<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR184211_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oldebroek</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-04-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oldebroek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis aan Huis, 24-04-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-04-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-04-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-03-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage resourceIdentifier="exb-2018-70538">Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen.pdf</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Oldebroek,</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        Oldebroek, nr 94469;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al/><al>overwegende dat het gewenst is in aanvulling op de Wet kinderopvang en
                        kwaliteitseisen peuterspeelzalen nadere eisen te stellen aan de inrichting
                        van peuterspeelzalen;</al><al/><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder peuterspeelzaal hetgeen daaronder
                        wordt verstaan in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen
                        peuterspeelzalen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Groepspeelruimte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In een peuterspeelzaal is voor ieder kind minimaal 3,5 m2
                                bruto-oppervlakte aan groepsspeelruimte beschikbaar.</al></li><li nr="2."><al>Elke ruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal en de
                                leeftijd van de op te vangen kinderen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Buitenspeelruimte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De peuterspeelzaal beschikt over aangrenzende
                                buitenspeelruimte.</al></li><li nr="2."><al>De buitenspeelruimte voldoet aan de volgende eisen: </al><lijst><li nr="a."><al>voor kinderen toegankelijk en veilig bereikbaar;</al></li><li nr="b."><al>een oppervlakte van minimaal 3 m2 bruto-oppervlakte
                                        speelruimte per aanwezig kind;</al></li><li nr="c."><al>ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te
                                        vangen kinderen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanwijzing toezichthouders</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college ziet toe op de naleving van de bij deze verordening
                                gestelde regels.</al></li><li nr="2."><al>Het college wijst de directeur van de GGD aan als
                                toezichthouder.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onderzoek door de toezichthouder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De toezichthouder onderzoekt na een aanvraag als bedoeld in artikel
                                2.2, eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen
                                peuterspeelzalen of de instandhouding redelijkerwijs zal
                                plaatsvinden in overeenstemming met de voorschriften uit deze
                                verordening.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het eerste lid onderzoekt de toezichthouder jaarlijks
                                of de exploitatie van een peuterspeelzaal plaatsvindt in
                                overeenstemming met de voorschriften uit deze verordening.</al></li><li nr="3."><al>Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de
                                toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving van
                                de bij deze verordening gestelde voorschriften.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vastleggen onderzoeksresultaten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een
                                onderzoek bij een peuterspeelzaal vast in een inspectierapport.</al></li><li nr="2."><al>Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de bij of
                                krachtens artikel 2 en 3 gegeven voorschriften niet zijn of zullen
                                worden nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport.</al></li><li nr="3."><al>Alvorens het rapport vast te stellen, stelt de toezichthouder de
                                houder in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen en
                                daarover zijn zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder
                                vermeldt de zienswijze van de houder in een bijlage bij het
                                rapport.</al></li><li nr="4."><al>De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de
                                houder, die een afschrift daarvan zo spoedig mogelijk ter inzage
                                legt op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats.</al></li><li nr="5."><al>De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na
                                de vaststelling daarvan openbaar.</al></li><li nr="6."><al>De toezichthouder stelt het college in kennis van de vaststelling
                                van het rapport.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan artikel 2 en 3 buiten toepassing laten of daarvan afwijken,
