassingen, inclusief het ontwikkelen en testen
                                                van prototypes, binnen het MKB. </noot.al><noot.al>Koolstofarme economie</noot.al><noot.al>Oost Nederland ondersteunt de overgang naar een
                                        koolstofarme economie in alle bedrijfstakken. Daarbij gaat
                                        het om zaken als minder Co2 uitstoot en een toenemend
                                        gebruik van hernieuwbare energie. Ook kunnen energiebronnen
                                        veel efficiënter worden ingezet. Dit thema richt zich op
                                        innovatiestimulering in de sector Energie- en
                                        Milieutechnologie inclusief biobased economy en crossovers.
                                        De focus ligt op:</noot.al><noot.al>1 clustervorming en netwerken gericht op
                                                innovatie en toepassing van CO2-arme technologieën
                                                die leiden tot meer innovatiegerichte samenwerking
                                                tussen onderwijs/onderzoek, overheid en ondernemers
                                                (met name tussen MKB'ers onderling en MKB en
                                                kennisinstellingen); </noot.al><noot.al>2 bevordering van experimentele ontwikkeling van
                                                nieuwe producten en product-marktcombinaties van
                                                koolstofarme technologieën, inclusief het
                                                ontwikkelen en testen van prototypes, binnen het
                                                MKB. </noot.al><noot.al>Het Operationeel Programma EFRO wordt uitgevoerd door
                                        de Managementautoriteit Oost-Nederland. Gedeputeerde Staten
                                        van de provincie Gelderland zijn aangewezen als
                                        Managementautoriteit Oost-Nederland: Managementautoriteit
                                        Oost-Nederland, Postbus 9090, 6800 GX Arnhem en
                                        www.op-oost.eu.]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 6.9.1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder EFRO: Europees Fonds voor
                                Regionale Ontwikkeling</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.9.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor activiteiten
                                die subsidie ontvangen op basis van het Operationeel Programma
                                2014-2020 Oost-Nederland, zoals goedgekeurd door de Europese
                                Commissie op 11 november 2014.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.9.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57687_0_12_66_156_"> de activiteit moet
                                    EFRO-cofinanciering ontvangen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57687_0_12_66_157_"> de aanvraag moet voldoen aan de
                                    voorwaarden zoals opgenomen in de subsidiebepalingen die gelden
                                    voor het Operationeel Programma 2014-2020 Oost-Nederland;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57687_0_12_66_158_"> de activiteit moet bijdragen aan
                                    het Uitvoeringskader Kerntaak Regionale Economie 2012-2015 of
                                    het uitvoeringsprogramma Nieuwe Energie, of een document dat een
                                    van deze kaders vervangt;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57687_0_12_66_159_"> de activiteit is niet in strijd
                                    met provinciale doelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.9.4 Aanvraag, verlening en vaststelling van de
                                    subsidie</titel></kop><al>Bij de afhandeling van de subsidie wordt de geldende Europese
                                regelgeving gevolgd.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 6.10 Samenwerkingsprogramma INTERREG A 2014-2020;
                                Deutschland-Nederland </titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e11151"><noot.nr>187</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het Samenwerkingsprogramma
                                        INTERREG A Deutschland-Nederland is een Europees
                                        subsidieprogramma dat wordt uitgevoerd door 15
                                        INTERREG-partners en de Managementautoriteit is de Duitse
                                        deelstaat Nordrhein-Westfalen.]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 6.10.1 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken aan projecten die
                                passen binnen en die INTERREG-cofinancieringsmiddelen ontvangen uit
                                het Samenwerkingsprogramma INTERREG A 2014-2020;
                                Deutschland-Nederland.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.10.2 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57687_0_13_69_160_"> het project moet een
                                    INTERREG-cofinanciering ontvangen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57687_0_13_69_161_"> het project voldoet aan de
                                    voorwaarden zoals opgenomen in de subsidiebepalingen die gelden
                                    voor het Samenwerkingsprogramma INTERREG A 2014-2020
                                    Deutschland-Nederland;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57687_0_13_69_162_"> het project dient bij te dragen
                                    aan één of meerdere provinciale doelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.10.3 Aanvraag, verlening en vaststelling van de
                                    subsidie</titel></kop><al>Bij de afhandeling van de subsidie wordt de geldende Europese
                                regelgeving gevolgd.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 6.11 Thematische fondsen 2014-2020 </titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e11200"><noot.nr>188</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De Europese Commissie kent
                                        naast regionale fondsen, waarin provincie Overijssel een
                                        (mede)beslisrol heeft over de inzet van Europese middelen,
                                        thematische fondsen die subsidie ter beschikking stellen
                                        voor thematische projecten. ]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 6.11.1 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken aan projecten die
                                passen binnen en die EU-cofinancieringsmiddelen ontvangen uit de
                                Europese thematische fondsen 2014-2020.</al><al><noot id="d11e11215"><noot.nr>189</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De thematische fondsen zijn:
                                        Horizon 2020: Onderzoek en Innovatie, Life: Natuur en
                                        Milieu, Creative Europe: Cultuur, Connecting Europe
                                        Facility: Mobiliteit.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.11.2 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57687_0_14_72_163_"> het project moet een
                                    EU-cofinanciering ontvangen uit een thematisch fonds.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57687_0_14_72_164_"> het project voldoet aan de
                                    voorwaarden die gelden voor het betreffende thematische
                                    fonds;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57687_0_14_72_165_"> het project dient bij te dragen
                                    aan een of meerdere provinciale doelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.11.3 Aanvraag, verlening en vaststelling van de
                                    subsidie</titel></kop><al>Bij de afhandeling van de subsidie wordt de geldende Europese
                                regelgeving gevolgd.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 6.12 MKB Innovatie topsectoren (MIT) Oost</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6.12.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57687_0_15_74_166_"> Arm's length-voorwaarden: de
                                    voorwaarden van de transactie tussen de contractspartijen die
                                    niet afwijken van die welke zouden zijn overeengekomen tussen
                                    onafhankelijke ondernemingen, en die geen enkele vorm van
                                    heimelijke instandhouding behelzen. Iedere transactie die
                                    voortvloeit uit een open, transparante en niet-discriminerende
                                    procedure wordt geacht te voldoen aan het arm's
                                    length-beginsel;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57687_0_15_74_167_"> Experimentele ontwikkeling: het
                                    verwerven, combineren, vormgeven en gebruiken van bestaande
                                    wetenschappelijke, technologische, zakelijke en andere relevante
                                    kennis en vaardigheden, gericht op het ontwikkelen van nieuwe of
                                    verbeterde producten, procedés of diensten. Dit kan ook
                                    activiteiten omvatten die gericht zijn op de conceptuele
                                    ontwikkeling, de planning en documentering van alternatieve
                                    producten, procedés of diensten. Experimentele ontwikkeling kan
                                    prototyping, demonstraties, pilotontwikkeling, testen en
                                    validatie omvatten van nieuwe of verbeterde producten, procedés
                                    of diensten in omgevingen die representatief zijn voor het
                                    functioneren onder reële omstandigheden, met als hoofddoel
                                    verdere technische verbeteringen aan te brengen aan producten,
                                    procedés of diensten die niet grotendeels vaststaan. Dit kan de
                                    ontwikkeling omvatten van een commercieel bruikbaar prototype of
                                    pilot die noodzakelijkerwijs het commerciële eindproduct is en
                                    die te duur is om te produceren alleen met het oog op het
                                    gebruik voor demonstratie- en validatie doeleinden. Onder
                                    experimentele ontwikkeling wordt niet verstaan routinematige of
                                    periodieke wijziging van bestaande producten, productielijnen,
                                    fabricageprocessen, diensten en andere courante activiteiten,
                                    zelfs indien die wijzigingen verbeteringen kunnen inhouden.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57687_0_15_74_168_"> Haalbaarheidsproject: een
                                    project dat bestaat uit een haalbaarheidsstudie of een
                                    combinatie van een haalbaarheidsstudie en experimentele
                                    ontwikkeling of industrieel onderzoek;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57687_0_15_74_169_"> Haalbaarheidsstudie: het
                                    onderzoek en de analyse van het potentieel van een project, met
                                    als doel de besluitvorming te ondersteunen door objectief en
                                    rationeel de sterke en zwakke punten van een project, de kansen
                                    en risico's in kaart te brengen, waarbij ook wordt aangegeven
                                    welke middelen nodig zijn om het project te kunnen doorvoeren en
                                    wat uiteindelijk de slaagkansen zijn;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57687_0_15_74_170_"> Industrieel onderzoek: planmatig
                                    of kritisch onderzoek dat is gericht op het opdoen van nieuwe
                                    kennis en vaardigheden met het oog op ontwikkeling van nieuwe
                                    producten, procedés of diensten, of om bestaande producten,
                                    procedés of diensten aanmerkelijk te verbeteren. Het omvat de
                                    creatie van onderdelen voor complexe systemen en kan ook de bouw
                                    omvatten van prototypes in een laboratoriumomgeving of in een
                                    omgeving met gesimuleerde interfaces voor bestaande systemen,
                                    alsmede pilotlijnen, wanneer dat nodig is voor het industriële
                                    onderzoek en met name voor de validering van generieke
                                    technologie;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57687_0_15_74_171_"> Innovatieadviesproject: een door
                                    een kennisinstelling of een onafhankelijke adviesorganisatie,
                                    niet zijnde de aanvrager, verrichte activiteit bestaande uit
                                    het, al dan niet op basis van te verrichten nader onderzoek,
                                    adviseren over een toepassingsgerichte kennisvraag van een
                                    ondernemer, uitgaande van voor de ondernemer nieuwe kennis met
                                    betrekking tot de vernieuwing van producten, productieprocessen
                                    of diensten, dan wel het verstrekken van innovatiesteun in de
                                    vorm van innovatieadviesdiensten of
                                    innovatieondersteuningsdiensten als bedoeld in artikel 2, nummer
                                    94 en 95 van de AGVV;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57687_0_15_74_172_"> Innovatieprogramma Topsectoren:
                                    programma zoals bedoeld in artikel 3.4.2 van de Regeling
                                    nationale EZ-subsidies en gepubliceerd in de Staatscourant 2015,
                                    10567 en te raadplegen op www.op-oost.eu of daarvoor in de
                                    plaats tredende programma's;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57687_0_15_74_173_"> Innovatieve onderneming: een
                                    onderneming :</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57687_0_15_74_173_99_"> die aan de hand van
                                            een door een externe deskundige uitgevoerde evaluatie
                                            kan aantonen dat zij in de voorzienbare toekomst
                                            producten, procedés of diensten zal ontwikkelen die in
                                            technologisch opzicht nieuw zijn of een wezenlijke
                                            verbetering inhouden ten opzichte van de huidige stand
                                            van de techniek in deze sector, en die een risico op
                                            technologische of industriële mislukking inhouden,
                                            of</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57687_0_15_74_173_100_"> waarvan de kosten
                                            voor onderzoek en ontwikkeling ten minsten 10% bedragen
                                            van haar totale exploitatiekosten in ten minste één van
                                            de drie jaren voorafgaande aan de toekenning van de
                                            steun of, in het geval van een startende onderneming
                                            zonder enige financiële voorgeschiedenis, bij de audit
                                            van haar lopende belastingjaar, gecertificeerd door een
                                            onafhankelijke accountant;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al id="anker-H57687_0_15_74_174_"> ondersteunende sector: de
                                    sectoren ICT, water, creatieve industrie, chemie of
                                    maakindustrie;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al id="anker-H57687_0_15_74_175_"> startende onderneming: een
                                    kleine onderneming tot vijf jaar na haar registratie, die nog
                                    geen winst heeft uitgekeerd en niet uit een fusie is ontstaan.
                                    Voor een onderneming die zich niet hoeft te laten registreren,
                                    kan de periode van vijf jaar geacht worden aan te vangen op het
                                    tijdstip dat de onderneming ofwel haar economische activiteiten
                                    aanvangt of belastingplichtig wordt voor haar economische
                                    activiteiten;</al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al id="anker-H57687_0_15_74_176_"> S3-sector: de sectoren
                                    (Agro)Food, Health, High Tech Systemen &amp; Materialen of
                                    Energie- en Milieutechnologie</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.12.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57687_0_15_75_177_"> de uitvoering van een
                                    haalbaarheidsproject; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57687_0_15_75_178_"> een innovatieadviesproject.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.12.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57687_0_15_76_179_"> Een aanvraag voor subsidie
                                    voldoet aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57687_0_15_76_179_101_"> De aanvrager is een
                                            MKB-onderneming, een rechtspersoon of een ander
                                            persoon;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57687_0_15_76_179_102_"> De activiteit vindt
                                            plaats in een S3-sector of een S3-sector in combinatie
                                            met een ondersteunende sector;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57687_0_15_76_179_103_"> De activiteit past
                                            binnen het Regionaal Economisch Beleid van de provincie
                                            Overijssel. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57687_0_15_76_180_"> In aanvulling op het eerste lid
                                    voldoet een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 6.12.2
                                    sub a aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57687_0_15_76_180_104_"> minimaal 60% van de
                                            subsidiabele kosten heeft betrekking op een
                                            haalbaarheidsstudie;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57687_0_15_76_180_105_"> indien de te
                                            verstrekken subsidie staatssteun oplevert in de zin van
                                            artikel 107, lid 1 van het VWEU, voldoet de subsidie aan
                                            de AGVV.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.12.4 Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57687_0_15_77_181_"> De subsidie voor een activiteit
                                    als bedoeld in artikel 6.12.2 sub a bedraagt maximaal 40% van de
                                    subsidiabele kosten, met een maximum van € 50.000. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57687_0_15_77_182_"> De subsidie voor een activiteit
                                    als bedoeld in artikel 6.12.2 sub b bedraagt maximaal 50% van de
                                    subsidiabele kosten met een maximum van € 10.000.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.12.5 Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57687_0_15_78_183_"> In afwijking van artikel 1.1.5
                                    zijn voor activiteiten als bedoel in artikel 6.12.2 sub a die
                                    betrekking hebben op experimentele ontwikkeling of industrieel
                                    onderzoek de volgende kosten subsidiabel:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57687_0_15_78_183_106_"> personeelskosten
                                            voor onderzoekers, technici en ander ondersteunend
                                            personeel voor zover zij zich met het onderzoeksproject
                                            bezighouden;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57687_0_15_78_183_107_"> kosten van
                                            apparatuur en uitrusting voor zover en voor zolang zij
                                            voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Indien deze
                                            apparatuur en uitrusting niet tijdens hun volledige
                                            levensduur voor het onderzoeksproject worden gebruikt,
                                            worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met
                                            de looptijd van het project, berekend volgens algemeen
                                            erkend boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking
                                            komende kosten beschouwd;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57687_0_15_78_183_108_"> kosten van
                                            contractonderzoek, kennis en octrooien die op arm's
                                            length-voorwaarden worden gekocht bij of waarvoor een
                                            licentie wordt verleend door externe bronnen, alsmede
                                            kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten die
                                            uitsluitend voor het project worden gebruikt;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57687_0_15_78_183_109_"> bijkomende algemene
                                            kosten en andere operationele uitgaven, waaronder die
                                            voor materiaal, leveranties en dergelijke producten, die
                                            rechtstreeks uit het project voortvloeien.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57687_0_15_78_184_"> In afwijking van artikel 1.1.5
                                    zijn voor activiteiten als bedoeld in artikel 6.12.2 sub a die
                                    betrekking hebben op haalbaarheidsstudies de kosten van de
                                    studie subsidiabel. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57687_0_15_78_185_"> In afwijking van artikel 1.1.5
                                    zijn voor activiteiten als bedoeld in artikel 6.12.2 sub b de
                                    volgende kosten subsidiabel:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57687_0_15_78_185_110_"> De kosten, met
                                            inbegrip van personeelskosten, van het verstrekken van
                                            advies en procesbegeleiding;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57687_0_15_78_185_111_"> De kosten verbonden
                                            aan innovatieadviesdiensten en diensten inzake
                                            innovatieondersteuning. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.12.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag om
                                    subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57687_0_15_79_186_"> De aanvrager maakt bij de
                                    aanvraag gebruik van het aanvraagformulier MIT Oost. Het
                                    aanvraagformulier is te vinden op www.op-oost.eu. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57687_0_15_79_187_"> In aanvulling op artikel 1.2.1
                                    tweede lid overlegt de aanvrager bij een aanvraag om subsidie
                                    als bedoeld in artikel 6.12.2 sub a een schriftelijk bewijsstuk
                                    waar het economisch perspectief en de uitvoerbaarheid alsmede de
                                    technische en financiële risico's van de te onderzoeken
                                    activiteiten uit blijken. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57687_0_15_79_188_"> In aanvulling op artikel 1.2.1
                                    tweede lid overlegt de aanvrager bij een aanvraag om subsidie
                                    als bedoeld in artikel 6.12.2 sub b:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57687_0_15_79_188_112_"> een beknopt plan met
                                            een beschrijving van de kennisvraag en de doelstelling
                                            van het innovatieadviesproject alsmede de vermelding van
                                            de kennisinstelling of adviesorganisatie die het
                                            innovatieadviesproject gaat uitvoeren;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57687_0_15_79_188_113_"> een schriftelijke
                                            verklaring waaruit blijkt dat de kennisinstelling of
                                            adviesorganisatie die met de aanvrager het
                                            innovatieadviesproject gaat uitvoeren organisatorisch en
                                            financieel onafhankelijk is van de aanvrager. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.12.7 Indieningstermijn aanvraag</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.2.2 wordt een aanvraag om subsidie
                                ingediend vanaf 10 mei 2016 en ontvangen uiterlijk op 1 september
                                2016 om 19.00 uur. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.12.8 Weigeringsgronden </titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.3.1 wordt de subsidie geweigerd
                                    indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57687_0_15_81_189_"> de aanvrager in totaal reeds
                                    drie maal of maximaal € 100.000 subsidie heeft ontvangen dan wel
                                    binnen het ten tijde van de aanvraag geldende subsidieplafond
                                    reeds subsidie heeft ontvangen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57687_0_15_81_190_"> voor zover door verstrekking van
                                    de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57687_0_15_81_191_"> bij een aanvraag voor subsidie
                                    als bedoeld in artikel 6.12.2 sub b de aanvrager en de
                                    kennisinstelling of adviesorganisatie die het
                                    innovatieadviesproject gaan uitvoeren voorafgaand aan het
                                    indienen van de subsidieaanvraag reeds verplichtingen jegens
                                    elkaar zijn aangegaan over het innovatieadviesproject. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.12.9 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.4.2 en artikel 1.4.3 heeft de
                                subsidieontvanger de subsidiabele activiteit binnen 12 maanden na
                                aanvang afgerond. </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 7 Bijzondere bepalingen Verkeer, vervoer en wegen</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 7.1 Realisatie van verkeers- en
                                vervoersprojecten</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e11500"><noot.nr>190</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De provincie ontvangt vanaf
                                        2016 van het Rijk financiële middelen in de vorm van een
                                        Decentralisatie Uitkering Verkeer en Vervoer (hierna: DU
                                        V&amp;V) voor de uitvoering van het verkeers- en
                                        vervoersbeleid op regionaal niveau. Daardoor wordt het
                                        mogelijk op het decentrale en regionale schaalniveau een
                                        integrale afweging te kunnen maken tussen verkeers- en
                                        vervoersprojecten, maatregelen te treffen en de daarvoor
                                        bestemde middelen in te zetten. Deze financiële middelen
                                        mogen op het gehele terrein van het verkeer en vervoer
                                        worden ingezet. Het betreft onder meer de verdeling over
                                        openbaar vervoer, bereikbaarheid en verkeersveiligheid. </noot.al><noot.al>De provincie stelt jaarlijks een bestedingsplan op. Bij
                                        de voorbereiding daarvan worden de gemeenten betrokken. In
                                        het bestedingsplan worden de voorgenomen uitgaven, verdeling
                                        over de beleidssectoren en reserveringen met betrekking tot
                                        de middelen DU V&amp;V opgenomen. Het bestedingsplan bevat
                                        eveneens een verdeling van de middelen DU V&amp;V
                                        over:</noot.al><noot.al>1 maatregelen met betrekking tot het provinciaal
                                                verkeers- en vervoersbeleid die worden uitgevoerd
                                                door de provincie;</noot.al><noot.al>2 en maatregelen met betrekking tot het
                                                gemeentelijke en intergemeentelijk verkeers- en
                                                vervoersbeleid die worden uitgevoerd door een
                                                gemeente of door een samenwerkingsverband.
                                                ]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 7.1.1. Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57688_0_1_1_1_"> DU V&amp;V: Decentralisatie
                                    Uitkering Verkeer en Vervoer.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57688_0_1_1_2_"> Bestedingsplan DU V&amp;V: een
                                    jaarlijks door Gedeputeerde Staten op te stellen plan waarin de
                                    voorgenomen uitgaven, verdeling over de beleidssectoren en
                                    reserveringen zijn opgenomen. Het bestedingsplan bevat een
                                    verdeling van de DU V&amp;V-middelen over:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57688_0_1_1_2_1_"> maatregelen met betrekking
                                            tot het provinciaal verkeer- en vervoerbeleid die worden
                                            uitgevoerd door de provincie;maatregelen met betrekking
                                            tot het gemeentelijk en intergemeentelijk verkeer- en
                                            vervoerbeleid die worden uitgevoerd door een gemeente of
                                            door een samenwerkingsverband.</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57688_0_1_1_2_2_"> maatregelen met betrekking
                                            tot het gemeentelijk en intergemeentelijk verkeer- en
                                            vervoerbeleid die worden uitgevoerd door een gemeente of
                                            door een samenwerkingsverband.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57688_0_1_1_3_"> samenwerkingsverband: een aantal
                                    gemeenten die met betrekking tot een bepaald project
                                    samenwerking gaan zoeken en daarvoor gezamenlijk een aanvraag
                                    voor subsidie indienen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.1.2. Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen een jaarlijkse subsidie verstrekken
                                    voor het realiseren van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57688_0_1_2_4_"> infrastructurele verkeers- en
                                    vervoersprojecten of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57688_0_1_2_5_"> gedragsbeïnvloedingsprojecten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.1.3. Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e11569"><noot.nr>191</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De projecten moeten passen
                                            binnen de doelstellingen uit de Omgevingsvisie
                                            Overijssel en de in het jaarlijkse bestedingsplan
                                            opgenomen accenten voor de verdeling van bijdragen aan
                                            gemeenten of samenwerkingsverbanden. Vooralsnog gaat het
                                            om de volgende accenten:</noot.al><noot.al>1 Aanpak
                                                  verkeers-ongevallen-concentratiepunten </noot.al><noot.al>2 Scheiding van verkeerssoorten </noot.al><noot.al>3 Herinrichting van wegvakken, kruisingen,
                                                  aansluitingen en oversteekplaatsen </noot.al><noot.al>4 Verbetering van de herkenbaarheid van de
                                                  wegcategorie </noot.al><noot.al>5 Aanpassing van het wegontwerp aan
                                                  CROW-richtlijnen </noot.al><noot.al>6 Infrastructurele maatregelen met het oog op
                                                  verkeersveiligheid </noot.al><noot.al>Het accent ligt niet bij infrastructurele
                                            maatregelen in verblijfsgebieden, zoals projecten
                                            snelheidsbegrenzing en attentieverhoging 30 km/h-wegen
                                            en 30 km/h-zones. Verder wordt er geen subsidie
                                            verstrekt voor kosten van onderhoud aan wegen of
                                            kunstwerken en parkeerinfrastructuur.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor het realiseren van activiteiten als bedoeld in
                                    artikel 7.1.2 moet voldoen aan de volgende criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57688_0_1_3_6_"> de aanvrager is een Overijsselse
                                    gemeente, een waterschap of een samenwerkingsverband in
                                    West-Overijssel</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57688_0_1_3_7_"> het project past in de
                                    Omgevingsvisie Overijssel;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57688_0_1_3_8_"> het project past in het
                                    bestedingsplan DU V&amp;V;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57688_0_1_3_9_"> het project is
                                    uitvoeringsgereed;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57688_0_1_3_10_"> ten aanzien van een aanvraag voor
                                    subsidie voor de realisatie van infrastructurele verkeers- en
                                    vervoersprojecten geldt dat de subsidiabele kosten van het
                                    project ten minste € 100.000,-- bedragen;</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.1.4. Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e11627"><noot.nr>192</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Aangegeven wordt voor
                                            welke kosten wel en niet subsidie kan worden verkregen
                                            en tot welke hoogte. Het betreft hier maximale
                                            subsidiepercentages. De hoogte van de te verstrekken
                                            subsidie is mede afhankelijk van de totale omvang van
                                            het project en het probleemoplossend vermogen van te
                                            leveren prestatie in relatie tot de beperkt beschikbare
                                            middelen. Planvorming, onderzoek/analyses alsmede kosten
                                            eigen dienst komen in principe niet voor subsidie in
                                            aanmerking.</noot.al><noot.al>De verkeersongevallenconcentraties, die voor een
                                            subsidie van ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten
                                            in aanmerking komen, betreffen de
                                            ongevallenconcentraties die voorkomen op de laatst
                                            uitgegeven VOC-lijst Overijssel. Deze lijst is een
                                            gezamenlijke uitgave van de provincie Overijssel en de
                                            Regio Twente. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57688_0_1_4_11_"> De subsidie voor infrastructurele
                                    verkeers- en vervoersprojecten bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57688_0_1_4_11_3_"> maximaal 75% van de
                                            subsidiabele kosten voor openbaar vervoersprojecten en
                                            verkeersongevallen- concentratiepunten;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57688_0_1_4_11_4_"> maximaal 50% van de
                                            subsidiabele kosten voor de overige
                                            infrastructuurprojecten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57688_0_1_4_12_"> De subsidie voor
                                    gedragsbeïnvloedingsprojecten bedraagt maximaal 75% van de
                                    projectkosten.</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57688_0_1_4_13_"><noot id="d11e11657"><noot.nr>193</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Projectkosten als bedoeld
                                            in het tweede lid van artikel 7.1.4 zijn kosten die
                                            worden gemaakt voor projecten zoals vermeld in het
                                            ‘aanvraagformulier subsidie gedragsbeïnvloeding'
                                            (educatielijst).]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57688_0_1_4_14_"> Gedeputeerde Staten kunnen voor
                                    specifieke projecten afwijken van de in het eerste en tweede lid
                                    genoemde maximale subsidiepercentages.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.1.5. Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57688_0_1_5_15_"> In aanvulling op artikel 1.1.6 zijn
                                    de kosten voor vervanging, beheer en onderhoud
                                    parkeerinfrastructuur niet subsidiabel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57688_0_1_5_16_"> In afwijking van artikel 1.1.6 sub
                                    c zijn de kosten die zijn gemaakt voordat de aanvraag is
                                    ontvangen subsidiabel voor zover deze gemaakt zijn na 1 oktober
                                    2015.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.1.6. Indieningstermijn aanvraag</titel></kop><al><noot id="d11e11689"><noot.nr>194</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Ten behoeve van een goede
                                        beoordeling van de aanvraag hebben Gedeputeerde Staten een
                                        aanvraagformulier vastgesteld. Gedeputeerde Staten stellen
                                        het aanvraagformulier beschikbaar wanneer het
                                        subsidieplafond is gepubliceerd. In het aanvraagformulier
                                        wordt de datum vermeld wanneer de aanvraag voor subsidies
                                        uiterlijk moet zijn ontvangen door de provincie.]</noot.al></noot></al><al>Gedeputeerde Staten kunnen voor specifieke projecten afwijken van de
                                in artikel 1.2.2 tweede lid genoemde indieningstermijn.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.1.7. Aanvullende stukken bij de aanvraag tot
                                    subsidieverlening</titel></kop><al><noot id="d11e11704"><noot.nr>195</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De aanvraagformulieren zijn op
                                        te vragen op www.overijssel.nl/subsidie. ]</noot.al></noot></al><al>In aanvulling op artikel 1.2.1 eerste lid hebben Gedeputeerde Staten
                                voor zowel infrastructurele- als gedragsbeïnvloedingsprojecten een
                                aanvraagformulier vastgesteld die bij de aanvraag dient te worden
                                overlegd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.1.8. Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het Bestedingsplan DU V&amp;V
                                vast, waarmee tevens het subsidieplafond voor verkeers- en
                                vervoersprojecten wordt vastgesteld. Voor het subsidieplafond wordt
                                een begrotingsvoorbehoud gemaakt. Als achteraf blijkt dat de
                                beschikbare middelen afwijken van deze begroting, dan kan besloten
                                worden het subsidieplafond aan te passen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.1.9. Volgorde van behandeling</titel></kop><al><noot id="d11e11725"><noot.nr>196</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De in artikel 7.1.3 genoemde
                                        criteria zijn hiervoor richtinggevend. In het jaarlijks op
                                        te stellen bestedingsplan zullen voor de subsidieverlening
                                        de accenten worden aangegeven c.q. nader worden uitgewerkt.
                                        Onder meer zal in dat verband aan het bestedingsplan een
                                        opsomming van duurzaam veilig projecten worden toegevoegd
                                        ten behoeve van de subsidieverlening voor
                                        gedragsbeïnvloedingsprojecten. ]</noot.al></noot></al><al>In afwijking van artikel 1.1.3 plaatsen Gedeputeerde Staten de
                                subsidieaanvragen, die in het betreffende subsidietijdvak zijn
                                ontvangen en die voldoen aan de in artikel 7.1.3 genoemde criteria,
                                in een prioriteitsvolgorde die het best aansluit bij de
                                bestedingsdoelen zoals genoemd in het jaarlijks vast te stellen
                                Bestedingsplan DU V&amp;V. Gedeputeerde Staten verstrekken de
                                subsidie in de volgorde van de vastgestelde prioriteit, voor zover
                                het beschikbare bedrag dat toestaat.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.1.10. Beslistermijn</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.2.3 derde lid beslissen Gedeputeerde
                                Staten binnen dertien weken nadat het advies van het bestuurlijk
                                vervoerberaad West-Overijssel is ontvangen. Gedeputeerde Staten</al><al>beslissen in ieder geval uiterlijk binnen 22weken nadat de
                                indieningstermijn als bedoeld in artikel 7.1.6 is verstreken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.1.11. Voorschotverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57688_0_1_11_17_"> In afwijking van artikel 1.3.3
                                    derde lid wordt voor infrastructurele projecten een voorschot
                                    verleend in overeenstemming met de voortgang van het project,
                                    met een maximum van 90%.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57688_0_1_11_18_"> In afwijking van artikel 1.3.3
                                    derde lid wordt voor gedragsbeïnvloedingsprojecten bij het
                                    versturen van de beschikking een voorschot van ten hoogste 50%
                                    van het verleende subsidiebedrag uitbetaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.1.12. Aanleveren beleidsinformatie</titel></kop><al><noot id="d11e11763"><noot.nr>197</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Voor de verslaglegging c.a.
                                        van de gedragsbeïnvloedingsprojecten dient gebruik te worden
                                        gemaakt van het verantwoordingsformulier. Dit formulier is
                                        op te vragen op www.overijssel.nl/subsidie. ]</noot.al></noot></al><al>De aanvrager overlegt binnen twee maanden na afloop van het
                                subsidietijdvak wat betreft gedragsbeïnvloedingsprojecten een
                                verslag van de geleverde (deel)prestaties en de kosten daarvan.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.1.13. Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57688_0_1_13_19_"> In aanvulling op de artikelen
                                    1.4.1 en artikel 1.4.2 dient de subsidieontvanger voor
                                    infrastructurele verkeers- en vervoersprojecten aan de hand van
                                    primaire documenten zichtbaar toezicht te houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57688_0_1_13_20_"> Een infrastructureel project is
                                    pas gerealiseerd als een proces-verbaal van oplevering heeft
                                    plaatsgevonden en er verificatie van oplevering ter plaatse is
                                    uitgevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.1.14. Verantwoording subsidie</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen in afwijking van artikel 1.5.3 tweede lid
                                sub b, een kostenverantwoording vragen overeenkomstig de
                                Sisa-systematiek.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 7.2 Ketenmobiliteit Overijssel 2014 en 2015</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subparagraaf 7.2.1 Fiets in de keten</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e11803"><noot.nr>198</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het doel van deze
                                        subsidieparagraaf is het vergroten van het fietsgebruik op
                                        de kansrijke ketenrelaties op een dusdanige manier dat het
                                        aandeel fietsverplaatsingen toeneemt, met name ten opzichte
                                        van het aandeel autoverplaatsingen. Kansrijke ketenrelaties
                                        zijn reisverbindingen met de grootste reizigersstromen in en
                                        naar stedelijke netwerken waarop de fiets in combinatie met
                                        het OV of auto een goed alternatief vormt voor een reis
                                        (volledig) met de auto. Om deze doelstelling te bereiken
                                        stellen Gedeputeerde Staten subsidie beschikbaar voor de
                                        volgende activiteiten:</noot.al><noot.al>- Fysieke maatregelen die bijdragen aan een toename van
                                        het aandeel fietsverplaatsingen op een kansrijke
                                        ketenrelatie.</noot.al><noot.al>- Gedragsbeïnvloedingen maatregelen die bijdragen aan
                                        een toename van het aandeel fietsverplaatsingen op een
                                        kansrijke ketenrelatie.]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 7.2.1.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57688_0_3_15_21_"> fietsverplaatsingen op een
                                    ketenrelatie: een verplaatsing in de vervoersketen fiets en
                                    openbaar vervoer of fiets en auto tijdens een reis van A naar
                                    B;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57688_0_3_15_22_"> ketenrelatie: een reisverbinding
                                    waarop de fiets in combinatie met het openbaar vervoer of auto,
                                    een goed alternatief kan vormen voor een reis met de auto;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57688_0_3_15_23_"> onderneming: iedere eenheid,
                                    ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt
                                    gefinancierd, die een economische activiteit uitvoert;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57688_0_3_15_24_"> programma Ketenmobiliteit: op 11
                                    december 2013 door PS vastgesteld Kracht van Overijssel
                                    programma Ketenmobiliteit;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57688_0_3_15_25_"> stedelijke netwerken Overijssel:
                                    Zwolle-Kampen, Twente, Overijsselse deel van de
                                    Stedendriehoek;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57688_0_3_15_26_"> regionaal OV-knooppunt:
                                    treinstation, busstation of bushalte waar minimaal twee
                                    buslijnen met een frequentie van minimaal 4x per uur in de
                                    spits, een verbindingsmogelijkheid bieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2.1.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor de volgende
                                    maatregelen die bijdragen aan een toename van het aandeel
                                    fietsverplaatsingen op de kansrijke ketenrelaties:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57688_0_3_16_27_"> fysieke maatregelen;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e11869"><noot.nr>199</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Hierbij kan gedacht worden
                                            aan: capaciteitsuitbreiding van fietsstallingen of
                                            nieuwe fietsstallingen op regionale OV-knooppunten,
                                            verbetering fietsinfrastructuur zijnde invulling van de
                                            ontbrekende schakels in hoofdfietsroutes of
                                            kwaliteitsverbetering van hoofdfietsroutes of
                                            fietsleenconcepten. Onderzoek en verkenningen zijn niet
                                            subsidiabel.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57688_0_3_16_28_"> [vervallen]</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2.1.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57688_0_3_17_29_"> de aanvrager is een rechtspersoon,
                                    een vennootschap of een maatschap;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57688_0_3_17_30_"> de activiteit past binnen de
                                    uitgangspunten en doelstellingen van het programma
                                    Ketenmobiliteit;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57688_0_3_17_31_"> de aanvraag heeft betrekking op
                                    een kansrijke ketenrelatie, met de volgende kenmerken:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57688_0_3_17_31_5_"> het fietsdeel van de
                                            reisverbinding heeft een herkomst of bestemming in ten
                                            minste één van de stedelijke netwerken binnen
                                            Overijssel; en</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57688_0_3_17_31_6_"> de ketenrelatie betreft
                                            een reisverbinding met een herkomst of bestemming in ten
                                            minste één van de stedelijke netwerken binnen
                                            Overijssel; en</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57688_0_3_17_31_7_"> het fietsdeel van de
                                            reisverbinding heeft een herkomst of bestemming op een
                                            regionaal OV-knooppunt; en</al></li><li nr="iv."><al id="anker-H57688_0_3_17_31_8_"> de reisverbinding
                                            betreft een verbinding voor, woon-werk, woon-school of
                                            woon-winkelverkeer, waarbij de minimale omvang
                                            reizigerstroom woon-werk woon-school ten minste 150 per
                                            richting per dag bedraagt;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57688_0_3_17_32_"> er is aangetoond dat aan de
                                    kenmerken voor een kansrijke ketenrelatie, als bedoeld onder sub
                                    c, wordt voldaan door:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57688_0_3_17_32_9_"> te verwijzen naar een
                                            kansrijke ketenrelatie uit de lijst opgenomen in Bijlage
                                            1; of</al></li></lijst><al><noot id="d11e11928"><noot.nr>200</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Bijlage 1 is te vinden in
                                            de rechterkolom op de website
                                            http://www.overijssel.nl/loket/provinciale/uitvoeringsbesluit_subsidies_overijssel_2011.
                                            ]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="ii."><al id="anker-H57688_0_3_17_32_10_"> de kansrijkheid van de
                                            relatie te onderbouwen, aan de hand van de kenmerken
                                            zoals genoemd in sub c, waarbij kenmerk als bedoeld
                                            onder sub c, iv, tevens is voorzien van een
                                            kwantitatieve onderbouwing;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57688_0_3_17_33_"> de maatregel leidt tot een
                                    aantoonbare toename van het aandeel fietsverplaatsingen op
                                    betreffende kansrijke ketenrelatie;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57688_0_3_17_34_"> [vervallen]</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57688_0_3_17_35_"> indien de subsidie een
                                    steunmaatregel is voldoet het aan artikel 2 van
                                    de-minimisverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2.1.4 Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57688_0_3_18_36_"> De subsidie als bedoeld onder
                                    artikel 7.2.1.2 sub a bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele
                                    kosten meteen maximum van € 75.000,-- per aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57688_0_3_18_37_"> [vervallen]</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2.1.5 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2.1.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag voor
                                    subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57688_0_3_20_38_"> De aanvrager maakt gebruik van het
                                    aanvraagformulier Ketenmobiliteit Overijssel 2014 en 2015, Fiets
                                    in de keten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57688_0_3_20_39_"> Aanvullend op artikel 1.2.1
                                    overlegt de aanvrager tevens:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57688_0_3_20_39_11_"> een plan van aanpak
                                            waarin de kwantitatieve onderbouwing van de verwachte
                                            toename van het aandeel fietsverplaatsingen op de
                                            betreffende kansrijke ketenrelatie, is beschreven;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57688_0_3_20_39_12_"> een monitoringsplan
                                            waarin is beschreven hoe een bijdrage aan een toename
                                            van het aandeel fietsverplaatsingen op de kansrijke
                                            ketenrelaties met meetgegevens aangetoond gaat
                                            worden;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57688_0_3_20_39_13_"> een offerte waaruit de
                                            projectperiode en de subsidiabele kosten blijken;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57688_0_3_20_39_14_"> een ingevulde
                                            de-minimisverklaring indien de aanvrager een onderneming
                                            is;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57688_0_3_20_39_15_"> indien de aanvraag
                                            betrekking heeft op een gedragsbeïnvloedende maatregel
                                            niet zijnde een eenmalige maatregel een
                                            exploitatiebegroting voor twee jaar na het einde van de
                                            projectperiode.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2.1.7 Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie wordt, in aanvulling op artikel
                                    1.4.1, geweigerd indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57688_0_3_21_40_"> [vervallen]</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57688_0_3_21_41_"> de subsidie minder dan € 10.000,--
                                    bedraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2.1.8 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.4.1 moet de subsidieontvanger:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57688_0_3_22_42_"> de bijdrage aan een toename van
                                    het aandeel fietsverplaatsingen op de kansrijke ketenrelaties
                                    met meetgegevens onderbouwen aan de hand van:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57688_0_3_22_42_16_"> een nulmeting en een
                                            eindmeting in 2015; of</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57688_0_3_22_42_17_"> een nulmeting en
                                            indicatieve meting van het eerste effect in 2015;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57688_0_3_22_43_"> [vervallen].</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subparagraaf 7.2.2 Ruimte voor de fiets</titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subparagraaf 7.2.3 Koppelen van systemen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7.2.3.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57688_0_5_23_44_"> DVM-exchange:een landelijk open
                                    standaard voor Dynamisch Verkeersmanagement. Met DVM-exchange
                                    worden de verschillende soorten systemen van de verschillende
                                    leveranciers en wegbeheerders op een open, gestructureerde en
                                    kosteneffectieve manier gecombineerd ten behoeve van
                                    gecoördineerd netwerkmanagement;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57688_0_5_23_45_"> GelOve project:een samenwerking
                                    tussen provincie Overijssel en Gelderland waarbij ervaring wordt
                                    opgedaan met de inzet van Regionaal Operationeel
                                    Verkeersmanagement (ROVM). Daartoe is een Netwerk Management
                                    Systeem ontwikkelt, waarmee regionale regelscenario's ingezet
                                    kunnen worden.</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57688_0_5_23_46_"><noot id="d11e12080"><noot.nr>201</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Op dit moment zijn de
                                            systemen van de provincies Overijssel en Gelderland en
                                            gemeente Arnhem gekoppeld aan het NMS van het project
                                            GelOve;]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57688_0_5_23_47_"> NMS: het Netwerk Management
                                    Systeem, is een systeem dat het mogelijk maakt om aangesloten
                                    DVM-instrumentarium vanuit één systeem te bedienen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57688_0_5_23_48_"> Verkeerscentrale: de
                                    verkeerscentrale van Rijkswaterstaat te Wolfheze vanwaar
                                    monitoring van het netwerk en bediening van DVM-systemen van
                                    Rijkswaterstaat in de regio Noord- en Oost-Nederland
                                    plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2.3.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor het
                                    koppelen van DVM-instrumentarium van de verschillende
                                    wegbeheerders aan NMS. De subsidie wordt uitsluitend verstrekt
                                    voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57688_0_5_24_49_"> de aanschaf van, of aansluiting
                                    bij, een NMS, inclusief DVM-exchange-koppeling;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57688_0_5_24_50_"> het geschikt maken van een
                                    bestaand NMS het behulp van DVM-exchange;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57688_0_5_24_51_"> realiseren van de koppeling met de
                                    verkeerscentrale;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57688_0_5_24_52_"> inhuur van procesondersteuning of
                                    inhoudelijke expertise om bovenstaande activiteiten te
                                    realiseren.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2.3.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57688_0_5_25_53_"> Een aanvraag voor subsidie moet
                                    aan de volgende criteria voldoen:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57688_0_5_25_53_18_"> de aanvrager is
                                            gemeente Zwolle, Kampen, Deventer, Almelo, Hengelo of
                                            Enschede;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57688_0_5_25_53_19_"> de activiteit past
                                            binnen de doelstellingen en kaders van het programma
                                            Ketenmobiliteit, zoals omschreven onder artikel 7.2.1.1
                                            sub d;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57688_0_5_25_53_20_"> de activiteit past
                                            binnen de doelstellingen en kaders van het GelOve
                                            project;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57688_0_5_25_53_21_"> er wordt aangesloten
                                            bij het landelijk protocol voor het koppelen van de
                                            verschillende systemen, zijnde DVM Exchange 2.5.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2.3.4 Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr/><al>De subsidie bedraagt maximaal 70% van de subsidiabele kosten
                                    voor de activiteiten als bedoeld in artikel 7.2.3.2 gezamenlijk,
                                    met een maximum van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57688_0_5_26_54_"> € 10.000,-- voor de gemeente
                                    Kampen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57688_0_5_26_55_"> € 15.000,-- per gemeente voor de
                                    gemeenten Zwolle, Almelo of Deventer;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57688_0_5_26_56_"> € 35.000,-- per gemeente voor de
                                    gemeenten Hengelo of Enschede.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2.3.5 Subsidiabele kosten</titel></kop><al>Uitsluitend kosten derden, als bedoeld in artikel 1.1.5 vierde lid
                                zijn subsidiabel. In afwijking van artikel 1.1.6 sub c zijn de
                                kosten die betrekking hebben op de activiteiten die vanaf 1 juli
                                2013 zijn uitgevoerd, wel subsidiabel. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2.3.6 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2.3.6a Indieningstermijn aanvraag</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.2.2 geldt dat een aanvraag voor subsidie
                                ontvangen moet zijn uiterlijk op 30 januari 2015 vóór 19.00
                                uur.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2.3.7 Aanvullende stukken bij de aanvraag voor
                                    subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57688_0_5_30_57_"> De aanvrager maakt gebruik van het
                                    aanvraagformulier Ketenmobiliteit Overijssel 2014 en 2015,
                                    Koppelen van systemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57688_0_5_30_58_"> Aanvullend op artikel 1.2.1
                                    overlegt de aanvrager voor activiteiten benoemd in artikel
                                    7.2.3.2 een offerte waaruit de subsidiabele kosten blijken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2.3.8 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.4.1 moet de subsidieontvanger de
                                activiteit uiterlijk op 31 december 2015 hebben afgerond.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subparagraaf 7.2.4 Beter Benutten</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7.2.4.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>Rijksregeling:</lidnr><al id="anker-H57688_0_6_32_59_"> het programma Beter Benutten van
                                    het Rijk;</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2.4.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor
                                    activiteiten die bijdragen aan het:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57688_0_6_33_60_"> het terug dringen van het
                                    autogebruik in het woon-werk- en zakelijk verkeer;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57688_0_6_33_61_"> het mijden van de spits.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2.4.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie voldoet aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57688_0_6_34_62_"> de aanvraag heeft betrekking op
                                    een Beter Benutten project waarmee het Rijk mee heeft ingestemd,
                                    na 1 januari 2014, in het kader van de het programma Beter
                                    benutten van het Rijk;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57688_0_6_34_63_"> de activiteit heeft aantoonbaar
                                    effect, in de stedelijke netwerken Zwolle Kampen Netwerkstad,
                                    Twente, of het Overijsselse deel van Stedendriehoek;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57688_0_6_34_64_"> de activiteit past binnen de
                                    doelstellingen en kaders van het programma Ketenmobiliteit,
                                    zoals omschreven onder artikel 7.2.1.1 sub d;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57688_0_6_34_65_"> de subsidie wordt verstrekt onder
                                    de opschortende voorwaarde dat het Rijk subsidie verstrekt in
                                    het kader van de Rijksregeling;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57688_0_6_34_66_"> indien de subsidie een
                                    steunmaatregel is voldoet het aan artikel 2 van
                                    de-minimisverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2.4.4 Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten, met
                                een maximum van € 1.000.000,--.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2.4.4a Subsidiabele kosten</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.1.6 sub c zijn de kosten die betrekking
                                hebben op de activiteiten die vanaf 1 januari 2015 zijn uitgevoerd,
                                wel subsidiabel. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2.4.5 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2.4.6 Weigeringsgrond</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten weigeren, in aanvulling op artikel 1.3.1 de
                                    subsidie indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57688_0_6_38_67_"> de activiteit betrekking heeft op
                                    goederenvervoer;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57688_0_6_38_68_"> voor de activiteit subsidie is
                                    verstrekt op basis van een ander paragraaf van dit
                                    uitvoeringsbesluit of de Asv.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2.4.7 Aanvullende stukken bij de aanvraag voor
                                    subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57688_0_6_39_69_"> De aanvrager maakt gebruik van het
                                    aanvraagformulier Ketenmobiliteit Overijssel 2014 en 2015.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57688_0_6_39_70_"> De aanvrager overlegt, in
                                    aanvulling op artikel, 1.2.1 tweede lid tevens:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57688_0_6_39_70_22_"> een kopie van een door
                                            het Rijk ondertekende positief advies inzake de
                                            uitvoering van het Beter Benutten project in het kader
                                            van Beter Benutten;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57688_0_6_39_70_23_"> indien de aanvrager een
                                            onderneming is, een ingevulde de-minimisverklaring.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2.4.8 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><al>De subsidieontvanger, in aanvulling op artikel 1.4.1, overlegt een
                                afschrift van de monitoringsrapportages of tussenrapportages zoals
                                verzonden aan het Rijk;</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2.4.9 Wijziging subsidie</titel></kop><al>Indien de subsidie door het Rijk wordt gewijzigd, zal Gedeputeerde
                                Staten de verstrekte subsidie conform het besluit van het Rijk
                                wijzigen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2.4.10 Vaststelling subsidie</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.5.1 en artikel 1.5.2 wordt aangesloten
                                bij het vaststellingsbesluit of vastgesteld Plan van Aanpak van het
                                Rijk.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 7.3 Nieuwe Mobiliteit West Overijssel</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7.3.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57688_0_7_43_71_"> nieuwe mobiliteit: het realiseren
                                    van nieuwe vormen van lokaal personenvervoer daar waar
                                    collectieve systemen zoals openbaar vervoer niet of laag
                                    frequent rijden en waarbij uit de marktanalyse is gebleken dat
                                    de markt geen optimale oplossing tot stand kan brengen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57688_0_7_43_72_"> kernnet: de volgende buslijnen in
                                    Overijssel:141 Emmeloord-Kampen, 71 Emmeloord-Zwolle, 29 en 83
                                    Dedemsvaart-Zwolle, 165 Deventer-Raalte, en de volgende
                                    treinlijnen: Zwolle-Kampen, Zwolle-Emmen, Zwolle-Enschede,
                                    Zwolle-Meppel, Zwolle-Deventer, Zwolle-Kampen Zuid/Dronten,
                                    Deventer-Holten;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57688_0_7_43_73_"> West-Overijssel: de gemeenten
                                    Dalfsen, Deventer, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Hardenberg,
                                    Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en
                                    Zwolle;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57688_0_7_43_74_"> laag frequent: een dienstregeling
                                    van het openbaar vervoer, waarbij de frequentie op één keer per
                                    uur of lager ligt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.3.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor het realiseren
                                van nieuwe mobiliteit in West Overijssel.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.3.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie voldoet aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57688_0_7_45_75_"> de aanvrager is een
                                    rechtspersoon;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57688_0_7_45_76_"> de aanvraag heeft betrekking op
                                    een businesscase waaruit blijkt dat de nieuwe mobiliteit na de
                                    subsidieperiode van maximaal twee jaar op hetzelfde niveau
                                    voortgezet kan worden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57688_0_7_45_77_"> ten minste twee van de volgende
                                    partijen hebben een verantwoordelijkheid in de uitvoering:
                                    inwoners, gemeente, bedrijven of een lokale vereniging of
                                    stichting;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57688_0_7_45_78_"> de deelnemende partijen leveren
                                    een substantiele bijdrage in de vorm van inzet van eigen uren,
                                    financieel of materiaal;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57688_0_7_45_79_"> het vervoer:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57688_0_7_45_79_24_"> is gericht op het
                                            ontsluiten van kernen of wijken buiten het directe
                                            invloedsgebied van het kernnet; </al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57688_0_7_45_79_25_"> concurreert niet met
                                            het kernnet;</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57688_0_7_45_79_26_"> betreft niet
                                            uitsluitend een alternatief voor doelgroepenvervoer of
                                            instellingenvervoer, tenzij er sprake is van een
                                            verbreding van de doelgroep;</al></li><li nr="iv."><al id="anker-H57688_0_7_45_79_27_"> heeft vervoerkundig
                                            voldoende toegevoegde waarde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57688_0_7_45_80_"> indien de te verstrekken subsidie
                                    staatssteun oplevert in de zin van artikel 107 eerste lid van
                                    het VWEU, dan moet de subsidie voldoen aan de
                                    de-minimisverordening;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57688_0_7_45_81_"> de aanvraag is, voordat deze wordt
                                    ingediend, afgestemd met de provinciale beleidsmedewerker Nieuwe
                                    mobiliteit.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.3.4 Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.3.5 Subsidiabele kosten</titel></kop><al>Uitsluitend kosten van derden zoals bedoeld in artikel 1.1.5 vierde
                                lid zijn subsidiabel. Toelichting: Indien sprake is van aanschaf van
                                machines of apparatuur zijn deze kosten eveneens kosten van
                                derden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.3.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag om
                                    subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57688_0_7_48_82_"> De aanvrager maakt bij de aanvraag
                                    gebruik van het aanvraagformulier Nieuwe Mobiliteit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57688_0_7_48_83_"> In aanvulling op artikel 1.2.1
                                    tweede lid overlegt de aanvrager:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57688_0_7_48_83_28_"> een businesscase waarin
                                            ten minste is uitgewerkt een beschrijving van de nieuwe
                                            mobiliteit, het verwachte aantal reizigers, de
                                            vervoerskundige toegevoegde waarde, de doelgroep, een
                                            markt- en concurrentieanalyse, de benodigde
                                            investeringen, een analyse van de juridische financiële
                                            en organisatorische risico's en de eventuele beheersing
                                            en aansprakelijkheid ervan, een kosten-batenanalyse en
                                            een verdienmodel;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57688_0_7_48_83_29_"> een offerte ter
                                            onderbouwing van de subsidiabele kosten. </al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 8 Bijzondere bepalingen Milieu</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.1 Duurzame energieopwekking en
                                energiebesparing</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e12490"><noot.nr>202</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De ambitie van het programma
                                        Nieuwe Energie Overijssel is het aandeel nieuwe energie te
                                        vergroten naar 20% in 2020. ]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 8.1.1. Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_1_1_"> Energiebesparing: technische,
                                    logistieke of organisatorische voorzieningen die leiden tot
                                    verminderd verbruik van energie, zoals gedefinieerd in het
                                    protocol Monitoring energiebesparing 2001;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e12514"><noot.nr>203</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het protocol Monitoring
                                            energiebesparing 2001 is de vinden op de website
                                            http://www.ecn.nl/ (publicatienummer: ECN-C-01-129).
                                            ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_1_2_"> Energieopwekking: duurzame energie
                                    opwekkingsvoorzieningen die het geheel of gedeeltelijk
                                    gebruikmaken van energie uit hernieuwbare energiebronnen
                                    mogelijk maken, zoals gedefinieerd in het Protocol Monitoring
                                    Hernieuwbare Energie 2010;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e12530"><noot.nr>204</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het protocol monitoring
                                            Hernieuwbare Energie 2010 is te vinden op de website
                                            http://www.agentschapnl.nl/ (publicatienummer:
                                            2DENB1013). ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_1_3_"> Engineerings-en
                                    voorbereidingskosten: de kosten die gemaakt worden voor een
                                    detailontwerp of voor het testen;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e12546"><noot.nr>205</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Veelal zijn dit
                                            loonkosten.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_1_4_"> Gebouwgebonden energiebesparing:
                                    maatregelen in of van de schil van een gebouw die leiden tot
                                    vermindering van energieverlies in dat gebouw;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_1_5_"> Vermeden primaire energie: de
                                    theoretische energie-inhoud bepaald op basis van een
                                    referentietechnologie, als bedoeld in het Protocol Monitoring
                                    Hernieuwbare Energie 2010;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e12567"><noot.nr>206</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De hoeveelheid vermeden
                                            primaire energie is de theoretische energie-inhoud van
                                            de conventionele energiedrager die men nu niet heeft
                                            hoeven gebruiken. De theoretische energie-inhoud wordt
                                            bepaald op basis van een referentietechnologie. De
                                            referentietechnologie is de conventionele methode
                                            waarmee dat energieproduct anders zou zijn opgewekt.
                                            Voor iedere referentietechnologie is het rendement
                                            bekend waarmee de primaire energiedrager wordt omgezet
                                            in een secondaire energiedrager, oftewel de
                                            energieproducten elektriciteit, warmte en (verschillende
                                            soorten) brandstof. De referentietechnologieën en
                                            rendementen staan beschreven in het Protocol Monitoring
                                            Hernieuwbare Energie 2010. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_1_6_"> Investering: de aanschaf van
                                    duurzaam kapitaalgoed, zijnde een machine, installatie of een
                                    gebouw, die op de balans worden opgevoerd als vaste activa.
                                    Investeringen in gronden of voertuigen op de openbare weg vallen
                                    niet onder deze definitie. Een kenmerk van een investering is
                                    dat het nut zich over meerdere jaren voor doet;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_1_7_"> Netto-investering: de kosten van een
                                    investering minus de opbrengsten;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_1_8_"> Opbrengsten: het vermeden primaire
                                    energiegebruik en de vergoeding voor de opgewekte energie over
                                    een periode van vijf jaar uitgedrukt in euro's. De berekening
                                    van de opbrengsten is gebaseerd op de in art. 8.1.1. sub a en b
                                    genoemde protocollen;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_1_9_"> Particuliere woningeigenaar: een
                                    particulier die voor 100% het eigendomsrecht heeft van het
                                    vastgoed met de bestemming wonen;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_1_10_"> EPC: Energieprestatiecoëfficiënt,
                                    coëfficiënt die de energieprestatie van een nieuwbouw woning of
                                    utiliteitsgebouw aangeeft. Deze coëfficiënt wordt berekend op
                                    basis van de gebouweigenschappen, de gebouwgebonden installaties
                                    en een gestandaardiseerd bewoners/gebruikersgedrag;</al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_1_11_"> Biomassa: de biologisch afbreekbare
                                    fractie van producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw
                                    (met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen), de bosbouw
                                    en aanverwante bedrijfstakken, alsmede de biologisch afbreekbare
                                    fractie van industrieel en huishoudelijk afval (conform
                                    Richtlijn 2001/77/EG);</al></lid><lid><lidnr>l.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_1_12_"> [vervallen]</al></lid><lid><lidnr>m.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_1_13_"> [vervallen]</al></lid><lid><lidnr>n.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_1_14_"> Zonne-energie: elektriciteit- of
                                    warmteopwekking door middel van Photo-voltaïsche panelen,
                                    PVT-panelen, zonneboilers of zonnecollectoren;</al></lid><lid><lidnr>o.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_1_15_"> bodemenergie: energieopwekking door
                                    benutting van warmte die in de bodem is opgeslagen. Tot een
                                    diepte van 500 meter wordt gesproken over warmte- en
                                    koudeopslag; op grotere dieptes, vanaf 500 meter, is sprake van
                                    geothermie;</al></lid><lid><lidnr>p.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_1_16_"> energieneutrale woning: een woning
                                    met een EPC-waarde van 0,0, met benutting van 1.500 kWh duurzame
                                    energie die is opgewekt binnen een straal van 500 meter van het
                                    perceel;</al></lid><lid><lidnr>q.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_1_17_"> utiliteitsgebouw: een gebouw niet
                                    zijnde een woning, zoals kantoren, scholen, fabrieken,
                                    ziekenhuizen, sportgebouwen, wijkcentra etc.</al></lid><lid><lidnr>r.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_1_18_"> Energielijst: lijst met de
                                    investeringen in bedrijfsmiddelen of in onderdelen daarvan, als
                                    bedoeld in de brochure Energie en bedrijven, energielijst, van
                                    de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO). </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e12645"><noot.nr>207</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De energielijst is een
                                            overzicht van RVO van energie-investeringen die voor de
                                            fiscale EnergieInvesteringsaftrek regeling (EIA) in
                                            aanmerking komen. Deze lijst wordt elk jaar opnieuw
                                            opgesteld. De energielijst is te vinden op de website
                                            http://www.rvo.nl/subsidies-regelingen/aftrekbare-investeringen-eia.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.1.2. Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_2_19_"> Gedeputeerde Staten kunnen subsidie
                                    verstrekken voor investeringen gericht op gebouwgebonden
                                    energiebesparing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_2_20_"> Gedeputeerde Staten kunnen subsidie
                                    verstrekken voor investeringen gericht op energieopwekking uit
                                    hernieuwbare energiebronnen, te weten bio-energie, bodemenergie
                                    of waterenergie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_2_21_"> Gedeputeerde Staten kunnen subsidie
                                    verstrekken voor investeringen gericht op energiebesparing door
                                    de distributie van restwarmte naar de eindgebruiker.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_2_22_"> Gedeputeerde Staten kunnen subsidie
                                    verstrekken voor investeringen gericht op de optimalisatie van
                                    bedrijfsprocessen waarbij energiebesparing optreedt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_2_23_"> Gedeputeerde Staten kunnen subsidie
                                    verstrekken voor een investering in zonne-energie in combinatie
                                    met ten minste één van de investeringen genoemd onder het
                                    eerste, tweede, derde of vierde lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.1.3. Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_3_24_"> De aanvraag voor subsidie als
                                    bedoeld in artikel 8.1.2 moet voldoen aan de volgende
                                    criteria:</al><lijst><li nr="a.de"><al id="anker-H57689_0_1_3_24_1_"> investering en de
                                            energie-effecten dienen in hoofdzaak, voor meer dan 50%
                                            van de subsidie, binnen de grenzen van de provincie
                                            Overijssel plaats te vinden;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_1_3_24_2_"> de netto-investering voor
                                            de eerste periode van vijf jaar na subsidieverlening
                                            moet groter zijn dan nul;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57689_0_1_3_24_3_"> voor de investering is
                                            geen lening of garantstelling verstrekt vanuit het
                                            Energiefonds;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57689_0_1_3_24_4_"> als er sprake is van een
                                            investering in biomassa, dan moet de biomassa voldoen
                                            aan de duurzaamheidscriteria voor biomassa ten behoeve
                                            van energiedoeleinden, zoals bedoeld in NEN NTA 8080-1:
                                            2015.nl en NTA 8080-2: 2015.nl;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57689_0_1_3_24_5_"> als de subsidie een
                                            steunmaatregel is dan moet de subsidie voldoen aan
                                            artikel 38 dan wel artikel 41 van de Algemene
                                            groepsvrijstellingsverordening, de de-minimisverordening
                                            of de de-minimisverordening landbouw;</al></li><li nr="f."><al id="anker-H57689_0_1_3_24_6_"> de investering heeft
                                            betrekking op één adres, tenzij er sprake is van
                                            investeringen op meerdere adressen die technisch met
                                            elkaar samenhangen. </al></li><li nr=""><al id="anker-H57689_0_1_3_24_7_"><noot id="d11e12712"><noot.nr>208</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Voorbeelden van
                                                  een subsidiabele aanvraag voor meerdere adressen
                                                  zijn projecten waarin energie wordt gedistribueerd
                                                  of waarin meerdere energieneutrale woningen worden
                                                  gerealiseerd als beschreven onder lid 2 sub a.
                                                  ]</noot.al></noot></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_3_25_"> Aanvullend op het eerste lid moet
                                    de aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 8.1.2 eerste
                                    lid voldoen aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_1_3_25_8_"> De energiebesparende
                                            voorzieningen in de woningbouw moeten leiden tot ten
                                            minste 10 energieneutrale woningen die zijn gerealiseerd
                                            door renovatie of door nieuwbouw ter vervanging van
                                            bestaande bebouwing;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_1_3_25_9_"> De energiebesparende
                                            voorzieningen voor nieuwbouw van utiliteitsgebouwen
                                            bereiken tenminste een 25% lagere EPC dan wettelijk
                                            voorgeschreven op moment van aanvraag;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57689_0_1_3_25_10_"> [vervallen]</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57689_0_1_3_25_11_"> De energiebesparende
                                            voorzieningen voor bestaande utiliteitsgebouwen bereiken
                                            tenminste een energieprestatie van label A++ of voldoen
                                            aan minimaal 4 labelstappen of voldoen aan minimaal de
                                            eisen uit het bouwbesluit zoals die gelden voor
                                            nieuwbouw.</al></li></lijst><al><noot id="d11e12739"><noot.nr>209</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Indien een
                                            utiliteitsgebouw een andere bestemming krijgt, dat wil
                                            zeggen omgevormd wordt voor een andere gebruiksfunctie,
                                            dan moet de aanvraag voldoen aan de criteria voor de
                                            uiteindelijke bestemming. Een voorbeeld: als een
                                            leegstaand kantoor wordt omgevormd tot woningen, dan
                                            moet worden voldaan aan de eisen voor nieuwbouw van
                                            woningen zoals opgenomen in deze regeling, bijvoorbeeld
                                            het feit dat deze energieneutraal moeten
                                            zijn.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_3_26_"> in aanvulling op het eerste lid
                                    moet de aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 8.1.2
                                    vierde lid voldoen aan het criterium dat de investering een
                                    technische voorziening betreft ten behoeve van energiebesparing
                                    bij processen als bedoeld in de Energielijst onder categorie
                                    B.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_3_27_"> Aanvullend op het eerste lid moet
                                    de aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 8.1.2. vijfde
                                    lid voldoen aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_1_3_27_12_"> Voor de investering in
                                            zonne-energie is geen subsidie verstrekt door een ander
                                            bestuursorgaan.</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_1_3_27_13_"> Het dak waarop de
                                            zonne-energie wordt opgewekt bevat geen asbest..</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.1.4. Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e12771"><noot.nr>210</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Bij de berekening van de
                                            subsidie worden de Europese verordeningen als genoemd
                                            onder artikel 8.1.3 eerste lid onder sub e in acht
                                            genomen. Dit kan onder andere betekenen dat de maximale
                                            subsidie minder bedraagt dan de genoemde 50%.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_4_28_"> De subsidie als bedoeld in artikel
                                    8.1.2 eerste lid, tweede, derde en vierde lid, bedraagt maximaal
                                    50% van de netto-investering met een maximum van € 199.000,--
                                    per aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_4_29_"> De subsidie voor een project dat
                                    uit een combinatie van subsidiabele activiteiten als bedoeld in
                                    artikel 8.1.2. bedraagt maximaal 50% van de netto-investering,
                                    met een maximale subsidie van € 199.000,-- per aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_4_30_"> In aanvulling op het eerste en
                                    tweede lid bedraagt de subsidie voor zonne-energie:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_1_4_30_14_"> voor het onderdeel
                                            elektriciteitopwekking maximaal € 0,20 per Wattpiek
                                            geïnstalleerd vermogen;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_1_4_30_15_"> voor het onderdeel
                                            warmteopwekking maximaal € 625 per GJ opgesteld
                                            vermogen.</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57689_0_1_4_30_16_"> de maximale subsidie
                                            voor lid 3a en lid b gezamenlijk is 30% van de
                                            investering met een maximum van € 100.000 per
                                            aanvraag.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.1.5. Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.In</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_5_31_"> afwijking van artikel 1.1.5 is voor
                                    subsidie op grond van artikel 8.1.2 eerste, tweede, derde en
                                    vierde lid de netto-investering subsidiabel. De subsidiabele
                                    kosten van de investering zijn de volgende kosten van derden
                                    overeenkomstig artikel 1.1.5 vierde lid: de kosten van de
                                    aanschaf van een duurzaam kapitaalgoed als bedoeld in artikel
                                    8.1.1 sub f, alsmede de kosten voor het installeren van het
                                    kapitaalgoed en eventuele engineerings- en voorbereidingskosten
                                    waarbij geldt dat de advies- en loonkosten voor het installeren
                                    en de engineerings- en voorbereidingskosten in totaal maximaal
                                    10% van de subsidiabele kosten bedragen. Interne loonkosten van
                                    de aanvrager of deelnemer zijn niet subsidiabel evenals kosten
                                    voor het aanvragen van vergunningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_5_32_"> In afwijking van artikel 1.1.5
                                    geldt voor de subsidie op grond van artikel 8.1.2 vijfde lid een
                                    forfaitair vastgesteld tarief voor elektriciteit van € 0.20 per
                                    Wattpiek geïnstalleerd vermogen en voor warmte € 625 per GJ
                                    opgesteld vermogen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.1.6. Indieningstermijn aanvraag</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e12825"><noot.nr>211</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het in de beoordeling van
                                            de aanvraag meenemen van informatie die dateert van na
                                            de sluiting van de aanvraagtermijn verdraagt zich niet
                                            met de gelijktijdige onderlinge beoordeling en
                                            rangschikking van de ingediende aanvragen die in het
                                            tendersysteem centraal staat. Uit de aard van het
                                            tendersysteem vloeit derhalve voort dat vóór de sluiting
                                            van de aanvraagtermijn alle voor die beoordeling en
                                            rangschikking relevante gegevens moeten zijn overlegd en
                                            dat daarna geen rekening kan worden gehouden met
                                            informatie dat neerkomt op een wijziging of aanvulling
                                            van de aanvraag. </noot.al><noot.al>Bij onvolledigheid van de aanvraag na de
                                            sluitingsdatum is er alleen ruimte voor het herstel van
                                            kleinigheden zoals een handtekening, een
                                            bankrekeningnummer, kamer van koophandel gegevens e.d.,
                                            het moet gaan om informatie die niet inhoudelijk
                                            betrekking heeft op de beoordelingscriteria zoals
                                            opgenomen in deze subsidieparagraaf. De
                                            volledigheid/juistheid van de aanvraag is de
                                            verantwoordelijkheid van de aanvrager. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_6_33_"> In afwijking van artikel 1.2.2
                                    wordt een subsidieaanvraag ingediend:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_1_6_33_17_"> vanaf 1 februari en
                                            ontvangen uiterlijk op 1 april 2016 voor 19.00 uur;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_1_6_33_18_"> vanaf 11 juli en
                                            ontvangen uiterlijk op 9 september 2016 voor 19.00
                                            uur.</al></li></lijst><al>2. Een onvolledige aanvraag voor subsidie kan na sluitingsdatum
                                    alleen volledig worden gemaakt voor zover het geen inhoudelijke
                                    aanvulling of wijziging van de aanvraag betreft.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.1.7. Aanvullende stukken bij de aanvraag tot
                                    subsidieverlening</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.2.1. overlegt de aanvrager bij de
                                aanvraag tevens alle gegevens en stukken zoals genoemd in het
                                Aanvraagformulier Duurzame Energieopwekking en energiebesparing.
                                Indien de opbrengsten van de investering niet opgegeven zijn,
                                bepalen Gedeputeerde Staten de opbrengsten door gebruik te maken van
                                de Tabel energieprijzen.</al><al><noot id="d11e12856"><noot.nr>212</noot.nr><noot.al>[Toelichting: Tabel energieprijzen</noot.al><noot.al><vet> Energieprijzen </vet>; <vet> Bedrag </vet>; </noot.al><noot.al>Aardgas m3; € 0,60; </noot.al><noot.al>Elektriciteit kWh; € 0,23; </noot.al><noot.al>Houtchips €/ton; € 40,00; </noot.al><noot.al>Biomassa gedroogd €/ton; € 80,00; </noot.al><noot.al>Houtpellets €/ton; € 170,00; </noot.al><noot.al>Groen gas m3 (geen SDE+); € 0,30; </noot.al><noot.al>Groen gas m3 (SDE+); € 0,62; </noot.al><noot.al>Bij de aanvraag moeten de gegevens en stukken zoals
                                        genoemd in het Aanvraagformulier Duurzame energieopwekking
                                        en energiebesparing ingediend worden. Het betreft in ieder
                                        geval een projectplan met daarin opgenomen:</noot.al><noot.al>a. Een beschrijving van de investering gericht op
                                        energiebesparing en energieopwekking;</noot.al><noot.al>b. Een samenvatting van kosten en opbrengsten en welke
                                        partijen in welke mate bijdragen aan de
                                        financiering;</noot.al><noot.al>c. De berekening van de vermeden primaire
                                        energiegebruik uitgedrukt in Gigajoule;</noot.al><noot.al>d. Berekening van de vermeden primaire energiegebruik
                                        in GigaJoule per euro aangevraagde subsidie;</noot.al><noot.al>e. Een beschrijving van de praktische navolging en
                                        slaagkans van de investering zoals bedoel in artikel 8.1.9
                                        tweede lid.</noot.al><noot.al>Ook moeten de volgende bijlagen meegestuurd
                                        worden:</noot.al><noot.al>f. onderbouwing van de investeringskosten opgesteld
                                        door een onafhankelijke leverancier waarbij onderscheid
                                        wordt gemaakt tussen investeringen en loonkosten.</noot.al><noot.al>g. Indien van toepassing, een kopie van de
                                        noodzakelijke vergunningen;</noot.al><noot.al>h. Indien van toepassing, een bewijsstuk waaruit de
                                        inkoop van biomassa blijkt, inclusief inkoopprijs per ton; </noot.al><noot.al>i. Indien van toepassing, een MKB toets;</noot.al><noot.al>j. [vervallen]. ]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.1.8. Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen een subsidieplafond vast per
                                indieningstermijn.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.1.9. Volgorde van behandeling</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e12920"><noot.nr>213</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De regeling is gebaseerd
                                            op een ‘tendersysteem'. Dat houdt in dat alle aanvragen
                                            vóór een bepaald tijdstip moeten worden ingediend en
                                            gelijktijdig worden beoordeeld in welke mate ze voldoen
                                            aan de criteria van de regeling. De hoogst gerangschikte
                                            aanvragen worden vervolgens toegewezen voor zover het
                                            subsidieplafond dat toelaat. Gedeputeerde Staten zullen
                                            bij de beoordeling onder meer gebruik maken van externe
                                            advisering. </noot.al><noot.al>De subsidieaanvragen worden gerangschikt onder meer
                                            op basis van de verwachte hoeveelheid vermeden primaire
                                            energie in Gigajoule per te subsidiëren euro.</noot.al><noot.al>De bijdrage aan de doelen wordt beoordeeld op de
                                            bijdrage aan de vermindering van GJ fossiele
                                            brandstoffen ten opzichte van een opgave over de in het
                                            voorgaande jaar opgewekte en/of verbruikte energie op
                                            basis van fossiele brandstoffen, herhaalpotentieel voor
                                            het project en de kans dat dit wordt benut. Bij
                                            economisch risico kan worden gedacht aan de robuustheid
                                            van het perspectief van een technologie ten opzichte van
                                            de te verwachten kostprijsontwikkeling; de mate waarin
                                            het project leidt tot kostenbesparing ten opzichte van
                                            referentie technologie en de mate waarin
                                            marktverwachtingen realistisch zijn.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_9_34_"> In afwijking van artikel 1.1.3.
