<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR180215_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bomenverordening Lansingerland 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Internet/Heraut 3 mei 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bomenverordening Lansingerland 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, art. 2.2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-04-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-05-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-12-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BR1200011/Voorstelnr. 2012/30</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de Bomenverordening Lansingerland 2018.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Bomenverordening Lansingerland 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al><vet>Bomenverordening Lansingerland 2012 </vet></al><al>De raad van de gemeente Lansingerland, </al><al>Gezien het voorstel van B&amp;W d.d. 16 maart 2012;</al><al>Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2.2 van de Wet algemene
                        bepalingen omgevingsrecht; besluit vast te stellen de: </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label/></kop><al><vet>Bomenverordening Lansingerland 2012</vet></al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al><vet>Begripsbepalingen</vet></al><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>boom:</onderstreept> een houtig opgaand gewas zowel
                                levend als afgestorven met een stamomtrek van de stam van minimaal
                                25 centimeter op 1,3 meter hoogte vanaf het maaiveld. In geval van
                                meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. </al></li><li nr="b."><al><onderstreept>houtopstand:</onderstreept> één of meer bomen of
                                boomvormers, of andere houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel
                                uitmakend van hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van
                                heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen, een struweel
                                of een heg.</al></li><li nr="c."><al><onderstreept>hakhout:</onderstreept> in een hakhoutbos hebben de
                                bomen één wortelstelsel met daarop verscheidene stammen. Dit komt
                                omdat de scheuten regelmatig afgehakt worden, waarna de stronk weer
                                uitschiet.</al></li><li nr="d."><al><onderstreept>houtwal:</onderstreept>met bomen en
                                struikgewas begroeide wal als perceelafscheiding. </al></li><li nr="e."><al><onderstreept>boomzone:</onderstreept> begrensd gebied met
                                houtopstanden die tezamen een functioneel geheel vormen.</al></li><li nr="f."><al><onderstreept>boomstructuur:</onderstreept> lijnvormige beplanting
                                van houtopstanden dat een functioneel geheel vormt.</al></li><li nr="g."><al><onderstreept>waardevolle
                                houtopstand:</onderstreept>bijzondere
                                beschermwaardige publieke houtopstand met een bijzondere leeftijd,
                                schoonheid- of zeldzaamheidswaarde of een bijzondere functie voor de
                                omgeving en opgenomen op de door het college vastgestelde lijst met
                                waardevolle houtopstanden.</al></li><li nr="h."><al><onderstreept>vellen:</onderstreept>rooien; kappen;
                                verplanten; dunnen; het snoeien van meer dan 30 procent van de kroon
                                of het wortelgestel, met inbegrip van knotten en kandelaberen; het
                                verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de
                                dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de
                                houtopstand ten gevolge kan hebben.</al></li><li nr="i."><al><onderstreept>rooien:</onderstreept>het geheel
                                verwijderen van het boven- en ondergrondse deel van de
                                houtopstand.</al></li><li nr="j."><al><onderstreept>kappen:</onderstreept>het geheel of
                                grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de
                                houtopstand.</al></li><li nr="k."><al><onderstreept>dunnen:</onderstreept></al></li></lijst><al>velling, welke uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van
                        de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd.</al><lijst><li nr="l."><al><onderstreept>kandelaberen:</onderstreept>het
                                terugsnoeien van de kroon tot een hoofdstam met takstompen.</al></li><li nr="m."><al><onderstreept>boomwaarde:</onderstreept>de monetaire
                                waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente
                                richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van
                                Bomen.</al></li><li nr="n."><al><onderstreept>Bomen Effect Analyse (BEA):</onderstreept> een
                                standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg
                                voor houtopstand, op basis van landelijke richtlijnen van de
                                Bomenstichting.</al></li><li nr="o."><al><onderstreept>bebouwde kom:</onderstreept></al></li></lijst><al>de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde
                        lid, van de Boswet en vastgelegd op de kaart ‘Bebouwde komgrens inzake de
                        Boswet, gemeente Lansingerland’.</al><lijst><li nr="p."><al><onderstreept>bevoegd gezag:</onderstreept> het bestuursorgaan als
                                bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
                                (Wabo) en bij ontbreken hiervan het college van burgemeester en
                                wethouders.</al></li><li nr="q."><al><onderstreept>vergunning:</onderstreept> een omgevingsvergunning als
                                bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wet
                                algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).</al></li><li nr="r."><al><onderstreept>perceel:</onderstreept> een bij het Kadaster als
                                zodanig geregistreerd stuk grond, inclusief alle bebouwing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al><vet>Kapverbod waardevolle houtopstanden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college heeft een lijst met waardevolle houtopstanden
                                vastgesteld en houdt deze lijst actueel. </al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het gestelde in artikel 3 is het verboden waardevolle
                                houtopstanden te vellen of te doen vellen.</al></li><li nr="3."><al>Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod.</al></li><li nr="4."><al> Ontheffing voor het vellen van waardevolle houtopstanden kan,
                                indien alternatieven voor behoud uitputtend zijn onderzocht, slechts
                                bij uitzondering worden verleend indien:</al><lijst><li nr="a."><al>Een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang opweegt
                                        tegen duurzaam behoud van de waardevolle houtopstand
                                        of:</al></li><li nr="b."><al>Naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer
                                        verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Geen ontheffing is benodigd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het periodiek knotten of kandelaberen van een reeds eerder
                                        gekandelaberde of geknotte houtopstand voor zover dit plaats
                                        vindt als noodzakelijke beheermaatregel ter uitvoering van
