<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR185368_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Antenne-installaties voor telecommunicatie in de gemeente Zeist</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zeist</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zeist</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Antenne-installaties voor telecommunicatie in de gemeente Zeist</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Antenneconvenant, Wet ruimtelijke ordening, Woningwet, Wet Milieubeheer, Monumentenwet en Telecommunicatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-03-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-03-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>10cv.00112</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Antenne-installaties voor telecommunicatie in de gemeente Zeist</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>De gemeenteraad heeft op 6 november 2007 een motie aangenomen met als
                            strekking het verzoek aan B&amp;W een beleidsnotitie masten voor
                            telecommunicatie op te stellen en de raad in het proces tot vaststelling
                            te betrekken.</al><al>Het college heeft aan deze motie voldaan door het aanbieden van de
                            keuzenota PlaatsingsbeleidTelecommunicatiemasten.</al><al>Op 23 juni 2008 heeft de gemeenteraad het raadsvoorstel over de
                            keuzenota PlaatsingsbeleidTelecommunicatiemasten behandeld
                            (08RAAD0143).</al><al>In het voornoemde raadsvoorstel wordt onder punt 2 voorgesteld om in te
                            stemmen met het handhaven van het huidige beleid en daarbij actiever te
                            gaan communiceren rondom de plaatsing vanvergunningsplichtige masten.
                            Grond hiervoor is de constatering in de keuzenota dat er ten opzichte
                            van</al><al>de situatie in 2000 (datum van de nota Antennebeleid) geen nieuw inzicht
                            is dat aanleiding geeft het reeds geformuleerde beleid aan te
                            passen.</al><al>De behandeling heeft geleid tot een amendement van de raad door de PvdA,
                            Groenlinks en SP. In dit amendement wordt het college gevraagd
                            beslispunt 2 van het voorstel te schrappen en te vervangen door het
                            navolgende beslispunt 2:</al><lijst><li nr="2a."><al>Het college op te dragen om in 2009 het proces te starten om de
                                    bestaande beleidsnota GSMzendinstallaties uit 2000 aan te passen
                                    en te actualiseren en de volgende richtlijnen voor
                                    vergunningsplichtige antennemasten toe te voegen:(zicht)hinder
                                    moet worden voorkomen door de huidige richtlijnen zo aan te
                                    vullen datplaatsing nabij (een grote cluster van) woningen en
                                    andere gevoelige bestemmingen (zoals verpleeg- en
                                    verzorgingstehuizen/zorgcomplexen, scholen, kinderdagverblijven
                                    e.d.) zoveel mogelijk wordt tegengegaan;</al></li><li nr="2b."><al>Het college op te dragen er voor te zorgen dat de daarvoor
                                    benodigde capaciteit binnen de relevante afdelingsplannen 2009
                                    wordt opgenomen;</al></li><li nr="2c."><al>Het college op te dragen actiever te gaan communiceren bij de
                                    plaatsing van vergunningsplichtige antenne-installaties.</al></li></lijst><al>In de toelichting van het amendement wordt door de voornoemde partijen
                            verwezen naar de Gezondheidsraad die toen in een advies aangaf dat het
                            wenselijk is wet- en regelgeving zodanig aan te passen dat
                            gezondheidscriteria een rol kunnen spelen bij de regulering van het
                            plaatsen van antennes. Mede daarom moet volgens de voornoemde partijen
                            het gemeentebestuur via heldere regelgeving de plaatsing van
                            vergunningsplichtige masten maximaal willen beïnvloeden.</al><al>De behandeling heeft geresulteerd in het verzoek van de raad aan het
                            college om de notitie Antennebeleid uit 2000 te actualiseren (optie 2
                            (08RAAD0143). Met de beleidsnota Antenne- installaties voor
                            telecommunicatie in de gemeente Zeist wordt tegemoet gekomen aan het
                            verzoek van de raad om het antennebeleid te actualiseren.</al><al>In het navolgende zal éérst de nieuwe beleidslijn van de gemeente Zeist
                            worden vermeld. Daarna zal de informatie worden gegeven over de
                            achtergronden waarop de beleidslijnen zijn gebaseerd. Tevens zijn
                            bijlagen opgenomen voor verdere informatie.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>1.</nr><titel>Beleidslijn gemeente Zeist</titel></kop><structuurtekst><al><onderstreept>1. Uitgangspunten antennebeleid</onderstreept></al><al/><lijst><li nr="1a."><al>De gemeente Zeist dient als gevolg van het ‘Antenneconvenant’
                                    medewerking te verlenen aan het realiseren van een dekkend
                                    netwerk voor de telecommunicatie. De speelruimte voor een
                                    gemeentespecifiek antennebeleid is als gevolg van het
                                    ‘Antenneconvenant’ beperkt en daarvan is Zeist zich bewust.</al><al>Bij de uitvoering van de nieuwe beleidslijn voor het
                                    antennebeleid zullen de juridische kaders zoals die van het
                                    Antenneconvenant, de Wet ruimtelijke ordening, Woningwet, Wet
                                    Milieubeheer, Monumenten wet en de Telecommunicatiewet als
                                    uitgangspunt dienen.</al></li><li nr="1b."><al>Het plaatsingsbeleid van de gemeente is enerzijds gericht op het
                                    door de operators laten realiseren van een dekkend netwerk met
                                    voldoende capaciteit voor de aanbieders, dat in het belang is
                                    van de gebruikers van deze mobile netwerken.Anderzijds moeten in
                                    het plaatsingsbeleid ook andere belangen worden betrokken. Te
                                    weten die van de bewoners, van een goede leefomgeving, van de
                                    stedenbouwkundige aspecten en van hetlandschapsschoon in het
                                    buitengebied.</al></li><li nr="1c."><al>De gemeente erkent, dat nieuwe ontwikkelingen op het gebied van
                                    de telecommunicatie telkens vragen om een aanpassing ten aanzien
                                    van: </al><lijst><li nr="-"><al>de fysieke kenmerken van de zendobjecten;</al></li><li nr="-"><al>de geografische plaatsing ervan;</al></li><li nr="-"><al>de dichtheid van het netwerk.</al></li></lijst><al>Het realiseren van een zorgvuldige ordening van de antennes, als
                                    lokaal beleid, voorkomt zoveel mogelijk overlast in de vorm van
                                    horizonvervuiling en verkeerde ruimtelijke inpassing.</al></li></lijst><al/><al><onderstreept>2. Bereikbaarheid van telecommunicatie</onderstreept></al><al>De mobiele bereikbaarheid is een door de Rijksoverheid verplicht gesteld
