<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/"><owmskern><dcterms:identifier>175969_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-01-15</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Trompetter, 22-05-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=44">Gemeentewet, art. 44</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-05-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=95">Gemeentewet, art. 95</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=96">Gemeentewet, art. 96</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=97">Gemeentewet, art. 97</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=98">Gemeentewet, art. 98</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=99">Gemeentewet, art. 99</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 2</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012/044/1</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/"><intitule><vet> Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden 2007 </vet></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de Gemeente Roermond,</al><al></al><al>besluit:</al><al></al><al> vast te stellen de navolgende Verordening rechtspositie wethouders en
                        raadsleden 2007 </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al> a. commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                            Gemeentewet; </al><al> b. Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22 maart
                            1994, Stb. 243; </al><al> c. Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk
                            Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244; </al><al> d. Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van 20
                            februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het
                            Rechtspositiebesluit wethouders; </al><al> e. Verplaatsingskostenregeling 1989: het besluit van de Minister van
                            Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr. AB87/74/U6DGMP/AV/FAR,
                            Stcrt. 212; </al><al> f. Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van
                            Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. 56; </al><al> g. Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van
                            Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011, Stcrt. 181; </al><al> h. raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder; </al><al> i. griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet; </al><al> j. gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de
                            Gemeentewet. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al> De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid,
                            van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden bedraagt 97,5% van
                            het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor
                            gemeenteklasse 5vastgestelde maximum. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al> 1. De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap
                            verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 5
                                <cursief>,</cursief> vermeld in tabel II van het
                            Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. </al><al> 2. Voor zolang de gemeente nog niet heeft gekozen voor de
                            Werkkostenregeling wordt de vergoeding als bedoeld in lid 1 voor het
                            raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en
                            onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van
                            die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, berekend conform het
                            bepaalde in artikel 16, onder b, van het Rechtspositiebesluit raads- en
                            commissieleden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><al> 1. Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is
                            geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, naar
                            evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is
                            geweest. </al><al> 2. De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                            geschiedt in maandelijkse termijnen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><al> 1. Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte
                            kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter
                            uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed. </al><al> 2. De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft: </al><al> a bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een
                            volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                            reiskosten; </al><al> b bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in
                            redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig de regels
                            van het Reisbesluit 1999 van de Regeling Arbeidsvoorwaarden Gemeente
                            Roermond. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al> De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                            reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid
                            vergoed tot ten hoogste de bedragen vastgesteld in het Reisbesluit 1999
                            van de Regeling Arbeidsvoorwaarden Gemeente Roermond. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><al> 1. De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen,
                            seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de
                            gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                            gemeente. </al><al> 2. Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                            symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                            verzorgd, dient daartoe bij de griffier een gemotiveerde aanvraag in. De
                            aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                            kostenspecificatie. Op de aanvraag wordt beslist door de burgemeester in
                            overleg met het presidium <cursief>.</cursief> De kosten komen voor
                            rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is in verband