                                    plaatsen Gedeputeerde Staten de subsidieaanvragen in een
                                    prioriteitsvolgorde. Gedeputeerde Staten verstrekken subsidie in
                                    de volgorde van de vastgestelde prioriteit, voor zover het
                                    subsidieplafond dit toelaat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_9_35_"> Aanvullend op het eerste lid geldt
                                    voor de subsidieaanvragen op grond van artikel 8.1.2. dat de
                                    prioriteitsvolgorde wordt bepaald op basis van de score die de
                                    investering haalt voor de volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_1_9_35_19_"> Hoeveelheid vermeden
                                            primaire energiegebruik in GigaJoule. De score wordt
                                            bepaald aan de hand van de Score tabel
                                            investeringen;</al><al><noot id="d11e12947"><noot.nr>214</noot.nr><noot.al>[Toelichting: Scoretabel investeringen </noot.al><noot.al><vet>Vermeden primaire energie</vet>;
                                                  <vet>GJ</vet>; <vet>GJ</vet>; </noot.al><noot.al>Rapportcijfer ; van; tot; </noot.al><noot.al>10; 100.000; &gt;400.000; </noot.al><noot.al>8; 40.000; 100.000; </noot.al><noot.al>6; 20.000; 40.000; </noot.al><noot.al>4; 10.000; 20.000; </noot.al><noot.al>2; 1.000; 10.000; </noot.al><noot.al>0; 0; 1.000; </noot.al><noot.al>Kosteneffectiviteit scores
                                                  investeringen</noot.al><noot.al><vet> Rapportcijfer Kosteneffectiviteit
                                                  </vet>; <vet> GJ/€ van</vet>; <vet> GJ/€
                                                  tot</vet>; </noot.al><noot.al>10; 2; &gt;4; </noot.al><noot.al>8; 0,6; 2; </noot.al><noot.al>6; 0,1; 0,6; </noot.al><noot.al>4; 0,05; 0,1; </noot.al><noot.al>2; 0,01; 0,05; </noot.al><noot.al>0; 0; 0,01; </noot.al><noot.al>Mate van slaagkans</noot.al><noot.al><vet> Rapportcijfer slaagkans</vet>;
                                                  <vet>Omschrijving </vet>; </noot.al><noot.al>10; Aanvraag scoort goed op slaagkans; </noot.al><noot.al>6; Aanvraag scoort voldoende op slaagkans; </noot.al><noot.al>1; Aanvraag scoort matig op slaagkans; </noot.al><noot.al>Praktische navolging</noot.al><noot.al><vet> Rapportcijfer praktische
                                                  navolging</vet>; <vet>Omschrijving </vet>; </noot.al><noot.al>10; Aanvraag scoort goed op praktische
                                                  navolging; </noot.al><noot.al>6; Aanvraag scoort voldoende op praktische
                                                  navolging; </noot.al><noot.al>1; Aanvraag scoort matig op praktische
                                                  navolging; </noot.al><noot.al>Combinatie subsidiabele activiteiten </noot.al><noot.al><vet>Rapportcijfer</vet>; <vet>Aantal
                                                  activiteiten</vet>; </noot.al><noot.al>10; 5; </noot.al><noot.al>8; 4; </noot.al><noot.al>6; 3; </noot.al><noot.al>4; 2; </noot.al><noot.al>0; 1; </noot.al><noot.al>Bij de berekening van de hoeveelheid
                                                  vermeden primaire energie wordt uitgegaan van een
                                                  technische levensduur van 15 jaar.</noot.al><noot.al>Formule investeringen= toegekende
                                                  rapportcijfer vermeden primaire energie*15 (30%) +
                                                  toegekende rapportcijfer kosteneffectiviteit*15
                                                  (30%) + toegekende rapportcijfer de mate van
                                                  slaagkans*10 (20%) + toegekende rapportcijfer
                                                  praktische navolging *5 (10%) + toegekende cijfer
                                                  de mate van combinatie subsidiabele activiteiten*5
                                                  (10%). De totale som wordt gedeeld door 50, zodat
                                                  een cijfer tussen de 0 en 10 wordt
                                                  verkregen.]</noot.al></noot></al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_1_9_35_20_"> Hoeveelheid vermeden
                                            primaire energie in GigaJoule per te subsidiëren euro.
                                            De score wordt bepaald aan de hand van de Score tabel
                                            investeringen;</al></li></lijst><al><noot id="d11e13060"><noot.nr>215</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Hier geldt ook de
                                            toelichting die bij sub a staat. ]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="c."><al id="anker-H57689_0_1_9_35_21_"> De mate van slaagkans
                                            van het project, afhankelijk van de kwaliteit, kennis en
                                            expertise in de organisatie alsmede de technische,
                                            financiële en juridische haalbaarheid van de
                                            activiteit;</al></li></lijst><al><noot id="d11e13073"><noot.nr>216</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Bij slaagkans valt te
                                            denken aan de helderheid van de doelstellingen en de
                                            gekozen aanpak van het projectvoorstel, aan de kwaliteit
                                            van de aanvrager(s) en aan de kwaliteit van de
                                            organisatie, die zich uit in beschikbare kennis,
                                            middelen en expertise. De score op de mate van slaagkans
                                            kan mede op grond van expertise en ervaring worden
                                            gegeven.]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="d."><al id="anker-H57689_0_1_9_35_22_"> Praktische navolging van
                                            het project, afhankelijk van de openbaarheid van de
                                            toegepaste technologie, voorbeeldwerking en
                                            herhaalpotentieel van de activiteit;</al></li></lijst><al><noot id="d11e13086"><noot.nr>217</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Bij praktische navolging
                                            gaat het om de mate waarin de organisatie inzicht geeft
                                            in de manieren waarop het aan ontwikkeling van de
                                            technologie na afronding van het project werkt en aan
                                            anderen kan worden overgedragen waarbij ook
                                            niet-technologische aspecten een belangrijke rol spelen.
                                            Voorbeelden van praktische navolging zijn de
                                            mogelijkheden voor vergelijkbare organisaties om
                                            vergelijkbare projecten uit te voeren en het
                                            doorontwikkelen van techniek. ]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="e."><al id="anker-H57689_0_1_9_35_23_"> Combinatie van
                                            subsidiabele activiteiten waarbij elk lid van artikel
                                            8.1.2 geldt als afzonderlijke activiteit. De score wordt
                                            bepaald aan de hand van de Score tabel
                                            investeringen.</al></li></lijst><al><noot id="d11e13099"><noot.nr>218</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Hier geldt ook de
                                            toelichting die bij sub a staat. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_9_36_"> Bij een gelijke score bepaalt de
                                    hoeveelheid vermeden primaire energiegebruik in GigaJoule de
                                    prioriteitsvolgorde. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.1.10. Weigeringsgrond</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.3.1. weigeren Gedeputeerde Staten de
                                    subsidie als de aanvraag de volgende energiebesparende- en
                                    energieopwekkingsvoorzieningen betreft:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_10_37_"> wettelijk vereiste onderzoeken en
                                    maatregelen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_10_38_"> [vervallen]</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_10_39_"> energiebesparende - en
                                    energieopwekkingsvoorzieningen in huurwoningen van
                                    woningcorporaties;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57689_0_1_10_40_"> een puur plantaardige olie als
                                    energiebron in de sector mobiliteit en transport.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.1.11. Aanvullende stukken bij aanvraag tot
                                    subsidievaststelling</titel></kop><al>De aanvrager overlegt in aanvulling op artikel 1.5.2. tweede lid of
                                artikel 1.5.3. tweede lid bij de aanvraag tevens een ingevuld
                                factsheet Subsidieregeling Duurzame energieopwekking en
                                energiebesparing.</al><al><noot id="d11e13148"><noot.nr>219</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het factsheet is te vinden op
                                        www.overijssel.nl/subsidie. ]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.1.12. Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><al><noot id="d11e13161"><noot.nr>220</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De doorlooptijd van de
                                        projecten is gesteld op maximaal 3 jaar. Een verzoek tot
                                        uitstel zal worden beoordeeld waarbij in ieder geval
                                        rekening wordt gehouden met voorzienbaarheid, en of de
                                        vertraging aan de aanvrager redelijkerwijs te verwijten is,
                                        dan wel voor zijn rekening dient te komen. ]</noot.al></noot></al><al>De subsidieontvanger dient de investeringen uiterlijk 3 jaar na
                                datum van subsidieverlening gerealiseerd te hebben. Gedeputeerde
                                Staten kunnen een aanvrager, die hierom onder opgave van redenen
                                verzoekt, uitstel van de hiervoor bedoelde termijnen verlenen van
                                maximaal één jaar indien sprake is van omstandigheden die voor de
                                subsidieaanvrager ten tijde van het indienen van de aanvraag tot
                                subsidieverlening redelijkerwijs niet voorzienbaar waren.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.1.13. Vaststelling subsidie</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.2 Gemeentelijke voorbeeldwoningen</titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.3 Ruimte voor de Vecht</titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.4 Klimaatbestendig bouwen</titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.5 Kwantitatief en kwalitatief waterbeheer (pMJP 5.1.1
                                - 5.2.9)</titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.6 Asbestsanering bodem voor particulieren en
                                agrariërs</titel></kop><structuurtekst><al>[vervallen van rechtswege]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.7 Stimulering bodemonderzoek</titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.8 Leren voor duurzame ontwikkeling</titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.9 Haalbaarheidsstudies nieuwe energie en
                                energiescans</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8.9.1. Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_9_14_41_"> energiebesparing: technische,
                                    logistieke of organisatorische voorzieningen die leiden tot
                                    verminderd verbruik van energie, zoals gedefinieerd in het
                                    protocol Monitoring energiebesparing;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_9_14_42_"> energieopwekking: duurzame energie
                                    opwekkingsvoorzieningen die het geheel of gedeeltelijk
                                    gebruikmaken van energie uit hernieuwbare energiebronnen
                                    mogelijk maken, zoals gedefinieerd in het Protocol Monitoring
                                    Hernieuwbare Energie 2010;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_9_14_43_"> energiescan: een energieonderzoek
                                    dat inzicht geeft in het energieverbruik van een
                                    onderneming;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e13256"><noot.nr>221</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Informatie over de
                                            energiescan is te vinden op
                                            http://www.energiescanoverijssel.nl/. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57689_0_9_14_44_"> haalbaarheidsstudie: een studie
                                    naar de toepassing van innovatieve technieken gericht op één of
                                    meerdere energiebesparende maatregelen of duurzame energie
                                    opwekkingsvoorzieningen waarvan het onduidelijk is, of deze
                                    toepassing technisch inpasbaar of economisch rendabel is. De
                                    studie richt zich zowel op bouwkundige, technische, logistieke
                                    en organisatorische aspecten als het industriële verbruik;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57689_0_9_14_45_"> De-minimisverordening: verordening
                                    (EG) 1998/2006 PbEU L379/10b van de Commissie van 15 december
                                    2006, betreffende de artikelen 107 en 108 Verdrag betreffende de
                                    werking van de Europese Unie (VWEU) op de-minimissteun;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57689_0_9_14_46_"> brancheorganisatie: Organisatie
                                    voor de behartiging van de collectieve-, deel- of individuele
                                    belangen van de leden;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57689_0_9_14_47_"> [vervallen].</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.9.2. Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verlenen voor de volgende
                                    activiteiten:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_9_15_48_"> een haalbaarheidsstudie
                                    energieopwekking of energiebesparing;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_9_15_49_"> een stimuleringsproject
                                    energiescans.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.9.3. Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_9_16_50_"> Een aanvraag voor een
                                    haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 8.9.2. onder a
                                    voldoet aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_9_16_50_24_"> de aanvrager is geen
                                            natuurlijk persoon of holding, zijnde een
                                            moedermaatschappij van een concern;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_9_16_50_25_"> een haalbaarheidsstudie
                                            heeft betrekking op één van de volgende
                                            investeringen:</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57689_0_9_16_50_26_"> energieopwekking uit
                                            hernieuwbare energiebronnen te weten bio-energie,
                                            geothermie, zonne-energie of waterenergie.</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57689_0_9_16_50_27_"> energiebesparing door
                                            de distributie van restwarmte rechtstreeks naar de
                                            eindgebruiker.</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57689_0_9_16_50_28_"> energiebesparing door
                                            bouwkundige, technische, logistieke of organisatorische
                                            aspecten.</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57689_0_9_16_50_29_"> de haalbaarheidsstudie
                                            is ten behoeve van inwoners of ondernemingen die
                                            gevestigd zijn in Overijssel; </al></li><li nr="d."><al id="anker-H57689_0_9_16_50_30_"> [vervallen];</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57689_0_9_16_50_31_"> er is ten minste 10%
                                            financiering van de subsidiabele kosten door de
                                            aanvrager, niet zijnde subsidie van het Rijk, gemeente
                                            of waterschap; </al></li><li nr="f."><al id="anker-H57689_0_9_16_50_32_"> de aanvrager heeft een
                                            aantoonbaar belang bij de uitkomsten van de
                                            haalbaarheidsstudie. Dat belang kan zijn dat de
                                            aanvrager op basis van de haalbaarheidsstudie de
                                            investeringsbeslissing neemt of dat de aanvrager
                                            eigenaar of mede-eigenaar is van het innovatieve concept
                                            dat wordt uitgewerkt. </al></li><li nr="g."><al id="anker-H57689_0_9_16_50_33_"> een haalbaarheidsstudie
                                            naar energiebesparende maatregelen bij bedrijven is
                                            aantoonbaar uitgebreider dan het standaard
                                            energieonderzoek van MBK Nederland.</al></li><li nr="h."><al id="anker-H57689_0_9_16_50_34_"> indien de te verlenen
                                            subsidie een steunmaatregel is, dan moet de subsidie
                                            voldoen aan artikel 2 van de De-minimisverordening.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_9_16_51_"> Een aanvraag voor een
                                    stimuleringsproject als bedoeld in artikel 8.9.2. sub b voldoet
                                    aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_9_16_51_35_"> De aanvrager is een
                                            Overijsselse gemeente of een brancheorganisatie;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_9_16_51_36_"> Het project is gericht
                                            op het stimuleren van MKB-ondernemingen in Overijssel om
                                            energiebesparende maatregelen te realiseren;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57689_0_9_16_51_37_"> Het project is
                                            aanvullend op de faciliteiten die MKB Nederland biedt
                                            via http://www.energiescanoverijssel.nl/.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.9.4. Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de totale subsidiabele
                                kosten met een maximum van € 15.000,-- per aanvrager.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.9.5. Aanvullende stukken bij de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_9_18_52_"> De aanvrager maakt bij zijn
                                    aanvraag gebruik van een daartoe beschikbaar gesteld
                                    aanvraagformulier Haalbaarheidsstudies energie en
                                    energiescans</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_9_18_53_"> In aanvulling op artikel 1.2.1.
                                    overlegt een aanvrager voor een subsidie op grond van artikel
                                    8.9.2. sub a een beschrijving van:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_9_18_53_38_"> de potentiële
                                            hoeveelheid energie die wordt opgewekt of bespaard in
                                            joules;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_9_18_53_39_"> vervallen;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57689_0_9_18_53_40_"> vervallen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.9.6. Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.9.7. Weigeringsgrond</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.3.1. wordt de subsidie voor
                                    activiteiten als bedoeld in artikel 8.9.2. sub a, geweigerd als
                                    het gaat om aanvragen die betreffen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_9_20_54_"> wettelijk vereiste onderzoeken en
                                    maatregelen; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_9_20_55_"> een haalbaarheidsstudie die
                                    betrekking heeft op bewezen en rendabele technieken; </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e13417"><noot.nr>222</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Voorbeelden van bewezen en
                                            rendabele technieken zijn warmte- en koude-opslag,
                                            warmteterugwinning, houtpelletkachels,
                                            lagetemperatuurverwarming, warmtepompen en zonnepanelen.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_9_20_56_"> haalbaarheidsstudies naar
                                    energiebesparende maatregelen in de woningbouw die leiden tot
                                    verbetering van minder dan 50 woningen; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57689_0_9_20_57_"> haalbaarheidsstudies die uitgaan
                                    van maatregelen voor nieuwbouw van utiliteitsgebouwen en van
                                    woningen met minder dan een 25% lagere EPC dan wettelijk
                                    voorgeschreven op moment van aanvraag;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57689_0_9_20_58_"> haalbaarheidsstudies die uitgaan
                                    van maatregelen in nieuwbouw van kantoren, woningen en scholen
                                    met een energiewaarde lager dan 8 in de GPR-score;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57689_0_9_20_59_"> haalbaarheidsstudies die uitgaan
                                    van maatregelen voor bestaande gebouwen die daarmee een
                                    energieprestatie bereiken lager dan label A of label B bij
                                    minder dan 3 labelstappen; </al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57689_0_9_20_60_"> energiebesparing of -projecten in
                                    huishoudens;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57689_0_9_20_61_"> een ingenieurs- of adviesbureau
                                    als aanvrager, tenzij het bureau de haalbaarheidsstudie uitvoert
                                    ter voorbereiding op een eigen investering in energiebesparing
                                    of energieopwekking;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al id="anker-H57689_0_9_20_62_"> een aanvrager die meer dan twee
                                    keer per jaar een subsidie voor haalbaarheidsstudies, als
                                    bedoeld in artikel 8.9.1., verleend heeft gekregen; </al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al id="anker-H57689_0_9_20_63_"> [vervallen].</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.9.8. Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_9_21_64_"> Een haalbaarheidsstudie is
                                    uiterlijk 1 jaar na datum van subsidieverlening afgerond.
                                    Gedeputeerde Staten kunnen een aanvrager, die hierom onder
                                    opgave van redenen verzoekt, uitstel van de hiervoor bedoelde
                                    termijn verlenen van maximaal één jaar indien sprake is van
                                    omstandigheden die voor de subsidieaanvrager ten tijde van het
                                    indienen van de aanvraag tot subsidieverlening redelijkerwijs
                                    niet voorzienbaar waren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_9_21_65_"> De subsidieontvanger stelt de
                                    haalbaarheidsstudie beschikbaar aan iedereen die er
                                    belangstelling voor heeft.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e13483"><noot.nr>223</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Indien de
                                            haalbaarheidsstudie bedrijfsgevoelige informatie bevat,
                                            wordt deze ook beschikbaar gesteld, waarbij de
                                            bedrijfsgevoelige informatie geanonimiseerd mag
                                            worden.]</noot.al></noot></al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.10 Energiebesparende maatregelen
                                ondernemingen</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e13497"><noot.nr>224</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het programma Nieuwe Energie
                                        is gericht op duurzame energie en energiebesparing met als
                                        doel het fossiele energiegebruik te verminderen. Met deze
                                        subsidieregeling wordt uitvoering gegeven aan het
                                        deelprogramma ‘Energiebesparing bij bedrijven en
                                        -terreinen'. Ondernemingen die een energieonderzoek hebben
                                        laten uitvoeren, kunnen een subsidieaanvraag indienen voor
                                        het uitvoeren van de maatregelen die voorgesteld worden in
                                        het energieonderzoek. ]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 8.10.1. Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_10_22_66_"> MKB-Nederland: brancheorganisatie
                                    voor het midden -en kleinbedrijf;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al> Energieonderzoek: een onderzoek naar
                                    energiebesparingsmogelijkheden in gebouwen en industriële
                                    processen. Het onderzoek richt zich zowel op bouwkundige,
                                    technische en organisatorische aspecten als het industriële
                                    gebruik. De rapportage van het onderzoek omvat minimaal: </al><al>- het huidige energiegebruik, </al><al>- de energiebalans waarin minimaal 90% van het energiegebruik is
                                    toebedeeld aan de energiegebruikers, </al><al>- de energiebesparende maatregelen, gebaseerd op op de erkende
                                    maatregellijst en het overzicht van Infomil inclusief de
                                    verwachte investeting, energiereductie en een plan van aanpak
                                    voor de uitvoering van maatregelen met een terugverdientijd van
                                    5 jaar of minder. De maatregelen hebben minimaal betrekking op
                                    de energiegebruikers die voor &gt;40% van het energiegebruik
                                    verantwoordelijk zijn. </al><al>Standaard zijn in de rapportage de quick wins opgenomen; </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e13534"><noot.nr>225</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Een eenvoudige
                                            energiescan, zoals de digitale NZOscan, geeft niet alle
                                            mogelijke maatregelen weer. Voor een volledig overzicht
                                            wordt verwezen naar een energieonderzoek door een
                                            energieadviseur. Zonnepanelen worden aangemerkt als
                                            energieopwekking en komen daarom niet in aanmerking voor
                                            subsidie.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_10_22_68_"> Energiebesparende maatregelen:
                                    technische, logistieke of organisatorische voorzieningen die
                                    leiden tot verminderd verbruik van energie, zoals deze naar
                                    voren komen in het energieonderzoek en gedefinieerd is in het
                                    protocol Monitoring energiebesparing;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57689_0_10_22_69_"> EPA-U: een Energie Prestatie
                                    Advies voor bestaande utiliteitsgebouwen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.10.2. Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_10_23_70_"> energiemaatregelen die genoemd
                                    zijn in het energieonderzoek;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_10_23_71_"> een energieonderzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.10.3. Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_10_24_72_"> De aanvrager is een
                                    privaatrechtelijke rechtspersoon, een maatschap, een
                                    vennootschap onder firma, een commanditaire vennootschap of een
                                    eenmanszaak;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_10_24_73_"> [vervallen]</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_10_24_74_"> Het energieonderzoek dient te
                                    zijn uitgevoerd na 1 januari 2012; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57689_0_10_24_75_"> Het energieonderzoek is
                                    uitgevoerd: </al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57689_0_10_24_75_41_"> door een
                                            gecertificeerd energie adviseur;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57689_0_10_24_75_42_"> door één van de
                                            volgende initiërende partijen: MKB-Nederland, het
                                            energiecentrum MKB, RVO, EPA-, de achterliggende
                                            branchevereniging; of</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57689_0_10_24_75_43_"> in opdracht van of met
                                            subsidie van de provincie Overijssel of een Overijsselse
                                            gemeente. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57689_0_10_24_76_"><noot id="d11e13611"><noot.nr>226</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Voorbeeld van een
                                            certificerende instantie is FeDec. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57689_0_10_24_77_"> De energiebesparende maatregelen
                                    hebben betrekking op het pand waarvoor het energieonderzoek is
                                    uitgevoerd; </al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57689_0_10_24_78_"> Het vestigingsadres van het pand
                                    waarvoor de energiebesparende maatregelen worden toegepast is in
                                    Overijssel; </al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57689_0_10_24_79_"> De energiebesparende maatregelen
                                    zijn gerealiseerd in de periode van maximaal zes maanden
                                    voorafgaand aan de subsidie-aanvraag;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57689_0_10_24_80_"> [vervallen]</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al id="anker-H57689_0_10_24_81_"> De minimale investering in een
                                    gerealiseerde energiebesparende maatregel per aanvraag bedraagt
                                    € 4.000. Bij een gezamenlijke aanvraag kan één van de MKB
                                    ondernemingen of een onafhankelijke energieadviseur, als
                                    aanvrager aangewezen worden. Deze aanvrgaer is de
                                    subsidieontvanger en draagt zorg voor de verdeling van de
                                    subsidie. </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e13648"><noot.nr>227</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Gedeputeerde Staten willen
                                            het mogelijk maken dat partijen een gezamenlijke
                                            aanvraag kunnen indienen. De totale investering per
                                            aanvraag moet dan € 4.000 of meer bedragen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al id="anker-H57689_0_10_24_82_"> Als de subsidie een
                                    steunmaatregel is dan moet het voldoen aan artikel 2 van de
                                    de-minimisverordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.10.4. Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_10_25_83_"> De subsidie als bedoeld in
                                    artikel 8.10.2 sub a bedraagt maximaal 25% van de subisidiabele
                                    kosten met een maximum van € 2.500 per aanvrager.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_10_25_84_"> De subsidie als bedoeld in
                                    artikel 8.10.2 sub b bedraagt € 200 of € 400, afhankelijk van de
                                    energiekosten per jaar, op basis van onderstaande tabel. </al><table><title>Tabel energiekosten per jaar</title><tgroup cols="4"><colspec colname="C4" colnum="4"/><colspec colname="C3" colnum="3"/><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><thead><row><entry><al/></entry><entry><al>energiekosten/jaar</al></entry><entry><al>energiekosten/jaar</al></entry><entry><al> &gt; 200.000kwh en/of 75.000m3 aardgas of
                                                  aardgasequivalenten</al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al/></entry><entry><al>&lt; € 10.000/jaar</al></entry><entry><al>€ 10.000/jaar &lt; € 30.000/jaar</al></entry><entry><al>&gt; € 30.000/jaar</al></entry></row><row><entry><al>maximale subsidie</al></entry><entry><al> € 200</al></entry><entry><al>€ 400</al></entry><entry><al>€ 0</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.10.5. Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_10_26_85_"> Uitsluitend kosten derden als
                                    bedoeld in artikel 1.1.5 zijn subsidiabel. Hierbij geldt dat de
                                    advieskosten van derden subsidiabel zijn tot een maximum van 5%
                                    van het totale investeringsbedrag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_10_26_86_"> In afwijking van artikel 1.1.6
                                    sub c zijnde kosten die zijn gemaakt voordat de aanvraag is
                                    ontvangen wel subsidiabel, mits deze gemaakt en betaald zijn tot
                                    maximaal zes maanden voorafgaand aan de subsidieaanvraag. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.10.6. Aanvullende stukken bij de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_10_27_87_"> De aanvrager maakt bij zijn
                                    aanvraag gebruik van een daartoe beschikbaar gesteld
                                    aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_10_27_88_"> De aanvrager overlegt in
                                    afwijking van artikel 1.2.1. tweede lid bij de aanvraag de
                                    volgende stukken:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_10_27_88_44_"> het
                                            energieonderzoek;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_10_27_88_45_"> de betaallijsten, alle
                                            (kopie)facturen, van de gemaakte en betaalde
                                            kosten.</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57689_0_10_27_88_46_"> [vervallen] </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.10.7. Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.10.8. Weigeringsgrond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_10_29_89_"> In aanvulling op artikel 1.3.1.
                                    wordt de subsidie geweigerd als:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_10_29_89_47_"> subsidie wordt
                                            aangevraagd voor uitsluitend een energieonderzoek;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_10_29_89_48_"> het energieonderzoek
                                            is uitgevoerd na realisatie van de energiebesparende
                                            maatregelen;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57689_0_10_29_89_49_"> voor het
                                            vestigingsadres al subsidie is verstrekt op basis van
                                            deze paragraaf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_10_29_90_"> De subsidie voor een
                                    energieonderzoek als bedoeld in artikel 8.10.2 sub b wordt
                                    geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_10_29_90_50_"> het onderzoek voor 3
                                            juli 2014 is uitgevoerd;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_10_29_90_51_"> het energieonderzoek
                                            als bedoeld in artikel 8.10.2. sub b een
                                            energieonderzoek ten behoeve van een sportvereniging
                                            is.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.11 Rijden op groengas en elektriciteit</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e13805"><noot.nr>228</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Gedeputeerde Staten willen
                                        gevolgen voor de gezondheid en het klimaat die door
                                        voertuigen worden veroorzaakt beperken en stellen subsidie
                                        beschikbaar voor de aanschaf van een elektrisch, aardgas of
                                        dual fuel voertuig. Het doel van deze subsidieregeling is om
                                        ondernemingen en particulieren te stimuleren deze voertuigen
                                        aan te schaffen. ]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 8.11.1. Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_30_91_"> aardgasvoertuig: een voertuig dat
                                    geschikt is voor het rijden op gasvormig (CNG) of vloeibaar
                                    (LNG) aardgas en groengas;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_30_92_"> dual fuel voertuig: voertuig dat
                                    rijdt op een mengsel van aardgas of groengas en diesel of
                                    benzine met een systeem dat valt onder het Nederlandse RDW dual
                                    fuel test programma of een officiële typegoedkeuring dual fuel
                                    heeft ;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_30_93_"> elektrisch voertuig: een voertuig
                                    dat uitsluitend voorzien is van een elektromotor. Toelichting:
                                    Dit betekent dat voertuigen waarvan de elektromotor gevoed kan
                                    worden door een motor/generator combinatie op fossiele
                                    brandstoffen en voertuigen voorzien van een elektromotor in
                                    combinatie met een verbrandingsmotor niet in aanmerking komen
                                    voor subsidie.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_30_94_"> nieuw voertuig: het voertuig
                                    wordt vanuit de fabriek geleverd, nieuw op kenteken gezet van de
                                    eerste eigenaar. Het voertuig mag na het verlaten van de fabriek
                                    geschikt gemaakt worden als elektrisch voertuig, aardgasvoertuig
                                    of dual fuel voertuig. Onder nieuw wordt ook een
                                    demonstratievoertuig verstaan mits de eerste eigenaar een
                                    autodealer en tweede eigenaar de betreffende subsidieaanvrager
                                    is, het voertuig niet ouder is dan 6 maanden én niet meer dan
                                    6000 km heeft gereden;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_30_95_"> onderneming: ieder eenheid
                                    ongeacht haar rechtsvorm, die een economische activiteit
                                    uitoefent;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_30_96_"> voertuig: ieder motorvoertuig met
                                    of zonder carrosserie, met minimaal twee zitplaatsen naast
                                    elkaar gelegen, op ten minste vier wielen en met een door de
                                    constructie bepaalde maximumsnelheid van meer dan 25 kilometer
                                    per uur, bestemd om aan het wegverkeer deel te nemen, alsmede
                                    aanhangwagens daarvan, met uitzondering van voertuigen die zich
                                    over rails voortbewegen, landbouwtrekkers en
                                    landbouwmachines.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.11.2. Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor de aanschaf of
                                lease van een nieuw elektrisch-, aardgas- of dual fuel-
                                voertuig;</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.11.3. Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_32_97_"> de aanvraag heeft betrekking op
                                    een nieuw voertuig;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_32_98_"> de aanvrager is op moment van het
                                    indienen van de aanvraag, ten minste zes maanden volgens het
                                    handelsregister fysiek gevestigd in of volgens het GBA
                                    woonachtig in Overijssel;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_32_99_"> indien de aanvrager een
                                    onderneming is, wordt geen subsidie verstrekt voor de aanschaf
                                    van een voertuig voor goederenvervoer over de weg, met
                                    uitzondering van de aanschaf van een LNG voertuig, mits dit LNG
                                    voertuig nog niet is aangeschaft en geleverd. Voor alle andere
                                    aanvragen geldt dat het voertuig al geleverd is en de aanvraag
                                    voor subsidie is ingediend binnen 26 weken na levering van het
                                    voertuig;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_32_100_"> het voertuig:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57689_0_11_32_100_52_"> rijdt vanuit een
                                            vaste vestiging in Overijssel of heeft de standplaats in
                                            Overijssel;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57689_0_11_32_100_53_"> wordt voor eigen
                                            gebruik aangeschaft of geleased; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_32_101_"> indien de aanvrager een
                                    natuurlijk persoon, een ZZP-er of een eenmanszaak is wordt
                                    subsidie verstrekt voor maximaal één voertuig. Ingeval van
                                    andere aanvragers wordt subsidie verstrekt voor maximaal 30
                                    voertuigen;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_32_102_"> indien de subsidie staatssteun
                                    oplevert in de zin van artikel 107, lid 1 van het VWEU dan moet
                                    de subsidie aan een onderneming voor de aanschaf van een LNG
                                    voertuig voldoen aan artikel 36 van de Algemene
                                    groepsvrijstellingsverordening, alle andere aanvragen van
                                    ondernemingen moeten voldoen aan de de-miniminisverordening of
                                    de-minimisverordening landbouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.11.4. Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr/><al>De subsidie bedraagt maximaal:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_33_103_"> € 1.000 per aardgasvoertuig,
                                    voertuigcategorie M1;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_33_104_"> € 3.000 per aardgasvoertuig,
                                    voertuigcategorie, M2 en N1;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_33_105_"> € 10.000 per aardgasvoertuig,
                                    voertuigcategorie, M3, N2 en N3;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_33_106_"> € 1.000 per elektrisch voertuig,
                                    voertuigcategorie M1, M2, M3, N1, N2 en N3;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_33_107_"> € 5.000 per dual fuel voertuig,
                                    voertuigcategorie, N2 en N3;</al></lid><lid><lidnr/><al>én bedraagt nooit meer dan €30.000 per aanvrager.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e13942"><noot.nr>229</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De hoogte van de subsidie
                                            is met uitzondering van het elektrisch voertuig
                                            afhankelijk van de voertuigcategorie. De
                                            voertuigcategorie is te vinden op het
                                            kentekenbewijs:</noot.al><noot.al>1. Categorie M: Voor het vervoer van personen
                                            ontworpen en gebouwde motorvoertuigen met ten minste
                                            vier wielen.</noot.al><noot.al>2. Categorie M1: Voor het vervoer van personen
                                            ontworpen en gebouwde voertuigen met ten hoogste acht
                                            zitplaatsen, die van de bestuurder niet
                                            meegerekend.</noot.al><noot.al>3. Categorie M2: Voor het vervoer van personen
                                            ontworpen en gebouwde voertuigen met meer dan acht
                                            zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend, en
                                            met een maximummassa van ten hoogste 5 ton.</noot.al><noot.al>4. Categorie M3: Voor het vervoer van personen
                                            ontworpen en gebouwde voertuigen met meer dan acht
                                            zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend, en
                                            met een maximummassa van meer dan 5 ton.</noot.al><noot.al>5. Categorie N: Voor het vervoer van goederen
                                            ontworpen en gebouwde voertuigen met ten minste vier
                                            wielen.</noot.al><noot.al>6. Categorie N1: Voor het vervoer van goederen
                                            ontworpen en gebouwde voertuigen met een maximummassa
                                            van ten hoogste 3,5 ton.</noot.al><noot.al>7. Categorie N2: Voor het vervoer van goederen
                                            ontworpen en gebouwde voertuigen met een maximummassa
                                            van meer dan 3,5 ton, doch niet meer dan 12
                                            ton.</noot.al><noot.al>8. Categorie N3: Voor het vervoer van goederen
                                            ontworpen en gebouwde voertuigen met een maximummassa
                                            van meer dan 12 ton. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.11.5 Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_34_108_"> In afwijking van artikel 1.1.5
                                    betreft de subsidie een forfaitair vastgesteld bedrag per
                                    voertuig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_34_109_"> In afwijking van artikel 1.1.6
                                    sub c zijn de kosten die gemaakt zijn voordat de aanvraag is
                                    ontvangen wel subsidiabel, met uitzondering van de kosten die
                                    gemaakt worden voor de aanschaf van een LNG voertuig.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.11.6. Bij aanvraag te overleggen gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_35_110_"> De aanvrager maakt bij de
                                    aanvraag voor subsidie gebruikt van het aanvraagformulier Rijden
                                    op groengas en elektriciteit. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_35_111_"> Indien de aanvraag betrekking
                                    heeft op de aanschaf van een LNG voertuig dan moet de aanvrager
                                    in afwijking van artikel 1.2.1 tweede lid een offerte van het
                                    nieuw aan te schaffen LNG voertuig overleggen waaruit de
                                    subsidiabele kosten blijken. In alle andere gevallen moet de
                                    aanvrager de volgende stukken overleggen:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57689_0_11_35_111_54_"> het leasecontract of
                                            aankoopbewijs van het nieuw aangeschafte elektrische,
                                            aardgas of dual fuel voertuig;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57689_0_11_35_111_55_"> een kopie van het
                                            kentekenbewijs inclusief tenaamstelling;</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57689_0_11_35_111_56_"> een bewijsstuk van de
                                            leverancier waaruit de afleverdatum van het voertuig
                                            blijkt;</al></li><li nr="iv."><al id="anker-H57689_0_11_35_111_57_"> indien de subsidie
                                            betrekking heeft op een demonstratievoertuig als bedoeld
                                            in artikel 8.11.1 sub e, een bewijsstuk van de
                                            kilometerstand van het betreffende voertuig;</al></li><li nr="v."><al id="anker-H57689_0_11_35_111_58_"> indien de aanvrager
                                            een onderneming is een de-minimisverklaring.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.11.7. Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.11.8. Weigeringsgrond</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.3.1. weigeren Gedeputeerde Staten de
                                    subsidie indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_37_112_"> voor de aanschaf of lease van
                                    het voertuig al een andere subsidie is ontvangen, met
                                    uitzondering van een subsidie op grond van de Subsidieregeling
                                    emissiearme taxi's en bestelauto's van het Rijk;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_37_113_"> de te verstrekken subsidie meer
                                    dan 25% van de aanschaf- of totale leasekosten voor het voertuig
                                    bedraagt;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_37_114_"> de aanvrager de provincie
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.11.9 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr/><al>De subsidieontvanger is, in aanvulling op artikel 1.4.1 en
                                    artikel 1.4.2 verplicht:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_38_115_"> het betreffende voertuig ten
                                    minste 12 maanden zelf te gebruiken;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_38_116_"> in geval van een subsidie voor
                                    de aanschaf van een LNG voertuig, het betreffende voertuig
                                    binnen 26 weken na datum van de verlening van de subsidie
                                    geleverd hebben gekregen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.11.10. Vaststelling subsidie</titel></kop><al>Een subsidie van € 25.000 of meer wordt, in afwijking van artikel
                                1.5.2 direct verleend en vastgesteld, met uitzondering van de
                                subsidie voor de aanschaf van een LNG voertuig, die wordt, in
                                afwijking van artikel 1.5.1, verleend en dan vastgesteld. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.11.11 Aanvullende stukken vaststelling subsidie
                                </titel></kop><lid><lidnr/><al>In geval van een subsidie voor de aanschaf van een LNG voertuig
                                    dan moet bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie de
                                    volgende gegevens overlegd worden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_40_117_"> een leasecontract of aankoop- en
                                    betaalbewijs;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_40_118_"> een kopie van het kentekenbewijs
                                    inclusief tenaamstelling;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_11_40_119_"> een bewijsstuk van de
                                    leverancier waaruit de afleverdatum van het voertuig
                                    blijkt.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.12 Duurzaam Dorp Overijssel</titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.13 Logistieke biomassaprojecten</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8.13.1. Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_13_41_120_"> Biomassa: de biologisch
                                    afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van
                                    de landbouw (met inbegrip van plantaardige en dierlijke
                                    stoffen), de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede de
                                    biologisch afbreekbare fractie van industrieel en huishoudelijk
                                    afval (conform Richtlijn 2001/77/EG).</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_13_41_121_"> Logistiek biomassaproject: een
                                    project voor het realiseren van een nieuwe biomassaketen met de
                                    activiteiten organiseren, plannen, besturen en uitvoeren van de
                                    goederenstroom biomassa. Onderdelen van een logistiek project
                                    zijn stappen als inzameling van biomassa, voorbewerking,
                                    tussenopslag, transport, bewerking van biomassa (transitie) en
                                    distributie van warmte, elektriciteit of biobrandstoffen naar de
                                    eindafnemer. Doel van deze projecten is om tegen optimale kosten
                                    en kapitaalgebruik de biomassawaardeketen te sluiten en nieuwe
                                    energie uit biomassa te produceren.</al><al><noot id="d11e14117"><noot.nr>230</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Van oudsher zijn er twee
                                            omvangrijke afzetmarkten voor biomassa: de voedselmarkt
                                            en de bestaande markt voor onder meer hout, olie,
                                            vezels, veevoer en compost. Hier komt een groeiende
                                            waardeketen bij, namelijk voor het gebruik van biomassa
                                            als groene materialen, als groene grondstof voor
                                            specifieke toepassingen in de chemie, als
                                            transportbrandstof en voor opwekking van duurzame
                                            energie. Biomassa inzetten voor duurzame energie is
                                            economisch gezien de meest laagwaardige toepassing, maar
                                            vanuit het oogpunt van benutting van de energie-inhoud
                                            is energieopwekking thans de meest toegepaste verwerking
                                            van biomassa. Voor energieopwekking zijn de meeste
                                            productiehoeveelheden biomassa beschikbaar. </noot.al><noot.al>De biomassaketen is een productketen en bestaat uit
                                            een aantal schakels die optimaal op elkaar afgestemd
                                            moeten worden. </noot.al><noot.al>Biomassa kan tot waarde worden gebracht door het
                                            opzetten van een biomassaketen. Daarom spreek je ook van
                                            een biomassawaardeketen. </noot.al><noot.al>De economische waarde binnen de keten neemt met
                                            elke schakel toe. Bijvoorbeeld gestapelde en gedroogde
                                            biomassa, en op maat verkleinde biomassa, heeft
                                            toenemend meer waarde voor de handel of de verwerker,
                                            dan verspreid liggende biomassa die nog ingezameld en
                                            voorbewerkt moet worden. </noot.al><noot.al>Projecten worden opgezet met het doel om
                                            samenwerking in de biomassaketen te bevorderen. Er is nu
                                            nog weinig of geen samenwerking in de waardeketen en
                                            biomassa wordt daarom niet geoogst, verhandeld en
                                            ingezet. Er is dringend behoefte aan het verbindingen
                                            maken tussen de schakels van de biomassaketen, opdat er
                                            een volwaardige markt voor biomassa tot stand komt. Het
                                            sluiten van ketens vergt een nauwe samenwerking tussen
                                            partijen, een sterke logistieke organisatie, en een
                                            rendabele manier van (her)gebruik van
                                            reststromen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_13_41_122_"> De-minimisverordening:
                                    verordening (EG) 1998/2006 PbEU L379/10b van de commissie van 15
                                    december 2006, betreffende de artikelen 107 en 108 Verdrag
                                    betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) op
                                    de-minimissteun.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57689_0_13_41_123_"> Deelnemer: een partij die
                                    aantoonbaar belang heeft bij het project, niet zijnde een
                                    natuurlijk persoon. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.13.2. Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al><noot id="d11e14148"><noot.nr>231</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Deze regeling is bedoeld om
                                        ketenprocessen bij nieuwe biomassaprojecten te sluiten en te
                                        optimaliseren. Onderdelen van een biomassaproject zijn
                                        stappen als inzameling, voorbewerking, tussenopslag,
                                        transport en bewerking van biomassa (transitie) en
                                        distributie van warmte, elektriciteit of brandstoffen naar
                                        een eindafnemer. Daar hoort ook bij het oogsten, eventueel
                                        voorbewerken (om kwaliteit te leveren) en tussenopslag
                                        (massa, continuïteit). ]</noot.al></noot></al><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor logistieke
                                biomassaprojecten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.13.3. Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>De aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 8.13.2 moet
                                    voldoen aan de volgende criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_13_43_124_"> De activiteit dient in
                                    hoofdzaak, meer dan 80% van de subsidie, binnen de grenzen van
                                    de provincie Overijssel plaats te vinden.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_13_43_125_"> De activiteit moet een
                                    terugverdientijd hebben van meer dan vijf jaar na
                                    subsidieverlening;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_13_43_126_"> De biomassa moet voldoen aan de
                                    duurzaamheidscriteria voor biomassa ten behoeve van
                                    energiedoeleinden, zoals bedoeld in NEN NTA 8080-1: 2015.nl en
                                    NTA 8080-2: 2015.nl.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57689_0_13_43_127_"> De activiteit heeft als doel om
                                    tegen optimale kosten en kapitaalgebruik een nieuwe
                                    biomassawaardeketen te sluiten en hernieuwbare energie uit
                                    biomassa te produceren.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57689_0_13_43_128_"> Indien de verleende subsidie een
                                    steunmaatregel is, dan moet de subsidie voldoen aan artikel 2
                                    van de de-minimisverordening.</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57689_0_13_43_129_"> er zijn minimaal twee deelnemers
                                    aan het logistieke biomassaproject, niet zijnde een ingenieurs-
                                    of adviesbureau.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.13.4. Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met
                                een maximum van € 20.000 per aanvraag.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.13.5. Subsidiabele kosten</titel></kop><al>[vervallen].</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.13.6. Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.13.7. Weigeringsgrond</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten weigeren de subsidie als de aanvraag de
                                    volgende voorzieningen betreft:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_13_47_130_"> wettelijk vereiste onderzoeken
                                    en maatregelen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_13_47_131_"> energiebesparende voorzieningen
                                    in huishoudens;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_13_47_132_"> een puur plantaardige olie als
                                    energiebron in de sector mobiliteit en transport.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.13.8. Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><al>De subsidieontvanger realiseert de activiteit uiterlijk drie jaar na
                                datum van subsidieverlening. Gedeputeerde Staten kunnen een
                                aanvrager, die hierom onder opgave van redenen verzoekt, uitstel van
                                de hiervoor bedoelde termijn verlenen van maximaal één jaar indien
                                sprake is van omstandigheden die voor de subsidieaanvrager ten tijde
                                van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening
                                redelijkerwijs niet voorzienbaar waren.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.14 Energielening ondernemingen</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e14249"><noot.nr>232</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Op grond van deze regeling kan
                                        een onderneming, waaronder verenigingen en stichtingen, een
                                        energielening aanvragen. ]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 8.14.1. Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_14_49_133_"> energielijst: lijst met de
                                    investeringen in bedrijfsmiddelen of in onderdelen daarvan, als
                                    bedoeld in de actuele energielijst, van de Rijksdienst Voor
                                    Ondernemend Nederland (RVO), met uitzondering van windturbines
                                    en ongeacht of de betreffende energiemaatregel met of zonder SDE
                                    is.</al><al><noot id="d11e14271"><noot.nr>233</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De geldende Energielijst
                                            is te vinden op rvo.nl. De energielijst is een overzicht
                                            van RVO van energie-investeringen die voor de fiscale
                                            Energie Investeringsaftrek regeling (EIA)in aanmerking
                                            komen. Deze lijst wordt elk jaar opnieuw opgesteld. De
                                            aangepaste lijst wordt elk jaar in april opgenomen in de
                                            regeling van de provincie Overijssel. Het overzicht van
                                            de energie-investeringen is opgedeeld in 5 categorieën.
                                            Deze subsidieparagraaf richt zich op categorie A
                                            bedrijfsgebouwen, B processen en D duurzame energie. Dit
                                            betekent dat een onderneming een energielening kan
                                            aanvragen bij de provincie voor investeringen die
                                            genoemd worden onder categorie A, B en D van de
                                            energielijst, met uitzondering van
                                            windturbines.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_14_49_134_"> energiemaatregel: een maatregel
                                    uit de categorie A, B of D van de Energielijst, met uitzondering
                                    van windturbines.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e14287"><noot.nr>234</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Een overzicht van
                                            investeringen die onder categorie A, B en D vallen is te
                                            vinden in de energielijst. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_14_49_135_"> energielening:
                                    stimuleringslening van Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn)
                                    ten behoeve van een energiemaatregel.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.14.2. Subsidiabele activiteit</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken in de vorm van
                                rentekorting op een, bij het SVn afgesloten, energielening ten
                                behoeve van energiemaatregelen uit de energielijst.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.14.3. Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag moet voldoen aan de volgende criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_14_51_136_"> de aanvrager is een
                                    privaatrechtelijke rechtspersoon, een maatschap, een
                                    vennootschap onder firma, een commanditaire vennootschap, een
                                    eenmanszaak of een kerkgenootschap;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_14_51_137_"> de aanvraag wordt gedaan voor
                                    een energiemaatregel ten behoeve van een vestiging in de
                                    provincie Overijssel, niet zijnde een vestigingsadres met
                                    bestemming wonen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_14_51_138_"> de energiemaatregel
                                    betreft:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57689_0_14_51_138_59_"> een technische
                                            voorziening ten behoeve van energiebesparing in of bij
                                            bedrijfsgebouwen, als bedoeld in de Energielijst onder
                                            categorie A; of</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57689_0_14_51_138_60_"> een technische
                                            voorziening ten behoeve van energiebesparing bij
                                            processen, als bedoeld in de Energielijst onder
                                            categorie B;</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57689_0_14_51_138_61_"> een technische
                                            voorziening ten behoeve van Duurzame energie opwekking
                                            inof bij bedrijfsgebouwen, als bedoeld in de
                                            Energielijst onder categorie D, met uitzondering van
                                            windturbines.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57689_0_14_51_139_"> de lening wordt aangevraagd bij
                                    het SvN en heeft </al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57689_0_14_51_139_62_"> een looptijd van 10
                                            jaar indien de aanvrager een stichting, vereniging of
                                            een kerkgenootschap betreft en </al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57689_0_14_51_139_63_"> een looptijd van 5
                                            jaar in alle andere gevallen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57689_0_14_51_140_"> de op de energielening te
                                    betalen rente bedraagt minimaal 1,5%;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57689_0_14_51_141_"> de hoofdsom van de
                                    energielening, bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten
                                    met een minimum van € 10.000 en een maximum van € 100.000;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57689_0_14_51_142_"> indien de energiemaatregel
                                    Photo-voltaïsche panelen betreft, bevat het dak waar de
                                    Photo-voltaïsche panelen worden geplaatst geen asbest;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57689_0_14_51_143_"> de aanvrager staat ten minste
                                    drie jaar ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en kan ten
                                    minste drie jaarverslagen van de meest recente boekjaren
                                    overleggen;</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57689_0_14_51_144_"><noot id="d11e14374"><noot.nr>235</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Voor de kredietbeoordeling
                                            van SVn dienen de laatste 3 jaarverslagen te worden
                                            overlegd.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al id="anker-H57689_0_14_51_145_"> als de subsidie een
                                    steunmaatregel is dan moet de subsidie voldoen aan de
                                    de-minimisverordening of de de-minimisverordening landbouw
                                    indien de aanvrager een landbouwonderneming is.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.14.4. Grondslag subsidie</titel></kop><al>De rentekorting bedraagt in beginsel 3% en is gebaseerd op de
                                geldende 5 jaars marktrente of 10 jaars marktrente die geldt op het
                                moment dat de aanvraag voor de energielening is ontvangen door
                                SvN.</al><al>De in rekening gebrachte rente bedraagt minimaal 1,5%.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.14.5. Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_14_53_146_"> Uitsluitend de aanschafkosten,
                                    inclusief de kosten die betaald worden aan derden om de
                                    energiemaatregel bedrijfsklaar te krijgen zijn subsidiabel,
                                    conform artikel 1.1.5 vierde lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_14_53_147_"> Indien de aanvrager geen
                                    landbouwonderneming betreft zijn in afwijking van artikel 1.1.6
                                    sub c zijn de kosten die gemaakt zijn buiten de projectperiode
                                    wel subsidiabel mits de kosten gemaakt zijn in de periode van
                                    maximaal zes maanden voorafgaand aan de datum waarop de aanvraag
                                    is ontvangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.14.6 Niet subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.1.6 sub a komen de volgende kosten
                                    niet in aanmerking voor de energielening:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_14_54_148_"> kosten voor bedrijfsmiddelen die
                                    eerder gebruikt zijn;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_14_54_149_"> kosten voor grond, woningen,
                                    personenauto's en vaartuigen die niet bestemd zijn voor
                                    goederenvervoer, dieren, effecten, vorderingen, goodwill,
                                    vergunningen, ontheffingen, concessies en andere
                                    publiekrechtelijke dispensaties;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_14_54_150_"> onderhoudskosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.14.7. Stukken bij de aanvraag tot
                                    subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_14_55_151_"> Een aanvraag wordt ingediend met
                                    het aanvraagformulier Energieleningen Ondernemingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_14_55_152_"> In afwijking van artikel 1.2.1
                                    tweede lid, overlegt de aanvrager bij de aanvraag de volgende
                                    stukken:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_14_55_152_64_"> een offerte waaruit
                                            de subsidiabele kosten van de energiemaatregel
                                            blijken;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_14_55_152_65_"> een
                                            de-minimisverklaring.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.14.8. Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks de maximale leenruimte
                                vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.14.9. Weigeringsgrond</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.3.1. weigeren Gedeputeerde Staten de
                                subsidie indien de benodigde vergunningen voor de energiemaatregel
                                niet zijn verkregen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.14.10. Betaling en bevoorschotting</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.3.3 eerste lid, wordt de rentekorting via
                                de lening bij SvN verrekend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.14.11 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.4.1 en 1.4.2 moet de subsidieontvanger
                                uiterlijk binnen vier maanden na ontvangst van de
                                subsidieverleningsbeschikking een aanvraag indienen bij SVn voor de
                                duurzaamheidlening.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.15 Gemeentelijk energieloket 2.0</titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.16 Duurzaamheidpremie particulieren</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken] </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.17 Duurzaamheidlening particuliere
                                woningeigenaar</titel></kop><structuurtekst><al> [Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.18 Duurzaamheidpremie Vereniging van
                                eigenaren</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.19 Duurzaamheidlening Vereniging van
                                Eigenaren</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.20 Hernieuwbare energie en
                                energie-efficiëntie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.1 Begripsbepalingen en
                                    uitsluitingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_20_60_153_"> In deze paragraaf wordt verstaan
                                    onder:</al><al><noot id="d11e14528"><noot.nr>236</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In dit artikel wordt in
                                            het eerste lid een aantal begrippen verduidelijkt die in
                                            deze paragraaf van het Uitvoeringsbesluit worden
                                            gehanteerd.</noot.al><noot.al>Ad f</noot.al><noot.al>Onder andere biomassa wordt in het kader van deze
                                            subsidie-paragraaf als hernieuwbare energiebron
                                            aangemerkt. </noot.al><noot.al>De AGV stelt geen eisen aan energie-installaties
                                            die biomassa gebruiken als brandstof om energie op te
                                            wekken. Om die reden is er in deze subsidie-paragraaf
                                            voor gekozen om alleen steun te verlenen aan het gebruik
                                            van energie-installaties die biomassa gebruiken als
                                            brandstof om energie op te wekken. Steun voor de
                                            productie van biobrandstoffen valt niet onder de
                                            onderhavige subsidie-paragraaf.</noot.al><noot.al>Biobrandstoffen zijn vloeibare of gasvormige
                                            producten die gewonnen worden uit plantaardig of
                                            dierlijk materiaal (biomassa) en worden gebruikt om
                                            energie op te wekken of als brandstof te dienen. Er
                                            bestaan al drie generaties biomassa. Tot biomassa van de
                                            eerste generatie worden voedselgewassen gerekend, zoals
                                            maïs, koolzaad, oliepalm, soja, suikerbiet, suikerriet
                                            en ook graan. Biomassa die niet aan voedsel zijn
                                            gerelateerd worden meestal de tweede generatie genoemd.
                                            Voorbeelden hiervan zijn houtsnippers, stro, de
                                            oneetbare gedeelten van voedselgewassen, dierlijk vet,
                                            gebruikt frituurvet en afval. Onder de derde generatie
                                            biomassa wordt in Nederland vooral algen verstaan. Algen
                                            worden overigens als bron voor biomassa niet op de markt
                                            verwacht voor het jaar 2020. </noot.al><noot.al>Ad r:</noot.al><noot.al>Naar verwachting levert de realisatie van een
                                            energieproject een aantal nieuwe arbeidsplaatsen op of
                                            kunnen als gevolg van het energieproject nieuwe
                                            arbeidsplaatsen worden behouden. De provincie wil daarin
                                            inzicht hebben. </noot.al><noot.al>Ad sub kk:</noot.al><noot.al>De subsidie-aanvrager moet in het projectplan
                                            aangeven wat de effecten zijn ten aanzien van
                                            energie-efficiëntie dan wel toename van hernieuwbare
                                            energie. Indien de subsidie-aanvrager een grote
                                            onderneming is, moet zij, naast het voorgaande, aantonen
                                            dat dat de subsidie een stimulerend effect op het
                                            energieproject heeft. Hierbij moet aan één of meer van
                                            de volgende criteria worden/zijn voldaan:</noot.al><noot.al>- een wezenlijke toename van de omvang van het
                                            energieproject of de activiteit als gevolg van de
                                            subsidie;</noot.al><noot.al>- een wezenlijke toename van de reikwijdte van het
                                            energieproject of de activiteit als gevolg van de
                                            subsidie;</noot.al><noot.al>- een wezenlijke toename van de totale uitgaven van
                                            de subsidie-ontvanger voor het energieproject of de
                                            activiteit als gevolg van de subsidie; </noot.al><noot.al>- een wezenlijke toename van de snelheid waarmee
                                            het betrokken energieproject of de activiteit wordt
                                            voltooid</noot.al><noot.al>Een eenvoudige verklaring van grote ondernemingen
                                            dat de subsidie de reikwijdte en omvang van het project
                                            vergroot volstaat niet om een stimulerend effect aan te
                                            tonen. Grote ondernemingen moeten de levensvatbaarheid
                                            van het project aan de hand van een vergelijking tussen
                                            scenario's met en zonder subsidie aantonen en daaruit
                                            moet blijken dat aan één of meer van de voorgaande
                                            criteria is voldaan. Gedeputeerde Staten zullen de
                                            analyse van de grote onderneming en de door haar
                                            verstrekte bewijsstukken op hun geloofwaardigheid
                                            toetsen.]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_66_"> adviescommissie: door
                                            Gedeputeerde Staten bij besluit d.d. 13 november 2012
                                            ingestelde commissie;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_67_"> AGV: Verordening (EU)
                                            nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij
                                            bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107
                                            en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar
                                            worden verklaard (Pb. 2014, L 187/1), of diens
                                            opvolger;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_68_"> bank: een bank zoals
                                            gedefinieerd in de Wet op het financieel toezicht of een
                                            aan een bank gelieerd beleggingsfonds, al dan niet via
                                            een beheerder, zoals gedefinieerd in de Wet op het
                                            financieel toezicht waarbij de bank of het
                                            beleggingsfonds handelt op grond van een vergunning van
                                            de Autoriteit Financiële Markten;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_69_"> basisniveau
                                            schilisolatie: per mogelijke soort woning is een
                                            basisniveau voor de schilisolatie vastgesteld;
                                            basisniveau van woninggebonden energieverbruik voor een:
                                            (a) rijwoning is 0,55 Gigajoule per m2, (b)
                                            galerijwoning 0,45 Gigajoule per m2, (c) portiekwoning
                                            0,45 Gigajoule per m2 en voor (d) twee-onder-een-kap
                                            woning 0,50 Gigajoule per m2;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_70_"> [vervallen]</al></li><li nr="f."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_71_"> biomassa: de
                                            energie-installatie die biomassa gebruikt als brandstof
                                            om energie op te wekken, waarbij de invoer voor de
                                            energie-installatie per kalenderjaar voor maximaal 20%
                                            mag bestaan uit eerste generatie biomassa, mits deze
                                            biomassa geheel afkomstig is uit een gebied binnen een
                                            straal van 150 kilometer rondom de locatie waar de
                                            bio-energie-installate is gevestigd. De overige invoer
                                            dient te bestaan uit tweede of derde generatie biomassa,
                                            waarbij ten aanzien van de tweede generatie geldt dat
                                            deze per kalenderjaar voor minimaal 50% afkomstig moet
                                            zijn uit een gebied binnen een straal van 150 kilometer
                                            rondom de locatie waar de bio-energie-installatie is
                                            gevestigd. De biomassa (zowel eerste, tweede als derde
                                            generatie) dient te allen tijde te voldoen aan de eisen
                                            die voortvloeien uit de NTA 8080-1: 2015.nl en NTA
                                            8080-2: 2015.nl (Nederlandse Technische Afspraak). Voor
                                            houtige biomassa geldt dat deze voor 100% afkomstig moet
                                            zijn uit een van de lidstaten van de Europese Unie, waar
                                            bosbouw wordt geacht duurzaam plaats te vinden;</al></li><li nr="g."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_72_"> BW: het Nederlandse
                                            burgerlijk wetboek;</al></li><li nr="h."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_73_"> EU-norm:</al></li><li nr="-"><al id="anker-H57689_0_20_60_153_74_"> een verplichte
                                            EU-norm waarbij de op milieugebied te bereiken normen
                                            per onderneming zijn vastgesteld, of</al></li><li nr="-"><al id="anker-H57689_0_20_60_153_75_"> de verplichting op
                                            grond van Richtlijn 2010/75/EU om de beste beschikbare
                                            technieken (BAT's) te gebruiken en ervoor te zorgen dat
                                            de emissieniveaus van verontreinigende stoffen niet
                                            hoger zijn dan bij de toepassing van de BAT's. Voor de
                                            gevallen waarin de met de BAT's geassocieerde
                                            emissieniveaus zijn bepaald in uitvoeringshandelingen
                                            die op grond van Richtlijn 2010/75/EU zijn vastgesteld,
                                            zullen die niveaus gelden. Wanneer die niveaus als een
                                            bandbreedte zijn geformuleerd, zal de grens waar de BAT
                                            het eerst wordt bereikt, van toepassing zijn;</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_76_"> concern: een groep
                                            als bedoeld in artikel 2:24b BW waartoe de aanvrager
                                            voor een subsidie behoort, welke groep is gericht op een
                                            duurzame deelneming aan het economische verkeer;</al></li><li nr="j."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_77_"> de-minimissteun:
                                            steun die voldoet aan de voorwaarden van de
                                            de-minimisverordening;</al></li><li nr="k."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_78_">
                                            de-minimisverordening: Verordening (EU) nr. 1407/2013
                                            van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de
                                            toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag
                                            betreffende de werking van de Europese Unie op
                                            de-minimissteun (Pb. 2014, L 352/1), of diens
                                            opvolger;</al></li><li nr="l."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_79_"> dochtermaatschappij:
                                            een dochtermaatschappij als bedoeld in artikel 2:24a
                                            BW;</al></li><li nr="m."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_80_"> EBITDA: Earnings
                                            Before Interest, Taxes, Depreciation and
                                            Amortization;</al></li><li nr="n."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_81_">
                                            energie-efficiëntiemaatregelen: maatregelen die een
                                            subsidie-aanvrager in staat stellen zijn
                                            energieverbruik, met name in zijn productiecyclus, - of
                                            in geval van woningcorporaties van hun huurders - te
                                            verminderen, waaronder in het geval van
                                            woningcorporaties mede wordt begrepen de bouwkundige
                                            aanpassingen aan woningen die nodig zijn om de
                                            energiemaatregelen te realiseren of andere onderhoud- of
                                            verbetermaatregelen die fysieke samenhang hebben met de
                                            te realiseren energie-efficiëntiemaatregelen;</al></li><li nr="o."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_82_"> Energiefonds
                                            Overijssel II B.V.: de besloten vennootschap met
                                            beperkte aansprakelijkheid Energiefonds Overijssel II
                                            B.V. die in mandaat voor Gedeputeerde Staten deze
                                            subsidieparagraaf uitvoert;</al></li><li nr="p."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_83_"> energieproject: een
                                            project waarbij:</al></li><li nr="-"><al id="anker-H57689_0_20_60_153_84_">
                                            energie-efficiëntiemaatregelen worden genomen waardoor
                                            het verbruik van niet-hernieuwbare energie in de
                                            provincie Overijssel wordt gereduceerd door middel van
                                            een bekende en bewezen techniek; of</al></li><li nr="-"><al id="anker-H57689_0_20_60_153_85_"> binnen de provincie
                                            Overijssel hernieuwbare energie wordt opgewekt c.q. de
                                            opwekking van hernieuwbare energie wordt vergroot;</al></li><li nr="q."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_86_"> garantie: de
                                            overeenkomst tussen Energiefonds Overijssel II B.V. en
                                            de bank betreffende de zekerheid tot aflossing van het
                                            krediet dat de aanvrager van de garantie ten aanzien van
                                            het energieproject van de bank heeft verkregen;</al></li><li nr="r."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_87_"> gecreëerde
                                            arbeidsplaats: de permanent bezette en tot volledige
                                            dagtaak omgerekende arbeidsplaats op jaarbasis (1 fte),
                                            gebaseerd op een arbeidsovereenkomst voor een
                                            aaneengesloten periode van minimaal 12 maanden welke met
                                            het energieproject wordt geschapen of in stand wordt
                                            gelaten;</al></li><li nr="s."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_88_"> grote onderneming:
                                            een onderneming die niet onder de definitie van
                                            middelgrote- en/of kleine onderneming valt;</al></li><li nr="t."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_89_"> hernieuwbare energie:
                                            energie opgewekt met installaties waarbij uitsluitend
                                            van hernieuwbare energiebronnen wordt gebruikgemaakt,
                                            alsmede het aandeel in calorische waarde van de met
                                            hernieuwbare energiebronnen in hybride installaties
                                            opgewekte energie die ook met conventionele
                                            energiebronnen werken;</al></li><li nr="u."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_90_"> hernieuwbare
                                            energiebronnen: de volgende hernieuwbare, niet-fossiele
                                            energiebronnen: zonne-energie, geothermische energie,
                                            hydrothermische energie, aerothermische energie,
                                            waterkracht, biomassa, stortgas,
                                            rioolwaterzuiveringsgas, biogas;</al></li><li nr="v."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_91_"> in aanmerking komende
                                            kosten: de extra investeringskosten van het
                                            energieproject ten opzichte van de
                                            referentie-investering;</al></li><li nr="w."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_92_"> kleine onderneming:
                                            een onderneming in de zin van Bijlage I van de AGV, met
                                            minder dan 50 werknemers, met een jaaromzet of een
                                            jaarlijks balanstotaal van maximaal € 10 miljoen. Een
                                            onderneming wordt niet als een kleine onderneming
                                            aangemerkt indien één of meer overheidsinstanties of
                                            openbare lichamen gezamenlijk direct of indirect
                                            zeggenschap heeft of hebben over 25% of meer van het
                                            kapitaal of de stemrechten, behoudens de in artikel 3,
                                            tweede lid, tweede alinea van Bijlage I van de AGV
                                            bedoelde gevallen;</al></li><li nr="x."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_93_"> krediet: krediet dat
                                            de aanvrager van de garantie van de bank heeft gekregen
                                            voor het uitvoeren van een energieproject;</al></li><li nr="y."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_94_"> kredietovereenkomst:
                                            overeenkomst tussen de bank en de aanvrager van de
                                            garantie op grond waarvan de bank geld voor de
                                            uitvoering van een energieproject ter leen verstrekt of
                                            zal verstrekken;</al></li><li nr="z."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_95_"> maatschappelijk
                                            rendement: de als gevolg van de door de ontvangen
                                            subsidie gerealiseerde energie-efficiëntie c.q.
                                            opwekking van hernieuwbare energie en de als gevolg van
                                            de door de ontvangen subsidie gecreëerde arbeidsplaatsen
                                            gezamenlijk;</al></li><li nr="aa."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_96_"> marktconforme premie:
                                            premie die wordt berekend conform de safe-harbour
                                            premies zoals opgenomen in paragraaf 3.3 van de
                                            Mededeling-garanties;</al></li><li nr="bb."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_97_"> marktconforme rente:
                                            rente die wordt berekend conform de methode in de
                                            Mededeling-rentepercentages;</al></li><li nr="cc."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_98_"> Mededeling-garanties:
                                            Mededeling van de Europese Commissie betreffende de
                                            toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag
                                            op staatssteun in de vorm van garanties (Pb. 2008,
                                            C155/10) en de rectificatie van de Commissie daarop
                                            zoals gepubliceerd in Pb. 2008, C244/32, of diens
                                            opvolger;</al></li><li nr="dd."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_99_">
                                            Mededeling-rentepercentages: Mededeling van de Commissie
                                            over de herziening van de methode waarmee de referentie-
                                            en disconteringspercentages worden vastgesteld (Pb.
                                            2008, C14/6) of diens opvolger;</al></li><li nr="ee."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_100_"> middelgrote
                                            onderneming: een onderneming in de zin van Bijlage I van
                                            de AGV, met minder dan 250 werknemers, met een jaaromzet
                                            van maximaal € 50 miljoen, of een balanstotaal van
                                            maximaal € 43 miljoen. Een onderneming wordt niet als
                                            een middelgrote onderneming aangemerkt indien één of
                                            meer overheidsinstanties of openbare lichamen
                                            gezamenlijk direct of indirect zeggenschap heeft of
                                            hebben over 25% of meer van het kapitaal of de
                                            stemrechten, behoudens de in artikel 3, tweede lid,
                                            tweede alinea van Bijlage I van de AGV bedoelde
                                            gevallen;</al></li><li nr="ff."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_101_"> moedermaatschappij:
                                            de nauwst met een aanvrager verbonden persoon ten
                                            aanzien van wie een ratingverklaring is of kan worden
                                            afgegeven;</al></li><li nr="gg."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_102_"> niet-hernieuwbare
                                            energie: energie die niet voldoet aan de definitie van
                                            hernieuwbare energie;</al></li><li nr="hh."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_103_"> onderneming: een
                                            natuurlijke of rechtspersoon die een economische
                                            activiteit uitoefent ongeacht de rechtsvorm of de wijze
                                            van financiering; een concern wordt als één onderneming
                                            aangemerkt;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_104_"> ondernemingen in
                                            financiële moeilijkheden: middelgrote en kleine
                                            ondernemingen die voldoen aan artikel 2, lid 18,
                                            AGV;</al></li><li nr="jj."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_105_"> premiekorting: de
                                            korting op de premie ten opzichte van de marktconforme
                                            premie;</al></li><li nr="kk."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_106_"> projectplan: een
                                            inhoudelijk werkplan waarin onder andere een
                                            beschrijving c.q. gemotiveerde inschatting van de door
                                            de ontvangen subsidie te verwachten energie-efficiëntie
                                            c.q. toename van hernieuwbare energie is opgenomen.
                                            Grote ondernemingen tonen in dit projectplan aan dat de
                                            subsidie een stimulerend effect, zoals bedoeld in
                                            artikel 6, derde lid, van de AGV, op het energieproject
                                            heeft;</al></li><li nr="ll."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_107_"> provincie: de
                                            publiekrechtelijke rechtspersoon de provincie
                                            Overijssel;</al></li><li nr="mm."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_108_"> ratingverklaring:
                                            een door GS geaccepteerde verklaring waaruit de rating
                                            van de aanvrager van een subsidie blijkt conform de
                                            Mededeling-rentepercentages en Mededeling-garanties, dan
                                            wel van diens moedermaatschappij, indien de aanvrager
                                            geen rating heeft of kan verkrijgen vanwege het
                                            ontbreken van een kredietverleden;</al></li><li nr="nn."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_109_">
                                            referentie-investering:</al></li><li nr="-"><al id="anker-H57689_0_20_60_153_110_"> bij
                                            energie-efficiëntiemaatregelen: een technisch
                                            vergelijkbare investering aan het energieproject die een
                                            lager niveau van milieubescherming biedt die
                                            overeenstemt met de verplichte EU-normen (voor zover die
                                            bestaan) en waarvan aannemelijk is dat zij zonder steun
                                            zou worden uitgevoerd. Een technisch vergelijkbare
                                            investering is een investering met dezelfde
                                            productiecapaciteit en alle andere technische
                                            eigenschappen (met uitzondering van die welke
                                            rechtstreeks op de extra investering voor
                                            milieubescherming betrekking hebben) die uit zakelijk
                                            oogpunt een geloofwaardig alternatief is voor het
                                            energieproject.</al></li><li nr="-"><al id="anker-H57689_0_20_60_153_111_"> bij hernieuwbare
                                            energie: wanneer de kosten van investeringen in de
                                            productie van energie uit hernieuwbare energiebronnen
                                            kunnen worden vastgesteld ten opzichte van een
                                            vergelijkbare, minder milieuvriendelijke investering die
                                            zonder de steun op geloofwaardige wijze zou zijn
                                            verricht, levert dit verschil tussen de kosten van beide
                                            investeringen de met hernieuwbare energie verband
                                            houdende kosten op en geldt dit als de in aanmerking
                                            komende kosten;</al></li><li nr="oo."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_112_"> rentekorting: de
                                            korting op rente ten opzichte van de marktconforme
                                            rente;</al></li><li nr="pp."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_113_"> terugverdienplan:
                                            een plan waarin de haalbaarheid, de commerciële
                                            levensvatbaarheid en de terugverdientijd van het
                                            energieproject is uitgewerkt;</al></li><li nr="qq."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_114_"> terugverdientijd: de
                                            tijd die nodig is om de extra investeringskosten terug
                                            te verdienen;</al></li><li nr="rr."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_115_">
                                            uitvoeringsovereenkomst: de overeenkomst als bedoeld in
                                            artikel 4:36 van de Awb die de provincie Overijssel met
                                            de subsidieontvanger sluit ter uitwerking van de
                                            beschikking tot subsidieverlening;</al></li><li nr="ss."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_116_"> verbonden persoon:
                                            met betrekking tot een tot het concern behorende
                                            rechtspersoon of vennootschap, elke persoon of
                                            vennootschap waarvan eerstbedoelde persoon of
                                            vennootschap een dochtermaatschappij is;</al></li><li nr="tt."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_117_"> website:
                                            http://www.energiefondsoverijssel.nl/; </al></li><li nr="uu."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_118_"> woningcorporatie:
                                            toegelaten instelling in de zin van artikel 70, eerste
                                            lid, van de Woningwet.</al></li><li nr="vv."><al id="anker-H57689_0_20_60_153_119_"> woonlasten: het
                                            totaal aan huur- en energiekosten per woning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_20_60_154_"> Van subsidie zijn expliciet
                                    uitgesloten:</al><al><noot id="d11e14736"><noot.nr>237</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In het tweede lid is
                                            aangegeven dat het verstrekken van subsidie voor
                                            bepaalde vormen van activiteiten dan wel bepaalde
                                            sectoren niet toegestaan is. Deze uitsluitingsgronden,
                                            met uitzondering van sub c (kolenindustrie) en e (wind-
                                            en kernenergie), vloeien voort uit artikel 1, lid 2, sub
                                            c, lid 3, sub a, en lid 4, sub c, van de AGV. Om te
                                            bepalen of er sprake is van één van deze vormen van
                                            steun, dient dan ook acht te worden geslagen op het
                                            bepaalde in de AGV, waarbij ook de definities van
                                            bepaalde begrippen in dat artikel in de AGV zijn
                                            opgenomen. Subsidiëring voor wind-en kernenergie acht de
                                            provincie Overijssel niet wenselijk in het kader van de
                                            uitvoering van het Ubs. ]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_20_60_154_120_"> exportsteun;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_20_60_154_121_"> steun ten behoeve
                                            van werkzaamheden in de sectoren visserij en
                                            aquacultuur;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57689_0_20_60_154_122_"> steun ten behoeve
                                            van werkzaamheden in de kolenindustrie;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57689_0_20_60_154_123_"> steun aan
                                            ondernemingen in moeilijkheden;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57689_0_20_60_154_124_"> steun ten behoeve
                                            van wind- en kernenergie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57689_0_20_60_155_"> De uitvoering van deze paragraaf
                                    is door Gedeputeerde Staten gemandateerd aan de besloten
                                    vennootschap Energiefonds Overijssel II B.V.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e14768"><noot.nr>238</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In het derde lid is
                                            bepaald dat Gedeputeerde Staten de uitvoering van deze
                                            paragraaf hebben gemandateerd aan de besloten
                                            vennootschap Energiefonds Overijssel II B.V. Provinciale
                                            Staten van de Provincie Overijssel hebben op 21
                                            september 2011 (PS 2011/461) besloten tot uitwerking van
                                            een fonds genaamd "Energiefonds Overijssel". Het
                                            Energiefonds Overijssel biedt ondernemers en
                                            woningcorporaties de mogelijkheid om hun projecten op
                                            het gebied van energie-efficiëntie en het produceren van
                                            nieuwe energie te financieren. Niet op de traditionele
                                            manier met subsidies maar door participaties, leningen
                                            en garanties. Het Energiefonds Overijssel kent een
                                            totale omvang van maximaal door de Provincie Overijssel
                                            ter beschikking gestelde financiële middelen van 250
                                            miljoen EURO; Voor de uitvoering van de activiteiten van
                                            het Energiefonds Overijssel heeft de provincie
                                            Overijssel de besloten vennootschap Energiefonds
                                            Overijssel I B.V. opgericht, welke vennootschap op haar
                                            beurt Energiefonds Overijssel II B.V. heeft opgericht.
