<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR18698_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van Rioolheffing 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bunnik</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-03-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bunnik</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nieuwsbode, 23-12-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Rioolheffing 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-12-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      
      Verordening op de heffing en invordering van Rioolheffing 
      2010
    
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al/>
          <al>De raad van de gemeente Bunnik;</al>
          <al/>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 november 2009, nr. 08- A t/m H;</al>
          <al/>
          <al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Gemeentewet;</al>
          <al/>
          <al>b e s l u i t :</al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de:</al>
          <al>
            <vet>“Verordening op de heffing en invordering van Rioolheffing </vet>
            <vet>2010”</vet>
            <vet>.</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al>Voor de toepassing van deze verordening wordt:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>onder <cursief>gemeentelijke riolering</cursief> mede de randvoorzieningen zoals gemalen en pompen, wadi’s en het voor openbare dienst bestemde gemeentewater begrepen;</al></li>
            <li nr="b."><al>onder <cursief>afvalwater</cursief> verstaan water en stoffen die worden afgevoerd via de gemeentelijke riolering;</al></li>
            <li nr="c."><al>onder <cursief>eigendom</cursief> verstaan een roerende of een onroerende zaak;</al></li>
            <li nr="d."><al>onder <cursief>niet-woning</cursief> verstaan een roerende of onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient;</al></li>
            <li nr="e."><al>onder <cursief>bedrijf aan huis</cursief> verstaan een bedrijf met minder dan 10 werknemers, dat staat op hetzelfde of het naburige kadastrale perceel als een woning, en waarbij het bedrijf wordt gevoerd door de gebruiker van de woning;</al></li>
            <li nr="f."><al>onder <cursief>heffingseenheid</cursief> verstaan de gemiddelde hoeveelheid afvalwater die uit een eigendom via de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Onder de naam “rioolheffing” wordt geheven een heffing van de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Met betrekking tot de heffing als bedoeld in het eerste lid, wordt als gebruiker aangemerkt:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>degene die naar omstandigheden beoordeeld het eigendom al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt heffing of persoonlijk heffing gebruikt;</al></li>
              <li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een eigendom –niet een gedeelte als bedoeld in artikel 3- ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Zelfstandige gedeelten</titel>
          </kop>
          <al>Indien gedeelten van een in artikel 2 bedoeld eigendom blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, worden de heffingen geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als een eigendom worden aangemerkt </al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Maatstaf van heffing</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De heffing als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt geheven naar een vast bedrag per heffingseenheid.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het aantal heffingseenheden per belastingjaar bedraagt:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>voor het gebruik van een woning, alsmede voor gebruik van een woning met bedrijf aan huis, één heffingseenheid;</al></li>
              <li nr="b."><al>voor het gebruik van een bedrijf met minder dan 10 werknemers, één heffingseenheid;</al></li>
              <li nr="c."><al>voor het gebruik van een bedrijf met 10 tot en met 25 werknemers, twee heffingseenheden;</al></li>
              <li nr="d."><al>voor het gebruik van een bedrijf met 26 tot en met 50 werknemers, drie heffingseenheden;</al></li>
              <li nr="e."><al>voor het gebruik van een bedrijf met 51 tot en met 75 werknemers, vier heffingseenheden;</al></li>
              <li nr="f."><al>voor het gebruik van een bedrijf met 76 tot en met 100 werknemers, vijf heffingseenheden;</al></li>
              <li nr="g."><al>voor het gebruik van een bedrijf met meer dan 100 werknemers, acht heffingseenheden.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Voor het vaststellen van het aantal verschuldigde heffingseenheden als bedoeld in lid 2, wordt uitgegaan van het aantal werknemers op de eerste dag van het belastingjaar.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Belastingtarief</titel>
          </kop>
          <al>De heffing als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt per heffingseenheid € 170,55.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Belastingjaar</titel>
          </kop>