                        voor zover toepassing gelet op het belang van kwalitatief verantwoorde
                        opvang voor kinderen in een peuterspeelzaal leidt tot een onbillijkheid van
                        overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Binnen zes maanden na inwerkingtreding van deze verordening voldoet de
                        houder van een peuterspeelzaal aan de voorschriften uit deze
                        verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar
                        bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ruimte- en
                        inrichtingseisen peuterspeelzalen</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>Op 1 augustus 2010 is de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen
                        peuterspeelzalen (hierna: de Wko) in werking getreden. Het doel van de Wko
                        is om jonge kinderen in peuterspeelzalen en kindercentra een veilig en
                        stimulerende omgeving te bieden.</al><al>Eén van de onderliggende doelstellingen van de Wko is de regelgeving over
                        peuterspeelzalen te harmoniseren met de kinderdagopvang. Hierdoor ontstaat
                        een landelijk kwaliteitskader voor zowel de peuterspeelzalen als de
                        kinderdagopvang met minimum kwaliteitseisen. In de Wko zijn dan ook een
                        aantal minimale eisen voor de peuterspeelzalen vastgelegd en is tevens aan
                        de minister de bevoegdheid gegeven aanvullende regelgeving voor de kwaliteit
                        in een Algemene maatregel van Bestuur vast te leggen (AmvB). Van deze
                        bevoegdheid is tot op heden geen gebruik gemaakt, omdat de partijen het
                        convenant Verantwoord peuterspeelzaalwerk: een eerste stap naar de toekomst,
                        hebben afgesloten waarin de kwaliteitseisen voor de houders van
                        peuterspeelzalen nader zijn uitgewerkt. </al><al>De eisen in het convenant hebben als uitgangpunt gediend voor de
                        Beleidsregels kwaliteit peuterspeelzalen (hierna: Beleidsregels) van de
                        minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Echter, in deze
                        Beleidsregels zijn geen eisen opgenomen ten aanzien van ruimte en inrichting
                        van de peuterspeelzalen. </al><al>Bij het opstellen van deze verordening is gebruik gemaakt van de
                        modelverordening van de VNG. De inhoud van modelverordening sluit aan op de
                        bepalingen uit het convenant en de Beleidsregel. De VNG heeft het model in
                        overleg met diverse deskundigen op het gebied van peuterspeelzaalwerk en
                        kinderopvang en de brancheorganisaties opgesteld.</al><al/><al><vet>Ruimte en inrichting</vet></al><al>Kwalitatief verantwoorde opvang voor kinderen kan niet zonder het stellen
                        van kwaliteitseisen. Eisen inzake ruimte en inrichting vormen hier een
                        essentieel onderdeel van. De eerste levensjaren van een kind zijn belangrijk
                        voor de ontwikkeling van de cognitieve, de sociaal-emotionele en de
                        motorische vaardigheden. De opvoeding door de ouders legt daarvoor de basis,
                        maar ook de rest van de omgeving waarin het kind opgroeit is van belang.
                        Veel kinderen brengen enkele uren per dag door in peuterspeelzalen en andere
                        kindercentra. Ze moeten daar veilig kunnen spelen en voldoende ruimte
                        hebben.</al><al>Bestaande eisen over veiligheid en gezondheid die algemeen geldend zijn en
                        volgen uit andere wet- en regelgeving zoals bouwvoorschriften,
                        brandveiligheidsvoorschriften, eisen aan speeltoestellen, keukenhygiëne en
                        dergelijke.</al><al/><al><vet>Toezicht</vet></al><al>In dit hoofdstuk is het kader voor het toezicht beschreven. Op de
                        handhaving, zijn de algemene handhavingbevoegdheden uit de Awb van
                        toepassing.</al><al/><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2 Groepspeelruimte</vet></al><al>In dit artikel wordt bepaald dat voor elk kind 3,5m² bruto-oppervlakte
                        speelruimte aanwezig moet zijn. Speelruimtes dienen passend te zijn
                        ingericht voor spelen en rusten. Bij de inrichting van de binnenruimte dient
                        rekening te worden gehouden met zowel het aantal kinderen dat van een ruimte
                        gebruik maakt als de leeftijd van de kinderen. Het gaat om het totale aantal
                        vierkante meters die beschikbaar zijn in de groepsruimten. Daarnaast is de
                        houder van een peuterspeelzaal gehouden aan de eisen die zijn vastgelegd in
                        het Bouwbesluit. In 2012 wordt er een nieuw bouwbesluit vastgesteld. Het
                        Bouwbesluit 2012 bevat, evenals voorgaande bouwbesluiten, bouwtechnische
                        voorschriften waaraan alle bouwwerken minimaal moeten voldoen.
