<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR18641_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening gemeente Rucphen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rucphen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rucphen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Interne bekendmaking</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Rucphen 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Art 223 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe Regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening gemeente Rucphen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de gemeente Rucphen besluit<cursief>,</cursief></vet></al><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet,</al><al>vast te stellen:</al><al>de verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede de
                        regels voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële
                        organisatie van de gemeente Rucphen.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>1. Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al><onderstreept>a. Organisatorische eenheid: </onderstreept></al><al>ieder onderdeel binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen
                            rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college.</al><al><onderstreept>b. administratie:</onderstreept> het systematisch
                            verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten
                            behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van
                            (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Rucphen en ten behoeve
                            van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.</al><al><onderstreept>c. rechtmatigheid: </onderstreept></al><al>het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, waaronder
                            verordeningen en raadsbesluiten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>2. Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt bij aanvang van een nieuwe raadsperiode een
                                programma-indeling voor de komende raadsperiode vast. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting
                                wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde
                                investeringskrediet weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de
                                geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de
                                totale uitgaven weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De begroting en de jaarstukken bevatten naast de verplichte
                                paragrafen een paragraaf subsidies met daarin een overzicht van
                                subsidies.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Kadernota</titel></kop><al>Het college biedt tijdig aan de raad een nota aan met een voorstel voor
                            het beleid en de financiële kaders van de ontwerp-begroting voor het
                            volgende begrotingsjaar en de meerjarenbegroting. De raad stelt deze
                            nota voor 15 juli vast. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten en
                                begrotingswijzigingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale
                                lasten en de totale baten per programma en het overzicht algemene
                                dekkingsmiddelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe
                                investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor
                                autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige
                                nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het
                                vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de
                                begroting zijn opgenomen, legt het college voorafgaand aan het
                                aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel en een voorstel
                                voor het autoriseren van een investeringskrediet aan de raad
                                voor.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad doet
                                het college voorstellen voor wijziging van de geautoriseerde
                                budgetten en investeringskredieten en bijstelling van het
                                beleid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
                                    rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente
                                    over de eerste drie en de eerste negen maanden van het
                                    begrotingsjaar. </al></li><li nr="2."><al>De tussenrapportage bevat een uiteenzetting over de uitvoering
                                    en de bijstelling van het beleid en een overzicht met de
                                    bijgestelde raming van:</al><lijst><li nr="a."><al>de baten en lasten per programma;</al></li><li nr="b."><al>het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen;</al></li><li nr="c."><al>het resultaat voor bestemming volgend uit de onderdelen
                                            a en b;</al></li><li nr="d."><al>de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
                                            per programma;</al></li><li nr="e."><al>het resultaat na bestemming, volgend uit de onderdelen c
                                            en d;</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In de tussentijdse rapportages worden verwachte afwijkingen op
                                    de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten per programma
                                    en investeringskredieten in de begroting groter dan 10%
                                    toegelicht, met dien verstande dat afwijkingen groter dan €
                                    10.000,00 te allen tijde worden toegelicht. </al></li><li nr="4."><al>Bij de tweede tussentijdse rapportage wordt de realisatie en
                                    raming van de investeringskredieten vermeld, tevens worden alle
                                    reserves en voorzieningen op de noodzaak van instandhouding en
                                    op de toereikendheid beoordeeld. Indien nodig doet het college
                                    de raad voorstellen tot het vormen van, storten in en aanwenden
                                    van reserves en voorzieningen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>3. Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Waardering &amp; afschrijving vaste activa</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald
                                actief en het saldo van agio en disagio worden lineair in 5 jaar
                                afgeschreven.</al><al>2.Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste
                                van de exploitatie gebracht. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Activa met economisch nut en een verkrijgingprijs van minder dan €
                                5.000,00 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en
                                terreinen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De materiële vaste activa met economisch nut worden lineair
                                afgeschreven over de verwachte levensduur.</al><lijst><li nr="5"><al>Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig
                                        maatschappelijk nut worden onder aftrek van bijdragen van
                                        derden ten laste van de exploitatie gebracht. Indien hiervan
                                        bij raadsbesluit wordt afgeweken, wordt het actief lineair
                                        afgeschreven over de verwachte levensduur van het actief of
                                        een kortere door de raad aan te geven tijdsduur.</al></li><li nr="6"><al>De verwachte levensduur c.q. de afschrijvingsduur van activa
                                        is vermeld in bijlage 1 bij deze verordening.</al></li><li nr="7"><al>Het college stelt nadere regels op ten aanzien van
                                        waardering en afschrijving van vaste activa en brengt deze