                            met de vervulling van het raadslidmaatschap. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><al> 1.a Op aanvraag stelt het college het raadslid ten laste van de
                            gemeente voor de uitoefening van het raadslidmaatschap een computer,
                            bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking. </al><al> b. In dit verband wordt verstaan onder bijbehorende apparatuur een
                            printer of een all-in-one printer en onder software Microsoft Windows,
                            Microsoft Office en beveiligingssosftware. </al><al> c. Beschikbaarstelling geschiedt voor de duur van het
                            raadslidmaatschap. Na vier jaar kan het raadslid een aanvraag indienen
                            bij het college opnieuw een computer, bijbehorende apparatuur en/of
                            software in bruikleen ter beschikking te stellen. </al><al> 2. Voor zover er sprake is van een belastingheffing in verband met een
                            ten laste van de gemeente ter beschikking gestelde computer,
                            bijbehorende apparatuur en software als bedoeld in het eerste lid,
                            ontvangt het raadslid ten laste van de gemeente op aanvraag per jaar een
                            tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde daarvan voor een periode
                            van maximaal drie jaar. Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de
                            aanschafwaarde van de computer, bijbehorende apparatuur en software
                            welke het college aan raadsleden in bruikleen ter beschikking stelt. </al><al> 3. Indien geen computer, bijbehorende apparatuur en software ter
                            beschikking is gesteld, maar het raadslid voor de uitoefening van het
                            raadslidmaatschap gebruik maakt van eigen computerapparatuur,
                            bijbehorende apparatuur en software, wordt door het college hetzij voor
                            de aanschaf, hetzij het gebruik van dergelijke apparatuur op aanvraag
                            voor een periode van maximaal vier jaar een tegemoetkoming verstrekt van
                            17,5% per jaar. Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de
                            aanschafwaarde van de computer, bijbehorende apparatuur en software
                            welke het college aan raadsleden in bruikleen ter beschikking stelt. </al><al> 4.a. Op aanvraag vergoedt het college het raadslid de aanleg- en een
                            deel van de abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in het
                            eerste of derde lid genoemde computerapparatuur. </al><al> b. De abonnementskostenvergoeding bedraagt 50% van een gebruikelijk
                            abonnementstarief gebaseerd op een gemiddelde verbindingssnelheid, een
                            en ander op advies van de afdeling Informatievoorziening. De vergoeding
                            wordt maandelijks uitbetaald. </al><al> 5. Het raadslid ondertekent voor de bruikleen een bruikleenovereenkomst
                            met de gemeente. </al><al> 6. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><al> 1. Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                            aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                            toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan
                            deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van de
                            Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. </al><al> Naar keuze van het raadslid wordt de raadsvergoeding dan wel vaste
                            onkostenvergoeding verminderd met de vergoeding voor de fiets als
                            bedoeld in de Uitvoeringsregeling. </al><al> 2. Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen
                            aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel> Verlaging vergoeding werkzaamheden bij arbeidsongeschiktheid
                            </titel></kop><al> De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op
                            verzoek van een raadslid worden verlaagd in het geval hij een uitkering
                            ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke </al><al>arbeidsongeschiktheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Compensatie korting werkloosheidsuitkering</titel></kop><al> 1. In het geval een raadslid een uitkering op grond van de
                            Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die wet
                            ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van
                            het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde
                            vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze
                            vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van
                            bedoelde korting. </al><al> 2. In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het Besluit
                            Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt en de na
                            toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane korting
                            op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het
                            raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding
                            voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding
                            ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel> Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de gemeenteraad
                            </titel></kop><al> 1. Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer dan
                            30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad waarneemt,
                            ontvangt voor die waarneming een toeslag van 8% van de in artikel 2
                            bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden over de tijd van de
                            waarneming. </al><al> 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
                            onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13a</nr><titel>Ziektekostenvoorziening</titel></kop><al> 1. De tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering als
                            bedoeld in artikel 11 van het Rechtspositiebesluit raads- en
