<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR18136_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening tot wijziging bouwverordening, 12e serie wijzigingen MBV 1992</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gilze en Rijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-12-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gilze en Rijen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening tot wijziging van de bouwverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Woningwet, art. 8</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-07-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-07-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>College B&amp;W, 19062007</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>vergunning en handhaving</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule/><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Gilze en Rijen; </al><al>Gezien de ledenbrief van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, kenmerk EGR/U200700406, d.d.</al><al>27 maart 2007 </al><al>Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 19 juni 2007</al><al>Gelet op artikel 8 van de Woningwet,</al><al>Besluit:</al><al>Vast te stellen de volgende verordening tot wijziging van de bouwverordening:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>A</nr><titel>Wijzigingen in de bouwverordening</titel></kop><al>De bouwverordening wordt gewijzigd conform de met II aangegeven, hierna volgende ‘wijzigingen in de bouwverordening’.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al><vet>I. Motivering</vet></al><al>Deze wijziging houdt verband met de inwerkingtreding van de Wet tot wijziging van de Woningwet en</al><al>enkele andere wetten met betrekking tot de verbetering naleving, handhaafbaarheid en handhaving</al><al>bouwregelgeving (Stb. 2007, 27) op 1 april 2007, waarin de aanwijzing van gemeenteambtenaren</al><al>belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde in de Woningwet is opgenomen in een nieuw</al><al>artikel 100a Woningwet.</al><al><vet>II. Wijziging in de bouwverordening</vet></al><al>In artikel 1.1, eerste lid wordt achter het vijfde aandachtstreepje ‘artikel 100 Woningwet’ vervangen</al><al>door: artikel 100a, eerste lid, Woningwet.</al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>In de toelichting bij artikel 1.1 wordt de tekst onder het kopje <vet>Bouwtoezicht </vet>vervangen door: Vanaf 1</al><al>april 2007 geeft de Woningwet in artikel 100 expliciet de opdracht aan burgemeester en wethouders</al><al>om zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens</al><al>hoofdstuk I tot en met IV van de Woningwet. Dit sluit aan bij de op grond van artikel 100 (oud)</al><al>Woningwet bestaande centrale rol van de gemeente bij de vergunningverlening en handhaving ten</al><al>aanzien van het bouwen en de staat van bestaande bouwwerken en brengt geen verandering in het</al><al>uitgangspunt dat elke gemeente vrij is naar eigen inzicht de gemeentelijke organisatie in te richten en</al><al>eventuele bestanddelen van het takenpakket van het bouwtoezicht uit te besteden. Op grond van het nieuwe artikel 100a Woningwet wijzen burgemeester en wethouders degenen aan</al><al>die belast zijn met het bouw- en woningtoezicht.</al><tussenkop>Artikel 2.1.5 Bodemonderzoek</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijzigingen zijn abusievelijk niet opgenomen in de vorige serie wijzigingen en houden verband</al><al>met de wijziging van het Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning (Stb. 2005, 368).</al><tussenkop>II. Wijziging in de bouwverordening</tussenkop><al>In het tweede lid wordt ‘artikel 1.2.6, onderdeel e’ vervangen door: paragraaf 1.2.5 onder e.</al><al>In het derde lid wordt ‘artikel 1.2.6, onderdeel e’ vervangen door: paragraaf 1.2.5 onder e.</al><al>In het vierde lid wordt ‘artikel 1.2.6, onderdeel e’ vervangen door: paragraaf 1.2.5 onder e.</al><tussenkop>Artikelen 2.2.1 tot en met 2.2.3 Procedurebepalingen</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging houdt verband met het nieuwe artikel 40b Woningwet (ontvangst(-bevestiging)</al><al>bouwaanvraag).</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>De tekst van de eerste alinea vanaf de vierde volzin wordt vervangen door:</al><al>In het Besluit indieningsvereisten ontbrak sinds 1 januari 2003 een dergelijke bepaling, die in verband</al><al>met de fatale beslistermijnen in de bouwvergunningprocedure nodig is. Vanaf 1 april 2007 voorziet het</al><al>nieuwe artikel 40b Woningwet in deze leemte, dat regelt dat burgemeester en wethouders de</al><al>ontvangstdatum op de bouwaanvraag aantekenen en een ontvangstbevestiging van de</al><al>bouwaanvraag verzenden. In de tweede alinea van het tweede tekstblok vervalt ‘artikel 47 van de Woningwet juncto’.</al><tussenkop>Artikel 2.4.1 Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijzigingen betreffen respectievelijk een redactionele omissie en een aanpassing van de</al><al>toelichting in verband met het vervallen van artikel 47 Woningwet.</al><al><cursief>N.B. de omissie is sinds oktober 2006 opgenomen op </cursief><vet><cursief>www.vng.nl </cursief></vet><cursief>onder Bouwregelgeving /modelbouwverordening  als correctie op de 11e serie wijzigingen. Mogelijk is deze wijziging reeds</cursief></al><tussenkop>doorgevoerd bij de vaststelling van de 11e serie wijzigingen van uw bouwverordening.</tussenkop><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>Onder het opschrift <cursief>Algemeen </cursief>wordt in de laatste alinea die is opgenomen vóór het begin van het</al><al>tekstblok dat behoort bij het vierde aandachtsstreepje en dat begint met “Voor de bepaling van asbest</al><al>in bodem …” de tekst vervangen door: "Op de bepaling van asbest in bodem met meer dan 20% puin is NEN 5897, uitgave 2005 ‘Monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en puingranulaat’ van toepassing."</al><al>Onder het opschrift <cursief>Algemeen </cursief>wordt in de eerste volzin van de vierde alinea van het tekstblok dat</al><al>behoort bij het vierde aandachtsstreepje ‘artikel 47 van de Woningwet’ vervangen door: artikel 4:5</al><al>juncto 4:15 Awb. In de tweede volzin vervalt: -binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag-.</al><tussenkop>Artikel 2.4.2 Voorwaarden bouwvergunning</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging is abusievelijk niet opgenomen in de vorige serie wijzigingen en houdt verband met de</al><al>wijziging van het Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning (Stb. 2005, 368).</al><tussenkop>II. Wijziging in de bouwverordening</tussenkop><al>Vervang in de eerste volzin van artikel 2.4.2 ‘artikel 1.2.6’ door: paragraaf 1.2.5.</al><tussenkop>Artikel 2.5.29 Ontheffing voor overschrijding van de rooilijnen en van de</tussenkop><tussenkop>toegelaten bouwhoogte in geval van voorbereiding van nieuw</tussenkop><tussenkop>ruimtelijk beleid</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging betreft een redactionele aanpassing van de toelichting.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>In de toelichting bij artikel 2.5.29 komt onder het kopje <cursief>Lid 2, onderdeel Motivering </cursief>de laatste volzin</al><al>van voetnoot 2 te vervallen.</al><tussenkop>Artikel 2.6.2 Aanwezigheid van brandmeldinstallaties</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging betreft het herstel van een redactionele omissie. Het tweede lid van artikel 2.6.2 blijft</al><al>ongewijzigd gehandhaafd.