                                        het reguliere onderhoud;</al></li><li nr="b."><al>houtopstand die in het kader van dunning van een houtopstand
                                        door of namens de gemeente moet worden geveld;</al></li><li nr="c."><al>een houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                        Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van het
                                        bevoegd gezag;</al></li><li nr="d."><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
                                        reguliere onderhoud.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al><vet>Kapverbod houtopstand</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
                                houtopstand te vellen of te doen vellen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: </al><lijst><li nr="a."><al>het vellen of doen vellen van een houtopstand met een
                                        stamomtrek kleiner dan 65 cm op 130 cm vanaf maaiveld
                                        gemeten in het geval van houtopstanden in privaat
                                        eigendom.</al></li><li nr="b."><al>het vellen of doen vellen van een houtopstand met een
                                        stamomtrek kleiner dan 30 cm op 130 cm vanaf maaiveld
                                        gemeten in het geval van houtopstanden in publiek
                                        eigendom;</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt eveneens niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een houtopstand in privaat eigendom op percelen kleiner dan
                                        350 m²;</al></li><li nr="b."><al>een houtopstand die aantoonbaar op bosbouwkundige of
                                        bedrijfseconomische wijze wordt geëxploiteerd als bedoeld in
                                        artikel 15, tweede en derde lid, van de Boswet;</al></li><li nr="c."><al>een houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                        Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van het
                                        bevoegd gezag;</al></li><li nr="d."><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
                                        reguliere onderhoud;</al></li><li nr="e."><al>houtopstand die in het kader van dunning van een houtopstand
                                        door of namens de gemeente moet worden geveld;</al></li><li nr="f."><al>het periodiek knotten of kandelaberen van een reeds eerder
                                        gekandelaberde of geknotte houtopstand voor zover dit plaats
                                        vindt als noodzakelijke beheermaatregel ter uitvoering van
                                        het reguliere onderhoud;</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het tweede lid is niet van toepassing ten aanzien van het vellen of
                                doen vellen van:</al><lijst><li nr="a."><al>een houtopstand die is aangelegd op basis van een opgelegde
                                        herplant- en instandhoudingplicht;</al></li><li nr="b."><al>een houtopstand die is aangelegd op grond van een
                                        overeenkomst met een publiekrechtelijk bestuursorgaan;</al></li><li nr="c."><al>een houtopstand die is opgenomen op de lijst ‘waardevolle
                                        houtopstanden’.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al><vet>Relatie met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht is van toepassing met betrekking tot de behandeling
                                van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3.</al></li><li nr="2."><al>In aanvulling op de indieningsvereisten als bedoeld in artikel 7.5
                                van de Regeling omgevingsrecht, worden in of bij de aanvraag met
                                betrekking tot het vellen of doen vellen van houtopstand als bedoeld
                                in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht, de volgende gegevens overgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een motivering waarom aanvrager de betreffende houtopstand
                                        wil vellen of doen vellen;</al></li><li nr="b."><al>een duidelijke situatieschets op schaal;</al></li><li nr="c."><al>de stamomtrek van de te vellen of te doen vellen
                                        houtopstand(en) in centimeters, gemeten op 1,30 meter vanaf
                                        het maaiveld.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien het bevoegd gezag dit nodig acht, kan het bevoegd gezag, in
                                aanvulling op het gestelde in het tweede lid, bepalen dat de
                                aanvrager een Bomen Effect Analyse (BEA) bij de aanvraag dient te
                                overleggen.</al></li><li nr="4."><al>Indien het bevoegd gezag dit nodig acht, kan het bevoegd gezag, in
                                aanvulling op het gestelde in het tweede lid, bepalen dat de
                                aanvrager een rapport dient te overleggen waaruit: </al><lijst><li nr="a."><al>de gevolgen van de aangevraagde velling voor (mogelijke)
                                        aanwezige Flora en Fauna blijkt;</al></li><li nr="b."><al>blijkt of voor de aangevraagde velling één of meerdere
                                        ontheffingen van de Flora- en Faunawet vereist is.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De vergunning moet schriftelijk en gemotiveerd worden aangevraagd
                                door of namens dan wel met toestemming van degene die, krachtens
                                goederenrechtelijk recht of krachtens publiekrechtelijke
                                bevoegdheid, gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.</al></li><li nr="6."><al>Voor het tijdstip waarop de vergunning (beschikking) in werking
                                treedt wordt verwezen naar het bepaalde in hoofdstuk 6 van de Wet
                                algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li><li nr="7."><al>Van aanvragen van bestuursorganen, in het kader van hun publieke
                                taak of hun wettelijke zorgplicht, voor houtopstanden op private
                                eigendom, al dan niet deeluitmakend van een boomzone, wordt door het
                                bevoegd gezag aan deze private eigenaren en rechthebbenden binnen
                                twee weken, na ontvangst van de aanvraag, schriftelijk (per brief)
                                melding gemaakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al><vet>Criteria</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren dan wel onder
                                voorschriften of beperkingen verlenen.</al></li><li nr="2."><al>Vergunning voor het vellen of doen vellen van een houtopstand als
                                bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt geweigerd indien de belangen
                                van verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van de
                                houtopstand op basis van één of meer van de volgende waarden:</al><lijst><li nr="a."><al>natuur- en milieuwaarden;</al></li><li nr="b."><al>landschappelijke waarden;</al></li><li nr="c."><al>cultuurhistorische waarden; </al></li><li nr="d."><al>waarden van stads- en dorpsschoon;</al></li><li nr="e."><al>waarden voor recreatie en leefbaarheid.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al><vet>Noodkap</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag kan toestemming geven voor noodkap in het geval
                                zich de urgentie tot onmiddellijk vellen of doen vellen van een
                                houtopstand voordoet. Het besluit treedt indien nodig onmiddellijk
