<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR178438_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Baarns Weekblad, Gemeentenieuws, 12 april 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ruimte- en inrichtingseisen Baarn 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-03-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-04-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>12RV000008</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen Baarn
            2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Baarn;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14
                        februari 2012;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>overwegende dat het gewenst is in aanvulling op de Wet kinderopvang en
                        kwaliteitseisen peuterspeelzalen en de landelijke Beleidsregels kwaliteit
                        kinderopvang en peuterspeelzalen nadere eisen te stellen aan de inrichting
                        van peuterspeelzalen;</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen Baarn
                            2012</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder peuterspeelzaal hetgeen daaronder
                        wordt verstaan in de Wet kinderopvang en Beleidsregels kwaliteit
                        kinderopvang en peuterspeelzalen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Groepsspeelruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In een peuterspeelzaal is voor ieder kind minimaal 3,5 m2
                            bruto-oppervlakte aan groepsspeelruimte beschikbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke ruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal en de
                            leeftijd van de op te vangen kinderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Buitenspeelruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De peuterspeelzaal beschikt over aangrenzende buitenspeelruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De buitenspeelruimte voldoet aan de volgende eisen:</al><lijst><li nr="a."><al>voor kinderen toegankelijk en veilig bereikbaar;</al></li><li nr="b."><al>een oppervlakte van minimaal 4 m2 bruto-oppervlakte speelruimte
                                    per aanwezig kind;</al></li><li nr="c."><al>ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen
                                    kinderen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanwijzing toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zien toe op de naleving van de bij deze
                            verordening gestelde regels;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders wijzen de GGD aan als toezichthouder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onderzoek door de toezichthouder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toezichthouder onderzoekt na een aanvraag als bedoeld in artikel 2.2,
                            eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen
                            of de instandhouding redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming
                            met de voorschriften uit deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het eerste lid onderzoekt de toezichthouder jaarlijks of de
                            exploitatie van een peuterspeelzaal plaatsvindt in overeenstemming met
                            de voorschriften uit deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de
                            toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving van de
                            bij deze verordening gestelde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vastleggen onderzoeksresultaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een onderzoek
                            bij een peuterspeelzaal vast in een inspectierapport.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de bij of krachtens
                            artikel 2 en 3 gegeven voorschriften niet zijn of zullen worden
                            nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alvorens het rapport vast te stellen, stelt de toezichthouder de houder
                            in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen en daarover
                            zijn zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder vermeldt de
                            zienswijze van de houder in een bijlage bij het rapport.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De toezichthouder zendt het rapport onverwijld aan de houder, die een
                            afschrift daarvan zo spoedig mogelijk ter inzage legt op een voor ouders
                            en personeel toegankelijk plaats.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De toezichthouder stelt burgemeester en wethouders in kennis van de
                            vaststelling van het rapport.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen artikel 2 en 3 buiten toepassing laten of
                        daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van kwalitatief
                        verantwoorde opvang voor kinderen in een peuterspeelzaal leidt tot een
                        onbillijkheid van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Intrekking voorgaande regeling en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen Baarn 2007 wordt
                            ingetrokken op het moment dat de nieuwe verordening in werking
                            treedt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking 8 dagen na de dag van
                            bekendmaking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ruimte- en
                        inrichtingseisen Baarn 2012.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Baarn,
                        gehouden op 28 maart 2012.</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al>Op 1 augustus 2012 is de Wet kinderopvang en kwaliteitsregels peuterspeelzalen (
                    hierna: de Wet) in werking getreden. Het doel van deze Wet is om jonge kinderen
                    in peuterspeelzalen en kindercentra een veilig en stimulerende omgeving te
                    bieden.</al><al>Eén van de onderliggende doelstellingen van de nieuwe Wet is de regelgeving over
                    peuterspeelzalen te harmoniseren met de kinderopvang. Hierdoor ontstaat een
                    landelijk kwaliteitskader voor zowel de peuterspeelzalen als de kinderopvang met
                    minimum kwaliteitseisen. In de Wet zijn dan ook een aantal minimale eisen voor
                    de peuterspeelzalen vastgelegd en is tevens aan de minister de bevoegdheid
                    gegeven aanvullende regelgeving voor de kwaliteit in een Algemene maatregel van
                    Bestuur vast te leggen( AmvB). Van deze bevoegdheid is tot op heden geen
                    gebruikgemaakt, omdat de partijen een convenant hebben afgesloten waarin de
                    kwaliteitseisen voor de houders van peuterspeelzalen nader zijn uitgewerkt.</al><al>De eisen in het convenant hebben als uitgangspunt gediend voor de Beleidsregels
                    kwaliteit peuterspeelzalen ( hierna: Beleidsregels) van de minister van
                    Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ( OCW). Echter, in deze beleidsregels zijn geen
                    eisen opgenomen ten aanzien van ruimte en inrichting van de peuterspeelzalen.
