<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR18236_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Minimafonds 2010.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dongen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dongen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentelijke informatiekrant, 21-01-10</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Minimafonds 2010.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2010-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Sociale Zaken en Werkgelegenheid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Minimafonds gemeente Dongen 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Dongen,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 oktober
                        2009,</al><al/><al>BESLUIT</al><al/><al>vast te stellen de hierna volgende 'Verordening Minimafonds gemeente Dongen
                        2010'.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1. Begripsbepalingen </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die
                                    niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                    Wet werk en bijstand (WWB) en de Algemene wet bestuursrecht
                                    (Awb).</al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>rechthebbende: de inwoner van Dongen van 18 jaar en
                                            ouder, niet zijnde een student, die een inkomen heeft
                                            dat gelijk is aan of minder dan 110 % van de voor hem
                                            geldende bijstandsnorm;</al></li><li nr="b."><al>aanvrager: degene, die in aanmerking wenst te komen voor
                                            een financiële bijdrage ingevolge deze verordening voor
                                            deelname aan maatschappelijke activiteiten;</al></li><li nr="c."><al>partner: degene, met wie de aanvrager gehuwd of
                                            anderszins een gezamenlijke huishouding voert als
                                            bedoeld in artikel 3 van de Wwb;</al></li><li nr="d."><al>kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of
                                            stiefkind, voor wie de alleenstaande ouder of de gehuwde
                                            aanspraak op een uitkering ingevolge de Algemene
                                            Kinderbijslagwet (AKW) kan maken;</al></li><li nr="e."><al>Burgemeester en wethouders: het college van burgemeester
                                            en wethouders.</al></li><li nr="f."><al>student: studerende van 18 jaar en ouder die recht heeft
                                            op studiefinanciering op grond van de WSF en de
                                            Wtos;</al></li><li nr="g."><al>bijstandsniveau</al></li></lijst></li></lijst><al>* Voor de belanghebbenden van 18 tot 21 jaar de toepasselijke norm als
                            bedoeld in artikel 20 WWB (exclusief vakantietoeslag);</al><al>* Voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar, de
                            toepasselijke norm als bedoeld in artikel 21 WWB. </al><al>* Voor een alleenstaande en een alleenstaande ouder te verhogen met het
                            in artikel 25 lid 2 WWB </al><al> genoemde maximumbedrag (Totale norm exclusief vakantietoeslag);</al><al>* Bij verblijf in een inrichting de toepasselijke norm als bedoeld in
                            artikel 23 WWB (exclusief vakantietoeslag);</al><al>* voor de belanghebbenden van 65 jaar of ouder de toepasselijke norm als
                            bedoeld in 22 WWB (exclusief vakantietoeslag).</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Doelstelling </titel></kop><al>Deze verordening beoogt, door middel van het toekennen van een
                            financiële bijdrage, te voorkomen ofte doorbreken dat personen vanwege
                            hun financiële positie in een situatie van maatschappelijk isolement
                            dreigen te geraken. De financiële bijdrage wordt verleend in de kosten
                            van sociaal-culturele en sportieve activiteiten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2. Voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3 Vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor een bijdrage komen in aanmerking de op naam gestelde kosten die
                                door rechthebbendeworden gemaakt voor:</al><al/><lijst><li nr="-"><al>de kosten die voortvloeien uit het lidmaatschap van sport-
                                        en ontspanningsverenigingen, ouderenorganisatie en
                                        dergelijke;</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>de kosten van dagtrips (b.v. bioscoop, concert, schouwburg,
                                        musea en pretpark);</al></li><li nr="-"><al>de kosten die voortvloeien uit deelname aan cursussen in
                                        groeps- of klassenverband, die niet behoren tot het van
                                        rijkswege op grond van wettelijke regelingen bekostigde
                                        (reguliere) onderwijs;</al></li><li nr="-"><al>de kosten verbonden aan het abonnement van de openbare
                                        bibliotheek en zwembad;</al></li><li nr="-"><al>de kosten van abonnement op krant, tijdschrift en
                                        internet;</al></li><li nr="-"><al>de kosten van aanschaf van een NS-kortingskaart,
                                        museumjaarkaart, cultureel jongerenpaspoort.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verstrekken geen bijdrage indien de
                                aanvrager op een andere wijze in de kosten van de gevraagde
                                voorziening kan of is voorzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Criteria </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1.Om voor een financiële tegemoetkoming maatschappelijke
                                participatie in aanmerking te komen moetmen op de datum aanvraag
                                achtereenvolgens:</al><al/><lijst><li nr="-"><al>In de leeftijd 18 jaar of ouder zijn;</al></li><li nr="-"><al>volgens de Gemeentelijke Basisadministratie inwoner van
                                        Dongen zijn en rechtmatig in -Nederland verblijven;</al></li><li nr="-"><al>een (aanvullende) uitkering ontvangen op grond van de WWB,
                                        IOAW of IOAZ of een ander (netto) inkomen ontvangen van ten