                            doel, zowel voor de operators van mobiele netwerken en andere
                            ondertekenaars van het Antenneconvenant, maar ook de gemeenten. De
                            bereikbaarheid wordt bepaald door twee factoren: volledige dekking en
                            voldoende capaciteit.</al><al>Volledige dekking betekent dat men overal bereik moet hebben.</al><al>Voldoende capaciteit houdt in dat op plaatsen waar intensief (veel
                            mensen tegelijk) wordt gebeld een toerijkend aantal antenne-installaties
                            moet staan.</al><al/><al><onderstreept>3. Behoud van visuele kwaliteit</onderstreept></al><lijst><li nr="3a."><al>Bij plaatsing van nieuwe antennes zullen de criteria voor de
                                    visuele inpasbaarheid worden toegepast. De afbreuk aan de
                                    visuele kwaliteit door de antenne-installaties zal, daar waar
                                    mogelijk, worden voorkomen. Het betreft de gebieden en
                                    bouwwerken die in een beschermd dorps- en stadsgezicht of in een
                                    landschappelijk, cultuurhistorisch of architectonisch opzicht
                                    een bijzondere waarde vertegenwoordigen, of die een
                                    representatieve functie vervullen. Voor elk verzoek zal een
                                    belangenafweging worden gemaakt;</al></li><li nr="3b."><al>Bij plaatsing in een woonwijk dient een afzonderlijke
                                    stedenbouwkundige afweging gemaakt te worden. Hierin dient
                                    gekeken te worden naar plaatsing in relatie tot de omgeving, de
                                    zichtbaarheid van dichtbij en veraf, de visuele
                                    inpasbaarheid;</al></li><li nr="3c."><al>De gemeente zal - in aansluiting op het lokale welstandsbeleid -
                                    eisen stellen aan de kleuren van de techniekkast, de bekabeling
                                    en de gevelantennes. Op deze manier worden de operators in staat
                                    gesteld bij het plaatsen van antenne-installaties rekening te
                                    houden met het lokale straat- en landschapsbeeld. De eisen over
                                    de visuele inpasbaarheid zijn opgenomen in de gemeentelijke
                                    welstandsnota 2008.De antenne-installaties, evenals de
                                    bijbehorende technische installaties en de bedrading, moeten
                                    door middel van zorgvuldige materiaal- en kleurkeuze in de
                                    omgeving worden ingepast; de voet van de mast dient waar
                                    mogelijk aan het zicht te worden onttrokken;De techniekkast
                                    wordt geïntegreerd in de bebouwing, en wanneer dit niet mogelijk
                                    is, is de kleur van de techniekkasten neutraal en valt weg bij
                                    het hoofdgebouw. In het bijzonder wanneer detechniekkasten op de
                                    grond geplaatst worden is het goed mogelijk deze aan het gezicht
                                    teonttrekken door er bijvoorbeeld een haag omheen te zetten. Op
                                    deze manier wordt het straatbeeld zo min mogelijk bepaald door
                                    de aanwezige kasten;</al></li><li nr="3d."><al>De gemeente streeft er naar vrijstaande antennemasten niet hoger
                                    te laten zijn dan 40 meter, tenzij technische redenen een
                                    afwijkende afmeting noodzakelijk maken (site-sharing
                                    bevorderen);</al></li><li nr="3e."><al>Ter voorkoming van onevenredige landschappelijke/ruimtelijke
                                    verstoring, bestaat de voorkeur voor plaatsing van passende
                                    hoogtes van masten die de omgeving het minst verstoren;</al></li><li nr="3f."><al>Als de provider wil afwijken van de algemene en visuele
                                    criteria, dan zal door de gemeente gevraagd worden deze
                                    afwijking te motiveren
                                    (stedenbouwkundig/visueel/noodzaak/toekomstige ontwikkelingen).
                                    Afhankelijk van de aard en effect van de afwijking zal de
                                    gemeente al dan niet medewerking verlenen.</al></li></lijst><al/><al><onderstreept>4. Instemmingsprocedure voor het plaatsen van
                                antenne-installaties</onderstreept></al><al>Zeist zal ten behoeve van haar bewoners de ter beschikking staande
                            instemmingsprocedure zorgvuldig laten uitvoeren. Hierdoor kunnen
                            huurders/eigenaren van een woongebouw worden geïnformeerd over</al><al>de antenne-installaties in de meeste brede zin van betekenis. Op deze
                            wijze worden de bewoners betrokken bij de besluitvorming over het al dan
                            niet plaatsen van een antenne-installatie voor mobiele</al><al>telecommunicatie. Daartoe wordt het Antennebureau ingeschakeld;</al><al/><al><onderstreept>5. Professionele communicatie naar de
                                burger</onderstreept></al><al>Bij de uitvoering van het plaatsingsbeleid zal zoveel mogelijk rekening
                            worden gehouden met gevoelens van sociale onrust bij het oprichten van
                            zendinstallaties, los van de vraag of die gevoelens ook daadwerkelijk
                            wetenschappelijk zijn onderbouwd.</al><al>Extra aandacht zal worden besteed aan de communicatie met de bewoners
                            die worden geconfronteerd met een voornemen tot plaatsing van een nieuwe
                            antenne-installatie. Het Antennebureau zal dan naar aanleiding van het
                            jaarlijkse plaatsingsplan actief worden betrokken ten behoeve van de
                            informatie en communicatie met de bewoners.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>2.Waarop zijn de beleidslijnen van het Zeister antennebeleid
                            gebaseerd?</label></kop><structuurtekst><al><vet><onderstreept>Introductie</onderstreept></vet></al><al>Het gemeentelijke antennebeleid wordt door een grote hoeveelheid wetten
                            en bepalingen gevormd. Om 360 graden informatie te krijgen over wat er
                            zo speelt, wordt in het vervolg al deze bepalende elementen aangegeven,
                            daarbij spelen zowel ‘harde’ als ‘zachte’ factoren een rol. In grote
                            mate bepalend voor het Zeister beleid is het antennebeleid van de
                            Rijksoverheid en het daaraan gerelateerde antenneconvenant in samenhang
                            met de vigerende wet- en regelgeving.</al><al/><al><vet><onderstreept>2a. Antennebeleid van de Rijksoverheid</onderstreept></vet></al><al>De sterke ontwikkeling op het gebied van de mobiele telecommunicatie is
                            voor de rijksoverheid aanleiding geweest om op landelijk niveau een
                            antennebeleid te formuleren.</al><al>Burgers en bedrijven hechten veel waarde aan een ruime beschikbaarheid
                            en goede toegankelijkheid van het mobiele telecommunicatienetwerk.
