<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR175155_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">weekblad voor Ouder-Amstel</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening roerende-ruimtenbelastingen 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 221 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-11-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-11-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011/50</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel,</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 21 september 2011,
                        nummer 2011/50,</al><al/><al/><al>gelet op artikel 221 van de Gemeentewet;</al><al/><al/><al><vet>s t e l t v a s t:</vet></al><al/><al/><al>de “Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende
                        woon- en bedrijfsruimten 2012”</al><al/><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><al/><al>a. ruimte: een roerende woon- of bedrijfsruimte, welke duurzaam aan een
                        plaats gebonden is en dient tot permanente bewoning of permanent
                        gebruik;</al><al/><al>b. woonruimte: een ruimte waarvan de vastgestelde waarde in hoofdzaak kan
                        worden toegerekend aan delen van de ruimte die dienen tot woning dan wel
                        volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden;</al><al/><al>c. bedrijfsruimte: een ruimte die niet kan worden aangemerkt als
                        woonruimte.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>1. Onder de naam “roerende-ruimtenbelastingen” worden ter zake van binnen de
                        gemeente gelegen ruimten twee directe belastingen geheven:</al><al> a. een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                        kalenderjaar een bedrijfsruimte al dan niet krachtens eigendom, bezit,
                        beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;</al><al> b. een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar
                        van een ruimte het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt
                        recht.</al><al/><al>2. Met betrekking tot de gebruikersbelasting wordt:</al><al> a. gebruik door degene aan wie een deel van een ruimte in gebruik is
                        gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft
                        gegeven;</al><al> b. het ter beschikking stellen van een ruimte voor volgtijdig gebruik
                        aangemerkt als degene door degene die de ruimte ter beschikking heeft
                        gesteld.</al><al/><al>3. Degene die een in het vorige lid, onder b. bedoelde deel of een onder c.
                        bedoelde ruimte ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als
                        zodanig te verhalen op degene aan wie die ruimte of deel daarvan ter
                        beschikking is gesteld.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><al>Als één ruimte wordt aangemerkt:</al><al>a. een binnen de gemeente gelegen ruimte;</al><al>b. een gedeelte van een onder a. bedoelde ruimte dat blijkens zijn indeling
                        is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt;</al><al>c. een samenstel van twee of meer onder a. bedoelde ruimten of onder b.
                        bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik
                        zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;</al><al>d. het binnen de gemeente gelegen deel van een onder a. bedoelde ruimte, van
                        een onder b. bedoeld gedeelte daarvan of van een onder c. bedoeld
                        samenstel.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>1. De heffingsmaatstaf is de waarde die aan de ruimte dient te worden
                        toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden
                        overgedragen en de verkrijger de ruimte in de staat waarin deze zich
                        bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen.</al><al/><al>2. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                        bedrijfsruimte, met uitzondering van ruimten die zijn ingeschreven in een
                        van de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers van beschermde
                        monumenten, bepaald op de vervangingswaarde indien dit leidt tot een hogere
                        waarde dan die ingevolge het eerste lid. Bij de berekening van de
                        vervangingswaarde wordt rekening gehouden met:</al><al> a. de aard en de bestemming van de ruimte;</al><al> b. de sedert de stichting van de ruimte opgetreden technische en
                        functionele veroudering waarbij de invloed van latere wijzigingen in
                        aanmerking wordt genomen.</al><al/><al>3. In afwijking van het eerste lid wordt de waarde van een woonruimte dat
                        deel uitmaakt van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen
                        landgoed dat voldoet aan de in artikel 1, derde lid, onderdeel b, van die
                        wet bedoelde voorwaarden bepaald met inachtneming van een vooronderstelde
                        verplichting om het landgoed gedurende een tijdvak van 25 jaren als zodanig
                        in stand te houden en geen opgaand hout te vellen anders dan volgens de
                        regels van normaal bosbeheer noodzakelijk of gebruikelijk is. Ruimten die
                        dienstbaar zijn aan de woonruimte worden geacht deel uit te maken van die
                        woonruimte.</al><al/><al>4. Met betrekking tot een ruimte als bedoeld in artikel 3, aanhef en
                        onderdeel d., wordt de waarde gesteld op een evenredig deel van de waarde
                        die dient te worden toegekend aan de gehele
                            ruimte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
                                heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, de waarde van:</al><al> a. glasopstanden, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit cultuurgrond
                        die bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd ten behoeve van de land- of bosbouw.