                                            De besloten vennootschap Energiefonds Overijssel II B.V.
                                            is namens het college van Gedeputeerde Staten van de
                                            Provincie Overijssel op basis van het GS-mandaat
                                            verantwoordelijk voor het uitvoeren van deze paragraaf.
                                            Energiefonds Overijssel I B.V. houdt zich bezig met
                                            risicokapitaal. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subparagraaf 8.20.1 Hernieuwbare energie en energiebesparing door
                                woningcorporaties</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.1.1 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_61_156_"> Gedeputeerde Staten kunnen aan
                                    een woningcorporatie die tevens partij is bij het "Convenant
                                    Energiebesparing Woningcorporaties Overijssel d.d. 28 juni 2012"
                                    op aanvraag subsidie verlenen in de vorm van een geldlening. De
                                    subsidie wordt conform artikel 8.20.1.13 terugbetaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_61_157_"> De subsidie bedoeld in het
                                    vorige lid kan uitsluitend worden verstrekt voor de in
                                    aanmerking komende kosten van een energieproject:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_21_61_157_125_"> voor
                                            energiebesparingsmaatregelen die worden genomen bij
                                            woningen door aanpassing of vervanging van een vloer,
                                            muur, plafond of beglazing indien en voor zover de
                                            woning na de uitvoering van deze
                                            energiebesparingsmaatregelen ten minste classificeert
                                            als een label C woning;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_21_61_157_126_"> voor andere
                                            maatregelen ten behoeve van het energieproject die een
                                            hoger energielabel tot gevolg hebben, indien en voor
                                            zover de woning tenminste classificeert als een label C
                                            woning. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_61_158_"> Subsidie voor een energieproject
                                    op grond van deze paragraaf wordt niet verleend, indien voor dat
                                    energieproject al subsidie is verleend of aangevraagd op grond
                                    van paragraaf 8.20.3 "Energiebesparingen door
                                    ondernemingen".</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_61_159_"> [vervallen]</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e14814"><noot.nr>239</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>25 Overijsselse
                                            woningcorporaties en de provincie Overijssel hebben op
                                            28 juni 2012 het Convenant Energiebesparing
                                            Woningcorporaties Overijssel ondertekend. Deze
                                            corporaties vertegenwoordigen 90% van de sociale
                                            huurwoningvoorraad in Overijssel. In Overijssel zijn 35
                                            woningcorporaties actief die in totaal 135.000 sociale
                                            huurwoningen bezitten. Dat is 1/3 deel van de
                                            woningvoorraad in Overijssel. 110.000 sociale
                                            huurwoningen hebben energielabel C of lager.
                                            Woningcorporaties die het Convenant Energiebesparing
                                            Woningcorporaties Overijssel hebben ondertekend kunnen
                                            een beroep doen op de onderhavige subsidieparagraaf. In
                                            het kader van de uitvoering van deze subsidieparagraaf
                                            gaat het daarbij om woningcorporaties die het Convenant
                                            op 28 juni 2012 hebben getekend, alsmede om
                                            woningcorporaties die op een later moment het Convenant
                                            alsnog hebben getekend. In deze subsidieparagraaf is
                                            aangesloten bij de afspraken voortvloeiend uit voormeld
                                            Convenant.</noot.al><noot.al>Alleen de in aanmerking komende kosten kunnen
                                            worden gesubsidieerd. Dit is een eis die voortvloeit uit
                                            de AGV. In de begripsbepalingen is gedefinieerd wat
                                            onder ‘in aanmerking komende kosten' moet worden
                                            verstaan. De opsomming van lid 2 sub a is limitatief.
                                            Onder hoger energielabel dan energielabel C in de zin
                                            van lid 2 sub b van dit artikel wordt bijvoorbeeld label
                                            A of B verstaan. Onder andere maatregelen in de zin van
                                            lid 2 sub b wordt bijvoorbeeld verstaan: zonnepanelen of
                                            centrale verwarming. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.1.2. Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor een geldlening moet voldoen aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_62_160_"> de aanvraag moet ingediend
                                    worden voor bestaande woningen in de provincie Overijssel van de
                                    woningcorporatie;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e14840"><noot.nr>240</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Onder bestaande woningen
                                            in het kader van deze paragraaf worden woningen verstaan
                                            die op peildatum 1 januari 2012 waren opgericht.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_62_161_"> de in artikel 8.20.1.1 genoemde
                                    activiteiten dienen aan de onder a van dit artikel genoemde
                                    woning(en) plaats te vinden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_62_162_"> de aanvraag voldoet, naar het
                                    oordeel van Gedeputeerde Staten, aan de voorwaarden van de
                                    de-minimisverordening of de AGV. Gedeputeerde Staten kunnen, in
                                    voorkomend geval, het voornemen tot verlening van een subsidie
                                    voor een aanvraag die niet voldoet aan de de-minimisverordening
                                    of de AGV aanmelden bij de Europese Commissie indien de aanvraag
                                    naar het oordeel van Gedeputeerde Staten een aanzienlijke
                                    bijdrage levert aan de beleidsdoelstellingen van de Provincie
                                    Overijssel op het gebied van hernieuwbare energie en
                                    energiebesparingsmaatregelen de kans op goedkeuring door de
                                    Europese Commissie naar het oordeel van Gedeputeerde Staten hoog
                                    is. Gedeputeerde Staten kunnen de subsidie onder de opschortende
                                    voorwaarde van goedkeuring door de Europese Commissie
                                    verlenen;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e14861"><noot.nr>241</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Gedeputeerde Staten zullen
                                            beleidsregels opstellen over de vraag in welke gevallen
                                            tot melding bij de Europese Commissie dient te worden
                                            overgegaan. Gedurende de meldingsprocedure kan de
                                            subsidie onder de opschortende voorwaarde van
                                            goedkeuring door de Europese Commissie worden verleend.
                                            De subsidie mag echter, voorafgaande aan de goedkeuring,
                                            niet worden uitgekeerd. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_62_163_"> De subsidie wordt verstrekt
                                    onder de opschortende voorwaarde dat ter uitvoering van de
                                    beschikking tot subsidieverlening een uitvoeringsovereenkomst is
                                    gesloten;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e14877"><noot.nr>242</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 4:36 van de Awb
                                            maakt het sluiten van een zogenaamde
                                            uitvoeringsovereenkomst mogelijk met name met het oog op
                                            subsidies die worden verleend in de vorm van een
                                            garantie of een lening. In sub d van dit artikel is in
                                            overeenstemming met artikel 4:33 sub a van de Awb het
                                            sluiten van de uitvoeringsovereenkomst als voorwaarde
                                            voor subsidieverlening opgenomen. In artikel 8.20.1.12,
                                            eerste lid, is opgenomen dat de uitvoeringsovereenkomst
                                            uiterlijk acht weken na het verlenen van de subsidie
                                            wordt aangegaan. In artikel 8.20.1.11 zijn de
                                            belangrijkste uitgangspunten van de
                                            uitvoeringsovereenkomst opgenomen. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_62_164_"> De subsidie wordt verleend voor
                                    zover door de rentekorting de totale steun die de
                                    woningcorporatie met betrekking tot dezelfde - elkaar geheel of
                                    gedeeltelijk overlappende- in aanmerking komende kosten geniet,
                                    ongeacht of deze steun door het Rijk, andere publiekrechtelijke
                                    rechtspersonen of openbare lichamen dan wel de daaraan gelieerde
                                    instellingen of de Europese Commissie is verstrekt, niet hoger
                                    is dan:</al><lijst><li nr="-"><al id="anker-H57689_0_21_62_164_127_"> bij hernieuwbare
                                            energie:</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57689_0_21_62_164_128_"> 45% van de in
                                            aanmerking komende kosten als de aanvrager een grote
                                            onderneming is;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57689_0_21_62_164_129_"> 55% van de in
                                            aanmerking komende kosten als de aanvrager een
                                            middelgrote onderneming is; en</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57689_0_21_62_164_130_"> 65% van de in
                                            aanmerking komende kosten als de aanvrager een kleine
                                            onderneming is;</al></li><li nr="-"><al id="anker-H57689_0_21_62_164_131_"> bij
                                            energiebesparingsmaatregelen:</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57689_0_21_62_164_132_"> 20% van de in
                                            aanmerking komende kosten als de aanvrager een grote
                                            onderneming is;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57689_0_21_62_164_133_"> 30% van de in
                                            aanmerking komende kosten als de aanvrager een
                                            middelgrote onderneming is; en</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57689_0_21_62_164_134_"> 40% van de in
                                            aanmerking komende kosten als de aanvrager een kleine
                                            onderneming is;</al><al><noot id="d11e14916"><noot.nr>243</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Bij de verlening
                                                  van de rentekorting verlenen Gedeputeerde Staten
                                                  staatssteun aan de woningcorporaties. De steun die
                                                  de woningcorporaties per project genieten mag niet
                                                  hoger uitkomen dan de genoemde steunpercentages en
                                                  het steunplafond van € 7,5 miljoen. Daarbij is het
                                                  van belang dat bij de beoordeling of de
                                                  steunpercentages en het steunplafond zijn
                                                  overschreden, alle steun, ongeacht uit welke bron
                                                  (lokaal, regionaal, nationaal, Europees) de steun
                                                  afkomstig is, die de aanvrager voor het project
                                                  heeft ontvangen, meegeteld wordt. Gedeputeerde
                                                  Staten zullen vóór de subsidieverlening toetsen of
                                                  de subsidieverlening door Gedeputeerde Staten tot
                                                  overschrijding van genoemde steunpercentages en/of
                                                  steunplafond leidt. De steunpercentages ten
                                                  aanzien van hernieuwbare energie zijn gebaseerd op
                                                  artikel 23, lid 2, van de AGV. De steunpercentages
                                                  ten aanzien van energiebesparingsmaatregelen zijn
                                                  gebaseerd op artikel 21, lid 4, van de AGV. Het
                                                  steunplafond van € 7,5 miljoen vloeit voort uit
                                                  artikel 6, lid 1, sub b, van de AGV. </noot.al><noot.al>Om te kunnen bepalen of het maximum
                                                  steunpercentage en het steunplafond niet worden
                                                  overschreden, dient per te verlenen subsidie te
                                                  worden bepaald wat het steunbedrag is. Om te
                                                  bepalen wat het steunbedrag is dat wordt verleend
                                                  aan een woningcorporatie dient het verschil te
                                                  worden vastgesteld tussen de rente die conform de
                                                  Mededeling-rentepercentages is vastgesteld (dit is
                                                  in de definties in deze paragraaf gedefinieerd als
                                                  "marktconforme rente") en de rente die
                                                  daadwerkelijk wordt betaald door de
                                                  woningcorporatie, waarbij van dit verschil de
                                                  contante waarde moet worden berekend. Bij het
                                                  vaststellen van de rente die op grond van de
                                                  Mededinging-rentepercentages geldt, moet het
                                                  rentepercentage worden vastgesteld dat van
                                                  toepassing is op het moment van het verstrekken
                                                  van de lening. Concreet wil dat zeggen dat steeds
                                                  moet worden nagegaan welk basisrentepercentage van
                                                  toepassing is op het moment van het verstrekken
                                                  van de lening </noot.al><noot.al>(zie
                                                  http://ec.europa.eu/competition/state_aid/legislation/reference_rates.html),
                                                  waarna vervolgens het basisrentepercentage met een
                                                  opslag moet worden verhoogd. De hoogte van de
                                                  opslag is afhankelijk van de rating van de
                                                  woningcorporatie en de door de woningcorporatie
                                                  verschafte zekerheden. De opslag varieert tussen
                                                  60 basispunten (0,6%) en 1000 basispunten (10%).
                                                  Voor startende ondernemingen zonder
                                                  kredietverleden, zoals special-purpose vehicles,
                                                  geldt dat het basisrentepercentage met minstens 4%
                                                  moet worden verhoogd, maar de opslag kan nooit
                                                  lager zijn dan de opslag die geldt voor de
                                                  moedermaatschappij als deze aanwezig is.</noot.al><noot.al>Deze methode die in de
                                                  Mededeling-rentepercentages is vastgesteld dient
                                                  verplicht te worden toegepast op grond van de AGV.
                                                  Wanneer de rente, die op grond van de
                                                  Mededelinging-rentepercentages geldt, is
                                                  vastgesteld, kan deze worden afgezet tegen de
                                                  daadwerkelijk te betalen rente. Van het verschil
                                                  tussen de daadwerkelijk te betalen rente over de
                                                  lening en de rente die betaald zou moeten worden
                                                  als het rentepercentage zou worden toegepast dat
                                                  op grond van de Mededeling-rentepercentages is
                                                  vastgesteld, moet de contante waarde worden
                                                  berekend. Voor de berekening van de contante
                                                  waarde dient te worden uitgegaan van een
                                                  percentage dat bestaat uit het
                                                  basisrentepercentage dat de Europese Commissie
                                                  publiceert op de website waarvan hiervoor een link
                                                  is gegeven, vermeerderd met een opslag van 100
                                                  basispunten. Het is niet geoorloofd om een
                                                  basisrente te gebruiken die op een andere manier
                                                  is vastgesteld.</noot.al><noot.al>Het steunbedrag dat op bovengenoemde wijze
                                                  is berekend moet worden afgezet tegen de in
                                                  aanmerking komende kosten om vast te stellen of
                                                  het betreffende maximum steunpercentage niet wordt
                                                  overschreden. Het steunbedrag mag voorts ook niet
                                                  hoger zijn dan € 7,5 miljoen. </noot.al><noot.al>Voor zover voor dezelfde - elkaar geheel of
                                                  gedeeltelijk overlappende - in aanmerking komende
                                                  kosten steun is verleend die afkomstig is van
                                                  andere bronnen (zie hiervoor), dient deze te
                                                  worden meegeteld om te bepalen of het maximum
                                                  steunpercentage en steunplafond niet wordt
                                                  overschreden.]</noot.al></noot></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_62_165_"> De subsidie wordt verleend voor
                                    zover door de rentekorting de totale steun die de
                                    woningcorporatie met betrekking tot dezelfde - elkaar geheel of
                                    gedeeltelijk overlappende - in aanmerking komende kosten geniet,
                                    ongeacht of deze steun door het Rijk, andere publiekrechtelijke
                                    rechtspersonen of openbare lichamen dan wel de daaraan gelieerde
                                    instellingen of de Europese Commissie is verstrekt, niet hoger
                                    is dan € 7,5 miljoen;</al><al><noot id="d11e14940"><noot.nr>244</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Bij de verlening van de
                                            rentekorting verlenen Gedeputeerde Staten staatssteun
                                            aan de woningcorporaties. De steun die de
                                            woningcorporaties per project genieten mag niet hoger
                                            uitkomen dan de genoemde steunpercentages en het
                                            steunplafond van € 7,5 miljoen. Daarbij is het van
                                            belang dat bij de beoordeling of de steunpercentages en
                                            het steunplafond zijn overschreden, alle steun, ongeacht
                                            uit welke bron (lokaal, regionaal, nationaal, Europees)
                                            de steun afkomstig is, die de aanvrager voor het project
                                            heeft ontvangen, meegeteld wordt. Gedeputeerde Staten
                                            zullen vóór de subsidieverlening toetsen of de
                                            subsidieverlening door Gedeputeerde Staten tot
                                            overschrijding van genoemde steunpercentages en/of
                                            steunplafond leidt. De steunpercentages ten aanzien van
                                            hernieuwbare energie zijn gebaseerd op artikel 23, lid
                                            2, van de AGV. De steunpercentages ten aanzien van
                                            energiebesparingsmaatregelen zijn gebaseerd op artikel
                                            21, lid 4, van de AGV. Het steunplafond van € 7,5
                                            miljoen vloeit voort uit artikel 6, lid 1, sub b, van de
                                            AGV. </noot.al><noot.al>Om te kunnen bepalen of het maximum steunpercentage
                                            en het steunplafond niet worden overschreden, dient per
                                            te verlenen subsidie te worden bepaald wat het
                                            steunbedrag is. Om te bepalen wat het steunbedrag is dat
                                            wordt verleend aan een woningcorporatie dient het
                                            verschil te worden vastgesteld tussen de rente die
                                            conform de Mededeling-rentepercentages is vastgesteld
                                            (dit is in de definties in deze paragraaf gedefinieerd
                                            als "marktconforme rente") en de rente die daadwerkelijk
                                            wordt betaald door de woningcorporatie, waarbij van dit
                                            verschil de contante waarde moet worden berekend. Bij
                                            het vaststellen van de rente die op grond van de
                                            Mededinging-rentepercentages geldt, moet het
                                            rentepercentage worden vastgesteld dat van toepassing is
                                            op het moment van het verstrekken van de lening.
                                            Concreet wil dat zeggen dat steeds moet worden nagegaan
                                            welk basisrentepercentage van toepassing is op het
                                            moment van het verstrekken van de lening </noot.al><noot.al>(zie
                                            http://ec.europa.eu/competition/state_aid/legislation/reference_rates.html),
                                            waarna vervolgens het basisrentepercentage met een
                                            opslag moet worden verhoogd. De hoogte van de opslag is
                                            afhankelijk van de rating van de woningcorporatie en de
                                            door de woningcorporatie verschafte zekerheden. De
                                            opslag varieert tussen 60 basispunten (0,6%) en 1000
                                            basispunten (10%). Voor startende ondernemingen zonder
                                            kredietverleden, zoals special-purpose vehicles, geldt
                                            dat het basisrentepercentage met minstens 4% moet worden
                                            verhoogd, maar de opslag kan nooit lager zijn dan de
                                            opslag die geldt voor de moedermaatschappij als deze
                                            aanwezig is.</noot.al><noot.al>Deze methode die in de Mededeling-rentepercentages
                                            is vastgesteld dient verplicht te worden toegepast op
                                            grond van de AGV. Wanneer de rente, die op grond van de
                                            Mededelinging-rentepercentages geldt, is vastgesteld,
                                            kan deze worden afgezet tegen de daadwerkelijk te
                                            betalen rente. Van het verschil tussen de daadwerkelijk
                                            te betalen rente over de lening en de rente die betaald
                                            zou moeten worden als het rentepercentage zou worden
                                            toegepast dat op grond van de
                                            Mededeling-rentepercentages is vastgesteld, moet de
                                            contante waarde worden berekend. Voor de berekening van
                                            de contante waarde dient te worden uitgegaan van een
                                            percentage dat bestaat uit het basisrentepercentage dat
                                            de Europese Commissie publiceert op de website waarvan
                                            hiervoor een link is gegeven, vermeerderd met een opslag
                                            van 100 basispunten. Het is niet geoorloofd om een
                                            basisrente te gebruiken die op een andere manier is
                                            vastgesteld.</noot.al><noot.al>Het steunbedrag dat op bovengenoemde wijze is
                                            berekend moet worden afgezet tegen de in aanmerking
                                            komende kosten om vast te stellen of het betreffende
                                            maximum steunpercentage niet wordt overschreden. Het
                                            steunbedrag mag voorts ook niet hoger zijn dan € 7,5
                                            miljoen. </noot.al><noot.al>Voor zover voor dezelfde - elkaar geheel of
                                            gedeeltelijk overlappende - in aanmerking komende kosten
                                            steun is verleend die afkomstig is van andere bronnen
                                            (zie hiervoor), dient deze te worden meegeteld om te
                                            bepalen of het maximum steunpercentage en steunplafond
                                            niet wordt overschreden.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_62_166_"> Gedeputeerde Staten kunnen van
                                    de aanvrager verlangen dat de geldlening is geborgd door het
                                    Waarborgfonds Sociale Woningbouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.1.3 Grondslag subsidie </titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e14971"><noot.nr>245</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Woningbouwcorporaties
                                            kunnen bij de uitvoering van de subsidieregeling in deze
                                            paragraaf maximaal een bedrag van € 7.000.000 verleend
                                            krijgen. Daarbij is er tevens een limiet gekoppeld aan
                                            het maximale bedrag aan subsidie per woning voor zover
                                            vast staat dat na het uitvoeren van het energieproject
                                            de betreffende woning clasificeert als een woning met
                                            energielabel C. Voor woningen die na de uitvoering van
                                            het energieproject classificeren als een woning met
                                            minimaal energielabel B is er geen maximum verbonden aan
                                            de subsidie per woning, behoudenshet maximale bedrag dat
                                            als totaal per woningcorporatie geldt. Daarnaast is de
                                            toekenning van de subsidie afhankelijk van de overige
                                            bepalingen in deze paragraaf waaronder, maar niet
                                            uitsluitend artikel 8.20.1.10.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_63_167_"> De subsidie bedraagt de
                                    subsidiabele kosten voor activiteiten als bedoeld in artikel
                                    8.20.1.1. met een maximum van € 7.000.000 per woningcorporatie
                                    waarbij tevens een maximum geldt van € 15.000 per woning, voor
                                    de woningen die verduurzaamd worden tot label C. Ten aanzien van
                                    woningen die na het afronden van het energieproject minimaal
                                    classificeren als label B woningen geldt geen maximum ten
                                    aanzien van de subsidiabele kosten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_63_168_"> In het subsidiebesluit en de
                                    uitvoeringsovereenkomst wordt een regime voor betaling van rente
                                    en aflossing opgenomen, waaronder, in ieder geval de volgende
                                    voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_21_63_168_135_"> De hoogte van de
                                            rente van de geldlening wordt jaarlijks voor de voor dat
                                            jaar te verstrekken geldlening door Gedeputeerde Staten
                                            vastgesteld. Voor het jaar 2014 bedraagt de hoogte van
                                            het rentepercentage 1,5% of 150 basispunten.</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_21_63_168_136_"> De looptijd van de
                                            geldlening bedraagt een bepaalde tijd doch maximaal 15
                                            jaar.</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57689_0_21_63_168_137_"> De rente is
                                            gedurende de looptijd van de geldlening vast.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.1.4 Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e15006"><noot.nr>246</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Bij de berekening van de
                                            steunintensiteit zijn alle gebruikte cijfers de cijfers
                                            vóór aftrek van belastingen en andere heffingen. </noot.al><noot.al>Op grond van de artikelen 21 en 23 jo. artikel 18,
                                            leden 6 en 7, van de AGV, zijn alleen de investeringen
                                            in immateriële en/of materiële activa subsidiabel. Dat
                                            betekent dat de administratieve kosten die gemaakt
                                            worden ten behoeve van het energieproject en de kosten
                                            die gemaakt worden ten behoeve van het aanvragen van
                                            subsidie voor het energieproject niet subsidiabel
                                            zijn.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_64_169_"> In afwijking van artikel 1.1.5
                                    worden als subsidiabele kosten beschouwd de in aanmerking
                                    komende kosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_64_170_"> Tot de subsidiabele kosten
                                    behoren in ieder geval niet:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_21_64_170_138_"> administratieve
                                            kosten die gemaakt worden ten behoeve van het
                                            energieproject;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_21_64_170_139_"> kosten die gemaakt
                                            worden ten behoeve van het aanvragen van de subsidie
                                            voor het energieproject;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57689_0_21_64_170_140_"> kosten die
                                            anderszins al vergoed zijn o.a. door het Rijk, door
                                            andere publiekrechtelijke rechtspersonen of openbare
                                            lichamen dan wel de daaraan gelieerde instellingen of
                                            door de Europese Commissie.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.1.5 Indieningstermijn aanvraag</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e15043"><noot.nr>247</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Op grond van artikel 1.2.2
                                            eerste lid kan gedurende het gehele kalenderjaar een
                                            subsidieaanvraag worden ingediend. Artikel 1.2.2 tweede
                                            lid ziet op jaarlijkse subsidies. Afwijking van artikel
                                            1.2.2 is wenselijk omdat in de onderhavige regeling met
                                            subsidieplafonds wordt gewerkt en er slechts een beperkt
                                            bedrag beschikbaar is. Aanvragen dienen derhalve binnen
                                            de periode van 3 juli 2014 tot en met 3 oktober 2014 te
                                            zijn ingediend om voor subsidie in aanmerking te komen.
                                            Na 3 oktober 2014 sluit de aanvraagperiode en zullen
                                            eventuele aanvragen niet meer in behandeling worden
                                            genomen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_65_171_"> afwijking van artikel 1.2.2 kan
                                    een subsidieaanvraag worden ingediend van 3 juli 2014 tot en met
                                    3 oktober 2014 door inzending van een volledig ingevuld en
                                    daartoe opgesteld formulier. Het formulier vermeldt welke
                                    bijlagen bij de aanvraag dienen te worden overlegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_65_172_"> In afwijking van artikel 1.2.2
                                    moet een subsidieaanvraag volledig zijn ingediend uiterlijk op 3
                                    oktober 2014. Aanvragen die na 3 oktober 2014 niet volledig
                                    zijn, worden niet in behandeling genomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_65_173_"> In afwijking van artikel 1.2.3
                                    eerste en tweede lid beslissen Gedeputeerde Staten op de
                                    aanvraag om een subsidie binnen 13 weken na 3 oktober 2014.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.1.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e15073"><noot.nr>248</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit artikel geeft
                                            voorschriften voor een aanvraag voor subsidie. De voor
                                            subsidie in aanmerking komende kosten moeten worden
                                            gemotiveerd en gespecificeerd.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57689_0_21_66_174_">In afwijking van artikel 1.2.1
                                    overlegt de aanvrager bij de aanvraag een volledig ingevuld
                                    aanvraagformullier met de daarin genoemde bijlagen dat
                                    beschikbaar is op de website en dat in iedre geval de volgende
                                    gegevens dient te bevatten:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_66_175_"> een beschrijving van de
                                    activiteiten waar subsidie voor wordt aangevraagd;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_66_176_"> de doelstellingen en resultaten
                                    die daarmee worden nagestreefd en hoe de activiteiten aan het
                                    provinciale doel van beleid bijdragen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_66_177_"> een begroting en dekkingsplan
                                    van de kosten van de activiteiten, waar de subsidie voor wordt
                                    aangevraagd. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij andere
                                    bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde
                                    subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten,
                                    onder vermelding van de stand van zaken daarvan.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_66_178_"> beschrijving c.q. inschatting
                                    van de door de ontvangen subsidie te verwachten verbeteringen
                                    van de energielabels van de woningen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_66_179_"> indien de aanvrager voor
                                    dezelfde -elkaar geheel of gedeeltelijk overlappende- in
                                    aanmerking komende kosten waarvoor zij subsidie aanvraagt reeds
                                    van het Rijk, andere publiekrechtelijke rechtspersonen of
                                    openbae lichamen dan wel de daaraan gelieerde instellingen of de
                                    Europese Commissie een vergoeding c.q. subsidie heeft ontvangen
                                    of aangevaagd, de bewijsstukken waaruit deze vergoeding c.q.
                                    subsidie blijkt;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_66_180_"> een berekening van de in
                                    aanmerking komende kosten op basis van Vabi of EPAview waarbij
                                    de kosten van het energieproject afgezet worden tegen de kosten
                                    vande referentie-investering;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_66_181_"> het aantal te verwachten
                                    gecreëerde arbeidsplaatsen, waarbij tevens inzicht wordt gegeven
                                    in het aantal gecreëerde arbeidsplaatsen dat na uitvoering van
                                    het energieproject waarvoor subsidie wordt aangevraagd zal
                                    blijven bestaan;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_66_182_"> een motivatie waarom voor de
                                    voorgestelde maatregelen wordt gekozen en niet voor alternatieve
                                    maatregelen;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_66_183_"> een terugverdienplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.1.7 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen een subsidieplafond vast.</al><al><noot id="d11e15138"><noot.nr>249</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Ingevolge artikel 4:22 van de
                                        Awb wordt onder subsidieplafond verstaan: het bedrag dat
                                        gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is
                                        voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald
                                        wettelijk voorschrift. Artikel 4:25 van de Awb schrijft voor
                                        dat voor de vaststelling van een subsidieplafond een
                                        wettelijke grondslag is vereist. Artikel 8.20.1.7 geeft deze
                                        wettelijke grondslag. </noot.al><noot.al>De Awb eist dat het subsidieplafond bekend wordt
                                        gemaakt voordat de periode waarop het betrekking heeft
                                        ingaat. Zo kunnen potentiële aanvragers weten hoeveel geld
                                        er beschikbaar is. Op grond van artikel 4:25, tweede lid,
                                        Awb moet een aanvraag om subsidie worden geweigerd, als door
                                        verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden
                                        overschreden. </noot.al><noot.al>Voor het subsidietijdvak 3 juli 2014 tot 3 oktober 2014
                                        is één subsidieplafond vastgesteld. Het subsdiieplafond
                                        geeft de totaal beschikbare subsidie voor de uitvoering van
                                        deze paragraaf. Gedurende het subsidietijdvak kunnen alle
                                        daarvoor in aanmerking komende woningcorporaties een
                                        aanvraag indienen. Gedeputeerde Staten zullen vervolgens na
                                        het sluiten van het subsidietijdvak overgaan tot beoordeling
                                        van de aanvragen. Indien er in het betreffende
                                        subsidietijdvak meer subsidie wordt aangevraagd dan
                                        beschikbaar is dan zullen de aanvragen onderling worden
                                        gerangschikt op basis van artikel 8.20.1.10.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.1.8 Adviescommissie</titel></kop><al>Een subsidieaanvraag wordt, nadat de aanvraag volledig is, om advies
                                voorgelegd aan de adviescommissie, die binnen zes weken een advies
                                aan Gedeputeerde Staten uitbrengt. Deze termijn kan met een termijn
                                van maximaal twee weken worden verlengd.</al><al><noot id="d11e15157"><noot.nr>250</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>GS hebben bij besluit van 13
                                        november 2012 een adviescommissie ingesteld die advies
                                        uitbrengt over elke aanvraag die is ingediend op grond van
                                        deze paragraaf. ]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.1.9 Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e15172"><noot.nr>251</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Deze weigeringsgronden
                                            gelden in aanvulling op artikel 1.3.1. De
                                            weigeringsgronden in artikel 1.3.1 zijn facultatief.
                                            Gedeputeerde Staten kunnen de subsidie geheel of
                                            gedeeltelijk weigeren als die weigeringsgronden zich
                                            voordoen. In dit artikel 8.20.1.9 zijn de
                                            weigeringsgronden imperatief geformuleerd. Als een van
                                            deze afwijzingsgronden zich voordoen, dan moeten
                                            Gedeputeerde Staten de aanvraag afwijzen.</noot.al><noot.al>De afwijzingsgronden in sub d tot en met i vloeien
                                            voort uit de staatssteunregels. Deze afwijzingsgronden
                                            zijn gebaseerd op de AGV: sub d is gebaseerd op de
                                            artikelen 21 en 23 van de AGV, sub e is gebaseerd op
                                            artikel 1, zesde lid sub c van de AGV jo. de
                                            Mededeling-rentepercentages die, zoals hiervoor is
                                            toegelicht, op grond van de AGV verplicht toegepast moet
                                            worden om het steunbedrag te kunnen berekenen; sub f is
                                            gebaseerd op artikel 1, zesde lid sub a van de AGV; sub
                                            g is gebaseerd op artikel 1, zesde lid sub c van de AGV,
                                            sub h is gebaseerd op artikel 8, tweede lid van de AGV;
                                            sub i is gebaseerd op artikel 8, derde lid van de AGV. </noot.al><noot.al>In de overige gevallen heeft een subsidie van
                                            Gedeputeerde Staten naar hun mening geen toegevoegde
                                            waarde. Deze gevallen zijn in lid 2 sub a-c en sub j
                                            opgesomd. Voor deze gevallen is van belang dat
                                            Gedeputeerde Staten de aanvragen per energieproject
                                            beoordelen, deze weigeringsgronden worden ook per
                                            energieproject (gedeelte van de aanvraag) toegepast.
                                            Voor de onder lid 2 sub b genoemde weigeringsgrond geldt
                                            dat daar in ieder geval onder wordt verstaan de situatie
                                            waarin de uitkomst van een door een expert uitgevoerde
                                            financiële, technische, juridische of fiscale due
                                            diligence negatief is.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_69_184_"> Gedeputeerde Staten weigeren de
                                    subsidie als op basis van de aanvraag wordt beoordeeld dat het
                                    te verlenen subsidiebedrag minder dan € 150.000 is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_69_185_"> Gedeputeerde Staten weigeren de
                                    subsidie geheel of gedeeltelijk indien:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_21_69_185_141_"> de werkelijke kosten
                                            naar het oordeel Gedeputeerde Staten niet in redelijke
                                            verhouding staan tot het te verkrijgen resultaat;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_21_69_185_142_"> de in de aanvraag
                                            begrote kosten voor de maatregelen waarvoor subsidie
                                            wordt aangevraagd niet in verhouding staan tot de
                                            werkelijke kosten voor deze energiemaatregelen. </al></li><li nr="c."><al id="anker-H57689_0_21_69_185_143_"> het energieproject
                                            naar het oordeel van Gedeputeerde Staten niet haalbaar
                                            en/of uitvoerbaar is binnen drie jaar na
                                            subsidieverlening.</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57689_0_21_69_185_144_"> de geldlening niet
                                            ten behoeve van het energieproject wordt aangewend;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57689_0_21_69_185_145_"> uit de
                                            ratingverklaring blijkt dat de aanvrager of diens
                                            moedermaatschappij tot de ratingcategorie CCC of lager
                                            behoort;</al></li><li nr="f."><al id="anker-H57689_0_21_69_185_146_"> ten aanzien van de
                                            aanvrager een uitstaand bevel tot terugvordering voor
                                            onrechtmatig verleende staatssteun geldt.</al></li><li nr="g."><al id="anker-H57689_0_21_69_185_147_"> de aanvrager in
                                            financiële moeilijkheden verkeert;</al></li><li nr="h."><al id="anker-H57689_0_21_69_185_148_"> de activiteiten in
                                            het kader van het energieproject reeds zijn aangevangen
                                            op het tijdstip van indiening van de
                                            subsidieaanvraag;</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57689_0_21_69_185_149_"> indien de aanvrager,
                                            zijnde een grote onderneming, naar het oordeel van
                                            Gedeputeerde Staten er niet in geslaagd is om het
                                            stimulerend effect van de subsidie in de zin van artikel
                                            8, derde lid en overweging 29, van de AGV aan te
                                            tonen.</al></li><li nr="j."><al id="anker-H57689_0_21_69_185_150_"> de aanvrager over
                                            onvoldoende financiële middelen beschikt om het
                                            energieproject uit te voeren.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.1.10 Volgorde van behandeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_70_186_"> Voor zover door verstrekking van
                                    subsidie voor aanvragen het subsidieplafond wordt overschreden,
                                    wordt, met inachtneming van het advies van de adviescommissie,
                                    de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door
                                    middel van prioritering op basis van de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_21_70_186_151_"> het te realiseren
                                            energie-effect per energieproject. Dit energie-effect
                                            komt tot uitdrukking in een berekening van de totaal te
                                            besparen of op te wekken gigajoule per vierkante meter
                                            gbo (gebruiks oppervlak) per te investeren miljoen
                                            euro;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_21_70_186_152_"> de hoogte van het
                                            absolute energie-effect gemeten in gigajoule per
                                            vierkante meter gbo;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57689_0_21_70_186_153_"> het innovatiegehalte
                                            van de voorgestelde maatregelen;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57689_0_21_70_186_154_"> de wijziging in de
                                            woonlasten per vierkante meter gbo die het gevolg zijn
                                            van de voorgestelde maatregelen ten behoeve van het
                                            energieproject;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57689_0_21_70_186_155_"> de mogelijkheid om
                                            de voorgestelde maatregelen aan de woningen eenvoudig te
                                            reproduceren en op andere woningen toe te passen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_70_187_"> Bij de toepassing van de
                                    rangschikking als bedoeld in het eerste lid worden de aanvragen
                                    per energieproject beoordeeld; het is aldus mogelijk dat binnen
                                    een aanvraag een bepaald energieproject wel wordt toegewezen en
                                    een ander energieproject niet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_70_188_"> Bij de toepassing van de
                                    rangschikking zullen Gedeputeerde Staten de criteria uit het
                                    eerste lid van dit artikel eerst toepassen op de woningen met
                                    een label A of B (na doorvoering van de aanpassingen). Indien er
                                    nog subsidie beschikbaar is dan zullen de criteria uit het
                                    eerste lid van dit artikel worden toegepast op de woningen met
                                    een label C (na doorvoering van de aanpassingen).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_70_189_"> Gedeputeerde Staten kennen voor
                                    de rangschikking zoals opgenomen in het eerste lid de volgende
                                    punten toe:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_21_70_189_156_"> criterium a ten
                                            hoogste dertig punten, waarbij alle aanvragen per
                                            energieproject relatief aan elkaar worden gerangschikt
                                            en het energieproject met het grootste energie-effect 30
                                            punten krijgt en het energieproject met het laagste
                                            energie-effect 0 punten;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_21_70_189_157_"> criterium b ten
                                            hoogste twintig punten, waarbij alle aanvragen per
                                            energieproject relatief aan elkaar worden gerangschikt
                                            en het energieproject met het hoogste absolute
                                            energie-effect 20 punten krijgt en het energieproject
                                            met het laagste absolute besparing 0 punten;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57689_0_21_70_189_158_"> criterium c ten
                                            hoogste dertig punten. Deze punten worden als volgt
                                            toegekend:</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57689_0_21_70_189_159_"> 5 punten voor
                                            zonne-energie;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57689_0_21_70_189_160_"> 5 punten voor
                                            warmte-koude opslag;</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57689_0_21_70_189_161_"> 5 punten voor warmte
                                            terugwinningsystemen;</al></li><li nr="iv."><al id="anker-H57689_0_21_70_189_162_"> 5 punten voor
                                            innovatieve bouwkundige maatregelen;</al></li><li nr="v."><al> 5 punten voor innovatieve maatregelen die inzicht in
                                            het huishoudelijk energieverbruik </al><al>verschaffen;</al></li><li nr="vi."><al id="anker-H57689_0_21_70_189_164_"> maximaal 5 punten
                                            voor overige innovatieve maatregelen</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57689_0_21_70_189_165_"> criterium d ten
                                            hoogste tien punten, waarbij alle aanvragen per
                                            energieproject relatief aan elkaar worden gerangschikt
                                            en het energieproject met het grootste positief effect
                                            op de woonlasten 10 punten krijgt en het energieproject
                                            met het laagste effect op de woonlasten 0 punten;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57689_0_21_70_189_166_"> criterium e ten
                                            hoogste 10 punten, als volgt:</al></li><li nr=""><al id="anker-H57689_0_21_70_189_167_">voor niet
                                            reproduceerbare aanpassingen: 0 punten;</al></li><li nr=""><al id="anker-H57689_0_21_70_189_168_">voor lastig
                                            reproduceerbare aanpassingen: 5 punten;</al></li><li nr=""><al id="anker-H57689_0_21_70_189_169_">voor eenvoudig
                                            reproduceerbare aanpassingen 10 punten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_70_190_"> De eindscore wordt bepaald door
                                    optelling per energieproject op basis van de in lid 4 sub a tot
                                    en met e behaalde punten per criterium, waarbij het
                                    energieproject met het hoogst aantal punten als eerste wordt
                                    gerangschikt etc. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.1.11 Indieningstermijn aanvraag tot
                                    subsidievaststelling</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.5.2 eerste lid dan wel artikel 1.5.3
                                eerste lid wordt een aanvraag tot vaststelling ingediend uiterlijk
                                13 weken voor aflossing van de lening.</al><al><noot id="d11e15324"><noot.nr>252</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In dit artikel is aangegeven
                                        dat en wanneer de subsidieontvanger een aanvraag tot
                                        subsidievaststelling moet indienen. ]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.1.12 Kenmerken uitvoeringsovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e15339"><noot.nr>253</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Zie toelichting 8.20.1.2
                                            sub d over de achtergronden van de
                                            uitvoeringsovereenkomst.</noot.al><noot.al>Afgezien van de staatssteunrechtelijke beperkingen
                                            aan het geboden rentevoordeel, is de provincie
                                            Overijssel van mening dat het geboden rentevoordeel niet
                                            te groot mag zijn, omdat dan de afstand naar de markt te
                                            groot wordt en daarmee minder goede projecten worden
                                            gefaciliteerd. Dat geeft overstimulering en bemoeilijkt
                                            de transitie naar hernieuwbare energie en een normale
                                            markt zonder stimulering van de overheid.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_72_191_"> De hoogte van de geldlening per
                                    energieproject is maximaal de subsidiabele kosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_72_192_"> De looptijd van de geldlening
                                    bedraagt een bepaalde tijd doch maximaal 15 jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_72_193_"> [vervallen]</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_72_194_"> De rente van de geldlening is
                                    gedurende de looptijd van de geldlening vast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_72_195_"> Gedeputeerde Staten kunnen
                                    boetevrije vervroegde aflossing van de geldlening toestaan.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_72_196_"> De geldlening wordt onderhands
                                    verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.1.13 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e15386"><noot.nr>254</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit artikel bevat de
                                            belangrijkste subsidieverplichtingen die aan de
                                            subsidieontvanger zullen worden opgelegd. Op grond van
                                            artikel 4:37 van de Awb kunnen de in dat artikel
                                            genoemde verplichtingen aan subsidieontvangers worden
                                            opgelegd zonder wettelijk voorschrift. Een aantal
                                            subsidieverplichtingen kunnen vanwege het bepaalde in
                                            artikel 4:38 en 4:39 van de Awb slechts worden opgelegd
                                            als dat in een wettelijke regeling, zoals dit
                                            Uitvoeringsbesluit, is bepaald. Om die reden zijn in dit
                                            artikel 8.20.1.12 een aantal subsidieverplichtingen
                                            geformuleerd. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_73_197_"> De subsidie-ontvanger sluit met
                                    de provincie Overijssel uiterlijk acht weken na het verlenen van
                                    de subsidie een uitvoeringsovereenkomst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_73_198_"> De subsidie-ontvanger betaalt in
                                    ieder geval jaarlijks het overeengekomen aflossingsbedrag,
                                    alsmede de verschuldigde rente, met ingang van 1 januari van het
                                    tweede jaar volgende op de datum van verlening van de subsidie,
                                    aan Gedeputeerde Staten terug. Terzake wordt in de
                                    uitvoeringsovereenkomst een betalingsregime afgesproken en
                                    kunnen verplichtingen worden opgenomen ten aanzien van de
                                    kredietwaardigheid van de subsidie-ontvanger.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_73_199_"> De subsidie-ontvanger doet
                                    onverwijld mededeling aan Gedeputeerde Staten van de
                                    omstandigheid dat hij verwacht niet binnen de in de beschikking
                                    tot subsidieverlening opgenomen termijn te beschikken over de
                                    vereiste vergunningen, ontheffingen of andere (rechtens
                                    benodigde) toestemmingen in verband met het energieproject.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_73_200_"> De subsidie-ontvanger dient
                                    binnen drie jaar na subsidieverlening te starten met de
                                    uitvoering van het energieproject.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_73_201_"> De subsidie-ontvanger dient
                                    uiterlijk na verloop van de duur van de geldlening, zoals
                                    vermeld in de uitvoeringsovereenkomst, aan te tonen dat het
                                    project conform de aanvraag is uitgevoerd en voltooid. Daarbij
                                    rapporteert de aanvrager ook over het maatschappelijk rendement
                                    van het energieproject. Indien de looptijd van de lening langer
                                    duurt dan één jaar, rapporteert de aanvrager jaarlijks aan
                                    Gedeputeerde Staten over de voortgang van het project en
                                    overlegt daarbij in ieder geval de jaarrekening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_73_202_"> Gedeputeerde Staten kunnen de
                                    subsidie-ontvanger de verplichting opleggen om ter zake van de
                                    te verlenen subsidie zekerheden te verstrekken. Ter uitvoering
                                    van deze verplichting kunnen bepalingen worden opgenomen in de
                                    uitvoeringsovereenkomst.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_73_203_"> In afwijking van artikel 1.4.1,
                                    derde lid, kunnen Gedeputeerde Staten de verplichting opleggen
                                    tot het vaker dan één keer per jaar afleggen van rekening en
                                    verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan
                                    verbonden inkomsten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_73_204_"> [vervallen]</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_73_205_"> De activiteiten waarvoor de
                                    subsidie wordt verstrekt moeten binnen vijf jaar na verlening
                                    van de subsidie zijn uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_73_206_"> De aanvrager of diens
                                    moedermaatschappij dient tot en met de subsidievaststelling
                                    dezelfde ratingcategorie te behouden als hij ten tijde van de
                                    subsidieverlening had, tenzij de geldlening is geborgd door het
                                    Waarborgfonds Sociale Woningbouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.1.14 Uitstel of ontheffing
                                    betalingsverplichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_74_207_"> De subsidie-ontvanger kan
                                    Gedeputeerde Staten verzoeken om het subsidiebedrag in andere
                                    termijnen terug te betalen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_74_208_"> De subsidie-ontvanger kan
                                    Gedeputeerde Staten deugdelijk gemotiveerd verzoeken om
                                    ontheffing te verlenen van de verplichting genoemd in artikel
                                    8.20.1.12 tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_74_209_"> De ontheffing, bedoeld in het
                                    tweede lid, kan worden verleend indien:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_21_74_209_170_"> terugbetaling door
                                            bijzondere omstandigheden niet mogelijk is;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_21_74_209_171_"> een strikte
                                            toepassing van artikel 8.20.1.12 naar het oordeel van
                                            Gedeputeerde Staten door bijzondere omstandigheden zou
                                            leiden tot een onredelijke beslissing.</al></li></lijst><al><noot id="d11e15472"><noot.nr>255</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Ter zake van het derde lid
                                            kunnen Gedeputeerde Staten beleid opstellen. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_74_210_"> Gedeputeerde Staten kunnen
                                    bepalen dat bij het verzoek om ontheffing als bedoeld in het
                                    tweede lid van dit artikel een accountantsverklaring als bedoeld
                                    in artikel 393 van Boek 2 van het BW wordt overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_74_211_"> Er wordt geen uitstel of
                                    ontheffing verleend wanneer de ontheffing naar het oordeel van
                                    Gedeputeerde Staten in strijd is met de toepasselijke
                                    staatssteunregels, zoals onder meer bedoeld in artikel
                                    8.20.1.14.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.1.15 Europese regelgeving</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e15497"><noot.nr>256</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Aangezien het verlenen van
                                            de subsidie conform deze subsidieparagraaf staatssteun
                                            oplevert, is deze subsidieparagraaf gebaseerd op de AGV
                                            en de de-minimisverordening en is zodanig ingericht dat
                                            de subsidieverlening moet voldoen aan de regels van de
                                            AGV en de-minimisverordening. De genoemde Europese
                                            regelgeving stelt een groot aantal eisen aan het
                                            verstrekken van subsidies door Gedeputeerde Staten in de
                                            vorm van leningen. Onder meer mogen op grond van deze
                                            regelgeving geen achtergestelde leningen worden
                                            verstrekt. In deze paragraaf zijn niet alle in de
                                            Europese regelgeving gestelde eisen overgenomen. Bij de
                                            beoordeling van de aanvraag zal echter worden getoetst
                                            of de subsidie in overeenstemming met die eisen kan
                                            worden verstrekt. Zo niet, dan zal de subsidie worden
                                            geweigerd, tenzij het in artikel 8.20.1.2 sub c, tweede
                                            zin, genoemde geval zich voordoet. In artikel 8.20.1.2
                                            sub c, tweede zin, is aangegeven dat Gedeputeerde Staten
                                            in voorkomend geval, het voornemen tot verlening van een
                                            subsidie voor een aanvraag die niet voldoet aan de
                                            de-minimisverordening of de AGV kunnen aanmelden bij de
                                            Europese Commissie indien de aanvraag naar het oordeel
                                            van Gedeputeerde Staten een aanzienlijke bijdrage levert
                                            aan de beleidsdoelstellingen van de Provincie Overijssel
                                            op het gebied van hernieuwbare energie c.q.
                                            energiebesparingsmaatregelen en de kans op goedkeuring
                                            door de Europese Commissie naar het oordeel van
                                            Gedeputeerde Staten hoog is. Gedeputeerde Staten kunnen
                                            de subsidie dan onder de opschortende voorwaarde van
                                            goedkeuring door de Europese Commissie verlenen. Voldoet
                                            de subsidie niet aan genoemde eisen en doet het geval in
                                            artikel 8.20.1.2 sub c, tweede zin, zich niet voor, dan
                                            is subsidieverlening in strijd met de staatssteunregels.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr/><al>De subsidie wordt verstrekt met inachtneming van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_75_212_"> de AGV; of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_75_213_"> de de-minimisverordening;
                                    en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_21_75_214_"> de
                                    Mededeling-rentepercentages.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.1.16 Voorschotverlening</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.3.3 tweede of derde lid verstrekken
                                Gedeputeerde Staten de aanvrager een voorschot van 100% van de
                                verleende subsidie.</al><al><noot id="d11e15531"><noot.nr>257</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De bevoorschotting moet een
                                        wettelijke grondslag hebben. De aard van de subsidie noopt
                                        ertoe af te wijken van artikel 1.3.3. tweede of derde lid,
                                        waarin een beperking is gegeven aan het te bevoorschotten
                                        subsidiebedrag. ]</noot.al></noot></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subparagraaf 8.20.2 Hernieuwbare energie door
                                ondernemingen</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e15546"><noot.nr>258</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Deze subsidieparagraaf ziet op
                                        subsidies in de vorm van een geldlening of garantie voor de
                                        in aanmerking komende kosten van een energieproject voor de
                                        opwekking van hernieuwbare energie aan ondernemingen. De
                                        Provincie Overijssel beoogt daarmee ondernemingen te
                                        stimuleren om een energieproject voor de opwekking van
                                        hernieuwbare energie te ontwikkelen.</noot.al><noot.al>Alleen de in aanmerking komende kosten kunnen worden
                                        gesubsidieerd. Dit is een eis die voortvloeit uit de
                                        staatssteunregels. In de begripsbepalingen is gedefinieerd
                                        wat onder ‘in aanmerking komende kosten' moet worden
                                        verstaan. ]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.2.1 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_77_215_"> Gedeputeerde Staten kunnen aan
                                    een onderneming op aanvraag subsidie verlenen in de vorm
                                    van</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_22_77_215_172_"> een geldlening;
                                            of</al></li><li nr="b."><al> een garantie.</al><al>Ingeval van een geldlening wordt de subsidie conform
                                            artikel 8.20.2.15, eerste, derde en vierde lid
                                            terugbetaald. </al><al>Ingeval een garantie door de bank wordt ingeroepen,
                                            wordt hetgeen de provincie aan de bank moet betalen door
                                            de onderneming aan de provincie conform artikel
                                            8.20.2.15, eerste, tweede en vijfde lid
                                            terugbetaald.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_77_216_"> De subsidie bedoeld in het
                                    vorige lid kan uitsluitend worden verstrekt voor de in
                                    aanmerking komende kosten van een energieproject:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_22_77_216_174_"> voor de opwekking
                                            van hernieuwbare energie;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_22_77_216_175_"> waarbij het
                                            energieproject een terugverdientijd heeft van meer dan
                                            drie jaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_77_217_"> Per onderneming kan slechts één
                                    aanvraag per energieproject worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e15596"><noot.nr>259</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De provincie Overijssel
                                            vindt het ongewenst dat meer dan één aanvraag per
                                            energieproject wordt ingediend. Daarom bevat het derde
                                            lid van dit artikel daartoe een uitzonderingsgrond.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.2.2 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e15611"><noot.nr>260</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Gedeputeerde Staten zullen
                                            beleidsregels opstellen over de vraag in welke gevallen
                                            tot melding bij de Europese Commissie dient te worden
                                            overgegaan. Gedurende de meldingsprocedure kan de
                                            subsidie onder de opschortende voorwaarde van
                                            goedkeuring door de Europese Commissie worden verleend.
                                            De subsidie mag echter, voorafgaande aan de goedkeuring,
                                            niet worden uitgekeerd. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor een geldlening of garantie moet voldoen aan de
                                    volgende criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_78_218_"> de aanvraag voldoet, naar het
                                    oordeel van Gedeputeerde Staten, aan de voorwaarden van de
                                    de-minimisverordening of de AGV. Gedeputeerde Staten kunnen, in
                                    voorkomend geval, het voornemen tot verlening van een subsidie
                                    voor een aanvraag die niet voldoet aan de de-minimisverordening
                                    of de AGV aanmelden bij de Europese Commissie indien de aanvraag
                                    naar het oordeel van Gedeputeerde Staten een aanzienlijke
                                    bijdrage levert aan de beleidsdoelstellingen van de Provincie
                                    Overijssel op het gebied van hernieuwbare energie en de kans op
                                    goedkeuring door de Europese Commissie naar het oordeel van
                                    Gedeputeerde Staten hoog is. Gedeputeerde Staten kunnen de
                                    subsidie onder de opschortende voorwaarde van goedkeuring door
                                    de Europese Commissie verlenen.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_78_219_"> De subsidie wordt verstrekt
                                    onder de opschortende voorwaarde dat ter uitvoering van de
                                    beschikking tot subsidieverlening een uitvoeringsovereenkomst is
                                    gesloten. Gedeputeerde Staten kunnen aan het verstrekken van de
                                    subsidie de voorwaarde verbinden dat de aanvrager zekerheden aan
                                    Gedeputeerde Staten verschaft ter zekerheid van de
                                    subsidie.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e15636"><noot.nr>261</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 4:36 van de Awb
                                            maakt het sluiten van een zogenaamde
                                            uitvoeringsovereenkomst mogelijk met name met het oog op
                                            subsidies die worden verleend in de vorm van een
                                            garantie of een lening. In sub d van dit artikel is in
                                            overeenstemming met artikel 4:33 sub a van de Awb het
                                            sluiten van de uitvoeringsovereenkomst als voorwaarde
                                            voor subsidieverlening opgenomen. In artikel 8.20.2.15,
                                            eerste lid, is opgenomen dat de uitvoeringsovereenkomst
                                            uiterlijk acht weken na het verlenen van de subsidie
                                            wordt aangegaan. In artikel 8.20.2.11 zijn de
                                            belangrijkste uitgangspunten van de
                                            uitvoeringsovereenkomst opgenomen. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_78_220_"> De subsidie wordt slechts
                                    verleend voor zover, in geval van een geldlening, door de
                                    rentekorting, en, in geval van een garantie, door de
                                    premiekorting, de totale steun die de aanvrager met betrekking
                                    tot dezelfde - elkaar geheel of gedeeltelijk overlappende - in
                                    aanmerking komende kosten geniet, ongeacht of deze steun door
                                    het Rijk, andere publiekrechtelijke rechtspersonen of openbare
                                    lichamen dan wel de daaraan gelieerde instellingen is verstrekt,
                                    niet hoger is dan:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57689_0_22_78_220_176_"> 45% van de in
                                            aanmerking komende kosten als de aanvrager een grote
                                            onderneming is;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57689_0_22_78_220_177_"> 55% van de in
                                            aanmerking komende kosten als de aanvrager een
                                            middelgrote onderneming is; en</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57689_0_22_78_220_178_"> 65% van de in
                                            aanmerking komende kosten als de aanvrager een kleine
                                            onderneming is;</al><al><noot id="d11e15660"><noot.nr>262</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Bij de verlening
                                                  van de rentekorting en de premiekorting verlenen
                                                  Gedeputeerde Staten staatssteun aan de aanvrager.
                                                  De steun die de aanvrager per project geniet mag
                                                  niet hoger uitkomen dan de genoemde
                                                  steunpercentages en het steunplafond van € 15
                                                  miljoen. Daarbij is het van belang dat bij de
                                                  beoordeling of de steunpercentages en het
                                                  steunplafond zijn overschreden, alle steun,
                                                  ongeacht uit welke bron (lokaal, regionaal,
                                                  nationaal) de steun afkomstig is, die de aanvrager
                                                  voor het project heeft ontvangen, meegeteld wordt.
                                                  Als de aanvrager financiering van de EU heeft
                                                  ontvangen wordt deze niet meegeteld voor de
                                                  berekening van de steunpercentages en het
                                                  steunplafond, mits die financiering niet direct of
                                                  indirect onder de controle van de overheid staat
                                                  of stond (bijvoorbeeld: EFRO-gelden staan onder
                                                  controle van de overheid ook al is dit
                                                  EU-financiering, en om die reden moeten zij
                                                  meegeteld worden bij genoemde berekening als de
                                                  aanvrager EFRO-subsidie heeft ontvangen voor
                                                  dezelfde kosten). Gedeputeerde Staten zullen vóór
                                                  de subsidieverlening toetsen of de
                                                  subsidieverlening door Gedeputeerde Staten tot
                                                  overschrijding van genoemde steunpercentages en/of
                                                  steunplafond leidt. De steunpercentages zijn
                                                  gebaseerd op artikel 41, lid 7, van de AGV. Het
                                                  steunplafond van € 15 miljoen vloeit voort uit
                                                  artikel 4, lid 1, sub s, van de AGV.</noot.al><noot.al>Om te kunnen bepalen of het maximum
                                                  steunpercentage en het steunplafond niet worden
                                                  overschreden, dient per te verlenen subsidie te
                                                  worden bepaald wat het steunbedrag is. </noot.al><noot.al>In het geval de subsidie uit een lening
                                                  bestaat, dient het steunbedrag als volgt te worden
                                                  bepaald. Om te bepalen wat het steunbedrag is dat
                                                  wordt verleend aan een aanvrager dient het
                                                  verschil te worden vastgesteld tussen de rente die
                                                  conform de Mededeling-rentepercentages is
                                                  vastgesteld (dit is in de definities in deze
                                                  paragraaf gedefinieerd als "marktconforme rente")
                                                  en de rente die daadwerkelijk wordt betaald door
                                                  de aanvrager, waarbij van dit verschil de contante
                                                  waarde moet worden berekend. Bij het vaststellen
                                                  van de rente die op grond van de
                                                  Mededinging-rentepercentages geldt, moet het
                                                  rentepercentage worden vastgesteld dat van
                                                  toepassing is op het moment van het verstrekken
                                                  van de lening. Concreet wil dat zeggen dat steeds
                                                  moet worden nagegaan welk basisrentepercentage van
                                                  toepassing is op het moment van het verstrekken
                                                  van de lening (zie
                                                  http://ec.europa.eu/competition/state_aid/legislation/reference_rates.html),
                                                  waarna vervolgens het basisrentepercentage met een
                                                  opslag moet worden verhoogd. De hoogte van de
                                                  opslag is afhankelijk van de rating van de
                                                  aanvrager en de door de aanvrager verschafte
                                                  zekerheden. De opslag varieert tussen 60
                                                  basispunten (0,6%) en 1000 basispunten (10%). Voor
                                                  startende ondernemingen zonder kredietverleden,
                                                  zoals special-purpose vehicles, geldt dat het
                                                  basisrentepercentage met minstens 4% moet worden
                                                  verhoogd, maar de opslag kan nooit lager zijn dan
                                                  de opslag die geldt voor de moedermaatschappij als
                                                  deze aanwezig is.</noot.al><noot.al>Deze methode die in de
                                                  Mededeling-rentepercentages is vastgesteld dient
                                                  verplicht te worden toegepast op grond van de AGV.
                                                  Wanneer de rente die op grond van de
                                                  Mededeling-rentepercentages geldt, is vastgesteld,
                                                  kan deze worden afgezet tegen de daadwerkelijk te
                                                  betalen rente. Van het verschil tussen de
                                                  daadwerkelijk te betalen rente over de lening en
                                                  de rente die betaald zou moeten worden als het
                                                  rentepercentage zou worden toegepast dat op grond
                                                  van de Mededeling-rentepercentages is vastgesteld,
                                                  moet de contante waarde worden berekend. Voor de
                                                  berekening van de contante waarde dient te worden
                                                  uitgegaan van een percentage dat bestaat uit het
                                                  basisrentepercentage dat de Europese Commissie
                                                  publiceert op de website waarvan hiervoor een link
                                                  is gegeven, vermeerderd met een opslag van 100
                                                  basispunten. Het is niet geoorloofd om een
                                                  basisrente te gebruiken die op een andere manier
                                                  is vastgesteld.</noot.al><noot.al>Het steunbedrag dat op bovengenoemde wijze
                                                  is berekend moet worden afgezet tegen de in
                                                  aanmerking komende kosten om vast te stellen of
                                                  het betreffende maximum steunpercentage niet wordt
                                                  overschreden. Het steunbedrag mag voorts ook niet
                                                  hoger zijn dan € 15 miljoen.</noot.al><noot.al>In het geval de subsidie uit een garantie
                                                  bestaat, dient het steunbedrag als volgt te worden
                                                  bepaald. Om het steunbedrag te kunnen berekenen
                                                  dat voortvloeit uit een garantie, dient het
                                                  verschil te worden berekend tussen de
                                                  marktconforme premie die wordt bepaald op grond
                                                  van de Mededeling-garanties (dit is in de
                                                  definities in deze paragraaf gedefinieerd als
                                                  "marktconforme premie")en de daadwerkelijk door de
                                                  begunstigde te betalen premie, waarbij de netto
                                                  contante waarde van het premievoordeel moet worden
                                                  berekend. De hoogte van de marktconforme premie is
                                                  afhankelijk van de rating van de aanvrager. Voor
                                                  startende ondernemingen zonder kredietverleden,
                                                  zoals special-purpose vehicles, geldt dat de
                                                  marktconforme premie minstens 3,8% is, en nooit
                                                  lager kan zijn dan de premie die geldt voor de
                                                  moedermaatschappij als deze aanwezig is.</noot.al><noot.al>Om de marktconforme premie te bepalen dient
                                                  op grond van de AGV verplicht te worden uitgegaan
                                                  van de Mededeling-garantie. Wanneer de
                                                  marktconforme premie die op grond van de
                                                  Mededeling-garantie geldt, is vastgesteld, kan
                                                  deze worden afgezet tegen de daadwerkelijk te
                                                  betalen premie. Van het verschil tussen de
                                                  daadwerkelijk te betalen premie over de garantie
                                                  en de marktconforme premie die is vastgesteld
                                                  conform de Mededeling-garanties, moet de contante
                                                  waarde worden berekend. Voor de berekening van de
                                                  contante waarde dient te worden uitgegaan van een
                                                  percentage dat bestaat uit het
                                                  basisrentepercentage dat de Europese Commissie
                                                  publiceert op de website waarvan hiervoor een link
                                                  is gegeven, vermeerderd met een opslag van 100
                                                  basispunten. Het is niet geoorloofd om een
                                                  basisrente te gebruiken die op een andere manier
                                                  is vastgesteld.</noot.al><noot.al>Het steunbedrag dat op bovengenoemde wijze
                                                  is berekend moet worden afgezet tegen de in
                                                  aanmerking komende kosten om vast te stellen of
                                                  het betreffende maximum steunpercentage niet wordt
                                                  overschreden. Het steunbedrag mag voorts ook niet
                                                  hoger zijn dan € 15 miljoen.]</noot.al></noot></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_78_221_"> De subsidie wordt slechts
                                    verleend voor zover, in geval van een geldlening, door de
                                    rentekorting, en, in geval van een garantie, door de
                                    premiekorting, de totale steun die de aanvrager met betrekking
                                    tot dezelfde - elkaar geheel of gedeeltelijk overlappende - in
                                    aanmerking komende kosten geniet, ongeacht of deze steun door
                                    het Rijk, andere publiekrechtelijke rechtspersonen of openbare
                                    lichamen dan wel de daaraan gelieerde instellingen is verstrekt,
                                    niet hoger is dan € 15 miljoen.</al><al><noot id="d11e15688"><noot.nr>263</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Bij de verlening van de
                                            rentekorting en de premiekorting verlenen Gedeputeerde
                                            Staten staatssteun aan de aanvrager. De steun die de
                                            aanvrager per project geniet mag niet hoger uitkomen dan
                                            de genoemde steunpercentages en het steunplafond van €
                                            15 miljoen. Daarbij is het van belang dat bij de
                                            beoordeling of de steunpercentages en het steunplafond
                                            zijn overschreden, alle steun, ongeacht uit welke bron
                                            (lokaal, regionaal, nationaal) de steun afkomstig is,
                                            die de aanvrager voor het project heeft ontvangen,
                                            meegeteld wordt. Als de aanvrager financiering van de EU
                                            heeft ontvangen wordt deze niet meegeteld voor de
                                            berekening van de steunpercentages en het steunplafond,
                                            mits die financiering niet direct of indirect onder de
                                            controle van de overheid staat of stond (bijvoorbeeld:
                                            EFRO-gelden staan onder controle van de overheid ook al
                                            is dit EU-financiering, en om die reden moeten zij
                                            meegeteld worden bij genoemde berekening als de
                                            aanvrager EFRO-subsidie heeft ontvangen voor dezelfde
                                            kosten). Gedeputeerde Staten zullen vóór de
                                            subsidieverlening toetsen of de subsidieverlening door
                                            Gedeputeerde Staten tot overschrijding van genoemde
                                            steunpercentages en/of steunplafond leidt. De
                                            steunpercentages zijn gebaseerd op artikel 41, lid 7,
                                            van de AGV. Het steunplafond van € 15 miljoen vloeit
                                            voort uit artikel 4, lid 1, sub s, van de AGV.</noot.al><noot.al>Om te kunnen bepalen of het maximum steunpercentage
                                            en het steunplafond niet worden overschreden, dient per
                                            te verlenen subsidie te worden bepaald wat het
                                            steunbedrag is. </noot.al><noot.al>In het geval de subsidie uit een lening bestaat,
                                            dient het steunbedrag als volgt te worden bepaald. Om te
                                            bepalen wat het steunbedrag is dat wordt verleend aan
                                            een aanvrager dient het verschil te worden vastgesteld
                                            tussen de rente die conform de
                                            Mededeling-rentepercentages is vastgesteld (dit is in de
                                            definities in deze paragraaf gedefinieerd als
                                            "marktconforme rente") en de rente die daadwerkelijk
                                            wordt betaald door de aanvrager, waarbij van dit
                                            verschil de contante waarde moet worden berekend. Bij
                                            het vaststellen van de rente die op grond van de
                                            Mededinging-rentepercentages geldt, moet het
                                            rentepercentage worden vastgesteld dat van toepassing is
                                            op het moment van het verstrekken van de lening.
                                            Concreet wil dat zeggen dat steeds moet worden nagegaan
                                            welk basisrentepercentage van toepassing is op het
                                            moment van het verstrekken van de lening (zie
                                            http://ec.europa.eu/competition/state_aid/legislation/reference_rates.html),
                                            waarna vervolgens het basisrentepercentage met een
                                            opslag moet worden verhoogd. De hoogte van de opslag is
                                            afhankelijk van de rating van de aanvrager en de door de
                                            aanvrager verschafte zekerheden. De opslag varieert
                                            tussen 60 basispunten (0,6%) en 1000 basispunten (10%).
                                            Voor startende ondernemingen zonder kredietverleden,
                                            zoals special-purpose vehicles, geldt dat het
                                            basisrentepercentage met minstens 4% moet worden
                                            verhoogd, maar de opslag kan nooit lager zijn dan de
                                            opslag die geldt voor de moedermaatschappij als deze
                                            aanwezig is.</noot.al><noot.al>Deze methode die in de Mededeling-rentepercentages
                                            is vastgesteld dient verplicht te worden toegepast op
                                            grond van de AGV. Wanneer de rente die op grond van de
                                            Mededeling-rentepercentages geldt, is vastgesteld, kan
                                            deze worden afgezet tegen de daadwerkelijk te betalen
                                            rente. Van het verschil tussen de daadwerkelijk te
                                            betalen rente over de lening en de rente die betaald zou
                                            moeten worden als het rentepercentage zou worden
                                            toegepast dat op grond van de
                                            Mededeling-rentepercentages is vastgesteld, moet de
                                            contante waarde worden berekend. Voor de berekening van
                                            de contante waarde dient te worden uitgegaan van een
                                            percentage dat bestaat uit het basisrentepercentage dat
                                            de Europese Commissie publiceert op de website waarvan
                                            hiervoor een link is gegeven, vermeerderd met een opslag
                                            van 100 basispunten. Het is niet geoorloofd om een
                                            basisrente te gebruiken die op een andere manier is
                                            vastgesteld.</noot.al><noot.al>Het steunbedrag dat op bovengenoemde wijze is
                                            berekend moet worden afgezet tegen de in aanmerking
                                            komende kosten om vast te stellen of het betreffende
                                            maximum steunpercentage niet wordt overschreden. Het
                                            steunbedrag mag voorts ook niet hoger zijn dan € 15
                                            miljoen.</noot.al><noot.al>In het geval de subsidie uit een garantie bestaat,
                                            dient het steunbedrag als volgt te worden bepaald. Om
                                            het steunbedrag te kunnen berekenen dat voortvloeit uit
                                            een garantie, dient het verschil te worden berekend
                                            tussen de marktconforme premie die wordt bepaald op
                                            grond van de Mededeling-garanties (dit is in de
                                            definities in deze paragraaf gedefinieerd als
                                            "marktconforme premie") en de daadwerkelijk door de
                                            begunstigde te betalen premie, waarbij de netto contante
                                            waarde van het premievoordeel moet worden berekend. De
                                            hoogte van de marktconforme premie is afhankelijk van de
                                            rating van de aanvrager. Voor startende ondernemingen
                                            zonder kredietverleden, zoals special-purpose vehicles,
                                            geldt dat de marktconforme premie minstens 3,8% is, en
                                            nooit lager kan zijn dan de premie die geldt voor de
                                            moedermaatschappij als deze aanwezig is.</noot.al><noot.al>Om de marktconforme premie te bepalen dient op
                                            grond van de AGV verplicht te worden uitgegaan van de
                                            Mededeling-garantie. Wanneer de marktconforme premie die
                                            op grond van de Mededeling-garantie geldt, is
                                            vastgesteld, kan deze worden afgezet tegen de
                                            daadwerkelijk te betalen premie. Van het verschil tussen
                                            de daadwerkelijk te betalen premie over de garantie en
                                            de marktconforme premie die is vastgesteld conform de
                                            Mededeling-garanties, moet de contante waarde worden
                                            berekend. Voor de berekening van de contante waarde
                                            dient te worden uitgegaan van een percentage dat bestaat
                                            uit het basisrentepercentage dat de Europese Commissie
                                            publiceert op de website waarvan hiervoor een link is
                                            gegeven, vermeerderd met een opslag van 100 basispunten.
                                            Het is niet geoorloofd om een basisrente te gebruiken
                                            die op een andere manier is vastgesteld.</noot.al><noot.al>Het steunbedrag dat op bovengenoemde wijze is
                                            berekend moet worden afgezet tegen de in aanmerking
                                            komende kosten om vast te stellen of het betreffende
                                            maximum steunpercentage niet wordt overschreden. Het
                                            steunbedrag mag voorts ook niet hoger zijn dan € 15
                                            miljoen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_78_222_"> [vervallen]</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.2.3 Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e15722"><noot.nr>264</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De provincie Overijssel
                                            heeft ervoor gekozen om niet de volledige in aanmerking
                                            komende kosten te subsidiëren. De provincie Overijssel
                                            wil dat de aanvrager ook zelf bijdraagt aan de
                                            financiering van het energieproject. De 80% genoemd in
                                            lid 2 is gebaseerd op de Mededeling-garanties.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_79_223_"> De subsidie bedraagt bij
                                    energieprojecten ter zake van hernieuwbare energie maximaal 80%
                                    van de in aanmerking komende kosten op het gebied van:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_22_79_223_179_"> geothermie;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_22_79_223_180_"> zonne-energie;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57689_0_22_79_223_181_"> bio-energie;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57689_0_22_79_223_182_"> warmtepompen met een
                                            minimale Coefficient Of Performance (COP) van 4;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57689_0_22_79_223_183_"> warmtekracht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_79_224_"> Indien een overheidsgarantie
                                    wordt afgegeven of gelijkwaardige zekerheid bedraagt de subsidie
                                    maximaal 100% van de in aanmerking komende kosten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_79_225_"> In geval van een garantie
                                    bedraagt de garantie van Gedeputeerde Staten maximaal 80% van
                                    het krediet.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.2.4 Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e15768"><noot.nr>265</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Bij de berekening van de
                                            steunintensiteit zijn alle gebruikte cijfers de cijfers
                                            vóór aftrek van belastingen en andere heffingen.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_80_226_"> In afwijking van artikel 1.1.5
                                    worden als subsidiabele kosten beschouwd de in aanmerking
                                    komende kosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_80_227_"> Tot de subsidiabele kosten
                                    behoren in ieder geval niet:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_22_80_227_184_"> administratieve
                                            kosten die gemaakt worden ten behoeve van het
                                            energieproject;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_22_80_227_185_"> kosten die gemaakt
                                            worden ten behoeve van het aanvragen van de subsidie
                                            voor het energieproject;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57689_0_22_80_227_186_"> kosten die
                                            anderszins al vergoed zijn o.a. door het Rijk, door
                                            andere publiekrechtelijke rechtspersonen of openbare
                                            lichamen dan wel de daaraan gelieerde instellingen of
                                            door de Europese Commissie.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.2.5 Indieningstermijn aanvraag</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e15803"><noot.nr>266</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Op grond van artikel 1.2.2
                                            eerste lid kan gedurende het gehele kalenderjaar een
                                            subsidieaanvraag worden ingediend. Artikel 1.2.2 tweede
                                            lid ziet op jaarlijkse subsidies. Afwijking van artikel
                                            1.2.2 is wenselijk omdat in de onderhavige regeling met
                                            subsidieplafonds wordt gewerkt voor een bepaald
                                            subsidietijdvak. De verwachting is dat het er in de
                                            praktijk behoefte zal zijn om gedurende het gehele
                                            subsidietijdvak aanvragen om subsidie in te kunnen
                                            dienen. Om aanvragen toch zoveel mogelijk binnen het
                                            subsidietijdvak af te kunnen handelen, is in het eerste
                                            lid van dit artikel bepaald dat de subsidieaanvraag tot
                                            dertien weken voor het einde van het subsidietijdvak
                                            waarop de aanvraag betrekking heeft kan worden
                                            ingediend. In het tweede lid is bepaald dat de aanvraag
                                            vier weken voor het einde van het subsidietijdvak waarop
                                            de aanvraag betrekking heeft volledig moet zijn.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.In</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_81_228_"> afwijking van artikel 1.2.2 kan
                                    een subsidieaanvraag tot twaalf weken voor het eind van het
                                    subsidietijdvak waarop de aanvraag betrekking heeft worden
                                    ingediend door inzending van een daartoe opgesteld formulier.
