<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR184605_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Re-integratieverordening WWB 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Blaricum</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Blaricum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hei en wei 11-05-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Re-integratieverordening WWB 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET WERK EN BIJSTAND">Wet werk en bijstand, art. 8</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-04-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-05-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit 2012/17</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening Werkleeraanbod WIJ, vastgesteld op 22 september 2009, en de Re-integratieverordening WWB IOAW IOAZ 2010, vastgesteld op 22 juni 2010. Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking per 1 januari 2012.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Re-integratieverordening WWB 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Blaricum</al><al/><al>gelezen het voorstel d.d. 20 maart 2012 van burgemeester en wethouders;</al><al/><al>gelet op artikel 8 lid 1 onder a, e en f WWB</al><al>B E S L U I T :</al><al>vast te stellen de Re-integratieverordening WWB 2012</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk
                                en bijstand (WWB), het Bijstandsbesluit zelfstandigen (2004), de Wet
                                inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                werkloze werknemers (IOAW), Wet inkomensvoorziening oudere en
                                gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de
                                Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al> a. de wet: de WWB, de IOAW en de IOAZ.</al><al> b. het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                gemeente Laren</al><al> c. de raad: de gemeenteraad van Laren.</al><al> d. trajectplan: een stapsgewijze en planmatige beschrijving, niet
                                zijnde een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de WWB,
                                van wederzijdse verplichtingen, afspraken en in te zetten tussen
                                voorzieningen tussen de belanghebbende en de gemeente.</al><al> e. algemeen geaccepteerde arbeid: alle arbeid, niet zijnde arbeid
                                in het kader van de Wet sociale werkvoorziening, die algemeen
                                maatschappelijk aanvaard is en niet indruist tegen de openbare orde
                                of goede zeden;</al><al> f. Startkwalificatie: (minimaal) een HAVO-, VWO-, of
                                MBO-2-diploma.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Beleid en financiën</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opdracht college</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college biedt de uitkeringsgerechtigde, Anw-ers en Nuggers
                                alsmede personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de WWB,
                                ondersteuning bij de arbeidsinschakeling aan en, voor zover het
                                college dat noodzakelijk acht, een voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een voorziening kan ook bestaan uit een voorbereidingsperiode op een
                                zelfstandig beroep of bedrijf, als bedoeld in het Bbz 2004.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college zorgt voor voldoende diversiteit in het aanbod aan
                                ondersteuningen en voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Bij de keuze van de mogelijkheden van het aanbieden van
                                ondersteuning en het aanbieden van voorzieningen wordt door het
                                college een afweging gemaakt, waarbij wordt gekeken of de
                                ondersteuning of de voorziening, gelet op de mogelijkheden en
                                capaciteiten van een belanghebbende, het meest doelmatig is met het
                                oog op inschakeling in de arbeid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Budgetplafond</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan een of meer budgetplafonds vaststellen voor de
                                verschillende voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat
                                in aanmerking komt voor een specifieke voorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan beleid vaststellen ter uitvoering van deze
                                verordening, waarin beleidsprioriteiten worden aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze beleidsregels omvatten in elk geval:</al><al> a. een omschrijving van het beleid ten aanzien van de verschillende
                                doelgroepen en</al><al> prioritering binnen en tussen die groepen, waarbij een evenwichtige
                                aanpak als uitgangspunt wordt genomen;</al><al> b. het flankerend beleid ten aanzien van zorg, kinderopvang en
                                hulpverlening;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij de beleidsregels wordt het oordeel van de cliëntenraad
                                gevoegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Aanspraak op ondersteuning en sluitende aanpak</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Er bestaat geen aanspraak op een ondersteuning of een voorziening
                                indien er sprake is van een voorliggende voorziening welke naar
                                mening van het college in voldoende mate bijdraagt aan de
                                re-integratie van de belanghebbende.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Met elke uitkeringsgerechtigde, Anw-er, Nugger of personen als
                                bedoeld in artikel 10 van de WWB, wordt een trajectplan opgesteld en
                                wordt een aanbod gedaan voor een voorziening of ondersteuning,
                                tenzij er sprake is van een voorliggende voorziening als bedoeld in
                                het eerste lid van dit artikel.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid wordt met een uitkeringsgerechtigde,
                                jonger dan 27 jaar, een plan van aanpak opgesteld en een aanbod
                                gedaan.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien een trajectplan of plan van aanpak is opgesteld draagt het
                                college zorg voor inkoop, aanmelding en betaling van de voorziening.
