<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR177478_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Westerveld</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Westerveld</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westerveld</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Da's Mooi, 22-05-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Westerveld 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/bwbid=BWBR0005416/article=149">artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/bwbid=BWBR0005009/article=35">artikel 35 Wet op de lijkbezorging</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-05-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-05-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>12/04865</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Westerveld</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Westerveld;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgermeester en wethouders 1
                        mei 2012;</al><al>gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de
                        Gemeentewet;</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke
                        begraafplaatsen voor de gemeente Westerveld</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>INLEIDENDE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>begraafplaatsen: de begraafplaatsen in Diever, Dwingeloo,
                                    Havelte, Uffelte, Vledder, Wapserveen en Zorgvlied;</al></li><li nr="b."><al>graf: een zandgraf of keldergraf;</al></li><li nr="c."><al>grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of
                                    meerdere lijken worden begraven of asbussen worden
                                    bijgezet;</al></li><li nr="d."><al>asbus: een bus ter berging van as van een overledene;</al></li><li nr="e."><al>urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;</al></li><li nr="f."><al>particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon
                                    of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:</al><lijst><li nr="1."><al>het doen begraven en begraven houden van lijken;</al></li><li nr="2."><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen;</al></li><li nr="3."><al>het doen verstrooien van as.</al></li></lijst></li><li nr="g."><al>algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin
                                    gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;</al></li><li nr="h."><al>particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk
                                    persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend
                                    tot:</al><lijst><li nr="1."><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen;</al></li><li nr="2."><al>het doen verstrooien van as.</al></li></lijst></li><li nr="i."><al>algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin
                                    gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen
                                    met of zonder urnen;</al></li><li nr="j."><al>particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk
                                    persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
                                    het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder
                                    urnen;</al></li><li nr="k."><al>verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;</al></li><li nr="l."><al>grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf,
                                    gedenkplaats of verstrooiingsplaats;</al></li><li nr="m."><al>beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding
                                    van de begraafplaats(en) of degene die hem vervangt;</al></li><li nr="n."><al>rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een
                                    uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een
                                    particulier urnengraf, een particuliere urnennis, dan wel degene
                                    die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn
                                    getreden;</al></li><li nr="o."><al>gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht
                                    tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf of een algemeen
                                    urnengraf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht
                                    kan worden in diens plaats te zijn getreden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Uitbreiding begrip particulier graf</titel></kop><al>1.Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde
                            wordt, voor zover van belang onder 'particulier graf' mede verstaan:
                            particulier urnengraf, particuliere urnennis.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Openstelling begraafplaats(en)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begraafplaatsen zijn voor een ieder dagelijks toegankelijk
                                gedurende door het college bij nadere regels vast te stellen tijden.
                                Het college maakt deze tijden openbaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats(en) kunnen de
                                toegangen tijdelijk worden gesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats(en) niet voor
                                het publiek geopend is (zijn), zich daarop te bevinden, anders dan
                                voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Ordemaatregelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die
                                werkzaamheden op de begraafplaats(en) hebben te verrichten, zijn
                                verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden
                                aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmee gelijk te stellen
                                personen verboden, anders dan met toestemming van burgemeesters en
                                wethouders, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de
                                begraafplaats te verrichten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste en
                                tweede lid bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats
                                verwijderen of laten verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats(en) te
                                rijden:</al><lijst><li nr="a."><al>elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen; motorrijtuigen
                                        zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor
                                        begrafenissen of voor het vervoer van materialen;</al></li><li nr="b."><al>sneller dan 10 km per uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de
                                aanhef en onder a van het vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Plechtigheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en
                                dergelijke plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts
                                plaatsvinden nadat deze ten minste vijf werkdagen tevoren zijn
                                gemeld aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de