                                    Het formulier vermeldt welke bijlagen bij de aanvraag dienen te
                                    worden overlegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_81_229_"> In afwijking van artikel 1.2.2
                                    moet een subsidieaanvraag volledig zijn ingediend uiterlijk vier
                                    weken voor het eind van het subsidietijdvak waarop de aanvraag
                                    betrekking heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.2.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e15828"><noot.nr>267</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit artikel geeft
                                            voorschriften voor een aanvraag voor subsidie. Dit
                                            artikel dient in samenhang te worden gelezen met artikel
                                            1.2.1. In aanvulling op de gegevens die een aanvrager op
                                            grond van artikel 1.2.1 bij de aanvraag moet indienen,
                                            dient de aanvrager aanvullende gegevens te overleggen
                                            ten behoeve van de beoordeling van de aanvraag.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_82_230_"> De aanvrager overlegt in
                                    aanvulling op artikel 1.2.1 bij de aanvraag tevens een
                                    projectplan, dat in ieder geval de volgende gegevens dient te
                                    bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_22_82_230_187_"> beschrijving c.q.
                                            inschatting van de door de ontvangen subsidie te
                                            verwachten opwekking van hernieuwbare energie;</al></li><li nr="b.een"><al id="anker-H57689_0_22_82_230_188_"> berekening van de in
                                            aanmerking komende kosten waarbij de kosten van het
                                            energieproject afgezet worden tegen de kosten van de
                                            referentie-investering;</al></li></lijst><al><noot id="d11e15849"><noot.nr>268</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De voor subsidie in
                                            aanmerking komende kosten moeten worden gemotiveerd en
                                            gespecificeerd. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_82_231_"> De aanvrager overlegt in
                                    aanvulling op artikel 1.2.1 bij de aanvraag een
                                    ratingverklaring, tenzij de aanvrager een special purpose
                                    vehicle is zonder kredietverleden en geen moedermaatschappij
                                    heeft.</al></lid><lid><lidnr>3.Indien</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_82_232_"> de aanvrager voor dezelfde -
                                    elkaar geheel of gedeeltelijk overlappende- in aanmerking
                                    komende kosten waarvoor zij subsidie aanvraagt reeds van het
                                    Rijk, andere publiekrechtelijke rechtspersonen of openbare
                                    lichamen dan wel de daaraan gelieerde instellingen of de
                                    Europese Commissie een vergoeding c.q. subsidie heeft ontvangen,
                                    overlegt zij de bewijsstukken waaruit deze vergoeding c.q.
                                    subsidie blijkt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_82_233_"> De aanvrager overlegt in
                                    aanvulling op artikel 1.2.1, tweede lid, bij de aanvraag tevens
                                    een bedrijfsplan.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e15875"><noot.nr>269</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het bedrijfsplan moet in
                                            ieder geval de volgende gegevens bevatten: </noot.al><noot.al>- de doelstelling van de aanvrager en hoe hij deze
                                            wil bereiken; de ideeën over het soort onderneming dat
                                            hij wil oprichten;</noot.al><noot.al>- de geplande rechtsvorm;</noot.al><noot.al>- vergunningen die nodig zijn om van start te gaan
                                            met het project;</noot.al><noot.al>- meerjarige investeringsbegroting;</noot.al><noot.al>- meerjarige exploitatiebegroting: op basis van de
                                            meerjarige omzetprognose moet de aanvrager aangeven
                                            hoeveel nettowinst hij verwacht te overhouden na aftrek
                                            van de investeringen (exploitatie) van de
                                            omzet;</noot.al><noot.al>Ten slotte wordt in het bedrijfsplan verwacht dat
                                            de subsidieaanvrager zal aangeven welke
                                            werkgelegenheidseffecten door realisering van het
                                            energieproject te realiseren dan wel te verwachten zijn.
                                            Om die reden wordt van de subsidieaanvrager verwacht dat
                                            hij inzicht geeft in het aantal gecreëerde
                                            arbeidsplaatsen. Dit begrip is toegelicht in de
                                            definities. Daarbij moet tevens inzicht worden gegeven
                                            in het aantal gecreëerde arbeidsplaatsen dat na
                                            uitvoering van het energieproject waarvoor subsidie
                                            wordt aangevraagd zal blijven bestaan. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_82_234_"> Ingeval een garantie wordt
                                    aangevraagd, overlegt de aanvrager in aanvulling op artikel
                                    1.2.1 tweede lid bij de aanvraag tevens een door een bank
                                    geoffreerde kredietovereenkomst en concept
                                    garantverklaring.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_82_235_"> De aanvrager overlegt in
                                    aanvulling op artikel 1.2.1, tweede lid, bij de aanvraag
                                    documentatie ten behoeve van het uitvoeren van een financiële
                                    due diligence, een technische due diligence, een
                                    duurzaamheidstoets en een fiscale en juridische due
                                    diligence.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e15908"><noot.nr>270</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Bij documentatie ten
                                            behoeve van het uitvoeren van een financiële due
                                            diligence, een technische due diligence, een
                                            duurzaamheidstoets en een fiscale en juridische due
                                            diligence moet, afhankelijk van de aard van het
                                            energieproject waarvoor subsidie wordt aangevraagd,
                                            worden gedacht aan een zonurenanalyse, een technische
                                            analyse van de gebruikte technologie, taxatierapporten,
                                            identificatiebewijzen van bestuurders en aandeelhouders,
                                            een organisatieschema, projectcontracten, zoals
                                            afnamecontracten, inkoopcontracten en
                                            onderhoudscontracten. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.2.7 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen een subsidieplafond vast.</al><al><noot id="d11e15923"><noot.nr>271</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Ingevolge artikel 4:22 van de
                                        Awb wordt onder subsidieplafond verstaan: het bedrag dat
                                        gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is
                                        voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald
                                        wettelijk voorschrift. Artikel 4:25 van de Awb schrijft voor
                                        dat voor de vaststelling van een subsidieplafond een
                                        wettelijke grondslag is vereist. Artikel 8.20.2.7 geeft deze
                                        wettelijke grondslag. </noot.al><noot.al>De Awb eist dat het subsidieplafond bekend wordt
                                        gemaakt voordat de periode waarop het betrekking heeft
                                        ingaat. Zo kunnen potentiële aanvragers weten hoeveel geld
                                        er beschikbaar is. Op grond van artikel 4:25, tweede lid,
                                        Awb moet een aanvraag om subsidie worden geweigerd, als door
                                        verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden
                                        overschreden.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.2.8 Volgorde van behandeling</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e15940"><noot.nr>272</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In artikel 4:26 van de Awb
                                            is voorgeschreven dat bij of krachtens wettelijk
                                            voorschrift wordt bepaald hoe het beschikbare bedrag
                                            wordt verdeeld. Artikel 8.20.2.8 geeft deze wettelijke
                                            grondslag. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_84_236_"> Voor het bepalen van het
                                    bereiken van het van toepassing zijnde subsidieplafond,
                                    beslissen Gedeputeerde Staten op volgorde van het tijdstip van
                                    binnenkomst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_84_237_"> Indien de aanvraag nog niet
                                    volledig is, wordt het tijdstip van binnenkomst bepaald door het
                                    moment waarop de aanvraag wel volledig is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_84_238_"> Voor zover door verstrekking van
                                    subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het
                                    subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge
                                    rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van
                                    prioritering op basis van de hoogst verwachte
                                    energie-efficiëntie dan wel toename van hernieuwbare energie per
                                    aangevraagde Euro aan subsidie. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.2.9 Adviescommissie</titel></kop><al>Een subsidieaanvraag wordt, nadat de aanvraag volledig is, om advies
                                voorgelegd aan de adviescommissie, die binnen zes weken een advies
                                aan Gedeputeerde Staten uitbrengt. Deze termijn kan met een termijn
                                van maximaal twee weken worden verlengd.</al><al><noot id="d11e15970"><noot.nr>273</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>GS hebben bij besluit van 13
                                        november 2012 een adviescommissie ingesteld die advies
                                        uitbrengt over elke aanvraag die is ingediend op grond van
                                        deze paragraaf. </noot.al><noot.al>Indien door verstrekking van subsidie voor aanvragen,
                                        die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond
                                        wordt overschreden, wordt op grond van artikel 8.20.2.8,
                                        derde lid, de onderlinge rangschikking van die aanvragen
                                        vastgesteld door middel van prioritering op basis van de
                                        hoogst verwachte energie-efficiëntie dan wel toename van
                                        hernieuwbare energie per aangevraagde Euro aan subsidie. Ook
                                        over deze prioritering brengt de adviescommissie advies
                                        uit.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.2.10 Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e15988"><noot.nr>274</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Deze weigeringsgronden
                                            gelden in aanvulling op artikel 1.3.1. De
                                            weigeringsgronden in artikel 1.3.1 zijn facultatief.
                                            Gedeputeerde Staten kunnen de subsidie geheel of
                                            gedeeltelijk weigeren als die weigeringsgronden zich
                                            voordoen. In dit artikel 8.20.2.10 zijn de
                                            weigeringsgronden imperatief geformuleerd. Als een van
                                            deze afwijzingsgronden zich voordoen, dan moeten
                                            Gedeputeerde Staten de aanvraag afwijzen. De
                                            afwijzingsgronden in sub c-h, k-l, vloeien voort uit de
                                            staatssteunregels. Deze afwijzingsgronden zijn gebaseerd
                                            op de AGV: sub c is gebaseerd op artikel 41 van de AGV;
                                            sub d is gebaseerd op artikel 5, tweede lid, sub b, van
                                            de AGV jo. de Mededeling-rentepercentages die, zoals
                                            hiervoor is toegelicht, op grond van de AGV verplicht
                                            toegepast moet worden om het steunbedrag te kunnen
                                            berekenen in geval van leningen; sub e is gebaseerd op
                                            artikel 5, tweede lid, sub c, onder i), van de AGV jo.
                                            de Mededeling-garanties die, zoals hiervoor is
                                            toegelicht, op grond van de AGV verplicht toegepast moet
                                            worden om het steunbedrag te kunnen berekenen in geval
                                            van garanties; sub f is gebaseerd op paragraaf 3.3. van
                                            de Mededeling-garanties die, zoals hiervoor is
                                            toegelicht, op grond van de AGV verplicht toegepast moet
                                            worden om het steunbedrag te kunnen berekenen in geval
                                            van garanties; sub g is gebaseerd op artikel 1, vierde
                                            lid, sub a, van de AGV; sub h is gebaseerd op 1, tweede
                                            lid, sub c, van de AGV; sub k is gebaseerd op artikel 6,
                                            tweede lid, van de AGV; sub l is gebaseerd op artikel 6,
                                            tweede en derde lid, van de AGV. In de overige gevallen
                                            heeft een subsidie van de provincie Overijssel naar de
                                            mening van de provincie Overijssel geen toegevoegde
                                            waarde. Deze gevallen zijn in lid 2 sub a-b en i-j
                                            opgesomd. Voor deze gevallen wordt ook geen subsidie
                                            verleend door de provincie Overijssel. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_86_239_"> Gedeputeerde Staten weigeren de
                                    subsidie als op basis van de aanvraag wordt beoordeeld dat het
                                    te verlenen subsidiebedrag minder dan € 1.000.000 is per
                                    energieproject. Indien de aanvrager op dezelfde dag subsidie
                                    aanvraagt op grond van paragraaf 8.20.3, wordt voor het bepalen
                                    van het minimum tevens het te verlenen subsidiebedrag van die
                                    aanvraag betrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_86_240_"> Indien de aanvraag ziet op een
                                    subsidie voor een zonne-energieproject weigeren Gedeputeerde
                                    Staten de subsidie als op basis van de aanvraag wordt beoordeeld
                                    dat het te verlenen subsidiebedrag minder dan € 500.000 is per
                                    energieproject, het zonne-energieproject niet dupliceerbaar is
                                    én de som van toegekende subsidies aan zonne-energieprojecten
                                    lager dan € 1.000.000 meer is dan € 2.500.000.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_86_241_"> Gedeputeerde Staten weigeren de
                                    subsidie geheel of gedeeltelijk indien:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_22_86_241_189_"> de werkelijke kosten
                                            naar het oordeel van Gedeputeerde Staten niet in
                                            redelijke verhouding staan tot het te verkrijgen
                                            resultaat;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_22_86_241_190_"> het bedrijfsplan
                                            en/of projectplan naar het oordeel van Gedeputeerde
                                            Staten niet haalbaar en/of uitvoerbaar is.</al></li></lijst><al><noot id="d11e16019"><noot.nr>275</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Voor deze weigeringsgrond
                                            geldt dat daar in ieder geval wordt verstaan de situatie
                                            waarin de uitkomst van een door een expert uitgevoerde
                                            financiële, technische, juridische of fiscale due
                                            diligence negatief is. ]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="c."><al id="anker-H57689_0_22_86_241_191_"> het verstrekte
                                            krediet of de geldlening niet ten behoeve van het
                                            energieproject wordt aangewend;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57689_0_22_86_241_192_"> uit de
                                            ratingverklaring blijkt dat de aanvrager van een
                                            geldlening of diens moedermaatschappij tot de
                                            ratingcategorie CCC of lager behoort</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57689_0_22_86_241_193_"> uit de
                                            ratingverklaring blijkt dat de aanvrager van een
                                            garantie of diens moedermaatschappij tot de
                                            ratingcategorie CCC+ of lager behoort;</al></li><li nr="f."><al id="anker-H57689_0_22_86_241_194_"> de aanvrager van een
                                            garantie een grote onderneming is;</al></li><li nr="g."><al id="anker-H57689_0_22_86_241_195_"> ten aanzien van de
                                            aanvrager een uitstaand bevel tot terugvordering voor
                                            onrechtmatig verleende staatssteun geldt;</al></li><li nr="h."><al id="anker-H57689_0_22_86_241_196_"> de aanvrager in
                                            financiële moeilijkheden verkeert;</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57689_0_22_86_241_197_"> de aanvrager over
                                            onvoldoende financiële middelen beschikt om het
                                            energieproject uit te voeren;</al></li></lijst><al><noot id="d11e16050"><noot.nr>276</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De aanvrager beschikt niet
                                            over voldoende financiële middelen om het energieproject
                                            uit te voeren als er geen bankfinanciering voor de
                                            dekking van de kosten van het energieproject die niet
                                            voor subsidiëring op grond van deze regeling in
                                            aanmerking komen. ]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="j."><al id="anker-H57689_0_22_86_241_198_"> de aanvrager op de
                                            markt gehele financiering voor het energieproject kan
                                            verkrijgen en met die financiering de commerciële
                                            levensvatbaarheid van het project met een zelfde
                                            maatschappelijk rendement, naar het oordeel van
                                            Gedeputeerde Staten, aannemelijk is;</al></li><li nr="k."><al id="anker-H57689_0_22_86_241_199_"> de activiteiten
                                            reeds zijn aangevangen op het tijdstip van indiening van
                                            de subsidieaanvraag;</al></li><li nr="l."><al id="anker-H57689_0_22_86_241_200_"> indien de aanvrager,
                                            zijnde een grote onderneming, naar het oordeel van
                                            Gedeputeerde Staten er niet in geslaagd is om het
                                            stimulerend effect van de subsidie in de zin van artikel
                                            6, derde lid van de AGV aan te tonen. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.2.11 Kenmerken van uitvoeringsovereenkomst,
                                    kredietovereenkomst en garantie</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e16075"><noot.nr>277</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Zie toelichting artikel
                                            8.20.2.2 over de achtergronden van de
                                            uitvoeringsovereenkomst.</noot.al><noot.al>Afgezien van de staatssteunrechtelijke beperkingen
                                            aan het geboden rentevoordeel, is de provincie
                                            Overijssel van mening dat het geboden rentevoordeel niet
                                            te groot mag zijn, omdat dan de afstand naar de markt te
                                            groot wordt en daarmee minder goede projecten worden
                                            gefaciliteerd. Dat geeft overstimulering en bemoeilijkt
                                            de transitie naar hernieuwbare energie en een normale
                                            markt zonder stimulering van de overheid.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_87_242_"> De hoogte van de geldlening en
                                    garantie per energieproject is maximaal de subsidiabele
                                    kosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_87_243_"> De looptijd van de geldlening en
                                    kredietovereenkomst bedraagt een bepaalde tijd, doch maximaal 15
                                    jaar. Voor zonneprojecten is een langere looptijd mogelijk, mits
                                    deze aansluit bij de termijnen van de SDE+-subsidie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_87_244_"> Ingeval van een geldlening wordt
                                    een rentekorting van maximaal 2% of 200 basispunten gehanteerd
                                    per jaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_87_245_"> De rente van de geldlening is
                                    gedurende de looptijd van de geldlening vast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_87_246_"> Gedeputeerde Staten kunnen
                                    boetevrije vervroegde aflossing van de geldlening toestaan.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_87_247_"> De geldlening wordt onderhands
                                    verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_87_248_"> Ingeval van een garantie is de
                                    maximale premiekorting gelijk aan het bedrag dat op grond van
                                    artikel 8.20.2.2 sub c, d en e van dit hoofdstuk is
                                    toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_87_249_"> De hoogte van de garantie wordt
                                    verminderd naar rato van de aflossingen die worden gedaan op de
                                    kredietovereenkomst waarvoor de garantie is verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.2.12 Indieningstermijn aanvraag tot
                                    subsidievaststelling</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.5.2 eerste lid dan wel artikel 1.5.3
                                eerste lid wordt een aanvraag tot vaststelling ingediend uiterlijk
                                13 weken voor aflossing van de lening of het einde van de
                                garantie.</al><al><noot id="d11e16132"><noot.nr>278</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In dit artikel is aangegeven
                                        dat en wanneer de subsidieontvanger een aanvraag tot
                                        subsidievaststelling moet indienen. ]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.2.13 Ambtshalve vaststellen subsidie</titel></kop><al>Ingeval van een garantie kan deze ambtshalve worden vastgesteld
                                zodra:</al><al>a. het krediet waarvoor de provincie een garantie heeft afgegeven is
                                afgelost; of</al><al>b. ingeval de bank de garantie heeft ingeroepen: de vordering van de
                                provincie op de ontvanger van de garantie is voldaan dan wel de
                                provincie heeft besloten af te zien van verdere invordering.</al><al><noot id="d11e16151"><noot.nr>279</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Onderdeel a van dit artikel
                                        geeft aan dat de garantie wordt vastgesteld op het moment
                                        dat de lening is afgelost. Dit geldt ook als de lening
                                        voortijdig is afgelost. Verder geeft dit artikel aan dat de
                                        garantie tevens zal worden vastgesteld als de bank de
                                        garantie heeft ingeroepen. Verder is opgenomen dat de
                                        garantie wordt vastgesteld als er geen vorderingen meer zijn
                                        ten aanzien van de aanvrager. Dit zou bijvoorbeeld kunnen
                                        gelden als de provincie Overijssel de restschuld van de bank
                                        overneemt nadat de bank de garantie heeft ingeroepen. In de
                                        beschikking tot verlening van de garantie kunnen
                                        Gedeputeerde Staten voorwaarden vastleggen over de
                                        vaststelling. ]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.2.14 Terugvordering</titel></kop><al>Als de ontvanger van de subsidie het energieproject niet uitvoert
                                zoals is vastgelegd bij de beschikking tot het verlenen van de
                                subsidie en niet heeft voldaan aan artikel 8.20.2.15 kunnen
                                Gedeputeerde Staten besluiten eenmalig een premie van maximaal 5%
                                van de hoogte van de afgegeven garantie bij de ontvanger van de
                                garantie terugvorderen.</al><al><noot id="d11e16166"><noot.nr>280</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In dit artikel is opgenomen
                                        dat de provincie Overijssel een premie zal terugvorderen als
                                        blijkt dat de ontvanger van de subsidie zijn energieproject
                                        niet of op een ander manier gaat uitvoeren. Deze
                                        subsidieparagraaf is uiteindelijk bedoeld ter stimulering
                                        van hernieuwbare energie. Als gedurende de looptijd van het
                                        energieproject de activiteiten dusdanig wijzigen dat er geen
                                        sprake meer is van de opwekking van hernieuwbare energie,
                                        dan bereikt de provincie haar beleidsdoel niet. De provincie
                                        Overijssel had dan ook geen garantie af willen geven voor
                                        het project. De provincie Overijssel kan de garantie niet
                                        intrekken, omdat dan de bank met een risico wordt
                                        opgezadeld. Om deze reden wil de provincie Overijssel een
                                        deel van het premievoordeel dat een ontvanger van de
                                        garantie heeft terugvorderen.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.2.15 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e16181"><noot.nr>281</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit artikel bevat de
                                            belangrijkste subsidieverplichtingen die aan de
                                            subsidieontvanger zullen worden opgelegd. Op grond van
                                            artikel 4:37 van de Awb kunnen de in dat artikel
                                            genoemde verplichtingen aan subsidieontvangers worden
                                            opgelegd zonder wettelijk voorschrift. Een aantal
                                            subsidieverplichtingen kunnen vanwege het bepaalde in
                                            artikel 4:38 en 4:39 van de Awb slechts worden opgelegd
                                            als dat in een wettelijke regeling, zoals dit
                                            Uitvoeringsbesluit, is bepaald. Om die reden zijn in dit
                                            artikel 8.20.2.15 een aantal subsidieverplichtingen
                                            geformuleerd.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_91_250_"> De aanvrager tekent uiterlijk
                                    acht weken na het verlenen van de subsidie met de provincie
                                    Overijssel een uitvoeringsovereenkomst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_91_251_"> Ingeval van een garantie sluit
                                    de aanvrager uiterlijk acht weken na het verlenen van de
                                    subsidie met een bank de bij de aanvraag overlegde door een bank
                                    geoffreerde kredietovereenkomst en definitieve
                                    garantverklaring.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_91_252_"> De subsidie-ontvanger betaalt
                                    Gedeputeerde Staten jaarlijks rente over de geldlening. Ingeval
                                    van een garantie betaalt de subsidie-ontvanger aan Gedeputeerde
                                    Staten een jaarlijkse premie voor de verstrekte garantie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_91_253_"> Ingeval van een geldlening
                                    betaalt de subsidie-ontvanger in ieder geval halfjaarlijks het
                                    overeengekomen aflossingsbedrag, met ingang van 1 januari van
                                    het tweede jaar volgende op de datum van verlening van de
                                    subsidie, terug aan Gedeputeerde Staten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_91_254_"> Ingeval van een door de bank
                                    ingeroepen garantie, betaalt de subsidie-ontvanger aan
                                    Gedeputeerde Staten het door de provincie aan de bank betaalde
                                    terug.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_91_255_"> Terzake van de in de leden 3 tot
                                    en met 5 genoemde verplichtingen wordt in de
                                    uitvoeringsovereenkomst een betalingsregime afgesproken en
                                    kunnen daarin verplichtingen worden opgenomen ten aanzien van de
                                    kredietwaardigheid van de subsidie-ontvanger.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_91_256_"> De subsidie-ontvanger doet
                                    onverwijld mededeling aan Gedeputeerde Staten van de
                                    omstandigheid dat hij verwacht niet binnen de in de beschikking
                                    tot subsidieverlening opgenomen termijn te beschikken over de
                                    vereiste vergunningen, ontheffingen of andere (rechtens
                                    benodigde) toestemmingen in verband met het energieproject. De
                                    subsidie-ontvanger doet onverwijld mededeling aan Gedeputeerde
                                    Staten indien de bank de garantie zal inroepen, dan wel in het
                                    geval verwacht kan worden dat de bank de garantie in zal
                                    roepen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_91_257_"> De subsidie-ontvanger dient
                                    binnen één jaar na subsidieverlening te starten met de
                                    uitvoering van het energieproject.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_91_258_"> De subsidie-ontvanger dient
                                    uiterlijk na verloop van de duur van de geldlening c.q het
                                    krediet aan te tonen dat het energieproject conform de aanvraag
                                    is uitgevoerd en voltooid. Daarbij rapporteert de aanvrager ook
                                    over het maatschappelijk rendement van het energieproject.
                                    Indien de looptijd van de geldlening c.q. krediet langer duurt
                                    dan één jaar rapporteert de subsidie-ontvanger jaarlijks aan
                                    Gedeputeerde Staten over de voortgang van het project en
                                    overlegt daarbij in ieder geval de jaarrekening.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_91_259_"> In afwijking van artikel 1.4.1,
                                    derde lid, kunnen Gedeputeerde Staten de verplichting opleggen
                                    tot het vaker dan één keer per jaar afleggen van rekening en
                                    verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan
                                    verbonden inkomsten.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_91_260_"> [vervallen]</al></lid><lid><lidnr>12.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_91_261_"> Gedeputeerde Staten kunnen
                                    voorwaarden aan de subsidiebeschikking verbinden ten aanzien
                                    van:</al><lijst><li nr="-"><al id="anker-H57689_0_22_91_261_201_"> de EBITDA ten
                                            opzichte van rente-en aflossingsverplichtingen;</al></li><li nr="-"><al id="anker-H57689_0_22_91_261_202_"> het aanhouden van
                                            liquide middelen ten behoeve van onderhoud, rente en
                                            aflossingsverplichtingen en onvoorziene
                                            omstandigheden;</al></li><li nr="-"><al id="anker-H57689_0_22_91_261_203_"> toestemming bij
                                            wijziging van aandeelhouders;</al></li><li nr="-"><al id="anker-H57689_0_22_91_261_204_"> toestemming voor het
                                            aangaan van financiële verplichtingen met derden;</al></li><li nr="-"><al id="anker-H57689_0_22_91_261_205_"> toestemming voor het
                                            wijzigen van overeenkomsten aangaande het
                                            energieproject;</al></li><li nr="-"><al id="anker-H57689_0_22_91_261_206_"> toestemming voor
                                            uitkering van dividend en/of opname van cashflow ten
                                            behoeve van het concern.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>13.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_91_262_"> De activiteiten waarvoor de
                                    subsidie wordt verstrekt moeten binnen vier jaar na verlening
                                    van de subsidie zijn uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>14.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_91_263_"> de aanvrager of diens
                                    moedermaatschappij dient tot en met de subsidievaststelling
                                    dezelfde ratingcategorie te behouden als hij ten tijde van de
                                    subsidieverlening had, tenzij de aanvrager een special purpose
                                    vehicle is zonder kredietverleden en geen moedermaatschappij
                                    heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.2.16 Uitstel of ontheffing
                                    betalingsverplichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_92_264_"> Ingeval van een geldlening kan
                                    de subsidie-ontvanger Gedeputeerde Staten verzoeken om het
                                    subsidiebedrag in andere termijnen terug te betalen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Ingeval van een geldlening kan de subsidie-ontvanger
                                    Gedeputeerde Staten deugdelijk gemotiveerd verzoeken om
                                    ontheffing te verlenen van de verplichting genoemd in artikel
                                    8.20.2.15 vierde lid. </al><al>Ingeval van een door de bank ingeroepen garantie kan de
                                    subsidie-ontvanger Gedeputeerde Staten deugdelijk gemotiveerd
                                    verzoeken om ontheffing te verlenen van de verplichting genoemd
                                    in artikel 8.20.2.15 vijfde lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_92_266_"> De ontheffing, bedoeld in het
                                    tweede lid, kan worden verleend indien:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_22_92_266_207_"> terugbetaling door
                                            bijzondere omstandigheden niet mogelijk is;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_22_92_266_208_"> een strikte
                                            toepassing van artikel 8.20.2.15 naar het oordeel van
                                            Gedeputeerde Staten door bijzondere omstandigheden zou
                                            leiden tot een onredelijke beslissing.</al></li></lijst><al><noot id="d11e16308"><noot.nr>282</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Ter zake van het derde lid
                                            kunnen Gedeputeerde Staten beleid opstellen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_92_267_"> Gedeputeerde Staten kunnen
                                    bepalen dat bij het verzoek om ontheffing als bedoeld in het
                                    tweede lid van dit artikel een accountantsverklaring als bedoeld
                                    in artikel 393 van Boek 2 van het BW wordt overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_92_268_"> Er wordt geen uitstel of
                                    ontheffing verleend wanneer de ontheffing naar het oordeel van
                                    Gedeputeerde Staten in strijd is met de toepasselijke
                                    staatssteunregels, zoals onder meer bedoeld in artikel
                                    8.20.2.17.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.2.17 Europese regelgeving</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e16333"><noot.nr>283</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Aangezien het verlenen van
                                            de subsidie conform deze subsidieparagraaf staatssteun
                                            oplevert, is deze subsidieparagraaf gebaseerd op de AGV
                                            en de de-minimisverordening en is zodanig ingericht dat
                                            de subsidieverlening moet voldoen aan de regels van de
                                            AGV en de-minimisverordening. De genoemde Europese
                                            regelgeving stelt een groot aantal eisen aan het
                                            verstrekken van subsidies door Gedeputeerde Staten in de
                                            vorm van leningen en garanties. In deze paragraaf zijn
                                            niet alle in de Europese regelgeving gestelde eisen
                                            overgenomen. Bij de beoordeling van de aanvraag zal
                                            echter worden getoetst of de subsidie in overeenstemming
                                            met die eisen kan worden verstrekt. Zo niet, dan zal de
                                            subsidie worden geweigerd, tenzij het in artikel
                                            8.20.2.2, sub a, tweede zin, genoemde geval zich
                                            voordoet. In artikel 8.20.2.2 sub c, tweede zin, is
                                            aangegeven dat Gedeputeerde Staten in voorkomend geval,
                                            het voornemen tot verlening van een subsidie voor een
                                            aanvraag die niet voldoet aan de de-minimisverordening
                                            of de AGV kunnen aanmelden bij de Europese Commissie
                                            indien de aanvraag naar het oordeel van Gedeputeerde
                                            Staten een aanzienlijke bijdrage levert aan de
                                            beleidsdoelstellingen van de Provincie Overijssel op het
                                            gebied van hernieuwbare energie en de kans op
                                            goedkeuring door de Europese Commissie naar het oordeel
                                            van Gedeputeerde Staten hoog is. Gedeputeerde Staten
                                            kunnen de subsidie dan onder de opschortende voorwaarde
                                            van goedkeuring door de Europese Commissie verlenen.
                                            Voldoet de subsidie niet aan genoemde eisen en doet het
                                            geval in artikel 8.20.2.2 sub c, tweede zin, zich niet
                                            voor, dan is subsidieverlening in strijd met de
                                            staatssteunregels.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr/><al>De subsidie wordt verstrekt met inachtneming van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_93_269_"> de AGV; of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_93_270_"> de de-minimisverordening;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_93_271_"> de
                                    Mededeling-rentepercentages;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57689_0_22_93_272_"> de Mededeling-garanties.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.2.18 Voorschotverlening</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.3.3 tweede of derde lid verstrekken
                                Gedeputeerde Staten in geval van een geldlening de aanvrager een
                                voorschot van 100% van de verleende subsidie.</al><al><noot id="d11e16372"><noot.nr>284</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De bevoorschotting moet een
                                        wettelijke grondslag hebben. De aard van de subsidie noopt
                                        ertoe af te wijken van artikel 1.3.3. tweede of derde lid,
                                        waarin een beperking is gegeven aan het te bevoorschotten
                                        subsidiebedrag.]</noot.al></noot></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subparagraaf 8.20.3 Energie-efficiëntie door
                                ondernemingen</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e16386"><noot.nr>285</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Deze subparagraaf ziet op
                                        subsidies in de vorm van een geldlening of garantie aan
                                        ondernemingen voor de in aanmerking komende kosten van een
                                        energieproject waarbij energie-efficiëntiemaatregelen worden
                                        genomen. De provincie Overijssel beoogt daarmee
                                        ondernemingen te stimuleren om
                                        energie-efficiëntiemaatregelen te nemen.</noot.al><noot.al>Alleen de in aanmerking komende kosten kunnen worden
                                        gesubsidieerd. Dit is een eis die voortvloeit uit de
                                        staatssteunregels. In de begripsbepalingen is gedefinieerd
                                        wat onder ‘in aanmerking komende kosten' moet worden
                                        verstaan.]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.3.1 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_95_273_"> Gedeputeerde Staten kunnen aan
                                    een onderneming op aanvraag subsidie verlenen in de vorm
                                    van</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_23_95_273_209_"> een geldlening;
                                            of</al></li><li nr="b."><al> een garantie. </al><al>Ingeval van een geldlening wordt de subsidie conform
                                            artikel 8.20.3.15, eerste, derde en vierde lid
                                            terugbetaald. </al><al>Ingeval een garantie door de bank wordt ingeroepen,
                                            wordt hetgeen de provincie aan de bank moet betalen door
                                            de onderneming aan de provincie conform artikel
                                            8.20.3.15, eerste, tweede en vijfde lid
                                            terugbetaald.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_95_274_"> De subsidie bedoeld in het
                                    vorige lid kan uitsluitend worden verstrekt voor de in
                                    aanmerking komende kosten van:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_23_95_274_211_"> een energieproject
                                            waarbij energie-efficiëntiemaatregelen worden genomen
                                            door</al></li><li nr="-"><al id="anker-H57689_0_23_95_274_212_">
                                            aanpassing/vervanging van bedrijfsruimten, of</al></li><li nr="-"><al id="anker-H57689_0_23_95_274_213_"> aanpassing van de
                                            productie, niet zijnde mobiele productiemiddelen;</al></li><li nr="-"><al id="anker-H57689_0_23_95_274_214_"> aanpassingen aan
                                            woningen middels energie service companies (ESCO);</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_23_95_274_215_"> waarbij het
                                            energieproject een terugverdientijd heeft van meer dan
                                            drie jaar.</al></li></lijst><al><noot id="d11e16438"><noot.nr>286</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Onder bedrijfsruimten als
                                            bedoeld in het tweede lid van dit artikel kunnen ook
                                            maatschappelijk vastgoed, winkels en kantoren worden
                                            verstaan, zoals scholen, ziekenhuizen,
                                            zwembaden.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_95_275_"> Per onderneming kan slechts één
                                    aanvraag per energieproject worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e16454"><noot.nr>287</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De provincie Overijssel
                                            vindt het ongewenst dat meer dan één aanvraag per
                                            energieproject wordt ingediend. Daarom bevat het derde
                                            lid van dit artikel daartoe een
                                            uitzonderingsgrond.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_95_276_"> Subsidie voor een energieproject
                                    op grond van deze paragraaf wordt niet verleend, indien voor dat
                                    energieproject al subsidie is verleend of aangevraagd op grond
                                    van paragraaf 8.20.1 "Hernieuwbare energie en
                                    energie-efficiëntie door woningcorporaties".</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e16470"><noot.nr>288</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Lid 4 houdt verband met de
                                            trend dat zogenoemde ESCO's (Energy Service Companies)
                                            de aanleg, het beheer en onderhoud van
                                            energie-installaties of zelfs van hele gebouwen
                                            overnemen. De provincie Overijssel wil bij deze trend
                                            aansluiten door de mogelijkheid te bieden dat onder deze
                                            subsidieparagraaf subsidie kan worden verstrekt aan
                                            ESCO's. Met het bepaalde in lid 4 wil de provincie
                                            Overijssel stapeling van subsidies door
                                            woningcorporaties voorkomen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_95_277_"> [vervallen].</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.3.2 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e16490"><noot.nr>289</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Gedeputeerde Staten zullen
                                            beleidsregels opstellen over de vraag in welke gevallen
                                            tot melding bij de Europese Commissie dient te worden
                                            overgegaan. Gedurende de meldingsprocedure kan de
                                            subsidie onder de opschortende voorwaarde van
                                            goedkeuring door de Europese Commissie worden verleend.
                                            De subsidie mag echter, voorafgaande aan de goedkeuring,
                                            niet worden uitgekeerd. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor een geldlening of garantie moet voldoen aan de
                                    volgende criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_96_278_"> de aanvraag voldoet, naar het
                                    oordeel van Gedeputeerde Staten, aan de voorwaarden van de
                                    de-minimisverordening of de AGV. Gedeputeerde Staten kunnen, in
                                    voorkomend geval, het voornemen tot verlening van een subsidie
                                    voor een aanvraag die niet voldoet aan de de-minimisverordening
                                    of de AGV aanmelden bij de Europese Commissie indien de aanvraag
                                    naar het oordeel van Gedeputeerde Staten een aanzienlijke
                                    bijdrage levert aan de beleidsdoelstellingen van de Provincie
                                    Overijssel op het gebied van energie-efficiëntiemaatregelen en
                                    de kans op goedkeuring door de Europese Commissie naar het
                                    oordeel van Gedeputeerde Staten hoog is. Gedeputeerde Staten
                                    kunnen de subsidie onder de opschortende voorwaarde van
                                    goedkeuring door de Europese Commissie verlenen.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_96_279_"> De subsidie wordt verstrekt
                                    onder de opschortende voorwaarde dat ter uitvoering van de
                                    beschikking tot subsidieverlening een uitvoeringsovereenkomst is
                                    gesloten. Gedeputeerde Staten kunnen aan het verstrekken van de
                                    subsidie de voorwaarde verbinden dat de aanvrager zekerheden aan
                                    haar verschaft ter zekerheid van de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_96_280_"> De subsidie wordt slechts
                                    verleend voor zover, in geval van een geldlening, door de
                                    rentekorting, en, in geval van een garantie, door de
                                    premiekorting, de totale steun die de aanvrager met betrekking
                                    tot dezelfde - elkaar geheel of gedeeltelijk overlappende - in
                                    aanmerking komende kosten geniet, ongeacht of deze steun door
                                    het Rijk, andere publiekrechtelijke rechtspersonen of openbare
                                    lichamen dan wel de daaraan gelieerde instellingen is verstrekt,
                                    niet hoger is dan:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57689_0_23_96_280_216_"> 30% van de in
                                            aanmerking komende kosten als de aanvrager een grote
                                            onderneming is;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57689_0_23_96_280_217_"> 40% van de in
                                            aanmerking komende kosten als de aanvrager een
                                            middelgrote onderneming is; en</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57689_0_23_96_280_218_"> 50% van de in
                                            aanmerking komende kosten als de aanvrager een kleine
                                            onderneming is.</al><al><noot id="d11e16528"><noot.nr>290</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Bij de verlening
                                                  van de rentekorting en de premiekorting verlenen
                                                  Gedeputeerde Staten staatssteun aan de aanvrager.
                                                  De steun die de aanvrager per project geniet mag
                                                  niet hoger uitkomen dan de genoemde
                                                  steunpercentages en het steunplafond van € 15
                                                  miljoen. Daarbij is het van belang dat bij de
                                                  beoordeling of de steunpercentages en het
                                                  steunplafond zijn overschreden, alle steun,
                                                  ongeacht uit welke bron (lokaal, regionaal,
                                                  nationaal) de steun afkomstig is, die de aanvrager
                                                  voor het project heeft ontvangen, meegeteld wordt.
                                                  Als de aanvrager financiering van de EU heeft
                                                  ontvangen wordt deze niet meegeteld voor de
                                                  berekening van de steunpercentages en het
                                                  steunplafond, mits die financiering niet direct of
                                                  indirect onder de controle van de overheid staat
                                                  of stond (bijvoorbeeld: EFRO-gelden staan onder
                                                  controle van de overheid ook al is dit
                                                  EU-financiering, en om die reden moeten zij
                                                  meegeteld worden bij genoemde berekening als de
                                                  aanvrager EFRO-subsidie heeft ontvangen voor
                                                  dezelfde kosten). Gedeputeerde Staten zullen vóór
                                                  de subsidieverlening toetsen of de
                                                  subsidieverlening door Gedeputeerde Staten tot
                                                  overschrijding van genoemde steunpercentages en/of
                                                  steunplafond leidt. De steunpercentages zijn
                                                  gebaseerd op artikel 38, lid 4 en 5, van de AGV.
                                                  Het steunplafond van € 15 miljoen vloeit voort uit
                                                  artikel 4, lid 1, sub s, van de AGV. </noot.al><noot.al>Om te kunnen bepalen of het maximum
                                                  steunpercentage en het steunplafond niet worden
                                                  overschreden, dient per te verlenen subsidie te
                                                  worden bepaald wat het steunbedrag is. </noot.al><noot.al>In het geval de subsidie uit een lening
                                                  bestaat, dient het steunbedrag als volgt te worden
                                                  bepaald. Om te bepalen wat het steunbedrag is dat
                                                  wordt verleend aan een aanvrager dient het
                                                  verschil te worden vastgesteld tussen de rente die
                                                  conform de Mededeling-rentepercentages is
                                                  vastgesteld (dit is in de definities in deze
                                                  paragraaf gedefinieerd als "marktconforme rente")
                                                  en de rente die daadwerkelijk wordt betaald door
                                                  de aanvrager, waarbij van dit verschil de contante
                                                  waarde moet worden berekend. Bij het vaststellen
                                                  van de rente die op grond van de
                                                  Mededinging-rentepercentages geldt, moet het
                                                  rentepercentage worden vastgesteld dat van
                                                  toepassing is op het moment van het verstrekken
                                                  van de lening. Concreet wil dat zeggen dat steeds
                                                  moet worden nagegaan welk basisrentepercentage van
                                                  toepassing is op het moment van het verstrekken
                                                  van de lening (zie
                                                  http://ec.europa.eu/competition/state_aid/legislation/reference_rates.html),
                                                  waarna vervolgens het basisrentepercentage met een
                                                  opslag moet worden verhoogd. De hoogte van de
                                                  opslag is afhankelijk van de rating van de
                                                  aanvrager en de door de aanvrager verschafte
                                                  zekerheden. De opslag varieert tussen 60
                                                  basispunten (0,6%) en 1000 basispunten (10%). Voor
                                                  startende ondernemingen zonder kredietverleden,
                                                  zoals special-purpose vehicles, geldt dat het
                                                  basisrentepercentage met minstens 4% moet worden
                                                  verhoogd, maar de opslag kan nooit lager zijn dan
                                                  de opslag die geldt voor de moedermaatschappij als
                                                  deze aanwezig is.</noot.al><noot.al>Deze methode die in de
                                                  Mededeling-rentepercentages is vastgesteld dient
                                                  verplicht te worden toegepast op grond van de AGV.
                                                  Wanneer de rente die op grond van de
                                                  Mededeling-rentepercentages geldt, is vastgesteld,
                                                  kan deze worden afgezet tegen de daadwerkelijk te
                                                  betalen rente. Van het verschil tussen de
                                                  daadwerkelijk te betalen rente over de lening en
                                                  de rente die betaald zou moeten worden als het
                                                  rentepercentage zou worden toegepast dat op grond
                                                  van de Mededeling-rentepercentages is vastgesteld,
                                                  moet de contante waarde worden berekend. Voor de
                                                  berekening van de contante waarde dient te worden
                                                  uitgegaan van een percentage dat bestaat uit het
                                                  basisrentepercentage dat de Europese Commissie
                                                  publiceert op de website waarvan hiervoor een link
                                                  is gegeven, vermeerderd met een opslag van 100
                                                  basispunten. Het is niet geoorloofd om een
                                                  basisrente te gebruiken die op een andere manier
                                                  is vastgesteld.</noot.al><noot.al>Het steunbedrag dat op bovengenoemde wijze
                                                  is berekend moet worden afgezet tegen de in
                                                  aanmerking komende kosten om vast te stellen of
                                                  het betreffende maximum steunpercentage niet wordt
                                                  overschreden. Het steunbedrag mag voorts ook niet
                                                  hoger zijn dan € 15 miljoen. </noot.al><noot.al>In het geval de subsidie uit een garantie
                                                  bestaat, dient het steunbedrag als volgt te worden
                                                  bepaald. Om het steunbedrag te kunnen berekenen
                                                  dat voortvloeit uit een garantie, dient het
                                                  verschil te worden berekend tussen de
                                                  marktconforme premie die wordt bepaald op grond
                                                  van de Mededeling-garanties (dit is in de
                                                  definities in deze paragraaf gedefinieerd als
                                                  "marktconforme premie")en de daadwerkelijk door de
                                                  begunstigde te betalen premie, waarbij de netto
                                                  contante waarde van het premievoordeel moet worden
                                                  berekend. De hoogte van de marktconforme premie is
                                                  afhankelijk van de rating van de aanvrager. Voor
                                                  startende ondernemingen zonder kredietverleden,
                                                  zoals special-purpose vehicles, geldt dat de
                                                  marktconforme premie minstens 3,8% is, en nooit
                                                  lager kan zijn dan de premie die geldt voor de
                                                  moedermaatschappij als deze aanwezig is.</noot.al><noot.al>Om de marktconforme premie te bepalen dient
                                                  op grond van de AGV verplicht te worden uitgegaan
                                                  van de Mededeling-garantie. Wanneer de
                                                  marktconforme premie die op grond van de
                                                  Mededeling-garantie geldt, is vastgesteld, kan
                                                  deze worden afgezet tegen de daadwerkelijk te
                                                  betalen premie. Van het verschil tussen de
                                                  daadwerkelijk te betalen premie over de garantie
                                                  en de marktconforme premie die is vastgesteld
                                                  conform de Mededeling-garanties, moet de contante
                                                  waarde worden berekend. Voor de berekening van de
                                                  contante waarde dient te worden uitgegaan van een
                                                  percentage dat bestaat uit het
                                                  basisrentepercentage dat de Europese Commissie
                                                  publiceert op de website waarvan hiervoor een link
                                                  is gegeven, vermeerderd met een opslag van 100
                                                  basispunten. Het is niet geoorloofd om een
                                                  basisrente te gebruiken die op een andere manier
                                                  is vastgesteld.</noot.al><noot.al>Het steunbedrag dat op bovengenoemde wijze
                                                  is berekend moet worden afgezet tegen de in
                                                  aanmerking komende kosten om vast te stellen of
                                                  het betreffende maximum steunpercentage niet wordt
                                                  overschreden. Het steunbedrag mag voorts ook niet
                                                  hoger zijn dan € 15 miljoen.]</noot.al></noot></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_96_281_"> De subsidie wordt slechts
                                    verleend voor zover, in geval van een geldlening, door de
                                    rentekorting, en, in geval van een garantie, door de
                                    premiekorting, de totale steun die de aanvrager met betrekking
                                    tot dezelfde - elkaar geheel of gedeeltelijk overlappende - in
                                    aanmerking komende kosten geniet, ongeacht of deze steun door
                                    het Rijk, andere publiekrechtelijke rechtspersonen of openbare
                                    lichamen dan wel de daaraan gelieerde instellingen is verstrekt,
                                    niet hoger is dan € 15 miljoen.</al><al><noot id="d11e16556"><noot.nr>291</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Bij de verlening van de
                                            rentekorting en de premiekorting verlenen Gedeputeerde
                                            Staten staatssteun aan de aanvrager. De steun die de
                                            aanvrager per project geniet mag niet hoger uitkomen dan
                                            de genoemde steunpercentages en het steunplafond van €
                                            15 miljoen. Daarbij is het van belang dat bij de
                                            beoordeling of de steunpercentages en het steunplafond
                                            zijn overschreden, alle steun, ongeacht uit welke bron
                                            (lokaal, regionaal, nationaal) de steun afkomstig is,
                                            die de aanvrager voor het project heeft ontvangen,
                                            meegeteld wordt. Als de aanvrager financiering van de EU
                                            heeft ontvangen wordt deze niet meegeteld voor de
                                            berekening van de steunpercentages en het steunplafond,
                                            mits die financiering niet direct of indirect onder de
                                            controle van de overheid staat of stond (bijvoorbeeld:
                                            EFRO-gelden staan onder controle van de overheid ook al
                                            is dit EU-financiering, en om die reden moeten zij
                                            meegeteld worden bij genoemde berekening als de
                                            aanvrager EFRO-subsidie heeft ontvangen voor dezelfde
                                            kosten). Gedeputeerde Staten zullen vóór de
                                            subsidieverlening toetsen of de subsidieverlening door
                                            Gedeputeerde Staten tot overschrijding van genoemde
                                            steunpercentages en/of steunplafond leidt. De
                                            steunpercentages zijn gebaseerd op artikel 38, lid 4 en
                                            5, van de AGV. Het steunplafond van € 15 miljoen vloeit
                                            voort uit artikel 4, lid 1, sub s, van de AGV.</noot.al><noot.al>Om te kunnen bepalen of het maximum steunpercentage
                                            en het steunplafond niet worden overschreden, dient per
                                            te verlenen subsidie te worden bepaald wat het
                                            steunbedrag is.</noot.al><noot.al>In het geval de subsidie uit een lening bestaat,
                                            dient het steunbedrag als volgt te worden bepaald. Om te
                                            bepalen wat het steunbedrag is dat wordt verleend aan
                                            een aanvrager dient het verschil te worden vastgesteld
                                            tussen de rente die conform de
                                            Mededeling-rentepercentages is vastgesteld (dit is in de
                                            definities in deze paragraaf gedefinieerd als
                                            "marktconforme rente") en de rente die daadwerkelijk
                                            wordt betaald door de aanvrager, waarbij van dit
                                            verschil de contante waarde moet worden berekend. Bij
                                            het vaststellen van de rente die op grond van de
                                            Mededinging-rentepercentages geldt, moet het
                                            rentepercentage worden vastgesteld dat van toepassing is
                                            op het moment van het verstrekken van de lening.
                                            Concreet wil dat zeggen dat steeds moet worden nagegaan
                                            welk basisrentepercentage van toepassing is op het
                                            moment van het verstrekken van de lening (zie
                                            http://ec.europa.eu/competition/state_aid/legislation/reference_rates.html),
                                            waarna vervolgens het basisrentepercentage met een
                                            opslag moet worden verhoogd. De hoogte van de opslag is
                                            afhankelijk van de rating van de aanvrager en de door de
                                            aanvrager verschafte zekerheden. De opslag varieert
                                            tussen 60 basispunten (0,6%) en 1000 basispunten (10%).
                                            Voor startende ondernemingen zonder kredietverleden,
                                            zoals special-purpose vehicles, geldt dat het
                                            basisrentepercentage met minstens 4% moet worden
                                            verhoogd, maar de opslag kan nooit lager zijn dan de
                                            opslag die geldt voor de moedermaatschappij als deze
                                            aanwezig is.</noot.al><noot.al>Deze methode die in de Mededeling-rentepercentages
                                            is vastgesteld dient verplicht te worden toegepast op
                                            grond van de AGV. Wanneer de rente die op grond van de
                                            Mededeling-rentepercentages geldt, is vastgesteld, kan
                                            deze worden afgezet tegen de daadwerkelijk te betalen
                                            rente. Van het verschil tussen de daadwerkelijk te
                                            betalen rente over de lening en de rente die betaald zou
                                            moeten worden als het rentepercentage zou worden
                                            toegepast dat op grond van de
                                            Mededeling-rentepercentages is vastgesteld, moet de
                                            contante waarde worden berekend. Voor de berekening van
                                            de contante waarde dient te worden uitgegaan van een
                                            percentage dat bestaat uit het basisrentepercentage dat
                                            de Europese Commissie publiceert op de website waarvan
                                            hiervoor een link is gegeven, vermeerderd met een opslag
                                            van 100 basispunten. Het is niet geoorloofd om een
                                            basisrente te gebruiken die op een andere manier is
                                            vastgesteld.</noot.al><noot.al>Het steunbedrag dat op bovengenoemde wijze is
                                            berekend moet worden afgezet tegen de in aanmerking
                                            komende kosten om vast te stellen of het betreffende
                                            maximum steunpercentage niet wordt overschreden. Het
                                            steunbedrag mag voorts ook niet hoger zijn dan € 15
                                            miljoen.</noot.al><noot.al>In het geval de subsidie uit een garantie bestaat,
                                            dient het steunbedrag als volgt te worden bepaald. Om
                                            het steunbedrag te kunnen berekenen dat voortvloeit uit
                                            een garantie, dient het verschil te worden berekend
                                            tussen de marktconforme premie die wordt bepaald op
                                            grond van de Mededeling-garanties (dit is in de
                                            definities in deze paragraaf gedefinieerd als
                                            "marktconforme premie")en de daadwerkelijk door de
                                            begunstigde te betalen premie, waarbij de netto contante
                                            waarde van het premievoordeel moet worden berekend. De
                                            hoogte van de marktconforme premie is afhankelijk van de
                                            rating van de aanvrager. Voor startende ondernemingen
                                            zonder kredietverleden, zoals special-purpose vehicles,
                                            geldt dat de marktconforme premie minstens 3,8% is, en
                                            nooit lager kan zijn dan de premie die geldt voor de
                                            moedermaatschappij als deze aanwezig is.</noot.al><noot.al>Om de marktconforme premie te bepalen dient op
                                            grond van de AGV verplicht te worden uitgegaan van de
                                            Mededeling-garantie. Wanneer de marktconforme premie die
                                            op grond van de Mededeling-garantie geldt, is
                                            vastgesteld, kan deze worden afgezet tegen de
                                            daadwerkelijk te betalen premie. Van het verschil tussen
                                            de daadwerkelijk te betalen premie over de garantie en
                                            de marktconforme premie die is vastgesteld conform de
                                            Mededeling-garanties, moet de contante waarde worden
                                            berekend. Voor de berekening van de contante waarde
                                            dient te worden uitgegaan van een percentage dat bestaat
                                            uit het basisrentepercentage dat de Europese Commissie
                                            publiceert op de website waarvan hiervoor een link is
                                            gegeven, vermeerderd met een opslag van 100 basispunten.
                                            Het is niet geoorloofd om een basisrente te gebruiken
                                            die op een andere manier is vastgesteld.</noot.al><noot.al>Het steunbedrag dat op bovengenoemde wijze is
                                            berekend moet worden afgezet tegen de in aanmerking
                                            komende kosten om vast te stellen of het betreffende
                                            maximum steunpercentage niet wordt overschreden. Het
                                            steunbedrag mag voorts ook niet hoger zijn dan € 7,5
                                            miljoen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_96_282_"> [vervallen].</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.3.3 Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e16590"><noot.nr>292</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De provincie Overijssel
                                            heeft ervoor gekozen om niet de volledige in aanmerking
                                            komende kosten te subsidiëren. De provincie Overijssel
                                            wil dat de aanvrager ook zelf bijdraagt aan de
                                            financiering van het energieproject. De 80% genoemd in
                                            lid 2 is gebaseerd op de
                                            Mededeling-garanties.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_97_283_"> De subsidie bedraagt maximaal
                                    80% van de in aanmerking komende kosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_97_284_"> Indien een overheidsgarantie
                                    wordt afgegeven of gelijkwaardige zekerheid bedraagt de subsidie
                                    maximaal 100% van de in aanmerking komende kosten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_97_285_"> In geval van een garantie
                                    bedraagt de garantie van Gedeputeerde Staten maximaal 80% van
                                    het krediet.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.3.4 Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Bij de berekening van de steunintensiteit zijn alle gebruikte
                                    cijfers de cijfers vóór aftrek van belastingen en andere
                                    heffingen. </al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_98_286_"> In afwijking van artikel 1.1.5
                                    worden als subsidiabele kosten beschouwd de in aanmerking
                                    komende kosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_98_287_"> Tot de subsidiabele kosten
                                    behoren in ieder geval niet:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_23_98_287_219_"> administratieve
                                            kosten die gemaakt worden ten behoeve van het
                                            energieproject;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_23_98_287_220_"> kosten die gemaakt
                                            worden ten behoeve van het aanvragen van de subsidie
                                            voor het energieproject;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57689_0_23_98_287_221_"> kosten die
                                            anderszins al vergoed zijn o.a. door het Rijk, door
                                            andere publiekrechtelijke rechtspersonen of openbare
                                            lichamen dan wel de daaraan gelieerde instellingen of
                                            door de Europese Commissie.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.3.5 Indieningstermijn aanvraag</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e16648"><noot.nr>293</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Op grond van artikel 1.2.2
                                            eerste lid kan gedurende het gehele kalenderjaar een
                                            subsidieaanvraag worden ingediend. Artikel 1.2.2 tweede
                                            lid ziet op jaarlijkse subsidies. Afwijking van artikel
                                            1.2.2 is wenselijk omdat in de onderhavige regeling met
                                            subsidieplafonds wordt gewerkt voor een bepaald
                                            subsidietijdvak. De verwachting is dat het er in de
                                            praktijk behoefte zal zijn om gedurende het gehele
                                            subsidietijdvak aanvragen om subsidie in te kunnen
                                            dienen. Om aanvragen toch zoveel mogelijk binnen het
                                            subsidietijdvak af te kunnen handelen, is in het eerste
                                            lid van dit artikel bepaald dat de subsidieaanvraag tot
                                            dertien weken voor het einde van het subsidietijdvak
                                            waarop de aanvraag betrekking heeft kan worden
                                            ingediend. In het tweede lid is bepaald dat de aanvraag
                                            vier weken voor het einde van het subsidietijdvak waarop
                                            de aanvraag betrekking heeft volledig moet
                                            zijn.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.In</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_99_288_"> afwijking van artikel 1.2.2 kan
                                    een subsidieaanvraag tot twaalf weken voor het eind van het
                                    subsidietijdvak waarop de aanvraag betrekking heeft worden
                                    ingediend door inzending van een daartoe opgesteld formulier.
                                    Het formulier vermeldt welke bijlagen bij de aanvraag dienen te
                                    worden overlegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_99_289_"> In afwijking van artikel 1.2.2
                                    moet een subsidieaanvraag volledig zijn ingediend uiterlijk vier
                                    weken voor het eind van het subsidietijdvak waarop de aanvraag
                                    betrekking heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.3.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e16673"><noot.nr>294</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit artikel geeft
                                            voorschriften voor een aanvraag voor subsidie. Dit
                                            artikel dient in samenhang te worden gelezen met artikel
                                            1.2.1. In aanvulling op de gegevens die een aanvrager op
                                            grond van artikel 1.2.1 bij de aanvraag moet indienen,
                                            dient de aanvrager aanvullende gegevens te overleggen
                                            ten behoeve van de beoordeling van de
                                            aanvraag.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_100_290_"> De aanvrager overlegt in
                                    aanvulling op artikel 1.2.1 bij de aanvraag tevens een
                                    projectplan, dat in ieder geval de volgende gegevens dient te
                                    bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_23_100_290_222_"> beschrijving c.q.
                                            inschatting van de door de ontvangen subsidie te
                                            verwachten energie-efficiëntie;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_23_100_290_223_"> een berekening van
                                            de in aanmerking komende kosten waarbij de kosten van
                                            het energieproject afgezet worden tegen de kosten van de
                                            referentie-investering;</al></li></lijst><al><noot id="d11e16694"><noot.nr>295</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De voor subsidie in
                                            aanmerking komende kosten moeten worden gemotiveerd en
                                            gespecificeerd.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_100_291_"> De aanvrager overlegt een
                                    ratingverklaring, tenzij de aanvrager een special purpose
                                    vehicle is zonder kredietverleden en geen moedermaatschappij
                                    heeft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_100_292_"> Indien de aanvrager voor
                                    dezelfde - elkaar geheel of gedeeltelijk overlappende- in
                                    aanmerking komende kosten waarvoor zij subsidie aanvraagt reeds
                                    van het Rijk, andere publiekrechtelijke rechtspersonen of
                                    openbare lichamen dan wel de daaraan gelieerde instellingen of
                                    de Europese Commissie een vergoeding c.q. subsidie heeft
                                    ontvangen, overlegt zij de bewijsstukken waaruit deze vergoeding
                                    c.q. subsidie blijkt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_100_293_"> De aanvrager overlegt in
                                    aanvulling op artikel 1.2.1 tweede lid bij de aanvraag tevens
                                    een bedrijfsplan.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e16720"><noot.nr>296</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het bedrijfsplan moet in
                                            ieder geval de volgende gegevens bevatten: </noot.al><noot.al>- de doelstelling van de aanvrager en hoe hij deze
                                            wil bereiken; de ideeën over het soort onderneming dat
                                            hij wil oprichten;</noot.al><noot.al>- de geplande rechtsvorm;</noot.al><noot.al>- vergunningen die nodig zijn om van start te gaan
                                            met het project;</noot.al><noot.al>- meerjarige investeringsbegroting;</noot.al><noot.al>- meerjarige exploitatiebegroting: op basis van de
                                            meerjarige omzetprognose moet de aanvrager aangeven
                                            hoeveel nettowinst hij verwacht te overhouden na aftrek
                                            van de investeringen (exploitatie) van de
                                            omzet;</noot.al><noot.al>- Ten slotte wordt in het bedrijfsplan verwacht dat
                                            de subsidieaanvrager zal aangeven welke
                                            werkgelegenheidseffecten door realisering van het
                                            energieproject te realiseren dan wel te verwachten zijn.
                                            Om die reden wordt van de subsidieaanvrager verwacht dat
                                            hij inzicht geeft in het aantal gecreëerde
                                            arbeidsplaatsen. Dit begrip is toegelicht in de
                                            definities. Daarbij moet tevens inzicht worden gegeven
                                            in het aantal gecreëerde arbeidsplaatsen dat na
                                            uitvoering van het energieproject waarvoor subsidie
                                            wordt aangevraagd zal blijven bestaan.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_100_294_"> Ingeval een garantie wordt
                                    aangevraagd, overlegt de aanvrager in aanvulling op artikel
                                    1.2.1 tweede lid bij de aanvraag tevens een door een bank
                                    geoffreerde kredietovereenkomst en concept
                                    garantverklaring.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_100_295_"> Indien de aanvraag een
                                    energieproject betreft waarbij energie-efficiëntiemaatregelen
                                    worden genomen door aanpassing of vervanging van
                                    bedrijfsruimten, wordt een taxatierapport van een taxateur, die
                                    is ingeschreven bij één van de taxatieregisters VastgoedCERT of
                                    SCVM, overgelegd dat bij aanvraag niet ouder is dan drie
                                    maanden.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e16753"><noot.nr>297</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Bij documentatie ten
                                            behoeve van het uitvoeren van een financiële due
                                            diligence, een technische due diligence, een
                                            duurzaamheidstoets en een fiscale en juridische due
                                            diligence moet, afhankelijk van de aard van het
                                            energieproject waarvoor subsidie wordt aangevraagd,
                                            worden gedacht aan een zonurenanalyse, een technische
                                            analyse van de gebruikte technologie, taxatierapporten,
                                            identificatiebewijzen van bestuurders en aandeelhouders,
                                            een organisatieschema, projectcontracten, zoals
                                            afnamecontracten, inkoopcontracten en
                                            onderhoudscontracten.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_100_296_"> De aanvrager overlegt in
                                    aanvulling op artikel 1.2.1 tweede lid bij de aanvraag
                                    documentatie ten behoeve van het uitvoeren van een financiële
                                    due diligence, een technische due diligence, een
                                    duurzaamheidstoets en een fiscale en juridische due
                                    diligence.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.3.7 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen een subsidieplafond vast.</al><al><noot id="d11e16773"><noot.nr>298</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Ingevolge artikel 4:22 van de
                                        Awb wordt onder subsidieplafond verstaan: het bedrag dat
                                        gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is
                                        voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald
                                        wettelijk voorschrift. Artikel 4:25 van de Awb schrijft voor
                                        dat voor de vaststelling van een subsidieplafond een
                                        wettelijke grondslag is vereist. Artikel 8.20.3.7 geeft deze
                                        wettelijke grondslag. </noot.al><noot.al>De Awb eist dat het subsidieplafond bekend wordt
                                        gemaakt voordat de periode waarop het betrekking heeft
                                        ingaat. Zo kunnen potentiële aanvragers weten hoeveel geld
                                        er beschikbaar is. Op grond van artikel 4:25, tweede lid,
                                        van de Awb moet een aanvraag om subsidie worden geweigerd,
                                        als door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond
                                        zou worden overschreden.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel> Artikel 8.20.3.8 Volgorde van behandeling</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e16790"><noot.nr>299</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In artikel 4:26 van de Awb
                                            is voorgeschreven dat bij of krachtens wettelijk
                                            voorschrift wordt bepaald hoe het beschikbare bedrag
                                            wort verdeeld. Artikel 8.20.3.8 geeft deze wettelijke
                                            grondslag.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_102_297_"> Voor het bepalen van het
                                    bereiken van het van toepassing zijnde subsidieplafond,
                                    beslissen Gedeputeerde Staten op volgorde van het tijdstip van
                                    binnenkomst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_102_298_"> Indien de aanvraag nog niet
                                    volledig is, wordt het tijdstip van binnenkomst bepaald door het
                                    moment waarop de aanvraag wel volledig is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_102_299_"> Voor zover door verstrekking
                                    van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen,
                                    het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge
                                    rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van
                                    prioritering op basis van de hoogst verwachte
                                    energie-efficiëntie dan wel toename van hernieuwbare energie per
                                    aangevraagde Euro aan subsidie. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.3.9 Adviescommissie</titel></kop><al>Een subsidieaanvraag wordt, nadat de aanvraag volledig is, om advies
                                voorgelegd aan de adviescommissie, die binnen zes weken een advies
                                aan Gedeputeerde Staten uitbrengt. Deze termijn kan met een termijn
                                van maximaal twee weken worden verlengd.</al><al><noot id="d11e16820"><noot.nr>300</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>GS hebben bij besluit van 13
                                        november 2012 een adviescommissie ingesteld die advies
                                        uitbrengt over elke aanvraag die is ingediend op grond van
                                        deze paragraaf. </noot.al><noot.al>Indien door verstrekking van subsidie voor aanvragen,
                                        die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond
                                        wordt overschreden, wordt op grond van artikel 8.20.3.8,
                                        derde lid, de onderlinge rangschikking van die aanvragen
                                        vastgesteld door middel van prioritering op basis van de
                                        hoogst verwachte energie-efficiëntie dan wel toename van
                                        hernieuwbare energie per aangevraagde Euro aan subsidie. Ook
                                        over deze prioritering brengt de adviescommissie advies
                                        uit.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.3.10 Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e16838"><noot.nr>301</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Deze weigeringsgronden
                                            gelden in aanvulling op artikel 1.3.1. De
                                            weigeringsgronden in artikel 1.3.1 zijn facultatief.
                                            Gedeputeerde Staten kunnen de subsidie geheel of
                                            gedeeltelijk weigeren als die weigeringsgronden zich
                                            voordoen. In dit artikel 8.20.3.10 zijn de
                                            weigeringsgronden imperatief geformuleerd. Als een van
                                            deze afwijzingsgronden zich voordoen, dan moeten
                                            Gedeputeerde Staten de aanvraag afwijzen. De
                                            afwijzingsgronden in sub c-h, k-m, vloeien voort uit de
                                            staatssteunregels. Deze afwijzingsgronden zijn gebaseerd
                                            op de AGV: sub c is gebaseerd op artikel 38 van de AGV;
                                            sub d is gebaseerd op artikel 5, tweede lid, sub b, van
                                            de AGV jo. de Mededeling-rentepercentages die, zoals
                                            hiervoor is toegelicht, op grond van de AGV verplicht
                                            toegepast moet worden om het steunbedrag te kunnen
                                            berekenen in geval van leningen; sub e is gebaseerd op
                                            artikel 5, tweede lid, sub c, onder i), van de AGV jo.
                                            de Mededeling-garanties die, zoals hiervoor is
                                            toegelicht, op grond van de AGV verplicht toegepast moet
                                            worden om het steunbedrag te kunnen berekenen in geval
                                            van garanties; sub f is gebaseerd op paragraaf 3.3. van
                                            de Mededeling-garanties die, zoals hiervoor is
                                            toegelicht, op grond van de AGV verplicht toegepast moet
                                            worden om het steunbedrag te kunnen berekenen in geval
                                            van garanties; sub g is gebaseerd op artikel 1, vierde
                                            lid, sub a, van de AGV; sub h is gebaseerd op 1, vierde
                                            lid, sub c, van de AGV; sub k is gebaseerd op artikel 6,
                                            tweede lid, van de AGV; sub l is gebaseerd op artikel 6,
                                            tweede en derde lid, van de AGV; sub m is gebaseerd op
                                            artikel 38, lid 2, van de AGV. In de overige gevallen
                                            heeft een subsidie van de provincie Overijssel naar de
                                            mening van de provincie Overijssel geen toegevoegde
                                            waarde. Deze gevallen zijn in lid 2 sub a,b,i en j
                                            opgesomd. Voor deze gevallen wordt ook geen subsidie
                                            verleend door de provincie Overijssel.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_104_300_"> Gedeputeerde Staten weigeren de
                                    subsidie als op basis van de aanvraag wordt beoordeeld dat het
                                    te verlenen subsidiebedrag minder dan € 1.000.000 is per
                                    energieproject. Indien de aanvrager op dezelfde dag subsidie
                                    aanvraagt op grond van paragraaf 8.20.2, wordt voor het bepalen
                                    van het minimum tevens het te verlenen subsidiebedrag van die
                                    aanvraag betrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_104_301_"> Gedeputeerde Staten weigeren de
                                    subsidie geheel of gedeeltelijk indien:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_23_104_301_224_"> de werkelijke
                                            kosten naar het oordeel van Gedeputeerde Staten niet in
                                            redelijke verhouding staan tot het te verkrijgen
                                            resultaat;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_23_104_301_225_"> het bedrijfsplan
                                            en/of projectplan naar het oordeel van Gedeputeerde
                                            Staten niet haalbaar en/of uitvoerbaar is.</al></li></lijst><al><noot id="d11e16864"><noot.nr>302</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Voor deze weigeringsgrond
                                            geldt dat daar in ieder geval wordt verstaan de situatie
                                            waarin de uitkomst van een door een expert uitgevoerde
                                            financiële, technische, juridische of fiscale due
                                            diligence negatief is.]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="c."><al id="anker-H57689_0_23_104_301_226_"> het verstrekte
                                            krediet of de geldlening niet ten behoeve van het
                                            energieproject wordt aangewend;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57689_0_23_104_301_227_"> uit de
                                            ratingverklaring blijkt dat de aanvrager van een
                                            geldlening of diens moedermaatschappij tot de
                                            ratingcategorie CCC of lager behoort;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57689_0_23_104_301_228_"> uit de
                                            ratingverklaring blijkt dat de aanvrager van een
                                            garantie of diens moedermaatschappij tot de
                                            ratingcategorie CCC+ of lager behoort;</al></li><li nr="f."><al id="anker-H57689_0_23_104_301_229_"> de aanvrager van
                                            een garantie een grote onderneming is;</al></li><li nr="g."><al id="anker-H57689_0_23_104_301_230_"> ten aanzien van de
                                            aanvrager een uitstaand bevel tot terugvordering voor
                                            onrechtmatig verleende staatssteun geldt;</al></li><li nr="h."><al id="anker-H57689_0_23_104_301_231_"> de aanvrager in
                                            financiële moeilijkheden verkeert;</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57689_0_23_104_301_232_"> de aanvrager over
                                            onvoldoende financiële middelen beschikt om het
                                            energieproject uit te voeren;</al></li></lijst><al><noot id="d11e16895"><noot.nr>303</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De aanvrager beschikt niet
                                            over voldoende financiële middelen om het energieproject
                                            uit te voeren als er geen bankfinanciering voor de
                                            dekking van de kosten van het energieproject die niet
                                            voor subsidiëring op grond van deze regeling in
                                            aanmerking komen.]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="j."><al id="anker-H57689_0_23_104_301_233_"> de aanvrager op de
                                            markt financiering voor het gehele energieproject kan
                                            verkrijgen en met die financiering de commerciële
                                            levensvatbaarheid van het project met een zelfde
                                            maatschappelijk rendement, naar het oordeel van
                                            Gedeputeerde Staten, aannemelijk is;</al></li><li nr="k."><al id="anker-H57689_0_23_104_301_234_"> de activiteiten
                                            reeds zijn aangevangen op het tijdstip van indiening van
                                            de subsidieaanvraag;</al></li><li nr="l."><al id="anker-H57689_0_23_104_301_235_"> indien de
                                            aanvrager, zijnde een grote onderneming, naar het
                                            oordeel van Gedeputeerde Staten er niet in geslaagd is
                                            om het stimulerend effect van de subsidie in de zin van
                                            artikel 6, derde lid van de AGV aan te tonen;</al></li><li nr="m."><al id="anker-H57689_0_23_104_301_236_"> indien aanvraag
                                            kosten betreffen ten behoeve van een investering die de
                                            onderneming als gevolg van een Europese norm reeds
                                            verplicht is te doen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.3.11 Kenmerken van uitvoeringsovereenkomst,
                                    kredietovereenkomst en garantie</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e16923"><noot.nr>304</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Zie toelichting artikel
                                            8.20.3.2 over de achtergronden van de
                                            uitvoeringsovereenkomst.</noot.al><noot.al>Afgezien van de staatssteunrechtelijke beperkingen
                                            aan het geboden rentevoordeel, is de provincie
                                            Overijssel van mening dat het geboden rentevoordeel niet
                                            te groot mag zijn, omdat dan de afstand naar de markt te
                                            groot wordt en daarmee minder goede projecten worden
                                            gefaciliteerd. Dat geeft overstimulering en bemoeilijkt
                                            de transitie naar hernieuwbare energie en een normale
                                            markt zonder stimulering van de overheid.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_105_302_"> De hoogte van de geldlening en
                                    garantie per energieproject is maximaal de subsidiabele
                                    kosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_105_303_"> De looptijd van de geldlening
                                    en kredietovereenkomst bedraagt een bepaalde tijd doch maximaal
                                    15 jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_105_304_"> Ingeval van een geldlening
                                    wordt een rentekorting van maximaal 2,5% of 250 basispunten
                                    gehanteerd per jaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_105_305_"> De rente is gedurende de
                                    looptijd van de geldlening vast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_105_306_"> Gedeputeerde Staten kunnen
                                    boetevrije vervroegde aflossing van de geldlening toestaan.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_105_307_"> De geldlening wordt onderhands
                                    verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_105_308_"> Ingeval van een garantie is de
                                    maximale premiekorting gelijk aan het bedrag dat op grond van
                                    artikel 8.20.3.2 sub c, d en e van dit hoofdstuk is
                                    toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_105_309_"> De hoogte van de garantie wordt
                                    verminderd naar rato van de aflossingen die worden gedaan op de
                                    kredietovereenkomst waarvoor de garantie is verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.3.12 Indieningstermijn aanvraag tot
                                    subsidievaststelling</titel></kop><al>In afwijking van 1.5.2 eerste lid dan wel artikel 1.5.3 eerste lid
                                wordt een aanvraag tot vaststelling ingediend uiterlijk 13 weken
                                voor aflossing van de lening of het einde van de garantie.</al><al><noot id="d11e16980"><noot.nr>305</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In dit artikel is aangegeven
                                        dat en wanneer de subsidieontvanger een aanvraag tot
                                        subsidievaststelling moet indienen.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.3.13 Ambtshalve subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e16995"><noot.nr>306</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Onderdeel a van dit
                                            artikel geeft aan dat de garantie wordt vastgesteld op
                                            het moment dat de lening is afgelost. Dit geldt ook als
                                            de lening voortijdig is afgelost. Verder geeft dit
                                            artikel aan dat de garantie tevens zal worden
                                            vastgesteld als de bank de garantie heeft ingeroepen.