                            Mobiele communicatie is uitgegroeid tot een voorziening van openbaar
                            nut. Voorbeelden van dit openbare nut zijn te vinden op het gebied van
                            veiligheid zoals het burgeralarmeringssysteem en op het gebied van de
                            gezondheid waar met behulp van het Universal Mobile Telecommunication
                            System (UMTS) de medisch specialisten patiënten al tijdens het vervoer
                            naar het ziekenhuis kunnen monitoren.</al><al>Om te bereiken dat alle inwoners de mogelijkheden kunnen benutten voor
                            draadloze telecommunicatie, heeft de overheid het Nationaal
                            Antennebeleid ontwikkeld.</al><al>Doel van het Nationaal Antennebeleid is voldoende ruimte bieden voor het
                            plaatsen van antennes. Daarbij dient rekening te worden gehouden met
                            aspecten als milieu, veiligheid en ruimtelijke</al><al>ontwikkeling. In het Nationaal Antennebeleid zijn landelijke afspraken
                            gemaakt waaraan de plaatsing van de antennes moet voldoen.</al><al/><al><vet><onderstreept>2b. Het antenneconvenant</onderstreept></vet></al><al>Het antenneconvenant is in het kader van het Nationaal Antennebeleid
                            betreffende vergunningsvrije antenne-installaties voor mobiele
                            communicatie opgesteld. Dit is getekend door de Staatssecretaris van
                            Verkeer en Waterstaat, de Minister van VROM, de Vereniging van
                            Nederlandse Gemeenten en de 3operators voor mobiele communicatie
                            (T-Mobile, KPN Mobile, Vodafone). Deze laatste groep heeft zich verenigd
                            in MoNet. De individuele gemeenten zijn géén partij in het
                            convenant.</al><al>Het antenneconvenant is een afsprakenpakket (rechten en plichten) tussen
                            de partijen die het hebben ondertekend. De operators zijn door het
                            verkrijgen van de licenties een verplichting richting de rijksoverheid
                            aangegaan. Het betreft het waarborgen van een wettelijk verplichte
                            dekkingsgraad voor het mobiele netwerk. De afspraken tussen de partijen
                            zijn juridisch bindend. De nakoming ervan kan worden afgedwongen door de
                            bevoegde rechter te Rotterdam. In artikel 11.3 van het convenant staat
                            dat elke gemeente van de operators mag eisen dat zij de afspraken in het
                            convenant nakomen.</al><al>Het convenant bestaat uit afspraken om vooral de plaatsing van de vele
                            vergunningsvrije antennes in goede banen te leiden. Deze materie is voor
                            vele disciplines belangrijk zoals juristen, stedenbouwkundigen,
                            planologen en vergunningverleners.</al><al>In het convenant worden in hoofdzaak drie onderwerpen behandeld welke
                            relevant zijn voor het ontwikkelen van het gemeentelijke
                            antennebeleid;</al><al/><lijst><li nr="1."><al>het plaatsingplan;</al></li><li nr="2."><al>de visuele inpasbaarheid;</al></li><li nr="3."><al>de instemmingprocedures voor bewoners.</al></li></lijst><al/><al><vet>Ad.1 Plaatsingsplan</vet></al><al>De operators stellen per jaar gezamenlijk een plaatsingsplan op, waarin
                            alle geplande en bestaande</al><al>antenne-installaties en de ‘zoekgebieden’ in een gemeente staan. Ieder
                            jaar wordt (in beginsel) door de</al><al>Mobiele Netwerkoperators Nederland (MoNet) een plaatsingplan verstuurd
                            naar de gemeente met het doel hen te informeren over:</al><lijst><li nr="a."><al>de noodzaak voor het plaatsen van antennes op of aan een
                                    woongebouw. Dit is het geval wanneer er geen andere geschikte
                                    locatie is, of wanneer de plaatsing van een dergelijke
                                    antenne-installatie op een woongebouw voorkomt dat de operator
                                    op andere gebouwen (of elders in die buurt)
                                    meerantenne-installaties moet plaatsen;</al></li><li nr="b."><al>het totale aantal antenne-installaties en hun locaties in de
                                    gemeente.</al></li></lijst><al>Het plan bestaat in een plattegrond van de gemeente met daarop alle
                            bestaande en geplande antenne- opstelpunten. Met behulp van cirkels
                            worden de zoekgebieden voor de opstelpunten aangemerkt, hierbinnen dient
                            een opstelpunt te worden gevonden. In een tekstuele toelichting worden
                            per antenne- opstelpunt technische en ruimtelijke specificaties gegeven.
                            De regels van het convenant zijn bedoeld voor de vergunningsvrije
                            antenne-installaties maar voor de volledigheid zijn ook de
                            vergunningsplichtige antenne-installaties opgenomen in het
                            plaatsingsplan.</al><al>Het plaatsingplan wordt ter informatie toegezonden aan de gemeente, deze
                            kan het plan vervolgens gaan bespreken met de Mobiele Netwerkoperators
                            Nederland (MoNet). Een onderwerp voor discussie zou bijvoorbeeld kunnen
                            zijn een locatievoorstel voor de invulling van een op de kaart aangeduid
                            zoekgebied.</al><al>Het plaatsingsplan kent strikte procedures met een beperkte
                            reactietermijn. De gemeente dient binnen vijftien werkdagen schriftelijk
                            te reageren. Het doel hiervan is overeenstemming te bereiken over de
                            locaties. Na deze gesprekken wordt het plaatsingsplan als vaststaand
                            beschouwd, inclusief de punten waarover nog geen overeenstemming is
                            bereikt. Nadat een eventueel gesprek of als de reactietermijn is
                            verlopen, verstuurt MoNet een brief met de mededeling dat zij het
                            plaatsingplan voor één (1) jaar hebben vastgesteld.</al><al>Als tijdens de looptijd wijzigingen in het plan plaatsvinden, moeten de
                            operators een nieuw plaatsingsplan aan de gemeente zenden. Als het
                            echter kleine wijzigingen betreft (minder dan 10% van het totale aantal
                            antenne-installaties dat aangegeven staat in het plaatsingsplan), dan
                            hoeft de operator slechts deze wijzigingen door te geven aan de
                            gemeente.</al><al>De operators hebben wel een inspanningsverplichting om zo min mogelijk
                            tussentijds te wijzigen. Er mogen geen vergunningsvrije
                            antenne-installaties worden geplaatst als deze niet op het
                            plaatsingsplan staan aangegeven.</al><al>Voor bouwvergunningsplichtige antenne-installaties is een plaatsingsplan
                            geen voorwaarde. Als een operator een bouwvergunningsplichtige antenne
                            wil bouwen, kan zij zonder een plaatsingsplan een aanvraag voor een
                            bouwvergunning indienen bij de gemeente.</al><al>De beleidsruimte van de gemeente is zeer beperkt, de gemeente hoeft niet
