<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR184078_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Besluit Maatschappelijke Ondersteuning Lansingerland 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Internet/Heraut 30 mei 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Besluit Maatschappelijke Ondersteuning Lansingerland 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Maatschappelijke Ondersteuning, art. 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Maatschappelijke Ondersteuning, art. 5</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Maatschappelijke Ondersteuning, art. 6</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Maatschappelijke Ondersteuning, art. 7</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Maatschappelijke Ondersteuning, art. 15</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Maatschappelijke Ondersteuning, art. 19</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-05-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>t12.07728</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Besluit Maatschappelijke Ondersteuning Lansingerland 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>0</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>In dit besluit wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Algemeen gebruikelijk: naar geldende maatschappelijke normen tot
                                    het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van een persoon
                                    als de aanvrager behorend;</al></li><li nr="b."><al>Bijstandsnorm: de voor betrokkene op grond van de Wet werk en
                                    bijstand geldende bijstandsnorm;</al></li><li nr="c."><al>Eigen bijdrage of eigen aandeel in de kosten: een door het
                                    college van burgemeester en wethouders vast te stellen bijdrage,
                                    die bij de verstrekking van een voorziening in natura, een
                                    persoonsgebonden budget (een eigen bijdrage) of een financiële
                                    tegemoetkoming (eigen aandeel) betaald moet worden en waarop de
                                    regels van het Besluit maatschappelijke ondersteuning van
                                    toepassing zijn; </al></li><li nr="d."><al>Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van
                                    een voorziening;</al></li><li nr="e."><al>Forfaitaire vergoeding: een vast bedrag ongeacht de werkelijke
                                    kosten;</al></li><li nr="f."><al>Gebruikelijke zorg: de zorg die op het gebied van het voeren van
                                    een huishouden voor alle meerderjarige leden van een leefeenheid
                                    als algemeen aanvaardbaar wordt beschouwd;</al></li><li nr="g."><al>Indicatie: een integraal advies over de noodzaak en
                                    compensatiemogelijkheid van een aangevraagde voorziening;</al></li><li nr="h."><al>Meerkosten: kosten van een mogelijk krachtens de wet te verlenen
                                    voorziening, voor zover dit deel van de kosten uitgaat boven
                                    voor die persoon als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten
                                    van een dergelijke voorziening;</al></li><li nr="i."><al>Persoonsgebonden budget: een geldbedrag waarmee de aanvrager een
                                    of meer aan hem te verlenen voorzieningen kan verwerven en
                                    waarop de in de Verordening Voorzieningen Wet Maatschappelijke
                                    Ondersteuning gemeente Lansingerland en het Besluit
                                    maatschappelijke ondersteuning gemeente Lansingerland te stellen
                                    regels van toepassing zijn;</al></li><li nr="j."><al>Verstrekking: een compenserende maatregel voor een individu,
                                    hetzij in financiële middelen, hetzij in natura;</al></li><li nr="k."><al>Voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in
                                    bruikleen, in huur of in de vorm van persoonlijke
                                    dienstverlening wordt verstrekt.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>– Hulp bij het huishouden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr></kop><al>Met het oog op een schoon en leefbaar huis kan een individuele
                            voorziening getroffen worden voor het lichte en/of het zware
                            huishoudelijke werk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr></kop><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar
                            en in staat zijn werkzaamheden over te nemen wordt dit eerst in het
                            kader van gebruikelijke zorg beoordeeld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr></kop><al>Naast de gebruikelijke zorg worden ook andere algemeen voorliggende of
                            algemeen gebruikelijke voorzieningen bij de beoordeling betrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr></kop><al>De ondersteuningsbehoevende kan bij de voorziening hulp bij het
                            huishouden in de vorm van een pgb, de zorg onder andere inkopen
                            bij:</al><lijst><li nr="a."><al>een freelancer;</al></li><li nr="b."><al>een rechtspersoon.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr></kop><al>Voor een persoonsgebonden budget ten aanzien van hulp bij het huishouden
                            wordt een</al><al>bedrag per uur beschikbaar gesteld dat gelijk is aan het gemiddelde
                            uurtarief van de aanbieders van HH1. </al><al>Uitgangspunt is dat er kwalitatief en kwantitatief gelijkwaardige zorg
                            kan worden ingekocht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr></kop><al>Voor het bepalen van de Eigen Bijdrage wordt met ingang van 1 januari
                            2013 het gemiddeld uurtarief van de aanbieders van HH1 vermenigvuldigd
                            met het aantal geïndiceerde minuten, omgerekend naar uren, doorbelast.
                            In 2012 wordt het bedrag van € 17,-- per uur doorbelast. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>– Woonvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr></kop><al>Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een individuele
                            voorziening worden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid,
                            toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr></kop><al>Bij de beoordeling of een woning aangepast wordt, of dat het primaat
                            verhuizen wordt toegepast, dient het begrip compenserend leidend te
                            zijn, rekening houdend met de gestelde financiële grens voor
                            woningaanpassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr></kop><al>Het primaat verhuizen wordt toegepast indien een woningaanpassing met
                            toepassing van het begrip goedkoopst compenserend het bedrag van €
                            20.000,-- overschrijdt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr></kop><al>Om tot een goed advies ten aanzien van de woningaanpassing te komen
                            worden de volgende elementen bij de advisering betrokken:</al><lijst><li nr="·"><al>Kosten</al></li><li nr="·"><al>Aanwezigheid passende woonruimte</al></li><li nr="·"><al>Afwegingen in het kader van de volkshuisvesting</al></li><li nr="·"><al>De sociale omstandigheden – aanwezigheid van mantelzorg</al></li><li nr="·"><al>De snelheid waarmee woonproblemen opgelost kunnen worden</al></li><li nr="·"><al>De integrale afweging van verschillende Wmo-voorzieningen
                                    (wonen, vervoer, rolstoelen)</al></li><li nr="·"><al>De werksituatie</al></li><li nr="·"><al>Woonlastenconsequenties</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr></kop><al>Indien wordt overgegaan tot aanpassing van de woning dient rekening
                            gehouden te worden met de volgende aspecten:</al><lijst><li nr="·"><al>Noodzakelijkheid</al></li><li nr="·"><al>De medewerking van de verhuurder</al></li><li nr="·"><al>De afweging welke de goedkoopst compenserende oplossing is</al></li><li nr="·"><al>Bewaking kwaliteit woningaanpassingen</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr></kop><al>Een verhuis- en inrichtingskostenvergoeding kan aan een betrokkene met
                            beperkingen worden verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>als het technisch niet mogelijk is de huidige woonruimte
                                    voldoende aan te passen om de ergonomische belemmeringen weg te
                                    nemen;</al></li><li nr="b."><al>de situatie waarin blijkt dat het verstrekken van een verhuis-
                                    en inrichtingskostenvergoeding de meest goedkope, compenserende
                                    voorziening is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr></kop><al>Het bieden van een financiële tegemoetkoming in de verhuis- en
                            inrichtingskosten kan in twee situaties aan de orde zijn:</al><lijst><li nr="·"><al>In eerste instantie kan deze verstrekt worden aan een betrokkene
                                    met beperkingen, die op grond van ergonomische beperkingen naar
                                    een aangepaste of aanpasbare woonruimte verhuist (overwegingen
                                    die bij het al dan niet verstrekken van een verhuis- en