                                wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de
                                aanvrager door de beheerder vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid zijn
                                verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden
                                aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Opgravingen en ruimen</titel></kop><al>Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere
                            personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze
                            werkzaamheden zijn belast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>VOORSCHRIFTEN LIJKBEZORGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het
                                graf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen
                                verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag
                                voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing
                                zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag
                                geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien
                                de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur
                                na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder
                                zo tijdig mogelijk worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as,
                                en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de
                                hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de
                                begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De
                                nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de
                                beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens
                                daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling
                                of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag
                                geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij
                                dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te
                                volgen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Over te leggen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot
                                begraven is overgelegd aan de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf
                                zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te
                                worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze
                                is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de
                                uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn
                                afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van
                                de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende
                                uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum
                                grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de
                                rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere
                                personen, genoemd in artikel 16, tweede lid</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar
                                boven toe afgerond op gehele jaren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend
                                zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Tijden van begraven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tijd van begraven en het bezorgen van as is: op werkdagen van
                                08.00 tot 16.30 uur; op zaterdag van 08.00 tot 16.00 uur;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen van deze
                                tijden afwijken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>INDELING EN UITGIFTE GRAVEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Indeling graven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de begraafplaats(en) kunnen worden uitgegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>particuliere graven en particuliere urnengraven;</al></li><li nr="b."><al>particuliere urnennissen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders bepalen bij nader vast te stellen regels
                                hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen
                                worden bijgezet in de particuliere graven en hoeveel verstrooiingen
                                van as er op de particuliere graven kunnen plaatshebben. Het college
                                bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere
                                graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn
                                vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Aantal overledenen in algemene graven</titel></kop><al>1 In de algemene graven kan een door het college te bepalen aantal
                            lijken worden begraven.</al><al>2 In de algemene urnengraven kan een door het college te bepalen aantal
                            asbussen met of zonder urn worden bijgezet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Termijn algemene graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een algemeen graf wordt, overeenkomstig de minimale grafrusttermijn,
                                tenmiste 10 jaar in stand gehouden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten minste zes maanden en ten hoogste twaalf maanden voor het
                                verstrijken van de termijn van uitgifte van een algemeen graf doet
                                de houder van de begraafplaats daarvan schriftelijk mededeling aan
                                de belanghebbende bij dat graf wiens adres hem bekend is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Volgorde van uitgifte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De particuliere graven worden slechts voor directe begraving en in
                                volgorde van ligging uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nieuwe dubbele particuliere graven op de begraafplaats in Dwingeloo
                                worden in volgorde van ligging uitgegeven voor 2 personen (er wordt
                                in twee lagen begraven).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan een particulier graf toewijzen anders dan voor
                                directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit
                                wegens de situatie op de begraafplaats(en) niet bezwaarlijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Termijnen particuliere graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de
                                begraafplaats(en) dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk
                                in te dienen aanvraag, voor de tijd van dertig of veertig jaar recht
                                op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum
                                waarop het particuliere graf is uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op
                                aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van