                            in te stemmen met het plaatsingplan en het plan heeft geen enkele status
                            voor vergunningverlening.</al><al/><al><vet>Ad. 2 Visuele inpasbaarheid</vet></al><al>In het convenant is geregeld dat gemeenten onder het motto van ‘visuele
                            inpasbaarheid’ een beperkt aantal objectieve eisen mag stellen aan de
                            kleurstelling van nog op te richten vergunningsvrije antenne-</al><al>installaties. Gemeenten kunnen - in aansluiting op het lokale
                            welstandsbeleid - eisen stellen aan de kleuren van de techniekkast, de
                            bekabeling en de gevelantennes. Op deze manier kunnen de operators bij
                            het plaatsen van antenne-installaties rekening houden met het lokale
                            straat- en landschapsbeeld. De</al><al>eisen over de visuele inpasbaarheid dienen te worden opgenomen in de
                            gemeentelijke welstandsnota. Voor vergunningsplichtige
                            antenne-installaties kunnen daarnaast aanvullende welstandseisen
                            worden</al><al>aangenomen.</al><al/><al><vet>Ad.3 Instemmingprocedure</vet></al><al>Voor bouwvergunningsvrije antenne-installaties voor mobiele
                            telecommunicatie (zoals gsm en UMTS)</al><al>gelden speciale regels. Hierin is het instemmingsrecht van bewoners van
                            een woongebouw geregeld door een instemmingsprocedure. De
                            instemmingsprocedure is ingesteld om huurders/eigenaren van een</al><al>woongebouw te informeren en te betrekken bij de besluitvorming over het
                            plaatsen van een antenne-</al><al>installatie voor mobiele telecommunicatie. De instemmingsprocedure is in
                            lijn met de bezwaren- en beroepsprocedure zoals wordt gebruikt bij
                            bouwvergunningen. Hebben de bewoners bezwaar tegen de plaatsing dan moet
                            zij actie ondernemen en hun protest kenbaar maken. Reageren de bewoners
                            niet dan wordt er vanuit gegaan dat zij geen bezwaar hebben.</al><al>Soms is er verwarring over de term instemmingsprocedure. Deze naam kan
                            suggeren, dat de plaatsing van een antenne-installatie alleen doorgaat
                            als daarmee wordt ingestemd. Dit is echter niet het geval:</al><al>het aantal tegenstemmen is bepalend voor de uitslag.</al><al>Nadat de eigenaar van een woongebouw (huurwoning) toestemming heeft
                            verleend voor het plaatsen van een antenne-installatie op of aan het
                            gebouw, moet door de eigenaar en operators gezamenlijk een
                            stemmingsronde worden georganiseerd.</al><al>Elk huisadres ontvangt een pakket met daarin:</al><lijst><li nr="a."><al>Algemene informatie over het Nationaal Antennebeleid en de
                                    instemmings- en klachtenprocedure;</al></li><li nr="b."><al>Specifieke informatie over de voorgenomen plaatsing van een of
                                    meerdere antenne-installaties op het dak;</al></li><li nr="c."><al>Een instemmingsformulier.</al></li></lijst><al>Binnen 20 werkdagen moeten de huurders dit formulier ingevuld retour
                            sturen naar KPMG Accountants NV.</al><al>Plaatsing van een bouwvergunningvrije antenne-installatie op of aan een
                            woongebouw met huurwoningen is niet mogelijk wanneer méér dan de helft
                            van de bewoners tegen de plaatsing van een antenne-installatie is.</al><al>Voor bewoners van een verzorgingshuis geldt niet altijd de verplichting
                            van een instemmingsprocedure. In veel gevallen hebben de bewoners van
                            een verzorgingstehuis niet een huurovereenkomst gesloten, maar een
                            allesomvattende overeenkomst tot verzorging van de persoon. Bewoning van
                            het verzorgingstehuis is dan slechts een onderdeel. In deze gevallen
                            wordt niet over een woongebouw gesproken en is er geen
                            instemmingsprocedure verplicht. Alleen wanneer de bewoners van een
                            verzorgingstehuis een individuele, op naam gestelde, huurovereenkomst
                            hebben, wordt een verzorgingstehuis aangemerkt als een woongebouw met
                            huurders. En is dan wel een instemmingsprocedure verplicht.</al><al>Een onafhankelijk administratiebureau coördineert deze
                            instemmingsprocedure en zorgt voor de verspreiding van
                            instemmingsformulieren. Bewoners kunnen op deze formulieren aangeven of
                            ze aldan niet instemmen met de plaatsing van één of meerdere
                            antenne-installaties op hun woongebouw. Het onafhankelijke
                            administratiebureau telt de stemmen.</al><al>De instemmingsprocedure wordt in Nederland uitgevoerd door KPMG
                            Accountants NV. Per jaar kunnen in het woongebouw maximaal twee
                            instemmingprocedures plaatsvinden.</al><al>De procedure is een privaatrechtelijke kwestie tussen bewoners, eigenaar
                            van het gebouw en deoperator (en een publiekrechtelijke component via
                            het Convenant). De gemeente is hierin geen partij en kan in deze ook
                            geen invloed uitoefenen. Wanneer een antenne-installatie zonder de te
                            volgen</al><al>procedure op een woongebouw wordt geplaatst, kunnen de bewoners via de
                            rechter verwijdering eisenvan de geplaatste antenne-installatie.</al><al>Als het een installatie is waarvoor een bouwvergunning noodzakelijk is,
                            hebben de inwoners als belanghebbende recht op de procedure
                            zienswijzenberoep, conform de Algemene Wet Bestuursrecht afdeling
                            3:4.</al><al>Uitbreiding van antennes op een bestaande vergunningsvrije
                            antenne-installatie is mogelijk. In datgeval is er geen instemming van
                            de bewoners nodig. De antenne-eigenaar gebruikt dan het al bestaande
                            frame of de al aanwezige palen om bijvoorbeeld een gsm-antenne uit te
                            breiden met UMTS.</al><al>Als een operator een nieuwe paal of een nieuw frame opstelt voor een
                            antenne, is wel instemming vereist. Ook als een operator een
                            antenne-installatie wil uitbreiden waarvan hij zelf geen eigenaar is, is
                            instemming nodig.</al><al>Bij het vaststellen van het convenant is afgesproken alleen een
                            instemmingprocedure te houden voor gebouwen waarin in principe 24 uur
                            per dag wordt geleefd. Kantoorgebouwen vallen hier niet onder.</al><al>Bewoners met klachten over een gehouden instemmingsprocedure kunnen
                            contact opnemen met het Antennebureau. Het Antennebureau is het
                            informatiebureau van de overheid over antennes. Zij geeft voorlichting,
                            informatie en advies aan burgers, lokale overheden, woningcorporaties,
                            zorgverleners en andere geïnteresseerden. Men kan het Antennebureau
                            benaderen met vragen over gezondheid, wet- en regelgeving en techniek.