                                in werking en wordt in dat geval binnen 5 dagen schriftelijk bekend
                                gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>Van een in het eerste lid bedoelde urgentie is in ieder geval sprake
                                indien:</al></li><li nr="-"><al>de houtopstand wegens ziekte acuut besmettingsgevaar oplevert
                                of,</al></li><li nr="-"><al>het een houtopstand betreft die direct gevaar oplevert voor
                                bebouwing, voor bewoners, gebruikers van het perceel, of omliggende
                                percelen of weggebruikers.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al><vet>Intrekking of wijziging</vet></al><al>Het bevoegd gezag kan, in aanvulling op de in de Wet algemene bepalingen
                        omgevingsrecht genoemde intrekkings-, en wijzigingsgronden, de vergunning
                        intrekken of wijzigen op grond van een verandering van de omstandigheden of
                        inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning, waarbij moet worden
                        aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de
                        belangen ter bescherming waarvan de de vergunning is vereist.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al><vet>Geldigheidsduur vergunning </vet></al><al>Het bevoegd gezag kan een verleende vergunning voor het vellen of doen
                        vellen van een houtopstand geheel of gedeeltelijk intrekken voor zover
                        gedurende drie jaar geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van
                        deze vergunning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al><vet>Bijzondere vergunningvoorschriften</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag kan aan de vergunning ondermeer het voorschrift
                                verbinden dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door
                                het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant. In het
                                geval dat de vergunning aan de gemeente is verleend wordt er altijd
                                een herplantplicht opgelegd.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd gezag kan aan de vergunning ondermeer het voorschrift
                                verbinden dat pas tot vellen van een houtopstand op en bij bouw- en
                                aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie
                                mag worden overgegaan, indien ruimtelijke ordeningsprocedures
                                onherroepelijk geworden zijn, of de feitelijke en financiële
                                voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is.</al></li><li nr="3."><al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen ondermeer
                                aanwijzingen behoren ter bescherming van nabijgelegen houtopstand en
                                voorschriften ter bescherming van in en rond de houtopstand
                                voorkomende flora en fauna.</al></li><li nr="4."><al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kan ondermeer het
                                voorschrift behoren tot het opstellen en overleggen van een bomen
                                effect analyse (BEA) in geval van bouw of aanleg van werken nabij te
                                behouden bomen.</al></li><li nr="5."><al>Het bevoegd gezag kan aan de vergunning ondermeer het voorschrift
                                verbinden dat de vergunning geheel of gedeeltelijk geldt voor een
                                daarin aangegeven termijn, of dat de houtopstand slechts in een
                                bepaalde periode mag worden geveld. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al><vet>Herplant-/instandhoudingsplicht</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien een houtopstand, waarop het verbod tot vellen of doen vellen
                                van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld
                                dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan
                                de goederenrechtelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de
                                houtopstand bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het
                                treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te
                                herplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen
                                een door hen te stellen termijn.</al></li><li nr="2."><al>Indien niet ter plaatse kan worden herplant kan er door het bevoegd
                                gezag een andere locatie voor herplant worden aangewezen.</al></li><li nr="3."><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan
                                kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herplant
                                en op welke wijze niet-aangeslagen beplanting moet worden
                                vervangen.</al></li><li nr="4."><al>Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen of doen vellen
                                als bedoeld in deze verordening van toepassing is in het
                                voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de
                                goederenrechtelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de
                                houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het
                                treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om
                                overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen
                                te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging
                                wordt weggenomen.</al></li><li nr="5."><al>Het gestelde in het tweede en derde lid is van overeenkomstige
                                toepassing op de herplantverplichting die kan worden opgelegd op
                                grond van artikel 9, eerste lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al><vet>Boomziekten</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien zich op een terrein één of meer bomen bevinden die naar het
                                oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren van verspreiding van
                                een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals
                                insecten, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd
                                gezag is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast
                                te stellen termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>de houtopstand te vellen;</al></li><li nr="b."><al>conform richtlijnen van de gemeente de gevelde houtopstand
                                        direct zodanig te behandelen dat verspreiding van de
                                        boomziekte wordt voorkomen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder ontheffing van het college van burgemeester
                                en wethouders gevelde houtopstanden of delen daarvan voorhanden of
                                in voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een soort betreft
                                die de desbetreffende ziekte kan verspreiden.</al></li><li nr="3."><al>Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijving
                                biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de
                                noodzakelijke werkzaamheden voor risico en voor rekening van
                                aangeschrevene door of namens de gemeente kunnen worden