                                tien of twintig jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de
                                lopende termijn wordt ingediend</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Grafkelder</titel></kop><al>Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf toestemming
                            verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een
                            grafkelder overeenkomstig de door het college te stellen
                            voorwaarden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Overschrijving van verleende rechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de
                                rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk
                                persoon of rechtspersoon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het
                                particuliere graf worden overgeschreven op naam van een natuurlijk
                                persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan
                                binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Indien de
                                overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of
                                indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden
                                bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand
                                te worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot
                                overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het
                                tweede lid van dit artikel gestelde termijn van zes maanden, is het
                                college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen
                                vervallen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van zes
                                maanden kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen
                                van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op
                                een particulier graf dat inmiddels is geruimd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Afstand doen van graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de
                                rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente
                                van het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van
                                zodanige verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk
                                mededeling aan de rechthebbende.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan, in afwijking van lid 1, besluiten gehoor te geven
                                aan een aanvraag op gedeeltelijke restitutie van betaalde leges
                                wanneer afstand wordt gedaan van een urnennis of urnengraf. De
                                rechthebbende dient hiertoe en schriftelijk verzoek in te dienen bij
                                de beheerder van de begraafplaats.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>GRAFBEDEKKINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Vergunning grafbedekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het hebben van een grafbedekking is geen schriftelijke
                                vergunning nodig van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Om een gedenkteken te mogen plaatsen moet er aan een aantal
                                voorwaarden worden voldaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college heeft nadere regels omschreven betreffende de aard en de
                                afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen in het
                                uitvoeringsbesluit ”grafbedekkingen en gedenktekens”.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan handhavend optreden indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels,
                                        genoemd in het derde lid;</al></li><li nr="b."><al>de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de
                                        begraafplaats;</al></li><li nr="c."><al>de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;</al></li><li nr="d."><al>de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Onderhoud door rechthebbende of gebruiker</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of
                                verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van
                                en voor risico van de rechthebbende of de gebruiker.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de grafbedekking
                                behoorlijk te onderhouden of te herstellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking
                                behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de
                                hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele
                                grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende
                                dertien weken ter beschikking van de rechthebbende of de gebruiker
                                en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige
                                vergoeding verplicht is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de
                                rechthebbende of de gebruiker door middel van een verklaring
                                schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de
                                grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de
                                gebruiker niet bekend is maakt het college de verklaring bekend
                                doormiddel van plaatsing van een bordje bij het betreffende
                                graf.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per aanschrijving
                                verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen
                                binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging
                                zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk
                                aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van
                                de grafbedekking gevaar op levert voor derden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Niet-blijvende grafbeplanting</titel></kop><al>Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat
                            verkeert, kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak
                            kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen
                            en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder
                            worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden
                            gedurende dertien weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende
                            of, wanneer het een algemeen graf betreft, van de belanghebbende indien
                            deze daartoe tevoren een aanvraag heeft ingediend bij de beheerder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte
                                van het graf door het college worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het
                                college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de
