<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR175876_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Leidingenverordening Lopik 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lopik</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-04-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lopik</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kontakt</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Leidingenverordening 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukIX/Artikel149/geldigheidsdatum_16-10-2013">gemeentewet 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukIX/Artikel154/geldigheidsdatum_16-10-2013">gemeenteweg 154</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukIX/Artikel156/geldigheidsdatum_16-10-2013">gemeentewet 156</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-04-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-06-12</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit 24 april 2012</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Leidingenverordening Lopik 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr.: 13</al><al>Onderwerp: Leidingenverordening Lopik 2012</al><al>De raad van de gemeente Lopik;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 20 maart 2012;</al><al>gelet op:</al><lijst><li nr="-"><al>de artikelen 149, 154 en 156 Gemeentewet;</al></li><li nr="-"><al>artikel 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente
                                Lopik,</al></li></lijst><al>besluit unaniem:</al><al>-- - - - - - - - - - -</al><al>vast te stellen de navolgende:</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Leidingenverordening algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="63*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>Belanghebbende</al></entry><entry colname="col3"><al>leidingexploitant van wie een vergunning ten gevolge
                                                van een werk als bedoeld in artikel 9, lid 7, van
                                                deze verordening geheel of gedeeltelijk wordt
                                                ingetrokken of gewijzigd;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bijzondere bestrating</al></entry><entry colname="col3"><al>bestrating die qua kleur, vorm, afmetingen of
                                                samenstelling afwijkt van wat er in deze gemeente
                                                gebruikelijk is;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>College</al></entry><entry colname="col3"><al>college van burgemeester en wethouders van de
                                                gemeente Lopik;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>Grondgebied</al></entry><entry colname="col3"><al>het grondgebied van de gemeente Lopik;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>Groot onderhoud</al></entry><entry colname="col3"><al>hieronder vallen de werken die in het reguliere
                                                nutsoverleg worden besproken;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>Huisaansluiting</al></entry><entry colname="col3"><al>het gedeelte van de kabel van minder dan 25 meter in
                                                openbare gronden dat een netwerk verbindt met een
                                                netwerkaansluitpunt;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al>Kunstwerken</al></entry><entry colname="col3"><al>voor de geleiding van een leiding aangebrachte
                                                infrastructuur, waaronder in ieder geval wordt
                                                verstaan leidingentunnels en leidingenviaducten, en
                                                in infrastructuur aanwezige voorzieningen ten
                                                behoeve van de geleiding van leidingen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2"><al>Leiding</al></entry><entry colname="col3"><al>een buis bestemd voor het transport van vaste
                                                stoffen, vloeistoffen en gassen, of een kabel,
                                                gelegen in, op of boven de grond, met uitzondering
                                                van bovengrondse hoogspanningskabels, of in
                                                kunstwerken, met alle daarbij behorende
                                                voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten,
                                                afsluiters, brandkranen, kasten, etc.;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.</al></entry><entry colname="col2"><al>Leidingexploitant</al></entry><entry colname="col3"><al>degene onder wiens verantwoordelijkheid een leiding
                                                wordt aangelegd, beheerd of geëxploiteerd, waaronder
                                                tevens wordt begrepen degene die een vergunning voor
                                                het aanleggen van een leiding heeft
                                                aangevraagd;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j.</al></entry><entry colname="col2"><al>nadeelcompensatie</al></entry><entry colname="col3"><al>het bedrag dat op basis van deze regeling als
                                                schadevergoeding wordt toegekend aan de
                                                belanghebbende;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>k.</al></entry><entry colname="col2"><al>Ondergrondse obstakels</al></entry><entry colname="col3"><al>bodemverontreiniging, materialen, objecten en
                                                stoffen die nadelige beïnvloeding van de staat van
                                                de aan te leggen of gelegde leiding tot gevolg
                                                hebben of kunnen hebben;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>l.</al></entry><entry colname="col2"><al>Openbare ruimte</al></entry><entry colname="col3"><al>alle voor het publiek openbare, al dan niet met
                                                enige beperking, toegankelijke plaatsen binnen de
                                                gemeente Lopik;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>m.</al></entry><entry colname="col2"><al>Rijzen</al></entry><entry colname="col3"><al>het verticaal omhoog verplaatsen zonder onderbreking
                                                van een leiding wat nodig is als gevolg van
                                                verzakking van de grond;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>n.</al></entry><entry colname="col2"><al>Rob</al></entry><entry colname="col3"><al>afdeling Ruimtelijke ontwikkeling en beheer van de
                                                gemeente Lopik;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>o.</al></entry><entry colname="col2"><al>Schadebedrag</al></entry><entry colname="col3"><al>financieel nadeel dat de belanghebbende lijdt als
                                                gevolg van een werk;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>p.</al></entry><entry colname="col2"><al>Vergunning</al></entry><entry colname="col3"><al>een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de deze
                                                verordening;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>q.</al></entry><entry colname="col2"><al>Verzoek</al></entry><entry colname="col3"><al>een verzoek om nadeelcompensatie als bedoeld in
                                                artikel 15 van deze verordening;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>r.</al></entry><entry colname="col2"><al>Werkzaamheden</al></entry><entry colname="col3"><al>werkzaamheden in verband met de aanleg,
                                                instandhouding en opruiming van leidingen in of op
                                                openbare gronden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op de aanleg, het houden, het
                                onderhouden, de exploitatie, het verwijderen en verleggen van
                                leidingen in de openbare ruimte en in of op kunstwerken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening is niet van toepassing op kabels, als bedoeld in
                                artikel 1.1, onder z, van de Telecommunicatiewet en op leidingen,
                                die onderdeel zijn van een inrichting als bedoeld in de Wet
                                milieubeheer of deel uitmaken van drukapparatuur als bedoeld in het
                                Warenwetbesluit drukapparatuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning leidingen
                                in, op of boven de openbare ruimte en in of op kunstwerken:</al><lijst><li nr="a."><al>aan te leggen of te houden;</al></li><li nr="b."><al>te onderhouden of te exploiteren;</al></li><li nr="c."><al>te verwijderen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning bestaande
                                leidingen:</al><lijst><li nr="a."><al>te wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>te verplaatsen;</al></li><li nr="c."><al>een andere functie te geven dan in de vergunning is
                                        omschreven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning
                                werkzaamheden te verrichten in, aan of bij een verzamelput op
                                grondgebied in eigendom van een natuurlijk persoon of particulier
                                rechtspersoon.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, meldt dit voornemen
                                ten minste acht weken voor aanvang van de werkzaamheden schriftelijk
                                aan het college. Hierop kan het college een vergunning hiervoor
                                verlenen. Voor deze vergunning is geen recht verschuldigd. Artikelen
                                4:20a tot en met 4:20f van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet
                                van toepassing op deze vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval van het aanbrengen of verwijderen van kabels in reeds
                                aangebrachte voorzieningen, van reparaties of van het maken van
                                huisaansluitingen met een maximale lengte van 25 meter in de
                                openbare ruimte, moeten deze, in afwijking van lid 1, minimaal vijf
                                werkdagen voorafgaande aan de aanvang van deze werkzaamheden
                                schriftelijk worden gemeld aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het tweede lid is niet van toepassing op hoogspanningskabels zijnde
                                kabels van meer dan 380 kVolt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, kan hierover
                                vooroverleg voeren met het college teneinde de melding bedoeld in
                                het lid 1 van dit artikel voor te bereiden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de werkzaamheden mede betrekking hebben op gronden van een
                                andere gedoogplichtige dan de gemeente, dan wordt het college
                                uiterlijk vier weken na ontvangst van de melding in het eerste lid
                                schriftelijk in kennis gesteld van de resultaten van het overleg
                                tussen de aanbieder en de andere gedoogplichtige.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>Ingeval van spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van ernstige
                            belemmeringen of storingen van het netwerk volstaat de aanbieder met een
                            melding voorafgaand aan de start van de werkzaamheden. De aanbieder
                            maakt achteraf zo spoedig mogelijk een schriftelijke melding van de
                            werkzaamheden aan het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leidingexploitant draagt er zorg voor dat de aan de vergunning
                                verbonden voorschriften worden nageleefd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de leiding ten aanzien waarvan een vergunning is verleend
                                wordt overgedragen of de leidingexploitant in een andere rechtsvorm
                                wordt omgezet, melden de oude en de nieuwe leidingexploitant,
                                respectievelijk meldt de nieuwe rechtspersoon dit onverwijld
                                schriftelijk aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning wordt afgegeven voor onbepaalde tijd, tenzij het
                                college in de vergunning bepaalt dat de vergunning slechts voor de
                                in de vergunning genoemde periode geldt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het eerste en tweede lid kan het college in de
                                vergunning bepalen dat de vergunning slechts geldt voor de
                                leidingexploitant.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onverlet de krachtens deze verordening verleende vergunning is, voor
                                zover van toepassing, tevens een vergunning op grond van artikel
                                2:11 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Lopik 2010
                                en/of op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
                                benodigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een beslissing op een melding als bedoeld in artikel 4, eerste lid,
                                van deze verordening wordt genomen uiterlijk acht weken na de datum
                                van ontvangst van de melding. Indien een beslissing niet binnen acht
                                weken kan worden genomen, deelt het college dit schriftelijk aan de
                                aanvrager mede. Daarbij noemt het college een redelijke termijn
                                waarbinnen de beslissing alsnog tegemoet kan worden gezien.
