<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR17809_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de ambtelijke bijstand en op de fractieondersteuning 2003</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gilze en Rijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2003-12-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gilze en Rijen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de ambtelijke bijstand en op de fractieondersteuning 2003</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-12-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-12-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2003-12-22</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Presidium, 08122003</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>1.Datum inwerkingtreding is geschat op 23 december 2003.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de ambtelijke bijstand en op de fractieondersteuning 2003</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Ambtelijke bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke en beschikbare informatie van geringe omvang;
                                        </al></li><li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die openbaar zijn;
                                        </al></li><li nr="c."><al>technische bijstand bij het formuleren van
                                            initiatief-voorstellen, amendementen en moties of andere
                                            bijstand. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b,
                                    wordt door de griffier of op verzoek van de griffier door een
                                    ambtenaar gegeven.</al></li><li nr="3."><al>Indien een ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                                    informatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij de secretaris daarvan in
                            kennis. De secretaris beslist.</al></li><li nr="4."><al>De bijstand, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt verleend
                            door de griffier.</al></li></lijst><al> Indien de gevraagde bijstand niet door de griffier kan worden verleend,
                            kan de griffier de secretaris verzoeken één of meer ambtenaren aan te wijzen, die de
                            gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Ambtelijke bijstand op verzoek van de griffier wordt verstrekt,
                                    tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>niet aannemelijk is gemaakt dat de bijstand betrekking
                                            heeft op de werkzaamheden van de raad als zodanig;</al></li><li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden;</al></li><li nr="c."><al>dit het werkbaar evenwicht als genoemd in artikel 5
                                            verstoort.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het
                                    eerste lid geweigerd wordt.</al></li><li nr="3."><al>Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd
                                    deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier
                                    en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris
                            wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek
                            voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig
                            mogelijk met redenen omkleed over het verzoek. De burgemeester kan
                            besluiten de zaak voor te leggen aan het presidium.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar
                                    verleende bijstand, doet hij of de griffier hiervan mededeling
                                    aan de secretaris.</al></li><li nr="2."><al>Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide
                                    partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de
                                    burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over
                                    de zaak.</al></li></lijst><al> De burgemeester kan besluiten de zaak voor te leggen aan het
                            presidium.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><al>De secretaris ziet toe op een werkbaar evenwicht tussen het aantal malen
                            dat een beroep gedaan wordt op het verlenen van ambtelijke bijstand als
                            bedoeld in artikel 1, eerste lid, en de beschikbare capaciteit van de
                            reguliere ambtelijke organisatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><al>De secretaris verstrekt de portefeuillehouder inlichtingen omtrent
                            verzoeken als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><al>De in de voorgaande artikelen geregelde ambtelijke bijstand geldt ook
                            voor vaste raadscommissieleden, die geen raadslid zijn.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Fractieondersteuning.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De fracties, zoals bedoeld in artikel 5 van het reglement van
                                    orde, kunnen jaarlijks maximaal € 1.000,00 declareren ter
                                    tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de
                                    fractie.</al></li><li nr="2."><al>In een jaar waarin gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden kan
                                    tot en met de maand waarin de verkiezingen plaatsvinden maximaal
                                    € 250,00 ter tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren
                                    van de fractie worden gedeclareerd.</al></li><li nr="3."><al>Bij splitsing van een fractie wordt het in het jaar van
                                    splitsing nog door de ongesplitste fractie te declareren bedrag
                                    naar rato van het aantal leden aan de oorspronkelijke en aan de