                                grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende
                                of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende
                                bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende
                                niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van
                                de grafbedekking gedurende tenminste een jaar voorafgaande aan het
                                tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel
                                van een bij het graf te plaatsen bordje bekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de grafbedekking niet binnen dertien weken na de verwijdering
                                is afgehaald, vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente
                                tot enige vergoeding verplicht is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>RUIMING VAN GRAVEN, URNENGRAVEN EN URNENNISSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Ruiming, bezorging van overblijfselen en as</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste
                                een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal
                                worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen
                                graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het
                                adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is maakt
                                het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten
                                minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door
                                middel van een bij het graf te plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het
                                graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt
                                omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke
                                resten worden geconfronteerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten
                                worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe
                                bestemde gedeelten van de begraafplaats(en).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf
                                kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de
                                beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke resten,
                                indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor
                                herbegraving elders. Nabestaanden van een overledene waarvan een
                                asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen
                                bij de beheerder een aanvraag indienen om deze ter beschikking te
                                houden voor herbegraving of verstrooiing elders.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een
                                aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze
                                opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te
                                cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een
                                particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder
                                een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders
                                bij te zetten of om de as te doen verstrooien.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7.</nr><titel>IN STAND HOUDEN HISTORISCHE GRAVEN EN OPVALLENDE
                            GRAFBEDEKKINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Lijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college houdt een lijst bij van graven die van historische
                                betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit
                                heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het
                                college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te
                                worden bijgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het
                                verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde
                                lijst staan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8.</nr><titel>INRICHTEN REGISTER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt voorschriften vast voor het register van de
                                begraven lijken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het register wordt bijgehouden door de beheerder.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9.</nr><titel>SLOTBEPALINEGN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke
                            begraafplaatsen, vastgesteld op 26 januari 2010, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de verordening
                                op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen
                                vastgesteld op 26 januari 2010 gelden als besluiten genomen
                                krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om vergunning op grond van de verordening op het beheer
                                en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen vastgesteld op 26
                                januari 2010 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding
                                van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop
                                deze verordening toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Hij die handelt in strijd met de artikelen 3 en 4 wordt gestraft met een
                            geldboete van de eerste categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de datum van
                            uitgifte van Da’s Mooi waarin zij is geplaatst.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening gemeentelijke
                            begraafplaatsen voor de gemeente Westerveld 2012.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 8 mei 2012.</ondertekening><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop><vet>Toelichting verordening op het beheer en het gebruik van de
                        gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Westerveld</vet></tussenkop><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1.</tussenkop><al/><al>In dit artikel worden de gebruikte begrippen gedefinieerd. </al><al>b en c:</al><al>Grafkelders worden in de praktijk steeds vaker gebruikt. Deze constructies
                    kunnen ook bovengronds worden geplaatst, als onderdeel van een muur of
                    wand.</al><al>Wanneer een of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet in
                    een grafkelder, spreekt men van een keldergraf, in tegenstelling tot een
                    zandgraf.</al><al>f:</al><al>Een particulier graf werd in het oude model aangeduid als ‘eigen’ graf. Ook in
                    het algemeen spraakgebruik wordt de term ‘eigen graf’ nog altijd gebezigd. Het
                    nieuwe model volgt echter de terminologie van de Wet op de lijkbezorging.</al><al>f.en h:</al><al>De mogelijkheid wordt geboden as te doen verstrooien in of op de particuliere
                    graven. Bij keldergraven, zeker wanneer deze onderdeel zijn van een muur of