                            commissieleden bedraagt € 175 per jaar. </al><al> 2. In het geval een raadslid gedurende een gedeelte van het
                            kalenderjaar lid van de raad is geweest ontvangt hij de tegemoetkoming,
                            bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van het aantal dagen dat
                            hij in dat jaar raadslid is geweest. </al><al> 3. De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid,
                            geschiedt in maandelijkse termijnen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13b</nr><titel> Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en
                                bevalling of ziekte </titel></kop><al> 1. De artikelen 2 tot en met 4, 8 tot en met 12 en 13a blijven van
                            toepassing op het raadslid aan wie ingevolge artikel X 10 van de Kieswet
                            tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of
                            ziekte, met dien verstande dat de onkostenvergoeding die dit raadslid op
                            grond van artikel 3, eerste of tweede lid, ontvangt de helft bedraagt
                            van het bedrag dat op grond van die bepalingen van toepassing is. </al><al> 2. De artikelen 1 tot en met 7, 8, eerste, tweede, vierde en vijfde
                            lid, en 11 tot en met 13a van deze verordening zijn van toepassing op
                            raadsleden die tijdelijk worden benoemd ter vervanging van een raadslid
                            dat ingevolge artikel X10 van de Kieswet tijdelijk ontslag heeft
                            verkregen wegens zwangerschap en bevalling of ziekte. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al> 1. De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschapschap
                            verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 18.001 en
                            groter <cursief>,</cursief> vermeld in artikel 25 van het
                            Rechtspositiebesluit wethouders. </al><al> 2. Indien de wethouder op grond van artikel 20 van deze verordening een
                            mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking is gesteld bedraagt de in
                            het vorige lid bedoelde onkostenvergoeding 91% van het voor hem
                            ingevolge het eerste lid geldende bedrag. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel> Reiskosten woon-werkverkeer en vergoeding verhuiskosten </titel></kop><al> 1. Aan de wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de
                            gemeente beschikt wordt voor het reizen tussen zijn woning en zijn
                            plaats van tewerkstelling een tegemoetkoming in de kosten van het reizen
                            verleend als bedoeld in artikel 1 van Regeling rechtspositie wethouders. </al><al> 2. Bij verhuizing naar de gemeente heeft de wethouders als bedoeld in
                            lid 1 recht op een vergoeding van verhuiskosten als bedoeld in artikel 2
                            van de Regeling rechtspositie wethouders. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><al> 1. Aan de wethouder wordt, naast de tegemoetkoming bedoeld in artikel
                            15, vergoeding verleend voor reiskosten ter zake van andere dan de in
                            artikel 15 bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente gemaakt. De
                            vergoeding betreft: </al><al> a. bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een
                            volledige vergoeding van de reiskosten; </al><al> b. bij gebruik van een eigen personenauto: de vergoeding als bedoeld in
                            artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders; </al><al> c. een vergoeding van de noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte
                            verblijfkosten; </al><al> 2. Op aanvraag worden de reiskosten voor de zakelijke reizen van de
                            wethouder gesaldeerd overeenkomstig de regeling voor gemeentelijk
                            personeel. Indien geen regeling als bedoeld in de eerste volzin is
                            vastgesteld vindt op aanvraag saldering van de reiskosten voor de
                            zakelijke reizen van de wethouder plaats overeenkomstig artikel 4a van
                            de Reisregeling binnenland, artikel 2a van de Reisregeling buitenland en
                            artikel 13a van de krachtens het Verplaatsingskostenbesluit 1989
                            vastgestelde Verplaatsingskostenregeling 1989. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><al> 1. Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten
                            Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis-
                            en verblijfkosten vergoed. </al><al> 2. Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet
                            zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van
                            het college vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming
                            voorwaarden verbinden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><al> 1. De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen,
                            seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de
                            gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                            gemeente. </al><al> 2. De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                            symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                            verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat
                            vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De
                            kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen
                            belang is in verband met de uitoefening van het ambt van wethouder.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><al> 1.a. Op aanvraag worden de wethouder ten laste van de gemeente voor de
                            uitoefening van het ambt een computer, bijbehorende apparatuur en
                            software in bruikleen ter beschikking gesteld. </al><al> b. In dit verband wordt verstaan onder bijbehorende apparatuur een
                            printer of een all-in-one printer en onder software Microsoft Windows,
                            Microsoft Office en beveiligingssosftware. </al><al> c. Beschikbaarstelling geschiedt voor de duur van het wethouderschap.