                                verricht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al><vet>Bescherming publieke houtopstand</vet></al><lijst><li nr=""><al>1.Het is verboden om houtopstanden, die publiek eigendom zijn:</al></li><li nr="a."><al>te beschadigen, te bekladden of te beplakken;</al></li><li nr="b."><al>daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door de gemeente
                                opgedragen boomverzorgende taken.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder ontheffing van het college van burgemeester
                                en wethouders één of meer voorwerpen in of aan een in het eerste lid
                                bedoelde houtopstand aan te brengen of anderszins te
                                bevestigen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al><vet>Handhaving, opsporing en strafbepalingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht is van toepassing met betrekking tot de
                                bestuursrechtelijke handhaving van het verbod als bedoeld in artikel
                                3.</al></li><li nr="2."><al>Voor zover niet geregeld bij of krachtens de Wet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht zijn met de opsporing van de in deze verordening
                                strafbaar gestelde feiten, behalve de ambtenaren genoemd in artikel
                                141 van het Wetboek van strafvordering, belast de daartoe door het
                                college aangewezen ambtenaren.</al></li><li nr="3."><al>Voor zover niet geregeld bij of krachtens de Wet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht zijn belast met het toezicht op de naleving van het
                                bij of krachtens deze verordening gestelde, de daartoe door het
                                college of burgemeester aangewezen ambtenaren.</al></li><li nr="4."><al>Overtreding van de in deze verordening opgenomen bepalingen is, voor
                                zover hierin bij of krachtens de Wet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht niet is voorzien of anders is bepaald, verboden en
                                wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of een
                                geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft
                                met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Bij de
                                strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de
                                boomwaarde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al><vet>Schadevergoeding</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien de gebruiker of eigenaar van een houtopstand tengevolge van
                                een krachtens deze verordening genomen besluit, houdende een verbod
                                tot vellen van een houtopstand of een weigering tot ontheffing van
                                een verbod tot vellen van een houtopstand, schade lijdt, welke
                                redelijkerwijs niet of niet geheel voor zijn rekening behoort te
                                blijven, beslist het bevoegd gezag op een verzoek om
                                schadevergoeding op grond van artikel 17 van de Boswet.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd gezag kent degene tot wie een krachtens artikel 7 van
                                deze verordening genomen besluit, houdende het geheel of
                                gedeeltelijk intrekken van de vergunning, is gericht en die ten
                                gevolge daarvan kosten maakt of schade lijdt die redelijkerwijs niet
                                of niet geheel voor zijn rekening behoren te komen op zijn verzoek
                                of uit eigener beweging een naar billijkheid te bepalen vergoeding
                                toe, voor zover niet op andere wijze in een redelijke vergoeding is
                                of kan worden voorzien.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al><vet>Afstand van de erfgrenslijn</vet></al><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek is vastgesteld op
                        1 meter voor bomen en op nihil voor heesters en heggen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al><vet>Inwerkingtreding</vet></al><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij is
                        bekendgemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al><vet>Overgangsbepaling</vet></al><al>De vergunningsaanvragen voor het vellen of doen vellen van een houtopstand
                        die zijn ingediend voor inwerkingtreding van deze verordening worden
                        afgehandeld volgens het recht zoals dat gold voor inwerkingtreding van deze
                        verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><al><vet>Citeertitel</vet></al><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Bomenverordening Lansingerland
                        2012.</al><al/><al/><al><vet>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 26 april
                            2012,</vet></al><al><vet>de griffier,</vet><vet> de
                        voorzitter,</vet></al><al><vet>Kees van ’t Hart</vet><vet> Ewald van
                        Vliet</vet></al><al><vet> Bomenverordening Lansingerland 2012</vet></al><al/><al><vet>Artikelgewijze toelichting </vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al><vet>Begripsbepalingen</vet></al><al><vet><onderstreept>Boom</onderstreept></vet></al><al>Het kapverbod maakt geen onderscheid tussen vitale en afgestorven
                        houtopstand. Hiermee wordt voorkomen dat een kwaadwillende boomeigenaar
                        ervoor zorgt dat een gezonde boom doodgaat of `bij vergissing´ een gezonde
                        boom kapt. Het kan tevens wenselijk zijn om dode bomen te bewaren vanwege
                        hun ecologisch waardevolle functies of omdat er wettelijk beschermde
                        diersoorten in nestelen. Een boom valt binnen de definitie van het begrip
                        ‘houtopstand’.</al><al><vet><onderstreept>Houtopstand</onderstreept></vet></al><al>Het kernbegrip van deze verordening, waarop het verbod tot het vellen of
                        doen vellen en de vergunnings- of ontheffingsplicht van toepassing zijn.
                        Door dit begrip consequent centraal te stellen wordt duidelijk dat de
                        bescherming betrekking heeft op meer dan bomen alleen. Onder de definitie
                        van het begrip houtopstand vallen naast ‘bomen’ onder meer: </al><al><onderstreept>Boomvormer</onderstreept>: een boomvormer is een houtig,
                        opgaand gewas met ontwikkeling van één of meer hoofdtakken. Een boomvormer
                        kan uitgroeien tot een boom, een meerstammige boom of een boomachtige
                        struik. In het alledaagse spraakgebruik heeft een boom één of slechts enkele
                        stammen. In de natuur bestaat er echter een geleidelijke overgang: heester -
                        struik - struikachtige boom - (meerstammige) boom.</al><al><onderstreept>Hakhout</onderstreept>: In een hakhoutbos hebben de bomen één
                        wortelstelsel met daarop verscheidene stammen. Dit komt omdat de scheuten
                        regelmatig afgehakt worden, waarna de stronk weer uitschiet. </al><al>Hakhout is een soort 'struikenbos' dat door de eeuwen heen ideaal was om
                        voornamelijk brandhout te produceren. Hakhout ontstaat door vegetatieve
                        voorplanting. Anders gezegd, als een relatief jong bos wordt afgehakt en de
                        stronken lopen weer uit, dan ontstaat een hakhout of 'struikenbos'. In
                        plaats van één enkele boom, ontstaat er dan een groepje van bomen op één
                        voet of stoof. Die meerstammige bomen worden dan om de zoveel jaar afgehakt,
                        waarna de stoof weer uitloopt.</al><al><onderstreept>Houtwal:</onderstreept> lijnvormige bosaanplant hoofdzakelijk