                                Artikelen 4:20a tot en met 4:20f van de Algemene wet bestuursrecht
                                zijn niet van toepassing op deze beslissing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid houdt het college de
                                beslissing aan, indien er in verband met werkzaamheden ten behoeve
                                van het openbaar elektronisch communicatienetwerk een
                                omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk op grond van de
                                Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of een omgevingsvergunning
                                voor het oprichten, het veranderen of veranderen van de werking of
                                het in werking hebben van een inrichting op grond van de Wet
                                algemene bepalingen omgevingsrecht of een omgevingsvergunning voor
                                het vellen of doen vellen van een houtopstand is vereist. Het
                                college stelt de aanvrager onverwijld schriftelijk in kennis van de
                                aanhouding.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het tweede lid genoemde aanhouding eindigt op de dag na die
                                waarop een onherroepelijke beslissing op de betreffende aanvraag is
                                genomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergunning wordt in ieder geval geweigerd, indien niet wordt
                                voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan voorschriften en beperkingen stellen omtrent het
                                tijdstip, de plaats en de wijze van uitvoering bij aanleg,
                                onderhoud, verplaatsing en opruiming van leidingen, het bevorderen
                                van medegebruik van voorzieningen en het afstemmen van de
                                voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond
                                aanwezige werken, alsook over de afmeting van kasten, handholes en
                                andere toebehoren, behorende bij een leidingennetwerk en de
                                bescherming van andere zaken dan het onderhavige werk.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De nadere regels bedoeld in het eerste lid kunnen betrekking hebben
                                op:</al><lijst><li nr="a."><al>De bescherming van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>De bescherming van de bodem;</al></li><li nr="c."><al>De bescherming van de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>De voorkoming van gevaar, schade of hinder;</al></li><li nr="e."><al>De verkeersveiligheid en goede doorstroming van het
                                        verkeer;</al></li><li nr="f."><al>Het verschaffen van nadere informatie;</al></li><li nr="g."><al>De bescherming en ongestoorde exploitatie van naburige
                                        leidingen;</al></li><li nr="h."><al>De afstemming met andere werken;</al></li><li nr="i."><al>De verzekering van de toestand waarin het tracé na
                                        voltooiing van het werk moet worden opgeleverd;</al></li><li nr="j."><al>Het behoud van de integriteit van de leiding;</al></li><li nr="k."><al>De bepaling van het tijdstip waarop de feitelijke
                                        werkzaamheden aan de leiding mogen of moeten beginnen;</al></li><li nr="l."><al>Het tijdschema voor de aanleg, wijziging of verwijdering van
                                        de leiding;</al></li><li nr="m."><al>De bepaling van onderhoudsverplichtingen;</al></li><li nr="n."><al>Het tracé waar de leiding moet worden gelegd en
                                        gehouden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan met het oog op de belangen bedoeld in het tweede lid
                                een verleende vergunning wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Met de werkzaamheden moet binnen zes maanden na de in de vergunning
                                opgenomen datum van aanvang van de werkzaamheden zijn gestart. De
                                werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen zes maanden na de
                                feitelijke aanvang van de werkzaamheden. Het college kan in de
                                vergunning ruimere termijnen opnemen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien binnen vijf jaar na groot onderhoud of herinrichting van de
                                openbare gronden de leidingexploitant werkzaamheden moet uitvoeren,
                                verlangt het college specifiek schadeherstel. De hiermee gepaard
                                gaande kosten zijn voor rekening van de leidingexploitant.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de aanbieder werkzaamheden moet uitvoeren in bijzondere
                                bestrating, verlangt het college specifiek schadeherstel.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college kan de vergunning onverminderd het bepaalde in het derde
                                lid, wijzigen of intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>De leidingexploitant de exploitatie en het onderhoud van de
                                        leiding gedurende een aaneengesloten periode van ten minste
                                        zes maanden staakt dan wel de leiding anderszins gedurende
                                        een periode van ten minste zes maanden niet in gebruik is en
                                        niet onderhouden is;</al></li><li nr="b."><al>Blijkt dat de vergunning op basis van onjuiste of
                                        onvolledige gegevens is verleend;</al></li><li nr="c."><al>De vergunning in strijd met enig wettelijk voorschrift is
                                        afgegeven;</al></li><li nr="d."><al>De leidingexploitant het bepaalde bij of krachtens deze
                                        verordening of de vergunningvoorschriften niet naleeft;</al></li><li nr="e."><al>Na het verlenen van de vergunning naar het oordeel van het
                                        college gegronde aanleiding bestaat te veronderstellen dat
                                        het van kracht blijven van de vergunning onaanvaardbare
                                        schadelijke gevolgen heeft voor mens, natuur of milieu en
                                        hieraan door het stellen van nadere voorschriften en
                                        beperkingen aan de verleende vergunning niet kan worden
                                        tegemoetgekomen;</al></li><li nr="f."><al>Dit noodzakelijk is vanwege de uitvoering van werken.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college trekt de vergunning in indien de leidingexploitant
                                schriftelijk aan het college verklaart van de vergunning geen
                                gebruik meer te willen maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die een schriftelijke verklaring als bedoeld in het eerste
                                lid afgeeft, wordt gedurende de tijd dat de leiding na opzegging in
                                de openbare ruimte aanwezig is, beschouwd als leidingexploitant,
                                tenzij de leiding is overgedragen of wordt geëxploiteerd of beheerd
                                door een andere persoon, in welk geval laatstgenoemde persoon als
                                leidingexploitant wordt beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid wordt in het geval van een
                                persoonsgebonden vergunning als bedoeld in artikel 6, tweede lid, de
                                vergunninghouder als leidingexploitant beschouwd tot het moment dat
                                hij schriftelijk aan het college verklaart van de vergunning geen
                                gebruik meer te willen maken en de exploitatie van de leiding staakt
                                of de leiding waar de vergunning betrekking op heeft in eigendom
                                overdraagt en hij daarvan schriftelijk melding heeft gemaakt bij het
                                college, met dien verstande dat hij het bewijs van de overdracht kan
                                leveren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De leidingexploitant draagt er zorg voor dat het leidingtracé na
                                    afloop van het werk in de oorspronkelijke, dan wel in de
                                    vergunning omschreven staat wordt opgeleverd.</al></li><li nr="2."><al>Indien door de leidingexploitant werkzaamheden aan leidingen in
                                    de openbare ruimte worden uitgevoerd, brengt het college de
                                    kosten voor nader herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van
                                    die openbare ruimte die het rechtstreekse gevolg zijn van de
                                    uitgevoerde</al><al>werkzaamheden bij de leidingexploitant in rekening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden ondergrondse
                                obstakels worden aangetroffen, meldt de leidingexploitant dit
                                onverwijld aan het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij gebleken ondergrondse obstakels in of nabij het
                                tracé van de leiding aan de leidingexploitant maatregelen opdragen
                                ter bescherming van de belangen waartoe deze verordening strekt en
                                opschorting van de werkzaamheden gelasten. De kosten van de te nemen
                                maatregelen komen ten laste van de vergunninghouder.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het tweede lid bedoelde opschorting wordt pas gelast,
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>is gebleken dat geen uitvoering is gegeven aan de door het
                                        college aan de leidingexploitant opgedragen maatregelen,
                                        of</al></li><li nr="b."><al>naar het oordeel van het college maatregelen als bedoeld
                                        onder a. niet mogelijk zijn.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Het college kan de leidingexploitant verplichten na de voltooiing van
                            het werk afschriften van tekeningen, waaruit de feitelijke situatie na
                            de uitvoering van de werkzaamheden blijkt, om niet digitaal in
                            DWG/DXF-formaat aan het college ter beschikking te stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leidingexploitant is verplicht zorg te dragen voor een goede
                                staat van onderhoud van de leiding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de leidingexploitant verplichten periodiek aan het
                                college een door een onafhankelijk en deskundig bureau opgesteld
                                rapport te verstrekken, waarin wordt aangetoond dat de leiding
                                voldoet aan de beperkingen en voorschriften waaronder de vergunning
                                is verleend. De leidingexploitant draagt de kosten van dit
                                onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien naar het oordeel van het college een leiding onvoldoende is
                                onderhouden, zendt het college een aanzegging naar de
                                leidingexploitant. De leidingexploitant meldt binnen de in de
                                aanzegging bepaalde termijn op welke wijze en binnen welke termijn
                                de onderhoudswerkzaamheden zullen worden verricht. Het college trekt
                                de vergunning in indien de leidingexploitant de
                                onderhoudswerkzaamheden niet binnen de in de aanzegging gestelde
                                termijn heeft voltooid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien voor het verrichten van onderhoud aan de leiding
                                graafwerkzaamheden in de openbare ruimte noodzakelijk zijn, zijn
                                artikel 10 tot en met artikel 13 van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien blijkt dat een leidingexploitant als gevolg van een besluit
                                van het college, inhoudende een intrekking of wijziging van een
                                vergunning schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of
                                niet geheel tot het normale bedrijfsrisico kan worden gerekend en
                                waarvan een vergoeding niet of niet voldoende is verzekerd, kent het
                                college op verzoek aan hem een vergoeding toe. Onder het normaal
                                bedrijfsrisico valt in ieder geval het verleggen van leidingen ouder
                                dan 15 jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op het verzoek zoals genoemd in het eerste lid wordt overeenkomstig
                                Hoofdstuk 2 beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leidingexploitant is verplicht verontreiniging, gevaar of hinder,
                                dan wel storingen waarbij verontreiniging, gevaar of hinder kunnen
                                optreden, onmiddellijk te melden aan het college en alle maatregelen
                                te treffen teneinde verdere verontreiniging, schade of hinder te
                                voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de leidingexploitant opdragen een milieutechnisch
                                onderzoek dan wel een onderzoek naar mogelijk gevaar of hinder uit
                                te voeren, indien een redelijk vermoeden bestaat van
                                verontreiniging, gevaar of hinder, ontstaan bij de exploitatie van
                                de leiding. De kosten voor dit onderzoek komen voor rekening van de
                                leidingexploitant.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij gebleken of ernstige dreiging van
                                verontreiniging, gevaar of hinder in of nabij het tracé van de
                                leiding opschorting gelasten van de exploitatie van de betreffende
                                leiding en, indien sprake is van een vergrote kans op
                                verontreiniging, gevaar of hinder door belendende leidingen, van
                                belendende leidingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leidingexploitant is verplicht na het verlopen, opzeggen of
                                geheel of gedeeltelijke intrekken van de vergunning de leiding
                                binnen een door het college te bepalen termijn te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De artikelen 3, 10, 11 en 12 van deze verordening zijn van
                                overeenkomstige toepassing op de verwijderingen, zoals bedoeld in
                                het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het college aan te wijzen