                                            Verder is opgenomen dat de garantie wordt vastgesteld
                                            als er geen vorderingen meer zijn ten aanzien van de
                                            aanvrager. Dit zou bijvoorbeeld kunnen gelden als de
                                            provincie Overijssel de restschuld van de bank overneemt
                                            nadat de bank de garantie heeft ingeroepen. In de
                                            beschikking tot verlening van de garantie kunnen
                                            Gedeputeerde Staten voorwaarden vastleggen over de
                                            vaststelling.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr/><al>Ingeval van een garantie kan deze worden vastgesteld zodra:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_107_310_"> het krediet waarvoor de
                                    provincie een garantie heeft afgegeven is afgelost; of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_107_311_"> ingeval de bank de garantie
                                    heeft ingeroepen: de vordering van de provincie op de ontvanger
                                    van de garantie is voldaan dan wel de provincie heeft besloten
                                    af te zien van verdere invordering.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.3.14 Terugvordering</titel></kop><al>Als de ontvanger van de subsidie het energieproject niet uitvoert
                                zoals is vastgelegd bij de beschikking tot het verlenen van de
                                subsidie en niet heeft voldaan aan artikel 8.20.3.15 kunnen
                                Gedeputeerde Staten besluiten eenmalig een premie van maximaal 5%
                                van de hoogte van de afgegeven garantie bij de ontvanger van de
                                garantie terugvorderen.</al><al><noot id="d11e17024"><noot.nr>307</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In dit artikel is opgenomen
                                        dat de provincie Overijssel een premie zal terugvorderen als
                                        blijkt dat de ontvanger van de subsidie zijn energieproject
                                        niet of op een ander manier gaat uitvoeren. Deze
                                        subsidieparagraaf is uiteindelijk bedoeld ter stimulering
                                        van energie-efficiëntie. Als gedurende de looptijd van het
                                        energieproject de activiteiten dusdanig wijzigen dat er geen
                                        sprake meer is van energie-efficiëntie, dan bereikt de
                                        provincie Overijssel haar beleidsdoel niet. De provincie
                                        Overijssel had dan ook geen garantie af willen geven voor
                                        het project. De provincie Overijssel kan de garantie niet
                                        intrekken, omdat dan de bank met een risico wordt
                                        opgezadeld. Om deze reden wil de provincie Overijssel een
                                        deel van het premievoordeel dat een ontvanger van de
                                        garantie heeft terugvorderen.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.3.15 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e17039"><noot.nr>308</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit artikel bevat de
                                            belangrijkste subsidieverplichtingen die aan de
                                            subsidieontvanger zullen worden opgelegd. Op grond van
                                            artikel 4:37 van de Awb kunnen de in dat artikel
                                            genoemde verplichtingen aan subsidieontvangers worden
                                            opgelegd zonder wettelijk voorschrift. Een aantal
                                            subsidieverplichtingen kunnen vanwege het bepaalde in
                                            artikel 4:38 en 4:39 van de Awb slechts worden opgelegd
                                            als dat in een wettelijke regeling, zoals dit
                                            Uitvoeringsbesluit, is bepaald. Om die reden zijn in dit
                                            artikel 8.20.3.15 een aantal subsidieverplichtingen
                                            geformuleerd.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_109_312_"> De aanvrager tekent uiterlijk
                                    acht weken na het verlenen van de subsidie met de provincie
                                    Overijssel een uitvoeringsovereenkomst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_109_313_"> Ingeval van een garantie sluit
                                    de aanvrager uiterlijk acht weken na het verlenen van de
                                    subsidie met een bank de bij de aanvraag overlegde door een bank
                                    geoffreerde kredietovereenkomst en definitieve
                                    garantverklaring.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_109_314_"> De subsidie-ontvanger betaalt
                                    Gedeputeerde Staten jaarlijks rente over de geldlening. Ingeval
                                    van een garantie betaalt de subsidie-ontvanger aan Gedeputeerde
                                    Staten een jaarlijkse premie voor de verstrekte garantie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_109_315_"> Ingeval van een geldlening
                                    betaalt de subsidie-ontvanger in ieder geval halfjaarlijks het
                                    overeengekomen aflossingsbedrag, met ingang van 1 januari van
                                    het tweede jaar volgende op de datum van verlening van de
                                    subsidie, terug aan Gedeputeerde Staten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_109_316_"> Ingeval van een door de bank
                                    ingeroepen garantie, betaalt de subsidie-ontvanger aan
                                    Gedeputeerde Staten het door de provincie aan de bank betaalde
                                    terug.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_109_317_"> Terzake van de in de leden 3
                                    tot en met 5 genoemde verplichtingen wordt in de
                                    uitvoeringsovereenkomst een betalingsregime afgesproken en
                                    kunnen daarin verplichtingen worden opgenomen ten aanzien van de
                                    kredietwaardigheid van de subsidie-ontvanger.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_109_318_"> De subsidie-ontvanger doet
                                    onverwijld mededeling aan Gedeputeerde Staten van de
                                    omstandigheid dat hij verwacht niet binnen de in de beschikking
                                    tot subsidieverlening opgenomen termijn te beschikken over de
                                    vereiste vergunningen, ontheffingen of andere (rechtens
                                    benodigde) toestemmingen in verband met het energieproject. De
                                    subsidie-ontvanger doet onverwijld mededeling aan Gedeputeerde
                                    Staten indien de bank de garantie zal inroepen, dan wel in het
                                    geval verwacht kan worden dat de bank de garantie in zal
                                    roepen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_109_319_"> De subsidie-ontvanger dient
                                    binnen één jaar na subsidieverlening te starten met de
                                    uitvoering van het energieproject.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_109_320_"> De subsidie-ontvanger dient
                                    uiterlijk na verloop van de duur van de geldlening c.q het
                                    krediet aan te tonen dat het energieproject conform de aanvraag
                                    is uitgevoerd en voltooid. Daarbij rapporteert de aanvrager ook
                                    over het maatschappelijk rendement van het energieproject.
                                    Indien de looptijd van de geldlening c.q. krediet langer duurt
                                    dan één jaar rapporteert subsidie-ontvanger jaarlijks aan
                                    Gedeputeerde Staten over de voortgang van het project.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_109_321_"> In afwijking van artikel 1.4.1,
                                    derde lid, kunnen Gedeputeerde Staten de verplichting opleggen
                                    tot het vaker dan één keer per jaar afleggen van rekening en
                                    verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan
                                    verbonden inkomsten.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_109_322_"> [vervallen]</al></lid><lid><lidnr>12.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_109_323_"> Gedeputeerde Staten kunnen
                                    voorwaarden aan de subsidiebeschikking verbinden ten aanzien
                                    van:</al><lijst><li nr="-"><al id="anker-H57689_0_23_109_323_237_"> de EBITDA ten
                                            opzichte van rente-en aflossingsverplichtingen;</al></li><li nr="-"><al id="anker-H57689_0_23_109_323_238_"> het aanhouden van
                                            liquide middelen ten behoeve van onderhoud, rente en
                                            aflossingsverplichtingen en onvoorziene
                                            omstandigheden;</al></li><li nr="-"><al id="anker-H57689_0_23_109_323_239_"> toestemming bij
                                            wijziging van aandeelhouders;</al></li><li nr="-"><al id="anker-H57689_0_23_109_323_240_"> toestemming voor
                                            het aangaan van financiële verplichtingen met
                                            derden;</al></li><li nr="-"><al id="anker-H57689_0_23_109_323_241_"> toestemming voor
                                            het wijzigen van overeenkomsten aangaande het
                                            energieproject;</al></li><li nr="-"><al id="anker-H57689_0_23_109_323_242_"> toestemming voor
                                            uitkering van dividend en/of opname van cashflow ten
                                            behoeve van het concern.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>13.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_109_324_"> De activiteiten waarvoor de
                                    subsidie wordt verstrekt moeten binnen vier jaar na verlening
                                    van de subsidie zijn uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>14.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_109_325_"> de aanvrager of diens
                                    moedermaatschappij dient tot en met de subsidievaststelling
                                    dezelfde ratingcategorie te behouden als hij ten tijde van de
                                    subsidieverlening had, tenzij de geldlening is geborgd door het
                                    Waarborgfonds Sociale Woningbouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.3.16 Uitstel of ontheffing
                                    betalingsverplichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_110_326_"> Ingeval van een geldlening kan
                                    de subsidie-ontvanger Gedeputeerde Staten verzoeken om het
                                    subsidiebedrag in andere termijnen terug te betalen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Ingeval van een geldlening kan de subsidie-ontvanger
                                    Gedeputeerde Staten deugdelijk gemotiveerd verzoeken om
                                    ontheffing te verlenen van de verplichting genoemd in artikel
                                    8.20.3.15 vierde lid. </al><al>Ingeval van een door de bank ingeroepen garantie kan de
                                    subsidie-ontvanger Gedeputeerde Staten deugdelijk gemotiveerd
                                    verzoeken om ontheffing te verleen van de verplichting genoemd
                                    in artikel 8.20.3.15 vijfde lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_110_328_"> De ontheffing, bedoeld in het
                                    tweede lid, kan worden verleend indien:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_23_110_328_243_"> terugbetaling door
                                            bijzondere omstandigheden niet mogelijk is;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_23_110_328_244_"> een strikte
                                            toepassing van artikel 8.20.3.15 naar het oordeel van
                                            Gedeputeerde Staten door bijzondere omstandigheden zou
                                            leiden tot een onredelijke beslissing.</al></li></lijst><al><noot id="d11e17166"><noot.nr>309</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Ter zake van het derde lid
                                            kunnen Gedeputeerde Staten beleid opstellen. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_110_329_"> Gedeputeerde Staten kunnen
                                    bepalen dat bij het verzoek om ontheffing als bedoeld in het
                                    tweede lid van dit artikel een accountantsverklaring als bedoeld
                                    in artikel 393 van Boek 2 van het BW wordt overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_110_330_"> Er wordt geen uitstel of
                                    ontheffing verleend wanneer de ontheffing naar het oordeel van
                                    Gedeputeerde Staten in strijd is met de toepasselijke
                                    staatssteunregels, zoals onder meer bedoeld in artikel
                                    8.20.3.17.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.3.17 Europese regelgeving</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e17191"><noot.nr>310</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Aangezien het verlenen van
                                            de subsidie conform deze paragraaf staatssteun oplevert,
                                            is deze subsidieparagraaf gebaseerd op de AGV en de
                                            de-minimisverordening en is zodanig ingericht dat de
                                            subsidieverlening moet voldoen aan de regels van de AGV
                                            en de-minimisverordening. De genoemde Europese
                                            regelgeving stelt een groot aantal eisen aan het
                                            verstrekken van subsidies door Gedeputeerde Staten in de
                                            vorm van leningen en garanties. In deze paragraaf zijn
                                            niet alle in de Europese regelgeving gestelde eisen
                                            overgenomen. Bij de beoordeling van de aanvraag zal
                                            echter worden getoetst of de subsidie in overeenstemming
                                            met die eisen kan worden verstrekt. Zo niet, dan zal de
                                            subsidie worden geweigerd, tenzij het in artikel
                                            8.20.3.2, sub a, twee zin, genoemde geval zich voordoet.
                                            In artikel 8.20.3.2 sub c, tweede zin, is aangegeven dat
                                            Gedeputeerde Staten in voorkomend geval, het voornemen
                                            tot verlening van een subsidie voor een aanvraag die
                                            niet voldoet aan de de-minimisverordening of de AGV
                                            kunnen aanmelden bij de Europese Commissie indien de
                                            aanvraag naar het oordeel van Gedeputeerde Staten een
                                            aanzienlijke bijdrage levert aan de
                                            beleidsdoelstellingen van de Provincie Overijssel op het
                                            gebied van energie-efficiëntiemaatregelen en de kans op
                                            goedkeuring door de Europese Commissie naar het oordeel
                                            van Gedeputeerde Staten hoog is. Gedeputeerde Staten
                                            kunnen de subsidie dan onder de opschortende voorwaarde
                                            van goedkeuring door de Europese Commissie verlenen.
                                            Voldoet de subsidie niet aan genoemde eisen en doet het
                                            geval in artikel 8.20.3.2 sub c, tweede zin, zich niet
                                            voor, dan is subsidieverlening in strijd met de
                                            staatssteunregels.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr/><al>De subsidie wordt verstrekt met inachtneming van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_111_331_"> de AGV; of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_111_332_"> de de-minimisverordening;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_111_333_"> de
                                    Mededeling-rentepercentages;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57689_0_23_111_334_"> de Mededeling-garanties.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.20.3.18 Voorschotverlening</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.3.3 tweede of derde lid verstrekken
                                Gedeputeerde Staten in geval van een geldlening de aanvrager een
                                voorschot van 100% van de verleende subsidie.</al><al><noot id="d11e17230"><noot.nr>311</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De bevoorschotting moet een
                                        wettelijke grondslag hebben. De aard van de subsidie noopt
                                        ertoe af te wijken van artikel 1.3.3, tweede of derde lid,
                                        waarin een beperking is gegeven aan het te bevoorschotten
                                        subsidiebedrag.]</noot.al></noot></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.21 Subsidieregeling "Asbest eraf, zonnepanelen
                                erop"</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e17244"><noot.nr>312</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In oktober 2012 is een
                                        convenant gesloten tussen de staatssecretaris van
                                        Infrastructuur en Milieu en de gezamenlijke provincies
                                        waarin is overeengekomen dat in de periode 2012-2016 door
                                        provincies, met rijksmiddelen, een regeling wordt opgesteld
                                        en uitgevoerd om het verwijderen van asbestdaken en afvoeren
                                        van asbest bij agrarische ondernemers, voormalige agrarische
                                        ondernemers en eigenaren van een voormalig agrarisch
                                        bouwblok, te subsidiëren in die gevallen waar ook
                                        zonnepanelen op de nieuwe daken worden geplaatst. Dit
                                        convenant is in juni 2014 aangepast.</noot.al><noot.al>De provincies hebben op grond van dit convenant een
                                        inspanningsverplichting om te streven naar een extra
                                        sanering van 4 miljoen vierkante meter asbestdak voor 31
                                        december 2016. Hiervoor stelt het ministerie van
                                        Infrastructuur en Milieu totaal 20 miljoen euro beschikbaar
                                        via het provinciefonds. Deze 20 miljoen euro is als volgt
                                        verdeeld over de provincies:</noot.al><noot.al>Drenthe € 1.044.000,-</noot.al><noot.al>Flevoland € 523.000,-</noot.al><noot.al>Friesland € 1.590.000,-</noot.al><noot.al>Gelderland € 3.418.000,-</noot.al><noot.al>Groningen € 928.000,-</noot.al><noot.al>Limburg € 1.365.000,-</noot.al><noot.al>Noord-Brabant € 3.568.000,-</noot.al><noot.al>Noord-Holland € 1.387.000,-</noot.al><noot.al>Overijssel € 2.464.000,-</noot.al><noot.al>Utrecht € 813.000,-</noot.al><noot.al>Zeeland € 896.000,-</noot.al><noot.al>Zuid-Holland € 2.004.000,-</noot.al><noot.al>Iedere provincie stelt in de subsidieregeling of een
                                        apart besluit een subsidieplafond vast afgeleid van
                                        bovenstaande verdeling.]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 8.21.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_113_335_"> agrarisch bouwblok: perceel met
                                    agrarische bestemming, bedoeld om te worden bebouwd en gebruikt
                                    ten dienste van het agrarisch bedrijf; </al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57689_0_24_113_336_"><noot id="d11e17297"><noot.nr>313</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>het begrip agrarisch
                                            bouwblok ziet op alle bouwblokken met agrarische
                                            bestemming ongeacht of deze zijn gelegen in een
                                            bestemmingsplan buitengebied of een bestemmingsplan dat
                                            betrekking heeft op een kern. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_113_337_"> agrarische onderneming:
                                    natuurlijke persoon of rechtspersoon die als economische
                                    activiteit gewassen, teelt of dieren houdt met als doel deze, of
                                    de producten die daaruit voortkomen, te verkopen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_113_338_"> asbest: vezelachtige silicaten
                                    zoals actinoliet (CAS-nummer 77536-66-4), amosiet (CAS-nummer
                                    12172-73-5), anthofylliet (CAS-nummer 77536-67-5), chrysotiel
                                    (CAS-nummer 12001-29-5), crocidoliet (CAS-nummer 12001-28-4) en
                                    tremoliet (CAS-nummer 77536-68-6);</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_113_339_"> asbestdak: dak, dakgoot of
                                    gevel dat asbest bevat;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_113_340_"> de-minimissteun: steun die
                                    voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als
                                    opgenomen in Verordening (EG) Nr. 1408/2013 van de Commissie van
                                    18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en
                                    108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
                                    op de-minimissteun in de landbouwsector, PbEU L352/9 van 24
                                    december 2013, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te
                                    stellen wijzigingen;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_113_341_"> gecertificeerd bedrijf: bedrijf
                                    dat beschikt over de volgende certificering ten behoeve van het
                                    inventariseren of verwijderen van asbest: </al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57689_0_24_113_342_"><noot id="d11e17333"><noot.nr>314</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het
                                            Asbestverwijderingsbesluit bevat specifieke
                                            voorschriften voor inventarisatie en verwijdering van
                                            asbest, waaronder het vereiste van certificering voor
                                            asbestverwijdering en asbestinventarisatie. Het
                                            Asbestverwijderingsbesluit valt onder de reikwijdte van
                                            de Dienstenwet en is genotificeerd.]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="1"><al id="anker-H57689_0_24_113_342_245_">°. SC 530:
                                            Asbestverwijdering;</al></li><li nr="2"><al id="anker-H57689_0_24_113_342_246_">°. SC 540:
                                            Asbestinventarisatie;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_113_343_"> SO: Standaard Opbrengst zijnde
                                    de gestandaardiseerde opbrengst per ha of per dier die met het
                                    gewas of de diercategorie gemiddeld op jaarbasis wordt
                                    behaald;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_113_344_"> zonnepanelen: photovoltaïsche
                                    panelen die zonne-energie omzetten in elektriciteit.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.21.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor het verwijderen
                                en afvoeren van asbestdaken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.21.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e17372"><noot.nr>315</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit artikel geeft de
                                            toetsingscriteria om voor de subsidie in aanmerking te
                                            komen, mits ook aan overige wettelijke vereisten
                                            (Algemene wet bestuursrecht, europese regelgeving) is
                                            voldaan.</noot.al><noot.al>In dit artikel, noch elders in deze paragraaf, zijn
                                            vereisten opgenomen ten aanzien van de-minimissteun.
                                            Deze vereisten uit de betreffende verordening gelden
                                            rechtstreeks en vormen rechtstreeks onderdeel van het
                                            toetsingskader. In het aanvraagformulier worden derhalve
                                            wel gegevens gevraagd om aan deze vereisten te kunnen
                                            toetsen:</noot.al><noot.al>De belangrijkste criteria daarvan zijn de
                                            volgende:</noot.al><noot.al>1 het maximum voor de-minimissteun aan een
                                                  onderneming bedraagt € 15.000 gerekend over de
                                                  twee voorafgaande belastingjaren en het lopende
                                                  belastingjaar; </noot.al><noot.al>2 het maximum geldt voor alle overheidssteun
                                                  die als de-minimissteun kan worden aangemerkt. Het
                                                  doet echter niet af aan de mogelijkheid voor de
                                                  begunstigde om andere overheidssteun te ontvangen
                                                  uit hoofde van door de Europese Commissie
                                                  goedgekeurde regelingen; </noot.al><noot.al>3 het maximum geldt voor alle categorieën
                                                  steun, in welke vorm en met welk doel dan ook
                                                  verleend. </noot.al><noot.al>Bij de beoordeling van de de-minimissteun wordt in
                                            principe van het maximaal verleende steunbedrag
                                            uitgegaan. Het moment van de feitelijke uitbetaling is
                                            daarbij niet van belang.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 8.21.2 moet
                                    voldoen aan de volgende criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_115_345_"> de aanvrager is:</al><lijst><li nr="1."><al id="anker-H57689_0_24_115_345_247_"> een agrarische
                                            onderneming;</al></li><li nr="2."><al id="anker-H57689_0_24_115_345_248_"> een voormalig
                                            agrarisch ondernemer; </al></li></lijst><al><noot id="d11e17409"><noot.nr>316</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>een voormalig agrarisch
                                            ondernemer is een agrarisch ondernemer die zijn bedrijf
                                            is gestopt of andere activiteiten verricht waardoor de
                                            agrarische activiteit is geminimaliseerd. ]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="3."><al id="anker-H57689_0_24_115_345_249_"> eigenaar van een
                                            voormalig agrarisch bouwblok.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_115_346_"> 1. indien sprake is van een
                                    aanvrager als bedoeld in sub a onder 1 en onder 2, toont de
                                    aanvrager aan dat:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57689_0_24_115_346_250_"> sinds 1993 de
                                            landbouwtelling, bedoeld in artikel 24 van de
                                            Landbouwwet tenminste een keer is ingevuld;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57689_0_24_115_346_251_"> de onderneming op
                                            een agrarisch bouwblok werd of wordt uitgeoefend.</al></li></lijst><al>2. indien sprake is van een aanvrager als bedoeld in sub a onder
                                    3, toont de aanvrager aan dat: </al><al><noot id="d11e17436"><noot.nr>317</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>een eigenaar van een
                                            voormalig agrarisch bouwblok dient aan te tonen dat het
                                            bouwblok een agrarische bestemming heeft gehad. Vanwege
                                            alle verplichtingen uit het ruimtelijk ordeningsrecht
                                            ten aanzien van het periodiek aanpassen van het
                                            bestemmingsplan, is gekozen voor het jaar 1993 als
                                            momenyt waarop het bouwblok tenminste een agrarische
                                            bestemming moet hebben gehad. Het bouwblok moet tussen 1
                                            januari en het moment van aanvraag, op enig moment een
                                            agrarische bestemming hebben gehad. ]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57689_0_24_115_346_252_"> het te verwijderen
                                            en af te voeren asbestdak of asbestdaken is gelegen op
                                            het voormalig agrarisch bouwblok, en </al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57689_0_24_115_346_253_"> het voormalig
                                            agrarisch bouwblok na 1 januari 1993 een agrarische
                                            bestemming heeft gehad;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_115_347_"> de aanvrager is eigenaar,
                                    erfpachter of pachter van het asbestdak of de asbestdaken dat
                                    wordt verwijderd en afgevoerd;</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57689_0_24_115_348_"><noot id="d11e17459"><noot.nr>318</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het kan voorkomen dat de
                                            aanvragende agrarische onderneming zelf geen eigenaar is
                                            van een bedrijfsgebouw maar deze gebruikt via een
                                            pachtconstructie. In deze situatie kan er subsidie
                                            worden aangevraagd door de agrarische onderneming met
                                            een instemmingsverklaring van de eigenaar van het
                                            bedrijfsgebouw, mits de agrarische onderneming de kosten
                                            voor het project draagt.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_115_349_"> het asbestdak of asbestdaken
                                    die worden verwijderd en afgevoerd, zijn gelegen op een
                                    agrarisch of voormalig agrarisch bouwblok op een bedrijfslocatie
                                    in de provincie Overijssel;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_115_350_"> het te verwijderen en af te
                                    voeren asbestdak of asbestdaken heeft een oppervlakte van
                                    tenminste 250m2;</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57689_0_24_115_351_"><noot id="d11e17480"><noot.nr>319</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Voorafgaand aan de
                                            aanvraag dient de aanvrager een asbestinventarisatie te
                                            laten verrichten. Het rapport van deze
                                            asbestinventarisatie overlegt de aanvrager bij zijn
                                            aanvraag.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_115_352_"> de inventarisatie van het te
                                    verwijderen asbestdak of asbestdaken is uitgevoerd door een
                                    daartoe gecertificeerd bedrijf;</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57689_0_24_115_353_"><noot id="d11e17497"><noot.nr>320</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De eis van certificering
                                            past binnen de dienstenrichtlijn. Het
                                            Asbestverwijderingsbesluit 2005 waarop de certificering
                                            is gebaseerd, is genotificeerd.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_115_354_"> het verwijderen en afvoeren van
                                    het asbestdak of asbestdaken wordt uitgevoerd door een daartoe
                                    gecertificeerd bedrijf;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_115_355_"> de aanvrager plaatst
                                    zonnepanelen;</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57689_0_24_115_356_"><noot id="d11e17518"><noot.nr>321</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het plaatsen van
                                            zonnepanelen is onderdeel van de toetsing. Dit betekent
                                            dat de aanvrager moet kunnen aantonen waar, wanneer en
                                            hoe deze worden geplaatst. Hiertoe dient de aanvrager
                                            een getekende offerte bij de aanvraag te overleggen. </noot.al><noot.al>Deze regeling voorziet niet in het subsidiëren van
                                            de aanschaf en plaatsing van zonnepanelen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_115_357_"> de te plaatsen zonnepanelen
                                    worden geplaatst op een asbestvrij dak;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_115_358_"> de te plaatsen zonnepanelen
                                    hebben een capaciteit van tenminste 5 kiloWatt-piek;</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57689_0_24_115_359_"><noot id="d11e17541"><noot.nr>322</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Net als bij alle
                                            elektrische apparaten staat ook het vermogen van
                                            zonnepanelen uitgedrukt in Watt. De productie van
                                            elektriciteit is niet gelijkmatig doordat de hoeveelheid
                                            zonlicht steeds verandert. Daarom is bij zonnepanelen
                                            het maximale vermogen onder ideale omstandigheden
                                            aangegeven: Watt-piek (Wp). De te plaatsen zonnepanelen
                                            dienen ten minste een productiecapaciteit van
                                            5.000Watt-piek te hebben (5 kWp).]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_115_360_"> de te plaatsen zonnepanelen
                                    worden geplaatst op een dak van een gebouw dat gelegen is in
                                    hetzelfde agrarische bouwblok als het te verwijderen en af te
                                    voeren asbestdak of asbestdaken;</al></lid><lid><lidnr>l.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_115_361_"> de aanvrager is eigenaar,
                                    erfpachter of pachter van het dak waarop de zonnepanelen worden
                                    geplaatst;</al></lid><lid><lidnr>m.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_115_362_"> de zonnepanelen worden
                                    geplaatst na of gelijktijdig met het verwijderen van
                                    asbest;</al></lid><lid><lidnr>n.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_115_363_"> de aanvrager beschikt over de
                                    noodzakelijke vergunningen en voldoet ook overigens aan de
                                    geldende procedurevoorschrifen voor het uitvoeren van de
                                    subsidiabele activiteit en het plaatsen van zonnepanelen; </al><al id="anker-H57689_0_0_0_1_outer"><noot id="d11e17570"><noot.nr>323</noot.nr><noot.al>1 [<vet>Toelichting: </vet>Voor het
                                                  verwijderen en afvoeren van asbest gelden op grond
                                                  van het Bouwbesluit 2012 en het
                                                  Asbestverwijderingsbesluit 2005 diverse
                                                  procedurevoorschriften waaraan de aanvrager dient
                                                  te voldoen. Ook voor het plaatsen van zonnepanelen
                                                  gelden procedurevoorschriften zoals een vergunning
                                                  voor het plaatsen van zonnepanelen indien het
                                                  gebouw een monument is.</noot.al><noot.al>1 Om aan te tonen dat de activiteit
                                                  uitgevoerd gaat worden en aan de vereisten kan
                                                  worden voldaan, dienen dergelijke vergunningen
                                                  reeds te zijn aangevraagd en verkregen danwel
                                                  meldingen te zijn gedaan voordat een aanvraag om
                                                  een subsidie wordt ingediend.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>o.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_115_364_"> de aanvrager voldoet aan de
                                    meldings- en informatieverplichtingen op grond van het
                                    Asbestverwijderingsbesluit 2005;</al></lid><lid><lidnr>p.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_115_365_"> de aanvrager geeft goedkeuring
                                    aan Gedeputeerde Staten tot inzage in de gegevens van het
                                    Landelijk Asbestvolgsysteem zodra deze in werking is
                                    getreden.</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57689_0_24_115_366_"><noot id="d11e17594"><noot.nr>324</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Zodra het Landelijk
                                            Asbestvolgsysteem in werking is wordt via het Landelijk
                                            Asbestvolgsysteem gemonitord of het verwijderen van
                                            asbest op de juiste manier is uitgevoerd. Hiervoor dient
                                            Gedeputeerde Staten vooraf toestemming te krijgen tot
                                            inzicht.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.21.4 Grondslag</titel></kop><al><noot id="d11e17607"><noot.nr>325</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De subsidie wordt berekend
                                        over het aantal vierkante meters dak dat asbest bevat. Het
                                        betreft nadrukkelijk niet het aantal vierkante meters asbest
                                        dat gestort wordt. Bij de bepaling van de hoeveelheid
                                        vierkante meters asbest van het dak wordt als leidraad
                                        genomen het aantal vierkante meters asbestdak zoals genoemd
                                        in het asbestinventarisatierapport.]</noot.al></noot></al><al>De subsidie bedraagt € 4,50 per m2 asbestdak dat gesaneerd wordt,
                                tot een maximum van € 15.000.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.21.5 Aanvullende stukken bij de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_117_367_"> Een aanvraag wordt ingediend
                                    met gebruikmaking van het daartoe door Gedeputeerde Staten
                                    vastgestelde aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_117_368_"> In aanvulling op artikel 1.2.1
                                    tweede lid, overlegt de aanvrager bij de aanvraag de volgende
                                    stukken:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_24_117_368_254_"> i. indien sprake is
                                            van een aanvrager bedoeld in artikel 8.21.3 sub a onder
                                            1 en onder 2 de gegevens van de meest recente
                                            landbouwtelling , bedoeld in artikel 24 van de
                                            Landbouwwet, in enig jaar na 1993,</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57689_0_24_117_368_255_"> indien sprake is
                                            van een aanvrager als bedoeld in artikel 8.21.3 sub a
                                            onder 3 de gegevens van een landbouwtelling, bedoeld in
                                            artikel 24 van de Landbouwwet , in enig jaar na 1993.
                                        </al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_24_117_368_256_"> een
                                            asbestinventarisatierapportage conform certificering
                                            SC-540 uit het Asbestverwijderingsbesluit 2005;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57689_0_24_117_368_257_"> een getekende
                                            offerte of overeenkomst terzake de verwijdering van
                                            asbest;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57689_0_24_117_368_258_"> een getekende
                                            offerte of overeenkomst terzake de zonnepanelen;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57689_0_24_117_368_259_"> de noodzakelijke
                                            vergunningen of verrichte meldingen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.21.6 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.21.6a Indieningstermijn aanvraag</titel></kop><al>De aanvraag voor subsidie moet, in afwijking van artikel 1.2.2,
                                ontvangen zijn uiterlijk op 31 oktober 2016.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.21.7 Weigeringsgrond</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.3.1 weigeren Gedeputeerde Staten de
                                    subsidie indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_120_369_"> aan de aanvrager reeds op grond
                                    van deze regeling subsidie is verstrekt; </al><al><noot id="d11e17676"><noot.nr>326</noot.nr><noot.al>1 [<vet>Toelichting: </vet>Een aanvrager kan
                                                  slechts een keer subsidie aanvragen in een
                                                  provincie op grond van deze regeling. Wel kan een
                                                  aanvrager tegelijk voor meerdere bouwlocaties of
                                                  bouwblokken subsidie vragen mits hij voor iedere
                                                  verwijdering van een asbestdak aan de vereisten
                                                  voldoet.</noot.al><noot.al>Niet wordt uitgesloten dat de aanvrager op grond
                                            van andere regelingen subsidie ontvangt voor dezelfde
                                            subsidiabele activiteit danwel voor het plaatsen van
                                            zonnepanelen. Deze regeling beperkt derhalve niet de
                                            toegang tot bijvoorbeeld de regeling Stimulering
                                            Duurzame Energieproductie (SDE+) of de fiscale
                                            mogelijkheden middels de MIA (Milieu Investeringsaftrek)
                                            en Vamil (willekeurige afschrijving
                                            milieu-investeringen).]</noot.al><noot.al>Niet wordt uitgesloten dat de aanvrager op grond
                                            van andere regelingen subsidie ontvangt voor dezelfde
                                            subsidiabele activiteit danwel voor het plaatsen van
                                            zonnepanelen. Deze regeling beperkt derhalve niet de
                                            toegang tot bijvoorbeeld de regeling Stimulering
                                            Duurzame Energieproductie (SDE+) of de fiscale
                                            mogelijkheden middels de MIA (Milieu Investeringsaftrek)
                                            en Vamil (willekeurige afschrijving
                                            milieu-investeringen).]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_120_370_"> de subsidiabele activiteit
                                    reeds is uitgevoerd voorafgaand aan het indienen van de
                                    subsidieaanvraag.</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57689_0_24_120_371_"><noot id="d11e17696"><noot.nr>327</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De asbest mag niet reeds
                                            verwijderd en afgevoerd zijn voordat de aanvraag om
                                            subsidie wordt ingediend. De voorfase waarin offertes
                                            worden gevraagd en overeenkomsten ten behoeve van de
                                            uitvoering tot stand komen, dient wel doorlopen te zijn
                                            voordat subsidie kan worden aangevraagd. Anders kan
                                            immers niet worden aangetoond dat aan de
                                            subsidievereisten wordt voldaan.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.21.8 Volgorde van behandeling</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e17711"><noot.nr>328</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Ten behoeve van de eenvoud
                                            van de regeling is gekozen voor een behandeling op
                                            volgorde van binnenkomst. Hierdoor kan direct bij
                                            ontvangst van volledige aanvragen worden gestart met de
                                            behandeling en subsidieverstrekking.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_121_372_"> Subsidieaanvragen worden
                                    behandeld in volgorde van ontvangst, met dien verstande dat
                                    wanneer de aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene
                                    wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te
                                    vullen, de dag waarop de gevraagde aanvulling is ontvangen, met
                                    betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_121_373_"> Voor zover door verstrekking
                                    van subsidie voor aanvragen die op dezelfde dag zijn ontvangen,
                                    het subsidieplafond wordt overschreden, vindt rangschikking van
                                    de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats
                                    op basis van de hoogte van het aangevraagde subsidiebedrag,
                                    waarbij een lager aangevraagd subsidiebedrag voorgaat op een
                                    hoger aangevraagd subsidiebedrag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_121_374_"> Indien toepassing van het
                                    tweede lid ertoe leidt dat subsidieaanvragen op een gelijke
                                    plaats eindigen, wordt de onderlinge rangschikking van die
                                    aanvragen bepaald door middel van loting.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.21.9 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op de artikelen 1.4.1 en 1.4.2 heeft de
                                    subsidieontvanger de volgende verplichtingen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_122_375_"> de subsidiabele activiteit is
                                    uiterlijk op 31 december 2016 afgerond;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_122_376_"> de zonnepanelen zijn uiterlijk
                                    op 31 december 2016 geplaatst;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_24_122_377_"> conform het Bouwbesluit 2012 is
                                    het bedrijf dat asbest verwijdert een ander bedrijf dan het
                                    bedrijf dat de asbestinventarisatie uitvoert.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.22 Verwijdering asbestdaken bedrijfslocaties
                                Overijssel </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8.22.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_25_123_378_"> asbest: vezelachtige silicaten
                                    zoals actinoliet (CAS-nummer 77536-66-4), amosiet (CAS-nummer
                                    12172-73-5), anthofylliet (CAS-nummer 77536-67-5), chrysotiel
                                    (CAS-nummer 12001-29-5), crocidoliet (CAS-nummer 12001-28-4) en
                                    tremoliet (CAS-nummer 77536-68-6); </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_25_123_379_"> asbestdak: een dak, dakgoot of
                                    gevel dat asbest bevat;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_25_123_380_"> agrarische onderneming:
                                    privaatrechtelijke rechtspersoon, vennootschap of eenmanszaak
                                    die als economische activiteit gewassen teelt of dieren houdt
                                    met als doel deze, of de producten die daaruit voortkomen, te
                                    verkopen; </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e17788"><noot.nr>329</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Van deze subsidieregeling
                                            kunnen alle ondernemingen gebruik maken, die zijn
                                            samengevat onder de noemer ‘bedrijf'. Voor agrarische
                                            ondernemingen is paragraaf 8.21 van dit
                                            Uitvoeringsbesluit subsidies van toepassing. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57689_0_25_123_381_"> bedrijf: privaatrechtelijke
                                    rechtspersoon, vennootschap of eenmanszaak, met uitzondering van
                                    een agrarische onderneming; </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e17804"><noot.nr>330</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Van deze subsidieregeling
                                            kunnen alle ondernemingen gebruik maken, die zijn
                                            samengevat onder de noemer ‘bedrijf'. Voor agrarische
                                            ondernemingen is paragraaf 8.21 van dit
                                            Uitvoeringsbesluit subsidies van toepassing. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57689_0_25_123_382_"> bedrijfslocatie: een terrein
                                    waarop een bedrijf is gevestigd met een of meerdere gebouwen die
                                    op die locatie samen een eenheid vormen vanwege eigendom of
                                    bedrijfsvoering; </al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57689_0_25_123_383_"> de-minimisverordening:
                                    Verordening (EG) 1998/2006 PbEU L379/10 van de commissie van 15
                                    december 2006, betreffende de artikelen 107 en 108 Verdrag
                                    betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) op
                                    de-minimissteun; </al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57689_0_25_123_384_"> gecertificeerd bedrijf: bedrijf
                                    dat beschikt over de volgende certificering ten behoeve van het
                                    inventariseren of verwijderen van asbest: </al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57689_0_25_123_384_260_"> SC 530:
                                            Asbestverwijdering; </al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57689_0_25_123_384_261_"> SC 540:
                                            Asbestinventarisatie. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.22.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor het verwijderen
                                en afvoeren van een asbestdak of asbestdaken. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.22.3 Criteria </titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e17847"><noot.nr>331</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Uit dit artikel volgt dat
                                            een aanvrager een bedrijf moet zijn met een
                                            bedrijfslocatie in de provincie Overijssel en dat zich
                                            op deze bedrijfslocatie een of meer gebouwen bevinden
                                            die een of meer asbestdaken bevatten. Het is niet
                                            mogelijk het asbestdak of de asbestdaken gedeeltelijk te
                                            saneren. Daarom is als criterium opgenomen dat alle op
                                            de bedrijfslocatie aanwezige asbestdaken worden
                                            verwijderd en afgevoerd. Verder kan de inventarisering
                                            en sanering van de asbestdaken alleen plaatsvinden door
                                            daartoe gecertificeerde bedrijven. In artikel 8.22.1
                                            onder g is vermeld over welke certificeringen deze
                                            bedrijven moeten beschikken. Hieruit blijkt o.a. dat het
                                            bedrijf dat de asbest verwijdert en afvoert een ander
                                            bedrijf moet zijn dan het bedrijf dat de
                                            asbestinventarisatie uitvoert.</noot.al><noot.al>Voorts is vereist dat de aanvrager beschikt over de
                                            noodzakelijke vergunningen c.q. de benodigde meldingen
                                            heeft gedaan. Hiervan dienen bewijsstukken bij de
                                            aanvraag te worden overlegd (zie artikel 8.22.7, lid 2,
                                            sub c). Voor het saneren van asbestdaken kunnen
                                            verschillende toestemmingen vereist zijn. In zijn
                                            algemeenheid moet op basis van artikel 1.26 van het
                                            Bouwbesluit 2012 een sloopmelding gedaan te worden bij
                                            het bevoegd gezag voor de verwijdering van asbest. Ook
                                            kan op basis van de monumentenregelgeving of het
                                            bestemmingsplan een sloop- of omgevingsvergunning nodig
                                            zijn. De gemeente kan daarover nadere informatie
                                            verstrekken. Verder gelden op basis van het
                                            Asbestverwijderingsbesluit 2005 diverse
                                            procedurevoorschriften waaraan de aanvrager moet
                                            voldoen. </noot.al><noot.al>In artikel 1.3.1 van hoofdstuk 1 van dit
                                            Uitvoeringsbesluit zijn weigeringgronden opgenomen.
                                            Bijvoorbeeld: er wordt geen subsidie verstrekt voor
                                            reeds gesaneerde asbestdaken; dit vloeit voort uit
                                            artikel 1.1.6 sub c en artikel 1.1.1 sub k. Verder wordt
                                            subsidie geweigerd als minder dan € 1.000 subsidie wordt
                                            verstrekt. Dit betekent dat saneringen van asbestdaken
                                            met een oppervlakte van 333 m2 of kleiner niet in
                                            aanmerking komen voor subsidie. Om te voorkomen dat
                                            dergelijke saneringen in het geheel niet voor subsidie
                                            in aanmerking kunnen komen, biedt de regeling, vanwege
                                            het belang van het verwijderen van asbestdaken, de
                                            mogelijkheid dat meerdere aanvragers gezamenlijk een
                                            aanvraag indienen. In dat geval is één aanvrager
                                            penvoerder en deze aanvrager is door de andere
                                            aanvragers gemachtigd de aanvraag in te dienen. Iedere
                                            aanvrager die is opgenomen in de gezamenlijke aanvraag
                                            zal moeten voldoen aan de voorwaarden die gesteld worden
                                            om voor subsidie in aanmerking te komen. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr/><al>Een aanvraag om subsidie moet voldoen aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_25_125_385_"> de aanvrager is een bedrijf met
                                    een bedrijfslocatie in Overijssel met op die locatie een of
                                    meerdere gebouwen die een asbestdak of asbestdaken bevatten;
                                    twee of meer aanvragers, vertegenwoordigd door één aanvrager,
                                    kunnen ook gezamenlijk een aanvraag indienen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_25_125_386_"> de aanvrager is eigenaar of
                                    erfpachter van de onder sub a genoemde gebouwen met een
                                    asbestdak of asbestdaken;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_25_125_387_"> alle asbestdaken op de
                                    bedrijfslocatie worden verwijderd en afgevoerd;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57689_0_25_125_388_"> de aanvrager heeft door een
                                    gecertificeerd bedrijf voor de bedrijfslocatie een
                                    asbestinventarisatie laten uitvoeren;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57689_0_25_125_389_"> het asbestdak wordt verwijderd
                                    en afgevoerd door een gecertificeerd bedrijf;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57689_0_25_125_390_"> de aanvrager beschikt over de
                                    noodzakelijke vergunningen c.q. heeft de benodigde meldingen
                                    gedaan;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57689_0_25_125_391_"> als de subsidie een
                                    steunmaatregel is, voldoet het aan artikel 2 van de
                                    de-minimisverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.22.4 Grondslag subsidie </titel></kop><al><noot id="d11e17903"><noot.nr>332</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De subsidie wordt berekend
                                        over het aantal vierkante meters dak dat asbest bevat. Het
                                        betreft nadrukkelijk niet het aantal vierkante meters asbest
                                        dat gestort wordt. Bij de bepaling van de hoeveelheid
                                        vierkante meters asbestdak wordt als leidraad genomen het
                                        aantal vierkante meters asbestdak zoals genoemd in het
                                        asbestinventarisatierapport. Per vierkante meter asbestdak
                                        dat gesaneerd wordt kan maximaal € 3,- subsidie verkregen
                                        worden. Indien uit de getekende offerte of overeenkomst tot
                                        sanering van het asbestdak blijkt dat de kosten minder zijn
                                        dan € 3,- per m2, dan heeft dit mindere bedrag te gelden als
                                        de maximale subsidie per m2.]</noot.al></noot></al><al>De subsidie bedraagt maximaal € 3,- per m2 asbestdak dat verwijderd
                                en afgevoerd wordt, met een maximum van € 25.000 per aanvrager.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.22.5 Subsidiabele kosten </titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.22.6 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.22.7 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot
                                    subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_25_129_392_"> De aanvrager maakt gebruik van
                                    het aanvraagformulier Verwijdering asbestdaken bedrijfslocaties
                                    Overijssel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_25_129_393_"> De aanvrager overlegt, in
                                    aanvulling op artikel 1.2.1, bij de aanvraag de volgende
                                    stukken:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_25_129_393_262_"> een
                                            asbestinventarisatierapportage conform certificering
                                            SC-540 uit het Asbestverwijderingsbesluit 2005; </al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_25_129_393_263_"> een getekende
                                            offerte of overeenkomst terzake de verwijdering van
                                            asbest. De offerte of overeenkomst is op het moment van
                                            de indiening van de aanvraag niet ouder dan 6
                                            maanden;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57689_0_25_129_393_264_"> noodzakelijke
                                            vergunningen of verrichte meldingen;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57689_0_25_129_393_265_"> machtigingen tot
                                            vertegenwoordiging in geval de aanvraag door een
                                            aanvrager namens meerdere aanvragers wordt
                                            ingediend.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.22.8 Verplichtingen subsidieontvanger </titel></kop><al><noot id="d11e17957"><noot.nr>333</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In de artikelen 1.4.1 en 1.4.2
                                        van dit Uitvoeringsbesluit zijn een aantal algemeen geldende
                                        verplichtingen voor de subsidieontvanger geformuleerd. In
                                        aanvulling op deze verplichtingen is in dit artikel de
                                        verplichting geformuleerd dat de gesubsidieerde activiteit
                                        dient te zijn gerealiseerd binnen 12 maanden na datum van de
                                        subsidieverlening.]</noot.al></noot></al><al>In aanvulling op artikel 1.4.1 en 1.4.2 is de subsidieontvanger
                                verplicht de gesubsidieerde activiteit binnen 12 maanden na datum
                                van de subsidieverlening te realiseren.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.23 Proeftuin energieneutraal renoveren particuliere
                                woningen Overijssel </titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.24 Oplaadpunten voor elektrische voertuigen</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.25 Duurzaamheidsmaatregelen toeristische
                                ondernemingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8.25.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_28_131_394_"> toeristische onderneming: een
                                    onderneming die valt onder de volgende bedrijfsgroepen van de
                                    standaardbedrijfsindeling 2008 versie 2012 van het Centraal
                                    Bureau voor de Statistiek:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57689_0_28_131_394_266_"> 55.1 Hotels
                                            e.d.</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57689_0_28_131_394_267_"> 55.2 Verhuur van
                                            vakantiehuisjes en appartementen; jeugdherbergen en
                                            vakantiekampen;</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57689_0_28_131_394_268_"> 55.3
                                            Kampeerterreinen;</al></li><li nr="iv."><al id="anker-H57689_0_28_131_394_269_"> 55.9 Overige
                                            logiesverstrekking;</al></li><li nr="v."><al id="anker-H57689_0_28_131_394_270_"> 93.15
                                            Watersport;</al></li><li nr="vi."><al id="anker-H57689_0_28_131_394_271_"> 93.21 Pret- en
                                            themaparken; kermisattracties; sauna's;</al></li><li nr="vii."><al id="anker-H57689_0_28_131_394_272_"> 93.29.1
                                            Jachthavens.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_28_131_395_"> Onderneming: de natuurlijke
                                    persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die
                                    krachtens publiekrecht is ingesteld, gericht op het maken van
                                    winst;</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.25.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor de volgende
                                    maatregelen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_28_132_396_"> maatregelen op het gebied van
                                    waterkwaliteitbeheer zijnde:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57689_0_28_132_396_273_"> zoutelektrolyse;
                                        </al></li></lijst><al><noot id="d11e18043"><noot.nr>334</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Zoutelektrolyse vervangt
                                            de traditionele chloorinstallatie. De nieuwprijs is
                                            ongeveer € 70.000. Indien de chloorinstallatie aan
                                            vervanging toe is dan bedraagt de meerinvestering
                                            slechts een paar duizend euro, op deze meerinvestering
                                            is deze subsidie van toepassing. De exploitatielasten
                                            gaan bij elektrolyse wel omhoog vanwege hogere
                                            onderhoudskosten en overige arbeidskosten. Voor
                                            zwembaden die het gehele jaar geopend zijn kan
                                            zoutelektrolyse een beperkt voordeel opleveren. Deze
                                            investering heeft daarmee voornamelijk een duurzaam
                                            karakter!]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="ii."><al id="anker-H57689_0_28_132_396_274_">
                                            koolstoffilters;</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57689_0_28_132_396_275_"> een regelsysteem
                                            voor het behoefte afhankelijk filteren;</al></li></lijst><al><noot id="d11e18059"><noot.nr>335</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Door het filteren van het
                                            water afhankelijk te maken van de behoefte (gebruik) is
                                            een regelsysteem noodzakelijk en dient het leidingwerk
                                            te worden aangepast.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_28_132_397_"> maatregelen voor de
                                    optimalisatie van de zwembadinstallatie zijnde:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57689_0_28_132_397_276_"> regelsystemen voor
                                            de afstemming tussen bezetting en suppletie; </al></li></lijst><al><noot id="d11e18077"><noot.nr>336</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Door de toevoeging van
                                            suppletiewater (om het water niveau aan te vullen)
                                            afhankelijk te maken van de bezettingsgraad vermindert
                                            het waterverbruik bij lagere bezetting.]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="ii."><al id="anker-H57689_0_28_132_397_277_"> dimensionering van
                                            de installaties en leidingen voor warm water;</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57689_0_28_132_397_278_"> regelsysteem voor
                                            het behoefte afhankelijk ventileren;</al></li></lijst><al><noot id="d11e18093"><noot.nr>337</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Door minder te ventileren
                                            wordt minder warme lucht afgezogen. Het regelsysteem
                                            zorgt ervoor dat de luchtkwaliteit binnen de normen
                                            blijft.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_28_132_398_"> maatregelen voor afdekking van
                                    zwembaden, zijnde een afdekmat;</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57689_0_28_132_399_"><noot id="d11e18109"><noot.nr>338</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Door het aanbrengen van
                                            een afdekmat wordt de afkoeling van het water, bij een
                                            gesloten zwembad, verminderd. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57689_0_28_132_400_"> maatregelen voor de
                                    optimalisatie van de installaties voor warm tapwater of
                                    gebouwverwarming in centrale voorzieningen en verhuureenheden
                                    zijnde:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57689_0_28_132_400_279_"> regeltechniek voor
                                            bivalente installaties; </al></li></lijst><al><noot id="d11e18127"><noot.nr>339</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Bij gebruik van bivalente
                                            installaties (meerdere warmtebronnen) geft een juiste
                                            regeltechniek een optimaal energiegebruik.]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="ii."><al id="anker-H57689_0_28_132_400_280_"> ontmantelen of
                                            afkoppelen van overcapaciteit en centrale
                                            opwekking;</al></li></lijst><al><noot id="d11e18140"><noot.nr>340</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Indien installaties steeds
                                            zijn uitgebreid en er plannen zijn voor de toepassing
                                            van bijvoorbeeld een biomassa installatie of andere
                                            warmtebron, kan het zinvol zijn overcapaciteit van de
                                            leidingen, loze leidingen te ontmantelen of af te
                                            koppelen.]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="iii."><al id="anker-H57689_0_28_132_400_281_"> bemeteringssystemen
                                            voor afrekening per gebruiker;</al></li></lijst><al><noot id="d11e18153"><noot.nr>341</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Door bemetering per
                                            gebruiker (verhuur eenheid) mogelijk te maken is
                                            afzonderlijke afrekening van de energiekosten tijdens
                                            het verblijf mogelijk. Dit geeft energiebewustzijn bij
                                            de gebruiker met een potentiele reductie van het
                                            energiegebruik zowel van gas als elektra.]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="iv."><al id="anker-H57689_0_28_132_400_282_"> warmte terugwinning
                                            bij het douchewater.</al></li></lijst><al><noot id="d11e18166"><noot.nr>342</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Bij renovatie van de
                                            doucheruimte is de plaatsing van warmteterugwinning op
                                            het douchewater, via de afvoer, mogelijk.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.25.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_28_133_401_"> de aanvrager is een
                                    toeristische onderneming;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_28_133_402_"> de maatregel worden
                                    gerealiseerd in Overijssel;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_28_133_403_"> de maatregel voldoet aan de
                                    kwaliteitscriteria als genoemd in tabel 1;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57689_0_28_133_404_"> als de subsidie een
                                    steunmaatregel is dan moet het voldoen aan de
                                    de-minimisverordening.</al><table><title>Tabel 1</title><tgroup cols="5"><colspec colname="C5" colnum="5"/><colspec colname="C4" colnum="4"/><colspec colname="C3" colnum="3"/><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><thead><row><entry><al>Tabel 1 </al></entry><entry><al>Maatregelen </al></entry><entry><al>energiereductie in m3/jaar </al></entry><entry><al>energiereductie in kWh/jaar </al></entry><entry><al>waterreductie in m3/jaar </al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al>Artikel 8.25.2 sub a onder i</al></entry><entry><al>zoutelektrolyse</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>gas: 15-20%</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Artikel 8.25.2 sub a onder ii</al></entry><entry><al>koolstoffilters</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>gas: 10-20%</al></entry><entry><al>15-30%</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 8.25.2 sub a onder iii</al></entry><entry><al>een regelsysteem voor het behoefte afhankelijk
                                                  filteren</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>40%</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Artikel 8.25.2 sub b onder i</al></entry><entry><al>regelsystemen voor de afstemming tussen
                                                  bezetting en suppletie</al></entry><entry><al>400-750</al></entry><entry><al>geen</al></entry><entry><al>200-500</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 8.25.2 sub b onder ii</al></entry><entry><al>dimensionering van de installaties en
                                                  leidingen voor warm water</al></entry><entry><al>5%</al></entry><entry><al>geen</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Artikel 8.25.2 sub b onder iii</al></entry><entry><al>regelsysteem voor het behoefte afhankelijk
                                                  ventileren</al></entry><entry><al>20-30%</al></entry><entry><al>40%</al></entry><entry><al>20%</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 8.25.2 sub c</al></entry><entry><al>afdekmat</al></entry><entry><al>20%</al></entry><entry><al>50%</al></entry><entry><al>15%</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 8.25.2 sub d onder i</al></entry><entry><al>regeltechniek</al></entry><entry><al>5-15%</al></entry><entry><al>nihil</al></entry><entry><al>nihil</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 8.25.2 sub d onder ii</al></entry><entry><al>ontmantelen en afkoppelen
                                                  overcapaciteit/centralisatie opwekking</al></entry><entry><al>10-15%</al></entry><entry><al>nihil</al></entry><entry><al>nihil</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 8.25.2 sub d onder iii</al></entry><entry><al>bemetering per gebruiker/afrekening per
                                                  gebruiker</al></entry><entry><al>10-15%</al></entry><entry><al>10-15%</al></entry><entry><al>10-15%</al></entry></row><row><entry><al>Artikel 8.25.2 sub d onder iv</al></entry><entry><al>warmteterugwinning douchewater</al></entry><entry><al>10-15%</al></entry><entry><al>10-15%</al></entry><entry><al>10-15%</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.25.4 Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt maximaal 40% van de subsidiabele kosten met een
                                maximum van € 20.000 per aanvrager.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.25.5 Subsidiabele kosten</titel></kop><al>Uitsluitend kosten derden als bedoeld in artikel 1.1.5 vierde lid
                                zijn subsidiabel.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.25.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag voor
                                    subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_28_138_405_"> De aanvrager maakt bij zijn
                                    aanvraag gebruik van het aanvraagformulier
                                    Duurzaamheidsmaatregelen toeristische ondernemingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_28_138_406_"> De aanvrager overlegt in
                                    aanvulling op artikel 1.2.1 tweede lid bij de aanvraag tevens
                                    een door beide partijen getekende offerte. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.25.7 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.25.8 Weigeringsgrond</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.3.1 wordt de subsidie geweigerd als de te
                                verstrekken subsidie minder dan € 5.000 bedraagt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.25.9 Verplichtingen ontvanger</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.4.1 en artikel 1.4.2 is de
                                subsidieontvanger verplicht de activiteiten te hebben gerealiseerd
                                binnen 12 maanden na datum van subsidieverlening.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.26 Lokale energie-initiatieven</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8.26.1 Begripsbepalingen </titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_29_142_407_"> bedrijfsplan: een plan voor het
                                    starten van een nieuwe lokale energie-onderneming, het
                                    bedrijfsplan bevat in ieder geval de onderwerpen zoals opgenomen
                                    in de door de provincie beschikbaar gestelde inhoudsopgave
                                    Bedrijfsplan Lokale energie-initiatieven;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e18467"><noot.nr>343</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De inhoudsopgave
                                            Bedrijfsplan Lokale energie-initiatieven is te
                                            downloaden via www.overijssel.nl/subsidie.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_29_142_408_"> energiebesparing: technische,
                                    logistieke of organisatorische voorzieningen die leiden tot
                                    verminderd verbruik van energie, zoals gedefinieerd in het
                                    Protocol Monitoring Energiebesparing 2001;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_29_142_409_"> energieopwekking: duurzame
                                    energie opwekkingsvoorzieningen die het geheel of gedeeltelijk
                                    gebruikmaken van energie uit hernieuwbare energiebronnen
                                    mogelijk maken, zoals gedefinieerd in het Protocol Monitoring
                                    Hernieuwbare Energie 2010;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57689_0_29_142_410_"> energieproject: een project
                                    waarbij energiebesparing of energieopwekking gerealiseerd wordt
                                    en bijgedragen wordt aan vergroting van het aandeel duurzame
                                    energie;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57689_0_29_142_411_"> lokaal energie-initiatief: een
                                    initiatief met als doel om een energieproject te realiseren,
                                    waarbij:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57689_0_29_142_411_283_"> het aandeel nieuwe
                                            energie toeneemt en deze ambitie breed wordt
                                            uitgedragen; en</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57689_0_29_142_411_284_"> bewoners,
                                            organisaties of bedrijven in een specifiek gebied binnen
                                            Overijssel actief worden uitgenodigd om vrijwillig lid
                                            of klant te worden; en</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57689_0_29_142_411_285_"> het initiatief open
                                            staat voor iedereen die wil deelnemen; en</al></li><li nr="iv."><al id="anker-H57689_0_29_142_411_286_"> leden en klanten
                                            profijt hebben van de opbrengsten die door realisatie
                                            van het energieproject worden gehaald; en </al></li><li nr="v."><al id="anker-H57689_0_29_142_411_287_"> er sprake is van
                                            een samenwerkingsverband en een bestuur van minimaal
                                            twee personen.</al></li></lijst><al><noot id="d11e18512"><noot.nr>344</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Een lokaal
                                            energie-initiatief start vaak, maar niet uitsluitend,
                                            met vrijwilligers, het initiatief kan verschillende
                                            rechtsvormen hebben. Sommige lokale energie-initiatieven
                                            groeien uit tot een lokale duurzame energie onderneming.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57689_0_29_142_412_"> Programma Nieuwe Energie:
                                    programma welke op 2 juli 2014 door Provinciale Staten is
                                    vastgesteld en aanpassingen ervan.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.26.2 Subsidiabele activiteiten </titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor een lokaal
                                    energie-initiatief, waarbij subsidie kan worden verstrekt voor 3
                                    verschillende fases van het lokaal energie-initiatief: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_29_143_413_"> Fase 1: de activiteiten in de
                                    idee- en ontwerpfase van een energieproject.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e18541"><noot.nr>345</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het gaat hierbij om
                                            activiteiten als het organiseren van bijeenkomsten,
                                            ideeën uitwerken, juridisch en financieel advies vragen,
                                            onderzoek naar haalbaarheid, aanvragen van vergunningen
                                            en de voorbereiding en het opstellen van een
                                            businesscase voor het energieproject. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_29_143_414_"> Fase 2: het uitvoeren van de
                                    businesscase van het energieproject;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_29_143_415_"> Fase 3: de professionalisering
                                    van het lokale energie-initiatief tot een toekomstbestendige
                                    onderneming;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e18562"><noot.nr>346</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Hieronder vallen
                                            activiteiten die nodig zijn om een onderneming te
                                            starten en alle activiteiten die nodig zijn om het
                                            lokale energie-initiatief te verbreden naar meerdere
                                            activiteiten, meerdere bronnen, meerdere doelgroepen
                                            en/of meerdere wijken.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.26.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_29_144_416_"> Een aanvraag voor subsidie
                                    voldoet aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_29_144_416_288_"> De aanvrager is een
                                            rechtspersoon, een maatschap, een vennootschap onder
                                            firma, een commanditaire vennootschap, een eenmanszaak
                                            of een kerkgenootschap. Als aanvrager wordt ook
                                            aangemerkt een aanvrager die in oprichting is om de
                                            hiervoor genoemde rechtsvorm te verkrijgen;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_29_144_416_289_"> er is sprake van
                                            een lokaal energie-initiatief in Overijssel;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57689_0_29_144_416_290_"> de activiteit
                                            draagt bij aan de doelstelling en ambities van het
                                            Programma Nieuwe Energie;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57689_0_29_144_416_291_"> het energieproject
                                            is naar het oordeel van Gedeputeerde Staten realistisch
                                            en financieel haalbaar;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57689_0_29_144_416_292_"> een aanvraag of het
                                            idee om een lokaal energie-initiatief te starten, is
                                            vooraf besproken met een beleidsmedewerker Programma
                                            Nieuwe Energie van de provincie.</al></li></lijst><al><noot id="d11e18596"><noot.nr>347</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Gedeputeerde Staten willen
                                            vanaf het begin van een lokaal energie-initiatief
                                            betrokken zijn, om indien nodig deskundigheid in te
                                            brengen en te helpen om het lokaal energie-initiatief
                                            van de grond te kunnen krijgen. Gedeputeerde Staten zijn
                                            ondersteunend en niet sturend. De initiatiefnemers
                                            moeten uiteindelijk zelf de keuzes maken die nodig zijn
                                            om het initiatief van de grond te krijgen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_29_144_417_"> Een subsidie als bedoeld in
                                    artikel 8.26.2 sub b voldoet, in aanvulling op het eerste lid,
                                    aan het criterium dat ter uitvoering van het energieproject een
                                    haalbare businesscase is opgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57689_0_29_144_418_"> Een subsidie als bedoeld in
                                    artikel 8.26.2 sub c voldoet, in aanvulling op het eerste lid,
                                    aan het criterium dat de professionalisering van het lokale
                                    energie-initiatief tot een toekomstbestendige onderneming is
                                    gebaseerd op een haalbaar bedrijfsplan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57689_0_29_144_419_"> Indien de te verstrekken
                                    subsidie staatssteun oplevert in de zin van artikel 107, lid 1
                                    van het VWEU, dan moet de subsidie voldoen aan de
                                    de-minimisverordening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H57689_0_29_144_420_"> Indien sprake is van een
                                    aanvrager in oprichting, dan wordt de subsidie verleend onder de
                                    opschortende voorwaarde dat de aanvrager de
                                    rechtspersoonlijkheid verkrijgt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.26.4 Subsidiabele kosten </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_29_145_421_"> In afwijking van artikel 1.1.5
                                    en artikel 1.1.6 zijn alle kosten subsidiabel die doelmatig,
                                    reëel en direct toe te rekenen zijn aan de subsidiabele
                                    activiteit. Indien sprake is van interne loonkosten van de
                                    aanvrager dan bedraagt het uurloon : </al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_29_145_421_293_"> maximaal € 15,--
                                            voor activiteiten als bedoeld in artikel 8.26.2 sub
                                            a;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_29_145_421_294_"> maximaal € 35,--
                                            voor activiteiten als bedoeld in artikel 8.26.2 sub
                                            b;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57689_0_29_145_421_295_"> maximaal € 60,--
                                            voor activiteiten als bedoeld in artikel 8.26.2 sub
                                            c.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_29_145_422_"> Indien sprake is van kosten
                                    derden dienen deze te voldoen aan artikel 1.1.5 vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.26.5 Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_29_146_423_"> De subsidie als bedoeld in
                                    artikel 8.26.2 sub a en b bedraagt 100% van de subsidiabele
                                    kosten met een maximum van € 50.000 per lokaal
                                    energie-initiatief waarbij het maximum voor de activiteit als
                                    bedoeld in artikel 8.26.2 sub a € 20.000 bedraagt. Gedeputeerde
                                    Staten kunnen hiervan afwijken indien sprake is van een
                                    energie-initiatief waarbij in fase 1 meer dan € 20.000 aan
                                    kosten derden gemaakt gaat worden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_29_146_424_"> De subsidie als bedoeld in
                                    artikel 8.26.2 sub c bedraagt 100% van de subsidiabele kosten
                                    met een maximale subsidie van € 50.000 per lokaal
                                    energie-initiatief. Indien het ingediende bedrijfsplan naar het
                                    oordeel van Gedeputeerde Staten voldoende onderbouwd is en
                                    haalbaar lijkt, maar verdere uitwerking behoeft dan kan maximaal
                                    € 3.000 van de subsidie gebruikt worden voor de begeleiding door
                                    een externe deskundige om het bedrijfsplan te
                                    optimaliseren.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.26.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag voor
                                    subsidie</titel></kop><al>De aanvrager maakt bij zijn aanvraag gebruik van het
                                aanvraagformulier Lokale energie-initiatieven.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.26.7 Weigeringsgrond</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.3.1 weigeren Gedeputeerde Staten de
                                    subsidie indien de aanvraag uitsluitend: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_29_148_425_"> betrekking heeft op de
                                    subsidiabele activiteit als bedoeld in artikel 8.26.2 onder sub
                                    a of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_29_148_426_"> betrekking heeft op subsidie
                                    voor het opstellen van een bedrijfsplan.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e18689"><noot.nr>348</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Gedeputeerde Staten
                                            verlenen geen subsidie aan uitsluitend ideevorming en
                                            onderzoek naar de haalbaarheid van een Lokaal duurzaam
                                            energie-initiatief. Een idee en onderzoek naar
                                            haalbaarheid moet uiteindelijk leiden tot een
                                            businesscase. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.26.8 Voorschotverlening</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.3.3 verlenen Gedeputeerde Staten een
                                voorschot op basis van de voortgang, behaalde resultaten en de
                                benodigde financiële middelen. Om een voorschot te kunnen ontvangen
                                voor de subsidie als bedoeld in artikel 8.26.2 sub b, moet de
                                subsidieontvanger een businesscase overleggen. Om een voorschot te
                                kunnen ontvangen voor de subsidie als bedoeld in artikel 8.26.2 sub
                                c, moet de subsidieontvanger een bedrijfsplan overleggen. Er wordt
                                geen voorschot verleend aan een subsidieontvanger die in oprichting
                                is.</al><al><noot id="d11e18704"><noot.nr>349</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Gedeputeerde Staten verlenen
                                        een subsidie van maximaal € 100.000. Op basis van artikel
                                        1.3.3 kunnen Gedeputeerde Staten een voorschot van maximaal
                                        90% uitbetalen. Echter gezien de aard van de subsidie, is
                                        dit niet wenselijk. Het kan immers ook zijn dat na fase 1,
                                        de idee en ontwerpfase, blijkt dat het energieproject niet
                                        uitgevoerd kan worden. In de verleningsbeschikking worden
                                        go-or nogo momenten opgenomen en op basis van een
                                        tussengesprek met de provincie of een tussenrapportage
                                        besluiten Gedeputeerde Staten of een voorschot wordt
                                        verleend. Om een voorschot te kunnen ontvangen voor de
                                        subsidie als bedoeld in artikel 8.26.2 sub b (uitvoeren van
                                        een energieproject), moet de subsidieontvanger een
                                        businesscase overleggen. Om een voorschot te kunnen
                                        ontvangen voor de subsidie als bedoeld in artikel 8.26.2 sub
                                        c (professionalisering van het lokale energie-initiatief tot
                                        een toekomstbestendige onderneming) moet de
                                        subsidieontvanger een bedrijfsplan overleggen.]</noot.al></noot></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.27 Doorontwikkeling energie/woonloketten </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8.27.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57689_0_30_150_427_">Energie/woonloket:een fysiek,
                                    digitaal en telefonisch informatiepunt waar de inwoners van de
                                    gemeente voldoende en effectief kennis kunnen verwerven over
                                    energiemaatregelen. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.27.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor de activiteiten
                                van een energie/woonloket in 2016 t/m 2019 inclusief de activiteiten
                                ten behoeve van een verzelfstandigd energie/woonloket in 2020. </al><al><noot id="d11e18735"><noot.nr>350</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Gedeputeerde Staten stellen de
                                        subsidie beschikbaar voor de activiteiten van de
                                        energie/woonloketten , maar willen dat de gemeenten samen
                                        met markpartijen toewerken naar een verzelfstandigde markt
                                        in 2020. Dit betekent dat de gemeente de subsidie gebruikt
                                        voor het in stand houden van het energie/woonloket in 2016
                                        t/m 2019 maar ook voor activiteiten die nodig zijn om toe te
                                        werken naar een verzelfstandigd energie/woonloket in 2020.
                                        Er is sprake van een verzelfstandigd energie/woonloket als
                                        binnen de gemeente (of in samenwerking op regionaal niveau)
                                        de inwoners van de gemeente voldoende en effectief kennis
                                        kunnen verwerven over energiebesparing en welke
                                        marktpartijen zij voor uitvoering kunnen benaderen, zonder
                                        hiervoor afhankelijk te zijn van een financiële bijdrage van
                                        de provincie. ]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.27.3 Criteria </titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor een subsidie voldoet aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_30_152_428_"> de aanvrager is een
                                    Overijsselse gemeente die de woonafspraken met de provincie
                                    heeft getekend;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_30_152_429_"> de totale kosten van de
                                    subsidiabele activiteit bedragen ten minste € 120.000. Bij de
                                    berekening van de totale kosten wordt een uurtarief gehanteerd
                                    van maximaal € 50 per uur;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_30_152_430_"> de bijdrage van de gemeente en
                                    andere partijen uit de samenleving bedraagt, in uren of geld ten
                                    minste € 60.000. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.27.4 Grondslag </titel></kop><al>De subsidie bedraagt een forfaitair vastgesteld tarief van € 60.000
                                per energieloket per gemeente.</al><al><noot id="d11e18773"><noot.nr>351</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Een forfaitair tarief betekent
                                        dat de subsidie een vast tarief is. Een onderbouwing van de
                                        subsidiabele kosten op grond van artikel 1.1.5 en artikel
                                        1.1.6 is daarom niet nodig. Rekening houdend met artikel
                                        8.27.3 sub b en c moet de gemeente wel een begroting
                                        overleggen met de totale kosten van de subsidiabele
                                        activiteiten. De totale kosten moeten ten minste €120.000
                                        bedragen. Uit de dekkingsplan moet blijken dat de gemeente
                                        ten minste €60.000 van de kosten zelf dekt. Bij de
                                        berekening van de totale kosten kan de gemeente ook
                                        loonkosten meenemen voor maximaal € 50 per uur.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.27.5 Subsidieplafond </titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.27.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag voor
                                    subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_30_155_431_"> De aanvrager maakt bij zijn
                                    aanvraag voor subsidie gebruik van het aanvraagformulier
                                    Doorontwikkeling energie/woonloketten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_30_155_432_"> In aanvulling op artikel 1.2.1
                                    tweede lid overlegt de aanvrager een plan van aanpak voor de
                                    jaren 2016 t/m 2019 waarin in ieder geval is omschreven;</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57689_0_30_155_432_296_"> hoe de gemeente de
                                            ambities zoals opgenomen in de woonafspraken wil
                                            realiseren;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57689_0_30_155_432_297_"> hoe het
                                            gemeentelijk energie/woonloket zo efficiënt mogelijk
                                            wordt georganiseerd;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57689_0_30_155_432_298_"> hoe de gemeente
                                            vraag en aanbod verder gaat stimuleren richting een
                                            verzelfstandigde markt in 2020;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57689_0_30_155_432_299_"> of sprake is van de
                                            verbreding naar thema's als langer thuis wonen,
                                            veiligheid of gezondheid en zo ja op welke wijze;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57689_0_30_155_432_300_"> hoe de mark actief
                                            wordt betrokken;</al></li><li nr="f."><al id="anker-H57689_0_30_155_432_301_"> de samenwerking met
                                            buurgemeenten. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.27.7 Weigeringsgronden</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.3.1 weigeren Gedeputeerde Staten de
                                subsidie indien de aanvraag uitsluitend betrekking heeft op de
                                activiteiten van het energieloket en het verzelfstandigen van het
                                energie/woonloket niet is betrokken. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.27.8 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.4.1 en 1.4.2 is de subsidieontvanger
                                    verplicht om:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_30_157_433_"> vanaf 2017 jaarlijks voor 1 mei
                                    een voortgangsrapportage in te dienen middels een daarvoor
                                    beschikbaar gestelde format;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_30_157_434_"> marktpartijen actief te
                                    betrekken bij de verzelfstandiging van het
                                    energie/woonloket.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.28 Duurzame voucher energieaanbod </titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e18850"><noot.nr>352</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Gedeputeerde Staten kunnen
                                        subsidie in de vorm van een voucher verstrekken aan MKB
                                        ondernemingen (individueel of in clusters), lokale
                                        energieorganisaties of intermediairs of adviseurs. De
                                        subsidie is bedoeld voor procesbegeleiding voorafgaand aan
                                        het ontwikkelen van een energiepropositie in de vorm van een
                                        straat-, wijk- of doelgroepbenadering voor verduurzaming van
                                        particuliere woningen.]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 8.28.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_31_158_435_"> energiemaatregelen: de
                                    energiebesparende en energieopwekkende maatregelen als bedoeld
                                    in artikel 8.1.1 onder sub a en sub b;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_31_158_436_"> energiepropositie: een straat-,
                                    wijk- of doelgroepbenadering, gericht op het stimuleren van
                                    particuliere woningeigenaren om energiemaatregelen te
                                    nemen.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_31_158_437_"> cluster: een groep van
                                    MKB-ondernemingen of energieorganisaties die gezamenlijk
                                    energiemaatregelen bestemd voor de particuliere woningeigenaar
                                    aanbiedt of onder een gemeenschappelijke boodschap of naam
                                    gezamenlijk de particuliere woningeigenaar benadert;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57689_0_31_158_438_"> MKB-onderneming: een kleine,
                                    middelgrote of micro-onderneming als bedoeld in de Aanbeveling
                                    van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de
                                    definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (Pb.
