<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR175158_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening reinigingsheffingen 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">weekblad voor Ouder-Amstel</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsheffingen 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-11-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-11-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011/50</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening reinigingsheffingen 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel,</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 21 september 2011,
                        nummer 2011/50,</al><al/><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de
                        Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al/><al/><al><vet>s t e l t v a s t :</vet></al><al/><al/><al>de “Verordening reinigingsheffingen 2012”</al><al/><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I:</nr><titel>INLEIDENDE
                        BEPALINGEN</titel></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Artikel 1</onderstreept></al><al/><al><vet>Inleidende bepaling</vet></al><al/><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><al>1. een afvalstoffenheffing;</al><al>2. reinigingsrechten.</al><al><onderstreept>Artikel 2</onderstreept></al><al><vet>Begripsomschrijving</vet></al><al/><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="1."><al>'grof bedrijfsafval': afvalstoffen, met uitzondering van
                                autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door
                                aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld. </al></li><li nr="2."><al>‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet
                                milieubeheer.</al></li></lijst><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II:</nr><titel>AFVALSTOFFENHEFFING</titel></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Artikel 3</onderstreept></al><al><vet>Aard van de belasting en belastbaar feit</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting
                                geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al></li><li nr="2."><al>De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij
                                behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven
                                ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan
                                krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                                verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                                geldt.</al></li></lijst><al/><al/><al><onderstreept>Artikel 4</onderstreept></al><al><vet>Belastingplicht</vet></al><al/><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                        omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                        recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan
                        ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                        verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 5</onderstreept></al><al><vet>Maatstaf van heffing en
                            belastingtarief</vet></al><al/><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in
                        de hoofdstukken I tot en met III van de bij deze verordening behorende
                        tarieventabel.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 6</onderstreept></al><al><vet>Belastingjaar</vet></al><al/><al>Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven, is het
                        belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 7</onderstreept></al><al><vet>Wijze van heffing</vet></al><al/><al>1. De belasting als bedoeld in hoofdstuk I van de bij deze verordening
                        behorende tarieventabel, wordt bij wege van aanslag geheven.</al><al/><al>2. De belasting bedoeld in de hoofdstuk II van de bij deze verordening
                        behorende tarieventabel wordt geheven bij wege schriftelijke kennisgeving.
                        Als schriftelijke kennisgeving wordt aangemerkt de kassabon van de door de
                        gemeente aangewezen distributeurs van gemeentelijke huisvuilzakken.</al><al/><al>3. De belasting bedoeld in hoofdstuk III van de bij deze verordening
                        behorende tarieventabel wordt geheven bij wege van mondelinge of
                        schriftelijke kennisgeving. </al><al/><al>4. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of
                        uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingplichtige
                        bekendgemaakt. </al><al/><al><onderstreept>Artikel 8</onderstreept></al><al><vet>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar
                        tijdsgelang</vet></al><al/><al>1. De belasting bedoeld in hoofdstuk I van de bij deze verordening behorende
                        tarieventabel, is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar of, zo
                        dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. </al><al/><al>2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt is de
                        belasting, bedoeld in hoofdstuk I van de bij deze verordening behorende
                        tarieventabel, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
                        jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de
                        belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al><al/><al>3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                        bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor
                        dat jaar volgens hoofdstuk I verschuldigde belasting, bedoeld in hoofdstuk I
                        van de bij deze verordening behorende tarieventabel, als er in dat jaar na
                        het afloop van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven. </al><al/><al>4. De belasting bedoeld in hoofdstuk II van de bij deze verordening
                        behorende tarieventabel wordt verschuldigd bij de aankoop van de in die
                        tabel genoemde gemeentelijke huisvuilzakken. </al><al/><al>5. De belasting bedoeld in hoofdstuk III van de bij deze verordening
                        behorende tarieventabel wordt verschuldigd bij de aanvang van de
                        dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken
                        of inrichtingen. </al><al/><al/><al><onderstreept>Artikel 9</onderstreept></al><al><vet>Termijnen van betaling</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk I van de bij deze verordening