                            Het Antennebureau beheert ook het Antenneregister, met de locaties en
                            gegevens van antennes in Nederland.</al><al>De rijksoverheid kan een operator een boete opleggen als hij gemaakte
                            afspraken over instemmingsrecht niet nakomt.</al><al/><al><vet><onderstreept>2c. Wetgeving die van toepassing is op de uitvoering
                                    van het antennebeleid</onderstreept></vet></al><al><onderstreept><vet>Wet ruimtelijke ordening</vet></onderstreept></al><al>Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) in
                            werking getreden. De nieuweWro maakt procedures korter en sneller,
                            overzichtelijker en eenvoudiger. De nieuwe wet maakt daarnaast duidelijk
                            welke overheid – Rijk, provincie of gemeente – waarvoor verantwoordelijk
                            is.De veranderingen die door de nieuwe Wro worden veroorzaakt hebben
                            voornamelijk betrekking op devoor een gemeente te volgen procedure om
                            een bouwvergunning te (kunnen) verlenen.</al><al>De mogelijkheid om vrijstelling te verlenen op een geldend
                            bestemmingsplan (het oude artikel 19WRO) is vervangen door een
                            ontheffingsmogelijkheid op een bestemmingsplan /projectbesluit.</al><al>Ook voor de plaatsing van antenne-installaties is er een aantal zaken
                            veranderd. Deze veranderingen betreffen echter alleen de
                            bouwvergunningsplichtige installaties. De antenne-installaties tot 5
                            meter</al><al>zijn nog altijd bouwvergunningvrij.</al><al>Een bouwvergunning voor een antenne-installatie kan alleen worden
                            verleend als het bestemmingsplan dit toelaat of met het behulp van een
                            vrijstellingsprocedure, onder de nieuwe Wro een ontheffing of</al><al>projectbesluit (mast hoger dan 40 meter). Voor elk afzonderlijk verzoek
                            zal een vrijstellingsprocedure, een ontheffing of projectbesluit (mast
                            hoger dan 40 meter) moeten worden verleend.</al><al/><al><onderstreept><vet>Woningwet</vet></onderstreept></al><al>De wijze waarop een antenne-installatie zonder bouwvergunning gebouwd
                            mag worden, is in deWoningwet geregeld.</al><al>Door wijzigingen in de Woningwet hoeft niet meer voor elke
                            antenne-installatie een bouwvergunning te worden aangevraagd. Woningwet
                            onderscheidt drie soorten bouwwerken:</al><al/><lijst><li nr="a"><al>Bouwvergunningvrije bouwwerken;</al></li><li nr="b"><al> Licht bouwvergunningsplichtige bouwwerken;</al></li><li nr="c"><al> Regulier bouwvergunningsplichtige bouwwerken.</al><al/></li></lijst><al>Per bouwwerk zal hieronder een uitleg worden gegeven.</al><al/><al><vet>a. Bouwvergunningvrije bouwwerken</vet></al><al>Met het wijzigen van de Woningwet zijn de antenne-installaties tot en
                            met vijf meter hoogte (gemeten vanaf de voet van de mast) op en/of aan
                            objecten hoger dan 9 meter per 15 augustus 2002 bouwvergunningvrij
                            geworden. Ook andere antenne-installaties zijn in sommige gevallen
                            bouwvergunningvrij indien ze niet hoger zijn dan 5 meter. Ook
                            schotelantennes (geplaatst achter de voorgevel), antennemasten voor het
                            C2000 (het communicatiesysteem voor hulpverleningsdiensten) en de
                            antennemasten voor elektronische waarschuwing en alarmering van rampen
                            kunnen zonder bouwvergunning geplaatst worden.</al><al>Afspraken over de plaatsing van bouwvergunningvrije antennes zijn
                            vastgelegd inhet Antenneconvenant. Met de bouwvergunningvrijheid van
                            antenne-installaties tot 5 meter hoeft de gemeente geen bouwvergunningen
                            meer te verlenen</al><al><vet>b. Licht bouwvergunningsplichtige bouwwerken</vet></al><al>Deze vergunning onderscheidt zich op verschillende punten van de
                            reguliere bouwvergunning, de aanvraag wordt o.a. aan minder aspecten
                            getoetst.</al><al>Antenne-installaties tot vijf meter hoogte zijn bouwvergunningvrij,
                            behalve wanneer ze op eenmonument worden geplaatst. Dit is vastgelegd in
                            het "Besluit bouwvergunningvrije en licht- bouwvergunningplichtige
                            bouwwerken". Voor monumenten geldt een lichte bouwvergunning en wordt
                            een monumentenvergunning vereist.</al><al>Voor het plaatsen van antenne-installaties van vijf tot veertig meter
                            hoog, moet een lichte bouwvergunning worden aangevraagd.</al><al>De gemeente moet wel binnen zes weken beslissen of de vergunning wel of
                            niet wordt verleend.</al><al>In artikel 4.1.1 van het Besluit Ruimtelijke Ordening van 21 april 2008
                            wordt aangegeven welke bouwplannen voor een ontheffing als bedoeld in
                            artikel 3.23 van de Wro in aanmerking komen (de zogenaamde
                            ‘kruimellijst’). Dit zijn de zogenaamde ondergeschikte bouwplannen.
                            Hieronder vallen ook de antenne-installaties van 5 tot 40 meter. Bij een
                            dergelijk ondergeschikt bouwplan verandert het oorspronkelijke gebruik
                            niet, waardoor enkel een ontheffing van bestemmingsplan volgens artikel
                            3.23</al><al>Wro noodzakelijk is.</al><al><vet>c. Regulier bouwvergunningsplichtige bouwwerken</vet></al><al>Voor alle antenne-installaties die hoger zijn dan veertig meter is een
                            bouwvergunning nodig.</al><al>De enige uitzondering hierop zijn de antenne-installaties voor het
                            communicatiesysteem C2000. Deze zijn bouwvergunningvrij.</al><al>De Woningwet stelt dat een aanvraag voor een reguliere bouwvergunning
                            getoetst moet worden aan hetbouwbesluit, de gemeentelijke
                            bouwverordening, de ‘redelijke eisen van welstand’ en het
                            bestemmingsplan.</al><al><onderstreept><vet>Telecommunicatiewet</vet></onderstreept></al><al>In het kader van de liberalisatie van de Telecommunicatiemarkt werd eind
                            1998 deTelecommunicatiewet (TW) van kracht. Voor de gemeente betekende
                            deze wet o.a.: een nieuwe coördinatietaak bij het leggen, in stand
                            houden en opruimen van kabels in de openbare grond.</al><al>De Telecommunicatiewet verplicht voorts de operators te voldoen aan de
                            redelijke verzoeken tot medegebruik van antennemasten, het site-sharing.