                                    2003, L124/36) of diens opvolger.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e18889"><noot.nr>353</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>MKB-ondernemingen zijn
                                            bijvoorbeeld ondernemingen met minder dan 250
                                            personeelsleden en een jaaromzet of jaarlijks
                                            balanstotaal van maximaal € 10 miljoen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57689_0_31_158_439_"> energieorganisatie: een lokaal
                                    samenwerkingsverband van woningeigenaren of lokale partijen in
                                    de vorm van een energiecoöperatie, een BV of een stichting, met
                                    als doelstelling het stimuleren, faciliteren en realiseren van
                                    verduurzaming van woningen;</al></lid><lid><lidnr>f:</lidnr><al id="anker-H57689_0_31_158_440_"> adviseur of intermediair: een
                                    persoon die op basis van inzet van eigen kennis en kunde
                                    bedrijven of overheden helpt bij de ontwikkeling van een
                                    energiepropositie; </al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57689_0_31_158_441_"> kennisondersteuning: externe
                                    deskundigheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.28.2 Subsidiabele activiteiten </titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor de volgende
                                    activiteiten:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_31_159_442_"> het ontwikkelen van een
                                    energiepropositie, straat- of wijkaanpak of ondersteuning
                                    daarbij; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_31_159_443_"> het opstellen van een
                                    businesscase of verdienmodel ten behoeve van het ontwikkelen van
                                    een energiepropositie;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_31_159_444_"> de procesbegeleiding en
                                    ondersteuning bij het opzetten en uitvoeren van nieuwe clusters
                                    ten behoeve van het ontwikkelen van een energiepropositie of een
                                    straat- of wijkaanpak.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.28.3 Criteria </titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie voldoet aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_31_160_445_"> de aanvrager is een
                                    MKB-onderneming of een cluster die fysiek gevestigd is in
                                    Overijssel, een adviseur, intermediair of een lokale
                                    energieorganisatie;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_31_160_446_"> de ondernemer of het cluster is
                                    in staat om na besteding van de subsidie zelfstandig een
                                    energiepropositie te realiseren. </al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57689_0_31_160_447_"><noot id="d11e18956"><noot.nr>354</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Om dit te beoordelen
                                            kunnen Gedeputeerde Staten één van de
                                            samenwerkingspartners van de Overijsselse Aanpak, te
                                            weten: Uneto VNI, Bouwend Nederland, Kamer van
                                            Koophandel, Kennispoort regio Zwolle of Stichting
                                            Pioneering consulteren. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_31_160_448_"> de energiepropositie wordt in
                                    afstemming met de betreffende gemeente ontwikkeld dan wel
                                    uitgevoerd waarbij wordt aangesloten op of verwezen wordt naar
                                    bestaande infrastructuur voor verduurzaming van particuliere
                                    woningen.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57689_0_31_160_449_"> de realisatie van de eerste
                                    energiepropositie is gericht op particuliere woningen in
                                    Overijssel; </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57689_0_31_160_450_"> de ondersteuning is erop
                                    gericht om het energieaanbod actief naar de particuliere
                                    woningeigenaar te brengen;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57689_0_31_160_451_"> indien de te verstrekken
                                    subsidie staatssteun oplevert in de zin van artikel 107 eerste
                                    lid van het VWEU, dan moet de subsidie voldoen aan de
                                    de-minimisverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.28.4 Subsidiabele kosten </titel></kop><al>Uitsluitend kosten van derden als bedoeld in artikel 1.1.5 vierde
                                lid zijn subsidiabel.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.28.5 Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten met een maximum
                                van € 5.000 per aanvrager. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.28.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag om
                                    subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_31_163_452_"> De aanvrager maakt bij de
                                    aanvraag gebruik van het aanvraagformulier Duurzame voucher
                                    Energieaanbod.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_31_163_453_"> In aanvulling op artikel 1.2.1
                                    tweede lid overlegt de subsidieaanvrager tevens een offerte,
                                    voorzien van een beschrijving van de activiteit, datum, NAW
                                    gegevens van de opdrachtgever en opdrachtnemer, de geplande
                                    datum voor de uitvoering en de totale kosten. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.28.7 Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.3.1 wordt de subsidie geweigerd
                                    indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_31_164_454_"> de aanvraag betrekking heeft op
                                    uitsluitend een reclamecampagne;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_31_164_455_"> de aanvrager al subsidie heeft
                                    ontvangen op basis van deze paragraaf.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.28.8 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><al>In aanvulling op de artikelen 1.4.1 en artikel 1.4.2 is de
                                subsidieontvanger verplicht de subsidiabele activiteit te hebben
                                gerealiseerd binnen 12 maanden na subsidieverlening. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.29 Stimulering actieve marktaanpak verduurzaming
                                woningen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8.29.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_32_166_456_"> particuliere woningeigenaar:
                                    een meerderjarig natuurlijk persoon die volgens het kadaster de
                                    bestaande woning waarvoor een aanvraag wordt ingediend in
                                    eigendom heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.29.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor activiteiten
                                waarbij woningeigenaren geactiveerd worden om hun eigen woning in
                                Overijssel te verduurzamen en daarbij het energielabel van hun
                                woning op ten minste label B te brengen. </al><al><noot id="d11e19058"><noot.nr>355</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het activeren van
                                        woningeigenaren kan door bijvoorbeeld in contact te komen
                                        met woningeigenaren, ze actief op te zoeken dan wel via een
                                        andere benadering, en ze te stimuleren om energiemaatregelen
                                        te treffen. De subsidie is niet bedoeld voor de
                                        investeringen in de energiemaatregelen.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.29.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie voldoet aan de volgende criteria:
                                </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_32_168_457_"> de aanvrager is een
                                    rechtspersoon, een maatschap, een vennootschap onder firma, een
                                    commanditaire vennootschap, een eenmanszaak, een zelfstandige
                                    ondernemer of een kerkgenootschap;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_32_168_458_"> indien de te verstrekken
                                    subsidie staatssteun oplevert in de zin van artikel 107 eerste
                                    lid van het VWEU, dan moet de subsidie voldoen aan de
                                    de-minimisverordening;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_32_168_459_"> de aanvraag is, voordat deze
                                    wordt ingediend, afgestemd met het gemeentelijk
                                    energieloket.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.29.4 Niet subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_32_169_460_"> In afwijking van artikel 1.1.6
                                    sub d zijn gemeentelijke apparaatskosten in welke vorm dan ook,
                                    niet subsidiabel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_32_169_461_"> In afwijking van artikel 1.1.6
                                    sub a zijn kosten van vrijwilligers wel subsidiabel tot een
                                    maximum tarief van € 15 per uur.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.29.5 Subsidiabele kosten</titel></kop><al>Indien sprake is van een investering waarbij een machine of
                                apparatuur wordt aangeschaft, dan is in afwijking van artikel 1.1.5
                                tweede lid, de aanschaf van de machine of apparatuur subsidiabel
                                conform artikel 1.1.5 vierde lid. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.29.6 Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_32_171_462_"> De subsidie bedraagt maximaal
                                    50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 150.000 per
                                    aanvraag. </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e19121"><noot.nr>356</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De subsidie bedraagt
                                            maximaal € 150.000 per aanvraag. Dit betekent dat een
                                            aanvrager (bv. een gemeente) meerdere aanvragen kan
                                            indienen, voor zover het subsidieplafond het
                                            toelaat.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_32_171_463_"> De subsidie bedraagt 70% van de
                                    subsidiabele kosten indien de aanvraag betrekking heeft op een
                                    innovatieve aanpak. Er worden maximaal twee subsidies per jaar
                                    verstrekt voor een innovatieve aanpak. </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e19137"><noot.nr>357</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Indien sprake is van een
                                            innovatieve aanpak dan dient de aanvrager in het
                                            aanvraagformulier te onderbouwen waarom sprake is van
                                            een innovatieve aanpak. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.29.7 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.
                            </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.29.8 Aanvullende stukken bij de aanvraag om
                                    subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57689_0_32_173_464_"> De aanvrager maakt bij de
                                    aanvraag gebruik van het aanvraagformulier Stimulering actieve
                                    marktaanpak verduurzaming woningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57689_0_32_173_465_"> In aanvulling op artikel 1.2.1
                                    tweede lid overlegt de aanvrager een projectplan met een
                                    omschrijving van het initiatief, de doelgroep, de aanpak, de
                                    betrokken marktpartijen en hun inbreng, de omvang van de
                                    activiteiten, de te behalen prestaties, de meetbare resultaten
                                    en verwachte conversiegraad, bijdrage aan de ambitie om het
                                    energielabel van de betreffende woningen planmatig op ten minste
                                    label B te brengen, de informatie-overdracht aan andere
                                    partijen, de planning, de kosten, de eigen bijdrage, bijdragen
                                    van de gemeente of derden, en of de aanvraag is afgestemd met
                                    het energieloket van de betreffende gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.29.9 Indieningstermijn aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag om subsidie moet uiterlijk op 1 oktober 2019 zijn
                                ontvangen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.29.10 Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.3.1 weigeren Gedeputeerde Staten de
                                    subsidie indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_32_175_466_"> de gemeente de aanvrager is en
                                    deze gemeente heeft de Bestuursovereenkomst Woonafspraken niet
                                    getekend;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_32_175_467_"> de aanvraag betrekking heeft op
                                    de bekostiging van de energiemaatregelen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57689_0_32_175_468_"> de aanvraag betrekking heeft op
                                    uitsluitend een reclamecampagne.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.29.11 Verplichtingen subsidieontvanger </titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op de artikelen 1.4.1 en 1.4.2 is de
                                    subsidieontvanger verplicht:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57689_0_32_176_469_"> de opgedane kennis, de aanpak
                                    of het initiatief te delen of beschikbaar te stellen aan andere
                                    partijen die erom vragen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57689_0_32_176_470_"> binnen drie maanden na
                                    subsidieverlening te starten met de activiteiten en deze te
                                    hebben gerealiseerd uiterlijk op 1 juli 2020.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.29.12 Aanvullende stukken bij de vaststelling van
                                    de subsidie</titel></kop><al>In aanvulling op de artikelen 1.5.1, 1.5.2 en 1.5.3 overlegt de
                                aanvrager bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie de
                                aantallen particuliere woningeigenaren die benaderd zijn en de
                                bijbehorende conversiegraad. </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 9 Bijzondere bepalingen Landbouw natuur en
                            landschap</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.1. Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9.1.1. Definities</titel></kop><lid><lidnr/><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_1_1_"> de minimisverordening: Verordening
                                    (EG) 1998/2006 PbEU L379/10 van de commissie van 15 december
                                    2006, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108
                                    Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) op
                                    de-minimissteun;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_1_2_"> gebied: landelijke gebieden die in
                                    de systematiek van gebied gerichtwerken zijn aangewezen, te
                                    weten Noordoost-Twente, Zuidwest-Twente, Noordoost-Overijssel,
                                    Noordwest-Overijssel, Salland en Zwolle-Kampen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_1_3_"> gebiedsprogramma: jaarlijks
                                    voortschrijdend meerjarenprogramma voor de periode 2007 tot en
                                    met 2013 tot uitvoering van het pMJP in een gebied. Het
                                    programma wordt vastgesteld door Gedeputeerde Staten in overleg
                                    met gemeenten en waterschappen in een gebied;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_1_4_"> plattelandsontwikkelingsprogramma:
                                    programmeringsdocument voor plattelandsontwikkeling voor
                                    Nederland met betrekking tot de programmeringsperiode 2007-2013,
                                    zoals goedgekeurd door de Commissie krachtens artikel 18 van
                                    verordening (EG) nr. 1698/2005 of herzien krachtens artikel 19
                                    van die verordening;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_1_5_"> pMJP: het provinciale
                                    meerjarenprogramma voor het landelijk gebied zoals bedoeld in
                                    artikel 4 van de Wet Inrichting Landelijk Gebied;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_1_6_"> POP-verordening: Verordening (EG)
                                    1698/2005 Pb L277/113 van de Raad van 20 september 2005 inzake
                                    steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees
                                    Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO);</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_1_7_"> steunmaatregel: een steunmaatregel
                                    als bedoeld in artikel 87, eerste lid, van het EG-verdrag;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_1_8_"> uitvoeringsverordening POP:
                                    Verordening (EG) nr. 1974/2006 Pb L368/15 van de Raad van 15
                                    december 2006 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van
                                    Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad inzake steun voor
                                    plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor
                                    Plattelandsontwikkeling;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_1_9_"> vrijstellingsverordening: een door
                                    de Europese Commissie vastgestelde verordening op basis van
                                    artikel 1, lid 1 van Verordening (EG) 994/98 Pb L142 van de Raad
                                    van 7 mei 1998 betreffende de toepassing van de artikelen 92 en
                                    93 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap op
                                    bepaalde soorten van horizontale steunmaatregelen;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_1_10_"> vrijstellingsverordening Landbouw:
                                    Verordening (EG) 1857/2006 Pb L 358/3 betreffende de toepassing
                                    van de artikelen 107 en 108 Verdrag betreffende de werking van
                                    de Europese Unie (VWEU) op staatssteun voor kleine en
                                    middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren en
                                    tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001;</al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_1_11_"> Algemene
                                    groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EG) nr. 800/2008,
                                    Pb L 214/3 van de commissie van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde
                                    categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 Verdrag
                                    betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) met de
                                    gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (de
                                    algemene groepsvrijstellingsverordening);</al></lid><lid><lidnr>l.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_1_12_"> POP-maatregel: maatregel die
                                    uitvoering krijgt binnen het plattelandsontwikkelingsprogramma.
                                    De criteria voor deze maatregelen zijn opgenomen in de
                                    onderscheiden maatregelfiches
                                    (http://www.regiebureau-pop.eu/nl/info/4/65/maatregelfiches).</al></lid><lid><lidnr>m.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_1_13_"> BBL: Bureau Beheer
                                    Landbouwgronden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.1.2. Criteria</titel></kop><al><noot id="d11e19306"><noot.nr>358</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit artikel bevat heel
                                        eenvoudig de basis voor de beoordeling van alle
                                        subsidieaanvragen, namelijk het pMJP en het
                                        gebiedsprogramma. Dat een bepaalde activiteit niet is
                                        opgenomen in een gebiedsprogramma betekent niet dat deze
                                        niet voor subsidie in aanmerking komt. Alleen als sprake is
                                        van strijdigheid met het gebieds-programma of verdringing
                                        van prioriteiten levert het gebiedsprogramma een
                                        weigeringsgrond op. ]</noot.al></noot></al><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor activiteiten
                                die bijdragen aan de uitvoering van het pMJP en die passen in een
                                gebiedsprogramma.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.1.3. POP-subsidie Algemeen</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e19323"><noot.nr>359</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het
                                            Plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 (afgekort
                                            POP2) is een Europees subsidieprogramma dat gericht is
                                            op: </noot.al><noot.al>1 de versterking van de concurrentiekracht
                                                  van de land- en bosbouwsector; </noot.al><noot.al>2 het verhogen van de kwaliteit van natuur en
                                                  landschap; </noot.al><noot.al>3 de verbetering van de leefbaarheid op het
                                                  platteland en diversificatie van de
                                                  plattelandseconomie. </noot.al><noot.al>Het gaat hierbij om middelen uit het bij
                                            Verordening (EG) nr. 1290/2005 opgerichte Europees
                                            Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO), de
                                            opvolger van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds
                                            voor Landbouw (EOGFL). Het doel dat Nederland met het
                                            POP-2 wil bereiken, is: een goed evenwicht tussen de
                                            kwaliteit van natuur en landschap en het gebruik daarvan
                                            voor wonen, recreatie, gezondheid en persoonlijk
                                            welbevinden. Ook wordt geld ingezet voor de versterking
                                            van de concurrentiekracht van de land- en bosbouwsector.
                                            De Europese Commissie heeft het programmadocument POP
                                            2007-2013 op 20 juni 2007 officieel goedgekeurd.
                                            Gedeputeerde Staten zijn aangewezen als
                                            beheersautoriteit voor de POP subsidies in Overijssel.
                                            Betaalautoriteit zijn Dienst Landelijk Gebied en Dienst
                                            Regelingen. Het POP2-programma is het vervolg op het POP
                                            2000 t/m 2006. </noot.al><noot.al>POP2 is opgebouwd uit vier assen. Deze assen vormen
                                            samen de doelstellingen van het programma. Onder de
                                            assen zijn verschillende maatregelen mogelijk. De
                                            POP-maatregelen worden ingezet om de doestellingen van
                                            het provinciaal Meerjarenprogramma voor het platteland
                                            (pMJP) te realiseren. Vanuit dat programma wordt ook de
                                            nationale financiering geregeld die nodig is om
                                            aanspraak op POP-subsidie te kunnen maken. Een aanvraag
                                            moet dus ook inhoudelijk en financieel binnen het pMJP
                                            passen. </noot.al><noot.al>As 1: versterking van het concurrentievermogen van
                                            de land- en bosbouwsector. </noot.al><noot.al>De maatregelen onder deze as zijn bijna allemaal
                                            gericht op het ondersteunen van agrarisch ondernemers
                                            bij het aanpassen en innoveren van hun bedrijf. Het gaat
                                            dan om de kwaliteit van grond en kavelstructuur,
                                            gebouwen en machines, maar ook om nieuwe
                                            productiemethoden en het kunnen inspelen op
                                            ontwikkelingen vanuit de markt. </noot.al><noot.al>As 2: verbetering van het milieu en het platteland. </noot.al><noot.al>Het doel van de maatregelen onder as 2 is het
                                            verhogen van duurzaam gebruik van landbouwgrond.
                                            Agrarische ondernemers kunnen bijvoorbeeld gesubsidieerd
                                            worden als zij investeren in maatregelen tegen
                                            verdroging van hun grond. </noot.al><noot.al>As 3: verbetering van de leefkwaliteit op het
                                            platteland en diversificatie van de plattelandseconomie. </noot.al><noot.al>Het doel van de maatregelen onder as 3 is het
                                            bevorderen van een toegankelijk, vitaal en dynamisch
                                            platteland waar de landbouw niet meer de enige
                                            economische drager is. Dit kan bijvoorbeeld bereikt
                                            worden met investeringen in kleinschalige ondernemingen
                                            die zich richten op toerisme en recreatie, in
                                            leefbaarheids-voorzieningen, in dorpsvernieuwing en in
                                            het landelijk erfgoed. </noot.al><noot.al>As 4: uitvoering van de LEADER-aanpak. </noot.al><noot.al>De aanpak van huidige LEADER+-programma vindt een
                                            vervolg in POP2. De LEADER-aanpak werkt met zogenaamde
                                            plaatselijke groepen (PG's). Deze PG's zijn gerelateerd
                                            aan het Bestuurlijk Gebiedsoverleg (BGO): afstemming
                                            vindt plaats in taken en verantwoordelijkheden en een
                                            aantal personen is in beide gremia vertegenwoordigd. De
                                            PG richt zich met name op de verbetering van de sociale
                                            en economische vitaliteit van het platteland. De PG's
                                            hebben plaatselijke ontwikkelingsstrategieën gemaakt
                                            voor hun gebied. Hierin geven ze voor de komende
                                            programmaperiode aan: doelen, strategie, inzet van de
                                            beschikbare middelen en de wijze van uitvoering.
                                            Samenwerking en innovatie staan daarbij centraal. Het
                                            gaat dan om samenwerking binnen het LEADER-gebied,
                                            tussen de leden van de Plaatselijke Groep en
                                            projectuitvoerders, maar ook om samenwerking tussen
                                            LEADER-gebieden in binnen- en buitenland. </noot.al><noot.al>LEADER biedt kansen voor innovatieve vormen van
                                            beleidsvorming en -uitvoering: een aanpak ‘van onderop',
                                            met een belangrijke rol voor de plaatselijke groep. In
                                            Overijssel zijn zes LEADER-gebieden aangewezen, te weten
                                            Noordwest-Overijssel, Noordoost-Overijssel, Salland,
                                            Noordoost-Twente, West-Twente en Zuid-Twente </noot.al><noot.al>Doelstellingen onder as 1 t/m 3 kunnen binnen
                                            LEADER uitgevoerd worden.| </noot.al><noot.al>In hoofdstuk 8 en 9 zijn de volgende
                                            POP-maatregelen gekoppeld aan pMJP-prestaties:</noot.al><noot.al>Overzicht koppeling POP-maatregelen uit Hoofdstuk 8
                                            en 9 Ubs aan pMJP-prestaties</noot.al><noot.al><vet> De nummering betreft de maatregelen zoals
                                                opgenomen in de bijlage van het programmadocument
                                                POP 2007-2013*</vet>; <vet> pMJP-prestatie </vet>;
                                                <vet>De correlerende artikelen uit dit hoofdstuk
                                            </vet>; </noot.al><noot.al><vet> Maatregelen as 1 </vet>; ; ; </noot.al><noot.al>121: Modernisering landbouwbedrijven; 1.3.2;
                                            Artikel 9.9.3 lid 8; </noot.al><noot.al>125: Infrastructuur voor de ontwikkeling/aanpassing
                                            van land- en bosbouw; 1.1.5; Artikel 9.5.2 onder d; </noot.al><noot.al><vet> Maatregelen as 2 </vet>; ; ; </noot.al><noot.al>216: Niet productieve investeringen; 5.1.1-5.2.9;
                                            Artikel 8.5.2 onder d; </noot.al><noot.al><vet> Maatregelen as 3 </vet>; ; ; </noot.al><noot.al>311: Diversificatie naar niet-agrarische
                                            activiteiten; 1.2.2; Ingetrokken; </noot.al><noot.al>311b: Diversificatie naar niet productieve
                                            investeringen- Hernieuwbare energie; 1.2.1; Artikel
                                            9.7.2 lid 6; </noot.al><noot.al>321b: Basisvoorzieningen voor de economie en
                                            plattelandsbevolking- Hernieuwbare energie; 3.1.2;
                                            Artikel 9.1.4a lid 2; </noot.al><noot.al>323: Instandhouding en opwaardering van het
                                            landelijk erfgoed; 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6; Artikel 9.22.2
                                            onder i; </noot.al><noot.al><vet> Maatregelen as 4 </vet>; ; ; </noot.al><noot.al>411: Verbetering van het concurrentievermogen in de
                                            land- en bosbouwsector; 1.2.1; Artikel 9.1.4a, lid 2; </noot.al><noot.al>413: De leefbaarheid op het platteland en
                                            diversificatie van de plattelandseconomie; 3.1.2, 3.2.1,
                                            3.2.2, 3.2.3, 3.2.4, 3.2.6, 4.1.1, 4.1.2, 4.3.2 ;
                                            Artikel 9.1.4a, lid 2; </noot.al><noot.al>421: Uitvoering van samenwerkingsprojecten; ;
                                            Artikel 9.1.4a, lid 2; </noot.al><noot.al>431: Beheer van de Plaatselijke Groep; ; Artikel
                                            9.1.4a, lid 2]; </noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_3_14_"> Gedeputeerde Staten kunnen ter
                                    uitvoering van het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013
                                    subsidie verstrekken voor activiteiten die bijdragen aan de
                                    inhoudelijke prestaties in het pMJP.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e19424"><noot.nr>360</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Lid 1 koppelt de
                                            POP-bijdrage aan de inhoudelijke prestaties in het pMJP.
                                            Per prestatie wordt aangegeven wanneer artikel 9.1.3 van
                                            toepassing is. Daarbij is ook aangegeven welke maatregel
                                            van toepassing is zodat duidelijk is welke voorschriften
                                            uit het Plattelandsontwikkelingsprogramma
                                            gelden.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_3_15_"> POP-subsidie wordt uitsluitend
                                    verstrekt onder de ter uitvoering van bijlage II, punt 5 van de
                                    Uitvoeringsverordening POP opgenomen voorwaarden in het
                                    Plattelandsontwikkelingsprogramma. De voorwaarden zijn van
                                    toepassing op de totale subsidie voor de activiteit.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e19440"><noot.nr>361</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Lid 2 is een precisering
                                            van artikel 6, lid 1 van de Algemene Subsidieverordening
                                            Overijssel (ASV). Daarin is bepaald dat Gedeputeerde
                                            Staten kunnen afwijken van de ASV en het
                                            uitvoeringsbesluit als er sprake is van
                                            medesubsidiënten. Bij samenloop met middelen uit het
                                            ELFPO zal het POP-regime van toepassing zijn voor de
                                            totale subsidie, dus ook voor de provinciale
                                            cofinanciering voor die activiteit. Dit geldt ook
                                            onverkort voor zogenaamde top-ups. Dit zijn nationale
                                            middelen (Rijk/provincie) die niet gekoppeld zijn aan
                                            een EU bijdrage, maar wel onder POP-regime
                                            vallen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_3_16_"> De volgende kosten komen niet voor
                                    subsidie in aanmerking:</al><al><noot id="d11e19454"><noot.nr>362</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Lid 3 regelt welke
                                            algemene kosten niet subsidiabel zijn. In een
                                            projectbegroting mogen deze kosten niet als subsidiabele
                                            kosten worden opgevoerd.]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_1_3_16_1_"> kosten die uit andere
                                            hoofde zijn of worden gesubsidieerd;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_1_3_16_2_"> kosten die zijn gemaakt
                                            voorafgaand aan de ontvangstbevestiging van de aanvraag,
                                            tenzij het betreft kosten van voorbereiding,
                                            planvorming, onderzoek en voorlichting;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57690_0_1_3_16_3_"> verrekenbare belastingen,
                                            heffingen of lasten; voor overheden geldt dat de BTW
                                            niet voor subsidie in aanmerking komt;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57690_0_1_3_16_4_"> kosten van bodemsanering
                                            voor zover verhaal op de vervuiler of een beroep op
                                            fondsen mogelijk is;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57690_0_1_3_16_5_"> kosten van rente,
                                            bankdiensten, financieringen, gerechtelijke procedures,
                                            boetes of sancties;</al></li><li nr="f."><al id="anker-H57690_0_1_3_16_6_"> kosten van activiteiten
                                            die redelijkerwijs kunnen worden gedekt uit de inkomsten
                                            die met deze activiteiten verband houden;</al></li><li nr="g."><al id="anker-H57690_0_1_3_16_7_"> kosten om te voldoen aan
                                            wettelijke verplichtingen of aan gangbare
                                            minimumkwaliteitseisen;</al></li><li nr="h."><al id="anker-H57690_0_1_3_16_8_"> normale
                                            exploitatiekosten;</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57690_0_1_3_16_9_"> de aankoop van grond voor
                                            een bedrag dat hoger is dan 10% van de totale
                                            subsidiabele uitgaven voor de betrokken concrete actie.
                                            In uitzonderlijke, naar behoren gemotiveerde gevallen
                                            kan er een hoger percentage worden vastgesteld voor
                                            concrete acties ten behoeve van milieubehoud.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_3_17_"> Aan POP-subsidie zijn de volgende
                                    voorschriften verbonden:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_1_3_17_10_"> met de uitvoering van
                                            het project mag niet worden gestart voordat de
                                            ontvangstbevestiging van de aanvraag is ontvangen,
                                            tenzij het voorbereidings-, planvormings-, onderzoeks-
                                            of voorlichtingsactiviteiten betreft;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_1_3_17_11_"> op moment van de
                                            beschikking tot subsidieverlening voor het project
                                            dienen de uit te voeren activiteiten obstakelvrij te
                                            zijn, tenzij in de beschikking tot subsidieverlening
                                            anders is bepaald;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57690_0_1_3_17_12_"> de activiteiten starten
                                            uiterlijk binnen twee maanden na subsidieverlening,
                                            tenzij in de beschikking tot subsidieverlening anders is
                                            bepaald;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57690_0_1_3_17_13_"> de activiteiten worden
                                            afgerond binnen twee jaren na subsidieverlening, tenzij
                                            in de beschikking tot subsidieverlening anders is
                                            bepaald.</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57690_0_1_3_17_14_"> Gedeputeerde Staten
                                            kunnen hiervan op basis van een gemotiveerd verzoek
                                            afwijken, indien er sprake is van niet verwijtbare en/of
                                            onvoorziene omstandigheden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_3_18_"> De subsidieontvanger is verplicht
                                    een administratie te voeren die te allen tijde de informatie
                                    bevat die nodig is voor een juist inzicht in de realisatie van
                                    de te subsidiëren activiteiten en voor een juiste
                                    subsidieverstrekking, hetgeen inhoudt dat: </al><al><noot id="d11e19517"><noot.nr>363</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Lid 5 regelt de
                                            uitvoeringstermijn van projecten. Op het moment van de
                                            subsidieverlening dient het project obstakelvrij te
                                            zijn. Obstakelvrij betekent dat er geen belemmeringen
                                            meer zijn om het project uit te voeren; de benodigde
                                            toestemmingen zijn verleend en eventuele planwijzigingen
                                            zijn voltooid. Er kunnen zich situaties voordoen waarbij
                                            hiervan afgeweken moet worden. Dit wordt dan geregeld in
                                            de beschikking tot subsidieverlening.]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_1_3_18_15_"> alle ontvangsten en
                                            uitgaven in de administratie zijn vastgelegd met
                                            onderliggende bewijsstukken;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_1_3_18_16_"> bewijsstukken, als
                                            onderdeel van de administratie aanwezig zijn ten name
                                            van de gesubsidieerde en dat daaruit de aard van de
                                            geleverde goederen en diensten duidelijk blijkt;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57690_0_1_3_18_17_"> de administratie en de
                                            daartoe behorende bescheiden worden bewaard tot 31
                                            december 2020.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_3_19_"> In afwijking van artikel 1.3.3
                                    kunnen Gedeputeerde Staten op aanvraag voorschotten verlenen tot
                                    maximaal 80% van het verleende subsidiebedrag. Daarbij geldt het
                                    volgende:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_1_3_19_18_"> de aanvraag wordt
                                            ingediend bij Gedeputeerde Staten op een daartoe
                                            vastgesteld formulier, vergezeld van kopieën van alle te
                                            declareren facturen.</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_1_3_19_19_"> het voorschot wordt
                                            berekend naar rato van gemaakte en betaalde kosten, voor
                                            zover deze nog niet eerder bij een verstrekking van een
                                            voorschot in aanmerking zijn genomen;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57690_0_1_3_19_20_"> Gedeputeerde Staten
                                            kunnen, in afwijking van het bepaalde onder b, voordat
                                            kosten zijn betaald, een voorschot verstrekken aan een
                                            natuurlijk persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon
                                            als deze naar genoegen van Gedeputeerde Staten de
                                            financieringsbehoefte heeft aangetoond.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_3_20_"> Tenzij anders bepaald brengt de
                                    subsidieontvanger drie maal per jaar schriftelijk verslag uit
                                    aan Gedeputeerde Staten over de inhoudelijke en financiële
                                    voortgang van de activiteiten en legt daarbij over een overzicht
                                    van boekingsbescheiden en een overzicht van betaalde facturen
                                    van die periode.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_3_21_"> Binnen drie maanden na afloop van
                                    de activiteiten dient de subsidieontvanger een aanvraag tot
                                    vaststelling van de subsidie in, tenzij Gedeputeerde Staten bij
                                    de subsidieverlening een andere termijn hebben aangegeven. De
                                    aanvrager overlegt, in aanvulling op artikel 1.5.1 en artikel
                                    1.5.2, bij de aanvraag een inhoudelijk en financieel verslag
                                    alsmede een goedkeurende controleverklaring.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_3_22_"> POP-subsidie wordt gefinancierd uit
                                    het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO)
                                    en is daarmee onderhavig aan de POP-verordening en de
                                    uitvoeringsverordening POP. Bij subsidieverstrekking op basis
                                    van POP zijn de bepalingen uit de POP-verordening en de
                                    uitvoeringsverordening POP leidend ten opzichte van hoofdstuk 1
                                    van dit Uitvoeringsbesluit. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.1.4. LEADER-aanpak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_4_23_"> POP-subsidie kan worden verleend
                                    voor de LEADER-aanpak, zoals bedoelt in As 4 van het
                                    Plattelandsontwikkelingsprogramma en uitgewerkt in de
                                    plaatselijke ontwikkelingsstrategie.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e19578"><noot.nr>364</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Lid 1 geeft de wettelijke
                                            basis voor subsidieverlening voor de zogenaamde
                                            LEADER-aanpak. Naast het feit dat de LEADER-aanpak
                                            gekoppeld wordt aan de inhoudelijke prestaties van het
                                            pMJP moeten projecten ook inhoudelijk passen binnen de
                                            plaatselijke ontwikkelingsstrategie en de betreffende
                                            maatregelen uit het Plattelandsontwikkelingsprogramma
                                            2007-2013.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_4_24_"> Gedeputeerde Staten kunnen subsidie
                                    verstrekken voor de kosten van alle maatregelen die voldoen aan
                                    de criteria van maatregel 411, 413, 421 en 431 van bijlage 4 bij
                                    het Plattelandsontwikkelingsprogramma. </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e19594"><noot.nr>365</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Lid 2 regelt de koppeling
                                            van de Leader maatregelen. Er kan subsidie worden
                                            verstrekt voor activiteiten gericht op de verbetering
                                            van het concurrentievermogen in de land- en
                                            bosbouwsector en activiteiten gericht op de leefbaarheid
                                            op het platteland en diversificatie van de
                                            plattelandseconomie. Tevens kan subsidie worden
                                            verstrekt voor activiteiten gericht op de uitvoering van
                                            samenwerkingsprojecten. Tot slot kan subsidie worden
                                            verstrekt activiteiten gericht op het beheer van de
                                            Plaatselijke Groepen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_4_25_"> In afwijking van artikel 1.2.2
                                    wordt een aanvraag met betrekking tot de LEADER-aanpak ingediend
                                    vanaf zes weken vóór 1 maart en 1 oktober. </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e19610"><noot.nr>366</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Lid 3 regelt de termijnen
                                            voor indiening van de aanvragen in het kader van de
                                            LEADER-aanpak.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_4_26_"> Op een aanvraag wordt niet eerder
                                    beschikt dan nadat de desbetreffende door Gedeputeerde Staten
                                    ingestelde Plaatselijke Groep als adviesorgaan ter zake een
                                    advies heeft uitgebracht. </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e19626"><noot.nr>367</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Lid 4 geeft de rol van de
                                            Plaatselijke Groepen aan in het
                                            besluitvormingsproces.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.1.5. Staatssteun</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e19641"><noot.nr>368</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Op grond van artikel 107
                                            VWEU is het in beginsel verboden subsidie te verstrekken
                                            aan ondernemingen als daardoor de
                                            concurrentieverhoudingen op een internationale markt
                                            worden verstoord. </noot.al><noot.al>Lid 1 bevat het verbod op staatssteun: "Behoudens
                                            afwijkingen waarin dit Verdrag voorziet, zijn
                                            steunmaatregelen van de Staten of in welke vorm ook met
                                            staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door
                                            begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde
                                            producties vervalsen of dreigen te vervalsen,
                                            onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt, voor
                                            zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten
                                            ongunstig beïnvloedt." </noot.al><noot.al>Het begrip onderneming wordt door het Europese Hof
                                            van Justitie ruim uitgelegd: "elke eenheid die een
                                            economische activiteit uitoefent ongeacht haar
                                            rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd".
                                            Dit betekent dat ook stichtingen en verenigingen als
                                            onderneming kunnen worden gezien als hun activiteiten
                                            ook op een markt (kunnen) worden aangeboden. </noot.al><noot.al>Bij subsidies op grond van het onderhavige
                                            hoofdstuk is dikwijls sprake van staatssteun. Dit wil
                                            nog niet zeggen dat geen subsidie kan worden verleend.
                                            Als de aanvraag past binnen één van de zogenaamde
                                            vrijstellingsverordeningen van Europese Commissie kunnen
                                            Gedeputeerde Staten positief beschikken op een aanvraag.
                                            Er gelden dan wel aanvullende criteria, beperkingen ten
                                            aanzien van de hoogte van de subsidie en aanvullende
                                            voorschriften. In de zogenaamde factsheets in de
                                            bijlagen wordt steeds verwezen naar de voor dat
                                            onderdeel relevante regelingen en bepalingen. </noot.al><noot.al>Het voert te ver om op deze plaats alle
                                            verordeningen uitvoerig te belichten. Voor de precieze
                                            inhoud wordt u verwezen naar de website van Europa
                                            Decentraal: www.europadecentraal.nl. Hier kunt u onder
                                            andere de brochure ‘Europese regelgeving over
                                            staatssteun' downloaden. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_5_27_"> Onverminderd het bepaalde in
                                    artikel 9.1.2 wordt een aanvraag voor subsidie op grond van dit
                                    hoofdstuk geweigerd indien sprake is van een steunmaatregel en
                                    verlening van de subsidie niet in overeenstemming is met een
                                    vrijstellingsverordening of aan artikel 2 van de
                                    de-minimisverordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_5_28_"> Het eerste lid is niet van
                                    toepassing als voor de betreffende activiteit een POP-subsidie
                                    wordt verleend als bedoeld in artikel 9.1.3.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_5_29_"> Het eerste lid is bovendien niet
                                    van toepassing als de omvang van de subsidie en de voorschriften
                                    waaronder de subsidie wordt verstrekt passen binnen een op grond
                                    van artikel 87, derde lid van het EG-Verdrag door de Commissie
                                    goedgekeurde regeling.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e19675"><noot.nr>369</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Naast de
                                            vrijstellingsverordeningen kan de Europese Commissie
                                            goedkeuring verlenen voor steunmaatregelen die
                                            ‘verenigbaar zijn met de gemeenschappelijke markt'
                                            (artikel 97, lid 3, EG-verdrag). Door de provincies is
                                            samen met LNV gezamenlijk goedkeuring gevraagd voor
                                            subsidiemogelijkheden in een zogeheten Catalogus Groene
                                            Diensten. Eenmaal goedgekeurd heeft die catalogus
                                            dezelfde werking als een vrijstellingsverordening: de
                                            steun is toelaatbaar mits de aanvullende criteria en
                                            voorschriften in acht worden genomen. Mogelijk worden in
                                            de toekomst nog andere steunmodules gezamenlijk
                                            ontwikkeld.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_5_30_"> Indien de aanvrager niet tevens
                                    eindbegunstigde is, wordt bij de beoordeling van de aanvraag op
                                    grond van dit artikel uitgegaan van de positie van de
                                    eindbegunstigde.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.1.6. Bijzondere bepaling over aanvragen van
                                    gemeenten en waterschappen</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e19695"><noot.nr>370</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Om de administratieve
                                            lasten voor gemeenten en waterschappen te beperken hoeft
                                            naast de ondertekening van het convenant niet nog eens
                                            een aparte aanvraag te worden ingediend. Voorwaarde is
                                            wel dat het gebiedsprogramma + het convenant voldoen aan
                                            de normale eisen die gelden voor een aanvraag voor
                                            subsidie. Dat betekent in ieder geval dat de aanvraag
                                            wordt ondertekend door het dagelijks bestuur van de
                                            gemeente of het waterschap namens de publiekrechtelijke
                                            rechtspersoon. Ondertekening door de portefeuillehouder
                                            of de burgemeester alleen is onvoldoende (tenzij een
                                            ondertekeningsmandaat is verleend). </noot.al><noot.al>Voor het overige gelden de eisen uit het Awb
                                            (artikelen 4.61-4.65) en eventueel aanvullende eisen op
                                            grond van artikel 9.1.3 voor de onderdelen waarvoor ook
                                            Europese middelen worden verstrekt. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_6_31_"> Indien het gebiedprogramma is
                                    bekrachtigd in een convenant geldt de ondertekening van het
                                    convenant door de gemeente en waterschap als aanvraag voor een
                                    subsidie, onverminderd het bepaalde in artikel 9.1.3.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_6_32_"> De indieningstermijn uit artikel
                                    1.2.2 is niet van toepassing indien de aanvraag bij convenant
                                    wordt ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_6_33_"> Indien en voorzover enig
                                    subsidieplafond niet is uitgeput kunnen aanvragen ook na aanvang
                                    van het subsidietijdvak worden ingediend. Gedeputeerde Staten
                                    zullen de betrokkenen voortijdig in kennis stellen van deze
                                    mogelijkheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.1.7. Wijzigen van de subsidieverlening</titel></kop><al>Indien op grond van artikel 9 van de Wet Inrichting Landelijk gebied
                                de bestuursovereenkomst tussen rijk en Gedeputeerde Staten van
                                Overijssel wordt gewijzigd kan de subsidieverlening ten nadele van
                                de ontvanger worden gewijzigd, overeenkomstig het bepaalde in
                                artikel 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.1.8. Meerjarige subsidies</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e19733"><noot.nr>371</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De inzet van de provincie
                                            is dat met de partners in de gebieden in één keer voor
                                            de hele periode afspraken worden gemaakt over de te
                                            leveren prestatie en de provinciale subsidie die daar
                                            tegenover staat. In jaar 1 wordt op basis van die
                                            afspraak in één keer subsidie verleend voor alle
                                            prestaties. Het is dan in beginsel aan de
                                            subsidieontvanger om te bepalen in welk jaar de
                                            prestatie wordt gerealiseerd. Wel wordt daarvan vooraf
                                            een inschatting gevraagd. Daarmee wordt het
                                            subsidiebedrag bij verlening verdeeld in jaarschijven.
                                            Op basis van de indeling in jaarschijven én de
                                            feitelijke voortgang worden voorschotten verleend op het
                                            subsidiebedrag. </noot.al><noot.al>Ieder jaar wordt er een verantwoording verwacht
                                            over de prestaties die in dat jaar zijn gerealiseerd,
                                            mede in verband met de verantwoordingsplicht van de
                                            provincie naar het Rijk. Deze informatie kan aanleiding
                                            zijn om de subsidieverlening te wijzigen. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_8_34_"> Subsidie als bedoeld in deze
                                    paragraaf kan worden verleend voor prestaties in een reeks van
                                    jaren. In het besluit tot subsidieverlening wordt het totale
                                    subsidiebedrag verdeeld in jaarschijven, rekening houdend met
                                    het jaar waarin de prestaties worden voorzien.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_8_35_"> In aanvulling op artikel 1.3.3
                                    houden Gedeputeerde Staten bij het bepalen van de hoogte van het
                                    voorschot rekening met het jaar waarin prestaties worden
                                    gerealiseerd, alsmede met het bepaalde in artikel 11 van de Wet
                                    Inrichting Landelijk Gebied.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57690_0_1_8_36_"> De subsidieontvanger dient
                                    uiterlijk op 30 april een aanvraag in tot vaststelling van de
                                    subsidie voor de prestaties die in het kalenderjaar daaraan
                                    voorafgaand zijn gerealiseerd.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.2 Verplaatsing van intensieve veehouderijen (pMJP
                                1.1.1)</titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.3 Omvorming van intensieve veehouderijbedrijven (pMJP
                                1.1.2)</titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.4 Duurzame ontwikkeling landbouwontwikkelingsgebieden
                                (LOG's - pMJP 1.1.3)</titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.5 Kavelruil</titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.6 Verplaatsing landbouwbedrijf (pMJP 1.1.5, 2.1.1 en
                                2.1.5)</titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.7 Innovatie in het agrocluster (pMJP 1.2.1)</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.8 Hergebruik vrijkomende agrarische bebouwing (VAB -
                                pMJP 3.1.1)</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.9 Toepassing stikstof emissiebeperkende maatregelen
                                en technieken op landbouwbedrijven in het kader van Natura
                                2000</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e19813"><noot.nr>372</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Om de doelstellingen van het
                                        natuurbeleid voor de Natura2000 gebieden te realiseren,
                                        dient de stikstofdepositie op deze gebieden verminderd te
                                        worden. Een belangrijk deel van de stikstofdepositie is
                                        afkomstig van veehouderijbedrijven.. Door het toepassen van
                                        emissiebeperkende technieken en maatregelen op veehouderijen
                                        kan de stikstofdepositie op Natura2000 gebieden in
                                        belangrijke mate teruggebracht worden. In het provinciaal
                                        beleidskader stikstof en Natura2000 voor veehouderijen is
                                        het provinciale beleid voor de vermindering van de
                                        stikstofdepositie vanuit veehouderijbedrijven beschreven.
                                        Een van de maatregelen hiervoor is het bevorderen van de
                                        toepassing van emissiebeperkende maatregelen en technieken
                                        waarmee veehouderijbedrijven lagere emissies per dierplaats
                                        realiseren dan de emissies die op grond van de normen van de
                                        landelijke regelgeving vereist zijn. Hiertoe zet de
                                        provincie stimuleringsbeleid in op grond waarvan ondernemers
                                        een bijdrage voor hun ivesteringen in emissiearme technieken
                                        en maatregelen kunnen aanvragen. Met betrekking tot de
                                        toepassing van emissiearme technieken en maatregelen doen
                                        zich de volgende knelpunten voor:</noot.al><noot.al>1. Ondernemers hebben onvoldoende kennis van en
                                        ervaring met de mogelijkhedenm om met aanpassingen in de
                                        bedrijfsvoering en andere management maatregelen de
                                        emissiereductie te realiseren;</noot.al><noot.al>2. onvoldoende beschikbaarheid van praktijkgerede
                                        technieken. In sommige sectoren en met name in de rund- en
                                        melkveehouderij zijn er nog relatief weinig goede,
                                        gecertificeerde emissiebeperkende technieken-
                                        stalaanpassingen, vloersystemen, etc.-
                                        beschikbaar.</noot.al><noot.al>Om deze twee redenen is het stimuleringsbeleid ook
                                        gericht op bevorderen van kennisontwikkeling, innovatie en
                                        kennisspreiding met betrekking toty emissiebeperkende
                                        technieken en maatregelen. ]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 9.9.1. Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57690_0_9_9_37_"> Landelijke regelgeving: de
                                    vigerende regelgeving van de Rijksoverheid ter beperking van
                                    stikstofemissies uit huisvestingssystemen van veehouderijen: de
                                    Wet ammoniak en veehouderij en het Besluit ammoniakemissie
                                    huisvesting veehouderijen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57690_0_9_9_38_"> Beleidskader stikstof: Beleidskader
                                    Natura 2000 stikstof en veehouderijen (Besluit Gedeputeerde
                                    Staten van Overijssel van 27 april 2010);</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57690_0_9_9_39_"> Beleidsregel stikstof: Beleidsregel
                                    Natura 2000 en stikstof voor veehouderijen (besluit Gedeputeerde
                                    staten van 13 april 2010);</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57690_0_9_9_40_"> Drempelwaarde: depositie, op de
                                    rand van een Natura 2000 gebied, van één procent van de
                                    kritische depositiewaarde van het meest kritische habitattype
                                    binnen datzelfde Natura 2000-gebied;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57690_0_9_9_41_"> N-depositie: neerslag van
                                    stikstofverbindingen uit de atmosfeer op een habitat binnen een
                                    beschermd natuurgebied, waarbij de belasting op het meest
                                    belaste punt binnen het habitat uitgedrukt wordt in mol N/ha/jr
                                    en de belasting op het habitat als geheel in mol N/jr; De
                                    berekening vindt plaats overeenkomstig artikel 7, lid 2 van de
                                    Beleidsregel stikstof;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57690_0_9_9_42_"> N-emissie: uitstoot van ammoniak
                                    vanuit een veehouderij. Deze wordt uitgedrukt in kilogram
                                    ammoniak per dierplaats per jaar;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57690_0_9_9_43_"> Kritische depositiewaarde: de in
                                    Alterra-rapport 1654 per Natura 2000-gebied vastgelegde waarde
                                    die aangeeft wat de gevoeligheid van een in het betrokken gebied
                                    voorkomend habitattype is voor de invloed van
                                    stikstofdepositie;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57690_0_9_9_44_"> Piekbelaster: N-depositie van 50%
                                    of meer van de kritische depositiewaarde van het meest kritische
                                    habitattype binnen een Natura 2000 gebied als gevolg van een
                                    individueel bedrijf op de meest belaste punten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.9.2. Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor:</al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_9_10_45_"> projecten gericht op de
                                    kennisontwikkeling en de verspreiding van kennis met betrekking
                                    tot technieken en maatregelen voor de vermindering van
                                    stikstofemissie vanuit veehouderijbedrijven in Overijssel;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e19891"><noot.nr>373</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het gaat hierbij om
                                            (samenwerkings-)projecten van landbouworganisatie(s),
                                            ondernemers en kennisinstellingen gericht op de
                                            ontwikkeling en verspreiding van kennis over
                                            aanpassingen in de bedrijfsvoering en nieuwe technieken
                                            op te nemen. Hierbij zal onder meer aandacht besteed
                                            worden aan </noot.al><noot.al>(i) de opstelling van bedrijfsplannen
                                            "stikstofemissiereductie"</noot.al><noot.al>(ii) het in de praktijk testen en monitoren van
                                            kansrijke maatregelen/maatregelpakketten op
                                            "voorloperbedrijven" en</noot.al><noot.al>(iii) de begeleiding van "studieclubs" voor de
                                            uitwisseling van de op de voorloperbedrijven en andere
                                            bedrijven opgedane kennis en ervaringen.</noot.al><noot.al>Deelname aan de onderdelen bedrijfsadvisering (i)
                                            en praktijknetwerken (iii) is openbaar toegankelijk. De
                                            test- en toetsresultaten uit het onderdeel (ii) worden
                                            via "studieclubs" uitgewisseld tussen
                                            landbouwondernemers. De genoemde activiteiten zijn
                                            derhalve voor alle landbouwondernemers
                                            beschikbaar.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_9_10_46_"> investeringen in
                                    stikstofemissiebeperkende maatregelen en technieken op
                                    landbouwbedrijven in Overijssel waarmee lagere stikstofemissies
                                    vanuit deze bedrijven gerealiseerd worden dan die op grond van
                                    de normen van de landelijke regelgeving vereist zijn. </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e19915"><noot.nr>374</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De investeringen voor
                                            stikstofemissiebeperkende maatregelen zullen in de
                                            intensieve veehouderij hoofdzakelijk betrekking hebben
                                            op luchtwassers. In de melkveehouderij zal het met name
                                            gaan om het aanbrengen van emissiearme
                                            vloeren.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.9.3. Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor een activiteit genoemd in artikel 9.9.2. moet
                                    voldoen aan de volgende criteria:</al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_9_11_47_"> De aanvraag voor de activiteiten
                                    als bedoeld in artikel 9.9.2 eerste lid moet betrekking hebben
                                    op projecten voor:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_9_11_47_21_"> Kennisontwikkeling en
                                            kennisverspreiding door middel van praktijknetwerken.
                                        </al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_9_11_47_22_"> Advisering aan
                                            landbouwers voor de opstelling en uitvoering van
                                            bedrijfsplannen voor de vermindering van de
                                            stikstofemissie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_9_11_48_"> Aanvragen voor activiteiten zoals
                                    bedoeld onder artikel 9.9.2 eerste lid kunnen worden ingediend
                                    door een samenwerkingsverband van landbouwbedrijven of van
                                    landbouwbedrijven met andere partners (keten en/of
                                    gebiedspartijen) en/of kennisinstellingen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57690_0_9_11_49_"> Aanvragen voor activiteiten als
                                    bedoeld in artikel 9.9.2 tweede lid kunnen worden ingediend door
                                    landbouwbedrijven met een minimale bedrijfsgrootte van 40
                                    NGE.</al></lid><lid><lidnr/><al>4. Investeringen zoals bedoeld in artikel 9.9.2 tweede lid
                                    moeten gebruikt worden om lager gemiddelde stikstofemmissie per
                                    dierplaats te realiseren. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H57690_0_9_11_50_"> Subsidie als bedoeld in artikel
                                    9.9.2 eerste lid, waarbij een landbouwbedrijf eindbegunstigde is
                                    moet voldoen aan artikel 15 van de Vrijstellingsverordening
                                    Landbouw. Subsidie waarbij andere ondernemingen eindbegunstigde
                                    zijn moet voldoen aan artikel 2 van de de-minimisverordening.
                                </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H57690_0_9_11_51_"> Subsidie als bedoeld in artikel
                                    9.9.2, tweede lid, moet voldoen aan artikel 4 van de
                                    Vrijstellingsverordening Landbouw.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H57690_0_9_11_52_"> Op subsidies die worden verstrekt
                                    op grond van artikel 9.9.2, is artikel 9.1.3 van toepassing.
                                    Gedeputeerde Staten verstrekken subsidie die voldoet aan de
                                    criteria van maatregel 121.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.9.4. Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_9_12_53_"> De subsidie voor activiteiten als
                                    bedoeld in artikel 9.9.2, eerste lid bedraagt maximaal 75% van
                                    de subsidiabele kosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_9_12_54_"> De subsidie voor activiteiten als
                                    bedoeld in artikel 9.9.2, tweede lid bedraagt maximaal 40% van
                                    de subsidiabele kosten, met een maximum subsidiebedrag van €
                                    400.000,-- per bedrijf in een periode van drie fiscale jaren,
                                    uitgaande van de datum van beschikking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57690_0_9_12_55_"> De subsidie voor activiteiten als
                                    bedoeld in artikel 9.9.2, tweede lid waarbij sprake is van
                                    investeringen die leiden tot extra kosten voor de bescherming
                                    van het milieu door de sanering van piekbelastingen op Natura
                                    2000 gebieden middels technische maatregelen en die geen
                                    uitbreiding van de productiecapaciteit tot gevolg hebben,
                                    bedraagt maximaal 60% van de subsidiabele kosten, met een
                                    maximum van € 400.000,-- per bedrijf in een periode van drie
                                    fiscale jaren, uitgaande van de datum van beschikking.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.9.5. Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_9_13_56_"> In aanvulling op artikel 1.1.5
                                    tweede en derde lid komen voor subsidie als bedoeld in artikel
                                    9.9.2, tweede lid de volgende kosten in aanmerking:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_9_13_56_23_"> de bouw en de
                                            aanpassing van de inrichting van bedrijfsgebouwen;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_9_13_56_24_"> de aanschaf van
                                            machines en apparatuur;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57690_0_9_13_56_25_"> met de onder sub a en b
                                            genoemde investeringen samenhangende advieskosten tot
                                            een maximum van 10% van de totale investering.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_9_13_57_"> De subsidiabele kosten zoals
                                    genoemd in het eerste lid zijn maximaal de meerkosten van
                                    investeringen om lagere stikstofemissies te realiseren dan
                                    vereist op grond van de landelijke regelgeving ten opzichte van
                                    de kosten van de investeringen die gemaakt zouden moeten worden
                                    om te voldoen aan de normen van de landelijke regelgeving.
                                    Kosten die worden gemaakt om te voldoen aan de eisen waaraan op
                                    grond van het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij in
                                    2013 voldaan moet zijn, zijn niet subsidiabel. Deze bedrijven
                                    komen wel voor subsidie in aanmerking voor kosten van
                                    maatregelen die een minstens 10% lagere emissie opleveren dan
                                    waaraan in 2013 moet worden voldaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.9.6. Aanvullende stukken bij de aanvraag tot
                                    subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr/><al>De aanvrager overlegt in aanvulling op artikel 1.2.1, tweede lid
                                    bij de aanvraag om subsidie tevens:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57690_0_9_14_58_"> een berekening en onderbouwing van
                                    de meerkosten van de investering om stikstofemissiebeperkende
                                    maatregelen te treffen, die verder gaan dan is voorgeschreven in
                                    de landelijke regelgeving;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57690_0_9_14_59_"> een berekening van de huidige
                                    N-emissie van het landbouwbedrijf van de aanvrager en de
                                    N-emissie van dit landbouwbedrijf na de investering;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57690_0_9_14_60_"> een berekening van de huidige
                                    N-depositie van het landbouwbedrijf van de aanvrager en de
                                    nieuwe N-depositie na de investering van dit landbouwbedrijf op
                                    het nabij gelegen Natura 2000 gebied, indien van toepassing.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.9.7. Volgorde van behandeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_9_15_61_"> In afwijking van artikel 1.1.3
                                    plaatsen Gedeputeerde Staten de subsidieaanvragen, die voldoen
                                    aan het gestelde in de artikel 9.9.2 in een
                                    prioriteitsvolgorde:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_9_15_61_26_"> Ten eerste wordt
                                            prioriteit gegeven aan aanvragen van landbouwbedrijven
                                            met een N-depositie op een Natura 2000-gebied boven de
                                            dempelwaarde van 1% van de kritische
                                            depositiewaarde.</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_9_15_61_27_"> Ten tweede worden de
                                            aanvragen geprioriteerd op basis van de door de
                                            investering waarvoor subsidie wordt aangevraagd
                                            verminderde N-depositie op een nabij gelegen Natura 2000
                                            gebied.</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57690_0_9_15_61_28_"> Ten derde worden de
                                            aanvragen geprioriteerd op basis van de door de
                                            investering waarvoor subsidie wordt aangevraagd vermeden
                                            N-depositie op een nabij gelegen Natura 2000
                                            gebied.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_9_15_62_"> Gedeputeerde Staten verlenen
                                    subsidie in de volgorde van de vastgestelde prioriteit, voor
                                    zover het beschikbare bedrag dat toelaat</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.9.8. Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.9.9. Weigeringsgrond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten weigeren de subsidie als er sprake is van
                                vervangingsinvesteringen of investeringen op intensieve
                                veehouderijbedrijven in extensiveringsgebieden in het
                                Reconstructiegebied Salland-Twente.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.9.10. Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><al>De activiteit moet binnen 2 jaar na subsidieverlening zijn
                                uitgevoerd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.9.11. Indieningstermijn aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_9_19_63_"> In afwijking van artikel 1.2.2.
                                    wordt een subsidieaanvraag vier keer per jaar, voor 1 maart, 1
                                    juni, 1 september en 1 november van het betreffende kalenderjaar
                                    ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_9_19_64_"> Een onvolledige subsidieaanvraag
                                    kan na sluitingsdatum alleen volledig worden gemaakt voor zover
                                    het geen inhoudelijke aanvulling c.q. wijziging van de aanvraag
                                    betreft.</al></lid><lid><lidnr>vervallen.</lidnr><al/></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.10 Verwerven areaal nieuwe natuur voor EHS (pMJP
                                2.1.1 en 2.1.5)</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.11 Inrichten areaal EHS conform natuurdoelen (pMJP
                                2.1.4 en 2.2.6)</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.12 Nieuwe natuur op landgoederen (pMJP 2.1.3 en
                                2.1.6)</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.13. Versterking van de twee Nationale Parken De
                                Weerribben-Wieden en Sallandse Heuvelrug door uitvoering van de
                                beheers- en inrichtingsplannen (pMJP 2.2.3)</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.14 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.15 Uitvoeren van Uitvoeringsprogramma Nationaal
                                Landschap IJsseldelta</titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.16 Groene en Blauwe diensten 2014-2015</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e20148"><noot.nr>375</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Deze subsidieparagraaf is
                                        gebaseerd op het geactualiseerde Beleidskader Groene en
                                        Blauwe diensten 2006-2015. Gedeputeerde Staten willen een
                                        financiering van Groene en Blauwe diensten stimuleren en
                                        waarborgen. Via de gemeenten dragen zij bij aan fondsen die
                                        geldstromen bundelen om Groene en Blauwe diensten langdurig
                                        te financieren. Deze paragraaf integreert de op 4 juli 2014
                                        geldende paragrafen 9.16, 9.17 en 9.18. ]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 9.16.1.Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57690_0_16_20_66_"> Beleidskader: het op 2 juli 2014
                                    door Provinciale Staten geactualiseerde Beleidskader voor Groene
                                    en Blauwe diensten 2006-2015;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57690_0_16_20_67_"> Groene en Blauwe diensten:
                                    maatregelen en activiteiten op het gebied van landschap, natuur
                                    en water, cultuurhistorie en recreatie die de kwaliteit en
                                    toegankelijkheid van het landelijk en stedelijk gebied verhogen,
                                    uitgevoerd door een of meerdere particuliere grondgebruikers.
                                    Bij Groene diensten gaat het om beheer, aanleg, herstel en
                                    vergroten van de toegankelijkheid van landschap en natuur. Bij
                                    Blauwe diensten gaat het om waterberging, waterconservering en
                                    verbetering van de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit. Groene
                                    en Blauwe diensten betreffen bovenwettelijke activiteiten. Het
                                    gaat om actief beheer en is geen schaderegeling. Indien sprake
                                    is van aanleg en herstel moet het langjarig beheer gegarandeerd
                                    zijn;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57690_0_16_20_68_"> Catalogus Groenblauwe diensten:
                                    een door de Europese Commissie goedgekeurde Nederlandse
                                    catalogus, waarin de maximale vergoeding per Groene en Blauwe
                                    Dienst is opgenomen;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e20178"><noot.nr>376</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De catalogus is een soort
                                            gereedschapskist waarmee overheden een regeling met
                                            maatregelen/pakketten kunnen opstellen op het gebied van
                                            aanleg en beheer van natuur, landschap, water, recreatie
                                            en cultuurhistorie. De Nederlandse Catalogus Groenblauwe
                                            diensten 2011 is opgesteld in nauwe samenwerking met
                                            Dienst Landelijk Gebied en de 12 provincies en in
                                            2010/2011 geactualiseerd en opnieuw goedgekeurd door de
                                            Europese Commissie. De actuele Catalogus is te vinden op
                                            www.portaalnatuurenlandschap.nl/.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57690_0_16_20_69_"> contract: een schriftelijke
                                    overeenkomst voor levering van Groene en Blauwe diensten, tussen
                                    een particuliere beheerder en een uitvoeringsorganisatie,
                                    waarbij de particuliere beheerder zich verbindt tot nakoming van
                                    de verplichtingen waartoe de subsidieontvanger uit hoofde van
                                    deze paragraaf, met betrekking tot de gronden binnen het
                                    betreffende projectvoorstel gehouden is, zolang de beheerder
                                    beschikt over het recht tot gebruik en beheer van die gronden.
                                    Tevens verbindt de particuliere beheerder zich, de in de vorige
                                    volzin bedoelde verplichtingen als kettingbeding op te nemen bij
                                    overdracht van het betreffende gebruiksrecht. De looptijd van de
                                    overeenkomst is 30 jaar. Indien om aantoonbare redenen een
                                    beheercontract van 30 jaar niet mogelijk is, is 20 jaar
                                    acceptabel, met een ondergrens van 10 jaar;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57690_0_16_20_70_"> particuliere beheerder:een
                                    natuurlijk persoon of rechtspersoon, niet zijnde het Rijk,
                                    provincie, gemeente of waterschap, die beschikt over het recht
                                    tot gebruik en beheer van de gronden;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57690_0_16_20_71_"> uitvoeringsorganisatie:de
                                    stichting die in opdracht van een of meer gemeenten
                                    projectvoorstellen uitvoert, conform taakomschrijving en
                                    uitvoeringsproces zoals omschreven in het Beleidskader. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.16.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57690_0_16_21_72_"> het opstellen van een
                                    projectvoorstel voor Groene en Blauwe diensten;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57690_0_16_21_73_"> het uitvoeren van de contracten
                                    voor Groene en Blauwe diensten;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57690_0_16_21_74_"> de activiteiten van een
                                    uitvoeringsorganisatie;</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_16_21_74_29_"> fondsbeheer en -
                                            werving;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_16_21_74_30_">
                                            gebiedsmakelaardij;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57690_0_16_21_74_31_"> advies;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57690_0_16_21_74_32_"> professionalisering en
                                            educatie;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57690_0_16_21_74_33_"> communicatie;</al></li><li nr="f."><al id="anker-H57690_0_16_21_74_34_"> controle en
                                            monitoring.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.16.3. Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie voldoet aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57690_0_16_22_75_"> de aanvrager is een Overijsselse
                                    gemeente;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57690_0_16_22_76_"> de aanvraag past binnen de
                                    uitgangspunten en doelstellingen zoals beschreven in het
                                    Beleidskader;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57690_0_16_22_77_"> de aanvraag is gebaseerd op een
                                    landschapsplan of vergelijkbaar gemeentelijk document;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e20269"><noot.nr>377</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Om keuzes te maken welke
                                            Groene en Blauwe diensten gecontracteerd moeten worden,
                                            is een landschapsplan of -visie nodig. Dit kan in een
                                            Landschapsontwikkelingsplan (LOP) zijn vastgelegd.
                                            Vergelijkbare, bestaande planvormen zijn ook mogelijk.