                                behorende tarieventabel moet worden betaald in drie gelijke
                                termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand
                                die volgt op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                vermeld en elke volgende termijn steeds één maand later.</al></li></lijst><al/><al>2. In afwijking van het eerste lid wordt, indien het totaalbedrag van de op
                        één aanslagbiljet voorkomende aanslag dan wel de op één aanslagbiljet
                        verenigde aanslagen niet meer dan € 2.500,00 bedraagt, de belasting betaald
                        in acht gelijke termijnen als de verschuldigde bedragen door middel van
                        automatische incasso kunnen worden afgeschreven. De eerste termijn vervalt
                        op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van
                        het aanslagbiljet is vermeld en elke volgende termijn steeds één maand
                        later. </al><al/><al>3. De belasting bedoeld in hoofdstuk II van de bij deze verordening
                        behorende tarieventabel moet worden betaald op het moment van de
                        kennisgeving. </al><al/><al>4. De belasting bedoeld in hoofdstuk III van de bij deze verordening
                        behorende tarieventabel moet worden betaald:</al><al> a. indien de kennisgeving mondeling wordt gedaan: op het moment van de
                        kennisgeving;</al><al> b. indien de kennisgeving schriftelijk wordt gedaan: binnen één maand na de
                        dagtekening vermeld op de kennisgeving. </al><al/><al>5. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste of
                        het tweede lid gestelde termijnen. </al><al/><al/><al><onderstreept>Artikel 10</onderstreept></al><al/><al><vet>Kwijtschelding</vet></al><al/><al>1. Bij de invordering van de afvalstoffenheffing bedoeld in de hoofdstukken
                        II, III en VII van de bij deze verordening behorende tarieventabel, wordt
                        geen kwijtschelding verleend. </al><al/><al>2. Bij de invordering van afvalstoffenheffing wordt in afwijking van de
                        Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 het percentage voor de berekening
                        van de kosten van bestaan vastgesteld op 100 percent. </al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III:</nr><titel>REINIGINGSRECHTEN</titel></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Artikel
                            11</onderstreept></al><al><vet>Belastbaar feit</vet></al><al/><al>Onder de naam “reinigingsrechten” worden rechten geheven zowel voor het
                        genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik
                        van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken en
                        inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. </al><al/><al><onderstreept>Artikel 12</onderstreept></al><al><vet>Belastingplicht</vet></al><al/><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve
                        van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen,
                        werken of inrichtingen gebruikmaakt. </al><al/><al/><al><onderstreept>Artikel 13</onderstreept></al><al><vet>Maatstaf van heffing en belastingtarief</vet></al><al/><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de
                        hoofdstukken IV tot en met VII van de bij deze verordening behorende
                            tarieventabel.<onderstreept>Artikel
                            14</onderstreept></al><al><vet>Belastingjaar</vet></al><al/><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het
                        belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. <onderstreept>Artikel
                            15</onderstreept></al><al><vet>Wijze van heffing</vet></al><al/><al>1. De rechten bedoeld in hoofdstuk IV van de tarieventabel worden geheven
                        bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een
                        afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd. </al><al/><al>2. De rechten bedoeld in de hoofdstuk V van de bij deze verordening
                        behorende tarieventabel wordt geheven bij wege van een schriftelijke
                        kennisgeving. Als schriftelijke kennisgeving wordt aangemerkt de kassabon
                        van de door de gemeente aangewezen distributeurs van gemeentelijke
                        bedrijfsafvalzakken.</al><al/><al>3. De rechten bedoeld in de hoofdstukken VI en VII van de tarieventabel
                        worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het
                        gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel
                        door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de
                        belastingplichtige bekendgemaakt. </al><al/><al/><al><onderstreept>Artikel 16</onderstreept></al><al><vet>Ontstaan van de belastingschuld en de
                            heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde
                        rechten</vet></al><al/><al>1. De rechten bedoeld in hoofdstuk IV van de tarieventabel zijn verschuldigd
                        bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van
                        de belastingplicht. </al><al/><al>2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn
                        de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                        verschuldigde rechten als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht,
                        nog volle kalendermaanden overblijven.</al><al/><al>3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                        bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor
                        dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de
                        belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 17</onderstreept></al><al/><al><vet>Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten</vet></al><al/><al>1. De rechten bedoeld in hoofdstuk V van de bij deze verordening behorende
                        tarieventabel wordt verschuldigd bij de aankoop van de in die tabel genoemde
                        bedrijfsafvalzakken. </al><al/><lijst><li nr=""><al>De rechten bedoeld in de hoofdstuk VI en VII van de tarieventabel
                                zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de
                                aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.