                                    inrichtingskostenkostenvergoeding een rol kunnen spelen zijn
                                    hiervoor reeds genoemd). </al></li><li nr="·"><al>Een tweede mogelijkheid betreft het verstrekken van een verhuis-
                                    en inrichtingskostenvergoeding aan niet gehandicapten die een al
                                    dan niet aangepaste woning vrij maken ten behoeve van een
                                    betrokkene met beperkingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr></kop><al>Het bedrag voor de verhuis- en inrichtingskostenvergoeding betreft een
                            tegemoetkoming in de kosten, waarbij in het kader van de Wmo verhuizing
                            naar een voor belanghebbende compenserende woning noodzakelijk wordt
                            geacht. De tegemoetkoming hoeft niet volledig kostendekkend te zijn en
                            het bedrag wordt bij toekenning al vastgesteld. Het bedrag wordt
                            overgemaakt, nadat een bewijs van daadwerkelijke verhuizing naar een
                            voor belanghebbende adequate woning (huurcontract, inschrijving in de
                            gemeentelijke basisadministratie) is overgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9</nr></kop><al>Bij het verstrekken van een aardnagelvaste voorziening in natura wordt,
                            indien mogelijk, gekozen voor een herplaatsbare en meermalen te
                            gebruiken voorziening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10</nr></kop><al>Het college kan ook voor woonvoorzieningen een financiële tegemoetkoming
                            verstrekken. Het college stelt de voorlopige financiële tegemoetkoming
                            op de volgende wijze vast:</al><lijst><li nr="1."><al>direct na de selectie indien de kosten vooraf duidelijk zijn te
                                    bepalen;</al></li><li nr="2."><al>na ontvangst van twee offertes.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.11</nr></kop><al>De hoogte van de financiële tegemoetkoming in de kosten van onderhoud en
                            keuring als</al><al>bedoeld in artikel 23 van de Verordening Voorzieningen Wet
                            Maatschappelijke Ondersteuning is gelijk aan de prijs van het goedkoopst
                            compenserende service abonnement.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.12</nr></kop><al>Voor het bepalen van de Eigen Bijdrage wordt het daadwerkelijk aan de
                            gemeente in rekening gebrachte bedrag doorbelast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>– Vervoersvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr></kop><al>Met het oog op het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel, kan een
                            individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het verplaatsen
                            over de korte afstand rond de woning en het verplaatsen over de langere
                            afstand binnen de directe woon en leefomgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr></kop><al>Gesloten invalidenwagens kunnen voor mensen met bepaalde
                            beperkingen een compenserende voorziening zijn indien zich de volgende
                            situatie voordoet:</al><lijst><li nr="·"><al>de vervoersbehoeften van ondersteuningsbehoevende betreffen
                                    vooral de korte en iets langere afstanden, met een gesloten
                                    buitenwagen te bereiken;</al></li><li nr="·"><al>als gevolg van ernstige hart/longproblemen iemand niet in staat
                                    van een open buitenwagen gebruik te maken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr></kop><al>Het kan gewenst zijn dat de ondersteuningbehoevende met
                            mobiliteitsproblemen beschikt over een elektrisch voertuig voor buiten,
                            te gebruiken op korte afstand rond de woning. Voor deze verplaatsingen
                            is het immers over het algemeen niet logisch of zelfs onmogelijk gebruik
                            te maken van een collectief systeem of om een taxi te laten komen. In
                            het gemeentelijke beleid is een scootmobiel geïndiceerd indien er een
                            substantiële vervoersbehoefte is in de directe omgeving van de woning.
                            Dat kan wanneer de ondersteuningsbehoevende bijvoorbeeld binnen een
                            straal van 1 tot 1,5 kilometer met een scootermobiel zelf boodschappen
                            kan doen, familie kan bezoeken en andere vormen van vrije tijdsbesteding
                            beschikbaar heeft.</al><al>Het verstrekken van een open elektrische buitenwagen kan in combinatie
                            met het gebruik van een collectief vervoerssysteem en/of een individuele
                            vervoersvergoeding plaatsvinden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr></kop><al>Ook aanpassingen aan scootmobielen en rolstoelen of trainingen voor een
                            veilig gebruik van de voorziening worden verstrekt indien ze
                            noodzakelijk zijn om een compenserende voorziening te gebruiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr></kop><al>Indien andere verplaatsingsmiddelen nodig zijn in specifieke
                            omstandigheden, wordt dit ook vanuit de Wmo vergoed. Hierbij kan gedacht
                            worden aan:</al><lijst><li nr="·"><al>Driewielfiets</al></li><li nr="·"><al>Loopfiets</al></li><li nr="·"><al>Begeleidingskosten</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.6</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verstrekken van een financiële tegemoetkoming voor een
                                    autoaanpassing is alleen mogelijk indien:</al><lijst><li nr="1."><al>de ondersteuningsbehoeftige gezien de aard van de
                                            beperking geen gebruik kan maken van het openbaar
                                            vervoer, geen gebruik kan maken van het aanvullend
                                            collectief vraagafhankelijk vervoer en geen gebruik kan
                                            maken van een taxi en; </al></li><li nr="2."><al>de ondersteuningsbehoeftige wel in staat is zich met een
                                            eigen auto te verplaatsen en;</al></li><li nr="3."><al>bovenstaande wordt ondersteund door een indicatie.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien de ondersteuningsbehoeftige de basisschoolleeftijd heeft
                                    en (nog) niet zelfstandig kan reizen met ander, voorliggend,
                                    vervoer kan een financiële tegemoetkoming verstrekt worden voor
                                    een autoaanpassing.</al></li><li nr="3."><al>Er wordt alleen een financiële tegemoetkoming voor een
                                    autoaanpassing verstrekt voor een auto indien deze niet ouder is
                                    dan 36 maanden op de datum van aanvraag voor een
                                    autoaanpassing.</al></li><li nr="4."><al>De financiële tegemoetkoming als bedoeld in voorgaand lid wordt
                                    slechts eenmaal per 7 jaar</al></li></lijst><al>verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vaststelling van de hoogte van de vervoerskostenvergoeding voor
                                een eigen auto of taxikosten voor individuele gevallen waarin er
                                geen gebruik gemaakt kan worden van een collectieve
                                vervoersvoorziening is als volgt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de vervoerskostenvergoeding wordt gemaximeerd tot 1500 km op
                                jaarbasis en;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voor het bepalen van de hoogte van de vergoeding wordt verwezen naar
                                het Verstrekkingenbeleid voor voorzieningen in het kader van de
                                Wmo.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het gestelde in het eerste lid gelden voor kinderen
                                tot 12 jaar de onderstaande vergoedingen: </al><lijst><li nr="§"><al>0 tot 5 jaar: geen vergoeding</al></li><li nr="§"><al>5 tot 12 jaar: 50% van het normbedrag </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vaststelling van de hoogte van de vervoerskostenvergoeding voor
                                de individuele rolstoeltaxi is als volgt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de vervoerskostenvergoeding wordt gemaximeerd tot 1500 km op
                                jaarbasis en;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voor het bepalen van de hoogte van de vergoeding wordt verwezen naar
                                het Verstrekkingenbeleid voor voorzieningen in het kader van de
                                Wmo</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het gestelde in het eerste lid gelden voor kinderen
                                tot 12 jaar de onderstaande vergoedingen:</al><lijst><li nr="§"><al>0 tot 5 jaar: geen vergoeding</al></li><li nr="§"><al>5 tot 12 jaar: 50% van het normbedrag </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.9</nr></kop><al>Voor het gebruik van het collectief vraagafhankelijk vervoer binnen het
                            vervoersgebied van 5 zones geldt de volgende gebruiksbeperking:</al><lijst><li nr="a."><al>Gebruikers van het CVV kunnen alleen tegen het openbaar