                    wand, is dit niet goed mogelijk. </al><al>g.en i:</al><al>In het oude model was bij de definitie van algemene graven en algemene
                    urnengraven opgenomen dat ‘aan eenieder’ gelegenheid wordt geboden tot het doen
                    begraven van lijken en het doen bijzetten van asbussen. De passage ‘aan
                    eenieder’ is overbodig en daarom geschrapt. Volgens artikel 23, tweede lid van
                    de Wet op de lijkbezorging is het aan de houder van de begraafplaats te bepalen
                    wie in een algemeen graf wordt begraven.</al><al>n.en o:</al><al>De termen rechthebbende en gebruiker zijn nader gedefinieerd.</al><tussenkop>Artikel 2.</tussenkop><al/><al>Voor een particulier graf, particulier urnengraf en een particuliere urgenties
                    gelden vrijwel dezelfde rechten en plichten. </al><tussenkop>Artikel 3.</tussenkop><al/><al>Dit artikel maakt het de beheerder tevens mogelijk de begraafplaats geheel of
                    gedeeltelijk te sluiten wanneer dit voor het ruimen van graven noodzakelijk
                    is.</al><tussenkop>Artikel 4.</tussenkop><al/><al>Het model bevat gedragsvoorschriften voor hen die van de begraafplaats gebruik
                    maken, in het belang van orde, rust en netheid. Tegen overtreding van de
                    voorschriften is straf bedreigd. De politie kan als gevolg van de
                    strafbedreiging tegen ordeverstoringen optreden en zo nodig proces verbaal
                    opmaken.</al><al>Steenhouwers en hoveniers moeten zich er steeds van bewust zijn dat hun
                    werkzaamheden storend kunnen zijn voor rouwenden en tijdens
                    uitvaartplechtigheden. </al><al>Aan een uitzondering op de regel als bedoeld in het vierde lid onder a bestaat
                    behoefte omdat men soms dichtbij een graf moet kunnen komen met een
                    motorrijtuig. Aangezien een dergelijke handeling niet overeenstemt met het beeld
                    van orde en rust dient met het verlenen van de ontheffing uiterst terughoudend
                    te worden omgegaan. De situatie kan uiteraard per begraafplaats
                    verschillen.</al><tussenkop>Artikel 5.</tussenkop><al/><al>Met dit artikel wordt beoogd plechtigheden ordelijk te doen verlopen. Door te
                    eisen dat de mededeling zes werkdagen vooraf moet plaatshebben, kan worden
                    voorkomen dat de plechtigheid samenvalt met een begrafenis. Een begrafenis dient
                    volgens de wet uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden te
                    geschieden.</al><al>Bijeenkomsten die het karakter van een plechtigheid te buiten gaan, kunnen het
                    karakter hebben van een openbare manifestatie. Hiervan moet vooraf kennisgeving
                    worden gedaan aan de burgemeester volgens de Wet openbare manifestaties van 1988
                    en mogelijk van toepassing zijnde APV-bepalingen, zoals artikel 2.1 van de
                    model-APV.</al><tussenkop>Artikel 6.</tussenkop><al/><al>Uitdrukkelijk is gesteld dat bij opgraving van een lichaam of bij ruiming van
                    een of meer graven alleen de personen aanwezig mogen zijn die met de
                    werkzaamheden zijn belast.</al><tussenkop>Artikel 7.</tussenkop><al/><al>Een schriftelijke kennisgeving is nodig omdat duidelijk vast moet liggen wat
                    voor graf er wordt gevraagd.</al><al>De as kan volgens artikel 62 van de Wet op de lijkbezorging worden bijgezet in
                    of op een graf dan wel op een afzonderlijke plaats, meestal een urnennis.</al><al>In het vorige model was de bepaling opgenomen dat het lijk bij aankomst op de
                    begraafplaats of in het crematorium voorzien diende te zijn van een
                    identiteitskenmerk. Deze bepaling is geschrapt, aangezien dit vereiste volgt uit
                    artikel 8 van de Wet op de lijkbezorging.</al><al>Indien de nabestaanden alle of bepaalde werkzaamheden zelf willen verrichten
                    zijn, ook om redenen van veiligheid, toch de aanwijzingen en de hulp van het
                    personeel van de begraafplaats nodig. Het gaat dan vooral om het openen en
                    sluiten van het graf. De werkzaamheden kunnen eventueel door de nabestaanden en
                    het personeel van de begraafplaats samen worden verricht. Zo kunnen de
                    nabestaanden bijvoorbeeld een begin maken. Vervolgens kan het personeel de
                    handelingen verrichten waar ervaring voor nodig is of die van de nabestaanden te
                    zware lichamelijke inspanning vragen. Werkzaamheden als het aanbrengen van de
                    grafranden ter stutting van de grond om het geopende graf en het verwijderen van
                    die randen voor het sluiten van het graf zullen door het personeel moeten worden
                    verricht.</al><tussenkop>Artikel 8.</tussenkop><al/><al>De Wet op de lijkbezorging schrijft voor dat de behandelende arts of de
                    gemeentelijke lijkschouwer een verklaring van overlijden afgeeft aan de
                    ambtenaar van de burgerlijke stand (artikel 11). Vervolgens geeft deze
                    schriftelijk verlof tot begraven of cremeren (artikel 10). Dit verlof dient te
                    worden overlegd aan de beheerder. Door de medewerking aan de begrafenis te
                    weigeren wanneer dit verlof niet in zijn bezit is voldoet de beheerder aan de
                    wettelijke vereisten.</al><al>Vanuit het oogpunt van vermindering van administratieve lasten verdient het
                    aanbeveling het hierboven genoemde traject zo soepel mogelijk te doen verlopen.
                    Sommige gemeenten slaan één stap over: de ambtenaar van de burgerlijke stand is
                    tevens de beheerder van de begraafplaats. Een digitalisering van de genoemde
                    processen en voorgeschreven formulieren zal aanzienlijk bijdragen aan de
                    reductie van administratieve lasten. Volgens de memorie van antwoord aan de
                    Eerste Kamer, ontvangen op 15 mei 2009 bij de behandeling van de Wijziging van
                    de Wet op de lijkbezorging, werkt de minister van Justitie aan een wetsvoorstel
                    elektronische burgerlijke stand dat hierin voorziet.</al><al>De bezorging van as omvat zowel het bijzetten als de verstrooiing.</al><al>Er mag van worden uitgegaan dat het stoffelijk overschot van de rechthebbende
                    zelf in het particuliere graf mag worden bijgezet (lid 2). Het verzoek tot
                    overschrijving van het recht dient in dit geval wel vóór de bijzetting te worden
                    gedaan volgens artikel 16, tweede lid.</al><al>De wettelijke minimum grafrusttermijn (lid 3) is de termijn dat een lijk volgens
                    de wet ten minste begraven moet blijven voordat het mag worden geruimd. Het is
                    voorgekomen dat in particuliere graven begravingen of bijzettingen betrekkelijk
                    kort voor het aflopen van de uitgiftetermijn plaatsvonden. Daarom is vastgelegd
                    dat in dergelijke gevallen begraving of bijzetting alleen kan plaatsvinden onder
                    gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn. Uiteraard zal die verlenging