                                        ter kennis van de raad.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vorming van reserves en voorzieningen, stortingen in of bestedingen
                                ten laste van de reserves en voorzieningen vinden plaats volgens de
                                regels welke daarvoor in bijlage 2 van deze verordening zijn
                                opgenomen. In genoemde bijlage zijn tevens de regels voor
                                rentegrondslag en -toevoeging opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels op ter uitvoering van de in lid 1
                                van dit artikel genoemde regels en brengt deze ter kennis van de
                                raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en
                                diensten wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de
                                kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen die
                                indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door
                                de gemeente verleende diensten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan en
                                onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van
                                de betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde
                                activa en de compensabele BTW. De kapitaallasten bestaan uit
                                afschrijvingslasten en rentekosten; </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aangezien in de gemeente Rucphen de methode van rente-omslag niet
                                wordt toegepast, wordt voor de berekening van de rentekosten een
                                fictief percentage gehanteerd. Dit rentepercentage is het gemiddeld
                                rentepercentage over de afgelopen 15 jaar voor een 25-jarige
                                annuitaire geldlening bij de nv Bank Nederlandse Gemeenten zonder
                                tussentijdse rente-aanpassing De rente wordt berekend over de
                                boekwaarde van de activa per 1 januari van het begrotingsjaar en
                                over 50% van de geraamde (des)investeringen in het jaar. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                                prijzen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van
                                de gemeentelijke tarieven voor belastingen, rechten en
                                heffingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de prijzen voor leveringen en diensten, voor zover
                                ze niet vallen onder de definitie van lid 1 van dit artikel,
                                vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De besluiten tot het vaststellen van grondprijzen worden ter
                                kennisneming aan de raad aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college zorgt bij het uitoefenen van de financieringsfunctie
                                    voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                            uitzetten van overtollige gelden om de programma’s
                                            binnen de door de raad vastgestelde kaders van de
                                            begroting uit te voeren; </al></li><li nr="b."><al>b. het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                            financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s
                                            en kredietrisico’s;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van een
                                    voldoende rendement op uitzettingen;</al></li><li nr="d."><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten
                                    bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.</al></li><li nr="2."><al>Het college neemt bij het uitvoeren van de financieringsfunctie
                                    de volgende richtlijnen in acht:</al></li><li nr="a."><al>het uitzetten van overtollige geldmiddelen gebeurt uitsluitend
                                    bij financiële instellingen met minimaal een A rating afgegeven
                                    door tenminste één gezaghebbende rating agency, of bij
                                    instellingen voor wiens waardepapieren een solvabiliteitseis
                                    geldt van 0%;</al></li><li nr="b."><al>overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet tegen
                                    vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij de hoofdsom
                                    tenminste aan het eind van de looptijd in tact is;</al></li><li nr="c."><al>derivaten worden uitsluitend gebruikt voor het beperken van
                                    financiële risico’s;</al></li><li nr="d."><al>voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer
                                    dan 1 jaar worden tenminste 2 prijsopgaven bij verschillende
                                    financiële instellingen gevraagd;</al></li><li nr="e."><al>overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten van
                                    middelen of het verlenen van garanties luiden in euro.</al></li><li nr="3."><al>Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en
                                    het aangaan van financiële participaties uit hoofd van de
                                    publieke taak bedingt het college indien mogelijk zekerheden.
                                    Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang van
                                    dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van
                                    garanties en financiële participaties.</al></li><li nr="4."><al>Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde
                                    onder het eerste tot en met het derde lid en legt deze regels
                                    alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de
                                    verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
                                    vast in een treasurystatuut. Het college zendt het
                                    treasurystatuut ter kennisgeving aan de raad.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>4. Financieel beheer en interne controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij dienstbaar is
                            voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                    gemeente als geheel en in de organisatorische eenheden;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
                                    van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut,
                                    voorraden, vorderingen en schulden;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende
                                    budgetten en investeringskredieten en voor het maken van
                                    kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking
                                    tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de
                                    maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;</al></li></lijst><al> e. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                            doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie
                            tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en
                            regelgeving;</al><al>f.de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de
                            daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de
                            rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                            bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en
                            relevante wet- en regelgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><al>Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening
                            en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties voor de
                            jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de
                            informatieverstrekking, en de rechtmatigheid van de beheershandelingen.
