<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR17579_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening onroerende-zaakbelastingen 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.hofvantwente.nl">Hofnieuws, 23-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerende-zaakbelastingen 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Art. 220 t/m Art. 220h Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-12</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening onroerende-zaakbelastingen 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Hof van Twente;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;</al><al>gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de navolgende <vet>Verordening op de heffing en de
                            invordering van onroerende-zaakbelastingen</vet> (Verordening
                        onroerende-zaakbelastingen 2010)</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Onder de naam 'onroerende-zaakbelastingen' worden ter zake van binnen de
                        gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: </al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning
                                dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                                persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting;
                            </al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen:
                                eigenarenbelasting. </al></li></lijst><al>Bij de gebruikersbelasting wordt: </al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in
                                gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel
                                in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft
                                gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene
                                aan wie dat deel in gebruik is gegeven; </al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig
                                gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak
                                ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter
                                beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te
                                verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.
                            </al></li></lijst><al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens
                        eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het
                        kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij
                        blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit
                        of beperkt recht is. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                            hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die
                            op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is
                            vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend
                            aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig
                            dienstbaar zijn aan woondoeleinden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                            waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde
                            voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld
                            op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt
                            de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige
                            toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20,
                            tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                                heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet
                                reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde
                                waarde, de waarde van: </al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig
                                        geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open
                                        grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die
                                        bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van
                                        gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te
                                        gebruiken; </al></li><li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de
                                        kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond
                                        daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; </al></li><li nr="c."><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de
                                        openbare eredienst of voor het houden van openbare
                                        bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en
                                        ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende
                                        zaken die dienen als woning; </al></li><li nr="d."><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de
                                        voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat
                                        voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het
                                        Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering
                                        van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; </al></li><li nr="e."><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen,
                                        heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die
                                        door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke
                                        zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van
                                        natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; </al></li><li nr="f."><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer
                                        per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; </al></li><li nr="g."><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden
                                        beheerd door organen, instellingen of diensten van
                                        publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de
                                        delen van zodanige werken die dienen als woning; </al></li><li nr="h."><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en
                                        ander afvalwater en die worden beheerd door organen,
                                        instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                        rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige
                                        werken die dienen als woning; </al></li><li nr="i."><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden
                                        afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die
                                        werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als
                                        gebouwde eigendommen zijn aan te merken. </al></li><li nr="j."><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde
                                        eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst
                                        ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste
                                        van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals
                                        lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten,
                                        fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; </al></li><li nr="k."><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in
                                        beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens
                                        eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen
                                        van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; </al></li><li nr="l."><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering
                                        van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als
                                        woning. </al></li></lijst></li></lijst><al>In afwijking van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf
                        voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van
                        gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel
                        in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                            heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>de gebruikersbelasting 0,1313 %; </al></li><li nr="b."><al>de eigenarenbelasting </al><lijst><li nr="1."><al>voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen
                                            0,0849%;</al></li><li nr="2."><al>voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning
                                            dienen 0,1535%</al></li></lijst></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor belastingbedragen tot € 10,-- vindt geen invordering plaats. Voor
                            de toepassing van de vorige volzin, wordt het totaal van de op één
                            aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen
                            onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen, aangemerkt als één
                            belastingbedrag. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen onroerende-zaakbelasting wordt geheven bij een heffingsmaatstaf van
                            minder dan € 2.500,--. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden later. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de
                            op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar
                            één aanslag bevat, het bedrag daarvan minimaal € 60,00 en maximaal €
                            6.000,00 bedraagt en zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                            automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de
                            aanslagen moeten worden betaald in zes gelijke termijnen. De eerste
                            termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die
                            in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                            volgende termijnen telkens een maand later. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de
                        onroerende-zaakbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De 'Verordening onroerende-zaakbelastingen 2009' van 16 december
                                2008 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde
                                datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                                toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum
                                hebben voorgedaan. </al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking. </al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010. </al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening
                                onroerende-zaakbelastingen 2010'.</al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hof
                        van Twente d.d. 15 december 2009.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad van de gemeente Hof van Twente,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>A.W. Averink, H. Kok</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>