                    dan een periode moeten omvatten die de alsdan resterende uitgiftetermijn ten
                    minste gelijk maakt aan de wettelijke minimum grafrusttermijn, i.e. 10
                    jaar.</al><tussenkop>Artikel 9.</tussenkop><al/><al>Artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging verplicht tot de mogelijkheid van
                    begraven op iedere dag gedurende een bij gemeentelijke verordening te bepalen
                    tijd, met uitzondering van zon- en feestdagen. Gemeenten zijn vrij te bepalen
                    dat ook op zondag of een algemeen erkende feestdag wordt begraven. Joodse
                    begrafenissen vinden niet plaats op de sabbat (i.e. zaterdag). Het
                    Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap heeft er daarom belang bij dat de
                    begraafplaatsen op zondagen en niet-Joodse feestdagen voor een begrafenis kunnen
                    worden opengesteld. Daarnaast zijn er ook andere gevallen denkbaar waarin de
                    nabestaanden er een belang bij hebben om op een zon- of feestdag een begrafenis
                    of asbezorging te kunnen doen plaatshebben. In de praktijk is het mogelijk om de
                    begraafplaats alleen in bijzondere gevallen hiervoor open te stellen.</al><al>Een bijzonder geval kan zich voordoen als de burgemeester toestemming heeft
                    gegeven om een lijk binnen 36 uur te begraven. Sommige nabestaanden vragen om
                    deze toestemming om godsdienstige redenen. Daarnaast kan spoed geboden zijn in
                    geval van lijkvinding.</al><tussenkop>Artikel 10.</tussenkop><al/><al>Naast de particuliere graven noemt dit artikel de verschillende andere soorten
                    van voorzieningen op de begraafplaats. Gedenkplaatsen kunnen bijvoorbeeld worden
                    uitgegeven voor vermisten of als de persoon in het buitenland is overleden en
                    het stoffelijk overschot niet naar Nederland is vervoerd.</al><tussenkop>Artikel 11.</tussenkop><al/><al>Het besluit op de lijkbezorging van 4 december 1997 bevat in artikel 5 de
                    bepaling dat er ten hoogste 3 lijken boven elkaar mogen worden begraven.</al><tussenkop>Artikel 12.</tussenkop><al/><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al>Artikel 13.</al><al/><lijst><li nr="1."><al>Een graf zal alleen buiten de volgorde van ligging worden toegewezen als
                            dit niet bezwaarlijk is voor de situatie op de begraafplaats. Hierbij
                            kan worden gedacht aan het aanzien van de begraafplaats en de
                            gesteldheid van de bodem</al></li><li nr="2."><al>Begraven in twee lagen houdt in dat nadat de eerste persoon begraven is
                            de tweede persoon in een later stadium wordt bijgezet boven de eerste
                            persoon;</al></li><li nr="3."><al>Een graf zal alleen buiten de volgorde van ligging worden toegewezen als
                            dit niet bezwaarlijk is voor de situatie op de begraafplaats. Hierbij
                            kan worden gedacht aan het aanzien van de begraafplaats en de
                            gesteldheid van de bodem.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 14.</tussenkop><al/><al>Volgens artikel 28, eerste lid van de Wet op de lijkbezorging kan het recht op
                    een graf voor ten minste tien jaar worden verleend. Voorts kan, wanneer sprake
                    is van verlenging, de houder van de begraafplaats bepalen dat de periode van
                    verlenging niet korter is dan vijf jaar en niet langer dan twintig jaar. </al><al>Daarom is voor de uitgiftetermijn de mogelijkheid gegeven te kiezen voor een
                    periode dertig of veertig jaar. Voor de verlenging is de mogelijkheid gegeven te
                    kiezen voor een periode van tien of twintig jaar.</al><al>Soms verkeren rechthebbenden in de onjuiste veronderstelling dat de
                    uitgiftetermijn pas begint te lopen op het moment van de eerste begraving of
                    bijzetting. Daarom is de laatste zin in het eerste lid van artikel 14,
                    betreffende de aanvang van de termijn, opgenomen.</al><al>De Wet op de lijkbezorging bepaalt in artikel 28 dat vanaf twee jaar voor het
                    verstrijken van de lopende termijn verlenging van de termijn kan worden
                    aangevraagd. Binnen een jaar na het begin van deze periode moet, volgens het
                    tweede lid van genoemd wetsartikel, het college de rechthebbende op het graf
                    mededelen dat de termijn gaat aflopen. Volgens het oude wetsartikel diende deze
                    mededeling schriftelijk te geschieden ‘aan de rechthebbende wiens adres de
                    houder van de begraafplaats bekend is of redelijkerwijs bekend kan zijn’. Het
                    laatste deel van de zin (‘of redelijkerwijs bekend kan zijn’) is bij de
                    wijziging van de wet geschrapt. In het kader van de vermindering van
                    administratieve lasten komt de verantwoordelijkheid voor het geven van het
                    juiste adres nu uitdrukkelijk bij de rechthebbende te liggen. Van de houder van
                    de begraafplaats wordt dan niet méér verlangd dan dat hij het adres uit zijn
                    eigen administratie gebruikt. Tevens ontslaat dit de beheerder van de plicht het
                    GBA-netwerk te (doen) raadplegen. Wanneer niet binnen drie maanden om verlenging
                    van het recht is verzocht, dient de mededeling bekend te worden gemaakt bij het
                    graf en bij de ingang van de begraafplaats tot aan het einde van de periode dat
                    de rechthebbende om verlenging van de termijn van uitgifte kan vragen.</al><al>Zie verder voor de bekendmakingen de toelichting op artikel 19.</al><al>Indien er ten tijde van de opheffing van de begraafplaats nog rechten op
                    particuliere graven bestaan, zal in overleg met de rechthebbenden moeten worden
                    bezien welke beslissingen er ten aanzien van die graven zullen worden
                    genomen.</al><tussenkop>Artikel 15.</tussenkop><al/><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 16.</tussenkop><al/><al>Het recht op een particulier graf wordt verleend door een beschikking van het
                    college. Hierin wordt aan de aanvrager het uitsluitend recht gegeven om lijken
                    in een bepaald graf te doen begraven. In juridisch opzicht is een vergelijking
                    mogelijk met de vergunning een standplaats in te nemen op de openbare weg. De
                    koopman mag op een bepaalde plaats staan. Net als bij de standplaatsvergunning
                    steunt het recht om lijken in een bepaald graf – vroeger aangeduid als 'eigen
                    graf' – te begraven op een persoonlijke beschikking. De eigenaar kan zijn recht
                    dus niet verkopen. Het recht kan op verzoek van de rechthebbende wel worden
                    overgeschreven op een ander.</al><al>In het vorige model was bepaald dat het recht op een graf slechts kon worden
                    overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner van de (overleden)
                    rechthebbende dan wel op naam van een bloedverwant of aanverwant tot en met de