                            Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Misbruik en oneigenlijk gebruik</titel></kop><al>Het college zorgt voor en legt de regels vast voor het voorkomen van
                            misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en
                            eigendommen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>5. Financiële organisatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college zorgt voor en legt vast:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    organisatorische eenheden;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie
                                    aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties
                                    en de bijbehorende informatievoorziening van de
                                    financieringsfunctie;</al><al>e.de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de
                                    lasten en baten aan de producten van de productraming en de
                                    productrealisatie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Inkoop en aanbesteding</titel></kop><al>Het college zorgt voor, en legt vast, de interne regels voor de inkoop
                            en de aanbesteding van goederen, werken en diensten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>6. Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van het begrotingsjaar
                                2009. De stukken voor dit begrotingsjaar en latere begrotingsjaren
                                voldoen aan de bepalingen van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in de bijlage 1 vermelde afschrijvingstermijnen worden toegepast
                                vanaf het begrotingsjaar 2008;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verordening treedt in de plaats van de ‘Financiële verordening
                                gemeente Rucphen vastgesteld door de raad op 16 december 2004,
                                laatstelijk gewijzigd op 20 april 2006;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt in de gemeentelijke stukken aangehaald onder de
                            naam ‘Financiële verordening gemeente Rucphen 2009’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van 11 december 2008.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.L. Everaers.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>drs. R.A.F. van Pareren.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al> Bijlage 1</al><al>In de gemeente Rucphen worden de volgende afschrijvingstermijnen toegepast:</al><al><vet>Immateriële vaste activa:</vet></al><lijst><li nr="·"><al> Kosten van onderzoek en ontwikkeling 5 jaar </al></li><li nr="·"><al>Overige immateriële vaste activa 5 jaar</al></li></lijst><al><vet>Materiële vaste activa:</vet></al><lijst><li nr="·"><al>Gronden en terreinen geen afschrijving </al></li><li nr="·"><al>Weg- en waterbouwkundige werken</al><lijst><li nr="o"><al>Onderzoek 5 jaar (*)</al></li><li nr="o"><al>Reconstructie/aanleg 25 jaar</al></li><li nr="o"><al>Openbare verlichting 25 jaar</al></li><li nr="o"><al>Straatmeubilair 10 jaar</al></li></lijst></li></lijst><al>(*) wanneer na onderzoek reconstructie volgt: het onderzoek meenemen in
                    afschrijvingstermijn reconstructie.</al><lijst><li nr="·"><al>Riolering, volgens beheersplan</al><lijst><li nr="o"><al>Onderzoek 5 jaar</al></li><li nr="o"><al>Riolering</al><lijst><li nr="§"><al>Vrijvervalriolering 60 jaar</al></li><li nr="§"><al>Drukriolering 60 jaar</al></li><li nr="§"><al>IBA-systemen 30 jaar</al></li><li nr="§"><al>Bergbezinkbassins (bouwkundig) 45 jaar</al></li><li nr="§"><al>Bergbezinkbassins (werktuigbouwkundig en
                                            electrotechnisch) 15 jaar</al></li><li nr="§"><al>Hoofdgemalen (bouwkundig) 50 jaar</al></li><li nr="§"><al>Hoofdgemalen (werktuigbouwkundig en electrotechnisch) 15
                                            jaar</al></li><li nr="§"><al>Drukrioolgemalen (bouwkundig) 50 jaar</al></li><li nr="§"><al>Drukrioolgemalen (werktuigbouwkundig en