</al><al><cursief>N.B. deze omissie is sinds oktober 2006 opgenomen op </cursief><vet><cursief>www.vng.nl </cursief></vet><cursief>onder Bouwregelgeving /modelbouwverordening als correctie op de 11e serie wijzigingen. Mogelijk is deze wijziging reeds</cursief></al><tussenkop>doorgevoerd bij de vaststelling van de 11e serie wijzigingen van uw bouwverordening.</tussenkop><tussenkop>II. Wijziging in de bouwverordening</tussenkop><al>Artikel 2.6.2, eerste lid, komt te luiden:</al><lijst><li nr="1."><al>Een gebruiksfunctie:</al><lijst><li nr="a."><al>waarvan de hoogste vloer van een verblijfsruimte is gelegen op een in tabel 2.6.1 van</al></li></lijst></li></lijst><al>bijlage 10 van deze verordening aangegeven waarde boven het meetniveau als bedoeld in het</al><al>Bouwbesluit;</al><al>b.waarvan de totale gebruiksoppervlakte meer bedraagt dan de in tabel 2.6.1 van</al><al>bijlage 10 van deze verordening aangegeven grenswaarden;</al><al>c.waarvan het aantal verblijfsruimten bestemd voor bezoekers meer bedraagt dan de in</al><al>tabel 2.6.1 van bijlage 10 van deze verordening aangegeven grenswaarde;</al><al>d.die is gelegen in een bouwwerk dat bestaat uit meer bouwlagen dan de in tabel</al><al>2.6.1 van bijlage 10 zijn aangegeven,</al><al>is voorzien van een brandmeldinstallatie als bedoeld in NEN 2535, uitgave 1996, en NEN 2535/A1,</al><al>uitgave 2002.</al><tussenkop>Artikel 2.6.12 Communicatiesysteem voor publieke hulpverleningsdiensten</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging dient ter verbetering van de leesbaarheid van de toelichting.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>Vervang de eerste volzin van de derde alinea bij de toelichting op artikel 2.6.12 door:</al><al>In de dagelijkse praktijk kan het ontbreken van binnenhuisdekking soms leiden tot bezwaarlijke</al><al>situaties vanuit openbare orde en veiligheid. Dit is met name het geval in voor het grote publiek</al><al>toegankelijke bouwwerken, zoals voetbalstadions, grote overdekte winkelcentra,</al><al>luchthavengebouwen, stations en ondergrondse bouwwerken zoals auto-, trein- of metrotunnels.</al><tussenkop>Artikel 2.7.3 Eis tot aansluiting aan het aardgasnet</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging houdt verband met de inmiddels al geruime tijd vervallen Wet op de bejaardenoorden</al><al>en de bijbehorende provinciale verordeningen.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>De toelichting op artikel 2.7.3, lid 1 komt te luiden:</al><al>De niet-vantoepassingverklaring voor bejaardenwoningen houdt verband met de kans op ongevallen.</al><tussenkop>Artikel 2.7.4 Eis tot aansluiting aan de openbare riolering</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging hangt samen met het vervallen van de specifieke aanschrijvingsbevoegdheden op</al><al>grond van de artikelen 14 e.v. Woningwet.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>Vervang onder kopje <cursief>Alternatief 1, </cursief><vet>Algemeen </vet>in de tweede alinea ‘de in de artikel 14 e.v. van de</al><al>Woningwet gegeven aanschrijvingsbevoegdheden’ door: het herziene artikel 13 van de Woningwet.</al><tussenkop>Hoofdstuk 4 Plichten tijdens en bij voltooiing van de bouw en bij ingebruikneming van</tussenkop><tussenkop>een bouwwerk</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging houdt verband met het nieuwe artikel 7b van de Woningwet (algemene</al><al>verbodsbepaling voorschriften bouwverordening).</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>Voeg aansluitend aan de bestaande tekst onder het kopje <cursief>Algemeen </cursief>een nieuwe alinea toe:</al><al>Vanaf 1 april 2007 is artikel 7b Woningwet van kracht, waarin verplichtingen in de vorm van algemene</al><al>verbodsbepalingen zijn opgenomen met betrekking tot de voorschriften uit de bouwverordening die</al><al>van toepassing zijn op onder meer het bouwen en het gebruik van een bouwwerk, standplaats of een</al><al>open erf of terrein. Bovendien verbiedt het herziene artikel 40, eerste lid Woningwet zowel het bouwen</al><al>zonder of in afwijking van een verleende bouwvergunning (sub a), als het in stand laten van een</al><al>bouwwerk of deel daarvan dat gebouwd is zonder of in afwijking van een verleende bouwvergunning</al><al>(sub b). Als gevolg van de gewijzigde systematiek van de Woningwet is een verbod tot</al><al>ingebruikneming zoals tot en met de 11e serie wijzigingen opgenomen was in artikel 4.14 van de</al><al>Model-bouwverordening niet langer noodzakelijk. Op grond van artikel 7b juncto artikel 40, eerste lid</al><al>Woningwet kunnen burgemeester en wethouders indien nodig het gebruik van het voltooide bouwwerk</al><al>beletten. Het verbod leidt in geval van niet-naleving van de voorschriften van de bouwverordening tot</al><al>een overtreding waartegen direct handhavend kan worden opgetreden. Overtreding van een verbod</al><al>van artikel 7b Woningwet is per 1 april 2007 strafbaar gesteld in artikel 1a, onder 2, van de Wet op de</al><al>economische delicten (WED).</al><al>Onder het kopje <cursief>Structuur van de voorschriften </cursief>wordt de derde alinea als volgt gewijzigd:</al><al>Een goede afronding van de bouwfase wordt beoogd met artikel 4.12 over de gereedmelding van een</al><al>bouwwerk. De ingebruikneming van een bouwwerk wordt sinds 1 april 2007 geregeld in artikel 7b</al><al>Woningwet.</al><al>De eerste alinea onder het kopje <cursief>Handhaving van de voorschriften </cursief>wordt vervangen door: De</al><al>voorschriften uit dit hoofdstuk zijn per 1 april 2007 op grond van artikel 7b van de Woningwet</al><al>rechtstreeks werkende bepalingen. Zie ook de algemene toelichting bij Hoofdstuk 11.</al><tussenkop>Artikel 4.2 Op het bouwterrein verplicht aanwezige bescheiden</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging hangt samen met het vervallen van de specifieke aanschrijvingsbevoegdheden op</al><al>grond van artikel 14 e.v. Woningwet.</al><tussenkop>II. Wijziging in de bouwverordening</tussenkop><al>In artikel 4.2 wordt de tekst achter de letter d vervangen door: een besluit ingevolge artikel 13</al><al>Woningwet, dan wel een besluit tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder</al><al>dwangsom.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>In de toelichting bij artikel 4.2 wordt het kopje <cursief>sub c </cursief>vervangen door <cursief>sub d </cursief>en de eerste volzin van de</al><al>aansluitende tekst als volgt gewijzigd:</al><al>Het aanwezig hebben van een besluit ingevolge artikel 13 Woningwet, dan wel een besluit tot</al><al>toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom is nodig, omdat voor</al><al>bouwen op grond van voornoemde besluiten geen bouwvergunning is vereist krachtens artikel 43,</al><al>eerste lid, letter a van de Woningwet.</al><tussenkop>Artikel 4.3 Wijzigingen in gegevens bouwregistratie</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging betreft een redactionele omissie.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>De tekst van de toelichting bij artikel 4.3 komt te luiden: Vervallen.