                    derde graad. Slechts wanneer er gewichtige redenen bestonden was overschrijving
                    op naam van een ander mogelijk. Uit de praktijk bleek dat deze beperking niet of
                    lastig te handhaven is en bovendien administratieve lasten veroorzaakt. Daarom
                    is deze regel geschrapt. Wel wordt nu de mogelijkheid geboden het recht over te
                    schrijven op naam van een rechtspersoon.</al><al>Het is gewenst dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe
                    rechthebbende wordt aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de grafruimte en
                    de daaraan verbonden kosten op zich neemt. De termijn, waarbinnen de aanvraag
                    tot overschrijving kan worden gedaan, is gesteld op zes maanden na het
                    overlijden van de rechthebbende. Er is geen reden een langere termijn aan te
                    houden.</al><al>Het vierde lid van dit artikel geeft het college de mogelijkheid zo nodig van de
                    genoemde termijn af te wijken.</al><al>In het geval dat de stoffelijke resten van de rechthebbende in het graf moeten
                    worden bijgezet dient het verzoek tot overschrijving vóór de bijzetting te
                    worden gedaan. Doorgaans worden, na een overlijden, door de nabestaanden meteen
                    al de noodzakelijke regelingen getroffen. Logischerwijs is dan het aanwijzen van
                    een nieuwe rechthebbende daar één van.</al><al>Wanneer nabestaanden ontbreken is er de mogelijkheid de rechten over te
                    schrijven op naam van de notaris die de nalatenschap beheert, of op naam van de
                    Stichting Grafzorg Nederland.</al><tussenkop>Artikel 17.</tussenkop><al/><al>1.Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de rechthebbende
                    afstand van het graf kan doen.</al><tussenkop>Artikel 18.</tussenkop><al>Om de administratieve lasten te verminderen is er geen vergunningsplicht tav
                    grafbedekkingen. Een grafbedekking moet echter wel aan bepaalde eisen
                    voldoen.</al><al>Deze eisen zijn uitgewerkt in het uitvoeringsbesluit “grafbedekkingen en
                    gedenktekens”.</al><al>Deze eisen gelden voor de grafbedekkingen op algemene en voor die op
                    particuliere graven, en omvat zowel het gedenkteken als de winterharde
                    beplantingen.</al><al>Als er geen grafbedekking wordt aangebracht zal wel moeten worden aangeduid dat
                    er iemand begraven ligt om te voorkomen dat bezoekers ongewild over het graf
                    lopen. Uit een aanduiding bij het graf en uit de administratie zal voorts moeten
                    blijken wie daar begraven is.</al><tussenkop>Artikel 19.</tussenkop><al/><al>In dit artikel worden de rechten en de plichten van de rechthebbende of, in het
                    geval van algemene graven, van de gebruiker ten aanzien van de grafbedekking
                    omschreven. Alleen in dit artikel is sprake van plichten voor (bepaalde)
                    nabestaanden van overledenen die zijn bijgezet in een algemeen graf. Daarom
                    wordt hier de in artikel 1 (‘Begripsbepalingen’) gedefinieerde term ‘gebruiker’
                    gebezigd in plaats van de ruimer op te vatten term ‘belanghebbende’, die
                    voorkomt in verband met het begrip ‘algemeen graf’ in de Wet op de lijkbezorging
                    (artikel 27a).</al><al>De eigendom en daarmee ook de risicoaansprakelijkheid van hetgeen op het graf is
                    geplaatst ligt, volgens art. 32a van de Wet op lijkbezorging, bij de
                    rechthebbende. Van natrekking is geen sprake zolang het graf niet geruimd mag
                    worden.</al><al>Het onderhoud dat door de gemeente wordt verricht zal in een aantal gevallen
                    voldoende zijn voor algemene graven. Hier wordt nogmaals gesteld dat het beleid
                    dat burgemeester en wethouders ten aanzien van het onderhoud voeren duidelijk
                    dient te worden bekend gemaakt. De aard en de afmetingen van de grafbedekkingen
                    op particuliere graven en de termijn van uitgifte van deze graven met het recht
                    om deze termijn steeds te verlengen, maken dat bij deze grafbedekkingen zeker
                    niet kan worden volstaan met het minimum aan onderhoud door de gemeente.</al><al>Indien er sprake is van verwaarlozing van de grafbedekking kan de beheerder van
                    de begraafplaats de rechthebbende of de gebruiker aanspreken en sommeren tot het
                    verrichten van herstelwerkzaamheden aan de grafbedekking. De Wet op de
                    lijkbezorging bepaalt in artikel 28, het vierde tot en met het zevende lid, dat
                    het recht op het graf vervalt wanneer vijf jaar na constatering en bekendmaking
                    van de verwaarlozing niet in het onderhoud is voorzien. Hierbij wordt rekening
                    gehouden met de termijn van grafrust en de uitgiftetermijn van het graf. </al><tussenkop>Artikel 20.</tussenkop><al/><al>In de dagelijkse praktijk rijzen er nog wel eens problemen over verwijderde
                    bloemen en eenjarige planten zoals afrikanen en geraniums. Omdat de bloemen en
                    planten eigendom zijn van de rechthebbenden of de belanghebbenden is een
                    waarschuwing vooraf op zijn plaats. Het zou echter veel te omslachtig zijn
                    genoemde personen steeds per brief te waarschuwen dat de verwaarloosde planten
                    of verwelkte bloemen zullen worden verwijderd. Het beleid ten aanzien van de
                    planten en bloemen is omschreven in het uivoeringsbesluit “ grafbedekkingen en
                    gedenktekens”. Het is gewenst om verwelkte bloemen niet te snel te verwijderen
                    omdat gesteld mag worden dat zij passend zijn bij de sfeer van de
                    begraafplaats.</al><tussenkop>Artikel 21.</tussenkop><al/><al>De rechthebbende dient volgens artikel 28, tweede lid van de Wet op de
                    lijkbezorging ten minste een jaar voor het verstrijken van de termijn van het
                    recht op de hoogte te worden gesteld van dit feit, en van de mogelijkheid
                    verlenging van het recht te vragen. In veel gevallen kan dan gelijktijdig de
                    mededeling worden gedaan dat, wanneer niet om verlenging wordt verzocht, het
                    college opdracht zal geven de grafbedekking na het verstrijken van de termijn te
                    verwijderen en het graf te ruimen. Tevens kan worden medegedeeld dat de
                    grafbedekking dertien weken na verwijdering aan de gemeente vervalt.</al><al>Ook nabestaanden van overledenen die zijn begraven in een algemeen graf dienen,
                    volgens artikel 27a van de Wet op de lijkbezorging, op hoogte te worden gesteld
                    van het verstrijken van de termijn van uitgifte. Deze mededeling dient volgens
                    de wet ‘ten minste zes maanden en ten hoogste twaalf maanden voor het
                    verstrijken van de termijn van uitgifte’ aan de belanghebbende bij dat graf te
                    worden gedaan. Hierbij kan dan gelijktijdig de mededeling worden gedaan dat de
