<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR18611_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-01-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Feanster</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening gemeente Achtkarspelen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht; art. 147 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2001-11-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2001-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE ACHTKARSPELEN</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;</al><al>gelet op artikel 147 van de Gemeentewet en de bepalingen van titel 4.2 van
                        de Algemene wet bestuursrecht; </al><al>b e s l u i t : </al><al>vast te stellen de "Algemene subsidieverordening gemeente
                        Achtkarspelen"</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Aan de Gemeenteraad</titel></kop><structuurtekst><table><tgroup cols="4" char="" charoff="50" align="left"><colspec colname="col1" colwidth="13*"/><colspec colname="col2" colwidth="32*"/><colspec colname="col3" colwidth="14*"/><colspec colname="col4" colwidth="41*"/><tbody><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Raad :</al><al>Punt no. :</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>29 november 2001</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Voorstel :</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>Vaststelling Algemene subsidieverordening gemeente
                                            Achtkarspelen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Korte toelichting</al><al>De Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat sinds 1 januari 1998 een
                        afzonderlijke titel met betrekking tot subsidies. Deze titel geeft een
                        wettelijk kader voor alle subsidies van het Rijk en de decentrale overheden,
                        dus ook voor de gemeenten. </al><al>Daarbij staat centraal de eis dat subsidie in beginsel een wettelijke
                        grondslag heeft. Voor de gemeenten betekent dit dat subsidieverlening in
                        beginsel op grond van een gemeentelijke subsidieverordening moet
                        plaatsvinden. </al><al>Nadere toelichting</al><al>De Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat sinds 1 januari 1998 een
                        afzonderlijke titel met betrekking tot subsidies. Deze titel geeft een
                        wettelijk kader voor alle subsidies van het Rijk en de decentrale overheden,
                        dus ook voor de gemeenten. </al><al>Daarbij staat centraal de eis dat subsidie in beginsel een wettelijke
                        grondslag heeft. Voor de gemeenten betekent dit dat subsidieverlening in
                        beginsel op grond van een gemeentelijke subsidieverordening moet
                        plaatsvinden. De Algemene subsidieverordening bevat geen inhoudelijke
                        criteria met betrekking tot de subsidieverlening. Deze zijn te vinden in de
                        bij deze verordening behorende deelverordeningen met betrekking tot de
                        verschillende beleidsterreinen en de daarop gebaseerde beleidsplannen.</al><al>Het maken van deze deelverordeningen zal de komende maanden plaatsvinden, te
                        beginnen met een deelverordening op het gebied van sociaal-cultureel werk. </al><al>Het is van belang de Algemene subsidieverordening zo snel mogelijk vast te
                        stellen, omdat het op basis van deze verordening mogelijk wordt
                        subsidieplafonds voor bepaalde werksoorten in de begroting op te nemen. Dit
                        is met name van belang voor zogenaamde open-eindregelingen. </al><al>Voor meer informatie verwijzen wij u naar de toelichting op de
                        verordening.</al><al>Voorstel</al><al>De Algemene subsidieverordening gemeente Achtkarspelen vaststellen
                        overeenkomstig bijgaand concept.</al><al>Advies commissie</al><al>Over dit voorstel hebben wij het advies gevraagd van de commissie Algemene
                        Zaken en Financiën.</al><table><tgroup cols="2" char="" charoff="50" align="left"><colspec colname="col1" colwidth="13*"/><colspec colname="col2" colwidth="87*"/><tbody><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Buitenpost,</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Burgemeester en Wethouders van Achtkarspelen,</al><al>secretaris, burgemeester,</al><al>R.Groninger B. Schmidt</al><al>Bijlagen : verordening </al><al>Ter inzage : </al><al>Ambtenaar : mr. R. van der Heide</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><al>a.subsidie:</al><al>de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met
                        het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling
                        voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten. </al><al>b.activiteit:</al><al>elke vorm van handelen, of het nalaten daarvan, door een subsidieontvanger
                        zonder winstoogmerk. </al><al>c.subsidieplafond:</al><al>het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak per werksoort ten hoogste
                        beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies. </al><lijst><li nr="d."><al>structurele subsidie: een subsidie die voor een of meer boekjaren
