<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR187409_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Mandaatbesluit commissie bezwaarschriften gemeente Sittard-Geleen 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sittard-Geleen</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-06-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sittard-Geleen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Trompetter, 27 juni 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Mandaatbesluit commissie bezwaarschriften gemeente Sittard-Geleen 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">de Algemene wet bestuursrecht en de Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Sittard-Geleen 2012</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-05-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-06-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-01-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regelgeving</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>disnr 100236</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>mandaatregeling</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Besluit naast gemeenteraad tevens afkomstig van de burgemeester, het college en de voorzitters van de betreffende Kamers.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Mandaatbesluit commissie bezwaarschriften gemeente Sittard-Geleen 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Gemeente Sittard-Geleen</vet></al><al><vet>Mandaatbesluit commissie bezwaarschriften gemeente Sittard-Geleen 2012</vet></al><al>De Raad, het College, de Burgemeester én de (voorzitters van de) Commissie bezwaarschriften van de gemeente Sittard-Geleen, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;</al><al>Gelet op de Algemene wet bestuursrecht en de Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Sittard-Geleen 2012;</al><al>Overwegende dat het doelmatig en doeltreffend is om bepaalde bevoegdheden in het kader van de behandeling van bezwaarschriften te mandateren aan de door het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Sittard-Geleen als secretaris van de commissie bezwaarschriften aangewezen ambtenaren;</al><al><vet>Besluiten:</vet></al><al>Aan de secretaris van de commissie bezwaarschriften op te dragen de navolgende bevoegdheden:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="1.00*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="361.50pt"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="1.03*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Algemene wet bestuursrecht</al></entry><entry colname="col2"><al>Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Sittard-Geleen 2012</al></entry><entry colname="col3"><al>Ondermandaat aan</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:1 lid 2: het bestuursorgaan kan van een gemachtigde een schriftelijke machtiging verlangen.</al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 8: de bevoegdheden in gevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie: artikel 2:1 lid 2.</al></entry><entry colname="col3"><al>De secretaris van de commissie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 6:6: het bezwaar of beroep kan niet-ontvankelijk worden verklaard, indien:</al><al>a. niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, of</al><al>b. het bezwaar- of beroepschrift geheel of gedeeltelijk is geweigerd op grond van artikel 2:15</al><al>mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.</al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 8: de bevoegdheden in gevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie: Artikel 6:6 (wat betreft het aan de indiener stellen van een termijn).</al></entry><entry colname="col3"><al>De secretaris van de commissie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 6:14 lid 1: het orgaan waarbij het bezwaar- of beroepschrift is ingediend, bevestigt de ontvangst daarvan schriftelijk.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De secretaris van de commissie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 6:15 lid 1: indien het bezwaar- of beroepschrift wordt ingediend bij een onbevoegd bestuursorgaan of bij een onbevoegde administratieve rechter, wordt het, nadat daarop de datum van ontvangst is aangetekend, zo spoedig mogelijk doorgezonden aan het bevoegde orgaan, onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de afzender.</al><al>Artikel 6:15 lid 2: het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien in plaats van een bezwaarschrift een beroepschrift is ingediend of omgekeerd.</al><al>Artikel 6:15 lid 3: het tijdstip van indiening bij het onbevoegde orgaan is bepalend voor de vraag of het bezwaar- of beroepschrift tijdig is ingediend, behoudens in geval van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De secretaris van de commissie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 6:17: indien iemand zich laat vertegenwoordigen, zendt het orgaan dat bevoegd is op het bezwaar of beroep te beslissen, de op de zaak betrekking hebbende stukken in ieder geval aan de gemachtigde.</al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 8: de bevoegdheden in gevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie: artikel 6:17 (voor zover het de verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de commissie).</al></entry><entry colname="col3"><al>De secretaris van de commissie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 7:2 lid 2: het bestuursorgaan stelt daarvan (“het horen”) in ieder geval de indiener van het bezwaarschrift op de hoogte alsmede de belanghebbenden die bij de voorbereiding van het besluit hun zienswijze naar voren hebben gebracht.</al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 11 lid 1: de voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit.</al><al>Artikel 11 lid 3: de beslissing van de voorzitter op dit verzoek (“na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen”) wordt zo spoedig mogelijk aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan meegedeeld.