                                Behoudens uitzonderingen wordt aan de belanghebbende op voorhand
                                geen geldelijke middelen ter beschikking gesteld.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het tweede en derde lid is niet van toepassing indien het college
                                heeft bepaald dat voor de uitkeringsgerechtigde een volledige
                                ontheffing van de arbeidsverplichting geldt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Voorwaarden en verplichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Criteria ontheffing plicht tot arbeidsinschakeling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan bepalen dat aan de uitkeringsgerechtigde, geheel of
                                gedeeltelijk, ontheffing wordt verleend van de plicht tot
                                arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Ontheffing van de arbeidsplicht wordt voor een periode van maximaal
                                12 maanden verleend. Op basis van een herbeoordeling kan het college
                                besluiten een ontheffing na afloop van de vastgestelde periode te
                                verlengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een uitkeringsgerechtigde aan wie door het college een voorziening
                                wordt aangeboden, is verplicht hiervan gebruik te maken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De persoon die deel neemt aan een voorziening is gehouden te voldoen
                                aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, deze verordening,
                                alsmede aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden
                                voorziening heeft verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening
                                niet voldoet aan het gestelde in dit artikel, kan het college de
                                uitkering afstemmen conform de Afstemmingsverordening.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien een persoon, niet zijnde een uitkeringsgerechtigde, die
                                gebruik maakt van een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in
                                dit artikel, kan het college de kosten van de voorziening geheel of
                                gedeeltelijk terugvorderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inkomen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De Anw-er of Nugger heeft recht op een volledige bijdrage in de
                                kosten van aangeboden voorzieningen ingevolge deze verordening
                                indien het gemiddelde netto gezinsmaandinkomen gedurende de 12
                                maanden voorafgaande aan de aanvraag minder bedraagt dan 130% van de
                                van toepassing zijnde uitkering als genoemd in de WWB.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder inkomen wordt verstaan het inkomen als bedoeld in de WWB.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien het inkomen van belanghebbende boven het in het eerste lid
                                genoemde bedrag ligt, wordt 100% van dit meerdere als draagkracht in
                                aanmerking genomen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De periode waarover de draagkracht in aanmerking wordt genomen, is
                                dezelfde periode gedurende welke gebruik wordt gemaakt van de
                                voorziening.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Teneinde het college in staat te stellen de hoogte van het inkomen
                                te kunnen bepalen overlegt de belanghebbende bij het doen van de
                                aanvraag alle relevante inkomensgegevens met betrekking tot de in
                                het eerste lid genoemde periode.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vermogen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De Anw-er of Nugger heeft recht op een volledige tegemoetkoming in
                                de kosten van de voorziening ingevolge deze verordening indien het
                                vermogen minder bedraagt dan de toepasselijke vermogensgrens van
                                artikel 34 lid 3 van de WWB.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien het vermogen meer bedraagt dan het in het eerste lid bedoelde
                                bedrag, wordt 100% van het meerdere als draagkracht in aanmerking
                                genomen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij de bepaling van de draagkracht uit vermogen wordt uitgegaan van
                                de hoogte van het vermogen ten tijde van het doen van de
                                aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Teneinde het college in staat te stellen de hoogte van het vermogen
                                te kunnen bepalen, overlegt de belanghebbende bij het doen van de
                                aanvraag alle relevante gegevens omtrent het vermogen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>De voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college stelt beleidsregels vast met betrekking tot
                                voorzieningen alsmede de voorwaarden die daarbij gelden voor zover
                                daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn
                                opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan een voorziening herzien of beëindigen:</al><al> a. Indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn
                                verplichting als bedoeld in de wet niet nakomt;</al><al> b. Indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de
                                doelgroep van de wet;</al><al> c. Indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt,
                                waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;</al><al> e. Indien naar oordeel van het college de voorziening onvoldoende
                                bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling;</al><al> f. Indien de persoon niet naar behoren gebruik maakt van de
                                aangeboden voorziening;</al><al> g. Indien de persoon verhuist naar een andere gemeente</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan één of meer van de volgende voorzieningen
                                aanbieden:</al><al> a. ondersteuning bij een beroep op maatschappelijke opvang of
                                medische zorg;</al><al> b. ondersteuning bij maatschappelijke participatie;</al><al> c. arbeidsactivering en –toeleiding;</al><al> d. sociale activering;</al><al> e. stages bij bedrijven of instellingen;</al><al> f. opleidingen die de toegang tot de arbeidsmarkt bevorderen;</al><al> g. gesubsidieerde arbeid;</al><al> h. nazorg bij arbeidsinschakeling;</al><al> i. voorbereidingstrajecten voor zelfstandige arbeid;</al><al> j. diagnose-instrumenten;</al><al> k. ondersteunende instrumenten, waaronder kinderopvang,