                                wordt verstrekt aan rechtspersonen ter bekostiging van hun
                                structurele actviteiten; afdeling 4.2.8. van de wet is hierop van
                                toepassing.</al></li><li nr="e."><al>incidentele subsidie:</al></li></lijst><al>een subsidie voor een eenmalige activiteit die wordt verricht binnen twaalf
                        maanden nadat de aanvraag is ingediend. </al><al>f.werksoort:</al><al>een specifiek deel van het gemeentelijk beleid waarop activiteiten worden
                        uitgevoerd.</al><al>g.de wet: de Algemene wet bestuursrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op alle gemeentelijke subsidies tenzij
                        bij afzonderlijk raadsbesluit anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Algemene eisen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies worden toegekend aan instellingen die volledige
                            rechtspersoonlijkheid bezitten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ontheffing
                            verlenen van het bepaalde in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Subsidiëring van activiteiten vindt slechts plaats voor zover deze in
                            voldoende mate in het algemeen gemeentelijk belang worden geacht. Bij
                            gemeentelijke verordening kunnen de activiteiten waarvoor subsidie kan
                            worden verstrekt nader worden bepaald alsmede andere criteria die voor
                            die verstrekking worden vastgesteld. Hierbij kunnen ook regels worden
                            vastgesteld met betrekking tot de verplichtingen die aan de
                            subsidiebeschikking kunnen worden verbonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><al>De gemeenteraad stelt jaarlijks in het kader van de begrotingsbehandeling de
                        budgetten en subsidieplafonds vast die per werksoort beschikbaar zijn. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>De subsidieaanvraag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Subsidieaanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag om een structurele subsidie wordt voor 1 juni
                                voorafgaande aan het kalenderjaar waarin de activiteiten worden
                                uitgevoerd, ingediend bij burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen naast de in artikel 4:61 van de
                                wet genoemde gegevens het verstrekken van nadere informatie
                                verlangen die zij noodzakelijk achten voor een goede beoordeling van
                                de in het eerste lid bedoelde subsidieaanvraag.</al></li><li nr="3."><al>Een aanvraag om een incidentele subsidie moet worden ingediend ten
                                minste acht weken voordat met de activiteit een begin wordt
                                gemaakt.</al></li><li nr="4."><al>De aanvraag om een incidentele subsidie gaat vergezeld van een
                                gespecificeerde begroting met toelichting en een beschrijving van de
                                voorgenomen activiteiten.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>De subsidieverlening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De beschikking tot subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen een subsidie met inachtneming van de
                            bepalingen van de wet, deze verordening en de daarop gebaseerde
                            deelverordeningen, alsmede het ter uitvoering daarvan vastgestelde
                            beleid tot het voor de werksoort vastgestelde subsidieplafond.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beschikking op een aanvraag om een structurele subsidie wordt
                            uiterlijk genomen op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar
                            of de jaren waarop de subsidie betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beschikking op een aanvraag om een incidentele subsidie wordt genomen
                            binnen acht weken nadat de aanvraag is ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Structurele subsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een structurele subsidie kan voor maximaal vier kalenderjaren worden
                                verleend.</al></li><li nr="2."><al>Indien voor meerdere jaren een structurele subsidie is verleend,
                                brengt de subsidie-ontvanger voor 1 april van het jaar volgend op
                                een subsidiejaar verslag uit aan burgemeester en wethouders over de
                                in het subsidiejaar verrichte activiteiten, de voortgang van de
                                eventueel overeengekomen prestaties en de financiële
                                ontwikkelingen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Verplichtingen van de subsidie-ontvanger</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Overige doelgebonden verplichtingen</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie-ontvanger naast de in artikel
                        4:37 van de wet vermelde standaardverplichtingen ook andere verplichtingen
                        opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de