                                    vervoertarief reizen als er een medische indicatie is
                                    afgegeven;</al></li><li nr="b."><al>Gebruikers met een psychosociaal en/of een chronisch psychisch
                                    probleem kunnen alleen tegen het openbaar vervoertarief gebruik
                                    maken van het CVV nadat er een verklaring van een behandelend
                                    specialist is afgegeven;</al></li><li nr="c."><al>Gebruikers met een indicatie van het CVV kunnen jaarlijks
                                    maximaal 300 openbaar vervoerzones gebruiken tegen het openbaar
                                    vervoertarief;</al></li><li nr="d."><al>Gebruikers met een indicatie en een aantoonbare extra
                                    vervoersbehoefte hebben recht op extra zones tot een maximum van
                                    500;</al></li><li nr="e."><al>Gebruikers met een indicatie in het bezit van een scootmobiel
                                    hebben recht op maximaal 50% van het totaal aantal toe te kennen
                                    openbaar vervoerzones;</al></li><li nr="f."><al>Gebruikers met een indicatie waarbij in het huishouden een auto
                                    aanwezig is, hebben recht op maximaal 50% van het totaal aantal
                                    toe te kennen openbaar vervoerzones;</al></li><li nr="g."><al>Gebruikers met een indicatie kunnen tegen hetzelfde tarief een
                                    begeleider meenemen indien daartoe een indicatie is afgegeven;
                                </al></li><li nr="h."><al>Gebruikers mogen hun reiszones naar eigen inzicht besteden met
                                    uitzondering van inzet voor woon-werk verkeer;</al></li><li nr="i."><al>Gebruikers zonder een medische indicatie of zonder een
                                    specialistenverklaring bij psychische problemen mogen gebruik
                                    maken van het CVV maar tegen het kostprijstarief.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.10</nr></kop><al>Bij de medische indicatie voor noodzakelijk gebruik van collectief
                            vervoer worden de volgende criteria gehanteerd:</al><lijst><li nr="-"><al>een cliënt is rolstoelafhankelijk; </al></li><li nr="-"><al>niet in staat zelfstandig lopend een afstand van 800 meter af te
                                    leggen;</al></li><li nr="-"><al>wel in staat zelfstandig lopend een afstand van 800 meter af te
                                    leggen, maar niet aansluitend 10 minuten staande kunnen
                                    wachten;</al></li><li nr="-"><al>wel in staat zelfstandig lopend een afstand van 800 meter af te
                                    leggen, ook aansluitend 10 minuten staande kunnen wachten, maar
                                    niet in staat de instaphoogte van het openbaar vervoer (ca. 32
                                    cm) te overbruggen;</al></li><li nr="-"><al>niet in staat zich in een snel wegrijdend voertuig staande te
                                    houden;</al></li><li nr="-"><al>visueel het voertuig niet kunnen onderscheiden;</al></li><li nr="-"><al>wegens gebrek aan zitplaatsen niet in staat in het spitsuur van
                                    het openbaar vervoer gebruik te maken (vervoer i.v.m. werk valt
                                    niet onder de WMO).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het aantal zones wordt toegekend vanaf de eerste dag van de maand
                                van aanvraag en naar rato van het jaartotaal vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het maximale aantal zones wordt voor de duur van een kalenderjaar
                                aan gebruikers van het CVV toegekend. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien er op 1 januari van een nieuw kalenderjaar nog zones over
                                zijn van het voorafgaande jaar dan komen deze zones te vervallen, de
                                resterende zones mogen niet worden meegenomen naar een volgend
                                kalenderjaar. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.12</nr></kop><al>Bij het gebruik van vervoersvoorzieningen wordt er in beginsel vanuit
                            gegaan dat kinderen met de middelbare schoolleeftijd zelfstandig gebruik
                            kunnen maken van de aangeboden voorziening mits niet in strijd met
                            geldende wet- en regelgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.13</nr></kop><al>Voor het bepalen van de Eigen Bijdrage wordt het daadwerkelijk aan de
                            gemeente in rekening gebrachte bedrag doorbelast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>– Rolstoelvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr></kop><al>Met het oog op het verplaatsen in en om de woning kan een individuele
                            voorziening worden getroffen bestaande uit een rolstoel voor dagelijks
                            zittend gebruik.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr></kop><al>Indien uit de indicering blijkt dat een rolstoel de meest compenserende
                            voorziening is om de mobiliteitsbeperking van betrokkene te verminderen,
                            is de selectie van de rolstoel aan de orde. Het selecteren van een
                            rolstoel is maatwerk; de gekozen rolstoel moet passen bij de gebruiker.
                            De gebruiker moet er goed mee overweg kunnen en de rolstoel moet
                            bruikbaar zijn in de omgeving waar de gebruiker woont en voor de
                            activiteiten die de gebruiker wil ondernemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr></kop><al>In het programma van eisen dat wordt opgesteld om het een compenserende
                            voorziening te laten zijn voor de aanvrager, dienen de volgende
                            onderwerpen aan de orde te komen:</al><lijst><li nr="·"><al>Het gebruik</al></li><li nr="·"><al>Het gebruiksgebied</al></li><li nr="·"><al>De aandrijving</al></li><li nr="·"><al>De zithouding</al></li><li nr="·"><al>De meeneembaarheid</al></li><li nr="·"><al>De lichaamsmaten</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr></kop><al>De financiële tegemoetkoming voor de aanschaf en gebruik van een
                            sportvoorziening wordt vastgesteld voor een periode van 7 jaar. In de
                            financiële tegemoetkoming is tevens het onderhoud begrepen.</al><al>Een sportvoorziening wordt alleen verstrekt indien sportbeoefening
                            uitsluitend mogelijk is met een specifieke sportvoorziening. Er wordt in
                            beginsel 1 maal per 84 maanden een sportrolstoel verstrekt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>– Het verkrijgen van een voorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr></kop><al>Om de verkrijging van individuele voorzieningen samenhangend af te
                            stemmen op de situatie van de aanvrager wordt bij het onderzoek inzake
                            het advies ex artikel 38 van de Verordening Voorzieningen Wet
                            Maatschappelijke Ondersteuning aandacht besteed aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de algemene gezondheidstoestand van de
                                    ondersteuningsbehoevende;</al></li><li nr="b."><al>de beperkingen die de ondersteuningsbehoevende in zijn
                                    functioneren ondervindt ten aanzien van het participeren in de
                                    samenleving;</al></li><li nr="c."><al>de woning en de woonomgeving van de
                                    ondersteuningsbehoevende;</al></li><li nr="d."><al>het psychisch en sociaal functioneren van de
                                    ondersteuningsbehoevende;</al></li><li nr="e."><al>de sociale omstandigheden van de ondersteuningsbehoevende;</al></li><li nr="f."><al>het sociale netwerk van de ondersteuningsbehoevende;</al></li><li nr="g."><al>de behoefte van de ondersteuningsbehoevende.</al></li></lijst><al>Bij de besluitvorming en de motivering van het besluit wordt door het
                            college bij deze bevindingen aangesloten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr></kop><al>In situaties waarin de Verordening Voorzieningen Wet Maatschappelijke
                            Ondersteuning, het Besluit maatschappelijke ondersteuning en/of het
                            Verstrekkingenbeleid voor voorzieningen in het kader van de Wmo niet
                            voorzien, kan het college met in acht name van de uitgangspunten en
                            doelstellingen van de regels een aangepaste voorziening toekennen of de
                            vorm van voorziening nader vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr></kop><al>In situaties waarin niet binnen de wettelijk gestelde termijn van 8
                            weken, conform artikel 4:13 Awb, een besluit kan worden genomen, is het
                            college gerechtigd om de beslistermijn met een redelijke termijn te
                            verlengen op grond van artikel 4:14 Awb:</al><lijst><li nr="a."><al>Indien er sprake is van een aanvraag op grond van de WMO, niet
                                    zijnde een ingrijpende woningaanpassing, kan de beslistermijn
                                    verlengd worden tot maximaal 13 weken na datum van ontvangst van
                                    de aanvraag;</al></li><li nr="b."><al>Indien er sprake is van een aanvraag voor een ingrijpende
