<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR184529_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening vertrouwenscommissie herbenoeming burgemeester De Bilt 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Biltbuis 06-06-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening vertrouwenscommissie herbenoeming burgemeester De Bilt 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">De Gemeentewet, art. 61a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-05-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>rv 09-05-2012</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervalt met ingang van de dag volgend op die waarop door de minister een besluit is genomen op de aanbeveling van de raad.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening vertrouwenscommissie herbenoeming burgemeester De Bilt 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente De Bilt;</al><al>overwegende dat</al><al>Op 1 februari 2013 de zittingstermijn van burgemeester A.J. Gerritsen
                        afloopt;</al><al>Voor 1 oktober 2012 de gemeenteraad van De Bilt een besluit tot aanbeveling
                        tot herbenoeming moet hebben gedaan;</al><al>gelet op</al><al>De Gemeentewet artikel 61a;</al><al>De Circulaire procedureregels herbenoeming burgemeester d.d. 21 november
                        2001;</al><al>De brief van de commissaris van de Koningin d.d. 9 mei 2012 waarin hij de
                        raad vraagt een aanbeveling op te stellen over de herbenoeming van
                        burgemeester A.J. Gerritsen;</al><al>BESLUIT:</al><al>vast te stellen de "Verordening vertrouwenscommissie herbenoeming
                        burgemeester De Bilt 2012" </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1. Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: a. De minister: de minister van
                        Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. De commissaris: de commissaris
                        van de Koningin in Utrecht; c. De burgemeester: de burgemeester van de
                        gemeente De Bilt de heer A.J. Gerritsen; d. De commissie: de
                        vertrouwenscommissie, zijnde een commissie ex artikel 84 Gemeentewet, die
                        belast is met de voorbereiding van de aanbeveling inzake de herbenoeming van
                        de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2. Taak en werkwijze van de commissie</titel></kop><al>1.De commissie heeft tot taak de aanbeveling van de gemeenteraad inzake de
                        herbenoeming van de burgemeester voor te bereiden. 2. De commissie vormt
                        zich een oordeel over het functioneren van de burgemeester. 3. De commissie
                        formuleert de informatiebronnen op basis waarvan zij zich een oordeel vormt
                        over het functioneren van de burgemeester. Deze informatiebronnen maakt zij
                        vooraf kenbaar aan de burgemeester, de raad en de commissaris. 4. De
                        commissie brengt over haar oordeel schriftelijk en onder geheimhouding
                        verslag uit aan de raad en de commissaris. Dit verslag wordt voorzien van
                        een conceptaanbeveling. 5. Bij de vervulling van haar taak neemt de
                        commissie het gestelde in de circulaire van de minister d.d. 21 november
                        2001, in acht. De commissie kan ten aanzien van de procedure tot
                        herbenoeming overleg plegen met de commissaris.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3. Samenstelling commissie</titel></kop><al>1.De commissie bestaat uit de fractievoorzitters van de in de raad
                        vertegenwoordigde fracties. 2. De plaatsvervangend raadsvoorzitter is
                        technisch voorzitter (zonder stemrecht) van de commissie. Namens zijn of
                        haar fractie neemt een ander gemeenteraadslid zitting in de commissie. 3.
                        Indien een lid van de commissie van zijn of haar fractie langdurig niet
                        beschikbaar is, kan hij of zij zich doen vervangen door een ander
                        gemeenteraadslid. De vervanging geldt voor de resterende zittingsperiode van
                        de commissie. 4. De griffier ondersteunt de vertrouwenscommissie. Hij is
                        geen lid van de commissie. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4. College</titel></kop><al>1.De wethouders zullen door de commissie gehoord worden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5. Vergaderingen</titel></kop><al>1.De vergaderingen van de commissie zijn besloten. 2. De commissie vergadert
                        zo dikwijls als de voorzitter of ten minste twee leden dit noodzakelijk
                        achten. 3. De voorzitter doet van elke vergadering tenminste vierentwintig
                        uur tevoren aankondiging aan de leden van de commissie. 4. De commissie
                        vergadert niet als niet ten minste de helft plus één van het aantal leden
                        aanwezig is. 5. De griffier draagt zorg voor een presentielijst en de
                        verslaglegging van het verhandelde tijdens de vergaderingen van de
                        commissie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6. Geheimhouding</titel></kop><al>1.De commissie legt in elke vergadering, met toepassing van artikel 86 van
                        de Gemeentewet, geheimhouding op over de inhoud van de stukken en het
                        behandelde tijdens de vergadering, met inachtneming van het bepaalde in