                        bestaande uit inheemse heesters, struiken en boomvormers.</al><al><vet><onderstreept>(</onderstreept></vet><onderstreept>Lint)
                            begroeiing:</onderstreept> vanwege de grote ecologische waarde van
                        dergelijke begroeiingen (bijv. een meidoorn- of mispelhaag) is bescherming
                        hiervan een noodzaak. Er staat ’begroeiing" in plaats van beplanting om ook
                        spontaan opgekomen groen bescherming te bieden.</al><al><onderstreept>Bosplantsoen: a</onderstreept>anplant van jong bos, bestaande
                        uit hoofdzakelijk heesters, struiken en boomvormers.</al><al><onderstreept>Struweel</onderstreept>: een begroeiing van hoofdzakelijk
                        inheemse soorten heesters en struiken.</al><al><onderstreept>Heg:</onderstreept> een lintvormige aanplant van heesters of
                        struiken, al dan niet in een vorm gesnoeid, met een minimale lengte van 3
                        meter.</al><al><vet><onderstreept> Boomzone </onderstreept></vet></al><al>Een begrensd gebied van houtopstanden met een specifieke waarde of
                        kwaliteit, dat een samenhangend geheel vormt. Bijvoorbeeld een landschap,
                        streek, stadsdeel, wijk, plantsoen, begraafplaats, park of buitenplaats. Tot
                        de boomzone behoren ook de linten van de kernen Berkel en Rodenrijs,
                        Bergschenhoek en Bleiswijk, en karakteristieke dorpsgezichten gevormd door
                        private en publieke gronden.</al><al><vet><onderstreept>Boomstructuur</onderstreept></vet></al><al>Een verzameling houtopstanden die samen een –al dan niet onderbroken- lijn
                        of andere verbindingsstructuur vormen door het gebied. Bijvoorbeeld
                        laanbomen, lintbegreiingen, houtwallen, oeverbeplanting, wegbeplanting of
                        dijkbeplanting.</al><al><vet><onderstreept>Waardevolle houtopstanden</onderstreept></vet></al><al>Deze houtopstanden zijn door de gemeente als zeer waardevol of toekomstig
                        zeer waardevol beschouwd en zijn opgenomen op de lijst van beschermde
                        publieke houtopstanden.</al><al><vet><onderstreept>Vellen</onderstreept></vet></al><al>Elke wijze van het te gronde richten van een houtopstand ongeacht of dit
                        gedeeltelijk is, bijvoorbeeld bij kappen, of volledig, zoals bij rooien
                        (inclusief stobbe verwijderen). Ook ingrepen die een ingrijpende wijziging
                        betekenen, zoals kandelaberen, knotten, dunnen of het snoeien van meer dan
                        30 procent van het kroonvolume, vallen onder vellen. Dit om het ernstig
                        beschadigen of ontsieren van een boomkroon tegen te kunnen gaan. </al><al>Het in stand houden door periodieke snoei van de door kandelaberen of
                        knotten ontstane kroonvorm is niet vergunnings- of ontheffingsplichtig. De
                        eerste keer kandelaberen of knotten is wel vergunnings- of
                        ontheffingsplichtig. Het verwijderen van hoofdwortels, waarvan kan worden
                        aangenomen dat daardoor de houtopstand ernstige schade oploopt, valt
                        eveneens onder het begrip vellen. Tevens worden deze handelingen onder het
                        begrip vellen gebracht indien toegepast op dode houtopstanden. Door de
                        verordening ook van toepassing te laten zijn op het ernstig beschadigen of
                        ontsieren van samengestelde verschijningsvormen, worden grootschalige
                        ingrepen in houtopstand eveneens vergunningsplichtig.</al><al><onderstreept>monetaire boomwaarde</onderstreept></al><al>De richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen en
                        houtige gewassen (NVTB, Postbus 683, 7300 AK Apeldoorn, tel. 055-5999449)
                        voor de monetaire boomwaarde worden jaarlijks vastgesteld aan de hand van de
                        prijsindexcijfers van het CBS, marktprijsgemiddelden en andere kengetallen.
                        De richtlijnen gelden als de meest deskundige methodiek voor de wijze van
                        vaststellen van de geldwaarde van bomen en worden in de rechtspraak erkend.
                        Het spreekt overigens voor zich dat bomen ook vele andere waarden dan
                        monetaire waarde kunnen vertegenwoordigen.</al><al><onderstreept>Bomen Effect Analyse (BEA)</onderstreept></al><al>Waardevolle houtopstanden worden regelmatig (ernstig) beschadigd of
                        vernietigd door bouw en aanleg van huizen, wegen, rioleringen of kabels en
                        leidingen. Vaak gebeurt dit ongewenst en onbedoeld, omdat er te laat is
                        gekeken naar de gevolgen voor de bomen, waardoor ze niet ingepast of
                        (onherstelbaar) beschadigd raken. De Bomen Effect Analyse (BEA) is de
                        landelijke richtlijn van de Bomenstichting voor een nauwgezette en
                        onafhankelijke beoordeling, voorafgaand aan de voorgenomen bouw of aanleg.
                        Deze standaardisering waarborgt de boomtechnische kwaliteit en garandeert
                        een goede beoordeling van alle effecten en mogelijke alternatieven. Een BEA
                        dient uitgevoerd te worden door een erkend boomverzorger of boomtechnisch
                        adviseur. De resultaten van deze beoordeling kunnen vervolgens worden
                        meegenomen in de besluitvorming rond bouw of aanleg.</al><al><onderstreept>Bebouwde kom</onderstreept></al><al>Bebouwde komgrens als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van de Boswet.</al><al><onderstreept> bevoegd gezag</onderstreept></al><al>De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) geeft de term ‘bevoegd
                        gezag’ weer. Nu de aanvraag tot vergunning of ontheffing tot het vellen van
                        houtopstanden voortaan een aanvraag tot een omgevingsvergunning is, dient de
                        term ‘bevoegd gezag’ gehanteerd te worden in plaats van het college van
                        burgemeester en wethouders.</al><al>De Wabo schrijft voor dat de omgevingsvergunning wordt verleend door één
                        bevoegd gezag en dat één procedure wordt doorlopen met één procedure van
                        rechtsbescherming mogelijkerwijs in twee instanties. Niet altijd is het
                        bevoegd gezag, om te oordelen over een omgevingsvergunningaanvraag, het
                        college van burgemeester en wethouders. Het kan voorkomen dat het college
                        van Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag is of de Minister. De
                        verantwoordelijkheid voor het besluit en de handhaving op grond van de
                        verordening ligt bij hetzelfde bevoegd gezag. Ook wijziging of intrekking
                        van de omgevingsvergunning ligt dan bij datzelfde bevoegd gezag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al><vet>Kapverbod waardevolle houtopstanden</vet></al><al>Voor de aangewezen waardevolle houtopstanden geldt een kapverbod behoudens
                        ontheffing. Indien het behoud van de houtopstand naar de beste
                        boomdeskundige maatstaven niet langer mogelijk en verantwoord is kan
                        mogelijk ontheffing verleend worden.</al><al>Mogelijkheden tot behoud van de houtopstand dienen altijd uitgebreid te zijn
                        onderzocht. Indien bouw of aanleg ter plaatse van de waardevolle houtopstand
                        de reden tot de kapaanvraag is, moet allereerst duidelijk zijn dat met de
                        realisatie van bouw of aanleg een groot maatschappelijk belang gemoeid is.