                    mogelijk aanwezige grafbedekking zal worden verwijderd en dat het graf zal
                    worden geruimd. Zie ook artikel 16, tweede lid, met de toelichting en artikel 22
                    eerste lid.</al><al>De bordjes bij de graven met een mededeling dienen alleen aan de bezoekers van
                    die graven op te vallen. Op enkele begraafplaatsen zijn goede ervaringen
                    opgedaan met bordjes van 15 x 10 cm in een onopvallende kleur.</al><al>De grafbedekking kan ook worden verwijderd nadat het college het grafrecht
                    vervallen heeft verklaard omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet
                    tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen (artikel 16, derde lid van dit
                    model), of omdat het onderhoud van het graf is verwaarloosd (artikel 28, zesde
                    lid van de Wet op de lijkbezorging). In dat geval geldt eveneens het vereiste
                    van de voorafgaande mededeling per brief of door het plaatsen van een bordje bij
                    het graf gedurende minstens een jaar.</al><al>In het vorige model was voor de recht- of belanghebbende de mogelijkheid
                    opgenomen een aanvraag in te dienen om de grafbedekking na verwijdering een
                    bepaalde periode ter beschikking te houden. Dit bracht veel administratieve
                    lasten met zich; daarom is deze mogelijkheid in het nieuwe model niet meer
                    opgenomen. Voor relevante wetgeving omtrent eigendom van roerende zaken zie
                    artikel 8, Burgerlijk Wetboek Boek 5 en artikel 5:30 Algemene wet
                    bestuursrecht.</al><tussenkop>Artikel 22.</tussenkop><al/><al>Volgens artikel 31, tweede lid van de Wet op de lijkbezorging kan een
                    particulier graf alleen geruimd worden met toestemming van de rechthebbende. Het
                    recht op een graf kan echter vervallen na het verstrijken van de termijn, of
                    omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet tijdig een nieuwe
                    rechthebbende is aangewezen (artikel 16, derde lid van dit model). Ook kan het
                    recht vervallen na verwaarlozing van het onderhoud, volgens artikel 28, zesde
                    lid van de Wet op de lijkbezorging.</al><al>De mededeling dat het college voornemens is om de graven te ruimen wordt gedaan
                    zowel aan de rechthebbenden op particuliere graven als aan de nabestaanden van
                    overledenen die zijn begraven in een algemeen graf. Zie verder hetgeen is
                    vermeld in de toelichting op artikel 21.</al><al>Eenieder kan van zijn zienswijze doen blijken, bijvoorbeeld omdat het graf van
                    historische betekenis is (zie artikel 26).</al><al>Volgens het vijfde lid van artikel 22 kan de rechthebbende vragen om de
                    overblijfselen te doen verzamelen om deze te cremeren, dan wel bij te zetten in
                    een ander graf op dezelfde begraafplaats of over te brengen naar een andere
                    begraafplaats. Ook wordt de mogelijkheid gegeven om de overblijfselen in
                    dezelfde grafruimte te doen plaatsen (het zogenaamde schudden). Het graf wordt
                    dan extra diep uitgegraven, en de overblijfselen worden onderin geplaatst. De
                    rechthebbende kan dan vervolgens het graf bestemmen voor andere overledenen. Op
                    deze wijze kan het graf gedurende langere tijd in dezelfde familie blijven.</al><al>Het vierde lid van artikel 22 opent de mogelijkheid ook bij ruiming van algemene
                    graven de stoffelijke overblijfselen dan wel de as een andere bestemming te
                    geven dan die welke genoemd is in het derde lid.</al><al>Met betrekking tot het ruimen is in het model gekozen voor een zorgplicht voor
                    de gemeente, als beheerder van de begraafplaats. Op de beheerder rust de plicht
                    er zorg voor te dragen dat met de menselijke resten welke bij de ruiming van een
                    graf worden aangetroffen te allen tijde respectvol wordt omgegaan. Er dienen
                    bovendien maatregelen te worden getroffen zodat bezoekers van de begraafplaats
                    niet met de menselijke resten worden geconfronteerd. Hoe dit in de praktijk
                    ingevuld kan worden wordt uitgewerkt in een handreiking, welke in samenspraak
                    met de branche wordt opgesteld.</al><tussenkop>Artikel 23.</tussenkop><al/><al>Het is voorgekomen dat graven die van bijzondere waarde zijn ondoordacht werden
                    geruimd. Een graf kan van betekenis zijn vanwege de persoon die er is begraven,
                    maar ook uitsluitend vanwege het gedenkteken. De overledene kan voor de
                    plaatselijke gemeenschap van betekenis zijn geweest. Het gedenkteken kan
                    opvallen door zijn vormgeving en door het gebruikte materiaal. Als voorbeeld
                    kunnen gietijzeren gedenktekens worden genoemd, vaak subtiel voorzien van
                    symbolen van de dood. Het materiaal herinnert aan een reeds lang verdwenen
                    nijverheid en is alleen al daardoor van waarde. Er dienen maatregelen te worden
                    getroffen zodat graven van bekende overledenen niet meer ondoordacht worden
                    geruimd en zeldzame voorwerpen op een terrein dat zozeer aan het verleden
                    herinnert, behouden blijven. Bij twijfel over de betekenis van het gedenkteken
                    verdient het aanbeveling een deskundige te raadplegen.</al><tussenkop>Artikel 24.</tussenkop><al/><al>Het register van de bezorgde as is niet opgenomen in het model, aangezien
                    artikel 10 van het Besluit op de lijkbezorging van 4 december 1997
                    gedetailleerde voorschriften voor dit register geeft.</al><tussenkop>Artikel 25.</tussenkop><al/><al>In artikel 28 wordt geen tijdstip vermeld waarop de oude verordening wordt
                    ingetrokken. Dat is ook niet nodig. De datum waarop de oude regeling vervalt, is
                    de datum waarop de nieuwe verordening in werking treedt.</al><al/><al>Artikel 26.</al><al/><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 27.</tussenkop><al/><al>De beheersverordening begraafplaatsen is een besluit van het gemeentebestuur op
                    overtreding waarvan straf is gesteld. Een dergelijk besluit wordt op dezelfde
                    wijze bekendgemaakt als alle overige besluiten van het gemeentebestuur die
                    algemeen verbindende voorschriften inhouden (zie artikel 139 van de
                    Gemeentewet). Voorts is de gemeente gehouden dit besluit mede te delen aan het
                    parket van het arrondissement waarin de gemeente is gelegen, volgens artikel 143
                    van de Gemeentewet.</al><tussenkop>Artikel 28.</tussenkop><al/><al>Hier geldt artikel 142 van de Gemeentewet: Alle verordeningen treden in werking
                    op de achtste dag na bekendmaking, tenzij daarvoor een ander tijdstip was
                    aangewezen. </al><tussenkop>Artikel 29.</tussenkop><al/><al>In de citeertitel wordt een jaartal opgenomen om de betrokken regeling te
                    onderscheiden van de voorgaande regeling.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>