</al><tussenkop>Artikel 4.5 Kennisgeving aan het bouwtoezicht van start van (onderdelen van) de</tussenkop><tussenkop>bouwwerkzaamheden</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging houdt verband met en het VNG-deelproject ‘Deregulering modelverordeningen</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>Aansluitend aan de bestaande tekst van de toelichting wordt toegevoegd:</al><tussenkop>Lid 3</tussenkop><al>In het kader van de terugdringing van administratieve lasten wordt geadviseerd terughoudend gebruik</al><al>te maken van de schriftelijke melding door vergunninghouder en deze melding telefonisch of digitaal</al><al>(e-mail) te verlangen.</al><tussenkop>Artikel 4.12 Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>De wijziging in de verordeningstekst heeft ten doel om het gemeentelijk bouwtoezicht in staat te</al><al>stellen de naleving van de energieprestatie-eis uit het Bouwbesluit 2003 op de bouwplaats effectiever</al><al>te controleren.</al><al>De wijzigingen in de toelichting houden enerzijds verband met het nieuwe artikel 7b Woningwet</al><al>(algemene verbodsbepaling voorschriften bouwverordening), anderzijds hangt de aanvulling van het</al><al>eerste lid samen met de wijziging in de verordeningstekst.</al><tussenkop>II. Wijziging in de bouwverordening</tussenkop><al>In artikel 4.12 wordt de tekst van het eerste lid vervangen door:</al><al>Van het gereedkomen:</al><al>a.van putten en van grond- en huisaansluitleidingen van de riolering, alsmede van</al><al>leidingdoorvoeren en mantelbuizen door wanden en vloeren beneden straatpeil;</al><al>b.van de thermische isolatie in de spouw van wanden, alsmede van de thermische isolatie in</al><al>andere besloten constructies</al><al>moet het bouwtoezicht onmiddellijk na de voltooiing van de onder a en b bedoelde werkzaamheden in</al><al>kennis worden gesteld.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>Vervang in de aanhef van de toelichting bij artikel 4.12 in de tweede volzin ‘4.14’ door: 7b Woningwet.</al><al>Aan de toelichting op lid 1 van artikel 4.12 wordt de volgende alinea toegevoegd:</al><al>Het controleren van de thermische isolatie op kwaliteit en dikte overeenkomstig de uitkomst van de</al><al>berekening van de energieprestatiecoëfficiënt, zoals voor de desbetreffende categorie gebouwen</al><al>voorgeschreven in het Bouwbesluit 2003, is eveneens slechts effectief mogelijk, voordat deze isolatie</al><al>aan het oog is onttrokken door het opmetselen van het buitenspouwblad van een wand, door het</al><al>afpleisteren van de isolatie of het aanbrengen van een andere afwerkconstructie. Overigens stelde</al><al>SenterNovem in opdracht van het ministerie van VROM in februari 2007 een gratis informatiemap met</al><al>onder meer een checklist en een rekenlineaal samen om de buitendienstinspecteur van het</al><al>gemeentelijk bouwtoezicht bij zijn bouwplaatscontroles op de energieprestatienormering te</al><al>ondersteunen. Raadpleeg, voor zover in de eigen gemeente in het ongerede geraakt of in</al><al>onvoldoende exemplaren aanwezig, daarvoor www.senternovem.nl/epn/handhaving of neem contact</al><al>op met de Helpdesk Gemeenten van SenterNovem, gemeenten@senternovem.nl of 030 239 35 33.</al><tussenkop>Artikel 4.14 Verbod tot ingebruikneming</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging wordt om dezelfde reden doorgevoerd als de wijziging van artikel 4.12 MBV.</al><tussenkop>II. Wijziging in de bouwverordening</tussenkop><al>De tekst van artikel 4.14 MBV worden vervangen door: Vervallen.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>De tekst van de toelichting bij artikel 4.14 MBV wordt vervangen door: Vervallen.</al><tussenkop>Hoofdstuk 5 Staat van open erven en terreinen, brandveiligheidsinstallaties, aansluiting op</tussenkop><tussenkop>de nutsvoorzieningen en weren van schadelijk en hinderlijk gedierte</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging wordt om dezelfde reden doorgevoerd als de wijziging in artikel 4.2 MBV.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>Onder de kop <cursief>Algemeen </cursief>wordt in de tweede volzin ‘aanschrijving op grond van de Woningwet 1991’</al><al>vervangen door: het opleggen van een plicht tot het treffen van voorzieningen op grond van artikel 13</al><al>Woningwet dan wel het toepassen van bestuursdwang of het opleggen van een last onder dwangsom.</al><al>De derde volzin wordt vervangen door: Voor de situaties die al bestonden voor het in werking treden</al><al>van de artikelen 5.1.2 en 5.1.3 moet worden afgewogen of de verlangde voorzieningen ter plekke</al><al>mogelijk zijn en of het alsnog opleggen van een plicht tot het treffen van die voorzieningen redelijk is.</al><tussenkop>Artikel 5.1.2 Bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>De wijziging in de toelichting wordt om dezelfde reden doorgevoerd als de wijziging in artikel 4.12</al><al>MBV.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>In de toelichting bij artikel 5.1.2 wordt de zinsnede ‘aanschrijvingen, te baseren op artikel 20, eerste</al><al>lid’ vervangen door: het toepassen van bestuursdwang of het opleggen van een last onder dwangsom</al><al>wegens strijd met artikel 7b, eerste lid, onder d’.</al><tussenkop>Artikel 5.2.1 Voorschriften inzake brandveiligheidsinstallaties en</tussenkop><tussenkop>vluchtrouteaanduidingen</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>De wijziging in de toelichting wordt om dezelfde reden doorgevoerd als de wijziging in artikel 4.2 MBV.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>In de toelichting bij artikel 5.2.1 wordt in de tweede alinea ‘aanschrijving’ vervangen door: een besluit</al><al>op grond van artikel 13 Woningwet dan wel het toepassen van bestuursdwang of het opleggen van</al><al>een last onder dwangsom.</al><al>In de derde alinea wordt de laatste zin vervangen door: In geval van dreigend gevaar voor de</al><al>gezondheid of veiligheid kunnen burgemeester en wethouders vanaf 1 april 2007 op basis van artikel</al><al>1a van de Woningwet optreden tegen een overtreding van de voorschriften in deze paragraaf door</al><al>toepassing van bestuursdwang of door de oplegging van een last onder dwangsom.</al><tussenkop>Artikel 5.3.1 Eis tot aansluiting aan de waterleiding</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging wordt om dezelfde reden doorgevoerd als de wijziging in artikel 4.2 MBV</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>In de toelichting bij artikel 5.3.1 wordt in de tweede volzin ‘aanschrijving’ vervangen door: besluit</al><al>ingevolge artikel 13 Woningwet dan wel tot toepassing van bestuursdwang of het opleggen van een</al><al>last onder dwangsom.</al><tussenkop>Artikel 5.3.4 Eis tot aansluiting aan de openbare riolering</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging wordt om dezelfde reden doorgevoerd als de wijziging in artikel 4.2. MBV.</al><tussenkop>III.Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>In de toelichting bij artikel 5.3.4 wordt in de tweede volzin ‘aanschrijving’ vervangen door: besluit</al><al>ingevolge artikel 13 Woningwet dan wel tot toepassing van bestuursdwang of het opleggen van een</al><al>last onder dwangsom.</al><tussenkop>Artikel 5.4.1 Preventie</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging houdt verband met de nieuwe systematiek van de Woningwet, waarin voorschriften uit</al><al>de MBV rechtstreekse werking hebben.