                        beschikking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Niet-doelgebonden verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie-ontvanger verplichtingen
                            opleggen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de
                            subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Verplichtingen als bedoeld in het eerste lid kunnen slechts betrekking
                            hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde
                            activiteit wordt verricht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Vergoeding met subsidie behaald
                            vermogensvoordeel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In de gevallen genoemd in het tweede lid van artikel 4:41 van de wet
                                is de subsidie-ontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie
                                heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor een vergoeding
                                verschuldigd aan burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="2."><al>De hoogte van de vergoeding is gelijk aan de toename van het
                                vermogen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>De subsidievaststelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidie-ontvanger dient een aanvraag tot vaststelling van een
                                structurele subsidie in vóór 1 april van het jaar volgend op het
                                kalenderjaar waarvoor structurele subsidie is verleend.</al></li><li nr="2."><al>De subsidie-ontvanger dient een aanvraag tot vaststelling van een
                                incidentele subsidie in binnen acht weken na afloop van de
                                activiteit, tenzij de subsidie voor de aanvang van de activiteit is
                                vastgesteld.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders stellen een structurele subsidie vast
                                binnen zes maanden nadat de aanvraag als bedoeld in het eerste lid
                                is ingediend; een incidentele subsidie stellen zij vast binnen acht
                                weken nadat de aanvraag als bedoeld in het tweede lid is
                                ingediend.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Uitbetaling van subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie wordt overeenkomstig de subsidievaststelling betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidie wordt binnen tien weken na de subsidievaststelling
                            betaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Voorschotten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een of meer voorschotten verlenen op
                            de subsidie volgens het schema dat is opgenomen in de beschikking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorschotten, als bedoeld in het eerste lid, worden verrekend bij de
                            definitieve vaststelling van de subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>Indien het definitief vastgestelde subsidiebedrag meer dan vijfentwintig
                        Euro lager is dan het totaal van de over dat jaar verstrekte voorschotten
                        vorderen burgemeester en wethouders het verschil terug.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>In bijzondere gevallen en voor zover toepassing van deze verordening zal
                        leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, kunnen burgemeester en
                        wethouders afwijken van</al><al>het bepaalde in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2002</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan aangehaald worden als "Algemene subsidieverordening
                        gemeente</al><al>Achtkarspelen".</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad, gehouden op 29 november 2001</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>Toelichting Bij de Algemene subsidieverordening gemeente Achtkarspelen</al><al>Algemeen</al><al>De Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat sinds 1 januari 1998 een
                        afzonderlijke titel met betrekking tot subsidies. Deze titel geeft een
                        wettelijk kader voor alle subsidies van het Rijk en de decentrale overheden,
                        dus ook voor de gemeenten. </al><al>Daarbij staat centraal de eis dat subsidie in beginsel een wettelijke
                        grondslag heeft. Voor de gemeenten betekent dit dat subsidieverlening in
                        beginsel op grond van een gemeentelijke subsidieverordening moet
                        plaatsvinden. </al><al>Deze Algemene subsidieverordening en de daarbij behorende deelverordeningen
                        zijn bedoeld om aan die eis te voldoen. Tot nu toe zijn er wel diverse
                        subsidieverordeningen op deelterreinen, maar deze voldoen niet meer aan de
                        wettelijke criteria. Bovendien vindt subsidiëring vaak plaats op grond van
                        beleidsregels. Met ingang van 1 januari 2002 is dat niet meer
                        toegestaan.</al><al>De meeste formele regels met betrekking tot subsidies staan in de Awb en