                        Peuterspeelzalen vallen onder de categorie ’bijeenkomstfunctie voor
                        kinderopvang’. De eisen uit het Bouwbesluit hebben betrekking op veiligheid,
                        gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Buitenspeelruimte</vet></al><al>Dit artikel geeft aan dat de buitenspeelruimte voor kinderen die gebruik
                        maken van de peuterspeelzaal aangrenzend aan de peuterspeelzaal dient te
                        zijn gesitueerd. Evenals de binnenruimte dient de buitenruimte voor spel
                        geschikt te zijn en ingericht in overeenstemming met de behoeften en
                        mogelijkheden van de kinderen. Ook voor de buitenspeelruimte geldt dat bij
                        de inrichting rekening dient te worden gehouden met het aantal kinderen en
                        de leeftijd van de kinderen die gebruik maken van de ruimte. De speelruimte
                        bestaat per aanwezig kind uit minimaal 3m² bruto-oppervlakte. Met aanwezig
                        kind wordt gedoeld op in de peuterspeelzaal aanwezige kinderen, niet
                        noodzakelijkerwijs buitenspelend.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Aanwijzing toezichthouders</vet></al><al>Dit artikel maakt het college verantwoordelijk voor de naleving van deze
                        verordening. Het college wijst de directeur van de GGD aan als
                        toezichthouder. Dit is in overeenstemming met het systeem van de Wko. De
                        directeur van de GGD oefent aldus het toezicht uit onder het gezag van het
                        college. Afdeling 5.2. van de Algemene wet bestuursrecht bevat een algemene
                        regeling van de bevoegdheden van toezichthouders, zoals het recht op het
                        betreden van plaatsen, op het vorderen van inlichtingen en het inzien van
                        schriftelijke stukken.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Onderzoek door de toezichthouder</vet></al><al>In dit artikel worden drie soorten van onderzoek onderscheiden. In de eerste
                        plaats onderzoekt de toezichthouder naar aanleiding van een aanvraag voor de
                        exploitatie van een peuterspeelzaal of aan de voorschriften uit deze
                        verordening zal worden voldaan. Daarnaast voert de toezichthouder jaarlijks
                        regulier onderzoek uit bij bestaande peuterspeelzalen. Voorts beschikt de
                        toezichthouder op grond van lid 3 over de mogelijkheid om incidenteel
                        onderzoek te verrichten naar de naleving van de voorschriften uit deze
                        verordening.</al><al/><al><vet>Artikel 6 Vastleggen onderzoeksresultaten</vet></al><al>De resultaten van het onderzoek uit artikel 5 worden door de toezichthouder
                        schriftelijk vastgelegd in een inspectierapport. De toezichthouder zendt het
                        ontwerp-inspectierapport aan de houder van de peuterspeelzaal. De houder
                        wordt hiermee in de mogelijkheid gesteld om een reactie te geven op de
                        inhoud van het rapport. De toezichthouder dient de reactie van de houder als
                        bijlage bij het rapport te voegen. De houder zorgt er voor dat zowel ouders
                        van kinderen in de peuterspeelzaal als het personeel inzage hebben in het
                        inspectierapport van de toezichthouder. Uiterlijk 3 weken na ontvangst maakt
                        de toezichthouder het inspectierapport openbaar. Het ligt voor de hand dat
                        de toezichthouder voor de openbaarmaking een breed toegankelijk medium
                        kiest. Gedacht kan worden aan de mogelijkheden die het internet biedt. Van
                        deze vaststelling wordt het college door de toezichthouder op de hoogte
                        gebracht. In de praktijk zal het veelal betekenen dat de toezichthouder het
                        inspectierapport naar het college toezendt.</al><al/><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>Het opnemen van een hardheidsclausule in deze verordening opent de
                        mogelijkheid voor het college om, in gevallen waarin toepassing van een
                        artikel van de verordening een onbillijkheid van overwegende aard zou
                        opleveren, artikel 2 en 3 buiten toepassing te laten of daarvan af te
                        wijken. Het afwijkende besluit van het college moet altijd binnen de
                        doelstellingen van de verordening passen. </al><al/><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>De overgangsbepaling is opgenomen om houders van bestaande peuterspeelzalen
                        de tijd en gelegenheid te bieden om aan de voorschriften zoals gesteld in de
                        verordening te voldoen.</al><al/><al><vet>Artikel 9 en 10</vet></al><al>Deze bepalingen spreken voor zich.</al><al/></nota-toelichting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Oldebroek/i107356.pdf">Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen.pdf</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>