                                    woningaanpassing op grond van de WMO kan de beslistermijn
                                    verlengd worden tot maximaal 20 weken na datum van ontvangst van
                                    de aanvraag.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>- Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget en de financiële
                            tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>I.</nr><titel>Regels rond verstrekking</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr></kop><al>Verstrekking van een toegekende individuele voorziening kan in de vorm
                            van een persoonsgebonden budget (pgb) plaatsvinden op verzoek van de
                            ondersteuningsbehoevende, tenzij er sprake is van gebruikelijke
                            zorg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr></kop><al>Het persoonsgebonden budget wordt verstrekt voor de noodzakelijk
                            geïndiceerde individuele voorziening en als geen algemene of collectieve
                            voorziening aanwezig is die toereikend wordt geacht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr></kop><al>Verstrekking in de vorm van een PGB vindt plaats indien:</al><lijst><li nr="1."><al>Betrokkene niet deelneemt of zou moeten deelnemen aan een
                                    schuldhulpverleningstraject</al></li><li nr="2."><al>Betrokkene niet handelingsonbekwaam is verklaard of verklaard
                                    zou moeten worden</al></li><li nr="3."><al>Betrokkene beschikt over een vaste woon- of verblijfplaats</al></li><li nr="4."><al>Betrokkene beschikt over een bankrekening</al></li><li nr="5."><al>Betrokkene niet eerder een pgb is verleend op grond van de
                                    Verordening Voorzieningen Wet Maatschappelijke Ondersteuning
                                    waarbij de betrokkene zich niet gehouden heeft aan de bij de
                                    verlening van dat eerdere pgb opgelegde verplichtingen</al></li><li nr="6."><al>Betrokkene niet een zodanig progressief ziektebeeld heeft dat om
                                    economische redenen een bruikleenvoorziening de voorkeur
                                    heeft</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.4</nr></kop><al>1.Het persoonsgebonden budget voor scootmobielen en rolstoelen wordt
                            vastgesteld overeenkomstig de prijs of bruikleenvergoeding die de
                            gemeente aan haar leverancier verschuldigd zou zijn voor de goedkoopst
                            compenserende voorziening inclusief standaardaanpassingen en eventueel
                            inclusief noodzakelijke aanpassingen zoals bepaald in het programma van
                            eisen dat door de indicatieadviseur is afgegeven. In het PGB wordt
                            tevens de kosten voor onderhoud meegenomen. </al><al>Het PGB voor scootmobielen en rolstoelen is bedoeld als tegemoetkoming
                            in aanschaf en onderhoud van een voorziening voor een periode van zeven
                            jaar.</al><lijst><li nr="2."><al>Het persoonsgebonden budget voor roerende woonvoorzieningen
                                    wordt vastgesteld op basis van de kosten voor het aanpassen van
                                    de woning in de door het college geaccepteerde offerte. </al></li><li nr="3."><al>Het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden wordt
                                    vastgesteld op basis van het geïndiceerde aantal minuten,
                                    gebaseerd op een uurtarief voor het PGB zijnde het gemiddelde
                                    tarief van de verstrekkers van zorg in natura voor de periode
                                    genoemd in het indicatiebesluit.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De financiële tegemoetkoming voor roerende woonvoorzieningen wordt
                                vastgesteld op basis van de prijs of bruikleenvergoeding die de
                                gemeente verschuldigd zou zijn aan de leverancier voor de goedkoopst
                                compenserende oplossing, inclusief standaardaanpassingen en
                                eventueel inclusief noodzakelijke aanpassingen zoals bepaald in het
                                programma van eisen dat door de indicatieadviseur is afgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De financiële tegemoetkoming voor woningaanpassingen wordt
                                vastgesteld op basis van een door het college goedgekeurde
                                offerte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De financiële tegemoetkoming voor een autoaanpassing wordt
                                vastgesteld op basis van de cataloguswaarde van de meerkosten voor
                                de meest goedkope compenserende voorziening plus de kosten voor
                                onderhouds-en servicepakket.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.6</nr></kop><al>Een PGB of financiële tegemoetkoming wordt alleen verstrekt voor het
                            verwerven van individuele voorzieningen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.7</nr></kop><al>Een PGB of financiële tegemoetkoming wordt niet verstrekt voor het
                            verwerven van algemene voorzieningen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.8</nr></kop><al>Een PGB is een geldbedrag waarmee de vrager één of meer geïndiceerde
                            voorzieningen kan verwerven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.9</nr></kop><al>Een financiële tegemoetkoming is een gemaximeerde tegemoetkoming in de
                            kosten van een voorziening die achteraf op declaratiebasis wordt
                            verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.10</nr></kop><al>Een aanvraag voor een woningaanpassing kan worden beoordeeld als
                            betrokkene beschikt over een getekend huurcontract of een getekend
                            koopcontract.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>II.</nr><titel>Verantwoording en controle</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.11</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeente Lansingerland zal jaarlijks (januari/februari)
                                    vragen verantwoording af te leggen over het PGB.</al></li><li nr="2."><al>De verantwoording bij de verstrekking van eenmalig PGB kan
                                    geschieden door</al></li></lijst><al>overlegging van de aankoopnota of een aankoopbewijs.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.12</nr></kop><al>Voor het PGB hulp bij het huishouden dient u de volgende informatie aan
                            te leveren ter verantwoording:</al><lijst><li nr="·"><al>Het arbeidscontract met de zorgaanbieder of een arbeidscontract
                                    met de hulp in de huishouding of het arbeidscontract via de
                                    SVB</al></li><li nr="·"><al>De door de PGB-houder en zorgverlener getekende
                                    aanwezigheidsformulieren met daarop vermeld:</al><lijst><li nr="o"><al>Het bedrag dat per uur is betaald</al></li><li nr="o"><al>Het aantal betaalde uren</al></li><li nr="o"><al>Naam, adres, BSN-nummer van de hulpverlener</al></li></lijst></li><li nr="·"><al>Bewijsstukken van de betaling van het PGB aan de zorgaanbieder
                                    of bankafschriften waaruit blijkt hoeveel u aan de hulp heeft
                                    overgemaakt</al></li><li nr="·"><al>Facturen van de zorginstelling waarbij zorg is ingekocht</al></li><li nr="·"><al>Facturen van het CAK met betrekking tot de eigen bijdrage</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.13</nr></kop><al>Het persoonsgebonden budget wordt, na overlegging van de verantwoording
                            en de controle daarop, definitief vastgesteld. De betrokkene ontvangt
                            hierover een besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.14</nr></kop><al>Bij de verstrekking van een financiële tegemoetkoming verantwoordt de
                            vrager, na aanschaf van de voorziening of, bij een woningaanpassing, na
                            afronding van de werkzaamheden, door overlegging van de nota.</al><al>Indien de financiële tegemoetkoming een bijdrage betreft in de kosten
                            voor verhuizing en inrichting, woningsanering, vervoer bij eigen auto,
                            taxi of door derden, is steekproefsgewijs verantwoording
                            verschuldigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.15</nr></kop><al>Na overlegging van de verantwoording van het PGB of de financiële
                            tegemoetkoming en de controle daarvan, wordt het PGB of de financiële
                            tegemoetkoming definitief vastgesteld. De betrokkene ontvangt hierover
                            een besluit.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>– Eigen bijdragen, eigen aandeel en afschrijving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1</nr></kop><lid><lidnr>1)</lidnr><al>De maximale Eigen Bijdrage en het eigen aandeel in de kosten voor
                                maatschappelijke ondersteuning, daar waar de gemeente een eigen
                                aandeel of eigen bijdrage vraagt, bedragen niet meer dan hetgeen is
                                opgenomen in artikel 4.1 lid 1 van het landelijk Besluit