                            Na vier jaar kan de wethouder een aanvraag indienen opnieuw een
                            computer, bijbehorende apparatuur en/of software in bruikleen ter
                            beschikking te stellen. </al><al> 2. Voor zover er sprake is van een belastingheffing in verband met een
                            ten laste van de gemeente ter beschikking gestelde computer,
                            bijbehorende apparatuur en software als bedoeld in het eerste lid
                            ontvangt de wethouder ten laste van de gemeente op aanvraag per jaar een
                            tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde daarvan voor een periode
                            van maximaal drie jaar. Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de
                            aanschafwaarde van de computer, bijbehorende apparatuur en software
                            welke het college aan wethouders in bruikleen ter beschikking stelt. </al><al> 3. Indien geen computer, bijbehorende apparatuur en software ter
                            beschikking is gesteld, maar de wethouder voor de uitoefening van het
                            wethouderschap gebruik maakt van eigen computerapparatuur, bijbehorende
                            apparatuur en software, wordt door het college hetzij voor de aanschaf,
                            hetzij het gebruik van dergelijke apparatuur op aanvraag voor een
                            periode van maximaal vier jaar een tegemoetkoming verstrekt van 17,5%
                            per jaar. Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de aanschafwaarde van
                            de computer, bijbehorende apparatuur en software welke het college aan
                            raadsleden in bruikleen ter beschikking stelt. </al><al> Voornoemde tegemoetkoming geldt voor de duur van het wethouderschap. Na
                            vier jaar kan de wethouder opnieuw een aanvraag indienen voor het
                            toekennen van een tegemoetkoming. </al><al> 4.a. Op aanvraag vergoedt het college de wethouder de aanleg- en een
                            deel van de abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in het
                            eerste of derde lid genoemde computerapparatuur. </al><al> b. De abonnementskostenvergoeding bedraagt 50% van een gebruikelijk
                            abonnementstarief gebaseerd op een gemiddelde verbindingssnelheid, een
                            en ander op advies van de afdeling Informatievoorziening. De vergoeding
                            wordt maandelijks uitbetaald. </al><al> 5. De wethouder ondertekent voor de bruikleen een bruikleenovereenkomst
                            met de gemeente. </al><al> 6. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Mobiele telefoon</titel></kop><al> 1. Op aanvraag wordt de wethouder voor uitsluitend de uitoefening van
                            zijn ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld. </al><al> 2. De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de
                            gemeente. </al><al> 3. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. </al><al> 4. Voor een beperkt gebruik van de in bruikleen beschikbaar gestelde
                            mobiele telefoon voor privé-doeleinden vindt maandelijks een inhouding
                            plaats op de wethoudersvergoeding van € 10,-. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><al> 1. De wethouder kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in
                            artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar keuze van
                            de wethouder wordt de bezoldiging dan wel vaste onkostenvergoeding dan
                            wel eindejaarsuitkering verminderd met de vergoeding voor de fiets als
                            bedoeld in de Uitvoeringsregeling. </al><al> 2. Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen
                            aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Schadevergoeding zakelijk autogebruik</titel></kop><al> Naar analogie van de terzake geldende regeling voor gemeentepersoneel
                            wordt aan de wethouder de schade vergoed van een aan hem toebehorend
                            motorrijtuig in de zin van de Wet aansprakelijkheidsverzekering
                            motorrijtuigen welke hij lijdt ten gevolge van de uitoefening van zijn
                            ambt. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al> Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door </al><al>a. betaling uit eigen middelen; of</al><al> b. rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><al> 1. Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5, 6, 15,
                            16 en 17 wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier, waarvan het
                            model door het college is vastgesteld, indien deze kosten uit eigen
                            middelen vooruit zijn betaald. </al><al> 2. Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend. Het
                            raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het declaratieformulier
                            binnen 2 maanden bij de griffier, onderscheidenlijk de
                            gemeentesecretaris of een door hem aangewezen ambtenaar in, onder
                            bijvoeging van de originele bewijsstukken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><al> 1. De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7, 15, 16, 17 en
                            18 kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het
                            raadslid, onderscheidenlijk de wethouder voor akkoord ondertekende
                            factuur aan de gemeente. </al><al> 2. Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het
                            begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is
                            vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen. </al><al> 3. Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het
                            begeleidingsformulier en de factuur binnen 2 maanden in bij de griffier,
                            onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of de door hem aangewezen
                            ambtenaar. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al> Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            wethouders en raadsleden 2007. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>