                        Onder cultuurgrond wordt mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond
                        van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt
                        van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te
                        gebruiken;</al><al> b. ruimten die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor
                        het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke
                        aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die
                        dienen als woning;</al><al> c. ruimten ten behoeve van waterverdedigings- of waterbeheersingswerken die
                        worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                        rechtspersonen, een en ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten
                        die dienen als woning;</al><al> d. ruimten die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
                        afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van
                        publiekrechtelijke rechtspersonen, een en ander met uitzondering van delen
                        van zodanige ruimten die dienen als woning;</al><al> e. werktuigen die van een ruimte kunnen worden afgescheiden zonder dat
                        beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet
                        op zichzelf als ruimten zijn aan te merken;</al><al> f. bedrijfsruimten voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de
                        publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige
                        bedrijfsruimten die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van
                        onderwijs;</al><al> g. ruimten voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt ten behoeve van
                        begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, een en ander met uitzondering
                        van delen van zodanige ruimten die dienen als woning;</al><al> h. ruimten, die feitelijk worden gebruikt als pastorie of kosterswoning,
                        indien het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht daarvan toekomt
                        aan een kerkgenootschap of ander genootschap als in onderdeel b.
                        bedoeld.</al></li><li nr="2."><al>De vrijstelling met betrekking tot de in het eerste lid, onderdeel f.,
                        bedoelde ruimten geldt niet voor de eigenarenbelasting voor zover de
                        gemeente van die ruimten niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit of
                        beperkt recht. </al></li><li nr="3."><al>De vrijstelling met betrekking tot de in het eerste lid, onderdeel h.,
                        bedoelde ruimten geldt niet voor de gebruikersbelasting. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Waardepeildatum</titel></kop><al>1. De heffingsmaatstaf wordt bepaald naar de waarde die de ruimte op 1
                        januari 2011 heeft.</al><al/><al>2. De heffingsmaatstaf vindt toepassing voor het kalenderjaar 2012. </al><al/><al>3. De waarde van de ruimte wordt bepaald naar de staat waarin de ruimte op
                        de waardepeildatum verkeert.</al><al/><al>4. Indien een ruimte tussen de waardepeildatum en het begin van het
                        kalenderjaar:</al><lijst><li nr="1."><al>opgaat in een andere ruimte dan wel in meer ruimten, of</al></li><li nr="2."><al>wijzigt als gevolg van hetzij bouw, verbouwing, verbetering, afbraak
                                of vernietiging, hetzij verandering van bestemming, of</al></li><li nr="3."><al>een verandering in waarde ondergaat als gevolg van een andere,
                                specifiek voor de ruimte geldende, bijzondere omstandigheid,</al></li></lijst><al>wordt, in afwijking van het derde lid, de waarde bepaald naar de staat van
                        die ruimte bij het begin van het kalenderjaar. </al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf.
                        Het percentage bedraagt bij de:</al><al/><al>a. gebruikersbelasting: 0,1580%</al><al>b. eigenarenbelasting:</al><al> - voor ruimten die in hoofdzaak tot woning dienen 0,0746%</al><al> - voor ruimten die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,1866%</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al>1. De belastingen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de
                        eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                        die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elke volgende
                        termijn steeds één maand later.</al><al/><al>2. In afwijking van het eerste lid worden, indien het totaalbedrag van de op
                        één aanslagbiljet voorkomende aanslag dan wel de op één aanslagbiljet
                        verenigde aanslagen niet meer dan € 2.500,00 bedragen, de belastingen
                        betaald in acht gelijke termijnen als de verschuldigde bedragen door middel
                        van automatische incasso kunnen worden afgeschreven. De eerste termijn
                        vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                        dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elke volgende termijn steeds
                        één maand later. </al><al/><al>3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en
                        tweede lid gestelde termijnen.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                        wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de
                        roerende-ruimtenbelastingen.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>1. De “Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2011”
                        van 4 november 2010 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid
                        genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                        toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                        voorgedaan.</al><al/><al>2. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2012, of zo
                        dit later is, met ingang van de eerste na die van de bekendmaking. </al><al/><al>3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012.</al><al/><al>4. Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening
                        roerende-ruimtenbelastingen 2012”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ouder-Amstel, 10 november 2011</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>W. van Zanen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.T.J. Blankers-Kasbergen</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>