                                maatschappelijke ondersteuning.</al></lid><lid><lidnr>2)</lidnr><al>Bij de toepassing van deze maximale Eigen Bijdrage en het eigen
                                aandeel wordt per kalenderjaar uitgegaan van twaalf perioden van
                                vier weken en een periode die, afhankelijk van resterende dagen,
                                vier of vijf weken bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>3)</lidnr><al>De persoon aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend, is de
                                Eigen Bijdrage of het eigen aandeel in de kosten niet verschuldigd
                                in de periode, bedoeld in het derde lid, dat deze persoon gedurende
                                meer dan een nacht verblijft in een maatschappelijke opvang of een
                                vrouwenopvang.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2</nr></kop><al>De Eigen Bijdrage is niet verschuldigd voor een rolstoel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.3</nr></kop><al>Als een voorziening bestaat uit een roerende zaak die in eigendom wordt
                            verstrekt of uit een bouwkundige of woontechnische aanpassing van een
                            woning die eigendom is van de vrager, wordt gedurende een periode van 3
                            jaar een eigen bijdrage in rekening gebracht, dan wel bij de
                            vaststelling van de hoogte van een PGB of financiële tegemoetkoming
                            gedurende die periode een bedrag in mindering gebracht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.4</nr></kop><al>Bij de vaststelling van een financiële tegemoetkoming voor
                            woningsanering wordt rekening gehouden met de afschrijving van
                            artikelen. Indien een artikel volledig is afgeschreven wordt geen
                            financiële tegemoetkoming verleend.</al><al>Voor de bepaling van de hoogte van de financiële tegemoetkoming wordt
                            verwezen naar het Verstrekkingenbeleid voor voorzieningen in het kader
                            van de Wmo.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.5</nr></kop><al>Bij algemeen gebruikelijke voorzieningen die voor een
                            ondersteuningsbehoeftige enige aanpassing behoeven wordt rekening
                            gehouden met de meerkosten voortvloeiend uit de beperkingen van een
                            betrokkene.</al><al>(Bij bijvoorbeeld een fietsvoorziening worden alleen de kosten van de
                            aanpassingen vanuit de Wmo betaald maar niet de aanschaf van de fiets
                            zelf daar dit een algemeen gebruikelijke voorziening is).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een betrokkene als gevolg van een (bedrijfs) ongeval
                                geconfronteerd wordt met blijvende beperkingen die een beroep op
                                voorzieningen in het kader van de WMO noodzakelijk maken, kan
                                betrokkene verzocht worden om een claim in te dienen bij een
                                letselschadeverzekering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwachting van de uitkomsten van de bij de
                                letselschadeverzekering ingediende claim draagt de gemeente zorg
                                voor de noodzakelijke voorzieningen op tijdelijke basis (huur, korte
                                termijn toekenningen).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het in artikel 7.7 lid 1 gestelde leidt tot uitkering voor
                                zowel materiële als immateriële schade door de verzekering dan
                                dienen de middelen voor materiële schade aangewend te worden ter
                                compensatie van de beperkingen of voor noodzakelijke hulp. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De claim bij de letselschadeverzekering wordt niet beschouwd als een
                                voorliggende voorziening en de gemeente kan derhalve aanvragen in
                                het kader van de WMO niet aanhouden in afwachting van de beslissing
                                van een verzekeraar.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>– Indexering, citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1</nr></kop><al>Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit maatschappelijke
                            ondersteuning Lansingerland 2012</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.2</nr></kop><al>Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2012. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.3</nr></kop><al>Met de inwerkingtreding van het Besluit Maatschappelijke Ondersteuning
                            Lansingerland 2012 komt het Besluit Maatschappelijke Ondersteuning
                            gemeente Lansingerland 2009 te vervallen.</al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting op het Besluit Maatschappelijke
                                Ondersteuning 2012</vet></al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting op het Besluit Maatschappelijke
                                Ondersteuning 2012</vet></al><al><vet>Inleiding</vet></al><al>In de artikelsgewijze toelichting op het Besluit Maatschappelijke
                            Ondersteuning (MO) worden de artikelen voor zover nodig verder
                            toegelicht of wordt met rekenvoorbeelden aangegeven hoe in de praktijk
                            gehandeld wordt. Het Besluit MO is zowel bedoeld voor de inwoners van
                            Lansingerland om te weten hoe de ondersteuning werkt en voor de
                            medewerkers van de gemeente Lansingerland omdat het richting geeft aan
                            het handelen. Natuurlijk is het ook voor medewerkers van de
                            verschillende ondersteunende instellingen (bv. MEE, Stichting
                            Ouderenwerk Lansingerland) goed om te weten op welke wijze inwoners van
                            Lansingerland ondersteund kunnen worden zodat het participeren in de
                            samenleving ook bij participatieproblemen mogelijk blijft.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr></kop><al>Voor de beoordeling van de gebruikelijke zorg wordt gebruik gemaakt van
                            het Protocol Gebruikelijke Zorg van het CIZ.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr></kop><al>Zie hiervoor ook de bijlage uit het Verstrekkingenbeleid over wat als
                            algemeen gebruikelijk wordt beschouwd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr></kop><al>In dit artikel wordt aangegeven dat met een pgb zowel hulp bij een
                            organisatie kan worden ingekocht als bij een zelfstandig professional.
                            In beide gevallen zal er wel sprake moeten zijn van een contract.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr></kop><al>Om het pgb te bepalen wordt een gemiddelde genomen van de tarieven die
                            door de verschillende organisaties wordt gevraag voor HV 1.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr></kop><al>Om te bepalen hoeveel Eigen Bijdrage betaald moet worden, wordt niet
                            meer een standaard bedrag doorbelast, maar wordt uitgegaan van hetzelfde
                            bedrag als voor de vaststelling vanhet pgb.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr></kop><al>Bij de indicatiestelling wordt een zo integraal mogelijk advies gegeven
                            waarbij ook in de toekomst verwachte woningaanpassingen waar mogelijk
                            worden meegenomen in de beoordeling van de aanvraag. De volgende
                            onderdelen worden in de afweging betrokken:</al><al><cursief><onderstreept>Kosten</onderstreept></cursief></al><al>Bij aanpassing onder de gestelde financiële grens dient uitgegaan te
                            worden van de goedkoopst compenserende oplossing. Hierbij wordt een
                            vergelijking gemaakt tussen de aanpassingkosten van de
                                <onderstreept>huidige woning versus nieuwe woonruimte.
                            </onderstreept>De aanpassingskosten van de huidige woonruimte moeten
                            worden afgezet tegen:</al><lijst><li nr="·"><al>de verhuiskostenvergoeding voor de gehandicapte;</al></li><li nr="·"><al>het eventueel aanpassen van de nieuwe woning;</al></li><li nr="·"><al>het eventueel vrijmaken van de woning.</al></li></lijst><al>Om een totale kostenvergelijking te maken zou, als de "nieuwe" woning
                            leeg staat, tevens rekening moeten worden gehouden met:</al><al>·Een eventuele financiële tegemoetkoming voor huurderving.</al><al><cursief><onderstreept>Aanwezigheid passende
                                woonruimte</onderstreept></cursief></al><al>Het kan daarbij gaan om een reeds leegstaande woning of een geschikte
                            woning die vrijgemaakt kan worden. Om een woning vrij te maken kan aan
                            de huidige bewoners een tegemoetkoming in de verhuiskosten verstrekt
                            worden.</al><al><cursief><onderstreept>Afwegingen in het kader van
                                    volkshuisvesting</onderstreept></cursief></al><al>Als een aangepaste woning beschikbaar is, kan het ondoelmatig zijn om
                            nog een woning aan te passen. Niet alle aangepaste woningen zullen even
                            goed verhuurbaar zijn. Als een geschikte kandidaat voor die woning