                            personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><al>Overtreding van het bepaalde in de artikelen 3, 6, tweede lid, 8, vierde
                            lid, 11, eerste lid, 13, eerste lid en derde lid, tweede volzin, 15,
                            derde lid, en 16, eerste lid, van deze verordening wordt gestraft met
                            hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede
                            categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Nadeelcompensatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al>Dit hoofdstuk is niet van toepassing op het gemeentelijke rioleringsnet.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><al>Het schadebedrag wordt berekend overeenkomstig de bepalingen uit
                            artikelen 43 tot en met 48 van deze regeling. Bij die berekening worden
                            uitsluitend de kosten van uit- en in bedrijfstellen, ontwerp en
                            begeleiding, uitvoering en materiaal betrokken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><al>Indien de leidingexploitant binnen vijf jaren na de verzenddatum van de
                            beschikking tot vergunningverlening een aanwijzing krijgt tot het
                            verleggen van een leiding vanwege een besluit van het college tot
                            intrekking of wijziging van een vergunning, bedraagt de
                            nadeelcompensatie 100% van het schadebedrag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><al>Indien de leidingexploitant een aanwijzing krijgt tot het verleggen van
                            een leiding in de periode gelegen vanaf vijf tot en met vijftien jaren,
                            gerekend vanaf de datum van de inwerkingtreding van de betrokken
                            vergunning, zal de gemeente 80% van het schadebedrag vanaf het 6e jaar
                            tot 0% vanaf het 16e jaar (trapsgewijs) als nadeelcompensatie uitkeren
                            volgens het schema weergegeven in bijlage 2. Indien de betreffende
                            leiding is neergelegd zonder dat hiervoor een vergunning is afgegeven,
                            bestaat er geen recht op nadeelcompensatie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><al>Wanneer de vergunning een bepaalde looptijd heeft, wordt geen
                            nadeelcompensatie uitgekeerd wanneer de leidingexploitant na het
                            verlopen van de looptijd een aanwijzing krijgt tot het verleggen of
                            verwijderen van de leiding. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><al>Indien de leidingexploitant een aanwijzing krijgt tot het verleggen van
                            een leiding na vijftien jaar, gerekend vanaf de datum van de
                            inwerkingtreding van zijn vergunning, wordt geen nadeelcompensatie
                            uitgekeerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr></kop><al>De gemeente en de leidingexploitant beperken bij verwijdering,
                            verlegging of aanpassing van de leiding van de belanghebbende elkaars
                            schade zo veel mogelijk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><al>Indien in bijzondere omstandigheden gronden aanwezig zijn om te
                            concluderen dat redelijkerwijs een groter of kleiner gedeelte van het
                            schadebedrag ten laste van de leidingexploitant moet blijven dan uit
                            toepassing van de artikelen 21 t/m 24 voortvloeit, kan het college van
                            de bepalingen uit die paragraaf gemotiveerd afwijken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien vanwege het werk sprake is van meerdere (tijdelijke)
                                verleggingen van dezelfde leiding, is op de eerste tijdelijke
                                verlegging deze regeling van toepassing en komen de kosten van de
                                overige verleggingen ten laste van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op het leggen van een
                                noodnet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr></kop><al>Geen nadeelcompensatie wordt toegekend als in de vergunning een bepaling
                            is opgenomen dat binnen een periode van vijf jaren na de datum van
                            inwerkingtreding van de vergunning, een wijziging of intrekking van die
                            vergunning is te voorzien in verband met binnen die periode uit te
                            voeren werkzaamheden in de openbare ruimte waarin, waarop of waarboven
                            de leiding is gelegen en in deze periode daadwerkelijk een aanwijzing
                            als bedoeld in artikel 34 van deze regeling wordt gegeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr></kop><al>Als de aanwijzing niet wordt gegeven binnen de periode bedoeld in
                            artikel 28 dan geldt het toepasselijke vergoedingsregime zoals in deze
                            regeling is opgenomen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr></kop><al>Indien als gevolg van de uitvoering van een werk de leidingexploitant de
                            leiding moet rijzen komen de kosten hiervan ten laste van
                            leidingexploitant. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 36 wordt de hoogte van de
                            nadeelcompensatie bepaald op basis van een vaste prijs als het voorlopig
                            vastgestelde bedrag aan nadeelcompensatie volgens artikel 37 lager is
                            dan €10.000,00. In andere gevallen wordt de hoogte van de
                            nadeelcompensatie bepaald op basis van voor- en nacalculatie, tenzij
                            partijen anders zijn overeengekomen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr></kop><al>Het college maakt zijn voornemen van een werk bekend middels een
                            aanschrijving aan de belanghebbende. Hierin is een omschrijving van het
                            werk opgenomen met vermelding van noodzakelijk te verleggen leidingen.
                            Indien sprake is van aanwezige leidingen die niet noodzakelijk verlegd
                            moeten worden zal de leidingexploitant de gelegenheid krijgen om op
                            eigen kosten die leidingen te rijzen, te vervangen of te verwijderen.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr></kop><al>Het college streeft ernaar overeenstemming te bereiken met de
                            leidingexploitant over verlegging (een technisch adequate oplossing
                            tegen de maatschappelijk laagste kosten), uitvoering en planning. Het
                            college voert hiertoe vooroverleg met leidingexploitant. Als er een
                            vooroverleg is gepland en de leidingexploitant is hier niet aanwezig
                            zonder redelijke grond en kennisgeving en anders dan door overmacht, dan
                            vervalt de aanspraak op nadeelcompensatie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belanghebbende dient bij het indienen van een verzoek om
                                nadeelcompensatie aan te tonen op welke datum vergunning is verleend
                                voor het aanleggen van de leiding op de locatie waaruit zij moet
                                worden verlegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien niet kan worden aangetoond op welke datum vergunning is
                                verleend dan wel op welke datum met het leggen is aangevangen, dan
                                wordt er vanuit gegaan dat de betreffende leiding langer dan 15 jaar
                                aanwezig is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr></kop><al>Het college neemt het besluit tot een schriftelijke aanwijzing voor het
                            verleggen van een leiding zo mogelijk op basis van overeenstemming,
                            bereikt in het vooroverleg als bedoeld in artikel 33.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr></kop><al>De belanghebbende dient zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen één
                            jaar na verzending van de aanwijzing van het college tot het verleggen
                            van een leiding een verzoek in om
                                <onderstreept>voorlopige</onderstreept> vaststelling van
                            nadeelcompensatie. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het formulier,
                            opgenomen in bijlage 1.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr></kop><al>Het verzoek bevat ten minste:</al><lijst><li nr="a."><al>De naam en het adres van de verzoeker;</al></li><li nr="b."><al>Een omschrijving of kopie van de aanwijzing van het college aan
                                    de leidingexploitant tot het verleggen van de leiding; In
                                    verzakte straten worden nieuwe leidingen volgens het legschema
                                    leidingen ten opzichte van het bestaande straatpeil gelegd;</al></li><li nr="c."><al>De hoogte van de nadeelcompensatie waarop naar het oordeel van
                                    verzoeker aanspraak gemaakt wordt;</al></li><li nr="d."><al>Een kostenspecificatie volgens het model weergegeven in bijlage
                                    1;</al></li><li nr="e."><al>Datum dagtekening;</al></li><li nr="f."><al>Ondertekening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college neemt binnen acht weken na indiening van het verzoek om
                                voorlopige vaststelling van de nadeelcompensatie een besluit:</al><lijst><li nr="a."><al>Om het verzoek buiten behandeling te laten, indien deze is
                                        ingediend buiten de termijn genoemd in artikel 36;</al></li><li nr="b."><al>Om het verzoek buiten behandeling te laten, indien deze naar
                                        het oordeel van het college niet of onvoldoende is
                                        onderbouwd en de leidingexploitant in de gelegenheid is
                                        gesteld het verzuim te herstellen binnen vier weken nadat
                                        het verzuim kenbaar is gemaakt aan leidingexploitant;</al></li><li nr="c."><al>Om het verzoek geheel of gedeeltelijk in te willigen;</al></li><li nr="d."><al>Om het verzoek af te wijzen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan deze termijn eenmalig met acht weken verlengen. Het
                                college stelt verzoeker hiervan schriftelijk in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr></kop><al>Het aanpassen van de leiding is gereed op het moment dat de
                            werkzaamheden voor de verlegging van de leiding geheel zijn afgerond.
                            Binnen een jaar na dat moment dient belanghebbende een verzoek in om
                                <onderstreept>definitieve</onderstreept> vaststelling van de
                            nadeelcompensatie bij het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr></kop><al>Het verzoek bevat ten minste:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het adres van de verzoeker;</al></li><li nr="b."><al>een omschrijving of kopie van het besluit van het college tot
                                    voorlopige vaststelling van nadeelcompensatie;</al></li><li nr="c."><al>een naar kostensoort gespecificeerde opgave van het schadebedrag
                                    aan de hand van het model opgenomen in bijlage 1.</al></li><li nr="d."><al>datum dagtekening;</al></li><li nr="e."><al>ondertekening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college neemt binnen acht weken na indiening van het verzoek om
                                definitieve vaststelling van de nadeelcompensatie een besluit:</al><lijst><li nr="a."><al>om het verzoek buiten behandeling te laten, indien deze is
                                        ingediend buiten de termijn genoemd in artikel 39;</al></li><li nr="b."><al>om het verzoek buiten behandeling te laten, indien dit naar
                                        het oordeel van het college niet of onvoldoende is
                                        onderbouwd en nadat de belanghebbende in de gelegenheid is
                                        gesteld het verzuim te herstellen binnen een termijn van
                                        vier weken nadat het verzuim is kenbaar gemaakt aan
                                        belanghebbende;</al></li><li nr="c."><al>om het verzoek geheel of gedeeltelijk in te willigen;</al></li><li nr="d."><al>om het verzoek af te wijzen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan deze termijn eenmalig met acht weken verlengen. Het
                                college stelt verzoeker daarvan schriftelijk in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college heeft besloten om nadeelcompensatie toe te
                                kennen, op een vaste prijs, dan dient de belanghebbende na
                                gereedkomen van de werkzaamheden een factuur in ten hoogte van het
                                bedrag aan nadeelcompensatie en vindt uitbetaling plaats binnen 60
                                dagen na ontvangst van de factuur door het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college heeft besloten om nadeelcompensatie toe te kennen
                                op basis van voor- en nacalculatie, dan dient na vaststelling van de
                                definitieve hoogte van de nadeelcompensatie en na gereedkoming van
                                de werkzaamheden de belanghebbende een factuur in ter hoogte van het
                                bedrag aan nadeelcompensatie en vindt uitbetaling plaats binnen 60
                                dagen na ontvangst van de factuur door het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr></kop><al>De hoogte van de kosten voor het verleggen van een leiding worden
                            bepaald op basis van de hierna volgende bepalingen. De totale kosten
                            worden berekend op basis van de werkelijke verleggingskosten. Slechts de
                            kosten van ontwerp en begeleiding, de kosten van uit- en
                            inbedrijfstellen, de kosten van uitvoering en de materiaalkosten kunnen
                            voor vergoeding in aanmerking komen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr></kop><al>Onder kosten van ontwerp en begeleiding worden verstaan de kosten van
                            werkzaamheden voorafgaand aan en tijdens de uitvoering. Het gaat om
                            kosten van:</al><lijst><li nr="-"><al>Overleg en correspondentie;</al></li><li nr="-"><al>Directievoering en toezicht houden;</al></li><li nr="-"><al>Detailengineering en daaruit voortvloeiende uitvoerende