                        hoeven dus niet in een gemeentelijke verordening te worden herhaald. De
                        Algemene subsidieverordening beperkt zich daarom tot de hoofdlijnen en bevat
                        daarnaast slechts aanvullende bepalingen op de Awb, voor zover deze dit
                        vereist dan wel toelaat. </al><al>De Algemene subsidieverordening bevat geen inhoudelijke criteria met
                        betrekking tot de subsidieverlening. Deze zijn te vinden in de bij deze
                        verordening behorende deelverorde- ningen met betrekking tot de
                        verschillende beleidsterreinen en de daarop gebaseerde beleidsplannen.</al><al>Artikelsgewijze toelichting</al><divisie><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>a.Subsidie. De definitie van het begrip subsidie is overgenomen uit de Awb
                        en bevat verschillende elementen. In het algemeen kan worden gesteld dat van
                        subsidie sprake is als wordt voldaan aan de elementen van de
                        begripsomschrijving (materieel subsidiebegrip). De gekozen benaming
                        (subsidie, bijdrage, uitkering, financiering, enz.) is dus niet van
                        belang.</al><al>Het woord aanspraak benadrukt dat de beslissing om subsidie te verstrekken
                        niet vrijblijvend is. Ook de verlening van een subsidie voorafgaand aan de
                        gesubsidieerde activiteit vestigt een rechtens afdwingbare, zij het
                        voorwaardelijke, aanspraak op financiële middelen.</al><al>Het element financiële middelen heeft tot gevolg dat verstrekkingen in
                        natura (indirecte subsidies) niet onder het subsidiebegrip vallen, ook niet
                        indien deze op geld waardeerbaar zijn. </al><al>Het element met het oog op bepaalde activiteiten drukt het gebonden karakter
                        van de subsidie uit. </al><al>Het element anders dan als betaling voor goederen of diensten houdt
                        commerciële transacties met de overheid buiten het subsidiebegrip. Van
                        subsidie is in dergelijke gevallen alleen nog sprake als de betaling
                        onmiskenbaar zozeer boven de marktprijs ligt dat redelijkerwijs niet meer
                        van betaling kan worden gesproken.</al><lijst><li nr="b."><al>Activiteit. Ook een nalaten, zoals het braak laten liggen van grond,
                                kan een activiteit zijn in het kader van subsidieverlening.</al></li><li nr="c."><al>Subsidieplafond. Het begrip subsidieplafond geeft een oplossing voor
                                het probleem dat enerzijds de begroting geen ruimte biedt voor
                                subsidiëring, terwijl anderzijds de wet of algemene beginselen van
                                behoorlijk bestuur weigering of intrekking van de subsidie niet
                                zonder meer toelaten. Het enkel ontbreken van een begrotingspost
                                ontslaat de overheid namelijk niet van haar plicht om financiële
                                verplichtingen jegens haar burgers na te komen, zoals reeds in het
                                midden van de 19e eeuw door de Hoge Raad is bepaald.</al></li></lijst><al>In de praktijk doet dit probleem zich voor als het aantal aanvragen en
                        daarmee de omvang van het beroep op een subsidieregeling vooraf onbekend is
                        (open-einde-regeling). Door het vaststellen van een subsidieplafond worden
                        de wettelijke aanspraken beperkt.</al><lijst><li nr="d."><al>Structurele subsidie. Hiermee worden bedoeld subsidies die per
                                boekjaar worden verstrekt aan rechtspersonen ter bekostiging van hun
                                structurele activiteiten. Hierbij moet worden gedacht aan
                                exploitatiesubsidies en aan budgetsubsidiëring, waarbij het
                                subsidiebedrag direct gerelateerd wordt aan een bepaald niveau van
                                prestaties of activiteiten. Voor de structurele subsidie is afdeling
                                4.2.8. van de Awb van toepassing verklaard. Deze afdeling, getiteld
                                Per boekjaar vertsrekte subsidies aan rechtspersonen bevat
                                voornamelijk procedurele voorschriften die zijn toegesneden op dit
                                soort subsidies.</al></li><li nr="d."><al>Incidentele subsidie. Deze subsidie is afzonderlijk gedefinieerd om
                                haar te onderscheiden van structurele subsidies, die meestal
                                meerjarig zijn. Het onderscheid is vooral van belang in verband met
                                de te stellen voorwaarden, ook op het terrein van administratie en
                                controle.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 2 Reikwijdte</titel></kop><al>Behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 3 Algemene eisen</titel></kop><al>In het eerste lid is bepaald dat subsidies alleen kunnen worden toegekend
                        aan instellingen die volledige rechtspersoonlijkheid bezitten, met de