          <al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De heffingen worden bij wege van aanslag geheven.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De heffing als bedoeld in artikel 2 eerste lid, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het eigendom voor de heffing als bedoeld in artikel 2 eerste lid, in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de heffing verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde heffing als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het eigendom voor de heffing als bedoeld in artikel 2 eerste lid, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde heffing als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander eigendom in gebruik neemt.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Termijn van betaling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 200,- doch minder is dan € 2500,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslag moet worden betaald in acht termijnen, waarvan zeven gelijke termijnen en een achtste termijn waarin de compensatiebetaling plaats zal hebben. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elke van de volgende termijnen telkens een maand later.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de rioolheffingen.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Hardheidsclausule</titel>
          </kop>
          <al>Indien door bijzondere omstandigheden de strikte toepassing van deze verordening naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders zou leiden tot een niet gerechtvaardigde uitkomst, kan het college van burgemeester en wethouders afwijken van het bepaalde in deze verordening door te besluiten, geheel of gedeeltelijk, geen rioolheffing te heffen.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De “Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2009” van 4 december 2008 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li>
            <li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.</al></li>
            <li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010.</al></li>
            <li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “<vet>Verordening R</vet><vet>i</vet><vet>oolheffing </vet><vet>2010</vet>”.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van 3 december 2009.</ondertekening>
        <ondertekening>		De raad voornoemd,</ondertekening>
        <ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <label>Nota-toelichting</label>
          <nr/>
          <titel/>
        </kop>
        <tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop>
        <tussenkop/>
        <tussenkop kopopmaak="cur">Artikel 1</tussenkop>
        <al>Bevat een begripsomschrijving om zo duidelijk mogelijk af te bakenen in welke gevallen de rioolheffingverordening van toepassing is. Daarmee wordt voorkomen dat bijvoorbeeld discussie ontstaat over de vraag of er sprake is van een bedrijf aan huis.</al>
        <tussenkop/>
        <tussenkop kopopmaak="cur">Artikel 2</tussenkop>
        <al>Geeft een omschrijving van het belastbaar feit en de belastingplichtige en vormt daarmee de basis van het heffen van rioolheffing.</al>
        <al>Lid 2 geeft daarbij een zodanige definitie van de gebruiker, dat bijvoorbeeld een onderhuurder niet apart als belastingplichtige wordt aangemerkt.</al>
        <tussenkop/>
        <tussenkop kopopmaak="cur">Artikel 3</tussenkop>
        <al>Omdat het ook mogelijk is dat een eigendom is opgedeeld in zelfstandige gedeelten, bijvoorbeeld aparte kantoren of appartementen wordt in dit artikel aangegeven dat per zelfstandig gedeelte rioolheffing wordt geheven.</al>
        <tussenkop/>
        <tussenkop kopopmaak="cur">Artikel 4</tussenkop>
        <al>In dit artikel wordt aangegeven dat als heffingsmaatstaf geldt, een vast bedrag per heffingseenheid. Hoeveel keer een belastingplichtige dit basistarief verschuldigd is, staat in lid 2. </al>
        <tussenkop/>
        <tussenkop kopopmaak="cur">Artikel 5</tussenkop>
        <al>In dit artikel wordt de hoogte vastgelegd van het bedrag van de heffingseenheid en zal per belastingjaar aan de hand van het Kostendekkingsplan moeten worden vastgesteld.</al>
        <tussenkop/>
        <tussenkop kopopmaak="cur">Artikel 6</tussenkop>
        <al>Geeft aan dat het belastingjaar gelijk is aan het kalenderjaar.</al>
        <tussenkop/>
        <tussenkop kopopmaak="cur">Artikel 7</tussenkop>
        <al>Ingevolge artikel 233 van de Gemeentewet kunnen gemeentelijke belastingen worden geheven bij wege van aanslag, bij wege van voldoening op aangifte of op andere wijze. Op grond van dit artikel zal de rioolheffing in principe worden geheven bij wege van aanslag.</al>
        <tussenkop/>
        <tussenkop kopopmaak="cur">Artikel 8</tussenkop>
        <al>Omdat de rioolheffing is verschuldigd voor het profijt dat de gebruiker van de riolering heeft, is iemand die bijvoorbeeld halverwege het belastingjaar verhuist naar een andere gemeente slechts voor een half jaar rioolheffing verschuldigd. Artikel 8 geeft hiervoor een regeling. Het is overigens niet mogelijk dat een belastingplichtige die bijvoorbeeld wegens vakantie een paar weken geen gebruik heeft gemaakt van de riolering, zich op dit artikel beroept om een deel van de rioolheffing niet te betalen. De belastingplichtige is immers de gebruiker die in de positie verkeert om van het eigendom gebruik te maken.</al>
        <al/>
        <al>De overige artikelen zijn van organisatorische en administratieve aard en behoeven daarom in het kader van de heffing van rioolheffing geen nadere toelichting.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>