                                    nieuwe fractie toegedeeld.</al></li><li nr="4."><al>Declaraties worden ingediend bij de griffier, die voor
                                    betaalbaarstelling zorgdraagt.</al></li><li nr="5."><al>In januari legt de griffier een overzicht van de in het vorige
                                    jaar uitbetaalde declaraties voor aan het presidium.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Fracties besteden hun bijdrage om hun volksvertegenwoordigende,
                                    kaderstellende en controlerende taak te versterken.</al></li><li nr="2."><al>De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:</al><lijst><li nr="a."><al>uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en
                                            overige regelingen;</al></li><li nr="b."><al>betalingen aan politieke partijen, met politieke
                                            partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen
                                            anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten of
                                            goederen) geleverd ten behoeve van de fractie op basis
                                            van een gespecificeerde, reële declaratie;</al></li><li nr="c."><al>giften;</al></li><li nr="d."><al>uitgaven welke bestreden dienen te worden uit
                                            vergoedingen die de leden ingevolge het
                                            rechtspositiebesluit raads- en commissieleden
                                            toekomen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel/></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening op de ambtelijke
                            bijstand en op de fractieondersteuning 2003' en treedt in werking met
                            ingang van 1 maart 2003.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare</ondertekening><ondertekening>vergadering van 22 december 2003.</ondertekening><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. J.W. Timmermans drs. R.H. Roep</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al>Artikel 1.</al><al>De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het
                            verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat
                            om een verzoek om feitelijke en beschikbare informatie van geringe
                            omvang, dan wel inzage in of afschrift van openbare documenten, neemt
                            een raadslid contact op met de griffier. De griffier beoordeelt wie het
                            beste de betreffende informatie kan geven of de gevraagde inzage kan
                            verzorgen. Bij feitelijke en beschikbareinformatie van
                            geringe omvang kan gedacht worden aan routinematig te verstrekken
                            informatie. Een verzoek kan ook betrekking hebben op inzage in of
                            afschrift van documenten die openbaar zijn. Het begrip document wordt
                            hier gebruikt in de betekenis die het heeft in de Wet openbaarheid van
                            bestuur. Met openbaar wordt bedoeld openbaar in de zin van diezelfde
                            wet. Voor niet openbare documenten wordt een regeling gegeven in de
                            artikelen 25, 55 en 86 van de Gemeentewet. Deze rechten zijn veelal
                            uitgewerkt in de diverse reglementen van orde. Technische bijstand bij
                            het formuleren van initiatief-voorstellen, amendementen en moties
                            betreft een zwaardere categorie. Zonodig wordt daarbij de
                            gemeentesecretaris ingeschakeld. Ten slotte kan ook een verzoek om
                            ‘andere bijstand’ gedaan worden. Daarbij kan het gaan om meer dan
                            technische bijstand of informatie van meer dan geringe omvang. Een
                            voorbeeld is het vinden van financiële dekking voor een amendement of
                            initiatiefvoorstel.</al><al>Er is voor gekozen de griffier te noemen als centrale functionaris. Het
                            bestaan van het instituut griffier en de ontvlechting van de posities
                            van de raad en het college, die bij de dualisering zijn beslag heeft
                            gekregen, leidt ertoe dat de ambtelijke organisatie parallel ontvlochten
                            wordt. Omdat de griffier geen zeggenschap heeft over de reguliere
                            ambtelijke organisatie zal de secretaris de ambtenaar die de bijstand
                            verleent moeten aanwijzen. De ontvlechting van posities leidt in dit
                            geval dus noodzakelijkerwijs tot een zekere formalisering van de
                            regeling omtrent ambtelijke bijstand. Onnodige, d.w.z. disproportionele,
                            formalisering is evenwel vermeden. De bijstand wordt zo spoedig mogelijk
                            verleend. Het is niet mogelijk in de verordening hiervoor vaste
                            termijnen op te nemen in verband met de verschillen in aard en omvang
                            van de werkzaamheden voor een verzoek. De griffier ziet er op toe dat er
                            voortgang blijft in het proces.</al><al>Op grond van het derde lid is er bij twijfel een rol voor de secretaris
                            weggelegd. Deze zal moeten beslissen of het een verzoek als bedoeld in
                            het eerste lid, onderdeel a en b betreft. </al><al>In het vierde lid is sprake van een aanwijzingsbevoegdheid voor de
                            secretaris. </al><al>Artikelen 2 en 3.</al><al>Beoordeling of één van de in artikel 2 genoemde weigeringsgronden zich
                            voordoet, vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris
                            als hoofd van de reguliere ambtelijke organisatie. In artikel 2, eerste
                            lid, onderdeel c wordt de relatie gelegd met het bepaalde in artikel 5.