                                    werkzaamheden;</al></li><li nr="-"><al>Verplichtingen vanuit wet- en regelgeving;</al></li><li nr="-"><al>Juridisch vrij maken tracé;</al></li><li nr="-"><al>Kosten ten behoeve van aanbesteden werk;</al></li><li nr="-"><al>Kosten van benodigde vergunningen en leges.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr></kop><al>Onder de kosten van het uit- en inbedrijfstellen worden verstaan;</al><lijst><li nr="-"><al>Kosten van het spannings- of productloos maken van de
                                    leiding;</al></li><li nr="-"><al>Kosten van het weer in bedrijf stellen van de leiding;</al></li><li nr="-"><al>Kosten samenhangend met tijdelijke voorzieningen van
                                    operationele aard.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr></kop><al>Onder uitvoeringskosten worden verstaan: </al><lijst><li nr="-"><al>Kosten van civieltechnische, bouwkundige en
                                    installatietechnische werkzaamheden;</al></li><li nr="-"><al>Kosten samenhangend met het verwijderen van verlaten
                                    leidingen;</al></li><li nr="-"><al>Kosten van constructieve en bijzondere voorzieningen;</al></li><li nr="-"><al>Kosten van tijdelijke voorzieningen van fysieke aard;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr></kop><al>Onder materiaalkosten worden verstaan de kosten van bedrijfseigen
                            materialen die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de functie
                            van de te verleggen leiding en de daarvoor noodzakelijke
                            beschermingsconstructies.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr></kop><al>Indien sprake is van het bundelen van werkzaamheden van verschillende
                            leidingexploitanten geeft de belanghebbende inzicht in de verdeling van
                            de gezamenlijke kosten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor leidingen die op de datum van inwerkingtreding van deze
                                verordening in de grond aanwezig en in gebruik zijn geldt de
                                schriftelijke toestemming dan wel vergunning op grond waarvan de
                                leidingen gelegd zijn als een toestemming dan wel vergunning
                                krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college van oordeel is dat een schriftelijke toestemming
                                dan wel reeds verleende vergunning als bedoeld in het eerste lid
                                niet voldoet aan de voorschriften bij of krachtens deze verordening
                                kan het college de leidingexploitant een termijn stellen waarbinnen
                                de leidingexploitant het college nadere informatie over de leiding
                                dient te verschaffen of een aanvraag voor een vergunning moet
                                indienen, bij gebreke waarvan de schriftelijke toestemming bij een
                                door het college te bepalen tijdstip komt te vervallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hoofdstuk 2 is van toepassing op werken waarover op het moment van
                                inwerkingtreding nog geen overeenkomsten zijn aangegaan tussen de
                                gemeente en belanghebbende.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr></kop><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 april
                            2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Leidingenverordening Lopik
                            2012’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Lopik,
                        gehouden op 24 april 2012.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>MW. MR. G.M.G. DOLDERS</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mw. mr. R.G. Westerlaken-Loos</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>BIJLAGE 1 KOSTENSPECIFICATIE</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="96*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="4*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Leidingexploitant:</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Leiding (kenmerk):</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Materiaal, medium, leeftijd, diameter:</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Prijspeil kostenraming (dd-mm-jjjj):</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onnauwkeurigheidsmarge (%):</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="36*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="9*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="19*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="7*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="28*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Eenheid</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Prijs per eenheid</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Aantal</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>Geraamd / begroot bedrag</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.materiaalkosten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>.......................................................</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>.......................................................</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Subtotaal</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Totaal materiaalkosten</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.kosten van uit en in bedrijf stellen</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>……………………………………</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>……………………………………</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Subtotaal</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Totaal uit en in bedrijf stellen</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.kosten van ontwerp en begeleiding</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>……………………………………</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>……………………………………</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Subtotaal</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Totaal ontwerp en begeleiding</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.uitvoeringskosten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>…………………………………..</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>…………………………………..</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Subtotaal</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Totaal uitvoeringskosten</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Totaal raming / begroting</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Opmerkingen bij deze tabel:</al><lijst><li nr="·"><al>Indien werkzaamheden voor meerdere leidingen van leidingexploitanten
                            worden verricht, moet worden aangegeven welke verdeelsleutel voor de
                            verdeling van kosten naar kostensoorten per leiding wordt gehanteerd.
                        </al></li><li nr="·"><al>Ingeval sprake is van gecombineerde werkzaamheden dient de
                            leidingexploitant zijn deel van de geraamde kosten weer te geven in de
                            kostenraming. De onderbouwing (verdeelsleutel tussen leidingbeheerders
                            en het totaal geraamde bedrag dient te worden bijgevoegd bij de
                            kostenraming). </al></li><li nr="·"><al>Indien de gemeente op verzoek van leidingexploitant werkzaamheden
                            verricht in het kader van de aanpassing, waarvan de kosten voor rekening
                            van leidingexploitant zijn (bijv. mechanisch grondonderzoek), dan dienen
                            deze kosten zichtbaar te zijn verwerkt in deze raming / begroting. </al></li></lijst></bijlage><bijlage><kop><titel>BIJLAGE 2 SCHADEVERGOEDINGSREGIME VOOR LEIDINGEN</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="30*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="70*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>Percentage</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>100%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>100%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>100%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>100%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>100%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al>80%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7</al></entry><entry colname="col2"><al>72%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8</al></entry><entry colname="col2"><al>64%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9</al></entry><entry colname="col2"><al>56%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10</al></entry><entry colname="col2"><al>48%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11</al></entry><entry colname="col2"><al>40%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12</al></entry><entry colname="col2"><al>32%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13</al></entry><entry colname="col2"><al>24%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>14</al></entry><entry colname="col2"><al>16%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>15</al></entry><entry colname="col2"><al>8%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>16 &gt;</al></entry><entry colname="col2"><al>0%</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Met ‘Jaar’ wordt bedoeld het jaar van de vergunning, dan wel de daarmee
                    gelijkgestelde schriftelijke toestemming (meestal hetzelfde als het jaar van
                    aanleg).</al><al/></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING BIJ DE LEIDINGENVERORDENING LOPIK 2012</titel></kop><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Het transport via ondergrondse leidingen heeft de afgelopen decennia een hoge
                    vlucht genomen. De relatief lage transportkosten en aanzienlijke voordelen ten
                    opzichte van de overige vervoersmodaliteiten hebben ertoe geleid dat veel
                    bedrijven hebben geïnvesteerd in het ondergrondse transport. Op het grondgebied
                    van de gemeente Lopik is dan ook een netwerk aan ondergrondse leidingen (kabels
                    en buizen) ontstaan. </al><al/><al><vet>Juridische basis</vet></al><al>Het leggen en houden van leidingen wordt nu publiekrechtelijk vergund. Voor het
                    leggen en houden van telecomkabels is de Telecommunicatieverordening Gemeente
                    Lopik 2007 beschikbaar. Voor overige leidingen is nu geen zelfstandige
                    verordening van kracht. De nu voorliggende Leidingenverordening (Levo) is
                    gebaseerd op de artikelen 149, 154 en 156 van de Gemeentewet. Kernartikel van de
                    Levo is artikel 3: het is verboden in de openbare ruimte een leiding aan te
                    leggen, te houden, te exploiteren en te verwijderen zonder een vergunning van
                    het college. Kernpunten van de Levo en de daaraan gekoppelde vergunningen
                    zijn:</al><al>· De veiligheid van de leidingen;</al><al>· Het minimaliseren van risico’s voor milieu en gezondheid van mens en
                    dier;</al><al>· Te stellen eisen aan ordening en allocatie van leidingen;</al><al>· Te stellen eisen aan exploitatie en onderhoud;</al><al>· Te stellen eisen aan wijzigingen van leidingentracés en verwijdering van
                    leidingen.</al><al>In sommige gevallen zullen behalve een vergunning op basis van deze verordening
                    ook vergunningen op grond van andere wettelijke regelingen nodig zijn. Zo laat
                    de Levo de afgifte van eventuele milieu- en bouwvergunningen onverlet. Ook
                    kunnen vergunningen van andere dan de gemeentelijke organisatie nodig zijn,
                    zoals vergunningen van waterschappen, etc.</al><al/><al><vet>Toepassingsbereik</vet></al><al>De verordening is van toepassing op alle leidingen die zich bevinden in de
                    openbare ruimte en in of op voor leidingen bestemde kunstwerken binnen de
                    gemeente Lopik. Het begrip ‘openbare ruimte’ moet breed worden opgevat en bevat
                    in beginsel alle ruimten die al dan niet met enige beperking algemeen
                    toegankelijk zijn. </al><al/><al><vet>Bestuurlijke, administratieve lasten</vet></al><al>Zoals uiteengezet hebben leidingexploitanten ook nu een vergunning nodig voor
                    het leggen, hebben en exploiteren van leidingen. De voorgestelde Levo beoogt
                    voor het vergunnen van deze leidingen een solide grondslag te creëren. De
                    invoering van de Leidingenverordening brengt dan ook geen verzwaring van de
                    bestuurlijke en/of administratieve lasten mee, voor de gemeente noch voor de
                    leidingexploitanten.</al><al/><al><vet>Handhaving</vet></al><al>Wat over de bestuurlijke, administratieve lasten is gezegd, geldt ook voor de
                    handhaving. Ook nu wordt het leggen, hebben en exploiteren van leidingen
                    gehandhaafd. Het college is belast met de vergunningverlening van de vergunde
                    leidingen. Het toezicht op de naleving bij de uitvoering van de op de APV
                    vergunde leidingen en, in de toekomst, op de Levo is in handen van de hiertoe
                    benoemde toezichthouders, de ogen en oren van afdeling ROB in de buitenruimte. </al><al>Het toezicht op het beheer en in goede staat houden van de leidingen is op grond
                    van deze leidingenverordening mogelijk geworden en zal door ROB worden
                    uitgevoerd, primair aan de hand van onderzoeksrapporten die vergunninghouders
                    conform de vergunningvoorwaarden dienen op te laten stellen.</al><al/><al><vet>Uitvoering en mandatering</vet></al><al>De uitvoering van de Levo wordt opgedragen aan de afdeling Ruimtelijke ordening
                    en beheer. Deze afdeling zal in naam en onder verantwoordelijkheid van het
                    college de vergunningverlening ter hand nemen.</al><al/><al/><al>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ LEIDINGENVERORDENING LOPIK 2012</al><al>Artikel 1 Begripsomschrijving</al><al>In dit artikel zijn de begripsomschrijvingen neergelegd. Van belang is op te
                    merken dat in beginsel alle leidingen in de openbare ruimte waarover de
                    bevoegdheid van het gemeentebestuur zich uitstrekt onder de reikwijdte van de
                    verordening vallen. Ook rioolbuizen vallen onder het toepassingsbereik van de
                    Levo. De term 'openbare ruimte' dient in dit verband op eenzelfde wijze
                    geïnterpreteerd te worden als het vergelijkbare begrip ‘openbare plaats' in de
                    Algemene Plaatselijke Verordening. Twee categorieën leidingen zijn van de
                    werkingssfeer uitgezonderd. Zie daarvoor de toelichting bij artikel 2. Het
                    bereik van de verordening is niet beperkt tot leidingen die in de grond liggen,
                    maar ook leidingen en bijbehorende voorzieningen die door of over zogeheten
                    kunstwerken zijn gelegd vallen onder de reikwijdte van de verordening. Met
                    kunstwerken wordt bedoeld infrastructuur die voor leidingen is aangelegd om
                    bijvoorbeeld een natuurlijke barrière (zoals een rivier) over te kunnen steken.