                            gevonden wordt kan verhuizen de voorkeur hebben, ook al leidt dit niet
                            direct tot lagere kosten.</al><al>Ook afspraken die mogelijk met verhuurders zijn gemaakt over het opnieuw
                            toewijzen van een reeds aangepaste woning aan een andere gehandicapte
                            kunnen hierbij een rol spelen.</al><al><cursief><onderstreept>De sociale omstandigheden - aanwezigheid van
                                    mantelzorg</onderstreept></cursief></al><al>Uiteraard kan de gemeente bij het bepalen van de te verstrekken
                            voorziening ook met de voorkeur van de ondersteuningsbehoevende rekening
                            houden. Sociale omstandigheden kunnen een rol spelen bij de afweging wel
                            of niet verhuizen. Hierbij kan gedacht worden aan de binding die de
                            ondersteuningsbehoevende met de buurt heeft (de tijd dat de
                            ondersteuningsbehoevende in die buurt woont), de aanwezigheid van
                            familie en/of vrienden, de mantelzorg die door verhuizing wegvalt, de
                            aanwezigheid en afstand tot verschillende voorzieningen (winkels,
                            dienstencentrum e.d.). De nabijheid van verschillende voorzieningen kan
                            van belang zijn aangezien de ondersteuningsbehoevende in veel gevallen
                            minder mobiel is. Hierbij valt ook een relatie te leggen met eventueel
                            te verstrekken vervoersvoorzieningen.</al><al><cursief><onderstreept>De snelheid waarmee woonproblemen opgelost kunnen
                                    worden</onderstreept></cursief></al><al>In een aantal gevallen kan verhuizing het woonprobleem veel sneller
                            oplossen.</al><al><cursief><onderstreept>De integrale afweging van verschillende WMO
                                    voorzieningen (wonen, vervoer,
                                rolstoelen)</onderstreept></cursief></al><al>De afstemming met overige WMO-voorzieningen is van belang voor het maken
                            van een keuze. Afstemming met vervoersvoorzieningen kan een duidelijke
                            rol spelen. Criteria die hierbij een rol spelen zijn de afstand tot
                            openbaar vervoerhaltes, de aanwezigheid van voorzieningen als
                            winkelcentra, bibliotheek e.d.. Als een woning dicht bij bovengenoemde
                            voorzieningen gelegen is, kan de gemeente tot de conclusie komen dat het
                            adequater is om de huidige woning aan te passen dan de
                            ondersteuningsbehoevende te laten verhuizen. De bereikbaarheid van
                            voorzieningen blijft daardoor beter en op het gebied van
                            vervoersvoorzieningen behoeven wellicht minder aanvullende maatregelen
                            te worden.</al><al><cursief><onderstreept>De werksituatie</onderstreept></cursief></al><al>Ook de werksituatie van de ondersteuningsbehoevende kan van invloed zijn
                            op de beslissing om al dan niet te verhuizen. Als de
                            ondersteuningsbehoevende door de verhuizing dichter bij zijn werk kan
                            komen te wonen verdient verhuizing wellicht de voorkeur. Dit houdt
                            echter niet in dat verhuizing om reden van het dichter bij de werkplek
                            wonen op zichzelf een reden is om verhuiskosten te vergoeden.</al><al><cursief><onderstreept>De
                                woonlastenconsequenties</onderstreept></cursief></al><al>Ook zal rekening worden gehouden met de woonlastenconsequenties van de
                            verschillende opties. Een vergelijking kan gemaakt worden tussen de
                            woonlasten van de huidige woonruimte versus de woonlasten als gevolg van
                            het verhuizen naar een andere woonruimte. Uiteraard kan bij deze
                            vergelijking rekening gehouden worden met de te ontvangen Huurtoeslag.
                            Het verhuizen naar een woning met een lagere huur zal naar verwachting
                            niet op problemen stuiten tenzij de woonkwaliteit (kwaliteit
                            woonomgeving) afneemt. Anders wordt het als de huur van de nieuwe woning
                            hoger is dan de huidige huur. De gemeente zal moeten bepalen welke
                            woonlastenstijging zij nog redelijk vindt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr></kop><al>Bij aanpassing van de woonruimte wordt rekening gehouden met:</al><al><cursief><onderstreept>Noodzakelijkheid</onderstreept></cursief></al><al>in sommige gevallen dient door de indicatiesteller in het advies te
                            worden afgewogen hoe lang een voorziening compenserend zal zijn gezien
                            de prognose van de aanvrager;</al><al>keukenaanpassingen: deze moeten noodzakelijk zijn voor degene die in de
                            keuken de meeste werkzaamheden verricht. Dit sluit niet uit dat
                            eenvoudige verrichtingen in de keuken mogelijk moeten zijn, bijvoorbeeld
                            koffie of thee zetten, brood klaarmaken. Indien het huishouden uit
                            meerdere personen bestaat, mag in alle redelijkheid verwacht worden dat
                            ook andere gezinsleden dan de ondersteuningsbehoevende taken in de
                            keuken verrichten.</al><al><cursief><onderstreept>De medewerking van de
                                verhuurder</onderstreept></cursief></al><al>Het maken van afspraken met bijvoorbeeld de woningbouwvereniging is
                            hierbij van groot belang.</al><al><cursief><onderstreept>De afweging welke de goedkoopst adequate
                                    oplossing is</onderstreept></cursief></al><al>Uitgangspunt hierbij is dat het woonprobleem dat de
                            ondersteuningsbehoevende ondervindt opgelost moet worden. Bij het
                            formuleren van een programma van eisen speelt een aantal factoren een
                            rol. Hierbij kan gedacht worden aan onder meer de ernst en de omvang van
                            de beperkingen, een stationair of progressief ziektebeeld, de
                            bouwkundige situatie, de financiële situatie en de verschillende
                            alternatieve oplossingen. </al><al><cursief><onderstreept>Bewaking kwaliteit
                                    woningaanpassingen</onderstreept></cursief></al><al>Voor het kwaliteitsniveau van de aanpassing wordt aangesloten bij de
                            eisen zoals deze in het Bouwbesluit en in de Leidraad duurzaam bouwen
                            zijn geformuleerd. Aan de hand van dit niveau wordt vastgesteld hoe hoog
                            de subsidiabele kosten kunnen zijn en welk deel van de kosten de
                            ondersteuningsbehoevende zelf moet opbrengen.</al><al>Indien voor een hoger of luxer kwaliteitsniveau gekozen wordt komen de
                            extra kosten voor rekening van de belanghebbende, deze extra kosten
                            zullen echter niet van invloed zijn op de draagkracht van de
                            belanghebbende en derhalve niet van invloed op de hoogte van de door de
                            gemeente te verstrekken financiële tegemoetkoming.</al><al>Het kan ook zijn dat de gemeente een hoger kwaliteitsniveau nastreeft,
                            bijvoorbeeld omdat de verwachting is dat door het hogere
                            kwaliteitsniveau of een aantal extra aanpassingen de woning zonder al te
                            veel moeite weer aan een andere gehandicapte kan worden toegewezen. De
                            extra kosten zullen in een dergelijk geval in de subsidie worden
                            opgenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9</nr></kop><al>Vanuit oogpunt van duurzaamheid en kostenbesparing is het van belang zo
                            veel mogelijk voorzieningen te hergebruiken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10</nr></kop><al>Voor woningaanpassingen moeten offerte aangeleverd worden om de
                            goedkoopst compenserende te bepalen. Voor verschillende kleinere
                            woonvoorzieningen zoals trapliften, is duidelijke van welke prijs
                            uitgegaan kan worden en zijn offertes niet nodig.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.11</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.12</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr></kop><al>Naast de redenen van het gebruik wordt verder gekeken naar een aantal
                            criteria die bepalen of een scootmobiel de meest compenserende
                            voorziening. De volgende criteria worden aangehouden:</al><lijst><li nr="1."><al>er is sprake van een zwakke hand- en armfunctie;</al></li><li nr="2."><al>wordt verstrekt, indien een betrokkene zich minder dan een half
                                    uur lopend of met een handbewogen rolstoel kan
                                    voortbewegen;</al></li><li nr="3."><al>afweging van:</al></li><li nr="a."><al>vermogen tot lopen (te denken valt aan ca. 1,5 kilometer);</al></li><li nr="b."><al>een daarvoor benodigde redelijke tijd (te denken aan ca. een
