<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR188037_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening participatie schoolgaande kinderen WWB ISD Bollenstreek 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Noordwijkerhout</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noordwijkerhout</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening participatie schoolgaande kinderen WWB ISD Bollenstreek 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-03-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening participatie schoolgaande kinderen WWB ISD Bollenstreek
            2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Noordwijkerhout; gelezen het voorstel van het
                        dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke sociale dienst (ISD)
                        Bollenstreek d.d. 8 maart 2012; gelet op de gemeenschappelijke regeling
                        van de ISD Hillegom, Lisse ,Noordwijk Noordwijkerhout en Teylingen,
                        gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel g, van de Wet werk en
                        bijstand; overwegende, dat het van wezenlijk belang wordt geacht dat
                        kinderen zich door maatschappelijke participatie kunnen ontplooien en
                        ontwikkelen en daarin niet belemmerd worden door de financiële positie
                        van de ouder(s), dat gemeenten daaraan dienen bij te dragen door het
                        voeren van beleid, gericht op inkomensondersteuning van ouders met
                        schoolgaande kinderen; BESLUIT: vast te stellen de Verordening
                        participatie schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>De begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader
                                worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de We werk en
                                bijstand en in de Algemene wet bestuursrecht.</al><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>wet: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al>dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de ISD
                                        Hillegom, Lisse, Noordwijk, Noordwijkerhout, en Teylingen
                                        (hierna: ISD Bollenstreek),</al></li><li nr="c."><al>maatschappelijke participatie: het deelnemen aan
                                        activiteiten met een sportief, educatief, sociaal dan wel
                                        cultureel karakter door schoolgaande kinderen van ouders met
                                        een laag inkomen.</al></li><li nr="d."><al>voorziening: een vorm van financiële ondersteuning, gericht
                                        op de maatschappelijke participatie van schoolgaande
                                        kinderen van ouders met een laag inkomen, ter bevordering
                                        van maatschappelijke participatie;</al></li><li nr="e."><al>schoolgaand kind: ten laste komende kind van een ouder met
                                        een laag inkomen, dat onderwijs of beroepsopleiding volgt
                                        niet zijnde een student,</al></li><li nr="e."><al>laag inkomen: een inkomen tot 110 % van de van toepassing
                                        zijnde bijstandsnorm.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Toepassingsbereik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad beschouwt het als zijn taak om de
                                    maatschappelijke participatie te bevorderen en het aantal
                                    schoolgaande kinderen dat belemmeringen ondervindt in die
                                    participatie door de financiële positie van hun ouders, terug te
                                    dringen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening stelt regels over de wijze waarop de in het
                                    eerste lid genoemde taak door het dagelijks bestuur wordt
                                    uitgevoerd, met inbegrip van de wijze waarop invulling wordt
                                    gegeven aan het begrip maatschappelijke participatie.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Beleid met betrekking tot maatschappelijke participatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Verantwoordelijkheid dagelijks bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur biedt een voorziening aan, die gericht is
                                    op maatschappelijke participatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze voorziening heeft het rechtskarakter van categoriale
                                    bijzondere bijstand, bedoeld in artikel 35, vijfde lid, van de
                                    wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>De voorziening</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>De voorziening bestaat uit een financiële tegemoetkoming
                                        voor de maatschappelijke participatie van in lid 3 genoemde
                                        doelgroep</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>De financiële tegemoetkoming is bedoeld voor deelname aan
                                        educatieve, sociaal culturele of sportieve activiteiten die
                                        buiten de sfeer van het gezin of het familieverband
                                        plaatsvinden.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>De doelgroep van de voorziening zijnminderjarige
                                        thuiswonende schoolgaande kinderen vanaf de leeftijd van 4
                                        jaar. Het gezin/huishouden waartoe zij behoren heeft een
                                        laag inkomen en geen in aanmerking te nemen vermogen als