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>De tekst van de toelichting bij artikel 5.4.1 luidt als volgt:</al><al>Onreinheid die verband houdt met de wijze van gebruiken van een bouwwerk is geregeld in artikel</al><al>7.4.1. Artikel 5.4.1 betreft de staat waarin een bouwwerk zich moet bevinden. Dit artikel heeft sinds 1</al><al>april 2007 rechtstreekse werking en leidt in geval van geconstateerde gebreken tot een besluit</al><al>ingevolge artikel 13 Woningwet dan wel een besluit tot toepassing van bestuursdwang of het opleggen</al><al>van een last onder dwangsom gericht aan de eigenaar die kennelijk het bouwwerk onvoldoende</al><al>onderhoudt. Het artikel is bedoeld om excessen tegen te gaan.</al><tussenkop>Hoofdstuk 6 Brandveilig gebruik</tussenkop><tussenkop>I.Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging om dezelfde reden doorgevoerd als de wijziging in artikel 4.2 MBV.</al><tussenkop>III.Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>In de toelichting bij Hoofdstuk 6 wordt de vijfde alinea onder de kop <cursief>Algemeen </cursief>vervangen door:</al><al>Vooruitlopend op de artikelsgewijze toelichting wordt hier reeds opgemerkt dat het opleggen van een</al><al>verplichting tot het treffen van aanvullende voorzieningen op grond van artikel 13 van de Woningwet</al><al>niet afhangt van de vraag of een gebruiksvergunning verplicht is. Ook de gebruiksvoorwaarden die in</al><al>de (Model-)bouwverordening zijn opgenomen zijn daarvan niet afhankelijk. Anders gezegd: de</al><al>aanvraag om gebruiksvergunning kan een aanleiding zijn om betrokkenen te verplichten tot het treffen</al><al>van aanvullende voorzieningen.</al><al>Per 1 april 2007 zijn de specifieke aanschrijfbevoegdheden van de Woningwet vervallen en is een</al><al>verbod opgenomen om te bouwen, een bouwwerk te gebruiken, een open erf of terrein te gebruiken,</al><al>in een staat te brengen of te houden, te slopen, anders dan overeenkomstig de daarvoor geldende</al><al>voorschriften van het Bouwbesluit 2003 en de bouwverordening. Het niet voldoen aan de voorschriften</al><al>van Bouwbesluit en bouwverordening vormt een overtreding waartegen burgemeester en wethouders</al><al>direct handhavend kunnen optreden.</al><tussenkop>Artikel 6.1.1 Vergunning gebruik bouwwerk</tussenkop><tussenkop>I.Motivering</tussenkop><al>De wijziging in de toelichting wordt om dezelfde reden doorgevoerd als de wijziging in artikel 4.2 MBV.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>De toelichting bij artikel 6.1.1 wordt als volgt gewijzigd:</al><al>Onder de kop <cursief>Voorwaarden, 3. Bestaand bouwwerk, nieuw gebruik </cursief>wordt ‘ de aanschrijving’</al><al>vervangen door: aan het besluit ingevolge artikel 13 van de Woningwet, ‘deze aanschrijving’</al><al>vervangen door: dit besluit en ‘Een aanschrijving’ vervangen door: Een besluit.</al><tussenkop>Artikel 6.1.3 In behandeling nemen</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>De procedure voor de gebruiksvergunning is zoveel mogelijk afgestemd op die van de aanvraag</al><al>bouwvergunning. In die procedure komt artikel 47 van de Woningwet per 1 april 2007 te vervallen.</al><al>Dientengevolge is een wijziging van artikel 6.1.3 doorgevoerd.</al><tussenkop>II. Wijziging in de verordening</tussenkop><al>In artikel 6.1.3 komt de zinsnede ‘binnen vier weken’ te vervallen.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>De tekst van de toelichting bij artikel 6.1.3 wordt onder de kop <cursief>Incomplete aanvraag </cursief>vanaf de vierde</al><al>volzin vervangen door:</al><al>Per 1 april 2007 is artikel 47 van de Woningwet vervallen, waardoor de gebruiksvergunningsprocedure</al><al>evenals de bouwvergunningprocedure op het punt van het niet in behandeling nemen van een</al><al>onvolledige aanvraag om gebruiksvergunning geheel Awb-conform is gemaakt. De door het</al><al>bestuursorgaan te stellen termijn begint te lopen op het moment dat het bestuursorgaan de</al><al>uitnodiging om de aanvraag aan te vullen verzendt. Een dergelijke mededeling is een beschikking in</al><al>de zin van de Awb.</al><al>Aangenomen moet worden dat de aanvrager de door het bestuursorgaan gestelde termijn volledig kan</al><al>benutten. Dit houdt in dat de aanvrager ook zijn aanvulling in delen kan indienen. Van de aanvrager</al><al>mag in geval van aanvulling in delen worden verlangd dat hij aangeeft of en zo ja welke aanvullingen</al><al>nog binnen de gestelde termijn zullen volgen. Dit laat onverlet dat burgemeester en wethouders de</al><al>aanvrager er op kunnen wijzen dat de aanvulling niet voldoende is. Aan het eind van de gestelde</al><al>termijn moet echter de aanvraag volledig zijn aangevuld.</al><al>Wordt de aanvraag niet of onvoldoende aangevuld, dan kunnen burgemeester en wethouders</al><al>besluiten de aanvraag niet te behandelen. Een dergelijk besluit moet ingevolge het vierde lid van</al><al>artikel 4:5 Awb worden genomen binnen vier weken nadat de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is</al><al>verstreken, dan wel de gemeente aan het eind van de gestelde termijn concludeert dat de aanvrager</al><al>onvoldoende gegevens heeft ingediend.</al><al>In de vierde alinea onder de kop <cursief>Beslistermijn gebruiksvergunning </cursief>wordt in de tweede volzin tweemaal</al><al>‘termijn van vier weken’ vervangen door: gestelde termijn.</al><al>In Voorbeeld 1 onder de kop <cursief>Voorbeelden </cursief>wordt de zesde volzin vervangen door: Stel voor het</al><al>indienen van de ontbrekende gegevens heeft de aanvrager ingevolge artikel 6.1.3 vier weken.</al><al>In Voorbeeld 2 onder de kop <cursief>Voorbeelden </cursief>wordt in de vierde volzin ‘termijn van vier weken uit’</al><al>vervangen door: gestelde termijn als bedoeld in. In de vijfde volzin wordt ‘uit’ vervangen door: als</al><al>bedoeld in.</al><tussenkop>Artikel 6.1.4 Termijn van beslissing</tussenkop><tussenkop>I.Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging is om dezelfde reden doorgevoerd als de wijziging in artikel 4.2 MBV.</al><tussenkop>II. Wijziging in de verordening</tussenkop><al>In artikel 6.1.4 wordt de tekst van het derde lid, onder b vervangen door:</al><al>voor hetzelfde bouwwerk een besluit tot toepassing van bestuursdwang of opleggen van een last onder</al><al>dwangsom dan wel een besluit ingevolge artikel 13 van de Woningwet is genomen wegens strijd met</al><al>de voorschriften van het Bouwbesluit, als bedoeld in artikel 1b van de Woningwet, en deze binnen de</al><al>in het eerste lid vermelde termijn is verzonden, doch aan dit besluit nog niet is voldaan.</al><al>In het vierde lid van artikel 6.1.4 wordt ‘de aanschrijving’ vervangen door: het besluit.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>In de tweede alinea van de toelichting bij artikel 6.1.4 wordt in de eerste volzin ‘de aanschrijving’</al><al>vervangen door: een besluit tot toepassing van bestuursdwang of opleggen van een dwangsom dan</al><al>wel een besluit ingevolge artikel 13 van de Woningwet.</al><al>In de tweede en zesde volzin van de tweede alinea van de toelichting bij artikel 6.1.4 wordt</al><al>‘aanschrijving’ vervangen door: handhavingsbesluit dan wel een besluit ingevolge artikel 13 van de</al><al>Woningwet.</al><al>In de zevende respectievelijk achtste volzin van de tweede alinea van de toelichting bij artikel 6.1.4</al><al>wordt ‘de aanschrijving’ respectievelijk ‘een aanschrijving’ vervangen door: een handhavingsbesluit</al><al>dan wel een besluit ingevolge artikel 13 van de Woningwet.