                    Bij het opstellen van de modelverordening ruimte- en inrichtingeisen
                    peuterspeelzalen is aangesloten bij het convenant en de beleidsregels
                    kwaliteitseisen kinderopvang. Het onderhavige model is in overleg met diverse
                    deskundigen op het gebied van peuterspeelzaalwerk en kinderopvang en de
                    brancheorganisatie tot stand gekomen.</al><al><cursief>Ruimte en inrichting</cursief></al><al>Kwalitatief verantwoorde opvang voor kinderen kan niet zonder het stellen van
                    kwaliteitseisen. Eisen inzake ruimte en inrichting vormen hier en essentieel
                    onderdeel van. De eerste levensjaren van een kind zijn belangrijk voor de
                    ontwikkeling van cognitieve, sociaal-emotionele en de motorische vaardigheden.
                    De opvoeding van de ouders legt daarvoor de basis, maar ook de rest van de
                    omgeving waarin het kind opgroeit is van belang.</al><al>Vel kinderen brengen enkele uren per dag door in peuterspeelzalen en andere
                    kindercentra. Ze moeten daar veilig kunnen spelen en voldoende ruimte
                    hebben.</al><al>Bestaande eisen over veiligheid en gezondheid die algemeen geldend zijn en
                    volgen uit andere wet- en regelgeving zoals bouwvoorschriften,
                    brandveiligheidsvoorschriften, eisen aan speeltoestellen, keukenhygiëne en
                    dergelijke.</al><al><cursief>Toezicht</cursief></al><al>In dit hoofdstuk is het kader van toezicht beschreven. Op de handhaving, zijn de
                    algemene handhavingsbevoegdheden uit de Awb van toepassing.</al><al/></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>Deze bepaling spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Groepsspeelruimte</titel></kop><al>In dit artikel wordt bepaald dat voor elk kind 3,5m2 bruto oppervlak
                        speelruimte aanwezig moet zijn. Speelruimtes dienen passend te zijn
                        ingericht voor spelen en rusten. Bij de inrichting van de binnenruimte dient
                        rekening te worden gehouden met zowel het aantal kinderen dat van een ruimte
                        gebruik maakt als de leeftijd van de kinderen. Het gaat om het totale aantal
                        vierkante meters die beschikbaar zijn in de groepsruimten. Dus de lengte
                        vermenigvuldigd met de breedte van de ruimtes waar de kinderen spelen.</al><al>Daarnaast is de houder van een peuterspeelzaal gehouden aan de eisen die
                        zijn vastgelegd in het Bouwbesluit 2003. Het Bouwbesluit bevat
                        bouwtechnische voorschriften, waaraan alle bouwwerken minimaal moeten
                        voldoen. Peuterspeelzalen vallen onder de categorie “bijeenkomstfunctie voor
                        kinderopvang”. De eisen uit het Bouwbesluit hebben betrekking op veiligheid,
                        gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Buitenspeelruimte</titel></kop><al>Dit artikel geeft aan dat de buitenspeelruimte voor kinderen die gebruik
                        maken van de peuterspeelzaal aangrenzend aan de peuterspeelzaal dient te
                        zijn gesitueerd. Evenals de binnenruimte dient de buitenruimte voor spel
                        geschikt te zijn en ingericht in overeenstemming met de behoeften en
                        mogelijkheden van de kinderen. Ook voor de buitenspeelruimte geldt dat bij
                        de inrichting rekening dient te worden gehouden met het aantal kinderen en
                        de leeftijd van de kinderen die gebruik maken van de ruimte. De speelruimte
                        bestaat per aanwezig kind uit minimaal 4m2 bruto oppervlakte. Met aanwezig
                        kind wordt gedoeld op in de peuterspeelzaal aanwezige kinderen, niet