                                schuldhulpverlening, onderzoeken door deskundigen en taal- en
                                beroepsgerichte scholing.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college stelt ter nadere uitvoering van deze verordening
                                beleidsregels op over de nadere invulling van de voorzieningen,
                                genoemd in deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Participatieplaats</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan een persoon met recht op algemene bijstand een
                                participatieplaats aanbieden zoals bedoeld in artikel 10a WWB.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het doel van de participatieplaats is personen die nog niet
                                bemiddelbaar zijn, door het aanbieden van additioneel werk een stap
                                richting arbeidsinschakeling te laten zetten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college plaatst de persoon alleen indien door plaatsing geen
                                verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>In een schriftelijke overeenkomst worden tenminste vastgelegd het
                                doel en omvang van de participatieplaats alsmede de wijze waarop de
                                begeleiding plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college verstrekt aan de persoon die additionele werkzaamheden
                                verricht als bedoeld in dit artikel een premie van telkens € 300,00
                                per zes maanden, conform artikel 10a lid WWB, artikel 38 lid 6 van
                                de IOAW en artikel 38 lid 6 van de IOAZ, mits in die zes maanden
                                voldoende is meegewerkt aan het vergroten van de kans op
                                inschakeling in het arbeidsproces.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Scholing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Aan een uitkeringsgerechtigde die op grond van artikel 9a van de wet
                                of artikel 38 van de IOAW of de IOAZ is vrijgesteld van de
                                arbeidsverplichting wordt door het college een scholingsaanbod
                                gedaan dat leidt tot het behalen van een startkwalificatie of een
                                opleiding die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor een uitkeringsgerechtigde, die onbeloonde additionele
                                werkzaamheden verricht, als bedoeld in artikel 10a van de wet,
                                artikel 38 a van de IOAW of de IOAZ en artikel 13 van deze
                                verordening en die niet beschikt over een startkwalificatie, wordt
                                binnen 6 maanden na aanvang van de onbeloonde additionele
                                werkzaamheden door het college bekeken in hoeverre scholing of
                                opleiding kan bijdragen aan de vergroting van de kans op
                                arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college betrekt in de beoordeling:</al><al> a. indien van toepassing: het oordeel van degene in wiens opdracht
                                de belanghebbende de additionele werkzaamheden uitvoert;</al><al> b. de scholingswens van de belanghebbende;</al><al> c. de eventuele test door het scholingsinstituut.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Subsidie en vergoedingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Loonkostensubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan subsidie verstrekken aan werkgevers die met een
                                uitkeringsgerechtigde, een Anw-er of Nugger een arbeidsovereenkomst
                                sluiten gericht op arbeidsinschakeling dan wel participatie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De loonkostensubsidie wordt verstrekt conform de voorwaarden genoemd
                                in de “Beleidsaanbeveling inzake werkgelegenheidssteun” zoals
                                opgenomen in bijlage 1 bij deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De subsidie wordt alleen verstrekt indien hierdoor de
                                concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er
                                geen verdringing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college kan beleidsregels vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De Algemene subsidieverordening is niet van toepassing op dit
                                artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Vergoedingen </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan aan de persoon als bedoeld in artikel 2, eerste lid,
                                van deze verordening, onverminderd het bepaalde in artikel 8 en 9
                                van deze verordening een vergoeding verstrekken voor kosten die
                                gemaakt zijn in het kader van de arbeidsinschakeling dan wel
                                (maatschappelijke) participatie, voor zover deze niet worden vergoed
                                door de werkgever.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college stelt nadere regels op over de doelgroep en de hoogte
                                van de vergoeding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Premies</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan aan een uitkeringsgerechtigde van 27 jaar of ouder
                                een premie toekennen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college stelt nadere regels op over de doelgroep en de hoogte
                                van de premies.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in
                                deze verordening, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van
                                overwegende aard leidt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de 8e dag na bekendmaking, onder
                            gelijktijdige intrekking van de Re-integratieverordening WWB, IOAW en
                            IOAZ 2010 en de Verordening Werkleeraanbod, en werkt terug tot en met 1
                            januari 2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Re-integratieverordening WWB
                            2012.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld door de raad in zijn openbare vergadering van 17 april
                        2012.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>P.C.M. de Groot mevrouw J.N. de Zwart-Bloch</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>