                                            electrotechnisch) 15 jaar</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="·"><al>Gebouwen</al><lijst><li nr="o"><al>Onderhoud/verbouw 20 jaar</al></li><li nr="o"><al>Nieuwbouw 40 jaar </al></li></lijst></li><li nr="·"><al>Inventaris en meubelen 10 jaar </al></li><li nr="·"><al>Automatisering 5 jaar </al></li><li nr="·"><al>Vervoermiddelen</al><lijst><li nr="o"><al>Reiniging 7 jaar</al></li><li nr="o"><al>Gemeentewerken 10 jaar</al></li><li nr="o"><al>Brandweer 15 jaar </al></li></lijst></li><li nr="·"><al>Overige machines 10 jaar </al></li><li nr="·"><al>Vaste installaties 15 jaar </al></li><li nr="·"><al>Redmiddelen brandweer</al><lijst><li nr="o"><al>Kleding 7 jaar</al></li><li nr="o"><al>Apparatuur 15 jaar </al></li></lijst></li><li nr="·"><al>Sportvoorzieningen</al><lijst><li nr="o"><al>Onderhoud 20 jaar</al></li><li nr="o"><al>Vernieuwen/vervangen max. 25 jaar</al></li><li nr="o"><al>Overig 5 jaar</al></li><li nr="o"><al>Toplaagrenovatie 15 jaar </al></li></lijst></li><li nr="·"><al>Groen</al><al>oRenovatie 15 jaar </al></li><li nr="·"><al>Archief 10 jaar </al></li></lijst></bijlage><bijlage><al> Bijlage 2</al><al>Regels voor het vormen van reserves en voorzieningen, stortingen in of
                    bestedingen ten laste van de reserves en voorzieningen:</al><lijst><li nr="A."><al>Bestemmingsreserves</al></li><li nr="1."><al>Bestemmingsreserves worden ingesteld en opgeheven bij raadsbesluit.</al></li></lijst><al>2 Stortingen in - en onttrekkingen aan bestemmingsreserves kunnen slechts
                    plaatsvinden indien daaraan een raadsbesluit ten grondslag ligt.</al><al>3 Stortingen of onttrekkingen aan bestemmingsreserves worden altijd in de
                    programmabegroting en de jaarrekening vermeld.</al><lijst><li nr="4."><al>Indien een in de begroting vastgelegde besteding ten laste van een
                            bestemmingsreserve vertraagt over de jaargrens, wordt dit in de
                            jaarrekening via budgetoverheveling expliciet zichtbaar gemaakt.</al></li><li nr="5."><al>Stortingen of onttrekkingen aan reserves ter egalisatie van niet begrote
                            tekorten of overschotten zijn (zonder expliciet raadsbesluit) niet
                            toegestaan.</al></li><li nr="6."><al>Jaarlijks wordt, bij de 2<sup>e</sup> tussentijdse rapportage, aan de
                            raad een actueel overzicht van bestemmingsreserves aangeboden. Daarbij
                            worden ook de onttrekkingen en stortingen die zijn geraamd in de
                            meerjarenbegroting, opgenomen.</al></li><li nr="B."><al>Voorzieningen.</al></li><li nr="1."><al>Aangezien egalisatievoorzieningen, zoals bedoeld in artikel 44 lid 1c
                            van het BBV, geen verplichtend karakter hebben, en toevoegingen en
                            onttrekkingen meerjarig kunnen worden geraamd, zijn de spelregels die
                            hiervoor zijn beschreven voor bestemmingsreserves ook op deze categorie
                            voorzieningen van toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Stortingen in voorzieningen en bestedingen ten laste van een
                            voorziening, worden in de programmabegroting/jaarrekening vermeld.</al></li><li nr="3."><al>Jaarlijks wordt, bij de 2<sup>e</sup> tussentijdse rapportage, aan de
                            raad een overzicht van voorzieningen aangeboden. Daarbij worden ook de
                            dotaties en aanwendingen die zijn geraamd in de meerjarenbegroting,
                            opgenomen. </al></li></lijst><lijst><li nr="D."><al>Rentegrondslag en -toevoeging</al></li><li nr="1."><al>Er vindt geen rentetoevoeging plaats op de reserves en voorzieningen van
                            de algemene dienst;</al></li><li nr="2."><al>Een rentevergoeding op basis van het gemiddeld rentepercentage over de
                            afgelopen 15 jaar voor een 25-jarige annuïtaire geldlening bij de nv
                            Bank Nederlandse Gemeenten zonder tussentijdse rente-aanpassing wordt
                            toegepast bij de op 1 januari van het begrotingsjaar bij de algemene
                            dienst belegde reserves van het gemeentelijk grondbedrijf. </al></li></lijst></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de artikelen</titel></kop><tussenkop>Artikel 1. Definities </tussenkop><al>Voor de gehanteerde begrippen in de verordening gelden de definities uit de
                    Gemeentewet, de Wet Fido, het Besluit begroting en verantwoording Provincies en
                    Gemeenten (BBV) en het Besluit accountantscontrole Provincies en Gemeenten.