                        noodzakelijkerwijs buitenspelend.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanwijzing toezichthouders</titel></kop><al>Dit artikel maakt burgemeester en wethouders ( hierna B&amp;W)
                        verantwoordelijk voor de naleving van deze verordening. B&amp;W wijzen de
                        directeur van de GGD aan als toezichthouder. Dit is in overeenstemming met
                        het systeem van de wet. De directeur van de GGD oefent aldus het toezicht
                        uit onder het gezag van de burgemeester en wethouders. Afdeling 5.2 van de
                        Algemene wet bestuursrecht bevat een algemene regeling van de bevoegdheden
                        van de toezichthouders, zoals het recht op het betreden van plaatsen, op het
                        vorderen van inlichtingen en het inzien van de schriftelijke stukken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onderzoek door de toezichthouder.</titel></kop><al>In dit artikel worden drie soorten van onderzoek onderscheiden. In de eerste
                        plaats onderzoekt de toezichthouder naar aanleiding van een aanvraag voor de
                        exploitatie van een peuterspeelzaal of aan de voorschriften uit deze
                        verordening zal worden voldaan. Daarnaast voert de toezichthouder op grond
                        van lid 3 over de mogelijkheid om incidenteel onderzoek te verrichten naar
                        de naleving van de voorschriften uit deze verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vastleggen onderzoeksresultaten</titel></kop><al>De resultaten van het onderzoek uit artikel 5 worden door de toezichthouder
                        schriftelijk vastgelegd in een inspectierapport. De toezichthouder zendt het
                        ontwerp inspectierapport aan de houder van de peuterspeelzaal. De houder
                        wordt hiermee in de mogelijkheid gesteld om een reactie te geven op de
                        inhoud van het rapport. De toezichthouder dient de reactie van de houder als
                        bijlage bij het rapport te voegen,. De houder zorgt ervoor dat zowel ouders
                        van kinderen in de peuterspeelzaal als het personeel inzicht hebben in het
                        inspectierapport van de toezichthouder. Uiterlijk 3 weken na ontvangst maakt
                        de toezichthouder het inspectierapport openbaar. Het ligt voor de hand dat
                        de toezichthouder een breed toegankelijk medium kiest. Van deze vaststelling
                        worden burgemeester en wethouders door de houder op de hoogte gebracht. In
                        de praktijk zal het veelal betekenen dat de toezichthouder het
                        inspectierapport naar burgemeester en wethouders toezendt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het opnemen van een hardheidsclausule in deze verordening opent de
                        mogelijkheid voor burgemeester en wethouders om in gevallen waarin
                        toepassing van een artikel van de verordening een onbillijkheid van
                        overwegende aard zou opleveren, artikel 2 en 3 buiten toepassing te laten of
                        daarvan af te wijken. Het afwijkende besluit van burgemeester en wethouders
                        moet altijd binnen de doelstellingen van de verordening passen. De
                        toepassing van de hardheidsclausule moet beperkt blijven tot individuele
                        gevallen. Het gebruik van dit artikel is slechts in uitzonderlijk gevallen
                        mogelijk.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Intrekking voorgaande titel en inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze bepaling spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze bepaling spreekt voor zich.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>