                            Aldus wordt voorkomen dat er als het ware een 'open eind' regeling
                            ontstaat. In artikel 3 is aangegeven dat de uiteindelijke beslissing
                            over het niet verlenen van ambtelijke bijstand is voorbehouden aan de
                            burgemeester. Het ligt in de rede dat hij hierover overleg pleegt met de
                            secretaris en de griffier (en indien nodig ook met het betrokken
                            raadslid). De burgemeester kan ook besluiten een zaak voor te leggen aan
                            het presidium. Reden hiervoor is enerzijds de spagaat waarin de
                            burgemeester verkeert en die een beslissing kan bemoeilijken en
                            anderzijds het bieden van een mogelijkheid voor de voltallige raad (via
                            de fractievoorzitters) om als hoogste orgaan een beslissing te nemen.
                            Overigens kan de raad ook met gebruikmaking van artikel 180 Gemeentewet
                            aan de burgemeester verzoeken verantwoording over zijn besluit af te
                            leggen. </al><al>Artikel 4.</al><al>Ook indien – naar de mening van het raadslid – op onvoldoende wijze aan
                            zijn of haar verzoek om hulp gehoor gegeven wordt, kan de zaak aan een
                            hogere instantie worden voorgelegd: de burgemeester is daar gezien zijn
                            eigenstandige positie in het gemeentelijk bestuur de meest aangewezen
                            instantie voor. Wel dient het betrokken raadslid of de griffier hierover
                            eerst overleg te voeren met de secretaris.</al><al>De burgemeester kan ook besluiten de zaak voor te leggen aan het
                            presidium. Hiervoor geldt dezelfde als hiervoor bij artikel 3 is
                            aangegeven.</al><al>Artikel 5.</al><al>Niet gekozen is voor de benadering die in de modelverordening van BZK en
                            VNG is opgenomen waar het betreft de mogelijkheden om verzoeken om
                            ambtelijke bijstand te limiteren. Daarbij zou volgens het model gekozen
                            kunnen worden voor een maximaal te noemen aantal keren of een maximaal
                            te noemen uren. De praktijk tot nu toe wijst uit dat de meeste verzoeken
                            door de griffier kunnen worden afgehandeld en dat daardoor het beroep op
                            de ambtelijke organisatie beperkt is.</al><al>Ook de in het model opgenomen verplichting voor de secretaris om een
                            register bij te houden waarin aantekening gemaakt wordt van welk
                            raadslid om bijstand heeft verzocht, over welk onderwerp het ging, welke
                            ambtenaar bijstand heeft verleend, hoeveel tijd het verlenen van
                            bijstand heeft gekost en de reden waarom (indien van toepassing) een
                            verzoek om bijstand is geweigerd, is niet overgenomen.</al><al>Dit wordt een te vergaande en onnodige formalisering geacht. Gekozen is
                            voor een flexibele en vooral praktijkgerichte oplossing met een zekere
                            minimum-waarborg.</al><al>Om de gemeentesecretaris enig houvast te geven is het criterium
                            'werkbaar evenwicht' in de verordening opgenomen.</al><al>Artikel 6.</al><al>In dit artikel is aangegeven dat het van belang is dat de betrokken
                            portefeuillehouder op de hoogte is, respectievelijk kan zijn van het
                            feit dat bijstand is verleend door onder zijn verantwoordelijkheid
                            functionerende ambtenaren. Gezien de vergroting van de afstand tussen
                            raad en college die de dualisering is teweeggebracht, is het logisch dat
                            desgewenst melding wordt gemaakt van het verschaffen van ambtelijke
                            bijstand. Het college en de secretaris kunnen afspreken in welke
                            gevallen hiervan melding wordt gemaakt.</al><al>De bepaling inzake het opleggen van geheimhouding aan de ambtenaar
                            m.b.t. een verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van een gegeven
                            advies, zoals opgenomen in de modelverordening, is niet overgenomen.