                        artikel 8 van deze verordening. 2. De voorzitter ziet erop toe dat aan het
                        gestelde in het vorige lid wordt voldaan. 3. De commissie en haar leden
                        verstrekken geen inzage in de stukken noch informatie over de stukken en
                        over het behandelde in haar vergadering aan raadsleden die geen zitting
                        hebben in de commissie, noch aan anderen, behoudens het bepaalde in artikel
                        2, lid 4. 4. De commissie, noch de gemeenteraad zal de geheimhouding waartoe
                        het eerste lid verplicht, opheffen. 5. De geheimhouding blijft na ontbinding
                        van de commissie van kracht. 6. Het bepaalde in dit artikel is van
                        overeenkomstige toepassing op de griffier en de adviseur.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7. Verslag</titel></kop><al>1.Het verslag van de commissie wordt bij meerderheid van stemmen
                        vastgesteld. 2. Leden van de commissie kunnen in het verslag van een
                        minderheidsstandpunt blijk geven. 3. Bij het staken van de stemmen over de
                        uit te brengen opvattingen, wordt het nemen van een beslissing uitgesteld
                        tot de volgende vergadering. Is uitstel van de beslissing niet mogelijk of
                        staken de stemmen ook in die volgende vergadering, dan worden geen
                        opvattingen van de commissie, maar de verschillende meningen binnen de
                        commissie ter kennis van de gemeenteraad gebracht.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8. Overleg tussen de commissie en de burgemeester</titel></kop><al>1.De commissie kan bij de aanvang van haar werkzaamheden een gesprek hebben
                        met de burgemeester. 2. Alvorens het verslag aan de raad te zenden,
                        bespreekt de commissie het concept met de burgemeester. 3. Indien ter zake
                        van zijn functioneren in het in lid 2 genoemde gesprek afspraken met de
                        burgemeester worden gemaakt, worden deze in het verslag aan de raad vermeld.
                        4. De commissie zendt het verslag aan de raad, de burgemeester en de
                        commissaris. De burgemeester kan, voorafgaand aan de bespreking in de raad,
                        zijn zienswijze over het verslag geven.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9. Ontbinding vertrouwenscommissie</titel></kop><al>De vertrouwenscommissie wordt geacht te zijn ontbonden met ingang van de dag
                        volgend op die waarop de minister een besluit heeft genomen op de
                        aanbeveling van de raad.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10. Archivering van stukken</titel></kop><al>1.De voorzitter en de griffier van de commissie dragen er zorg voor dat op
                        het tijdstip bedoeld in artikel 9 van deze verordening alle
                        archiefbescheiden onverwijld in een verzegelde envelop en gerubriceerd als
                        "geheim" worden overgebracht naar een krachtens de wet door de raad
                        aangewezen archiefbewaarplaats. Zij dragen er eveneens zorg voor dat
                        uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde in de volgende leden van dit
                        artikel. 2. Van de in het eerste lid bedoelde overbrenging wordt een
                        verklaring van overbrenging als bedoeld in artikel 9, lid 3 van het
                        Archiefbesluit 1995 opgemaakt. In deze verklaring wordt melding gemaakt van
                        de met toepassing van artikel 15 lid 1 sub. a en c van de Archiefwet 1995
                        gestelde beperkingen aan de openbaarheid, geldende voor een periode van 75
                        jaar. 3. Alle overige bescheiden en kopieën van de in dit artikel bedoelde
                        bescheiden worden onmiddellijk vernietigd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11. Contactpersoon</titel></kop><al>1.De voorzitter van de commissie treedt op als contactpersoon naar buiten.
                        2. Alle stukken bestemd voor de commissie worden gericht aan de voorzitter
                        en gezonden aan het privé-adres van de griffier en aldaar bewaard. 3. Alle
                        stukken die van de commissie uitgaan worden door de voorzitter en de
                        griffier ondertekend en vanaf het privé-adres van de griffier
                        verzonden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12. Onvoorziene aangelegenheden</titel></kop><al>In alle gevallen waarin deze verordening dan wel de circulaire van de
                        minister d.d. 21 november 2001 niet voorzien, beslist de commissie met
                        meerderheid van stemmen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13. Inwerkingtreding en vervaldatum</titel></kop><al>1.Deze verordening treedt in werking daags na bekendmaking. 2. Deze
                        verordening kan worden aangehaald als “Verordening vertrouwenscommissie
                        herbenoeming burgemeester De Bilt 2012”. 3. Deze verordening vervalt met
                        ingang van de dag volgend op die waarop door de minister een besluit is
                        genomen op de aanbeveling van de raad.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 31 mei 2012,</ondertekening><ondertekening>de gemeenteraad van gemeente De Bilt,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. F.A. van Hooijdonk A.J. Gerritsen</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>