                            </al></li></lijst><al/><al/><al><onderstreept>Artikel 18</onderstreept></al><al><vet>Termijnen van betaling</vet></al><al/><al>1. De rechten bedoeld in hoofdstuk IV van de bij deze verordening behorende
                        tarieventabel moeten worden betaald in drie gelijke termijnen. De eerste
                        termijn vervalt op de laatste dag van de maand die volgt op de maand die in
                        de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elke volgende termijn
                        steeds één maand later.</al><al/><al>2. In afwijking van het eerste lid worden, indien het totaalbedrag van de op
                        één aanslagbiljet voorkomende aanslag dan wel de op één aanslagbiljet
                        verenigde aanslagen niet meer dan € 2.500,00 bedraagt, de rechten betaald in
                        acht gelijke termijnen als de verschuldigde bedragen door middel van
                        automatische incasso kunnen worden afgeschreven. De eerste termijn vervalt
                        op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van
                        het aanslagbiljet is vermeld en elke volgende termijn steeds één maand
                        later.</al><al/><al>3. De rechten bedoeld in hoofdstuk V van de bij deze verordening behorende
                        tarieventabel moet worden betaald op het moment van de kennisgeving. </al><al/><al>4. De rechten bedoeld in hoofdstuk VI van de bij deze verordening behorende
                        tarieventabel moeten worden betaald:</al><al> a. indien de kennisgeving mondeling wordt gedaan: op het moment van de
                        kennisgeving;</al><al> b. indien de kennisgeving schriftelijk wordt gedaan: binnen één maand na de
                        dagtekening vermeld op de kennisgeving. </al><al/><al>5. De rechten bedoeld in hoofdstuk VII van de bij deze verordening behorende
                        tarieventabel moeten worden betaald: op het moment van de kennisgeving. </al><al/><al>6. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c., van
                        de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking
                        inzake een bestuurlijke boete zijn de voorgaande leden van overeenkomstige
                        toepassing. </al><al/><al>7. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                        leden gestelde termijnen. </al><al/><al><onderstreept>Artikel 19</onderstreept></al><al><vet>Kwijtschelding</vet></al><al/><al>Bij de invordering van de reinigingsrechten bedoeld in hoofdstuk IV tot en
                        met VII van de bij deze verordening behorende tarieventabel, wordt geen
                        kwijtschelding verleend. </al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV:</nr><titel>AANVULLENDE
                        BEPALINGEN</titel></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Artikel 20</onderstreept></al><al><vet>Nadere regels door het college van burgemeester en
                            wethouders</vet></al><al/><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsheffingen. </al><al/><al><onderstreept>Artikel 21</onderstreept></al><al><vet>Inwerkingtreding en citeertitel</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening reinigingsheffingen 2011” van 16 december 2011,
                                wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum
                                van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr=""><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2012, of
                                zo dit later is, op de eerste dag na die van de bekendmaking. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr=""><al>In afwijking van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft, indien
                                de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het
                                vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken
                                verordening gelden voor de in de tussenliggende periode
                                plaatsvindende belastbare feiten voor zover ter zake daarvan de
                                heffing van de rechten in die periode plaatsvindt.</al></li></lijst><al/><al>4. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012. </al><al/><al>5. Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening
                        reinigingsheffingen 2012”.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ouder-Amstel, 10 november 2011</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>W. van Zanen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.T.J. Blankers-Kasbergen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>