                                        bedoeld in artikel 34 van de wet.</al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>De financiële tegemoetkoming ten behoeve van de
                                        maatschappelijke participatie bedraagt € 200 per kind per
                                        kalender jaar. Voor de gemeente Teylingen is dit bedrag €
                                        235 per kind per kalenderjaar</al></li></lijst><lijst><li nr="5."><al>De in lid 4 genoemde bedragen kunnen jaarlijks door de
                                        gemeenteraden worden gewijzigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Verantwoording dagelijks bestuur</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur doet eenmaal per jaar verslag aan de
                                gemeenteraad over de doeltreffendheid en de resultaten van de
                                voorziening Dit verslag kan onderdeel uitmaken van het
                                programmaverslag als bedoeld in de Gemeenschappelijke Regeling ISD
                                Bollenstreek.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2012. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening participatie
                                schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand ISD Bollenstreek 2012 </al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 24 mei
                        2012.</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting </titel></kop><al>Algemeen deel </al><al>In de motie Blanksma-Spekman c.s. vraagt de Tweede Kamer de regering om
                    gemeenten financieel af te rekenen als zij onvoldoende bijdragen aan de
                    doelstelling om het aantal kinderen uit arme gezinnen dat om financiële redenen
                    maatschappelijk niet meedoet, met de helft terug te dringen. Bij de uitvoering
                    van deze motie heeft de regering echter gekozen voor een uitwerking die recht
                    doet aan het uiteindelijke doel van de motie, namelijk het steviger stimuleren
                    van gemeenten om daadwerkelijk werk te maken het aantal kinderen uit arme
                    gezinnen dat maatschappelijk niet meedoet om financiële redenen terug te
                    dringen. Daartoe voorziet dit wetsvoorstel in een verordeningsplicht voor
                    gemeenteraden ten aanzien van artikel 35, vijfde lid, van de WWB. </al><al>Maatschappelijke participatie van kinderen is van groot belang met het oog op
                    een zelfredzame toekomst. In dat verband is het gewenst dat
                    inkomensondersteuning ten behoeve van die participatie rechtstreeks aan zoveel
                    mogelijk minderjarige kinderen van de doelgroep ten goede komt. . Doordat in
                    artikel 8 van de WWB een onderdeel is toegevoegd worden gemeenteraden verplicht
                    regels op te nemen in een verordening over de wijze waarop meegewerkt wordt aan
                    het bevorderen van de maatschappelijke participatie. Daarom heeft de regering er
                    voor gekozen om de gemeenteraden voor te schrijven dat zij gehouden zijn een
                    verordening op te stellen met betrekking tot het verlenen van categoriale
                    bijzondere bijstand voor de kosten in verband met maatschappelijke participatie
                    van ten laste komende kinderen die onderwijs of een beroepsopleiding volgen
                    (conform artikel 35, vijfde lid, van de WWB). De gemeenteraden zijn gehouden om
                    in ieder geval in de verordening invulling te geven aan het begrip
                    maatschappelijke participatie. De verordening krijgt op voorhand geen
                    structureel karakter. De effecten van de verordeningsplicht op de participatie
                    van de betreffende doelgroep worden na twee jaar geëvalueerd. Vervolgens vindt
                    een beoordeling plaats of het wel of niet wenselijk is om structureel te blijven
                    verplichten om op het beleidsterrein van participatie van kinderen, regels in
                    een verordening vast te leggen en is er een afwegingsmoment om te bezien hoe
                    hiermee verder moet worden omgegaan. </al><al>Betekenis verordeningsplicht </al><al>Strekking van de verordeningsplicht is dat gemeenten werk maken van
                    maatschappelijke participatie van kinderen. Daartoe zijn in de vorige
                    kabinetsperiode extra middelen aan het gemeentefonds toegevoegd. Voor de ISD
                    Bollenstreek (ISD gemeenten) betekent dit dat zij hun bestaande beleid voor
                    zover het de maatschappelijke participatie van kinderen betreft rechtstreeks in
                    de verordening kunnen opnemen en daarmee voldoen aan de verordeningsplicht tot
                    het creëren van categoriale bijzondere bijstand voor schoolgaande kinderen.</al><al>Voor wat betreft de maatschappelijke participatie voor meerderjarigen blijft de
                    hier bedoelde Regeling sportieve en sociaal culturele activiteiten omverkort van
                    kracht.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting </tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsomschrijvingen </tussenkop><al>Gebruikte begrippen waarvan de betekenis niet zondermeer duidelijk is worden
                    hier omschreven. Het begrip ‘maatschappelijke participatie’ is hier omschreven,
                    ter uitvoering van de opdracht van de wetgever, bedoeld in artikel 8, eerste
                    lid, onderdeel g WWB. Er is gekozen voor een ruime betekenis. Om die reden wordt
                    het begrip op deze plaats in zo algemeen mogelijke bewoordingen gedefinieerd, en
                    wordt het toegespitst op ouders van schoolgaande kinderen, met een laag inkomen.