                                    half uur);</al></li><li nr="c."><al>de specifieke verplaatsingsbehoefte in de nabije omgeving (zoals
                                    boodschappen doen);</al></li><li nr="4."><al>door redelijke handfunctie is geen elektrische rolstoel
                                    nodig;</al></li><li nr="5."><al> stallingruimte moet aanwezig zijn/gecreëerd kunnen worden,
                                    voorzien van 220 volt;</al></li><li nr="6."><al>de scootmobiel wordt standaard geleverd met een maximum snelheid
                                    van 12 kilometer per uur;</al></li><li nr="7."><al>indien de individuele vervoersbehoefte van een betrokkene dat
                                    vraagt kan, op indicatie, ook een scootmobiel verstrekt worden
                                    met een maximum snelheid van 15 km per uur.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr></kop><al>Om een scootmobiel goed te kunnen gebruiken, kan het zijn dat er
                            accessoires of een training voor het gebruik nodig zijn. De volgende
                            mogelijkheden worden daarbij eventueel aangeboden: </al><al><onderstreept>Verstrekkingen gerelateerd aan
                                rolstoelen/scootmobielen</onderstreept></al><al>1.Anti-decubituskussen en zitorthesen</al><al>Als de toepassing van een vast anti-decubituskussen noodzakelijk is om
                            de rolstoel tot een compenserende voorziening te maken dan dient deze in
                            het kader van de WMO verstrekt te worden. Hetzelfde geldt voor
                            zitorthesen indien deze onderdeel uitmaken van de rolstoel.</al><al>2.Rolstoel/scootmobieltraining</al><al>Voor een adequaat en zorgvuldig gebruik van de rolstoel/scootmobiel is
                            het van belang dat de gebruiker goed met de rolstoel/scootmobiel overweg
                            kan en zonder schade toe te brengen aan de rolstoel/scootmobiel stoepen
                            e.d. kan nemen. Het goed overweg kunnen met de rolstoel/scootmobiel
                            vergroot niet alleen de zelfstandigheid, veiligheid en de mogelijkheden
                            van de gebruiker; zorgvuldig omgaan met de rolstoel/scootmobiel
                            bevordert tevens de levensduur van de rolstoel/scootmobiel en voorkomt
                            schade en extra onderhoud. Deze argumenten pleiten ervoor
                            rolstoel/scootmobieltraining en de daarmee samenhangende reiskosten te
                            vergoeden. </al><al>Indien er bij de indicatie wordt aangegeven dat een
                            rolstoel/scootmobieltraining noodzakelijk is dan wordt deze op grond van
                            de WMO vergoed. De training wordt in beginsel gegeven door de
                            leverancier.</al><al>3.Rolstoel/scootmobielaccessoires</al><al>De kosten van medisch noodzakelijke accessoires worden vergoed op grond
                            van de WMO. De indicatie is leidend. Te denken valt bijvoorbeeld aan
                            been- en voetzakken, spaakbeschermers, een boodschappenmand en een
                            stokhouder.</al><al>4.Verzekering, onderhoud en reparaties</al><al>Indien een rolstoel/scootmobiel in bruikleen wordt verstrekt dan is
                            tevens door de gemeente voorzien in de kosten van verzekering, onderhoud
                            en reparatie. Indien een pgb wordt verstrekt dan wordt in de hoogte van
                            het te verstrekken pgb rekening gehouden met de kosten van verzekering,
                            onderhoud en reparatie. De hoogte van het te verstrekken bedrag komt
                            overeen met hetgeen de gemeente betaalt voor voornoemde kosten bij
                            verstrekkingen in natura. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr></kop><al>Naast rolstoelen en scoortmobielen zijn in sommige gevallen ook de
                            volgende verplaatsingsmiddelen eventueel compenserend:</al><al>a.Driewielfiets.</al><al>In het kader van het gemeentelijke beleid kan een driewielfiets worden
                            verstrekt voor degenen die voor fietsvervoer daarop zijn aangewezen.
                            Leeftijd hoeft daarbij niet van belang te zijn, hoewel er bij kinderen
                            voor verstrekking wel sprake moet zijn van behoefte aan
                            verplaatsing.</al><al>Een normale (kinder)driewieler (tot leeftijd 5 jaar) kan als algemeen
                            gebruikelijk worden beschouwd en komt niet voor verstrekking in
                            aanmerking. Alle driewielfietsen voor kinderen in bijzondere uitvoering
                            komen in principe wel voor verstrekking in aanmerking.</al><al>De volgende criteria zijn van belang:</al><lijst><li nr="1."><al>betrokkene heeft slecht evenwicht;</al></li><li nr="2."><al>betrokkene is niet in staat, ook na intensieve oefening, van een
                                    normale fiets gebruik te maken;</al></li><li nr="3."><al>stallingruimte moet aanwezig zijn of gecreëerd kunnen
                                    worden.</al></li><li nr="b."><al>Loopfiets.</al></li></lijst><al>Een loopfiets stelt gehandicapten in staat zich over grotere afstanden
                            te verplaatsen. De loopfiets kan een geschikt hulpmiddel zijn voor
                            gehandicapten die een goed evenwicht en een goede loopmotoriek hebben
                            maar voor het dagelijkse verplaatsen gebruik maken van krukken of een
                            stok. Indicatie voor een loopfiets zal vooral gelegen zijn in versleten
                            heup- en kniegewrichten. Een loopfiets kan in het kader van het
                            gemeentelijke beleid verstrekt worden als vervoermiddel voor de kortere
                            afstand. </al><al>c.Begeleidingskosten.</al><al>Voor een aantal gehandicapten is het noodzakelijk dat zij bij het reizen
                            begeleid worden. Zo zullen visueel gehandicapten in vreemde situaties
                            grote moeite kunnen hebben de vertrekplaatsen van bussen te vinden.
                            Auditieve gehandicapten kunnen op een station de omroepberichten veelal
                            niet verstaan, zodat zij van belangrijke informatie verstoken blijven.
                            Voor motorisch gehandicapten is de toegankelijkheid van de openbare weg
                            en van het openbaar vervoer vaak de oorzaak van een noodzakelijke
                            begeleider bij het verplaatsen. </al><al>Voor het bepalen van de hoogte van het bedrag voor begeleidingskosten
                            wordt verwezen naar bijlage 1 van het Verstrekkingenbeleid. </al><al>Het kan hierbij gaan om een verstrekking in natura of in de vorm van een
                            financiële vergoeding.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.6</nr></kop><al>Autoaanpassingen zijn er op gericht om het gebruik van een eigen auto
                            mogelijk te maken voor mensen met een beperking die voor het vervoer
                            buitenshuis afhankelijk zijn van een auto. Er kan alleen een financiële
                            tegemoetkoming worden verstrekt voor autoaanpassingen indien een
                            betrokkene geen gebruik kan maken van algemene voorzieningen,
                            collectieve voorzieningen of individueel taxivervoer. Een indicatie
                            waaruit blijkt dat iemand voor vervoer buitenshuis afhankelijk is van
                            een eigen auto is derhalve een voorwaarde.</al><al>Bij autoaanpassingen wordt onderscheid gemaakt tussen:</al><al>1.<onderstreept>Autofaciliteiten</onderstreept></al><al>Dit zijn niet-specifiek voor gehandicapten ontwikkelde voorzieningen,
                            welke echter wel functioneel noodzakelijk kunnen zijn.</al><al>In bijlage 1 van het Verstrekkingenbeleid wordt een opsomming gemaakt
                            van autofaciliteiten die niet vergoed kunnen worden omdat ze beschouwd
                            worden als algemeen gebruikelijk.</al><al>2.<onderstreept>Autoaanpassingen</onderstreept>:</al><al>De aanpassingen kunnen in twee groepen worden verdeeld:</al><al><onderstreept>A. Standaardaanpassingen</onderstreept></al><al>Standaardaanpassingen zijn aanpassingen die regelmatig worden verstrekt,
                            meestal in serie worden geproduceerd en niet op maat gemaakt hoeven te
                            worden. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt tussen:</al><al>1.De eerste aanvraag.</al><al>Wanneer een belanghebbende een auto heeft ten tijde van de eerste
                            aanvraag, wordt een maximale hoogte van de vergoeding voor
                            standaardaanpassingen gebaseerd op het gemiddelde van de met deze
                            aanpassingen aan eigen auto's gemoeide kosten. De achtergrond hiervan is
                            het ontbreken van keuzevrijheid van het merk en type auto voor diegenen
                            die al een auto bezitten op het moment dat zij ondersteuningsbehoevend
                            worden.</al><al>2.De tweede en volgende aanvraag (aanschaf van andere auto).</al><al>De hoogte van de vergoeding wordt nu gebaseerd op maximaal de kosten van
                            dezelfde aanpassingen in een bruikleenauto. Anders dan bij een eerste
                            aanvraag heeft de belanghebbende bij het nieuw aanschaffen van een eigen