                                        hoogste 110% van het voor hem of haar geldende
                                        bijstandsniveau exclusief vakantietoeslag.</al></li><li nr="-"><al>over een vermogen beschikken dat minder is dan de grens van
                                        het vrij te laten vermogen, zoals vermeld in artikel 34 van
                                        de WWB.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Niet tot het inkomen worden gerekend:</al><lijst><li nr="-"><al>de middelen als bedoeld in artikel Artikel 31 lid 2
                                        WWB;</al></li><li nr="-"><al>een (gemeentelijke) premie wegens uitstroom.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvrager kan een financiële tegemoetkoming voor maatschappelijke
                                participatie aanvragen tenbehoeve van activiteiten van zichzelf,
                                zijn / haar partner en zijn kind(eren).</al></lid></artikel><artikel><kop><titel> Artikel 5 Uitsluitingen </titel></kop><al>Geen recht op een financiële tegemoetkoming voor maatschappelijke
                            participatie heeft degene dieweliswaar tot de doelgroep behoort maar
                            die:</al><lijst><li nr="-"><al>studeert en een toelage ontvangt op grond van de Wet op de
                                    studiefinanciering / Wet tegemoetkoming studiekosten (WSF 2000 /
                                    WTS);</al></li><li nr="-"><al>een uitkering ontvangt op grond van de Regeling verstrekkingen
                                    Asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen (RvA
                                    2005).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Aanvraag </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht op een financiële tegemoetkoming uit het Minimafonds wordt
                                op aanvraag toegekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag kan gedurende het gehele kalenderjaar worden
                                ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Bedragen </titel></kop><al>De financiële tegemoetkoming in het kader van het Minimafonds wordt
                            vastgesteld op de volgende bedragen:</al><lijst><li nr="-"><al>voor kinderen van 4 tot en met 11 jaar : € 100,00 per persoon
                                    per 12 maanden</al></li><li nr="-"><al>voor kinderen van 12 tot en met 17 jaar : € 200,00 per persoon
                                    per 12 maanden</al></li><li nr="-"><al>voor de aanvrager / partner : € 175,00 per persoon per 12
                                    maanden</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Periode van toekenning </titel></kop><al>De bijdrage wordt eenmaal per jaar voor de periode van twaalf maanden op
                            aanvraag toegekend tot maximaal de bedragen als genoemd in artikel
                            7.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Vaststelling, betaalbaarstelling en verificatie
                            </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de aanvraag wordt binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag
                                een beslissing genomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De betaalbaarstelling vindt dan plaats binnen vier weken na de
                                beslissing op een daartoe door aanvrager op te geven bank- of
                                girorekening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De maximale bijdrage per persoon wordt vooraf, voor een periode van
                                12 maanden, betaalbaar gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de aanvraag behoeven geen betaalbewijzen te worden
                                overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>de aanvrager dient desgevraagd achteraf de besteding van de
                                toegekende bijdrage aan het college te verantwoorden middels het
                                overleggen van betaalbewijzen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>de aanvrager dient betaalbewijzen minimaal 12 maanden na het
                                indienen van de aanvraag te bewaren.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3. Slotbepalingen </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10 herziening / terugvordering / verrekening / wijziging
                            </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een bijdrage ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend,
                                kan het college hetbesluit tot toekenning herzien en de ten onrechte
                                verleende bijdrage van de aanvragerterugvorderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de aanvrager de besteding van de bijdrage achteraf niet
                                (geheel) kan verantwoorden wordt de te veel verstrekte bijdrage
                                teruggevorderd dan wel verrekenend met een bijdrage over de
                                aansluitende 12 maanden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Hardheidsclausule </titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ten gunste van
                            de rechthebbendeafwijken van de bepalingen in deze verordening, indien
                            toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard
                            leidt.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Beleid </titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de uitvoering van deze
                            verordening nadere regels stellen.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Indexering </titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen jaarlijks de hoogte van de bijdrage
                            opnieuw vaststellen.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Onvoorziene situaties</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende,
                            waarin deze verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en
                            wethouders.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Citeertitel </titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de Verordening Minimafonds
                            2010.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Inwerkingtreding </titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2010.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 10 december 2009,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>