</al><al>Artikel 11 lid 4: de voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste tot en met het derde lid.</al></entry><entry colname="col3"><al>De secretaris van de commissie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 7:3: van het horen van belanghebbenden kan worden afgezien indien</al><al>a. het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is,</al><al>b. het bezwaar kennelijk ongegrond is,</al><al>c. de belanghebbenden hebben verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord, of,</al><al>d. aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad.</al><al>Op grond van 7:13 lid 4: de commissie beslist over de toepassing van artikel 7:3 (voor zover bij wettelijk voorschrift niet anders is bepaald).</al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 10 lid 2: de voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de wet.</al><al>Artikel 10 lid 3: indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan.</al></entry><entry colname="col3"><al>De secretaris van de commissie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 7:4 lid 2: het bestuursorgaan legt het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende ten minste een week voor belanghebbenden ter inzage.</al><al>Artikel 7:4 lid 6: het bestuursorgaan kan, al dan niet op verzoek van een belanghebbende, toepassing van het tweede lid voorts achterwege laten, voor zover geheimhouding om gewichtige redenen is geboden. Van de toepassing van deze bepaling wordt mededeling gedaan.</al><al>Op grond van 7:13 lid 4: de commissie beslist over de toepassing van artikel 7:4 zesde lid.</al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 8: de bevoegdheden in gevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie: artikel 7:4 lid 2.</al></entry><entry colname="col3"><al>De secretaris van de commissie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 7:5 lid 2: voor zover niet bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, besluit het bestuursorgaan of het horen in het openbaar plaatsvindt.</al><al>Op grond van 7:13 lid 4: de commissie beslist over de toepassing van artikel 7:5 tweede lid.</al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 14 lid 3: indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn, die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren.</al></entry><entry colname="col3"><al>De secretaris van de commissie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 7:6 lid 4: het bestuursorgaan kan, al dan niet op verzoek van een belanghebbende, toepassing van het derde lid (“wanneer belanghebbenden afzonderlijk zijn gehoord, wordt ieder van hen op de hoogte gesteld van het verhandelde tijdens het horen buiten zijn aanwezigheid”) achterwege laten, voor zover geheimhouding om gewichtige redenen is geboden. Artikel 7:4 zesde lid tweede volzin, zevende en achtste lid is van overeenkomstige toepassing.</al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 8: de bevoegdheden in gevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie: artikel 7:6 lid 4.</al></entry><entry colname="col3"><al>De secretaris van de commissie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 7:13 lid 2: indien een commissie over het bezwaar zal adviseren, deelt het bestuursorgaan dit zo spoedig mogelijk mede aan de indiener van het bezwaarschrift.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De secretaris van de commissie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 9 lid 1: de voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.</al><al>Artikel 9 lid 2: de voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist.</al></entry><entry colname="col3"><al>De secretaris van de commissie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 10 lid 1: de voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.</al></entry><entry colname="col3"><al>De secretaris van de commissie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 16 lid 1: indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek laten houden.</al><al>Artikel 16 lid 2: de uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden.</al><al>Artikel 16 lid 3: de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op zo’n verzoek. </al></entry><entry colname="col3"><al>De secretaris van de commissie.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> De ondertekening van uitgaande stukken luidt als volgt:</ondertekening><ondertekening>“De voorzitter commissie bezwaarschriften,</ondertekening><ondertekening>namens deze,</ondertekening><ondertekening>De secretaris van de commissie bezwaarschriften</ondertekening><ondertekening>(naam)</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Dit besluit treedt in werking op de dag na de dag van bekendmaking.</ondertekening><ondertekening>Bekendmaking vindt plaats door publicatie in “De Trompetter”, op het intranet en de internetsite van de gemeente Sittard-Geleen.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Sittard-Geleen, 3 april 2012</ondertekening><ondertekening>De burgemeester</ondertekening><ondertekening>Drs. G.J.M. Cox</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare Collegevergadering van 3 april 2012</ondertekening><ondertekening>De burgemeester</ondertekening><ondertekening>Drs. G.J.M. Cox</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De secretaris</ondertekening><ondertekening>Mr. J.H.J. Höppener</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare Raadsvergadering van 31 mei 2012.</ondertekening><ondertekening>De voorzitter</ondertekening><ondertekening>Drs. G.J.M. Cox</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier</ondertekening><ondertekening>Drs. J. Vis</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter van de Algemene Kamer</ondertekening><ondertekening>Mr. J.M.W. Mesters</ondertekening><ondertekening>De voorzitters van de Kamers voor Sociale en Personele Zaken</ondertekening><ondertekening>Mr. E.H.G. Damoiseaux</ondertekening><ondertekening>Mr. M.M.J.F. Sijben</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>