                        mogelijkheid van ontheffing in bijzondere gevallen (tweede lid). Deze
                        bepaling is opgenomen om te voorkomen dat allerlei informele organisaties
                        zonder duidelijke organisatiestructuur en bevoegdhedenverdeling aanspraak op
                        subsidie kunnen maken. </al><al>Het derde lid geeft als algemeen beoordelingscriterium aan dat de te
                        subsidiëren actviteiten in voldoende mate in het algemeen belang moeten
                        zijn. Nadere criteria kunnen per werksoort in deelverordeningen worden
                        aangegeven.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 4 Subsidieplafond</titel></kop><al>Het begrip subsidieplafond is bij artikel 1 al nader toegelicht. Een
                        subsidieplafond leidt automatisch tot de weigering van een subsidie wat
                        betreft het gedeelte dat boven het subsidieplafond uitstijgt (art. 4:25, lid
                        2 van de Awb). In de weigeringsbeschikking hoeft niet meer te worden
                        gemotiveerd waarom het financiële belang van de gemeente zwaarder moet wegen
                        dan de belangen van de aanvrager. Het rechtsgevolg onstaat als het
                        subsidieplafond is vastgesteld en bekendgemaakt. Dit laatste moet gebeuren
                        vóór de aanvang van het tijdvak waarvoor het is vastgesteld (art. 4:27
                        Awb).</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 5 Subsidieaanvraag</titel></kop><al>Dit artikel bevat een aanvullende regeling van het indieningstijdstip en de
                        bij de aanvraag te overleggen bescheiden. Voor structurele subsidies geeft
                        de Awb de volgende regels.</al><al> Artikel 4:61</al><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag van de subsidie gaat in ieder geval vergezeld van:</al><lijst><li nr="a."><al>een activiteitenplan, tenzij redelijkerwijs kan worden
                                        aangenomen dat daaraan</al></li></lijst></li></lijst><al> geen behoefte is, en</al><al>b.een begroting, tenzij deze voor de berekening van het bedrag van de
                        subsidie</al><al> niet van belang is.</al><al>2.Indien de aanvrager beschikt over een egalisatiereserve als bedoeld
                        in</al><al> artikel 4:72, vermeldt de aanvraag de omvang daarvan.</al><al> Artikel 4:64</al><al>1.Tenzij de aanvraag wordt ingediend door een krachtens publiekrecht
                        ingestelde</al><al> rechtspersoon, gaat deze, indien voor het jaar voorafgaand aan het
                        subsidiejaar</al><al> geen subsidie werd aangevraagd, voorts vergezeld van:</al><al>a.een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel van
                        de</al><al> statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd, en</al><al>b.de laatst opgemaakte jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2
                        van</al><al> het Burgerlijk Wetboek dan wel de balans en de staat van baten en lasten en
                        de</al><al> toelichting daarop of, indien deze bescheiden ontbreken, een verslag over
                        de</al><al> financiële positie van de aanvrager op het moment van de aanvraag.</al><al>2.De in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde bescheiden dan wel het
                        verslag</al><al> over de financiële positie zijn voorzien van een van een accountant als
                        bedoeld</al><al> in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek
                        afkomstige</al><al> schriftelijke verklaring omtrent de getrouwheid onderscheidenlijk een</al><al> mededeling, inhoudende dat van onjuistheden niet is gebleken.</al><al>3.Bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan kan</al><al> vrijstelling of ontheffing worden verleend van het in het tweede lid
                        bepaalde.</al><al> Artikel 4:65</al><al> Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens subsidie
                        heeft</al><al> aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen, doet hij daarvan
                        mededeling</al><al> in de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot
                        de</al><al> beoordeling van die aanvraag of aanvragen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 6 De subsidiebeschikking</titel></kop><al>In dit artikel wordt de bevoegdheid tot het verlenen van subsidies
                        neergelegd bij het college van burgemeester en wethouders. Deze houden bij
                        de uitoefening van die bevoegdheid rekening met de bepalingen van deze
                        verordening, de daarop gebaseerde deelverordeningen per werksoort en het ter
                        uitvoering daarvan vastgestelde beleid, alsmede het per werksoort
                        vastgestelde subsidieplafond.</al><al>Met de term subsidieverlening wordt de beschikking aangeduid die voorafgaand
                        aan de te subsidiëren activiteit wordt gegeven. De subsidieverlening geeft
                        de subsidie-ontvanger een voorwaarderlijke aanspraak op financiële middelen,
                        waarvan de precieze omvang vaak nog niet vaststaat. De aanspraak is