</al><al>Na de vierde alinea van de toelichting bij artikel 6.1.4 wordt de tekst van de toelichting vervangen</al><al>door:</al><al>Vanaf 1 april 2007 zijn de specifieke aanschrijfbevoegdheden van de Woningwet vervallen. Het gevolg</al><al>daarvan is dat het niet naleven van de voorschriften van het Bouwbesluit 2003 en de</al><al>bouwverordening een overtreding vormt waartegen direct met toepassing van bestuursdwang of</al><al>oplegging van een last onder dwangsom kan worden opgetreden, zonder dat daartoe nog een</al><al>specifieke aanschrijving vereist is. Voor wat betreft de voorschriften van het Bouwbesluit 2003 gaat</al><al>deze systematiek vanaf genoemde datum voor alle gevallen gelden (artikel 1b Woningwet), voor de</al><al>bouwverordening wordt dezelfde systematiek geïntroduceerd in de vorm van artikel 7b Woningwet.</al><al>Deze vereenvoudiging houdt in dat burgemeester en wethouders, om de naleving van genoemde</al><al>regelgeving af te dwingen, niet langer gebruik hoeven te maken van een bijzondere</al><al>aanschrijfbevoegdheid alvorens tot de toepassing van bestuursdwang of de oplegging van een last</al><al>onder dwangsom over te kunnen gaan. In de nieuwe systematiek zal bij het niet voldoen aan</al><al>genoemde regelgeving sprake zijn van een overtreding waartegen direct met de generieke</al><al>handhavingsbevoegdheid van artikel 125 van de Gemeentewet in samenhang met de artikelen 5:21</al><al>en volgende of de artikelen 5:32 en volgende van de Awb kan worden opgetreden. Met deze</al><al>bevoegdheid kan worden afgedwongen dat het bouwen of de staat van een gebouw, ander bouwwerk</al><al>of standplaats gaat voldoen aan de betreffende voorschriften van het Bouwbesluit 2003, dat het</al><al>gebruik ervan of de staat of het gebruik van een open erf of terrein in overeenstemming is met de</al><al>bouwverordening.</al><al>Tenzij sprake is van spoedeisende omstandigheden brengt artikel 4:8 van de Awb met zich mee dat</al><al>een belanghebbende, die naar verwachting bedenkingen zal hebben tegen een voorgenomen</al><al>handhavingsbesluit, vooraf in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. In</al><al>het handhavingsbesluit dient vervolgens zorgvuldig te worden omschreven met welke voorschriften</al><al>van het Bouwbesluit 2003 dan wel de bouwverordening, het bouwen of de staat van een gebouw,</al><al>ander bouwwerk of standplaats in strijd is en met welke voorzieningen het bouwen of de staat van dat</al><al>gebouw, ander bouwwerk of die standplaats weer in overeenstemming met die voorschriften kan</al><al>worden gebracht. Door zelf binnen de gestelde termijn maatregelen te nemen kunnen</al><al>belanghebbenden dan overeenkomstig artikel 5:24, vierde lid, van de Awb de toepassing van</al><al>bestuursdwang voorkomen dan wel overeenkomstig artikel 5:32, vijfde lid van de Awb het verbeuren</al><al>van een dwangsom voorkomen. Tegen een handhavingsbesluit staan de normale rechtsmiddelen</al><al>open die de Awb in samenhang met de Wet op de Raad van State biedt (bezwaar, beroep, hoger</al><al>beroep en daarnaast de mogelijkheid om een voorlopige voorziening te vragen.</al><al>In artikel 14a van de Woningwet wordt –evenals dat het geval was in het vervallen artikel 21</al><al>Woningwet (oud)- bepaald dat degene tot wie een handhavingsbesluit is gericht of zijn rechtsopvolger</al><al>en iedere verdere rechtsopvolger, verplicht is daaraan te voldoen. Artikel 5:24 Awb bepaalt dat in</al><al>spoedeisende gevallen, bijvoorbeeld bij brandgevaar, de uitvoering van het besluit tot toepassing van</al><al>bestuursdwang direct ter hand kan worden genomen. Toch kan voor het realiseren van de in het</al><al>handhavingsbesluit verlangde bouwkundige voorzieningen enige tijd nodig zijn. In het</al><al>handhavingsbesluit wordt daartoe een termijn gesteld waarbinnen de belanghebbende zelf in staat</al><al>wordt gesteld de overtreding te beëindigen. Indien het handhavingsbesluit betrekking heeft op een</al><al>bouwwerk dat reeds in gebruik is, kan het nodig zijn –wegens genoemd gevaar- tijdelijk het gebruik te</al><al>beëindigen. In artikel 100d van de Woningwet wordt daarin vanaf 1 april 2007 voorzien. Artikel 15 van</al><al>de Woningwet bepaalt dat een besluit als bedoeld in artikel 13 van de Woningwet gelijktijdig kan</al><al>worden genomen met een besluit tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder</al><al>dwangsom, gericht op naleving van het eerstgenoemde besluit.</al><tussenkop>Hoofdstuk 7 Overige gebruiksbepalingen</tussenkop><tussenkop>Paragraaf 1 Overbevolking en slaapplaatsen</tussenkop><tussenkop>Artikelen 7.1.1 en 7.1.2 Overbevolking van woningen, woonwagens en woonketen</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging wordt om dezelfde reden doorgevoerd als de wijziging in artikel 4.2 MBV.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>In de algemene toelichting op de artikelen 7.1.1 en 7.1.2 wordt in de tweede volzin ‘te kunnen</al><al>aanschrijven’ vervangen door: een handhavingsbesluit te kunnen nemen, en ‘de aanschrijving’</al><al>vervangen door: het besluit.</al><tussenkop>Artikel 7.2.3 Staken van het gebruik van een woonwagen</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging wordt om dezelfde reden doorgevoerd als de wijziging in artikel 4.2 MBV.</al><tussenkop>II. Wijziging in de verordening</tussenkop><al>In artikel 7.2.3 wordt ‘aanschrijving’ vervangen door: besluit, en ‘artikel 17’ door: artikel 13.</al><tussenkop>Artikel 7.3.2 Hinder</tussenkop><tussenkop>I.Motivering</tussenkop><al>De toelichting is gewijzigd om dezelfde reden als de wijziging in artikel 4.2 MBV.</al><tussenkop>III.Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>In de tweede alinea van de toelichting bij artikel 7.3.2 wordt ‘aanschrijven’ vervangen door: per 1 april</al><al>2007 rechtstreeks handhaafbaar op grond van de Woningwet.</al><al>In de zesde alinea van de toelichting bij artikel 7.3.2 wordt ‘aanschrijving’ vervangen door: besluit tot</al><al>toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom’ en ‘artikel 14 e.v.’ door:</al><al>artikel 13.</al><tussenkop>Hoofdstuk 8 Slopen</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging in de toelichting betreft herstel van een vergissing.</al><al>De artikelen over asbestverwijdering in de model-bouwverordening hebben een andere volgorde dan</al><al>in het Asbestverwijderingsbesluit 2005. Regelmatig wordt geïnformeerd naar de wijze waarop de VNG</al><al>de artikelen of onderdelen van artikelen uit het Avb 2005 heeft verwerkt in de MBV. Een</al><al>transponeringstabel wordt toegevoegd achter de toelichting van hoofdstuk 8.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>Onder het kopje <cursief>‘Risicoklasse’ </cursief>wordt na Stb. 2006 het nummer 248 vervangen door 348.</al><al>Na het kopje ‘<cursief>Risicoklasse’ </cursief>wordt een nieuw kopje toegevoegd:</al><tussenkop>Intensivering van de handhaving</tussenkop><al>Langs verschillende kanalen wordt aangedrongen op een intensivering van de handhaving van de</al><al>sloopvoorschriften.</al><al>De VNG heeft in de ledenbrief over Ketenhandhaving asbest van 12 februari 2007, Lbr. 07/07</al><al>aandacht gevraagd voor de handhaving van de voorschriften over asbestverwijdering en de LOMprojecten</al><al>over ketenhandhaving asbest.</al><al>De Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland publiceert in de eerste helft van 2007 de</al><al>“Handreiking slopen. Vergunningverlening, controle en handhaving”. Deze handreiking staat ook op</al><al>de site van deze vereniging: www.vereniging-bwt.nl</al><al>Medio 2007 verschijnt over de uitvoering van de voorschriften over asbestverwijdering de VROM</al><al>publicatie Uitvoeringsmethodiek Asbestverwijderingsbesluit 2005 (UM Asbest). Hieraan werken mee</al><al>het ministerie van VROM, de VROM-Inspectie, het ministerie van SZW / Arbeidsinspectie, Infomil, de</al><al>vereniging BWT Nederland, de VNG en het LOM.