                    Hierbij zij gedacht aan leidingentunnels en leidingenviaducten. Ook worden
                    voorzieningen in bestaande infrastructuur (zoals bruggen) in deze verordening
                    als kunstwerken beschouwd. In artikel 2, eerste lid, is de reikwijdte expliciet
                    aangegeven. Bovengrondse hoogspanningskabels zijn uitgezonderd van de definitie
                    van ‘leiding’ en vallen dus niet onder de vergunningplicht van de
                    verordening.</al><al>Met het begrip leidingexploitant wordt in eerste instantie bedoeld degene in
                    wiens opdracht de leiding wordt aangelegd. Voor het gemak wordt de aanvrager van
                    een vergunning ook als leidingexploitant aangemerkt, hoewel daar feitelijk nog
                    geen sprake van kan zijn (er is immers in geval van nieuwe leidingen nog geen
                    leiding aanwezig). Nadat de leiding is aangelegd, zal de exploitant of beheerder
                    van de leiding worden beschouwd als leidingexploitant. Veelal zal dat degene
                    zijn onder wiens verantwoordelijkheid de leiding is aangelegd, maar dat behoeft
                    niet altijd het geval te zijn. In geval van overdracht van de leiding gelden
                    specifieke regels. Zie hiervoor de toelichting bij artikel 7.</al><al/><al>Artikel 2 Reikwijdte verordening </al><al>In dit artikel wordt het toepassingsbereik van de verordening weergegeven. In de
                    toelichting bij artikel 1 is reeds ingegaan op het begrip ‘openbare ruimte’.
                    Verder maakt het eerste lid van dit artikel duidelijk dat alle stadia van
                    werkzaamheden, die verband houden met een leiding, onder de werkingssfeer
                    vallen: van aanleg, wijziging en onderhoud tot verwijdering en herstel van de
                    openbare ruimte.</al><al>In het tweede lid zijn kabels, die vallen binnen de reikwijdte van de
                    Telecommunicatiewet en Telecommunicatieverordening, uitgezonderd van de
                    werkingssfeer van deze verordening. Voor de aanleg, exploitatie en wijziging van
                    die leidingen is dan ook geen vergunning op basis van deze verordening benodigd,
                    maar gelden de gedoogplicht en het instemmingbesluit op basis van voornoemde wet
                    en verordening. Tevens zijn uitgezonderd alle leidingen die deel uitmaken van
                    een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer. Niet is beoogd de leidingen
                    die aanwezig zijn bij individuele bedrijven onder de vergunningplicht te
                    stellen. Ook vallen leidingen die deel uitmaken van drukapparatuur in de zin van
                    het Warenwetbesluit drukapparatuur niet onder de werkingssfeer van deze
                    verordening. Dit betreft overigens meestal leidingen die niet in de openbare
                    ruimte liggen.</al><al/><al>Artikel 3 Vergunningplicht</al><al>Dit artikel vormt de kern van het vergunningenstelsel. Het is verboden om een
                    leiding aan te leggen, te exploiteren, te onderhouden, te wijzigen, te
                    verplaatsen (waaronder verticale verplaatsingen) of te verwijderen, tenzij de
                    leidingexploitant in het bezit is van een vergunning. Normaliter zullen in een
                    vergunning ten behoeve van aanleg en exploitatie alleen voorwaarden worden
                    opgenomen die betrekking hebben op die handelingen. Voor de verwijdering van een
                    leiding zal een afzonderlijke vergunning (of een wijziging van de bestaande
                    vergunning) benodigd zijn. Zie voor de verwijdering van leidingen ook de
                    toelichting bij artikel 16. Voor een vergunning worden geen leges in rekening
                    gebracht. </al><al/><al>Artikel 4 Wijze van melding van voorgenomen werkzaamheden</al><al>De vergunningverlenende bevoegdheid is gemandateerd aan de het hoofd van de
                    afdeling ROB van de gemeente Lopik. Degene die een leiding wenst aan te leggen
                    (of te wijzigen of verwijderen etc.) dient daartoe een aanvraag in bij de
                    gemeente Lopik, afdeling Ruimtelijke Ordening en Beheer, Postbus 50, 3410 CB te
                    Lopik of per e-mail gemeente@lopik.nl. </al><al>In het derde lid van dit artikel is expliciet opgenomen dat voor reparaties over
                    een traject van minder dan 25 meter en voor huisaansluitingen een sterk
                    vereenvoudigde procedure geldt. Vijf werkdagen vóór aanvang van de werkzaamheden
                    dient, door middel van een speciaal formulier, melding gemaakt te worden waarna
                    een toetsing door het college plaatsvindt en toestemming verleend wordt. In de
                    toestemming kunnen voorwaarden worden neergelegd. Gelet op de noodzaak van een
                    veilig beheer van de ondergrondse infrastructuur in dit gebied mag in alle
                    gevallen pas worden gegraven na verlening van een vergunning. </al><al>Op grond van het vierde lid geldt de verkorte procedure niet voor werkzaamheden
                    aan hoogspanningskabels. Vanwege de veiligheidsaspecten is het wenselijk
                    dergelijke werkzaamheden te allen tijde aan een vergunningplicht te
                    onderwerpen.</al><al/><al>Artikel 5 Ernstige belemmeringen en storingen</al><al>Dit artikel bepaalt dat in gevallen van storingen waar reparatie geen uitstel
                    kan lijden en in geval van calamiteiten de meldtermijn van vijf werkdagen niet
                    geldt. Wel dienen reparaties in ieder geval voor aanvang van de werkzaamheden
                    gemeld te zijn en toestemming door het college verstrekt te zijn.</al><al/><al>Artikel 6 Geldigheid vergunning</al><al>Deze bepaling brengt tot uitdrukking dat in geval van overdracht (bijv. verkoop)
                    van een leiding de vergunning die op die leiding betrekking heeft, inclusief
                    alle rechten en plichten, overgaat op de nieuwe leidingexploitant. De vergunning
                    is zaaksgebonden en ‘volgt’ het object. Uiteraard dient de nieuwe
                    leidingexploitant zich volledig te houden aan de in de vergunning vermelde
                    voorschriften. Indien wijziging van leidingexploitant plaatsvindt (bij
                    overdracht, maar ook ingeval de rechtspersoonlijkheid wijzigt) moeten zowel de
                    oude als de nieuwe leidingexploitant hiervan melding maken aan het college. Het
                    niet voldoen aan deze meldplicht levert een overtreding op. Op grond van het
                    derde lid kan het college een vergunning afgeven voor een beperkte tijd, waarna
                    de leiding weer verwijderd zal moeten worden. Op grond van het vierde lid kan
                    het college in bijzondere gevallen bepalen dat de vergunning persoonsgebonden en
                    daarmee niet overdraagbaar is. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij leidingen
                    die gebruikt worden voor zeer gevaarlijke stoffen.</al><al/><al>Artikel 7 Beslissingstermijn en aanhouding</al><al>Dit artikel regelt de beslistermijn voor het college. Tevens wordt in dit
                    artikel de verhouding weergegeven met andere vergunningen. De beslissing op een
                    aanvraag voor een leidingenvergunning wordt aangehouden zolang geen
                    omgevingsvergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning op grond van de
                    Wet milieubeheer of een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand
                    verstrekt is en deze vergunningen formele rechtskracht hebben. Dit geldt
                    uiteraard alleen indien een dergelijke vergunning vereist is. Zie voor de
                    samenloop met een vergunning om de weg open te breken artikel 6 lid 5.</al><al/><al>Artikel 8 Voorschriften en beperking</al><al>Dit artikel biedt de basis om aan de vergunning voorwaarden en beperkingen te
                    verbinden. In het tweede lid staat een limitatieve lijst van belangen waartoe de
                    voorwaarden en beperkingen kunnen strekken. Van belang is ook de bevoegdheid om
                    aan de vergunning een beperkte tijdsduur te verbinden. Zodra die termijn
                    afloopt, zal de leidingexploitant de leiding in beginsel moeten verwijderen.
                    Vanzelfsprekend kan de leidingexploitant afspreken dat de leiding wordt
                    overgedragen of op een later tijdstip wordt verwijderd. Zie ook de toelichting
                    bij artikel 16. </al><al>De leden 1 en 2 geven aan welke voorschriften en beperkingen aan de vergunning
                    kunnen worden verbonden. Het gaat in hoofdzaak om belangen van de openbare orde,
                    het beheer en onderhoud en de bestemmingen van de openbare gronden,
                    verkeersbelangen, medegebruik van voorzieningen en afstemming met andere werken. </al><al>Lid 3 biedt de basis voor het college om na afgifte uit eigen beweging een
                    vergunning te wijzigen of aan te vullen. Vanzelfsprekend dient het college
                    daarbij de belangen, genoemd in het tweede lid, algemene beginselen van
                    behoorlijk bestuur en de Algemene wet bestuursrecht in acht te nemen. </al><al>Lid vier bepaalt dat binnen zes maanden na de in de vergunning opgenomen datum
                    van aanvang van de werkzaamheden gestart moet zijn en dat de werkzaamheden
                    moeten starten binnen zes maanden na afgifte van het instemmingsbesluit en
                    worden voltooid binnen zes maanden na deze start voltooid moeten zijn. Wordt
                    hieraan niet voldaan, dan vervalt het instemmingsbesluit.</al><al>Leden 5 en 6 hebben betrekking op het geval dat binnen vijf jaar na groot
                    onderhoud of herinrichting van een openbaar gebied dan wel in een bijzondere
                    bestrating (sierbestrating) een leidingexploitant opnieuw werkzaamheden wenst
                    uit te voeren. Er kunnen dan bijzondere voorwaarden worden gesteld aan het
                    herstel van de straat. Als bijzondere voorwaarde kan worden gesteld dat de weg
                    inclusief fundering als nieuw wordt hersteld.</al><al>Als nieuw herstellen kan hierbij als volgt gedefinieerd worden:</al><al>Fundering: </al><al>Bij het aanvullen van sleuven dienen de grondsoorten en funderingsmaterialen te
                    worden aangebracht in de oorspronkelijke lagen. De dikten van de lagen dienen
                    gelijk te zijn aan de oorspronkelijke laagdikten. De aanvullingen dienen
                    laagsgewijs te worden verdicht.</al><al>Straatwerk: </al><al>Het opgenomen straatwerk dient te worden aangebracht in oorspronkelijk verband.