                                            Voor de beoordeling van de kwaliteit wordt de
                                            handreiking voor het LOP als referentie
                                            gehanteerd.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57690_0_16_22_78_"> de Groene en Blauwe diensten
                                    dienen te voldoen aan de eisen zoals omschreven in de Catalogus
                                    Groenblauwe diensten;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57690_0_16_22_79_"> de dekking van 25% van de
                                    subsidiabele kosten is aantoonbaar geregeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.16.4. Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_16_23_80_"> De subsidie voor activiteiten als
                                    bedoeld in artikel 9.16.2 onder sub a en sub c bedraagt samen
                                    maximaal 15% van de totale subsidiabele kosten als bedoeld in
                                    artikel 9.16.2. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_16_23_81_"> De subsidie als bedoeld in
                                    artikel 9.16.2 sub b bedraagt maximaal 75% van de normbedragen
                                    per Groene en Blauwe dienst zoals opgenomen in de Catalogus
                                    Groenblauwe diensten. Bij de verlening van de subsidie wordt het
                                    verwachte rendement in mindering gebracht op de contractwaarde
                                    van de naar verwachting af te sluiten beheercontracten. Het
                                    rendementspercentage wordt gebaseerd op de IRS (Interest Rate
                                    Swap) met een looptijd van 10 jaar + een opslag van 100 punten
                                    (=1%). Ter compensatie van de te verwachten gemiddelde inflatie
                                    zal 3% aan de Netto Contante Waarde van de afgesloten
                                    beheercontracten worden toegevoegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.16.5 Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_16_24_82_"> Voor de subsidie als bedoeld in
                                    artikel 9.16.2. sub a geldt dat:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_16_24_82_35_"> uitsluitend de kosten
                                            derden als bedoeld in artikel 1.1.5 vierde lid
                                            subsidiabel zijn;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_16_24_82_36_"> in afwijking van
                                            artikel 1.1.6 sub c, de kosten die gemaakt zijn voordat
                                            de aanvraag is ontvangen wel subsidiabel, voor zover
                                            deze gemaakt zijn na 1 juli 2014.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_16_24_83_"> Voor de subsidie als bedoeld in
                                    artikel 9.16.2 sub b geldt, in afwijking van artikel 1.1.5 en
                                    artikel 1.1.6, een forfaitair vastgesteld tarief per Groene en
                                    Blauwe dienst zoals opgenomen in de geldende Catalogus
                                    Groenblauwe diensten op het moment van de datum van de
                                    aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57690_0_16_24_84_"> Voor de subsidie als bedoeld in
                                    artikel 9.16.2 sub c geldt dat uitsluitend de kosten derden,
                                    zijnde de kosten van de uitvoeringsorganisatie, als bedoeld in
                                    artikel 1.1.5 vierde lid, subsidiabel zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.16.6 Aanvullende stukken bij aanvraag tot
                                    subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_16_25_85_"> De aanvrager maakt bij de
                                    aanvraag voor subsidie gebruik van het aanvraagformulier Groene
                                    en Blauwe diensten 2014-2015.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e20339"><noot.nr>378</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het aanvraagformulier is
                                            te downloaden op www.overijssel.nl/subsidie, onder alle
                                            subsidies bij elkaar, subsidieregeling Groene en Blauwe
                                            Diensten 2014-2015.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_16_25_86_"> In aanvulling op artikel 1.2.1
                                    tweede lid overlegt de aanvrager voor de subsidie als bedoeld in
                                    artikel 9.16.2 sub b:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_16_25_86_37_"> een projectvoorstel
                                            dat tenminste de volgende onderdelen bevat: een
                                            overzicht van de te contracteren Groene en Blauwe
                                            diensten, met vermelding van de landschapselementen,
                                            aanleg, herstel met in beide gevallen aansluitend
                                            langjarig beheer, of alleen langjarig beheer; type
                                            element; type beheer; nummer locatie aangegeven op
                                            digitale kaart waarop ook de reeds gecontracteerde
                                            landschapselementen in de gemeente zichtbaar zijn; NAW
                                            beoogde contractpartner; begroting en dekkingsplan
                                            inclusief cofinanciering;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_16_25_86_38_"> berekening van de
                                            subsidie door gebruik te maken van Excel document
                                            Berekening subsidie Groene en Blauwe diensten;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57690_0_16_25_86_39_"> voorzover nog niet
                                            eerder overlegd, een afschrift van de overeenkomst met
                                            een bank, die voldoet aan de voorwaarden van de wet
                                            FIDO, waarin de bank heeft aanvaard een rekening-courant
                                            voor de subsidieontvanger, te openen.</al></li></lijst><al><noot id="d11e20363"><noot.nr>379</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het Excel document is
                                            onderdeel van het aanvraagformulier.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57690_0_16_25_87_"> In aanvulling op artikel 1.2.1
                                    tweede lid overlegt de aanvrager voor de subsidie als bedoeld in
                                    artikel 9.16.2 sub a en sub c een offerte waaruit blijkt wat de
                                    subsidiabele kosten zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.16.7 Indieningstermijn aanvraag voor
                                    subsidie</titel></kop><al>Een aanvraag voor subsidie moet, in afwijking van artikel 1.2.2,
                                ontvangen zijn uiterlijk op 1 juli 2015.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.16.8. Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.16.9 Weigeringsgrond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten weigeren, in aanvulling op artikel 1.1.3, de
                                subsidie als bedoeld in artikel 9.16.2 sub b indien voor de
                                activiteiten een subsidiemogelijkheid bestaat op grond van de
                                Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer Overijssel, de
                                Subsidieregeling Natuur Overijssel of de Subsidieregeling Natuur- en
                                Landschapsbeheer Overijssel.</al><al><noot id="d11e20395"><noot.nr>380</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Stimulering van het
                                        landschapsbeheer gebeurt (ook) via het Subsidiestelsel
                                        Natuur en Landschapsbeheer(SNL). Hieronder vallen de
                                        Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer Overijssel en
                                        de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap
                                        Overijssel. Cumulatie van deze regelingen met subsidie op
                                        grond van onderhavige subsidieregeling, is uitgesloten. Het
                                        betreft een zogenaamde financiële anticumulatiebepaling:
                                        waar het SNL/SKNL geen financiële mogelijkheden biedt, kan
                                        Groen Blauwe diensten wel toepassing krijgen, mits aan de
                                        overige bepalingen is voldaan.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.16.10. Verplichtingen van de
                                    subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr/><al>De subsidieontvanger is, in aanvulling op artikel 1.4.1 en
                                    artikel 1.4.2 verplicht:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57690_0_16_29_88_"> de subsidie als bedoeld in
                                    artikel 9.16.2 sub b over te maken naar een fonds waarvan het
                                    fondsbeheer wordt ondergebracht bij een bank die voldoet aan de
                                    voorwaarden van de wet FIDO;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e20420"><noot.nr>381</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Omdat sprake is van
                                            langlopende beheercontracten van bij voorkeur 30 en
                                            minimaal 10 jaar, zal een substantieel deel van de
                                            ontvangen subsidie later worden uitbetaald en vindt
                                            fondsvorming plaats. Hierdoor is het mogelijk om via
                                            verantwoord en transparant fondsbeheer door middel van
                                            renteontvangsten op subsidie en andere (co)financiering
                                            een rendement te realiseren.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57690_0_16_29_89_"> de contracten als bedoeld in
                                    artikel 9.16.2 sub b, te hebben afgesloten uiterlijk op 31
                                    december 2015.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e20436"><noot.nr>382</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit betekent dat alleen de
                                            contracten die voor of op 31 december 2015 zijn gesloten
                                            voor subsidie in aanmerking komen. De gemeente moet de
                                            aanvraag tot vaststelling, conform artikel 1.5.2 dan wel
                                            artikel 1.5.3 indienen binnen 13 weken nadat de
                                            contracten zijn gesloten.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.16.11. Voorschotverlening</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.3.3 kunnen Gedeputeerde Staten de
                                aanvrager een voorschot tot maximaal 100% van de verleende subsidie
                                verlenen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.16.12. Aanvullende stukken bij aanvraag tot
                                    subsidievaststelling</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.5.2 tweede lid en artikel 1.5.3 tweede,
                                derde en vierde lid wordt bij de aanvraag tot vaststelling, van de
                                subsidie als bedoeld in artikel 9.16.2 sub b, als bijlage toegevoegd
                                het Excel document Berekening vaststelling subsidie Groene en Blauwe
                                diensten.</al><al><noot id="d11e20457"><noot.nr>383</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit format is te downloaden op
                                        www.overijssel.nl/subsidie, onder subsidieregeling Groene en
                                        Blauwe Diensten.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.16.13 Vaststelling subsidie</titel></kop><al>De subsidie als bedoeld in artikel 9.16.2 sub b wordt vastgesteld op
                                maximaal 75% van de normbedragen per Groene en Blauwe dienst zoals
                                opgenomen in de Catalogus Groen Blauwe diensten. Bij de vaststelling
                                van de subsidie wordt het verwachte rendement in mindering gebracht
                                op de contractwaarde van de daadwerkelijk afgesloten
                                beheercontracten. Het rendementspercentage wordt gebaseerd op de IRS
                                (Interest Rate Swap) met een looptijd van 10 jaar + een opslag van
                                100 punten (=1%). Ter compensatie van de te verwachten gemiddelde
                                inflatie zal 3% aan de Netto Contante Waarde van de afgesloten
                                beheercontracten worden toegevoegd.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.17 Pilot Boeren voor natuur Twickel</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9.17.1 Subsidiabele activiteit</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor activiteiten
                                die in het kader van de pilot Boeren voor natuur Twickel worden
                                uitgevoerd en waaraan de Europese Commissie op 27 juli 2006
                                respectievelijk 19 november 2007, steunnummers N476/2007 goedkeuring
                                is verleend.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.18 Organisatie van uitvoering Groene en Blauwe
                                diensten</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.19 Beschermen weidevogels (pMJP 2.2.2)</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9.19.1. Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor activiteiten
                                die gericht zijn op behoud en verbetering van de weidevogelstand in
                                Overijssel.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.19.2. Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>De aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 9.19.1 moet
                                    voldoen aan de volgende criteria:</al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_19_35_90_"> De activiteit draagt direct of
                                    indirect bij aan het verbeteren van de weidevogelstand in
                                    Overijssel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_19_35_91_"> De activiteit is
                                    gebiedsoverstijgend of heeft een voorbeeldfunctie voor andere
                                    weidevogelgebieden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57690_0_19_35_92_"> De aanvraag is afkomstig van een
                                    samenwerkingsverband.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57690_0_19_35_93_"> De financiering vindt plaats door
                                    meerdere partijen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H57690_0_19_35_94_"> Als de subsidie een
                                    steunmaatregel is dan moet het voldoen aan artikel 2 van de
                                    de-minimisverordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.19.3. Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.19.4. Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.20 Uitvoering leefgebiedenbenadering (pMJP 2.2.1)
                            </titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.21 Faunabeheereenheden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9.21.1. Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor de uitvoering
                                van een faunabeheerplan.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.21.2. Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e20567"><noot.nr>384</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De uitvoering van de
                                            faunabeheerplannen is in handen van de Stichting Fauna
                                            Beheer Eenheid Overijssel (FBE) te Deventer. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie voor de uitvoering van een
                                    faunabeheerplan moet voldoen aan de volgende criteria:</al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_21_39_95_"> de aanvraag wordt ingediend door
                                    een faunabeheereenheid, zoals vermeld in artikel 29 van de
                                    Flora- en Faunawet,</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_21_39_96_"> de aanvraag is gericht op de
                                    uitvoering van een door Gedeputeerde Staten goedgekeurd
                                    faunabeheerplan op basis van artikel 30 van de Flora -en
                                    faunawet.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.21.3. Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie als bedoeld in 9.21.1 bedraagt ten hoogste 100% van de
                                subsidiabele kosten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.21.4. Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.22 Kwaliteit cultuurlandschap (pMJP 2.3.1, 2.3.2,
                                2.3.6)</titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.23 Beheervergoeding Rietimpuls 2012/2013</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.24 Uitvoering ontwikkelopgave EHS/Natura 2000</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e20622"><noot.nr>385</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Deze subsidieparagraaf betreft
                                        de uitvoering van de EHS en de realisatie van de maatregelen
                                        ten behoeve van de Natura 2000-gebieden. De partners, zoals
                                        genoemd in artikel 9.24.3 maken gezamenlijk met de provincie
                                        afspraken over de uitvoering van gebiedsprocessen die
                                        hierbinnen uitgevoerd gaan worden. Tevens is en wordt
                                        afgesproken wie welk gebiedsproces trekt. </noot.al><noot.al>De subsidieverlening vindt plaats in het kader van de
                                        uitvoering van de ontwikkelopgave EHS/Natura 2000. PS hebben
                                        de kaders hiervoor op 3 juli 2013 en 23 april 2014
                                        vastgesteld (PS/2013/412, "Samen verder aan de slag met de
                                        EHS", en PS/2014/62, "Uitvoeringsreserve EHS"). De fases in
                                        de gebiedsprocessen en -projecten die door partners worden
                                        uitgevoerd, vinden binnen deze ontwikkelopgave en de door PS
                                        aangegeven kaders plaats. De Natuurbeschermingswet biedt in
                                        artikel 17 tweede lid expliciet de mogelijkheid dat
                                        Gedeputeerde Staten subsidies kunnen verstrekken voor
                                        activiteiten die verband houden met de uitvoering van
                                        beheerplannen.]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 9.24.1. Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_42_97_"> bestuurlijk overleg: het overleg
                                    dat alle partijen van Samen werkt beter op bestuurlijk niveau op
                                    regelmatige basis voeren;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_42_98_"> uitvoeringsagenda: door de
                                    partners van het bestuurlijk akkoord Samen werkt beter,
                                    opgestelde agenda, waarin als bijlage de gebiedsprocessen en
                                    -projecten zijn opgenomen en de wijze van uitvoering is
                                    vastgelegd;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_42_99_"> Samen werkt beter: het op 29 mei
                                    2013 gesloten bestuurlijk akkoord voor een economisch en
                                    ecologisch vitale toekomst;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_42_100_"> gebiedsproces: proces in een
                                    gebied met relatief complexe of grote opgaven, veelal met veel
                                    actoren en veel grotere belangenconflicten dat moet leiden tot
                                    een gedragen realisering van maatregelen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_42_101_"> gebiedsplan: plan dat is
                                    opgesteld door een SWB-partij om overheidsdoelen en -opgaven
                                    binnen de gestelde kaders van de PS-besluiten van 3 juli 2013
                                    (kenmerk PS/2013/412) en 23 april 2014 (PS/2014/62) te
                                    realiseren;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_42_102_"> gebiedsofferte: een door de
                                    relevante partijen in een gebied (ondernemers, bewoners,
                                    maatschappelijke organisaties) gedaan voorstel om
                                    overheidsdoelen en -opgaven binnen de gestelde kaders van de
                                    PS-besluiten van 3 juli 2013 (kenmerk PS/2013/412) en 23 april
                                    2014 (PS/2014/62) te realiseren;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_42_103_"> gebruik en beheer: fase na
                                    afronding van de realisatie waarbij de resultaten worden
                                    gebruikt en beheerd en - waar nodig - overgedragen naar
                                    exploitanten of beheerders, publieke of private partijen;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_42_104_"> PAS (Programma Aanpak Stikstof):
                                    de landelijke aanpak die, in overeenstemming met de Minister van
                                    Defensie en Gedeputeerde Staten van de provincies, is
                                    vastgesteld door de Minister van Economische Zaken en de
                                    Minister van Infrastructuur en Milieu ingevolge artikel 19kg van
                                    de Natuurbeschermingswet 1998. Het programma verbindt economie
                                    en ecologie door de realisering van de
                                    instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000-gebieden samen
                                    te laten gaan met economische ontwikkelingen;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_42_105_"> PAS-maatregel: een
                                    gebiedsspecifieke maatregel of activiteit die wordt genomen ter
                                    uitvoering van het PAS en die tot doel heeft het herstellen en
                                    robuuster maken van de habitattypen en leefgebieden van soorten
                                    die gevoelig zijn voor stikstof, zodat deze beter beschermd zijn
                                    tegen de hoge stikstofbelasting. De maatregel of activiteit als
                                    zodanig is opgenomen in een PAS-gebiedsanalyse, dan wel een door
                                    Gedeputeerde Staten goedgekeurd(e) aanpassing of alternatief van
                                    voornoemde maatregel of activiteit;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_42_106_"> niet-PAS-maatregel: een
                                    gebiedsspecifieke maatregel of activiteit die wordt genomen ter
                                    realisering van de instandhoudingsdoelstellingen. De maatregel
                                    of activiteit is opgenomen in een (ontwerp-) beheerplan voor een
                                    Natura 2000-gebied in Overijssel of in het rapport 'Maatregelen
                                    voor Natura 2000-soorten in Overijssel en in De Wieden en
                                    Weerribben in het bijzonder' van 24 augustus 2012, dan wel in
                                    een door Gedeputeerde Staten goedgekeurd(e) aanpassing of
                                    alternatief van voornoemde maatregel of activiteit;</al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_42_107_"> beheerplan: een plan als bedoeld
                                    in artikel 19a van de Natuurbeschermingswet 1998 voor een Natura
                                    2000-gebied in Overijssel;</al></lid><lid><lidnr>l.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_42_108_"> Natura 2000-maatregelen: de
                                    PAS-maatregelen en niet-PAS-maatregelen tezamen;</al></lid><lid><lidnr>m.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_42_109_"> EHS-maatregelen: de maatregelen
                                    die voortvloeien uit de afronding EHS, zoals door Provinciale
                                    Staten vastgesteld op 3 juli 2013 (PS/2013/413) in het kader van
                                    de Ontwikkelopgave, en gewijzigd door Provinciale Staten op 8
                                    oktober 2014 (PS/2014/702);</al></lid><lid><lidnr>n.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_42_110_"> interne Maatregelen: de
                                    inrichtings- en beheermaatregelen in de natuurterreinen binnen
                                    de Natura 2000-gebieden die bijdragen aan de duurzame
                                    instandhouding van deze gebieden en voortvloeien uit de
                                    PAS-gebiedsanalyse of het beheerplan van het betreffende
                                    gebied;</al></lid><lid><lidnr>o.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_42_111_"> instandhoudingsdoelstelling: de
                                    doelstellingen, als bedoeld in artikel 10a van de
                                    Natuurbeschermingswet 1998, voor een Natura2000-gebied;</al></lid><lid><lidnr>p.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_42_112_"> PAS-gebiedsanalyse: een
                                    ecologische analyse van een stikstofgevoelig Natura2000-gebied
                                    in Overijssel, deel uitmakend van de passende beoordeling van
                                    het PAS. In de analyse zijn maatregelen opgenomen die dienen ter
                                    verzekering dat de kwaliteit van habitattypen en leefgebieden
                                    van soorten niet verder achteruit gaat of verbetert;</al></lid><lid><lidnr>q.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_42_113_"> ontwikkelopgave: alle PAS- en
                                    niet-PAS-maatregelen die de provincie Overijssel in de
                                    beheerplannen laat vastleggen op basis van de
                                    PAS-gebiedsanalyses voor wat betreft de Natura 2000-gebieden en
                                    de EHS.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.24.2. Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor de volgende
                                    activiteiten:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_43_114_"> de verkenning van een
                                    gebiedsproces, met als resultaat een programma van eisen (fase
                                    1);</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_43_115_"> het opstellen van een plan van
                                    aanpak ten behoeve van fase 2, de planuitwerking, fase 3, de
                                    realisatie of fase 4, het beheer;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_43_116_"> het opstellen van een
                                    gebiedsplan of gebiedsofferte op basis van programma van eisen
                                    (fase 2);</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_43_117_"> het uitvoeren van een
                                    gebiedsplan of -offerte dan wel het realiseren van interne
                                    maatregelen (fase 3);</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_43_118_"> het gebruik en beheer (fase
                                    4).</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.24.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_44_119_"> Een aanvraag voor subsidie
                                    voldoet aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_24_44_119_40_"> de aanvrager is:
                                        </al></li><li nr="i."><al id="anker-H57690_0_24_44_119_41_"> een partner van Samen
                                            werkt Beter, zijnde Landschap Overijssel, LTO Noord,
                                            Natuurmonumenten, Natuur en Milieu Overijssel,
                                            Natuurlijk Platteland Oost, Overijssels Particulier
                                            Grondbezit, RECRON, Staatsbosbeheer, VNG Overijssel; een
                                            Overijsselse gemeente; VNO-NCW; of de Waterschappen
                                            Drents-Overijsselse Delta, Vechtstromen en Rijn &amp;
                                            IJssel; dan wel </al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57690_0_24_44_119_42_"> een natuurlijk
                                            persoon of een privaatrechtelijke rechtspersoon, die
                                            eigenaar is van gronden die relevant zijn voor de
                                            Ontwikkelopgave en waarvan de gronden vallen binnen de
                                            begrenzing van de Omgevingsvisie, waarbij de
                                            subsidiabele kosten zich beperken tot activiteiten in
                                            het kader van fase 2, 3 en 4;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_24_44_119_43_"> De activiteit past
                                            binnen de kaders en doelstellingen zoals omschreven in
                                            de Omgevingsvisie, wateropgave (KRW), het
                                            investeringsbesluit sociaal flankerend beleid, de
                                            afspraken met het Rijk, Natura 2000, het akkoord ‘Samen
                                            werkt beter' en het PAS.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_44_120_"> In aanvulling op het eerste lid
                                    moet de aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 9.24.2 sub
                                    a voldoen aan het criterium dat de voorzitter van het
                                    Bestuurlijk overleg een positief advies heeft gegeven over de
                                    aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_44_121_"> In aanvulling op het eerste lid
                                    moet de aanvraag voor de subsidie, als bedoeld in artikel 9.24.2
                                    sub b tot en met e, vooraf zijn afgestemd met de programmaleider
                                    van de Ontwikkelopgave EHS/Natura 2000, inclusief een positief
                                    advies van de programmaleider.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.24.4 Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.24.5 Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_46_122_"> Indien sprake is van loonkosten
                                    zoals bedoeld in artikel 1.1.5 eerste lid sub c dan geldt als
                                    maximum de uurlonen zoals opgenomen in de Handleiding
                                    Overheidstarieven, op basis van de tarieven uit de tabel
                                    ‘integrale loonkosten', kosten-plus tarief, voor een:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_24_46_122_44_"> een projectleider of
                                            vergelijkbaar: schaal 12;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_24_46_122_45_"> een omgevings-,
                                            technisch- dan wel contractmanager of een manager
                                            projectbeheersing of vergelijkbaar: schaal 11;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57690_0_24_46_122_46_"> een
                                            projectsecretaris, specialist of vergelijkbaar: schaal
                                            10;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57690_0_24_46_122_47_"> een ondersteuner of
                                            vergelijkbaar: schaal 8.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_46_123_"> De uurlonen zoals genoemd in het
                                    eerste lid kunnen vergoed worden tot een maximum van 135% van de
                                    onder dat lid genoemde kosten: </al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_24_46_123_48_"> indien de inzet niet
                                            geleverd kan worden uit de eigen organisatie en er
                                            dientengevolge een functionaris ingehuurd moet worden
                                            die geen dienstverband heeft bij een medeoverheid en die
                                            wordt ingehuurd van of via een commerciële partij,
                                            of</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_24_46_123_49_"> indien er sprake is
                                            van een medewerker met unieke en onmisbare kennis van
                                            het betreffende gebied, met unieke kennis van de
                                            betreffende ecologie/hydrologie of met een bijzonder
                                            bruikbaar netwerk binnen de stakeholders in het
                                            gebied.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_46_124_"> In afwijking van artikel 1.1.6
                                    sub a zijn de kosten voor het inhuren van een
                                    subsidieadviesbureau of een andere subsidiebemiddelaar afkomstig
                                    uit de publieke of particuliere sector wel subsidiabel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_46_125_"> In afwijking van artikel 1.1.6
                                    sub c zijn de kosten die zijn gemaakt voordat de aanvraag is
                                    ontvangen wel subsidiabel, voor zover deze zijn gemaakt na 1
                                    januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_46_126_"> Voor zover apparaatskosten van
                                    medeoverheden op grond van artikel 1.1.6 sub d subsidiabel zijn
                                    gelden de bedragen als genoemd in het eerste lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.24.6 Niet subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.1.6 zijn de volgende kosten niet
                                    subsidiabel:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_47_127_"> kosten van bodemsanering die
                                    voor vergoeding in aanmerking komen op grond van het bepaalde
                                    bij of krachtens de Wet bodembescherming;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_47_128_"> kosten voor de opruiming van
                                    explosieven die door een gemeente worden vergoed;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_47_129_"> kosten voor de bouw van
                                    opstallen zonder directe relatie met de Natura
                                    2000-maatregelen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_47_130_"> kosten voor de aanschaf van
                                    machines;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_47_131_"> kosten voor de aanschaf of
                                    plaatsing van recreatieve voorzieningen;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_47_132_"> kosten voor de aanleg van
                                    parkeergelegenheid;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_47_133_"> kosten die voortkomen uit
                                    achterstallig onderhoud;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_47_134_"> kosten waarvoor een reguliere
                                    subsidie is verstrekt;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_47_135_"> kosten die de subsidieontvanger
                                    op andere wijze vergoed kan krijgen;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_47_136_"> kosten voor de aanschaf van
                                    materialen, anders dan ten behoeve van het treffen van Natura
                                    2000-maatregelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.24.7 Aanvullende stukken bij de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_48_137_"> De aanvrager maakt bij de
                                    aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 9.24.2 sub a
                                    gebruik van het aanvraagformulier Samen werkt beter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_48_138_"> De aanvrager voor subsidie als
                                    bedoeld in artikel 9.24.2 sub b tot en met e:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_24_48_138_50_"> maakt bij de aanvraag
                                            gebruik van het aanvraagformulier Ontwikkelopgave
                                            EHS/N2000 en</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_24_48_138_51_"> dient de aanvraag in
                                            op basis van het Programma van eisen dat het
                                            programmabureau Ontwikkelopgave EHS/Natura2000 hiervoor
                                            naar aanleiding van de verkenning als bedoeld in artikel
                                            9.24.2 sub a heeft opgesteld of heeft laten
                                            opstellen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.24.8 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.24.9 Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.3.1 wordt subsidie geweigerd
                                    indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_50_139_"> de maatregelen reeds voor 1
                                    januari 2015 zijn uitgevoerd;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_50_140_"> Gedeputeerde Staten of een
                                    andere overheid dan wel andere overheden reeds subsidie hebben
                                    verstrekt voor dezelfde maatregel, waardoor het totaal aan
                                    subsidie meer bedraagt dan 100% van de subsidiabele kosten van
                                    de Natura2000-maatregel. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.24.10 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_51_141_"> In aanvulling op de artikelen
                                    1.4.1 en 1.4.2 is de subsidieontvanger verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_24_51_141_52_"> een boekhoudkundige
                                            scheiding tussen niet-economische activiteiten, zijnde
                                            de uitvoering van de afgesproken Natura2000-maatregelen,
                                            en economische c.q. andere activiteiten aan te
                                            houden;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_24_51_141_53_"> de uitvoering van de
                                            EHS-/Natura2000-maatregelen te realiseren conform de
                                            beheerplannen dan wel de door Gedeputeerde Staten
                                            daartoe vastgestelde plannen waarin deze maatregelen
                                            worden beschreven. Voor zover voor de uitvoering nader
                                            onderzoek nodig is naar de vorm en maatvoering van de
                                            Natura2000-maatregelen, behoeft het uiteindelijke plan
                                            van uitvoering de goedkeuring van Gedeputeerde
                                            Staten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_24_51_142_"> Eventuele voordelen die de
                                    subsidieontvanger verkrijgt in het kader van de uitvoering van
                                    Natura 2000-maatregelen mogen niet ten gunste strekken van de
                                    economische activiteiten van de subsidieontvanger. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.24.11 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot
                                    vaststelling</titel></kop><al>In aanvulling op de artikelen 1.5.2 en 1.5.3 bevat de aanvraag tot
                                vaststelling van de subsidie een verklaring van de subsidieontvanger
                                of er al dan niet sprake is geweest van inkomsten op grond van
                                economische activiteiten, die een gevolg zijn van de uitvoering van
                                door deze regeling gesubsidieerde PAS- dan wel niet PAS-maatregelen.
                                Deze inkomsten worden in mindering gebracht op de vast te stellen
                                subsidie. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.25 Ontwikkelopgave Twickel </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9.25.1. Begripsbepalingen </titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57690_0_25_53_143_"> [vervallen];</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57690_0_25_53_144_"> [vervallen];</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57690_0_25_53_145_"> bodemonderzoek: fysiek onderzoek
                                    in het veld naar de kwaliteit van de bodem en de
                                    waterhuishouding;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57690_0_25_53_146_"> Kaders: Ontwikkelingsvisie
                                    Twickel en omstreken, het investeringsbesluit Pact van Twickel
                                    (PS/2012/89), het gewijzigde Uitvoeringsprogramma Pact van
                                    Twickel 2012 - 2015 (PS/2013/830); het Projectplan Landbouw
                                    (Stuurgroep Pact van Twickel, 20 november 2014) en de paragraaf
                                    ‘Landschap' in de Landbouwvisie van Twickel;</al></lid><lid><lidnr/><al>e. kleine opstal: opstal met een inhoud van maximum 100 m3;
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.25.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57690_0_25_54_147_"> de volgende maatregelen ten
                                    aanzien van het thema erven en gebouwen:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57690_0_25_54_147_54_"> sloop van kleine
                                            opstallen;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57690_0_25_54_147_55_"> maatregelen die een
                                            schuur, een stal of het agrarisch gebruik van een schuur
                                            of een stal verbeteren;</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57690_0_25_54_147_56_"> maatregelen die het
                                            gebruik van een erf bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57690_0_25_54_148_"> de volgende maatregelen ten
                                    aanzien van het thema bodem en water:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57690_0_25_54_148_57_"> een fysiek
                                            bodemonderzoek;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57690_0_25_54_148_58_"> maatregelen die
                                            voortkomen uit een bodemonderzoek;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57690_0_25_54_149_"> activiteiten ten behoeve van het
                                    thema optimaliseren van landbouwkavels die het gebruik van
                                    percelen of kavels bevorderen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57690_0_25_54_150_"> de volgende maatregelen ten
                                    aanzien van het thema energie en asbest:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57690_0_25_54_150_59_"> [vervallen];</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57690_0_25_54_150_60_"> energiebesparende
                                            maatregelen;</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57690_0_25_54_150_61_"> Realisatie van
                                            zonnepanelen, mits deze maatregel wordt gecombineerd met
                                            het verbeteren van een stal als bedoeld in artikel
                                            9.25.2 sub a onder ii.;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57690_0_25_54_151_"> activiteiten die bijdragen aan
                                    de verbreding van de bedrijfsdoelen door gebruik te maken van de
                                    recreatieve waarde van het gebied Twickel, ten behoeve van het
                                    thema beleef twickel .</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.25.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_25_55_152_"> Een aanvraag voor subsidie
                                    voldoet aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_25_55_152_62_"> de aanvrager is een
                                            landbouwbedrijf met een vestiging op landgoed Twickel of
                                            stichting Twickel in haar hoedanigheid als agrarisch
                                            gebruiker; Toelichting: stichting Twickel kan ook
                                            middels een machtiging een aanvraag indienen namens de
                                            landbouwbedrijven.</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_25_55_152_63_"> de activiteit wordt
                                            gerealiseerd op landgoed Twickel in Overijssel;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57690_0_25_55_152_64_"> de activiteit past
                                            binnen de kaders;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57690_0_25_55_152_65_"> stichting Twickel
                                            heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen de uit te
                                            voeren activiteit die de eigenaarspositie van landgoed
                                            Twickel raakt;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57690_0_25_55_152_66_"> Indien de te
                                            verstrekken subsidie staatssteun oplevert in de zin van
                                            artikel 107 eerste lid van het VWEU, dan moet:</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57690_0_25_55_152_67_"> de subsidie als
                                            bedoeld in artikel 9.25.2 sub a onder ii en iii, sub b
                                            en sub c voldoen aan de voorwaarden van artikel 14 van
                                            de Vrijstellingsverordening Landbouw;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57690_0_25_55_152_68_"> de subsidie als
                                            bedoeld in artikel 9.25.2 sub a onder i en sub e moet
                                            voldoen aan de de-minimisverordening Landbouw.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_25_55_153_"> Een subsidie als bedoeld in
                                    artikel 9.25.2 sub a onder ii voldoet aanvullend op het eerste
                                    lid aan het criterium dat sprake moet zijn van een dak dat
                                    minimaal 250m2 asbest bevat.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.25.4 Subsidiabele kosten </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_25_56_154_"> Indien sprake is van loonkosten
                                    als bedoeld in artikel 1.1.5 eerste lid, dan zijn de loonkosten,
                                    onder sub c van dit artikel, subsidiabel tot een maximum van €
                                    35,- per uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_25_56_155_"> Voor de subsidie als bedoeld in
                                    artikel 9.25.2 sub b onder i en d geldt dat uitsluitend de
                                    kosten van derden als bedoeld in artikel 1.1.5 vierde lid
                                    subsidiabel zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.25.5 Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_25_57_156_"> De subsidie als bedoeld in
                                    artikel 9.25.2 sub e bedraagt maximaal 25% van de subsidiabele
                                    kosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_25_57_157_"> De subsidie als bedoeld in
                                    artikel 9.25.2 sub a, b, c en d bedraagt maximaal 40% van de
                                    subsidiabele kosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.25.6 Subsidieplafond </titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.25.7 Aanvullende stukken bij de aanvraag voor
                                    subsidie </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_25_59_158_"> Een aanvraag voor subsidie wordt
                                    ingediend door gebruik te maken van het aanvraagformulier
                                    ‘Ontwikkelopgave Twickel'.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_25_59_159_"> In aanvulling op artikel 1.2.1
                                    tweede lid overlegt de aanvrager:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_25_59_159_69_"> een verklaring
                                            waaruit blijkt dat stichting Twickel geen bezwaar heeft
                                            op de uit te voeren activiteit(en) die de
                                            eigenaarspositie van stichting Twickel raakt;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_25_59_159_70_"> een prétoetsformulier
                                            van Stuurgroep Twickel;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57690_0_25_59_159_71_"> indien sprake is van
                                            kosten derden als bedoeld in artikel 1.1.5 vierde lid,
                                            een offerte waaruit deze kosten blijken.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.25.8 Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_25_60_160_"> In afwijking van artikel 1.3.1
                                    tweede lid wordt een subsidie die minder dan € 1.000 bedraagt
                                    niet geweigerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_25_60_161_"> In afwijking van artikel
                                    1.3.1vijfde lid wordt een subsidie niet geweigerd indien voor de
                                    activiteiten als bedoeld in artikel 9.25.2 sub d, al subsidie is
                                    verstrekt op grond van paragraaf 8.21 Subsidieregeling ‘Asbest
                                    eraf, zonnepanelen erop'.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57690_0_25_60_162_"> In aanvulling op artikel 1.3.1
                                    wordt de subsidie geweigerd als de totale subsidie voor de
                                    subsidiabele activiteiten meer bedraagt dan 40% van de
                                    subsidiabele kosten of meer bedraagt dan € 500.000.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.25.9 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.4.1 en artikel 1.4.2 is de
                                subsidieontvanger verplicht de activiteiten af te ronden uiterlijk
                                twee jaar na datum van subsidieverlening. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.26 Verplaatsing landbouwbedrijfsgebouwen vanwege de
                                ontwikkelopgave EHS/Natura 2000</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e21199"><noot.nr>386</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Op 3 juli 2013 hebben
                                        Provinciale Staten de actualisatie van de Omgevingsvisie
                                        vastgesteld met daarbij de nieuwe begrenzing van de
                                        Ecologische Hoofdstructuur (PS/2013/413). In deze begrenzing
                                        is onder meer het uitwerkingsgebied ontwikkelopgave
                                        EHS/Natura2000 opgenomen. Binnen de begrenzing van dit
                                        uitwerkingsgebied dienen maatregelen te worden genomen die
                                        de realisering van de EHS en de instandhouding van de
                                        Natura2000-gebieden bewerkstelligen.</noot.al><noot.al>Doel van deze maatregelen is het toekomstbestendig
                                        maken van de Natura 2000 gebieden. De neerslag van stikstof
                                        (stikstofdepositie) is één van de belangrijkste
                                        belemmeringen om de Europese natuurdoelen te halen. De
                                        huidige neerslag in een groot aantal Natura 2000-gebieden is
                                        veel hoger dan leefgebieden van planten en dieren kunnen
                                        verdragen. De Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) moet het
                                        probleem van teveel stikstof in Nederland, door bijvoorbeeld
                                        uitlaatgassen en mest, oplossen. PAS-maatregelen moeten
                                        ervoor zorgen dat er een goede balans wordt gevonden tussen
                                        behoud en herstel van natuurlijke kwaliteiten en de
                                        economische ontwikkeling in Overijssel. Op die manier
                                        ontstaat weer ontwikkelingsruimte voor de economie (onder
                                        andere de landbouw) in Overijssel.</noot.al><noot.al>De provincie is verantwoordelijk voor de uitvoering van
                                        effectgerichte maatregelen in en rond de Natura
                                        2000-gebieden.De gronden binnen het uitwerkingsgebied dienen
                                        tijdig beschikbaar te komen zodat de maatregelen ook
                                        daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd binnen de gestelde
                                        termijnen. In geval van aankoop van een agrarisch bedrijf
                                        geldt als regel dat alleen de gronden binnen de begrenzing
                                        van de ontwikkelopgave verworven kunnen worden op basis van
                                        volledige schadeloosstelling. Gronden daarbuiten kunnen
                                        slechts tegen marktwaarde worden aangekocht. Soms heeft een
                                        agrarisch bedrijf een sleutelpositie in de realisering van
                                        de ontwikkelopgave, doch is aankoop tegen volledige
                                        schadeloosstelling conform onteigeningssystematiek niet
                                        mogelijk. Met onderhavige subsidieregeling bestaat de
                                        mogelijkheid voor een afgebakende groep van eigenaren om
                                        bovenop de marktwaarde een aanvullende vergoeding te
                                        krijgen. Aangesloten is bij de mogelijkheden tot staatssteun
                                        die de Vrijstellingsverordening Landbouw: Verordening (EU)
                                        Nr. 702/2014 biedt. Op grond van artikel 16 van deze
                                        verordening bestaat de mogelijkheid steun te verlenen voor
                                        investeringen in verband met de verplaatsing van
                                        landbouwbedrijfsgebouwen. Daar waar sprake is van
                                        terminologie waarvoor al een definitie is opgenomen in de
                                        verordening wordt voor de betreffende definitie verwezen
                                        naar artikel 2 van de verordening. </noot.al><noot.al>Voorschotverlening</noot.al><noot.al>De voorschotverlening geschiedt conform artikel 1.3.3.
                                        Bewust is gekozen om de voorschotverlening in de regeling
                                        niet op voorhand te verankeren aan harde momenten. De
                                        uitvoering van een verplaatsing (en daarmee gepaard gaande
                                        kosten) zal per situatie immers verschillend zijn. De
                                        conform artikel 9.26.7 overgelegde investeringsbegroting en
                                        plan van uitvoering van werkzaamheden met daaraan gekoppelde
                                        tijdsplanning zullen als input dienen voor de door
                                        Gedeputeerde Staten te bepalen voorschottermijnen. Aanvrager
                                        zal verzocht worden om bepaalde bewijsstukken te overleggen
                                        dat voldaan zal worden aan de in artikel 9.26.10. genoemde
                                        verplichtingen alvorens tot uitbetaling van voorschotten
                                        wordt overgegaan. Welke bewijsstukken dit zijn, zal uit de
                                        beschikking subsidieverlening en voorschotverlening blijken.
                                        ]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 9.26.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57690_0_26_62_163_"> Ontwikkelopgave EHS/Natura 2000:
                                    het treffen van maatregelen die de realisering van de EHS en de
                                    instandhouding van de Natura 2000 gebieden bewerkstelligen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57690_0_26_62_164_"> Uitwerkingsgebied
                                    Ontwikkelopgave Natura 2000: gebieden waar maatregelen genomen
                                    moeten worden om natuurwaarden in nabijgelegen Natura 2000-
                                    gebieden te beschermen, die als zodanige gebiedscategorie zijn
                                    aangegeven op de bij Omgevingsverordening 2009 behorende kaarten
                                    van een deelgebied van de EHS; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57690_0_26_62_165_"> verplaatsing: het demonteren,
                                    verhuizen en weer opbouwen van bestaande voorzieningen eventueel
                                    gepaard gaande met modernisering van deze voorzieningen dan wel
                                    verhoging van de productiecapaciteit.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.26.2. Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor de verplaatsing
                                van een landbouwbedrijfsgebouw ter bevordering van de
                                grondverwerving ten behoeve van de Ontwikkelopgave EHS/Natura 2000. </al><al><noot id="d11e21245"><noot.nr>387</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit artikel benoemt enerzijds
                                        de activiteit waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, te
                                        weten verplaatsing van een landbouwbedrijfsgebouw en
                                        specificeert anderzijds het algemeen belang dat de
                                        steunverlening rechtvaardigt: de Ontwikkelopgave EHS/Natura
                                        2000 zoals hierboven uiteengezet in " Toelichting algemeen".
                                        Aankoop van vervangende gronden is niet
                                        subsidiabel.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.26.3. Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_26_64_166_"> Een aanvraag voor subsidie moet
                                    voldoen aan de volgende criteria:</al><al><noot id="d11e21263"><noot.nr>388</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Sub a: Onder pachtrecht
                                            wordt geen geliberaliseerde pacht of teeltpacht
                                            verstaan. </noot.al><noot.al>Sub b: Met de vereiste minimum omvang wordt tot
                                            uitdrukking gebracht dat de regeling slechts van
                                            toepassing is op levensvatbare bedrijven. </noot.al><noot.al>Sub c: Door als criterium te stellen dat de gronden
                                            deels gelegen dienen te zijn binnen de begrenzing van
                                            het Uitwerkingsgebied Ontwikkelopgave Natura 2000 wordt
                                            het doel gewaarborgd waarvoor de regeling bedoeld is:
                                            voortgang in de uitvoering van de Ontwikkelopgave
                                            EHS/Natura 2000. Hieruit vloeit ook de eis voort dat het
                                            cultuurgrond, oftewel grond in gebruik voor akkerbouw
                                            en/of veeteelt, dient te betreffen. </noot.al><noot.al>Sub d: In het kader van de grondverwerving voert de
                                            provincie een analyse van de sleutelposities binnen de
                                            deelgebieden uit. Interesse van agrarische bedrijven in
                                            de regeling zal worden gepeild waarbij de nadruk zal
                                            liggen op de resultaten van de sleutelpositie analyse.
                                            Nut, noodzaak en financiële haalbaarheid van de aankoop
                                            door de provincie zal dienen te blijken uit een
                                            provinciaal opgestelde business case alvorens
                                            onderhandelingen over een overeenkomst inzake
                                            bedrijfsverplaatsing gevoerd zullen kunnen worden. Over
                                            de cultuurgrond binnen het Uitwerkingsgebied
                                            Ontwikkelopgave Natura 2000 dient overeenstemming tot
                                            zelfrealisatie ofwel tot levering aan de provincie te
                                            bestaan. Indien de agrariër slechts een regulier pacht-
                                            of erfpachtrecht heeft tot de grond zal tussen provincie
                                            Overijssel, eigenaar en aanvrager overeenstemming dienen
                                            te bestaan betreffende de zelfrealisatie en/of levering
                                            van de grond almede een regeling betreffende de
                                            beëindiging van het gebruikrecht. Dit kan blijken uit
                                            een driepartijenovereenkomst dan wel meerdere separate
                                            verklaringen.</noot.al><noot.al>De overeenstemming tot levering van de tot het
                                            bedrijf behorende gronden en opstallen zal meestal zijn
                                            beslag krijgen door koop of ruil. Andere voorbeelden van
                                            overeenstemming tot levering zijn een
                                            Wilg-kavelruilovereenkomst of een overeenkomst inzake
                                            inbreng en toedeling van gronden vooruitlopend op een
                                            plan van toedeling als bedoeld in artikel 51 van de Wet
                                            inrichting landelijk gebied. In de overeenkomst inzake
                                            bedrijfsverplaatsing zal, indien gewenst, een
                                            ontbindingsgrond voor het deel gelegen buiten het
                                            Uitwerkingsgebied Ontwikkelopgave Natura 2000 worden
                                            opgenomen voor het geval de subsidie niet verstrekt
                                            wordt. ]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_26_64_166_72_"> de aanvrager is een
                                            natuurlijk persoon of een rechtspersoon die, ten tijde
                                            van het sluiten van de onder sub d vermelde overeenkomst
                                            inzake bedrijfsverplaatsing, het eigendom, regulier
                                            pachtrecht of erfpachtrecht heeft van grond behorend bij
                                            een landbouwbedrijf dat vanwege de Ontwikkelopgave
                                            EHS/Natura 2000 wordt verplaatst;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_26_64_166_73_"> het landbouwbedrijf
                                            dat vanwege de Ontwikkelopgave EHS/Natura 2000 wordt
                                            verplaatst, heeft een omvang van minimaal 50.000
                                            eenheden Standaard Verdiencapaciteit;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57690_0_26_64_166_74_"> cultuurgrond behorend
                                            tot het landbouwbedrijf is deels gelegen binnen het
                                            Uitwerkingsgebied Ontwikkelopgave Natura 2000, niet
                                            zijnde Nadere Uitwerking Rivierengebied;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57690_0_26_64_166_75_"> er is een
                                            overeenkomst inzake bedrijfsverplaatsing met de
                                            provincie Overijssel gesloten; </al></li><li nr="e."><al id="anker-H57690_0_26_64_166_76_"> demontage is alleen
                                            subsidiabel indien uit de overeenkomst inzake
                                            bedrijfsverplaatsing blijkt dat de provincie sloop
                                            wenselijk acht van het binnen het Uitwerkingsgebied
                                            Ontwikkelopgave Natura 2000 gelegen
                                            landbouwbedrijfsgebouw. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_26_64_167_"> Indien de te verstrekken
                                    subsidie staatssteun oplevert in de zin van artikel 107, lid 1
                                    van het VWEU, dan moet de subsidie voldoen aan artikel 16 van de
                                    Vrijstellingsverordening Landbouw.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57690_0_26_64_168_"> Gedeputeerde Staten kunnen
                                    afwijken van het criterium genoemd in het eerste lid onder sub c
                                    mits het landbouwbedrijf dat wordt verplaatst een essentiële
                                    bijdrage levert aan de Ontwikkelopgave EHS/Natura 2000 in die
                                    zin dat het een sleutelpositie inneemt in het kader van de
                                    grondverwerving ten behoeve van de Ontwikkelopgave EHS/Natura
                                    2000.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.26.4. Grondslag subsidie </titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e21312"><noot.nr>389</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Lid 1 sub a: Onder kosten
                                            van demonteren worden nadrukkelijk alleen de kosten voor
                                            het demonteren van bestaande voorzieningen op de oude
                                            locatie verstaan. Deze kosten zijn conform artikel
                                            9.26.3 eerste lid sub e alleen subsidiabel als uit de
                                            overeenkomst inzake bedrijfsverplaatsing blijkt dat de
                                            provincie sloop wenselijk acht.</noot.al><noot.al>Lid 1 sub b: Onder kosten van verhuizing wordt
                                            onder andere verstaan: </noot.al><noot.al>- feitelijke verhuizingkosten, zoals kosten voor
                                            verhuizen van bedrijfsmiddelen en dieren naar de
                                            hervestiginglocatie;</noot.al><noot.al>- notaris- en kadasterkosten;</noot.al><noot.al>- eventuele overdrachtsbelasting die in verband met
                                            hervestiging is verschuldigd;</noot.al><noot.al>Lid 1 sub c: Een koopovereenkomst van bestaand
                                            onroerend goed geeft regelmatig niet de waarde in het
                                            economisch verkeer van de bedrijfsgebouwen weer. Voor
                                            een juiste onderbouwing van het subsidiebedrag zal, voor
                                            zowel de te verlaten locatie als de
                                            hervestigingslocatie, de provincie opdracht geven tot
                                            het uitvoeren van een taxatie. Bij taxatie van de
                                            installaties geldt dat geen rekening wordt gehouden met
                                            een eventuele restwaarde. </noot.al><noot.al>Lid 1 sub d: Onder advieskosten die zien op
                                            verplaatsing wordt onder andere verstaan: </noot.al><noot.al>- Voorbereidingskosten, zoals kosten van
                                            haalbaarheidsstudies;</noot.al><noot.al>- Advieskosten in verband met de demonteren,
                                            verhuizen en opbouwen.</noot.al><noot.al>Verplaatsing kent de navolgende deelactiviteiten:
                                            demontage, verhuizing en opbouw. Voor deze
                                            deelactiviteiten kan -indien voldaan wordt aan de
                                            criteria- subsidie worden aangevraagd. Voor zover een
                                            aanvrager zich laat adviseren door een derde over deze
                                            deelactiviteiten, zijn deze advieskosten subsidiabel
                                            overeenkomstig de grondslag in dit artikel.</noot.al><noot.al>Lid 1 en 2: Gezien de maximale bedragen in lid 1
                                            sub c (€ 400.000,-) en lid 2 (€ 100.000,-), zal het
                                            bedrag aan subsidie voor verhuizing, opbouw en
                                            advieskosten per landbouwbedrijf totaal maximaal €
                                            500.000,- bedragen. In het geval dat tevens demontage op
                                            de oude locatie door de provincie wenselijk wordt geacht
                                            en dit blijkt uit de overeenkomst inzake
                                            bedrijfsverplaatsing, zal het totaal subsidiebedrag
                                            maximaal € 600.000 kunnen bedragen. Bij de laatste
                                            mogelijkheid dient de navolgende kanttekening geplaatst
                                            te worden: overeenkomstig art. 9.26.3 lid 2 zal het
                                            totale subsidiebedrag binnen de steunmogelijkheden die
                                            de Vrijstellingsverordening Landbouw biedt dienen te
                                            blijven. Hierin is bepaald dat wanneer een verplaatsing
                                            naast demonteren, verhuizen en weer opbouw leidt tot een
                                            modernisering van voorzieningen of een verhoging van
                                            productiecapaciteit, de kosten van modernisering van de
                                            voorzieningen of verhoging van de productiecapaciteit
                                            slechts voor 40% subsidiabel zijn en de maximale steun
                                            in dat geval €500.000 per onderneming per
                                            investeringsproject mag bedragen. Er is geen sprake van
                                            "gepaard gaan met modernisering" indien het loutere
                                            vervanging van een bestaand gebouw of van bestaande
                                            voorzieningen door een nieuw modern gebouw of nieuwe,
                                            moderne voorzieningen betreft waarbij de betrokken
                                            productie of technologie niet fundamenteel wordt
                                            gewijzigd. </noot.al><noot.al>Lid 3: Deze regeling voorziet in de gevallen dat
                                            verwerving van het landbouwbedrijf tegen volledige
                                            schadeloosstelling conform de uitgangspunten van de
                                            onteigeningswet niet aan de orde is, omdat niet aan de
                                            (wettelijke) vereisten daarvoor wordt voldaan. Het
                                            totaalbedrag van de aankoopsom van de gronden en de
                                            bedrijfsverplaatsingsubsidie kan nimmer meer bedragen
                                            dan het volledige schadeloosstellingbedrag waarop
                                            aanvrager recht zou hebben gehad als zijn gronden wel in
                                            een onteigeningsprocedure betrokken hadden kunnen
                                            worden; dit was immers dan het maximaal wettelijke
                                            toegestane bedrag geweest.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_26_65_169_"> De subsidie bedraagt: </al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_26_65_169_77_"> voor demonteren:
                                            maximaal 100% van de werkelijk gemaakte kosten van
                                            demonteren van de bestaande voorzieningen op de oude
                                            locatie, doch nooit meer dan € 25,- per m2 te slopen
                                            bedrijfsgebouw tot een maximum van totaal €
                                            100.000,-;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_26_65_169_78_"> voor verhuizing:
                                            maximaal 100% van de werkelijk gemaakte kosten van
                                            verhuizing van bestaande voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57690_0_26_65_169_79_"> voor opbouw: maximaal
                                            40% doch nooit meer dan € 400.000,- van het navolgende
                                            berekende verschil. Het betreft het verschil tussen
                                            enerzijds de waarde en eventuele investeringskosten van
                                            installaties en bedrijfsgebouwen op de
                                            hervestiginglocatie, exclusief de bedrijfswoning en de
                                            ondergrond en inclusief de sloop van niet bruikbare
                                            bedrijfsgebouwen op de hervestiginglocatie, en
                                            anderzijds de waarde van installaties en
                                            bedrijfsgebouwen, exclusief de bedrijfswoning en de
                                            ondergrond op de te verlaten locatie. Beide waarden
                                            worden vastgesteld door middel van een in opdracht van
                                            de provincie uitgevoerde taxatie. Sloopkosten van de
                                            niet bruikbare bedrijfsgebouwen op de
                                            hervestiginglocatie zullen tegen maximaal € 25,- per m2
                                            te slopen bedrijfsgebouw opgevoerd kunnen worden.</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57690_0_26_65_169_80_"> Voor advieskosten die
                                            zien op verplaatsing: maximaal 100% van de werkelijk
                                            gemaakte kosten, met een maximum uurvergoeding van €
                                            90,-;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_26_65_170_"> De subsidie voor verhuizen en
                                    voor advieskosten die zien op verplaatsing, zoals bedoeld in het
                                    eerste lid onder sub b en d bedraagt tezamen maximaal €
                                    100.000,- per landbouwbedrijf.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57690_0_26_65_171_"> De subsidie en het aankoopbedrag
                                    van het te verplaatsen bedrijf gezamenlijk kan nooit meer
                                    bedragen dan de hoogte van een volledige schadeloosstelling op
                                    grond van de onteigeningswet indien het fictieve uitgangspunt
                                    gehanteerd zou worden dat het landbouwbedrijf in reconstructie
                                    zou worden gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.26.5. Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_26_66_172_"> Indien sprake is van interne
                                    loonkosten van de aanvrager, dan bedraagt deze overeenkomstig
                                    artikel 1.1.5 eerste lid sub c, € 35 per uur.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e21383"><noot.nr>390</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Lid 1: In artikel 1.1.5.
                                            is de kapstok opgenomen waaraan de subsidiabele kosten
                                            worden opgehangen. Voor de demontagekosten,
                                            verhuiskosten en opbouwkosten, respectievelijk bedoeld
                                            onder artikel 9.26.4. eerste lid onder sub a, b, en c,
                                            geldt dat deze overeenkomstig 1.1.5. subsidiabel zijn.
                                            Voor een uitleg van het gemaakte onderscheid naar "
                                            interne loonkosten", "kosten voor gebruik van
                                            apparatuur", "kosten voor gebruik van materiaal" en
                                            "kosten van derden" wordt verwezen naar de toelichting
                                            bij artikel 1.1.5. Interne loonkosten zijn subsidiabel
                                            tegen € 35,- per uur conform artikel 1.1.5. lid 1 sub c.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_26_66_173_"> Voor de advieskosten, als
                                    bedoeld onder 9.26.4. lid 1 sub d geldt dat uitsluitend kosten
                                    van derden als bedoeld in artikel 1.1.5. subsidiabel zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57690_0_26_66_174_"> In aanvulling op artikel 1.1.5.
                                    is overdrachtsbelasting die in verband met hervestiging
                                    eventueel verschuldigd is, subsidiabel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57690_0_26_66_175_"> Voor de grondslag genoemd onder
                                    artikel 9.26.4 eerste lid sub c wordt, in afwijking van artikel
                                    1.1.6. sub a, de kostenpost onvoorzien wel als subsidiabele
                                    kosten in de zin van artikel 1.1.5 aangemerkt tot een maximum
                                    van 15% van de totale investeringskosten.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e21409"><noot.nr>391</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In de praktijk is het
                                            gangbaar bij aanvang in een bouwinvesteringsraming een
                                            "post onvoorzien" ter grootte van 15% op te nemen. Om
                                            recht te doen aan deze praktijk kan bij de aanvraag deze
                                            post tot een maximum van 15% van de totale
                                            investeringskosten worden opgevoerd.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.26.6. Niet subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.1.6 zijn de volgende kosten niet
                                    subsidiabel:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57690_0_26_67_176_"> kosten voor het saneren van de
                                    bodem;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57690_0_26_67_177_"> fiscale claims, met uitzondering
                                    van de hiervoor onder 9.26.5. lid 3 genoemde
                                    overdrachtsbelasting;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57690_0_26_67_178_"> kosten die gefinancierd zijn op
                                    grond van een Rood voor Rood-regeling. </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e21443"><noot.nr>392</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Sub c: In Overijssel zijn
                                            meerdere Rood-voor Rood-regelingen van kracht. Een
                                            dergelijke regeling beoogt een impuls te geven aan de
                                            ruimtelijke kwaliteit van het platteland. Een aanvrager
                                            dient een minimaal voorgeschreven aantal m2
                                            landschapontsierende bedrijfsbebouwing te slopen en te
                                            investeren in landschapsverbetering. Ter compensatie
                                            wordt hiervoor een bouwkavel toegekend. De financiering
                                            van de sloopkosten en investering in de ruimtelijke
                                            kwaliteit wordt uit de waarde van deze bouwkavel
                                            gefinancierd. De provincie Overijssel kende in het
                                            verleden ook een eigen Rood voor Rood regeling. Naast
                                            toekenning van een bouwkavel voor sloop en
                                            investeringskosten in ruimtelijke kwaliteit was het
                                            mogelijk een bouwkavel toegekend te krijgen indien een
                                            landbouwbedrijf werd verplaatst. Ofschoon deze regeling
                                            inmiddels niet meer van kracht is, dient uitgesloten te
                                            zijn dat een aanvrager voor de diverse
                                            subsidieonderdelen reeds gebruik heeft gemaakt van nog
                                            vigerende gemeentelijke regelingen die eveneens een
                                            overlap vertonen met onderhavige regeling.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.26.7. Aanvullende stukken bij de aanvraag voor
                                    subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_26_68_179_"> De aanvrager maakt bij zijn
                                    aanvraag gebruik van het aanvraagformulier verplaatsing
                                    landbouwbedrijfsgebouwen vanwege de ontwikkelopgave EHS/Natura
                                    2000.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_26_68_180_"> In aanvulling op artikel 1.2.1
                                    tweede lid overlegt de aanvrager bij de aanvraag om subsidie
                                    tevens de volgende informatie:</al><al><noot id="d11e21466"><noot.nr>393</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Lid 2: De onder sub b, c
                                            en d overgelegde stukken zijn noodzakelijk voor het
                                            kunnen bepalen van de voorschottermijnen alsmede de
                                            hoogtes daarvan. Zie hiervoor ook de "Toelichting
                                            algemeen". Voor een toelichting bij sub e wordt verwezen
                                            naar de toelichting bij artikel 9.26.6. sub
                                            c.]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_26_68_180_81_"> een topografische
                                            kaart met een schaal van 1:10.000 waarop de ligging en
                                            oppervlakte van het te verplaatsen bedrijf en de
                                            bijbehorende gronden, alsmede de plaats van hervestiging
                                            indien deze ten tijde van de aanvraag reeds bekend is,
                                            zijn aangegeven;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_26_68_180_82_"> een
                                            investeringsbegroting van de nieuwe bedrijfslocatie
                                            opgesteld door een onafhankelijk deskundige, waaruit
                                            tevens de financiële haalbaarheid van de investering
                                            blijkt;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57690_0_26_68_180_83_"> een plan van
                                            uitvoering van de werkzaamheden met een daaraan
                                            gekoppelde tijdsplanning;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57690_0_26_68_180_84_"> ten tijde van de
                                            aanvraag reeds beschikbare kopieën van verleende
                                            vergunningen die benodigd zijn ten behoeve van het
                                            volwaardig en feitelijk en juridisch obstakelvrij
                                            uitoefenen van het te hervestigen landbouwbedrijf;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57690_0_26_68_180_85_"> indien eerder gebruik
                                            is gemaakt van een Rood voor Rood regeling: stukken
                                            waaruit blijkt dat de Rood voor Rood aanvraag niet
                                            betrekking had op dezelfde kosten als waarvoor nu
                                            subsidie wordt aangevraagd.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.26.8. Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen een subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.26.9. Weigeringgrond</titel></kop><lid><lidnr/><al>In afwijking of in aanvulling op 1.3.1. wordt de subsidie
                                    geweigerd: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57690_0_26_70_181_"> Indien aanvrager een onderneming
                                    betreft die in één van navolgende financiële moeilijkheden
                                    verkeert:</al><al><noot id="d11e21510"><noot.nr>394</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Sub a: Ter voorkoming van
                                            het verstrekken van ongeoorloofde staatssteun dient
                                            aanvrager te verklaren dat de onderneming niet in één de
                                            in dit sub a genoemde financiële moeilijkheden
                                            verkeert.]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57690_0_26_70_181_86_"> in het geval van een
                                            vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (niet zijnde
                                            een kmo die minder dan drie jaar bestaat): wanneer meer
                                            dan de helft van haar geplaatste aandelenkapitaal door
                                            de opgebouwde verliezen is verdwenen. Dit is het geval
                                            wanneer het in mindering brengen van de opgebouwde
                                            verliezen op de reserves (en alle andere elementen die
                                            doorgaans worden beschouwd als een onderdeel van het
                                            eigen vermogen van de onderneming), een negatieve
                                            uitkomst oplevert die groter is dan de helft van het
                                            geplaatste aandelenkapitaal. Voor de toepassing van deze
                                            bepaling worden met „vennootschap met beperkte
                                            aansprakelijkheid" met name de in bijlage I bij
                                            Richtlijn 2013/34/EU bedoelde rechtsvormen van
                                            ondernemingen bedoeld en omvat het „aandelenkapitaal"
                                            ook het eventuele agio;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57690_0_26_70_181_87_"> in het geval van een
                                            onderneming waarin ten minste een aantal van de vennoten
                                            onbeperkt aansprakelijk is voor de schulden van de
                                            onderneming (niet zijnde een kmo die minder dan drie
                                            jaar bestaat): wanneer meer dan de helft van het
                                            kapitaal van de onderneming zoals dat in de boeken van
                                            de onderneming is vermeld, door de gecumuleerde
                                            verliezen is verdwenen. Voor de toepassing van deze
                                            bepaling worden met „een onderneming waarin ten minste
                                            een aantal van de vennoten onbeperkt aansprakelijk is
                                            voor de schulden van de onderneming" met name de in
                                            bijlage II bij Richtlijn 2013/34/EU bedoelde
                                            rechtsvormen van ondernemingen bedoeld;</al></li><li nr="iii."><al id="anker-H57690_0_26_70_181_88_"> wanneer tegen de
                                            onderneming een collectieve insolventieprocedure loopt
                                            of de onderneming volgens het nationale recht aan de
                                            criteria voldoet om, op verzoek van haar schuldeisers,
                                            aan een collectieve insolventieprocedure te worden
                                            onderworpen;</al></li><li nr="iv."><al id="anker-H57690_0_26_70_181_89_"> wanneer de
                                            onderneming reddingssteun heeft ontvangen en de lening
                                            nog niet heeft terugbetaald of de garantie nog niet
                                            heeft beëindigd, dan wel herstructureringssteun heeft
                                            ontvangen en nog steeds in een herstructureringsplan
                                            zit. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.26.10. Verplichtingen subsidieontvanger </titel></kop><lid><lidnr/><al>De subsidieontvanger dient in aanvulling op artikel 1.4.1 en
                                    artikel 1.4.2:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57690_0_26_71_182_"> binnen vierentwintig maanden na
                                    het sluiten van de in artikel 9.26.3 sub d genoemde overeenkomst
                                    inzake bedrijfsverplaatsing, een landbouwbedrijf op een andere
                                    plaats te vestigen. Indien door aantoonbare overmacht de
                                    hervestiging van een volwaardig bedrijf op een andere plaats
                                    binnen de gestelde termijn niet mogelijk is kan de termijn voor
                                    hervestiging verlengd worden met maximaal vierentwintig maanden.
                                    De hervestiging zal na verlenging nooit later zijn dan zestien
                                    maanden na het verkrijgen van de benodigde vergunningen voor de
                                    hervestiging van het landbouwbedrijf. Onder overmacht wordt in
                                    ieder geval verstaan: </al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57690_0_26_71_182_90_"> De situatie waarbij
                                            aantoonbaar meerdere serieuze onderhandelingen over een
                                            hervestiginglocatie niet succesvol zijn geweest;
                                            ofwel;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57690_0_26_71_182_91_"> Voor de
                                            hervestiginglocatie een vergunningtraject doorlopen moet
                                            worden: de situatie waarbij het traject voor het
                                            verkrijgen van de benodigde vergunningen door
                                            onvoorziene en niet verwijtbare omstandigheden langere
                                            tijd in beslag neemt dan voorzien bij het afsluiten van
                                            de overeenkomst.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57690_0_26_71_183_"> de hervestiging van het
                                    landbouwbedrijf op een volwaardige wijze te laten plaatsvinden
                                    op een locatie die als duurzaam voor landbouwdoeleinden wordt
                                    aangemerkt;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e21560"><noot.nr>395</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Sub b: Van volwaardige
                                            hervestiging is sprake indien het verplaatste bedrijf
                                            een omvang heeft van minimaal 50.000 eenheden Standaard
                                            Verdiencapaciteit. De locatie wordt als duurzaam voor
                                            landbouwdoeleinden aangemerkt indien hervestiging plaats
                                            kan vinden zonder juridische en feitelijke obstakels.
                                            Achtergrond van deze verplichtingen is dat het
                                            onwenselijk wordt geacht dat er een
                                            verplaatsingssubsidie wordt toegekend om realisatie van
                                            de Ontwikkelopgave EHS/N2000 mogelijk te maken en de
                                            opvolgende locatie vervolgens onvoldoende geschikt
                                            blijkt om de bedrijvigheid voort te zetten, dan wel op
                                            voorhand de levensvatbaarheid van het bedrijf
                                            twijfelachtig is omdat het bedrijfsmatig gebruik niet
                                            kan worden gecontinueerd.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57690_0_26_71_184_"> per ommegaande de provincie
                                    Overijssel een topografische kaart met een schaal van 1:10.000
                                    te doen toekomen waarop de plaats van hervestiging is aangegeven
                                    voor zover deze informatie niet reeds ten tijde van de aanvraag
                                    kon worden overgelegd.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.27 Zoetwatervoorziening Hoge Zandgronden Overijssel
                            </titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e21579"><noot.nr>396</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Op 7 september 2015 is de
                                        bestuursovereenkomst Zoetwatervoorziening Hoge Zandgronden
                                        2016-2021 regio Oost getekend door de minister van I&amp;M.
                                        De regionale partijen hebben de bestuursovereenkomst
                                        individueel ondertekend in de periode juni - november 2015.
                                        Het doel van deze bestuursovereenkomst is om over voldoende
                                        zoetwater te beschikken en nadelige effecten van droogte
                                        tegen te gaan in de regio Oost-Nederland. Gedeputeerde
                                        Staten van Overijssel is één van de vele ondertekenaars. </noot.al><noot.al>Ter uitwerking van de bestuursovereenkomst is het
                                        werkprogramma Zoetwatervoorziening Hoge Zandgronden
                                        2016-2021 met als titel "Wel goed water geven!" op 27 mei
                                        2015 vastgesteld door het Regionaal bestuurlijk Overleg
                                        Rijn-Oost (RBO). De regionale partijen hebben daarna
                                        individueel met het werkprogramma ingestemd. De maatregelen
                                        en projecten, waarvan verwacht wordt dat ze bijdragen aan
                                        het doel van de bestuursovereenkomst, zijn vooraf
                                        aangedragen door de regionale partners en opgenomen in het
                                        werkprogramma. In dit werkprogramma is op hoofdlijnen
                                        beschreven welke maatregelen een initiatiefnemer of groep
                                        van initiatiefnemers gaat uitvoeren, waar de uitvoering
                                        (globaal) plaatsvindt en welke investeringen het betreft. </noot.al><noot.al>Het Rijk heeft via deelname aan de bestuursovereenkomst
                                        aangegeven 27,1 miljoen te zullen bijdragen aan de
                                        uitvoering van het werkprogramma. Voor het gebied van de
                                        provincie Overijssel gaat het om een bedrag € 12.889.240.
                                        Deze Rijksbijdrage wordt als decentralisatie uitkering via
                                        het provinciefonds over de jaren 2016 - 2021 uitgekeerd. De
                                        provincie geeft een deel van deze gelden via een
                                        subsidieregeling door aan initiatiefnemers, die maatregelen
                                        en projecten uitvoeren.</noot.al><noot.al>Op basis van onderhavige subsidieregeling verstrekken
                                        Gedeputeerde Staten subsidie aan waterschappen of gemeenten
                                        voor activiteiten of projecten die bijdragen aan het
                                        behouden van voldoende zoetwater en die zijn gericht op het
                                        tegengaan van effecten van droogte in de provincie
                                        Overijssel.]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 9.27.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_72_185_"> activiteit: een maatregel die of
                                    een project dat opgenomen is in het werkprogramma;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_72_186_"> bestuursovereenkomst:
                                    bestuursovereenkomst Zoetwatervoorziening Hoge Zandgronden
                                    2016-2021 regio Oost, getekend op 7 september 2015 door de
                                    minister van I&amp;M en door de regionale partijen in de periode
                                    juni - november 2015 en zoals gepubliceerd in de
                                    Staatscourant;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_72_187_"> regionale partijen: de partijen
                                    die de bestuursovereenkomst getekend hebben, behoudens het
                                    Rijk;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_72_188_"> initiatiefnemer: de partij die
                                    maatregelen uit het werkprogramma uitvoert; </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_72_189_"> werkprogramma: het door de
                                    regionale partijen opgestelde werkprogramma Zoetwatervoorziening
                                    Hogezandgronden 2016-2021 met als titel "Wel goed water geven!",
                                    waarin beschreven is welke maatregelen een initiatiefnemer of
                                    groep van initiatiefnemers gaat uitvoeren, waar de uitvoering
                                    globaal plaatsvindt en welke investeringen het betreft. Het
                                    werkprogramma is door het RBO op 27 mei 2015 vastgesteld. Het
                                    werkprogramma is een uitwerking van de
                                    bestuursovereenkomst;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_72_190_"> RBO: Regionaal bestuurlijk
                                    Overleg Rijn-Oost: bestuurlijk overleg met vertegenwoordigers
                                    van regionale overheden, Rijk en drinkwatersector uit het
                                    deelstroomgebied Rijn-Oost. Het RBO coördineert de uitvoering
                                    van de bestuursovereenkomst en het werkprogramma.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.27.2. Subsidiabele activiteiten </titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor activiteiten
                                die bijdragen aan het behouden van voldoende zoetwater, die zijn
                                gericht op het tegengaan van effecten van droogte én die opgenomen
                                zijn in bijlage 2 van het werkprogramma. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.27.3. Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>De aanvraag voldoet aan de volgende criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_74_191_"> de aanvrager is een waterschap
                                    of de gemeente, die in het werkprogramma aangewezen is als
                                    zijnde de initiatiefnemer van die activiteit;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_74_192_"> de activiteit wordt uitgevoerd
                                    binnen de provincie Overijssel in de periode 2016-2021;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_74_193_"> de aanvrager realiseert zijn
                                    toegezegde aandeel in het investeringsvolume, zijnde het
                                    regionaal bod zoals opgenomen in bijlage 3 van de
                                    bestuursovereenkomst.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.27.4 Voorwaarde </titel></kop><al>De subsidie wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat het
                                Rijk de decentrale uitkering Deltafondsmiddelen voor
                                Zoetwatervoorziening Hoge Zandgronden, zoals overeengekomen in de
                                bestuursovereenkomst, ter beschikking stelt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.27.5. Subsidiabele kosten</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.1.5 zijn kosten die aantoonbaar direct
                                toe te rekenen zijn aan de activiteit subsidiabel. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.27.6. Niet subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_77_194_"> In aanvulling op artikel 1.1.6
                                    zijn de volgende kosten niet subsidiabel:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_27_77_194_92_"> personeelskosten in
                                            welke vorm ook van de gemeente of het waterschap;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_27_77_194_93_"> reguliere
                                            investeringen in de onderneming van de
                                            subsidieontvanger.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_77_195_"> In afwijking van artikel 1.1.6
                                    sub a zijn legeskosten wel subsidiabel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_77_196_"> In afwijking van artikel 1.1.6
                                    sub c zijn de kosten die gemaakt zijn vanaf 1 januari 2016
                                    subsidiabel. Voorbereidingskosten zijn subsidiabel vanaf 1
                                    januari 2015.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.27.7. Grondslag subsidie </titel></kop><lid><lidnr/><al>De subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten
                                    met de volgende maximale subsidies per subsidieontvanger: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_78_197_"> Waterschap Vechtstromen €
                                    2.100.000</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_78_198_"> Waterschap Drents-Overijsselse
                                    Delta € 2.013.000 </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_78_199_"> Gemeente Ommen € 7.841 </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_78_200_"> Gemeente Hardenberg € 2.386
                                </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_78_201_"> Gemeente Deventer € 23.523</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_78_202_"> Gemeente Kampen € 46.962 </al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_78_203_"> Gemeente Olst-Wijhe € 2.642
                                </al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_78_204_"> Gemeente Rijssen-Holten € 36.602
                                </al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_78_205_"> Gemeente Hengelo € 60.087 </al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_78_206_"> Gemeente Almelo € 125.544 </al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_78_207_"> Gemeente Losser € 128.271 </al></lid><lid><lidnr>l.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_78_208_"> Gemeente Wierden € 16.279 </al></lid><lid><lidnr>m.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_78_209_"> Gemeente Enschede € 555.246
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.27.8. Subsidieplafond </titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.
                            </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.27.9. Aanvraag voor subsidie</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.2.1 eerste en tweede lid geldt de
                                getekende bestuursovereenkomst als aanvraag voor subsidie. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.27.10. Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.4.1 en artikel 1.4.2 is de
                                    subsidieontvanger verplicht jaarlijks voor 1 februari, middels
                                    het daarvoor beschikbaar gestelde format, een
                                    voortgangsrapportage in te dienen met daarin opgenomen: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_81_210_"> de reeds uitgevoerde
                                    activiteiten;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_81_211_"> de geplande activiteiten; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_81_212_"> een overzicht van de gedane
                                    investeringen in het afgelopen jaar, uitgesplitst naar eigen
                                    middelen en inzet subsidie; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57690_0_27_81_213_"> een raming van de investering
                                    voor het komende jaar uitgesplitst naar eigen middelen en
                                    subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.27.11. Betaling en bevoorschotting </titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.3.3 verlenen Gedeputeerde Staten een
                                voorschot op basis van artikel 4f van de bestuursovereenkomst . Het
                                voorschot kan niet meer bedragen dan de door de provincie ontvangen
                                decentrale uitkering Deltafondsmiddelen voor Zoetwatervoorziening
                                Hoge Zandgronden van het betreffende jaar. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.27.12. Vaststelling </titel></kop><al>Gedeputeerde Staten gaan niet eerder over tot eventuele lagere
                                vaststelling van de subsidie dan na advies van het RBO.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.28 Opruiming drugsafval</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9.28.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57690_0_28_84_214_"> drugsafval: afval dat ontstaat
                                    bij de productie van drugs;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57690_0_28_84_215_"> erkende verwijderaar:
                                    verwijderaar die over de benodigde milieuvergunningen beschikt
                                    om afval volgens juiste regelgeving te kunnen en mogen
                                    verwijderen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57690_0_28_84_216_"> synthetische drugs: uit
                                    chemische grondstoffen geproduceerde verdovende middelen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57690_0_28_84_217_"> zakelijk gerechtigde: personen
                                    met een zakelijk recht als bedoeld in boek 3 en 5 van het
                                    Burgerlijk Wetboek.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.28.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor de volgende
                                    activiteiten:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57690_0_28_85_218_"> het opruimen van
                                    drugsafval;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57690_0_28_85_219_"> het opruimen van de
                                    bodemverontreiniging die voortvloeit uit het dumpen van
                                    drugsafval.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.28.3 Criteria </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_28_86_220_"> Een aanvraag voor subsidie
                                    voldoet aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_28_86_220_94_"> aanvrager is een
                                            Overijsselse gemeente of een zakelijk gerechtigde;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_28_86_220_95_"> er is sprake van een
                                            illegale dumping van drugsafval;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57690_0_28_86_220_96_"> het drugsafval is
                                            afkomstig van productie van synthetische drugs;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57690_0_28_86_220_97_"> de grond waarop
                                            illegaal drugsafval is gedumpt:</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57690_0_28_86_220_98_"> is gelegen binnen de
                                            gemeente grenzen; of</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57690_0_28_86_220_99_"> op de grond is een
                                            zakelijk recht van de aanvrager gevestigd.</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57690_0_28_86_220_100_"> van de illegale
                                            dumping is aangifte gedaan bij de politie;</al></li><li nr="f."><al id="anker-H57690_0_28_86_220_101_"> de dumping, bedoeld
                                            onder b, heeft plaatsgevonden in het kalenderjaar
                                            voorafgaand aan de aanvraag;</al></li><li nr="g."><al id="anker-H57690_0_28_86_220_102_"> indien de aanvrager
                                            een onderneming is voldoet de subsidie aan
                                            de-minimisverordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_28_86_221_"> Onverminderd het eerste lid
                                    voldoet een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel
                                    9.28.2, onder a, aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_28_86_221_103_"> het aangetroffen
                                            drugsafval is verwijderd conform de daartoe geldende
                                            wet- en regelgeving;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_28_86_221_104_"> het aangetroffen
                                            drugsafval is verwijderd door een erkende
                                            verwijderaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57690_0_28_86_222_"> Onverminderd het eerste lid,
                                    voldoet een subsidie als bedoeld in artikel 9.28.2, onder b, aan
                                    de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_28_86_222_105_"> de
                                            bodemverontreiniging is een gevolg van de illegale
                                            dumping van drugsafval als bedoeld in het eerste lid,
                                            onder b;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_28_86_222_106_"> de
                                            bodemverontreiniging is verwijderd conform artikel 6 tot
                                            en met artikel 13 van de Wet bodembescherming.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.28.4 Subsidiabele kosten </titel></kop><al>De daadwerkelijk gemaakte kosten van het opruimen van drugsafval of
                                de uit de dumping voortvloeiende bodemverontreiniging zijn
                                subsidiabel overeenkomstig artikel 1.1.5 vierde lid, voor zover deze
                                niet op een andere wijze zijn vergoed.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.28.5 Grondslag </titel></kop><al>De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.28.6 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.
                            </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.28.7 Indieningstermijn aanvraag</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.2.1 kan een aanvraag ingediend worden
                                vanaf 1 februari 2016 en moet deze ontvangen zijn uiterlijk 31 maart
                                2016.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.28.8 Aanvullende stukken bij de aanvraag voor
                                    subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_28_91_223_"> Een aanvraag voor subsidie wordt
                                    ingediend met het aanvraagformulier Opruiming drugsafval.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_28_91_224_"> In afwijking van artikel 1.2.1
                                    overlegt de aanvrager bij de aanvraag de volgende stukken: </al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_28_91_224_107_"> een bewijs van
                                            aangifte van de politie met tenminste een kaart met de
                                            locatie waar het drugsafval is aangetroffen, foto's van
                                            de dumping en een beschrijving van de aangetroffen
                                            drugsgerelateerde afvalstoffen;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_28_91_224_108_"> een bewijs van de
                                            gemaakte kosten voor verwijdering en afvoer van het
                                            drugsafval;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57690_0_28_91_224_109_"> een bewijs van
                                            verwijdering en afvoer van het drugsafval.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.28.9 Volgorde van behandeling </titel></kop><al>Indien de binnen de periode als bedoeld in artikel 9.28.7 volledige
                                ingediende subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond te
                                boven gaan, verdelen Gedeputeerde Staten de subsidie naar
                                evenredigheid onder de voornoemde subsidieaanvragen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.28.10 Weigeringsgronden</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.3.1 wordt subsidie geweigerd indien de
                                aanvrager medeverantwoordelijk geacht kan worden voor de productie
                                of dumping van het drugsafval waarop de aanvraag is gericht. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 9.29 Natuur en Samenleving</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subparagraaf 9.29.1 Algemeen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.1.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze subparagrafen wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57690_0_30_94_225_"> pilot: proefproject of
                                    experiment;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57690_0_30_94_226_"> doorontwikkeling van een pilot:
                                    het uitbreiden of verbeteren van het concept van een reeds
                                    gestarte en door de provincie gesubsidieerde pilot op het gebeid
                                    van Natuur en Samenleving;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e22025"><noot.nr>397</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De reeds gestarte en door
                                            de provincie gesubsidieerde pilots voor Natuur en
                                            Samenleving zijn onder andere de volgende projecten
                                            Groene Lopers, Cool Nature en Zorgend Landschap. Meer
                                            informatie over deze pilots is te vinden op
                                            http://www.overijssel.nl/. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57690_0_30_94_227_"> natuur: de betekenis van natuur
                                    als bedoeld in de Omgevingsvisie.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.1.2 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie voldoet aan de volgende criteria:
                                </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57690_0_30_95_228_"> de aanvrager is geen natuurlijk
                                    persoon;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57690_0_30_95_229_"> de aanvraag heeft betrekking op
                                    een pilot of doorontwikkeling van een pilot. </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57690_0_30_95_230_"> de pilot richt zich op ten
                                    minste één van de volgende thema's: Kinderen en natuur, Groen in
                                    de stad, Zorg en groen of Werken in het groen; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57690_0_30_95_231_"> de pilot richt zich op het
                                    betrekken van een nieuwe doelgroep, het uitproberen van een
                                    nieuwe werkvorm, het uitproberen van nieuwe verbindingen tussen
                                    doelen of doelgroepen of het uitvoeren van nieuwe
                                    activiteiten;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57690_0_30_95_232_"> de activiteit draagt bij aan de
                                    versterking van de relatie tussen economie en natuur of vergroot
                                    de betekenis van natuur en landschap voor mensen;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57690_0_30_95_233_"> de activiteit vindt plaats in
                                    Overijssel of is ten behoeve van de inwoners van de provincie
                                    Overijssel.</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57690_0_30_95_234_"> het project bevat onderdelen of
                                    uitgangspunten die ook toepasbaar zijn in toekomstige projecten
                                    op het gebied van Natuur en Samenleving;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H57690_0_30_95_235_"> indien sprake is van gebruik van
                                    een locatie of een openbare ruimte, dan dient de eigenaar
                                    daarvan toestemming te hebben gegeven;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al id="anker-H57690_0_30_95_236_"> indien de te verstrekken
                                    subsidie staatssteun oplevert in de zin van artikel 107, lid 1
                                    van het VWEU, dan moet voldaan worden aan de
                                    de-minimisverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.1.3. Subsidiabele kosten</titel></kop><al>Uren van vrijwilligers zijn niet subsidiabel, maar kunnen in
                                afwijking van artikel 1.1.6 sub a, tegen een maximum uurtarief van €
                                15 worden meegenomen in het dekkingsplan.</al><al><noot id="d11e22098"><noot.nr>398</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit betekent dat de subsidie
                                        niet gebruikt kan worden om vrijwilligersuren te
                                        betalen.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.1.4 Weigeringsgronden</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.3.1 tweede lid weigeren Gedeputeerde
                                Staten de subsidie indien de subsidiabele kosten € 10.000 of minder
                                bedragen. Dit geldt niet voor de subsidie die verstrekt wordt op
                                grond van subparagraaf 9.29.2.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.1.5 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><al>In aanvulling op de artikelen 1.4.1 en 1.4.2 is de subsidieontvanger
                                verplicht de activiteit binnen 18 maanden na subsidieverlening te
                                hebben afgerond.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.1.6 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subparagraaf 9.29.2 Plan van aanpak</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.2.1 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor het opstellen
                                van een plan van aanpak voor het uitvoeren van een pilot.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.2.2 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 9.29.1.2 voldoet een aanvraag om
                                    subsidie aan de volgende criteria: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57690_0_31_101_237_"> aanvrager heeft extra
                                    professionele deskundigheid nodig om zijn idee voor een pilot
                                    uit te werken tot een plan van aanpak;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57690_0_31_101_238_"> een aanvraag voor subsidie
                                    wordt vooraf afgestemd met een beleidsmedewerker voor Natuur en
                                    Samenleving van de provincie.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e22155"><noot.nr>399</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Een aanvraag wordt vooraf
                                            afgestemd met de beleidsmedewerker van de provincie,
                                            zodat de beleidsmedewerker kan adviseren of sprake is
                                            van een pilot. Daarnaast zal de mate van de benodigde
                                            extra professionele deskundigheid getoetst worden.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.2.3 Subsidiabele kosten</titel></kop><al>Uitsluitend kosten van derden als bedoel in artikel 1.1.5 derde lid
                                zijn subsidiabel.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.2.4 Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten met
                                een maximum van € 2.000 per aanvraag.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.2.5 Aanvraag voor subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_31_104_239_"> De aanvrager maakt bij de
                                    aanvraag gebruik van het aanvraagformulier Plan van aanpak pilot
                                    Natuur en Samenleving. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_31_104_240_"> In aanvulling op artikel 1.2.1
                                    overlegt de aanvrager tevens een offerte waaruit de hoogte van
                                    de subsidiabele kosten en de in te zetten extra professionele
                                    deskundigheid blijkt.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subparagraaf 9.29.3 Kinderen en natuur </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.3.1 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor activiteiten
                                die de relatie tussen kinderen en natuur versterken of de betekenis
                                van natuur bij kinderen vergroten. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.3.2 Criteria</titel></kop><al>Indien een aanvraag voor subsidie betrekking heeft op een
                                natuurspeelplaats voldoet deze, aanvullend op artikel 9.29.1.2 aan
                                het concept van Cool Nature. </al><al><noot id="d11e22206"><noot.nr>400</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Bij een concept van Cool
                                        Nature wordt een natuurspeelplaats gerealiseerd die kinderen
                                        de mogelijkheid biedt in een natuurlijke omgeving te spelen.