                        voorwaardelijk omdat het op dat moment nog niet zeker is of de aanvrager ook
                        werkelijk de gesubsidieerde activiteiten verricht en hij zich houdt aan de
                        opgelegde verplichtingen. De subsidieverlening verplicht de
                        subsidie-ontvanger op zichzelf niet rechtstreeks en onvoorwaardelijk tot het
                        daadwerkelijk verrichten van de gesubsidieerde activiteit. De
                        subsidie-ontvanger behoudt in beginsel de vrijheid om van de activiteit af
                        te zien, hetgeen uiteraard tot gevolg heeft dat hij dan ook iedere aanspraak
                        op subsidiegelden verliest. Dit is slechts anders als uitdrukkelijk een
                        verplichting tot het daadwerkelijk verrichten van de gesubsidieerde
                        activiteit is opgenomen in een zogenaamde afdwingovereenkomt of rechtstreeks
                        als subsidieverplichting.</al><al>De Awb geeft aan welke onderwerpen in beginsel moeten worden geregeld in de
                        beschikking tot subsidieverlening: een omschrijving van de gesubsidieerde
                        activiteiten (art. 4:30, lid 1), de subsidiemaatstaf of met maximum
                        subsidiebedrag (art. 4:31), duur van de subsidie (art. 4:32). Ook
                        subsidievoorwaarden, waaronder een eventueel begrotingsvoorbehoud, moeten in
                        de beschikking worden opgenomen (art. 4:33 en 4:34).</al><al>De gronden waarop een subsidie kan worden geweigerd staan ook in de Awb
                        (art. 4:25, lid 2 en art. 4:35).</al><al>Artikel 4:25, lid 2</al><al>Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking het
                        subsidieplafond zou worden overschreden.</al><al>Artikel 4:35</al><lijst><li nr="1."><al>De subsidieverlening kan in ieder geval worden geweigerd indien een
                                gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten niet of niet geheel zullen
                                        plaatsvinden;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie
                                        verbonden verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en
                                        verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte
                                        activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten,
                                        voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van
                                        belang zijn.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De subsidieverlening kan voorts in ieder geval worden geweigerd
                                indien de aanvrager:</al><lijst><li nr="a."><al>in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige
                                        gegevens heeft verstrekt en de versterkking van deze
                                        gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zouden
                                        hebben geleid, of</al></li><li nr="b."><al>failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is
                                        verleend of ten anzien van hem de schuldaneringsregeling
                                        natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel
                                        een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.</al></li></lijst></li></lijst><al>Daarnaast kan een subsidie worden geweigerd als ze niet in voldoende mate in
                        het gemeentelijk belang wordt geacht. Dat vloeit voort uit art. 3, lid 3 van
                        deze verordening.</al><al>De hierboven genoemde weigeringsgronden zijn overigens niet-limitatief. Zij
                        kunnen worden aangevuld met bijvoorbeeld weigeringsgronden die in een
                        deelverordening worden opgenomen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 7 Structurele subsidie</titel></kop><al>In dit artikel wordt de periode voor het verlenen van een structurele
                        subsidie begrensd tot vier jaar, hetgeen overeenstemt met de periode
                        waarover de Perspectiefnota zich uitstrekt.</al><al>Bij een structurele subsidie die voor meer dan een jaar wordt verleend,
                        moeten jaarlijks tussentijds rapportages worden uitgebracht.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 8 Overige doelgebonden verplichtingen</titel></kop><al>In artikel 4:37 van de Awb zijn standdaardverplichtingen opgenomen die
                        desgewenst aan subsidie-ontvangers kunnen worden opgelegd.</al><al> Artikel 4:37</al><al>1.Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger verplichtingen opleggen
                        met</al><al> betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt
                                verleend;</al></li><li nr="b."><al>de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en
                                inkomsten;</al></li><li nr="c."><al>het vóór de subsidievaststelling verstrekken van gegevens en
                                bescheiden die</al></li></lijst><al> nodig zijn voor een beslissing omtrent de subsidie;</al><lijst><li nr="d."><al>de te verzekeren risico's;</al></li><li nr="e."><al>het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten;</al></li><li nr="f."><al>het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte
                                activiteiten</al></li></lijst><al> en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de</al><al> vaststelling van de subsidie van belang zijn;</al><al>g.het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de subsidie
                        voor</al><al> derden;</al><al>h.het uitoefenen van controle door een accountant als bedoeld in artikel
                        393,</al><al> eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek op het door het
                        bestuursorgaan</al><al> gevoerde financiële beheer en de financiële verantwoording daarover.</al><al>2.Indien een verplichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c,
                        wordt</al><al> opgelegd, zijn de artikelen 4:3 en 4:4 van overeenkomstige toepassing.</al><al>De in het artikel genoemde verplichtingen zijn niet limitatief.</al><al>Artikel 8 van de Algemene subsidieverordening is gebaseerd op artikel 4:38
                        van de Awb, dat de mogelijkheid schept bij of krachtens verordening ook
                        andere dan de in artikel 4:37 Awb genoemde verplichtingen op te leggen. Het
                        moet dan wel gaan om verplichtingen die redelijkerwijs noodzakelijk en
                        geschikt zijn om het met de subsidie nagestreefde doel te verwezenlijken. </al><al>De doelgebonden verplichtingen kunnen rechtstreeks betrekking hebben op de
                        gesubsidieerde activiteit, maar ook een meer afgeleid en ondersteunend
                        karakter hebben. </al><al>Voorbeeld van het eerste: een verplichting aan een instelling om bepaalde
                        activiteiten ten behoeve van derden (bijvoorbeeld cursussen) uitsluitend te
                        laten verzorgen door personen die aan bepaalde opleidingseisen voldoen. </al><al>Voorbeeld van het tweede: verplichting inzake de wijze waarop de
                        administratie moet worden gevoerd of aan het bestuursorgaan moet worden
                        gerapporteerd over de activiteiten.</al><al>Ook kan een verplichting worden opgelegd aan de subsidie-ontvanger om zelf
                        in een eigen bijdrage of aanvullende inkomsten te voorzien.</al><al><onderstreept>Atikel 9 Niet-doelgebonden verplichtingen</onderstreept></al><al>Dit artikel biedt de mogelijkheid tot het opleggen van verplichtingen die
                        geen direct verband houden met de gesubsidieerde activiteit. Voorbeelden van
                        niet-doelgebonden verplichtingen zijn het aanbrengen in een gebouw van
                        voorzieningen voor gehandicapten of het beschikbaar stellen van een
                        stageplaats in het kader van een werkervaringsproject.</al><al>De niet-doelgebonden verplichtingen moeten wel enig verband houden met de
                        gesubsidieerde activiteit. Hieruit volgt dat bijvoorbeeld van een
                        gesubsidieerde welzijnsinstelling of een museum wel kan worden geëist dat de
                        eigen activiteiten waar mogelijk op milieuvriendelijke wijze worden
                        verricht, maar niet dat wordt meegewerkt aan het verspreiden van folders
                        over het milieubeleid van de gemeente.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 10 Vergoeding met subsidie behaald
                            vermogensvoordeel</titel></kop><al>Artikel 4:41 van de Awb geeft de mogelijkheid per verordening te regelen dat
                        de subsidie-ontvanger in een aantal gevallen een vergoeding verschuldigd is
                        aan het bestuursorgaan, als de subsidie bij de subsidie-ontvanger heeft
                        geleid tot vermogensvorming. In artikel 10 wordt van die mogelijkheid
                        gebruik gemaakt. De hoogte van de vergoeding is gelijk gesteld aan de
                        toename van het vermogen.</al><al> Artikel 4:41</al><al>1.In de gevallen, genoemd in het tweede lid, is de subsidieontvanger,
                        voor</al><al> zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot
                        vermogensvorming,</al><al> daarvoor een vergoeding verschuldigd aan het bestuursorgaan, mits:</al><al>a.dit bij wettelijk voorschrift of, indien de subsidie niet op een
                        wettelijk</al><al> voorschrift berust, bij de subsidieverlening is bepaald, en</al><lijst><li nr="b."><al>daarbij is aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt
                                bepaald.</al><lijst><li nr="2."><al>De vergoeding is slechts verschuldigd indien:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>de subsidieontvanger voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte
                                of</al></li></lijst><al> bestemde goederen vervreemdt of bezwaart of de bestemming daarvan
                        wijzigt;</al><al>b.de subsidieontvanger een schadevergoeding ontvangt voor verlies of</al><al> beschadiging van voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of
                        bestemde</al><al> goederen;</al><lijst><li nr="c."><al>de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk worden