                    Dit wordt evenals de werkzaamheden aan de kabels en leidingen en het herstel van
                    de fundering uitgevoerd door het nutsbedrijf. Na 6 tot 12 maanden, afhankelijk
                    van de mate van zetting, zal voor rekening van het nutsbedrijf door de gemeente
                    het straatwerk als nieuw worden hersteld. Hierbij wordt bij langssleuven het
                    gehele wegvakonderdeel (gerekend van band tot band, band tot goot of goot tot
                    goot) over de gehele lengte waarover het nutsbedrijf werkzaamheden heeft
                    uitgevoerd plus 2 meter herstraat. Bij dwarssleuven en lasgaten zal per project
                    bekeken worden of het gehele wegvak of een gedeelte van het wegvak herstraat zal
                    worden, afhankelijk van het aantal sleuven en gaten.</al><al>Het leggen van een kabel en/ of leiding heeft altijd tot gevolg dat de weg of
                    het openbaar groen wordt beschadigd. De veroorzaker dient deze schade te (laten)
                    herstellen. </al><al/><al>Artikel 9 Opzeggen vergunning en eigendom</al><al>In geval de leidingexploitant niet langer van een vergunning gebruik wenst te
                    maken, kan hij hiervan schriftelijk mededeling doen aan het college. Met het
                    afstand doen van de vergunning vervallen alle rechten die met de vergunning
                    gepaard gaan. De leidingexploitant is vervolgens verplicht de leiding te
                    verwijderen (artikel 16). Om te voorkomen dat een leidingexploitant door het
                    afstand doen van een vergunning niet langer aanspreekbaar zou kunnen zijn, is in
                    het tweede lid aangegeven dat de opzegger nog steeds wordt beschouwd als
                    leidingexploitant in de zin van deze verordening. De verwijderingsplicht rust
                    dan ook op hem. Dit geldt niet indien de leiding is overgedragen aan een andere
                    (rechts)persoon. In dat geval wordt haast vanzelfsprekend de nieuwe eigenaar als
                    leidingexploitant beschouwd. Uit oogpunt van een effectieve handhaving is het
                    derde lid opgenomen waarin staat aangegeven dat in geval van een
                    persoonsgebonden vergunning (zie artikel 6, vierde lid) de vergunninghouder te
                    allen tijde als leidingexploitant wordt beschouwd, ook al heeft hij de leiding
                    in eigendom overgedragen. Dit is alleen anders wanneer hij schriftelijk
                    verklaart van de vergunning geen gebruik meer te maken en de exploitatie van de
                    leiding staakt of schriftelijk en (indien het college daarom verzoekt)
                    ondersteund met bewijsstukken melding maakt van de overdracht van de betreffende
                    leiding.</al><al/><al>Artikel 10 Opleveren leidingtracé</al><al>De leidingexploitant is verantwoordelijk voor een goede en zorgvuldige aanleg
                    van de leiding. Hij moet ervoor zorgen dat de grond of bodem weer in de
                    oorspronkelijke wijze wordt opgeleverd, tenzij in de vergunningvoorwaarden
                    anders is bepaald. Het spreekt voor zich dat in het laatste geval oplevering
                    dient plaats te vinden overeenkomstig de in de vergunning omschreven
                    voorwaarden. Het tweede lid bevat een regeling voor vergoeding van de kosten die
                    gepaard gaan met herstel van de openbare ruimte die een direct gevolg zijn van
                    werkzaamheden aan leidingen.</al><al/><al>Artikel 11 Ondergrondse obstakels</al><al>Dit artikel heeft betrekking op het aantreffen van bodemverontreiniging en
                    andere ondergrondse obstakels bij de aanleg van een leiding. De term
                    'bodemverontreiniging' is in deze verordening breder dan de terminologie in de
                    Wet bodembescherming. Aan het college moeten alle stoffen en obstakels gemeld
                    worden, die een nadelige invloed kunnen hebben op de staat van de leiding.
                    Hiermee wordt duidelijk wat de kritieke plaatsen in een leidingtracé zijn. Deze
                    verplichting staat los van de plichten die reeds gelden op grond van de Wet
                    bodembescherming (die is opgesteld vanuit milieubeschermingoptiek). Dit artikel
                    is aanvullend ten opzichte van het in voornoemde wet neergelegde regime.</al><al>In geval dergelijke verontreiniging of obstakels worden aangetroffen dat aanleg
                    van een leiding niet verantwoord is als de verontreiniging of obstakels niet
                    eerst zijn opgeruimd, kan het college de leidingexploitant opdragen bepaalde
                    maatregelen te treffen. De kosten voor deze maatregelen komen ten laste van de
                    leidingexploitant zelf. Als sluitstuk kan het college opschorting van de
                    werkzaamheden vorderen. Bij het opleggen van dergelijke maatregelen vormen de
                    belangen die beschermd worden met deze verordening het beoordelings- en
                    beslissingskader.</al><al/><al>Artikel 12 Verzoek om revisiegegevens</al><al>Dit artikel stelt het college in staat om te allen tijde zonder daarvoor een
                    vergoeding verschuldigd te zijn zogeheten ‘as built’- en/of revisietekeningen op
                    te vragen. </al><al/><al>Artikel 13 Het beheer van leidingen</al><al>Een belangrijk element van deze verordening is de onderhoudsplicht. De
                    leidingexploitant is primair verantwoordelijk voor een goede staat van de
                    leiding. Het college kan bepalen dat afschriften van de rapporten aan het
                    college toegezonden moeten worden. In geval de staat van de leiding onvoldoende
                    is, is de leidingexploitant verplicht aan te geven op welke wijze en op welke
                    termijn onderhoudswerkzaamheden zullen worden uitgevoerd.</al><al>Indien de onderhoudsinspecties leiden tot de conclusie dat (een deel van) de
                    leiding vervangen moet worden of aangepast moet worden, dan zal daarvoor op
                    basis van artikel 4 een afzonderlijke vergunning moeten worden aangevraagd.</al><al>Een belangrijke indicatie van de toestand van de leiding is de mate waarin
                    onderhoud wordt gepleegd aan de leiding. De noodzaak tot onderhoud en de
                    tijdschema's voor onderhoud verschillen van leiding tot leiding en zijn
                    afhankelijk van de getransporteerde stoffen. De vergunninghouder kan verplicht
                    worden om periodiek verslag uit te brengen over de staat van de leiding. Indien
                    naar het oordeel van het college blijkt dat onvoldoende onderhoud is gepleegd,
                    kan het college de leidingexploitant aanzeggen onderhoudswerkzaamheden te
                    verrichten. Op de werkzaamheden aan de leiding en het openbreken van de openbare
                    ruimte zijn de voorschriften over de aanleg van een leiding van overeenkomstige
                    toepassing, hetgeen o.m. betekent dat de aanwijzingen van het college moeten
                    worden opgevolgd.</al><al/><al>Artikel 14 Nadeelcompensatie</al><al>Het college kan besluiten in de openbare ruimte werken te verrichten die van
                    invloed kunnen zijn op de reeds aanwezige leidingen en kan op grond van dit
                    artikel bepalen dat een leiding verlegd of aangepast moet worden. Daartoe zal
                    het college een bestaande vergunning wijzigen of intrekken. Voor zover de
                    leidingexploitant daarbij schade lijdt die niet tot het normale bedrijfsrisico
                    behoort, zal het college hem een redelijke en billijke schadevergoeding
                    toekennen (nadeelcompensatie). De criteria voor het vaststellen van een
                    vergoeding zijn neergelegd in Hoofdstuk 2 van de Levo.</al><al/><al>Artikel 15 Milieuhinder</al><al>Dit artikel betreft een incidentenregeling en behelst verplichtingen voor de
                    leidingexploitant in geval van storingen en incidenten waarbij gevaar, hinder of
                    verontreiniging plaatsvindt. Het geeft het college overigens de bevoegdheid om
                    in voorkomende gevallen (waaronder ook concrete dreiging) maatregelen te treffen
                    ten aanzien van de leiding die het gevaar, hinder of verontreiniging
                    veroorzaakt, maar ook - indien noodzakelijk - ten aanzien van de naburige
                    leidingen. Overigens zal bij de toepassing van deze bevoegdheden zoveel mogelijk
                    gebruik gemaakt worden van bestaande incidentenregelingen. Het in het tweede lid
                    bedoelde onderzoek komt voor rekening van de leidingexploitant.</al><al/><al>Artikel 16 Verwijderen van leidingen</al><al>Na afloop van de geldigheidsduur van de vergunning, bij intrekking door het
                    college en bij opzegging door de leidingexploitant moet de leiding worden
                    verwijderd. Het ligt voor de hand om in de vergunning zelf voorwaarden op te
                    nemen met betrekking tot het verwijderen van leidingen, maar zulks kan ook na
                    afloop, intrekking of opzegging geschieden. De laatste exploitant of beheerder
                    van de leiding is verplicht om voor verwijdering zorg te dragen. Mocht het om
                    bepaalde redenen noodzakelijk of wenselijk zijn om de betreffende leiding te
                    laten liggen, dan kan wijziging van de bestaande vergunning of een nieuwe
                    vergunning aangevraagd worden.</al><al/><al>Artikel 17 Toezicht op de naleving</al><al>Beoogd wordt een aantal ambtenaren van BOR aan te wijzen als toezichthouders.