</al><al>Geheel aan het eind van de toelichting op hoofdstuk 8 – na de artikelgewijze toelichting - wordt</al><al>toegevoegd:</al><tussenkop>Asbestverwijderingsbesluit 2005 Model-bouwverordening incl. 11e serie</tussenkop><tussenkop>wijz.</tussenkop><al>Art. 3					 H 8, Toelichting Algemeen</al><al>Art. 3, lid 3 				 H 8, Toelichting calamiteit</al><al>Art. 4, lid 1, sub a 			 8.1.2, lid 3, sub c</al><al>Art. 4, lid 1, sub b 			 8.2.2, lid 1, sub c</al><al>Art. 4, lid 2, sub b, c, d en e 		 8.2.2, lid 1, sub a, b, d en e</al><al>Art. 4, lid 3, sub a, b en c 		 8.2.1, lid 1, sub a en b</al><al>Art. 5 					 8.3.3, lid 3 vervallen</al><al>Art. 6 					 1.1 (Begripsbepaling)</al><al>Art. 7 					 H. 8, Toelichting Algemeen</al><al> brochure VROM nog niet gereed</al><al>Art. 8, lid 1 				 8.3.5, lid 1 en 2</al><al>Art. 8, lid 2 				 Min. Besluit is er nog niet</al><al>Art. 10, letter a 				 8.1.1</al><al>Art. 10, letter b 		                           8.1.2, lid 3, sub c</al><al>Art. 10, letter c 				 8.2.1</al><al>Art. 10, letter d 				 8.2.1, lid 7</al><al>Art. 10, letter e 				 8.2.1, lid 8</al><al>Art. 10, letter f 				 8.2.1, lid 9</al><al>Art. 10, letter g 				 8.2.1, lid 8</al><al>Art. 10, letter h 				 8.2.1, lid 12</al><al>Art. 10, letter i 				 8.1.4, lid 2</al><al>Art. 10, letter j 				 8.1.2, lid 4</al><al>Art. 10, letters k, l, m en n 		 8.3.3, lid 1 t/m 4</al><al>Art. 11 					12.1, lid 1 en 2</al><tussenkop>Artikel 8.1.1 Sloopvergunning</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging in de verordening wordt om dezelfde reden doorgevoerd als de wijziging in artikel 4.2</al><al>MBV. Voorts wordt artikel 45 Woningwet uitgebreid met een tijdelijke bouwvergunning voor</al><al>seizoensgebonden bouwwerken, waarin tevens voorschriften over het slopen worden opgenomen.</al><al>Een afzonderlijke sloopvergunning is daarmee overbodig geworden voor deze bouwwerken. Daarom</al><al>wordt thans in het artikel over de sloopvergunningplicht hiervoor een uitzondering opgenomen.</al><tussenkop>II. Wijziging in de verordening</tussenkop><al>Artikel 8.1.1, tweede lid, tweede en derde volzin komt te luiden: Voorts is geen vergunning vereist voor</al><al>het slopen ingevolge een besluit op grond van artikel 13 van de Woningwet, dan wel een besluit tot</al><al>toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom. Burgemeester en</al><al>wethouders kunnen aan hun besluit voorwaarden verbinden als bedoeld in het derde lid.</al><al>Aan artikel 8.1.1 wordt na het vierde lid een nieuw lid toegevoegd:</al><al>5.De vergunningplicht als bedoeld in het eerste lid geldt niet indien in een tijdelijke bouwvergunning</al><al>voor een seizoengebonden bouwwerk voorschriften zijn gesteld over het slopen van het tijdelijke</al><al>bouwwerk als bedoeld in het zesde lid van artikel 45 van de Woningwet.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>De toelichting bij artikel 8.1.1 wordt als volgt gewijzigd:</al><al>Na lid 4 wordt nieuw toegevoegd:</al><tussenkop>Lid 5</tussenkop><al>Indien op grond van het zesde lid van artikel 45 van de Woningwet een tijdelijke bouwvergunning voor</al><al>een seizoengebonden bouwwerk, is verleend en daarin voorschriften zijn opgenomen over het slopen</al><al>van het tijdelijke bouwwerk – meestal in de zin van het uit elkaar nemen en opslaan van de</al><al>onderdelen van het bouwwerk totdat het bouwwerk opnieuw wordt opgebouwd - is daarvoor geen</al><al>afzonderlijke sloopvergunning nodig. De tijdelijke bouwvergunning dient de nodige voorschriften te</al><al>bevatten voor het slopen van het bouwwerk. Uit de Memorie van Toelichting bij de Woningwet blijkt</al><al>dat met name gedacht wordt aan strandpaviljoens, bouwwerken voor jaarlijks terugkerende</al><al>evenementen e.d.</al><tussenkop>Artikel 8.1.2 Aanvraag sloopvergunning</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijzigingen wordt doorgevoerd in verband met een redactionele omissie.</al><al><cursief>N.B. de tweede wijziging is sinds oktober 2006 opgenomen op </cursief><vet><cursief>www.vng.nl </cursief></vet><cursief>onder</cursief></al><tussenkop>Bouwregelgeving/model-bouwverordening als correctie op de 11e serie wijzigingen. Mogelijk is deze</tussenkop><tussenkop>wijziging reeds doorgevoerd bij de vaststelling van de 11e serie wijzigingen van uw bouwverordening.</tussenkop><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>In de tweede volzin van de eerste alinea wordt ‘Uitgebreide Openbare Voorbereidingsprocedure’</al><al>vervangen door: Uniforme Openbare Voorbereidingsprocedure.</al><al>Vervang in het opschrift <cursief>Lid 3, Onder </cursief>c de datum van 1 juli 1993 door 1 januari 1994.</al><tussenkop>Artikel 8.1.3 In behandeling nemen</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>De procedure voor de sloopvergunning is zoveel mogelijk afgestemd op die van de aanvraag</al><al>bouwvergunning. Ook in de procedure voor de sloopvergunning wordt daarom aansluiting gezocht bij</al><al>artikel 4:5 Awb. Dientengevolge is een wijziging van artikel 8.1.3 doorgevoerd.</al><tussenkop>II. Wijziging in de verordening</tussenkop><al>Artikel 8.1.3, eerste lid komt te luiden:</al><al>1.Indien de aanvraag om sloopvergunning niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 8.1.2</al><al>gestelde eisen, alsmede de eisen die gelden ingevolge de artikel 4:1 en 4:2 van de Algemene</al><al>wet bestuursrecht stellen burgemeester en wethouders de aanvrager in de gelegenheid de</al><al>door hen aan te geven ontbrekende gegevens over te leggen binnen een door hen te stellen</al><al>termijn.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>In de toelichting bij artikel 8.1.3 komt onder het kopje <cursief>Lid 1 </cursief>de vierde volzin te vervallen.</al><al>Onder het kopje <cursief>Lid 2 </cursief>wordt in de laatste volzin ‘letter f’ vervangen door letter d.</al><tussenkop>Artikel 8.1.6 Weigeren sloopvergunning</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Een verwijzing naar een andere VNG uitgave is inmiddels verouderd en dient om die reden te worden</al><al>geschrapt.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>Onder Álgemeen’ vervalt de laatste zin ‘Een uitvoeriger toelichting …t/m……. uitgeverij’.</al><tussenkop>Artikel 8.2.1 Sloopmelding</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging betreft een redactionele omissie.</al><al><cursief>N.B. deze omissie is sinds oktober 2006 opgenomen op </cursief><vet><cursief>www.vng.nl </cursief></vet><cursief>onder Bouwregelgeving/modelbouwverordening als correctie op de 11e serie wijzigingen. Mogelijk is deze wijziging reeds doorgevoerd bij de vaststelling van de 11e serie wijzigingen van uw bouwverordening.</cursief></al><tussenkop>II. Wijziging in de bouwverordening</tussenkop><al>In artikel 8.2.1. is in de eerste zin bij 'b' (asbesthoudende vloertegels...etc.) het woord</al><al><cursief>woning </cursief>weggevallen.</al><al>De zin moet dus luiden:</al><al>"asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde, asbesthoudende vloerbedekking uit een woning of uit</al><al>een op het erf van die woning staand bijgebouw ... etc."</al><tussenkop>Artikel 8.3.2 Op het sloopterrein verplicht aanwezige bescheiden</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging is doorgevoerd om dezelfde reden als de wijziging in artikel 4.2 MBV.