                    Overige begrippen uit de verordening worden in artikel 1 van de verordening
                    gedefinieerd.</al><tussenkop>Artikel 2. Inrichting begroting en jaarstukken </tussenkop><al>In dit artikel zijn in aanvulling op het BBV bepalingen opgenomen voor de
                    inrichting van de begroting. Met name wordt aandacht besteed aan de nieuwe
                    investeringskredieten en de verantwoording van de gedane investeringen in de
                    jaarrekening. Tevens is er een aanvullende bepaling opgenomen dat de begroting
                    en de jaarstukken naast de door het BBV verplichte paragrafen een paragraaf
                    subsidies bevatten. In de paragraaf subsidies bij de begroting en de jaarstukken
                    geeft het college in ieder geval een overzicht van de subsidies.</al><tussenkop>Artikel 3. Kadernota </tussenkop><al>Dit artikel bepaalt dat de gemeenteraad voorafgaand aan het opstellen aan de
                    begroting (voor 15 juli) een nota vaststelt waarin de hoofdlijnen voor het
                    beleid en de financiële kaders voor de komende jaren zijn vastgelegd. De kaders
                    geven richting aan het college voor het opstellen van de ontwerpbegroting en de
                    meerjarenraming.</al><tussenkop>Artikel 4. Autorisatie begroting en investeringskredieten en
                    begrotingswijzigingen </tussenkop><al>Dit artikel bevat nadere regels voor de autorisatie van de begroting en
                    investeringskredieten. Autorisatie van de baten en lasten vindt plaats op
                    programmaniveau (lid 1). Naast lopende uitgaven doen gemeenten ook
                    investeringen. Ook uitgaven voor investeringen dienen te worden geautoriseerd.
                    Voor de autorisatie van deze investeringskredieten is er voor gekozen deze bij
                    de begrotingsbehandeling mee te nemen. De autorisatie betreft het
                    begrotingsjaar. De raad kan bij afzonderlijk besluit aangeven bij welke
                    (politiek) belangrijke investeringen hij vooraf geïnformeerd wil worden (lid 2).
                    Het kan voorkomen dat gedurende het begrotingsjaar nieuwe investeringsvoornemens
                    op tafel die bij het opstellen van de ontwerpbegroting nog niet waren voorzien.
                    Lid 3 van het artikel regelt de autorisatie van de investeringskredieten voor
                    deze investeringen. Lid 4 regelt dat het college in de tussentijdse rapportages
                    aan de raad voorstellen tot wijzigen van geautoriseerde budgetten en
                    investeringskredieten kan doen. Het gaat hierbij om relatief geringe afwijkingen
                    ten opzichte van de beschikbaar gestelde bedragen.</al><tussenkop>Artikel 5. Tussentijdse rapportages </tussenkop><al>Artikel 5 formaliseert een belangrijk onderdeel van de planning en control van
                    de raad. De raad geeft namelijk aan de aard van de informatie die het college
                    standaard dient te verstrekken evenals de reguliere frequentie. Op basis van
                    deze informatie kan de raad de uitvoering van de begroting volgen en besluiten
                    of bijsturing nodig is. Artikel 5 regelt wanneer de raad tussentijds over de
                    stand van zaken in het lopende begrotingsjaar</al><al>moet worden geïnformeerd. In dit artikel is gekozen voor minimaal twee
                    tussenrapportages, waarbij de data van behandeling integraal onderdeel uitmaken
                    van de planning- en controlcyclus, die jaarlijks wordt vastgesteld. Uiteraard
                    wordt in deze tussenrapportages verslag uitgebracht over de voorliggende
                    periode. Het eerste rapportagemoment is zodanig gekozen dat de raad beschikt
                    over de informatie bij de kaderstelling voor de volgende begroting. Het tweede
                    moment geeft de raad de</al><al>mogelijkheid tot bijsturing van het beleid. Het derde lid van het artikel
                    bepaalt over welke afwijkingen ten opzichte van de begroting het college zich in
                    de rapportage moet verantwoorden. Om de gemeentelijke organisatie niet te
                    belasten met een te zware rapportagecyclus is het natuurlijk wel zaak, dat de
                    tussenrapportages niet te uitgebreid doch wel overzichtelijk zijn. De stand van
                    zaken van - en prognose voor het lopende begrotingsjaar kan overigens naast de