                            Hierdoor kan het aantal antennemasten beperkt blijven.</al><al><onderstreept><vet>Wet Milieubeheer</vet></onderstreept></al><al>Wanneer een antenne-installatie gebruik maakt van vermogens van minder
                            dan vier Kilowatt, is geen milieuvergunning nodig. Dit is vastgesteld in
                            artikel 20 lid 3 van het Inrichtingen- en vergunningbesluit (lvb) die
                            hoort bij de wet Milieubeheer. Met 4 kWatt wordt in dit geval niet het
                            zendvermogen bedoeld,maar het vermogen dat wordt opgenomen van het
                            elektriciteitsnet. Dit betekent dat er geen milieuvergunningplicht is
                            als er minder dan 4 kWatt elektrische energie wordt omgezet
                            inzendvermogen.</al><al>Antenne-installaties voor mobiele telecommunicatie werken meestal met
                            opgenomen vermogens die veel lager zijn dan vier Kilowatt. Om die reden
                            is geen vergunning in het kader van de Wet</al><al>milieubeheer nodig, als verder geen voorzieningen worden aangebracht die
                            zelf tot eenmilieuvergunningplicht leiden. Voor bijvoorbeeld een
                            omroepzender wordt meestal gebruik gemaakt van vermogens van meer dan
                            vier Kilowatt. Voor de plaatsing van deze zenders dient dus wel een</al><al>milieuvergunning te worden aangevraagd.</al><al><onderstreept><vet>Monumentenwet 1988</vet></onderstreept></al><al>Voor het bouwen van een antenne-installatie op of aan monumenten als
                            bedoeld in deMonumentenwet 1988 of in een provinciale of gemeentelijke
                            monumentenverordening is altijd een bouwvergunning nodig, dit is een
                            lichte bouwvergunning. Dit geldt ook voor het plaatsten van een
                            antenne-installatie in een door het Rijk aangewezen beschermd stads- of
                            dorpsgezicht. In deze gevallen is het ook noodzakelijk een aanvraag
                            monumentenvergunning in te dienen naast de bouwaanvraag.</al><al/><al><vet><onderstreept>2d Bestemmingsplan</onderstreept></vet></al><al><vet>Ontheffingsprocedure</vet></al><al>De mobiele operator kan voor een goede onderbouwing zorgen waarom hij de
                            vergunningsplichtige antenne-installaties nodig heeft. De onderbouwing
                            maakt veelal deel uit van de vergunningsaanvraag.</al><al>In de meeste gevallen past de plaatsing van een antenne-installatie
                            waarvoor een bouwvergunning nodig is, niet binnen het geldende
                            bestemmingsplan. In deze gevallen kan de gemeente besluiten een
                            ontheffing op het geldende bestemmingsplan te verlenen. Voor
                            antenne-installaties van 5 tot 40 meterkan een ontheffingsprocedure ex
                            artikel 3.23 van de Wro worden gevolgd. In artikel 3 van de nieuwe</al><al>Wet ruimtelijke ordening (Wro) staat wanneer een gemeente een ontheffing
                            kan verlenen.</al><al>In het geval er een ontheffing volgens artikel 3.10 (Projectbesluit)
                            verleend moet worden is de gemeente verplicht een ruimtelijke
                            onderbouwing te verzorgen.</al><al>Bij het maken van een nieuw bestemmingsplan kan een gemeente de
                            mogelijkheid tot plaatsing vaneen bouwvergunningsplichtige zendmast
                            opnemen. Dit kan door het opnemen van een binnenplanse
                            ontheffingsmogelijkheid (3.6 lid 1 Wro) of door middel van het aanwijzen
                            van bepaalde locaties voor zendmasten.</al><al>Als een aanvraag voor een bouwvergunning niet binnen het bestemmingsplan
                            past, kan de gemeente een ontheffing op het bestemmingsplan verlenen,
                            zodat de bouwvergunning toch verleend kan worden.</al><al>Als er een ontheffing volgens artikel 3.23 verleend wordt is een
                            ruimtelijke onderbouwing nietverplicht. De gemeente kan echter wel aan
                            de operator een onderbouwing vragen waarom de installatie noodzakelijk
                            is.</al><al/><al><vet><onderstreept>2.e UMTS-masten versus gezondheid</onderstreept></vet></al><al><vet>Blootstellingslimieten</vet></al><al>Mobiele telecommunicatie maakt gebruik van elektromagnetische velden.
                            Uit onderzoek blijkt dat mobiele telecommunicatie geen nadelige gevolgen
                            heeft voor de volksgezondheid wanneer de veiligheidslimieten voor
                            blootstelling aan elektromagnetische velden niet worden overschreden.
                            Deze</al><al>veiligheidslimieten zijn gebaseerd op informatie uit internationaal
                            wetenschappelijk onderzoek en komen overeen met Europese richtlijnen en
                            het advies van de Nederlandse Gezondheidsraad. Om geen</al><al>enkel risico te nemen, is in de limieten een ruime veiligheidsmarge
                            doorgevoerd.</al><al>In het convenant is afgesproken dat alle operators in Nederland er bij
                            plaatsing van een antenne- installatie voor zorgen dat de
                            blootstellingslimieten op vrij toegankelijke plaatsen niet worden</al><al>overschreden.</al><al>Het voorkomen van negatieve effecten op de gezondheid is door de
                            rijksoverheid gewaarborgd door de gehanteerde
                            blootstellingslimieten.</al><al/><al><vet>Weigeren bouwvergunning om gezondheidsredenen</vet></al><al>De gemeente mag niet om gezondheidsredenen een bouwvergunning voor een
                            antennemast weigeren. In het bouwbesluit staat exact beschreven welke
                            criteria bekeken moeten worden om een aanvraag voor een bouwvergunning
                            te toetsen. Gezondheid is niet één van die criteria. Als de
                            elektromagnetische veldsterktes van een antenne-installatie beneden de
                            blootstellinglimieten van de Internationale Commissie voor Bescherming
                            tegen Niet-Ioniserende Straling (International Commission on
                            Non-Ionizing Radiation ProtectionI CNIRP) blijven, mag de gemeente een
                            bouwvergunning niet om gezondheidsredenen weigeren.</al><al/><al><vet>Informatie voor burgers</vet></al><al>Burgers met vragen over antennes en gezondheid kunnen door de gemeente
                            worden doorverwezen naar</al><al>de website of het informatienummer van het Antennebureau, 0900-ANTENNE
                            oftewel 0900-2683663.</al><al/><al><vet><onderstreept>2f. Communicatie: geen zaak voor de gemeente maar voor
                                    het Antennebureau</onderstreept></vet></al><al><vet>Antennebureau</vet></al><al>Voor de communicatie over plaatsing van antenne-installaties voor
                            telecommunicatie heeft de gemeente als lokale overheid geen rol. Voor
                            deze communicatie is het Antennebureau aangewezen.</al><al>Het Antennebureau is het informatiebureau van de overheid over antennes.
                            Zij geeft voorlichting, informatie en advies aan burgers, lokale
                            overheden, woningcorporaties, zorgverleners en andere geïnteresseerden.
                            Men kan het Antennebureau benaderen met vragen over gezondheid, wet-
                            en</al><al>regelgeving en techniek. Het Antennebureau beheert ook het
                            Antenneregister, met de locaties en gegevens van antennes in
                            Nederland.</al><al><vet>Antennebureau en GGD</vet></al><al>Op voorlichtingsbijeenkomsten over antennes wordt door het Antennebureau
                            informatie gegeven over</al><al>allerlei zaken die met antennes te maken hebben zoals: gezondheid,
                            wetgeving en techniek. Omdat er veel behoefte is aan voorlichting over
                            de relatie tussen antennes en vermeende gezondheidsklachten, geeft het
                            Antennebureau steeds vaker voorlichting in samenwerking met de GGD.</al><al/><al><vet><onderstreept>2g. Totaaloverzicht
                                    antenne-installaties</onderstreept></vet></al><al><vet>Antenneregister</vet></al><al>Via het Antenneregister kan worden nagegaan waar antenne-installaties
                            staan.In het totaaloverzicht wordt per antenne-installatie de locatie,
                            coördinaten, toepassing en antennehoogte weergegeven. Het Antennebureau
                            actualiseert dit bestand ieder kwartaal met de nieuwste gegevens van de
                            telefoonbedrijven.</al><al>In het Antenneregister staan alleen gsm en UMTS antennes die in werking
                            zijn. Antennes die niet in werking zijn, maar wel op gebouwen staan of
                            in masten hangen zijn daarom niet terug te vinden in het</al><al>Antenneregister.</al><al>Het aantal vragen over dit soort specifieke antennes die niet in het
                            Antenneregister is terug te vinden neemt toe. Dit komt voornamelijk door
                            KPN en T-Mobile die respectievelijk Telfort en Orange hebben
                            overgenomen. Deze twee bedrijven hebben de bestaande klanten in hun
                            eigen netwerk kunnen opvangen, waardoor de netwerken van de overgenomen
                            bedrijven overbodig zijn geworden en uitgeschakeld zijn. Een deel
                            hiervan zal worden afgebroken. Het andere deel kan later weer in gebruik
                            genomen worden als de operator bijvoorbeeld de capaciteit in een gebied
                            wil vergroten.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel/></kop><al><vet>Weigering bouwvergunning op grond van gezondheidsreden</vet></al><al>De gemeente mag niet om gezondheidsredenen een bouwvergunning voor een
                    antennemast weigeren. In het bouwbesluit staat exact beschreven welke criteria
                    bekeken moeten worden om een aanvraag voor een bouwvergunning te toetsen.