                                beëindigd;</al></li><li nr="d."><al>de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt ingetrokken of
                                de</al></li></lijst><al> subsidie wordt beëindigd, of</al><lijst><li nr="e."><al>de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt ontbonden.</al><lijst><li nr="3."><al>De vergoeding wordt vastgesteld binnen een jaar nadat het
                                        bestuursorgaan op</al></li></lijst></li></lijst><al> de hoogte is gekomen of kon zijn van de gebeurtenis die het recht op
                        vergoeding</al><al> deed ontstaan, doch in ieder geval binnen vijf jaren na de bekendmaking van
                        de</al><al> laatste beschikking tot subsidievaststelling.</al><al>Hieronder volgen enkele voorbeelden van de in het tweede lid van artikel
                        4:41 genoemde gevallen.</al><al>a.Vervreemding, bezwaring, bestemmingswijziging: het geval dat een
                        gesubsidieerde instelling met subsidiegeld een pand in eigendom krijgt en
                        dat pand na enkele jaren met winst verkoopt of het geval dat met
                        subsidiegeld aangeschafte kostbare apparatuur wordt verkocht.</al><lijst><li nr="b."><al>Ontvangst schadevergoeding voor verlies of beschadiging: deze grond
                                kan zich voordoen wanneer bij wijze van schadevergoeding ontvangen
                                gelden niet worden gebruikt voor vervanging van de verloren gegane
                                of beschadigde goederen.</al></li><li nr="c."><al>, d. en e. Beëindiging subsidieverhouding: het betreft hier gevallen
                                waarin de financiële relaties tussen de subsidieverlener en
                                subsidie-ontvanger moeten worden afgewikkeld, in welk kader kan
                                worden vastgesteld in welke mate de subsidie heeft geleid tot
                                vermogensvorming en of daarvoor een vergoedingsplicht moet worden
                                opgelegd.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 11 Aanvraag tot vaststelling</titel></kop><al>Bij de subsidievaststelling wordt vastgesteld of de gesubsidieerde
                        activiteit is verricht en of de opgelegde verplichtingen zijn nageleefd. De
                        subsidievaststelling geeft een onvoorwaardelijke en definitieve aanspraak op
                        een bepaald bedrag en is daarmee in zoverre de afsluiting van de
                        subsidieverhouding.</al><al>Bij de subsidieverlening moeten burgemeester en wethouders uitgaan van
                        hetgeen bij de subsidieverlening is bepaald. Als de subsidie-ontvanger de
                        bij de verlening omschreven activiteit heeft verricht en de verplichtingen
                        is nagekomen en er zich geen onregelmatigheden hebben voorgedaan, dan moet
                        de subsidie worden vastgesteld op het bedrag dat bij de verlening in het
                        vooruitzicht is gesteld (art. 4:46 Awb).</al><al> Artikel 4:46</al><al>1.Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, stelt het</al><al> bestuursorgaan de subsidie overeenkomstig de subsidieverlening vast.</al><lijst><li nr="2."><al>De subsidie kan lager worden vastgesteld indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet
                                        geheel hebben</al></li></lijst></li></lijst><al> plaatsgevonden;</al><al>b.de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie
                        verbonden</al><al> verplichtingen;</al><al>c.de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en
                        de</al><al> verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op
                        de</al><al> aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid, of</al><al>d.de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit
                        wist</al><al> of behoorde te weten.</al><al>3.Voor zover het bedrag van de subsidie afhankelijk is van de werkelijke
                        kosten</al><al> van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, worden kosten die
                        in</al><al> redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de
                        vaststelling</al><al> van de subsidie niet in aanmerking genomen.</al><al>Soms kan een subsdieverlening achterwege blijven omdat een subsidie meteen
                        kan worden vastgesteld. Dit is met name het geval als men pas subsidie kan
                        aanvragen nadat een bepaalde activiteit is verricht en het te subsidiëren
                        bedrag volledig vaststaat.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 12 Betaling, artikel 13 Voorschotten en artikel 14
                            Terugvordering</titel></kop><al>Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting. Een en ander is verder
                        geregeld in Afdeling 4.2.7 van de Awb.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 15 Hardheidsclausule en artikel 16
                            Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting.</al><al><onderstreept>Intrekking en wijziging</onderstreept></al><al>Deze onderwerpen zijn geregeld in afdeling 4.2.6 van de Awb (art. 4:49 t/m
                        4:51).</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>