                            auto nu wel een keuzemogelijkheid van merk en type.</al><al><onderstreept>B. Speciale aanpassingen</onderstreept></al><al>Dit zijn aanpassingen die minder vaak voorkomen, of die in een
                            uitvoering gemaakt moeten worden die afwijkt van de gangbare. Speciale
                            aanpassingen worden meestal individueel gefabriceerd, soms in een kleine
                            serie. Alle aanpassingen die geen standaardaanpassingen zijn, worden
                            beschouwd als speciale aanpassingen. Speciale aanpassingen worden
                            volledig vergoed. </al><al>Er wordt alleen een financiële vergoeding voor een autoaanpassing
                            verstrekt voor een auto indien deze niet ouder is dan 36 maanden op de
                            datum van aanvraag voor een autoaanpassing.</al><al>De financiële vergoeding wordt in beginsel eenmaal per 7 jaar
                            verstrekt.</al><al><onderstreept>De speciale autostoel</onderstreept></al><al>Het betreft hier in feite een vorm van autoaanpassing. Indien sprake is
                            van de goedkoopste compenserende oplossing kan tot verstrekking worden
                            overgegaan.</al><al>Daar de speciale autostoel met verwisseling van het frame gemakkelijk
                            van de ene naar de andere auto kan worden overgezet zal op indicatie
                            beoordeeld worden of de stoel al aan vervanging toe is bij aanschaf van
                            een andere auto.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.7</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.8</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.9</nr></kop><al>Het aantal zones wordt verminderd indien ook sprake is van een auto in
                            het huishouden, en/of indien er ook een andere vervoersvoorziening is
                            toegekend. De reden hiervoor is dat met het toekennen van de andere
                            voorziening of de auto in het huishouden een deel van de
                            vervoersbehoefte langs die weg is afgedekt. Als voorbeeld kan dienen de
                            scootmobiel. Wanneer deze is toegekend, mag er van uitgegaan worden dat
                            voor de dagelijks boodschappen en dagelijkse contacten het gebruik van
                            de scootmobiel toereikend is. Voor contacten iets verder kan dan gebruik
                            worden gemaakt van het CVV. Maar dat CVV is dus niet nodig om alle
                            vervoersbehoefte af te dekken. Met elke voorziening wordt het aantal toe
                            te kennen zones met 50% gekort.</al><al>Indien uit de indicatie blijkt dat een begeleider nodig is om het
                            gebruik van het CVV voor de ondersteuningsbehoevende mogelijk te maken,
                            reist deze begeleider gratis.</al><al>Elke inwoner van Lansingerland mag gebruik maken van het CVV, maar
                            indien er geen indicatie is afgegeven dient de reiziger het normale
                            taxitarief aan de chauffeur te betalen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.10</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.11</nr></kop><al>Wanneer op 20 mei in het jaar x een aanvraag wordt ingediend, zal het
                            aantal toe te kennen zones worden berekend vanaf 1 mei van dat jaar. Het
                            aantal zones is dan 4/12<sup>e</sup> deel van 300 is 100.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.12</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.13</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr></kop><al>Voor rolstoelen wordt uitgegaan van de volgende soorten rolstoelen en
                            het programma van eisen op basis van het onderzoek is daarbij
                            leidend:</al><al><onderstreept>Handbewogen rolstoelen of
                            duwwandelwagen</onderstreept></al><al>Bij het verstrekken van een dergelijke rolstoel gelden de volgende
                            criteria:</al><lijst><li nr="1."><al>belanghebbende is niet in staat een half uur achtereen te lopen
                                    voor het winkelen, boodschappen doen, e.d. in de nabije
                                    omgeving;</al></li><li nr="2."><al>er is sprake van een normale hand- en armfunctie. Dit criterium
                                    geldt niet voor de duwwandelwagen;</al></li><li nr="3."><al>afhankelijk van de intensiteit van het gebruik moet de woning
                                    meer of minder rolstoelgeschikt zijn.</al></li></lijst><al><onderstreept>Elektrisch voortbewogen rolstoel, joystick
                                bestuurd</onderstreept></al><al>Bij het verstrekken van een dergelijke rolstoel gelden de volgende
                            criteria:</al><lijst><li nr="1."><al>belanghebbende kan zich minder dan 100 meter verplaatsen met een
                                    handrolstoel, bij voorbeeld vanwege energetische problemen
                                    (hart, longen e.d.) en beperkte arm- of handfunctie en/of
                                    zitbalans;</al></li><li nr="2."><al>belanghebbende is niet in staat gebruik te maken van
                                    scootmobiel/plateaurolstoel vanwege sterk beperkte arm- of
                                    handfunctie of te weinig zitbalans;</al></li><li nr="3."><al>stallingruimte moet aanwezig zijn of gecreëerd kunnen worden,
                                    voorzien van 220 volt;</al></li><li nr="4."><al>de elektrische rolstoel wordt standaard geleverd met een maximum
                                    snelheid van 12 kilometer per uur.</al></li></lijst><al>Er wordt een integraal advies opgevraagd waarbij ook aandacht wordt
                            besteed aan de rolstoelgeschiktheid van de woning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr></kop><al>Wanneer het gaat om sportvoorzieningen voor kinderen die nog in de groei
                            zijn, kan de toepassing van dit artikel knellend zijn. In die gevallen
                            wordt eventueel een kortere termijn aangehouden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr></kop><al>Bij bespreking van de vraag naar ondersteuning moet de
                            ondersteuningsbehoevende aangeven dat hij/zij voor de verstrekkingswijze
                            een PGB wil.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr></kop><al>Er zijn bepaalde contra-indicaties waaruit blijkt dat de aanvrager
                            eventueel niet in staat is om het budget te beheren en dan zou het niet
                            worden ingezet voor de compensatie. Dat is niet de bedoeling van een PGB
                            en daarom kan een PGB dan niet worden toegekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.4</nr></kop><al>In dit artikel wordt aangegeven wat de berekeningswijze van het PBG voor
                            de verschillende voorzieningen is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.5</nr></kop><al>In dit artikel wordt aangegeven wat de berekeningswijze van de
                            financiële tegemoetkoming voor de verschillende voorzieningen is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.6</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.7</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.8</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.9</nr></kop><al>Wanneer het niet mogelijk is om het gehele bedrag zelf vooraf te
                            voldoen, kan de aanvrager ook op basis van de offerte al een
                            tegemoetkoming krijgen. Achteraf bestaat dan de verplichting tot
                            verantwoording. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.10</nr></kop><al>Een woningaanpassing kan natuurlijk alleen worden toegekend wanneer de
                            woning is beoordeeld en er zicht is op de bouwkundige staat in relatie
                            tot de kenmerken en de ondersteuningsvraag van de aanvrager.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>II.</nr><titel>Verantwoording en controle</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.11</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.12</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.13</nr></kop><al>Met het definitief vaststellen van de beschikking, wordt de PGB-houder
                            decharge verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.14</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.15</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.3</nr></kop><al>In het landelijke Besluit maatschappelijke ondersteuning wordt
                            aangegeven dat voor woningaanpassingen waarbij de voorziening in
                            eigendom wordt verleend, de inning van de Eigen Bijdrage of financiële
                            tegemoetkoming gemaximeerd is aan 3 jaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.4</nr></kop><al>Spreekt voor zich. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.5</nr></kop><al>Spreekt voor zich. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.6</nr></kop><al>Dit artikel is bedoeld om aan te geven dat voorliggende voorzieningen,
                            waaronder een uitkering vanuit de letselschadeverzekering, worden
                            meegenomen in de bepaling van de ondersteuningsbehoefte.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.2</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.3</nr></kop><al>Spreekt voor zich.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>