                    Gezondheid is niet één van die criteria.</al><al>Als de elektromagnetische veldsterktes van een antenne-installatie beneden de
                    blootstellinglimieten van de ICNIRP blijven, mag de gemeente een bouwvergunning
                    niet om gezondheidsredenen weigeren</al><al>Ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) vindt dat gemeenten
                    bouwvergunningen niet om gezondheidsredenen mogen weigeren. "Individuele
                    gemeenten zijn onvoldoende deskundig om de gezondheidseffecten van antennemasten
                    te beoordelen. Voor deze informatie zijn zij afhankelijk van de rijksoverheid en
                    erkende wetenschappelijke instituten" alsdus het standpunt van de VNG. Op dit
                    moment zijn er geen schadelijke gevolgen bekend van antennemasten. Daarom
                    concludeert de VNGdat gemeenten geen reden hebben om bouwvergunningen voor
                    antennemasten om gezondheidsredenen te weigeren. Ook jurisprudentie van de Raad
                    van State ondersteunt deze stelling.</al><al/><al><vet><onderstreept>Onderzoeken met betrekking tot de gezondheid</onderstreept></vet></al><al>Mobiele telefonie maakt gebruik van een draadloze technologie die steunt op een
                    uitgebreid netwerk van vaste antennes of basisstations die informatie uitzenden
                    door middel van radiofrequente (RF)signalen. Wereldwijd bestaan meer dan 1,4
                    miljoen basisstations en dit aantal zal significant toenemen met de introductie
                    van de derde generatie technologie.</al><al>Bij de vaststelling van het GSM beleid in 1999 was er nog veel onduidelijkheid
                    over de effecten van de volksgezondheid ten gevolge van de elektromagnetische
                    velden van zendinstallaties. Op basis van toen</al><al>bekende gegevens werden richtlijnen opgesteld voor de plaatsing van GSM
                    zendinstallaties.</al><al>In mei 2006 heeft de WHO (World Health Organization van de Verenigde Naties) in
                    een rapport geconcludeerd dat gezien het zeer lage blootstellingniveau en de
                    onderzoeksresultaten, die tot op heden zijn verzameld, geen overtuigend
                    wetenschappelijk bewijs is dat de zwakke RF-velden van assist- stations en
                    draadloze netwerken nadelige gezondheidseffecten veroorzaken. De WHO stelt dat
                    het lichaam vijf keer meer absorbeert van de signalen van FM-radio en televisie
                    dan van basisstations op vergelijkbaar niveau.</al><al>Op 6 juni 2006 zijn de resultaten van een langverwacht Zwitsers UMTS onderzoek
                    naar gezondheidsklachten, in opdracht van de Zwitserse overheid, bekendgemaakt.
                    De staatssecretaris van VROM heeft mede namens de minister van Economische Zaken
                    en de staatssecretaris van sociale zaken het Zwitsers rapport naar de Tweede
                    Kamer gestuurd en daarbij op basis van de huidige stand van de wetenschap
                    geconcludeerd dat:</al><lijst><li nr="1."><al>de Zwitserse onderzoekers het onderzoek naar de mogelijke effecten op
                            het welbevinden hebben uitgevoerd overeenkomstig de aanbevelingen van de
                            Nederlandse Gezondheidsraad;</al></li><li nr="2."><al>de onderzoekers geen effecten hebben gevonden van blootstelling aan
                            UMTSvelden op deonderzochte gezondheidsaspecten;</al></li><li nr="3."><al>de resultaten van het Zwitsers onderzoek dusdanig eenduidig en helder
                            zijn dat zij de maatschappelijke ongerustheid kunnen wegnemen. Ondanks
                            dat daar expliciet naar is gezocht zijner geen aanwijzingen gevonden dat
                            UMTS-velden leiden tot een verminderd welbevinden ofvermindering van
                            cognitieve functies;</al></li><li nr="4."><al>de resultaten in lijn zijn met wat de WHO stelt: basisstations en
                            draadloze technologieën hebben geen korte of lange termijneffecten op de
                            gezondheid;</al></li><li nr="5."><al>plaatsing van UMTS-antennes vanuit gezondheidsoverwegingen verantwoord
                            is.</al></li></lijst><al>Er wordt voldaan aan de randvoorwaarden van volksgezondheid, leefmilieu en
                    veiligheid.</al><al>Een Brits onderzoek concludeert dat de klachten van straling wel degelijk
                    bestaan, maar dat ze niet veroorzaakt worden door de straling, maar door
                    suggestie. Het gaat hier om gezondheidsklachten als slapeloosheid, chronische
                    vermoeidheid, chronische hoofdpijn, het horen van fluittonen etc.</al><al>Niet de straling dus, maar enkel de fysieke aanwezigheid van zendinstallaties
                    heeft al psychosociale effecten op de gezondheid. Om die reden alleen al dient
                    er prudent te worden omgegaan met zendinstallaties in gebieden welke vooral door
                    woningbouw worden gedomineerd. Hier kunnen dit soort gevoelens van onveiligheid
                    leiden tot sociale onrust.</al><al/><al>De rijksoverheid heeft onder coördinatie van VROM medio 2008 een breed
                    onderzoeksprogramma opgezet rond elektromagnetische velden en gezondheid. Niet
                    omdat er reden is voor zorg, maar om een brede expertise te ontwikkelen en een
                    vinger aan de pols te houden bij nieuwe ontwikkelingen. Verder is er een
                    wetenschappelijk kennisplatform waar burgers, overheden en het bedrijfsleven
                    terecht kunnen met vragen.</al><al/><al>Inmiddels is er door de Raad van State jurisprudentie gevormd over de
                    besluitvorming tot het plaatsen van zendinstallaties in relatie tot de
                    gezondheid.</al><al>De voornaamste conclusies zijn:</al><al>“In de geuite vrees voor gezondheidsrisico’s door UMTS-straling had de gemeente
                    geen aanleiding moeten vinden om de vrijstelling voor de zendmast te weigeren.