                            Niet alleen lijkt een dergelijke bepaling in strijd met het bepaalde in
                            artikel 125 van de Ambtenarenwet juncto artikel artikel 160 van de
                            Gemeentewet (college is bevoegde gezag), het brengt een ambtenaar ook in
                            een zeer moeilijke positie ten opzichte van 'zijn'
                            portefeuillehouder.</al><al>Uiteraard kan de griffier, gezien de de vertrouwensrelatie tussen
                            griffier en raadsleden en gelet op de specifieke aard van de functie van
                            de griffier, wel om geheimhouding worden verzocht.</al><al>Artikel 7.</al><al>Op voorstel van het presidium is in de verordening opgenomen dat de
                            regels omtrent ambtelijke bijstand ook van toepassing zijn op de vaste
                            commissieleden, die geen raadslid zijn.</al><al>Artikel 8.</al><al>Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning.
                            Over de in artikel 7 geregelde vergoeding (maximaal € 1.000,00 per
                            fractie per jaar op declaratiebasis) zijn reeds in het voorjaar van 2003
                            afspraken gemaakt in het presidium.</al><al>(N.B.: daarnaast is afgesproken dat een bedrag van € 1.000,00
                            beschikbaar is voor 'raadsbrede' activiteiten. Omdat dit niet valt onder
                            fractieondersteuning is daaromtrent in de verordening niets vermeld. In
                            de begroting is het bedrag van € 1.000,00 voor raadsbrede activiteiten
                            wel opgenomen.) </al><al>Lid 2 beoogt te voorkomen dat het in de begroting voor
                            fractieondersteuning opgenomen bedrag (aanzienlijk) wordt overschreden,
                            hetgeen het geval zou kunnen zijn indien partijen na de verkiezingen
                            niet meer in de raad vertegenwoordigd zijn en er nieuwe fracties tot de
                            raad zijn toegetreden.</al><al>Ook lid 3 beoogt onvoorziene uitgaven te voorkomen.</al><al>Gelet op het gegeven dat vergoedingen worden verstrekt op
                            declaratiebasis en gelet op de hoogte van de maximale vergoeding is niet
                            gekozen voor controle via de accountant, zoals voorgeschreven in de
                            model-verordening, maar voor 'verantwoording' aan het presidium (lid
                            5).</al><al>Artikel 9.</al><al>De fracties wordt grotendeels de vrijheid gelaten wat betreft de
                            inhoudelijke besteding van de fractieondersteuning. Minimumvoorwaarde is
                            wel dat de bijdrage besteed wordt aan werkzaamheden die verband houden
                            met het functioneren van de fractie. De verordening noemt in dit verband
                            het versterken door fracties van hun volksvertegenwoordigende,
                            kaderstellende en controlerende taak. Verder is een aantal doelen
                            genoemd waarvoor de bijdrage niet gebruikt mag worden. Daarmee wordt
                            onder andere voorkomen dat met de bijdrage verkiezingscampagnes worden
                            gefinancierd en dat raadsleden hun eigen vergoeding voor het raadswerk
                            (vastgelegd in het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, dat
                            zijn grondslag vindt in de artikelen 95 en 96 van de Gemeentewet)
                            aanvullen met de bijdrage voor fractieondersteuning.</al><al>Artikel 10.</al><al>De verordening treedt in werking met terugwerkende kracht, zodat ook de
                            reeds in dit jaar – conform de afspraken in het presidium – verstrekte
                            vergoedingen een wettelijke basis hebben. De wet verzet zich niet tegen
                            eerdere inwerkingtreding.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>