                    Zij zullen toezicht houden op de naleving van de voorschriften bij of krachtens
                    deze verordening. In de praktijk zal BOR toezicht houden op het meest kritieke
                    onderdeel: de aanleg van de leiding. Vervolgens zullen met name de periodieke
                    rapporten over de staat van de individuele leidingen het onderwerp zijn van
                    toezicht. </al><al/><al>Artikel 18 Overtredingen</al><al>Deze bepaling biedt de mogelijkheid om in voorkomende gevallen strafrechtelijk
                    op te treden. Over het algemeen zal gekozen worden voor bestuursrechtelijke
                    handhavingsinstrumenten en vormt de toepassing van strafrechtelijke sancties in
                    beginsel een uiterste handhavingmiddel.</al><al/><tussenkop>Toelichting op hoofdstuk 2, algemeen</tussenkop><al>In de Leidingenverordening Lopik 2012 wordt in artikel 14 het recht van de
                    leidingexploitant op een redelijke en billijke vergoeding in geval van gedwongen
                    verlegging geregeld. Hoofdstuk 2 is een nadere uitwerking.</al><al>Voor het leggen van kabels en leidingen in openbare gemeentelijke gronden is
                    gekozen voor een gemeentelijke verordening. Hoofdstuk 2 is een invulling van de
                    nadeelcompensatieverplichting in geval van verleggingen die op grond van de Levo
                    door het college van burgemeester en wethouders van Lopik (hierna: college) zijn
                    opgedragen. </al><al>De regeling is gebaseerd op de binnen de gemeente te voorziene planningshorizon.
                    De gemeente gaat er vanuit dat binnen 5 jaar na het verlenen van een vergunning
                    voor het leggen van een leiding in openbare ruimte de gemeente geen werken
                    uitvoert, die verlegging van de vergunde leiding noodzakelijk maakt. In
                    stedelijk gebied wordt na deze 5 jaar een periode van 5-15 jaar gehanteerd,
                    waarbij het bedrag van nadeelcompensatie trapsgewijs wordt afgebouwd van 80%
                    naar 0%.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 19</vet></tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. </al><al/><tussenkop>Artikel 20</tussenkop><al>De omvang van de nadeelcompensatie is afhankelijk van het schadebedrag. Het
                    schadebedrag dient inzichtelijk te worden gemaakt aan de hand van de
                    verschillende kostenposten.</al><al/><al>Artikel 21</al><al>De periode van vijf jaren is de periode waarin redelijkerwijs voor de gemeente
                    voorzienbaar is dat werken in de openbare ruimte plaats zullen gaan vinden. De
                    termijn begint vanaf het moment van inwerkingtreding van de vergunning, omdat
                    het moment van vergunnen vaststaat. </al><al/><tussenkop><vet>Artikel 22</vet></tussenkop><al>De termijn vanaf vijf tot en met vijftien jaren is de periode waarin de
                    voorzienbaarheid steeds minder wordt. </al><al/><tussenkop>Artikel 23</tussenkop><al>Wanneer er een vergunning wordt afgegeven voor een bepaalde tijd, is het per
                    definitie onzeker of een gelegde kabel of leiding na de looptijd kan blijven
                    liggen. Het is dus niet onvoorzienbaar dat na de periode de kabel of leiding
                    verwijderd moet worden, zodat de aanwijzing tot verwijdering tot het normaal
                    bedrijfsrisico van de ondernemer valt. Dit heeft tot gevolg dat hiervoor geen
                    nadeelcompensatie verleend wordt. </al><al/><tussenkop>Artikel 24</tussenkop><al>Werkzaamheden binnen gemeente Lopik zijn niet te voorzien op een termijn van
                    vijftien jaren of langer. Als een vergunning 16 jaar of langer geleden is
                    afgegeven zal geen nadeelcompensatie worden uitgekeerd. De kosten voor
                    verlegging worden in dat geval volledig tot het bedrijfsrisico van de
                    leidingexploitant gerekend. </al><al/><tussenkop>Artikel 25</tussenkop><al>Partijen dienen, in het kader van de verwijdering, verlegging of aanpassing van
                    een leiding schadebeperkend op te treden. Zij moeten rekening houden met de
                    wederzijdse belangen bijvoorbeeld bij de technische oplossing of de keuze van
                    het tracé. De verlegging moet gerealiseerd worden op basis van een technisch
                    adequaat alternatief dat tegen de maatschappelijk laagste kosten gerealiseerd
                    kan worden. </al><al/><tussenkop>Artikel 26</tussenkop><al>Dit artikel betreft de zogenaamde hardheidsclausule. Indien de leidingexploitant
                    of de gemeente kan aantonen dat door bijzondere omstandigheden toepassing van
                    voorgaande artikelen van deze regeling tot een evident onredelijke
                    nadeelcompensatie zou leiden, kan het college gemotiveerd besluiten op basis van
                    dit artikel de nadeelcompensatie aan te passen.</al><al/><tussenkop>Artikel 27</tussenkop><al>Indien vanwege het werk sprake is van meerdere (tijdelijke) verleggingen, is op
                    de eerste tijdelijke verlegging deze verlegregeling van toepassing en komen de
                    kosten van de overige verleggingen ten laste van de gemeente. Bedoeld worden
                    meerdere verleggingen op dezelfde locatie in een bepaalde periode van dezelfde
                    leiding.</al><al>In het tweede lid staat dat een noodnet niet kan worden gezien als een
                    (tijdelijke) voorziening. Dit wordt gezien als een uitvoeringswijze.</al><al/><tussenkop>Artikel 28</tussenkop><al>Als een vergunning verleend wordt aan een leidingexploitant voor het leggen van
                    een leiding op een locatie waarvan de gemeente vermoedt dat de leiding binnen 5
                    jaren verlegd zal moeten worden als gevolg van de uitvoering van haar werken en
                    in de vergunning daartoe een bepaling is opgenomen, dan zal geen
                    nadeelcompensatie worden gegeven. Als de vergunning niet ingetrokken is, dan zal
                    het toepasselijke vergoedingsregime in werking treden. De voorzienbaarheid is op
                    die wijze begrensd. </al><al/><tussenkop><vet>Artikel 29</vet></tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 30</vet></tussenkop><al>Indien als gevolg van de uitvoering van een werk een leiding moet worden gerezen
                    dient de leidingexploitant dit op eigen kosten uit te voeren. De
                    leidingexploitant kan van de gelegenheid gebruik maken een leiding op zijn
                    kosten te rijzen ook als dit niet vanwege het werk noodzakelijk is.</al><al/><tussenkop>Artikel 31</tussenkop><al>De nadeelcompensatie kan bepaald worden op basis van een vaste prijs of op basis
                    van voor- en nacalculatie. Dit artikel bepaalt dat de verrekening van de
                    nadeelcompensatie op basis van een vaste prijs plaatsvindt als blijkt dat het
                    geraamde bedrag aan nadeelcompensatie lager is dan €10.000,00. Het voordeel van
                    een vaste prijs ligt in de lagere kosten als gevolg van minder administratieve
                    handelingen, geen onderhandelingen over definitieve nadeelcompensatie en minder
                    controle.</al><al>In andere situaties geldt in principe verrekening op basis van voor- en
                    nacalculatie. Partijen kunnen in overleg met elkaar ook voor verleggingen
                    waarvan het geraamde bedrag aan nadeelcompensatie meer bedragen dan €10.000,00
                    afspraken maken over verrekening van nadeelcompensatie op basis van vaste
                    prijs.</al><al/><tussenkop>Artikel 32</tussenkop><al>Gemeente Lopik voert vooroverleg met de leidingexploitant nadat de
                    leidingexploitant per brief geïnformeerd is over de plannen en de consequenties
                    voor betrokken leidingen.</al><al/><tussenkop>Artikel 33</tussenkop><al>Gemeente Lopik streeft ernaar in overleg tot overeenstemming te komen over de
                    verplaatsing van leidingen. Tijdens het vooroverleg worden aspecten met
                    betrekking tot de technische oplossing en planning aan de orde gesteld en wordt
                    gestreefd naar overeenstemming hierover.</al><al/><tussenkop>Artikel 34</tussenkop><al>De leidingexploitant zal zelf de periode moeten aantonen van de ligging van de
                    betreffende leiding op die locatie. In beginsel zal dit plaatsvinden met een
                    vergunning. Hiervoor wordt overigens verwezen naar het overgangsrecht bij de
                    Levo (artikel 49) op grond waarvan de schriftelijke toestemmingen als
                    vergunningen onder de Levo gelden, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat de
                    betreffende leiding niet voldoet aan de eisen krachtens de Levo.</al><al>Indien een vergunning ontbreekt wordt gerekend vanaf de datum waarop het leggen
                    volgens de registratie van de leidingexploitant is aangevangen. Indien niet kan
                    worden aangetoond op welke datum vergunning is verleend c.q. op welke datum het
                    leggen is aangevangen, wordt er van uit gegaan dat de betreffende leiding langer
                    dan 15 jaar aanwezig is.</al><al/><tussenkop>Artikel 35</tussenkop><al>Het college neemt het besluit tot het geven van een aanwijzing voor het
                    verleggen van een leiding. In het vooroverleg is overeenstemming bereikt of
                    niet. Het aanwijzingsbesluit richt zich op de noodzaak tot verleggen en het
                    tijdstip waarop dit gerealiseerd moet zijn. Het besluit handelt uitdrukkelijk
                    niet over ontstane schade en nadeelcompensatie.</al><al>De aanwijzing is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht
                    waardoor er mogelijkheden zijn voor bezwaar en beroep.</al><al/><tussenkop>Artikel 36</tussenkop><al>De datum waarop een leidingexploitant een aanwijzing heeft gekregen tot het
                    verleggen van een leiding is bepalend voor het ingaan van de termijn waarbinnen
                    belanghebbende een voorlopig verzoek om nadeelcompensatie kan indienen.</al><al/><tussenkop>Artikel 37</tussenkop><al>Om tot een beslissing te kunnen komen op het verzoek van leidingexploitant, zijn
                    meer gegevens noodzakelijk dan in artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht
                    als minimum opgesomd is. De aanduiding van de aard en de omvang van de schade en
                    de specificatie van het schadebedrag dienen bepaald te worden op basis van te
                    onderscheiden kostenposten gebruik makend van de bijlage 1.</al><al/><tussenkop>Artikel 38</tussenkop><al>De gemeente neemt binnen acht weken na indiening van het verzoek een besluit
                    inhoudende één van de in dit artikel opgesomde mogelijkheden. Het verzoek om
                    voorlopige nadeelcompensatie wordt niet in behandeling genomen als deze meer dan
                    1 jaar nadat door het college een aanwijzing is gegeven aan de leidingexploitant
                    voor het verleggen van een leiding wordt ingediend. Het verzoek kan kennelijk