                        Individuele particuliere belangen of kleine maatschappelijke belangen kunnen
                        dus niet tot velling van een beschermde waardevolle houtopstand leiden.
                        Vervolgens moeten voorafgaand aan een eventuele kapvergunning de
                        alternatieven voor (her)inrichting of aanpassing van de plannen voldoende
                        onderzocht zijn en als onmogelijk of zeer onwenselijk zijn aangemerkt. </al><al>Indien gevaarzetting (voorkomen van letsel of schade) reden tot de
                        kapaanvraag is, moeten voorafgaand aan een eventuele kapvergunning de
                        (boomverzorgings) alternatieven voor kap voldoende onderzocht zijn en als
                        onmogelijk of zeer onwenselijk zijn aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al><vet>Kapverbod houtopstand</vet></al><al>In het eerste lid van dit artikel is het verbod opgenomen om zonder
                        vergunning van het bevoegd gezag een houtopstand te vellen of te doen
                        vellen. In het tweede en derde lid, van dit artikel zijn uitzonderingen ten
                        aan zien van deze vergunningplicht opgenomen. Het betreft onder andere de
                        uitzondering voor het vellen van houtopstanden met een stamomtrek van minder
                        dan 65 cm op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld voor houtopstanden op
                        privaat eigendom en minder dan 30 cm op 1,30 meter hoogte voor houtopstanden
                        in publiek eigendom en houtopstanden in privaat eigendom op percelen kleiner
                        dan 350 m2. </al><al>Voor in privaat eigendom zijnde houtopstand is gekozen voor een beperkt
                        kapverbod. Houtopstanden op private percelen met een totaaloppervlakte van
                        minder dan 350 m2 zijn vergunningvrij. Met perceel is bedoeld het totale
                        grondoppervlak inclusief bebouwing. Op deze wijze zijn kleine tuinen
                        uitgezonderd van het kapverbod en wordt de aanwezige houtopstand aan de
                        eigen verantwoordelijkheid van de private eigenaar overgelaten. Bij een
                        perceel van maximaal 350 m2 is het tuinoppervlak relatief klein en over het
                        algemeen staan hier houtopstanden waarvoor een kapverbod overbodig is.
                        Grotere tuinen kunnen meer of forsere houtopstanden bergen en deze kunnen
                        een substantiële bijdrage leveren aan het groene karakter van de wijk of het
                        gebied. Dergelijke private houtopstanden worden daardoor van groter belang
                        geacht en vallen wel onder de vergunningplicht.</al><al>De bevoegdheid tot het instellen van een verbod tot vellen bij gemeentelijke
                        verordening wordt in artikel 15 van de Boswet beperkt. Deze beperking heeft
                        inhoudelijk betrekking op de in artikel 15 lid 2 en 3 Boswet genoemde
                        houtopstand, zijnde:</al><lijst><li nr="a."><al>populieren en wilgen als wegbeplantingen en éénrijige beplantingen
                                op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot;</al></li><li nr="b."><al>fruitbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li><li nr="c."><al>fijnsparren of andere coniferen, bestemd om te dienen als kerstbomen
                                en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;</al></li><li nr="d."><al>kweekgoed;</al></li><li nr="e."><al>bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen die niet
                                gelegen zijn binnen een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een
                                zelfstandige eenheid vormt die: </al><lijst><li nr="-"><al>ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;</al></li><li nr="-"><al>ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen,
                                        gerekend over het totale aantal rijen.</al></li></lijst></li></lijst><al>De zinsnede “die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden
                        geëxploiteerd” bedoelt de alle hiervoor genoemde uitzonderingen conform de
                        Memorie van Toelichting op de Boswet te beperken tot bomen met een
                        aantoonbaar economisch doel en te onderscheiden van sierbomen. Bij vrucht of
                        fruitbomen, zijn sierbomen die vruchten dragen dus wel
                        kapvergunningplichtig. Het houden en de economische exploitatie van
                        (vrucht)bomen valt niet onder het kapverbod.</al><al>In het vierde lid is een voorbehoud gemaakt op het vergunningvrij vellen of
                        doen vellen van houtopstanden voor de gevallen dat deze houtopstanden een
                        beschermde status hebben (waardevolle houtopstand, als bedoeld in artikel
                        2).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al><vet>Relatie met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)</vet></al><al>Het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is
                        van toepassing met betrekking tot de behandeling van een aanvraag om een
                        vergunning als bedoeld in artikel 3.</al><al>De indieningsvereisten voor een omgevingsvergunning zijn in de Ministeriële
                        regeling omgevingsrecht (Mor) verplicht voorgeschreven. Gelet op het
                        gestelde in artikel 2.8 van de Wabo kunnen in de verordening aanvullende
                        indieningsvereisten worden voorgeschreven.</al><al>Aanvragers kunnen slechts zijn: eigenaren van of goederenrechtelijk
                        gerechtigden tot een houtopstand.</al><al>Goederenrechtelijk gerechtigden zijn in beginsel degenen die een notariële
                        akte kunnen overleggen inzake een recht van erfpacht, pacht, opstal,
                        erfdienstbaarheid, vruchtgebruik of pootrecht betreffende de houtopstand. </al><al>Huurders hebben een persoonlijk en geen zakelijk recht. Zij moeten dus de
                        schriftelijke toestemming voor kapaanvraag van de verhuurder, die eigenaar
                        van de houtopstand is, overleggen. De eigenaar van een houtopstand kan bij
                        (huur)overeenkomst of bij machtiging zijn huurders het recht tot
                        omgevingsvergunningaanvraag verlenen. Na ontbinding van de huurovereenkomst
                        is de zaaksgebonden omgevingsvergunning nog van toepassing op het project.