                    De gemeente heeft in redelijkheid aansluiting kunnen zoeken bij het standpunt
                    van de regering dat de voorhanden zijnde onderzoeken geen aanleiding geven de
                    plaatsing van UMTS-masten bij woonbebouwing te voorkomen.”</al><al/><al><onderstreept>Zaaknummer: 200508690/1 Datum uitspraak: 19 juli
                        2006</onderstreept></al><al>“De enkele stelling van appellant dat gezondheidsrisico’s niet zijn uitgesloten,
                    betekent niet dat het college om die reden niet in redelijkheid heeft kunnen
                    besluiten de gevraagde vrijstelling te verlenen.”</al><al/><al><onderstreept>Zaaknummer: 200606703/1 Datum uitspraak: 13 juni
                        2007</onderstreept></al><al>“De Afdeling acht het niet aannemelijk dat het advies van de Gezondheidsraad op
                    onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen en/of inhoudelijk onjuist is. Het
                    college heeft het advies van de Gezondheidsraad dan ook aan het bestreden
                    besluit ten grondslag mogen leggen.”</al><al><onderstreept>Zaaknummer: 200607510/1 Datum uitspraak: 4 juli
                        2007</onderstreept></al><al/><al>Voorgesteld wordt om met betrekking tot de gezondheidsaspecten in relatie tot
                    zendmasten voor mobiele communicatie het standpunt van de centrale overheid te
                    volgen zoals dat is verwoord door het ministerie van VROM.</al><al><onderstreept>Jurisprudentie inzake gezondheidsaspecten, Raad van
                        State</onderstreept></al><al/><al>Hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo over het verlenen van
                    een vrijstelling en een bouwvergunning door de gemeente Haaksbergen voor het
                    oprichten van een GSM-mast.</al><al>“Het college heeft ten aanzien van mogelijke gezondheidsrisico’s als gevolg van
                    het bouwplan gebaseerd op het advies van de gezondheidsraad van 28 juni 2004,
                    naar aanleiding van het onderzoekvan TNO september 2003 naar de effecten van
                    onder meer GSM-signalen op het welbevinden en op de cognitie. De conclusie van
                    dat advies is dat op grond van de resultaten uit het TNO-onderzoek niet kan
                    worden vastgesteld of een oorzakelijk verband bestaat tussen blootstelling aan
                    elektromagnetischevelden enerzijds en vermindering van het welbevinden of schade
                    aan de gezondheid anderzijds. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het
                    college het advies van de Gezondheidsraad aan het bestreden besluit ten
                    grondslag heeft mogen leggen.</al><al>Zaaknummer 200804792/1, 18 maart 2009.</al><al/><al><onderstreept>Hoger beroep van de gemeente Noordoostpolder tegen de uitspraak
                        van de rechtbank Zwolle</onderstreept>.</al><al>“De Afdeling acht het niet aannemelijk dat het advies van de Gezondheidsraad op
                    onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen en/of inhoudelijk onjuist is. Het
                    college heeft het advies van de Gezondheidsraad</al><al>dan ook aan het bestreden besluit ten grondslag mogen leggen”.</al><al>Zaaknummer: 200607510/1, 4 juli 2007.</al><al/><al><onderstreept>Hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden over
                        het verlenen van een bouwvergunning aan T-Mobile door de gemeente
                        Leeuwarden.</onderstreept></al><al>“De enkele stelling van appellant dat gezondheidsrisico’s niet zijn uitgesloten,
                    betekent niet dat het</al><al>college om die reden niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten de gevraagde
                    vrijstelling te verlenen”. Zaaknummer: 200606703/1, uitspraak van 13 juni
                    2007.</al><al/><al><onderstreept>Hoger beroep van gemeente Bronckhorst en T-Mobile tegen de
                        uitspraak van de voorzieningenrechter van rechtbank
                    Zutphen</onderstreept>.</al><al>“In de geuite vrees voor gezondheidsrisico’s door UMTS-straling had de gemeente
                    geen aanleiding moeten vinden om de vrijstelling voor de zendmast te weigeren.
                    De gemeente heeft in redelijkheid</al><al>aansluiting kunnen zoeken bij het standpunt van de regering dat de voorhanden
                    zijnde onderzoeken geen aanleiding geven de plaatsing van UMTS-masten bij
                    woonbebouwing te voorkomen. Zaaknummer: 200508690/1, 19 juli 2006.</al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>2.</nr><titel/></kop><al><vet>Wat is een antenne-installatie?</vet></al><al>Een antenne-installatie is het geheel van antennes, antennedrager, bedrading en
                    techniekkasten. Een antenne-installatie kan uit meerdere antennes bestaan. Er is
                    dus een onderscheid tussen een antenne en een antenne-installatie. Voor gsm en
                    UMTS bestaat een antenne-installatie over het algemeen uit drie antennes en de
                    bijbehorende apparatuur. Elke antenne bestrijkt een gebied van 120 graden rondom
                    de installatie. Met drie antennes (3 x 120 graden = 360 graden) kan de omgeving
                    van de installatie van dekking worden voorzien.</al><al>Omdat het bereik van UMTS kleiner is dan dat van gsm, is het aantal antennes dat
                    nodig is voor een dekkend UMTS-netwerk groter dan voor een gsm-netwerk. Daardoor
                    zullen er ook meer antennes voor UMTS nodig zijn. Hoeveel dat er zijn is
                    moeilijk te voorspellen. Dit hangt in sterke mate af van de mate waarin we in
                    Nederland UMTS ook daadwerkelijk gaan gebruiken.</al><al>Het grootste deel van deze UMTS-antennes zal geplaatst worden op of bij de
                    geplaatste gsm antenne- installaties. Hierdoor zal de toename van het aantal
                    antenne-installaties beperkt blijven. Overigens</al><al>wordt er verwacht dat gsm als techniek zal verdwijnen. Hierdoor zullen ook de
                    gsm antenne-installaties</al><al>uiteindelijk verdwijnen of omgebouwd worden tot UMTS installaties.</al><al>In de Telecommunicatiewet staat dat telecomoperators verplicht zijn andere
                    aanbieders toe te laten op hun antennemasten als dit technisch mogelijk is.
                    Sitesharing is niet hetzelfde als Site Courtesy. Sitesharing is het delen van
                    masten, terwijl Site Courtesy het delen van bijvoorbeeld een dak is.</al><al>Er bestaan drie verschillende soorten masten: micromasten, dakmasten en
                    vrijstaande masten. Ieder type heeft een andere dekkingsgraad en een andere
                    capaciteit. De inzet van een bepaald type hangt af van de vraag naar
                    bereikbaarheid in de directe omgeving. Die dekkingsgraad is bijvoorbeeld in een
                    buitengebied kleiner dan in de drukke binnenstad. In het buitengebied kan
                    volstaan worden met minder installaties, maar die moeten dan wel een groot
                    bereik hebben. De zoekvraag is dus afhankelijk van omgevingsfactoren.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>