</al><tussenkop>II. Wijziging in de verordening</tussenkop><al>In artikel 8.3.2 wordt ‘de aanschrijving’ vervangen door: een besluit tot toepassing van bestuursdwang</al><al>of oplegging van een last onder dwangsom’.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>In de toelichting bij artikel 8.3.2 wordt ‘de aanschrijving die’ vervangen door: een besluit tot toepassing</al><al>van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom dat.</al><tussenkop>Hoofdstuk 9 Welstand</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging is doorgevoerd om dezelfde reden als de wijziging in artikel 4.2 MBV.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>Onder het kopje <cursief>Welstandscriteria en welstandsnota </cursief>wordt in de vierde volzin ‘artikel 19’ vervangen</al><al>door artikel 13a.</al><tussenkop>Artikel 9.4 Jaarlijkse verantwoording</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging is doorgevoerd om dezelfde reden als de wijziging in artikel 4.2 MBV.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>In de tekst van de toelichting bij artikel 9.4 wordt de tekst achter het vierde aandachtsstreepje onder</al><al>de kop <cursief>Jaarverslag burgemeester en wethouders </cursief>vervangen door: in welke categorieën van gevallen</al><al>burgemeester en wethouders een besluit hebben genomen tot toepassing van bestuursdwang of</al><al>oplegging van een last onder dwangsom op grond van ernstige strijdigheid met redelijke eisen van</al><al>welstand als bedoeld in artikel 13a van de Woningwet en na dat besluit tot uitvoering daarvan zijn</al><al>overgegaan.</al><al>In de toelichting bij artikel 9.4 wordt in de tweede volzin van de laatste alinea ‘Bovendien wordt</al><al>geanticipeerd op toekomstige regelgeving (voorzien medio 2004) waarin een algemene</al><al>verslagverplichting voor burgemeester en wethouders zal worden’ vervangen door: In de Woningwet</al><al>wordt per 1 april 2007 een algemene verslagverplichting voor burgemeester en wethouders.</al><tussenkop>Artikel 10.1 De aanvraag om een woonvergunning</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging is doorgevoerd om dezelfde reden als de wijziging in artikel 4.2 MBV.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>In de tekst van de toelichting bij artikel 10.1 wordt onder de kop <cursief>De aanvraag </cursief>in de tweede alinea</al><al>‘artikel 8, lid 2, onder f’ vervangen door: artikel 8, lid 2, onder e.</al><al>In de tekst van de toelichting bij artikel 10.1 wordt onder de kop <cursief>De vergunning </cursief>in de derde alinea</al><al>onder 2 ‘een aanschrijving op grond van artikel 14 van de Woningwet.’ vervangen door: een besluit</al><al>ingevolge artikel 13 Woningwet.</al><al>In de tekst van de toelichting bij artikel 10.1 wordt onder het kopje <cursief>Ad 2 </cursief>in de vijfde en zesde volzin</al><al>tweemaal ‘aanschrijving’ vervangen door: besluit ingevolge artikel 13 Woningwet.</al><al>Vervang de laatste alinea onder het kopje <cursief>Ad 2 </cursief>door: Worden de in de bouwverordening geëiste</al><al>gegevens niet ingediend, dan is artikel 4:5 juncto artikel 4:15 Awb van toepassing.</al><tussenkop>Artikel 10.2 De aanvraag om vergunning tot hergebruik van een ontruimde</tussenkop><tussenkop>onbewoonbaar verklaarde woning of woonwagen</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging houdt verband met het vervallen van artikel 61 Woningwet per 1 april 2007.</al><tussenkop>II. Wijziging in de verordening</tussenkop><al>De tekst van artikel 10.2 komt te luiden: Vervallen.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>De tekst van de toelichting bij artikel 10.2 komt te luiden: Vervallen.</al><tussenkop>Artikel 10.3 Overdragen vergunningen</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging is doorgevoerd om dezelfde reden als de wijziging in artikel 10.2 MBV.</al><tussenkop>II. Wijziging in de verordening</tussenkop><al>In artikel 10.3 vervalt ‘de vergunning als bedoeld in artikel 61 van de Woningwet,’.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>In de eerste volzin van de toelichting bij artikel 10.3 wordt ‘Artikel 8, tweede lid, onder g’ vervangen</al><al>door: Artikel 8, tweede lid, onder f.</al><tussenkop>Artikel 10.5 Het kenteken voor onbewoonbaar verklaarde woningen en woonwagens</tussenkop><tussenkop>alsmede onbruikbaar verklaarde standplaatsen</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging houdt verband met het vervallen van artikel 31 Woningwet per 1 april 2007.</al><tussenkop>II. Wijziging in de verordening</tussenkop><al>De tekst van artikel 10.5 komt te luiden: Vervallen.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>De tekst van de toelichting bij artikel 10.5 komt te luiden: Vervallen.</al><tussenkop>Hoofdstuk 11 Handhaving</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging wordt om dezelfde reden doorgevoerd als de wijziging in artikel 4.2 MBV.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>De tekst van de algemene toelichting bij Hoofdstuk 11 wordt vervangen door:</al><al>Dit hoofdstuk bevatte tot en met de elfde serie wijzigingen van de Model-bouwverordening 1992 een</al><al>nadere uitwerking van de bijzondere bestuursdwangbevoegdheden van burgemeester en wethouders</al><al>krachtens het toenmalige artikel 8, tweede lid, onderdeel i juncto artikel 100, derde lid van de</al><al>Woningwet.</al><al>Sinds 1 april 2007 is de handhavingsystematiek en de regeling van de handhaving integraal herzien.</al><al>Het aanschrijfinstrumentarium voor bestaande bouwwerk vormt niet langer een geïsoleerd deel van de</al><al>Woningwet, maar sluit beter aan op de voorschriften inzake het bouwen van bouwwerken. Qua</al><al>systematiek is zoveel mogelijk aangesloten bij het generieke instrumentarium van de Awb.</al><al>Het niet naleven van de voorschriften van het Bouwbesluit 2003, de bouwverordening of de criteria uit</al><al>de Welstandsnota voor bestaande bouwwerken vormt een overtreding waartegen direct met</al><al>toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom kan worden opgetreden,</al><al>zonder dat daartoe nog (de tussenstap van) een specifieke aanschrijving vereist is. Het Bouwbesluit</al><al>2003 gaat nu voor alle bouwwerken gelden (artikel 1b Woningwet), voor de bouwverordening krijgt</al><al>deze systematiek vormt in artikel 7b Woningwet en voor het welstandsvereiste voor bestaande bouw</al><al>volgt dit uit artikel 13a Woningwet. Met het generieke handhavingsinstrumentarium op grond van de</al><al>Gemeentewet en de Awb kan worden afgedwongen dat het bouwen of de staat van een gebouw,</al><al>ander bouwwerk of standplaats gaat voldoen aan de betreffende voorschriften van het Bouwbesluit</al><al>2003, dat het gebruik ervan of de staat of het gebruik van een open erf of terrein in overeenstemming</al><al>is met de bouwverordening en dat het uiterlijk van een bouwwerk of standplaats niet in ernstige mate</al><al>strijdig is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria die zijn vastgelegd in de</al><al>welstandsnota.