                    jaarstukken van het afgelopen jaar mede een belangrijke basis zijn voor het
                    inzicht voor en het opstellen van de komende begroting. De data als bedoeld in
                    het eerste lid sluiten daarom hierop aan.</al><tussenkop>Artikel 6. Waardering &amp; afschrijving vaste activa </tussenkop><al>Artikel 6 stelt de regels voor de waardering en afschrijving van de vaste
                    activa. De vaste activa worden verplicht ingedeeld in immateriële vaste activa,
                    materiele vaste activa en financiële vaste activa. De immateriële vaste activa
                    worden verdeeld in de kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald
                    actief en de kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van
                    agio en disagio. De materiele vaste activa worden onderverdeeld in materiele
                    vaste activa met economisch nut en materiele vaste activa met alleen
                    maatschappelijk nut. In dit artikel wordt een ondergrens voor het activeren van
                    activa met economisch nut vermeld. De te hanteren afschrijvingstermijnen zijn in
                    bijlage 1 bij de verordening vermeld. Het college krijgt in dit artikel de
                    opdracht nadere regels ten aanzien van waardering en afschrijving van vaste
                    activa op te stellen.</al><tussenkop>Artikel 7. Reserves en voorzieningen</tussenkop><al>Een belangrijk beleidsmatig aspect betreft de omvang van het eigen vermogen van
                    een gemeente. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de algemene
                    reserves en bestemmingsreserves. In bijlage 2 van de verordening zijn afspraken
                    ten aanzien van het vormen van reserves en voorzieningen, stortingen in of
                    bestedingen ten laste van de reserves en voorzieningen opgenomen. Het college
                    dient nadere regels met betrekking tot de in de bijlage vermelde afspraken op te
                    stellen. </al><tussenkop>Artikel 8. Kostprijsberekening </tussenkop><al>Artikel 212 Gemeentewet bepaalt in het tweede lid, letter b dat de verordening
                    in ieder geval bevat de grondslagen voor de berekening van de door het
                    gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en tarieven voor rechten. De
                    grondslag voor de prijzen en tarieven vormt de samenstelling van de kostprijs
                    van de diensten waarvoor prijzen en heffingen in rekening worden gebracht. In
                    artikel 8 van de verordening staan de kaders voor de bepaling van de kostprijzen
                    van de gemeentelijke diensten. Lid 1 van het artikel bepaalt dat de kostprijs
                    bestaat uit de directe kosten en de indirecte kosten die direct met de dienst
                    samenhangen. Het tweede lid bepaalt dat onder de indirecte kosten ook worden
                    verstaan bijdragen aan voorzieningen voor noodzakelijke vervanging van betrokken
                    activa, de kapitaallasten en de compensabele BTW. In de gemeente Rucphen wordt
                    de renteomslagmethode niet toegepast. In verband hiermee worden fictieve
                    rentekosten doorberekend in het tarief. In lid 3 wordt de berekening van de
                    fictieve rentekosten omschreven.</al><tussenkop>Artikel 9. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                    prijzen</tussenkop><al>Het vaststellen van de tarieven voor belastingen, rechten en leges is een
                    bevoegdheid van de raad, die niet kan worden gedelegeerd (artikel 156
                    Gemeentewet). Het eerste lid van het artikel bepaalt dat de raad de tarieven
                    voor de belastingen, rioolrechten, afvalstoffenheffing en overige lokale
                    heffingen jaarlijks vaststelt. Het vaststellen van de prijs voor een
                    gemeentelijke dienst of de levering van goederen of werken (welke niet vallen
                    onder artikel 229 Gemeentewet) is een privaatrechtelijk besluit. Dergelijke
                    besluiten zijn een bevoegdheid van het college (eerste lid, letter e artikel 160
                    Gemeentewet). Lid 3 bepaalt dat het college de grondprijzen ter kennis van de
                    raad moet brengen.</al><tussenkop>Artikel 10. Financieringsfunctie</tussenkop><al>De financieringsfunctie (treasury) is een belangrijk onderdeel van het
                    middelenbeheer. Gezien de kwetsbaarheid van deze functie bevat artikel 212 het