                        Voorschriften van de omgevingsvergunning dienen dan door de eigenaar van het
                        perceel nagekomen te worden. </al><al>Ook kan het zijn dat aan bestuursorganen in het kader van een publieke taak
                        een zekere zeggenschap over houtopstanden toekomt. In die gevallen, waarbij
                        een directe wettelijke grondslag voor handen is, kunnen zij ook een aanvraag
                        indienen. </al><al>In de Wabo zijn in hoofdstuk 6 regels opgenomen omtrent de inwerkingtreding
                        van de vergunning. Het tijdstip van inwerkingtreding is afhankelijk van de
                        gevolgde procedure en andere factoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al><vet>Criteria</vet></al><al>Lid 1: Bevoegd gezag kan de vergunning weigeren, dan wel onder voorschriften
                        of beperkingen verlenen.</al><al>Lid 2: Vergunning voor het vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel
                        3 lid1, wordt geweigerd indien de belangen van verlening niet opwegen tegen
                        de belangen van behoud van de houtopstand op basis van één of meer van de
                        volgende waarden:</al><lijst><li nr="a."><al>natuur- en milieuwaarden;</al></li><li nr="b."><al>landschappelijke waarden;</al></li><li nr="c."><al>cultuurhistorische waarden; </al></li><li nr="d."><al>waarden van stads- en dorpsschoon;</al></li><li nr="e."><al>waarden voor recreatie en leefbaarheid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al><vet>Noodkap</vet></al><al>Lid 1:Bij acute gevaarzetting door houtopstanden, moet er snel gehandeld
                        kunnen worden. In dit kader is in dit artikel opgenomen dat het bevoegd
                        gezag toestemming kan geven tot direct vellen, indien sprake is van een
                        acuut gevaar of een vergelijkbaar spoedeisend belang. </al><al>Lid 2: Bijvoorbeeld in het geval dat uit een waarneming of inspectie blijkt
                        dat een houtopstand dermate instabiel is dat er een groot risico is voor het
                        afbreken van takken, het omvallen van de houtopstand of de houtopstand op
                        een andere wijze een gevaar vormt, waarbij het risico op schade of letsel
                        voor omwonenden, passanten of zaken groot is. </al><al>In het geval van rampen kan de burgemeester voorts op grond van artikel 175
                        Gemeentewet een bevel tot direct vellen geven, indien hij dit ter handhaving
                        van de openbare orde of ter beperking van gevaar nodig acht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al><vet>Intrekking of wijziging</vet></al><al>In artikel 5.19, eerste lid, van de Wabo is bepaald dat het gezag dat
                        bevoegd is een omgevingsvergunning te verlenen, de vergunning geheel of
                        gedeeltelijk kan intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de omgevingsvergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige
                                opgave is verleend;</al></li><li nr="b."><al>niet overeenkomstig de omgevingsvergunning is of wordt
                                gehandeld;</al></li><li nr="c."><al>de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften of beperkingen
                                niet zijn of worden nageleefd;</al></li><li nr="d."><al>de voor de houder van de omgevingsvergunning als zodanig geldende
                                algemene regels niet zijn of worden nageleefd.</al></li></lijst><al>Tevens is het mogelijk op grond van artikel 2.31, lid 1, sub c, van de Wabo
                        de voorschriften van de omgevingsvergunning te wijzigen dan wel op grond van
                        artikel 2.33, lid 1, sub e, van de Wabo de omgevingsvergunning in te
                        trekken, indien de vergunning van rechtswege is verleend en voor zover dit
                        nodig is om ernstige nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving te
                        voorkomen of te beperken.</al><al>Op basis van de artikelen 2.31, lid 2, onder d en 2.33, lid 2, onder g, van
                        de Wabo, is daarnaast nog in deze verordening bepaald dat het bevoegd gezag
                        de omgevingsvergunning kan intrekken of wijzigen indien, op grond van een
                        verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen
                        van de vergunning, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt
                        gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de de
                        vergunning is vereist.</al><al>Als het bevoegd gezag overweegt om de vergunning of ontheffing in te trekken
                        of te wijzigen, dient het de belanghebbenden in de gelegenheid te stellen
                        hun zienswijzen naar voren te brengen (artikel 4:8 Awb).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al><vet>Geldigheidsduur vergunning</vet></al><al>Ingevolge artikel 2.23, lid 1, van de Wabo, kan in een omgevingsvergunning
                        worden bepaald dat zij geheel of gedeeltelijk geldt voor een daarin
                        aangegeven termijn. Het verbinden van een dergelijk voorschrift aan de
                        vergunning blijkt nodig te zijn om misbruik van (zeer) oude kapvergunningen
                        tegen te gaan. In de meeste gevallen zal de geldigheidsduur worden
                        vastgesteld op drie jaar. In het geval dat een vergunning is aangevraagd
                        voor meerdere bomen, bijvoorbeeld ten behoeve van een (grootschalig)
                        bouwproject, kan het bevoegd gezag de geldigheidsduur variabel
                        aanpassen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al><vet>Bijzondere voorschriften</vet></al><al>Blijkens artikel 2.22, vierde lid, van de Wabo kunnen in een gemeentelijke
                        verordening regels worden gesteld met betrekking tot het verbinden van
                        voorschriften aan de omgevingsvergunning. In dit artikel zijn een aantal
                        bijzondere voorschriften opgenomen. Dit artikel laat onverlet dat er ook nog
                        andere voorschriften aan de vergunning kunnen worden verbonden, die niet
                        zijn genoemd in dit artikel. Voorwaarde is wel dat deze voorschriften
                        strekken tot bescherming van de belangen die het vergunningstelsel beoogd te
                        beschermen. </al><al>De voorschriften moeten concreet en precies worden uitgewerkt, bijvoorbeeld