</al><al>Tenzij sprake is van spoedeisende omstandigheden brengt artikel 4:8 van de Awb met zich mee dat</al><al>een belanghebbende, die naar verwachting bedenkingen zal hebben tegen een voorgenomen</al><al>handhavingsbesluit, vooraf in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. In</al><al>het handhavingsbesluit dient vervolgens zorgvuldig te worden omschreven met welke voorschriften</al><al>van het Bouwbesluit 2003 het bouwen of de staat van een gebouw, ander bouwwerk of standplaats in</al><al>strijd is en met welke voorzieningen het bouwen of de staat van dat gebouw, ander bouwwerk of die</al><al>standplaats weer in overeenstemming met die voorschriften kan worden gebracht. Door zelf binnen de</al><al>daartoe gestelde termijn maatregelen te nemen kunnen belanghebbenden dan overeenkomstig artikel</al><al>5:24, vierde lid, van de Awb de toepassing van bestuursdwang voorkomen dan wel overeenkomstig</al><al>artikel 5:32, vijfde lid, van de Awb het verbeuren van een dwangsom voorkomen.</al><al>Tegen een handhavingsbesluit staan de normale rechtsmiddelen open die de Awb in samenhang met</al><al>de Wet op de Raad van State biedt (bezwaar, beroep, hoger beroep en daarnaast de mogelijkheid om</al><al>een voorlopige voorziening te vragen).</al><al>Deze nieuwe systematiek betekent ook een vereenvoudigde regeling voor de toepassing van</al><al>bestuursdwang bestaande uit het stilleggen van de bouw- en sloopwerkzaamheden. Op grond van</al><al>artikel 125 van de Gemeenteweg blijft de mogelijkheid bestaan om met toepassing van</al><al>bestuursdwang of op grond van artikel 5:32 van de Awb met een last onder dwangsom, handhavend</al><al>op te treden tegen illegale bouw- en sloopwerkzaamheden door middel van het stilleggen van deze</al><al>werkzaamheden. Daarbij is het feit dat zonder of in afwijking van een vereiste vergunning wordt</al><al>gebouwd of gesloopt op zichzelf in beginsel voldoende aanleiding om spoedshalve bestuursdwang toe</al><al>te passen overeenkomstig artikel 5:25, zesde lid van de Awb. Het direct met bestuursdwang optreden</al><al>tegen illegale bouw- of sloopwerkzaamheden is er immers op gericht te voorkomen dat de illegale</al><al>situatie verder in omvang toeneemt, waardoor burgemeester en wethouders mogelijk voor voldongen</al><al>feiten worden geplaatst. In dit verband kan onder meer worden verwezen naar de uitspraken van</al><al>ABRvS van 14 november 2001 (JG 020026) en 11 juni 2003 (BR 2003, 893).</al><tussenkop>Artikel 11.1 Stilleggen van de bouw</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging houdt verband met het vervallen van artikel 8, tweede lid, onder i van de Woningwet</al><al>per 1 april 2007.</al><tussenkop>II. Wijziging in de verordening</tussenkop><al>De tekst van artikel 11.1 luidt: Vervallen.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>De tekst van de toelichting bij artikel 11.1 luidt: Vervallen.</al><tussenkop>Artikel 11.2 Overtreding van het verbod tot ingebruikneming</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging is om dezelfde reden doorgevoerd als de wijziging van artikel 4.12 MBV.</al><tussenkop>II. Wijziging in de verordening</tussenkop><al>De tekst van artikel 11.2 luidt: Vervallen.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>De tekst van de toelichting bij artikel 11.2 luidt: Vervallen.</al><tussenkop>Artikel 11.3 Stilleggen van het slopen</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging is om dezelfde reden doorgevoerd als de wijziging van artikel 4.12 MBV.</al><tussenkop>II. Wijziging in de verordening</tussenkop><al>De tekst van artikel 11.3 luidt: Vervallen.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>De tekst van de toelichting bij artikel 11.3 luidt: Vervallen.</al><tussenkop>Hoofdstuk 12 Straf-, overgangs- en slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging houdt verband met het vervallen van artikel 110 Woningwet en de wijziging van artikel</al><al>1a, onder 2o van de Wet op de economische delicten per 1 april 2007.</al><tussenkop>II. Wijziging van de toelichting</tussenkop><al>De eerste alinea van de toelichting bij hoofdstuk 12 wordt vervangen door:</al><al>Alle artikelen van deze verordening op overtreding waarvan straf is gesteld steunen op artikel 7b van</al><al>de Woningwet juncto artikel 1a, onder 2o van de Wet op de economische delicten. Daarom is</al><al>strafbaarstelling in de MBV niet langer mogelijk.</al><tussenkop>Artikel 12.1 Strafbare feiten</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging houdt verband met het nieuwe artikel 7b Woningwet en de wijziging van artikel 1a,</al><al>onder 2o van de Wet op de economische delicten per 1 april 2007.</al><tussenkop>II. Wijziging van de verordening</tussenkop><al>De tekst van artikel 12.1 luidt: Vervallen.</al><tussenkop>III. Wijziging van de toelichting</tussenkop><al>De tekst van de toelichting bij artikel 12.1 wordt, uitgezonderd de laatste alinea die begin met</al><al>‘Overgangsrecht strafbare feiten:…’ vervangen door:</al><al>De artikelen 106 tot en met 111 van de Woningwet zijn per 1 april 2007 vervallen. Overtreding van</al><al>voorschriften uit de bouwverordening als bedoeld in artikel 7b Woningwet zijn met ingang van deze</al><al>datum strafbaar gesteld in artikel 1a, onder 2o van de Wet op de economische delicten (WED).</al><al>Overtreding van voorschriften uit de bouwverordening op het terrein van (brand)veiligheid en</al><al>gezondheid valt eveneens hieronder. De wetgever heeft gekozen voor het onder de WED brengen</al><al>van deze overtredingen, omdat aan overtredingen als bedoeld veelal een financieel-economisch</al><al>belang ten grondslag ligt. Door de indeling in artikel 1a, onder 2o van de WED wordt aangesloten bij</al><al>de strafbaarstelling van een groot aantal milieudelicten, die veelal een vergelijkbare achtergrond</al><al>hebben en waarmee inmiddels de nodige ervaring is opgedaan door de politie, het Openbaar</al><al>Ministerie en de rechterlijke macht. Voor deze indeling heeft de wetgever mede gekozen vanwege het</al><al>(potentiële) gevaar en de (potentieel) zeer ernstige gevolgen die het niet naleven van deze</al><al>voorschriften met zich mee kan brengen. Indien opzettelijk gepleegd, zijn deze delicten misdrijven;</al><al>indien niet opzettelijk gepleegd, zijn het overtredingen.</al><tussenkop>Artikel 12.6 Slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>I. Motivering</tussenkop><al>Deze wijziging is opgenomen in verband met een eerdere wijziging Woningwet (Stb. 2005, 81). De</al><al>strekking van het artikel is ongewijzigd.</al><tussenkop>III. Wijziging in de toelichting</tussenkop><al>Vervang in de laatste volzin van de toelichting bij artikel 12.6 ‘artikel 98’ door: artikel 95.</al><tussenkop>B Overgangsbepalingen</tussenkop><al>Op een aanvraag om bouwvergunning, ontheffing, gebruiksvergunning of toestemming anderszins,</al><al>die is ingediend vóór het tijdstip waarop deze wijzigingsverordening van kracht wordt en waarop op</al><al>genoemd tijdstip nog niet is beschikt, zijn de bepalingen van de bouwverordening van toepassing,</al><al>zoals die luidden vóór de onderhavige wijziging, tenzij de aanvrager de wens te kennen geeft dat de</al><al>gewijzigde bepalingen worden toegepast.</al><al>Het bovenstaande is slechts van toepassing voorzover deze bepalingen in overeenstemming zijn met</al><al>de Wet tot wijziging van de Woningwet en enkele andere wetten (verbetering naleving,</al><al>handhaafbaarheid en handhaving bouwregelgeving) (Wet van 21 december 2006, Stb. 2007, 27).</al><al>Aldus vastgesteld in de openbare</al><al>vergadering van     .</al><al>DE RAAD VOORNOEMD,</al><al>de griffier,				de voorzitter,</al><al>mr. J.W. Timmermans		drs. R.H. Roep</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>