                    ongegrond verklaard worden als de verlegging, verwijdering of aanpassing aan de
                    leiding van belanghebbende niet door de gemeente wordt veroorzaakt. Het verzoek
                    kan geheel of gedeeltelijk toegekend worden of geheel afgewezen worden.</al><al>Indien de aanvraag onvoldoende gegevens bevat voor een beoordeling van het
                    verzoek om nadeelcompensatie of voor de vaststelling van het schadebedrag zal
                    belanghebbende 4 weken de gelegenheid krijgen om aanvullende informatie te
                    verstrekken. De termijn van 8 weken na indiening van het verzoek om
                    nadeelcompensatie waarbinnen het college een besluit neemt wordt opgeschort met
                    ingang van de dag waarop aanvullende informatie wordt gevraagd.</al><al>Het besluit tot vaststelling van de nadeelcompensatie is een besluit in de zin
                    van de Algemene wet bestuursrecht waarvoor mogelijkheden van bezwaar en beroep
                    bestaan.</al><al>De gemeente kan de termijn eenmalig met een redelijke termijn verlengen, met een
                    maximum van acht weken. Dit zal schriftelijk aan de belanghebbende worden
                    medegedeeld.</al><al/><tussenkop>Artikel 39</tussenkop><al>De leidingexploitant dient binnen een jaar nadat de werkzaamheden voor de
                    verlegging van de leiding zijn afgerond het verzoek in te dienen voor de
                    definitieve vaststelling van de nadeelcompensatie. Die wordt bepaald op basis
                    van werkelijk gemaakte kosten.</al><al/><tussenkop>Artikel 40</tussenkop><al>Het verzoek moet in elk geval bevatten: </al><lijst><li nr="-"><al>Het aanwijzingsbesluit tot verleggen op basis van artikel 35;</al></li><li nr="-"><al>Het besluit over nadeelcompensatie op basis van artikel 38.</al><al/></li></lijst><tussenkop>Artikel 41</tussenkop><al>Zie de toelichting bij artikel 36.</al><al/><tussenkop>Artikel 42</tussenkop><al>Is de nadeelcompensatie definitief vastgesteld dan dient de leidingexploitant
                    voor de betaling daarvan een factuur in te dienen.</al><al/><tussenkop>Artikel 43</tussenkop><al>Bij de bepaling van de nadeelcompensatie is sprake van een berekening op basis
                    van de werkelijke kosten. Dit zijn de kosten die direct toegerekend kunnen
                    worden aan de verlegging van de leiding. Leidingen worden beschouwd als niet
                    verhandelbare objecten en hebben geen economische waarde in die zin. Tot slot is
                    hierbij van belang dat de verlegging gerealiseerd moet worden op basis van een
                    technisch adequaat alternatief tegen de maatschappelijk laagste kosten ten
                    opzichte van de meest voor de hand liggende variant. Leidingexploitanten en
                    gemeente Lopik ondervinden geen nadeel van de gekozen oplossing.</al><al>De meest voor de hand liggende variant is een verlegging van de leiding ter
                    plaatse van de probleem locatie. Denkbaar is echter, dat één van de partijen
                    gebaat is bij een andere oplossing. Dit is bijvoorbeeld het geval indien de
                    situatie ter plaatse van het uit te voeren werk zo ingewikkeld is, dat de
                    leidingexploitant er de voorkeur aan geeft - ook uit een oogpunt van efficiënt
                    beheer - de leidingen gedeeltelijk te verplaatsen dan wel andere maatregelen te
                    treffen buiten de grenzen van het uit te voeren werk. In principe dient te
                    worden gekozen voor dit laatst genoemde, meest aantrekkelijke alternatief,
                    tenzij de andere partij ten gevolge daarvan in een slechtere positie komt te
                    verkeren dan het geval zou zijn geweest bij verlegging ter plaatse van de
                    probleemlocatie. Partijen kunnen dan nadere afspraken maken over de
                    schadeverdeling. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien een leiding over een
                    grotere lengte wordt verlegd dan bij een oplossing op de probleemlocatie. Voor
                    de leidingexploitant kan dit dus nadeliger uitpakken.</al><al>Als bij een verlegging de leidingexploitant de gelegenheid benut om bijvoorbeeld
                    de capaciteit te laten toenemen of andere kwantificeerbare voordelen heeft komen
                    de kosten ervan niet in aanmerking voor vergoeding. Ook de kosten van het rijzen
                    van een leiding worden niet vergoed.</al><al/><tussenkop>Artikel 44</tussenkop><al>Bij de post ontwerp en begeleiding betekent dit dat de leidingexploitant het
                    aantal uren en de tarieven moet overleggen.</al><al>De leidingexploitant mag in principe pas kosten declareren vanaf het moment dat
                    overeenstemming is bereikt over de oplossing. In de praktijk houdt dit in dat de
                    eerste paar afstemmingsoverleggen niet kunnen worden gedeclareerd in verband met
                    de maatschappelijke afstemmingsplicht.</al><al/><tussenkop>Artikel 45</tussenkop><al>Tijdelijke voorzieningen van operationele aard zijn voorzieningen die benodigd
                    zijn om de levering tijdens de uitvoering van een verlegging te waarborgen.
                    Voorbeelden zijn extra kosten van personele aard ten behoeve van bedrijfsvoering
                    en hulpmiddelen zoals watertanks, gasflessen en noodaggregaten.</al><al/><tussenkop>Artikel 46</tussenkop><al>Kosten van civieltechnische, bouwkundige en installatietechnische werkzaamheden
                    zijn bijvoorbeeld werkputten en ondersteuningen. Alle tijdelijke voorzieningen
                    van fysieke aard die nodig zijn tijdens de bouw vallen onder de
                    uitvoeringskosten.</al><al>Onder tijdelijke voorzieningen van fysieke aard worden alle tijdelijke fysieke
                    leidingverbindingen verstaan die de leidingexploitant moet aanleggen en later
                    buiten bedrijf moet stellen. Deze kosten houden nauw verband met de
                    noodzakelijke continuïteit van het bedrijfsproces van de betrokken
                    leidingexploitant. Het betreffen voorzieningen die worden opgeheven zodra de
                    definitieve verlegging is gerealiseerd.</al><al>De kosten die de aannemer moet maken om de leiding uit de grond te halen vallen
                    onder uitvoeringskosten. Ook het opslaan in hanteerbare stukken en het transport
                    op de bouwlocatie zijn uitvoeringskosten. De kosten samenhangend met de
                    uitvoering van het verwijderen van verlaten leidingen vallen eveneens onder
                    uitvoeringskosten.</al><al>De kosten voor de afvoer van vrijgekomen materialen naar een tijdelijk
                    werkterrein behoren tot de uitvoeringskosten.</al><tussenkop>Artikel 47</tussenkop><al>Onder materiaalkosten worden in elk geval verstaan kosten van
                    leidingcomponenten, kosten van elektrotechnische, werktuigbouwkundige en
                    civieltechnische materialen, alsmede kosten van bouwmaterialen, alsmede kosten
                    van bouwmaterialen bestemd voor gebouwen waarin delen van leidingsystemen worden
                    ondergebracht. </al><al>Transportkosten en stortkosten van vrijgekomen leidingen vanaf de bouwlocatie
                    naar de stort of verwerkingslocatie behoren tot de materiaalkosten (behalve de
                    stortkosten ingeval de leiding asbesthoudende stoffen bevat. Hierbij is in
                    aanmerking genomen dat deze kosten bij vervanging van de leiding op eigen
                    initiatief ook ten laste komen van leidingexploitant).</al><al>De materiaalkosten van constructieve en/ of bijzondere voorzieningen die worden
                    veroorzaakt door eisen van derden (en dus niet door de gemeente) vallen onder de
                    materiaalkosten.</al><al>N.B.: De materiaalkosten van constructieve en/ of bijzondere voorzieningen die
                    worden veroorzaakt door eisen van gemeente vallen onder de
                    uitvoeringskosten.</al><al/><tussenkop>Artikel 48</tussenkop><al>In geval van bundeling van werkzaamheden van verschillende leidingexploitanten
                    moeten de kosten worden verdeeld over de leidingexploitanten. De projectkosten
                    worden verdeeld in direct aan de leidingexploitanten toe te delen kosten en
                    gezamenlijke kosten. De direct toe te delen kosten zijn kosten van in en uit
                    bedrijf stellen en materiaalkosten, exclusief de extra materialen die nodig zijn
                    voor de gezamenlijke kruising. De gezamenlijke kosten zijn de uitvoeringskosten,
                    ontwerp en begeleiding en de extra materialen die nodig zijn om gezamenlijk te
                    kruisen.</al><al>De verdeelsleutel voor de gezamenlijke kosten wordt bepaald op basis van de
                    afzonderlijke fictieve kosten van uitvoering en ontwerp en begeleiding die
                    zouden moeten worden gemaakt als elke leidingexploitant afzonderlijk zou
                    kruisen.</al><al/><tussenkop>Artikel 49</tussenkop><al>Deze bepaling bevat het overgangsrecht. De eigenaren van de talloze leidingen
                    die thans in de openbare ruimte aanwezig zijn is in de meeste gevallen - al dan
                    niet privaatrechtelijk - een ligrecht gegund waaraan diverse voorwaarden
                    verbonden zijn. Om redenen van efficiency en om te voorkomen dat de huidige
                    leidingeigenaren hoge kosten moeten maken is ervoor gekozen de huidige
                    toestemmingen te beschouwen als een vergunning in de zin van deze verordening.
                    Er kan zich echter een situatie voordoen waarin het college op basis van de hem
                    ter beschikking staande gegevens van mening is dat het veiligheidsniveau van een
                    bepaalde leiding niet voldoet aan de eisen waar het krachtens deze verordening
                    aan zou moeten voldoen. In dat geval kan het college extra informatie van de
                    leidingexploitant vragen waarna het college ambtshalve kan beslissen of
                    instandhouding van de vergunning uit oogpunt van veiligheid toelaatbaar is. Ook
                    kan het college van de leidingexploitant verlangen dat hij een nieuwe aanvraag
                    indient, vergezeld van de benodigde documenten. Daarbij kan het college een
                    termijn stellen waarbinnen de nadere informatie moet zijn aangeleverd of een
                    nieuwe aanvraag moet zijn ingediend. Met deze systematiek wordt beoogd maatwerk
                    te leveren ten aanzien van de vele, naar aard en leeftijd verschillende
                    leidingen. Overigens zij opgemerkt dat voor leidingen die zonder toestemming of
                    vergunning in de openbare ruimte liggen hoe dan ook een aanvraag moet worden
                    ingediend om een vergunning op grond van de Levo te verkrijgen.</al><al>Hoofdstuk 2 is uitsluitend van toepassing op werken waarvoor op het moment van
                    in werking treden nog geen (schriftelijke) afspraken zijn.</al><al/><tussenkop>Artikel 50</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 51</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>