                                        De natuurspeelplaats moet dichtbij woonwijken liggen en is
                                        tenminste twee hectare groot. De natuurspeelplaats draagt
                                        bij aan de belevingswaarde en bewustwording van de natuur en
                                        versterkt daarnaast ook de natuurkwaliteit, biodiversiteit
                                        en mogelijk ook de waterberging. ]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.3.3 Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.De</lidnr><al id="anker-H57690_0_32_107_241_"> subsidie voor een pilot
                                    bedraagt maximaal 85% van de subsidiabele kosten met een maximum
                                    van € 50.000 per aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_32_107_242_"> De subsidie voor de
                                    doorontwikkeling van een pilot bedraagt maximaal 70% van de
                                    subsidiabele kosten met een maximum van € 50.000 per
                                    aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.3.4 Aanvraag voor subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_32_108_243_"> De aanvrager maakt bij de
                                    aanvraag gebruik van het aanvraagformulier Kinderen en
                                    natuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_32_108_244_"> In aanvulling op artikel 1.2.1
                                    tweede lid overlegt de aanvrager tevens een projectvoorstel
                                    waarin tenminste is uitgewerkt: </al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_32_108_244_110_"> een omschrijving
                                            van de pilot of doorontwikkeling van een pilot. Hierbij
                                            wordt in ieder geval onderbouwd waarom sprake is van een
                                            nieuwe activiteit, een nieuwe doelgroep, een nieuwe
                                            werkvorm of een nieuwe verbinding tussen doelen of
                                            doelgroepen;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_32_108_244_111_"> omschrijving van de
                                            wijze waarop de betekenis van natuur en landschap voor
                                            kinderen wordt vergroot;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57690_0_32_108_244_112_"> omvang en
                                            diversiteit van de groep kinderen die bereikt
                                            wordt;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57690_0_32_108_244_113_"> de wijze waarop de
                                            kinderen actief worden betrokken;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57690_0_32_108_244_114_"> de mate waarin de
                                            kinderen toegang krijgen tot de natuur;</al></li><li nr="f."><al id="anker-H57690_0_32_108_244_115_"> de wijze waarop
                                            buurtbewoners of andere groepen uit de samenleving
                                            worden betrokken;</al></li><li nr="g."><al id="anker-H57690_0_32_108_244_116_"> de wijze waarop het
                                            beheer is geregeld;</al></li><li nr="h."><al id="anker-H57690_0_32_108_244_117_"> of de pilot
                                            onderdelen of uitgangspunten bevat die ook toepasbaar
                                            zijn in toekomstige projecten op het gebied van Natuur
                                            en Samenleving;</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57690_0_32_108_244_118_"> hoe bijgedragen
                                            wordt aan andere provinciale doelen;</al></li><li nr="j."><al id="anker-H57690_0_32_108_244_119_"> een begroting en
                                            een dekkingsplan waaruit in ieder geval de hoogte van de
                                            gevraagde subsidie ten opzichte van de eigen bijdrage
                                            van de aanvrager en bijdragen van derden blijkt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.3.5. Indieningstermijn aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_32_109_245_"> In afwijking van artikel 1.2.2.
                                    geldt dat een aanvraag voor een subsidie ingediend kan worden
                                    vanaf 1 september 2016 en ontvangen moet zijn uiterlijk op 15
                                    oktober 2016.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_32_109_246_"> Een onvolledige aanvraag voor
                                    subsidie kan na sluitingsdatum alleen aangevuld worden voor
                                    zover het geen inhoudelijke aanvulling of wijziging van de
                                    aanvraag betreft. </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e22290"><noot.nr>401</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het in de beoordeling van
                                            de aanvraag meenemen van informatie die dateert van na
                                            de sluiting van de aanvraagtermijn verdraagt zich niet
                                            met de gelijktijdige onderlinge beoordeling en
                                            rangschikking van de ingediende aanvragen die in het
                                            tendersysteem centraal staat. Uit de aard van het
                                            tendersysteem volgt dat vóór de sluiting van de
                                            aanvraagtermijn alle voor die beoordeling en
                                            rangschikking relevante gegevens moeten zijn overlegd en
                                            dat daarna geen rekening kan worden gehouden met
                                            informatie die neerkomt op een wijziging of aanvulling
                                            van de aanvraag. </noot.al><noot.al>Bij onvolledigheid van de aanvraag na de
                                            sluitingsdatum is er alleen ruimte voor het herstel van
                                            kleinigheden zoals een handtekening, een
                                            bankrekeningnummer, kamer van koophandel gegevens e.d.,
                                            het moet gaan om informatie die niet inhoudelijk
                                            betrekking heeft op de beoordelingscriteria zoals
                                            opgenomen in deze subsidieparagraaf. De tijdige
                                            volledigheid/juistheid van de aanvraag is de
                                            verantwoordelijkheid van de aanvrager. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.3.6. Volgorde van behandeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_32_110_247_"> In afwijking van artikel 1.1.3.
                                    plaatsen Gedeputeerde Staten de subsidieaanvragen in een
                                    prioriteitsvolgorde. Gedeputeerde Staten verstrekken subsidie in
                                    de volgorde van de vastgestelde prioriteit, voor zover het
                                    subsidieplafond dit toelaat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_32_110_248_"> Aanvullend op het eerste lid
                                    geldt voor de prioriteitsvolgorde dat deze wordt bepaald op
                                    basis van scoretabel 1. Aan de hand van scoretabel 1 wordt
                                    berekend welke totale score de pilot behaalt op de volgende
                                    onderdelen:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_32_110_248_120_"> de mate waarin de
                                            kinderen toegang krijgen tot de natuur, aantal en
                                            diversiteit;</al></li></lijst><al><noot id="d11e22319"><noot.nr>402</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Voorbeelden hierin zijn de
                                            aantallen kinderen die gebruik kunnen maken in
                                            verhouding tot de leefomgeving ende diversiteit in
                                            doelgroepen die toegang krijgen tot de
                                            natuur.]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_32_110_248_121_"> de wijze waarop
                                            kinderen actief worden betrokken;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57690_0_32_110_248_122_"> de wijze waarop
                                            wordt bijgedragen aan andere provinciale doelen; </al></li></lijst><al><noot id="d11e22335"><noot.nr>403</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De provinciale doelen zijn
                                            te vinden in de Programmabegroting die jaarlijks door
                                            Provinciale Staten wordt vastgesteld (zie
                                            http://www.overijssel.nl/). Voorbeelden van provinciale
                                            doelen zijn waterretentie, behoud en versterken
                                            cultureel erfgoed, duurzame ruimtelijke ontwikkeling en
                                            inrichting, versterking toerisme en recreatief
                                            medegebruik.]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="d."><al id="anker-H57690_0_32_110_248_123_"> de hoogte van de
                                            gevraagde subsidie ten opzichte van de eigen bijdrage
                                            van de aanvrager en bijdragen van derden;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57690_0_32_110_248_124_"> de wijze waarop
                                            buurtbewoners worden betrokken; </al></li><li nr="f."><al id="anker-H57690_0_32_110_248_125_"> de mate waarin de
                                            biodiversiteit wordt versterkt.</al><table><title>Scoretabel 1</title><tgroup cols="4"><colspec colname="C4" colnum="4"/><colspec colname="C3" colnum="3"/><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><thead><row><entry><al> Onderdeel</al></entry><entry><al>Cijfer </al></entry><entry><al>Weging </al></entry><entry><al>Score </al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al>a. de mate waarin kinderen toegang krijgen tot
                                                  de natuur, omvang en diversiteit van de
                                                  groep;</al></entry><entry><al>matig (1), goed (3), uitstekend (4)</al></entry><entry><al>40%</al></entry><entry><al>Cijfer x 0,4 = score 1</al></entry></row><row><entry><al>b. de wijze waarop de kinderen actief worden
                                                  betrokken</al></entry><entry><al>matig (1), goed (3), uitstekend (4)</al></entry><entry><al>10%</al></entry><entry><al>Cijfer x 0,1 = score 2</al></entry></row><row><entry><al>c. de wijze waarop bijgedragen wordt aan
                                                  andere provinciale doelen</al></entry><entry><al>matig (1), goed (3), uitstekend (4)</al></entry><entry><al>10%</al></entry><entry><al>Cijfer x 0,1 = score 3</al></entry></row><row><entry><al>d. de hoogte van de gevraagde subsidie ten
                                                  opzichte van de eigen bijdrage van de aanvrager en
                                                  bijdragen derden</al></entry><entry><al>matig (1), goed (3), uitstekend (4)</al></entry><entry><al>10%</al></entry><entry><al>Cijfer x 0,1 = score 4</al></entry></row><row><entry><al>e. de wijze waarop buurtbewoners worden
                                                  betrokken</al></entry><entry><al>matig (1), goed (3), uitstekend (4)</al></entry><entry><al>10%</al></entry><entry><al>Cijfer x 0,1 = score 5</al></entry></row><row><entry><al>f. de mate waarin de biodiversiteit wordt
                                                  versterkt</al></entry><entry><al>matig (1), goed (3), uitstekend (4)</al></entry><entry><al>20%</al></entry><entry><al>Cijfer x 0,2 = score 6</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al>Totale score = score 1 + score 2 + score 3 +
                                                  score 4 + score 5 + score 6</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57690_0_32_110_249_"> Bij een gelijke score bepaalt
                                    de mate waarin kinderen toegang krijgen tot de natuur de
                                    prioriteitsvolgorde. Mocht dit resulteren in een gelijke score
                                    dan bepaalt de mate waarin de biodiversiteit wordt versterkt de
                                    prioriteitsvolgorde.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.3.7 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H57690_0_32_111_250_">Gedeputeerde Staten kunnen, in
                                    aanvulling op artikel 1.4.1 en artikel 1.4.2 de verplichting
                                    opleggen dat bij realisatie van een natuurspeelplaats
                                    leerervaringen uit voorgaande Cool Nature projecten worden
                                    meegenomen. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subparagraaf 9.29.4 Groen in de stad</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.4.1 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H57690_0_33_112_251_">Gedeputeerde Staten kunnen
                                    subsidie verstrekken voor activiteiten die de kwaliteit en de
                                    belevingswaarde van de natuur in steden en dorpen vergroten.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.4.2 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H57690_0_33_113_252_">In aanvulling op artikel
                                    9.29.1.2 voldoet een aanvraag om subsidie aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57690_0_33_113_253_"> er is sprake van een
                                    bewonersinitiatief. Dit betekent dat het idee voor de pilot of
                                    doorontwikkeling van een pilot vanuit de samenleving komt óf
                                    door of samen met inwoners van Overijssel wordt uitgevoerd;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57690_0_33_113_254_"> ten minste één van de volgende
                                    partijen is betrokken bij de uitvoering van de pilot of
                                    doorontwikkeling van de pilot: de betreffende gemeente, een
                                    lokale stichting, vereniging, bewonersgroep, een onderneming of
                                    eigenaren van de gronden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57690_0_33_113_255_"> indien sprake is van aanleg van
                                    groen dan vindt dit plaats in de openbare ruimte of op een plek
                                    welke vrij toegankelijk is voor de samenleving. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.4.3 Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_33_114_256_"> De subsidie voor een pilot
                                    bedraagt maximaal 85% van de subsidiabele kosten met een maximum
                                    van € 50.000 per aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_33_114_257_"> De subsidie voor de
                                    doorontwikkeling van een pilot bedraagt maximaal 70% van de
                                    subsidiabele kosten met een maximum van € 50.000 per
                                    aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.4.4 Aanvraag voor subsidie </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_33_115_258_"> De aanvrager maakt bij de
                                    aanvraag gebruik van het aanvraagformulier Groen in de
                                    stad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_33_115_259_"> In aanvulling op artikel 1.2.1
                                    tweede lid overlegt de aanvrager tevens een projectplan waarin
                                    tenminste is uitgewerkt: </al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_33_115_259_126_"> een omschrijving
                                            van de pilot of doorontwikkeling van een pilot. Hierbij
                                            wordt in ieder geval onderbouwd waarom sprake is van een
                                            nieuwe activiteit, een nieuwe doelgroep, een nieuwe
                                            werkvorm of een nieuwe verbinding tussen doelen of
                                            doelgroepen;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_33_115_259_127_"> op welke wijze de
                                            betekenis van natuur en landschap voor mensen wordt
                                            vergroot;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57690_0_33_115_259_128_"> op welke wijze de
                                            samenleving wordt betrokken;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57690_0_33_115_259_129_"> of de pilot
                                            onderdelen of uitgangspunten bevat die ook toepasbaar
                                            zijn in toekomstige projecten op het gebied van Natuur
                                            en Samenleving;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57690_0_33_115_259_130_"> op welke
                                            doelgroepen wordt ingezet en hoe deze worden
                                            bereikt;</al></li><li nr="f."><al id="anker-H57690_0_33_115_259_131_"> of sprake is van
                                            bewustwording en het op gang brengen van een
                                            vergroeningsproces van de directe omgeving;</al></li><li nr="g."><al id="anker-H57690_0_33_115_259_132_"> de wijze waarop het
                                            beheer is geregeld;</al></li><li nr="h."><al id="anker-H57690_0_33_115_259_133_"> de wijze waarop
                                            wordt bijgedragen aan andere provinciale doelen. </al></li></lijst><al><noot id="d11e22568"><noot.nr>404</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De provinciale doelen zijn
                                            te vinden in de Programmabegroting die jaarlijks door
                                            Provinciale Staten wordt vastgesteld (zie
                                            http://www.overijssel.nl/). Voorbeelden van provinciale
                                            doelen zijn waterretentie, behoud en versterken
                                            cultureel erfgoed, duurzame ruimtelijke ontwikkeling en
                                            inrichting, biodiversiteit, versterking toerisme en
                                            recreatief medegebruik;]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57690_0_33_115_259_134_"> een begroting en
                                            een dekkingsplan waaruit in ieder geval de hoogte van de
                                            gevraagde subsidie ten opzichte van de eigen bijdrage
                                            van de aanvrager en bijdragen van derden blijkt;</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.4.5. Indieningstermijn aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_33_116_260_"> In afwijking van artikel 1.2.2.
                                    geldt dat een aanvraag voor een subsidie ingediend kan worden
                                    vanaf 1 september 2016 en ontvangen moet zijn uiterlijk op 15
                                    oktober 2016.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_33_116_261_"> Een onvolledige aanvraag voor
                                    subsidie kan na sluitingsdatum alleen volledig worden gemaakt
                                    voor zover het geen inhoudelijke aanvulling of wijziging van de
                                    aanvraag betreft. </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e22597"><noot.nr>405</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het in de beoordeling van
                                            de aanvraag meenemen van informatie die dateert van na
                                            de sluiting van de aanvraagtermijn verdraagt zich niet
                                            met de gelijktijdige onderlinge beoordeling en
                                            rangschikking van de ingediende aanvragen die in het
                                            tendersysteem centraal staat. Uit de aard van het
                                            tendersysteem volgt dat vóór de sluiting van de
                                            aanvraagtermijn alle voor die beoordeling en
                                            rangschikking relevante gegevens moeten zijn overlegd en
                                            dat daarna geen rekening kan worden gehouden met
                                            informatie die neerkomt op een wijziging of aanvulling
                                            van de aanvraag. </noot.al><noot.al>Bij onvolledigheid van de aanvraag na de
                                            sluitingsdatum is er alleen ruimte voor het herstel van
                                            kleinigheden zoals een handtekening, een
                                            bankrekeningnummer, kamer van koophandel gegevens e.d.,
                                            het moet gaan om informatie die niet inhoudelijk
                                            betrekking heeft op de beoordelingscriteria zoals
                                            opgenomen in deze subsidieparagraaf. De tijdige
                                            volledigheid/juistheid van de aanvraag is de
                                            verantwoordelijkheid van de aanvrager. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.4.6. Volgorde van behandeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_33_117_262_"> In afwijking van artikel 1.1.3.
                                    plaatsen Gedeputeerde Staten de subsidieaanvragen in een
                                    prioriteitsvolgorde. Gedeputeerde Staten verstrekken subsidie in
                                    de volgorde van de vastgestelde prioriteit, voor zover het
                                    subsidieplafond dit toelaat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_33_117_263_"> Aanvullend op het eerste lid
                                    geldt voor de subsidieaanvragen dat de prioriteitsvolgorde wordt
                                    bepaald op basis van scoretabel 2. Aan de hand van scoretabel 2
                                    wordt berekend welke totale score het project behaalt voor de
                                    volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_33_117_263_135_"> de wijze waarop de
                                            samenleving wordt betrokken;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_33_117_263_136_"> de wijze waarop
                                            nieuwe doelgroepen worden betrokken;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57690_0_33_117_263_137_"> de wijze waarop de
                                            pilot bijdraagt aan bewustwording en het op gang brengen
                                            van een vergroeningsproces van de directe omgeving;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57690_0_33_117_263_138_"> de wijze waarop de
                                            pilot bijdraagt aan andere provinciale doelen; </al></li></lijst><al><noot id="d11e22635"><noot.nr>406</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De provinciale doelen zijn
                                            te vinden in de Programmabegroting die jaarlijks door
                                            Provinciale Staten wordt vastgesteld (zie
                                            http://www.overijssel.nl/). Voorbeelden van provinciale
                                            doelen zijn waterretentie, behoud en versterken
                                            cultureel erfgoed, duurzame ruimtelijke ontwikkeling en
                                            inrichting, versterking toerisme en recreatief
                                            medegebruik. ]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="e."><al id="anker-H57690_0_33_117_263_139_"> hoe het beheer voor
                                            langere termijn is geregeld;</al></li><li nr="f."><al id="anker-H57690_0_33_117_263_140_"> de mate waarin
                                            bijgedragen wordt aan versterking van de
                                            biodiversiteit.</al><table><title>Scoretabel 2</title><tgroup cols="4"><colspec colname="C4" colnum="4"/><colspec colname="C3" colnum="3"/><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><thead><row><entry><al>Onderdeel </al></entry><entry><al>Cijfer </al></entry><entry><al>Weging </al></entry><entry><al>Score </al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al>a. de wijze waarop de samenleving wordt
                                                  betrokken</al></entry><entry><al>matig (1), goed (3), uitstekend (4)</al></entry><entry><al>20%</al></entry><entry><al>Cijfer x 0,2 = score 1</al></entry></row><row><entry><al>b. de wijze waarop nieuwe doelgroepen worden
                                                  bereikt</al></entry><entry><al>matig (1), goed (3), uitstekend (4)</al></entry><entry><al>10%</al></entry><entry><al>Cijfer x 0,1 = score 2</al></entry></row><row><entry><al>c. de wijze waarop de pilot bijdraagt aan
                                                  bewustwording en het op gang brengen van een
                                                  vergroeningsproces in de buurt</al></entry><entry><al>matig (1), goed (3), uitstekend (4)</al></entry><entry><al>40%</al></entry><entry><al>Cijfer x 0,4 = score 3</al></entry></row><row><entry><al>d. de wijze waarop de pilot bijdraagt aan
                                                  andere doelen van de provincie</al></entry><entry><al>matig (1), goed (3), uitstekend (4)</al></entry><entry><al>10%</al></entry><entry><al>Cijfer x 0,1 = score 4</al></entry></row><row><entry><al>e. de mate waarin beheer voor langere termijn
                                                  is geregeld</al></entry><entry><al>matig (1), goed (3), uitstekend (4)</al></entry><entry><al>10%</al></entry><entry><al>Cijfer x 0,1 = score 5</al></entry></row><row><entry><al>f. de mate waarin de biodiversiteit wordt
                                                  versterkt</al></entry><entry><al> matig (1), goed (3), uitstekend (4)</al></entry><entry><al>10%</al></entry><entry><al>Cijfer x 0,1 = score 6</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al>Totale score = score 1 + score 2 + score 3 +
                                                  score 4 + score 5 + score 6</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57690_0_33_117_264_"> Bij een gelijke score bepaalt
                                    de mate waarin het beheer is geregeld de prioriteitsvolgorde.
                                    Mocht dit resulteren in een gelijke score dan bepaalt de mate
                                    waarin het proces bijdraagt aan de bewustwording en het op gang
                                    brengen van een vergroeningsproces van de directe omgeving de
                                    prioriteitsvolgorde.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subparagraaf 9.29.5 Zorg en groen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.5.1 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H57690_0_34_118_265_">Gedeputeerde Staten kunnen
                                    subsidie verstrekken voor activiteiten die bijdragen aan de
                                    positieve werking van groen op cliënten in de zorg. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.5.2 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H57690_0_34_119_266_">In aanvulling op artikel
                                    9.29.1.2 is een zorginstelling actief betrokken bij de
                                    uitvoering. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.5.3 Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_34_120_267_"> De subsidie voor een pilot
                                    bedraagt maximaal 85% van de subsidiabele kosten met een maximum
                                    van €75.000,- per aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_34_120_268_"> De subsidie voor een
                                    doorontwikkeling van een pilot bedraagt maximaal 70% van de
                                    subsidiabele kosten met een maximale subsidie van €75.000,- per
                                    aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.5.4 Aanvraag voor subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_34_121_269_"> De aanvrager maakt bij de
                                    aanvraag gebruik van het aanvraagformulier Zorg en groen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_34_121_270_"> In aanvulling op artikel 1.2.1
                                    tweede lid overlegt de aanvrager tevens een projectplan waarin
                                    tenminste is uitgewerkt: </al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_34_121_270_141_"> een omschrijving
                                            van de pilot of doorontwikkeling van een pilot. Hierbij
                                            wordt in ieder geval onderbouwd waarom sprake is van een
                                            nieuwe activiteit, een nieuwe doelgroep, een nieuwe
                                            werkvorm of een nieuwe verbinding tussen doelen of
                                            doelgroepen;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_34_121_270_142_"> de wijze waarop de
                                            betekenis van natuur en landschap voor mensen wordt
                                            vergroot;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57690_0_34_121_270_143_"> omschrijving van de
                                            innovatie; </al></li><li nr="d."><al id="anker-H57690_0_34_121_270_144_"> omvang en aard van
                                            de groep cliënten die bereikt wordt in in relatie tot de
                                            context; </al></li><li nr="e."><al id="anker-H57690_0_34_121_270_145_"> de mate waarin de
                                            cliënten toegang hebben tot de natuur;</al></li><li nr="f."><al id="anker-H57690_0_34_121_270_146_"> de wijze waarop de
                                            pilot bijdraagt aan andere provinciale doelen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57690_0_34_121_271_"><noot id="d11e22837"><noot.nr>407</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De provinciale doelen zijn
                                            te vinden in de Programmabegroting die jaarlijks door
                                            Provinciale Staten wordt vastgesteld (zie
                                            http://www.overijssel.nl/). Voorbeelden van provinciale
                                            doelen zijn waterretentie, behoud en versterken
                                            cultureel erfgoed, duurzame ruimtelijke ontwikkeling en
                                            inrichting, versterking toerisme en recreatief
                                            medegebruik. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.5.5. Indieningstermijn aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_34_122_272_"> In afwijking van artikel 1.2.2.
                                    geldt dat een aanvraag voor een subsidie ingediend kan worden
                                    vanaf 1 september 2016 en ontvangen moet zijn uiterlijk op 15
                                    oktober 2016.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_34_122_273_"> Een onvolledige aanvraag voor
                                    subsidie kan na sluitingsdatum alleen volledig worden gemaakt
                                    voor zover het geen inhoudelijke aanvulling of wijziging van de
                                    aanvraag betreft. </al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H57690_0_34_122_274_"><noot id="d11e22862"><noot.nr>408</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het in de beoordeling van
                                            de aanvraag meenemen van informatie die dateert van na
                                            de sluiting van de aanvraagtermijn verdraagt zich niet
                                            met de gelijktijdige onderlinge beoordeling en
                                            rangschikking van de ingediende aanvragen die in het
                                            tendersysteem centraal staat. Uit de aard van het
                                            tendersysteem volgt dat vóór de sluiting van de
                                            aanvraagtermijn alle voor die beoordeling en
                                            rangschikking relevante gegevens moeten zijn overlegd en
                                            dat daarna geen rekening kan worden gehouden met
                                            informatie die neerkomt op een wijziging of aanvulling
                                            van de aanvraag. </noot.al><noot.al>Bij onvolledigheid van de aanvraag na de
                                            sluitingsdatum is er alleen ruimte voor het herstel van
                                            kleinigheden zoals een handtekening, een
                                            bankrekeningnummer, kamer van koophandel gegevens e.d.,
                                            het moet gaan om informatie die niet inhoudelijk
                                            betrekking heeft op de beoordelingscriteria zoals
                                            opgenomen in deze subsidieparagraaf. De tijdige
                                            volledigheid/juistheid van de aanvraag is de
                                            verantwoordelijkheid van de aanvrager. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.5.6. Volgorde van behandeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_34_123_275_"> In afwijking van artikel 1.1.3.
                                    plaatsen Gedeputeerde Staten de subsidieaanvragen in een
                                    prioriteitsvolgorde. Gedeputeerde Staten verstrekken subsidie in
                                    de volgorde van de vastgestelde prioriteit, voor zover het
                                    subsidieplafond dit toelaat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_34_123_276_"> Aanvullend op het eerste lid
                                    geldt voor de subsidieaanvragen dat de prioriteitsvolgorde wordt
                                    bepaald op basis van scoretabel 3. Aan de hand van scoretabel 3
                                    wordt berekend welke totale score het project behaalt voor de
                                    volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_34_123_276_147_"> mate van het
                                            innovatieve karakter van de activiteit/project;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_34_123_276_148_"> de hoogte van de
                                            gevraagde subsidie ten opzichte van de eigen bijdrage
                                            van de aanvrager en bijdragen van derden; </al></li><li nr="c."><al id="anker-H57690_0_34_123_276_149_"> de mate waarin de
                                            cliënten in contact gebracht worden met de natuur;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57690_0_34_123_276_150_"> de mate van
                                            navolgbaarheid van de activiteit;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57690_0_34_123_276_151_"> de mate waarin de
                                            biodiversiteit wordt versterkt.</al><table><title>Scoretabel 3</title><tgroup cols="4"><colspec colname="C4" colnum="4"/><colspec colname="C3" colnum="3"/><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><thead><row><entry><al>Onderdeel </al></entry><entry><al>Cijfer </al></entry><entry><al>Weging </al></entry><entry><al>Score </al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al>a. mater van het innovatieve karakter van de
                                                  activiteit/project</al></entry><entry><al>matig (1), goed (3), uitstekend (4)</al></entry><entry><al>20%</al></entry><entry><al>Cijfer x 0,2 = score 1</al></entry></row><row><entry><al>b. de hoogte van de gevraagde subsidie ten
                                                  opzichte van de eigen bijdrage van de aanvrager en
                                                  bijdragen van derden</al></entry><entry><al>matig (1), goed (3), uitstekend (4)</al></entry><entry><al>20%</al></entry><entry><al>Cijfer x 0,2 = score 2</al></entry></row><row><entry><al>c. de mate waarin de cliënten in contact
                                                  gebracht worden met de natuur (aantal en
                                                  diversiteit)</al></entry><entry><al>matig (1), goed (3), uitstekend (4)</al></entry><entry><al>40%</al></entry><entry><al>Cijfer x 0,4 = score 3</al></entry></row><row><entry><al>d. de mate van navolgbaarheid van de
                                                  activiteit</al></entry><entry><al>matig (1), goed (3), uitstekend (4)</al></entry><entry><al>10%</al></entry><entry><al>Cijfer x 0,1 = score 4</al></entry></row><row><entry><al>e. de mate waarin biodiversiteit wordt
                                                  versterkt</al></entry><entry><al>matig (1), goed (3), uitstekend (4)</al></entry><entry><al>10%</al></entry><entry><al>Cijfer x 0,1 = score 5</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al> Totale score = score 1 + score 2 + score 3 +
                                                  score 4 + score 5</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57690_0_34_123_277_"> Bij een gelijke score bepaalt
                                    de bijdrage aan andere provinciale doelen de
                                    prioriteitsvolgorde. Mocht dit resulteren in een gelijke score
                                    dan bepaalt de mate van innovatie de prioriteitsvolgorde.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Subparagraaf 9.29.6 Werken in het groen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.6.1 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor activiteiten
                                die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt activeren en waar
                                mogelijk kennis laten maken met werken in de groene sector.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.6.2 Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_35_125_278_"> De subsidie voor een pilot
                                    bedraagt maximaal 85% van de subsidiabele kosten met een maximum
                                    van €75.000,- per aanvraag. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_35_125_279_"> De subsidie voor de
                                    doorontwikkeling van een pilot bedraagt 70% met een maximum van
                                    € 75.000 per aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.6.3 Aanvraag voor subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_35_126_280_"> De aanvrager maakt bij de
                                    aanvraag gebruik van het aanvraagformulier Werken in het
                                    groen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_35_126_281_"> In aanvulling op artikel 1.2.1
                                    tweede lid overlegt de aanvrager tevens een projectplan waarin
                                    tenminste is uitgewerkt:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_35_126_281_152_"> een omschrijving
                                            van de pilot of doorontwikkeling van een pilot. Hierbij
                                            wordt in ieder geval onderbouwd waarom sprake is van een
                                            nieuwe activiteit, een nieuwe doelgroep, een nieuwe
                                            werkvorm of een nieuwe verbinding tussen doelen of
                                            doelgroepen;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_35_126_281_153_"> op welke wijze de
                                            betekenis van natuur en landschap voor mensen wordt
                                            vergroot;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57690_0_35_126_281_154_"> omschrijving van de
                                            innovatie;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57690_0_35_126_281_155_"> aantal en soort
                                            werknemers dat bereikt wordt in relatie tot de
                                            context;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H57690_0_35_126_281_156_"> de wijze waarop
                                            wordt bijgedragen aan andere provinciale doelen. </al></li></lijst><al><noot id="d11e23061"><noot.nr>409</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De provinciale doelen zijn
                                            te vinden in de Programmabegroting die jaarlijks door
                                            Provinciale Staten wordt vastgesteld (zie
                                            http://www.overijssel.nl/). Voorbeelden van provinciale
                                            doelen zijn waterretentie, behoud en versterken
                                            cultureel erfgoed, duurzame ruimtelijke ontwikkeling en
                                            inrichting, biodiversiteit, versterking toerisme en
                                            recreatief medegebruik. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.6.4. Indieningstermijn aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_35_127_282_"> In afwijking van artikel 1.2.2.
                                    geldt dat een aanvraag voor een subsidie ingediend kan worden
                                    vanaf 1 september 2016 en ontvangen moet zijn uiterlijk op 15
                                    oktober 2016.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_35_127_283_"> Een onvolledige aanvraag voor
                                    subsidie kan na sluitingsdatum alleen volledig worden gemaakt
                                    voor zover het geen inhoudelijke aanvulling of wijziging van de
                                    aanvraag betreft. </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e23086"><noot.nr>410</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het in de beoordeling van
                                            de aanvraag meenemen van informatie die dateert van na
                                            de sluiting van de aanvraagtermijn verdraagt zich niet
                                            met de gelijktijdige onderlinge beoordeling en
                                            rangschikking van de ingediende aanvragen die in het
                                            tendersysteem centraal staat. Uit de aard van het
                                            tendersysteem volgt dat vóór de sluiting van de
                                            aanvraagtermijn alle voor die beoordeling en
                                            rangschikking relevante gegevens moeten zijn overlegd en
                                            dat daarna geen rekening kan worden gehouden met
                                            informatie die neerkomt op een wijziging of aanvulling
                                            van de aanvraag. </noot.al><noot.al>Bij onvolledigheid van de aanvraag na de
                                            sluitingsdatum is er alleen ruimte voor het herstel van
                                            kleinigheden zoals een handtekening, een
                                            bankrekeningnummer, kamer van koophandel gegevens e.d.,
                                            het moet gaan om informatie die niet inhoudelijk
                                            betrekking heeft op de beoordelingscriteria zoals
                                            opgenomen in deze subsidieparagraaf. De tijdige
                                            volledigheid/juistheid van de aanvraag is de
                                            verantwoordelijkheid van de aanvrager. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.29.6.5. Volgorde van behandeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57690_0_35_128_284_"> In afwijking van artikel 1.1.3.
                                    plaatsen Gedeputeerde Staten de subsidieaanvragen in een
                                    prioriteitsvolgorde. Gedeputeerde Staten verstrekken subsidie in
                                    de volgorde van de vastgestelde prioriteit, voor zover het
                                    subsidieplafond dit toelaat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57690_0_35_128_285_"> Aanvullend op het eerste lid
                                    geldt voor de subsidieaanvragen dat de prioriteitsvolgorde wordt
                                    bepaald op basis van scoretabel 4. Aan de hand van scoretabel 4
                                    wordt berekend welke totale score het project behaalt voor de
                                    volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57690_0_35_128_285_157_"> de mate waarin
                                            mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt worden
                                            bereikt;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57690_0_35_128_285_158_"> de mate van het
                                            innovatieve karakter van de activiteit;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57690_0_35_128_285_159_"> de wijze waarop de
                                            betekenis van natuur wordt vergroot;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57690_0_35_128_285_160_"> de mate waarin
                                            wordt bijgedragen aan andere provinciale doelen;</al></li></lijst><al><noot id="d11e23124"><noot.nr>411</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De provinciale doelen zijn
                                            te vinden in de Programmabegroting die jaarlijks door
                                            Provinciale Staten wordt vastgesteld (zie
                                            http://www.overijssel.nl/). Voorbeelden van provinciale
                                            doelen zijn waterretentie, behoud en versterken
                                            cultureel erfgoed, duurzame ruimtelijke ontwikkeling en
                                            inrichting, biodiversiteit, versterking toerisme en
                                            recreatief medegebruik. ]</noot.al></noot></al><lijst><li nr="e."><al id="anker-H57690_0_35_128_285_161_"> de hoogte van de
                                            gevraagde subsidie ten opzichte van de eigen bijdrage
                                            van de aanvrager en bijdragen van derden;</al></li><li nr="f."><al id="anker-H57690_0_35_128_285_162_"> de mate waarin de
                                            biodiversiteit wordt versterkt.</al><table><title>Scoretabel 4</title><tgroup cols="4"><colspec colname="C4" colnum="4"/><colspec colname="C3" colnum="3"/><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><thead><row><entry><al> Onderdeel</al></entry><entry><al>Cijfer </al></entry><entry><al>Weging </al></entry><entry><al>Score </al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al>a. mate waarin mensen met een afstand tot de
                                                  arbeidsmarkt worden bereikt</al></entry><entry><al>matig (1), goed (3), uitstekend (4)</al></entry><entry><al>20%</al></entry><entry><al>Cijfer x 0,2 = score 1</al></entry></row><row><entry><al>b. mate van het innovatieve karakter van de
                                                  activiteit/project</al></entry><entry><al>matig (1), goed (3), uitstekend (4)</al></entry><entry><al>10%</al></entry><entry><al>Cijfer x 0,1 = score 2</al></entry></row><row><entry><al>c. mate waarin de betekenis van natuur wordt
                                                  vergroot</al></entry><entry><al>matig (1), goed (3), uitstekend (4)</al></entry><entry><al>30%</al></entry><entry><al>Cijfer x 0,3 = score 3</al></entry></row><row><entry><al>d. de wijze waarop bijgedragen wordt aan
                                                  andere provinciale doelen</al></entry><entry><al>matig (1), goed (3), uitstekend (4)</al></entry><entry><al>10%</al></entry><entry><al>Cijfer x 0,1 = score 4</al></entry></row><row><entry><al>e. de hoogte van de gevraagde subsidie ten
                                                  opzichte van de eigen bijdrage van de aanvrager en
                                                  bijdragen van derden</al></entry><entry><al>matig (1), goed (3), uitstekend (4)</al></entry><entry><al>10%</al></entry><entry><al>Cijfer x 0,1 = score 5</al></entry></row><row><entry><al>f. de mate waarin de biodiversiteit wordt
                                                  versterkt</al></entry><entry><al>matig (1), goed (3), uitstekend (4)</al></entry><entry><al>20%</al></entry><entry><al>Cijfer x 0,2 = score 6</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al>Totale score = score 1 + score 2 + score 3 +
                                                  score 4 + score 5 + score 6</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57690_0_35_128_286_"> Bij een gelijke score bepaalt
                                    mate van innovatie de prioriteitsvolgorde. Mocht dit resulteren
                                    in een gelijke score dan bepaalt de mate waarin mensen met een
                                    afstand tot de arbeidsmarkt worden bereikt de
                                    prioriteitsvolgorde. </al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 10 Bijzondere bepalingen Onderwijs</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 10.1 Onderwijs en arbeidsmarkt</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10.1.1. Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57691_0_1_1_1_"> arbeidsmarktpartijen: overheden,
                                    ondernemers, sociale partners en instellingen voor
                                    beroepsonderwijs;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57691_0_1_1_2_"> RPA: Regionaal Platform
                                    Arbeidsmarkt;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57691_0_1_1_3_"> POWI: Platform Onderwijs Werk en
                                    Inkomen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57691_0_1_1_4_"> RPA-regio's:: de 3 regio's in
                                    Overijssel waarbinnen samenwerking op het gebied van
                                    arbeidsmarktbeleid vorm krijgt. Het betreft het POWI-Twente ;
                                    RPA IJssel-Vecht en RPA Stedendriehoek;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57691_0_1_1_5_"> regionale actieplannen: documenten
                                    waarin partijen die binnen het RPA of POWI samenwerken, de
                                    arbeidsmarktactiviteiten en projecten benoemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10.1.2. Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor
                                    activiteiten die:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57691_0_1_2_6_"> bijdragen aan de oplossing van
                                    regionale arbeidsmarktknelpunten</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57691_0_1_2_7_"> de samenwerking tussen
                                    arbeidsmarktpartijen bevorderen.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57691_0_1_2_8_"> de aansluiting tussen arbeidsmarkt
                                    en onderwijs verbeteren.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57691_0_1_2_9_"> de transparantie van de (regionale)
                                    arbeidsmarkt bevorderen</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10.1.3. Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor activiteiten bedoeld in artikel 10.1.2 moet
                                    voldoen aan de volgende criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57691_0_1_3_10_"> Aanvragen dienen te passen in
                                    regionale actieplannen op het gebied van economie,
                                    arbeidsmarktbeleid en de aansluiting
                                    onderwijs-arbeidsmarkt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57691_0_1_3_11_"> de activiteit wordt
                                    bovengemeentelijk/regionaal in samenwerking gerealiseerd;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57691_0_1_3_12_"> de activiteit is gericht op het
                                    bevorderen van een betere aansluiting tussen vraag en aanbod van
                                    arbeid, waarbij de vraag vanuit de markt leidend is;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57691_0_1_3_13_"> de activiteit is gericht op het
                                    verhogen van de arbeidsparticipatie, waarbij speciale aandacht
                                    voor kwetsbare groepen op de regionale arbeidsmarkt;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57691_0_1_3_14_"> de activiteit is
                                    voorwaardenscheppend;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57691_0_1_3_15_"> er moet sprake zijn van
                                    cofinanciering door tenminste één andere partij dan de
                                    aanvrager;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57691_0_1_3_16_"> aanvragen moeten schriftelijk
                                    ondersteund worden door een of meer regionale
                                    samenwerkingsverbanden arbeidsmarkt en/of economie.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10.1.4. Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie als bedoeld in artikel 10.1.2 bedraagt maximaal 50% van
                                de subsidiabele kosten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10.1.5. Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.1.6 zijn de volgende kosten niet
                                    subsidiabel:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57691_0_1_5_17_"> interne kosten;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57691_0_1_5_18_"> verrekenbare heffingen, belastingen
                                    of lasten;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57691_0_1_5_19_"> rente-, bank-, financierings- en
                                    gerechtskosten, geldboetes en sanctiekosten;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57691_0_1_5_20_"> afschrijvingskosten;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57691_0_1_5_21_"> winstoplagen bij transacties binnen
                                    een groep van ondernemingen;</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10.1.6. Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10.1.7. Indieningstermijn aanvraag</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.2.2 eerste lid wordt een aanvraag voor
                                een nader door Gedeputeerde Staten te bepalen datum ingediend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10.1.8. Volgorde van behandeling</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten plaatsen de subsidieaanvragen die voor een
                                bepaalde datum ex artikel 10.1.7 zijn ingediend en die voldoen aan
                                de in artikel 10.1.3 genoemde criteria, in een prioriteitsvolgorde.
                                Gedeputeerde Staten verstrekken de subsidie in volgorde van de
                                vastgestelde prioriteit, voor zover het subsidieplafond dit toelaat.
                                Daarbij streven Gedeputeerde Staten naar een evenwichtige verdeling
                                van de subsidietoekenning over de regio's IJssel-Vecht, Twente en
                                Stedendriehoek waarbij het aandeel in de beroepsbevolking van de
                                Provincie een belangrijk criterium is.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10.1.9. Adviescommissie</titel></kop><al>Een aanvraag voor subsidie wordt om advies en prioriteitsstelling
                                voorgelegd aan de regionale samenwerkingsverbanden economie en
                                arbeidsmarktbeleid.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 11 Bijzondere bepalingen Werk en loopbaan</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 11.1 Kwetsbare jongeren en arbeidsmarkt</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 11.2 Internationale handelsmissies</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 11.3 Human Capital 2012-2015</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 11.4 Ondersteuning startende ondernemers</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e23462"><noot.nr>412</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In het Uitvoeringsprogramma
                                        Human Capital 2012-2015 stelt de provincie zich ten doel een
                                        stevige structuur voor starters- en ondernemersondersteuning
                                        te realiseren. Het programma IkStartSmart is met een jaar
                                        verlengd. Inmiddels is de 1000e deelnemer ingestroomd in het
                                        programma dat startende ondernemers begeleidt. Op basis van
                                        een tweetal bijeenkomsten met Overijsselse gemeenten zijn
                                        afspraken gemaakt over de eerstelijns
                                        ondersteuningsstructuur door gemeenten via al bestaande
                                        infrastructuur van 6 regionale Ondernemershubs/huizen in
                                        Overijssel. Hubs zijn gedefinieerd als punten/locaties waar
                                        goede fysieke en netwerkfaciliteiten voor startende
                                        ondernemers aanwezig zijn zoals in de gemeenten Hardenberg,
                                        Steenwijkerland, Deventer, Zwolle, Enschede en
                                        Rijssen-Holten. </noot.al><noot.al>Deze aanpak sluit aan op de in de brief van
                                        Gedeputeerde Staten beschreven versterkte regionale
                                        samenwerking voor startersondersteuning waarin wordt
                                        aangegeven dat regionale samenwerking beter en sterker kan.
                                        De verdere inbedding van de ondersteuningsstructuur via de
                                        Ondernemershubs/huizen in Overijssel zal worden meegenomen
                                        in de toekomstige MKB- en ondernemerschapsagenda 2016-2019.
                                        ]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 11.4.1 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor eerstelijns
                                activiteiten gericht op netwerkvorming, kennisdeling en
                                informatievoorziening ter ondersteuning van startende
                                ondernemers.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11.4.2 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie voldoet aan de volgende criteria:
                                </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57692_0_4_2_1_"> de aanvrager is de gemeente
                                    Hardenberg, Steenwijkerland, Deventer, Zwolle, Enschede of
                                    Rijssen-Holten;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57692_0_4_2_2_"> het betreft activiteiten over de
                                    eigen gemeentegrens heen waar startende ondernemers uit de
                                    aanpalende gemeenten ook aan deel kunnen nemen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57692_0_4_2_3_"> er is sprake van samenwerking met
                                    semi-marktpartijen zoals ondernemershuizen of lokale en
                                    regionale ondernemingsnetwerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11.4.3 Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt een forfaitair vastgesteld tarief van € 13.000
                                per gemeente.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11.4.4 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 11.5 Leren van elkaar kringen (ZP-ers)</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e23519"><noot.nr>413</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Gedeputeerde Staten willen de
                                        professionalisering van ZP-ers ondersteunen door subsidie te
                                        verstrekken voor het faciliteren van ‘Leren van elkaar
                                        kringen'. Een Leren van elkaar kring bestaat uit minimaal
                                        vijf en maximaal tien ZP-ers, die hun ondernemerskwaliteiten
                                        en -vaardigheden willen versterken door van elkaar te leren,
                                        onder professionele begeleiding. Het kan gaan om
                                        bijvoorbeeld het verbeteren van vakkennis, vermogen om samen
                                        te werken, commercieel inzicht, kennis van de markt en
                                        financieel inzicht. Maar ook om vaardigheden zoals
                                        verkoopvaardigheden, marketingvaardigheden en sociale
                                        vaardigheden om nieuwe netwerken aan te boren.]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 11.5.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57692_0_5_5_4_"> Leren van elkaar kring: minimaal
                                    vijf en maximaal tien ZP-ers, die hun ondernemerskwaliteiten en
                                    -vaardigheden willen versterken door van elkaar te leren, onder
                                    professionele begeleiding;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57692_0_5_5_5_"> ondernemer: een natuurlijke of
                                    rechtspersoon die tegen betaling een product of dienst op de
                                    markt brengt, ongeacht de rechtsvorm of de wijze van
                                    financiering;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57692_0_5_5_6_"> ZP-er: bij de Kamer van Koophandel
                                    ingeschreven zelfstandige ondernemer met maximaal één medewerker
                                    in dienst. </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e23553"><noot.nr>414</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Ook een freelancer of een
                                            eenmanszaak valt onder de definitie van een ZP-er.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11.5.2 Subsidiabele activiteiten </titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor de
                                professionele begeleiding van een Leren van elkaar kring. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11.5.3 Criteria </titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie voldoet aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57692_0_5_7_7_"> de aanvrager is een deelnemende
                                    ZP-er die de aanvraag indient voor de betreffende Leren van
                                    elkaar kring; </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e23583"><noot.nr>415</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De aanvrager is tevens de
                                            subsidieontvanger en verantwoordelijk voor de
                                            subsidie.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57692_0_5_7_8_"> de Leren van elkaar kring bestaat
                                    uit ZP-ers die fysiek gevestigd zijn in Overijssel;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57692_0_5_7_9_"> er is sprake van professionele
                                    begeleiding door een onafhankelijke deskundige, niet zijnde een
                                    van de deelnemende ZP-ers van de Leren van elkaar kring;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e23604"><noot.nr>416</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Een van de deelnemende
                                            ZP-ers kan, ondanks dat die misschien wel de
                                            professionele deskundigheid heeft, niet de begeleiding
                                            van de betreffende Leren van elkaar kring op zich nemen,
                                            omdat deze als deelnemer niet wordt aangemerkt als
                                            ‘onafhankelijke' als bedoeld in artikel 1.1.5 vierde lid
                                            . ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57692_0_5_7_10_"> een ZP-er kan per kalenderjaar 1
                                    keer deelnemen aan een Leren van elkaar kring welke
                                    gesubsidieerd is op grond van deze subsidieparagraaf;</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11.5.4 Subsidiabele kosten </titel></kop><al>Uitsluitend de kosten van de professionele begeleider zijn conform
                                artikel 1.1.5 vierde lid subsidiabel.</al><al><noot id="d11e23624"><noot.nr>417</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Kosten van deelnemende
                                        ondernemers zijn niet subsidiabel. Dit betekent dat inzet
                                        van eigen uren en middelen voor eigen rekening zijn.
                                        ]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11.5.5 Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten met een
                                maximum van € 5.000 per aanvraag en per Leren van elkaar kring. </al><al><noot id="d11e23639"><noot.nr>418</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Uit het dekkingsplan moet
                                        blijken dat 25% van de kosten van de begeleiding is gedekt,
                                        door bijvoorbeeld de deelnemers of andere financiers. Per
                                        Leren van elkaar kring bedraagt de subsidie maximaal €
                                        5.000. Een Leren van elkaar kring kan maximaal een keer per
                                        jaar subsidie aanvragen. ]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11.5.6 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11.5.7 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot
                                    subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57692_0_5_11_11_"> De aanvrager maakt bij de aanvraag
                                    gebruik van het Aanvraagformulier Leren van elkaar kringen
                                    (ZP-ers).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57692_0_5_11_12_"> In aanvulling op artikel 1.2.1
                                    tweede lid overlegt de aanvrager bij zijn aanvraag voor subsidie
                                    tevens:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57692_0_5_11_12_1_"> een getekende offerte,
                                            met een omschrijving van de vorm en inhoud van de Leren
                                            van elkaar kring voorzien van:</al></li><li nr="i."><al id="anker-H57692_0_5_11_12_2_"> datum en naam van de
                                            professionele begeleider;</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57692_0_5_11_12_3_"> de geplande data voor de
                                            uitvoering en een onderbouwing van de totale
                                            kosten;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57692_0_5_11_12_4_"> een overzicht van de
                                            deelnemende ZP-ers, onder vermelding van het Kvk-nummer,
                                            naam adres en woonplaats en de sector waarin de ZP-er
                                            werkzaam is, voorzien van een handtekening van de
                                            deelnemende ZP-ers. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11.5.8 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op de artikelen 1.4.1 en 1.4.2 is de
                                    subsidieontvanger verplicht:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57692_0_5_12_13_"> de subsidiabele activiteit te
                                    hebben uitgevoerd binnen 12 maanden na verlening van de
                                    subsidie;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57692_0_5_12_14_"> deel te nemen aan een evaluatie
                                    onderzoek van de provincie.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11.5.9 Weigeringsgrond</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten weigeren de subsidie indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57692_0_5_13_15_"> de te verlenen subsidie minder dan
                                    € 2.500 bedraagt; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57692_0_5_13_16_"> de Leren van elkaar kring in het
                                    betreffende kalenderjaar al subsidie heeft ontvangen op grond
                                    van deze subsidieparagraaf.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 11.6 Ondernemend noaberschap</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e23722"><noot.nr>419</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Gedeputeerde Staten willen
                                        ondernemersverenigingen en samenwerkende brancheverenigingen
                                        in Overijssel stimuleren om plannen te maken en uit te
                                        voeren om businessontwikkeling van hun leden in Overijssel
                                        te versterken. Op basis van deze subsidieregeling kunnen
                                        ondernemersverenigingen en samenwerkende brancheverenigingen
                                        in Overijssel subsidie ontvangen voor samenwerkings- en
                                        kennisuitwisselingsactiviteiten die bijdragen aan de
                                        businessontwikkeling van aaneengesloten ondernemingen.
                                        ]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 11.6.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_14_17_"> branchevereniging: een vereniging
                                    van ondernemers met eenzelfde soort bedrijf, die zich verenigd
                                    hebben om collectieve belangen of deelbelangen van groepen leden
                                    of individuele belangen van leden te behartigen; </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e23746"><noot.nr>420</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Activiteiten die
                                            brancheverenigingen uitvoeren zijn onder andere:
                                            lobbyactiviteiten, cao-onderhandelingen voeren,
                                            innovatieprojecten opzetten, juridisch advies geven,
                                            bijeenkomsten organiseren of collectieve inkoop regelen.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_14_18_"> businessontwikkeling: het
                                    ontwikkelen en implementeren van groeimogelijkheden en het
                                    creëren van langetermijnwaarde voor ondernemingen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_14_19_"> onderneming: een natuurlijke of
                                    rechtspersoon die tegen betaling een product of dienst op de
                                    markt brengt, ongeacht de rechtsvorm of de wijze van
                                    financiering;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_14_20_"> ondernemersvereniging: een
                                    vereniging van ondernemers met één of meerdere raakvlakken die
                                    zich verenigd hebben om op te komen voor hun gezamenlijke
                                    belangen; </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e23772"><noot.nr>421</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Een ondernemersvereniging
                                            kan bestaan uit ondernemers uit verschillende sectoren.
                                            Zij worden ook wel bedrijfskringen, ondernemerskringen,
                                            netwerkverenigingen, bedrijfsverenigingen,
                                            businessclubs, commerciële clubs of
                                            winkeliersverenigingen genoemd. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_14_21_"> netwerkvorming: het samenbrengen
                                    van gelijkgestemden rond een ambitie of thema, inclusief het
                                    leggen van contacten en relaties tussen betrokken ondernemingen
                                    of organisaties. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11.6.2 Subsidiabele activiteiten </titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor samenwerkings-
                                en kennisuitwisselingsactiviteiten tussen ondernemingen met als doel
                                businessontwikkeling van aaneengesloten leden te stimuleren. </al><al><noot id="d11e23792"><noot.nr>422</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Voorbeelden van activiteiten
                                        zijn werksessies, studiekringen, excursies of
                                        uitwisselingsprogramma's.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11.6.3 Criteria </titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie voldoet aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_16_22_"> de aanvrager is een ondernemers-
                                    of branchevereniging;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e23816"><noot.nr>423</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De subsidie wordt
                                            verstrekt aan een ondernemers- of een branchevereniging.
                                            Het is ook mogelijk dat verenigingen samenwerken en
                                            gezamenlijk een aanvraag indienen. In dat geval wordt
                                            een aanvraag door één van de verenigingen ingediend. De
                                            aanvragende vereniging is dan verantwoordelijk voor de
                                            uitvoering van de activiteiten en de verantwoording van
                                            de subsidie. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_16_23_"> de ondernemers- of
                                    branchevereniging is ingeschreven bij de Kamer van
                                    Koophandel;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_16_24_"> de ondernemers- of
                                    branchevereniging hebben gezamenlijk ten minste 75 aangesloten
                                    ondernemers met een vestiging in Overijssel; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_16_25_"> indien de aanvrager een
                                    branchevereniging is dan is sprake van:</al><lijst><li nr="i."><al id="anker-H57692_0_6_16_25_5_"> samenwerking met ten
                                            minste één ondernemersvereniging; of</al></li><li nr="ii."><al id="anker-H57692_0_6_16_25_6_"> samenwerking met ten
                                            minste twee brancheverenigingen vanuit verschillende
                                            sectoren;</al></li></lijst><al><noot id="d11e23847"><noot.nr>424</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Om kruisbestuiving tussen
                                            verschillende sectoren te bevorderen moet sprake zijn
                                            van samenwerking.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_16_26_"> ten minste 80% van de activiteiten
                                    zijn ten behoeven van ondernemingen met een vestiging in
                                    Overijssel;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_16_27_"> de activiteiten moeten bijdragen
                                    aan businessontwikkeling;</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e23868"><noot.nr>425</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De activiteit moet
                                            bijdragen aan de ontwikkeling en implementatie van
                                            groeimogelijkheden en het creëren van langetermijnwaarde
                                            voor ondernemingen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_16_28_"> de activiteiten zijn gericht op
                                    samenwerking en netwerkvorming.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11.6.4 Subsidiabele kosten </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_17_29_"> Uitsluitend kosten van derden
                                    zoals bedoeld in artikel 1.1.5 vierde lid zijn subsidiabel.
                                </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e23893"><noot.nr>426</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De ondernemersvereniging
                                            of branchevereniging maakt kosten om de activiteiten uit
                                            te kunnen voeren. Het kan dan gaan om het inhuren van
                                            een adviseur of kosten zoals zaalhuur. Alleen de kosten
                                            van derden zijn subsidiabel. Uit artikel 1.1.5 vierde
                                            lid blijkt onder andere dat het dan gaat om kosten van
                                            onafhankelijke derden, die op factuur aantoonbaar worden
                                            gemaakt en betaald.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_17_30_"> In afwijking van artikel 1.1.6 sub
                                    c zijn kosten van het opstellen van een plan van aanpak, die
                                    buiten de projectperiode zijn gemaakt, wel subsidiabel.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11.6.5 Grondslag subsidie</titel></kop><al>De subsidie bedraagt 75% van de subsidiabele kosten met een maximum
                                van € 20.000 per aanvraag waarvan maximaal € 3.000 voor het
                                opstellen van een plan van aanpak. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11.6.6 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11.6.7 Indieningstermijn aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_20_31_"> In afwijking van artikel 1.2.2
                                    geldt dat de aanvraag voor een subsidie ingediend kan worden
                                    vanaf 17 oktober 2016 en ontvangen moet zijn uiterlijk 1
                                    december 2016 om 19.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_20_32_"> Een onvolledige aanvraag voor
                                    subsidie kan na sluitingsdatum alleen aangevuld worden voor
                                    zover het geen inhoudelijke aanvulling of wijziging van de
                                    aanvraag betreft. </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e23935"><noot.nr>427</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het in de beoordeling van
                                            de aanvraag meenemen van informatie die dateert van na
                                            de sluiting van de aanvraagtermijn verdraagt zich niet
                                            met de gelijktijdige onderlinge beoordeling en
                                            rangschikking van de ingediende aanvragen die in het
                                            tendersysteem centraal staat. Uit de aard van het
                                            tendersysteem volgt dat vóór de sluiting van de
                                            aanvraagtermijn alle voor die beoordeling en
                                            rangschikking relevante gegevens moeten zijn overlegd en
                                            dat daarna geen rekening kan worden gehouden met
                                            informatie dat neerkomt op een wijziging of aanvulling
                                            van de aanvraag. </noot.al><noot.al>Bij onvolledigheid van de aanvraag na de
                                            sluitingsdatum is er alleen ruimte voor het herstel van
                                            kleinigheden zoals een handtekening, een
                                            bankrekeningnummer, kamer van koophandel gegevens e.d.,
                                            het moet gaan om informatie die niet inhoudelijk
                                            betrekking heeft op de beoordelingscriteria zoals
                                            opgenomen in deze subsidieparagraaf. De tijdige
                                            volledigheid/juistheid van de aanvraag is de
                                            verantwoordelijkheid van de aanvrager. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11.6.8. Volgorde van behandeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_21_33_"> In afwijking van artikel 1.1.3.
                                    plaatsen Gedeputeerde Staten de subsidieaanvragen in een
                                    prioriteitsvolgorde. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_21_34_"> De score die een subsidieaanvraag
                                    behaalt, berekend op basis van scoretabel 1, bepaalt de
                                    prioriteitsvolgorde. Uitsluitend subsidieaanvragen die 11 of
                                    meer punten scoren worden meegenomen in de prioriteitsvolgorde. </al><table><title>Scoretabel 1 </title><tgroup cols="4"><colspec colname="C4" colnum="4"/><colspec colname="C3" colnum="3"/><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><thead><row><entry><al>Criterium </al></entry><entry><al>Cijfer </al></entry><entry><al>Weging </al></entry><entry><al>Score </al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al>a. mate waarin de activiteiten bijdragen aan
                                                  businessontwikkeling</al></entry><entry><al>Matig (1), goed (3), uitstekend (5)</al></entry><entry><al>50%</al></entry><entry><al>Cijfer x 0,5 = score 1</al></entry></row><row><entry><al>b. mate waarin sprake is van samenwerking en
                                                  netwerkvorming</al></entry><entry><al>Matig (1), goed (3), uitstekend (5)</al></entry><entry><al>25%</al></entry><entry><al>Cijfer x 0,25 = score 2</al></entry></row><row><entry><al>c. mate van haalbaarheid</al></entry><entry><al>Matig (1), goed (3), uitstekend (5)</al></entry><entry><al>15%</al></entry><entry><al>Cijfer x 0,15 = score 3</al></entry></row><row><entry><al>d. hoeveelheid aangesloten Overijsselse
                                                  ondernemingen die bereikt worden</al></entry><entry><al>Matig (1), goed (3), uitstekend (5)</al></entry><entry><al>10%</al></entry><entry><al>Cijfer x 0,10 = score 4</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al>Totaalscore = score 1 + score 2 + score 3 +
                                                  score 4</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_21_35_"> Gedeputeerde Staten verstrekken
                                    subsidie in de volgorde van de vastgestelde prioriteit, voor
                                    zover het subsidieplafond dit toelaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_21_36_"> Bij een gelijke score wordt
                                    prioriteit gegeven aan een aanvraag die het beste scoort op de
                                    volgende onderdelen in deze volgorde;</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57692_0_6_21_36_7_"> mate waarin de
                                            activiteiten bijdragen aan businessontwikkeling;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57692_0_6_21_36_8_"> de verhouding tussen de
                                            te verlenen subsidie en de subsidiabele kosten.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11.6.9 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot
                                    subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_22_37_"> De aanvrager maakt bij de aanvraag
                                    gebruik van het aanvraagformulier Ondernemend Noaberschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_22_38_"> In aanvulling op artikel 1.2.1
                                    tweede lid overlegt de aanvrager bij de aanvraag voor subsidie
                                    een plan van aanpak waarin in ieder geval is opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H57692_0_6_22_38_9_"> een omschrijving van de
                                            activiteiten die uitgevoerd gaan worden;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H57692_0_6_22_38_10_"> een omschrijving van de
                                            bijdrage aan businessontwikkeling;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H57692_0_6_22_38_11_"> een omschrijving van de
                                            samenwerking en de bijdrage aan netwerkvorming;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H57692_0_6_22_38_12_"> een overzicht van de
                                            bij de aanvragende ondernemers- of branchevereniging
                                            aangesloten Overijsselse ondernemingen. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11.6.10 Adviescommissie </titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen een aanvraag voor subsidie ter advies
                                    voorleggen aan de adviescommissie Ondernemend Noaberschap, die
                                    advies geeft over:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_23_39_"> de mate waarin de activiteiten
                                    bijdragen aan businessontwikkeling;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_23_40_"> de mate waarin sprake is van
                                    samenwerking en netwerkvorming;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_23_41_"> de mate van haalbaarheid ;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_23_42_"> de hoeveelheid aangesloten
                                    Overijsselse ondernemingen die bereikt worden. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11.6.11 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op de artikelen 1.4.1 en 1.4.2 is de
                                    subsidieontvanger verplicht:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_24_43_"> de subsidiabele activiteit te
                                    hebben uitgevoerd binnen 24 maanden na verlening van de
                                    subsidie;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_24_44_"> deel te nemen aan een evaluatie
                                    van de provincie.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11.6.12 Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr/><al>In aanvulling op artikel 1.3.1 weigeren Gedeputeerde Staten de
                                    subsidie indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_25_45_"> de te verlenen subsidie minder dan
                                    € 5.000 bedraagt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_25_46_"> de aanvrager in het jaar waarin de
                                    aanvraag is ontvangen al subsidie heeft ontvangen op grond van
                                    deze subsidieparagraaf;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57692_0_6_25_47_"> de subsidieaanvraag 10 of minder
                                    dan 10 punten scoort.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 12 Bijzondere bepalingen Veiligheid</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 12.1 Externe veiligheid Overijssel</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 13 Bijzondere bepalingen Steunfunctietaken</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 13.1 Steunfunctietaken Wmo 2014-2016</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 13.2 Belangenorganisaties Sociale Kwaliteit
                                Overijssel</titel></kop><structuurtekst><al>[Ingetrokken]</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 13.3 Kennisinfrastructuur sociale kwaliteit</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e24195"><noot.nr>428</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Gedeputeerde Staten van
                                        Overijssel kunnen Arcon, Stimuland, Sportservice Overijssel
                                        en de Overijsselse vereniging van kleine kernen (Ovkk),
                                        subsidie verstrekken voor activiteiten die bijdragen
                                        aan:</noot.al><noot.al>- de ontwikkeling en uitbreiding van een Overijsselse
                                        kennisinfrastructuur sociale kwaliteit. </noot.al><noot.al>- activiteiten die bijdragen aan de uitvoering van de
                                        prestatielijnen Delen en Leren, Zelfstandig Leven, Gezond
                                        Bewegen en Overijssels Noaberschap, zoals opgenomen in het
                                        Statenvoorstel sociale kwaliteit. </noot.al><noot.al>Gedeputeerde staten verlenen subsidie aan de hiervoor
                                        genoemde organisaties. Deze organisaties hebben expertise
                                        opgebouwd, ervaring en een uitgebreid net werk van
                                        gemeenten, lokale initiatieven, sociale ondernemingen,
                                        ondernemers, maatschappelijke organisaties en professionals.
                                        ]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 13.3.1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57694_0_3_1_1_"> statenvoorstel sociale kwaliteit:
                                    het op 28 september 2016 door Provinciale Staten vastgestelde
                                    statenvoorstel sociale kwaliteit 2016-2019; </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e24225"><noot.nr>429</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het statenvoorstel is te
                                            vinden op www.overijssel.nl/subsidie.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57694_0_3_1_2_"> kennisinfrastructuur:
                                    kennisontwikkeling en kennisoverdracht op het gebied van sociale
                                    kwaliteit;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57694_0_3_1_3_"> sociale kwaliteit: sociale kwaliteit
                                    in Overijssel gaat over noaberschap, onder andere te zien aan de
                                    inzet van vrijwilligers, lokale initiatieven ten behoeve van de
                                    eigen leefomgeving en coöperaties op het gebied van leefbaarheid
                                    die bijdragen aan het zelforganiserend vermogen van
                                    inwoners.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13.3.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor het
                                    verbeteren of versterken van de kennisinfrastructuur, bestaande
                                    uit de volgende activiteiten:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57694_0_3_2_4_"> het signaleren en agenderen van
                                    sociaal-maatschappelijke vraagstukken; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57694_0_3_2_5_"> het vertalen hiervan naar de
                                    samenleving in concrete producten of methodieken;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57694_0_3_2_6_"> het ontsluiten van beschikbare
                                    kennis en informatie in een open netwerk;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57694_0_3_2_7_"> de activiteiten die bijdragen aan de
                                    uitvoering van de prestatielijnen Delen en Leren, Zelfstandig
                                    Leven, Gezond Bewegen en Overijssels Noaberschap, zoals
                                    opgenomen in het statenvoorstel sociale kwaliteit.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13.3.3. Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor subsidie voldoet aan de volgende
                                    criteria:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57694_0_3_3_8_"> de aanvrager is Arcon, Stimuland,
                                    Sportservice Overijssel of de Overijsselse vereniging van kleine
                                    kernen (Ovkk);</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57694_0_3_3_9_"> de activiteiten dragen bij aan de
                                    ontwikkeling van een Overijsselse kennisinfrastructuur zoals
                                    bedoeld in het statenvoorstel sociale kwaliteit;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57694_0_3_3_10_"> de activiteiten dragen bij aan de
                                    behoeften van de Overijsselse samenleving op het gebied van de
                                    kennisinfrastructuur voor sociale kwaliteit.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11e24297"><noot.nr>430</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Jaarlijks wordt in
                                            samenwerking met de maatschappelijke partners onderzocht
                                            wat de behoefte van de Overijsselse samenleving is op
                                            het gebied van de kennisinfrastructuur. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13.3.4. Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57694_0_3_4_11_"> De subsidie aan Arcon, Stimuland,
                                    Sportservice Overijssel bedraagt maximaal 100% van de
                                    subsidiabele kosten met een maximum van 50% van de verstrekte
                                    subsidie in 2012.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57694_0_3_4_12_"> De subsidie aan het Ovkk bedraagt
                                    maximaal 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van €
                                    45.000 per jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13.3.5 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13.3.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot
                                    subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57694_0_3_6_13_"> De aanvrager maakt bij de aanvraag
                                    gebruik van het aanvraagformulier Kennisinfrastructuur sociale
                                    kwaliteit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57694_0_3_6_14_"> In aanvulling op artikel 1.2.1
                                    tweede lid overlegt de aanvrager bij de aanvraag tevens een plan
                                    van aanpak met in ieder geval een omschrijving van de
                                    subsidiabele activiteiten en de kosten ervan.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 14 Bijzondere bepalingen Investeren met Gemeenten
                            (IMG)</titel></kop><structuurtekst><al>[ingetrokken]</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 15 Democratie en Grondrechten</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 15.1 Dodenherdenking en bevrijdingsfestival</titel></kop><structuurtekst><al><noot id="d11e24356"><noot.nr>431</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De provincie Overijssel ziet
                                        het als haar taak om de Overijsselse burgers bewust te maken
                                        van hun verkregen democratische verworvenheden. Daarom vindt
                                        de provincie het belangrijk om de nadruk te leggen op de
                                        link tussen de dodenherdenking en het
                                        bevrijdingfestival.]</noot.al></noot></al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 15.1.1 begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57696_0_1_1_1_"> dodenherdenking: de herdenking in
                                    Zwolle, Enschede en Markelo van de gevallenen in de Tweede
                                    Wereldoorlog, zowel in Europa als in Zuidoost Azië.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57696_0_1_1_2_"> bevrijdingsfestival Overijssel: de
                                    festiviteit die jaarlijks in de provinciehoofdstad Zwolle wordt
                                    georganiseerd als onderdeel van de nationale
                                    bevrijdingsfeesten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15.1.2 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57696_0_1_2_3_"> de jaarlijkse Dodenherdenking op
                                    kerstavond op de Canadese Begraafplaats in Holten;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57696_0_1_2_4_"> de jaarlijkse
                                    herdenkingsplechtigheid in Enschede voor de gevallenen in
                                    Zuidoost Azië;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57696_0_1_2_5_"> de jaarlijkse 4 meiherdenking in
                                    Markelo;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57696_0_1_2_6_"> activiteiten tijdens het jaarlijkse
                                    Bevrijdingsfestival in de provinciehoofdstad Zwolle om de
                                    Overijsselse burgers vanuit het thema democratie en grondrechten
                                    bewust te maken van het feit dat vrijheid geen
                                    vanzelfsprekendheid is.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15.1.3 Criteria</titel></kop><lid><lidnr/><al>De aanvrager:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H57696_0_1_3_7_"> voor de activiteit als bedoeld in
                                    artikel 15.1.2 sub a is Stichting Welcome Again Veterans
                                    Holten;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H57696_0_1_3_8_"> voor de activiteit als bedoeld in
                                    artikel 15.1.2 sub b is Stichting Herdenking Gevallenen in
                                    Zuid-Oost Azië 1941-1949;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H57696_0_1_3_9_"> voor de activiteit als bedoeld in
                                    artikel 15.1.2 sub c is Stichting Overijssels Verzetsmonument
                                    1940-1945;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H57696_0_1_3_10_"> voor de activiteit als bedoeld in
                                    artikel 15.1.2 sub d is Stichting Bevrijdingsfestival
                                    Overijssel.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15.1.4 Grondslag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57696_0_1_4_11_"> De subsidie als bedoeld in artikel
                                    15.1.2 sub a bedraagt € 1.000 per jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57696_0_1_4_12_"> De subsidie als bedoeld in artikel
                                    15.1.2 sub b bedraagt € 1.500 per jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H57696_0_1_4_13_"> De subsidie als bedoeld in artikel
                                    15.1.2 sub c bedraagt € 750 per jaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H57696_0_1_4_14_"> De subsidie als bedoeld in artikel
                                    15.1.2 sub d bedraagt € 50.000 per jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15.1.5 Subsidiabele kosten</titel></kop><al>De subsidie bedraagt een forfaitair vastgesteld tarief per jaar per
                                activiteit. Artikel 1.1.5 en artikel 1.1.6 zijn niet van
                                toepassing.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15.1.6 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15.1.7 Aanvullende stukken bij de aanvraag voor
                                    subsidie</titel></kop><al>De aanvrager maakt gebruik van het aanvraagformulier Dodenherdenking
                                en Bevrijdingsfestival.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15.1.8 Stukken bij de aanvraag voor subsidie</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1.2.1 lid 2 sub c hoeft de aanvrager voor
                                subsidie als bedoeld in artikel 15.1.2 sub a, b en c geen
                                projectplan, begroting en dekkingskosten van de activiteiten over te
                                leggen.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 16 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 16.1. Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16.2. Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d11e24503"><noot.nr>432</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Onmiddellijke of exclusieve
                                        werking is de hoofdregel van overgangsrecht. Dit betekent
                                        dat een nieuwe regeling niet alleen van toepassing is op wat
                                        na haar inwerkingtreding voorvalt, maar ook op bestaande
                                        rechtsposities en verhoudingen. Onder omstandigheden kunnen
                                        bezwaren kleven aan onmiddellijke werking. In dat geval kan
                                        gekozen worden voor een vorm van terugwerkende kracht of van
                                        eerbiedigende of uitgestelde werking. Volgens de
                                        aanwijzingen voor de decentrale regelgeving moeten
                                        afwijkingen van de hoofdregel van onmiddellijke werking in
                                        de regeling zelf worden neergelegd. Dit artikel geeft hier
                                        uitvoering aan. </noot.al><noot.al>In verband met het rechtszekerheids- en het
                                        vertrouwensbeginsel is voor de specifieke situatie dat de
                                        subsidie vóór het moment van inwerkingtreding van dit
                                        besluit op grond van het Uitvoeringsbesluit subsidies
                                        Overijssel 2007 is verleend, maar nog niet is vastgesteld,
                                        gekozen voor uitgestelde werking van dit besluit. Dit
                                        betekent dat in de genoemde situatie de subsidievaststelling
                                        plaatsvindt op grond van de regels zoals die golden ten
                                        tijde van de subsidieverlening.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H57697_0_0_2_1_"> Subsidies die zijn aangevraagd of
                                verstrekt vóór 1 juli 2011 worden afgehandeld overeenkomstig de
                                bepalingen van het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel
                                2007.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H57697_0_0_2_2_"> Subsidies die zijn aangevraagd maar nog
                                niet zijn verleend vóór een eventuele wijziging van het
                                Uitvoeringsbesluit worden afgehandeld overeenkomstig de bepalingen
                                van het Uitvoeringsbesluit die gelden op de datum van verlening van
                                de subsidie, mits de wijziging niet ten nadele is van de aanvrager.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16.3. Citeertitel</titel></kop><al>Dit besluit kan worden aangehaald als ‘Uitvoeringsbesluit subsidies
                            Overijssel 2011'.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Overijssel/i280369.pdf">bijlage_1_bij_paragraaf_5_15_ubs_prioriteringscriteria_bij_concurrerende_aanvragen_nga_financiering.pdf (166 Kb)</extref></al></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Overijssel/i280370.pdf">bijlage_2_bij_paragraaf_5_15_inhoud_businesscase.pdf (65 Kb)</extref></al></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Overijssel/i280371.pdf">bijlage_3_bij_paragraaf_5_15_projectplan_in_de_zin_van_artikel_5_15_3_2.pdf (59 Kb)</extref></al></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Overijssel/i280372.pdf">bijlage_4_bij_paragraaf_5_15_social_return_on_investment.pdf (41 Kb)</extref></al></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Overijssel/i280373.pdf">tabel_1_behorend_bij_artikel_7_2_1_3_sub_d_van_het_ubs_2011_overzicht_geselecteerde_kansrijke_relaties.pdf (96 Kb)</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>