                    Een dergelijke begripsomschrijving heeft als voordeel dat op andere plaatsen in
                    de verordening volstaan kan worden met het begrip ‘maatschappelijke
                    participatie’, waarmee dan gedoeld wordt op de participatie van de hier
                    beschreven doelgroep. </al><al> Het begrip ‘voorziening’ is in de verordening gebruikt en heeft eveneens een
                    ruime betekenis gekregen. In wezen wordt met iedere vorm van financiële
                    ondersteuning door het dagelijks bestuur die specifiek is bestemd voor de
                    maatschappelijke participatie van kinderen, uitvoering gegeven aan de wens van
                    de wetgever als verwoord in de Memorie van Toelichting op artikel 8, eerste lid,
                    onderdeel g WWB. Een dergelijke voorziening ziet in deze verordening op de
                    categoriale bijzondere bijstand , maar had ook andere vormen kunnen aannemen
                    zoals een subsidie of verstrekking ‘in natura’, zolang dit maar bijdraagt aan de
                    participatie. </al><al>‘Schoolgaand kind’ is gedefinieerd. Schoolgaande kinderen staan centraal in het
                    beleid m.b.t. maatschappelijke participatie. Dit begrip wordt ook genoemd in
                    artikel 8, eerste lid, onderdeel g, WWB Studenten, dat wil zeggen, kinderen die
                    vervolgonderwijs volgen na het behalen van een vmbo, havo of VWO diploma</al><al>zijn uitgesloten. </al><al>Het begrip ‘laag inkomen’ is omschreven, omdat daarmee in deze verordening de
                    doelgroep van het gemeentelijk armoedebeleid wordt aangeduid. </al><tussenkop>Artikel 2. Toepassingsbereik </tussenkop><al>In artikel 2 is verduidelijkt wat de gemeenteraad, gegeven bovengenoemde motie
                    ‘Blanksma-Spekman’ als zijn taak aanmerkt. Die taak is enerzijds gelegen in het
                    in algemene zin vergroten van de maatschappelijke participatie van de doelgroep
                    (kwalitatief) en anderzijds het terugdringen van het aantal kinderen dat
                    onvoldoende participeert (kwantitatief). In het tweede lid is aangegeven wat
                    gegeven die taken, het doel is van deze verordening. Dat is het stellen van
                    regels voor het bestuursorgaan dat belast is met uitvoering van deze
                    verordening, het dagelijks bestuur Die regels zijn in het vervolg van de
                    verordening te vinden. Het is vervolgens aan het dagelijks bestuur om die regels
                    tot uitvoering te brengen. </al><tussenkop>Artikel 3. Verantwoordelijkheid dagelijks bestuur </tussenkop><al>Ingevolge de gemeenschappelijke regeling ISD Bollenstreek is het dagelijks
                    bestuur verantwoordelijk voor de uitvoering van het (categoriale bijzondere)
                    bijstandsbeleid</al><al>En derhalve voor het in deze verordening neergelegde beleid met betrekking tot
                    de maatschappelijke kinderparticipatie. </al><tussenkop>Artikel 4. De voorziening</tussenkop><al>In artikel 4 is het beleid ingevuld zoals dat ook al was neergelegd in de
                    bestaande en in een beleidsnotitie neergelegde Regeling sportieve en sociaal
                    culturele activiteiten.</al><al>Het betreft hier een vorm van categoriale bijzondere bijstand. Dit betekent dat
                    niet behoeft te worden nagegaan of de kosten waarvoor bijstand wordt verleend
                    daadwerkelijk noodzakelijk zijn en door het kind gemaakt zijn. </al><al>Hiermee onderscheid deze vorm van bijstand zich van de individuele bijzondere
                    bijstand waarbij altijd moet worden vastgesteld of de kosten waarvoor bijzondere
                    bijstand wordt gevraagd in dat individuele geval ook daadwerkelijk noodzakelijk
                    zijn en gemaakt zijn.</al><al>Oftewel: bij de uitvoering van de voorziening hoeft alleen te worden beoordeeld
                    of het kind behoort tot de vastgestelde doelgroep/categorie zoals omschreven in
                    dit artikel.</al><tussenkop>Artikel 5. Verantwoording dagelijks bestuur </tussenkop><al>Het dagelijks bestuur dient verantwoording af te leggen over het in deze door
                    het dagelijks bestuur gevoerde beleid aan de gemeenteraden Dit kan plaatsvinden
                    door middel van het programmaverslag. </al><al>Deze verantwoording geeft de raden de mogelijkheid om desgewenst bij te sturen
                    en nieuwe opdrachten te geven aan het dagelijks bestuur voor de noodzakelijke
                    invulling van ‘maatschappelijke participatie’</al><tussenkop>Artikel 6. Inwerkingtreding </tussenkop><al>De datum van inwerkingtreding is 1 januari 2012. Deze terugwerkende kracht
                    levert geen problemen op omdat de het in deze verordening neergelegde beleid al
                    wordt uitgevoerd op grond van de meergenoemde Regeling sportieve en sociaal
                    culturele activiteiten.</al><tussenkop>Artikel 7. Citeertitel </tussenkop><al>Spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>