                        naar locatie, boomsoort of grootte. In het algemeen wordt ten aanzien van de
                        herplantplicht bepaald dat de handelsmaat van de te herplanten bomen 16/18
                        cm moet bedragen. De handelsmaat is de omtrek van de stam gemeten op 100 cm
                        hoogte. De herplantplicht moet binnen een jaar na het kappen van de boom
                        plaatsvinden. Indien de boom wordt gekapt als onderdeel van een project, dan
                        moet de herplantplicht plaatsvinden binnen een jaar na oplevering van dit
                        project.</al><al>Artikel 2.3, onder c, Wabo bepaalt dat het verboden is te handelen in strijd
                        met een voorschrift van een omgevingsvergunning voor het vellen of doen
                        vellen van een houtopstand. Een overtreding van dit verbod is een economisch
                        delict op grond van artikel 1a, onderdeel 3, WED.</al><al>Een omgevingsvergunning heeft een zaaksgebonden karakter. De
                        omgevingsvergunning is niet gekoppeld aan de persoon van de houder, maar
                        volgt – zolang de vergunning rechtskracht heeft – als het ware het project
                        waarvoor de vergunning is verleend. Diegene die het project, te weten het
                        vellen van de betreffende houtopstand, uitvoert is ervoor verantwoordelijk
                        dat de daarin opgenomen voorschriften worden nageleefd. In het geval dat een
                        vergunninghouder de omgevingsvergunning wil overdragen, dient hij dit
                        ingevolge artikel 2.25 Wabo tenminste een maand van tevoren aan het bevoegd
                        gezag te melden, onder vermelding van de in artikel 4.8 van het Besluit
                        omgevingsrecht aangegeven gegevens. Het niet voldoen aan de meldingsplicht
                        is op grond van artikel 1a, onderdeel 2, WED een economisch delict en wordt
                        indien opzettelijk begaan in artikel 2, lid 1, WED aangemerkt als een
                        misdrijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al><vet>Herplant-/instandhoudingsplicht</vet></al><al>Herplantvoorschriften moeten concreet en eenduidig zijn en mogen zeer
                        gedetailleerd soort, locatie en plantwijze voorschrijven. Factoren die bij
                        de afweging om al dan niet over te gaan tot een
                        herplant-/instandhoudingsplicht zijn de ernst van de overtreding, de mate
                        van (on)verantwoordelijkheid die aan de overtreder kan worden toegekend en
                        de feitelijke mogelijkheden tot uitvoering van een herplant. </al><al>Herplant zal zo nabij mogelijk moeten worden uitgevoerd. Kan op de locatie
                        niet worden herplant, dan kan een alternatieve locatie door het bevoegd
                        gezag worden aangewezen. Ook kunnen er bepalingen worden opgenomen om
                        niet-geslaagde herplant te vervangen.</al><al>Artikel 5:18 Wabo biedt de mogelijkheid om, indien sprake is van een
                        herstel- of instandhoudingsanctie van het velverbod, onder oplegging van een
                        last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom, bij het besluit tot
                        herplantverplichting tevens te bepalen dat de uitvoering van het besluit
                        tevens geldt voor de rechtsopvolger.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al><vet>Boomziekten</vet></al><al>Dit artikel is bedoeld om besmettelijke boomziekten zoals de iepziekte
                        adequaat te kunnen bestrijden. Belangrijk is dat verspreiding van potentieel
                        broedhout en de besmetting wordt voorkomen.</al><al>In lid 1 is een bijzondere bestuursdwang bevoegdheid in aanvulling op de
                        algemene gemeentelijke bestuursdwang bevoegdheid opgenomen, vanwege de ernst
                        van de zaak en noodzaak snel te kunnen handelen, met name voor de afdeling
                        die de houtopstand beheert.</al><al>Voor het voorhanden of in voorraad hebben of het vervoeren van gevelde bomen
                        is een ontheffing van het college van burgemeester en wethouders vereist,
                        indien het een boomsoort betreft die de desbetreffende boomziekte kan
                        verspreiden. Dit om verdere verspreiding van boomziekten te voorkomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al><vet>Bescherming publieke houtopstand</vet></al><al>In een stedelijke omgeving zijn mensen soms geneigd om houtopstanden als
                        gebruiksobject te zien zodat een expliciet verbod, verdergaande dan het
                        kapverbod nodig is om dergelijk misbruik van houtopstanden tegen te
                        gaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al><vet>Handhaving, opsporing en strafbepalingen</vet></al><al>Het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is
                        van toepassing met betrekking tot de bestuursrechtelijke handhaving van het
                        verbod als bedoeld in artikel 3.</al><al>De bepalingen in dit artikel zijn als vangnet opgenomen voor gedragingen uit
                        deze verordening die niet vallen onder de reikwijdte van de Wet algemene
                        bepalingen omgevingsrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al><vet>Schadevergoeding</vet></al><al>Het gestelde in lid 1 van dit artikel volgt uit artikel 17 van de Boswet.
                        Het gestelde in lid 2 van dit artikel volgt uit artikel 4.2, lid 1, onder l,
                        van de Wabo. Wat een ‘naar billijkheid te bepalen vergoeding’ is, zal van de
                        concrete feiten en omstandigheden van het betreffende geval afhangen. Met
                        ‘een redelijke vergoeding op andere wijze’ wordt gedoeld op de mogelijkheid
                        van een vergoeding in natura, waarbij tal van varianten denkbaar zijn. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al><vet>Inwerkingtreding</vet></al><al>Geen verdere toelichting noodzakelijk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al><vet>Overgangsbepaling</vet></al><al>Geen verdere toelichting noodzakelijk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al><vet>Citeertitel</vet></al><al>Geen verdere toelichting noodzakelijk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><al/></artikel></regeling-tekst><bijlage><kop><titel>Bijlagen</titel></kop><al>Geen verdere toelichting noodzakelijk.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>