<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR18797_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dronten</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dronten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2009, nr. 21</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening parkeerbelastingen 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 225</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Parkeerverordening 1983</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B09.001037</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belastingen, retributies en heffingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervangt Verordening parkeerbelastingen 2008.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Geconsolideerde tekst van de regeling</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Dronten,</al><al>gelezen het voorstel van het college van 27 oktober 2009, No.
                        B09.001015</al><al>gelet op artikel 225 van de Gemeentewet;</al><al>gezien het advies van de raadscommissie van december 2009;</al><al>overwegende dat ;</al><al>B E S L U I T:</al><al>vast te stellen de volgende Verordening op de heffing en de invordering
                        van parkeerbelastingen 2010 (<vet>Verordening parkeerbelastingen
                            2010</vet>).</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a.parkeren:</al><al>het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een
                            voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt
                            wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen danwel het
                            onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen
                            voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop
                            dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                            verboden;</al><al>b.houder:</al><al>degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet
                            worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorrijtuig dat is
                            ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475)
                            aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt
                            degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten
                            tijde van het parkeren in het register was ingeschreven;</al><al>c.parkeerapparatuur:</al><al>parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters,
                            en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder
                            parkeerapparatuur wordt verstaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam "parkeerbelastingen" worden de volgende belastingen
                            geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een
                                    bij, danwel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen
                                    gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en
                                    wijze;</al></li><li nr="b."><al>een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende
                                    vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die
                                    vergunning aangegeven plaats en wijze.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van de
                                degene die het voertuig heeft geparkeerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede
                                aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die de belasting voldoet, danwel te kennen geeft of
                                        heeft gegeven de belasting te willen voldoen;</al></li><li nr="b."><al>zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel
                                        2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het
                                        voertuig, met dien verstande dat:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst
                                wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren
                                ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de
                                houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig
                                heeft geparkeerd;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan
                                ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig
                                heeft geparkeerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven
                                van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als
                                degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien
                                deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander
                                tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit
                                gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van
                                degene die de vergunning heeft aangevraagd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak</titel></kop><al>De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak
                            zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel
                            uitmakende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij
                                de aanvang van het parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op
                                het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Wijze van heffing en termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij
                            wege van voldoening op aangifte danwel door middel van parkeerapparatuur
                            en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren.</al><al>Van de verschuldigde belasting per tijdseenheid wordt op de
                            parkeerapparatuur kennisgegeven. Het college geeft omtrent een en ander
                            nadere regels.</al></li><li nr="2."><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven
                                    bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald op
                                    het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.</al></li><li nr="3."><al>Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen</titel></kop><al>De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen
                            betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden
                            geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college bij openbaar te
                            maken besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Bevoegdheid tot gebruik wielklem en wegsleepregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot zekerheid van de betaling van een naheffingsaanslag ter zake van
                                de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, kan aan het voertuig
                                ook een wielklem worden aangebracht, waardoor wordt verhinderd dat
                                het voertuig wordt weggereden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college wijst bij openbaar te maken besluit in alle gevallen de
                                terreinen en weggedeelten aan waar de wielklem wordt toegepast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien na het aanbrengen van de wielklem 24 uren zijn verstreken kan
                                het motorvoertuig naar een door de in artikel 231, tweede lid,
                                onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar
                                aangewezen plaats worden overgebracht en in bewaring worden
                                gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting,
                                bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen:</al><lijst><li nr="a."><al>bij contante voldoening op de dag der aanzegging €
                                        6,00;</al></li><li nr="b."><al>bij latere voldoening, dan op de dag der aanzegging €
                                        40,00.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kosten van het aanbrengen en van het verwijderen van een wielklem
                                bedragen € 45,38.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>De kosten voor het overbrengen en bewaren bedragen € 113,45;</al></li><li nr="b."><al>indien het bewaren langer geschiedt dan een dag, wordt het
                                        bedrag, genoemd onder a. verhoogd per dag met € 11,34;
                                        hierbij wordt een gedeelte van een dag voor een volledige
                                        dag gerekend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bedrag van de ingevolge het tweede en derde lid in rekening te
                                brengen kosten wordt bij beschikking vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de
                            invordering van de parkeerbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Inwerkingtreding, overgangsbepalingen en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Verordening Parkeerbelastingen 2008 wordt ingetrokken met
                                    ingang van 1 januari 2010, met dien verstande dat zij van
                                    toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                                    datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2010.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening
                                    parkeerbelastingen 2010.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Dronten, 17 december 2009</ondertekening><ondertekening>de raad van Dronten,</ondertekening><ondertekening>D.Petrusma mr. A.B.L. de Jonge</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>TARIEVENTABEL behorende bij de "Verordening parkeerbelastingen
                            2010"</titel></kop><al><vet>ONDERDEEL I</vet></al><al><vet>Tarief van de belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel a voor het
                                parkeren</vet></al><al>Het tarief voor het parkeren op voor het betaald parkeren aangewezen
                            openbare wegen, weggedeelten, bermen en terreinen, daaronder begrepen
                            parkeerplaatsen bedraagt:</al><al>voor het seizoen, lopende van 1 april tot en met 30 september van
                            maandag tot en met zondag van 09.00 uur tot 21.00 uur per dag of
                            gedeelte van een dag € 4,00.</al><al/><al><vet>ONDERDEEL II</vet></al><al><vet>Tarief van de belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, voor
                                een parkeervergunning</vet></al><al>Het tarief voor een parkeervergunning, als bedoeld in artikel 2,
                            onderdeel b, voor het seizoen van 1 april tot en met 30 september,
                            bedraagt: </al><al>voor een vergunning voor één motorvoertuig € 35,00.</al><al>Behoort bij raadsbesluit van 17 december 2009 tot vaststelling van de
                            "Verordening parkeerbelastingen 2010".</al><al>De griffier van Dronten,</al></bijlage></regeling></body></cvdr>