                    expliciete voorschrift dat de verordening een onderdeel over de
                    financieringsfunctie heeft. Het artikel draagt het college op een
                    financieringsstatuut (treasurystatuut) op te stellen dat met name protocollen
                    bevat voor de dagelijkse uitvoering. Onderwerpen die in zo’n besluit aan de orde
                    komen zullen met name betreffen het derivatenbeheer (indien van toepassing), het
                    kasbeheer, het risicobeheer, de financiering en de administratieve
                    organisatie.</al><al>Onder het risicobeheer vallen het renterisicobeheer, het kredietrisicobeheer,
                    het koersrisicobeheer, het interne liquiditeitsbeheer en het valutarisicobeheer
                    (indien van toepassing). </al><tussenkop>Artikel 11. Administratie</tussenkop><al>In artikel 11 worden de kaders gegeven voor de inrichting van administraties van
                    de gemeente. In hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens moeten worden
                    vastgelegd en aan welke eisen de vastgelegde gegevens moeten voldoen. Deze
                    verordening regelt niet – inherent aan het dualisme – de regels en activiteiten
                    die daarvoor in de uitvoering nodig zijn. Dat is immers een taak van het
                    college, die voor een adequate aansturing van de ambtelijke organisatie deze
                    zaken in een besluit zal moeten vastleggen. </al><tussenkop>Artikel 12. Interne controle</tussenkop><al>De accountant toetst jaarlijks van de gemeenterekening of deze een getrouw beeld
                    geeft van de gemeentelijke financiën en of de (financiële) beheershandelingen,
                    die eraan ten grondslag liggen, rechtmatig zijn verlopen. Door periodieke
                    interne controle dient te worden bereikt dat de kwaliteit van de administratie
                    zo goed mogelijk is. Indien noodzakelijk neemt het college maatregelen ter
                    verbetering van de kwaliteit. uit externe en/of interne controle blijkt, dat
                    hiervan onvoldoende sprake is, dan dient het college maatregelen te
                    treffen.</al><tussenkop>Artikel 13. Misbruik en oneigenlijk gebruik</tussenkop><al>Artikel 13 bepaalt dat in gemeentelijke regelingen en werkprocedures voldoende
                    maatregelen worden getroffen om misbruik en oneigenlijk gebruik van
                    gemeentelijke regelingen en eigendommen te beperken. Het treffen van afdoende
                    maatregelen op het gebied van misbruik en oneigenlijk gebruik maakt deel uit van
                    het rechtmatigheidoordeel van de accountant. </al><tussenkop>Artikel 14. Financiële organisatie </tussenkop><al>Dit artikel geeft de uitgangspunten voor de financiële organisatie. Volgens het
                    eerste lid letter a van artikel 160 Gemeentewet is het vaststellen van regels
                    over de ambtelijke organisatie van de gemeente een bevoegdheid van het college.
                    In artikel 14 van de verordening wordt het college opgedragen bepaalde van deze
                    regels die de financiële organisatie betreffen, vast te leggen in
                    besluiten.</al><tussenkop>Artikel 15. Inkoop en aanbesteding </tussenkop><al>Het college zorgt er voor dat de externe wet- en regelgeving (Europese en
                    nationale wet- en regelgeving) en, voor zover van toepassing, interne wet- en
                    regelgeving op het gebied van inkoop en aanbesteding wordt nageleefd. Deze
                    regels vormen het kader waarbinnen inkoop en aanbesteding plaats moet
                    vinden.</al><tussenkop>Artikel 16. Inwerkingtreding </tussenkop><al>De verordening treedt in de plaats van de vorige op grond van artikel 212
                    Gemeentewet ingestelde verordening. Het artikel bepaalt dat de verordening van
                    toepassing is op alle stukken van het begrotingsjaar 2009 en latere jaren. De
                    jaarstukken van het vorig begrotingsjaar moeten nog voldoen aan de bepalingen
                    uit de oude verordening. Tevens is bepaald dat de gewijzigde
                    afschrijvingstermijnen (bijlage 1 bij de verordening), vanaf 2008 worden
                    toegepast.</al><tussenkop>Artikel 17. Citeertitel </tussenkop><al>Artikel geeft de naam, waarmee in de gemeentelijke stukken naar deze verordening
                    moet worden verwezen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>